Kadernota 2022
Tekst van het document
23
DUURZAAM MEIERIJSTAD, NU EN LATER Meierijstad heeft in 2018 haar duurzaamheidsambities vastgelegd in de duurzaamheidsvisie. Belangrijke pijlers van het duurzaamheidsprogramma zijn zelf het goede voorbeeld geven en de samenwerking opzoeken. We brengen de duurzaamheidsvisie in de praktijk met een uitvoeringsprogramma; dat bestaat uit drie thema’s (energiek & verantwoord, circulair & schoon, klimaatbestendig & biodivers) en daaraan gekoppeld 40 concrete projecten. Deze projecten voeren we zelf uit of met partners. Integraal werken is een belangrijke randvoorwaarde voor succesvolle uitvoering van het totale programma en zo het behalen van de duurzaamheidsambities. Die integraliteit van het duurzaamheidsprogramma leidt ertoe dat de 40 uitvoeringsprojecten verspreid zijn over de hele begroting. In programma 0 zit de verduurzaming van de vastgoedportefeuille van de gemeente. Duurzame mobiliteit, zuinige openbare verlichting, natuurvriendelijk beheer van de openbare ruimte en toename van openbaar groen hebben een plek in programma 2. Circulaire economie en het tegengaan van voedselverspilling zijn onderdeel van programma 3. In programma 4 staat de duurzame onderwijshuisvesting. Ondersteuning aan verenigingen voor het verduurzamen van sportaccommodaties zit in programma 5.
Programma 7 bestaat geheel uit onderwerpen die ook onder het duurzaamheidsprogramma vallen: water, klimaatadaptatie, afval/grondstoffenbeleid, kringloopbedrijven, milieuzorg en de energietransitie. In programma 8 zit onder andere natuurontwikkeling en energieopwekking in het buitengebied. Voor een groot deel van de projecten is al budget gereserveerd. Echter niet voor alle projecten is budget beschikbaar. Daarom bevat de kadernota van 2022 ook voorstellen die bijdragen aan de uitvoering van het duurzaamheidsprogramma. We lichten er hier twee toe: Wijkuitvoeringsplannen Transitievisie Warmte In 2021 stellen we de Transitievisie Warmte op. Daarmee leggen we de basis voor een aardgasvrije gebouwde omgeving. Vanaf 2022 moeten we wijkuitvoeringsplannen gaan maken. Dat worden intensieve en tijdrovende trajecten, die veel geld kosten. Via de VNG zijn de Nederlandse gemeenten met de Rijksoverheid in gesprek over de financiële uitvoering van het Klimaat akkoord, de Transitievisie Warmte is daar een onderdeel van. Deze discussie loopt nog. De verwachting is dat de Rijksoverheid gemeenten hierin financieel gaat ondersteunen. Daarom nemen we de kosten voor de wijkuitvoeringsplannen als PM-post op in de kadernota 2022. Biodiversiteitsplan In 2021 werken we de ambitie om biodiversiteit te behouden en verbeteren uit in beleid. Het is nog onbekend of de uitvoering daarvan extra budget vraagt.
De elders voorgestelde aanvullende middelen dragen direct bij aan de ambities uit de duurzaamheidsvisie. Het gaat dan om: openbaar groen, meerjarenprogramma groenblauwe structuren, geluidafscherming in combinatie met zonnepanelen N279 Veghel-Asten, uitbreiding EVZ en realisering fietsverbinding Duits Lijntje, uitvoeringsprogramma mobiliteit, vervangingsprogramma openbare verlichting, alle (vervangende) nieuwbouw en/of renovatie van (onderwijs)gebouwen en MFA’s, 24
deelname aan regionale netwerken op het gebied van landschap en natuur en toeristisch recreatieve voorzieningen, zoals Van Gogh Nationaal Park en Het Groene Woud. Voor dit thema stellen we de volgende aanvullende middelen voor: bedragen * € 1.000 Duurzaam Meierijstad nu en later Uitvoeringskosten geluidafscherming in combinatie met zonnepanelen bij opwaardering N279 Veghel-Asten aanvullende middelen
Investering
300
2022
2023
2024
2025
15 15
15 15
15 15
15 15
GROENBLAUWE GEBIEDSONTWIKKELINGEN MEIERIJSTAD 2020-2027 In de Mijlpalen van Meierijstad 2017-2022 is voor het versterken van robuust groenblauwe structuren een investering opgenomen van 2 x € 2 miljoen. In 2019 is hiervan € 2 miljoen als krediet beschikbaar gesteld. Het krediet voor de overige € 2 miljoen vragen we in 2021 aan de raad. Een deel van die middelen is bedoeld als cofinanciering van groenblauwe projecten in het Aa-dal als onderdeel van de Regiodeal RNOB. Naast middelen uit de regiodeal komen voor deze projecten ook middelen beschikbaar uit het Coronaherstelfonds en doen we een beroep op het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB). Het versterken van robuust groenblauwe structuren maakt deel uit van het ‘Meerjarenprogramma Groenblauwe Gebiedsontwikkelingen Meierijstad 2020-2027’. Dit meerjarenprogramma vormt de paraplu voor de realisatie van groenblauwe projecten binnen een zestal gebiedsontwikkelingen. Het gaat om de beekdalen van de Aa, Dommel en Leijgraaf, en van de te ontwikkelen gebieden Vlagheide, Duits Lijntje en het Natuurnetwerk Brabant. In de gebiedsontwikkelingen willen we de beekdalen vergroenen en klimaat adaptieve en –mitigerende maatregelen realiseren. We leggen de focus hierbij op een integrale aanpak en op het versterken van de verbinding tussen de Maashorst en het Groene Woud (Van Gogh Nationaal Park).
Samen met de provincie, waterschappen, ondernemers, natuurorganisaties, grondeigenaren en andere partners binnen Meierijstad, pakken we de planuitwerking, voorbereiding en uitvoering op. Het meerjarenprogramma loopt door tot 2027 en geeft mede invulling aan tal van beleidsambities. Bijvoorbeeld voor water, natuur, landbouw, milieu, energie, duurzaamheid, erfgoed en vrijetijdseconomie. Dit past uitstekend in de werkwijze van de Omgevingswet. De periode vanaf 2022 betreft de 2e tranche groenblauwe structuren. Dat zijn grote opgaven en een hoge ambitie, met de wetenschap dat slechts tot genoemd jaar een beroep kan worden gedaan op bijdragen van het GOB. Ook voor deze periode moeten we budget beschikbaar hebben om kansrijk subsidies van derden te kunnen ontvangen.
25
Voor dit thema stellen we de volgende aanvullende middelen voor: bedragen * € 1.000 Groenblauwe gebiedsontwikkelingen Meierijstad 20202027 Meerjarenprogramma Groenblauwe structuren 2e tranche *** aanvullende middelen
Investering
2022
2023
2024
2025
0
0
0
90 90
2.000
*** ) (deels) dekking binnen begroting
SAMEN INVESTEREN IN ONDERWIJS EN ONDERWIJSHUISVESTING Onderwijs is belangrijk voor de ontwikkeling van mensen. In Meierijstad moet iedereen zijn of haar talenten kunnen ontwikkelen, met gelijke kansen voor iedereen en met passend onderwijs waar nodig. De gemeente stimuleert een goede aansluiting tussen voor- en vroegschoolse voorzieningen, het basisonderwijs (PO) en het voortgezet onderwijs (VO). Door een intensieve samenwerking met ondernemers en onderwijs streven we ernaar om de arbeidsmarkt en onderwijs goed op elkaar aan te laten sluiten. Onderwijshuisvesting draagt bij aan de gedeelde doelstelling om te zorgen voor kwalitatief goed onderwijs voor alle kinderen in onze gemeente. De gemeente en de schoolbesturen voor PO en VO zijn samen (wettelijk) verantwoordelijk om hiertoe goede, passende en toekomstbestendige onderwijshuisvesting te realiseren en in stand te houden. Met eigentijdse, functionele en duurzame gebouwen met een goed/gezond binnenklimaat en een lage energierekening. Om invulling te geven aan deze gezamenlijke verantwoordelijkheid leggen gemeente en schoolbesturen samen de laatste hand aan het Integraal HuisvestingsPlan (IHP) Onderwijs 2021-2036. Daarbij is vanuit de thema’s gezondheid en duurzaamheid nadrukkelijk aandacht voor de kwaliteit waaraan nieuw te bouwen of te renoveren scholen in onze gemeente moet voldoen (zoals (B)ENG en Frisse Scholen B).
Meierijstad doet daarbij nog een schep bovenop de wettelijke eisen vanuit het Bouwbesluit. De noodzakelijke investeringen voor huisvesting van basisscholen de Empel in Erp, Antonius in Keldonk en Nicolaas in Boerdonk zijn vooralsnog overgenomen uit het meerjarenperspectief uit het huidige IHP 2017-2024; Binnenkort wordt het geactualiseerde IHP 2021-2036 ter vaststelling aan de raad aangeboden. Dat kan ervoor zorgen dat er een andere prioritering c.q. volgorde qua investeringen uit het geactualiseerde IHP naar voren komt, dan waar nu in de kadernota rekening mee wordt gehouden. Verder komt uit het geactualiseerde IHP naar voren, dat er na 2025 naar alle waarschijnlijkheid omvangrijke investeringen in onderwijshuisvesting noodzakelijk zijn. Dat komt doordat er (in de periode 2021-2036) sprake is van of een capaciteitstekort of omdat bepaalde schoolgebouwen in technische, ruimtelijke en functionele zin niet meer voldoen aan de hedendaagse eisen, die het geven van onderwijs aan een schoolgebouw stelt. Het uitvoeringsplan laaggeletterdheid heeft een looptijd van 2019-2022 en zal in 2022 herijkt worden. De ambitie blijft om samen met onze partners, nog meer laaggeletterden 26
te bereiken en laaggeletterdheid verder terug te dringen. Dat doen we onder andere door het versterken van het netwerk van partners, het door ontwikkelen van het aanbod en door in te spelen op de behoefte van de doelgroep NT1. Ook geven we in 2022 uitvoering aan de acties die in het jaarplan van de Lokaal Educatieve Agenda Meierijstad (LEA) staan. Samen met partners op het gebied van kinderopvang, onderwijs, jeugd en zorg werken we aan het bestrijden van onderwijsachterstanden, het verbeteren van de aansluiting onderwijs-jeugdhulp. De looptijd van de LEA is 2020-2023. In 2022 werken we daarnaast met genoemde partners verder aan het Nationaal Programma Onderwijs. Dat is opgezet om kinderen en jongeren de (extra) ondersteuning te kunnen bieden (zowel cognitief als welzijn/sociaal-emotioneel) die nodig is om eventuele achterstanden als gevolg van de coronamaatregelen, weg te werken. Wanneer onderwijs en ondernemers de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt nauwkeurig met elkaar volgen en afstemmen, kan het onderwijsaanbod aangepast worden op de praktijkbehoefte. Vanaf 2019 werken de drie O’s (onderwijs/ondernemers/ overheid) samen in een projectstructuur, om de aandachtsgebieden onderwijs-economiearbeidsmarkt aan elkaar te koppelen. Daarbij hebben wij expliciet aandacht voor behoud en versterking van het MBO onderwijs in Meierijstad.
Binnen deze context faciliteren wij ook de uitvoering van hybride projecten die door de stuurgroep in gang worden gezet. VMBO on stage is zo’n project. Voor dit thema stellen we de volgende aanvullende middelen voor: bedragen * € 1.000 Samen investeren in onderwijs en onderwijshuisvesting Realisatie MFA de Groene Long Sint Oedenrode. Vervangende nieuwbouw basisschool “De Bunders” te Veghel. Renovatie of nieuwbouw basisschool “Antonius” te Keldonk 1) Renovatie of nieuwbouw basisschool “de Empel” te Erp 1) Renovatie of nieuwbouw basisschool “Nicolaas” te Boerdonk 1) Voorbereiding renovatie of nieuwbouw basisschool “Nicolaas” te Boerdonk 1) Aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt aanvullende middelen
*
Investering 9.450
* * * *
2.700 2.250 3.240 1.950
2022
175 **
50 50
2023
2024
2025
530
330
190 145
95 80 395
95 80 115 120
5 50 390
5
5
1.105
745
*) dekking algemene risicoreserve ** ) dekking bestemmingsreserve sociaal domein 1) Binnenkort wordt het geactualiseerde IHP 2021-2036 ter vaststelling aan de raad aangeboden. Dat kan ervoor zorgen dat er een andere prioritering c.q. volgorde qua investeringen uit het geactualiseerde IHP naar voren komt dan waar nu in de kadernota rekening mee wordt gehouden.
27
FINANCIËLE POSITIE In dit onderdeel gaan we in op de financiële positie van de gemeente. We presenteren eerst het financieel meerjarenbeeld 2022-2025, waarin de financiële consequenties van deze kadernota zijn verwerkt. In dit onderdeel is ook aangegeven hoe we in deze kadernota zijn omgegaan met de onzekere rijksinkomsten, de tips vanuit de 100.000+ gemeenten en de begrotingscirculaire 2021 van de provincie. Daarna volgt informatie over risico’s, reserves en weerstandsvermogen. In dit onderdeel geven we informatie over het risicoprofiel en de dekking die hiertegenover staat. Het verloop van de algemene risicoreserve en de bestemmingsreserve sociaal domein kunt u hier lezen. Als laatste volgt het onderdeel “financiële vertaling van kadernota naar programmabegroting”. Op deze plaats gaan we in op de belangrijkste uitgangspunten voor het samenstellen van de begroting 2022.
FINANCIEEL MEERJARENBEELD We beginnen met de startsituatie van deze kadernota. Daarna volgt de financiële vertaling van de voorstellen uit deze kadernota, wat resulteert in het geraamd resultaat na verwerking van deze kadernota. De programmabegroting 2021 is vastgesteld tijdens de begrotingsbehandeling van 5 november 2020. Vervolgens zijn er in november 2020 t/m maart 2021 aparte raadsbesluiten genomen met financiële consequenties. Op 24 juni staat de 1e bestuursrapportage geagendeerd met een structurele doorwerking naar 2022 en volgende jaren. Het financieel verloop hiervan is in de volgende tabel te lezen. bedragen * € 1.000 Financieel meerjarenbeeld Geraamd resultaat programmabegroting 2021 Raadsbesluiten t/m maart 2021 1e berap 2021 Start kadernota 2022
2022 2.144 -23 -2.111 10
2023 2.288 -22 -2.192 73
2024 1.855 -22 -1.912 -79
2025 1.930 -22 -1.791 117
In het onderdeel beleidsontwikkelingen zijn voorstellen gedaan voor aanvullende middelen. Bij diverse thema’s zijn investeringen opgenomen met hun jaarlijkse lasten. Veel van deze investeringen waren al opgenomen in het meerjaren investeringsplan 2021-2024. In het geactualiseerde meerjaren investeringsplan 2022-2025 (bijlage 2) is aangegeven welke investeringen nieuw zijn bij deze kadernota. In bijlage 2 zijn ook de noodzakelijke vervangingsinvesteringen opgenomen. Bij de begrotingsbehandeling neemt u een besluit over de investeringen voor het begrotingsjaar 2022. Voor de investeringen vanaf 2023 besluit u bij de begrotingsbehandelingen van 2023 en volgende jaren. De jaarlijkse lasten van de investeringen 2023 t/m 2025 nemen we wel al mee in het financieel meerjarenbeeld.
28
Bij het onderdeel beleidsontwikkelingen zijn de volgende aanvullende middelen per thema opgenomen: bedragen * € 1.000
Aanvullende middelen thema
2022
2023
2024
2025
Bestuurskrachtige gemeente Versterken van de leefbaarheid Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed Een veilig Meierijstad Werken aan bereikbaarheid en een veilige openbare ruimte Naar een inclusieve samenleving Samen sterk voor een gezonde lokale en regionale economie Samen gezond Juiste woningen op de juiste locatie op het juiste moment Meierijstad sportief in beweging Ruimtelijke ontwikkeling - op weg naar de omgevingswet Toeristische en recreatieve kansen Bijzonder 'Persoonlijke' dienstverlening Verbindend erfgoed en een rijk kunst en cultuurklimaat Duurzaam Meierijstad, nu en later Groenblauwe gebiedsontwikkelingen Meierijstad 2020-2027 Samen investeren in onderwijs en onderwijshuisvesting Financien (bestaand beleid) Totaal voorgestelde aanvullende middelen
140 10 470 100 4.320 765 40 0 80 75 0 210 665 160 15 0 50 -895 6.205
15 10 70 0 350 585 130 0 50 75 0 25 625 160 15 0 390 70 2.570
0 10 70 0 570 360 130 0 50 75 0 25 485 20 15 0 1.105 30 2.945
0 10 70 0 1.470 290 90 0 50 100 0 25 485 20 15 90 745 -465 2.995
In de voorgaande tabel is op de regel Financiën de financiële doorwerking opgenomen van enkele ontwikkelingen, waarvan de bestuurlijke keuze beperkt is. Dit zijn te lezen in de volgende tabel. bedragen * € 1.000 Financien (bestaand beleid) Bijdragen verbonden partijen Vervangingsinvesteringen Aframen gereserveerde middelen voor herverdeeleffecten Beheersysteem begraven Uitvoeringskosten Zorg in Natura Verhogen legesopbrengsten Hogere OZB opbrengsten i.v.m. areaaluitbreiding Indexering OZB 2025 (technische aanpassing) aanvullende middelen
2022
2023
2024
2025
140 40 -900 10 15 -200
140 120
140 160
140 170
10
10
10
-200
-200 -80
-895
70
30
-200 -160 -425 -465
29
We stellen voor de incidenteel gevraagde middelen te dekken door incidentele onttrekkingen uit de algemene risico-reserve en de bestemmingsreserve sociaal domein. Voorgestelde dekking
2022
2023
2024
2025
Algemene risicoreserve Bestemmingsreserve sociaal domein Huuropbrengsten Begraafplaatsrechten Al opgenomen in cijfers begroting 2021-2024 Totaal voorgestelde dekkingen
5.765 600 0 10
630 420 35 10
570 230 35 10
6.375
1.095
845
110 160 35 10 90 405
Na verwerking van de financiële vertaling van de voorgestelde beleidsontwikkelingen is het financieel meerjarenbeeld als volgt: bedragen * € 1.000
Financieel meerjarenbeeld na kadernota
2022
2023
2024
2025
Start kadernota 2022 Voorgestelde aanvullende middelen Voorgestelde dekkingen Geraamd resultaat na kadernota 2022
10 -6.205 6.375 180
73 -2.570 1.095 -1.402
-79 -2.945 845 -2.179
117 -2.995 405 -2.473
Zoals in het eerste deel van deze kadernota is aangegeven zijn er veel onzekerheden over de inkomsten van het Rijk. In onderstaande tabel is aangeven wat het advies was van de werkgroep 100.000+ gemeenten en hoe wij de onzekerheden verwerkt hebben in het financieel meerjarenbeeld van deze kadernota 2022. Advies Accres 2022 – septembercirculaire aanhouden Herijking gemeentefonds: geen herverdeeleffecten meenemen in de begroting 2022
Loon-prijsontwikkeling – uit het CEP overnemen
Hoe verwerkt in kadernota 2022 Cijfers uit de meicirculaire 2020, er was geen nieuwe reeks beschikbaar in de septembercirculaire 2020. Geen herverdeeleffecten meegenomen. De structurele stelpost van € 900.000 uit de begroting 2021 ter dekking van herverdeeleffecten is gehandhaafd voor 2023 e.v. omdat wij een nadeelgemeente zijn. De negatieve herverdeeleffecten uit de eerste publicatie zijn € 3,5 miljoen structureel vanaf 2023. Hiervoor wordt een ingroeipad bepaald, zodat er op basis van de eerste publicatie een netto nadeel overblijft van: € 1,2 miljoen (2023), € 2,4 miljoen (2024) en € 3,5 miljoen (2025 en volgende jaren). De genoemde stelpost van € 900.000 is ter dekking hiervan nog beschikbaar. Dit is ook het financieel technisch uitgangpunt voor onze begroting.
30
Advies Opschalingskorting conform huidige ramingen door laten lopen, dan kan extra bate m.b.t. jeugdzorg ingeboekt worden. Jeugdzorg: begroten o.b.v. zwaarwegend advies, is uiterlijk 1 mei bekend. Tot die tijd m.i.v. 2022 ramen: 1. max. 50% van 1,5 miljard structureel 2. Alternatief: structureel ramen van de 300 miljoen, die nu incidenteel is uitgekeerd.
Hoe verwerkt in kadernota 2022 De huidige ramingen zijn gehandhaafd.
Beschermd wonen: getallen volgen die via de herijking WLZ uitname bekend zijn per gemeente. Abonnementstarief WMO – geen extra bate ramen. De lasten ramen vanuit je eigen (volume)ontwikkeling Klimaatakkoord: alleen de feitelijke bijdrage van het rijk opnemen. Indien nodig incidentele budgetten met incidentele dekking. Wet Kwaliteitsborging Bouw: geen structureel voordeel of nadeel opnemen. Eventueel incidenteel voor 2022 bedrag opnemen voor transitiekosten en om wettelijke taken uit te voeren. Omgevingswet: alleen incidentele lasten van de transitie opnemen. Geen rekening houden met structurele effecten.
Dit is niet opgenomen in onze begroting, omdat beschermd wonen via de centrumgemeente Den Bosch loopt. Hiervoor zijn geen extra bate begroot. De lasten worden reëel geraamd op basis van de eigen ontwikkeling. Geen budgetten opgenomen.
De begrotingscirculaire 2021 van de provincie is gevolgd. Deze gaat uit van het alternatief (2) van het advies. In de cijfers is € 1,3 miljoen als extra inkomsten jeugdzorg geraamd. Dit was al in onze meerjarenraming opgenomen, zodat dit in de kadernota niet zichtbaar is.
Niet financieel vertaald.
Geen extra middelen voorgesteld.
RISICO’S, RESERVES EN WEERSTANDSVERMOGEN In het onderdeel ontwikkelingen vanuit het Rijk / Provincie is aangegeven dat we bij deze kadernota te maken hebben met onzekerheden over onze inkomsten. Naast deze onzekerheden hebben we altijd te maken met risico’s, dit zijn mogelijke gebeurtenissen die het inhoudelijk en financieel resultaat beïnvloeden. In het kader van risicomanagement, zoals vastgelegd in de nota weerstandsvermogen, inventariseren we deze risico’s en kijken we welke maatregelen we kunnen nemen om deze gebeurtenissen te voorkomen of de invloed er van te beperken. In de jaarrekening en de begroting is dit opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Voor de kadernota hebben we geen nieuwe inventarisatie van de risico’s gedaan. We doen dit weer bij de begroting. In algemene zin kunnen we zeggen dat de risico’s zoals die zijn opgenomen in de begroting 2021 en de jaarrekening 2020 nog steeds van kracht zijn. Concreet willen we hier noemen: risico op overschrijdingen in het sociaal domein
31
door stijgende aantallen cliënten, risico hogere kosten onderwijshuisvesting als gevolg van een nieuw huisvestingsplan, de risico’s van de grondexploitaties en het risico lagere leges opbrengsten als gevolg van de invoering van de omgevingswet. Voor de begroting 2022 gaan we kijken of de waardering van alle bekende risico’s, de omvang en de kans dat ze optreden, nog klopt met de situatie van nu. We gaan ook kijken of er nieuwe risico’s zijn. We denken daarbij, op basis van signalen in de buitenwereld, onder meer aan stijgende kosten voor de bouw en stijgende kosten voor grondstoffen als gevolg van de pandemie. Op basis van de jaarrekening stellen we vast dat er op dit moment voldoende middelen beschikbaar zijn om de bekende risico’s af te dekken. Er is daarnaast ook nog ruimte voor het opvangen van incidentele extra activiteiten of incidentele overschrijdingen / tekorten. Om meer inzicht te geven in de reserve positie geven wij hier het verloop van de algemene risicoreserve en de bestemmingsreserve sociaal domein weer. In het verloop van deze reserves is rekening gehouden met de voorstellen uit deze kadernota.
bedragen * € 1.000 Bedragen x € 1.000,- per 1 januari Verwachte stand algemene risicoreserve Toevoegingen Resultaat jaarrekening 2020 Raadsbesluit Petrus en Paulus school (2020) Gefaseerd vrijmaken reserve kapitaallasten (besluit Mijlpalen van Meierijstad) Onttrekkingen Besluitvorming raad t/m 2020 Jaarrekening 2020 (overboeking eenmalige budgetten 2020 naar 2021) Begroting 2021 1e berap 2021 Voorstellen kadernota 2022 Verwachte stand algemene risicoreser per 31-12
2021 55.940
2022 58.185
2023 54.975
2024 57.380
2025 59.930
3.500
3.500
3.500
3.500
3.500
-2.295
-580
-350
-340
-340
-5.320 -1.790 -195
-465
-115
-40
-5.665
-630
-570
-110
54.975
57.380
59.930
62.980
8.180 165
58.185
bedragen * € 1.000 Bedragen per 1 januari Verwachte stand bestemmingsreserve sociaal domein Onttrekkingen Raadsbesluiten t/m 2020 Raadsbesluit regiesysteem Jaarrekening 2020 (overboeking eenmalige budgetten 2020 naar 2021) Begroting 2021 1e berap 2021 Voorstellen kadernota 2022 Verwachte stand per 31-12
2021
2022
2023
2024
2025
10.235
7.320
5.425
4.785
4.510
-270
-155 -220
-45
405
-600
-420
-230
-1.060
5.425
4.785
4.510
3.855
-140
-1.620 -1.025
7.320
-1.000
32
FINANCIËLE VERTALING VAN KADERNOTA NAAR PROGRAMMABEGROTING Voor het samenstellen van deze kadernota zijn de (financiële) uitgangspunten gevolgd, zoals u deze ontvangen heeft in februari 2021 bij de raadsinformatiebrief over de programmaverantwoording 2020. Bij de programmabegroting presenteren we cijfers van bestaand beleid en middelen nodig voor de ontwikkelambities. Deze tweedeling is bij deze kadernota niet gemaakt. De ontwikkelingen van bestaand beleid nemen we op in de begrotingscijfers. Hierbij is nauwelijks bestuurlijke keuzevrijheid. Dit zijn onder andere de ontwikkelingen die zijn opgenomen in de tabel Financiën – bestaand beleid in het onderdeel financieel meerjarenbeeld. De ontwikkelingen met grote bestuurlijke keuzevrijheid komen bij de programmabegroting in het onderdeel ontwikkelambities bij de begrotingsprogramma’s. Dit zijn onder andere de ontwikkelingen die in deze kadernota zijn opgenomen bij het onderdeel Beleidsontwikkelingen. Over de ontwikkelambities neemt u een besluit bij de begrotingsbehandeling in november. De volledige (financieel) technische uitgangspunten is opgenomen als bijlage 1 bij deze kadernota. Er is duidelijk is aangegeven als er een aanvulling heeft plaatsgevonden op de uitgangspunten zoals u deze eerder heeft ontvangen. Deze technische uitgangspunten vormen de basis voor het samenstellen van de programmabegroting 2022.
De belangrijkste uitgangspunten zijn: -
-
-
-
Raming van lasten en baten vindt plaats op basis van het bestaande beleid, inclusief de besluiten die de raad tot en met juli 2021 neemt. De voorgestelde aanvullende middelen bij de thema’s van de kadernota 2022 nemen we op onder Ontwikkelambities. Voor het ramen van de algemene uitkering is de meicirculaire 2021 het uitgangspunt. De raming van het bedrag voor prijsstijging (1,4% voor 2022) reserveren we op één verzamelbudget binnen het programma 0 onder “overige baten en lasten”. De loonkosten van het gemeentelijk personeel berekenen we op basis van de formatie per 1 mei 2021. De huidige CAO liep tot 1-1-2021. We nemen als basis voor de raming 2022 de loonvoet sector overheid (voor 2022 is dit 1,5%). De loonkosten ramen we op basis van het maximum van de salarisschaal. Voor de OZB ramen we voor 2022 t/m 2025 elk jaar de jaarlijkse indexering van 2%. Jaarlijks ramen we een bedrag voor onvoorziene uitgaven van € 250.000. Het huidig grondbeleid is situationeel. Het streven is dat alle grondexploitaties samen minimaal kostendekkend worden uitgevoerd en ieder jaar kijken we welke grondexploitaties we kunnen afsluiten. Vervangingsinvesteringen worden opnieuw aangevraagd als investering. Voor 2022 heeft actualisatie plaatsgevonden en is onderdeel van de integrale afweging bij de kadernota 2022 (zie bijlage 2). De vervangingsinvesteringen nemen we op in de begrotingscijfers 2022.
33
-
De bijdragen voor verbonden partijen zijn gebaseerd op de kadernota’s en/of begrotingen 2022 van de verbonden partijen. Het aantal subsidies en de samenstelling wordt gebaseerd op het desbetreffende subsidiebeleid. Voor de indexeringen wordt de algemene subsidieverordening Meierijstad nageleefd.
BIJLAGEN 1. (Financieel) technische uitgangspunten begroting 2022-2025 2. Meerjaren InvesteringsPlan 2022-2025
34