i Concept-BP Vlas en Graan - Stadhuisplein
Tekst van het document
5.3 Toelichting op de bestemmingen Hier wordt per bestemming een korte toelichting gegeven ter verduidelijking van de regels. Groen De gronden aan de zuid- en westkant van het zwembad krijgen/behouden de bestemming ‘Groen’. Deze gronden liggen tussen het zwembad en de Aa, gedeeltelijk binnen een ecologische verbindingszone. Voor deze gronden is een groene en hoofdzakelijk onbebouwde inrichting beoogd. De bestemming ‘Groen’ is daarom het meest passend.
Hoofdstuk 5
53
De gronden zijn bestemd voor onder meer groenvoorzieningen, beplanting, paden, speelvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Incidenteel kunnen op deze gronden parkeervoorzieningen gerealiseerd worden ter plaatse van de functieaanduiding ‘parkeerterrein’. Er zijn binnen de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan, alsmede kleinschalige nutsvoorzieningen. Sport Het nieuwe zwembad is bestemd als ‘Sport’ met de nadere functieaanduiding ‘zwembad’. Binnen deze bestemming zijn sportvoorzieningen in de vorm van een binnenzwembad toegestaan, alsmede bijbehorende functies, zoals een kantine ten dienste van de bestemming, sanitaire voorzieningen, opslagen kleedruimten, etc. De bestemming betreft tevens een bouwvlak. Binnen het bouwvlak mogen gebouwen worden gebouwd; het mag volledig worden bebouwd. De maximale goot- en bouwhoogten zijn op de verbeelding aangegeven. Een lessenaarsdak, met een hogere goot aan de zijde van het Stadhuisplein (uitsluitend aan de naar de oostzijde gekeerde gevel binnen het bouwvlak), is toegestaan. Daarnaast zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Verkeer Aan de oostkant van het plangebied is de bestemming ‘Verkeer’ opgenomen. Dit betreft de gronden aansluitend op de bestaande infrastructuur en het gebied waar de entree van het zwembad is voorzien.
De gronden zijn bestemd voor onder meer wegen, paden, parkeervoorzieningen, verblijfsvoorzieningen, groen en water. Binnen de bestemming zijn nutsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. In de bouwregels zijn de maximale hoogten aangegeven. Water Een gedeelte van de Aa is opgenomen in het plangebied. Hier is een brug voorzien, die het plangebied verbindt met de groene zone westelijk van de Aa. Met dit bestemmingsplan wordt deze brug mogelijk gemaakt. De aanduiding ‘brug’ is hiertoe opgenomen op de verbeelding. De regels van deze bestemming komen voor het overige overeen met de huidige bestemming ter plaatse. Waarde – Archeologie (dubbelbestemming) In het kader van deze bestemmingsplanherziening is een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat er voor (bouw)werkzaamheden tot een diepte van 1,80 meter geen belemmeringen bestaan. Indien dieper wordt gegraven, is nader onderzoek nodig. Middels de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ is dit geborgd. Waarde – Ecologie Aan de westkant van het plangebied ligt een ecologische verbindingszone. Hier is een ecologische verbindingszone/ader met natte gebieden voorzien. De betreffende gronden hebben de bestemming
Hoofdstuk 5
54
‘Waarde – Ecologie’ gekregen. Hierin zijn beperkingen aan het bouwen en uitvoeren van bepaalde categorieën van werkzaamheden gesteld ter waarborging van de belangen van de ecologische verbindingszone. Waterstaat – Behoud en herstel watersystemen Deze dubbelbestemming is opgenomen ter waarborging van de in provinciale Interim Omgevingsverordening opgenomen zone ‘behoud en herstel van watersystemen’. De begrenzing volgt deze aanduiding, met uitzondering van het bouwvlak. De betreffende gronden zijn mede bestemd voor het behoud en herstel van watersystemen. Er zijn beperkingen aan het bebouwen van de gronden gesteld. Ook is een omgevingsvergunningstelsel voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden van toepassing.
Hoofdstuk 5
55
6.
UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid De gemeente is zelf initiatiefnemer. In de gemeentelijke begroting is rekening gehouden met de nieuwbouw van het zwembad. De gemeente neemt daarin de kosten van de nieuwbouw voor haar rekening. De economische uitvoerbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond. De gemeenteraad van Meierijstad heeft op 25 juni 2020 een besluit genomen over het krediet van ruim twintig miljoen euro voor de bouw van de nieuwe zwembaden in Sint-Oedenrode en Veghel.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Er zijn wettelijke eisen met betrekking tot de voorbereiding en totstandkoming van een bestemmingsplan. Artikel 3.8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan de in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) van toepassing is. Dit houdt in dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dientengevolge zijn de volgende stappen te onderscheiden: Vooroverleg; Inspraak; Vaststellingsprocedure. 6.2.1 Vooroverleg Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan worden geïnformeerd. Te zijner tijd zullen de uitkomsten van het vooroverleg en de consequenties voor het bestemmingsplan worden beschreven in deze paragraaf.
6.2.2 Inspraak De Wro zelf bevat geen bepalingen omtrent inspraak. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In
Hoofdstuk 6
56
relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze en aan wie de mogelijkheid wordt geboden hun mening kenbaar te maken. 6.2.3 Vaststellingsprocedure bestemmingsplan De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan zal plaatsvinden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Als onderdeel van de procedure wordt het ontwerpbestemmingsplan gedurende een termijn van 6 weken ter inzage gelegd voor zienswijze.
Hoofdstuk 6
57
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Visiekaart Bijlage 2: Regiekaart planologische kaders Bijlage 3: Archeologisch onderzoek Bijlage 4: Quickscan Flora en Fauna Bijlage 5: Eindrapportage veldinventarisatie vleermuizen Bijlage 6: Waterparagraaf Bijlage 7: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 8: Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 9: Parkeerbalans Bijlage 10: Aanmeldingsnotitie m.e.r.
Inhoudsopgave Regels
5
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
6
Artikel 1
Begrippen
6
Artikel 2
Wijze van meten
11
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
12
Artikel 3
Groen
12
Artikel 4
Sport
13
Artikel 5
Verkeer
15
Artikel 6
Water
17
Artikel 7
Waarde - Archeologie
19
Artikel 8
Waarde - Ecologie
21
Artikel 9
Waterstaat - Behoud en herstel w atersystemen
23
Hoofdstuk 3
Algemene regels
25
Artikel 10
Anti-dubbeltelregel
25
Artikel 11
Algemene bouw regels
26
Artikel 12
Algemene gebruiksregels
27
Artikel 13
Algemene afw ijkingsregels
28
Artikel 14
Algemene w ijzigingsregels
29
Artikel 15
Overige regels
30
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
31
Artikel 16
Overgangsrecht
31
Artikel 17
Slotregel
32
NL.IMRO.1948.VHL001BP0022021P-ON01
Pagina: 3 van 32
Datum:05-07-2021
Regels
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan 'Vlas en Graan - Stadhuisplein, deelgebied 1' met identificatienummer NL.IMRO.1948.VHL001BP0022021P-ON01 van de gemeente Meierijstad; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar -ingevolge de regels- regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 afvalcontainer een container voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van de Wet milieubeheer; 1.6 bebouwing een of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.7 begane grondvloer de bouwlaag van een gebouw, welke rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau; 1.8 bestaande bebouwing bebouwing die op het tijdstip van eerste terinzagelegging van het ontwerp van dit plan bestaat of in uitvoering is, danwel na dat tijdstip is of mag worden gebouwd krachtens een bouwvergunning, waarbij de bouwaanvraag voor dat tijdstip is ingediend; 1.9 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.10 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.11 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.12
bouwgrens de grens van een bouwvlak;
NL.IMRO.1948.VHL001BP0022021P-ON01
Pagina: 6 van 32
Datum:05-07-2021
1.13 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van een dakterras, onderbouw en zolder; 1.14 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.15 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel; voorste bouwperceelsgrens: de grens van een bouwperceel gelegen aan een weg waaraan wordt gebouwd, tenzij door burgemeester en wethouders een andere perceelsgrens als zodanig wordt aangewezen; zijdelingse bouwperceelsgrens: de grens van een bouwperceel die loodrecht of nagenoeg loodrecht staat op de voorste bouwperceelsgrens; achterste bouwperceelsgrens: de meest van de weg af gelegen bouwperceelsgrens, evenwijdig of nagenoeg evenwijdig aan de voorste bouwperceelsgrens; 1.16 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.17 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de aarde; 1.18 dak elke bovenbeëindiging van een gebouw; 1.19 dakkapel een ondergeschikte toevoeging aan een dakvlak, vooral bedoeld om de lichttoevoer te
verbeteren en het bruikbaar woonoppervlak te vergroten; 1.20 eerste bouwlaag de bouwlaag op de begane grond; 1.21 entree een bouwwerk ten behoeve van de toegang tot een gebouw; 1.22 erf al dan niet omheind stuk grond dat in ruimtelijk opzicht direct behoort bij, in functioneel opzicht ten dienste staat van, en in feitelijk opzicht direct aansluit aan een gebouw en dat blijkens kadastrale gegevens behoort tot het perceel waarop dat gebouw is geplaatst;
NL.IMRO.1948.VHL001BP0022021P-ON01
Pagina: 7 van 32
Datum:05-07-2021
1.23 erotisch getinte vermaaksfunctie een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; 1.24 escortbedrijf de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersonen die bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte kan worden uitgeoefend; 1.25 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.26 kantine een verblijflokaal als ondergeschikt onderdeel van een gebouw waar tegen vergoeding dranken worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie worden bereid en verstrekt; 1.27 ondergeschikt bouwdeel een buiten de gevel of dakvlakken uitstekend ondergeschikt deel van een bouwwerk met uitzondering van een uitgebouwd gedeelte van een gebouw dat dient ter uitbreiding van het oppervlak (zie artikel 11.1); 1.28 ondergronds bouwwerk een (gedeelte van een) bouwwerk, waarvan de vloer is gelegen op minimaal 1,75 m¹ onder peil; 1.29 ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die onder peil plaatsvinden; 1.30 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam
met de aarde is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de aarde; 1.31 parkeergelegenheid/parkeervoorzieningen elke stallingsgelegenheid op zowel openbaar als particulier terrein ten behoeve van een motorvoertuig op méér dan twee wielen; 1.32 parkeren het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen; 1.33 peil voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil); in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte
NL.IMRO.1948.VHL001BP0022021P-ON01
Pagina: 8 van 32
Datum:05-07-2021
maaiveld; 1.34 perceel kadastraal perceel; 1.35 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.36 recreatief medegebruik een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan; 1.37 seksinrichting de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch / pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.38 seksuele dienstverlening een bedrijfsmatige activiteit gericht op het verrichten van seksuele handelingen en/of het (doen) plaatsvinden van erotisch / pornografische vertoningen; 1.39 straatmeubilair de op of bij de weg behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals, verkeerstekens, wegbebakeningen, bewegwijzeringen, verlichting, halte-aanduidingen, parkeer-regulerende constructies, brandkranen informatie- en reclameconstructies, rijwielstandaards, papierbakken, zitbanken, plantenbakken, communicatievoorzieningen, gedenktekens, speelvoorzieningen, telefooncellen en abri's; 1.40 voorziening
van algemeen nut voorziening ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer; 1.41 waterhuishoudkundige voorzieningen voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit; 1.42 weg alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; 1.43 werk grondwerk, wegenbouwkundig werk, waterbouwkundig werk of bouwwerk; 1.44 werken alle door menselijk toedoen ontstane of te maken constructies of inrichtingen met toebehoren;
NL.IMRO.1948.VHL001BP0022021P-ON01
Pagina: 9 van 32
Datum:05-07-2021
1.45 wet/wettelijke regelingen indien en voorzover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald;
NL.IMRO.1948.VHL001BP0022021P-ON01
Pagina: 10 van 32
Datum:05-07-2021
Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.2 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van onderschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.5 ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend;
NL.IMRO.1948.VHL001BP0022021P-ON01
Pagina: 11 van 32
Datum:05-07-2021
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Groen
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. gazons, bermen en beplanting; c. paden; d. speelvoorzieningen; e. evenementen; f. waterlopen en waterpartijen; g. waterhuishoudkundige voorzieningen; h. ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein', tevens voor maximaal 25 parkeerplaatsen; met de daarbij behorende: i. voorzieningen van algemeen nut. 3.2
Bouwregels
3.2.1 Algemeen Op of in de in 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd. 3.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut zijn toegestaan; b. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 15 m²; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 m¹. 3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van verlichtingsarmaturen en vlaggenmasten mag niet meer dan 8 m¹ bedragen; b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m¹; c. de hoogte van de andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 m¹ bedragen.
3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. de verkeersveiligheid; b. de sociale veiligheid; c. samenhangend straat- en bebouwingsbeeld.
NL.IMRO.1948.VHL001BP0022021P-ON01
Pagina: 12 van 32
Datum:05-07-2021
Artikel 4
Sport
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. sportvoorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'zwembad', uitsluitend in de vorm van een binnenzwembad, met daaraan ondergeschikt een kantine ten dienste van het bedoelde gebruik; met de daarbij behorende: b. sanitaire voorzieningen; c. opslagruimte; d. kleedruimten; e. terrasvoorzieningen; f. wegen en paden; g. parkeervoorzieningen; h. waterlopen en waterpartijen; i. waterhuishoudkundige voorzieningen; j. groenvoorzieningen; k. voorzieningen van algemeen nut; l. evenementen. 4.2
Bouwregels
4.2.1 Algemeen Op of in de in 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd. 4.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; c. de goothoogte van gebouwen binnen het bouwvlak mag niet meer bedragen dan is aangegeven op de verbeelding. Indien een gebouw wordt uitgevoerd met een lessenaarsdak, dan mag de aangegeven maximale goothoogte van de gevel gericht naar de oostzijde met maximaal 3,5 m¹ worden verhoogd; d. de bouwhoogte van gebouwen binnen het bouwvlak mag niet meer bedragen dan is aangegeven op de verbeelding. 4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m¹ bedragen; b. de hoogte van verlichtingsarmaturen en vlaggenmasten mag niet meer dan 8 m¹ bedragen; c. de hoogte van de andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 m¹ bedragen. 4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van:
NL.IMRO.1948.VHL001BP0022021P-ON01
Pagina: 13 van 32
Datum:05-07-2021
a. b. c. d. e. f. g.
een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de kantine; de situering van en het aantal parkeervoorzieningen op eigen terrein; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
NL.IMRO.1948.VHL001BP0022021P-ON01
Pagina: 14 van 32
Datum:05-07-2021
Artikel 5
Verkeer
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen; b. paden; c. straatmeubilair; d. (gebouwde) parkeervoorzieningen; e. verblijfsvoorzieningen; f. geluidwerende voorzieningen; g. groenvoorzieningen; h. waterlopen en waterpartijen; i. waterhuishoudkundige voorzieningen; j. speelvoorzieningen; k. voorzieningen van algemeen nut; l. evenementen. 5.2
Bouwregels
5.2.1 Algemeen Op of in de in 5.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd. 5.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut zijn toegestaan; b. de oppervlakte mag niet meer dan 15 m² bedragen; c. de hoogte mag niet meer dan 3,5 m¹ bedragen.
5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van verlichtingsarmaturen, vlaggenmasten, kunstobjecten, bewegwijzering en bouwwerken voor de verkeersregulering mag niet meer bedragen dan 8 m¹; b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m¹; c. de hoogte van een luifel ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - luifel' mag niet meer bedragen dan 4 m¹; d. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 6 m¹. 5.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. de sociale veiligheid; d. de milieusituatie; e. de situering van en het aantal parkeervoorzieningen op eigen terrein;
NL.IMRO.1948.VHL001BP0022021P-ON01
Pagina: 15 van 32
Datum:05-07-2021
f.
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
NL.IMRO.1948.VHL001BP0022021P-ON01
Pagina: 16 van 32
Datum:05-07-2021
Artikel 6 6.1
Water
Bestemmingsomschrijving
6.1.1 Algemeen De voor 'water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder watergangen en waterberging; b. ter plaatse van de aanduiding 'brug', voor een brug; met de daarbij behorende: c. taluds, bermen, oevers, beschoeiingen en onderhoudspaden; d. voorzieningen van algemeen nut; e. tuinen en erven; f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder kunstwerken, kademuren, bruggen, steigers, dammen en/of duikers. 6.1.2 Keur waterschap Oppervlaktewateren vallen onder de Keur van het Waterschap. Op grond van de Keur oppervlaktewateren, welke van toepassing is op de legger- en schouwwatergangen, geldt een keurzone van 5 m¹ respectievelijk 1 m¹ uit de insteek van de watergang. Op deze gronden is de Keur van het Waterschap van toepassing. 6.2 Bouwregels a. Op of in de in 6.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd waarvan de hoogte niet meer mag bedragen dan 3 m¹, met uitzondering van het bepaalde in sub b; b. de hoogte van bruggen ter plaatse van de aanduiding 'brug' mag niet meer bedragen dan 5 m¹.
6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1 Verbod Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren als bedoeld in 6.1: a. het dempen van oppervlaktewater; b. het vergraven van oevers; c. het verleggen van water. 6.3.2 Toelaatbaarheid De werken en werkzaamheden als bedoeld in 6.3.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de gevolgen daarvan, hetzij direct, hetzij indirect geen onevenredige aantasting ontstaat of kan ontstaan van de belangen van de in 6.1 genoemde voorzieningen. 6.3.3 Uitzondering Het in 6.3.1 opgenomen verbod geldt niet voor: a. werken en werkzaamheden binnen het kader van het op de bestemming van die gronden gerichte normale onderhoud en beheer, dan wel die welke voortvloeien uit het normale gebruik
NL.IMRO.1948.VHL001BP0022021P-ON01
Pagina: 17 van 32
Datum:05-07-2021
overeenkomstig de bestemming; b. werken en werkzaamheden, die op tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt, in uitvoering zijn; c. werken en werkzaamheden, die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; d. werken en werkzaamheden ter plaatse van waterhuishoudkundige elementen en structuren waarop de Keur van het Waterschap van toepassing is.
NL.IMRO.1948.VHL001BP0022021P-ON01
Pagina: 18 van 32
Datum:05-07-2021
Artikel 7
Waarde - Archeologie
7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn primair bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 7.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; b. het bepaalde in dit lid onder a.1 en a.2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2.
een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 100 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden niet dieper dan 1,0 m¹ en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.3.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 30 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het verdiepen en afgraven van de zeebodem; c. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; d. het verlagen of verhogen van het waterpeil; e. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; f. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het graven, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren dieper dan 1,80 m¹ onder het bestaande maaiveld.
NL.IMRO.1948.VHL001BP0022021P-ON01
Pagina: 19 van 32
Datum:05-07-2021
7.3.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 7.3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. werken en/of werkzaamheden die normaal beheer en onderhoud betreffen; b. werken en/of werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen of omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden of ontgrondingsvergunning; c. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 100 m²; d. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; e. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.
7.3.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 7.3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de activiteiten door een archeologische deskundige.
7.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.
NL.IMRO.1948.VHL001BP0022021P-ON01
Pagina: 20 van 32
Datum:05-07-2021
Artikel 8
Waarde - Ecologie
8.1 Bestemmingsomschrijving De als ‘Waarde - Ecologie' aangeduide gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en bescherming van een ecologische verbindingszone, zijnde een ecologische ader met natte gebieden. 8.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde in de voorgaande artikelen mag op de in artikel 8.1 bedoelde gronden niet worden gebouwd. 8.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2 voor de bouw van andere bouwwerken ten dienste van de doeleinden als bedoeld in 8.1, indien geen onevenredige aantasting ontstaat of kan ontstaan van de belangen van de ecologische verbindingszone. 8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1 Verbod Op de gronden als bedoeld als bedoeld in artikel 8.1 is het verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen b. het uitvoeren van graafwerkzaamheden; c. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het anderszins indringen van voorwerpen; d. het aanbrengen van diepwortelende beplanting of bomen; e.
het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; f. het vellen of rooien van houtgewas g. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten van meer dan 100 m², anders dan een bouwwerk; h. het ophogen van gronden; i. bebouwing ten behoeve van stedelijke, agrarische en recreatieve ontwikkelingen.
8.4.2 Uitzonderingen Het in verbod zoals opgenomen in artikel 8.4.1 geldt niet voor: a. werken en werkzaamheden van ondergeschikte betekenis dan wel die behoren tot het op de bestemming van de gronden gerichte normale onderhoud en beheer; b. werken en werkzaamheden, die op tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt, in uitvoering zijn; c. werken en werkzaamheden, die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
NL.IMRO.1948.VHL001BP0022021P-ON01
Pagina: 21 van 32
Datum:05-07-2021
8.4.3 Toelaatbaarheid De werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 8.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de belangen van de ecologische verbindingszone ontstaat of kan ontstaan en dat bij toepassing van de regels het Waterschap wordt gehoord.
NL.IMRO.1948.VHL001BP0022021P-ON01
Pagina: 22 van 32
Datum:05-07-2021
Artikel 9
Waterstaat - Behoud en herstel watersystemen
9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Behoud en herstel watersystemen' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en herstel van watersystemen.
9.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde in de voorgaande artikelen mag op de in artikel 9.1 bedoelde gronden niet worden gebouwd. 9.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.2 voor de bouw van andere bouwwerken ten dienste van de doeleinden conform de overige bestemming(en), indien geen onevenredige aantasting ontstaat of kan ontstaan van de belangen van de in artikel 9.1 bedoelde watersystemen. 9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.4.1 Verbod Op de gronden als bedoeld als bedoeld in artikel 9.1 is het verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten van meer dan 100 m²; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het anderszins indringen van voorwerpen; c. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; d. het ophogen van gronden.
9.4.2 Uitzonderingen Het in verbod zoals opgenomen in artikel 9.4.1 geldt niet voor: a. werken en werkzaamheden van ondergeschikte betekenis dan wel die behoren tot het op de bestemming van de gronden gerichte normale onderhoud en beheer; b. werken en werkzaamheden, die op tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt, in uitvoering zijn; c. werken en werkzaamheden, die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
9.4.3 Toelaatbaarheid De werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 9.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de belangen van de watersystemen ontstaat of kan ontstaan en dat bij toepassing van de regels het Waterschap wordt gehoord.
NL.IMRO.1948.VHL001BP0022021P-ON01
Pagina: 23 van 32
Datum:05-07-2021
NL.IMRO.1948.VHL001BP0022021P-ON01
Pagina: 24 van 32
Datum:05-07-2021
Hoofdstuk 3
Algemene regels
Artikel 10 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
NL.IMRO.1948.VHL001BP0022021P-ON01
Pagina: 25 van 32
Datum:05-07-2021
Artikel 11
Algemene bouwregels
11.1 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel-, goot- en kroonlijsten, luifels, erkers, entrees, stoeptreden, dorpels, dakkapellen, balkons en overstekende daken en soortgelijke bouwdelen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwhoogten, bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 2 m¹ bedraagt. 11.2
Ondergronds bouwen
11.2.1 Algemene bepaling Voor het een ondergronds werk, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 11.2.2 Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende bepalingen: a. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4 m¹ onder peil; b. ondergrondse bouwwerken zijn niet toegestaan binnen de bestemmingen Bos, Groen en Natuur (optie: voor zover voorkomend). 11.2.3 Afwijken Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.2.2 sub a voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 m¹ onder peil onder de voorwaarden dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden.
NL.IMRO.1948.VHL001BP0022021P-ON01
Pagina: 26 van 32
Datum:05-07-2021
Artikel 12
Algemene gebruiksregels
12.1 Verbod Het is verboden de gronden en bouwwerken in strijd met de bestemming of in strijd met een gebruik waarvoor ingevolge de bepalingen van dit plan een omgevingsvergunnning is verleend te (doen of te laten) gebruiken. 12.2 Strijdig gebruik onbebouwde gronden Onder een strijdig gebruik, als bedoeld in 12.1, wordt in ieder geval verstaan een gebruik van de onbebouwde gronden als: a. opslagplaats voor vaten, kisten, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe bouwmaterialen, afval, puin, grind en brandstoffen; b. uitstallings- of opslagplaats voor al dan niet voor gebruik geschikte voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; c. uitstallings- of opslagplaats dan wel staan- of ligplaats voor onderkomens. 12.3 Strijdig gebruik Onder een strijdig gebruik als bedoeld in 12.1 wordt in ieder geval verstaan (een): a. gebruik van woningen voor enige vorm van detailhandel en/of horeca; b. gebruik van bouwwerken ten behoeve van een bedrijf aan huis; c. gebruik van een bijbehorend bouwwerk of een gedeelte van een hoofd- of bedrijfsgebouw of bijbehorend bouwwerk bij een (bedrijfs)woning als afhankelijke woonruimte (inwoning); d. gebruik van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen; e. prostitutie; f. het gebruik van een woning in strijd met het begrip woning.
12.4 Uitzondering Onder strijdig gebruik als bedoeld in 12.2 valt niet het opslaan van nieuwe bouwmaterialen en puin en andere bouwmaterialen op gronden waarop of waarin onderhouds-, herstel- of sloopwerkzaamheden worden uitgeoefend, mits deze zaken voor de uit te voeren werkzaamheden nodig zijn of van het bouwwerk dat hersteld of gesloopt wordt afkomstig zijn.
NL.IMRO.1948.VHL001BP0022021P-ON01
Pagina: 27 van 32
Datum:05-07-2021
Artikel 13
Algemene afwijkingsregels
13.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het volgende: a. de bestemmingsbepalingen, niet zijnde de bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; b. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; c. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 5 m¹; d. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 m¹; e.
het bepaalde ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)hoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, mits: 1. de oppervlakte van de verhoging niet meer dan 10 m² bedraagt; 2. de hoogte niet meer dan 1,25 maal de maximale (bouw)hoogte van het betreffende gebouw bedraagt; f. de bouw van niet voor bewoning bestemde bouwwerken voor voorzieningen van algemeen nut, zoals transformatorhuisjes, onderhoudsgebouwtjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwwerken, alsmede fietsenstallingen met uitzondering van verkooppunten van motorbrandstoffen, voor zover deze gebouwtjes geen grotere oppervlakte hebben dan 35 m² en geen grotere hoogte hebben dan 3,5 m¹.
NL.IMRO.1948.VHL001BP0022021P-ON01
Pagina: 28 van 32
Datum:05-07-2021
Artikel 14
Algemene wijzigingsregels
14.1 Algemeen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft; c. de overschrijdingen als bedoeld in sub a en b mogen echter niet meer dan 3 m¹ bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot.
NL.IMRO.1948.VHL001BP0022021P-ON01
Pagina: 29 van 32
Datum:05-07-2021
Artikel 15
Overige regels
15.1 Parkeren a. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw en/of voor het veranderen van de functie van een bouwperceel, dient voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein of op openbaar gebied aanwezig te zijn of gerealiseerd te worden, dan wel in stand te worden gehouden. b. Voor de in lid a genoemde voldoende parkeergelegenheid dienen de normen zoals bedoeld in de beleidsregel 'Nota Parkeernormen Meierijstad 2018' als vastgesteld op 18 december 2018, in acht genomen te worden. c. Indien deze beleidsregels en/of de bijlagen gedurende worden gewijzigd door het bevoegd gezag, dient rekening gehouden te worden met deze wijziging. De parkeernormen uit de beleidsregels en/of bijlagen zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag worden toegepast.
NL.IMRO.1948.VHL001BP0022021P-ON01
Pagina: 30 van 32
Datum:05-07-2021
Hoofdstuk 4 Artikel 16
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
16.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 16.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 16.3 Hardheidsclausule Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruiken in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan kan het bevoegd gezag ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht afwijken.
NL.IMRO.1948.VHL001BP0022021P-ON01
Pagina: 31 van 32
Datum:05-07-2021
Artikel 17 Slotregel Dit bestemmingsplan kan worden aangehaald onder de titel: bestemmingsplan 'Vlas en Graan - Stadhuisplein, deelgebied 1' van de gemeente Meierijstad.
NL.IMRO.1948.VHL001BP0022021P-ON01
Pagina: 32 van 32
Datum:05-07-2021
BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.bro.nl