CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Kremselen 7 - Ruimtelijke onderbouwing

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Ontwikkelplan Buitengebied Meierijstad'18.834 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Er zijn sterke aanwijzingen dat (componenten van) fijnstof van geitenhouderijen mensen gevoeliger maken voor luchtweginfecties. Specifieke ziekteverwekkers afkomstig van dieren kunnen daarbij niet uitgesloten worden. Deze associatie is ook voor pluimveehouderijen gevonden, hetzij aanzienlijk zwakker. Uit luchtwegmetingen in de woonomgeving blijkt dat de concentratie endotoxinen in de lucht toeneemt naarmate de afstand tot een intensieve veehouderij kleiner wordt of de dichtheid toeneemt. Wat betreft fijnstof is de bijdrage van de veehouderij niet te onderscheiden van de bijdrage van vele andere bronnen, zoals verkeer en (buitenlandse) industrie. In de eerste twee onderzoeken zijn de gezondheidsrisico’s onderzocht aan de hand van gegevens uit huisartsenpraktijken over de periode 2007 t/m 2013. Op 1 september 2018 is het onderzoek Ruimtelijke onderbouwing Kremselen 7, Sint-Oedenrode

46

‘Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III’ gepubliceerd. Hierin is de actualisering voor de jaren 2014 t/m 2016 gepubliceerd. Er is daarbij specifiek gekeken naar de associatie tussen diverse luchtwegaandoeningen en de nabijheid van geiten- en pluimveehouderijen. De associatie tussen het voorkomen van longontsteking en het wonen in de nabijheid van pluimveehouderijen zou namelijk mogelijk verklaard kunnen worden door de uitstoot van fijnstof en endotoxinen door deze bedrijven, al dan niet in combinatie met de al aanwezige achtergrondblootstelling. Deze veronderstelling lijkt voor geitenhouderijen echter minder voor de hand liggend, omdat de emissie van fijnstof en endotoxinen beperkt is. Uit de onderzoeksresultaten van deze tweede vervolgstudie blijft dezelfde verhoging voor het aantal longontstekingen bij omwonenden binnen een straal van 2 kilometer van geitenhouderijen zichtbaar als in de jaren daarvoor. Voor legpluimveehouderijen kan deze verhoging niet (meer) statistisch significant worden aangetoond. Voor vleeskuikenbedrijven alleen in 2014, ondanks dat de emissie van fijnstof hier relatief gezien hoger is dan van legpluimveehouderijen. Conclusie uit deze vervolgstudie is dan ook dat er meer onderzoek zal moeten plaats vinden naar de oorzaak van de associatie tussen longontsteking en het wonen in de nabijheid van geitenhouderijen.

4.13.2 Handelingsperspectieven veehouderij en volksgezondheid

Naar aanleiding van het eerste VGO-onderzoek wordt momenteel door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, een landelijk toetsingskader ontwikkeld voor endotoxine. In afwachting hierop is door het ondersteuningsteam van bestuurders van gemeenten in Brabant op 30 april 2018 de notitie ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 opgesteld’. Deze notitie bevat stappenplan om te boordelen of een nadere advisering van uit de GGD wenselijk is. De ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ is opgesteld vanuit de handelingsperspectief van de veehouderij. Het initiatief betreft een wijziging van de bestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ naar ‘Bedrijf’. Hierbij is er sprake van een verbetering van de volksgezondheid binnen de projectlocatie en de directe omgeving omdat er bedrijfsmatig geen dieren meer gehouden worden. Het stappenplan uit de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ is doorlopen. Vanuit het perspectief van de bestemming ‘Bedrijf’ op de projectlocatie zijn in het kader van volksgezondheid de verschillende aspecten zoals veedichtheid, endotoxine, geitenhouderijen, zoönosen.

4.13.3 Veedichtheid

Uit het VGO onderzoek komen aanwijzingen naar voren dat het wonen in de buurt van veehouderijen een nadelig effect heeft op de longfunctie. De vermindering van de longfunctie wordt gevonden bij mensen die veel veehouderijen in hun directe omgeving hebben, vooral bij de groep met 15 of meer bedrijven binnen een kilometer afstand. Het type veehouderij maakt hierbij niet uit. Momenteel zijn er drie VGO onderzoeken uitgevoerd waarbij het laatste VGO onderzoek (VGO3) minder nadelige effecten voor de pluimveehouderij naar voren komen. Nabij de projectlocatie zijn er binnen een straal van 1.000 meter volgens de web-BvB vijf veehouderijen gesitueerd, zie onderstaande afbeelding.

Ruimtelijke onderbouwing Kremselen 7, Sint-Oedenrode

47

Afbeelding 25: weergave omliggende veehouderijen binnen 1.000 meter van het projectlocatie Daar er minder dan vijftien veehouderijen binnen een straal van 1.000 meter zijn gelegen is het aannemelijk dat er geen verhoogd risico’s zijn voor een verminderde longfunctie bij omwonenden zal zijn.

4.13.4 Endotoxinen

Aan de hand van endotoxine toetsingskader 1.0 kan het risico van de verspreiding van endotoxinen van uitbreidende veehouderijen beoordeeld worden. Gemeenten en provincie willen uit voorzorg voorkomen dat door lopende en nieuwe aanvragen de endotoxine advieswaarde van de Gezondheidsraad wordt overschreden. Daar waar de advieswaarde al wordt overschreden willen ze voorkomen dat de overschrijding toeneemt. Een standstil van de emissie fijnstof-endotoxine is dus gewenst. Bij voorkeur wordt er een reductie van de emissie bereikt. Om de relatie bronsterkte fijnstof en aan te houden afstand om te voldoen aan de door de Gezondheidsraad geadviseerde endotoxinegrenswaarde van 30 EU/m 3 te kunnen berekenen zijn voor vleeskuikens, legkippen en vleesvarkens formules afgeleid uit het rapport van Erbrink (2016). Omgekeerd kan met deze formules voor de ontwikkeling van een gevoelig object worden berekend of ter plaatse voldaan wordt aan de adviesgrenswaarde van 30 EU/m 3. Afstanden emissiepunt groter dan 500 meter zijn in het kader van endotoxine niet relevant, uit onderzoek van RIVM is gebleken dat op deze afstand geen verhoogt risico bestaat met betrekking tot endotoxines. Uit paragraaf 4.8 blijkt de dichtstbijzijnde veehouderij ten opzichte van de projectlocatie is gelegen aan Liempdseweg 19 op een afstand van ruim 150 meter. Dit betreft een varkenshouderij.

Voor de varkenshouderijen wordt aangesloten bij de correlatie behorende bij vleesvarkens. De overige bedrijven met pluimvee of varkens zijn gelegen op een afstand van meer dan 500 meter en zijn daarom in het kader van endotoxine niet relevant. Vleesvarkens Y = P1 * ln(x) – P2 P1 = 60,0608184 P2 = 231,712643 X = PM10 emissie (kg/jaar) Y = afstand (m) Aan de hand van de fijnstofemissie PM10 van het bedrijf kan met deze formule worden berekend op welke afstand wordt voldaan aan de adviesgrenswaarde. De totale fijnstofemissie van de bedrijf resulteert in de volgende richtafstand: 60,0608184 * ln(161 kg/j) - 231,712643 = 73 meter Ruimtelijke onderbouwing Kremselen 7, Sint-Oedenrode

48

Het bouwvlak van de varkenshouderij aan Liempdseweg 19 ligt op ruim 150 meter van de projectlocatie. Hieruit kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van de projectlocatie ruim voldaan kan worden aan de adviesgrenswaarde voor endotoxinen van 30 EU/m3.

4.13.5 Geitenhouderij

Naar aanleiding van het VGO-onderzoek heeft de provincie Noord-Brabant op 7 juli 2018 een tijdelijk geitenmoratorium ingesteld om te voorkomen dat rond geitenhouderijen de gezondheidslast toeneemt en (nieuwe) knelpunten ontstaan. Hieruit reist in het kader van een goede ruimtelijke ordening de vraag of er bij het ontwikkelen van nieuwe gevoelige functies, zoals woningen, dan ook rekening gehouden moet worden met de omgekeerde werking. Hoe kan immers een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor (toekomstige) bewoners geborgd worden en is het vanwege de risico’s voor de volksgezondheid wel wenselijk om nieuwe gevoelige functies op te richten nabij geitenhouderijen? Om die reden is er door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant een memo opgesteld voor de gemeente Bergeijk waarin is in gegaan op de omgekeerde werking van het geitenmoratorium. In de omgeving van de projectlocatie, aan Schootsedijk 47 Sint-Oedenrode, is een geitenhouderij gelegen. Ten behoeve van het initiatief wordt de omgekeerde werking van het geitenmoratorium derhalve getoetst aan de hand van de memo van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant. De kortste afstand tussen het bouwvlak van de geitenhouderij aan Schootsedijk 47 Sint-Oedenrode en het projectlocatie bedraagt ongeveer 2.400 meter. Hiertussen zijn echter reeds bestaande woningen gelegen, zoals Kremselen 6.

Op basis hiervan kan de gemeente overwegen om medewerking te verlenen aan het initiatief. In afbeelding 25 is de projectlocatie weergegeven met de omliggende bedrijven met geiten. In de afbeelding is een buffercirkel van 2 kilometer weergegeven. Zoals op de afbeelding te zien is zijn er geen bedrijven met geiten binnen een cirkel van 2 kilometer gelegen.

projectlocatie

Afbeelding 26: omliggende bedrijven met geiten (bron: Qgis) Vanuit het aspect volksgezondheid en veehouderijen kan worden geconcludeerd dat de projectlocatie op voldoende afstand is gelegen van veehouderijen, zodat dit geen belemmering vormt voor onderhavig initiatief.

Ruimtelijke onderbouwing Kremselen 7, Sint-Oedenrode

49

4.13.6 Zoönosen Zoönosen zijn infectieziekten die van dieren op mensen kunnen overgaan. Per diersoort kunnen verschillende ziekten voorkomen die zich via de lucht verspreiden naar mensen, via direct contact tussen dier en mens of via voedsel. Voor omwonenden zijn vooral de via de lucht overdraagbare aandoeningen van belang. De belangrijkste zijn Q-koorts en influenza (vogelgriep, varkensgriep). De aanwezige veehouderijbedrijven zorgen voor een (mogelijke) verhoogde blootstelling aan via de lucht overdraagbare zoönose verwekkers en antibioticaresistente bacteriën die leiden tot een verhoogd risico op infectieziekten of onbehandelbare infecties. Het is nog niet goed inzichtelijk vanaf welke concentraties of binnen welke afstand tot aan veehouderijen het risico verhoogd is. Er zijn nog geen wetenschappelijk aanvaardbare onderzoeken waarbij dat in een juridisch kader is vastgelegd. Alleen voor de combinatie pluimvee en varkens gelden er op dit moment argumenten dat een combinatie van deze dieren niet als wenselijk te beschouwen. Uit dossieronderzoek is gebleken dat er binnen de invloedsfeer van de projectlocatie geen veehouderij aanwezig is waarbij sprake zou zijn van een gemengde bedrijfsvoering van beide categorieën. Het initiatief betreft een wijziging van de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ naar ‘Bedrijf’.

Hierbij is er sprake van een verbetering van de volksgezondheid binnen de projectlocatie en de directe omgeving omdat er bedrijfsmatig geen dieren meer gehouden worden. Het effect van omliggende veehouderijen ten opzichte van de projectlocatie wijzigt niet in het kader van volksgezondheid. Gelet op bovenstaande kan worden geconcludeerd dat voor wat betreft het aspect volksgezondheid geen belemmering vormt voor het realiseren van de werkplaats. 4.14

Spuitzones

In de directe omgeving van het initiatief is het mogelijk om gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken. Er dient getoetst te worden of hierdoor wel een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Er is geen vigerend beleid om dit te toetsen. Uit jurisprudentie van de Afdeling volgt dat zij een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk vindt. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 23 juni 2004 (ECLI:NL:RVS:2004:AP3436). Deze vuistregel wordt tot op heden toegepast door de Afdeling in haar jurisprudentie. Een afstand kleiner dan 50 meter kan ook aanvaardbaar zijn, mits hieraan een goede onderbouwing ten grondslag ligt. Zo werd in een uitspraak van 14 mei 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1179) een afstand van 10 meter aanvaardbaar geacht. In de hierboven reeds aangehaalde uitspraak van 20 december 2017 stelde de Afdeling dat een afstand van 17 meter voldoende mogelijkheden biedt om maatregelen te treffen die de spuitzone verkleinen. Argumenten voor het toestaan van een kleinere afstand kunnen zijn: - De wet- en regelgeving waaraan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen moet voldoen: o Verplichting tot gebruik van driftbeperkende technieken. o Verplichting tot gebruiken gewasbeschermingsmonitor.

- De wijze van teelt: o Teelt in de open lucht of containerteelt. o Vollegrondsteelt of bomen- of fruitteelt. - Feitelijke omstandigheden: o Fysieke beperkingen reikwijdte spuitnevel (bomenrijen, heggen, etc.). Bij voorliggend initiatief is er een rij knotwilgen aanwezig aan de noordkant van de projectlocatie. Dit vormt gedeeltelijk een fysieke beperking tussen de agrarische percelen en de bebouwing. In de huidige situatie ten oosten en zuiden van de projectlocatie is geen fysieke beperking aanwezig tussen de agrarische percelen en de bebouwing. Met het opstellen van het van het landschappelijk inpassingsplan (zie bijlage 1) is rekening gehouden met de fysieke beperking tussen de agrarische percelen en de bebouwing. Gezien deze omstandigheden kan geconcludeerd worden dat er, voor wat betreft de spuitzone, een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden binnen de projectlocatie.

Ruimtelijke onderbouwing Kremselen 7, Sint-Oedenrode

50

5. Conclusie Deze ruimtelijke onderbouwing betreft de planologische verantwoording voor de wijziging van de bestemming ten behoeve van de realisatie van een aannemers-/timmerbedrijf aan de Kremselen 7 te Sint-Oedenrode. De ontwikkeling is niet rechtstreeks toegestaan volgens het geldende bestemmingsplan. Het plan loopt mee met de procedure van het bestemmingsplan ‘Ontwikkelplan Buitengebied’. Door middel van deze ruimtelijke onderbouwing is aangetoond dat met het initiatief geen nadelige gevolgen ontstaan voor milieu, mens en leefomgeving. Het initiatief is getoetst aan alle relevante beleidskaders op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Het beleid op geen van deze niveaus vormt een belemmering voor het initiatief. In deze is getoetst aan de Interim omgevingsverordening NoordBrabant. Tevens is het initiatief getoetst aan alle relevante milieu-hygiënische en planologische aspecten. Hieruit is gebleken dat met het initiatief geen nadelige effecten ontstaan voor de omgeving. De onderzoeken naar geluid, bodem, geur, ammoniak en luchtkwaliteit tonen aan dat het initiatief milieu-hygiënisch aanvaardbaar is. Door de onderzoeken van natuur, archeologie, externe veiligheid en de waterparagraaf wordt aangetoond dat het initiatief planologisch aanvaardbaar is.

Daarnaast wordt geïnvesteerd in de kwaliteitsverbetering van het landschap door uitvoering van het landschappelijk inpassingsplan. Samenvattend kan worden geconcludeerd dat het initiatief een verantwoord initiatief betreft. Daarom kunnen de voorgenomen ontwikkelingen op de projectlocatie aan de Kremselen 7 te Sint-Oedenrode doorgang vinden.

Ruimtelijke onderbouwing Kremselen 7, Sint-Oedenrode

51

6. Bijlagen Bijlage 1:

Landschappelijke inpassing

Bijlage 2:

Uitwerking kwaliteitsverbetering

Bijlage 3:

Invoergegevens Aerius-berekeningen

Bijlage 4:

Aerius-berekening

Bijlage 5:

Akoestisch onderzoek

Ruimtelijke onderbouwing Kremselen 7, Sint-Oedenrode

52

Ruimtelijke onderbouwing Kremselen 7, Sint-Oedenrode

53

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=7e012436-5727-4eb5-ba02-8f1e91a825a8