i Concept-BP Vlas en Graan - Stadhuisplein
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Vlas en Graan - Stadhuisplein, deelgebied 1
Bezoekadres Stadhuisplein 1 5461 KN Veghel Postadres Postbus 10.001 5460 DA Veghel T: 14 0413 E: info@meierijstad.nl W: www.meierijstad.nl IBANnr: NL31 RABO 0171 5811 48
Toelichting Betreffende
Vlas en Graan - Stadhuisplein, deelgebied 1
Planstatus
ontwerp
Projectnummer
NL.IMRO.1948.VHL001BP0022021P-ON01
Datum
Bestemmingsplan Vlas en Graan – Stadhuisplein, deelgebied 1 Gemeente Meierijstad ontwerp
Rapportnummer:
P02912
IMRO-code:
NL.IMRO.1948.VHL001BP0022021P-ON01
Datum:
5 juli 2021
Opdrachtgever:
Gemeente Meierijstad
Projectteam BRO:
JR, MvDn, JvdA
Concept:
Voorjaar 2021
Ontwerp:
5 juli 2021
Vastgesteld: Bron foto kaft:
BRO
Beknopte inhoud:
BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl
Toelichting
Inhoudsopgave
pagina
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer
3 3 3 5 6
2. PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie 2.2 Ontwikkelingsvisie plangebied en omgeving 2.3 Beoogde ontwikkeling binnen plangebied
7 7 9 11
3. BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
14 14 17 21
4. MILIEUHYGIËNISCHE EN PLANOLOGISCHE ASPECTEN 4.1 M.e.r. – aanmeldingsnotitie 4.2 Archeologie en cultuurhistorie 4.3 Flora en fauna 4.4 Water 4.5 Bodem 4.6 (Ondergrondse) infrastructuur 4.7 Bedrijven en milieuzonering 4.8 Geurhinder 4.9 Akoestiek wegverkeerslawaai 4.10 Luchtkwaliteit 4.11 Externe veiligheid 4.12 Hoogspanningslijnen 4.13 Verkeer en parkeren
27 27 28 30 33 37 39 39 41 41 42 44 46 46
5. JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Inleiding 5.2 Systematiek van de regels
53 53 53
Inhoudsopgave
1
6. UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
56 56 56
6.2.1 Vooroverleg 6.2.2 Inspraak 6.2.3 Vaststellingsprocedure bestemmingsplan
56 56 57
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Visiekaart Bijlage 2: Regiekaart planologische kaders Bijlage 3: Archeologisch onderzoek Bijlage 4: Quickscan Flora en Fauna Bijlage 5: Eindrapportage veldinventarisatie vleermuizen Bijlage 6: Waterparagraaf Bijlage 7: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 8: Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 9: Parkeerbalans Bijlage 10: Aanmeldingsnotitie m.e.r.
Inhoudsopgave
2
1.
INLEIDING 1.1 Aanleiding Het overdekte zwembad in Veghel is versleten en aan vervanging toe. Ook de sporthal is verouderd en gaat plat. Het college van B&W van de gemeente Meierijstad heeft in december 2019 besloten het nieuwe zwembad in Veghel te gaan bouwen in het centrum. De locatie hiervoor betreft de ruimte tussen het huidige zwembad en het gemeentehuis in. Het is de bedoeling dat het huidige zwembad De Beemd, totdat de nieuwbouw gereed is, in gebruik blijft. De keuze voor de betreffende locatie is gemaakt omdat een zwembad nabij de huidige locatie de grootste meerwaarde oplevert voor het Veghelse centrum. Er is veel leegstand en de laatste jaren zijn er al veel voorzieningen uit het centrum verdwenen. Een zwembad geeft reuring en toeloop en dat is positief voor de levendigheid van het centrum. De bouwplannen gaan uit van een CO2-neutraal zwembad waarbij de laatste ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid worden verwerkt. Op de plek van de sporthal is in de toekomst een parkeerplaats en later mogelijk een parkeerdek voorzien bedoeld voor zowel bezoekers aan het centrum als voor werknemers van bedrijven, instellingen en winkels in het centrum van Veghel. Het westelijke deel van de zwembadlocatie is in beeld voor afrondende bebouwing tussen het nieuwe zwembad en Vlas en Graan voor verschillende stedelijke functies.
Voor de planontwikkelingen op de locatie van het huidige zwembad en de sporthal zal een separate planologische procedure doorlopen worden. Ter plaatse van de beoogde locatie van het nieuwe zwembad gelden, conform het vigerende bestemmingsplan ‘Centrumgebied Veghel’ vastgesteld door de voormalige gemeente Veghel op 18 april 2013, gedeeltelijk de bestemming ‘Verkeer’; ‘Cultuur en ontspanning’, ‘Groen’ en ‘Water’. Om te komen tot de beoogde situatie is een herziening van het vigerende bestemmingsplan noodzakelijk. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in een passende juridische en planologische regeling om de realisatie van het zwembad en parkeerterrein mogelijk te maken.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied aan het Stadhuisplein in het centrum van Veghel. Aan de westzijde van het plangebied grenst de Aa en het Julianapark. Ten oosten van het plangebied is het gemeentehuis van Meierijstad gelegen. De directe omgeving wordt gekenmerkt door appartementen en voorzieningen. Het reeds bestaande zwembad met sporthal bevindt zich iets ten noorden van het plangebied. Het zwembad en sporthal worden gesloopt en het zwembad wordt opnieuw gebouwd in het plangebied. In figuur 1.1 is de globale ligging van het plangebied weergegeven, voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan.
Hoofdstuk 1
3
Figuur 1.1: Globale ligging plangebied (bron: Google Maps)
Hoofdstuk 1
4
1.3 Vigerende bestemmingsplannen Het vigerend bestemmingsplan voor het plangebied is het bestemmingsplan ‘Centrumgebied Veghel’ vastgesteld door de voormalige gemeente Veghel op 18 april 2013. In figuur 1.2 is het plangebied rood omlijnd. Het plangebied heeft de bestemmingen ‘Cultuur en ontspanning’; ‘Verkeer’; ‘Sport’; ‘Groen’ en ‘Water’. De enkelbestemming ‘Cultuur en ontspanning’ heeft een bouwvlak met een maatvoering van maximum bouwhoogte 12 meter en de gebiedsaanduiding ‘wro-zone-wijzigingsgebied 7’. Voor het gehele plangebied geldt de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie’. In het westelijke gedeelte geldt de dubbelbestemming ‘Waarde-Ecologie’. Op grond van het geldende bestemmingsplan is de realisatie van het zwembad niet mogelijk. De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan. Voor de gewenste ontwikkeling is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Om de beoogde ontwikkelingen juridisch-planologisch mogelijk te maken, is onderhavig bestemmingsplan opgesteld.
Figuur 1.2: Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Centrumgebied Veghel’ (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Hoofdstuk 1
5
1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van het plan is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die van belang zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting op de planopzet gegeven. In het hoofdstuk komen de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.
Hoofdstuk 1
6
2.
PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie Een van de aanleidingen van het plan voor een nieuw zwembad ligt in het feit dat het huidige overdekte zwembad De Beemd dateert uit circa 1961, is versleten en aan vervanging toe is. Ook de naastgelegen sporthal is verouderd en gaat op termijn plat. Er zijn plannen om op de locatie van sporthal en zwembad nieuwe stedelijke functies te accommoderen (zie paragraaf 2.2). Wanneer de plannen hiervoor meer concreet zijn, zal hiervoor een separate planologische procedure doorlopen worden. Figuur 2.1 toont de huidige situatie van het zwembad gezien vanaf de noordzijde, Vlas en Graan.
Figuur 2.1 Huidige situatie zwembad De Beemd Veghel (bron: Google Streetview)
Het plangebied waar het nieuwe zwembad is geprojecteerd, is grotendeels braakliggend terrein. Op deze locatie stond het gebouw waarin onder meer theater De Blauwe Kei gehuisvest was en is – op de plek van de funderingen en kelder van het gebouw – een tijdelijke vijver aangelegd. Het gebied oostelijk van de voormalige Blauwe Kei heeft een openbare verblijfsfunctie. De inrichting hiervan is afgestemd op de situatie zoals deze was ten tijde van het theater De Blauwe Kei en daarmee lopen deze routes soms wat onlogisch. Er lopen langzaamverkeersroutes langs en door het plangebied. Het gaat hierbij om de vrij intensief gebruikte verbinding tussen het Julianapark en het Stadhuisplein (via een smalle fiets-/voetgangersbrug over de Aa) en de verbinding tussen Vlas en Graan en Stadhuisplein, westelijk langs het huidige zwembad.
Hoofdstuk 2
7
Figuur 2.2: situatie plangebied anno 2018, kijkend vanaf Stadhuisplein, zijde Aa-veste/stadhuis, (bron: Google Streetview)
Figuur 2.3: situatie plangebied anno 2021, kijkend vanaf Stadhuisplein, zijde Aa-veste/stadhuis (bron: BRO)
Het Stadhuisplein zelf is een van de belangrijkste entrees naar het Veghelse centrum, maar het gebied heeft een zwakke ruimtelijke kwaliteit, dankzij de grote bouwvolumes en ruim opgezette openbare ruimte met weinig uitstraling. Historische en landschappelijke kwaliteiten, zoals de Aa, zijn weinig zichtbaar. Met de sloop van de Blauwe Kei is de zichtbaarheid van de Aa verbeterd, er is een breder doorzicht gecreëerd van het Stadhuisplein naar het Julianapark.
Hoofdstuk 2
8
2.2 Ontwikkelingsvisie plangebied en omgeving Eén van de belangrijkste structuren binnen Veghel is de rivier de Aa. In verschillende beleidsnota’s is de ambitie uitgesproken en zijn (globale) suggesties gedaan om de zichtbaarheid en beleefbaarheid van de Aa te vergroten. Hiermee kan dan worden bijgedragen aan het toevoegen van de ruimtelijke kwaliteit en daarmee de levendigheid, leefbaarheid, verblijfskwaliteit en energie in en rondom het Veghelse centrum. Meer specifiek is de locatie Stadhuisplein/Vlas en Graan benoemd als locatie waar door herstructurering kansen liggen om bij te dragen aan deze doelstellingen. Het Stadhuisplein en de directe omgeving vormen één van de belangrijkste entrees naar het Veghelse centrum, maar het gebied heeft een zwakke ruimtelijke kwaliteit met name vanwege de grote bouwvolumes en ruim opgezette openbare ruimte met weinig uitstraling. Historische en landschappelijke kwaliteiten, zoals de Aa, zijn weinig zichtbaar. De ambitie is om de ruimtelijke kwaliteit van dit gedeelte van het Veghelse centrum te verbeteren. In verschillende beleidsdocumenten zoals het Masterplan Veghel Centrum 2030, de Centrumvisie Meierijstad en de kaderstellende visie Veghel aan de Aa zijn ambities hiertoe uitgesproken.
Er zijn enkele stappen gezet om de openbare ruimte te verbeteren en met de sloop van de Blauwe Kei is de zichtbaarheid van de Aa verbeterd waardoor er een doorzicht gecreëerd is van het Stadhuisplein naar het Julianapark. Een grote kans om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren en de zichtbaarheid van Veghelse identiteitsdragers zoals de Aa te vergroten, ligt in de herontwikkelingsopgave in het gebied tussen Vlas en Graan en het Stadhuisplein. Hier bevinden zich het overdekte zwembad en sporthal De Beemd.
Figuur 2.4 Ontwikkelingsvisie Stadhuisplein (bron: BRO)
Hoofdstuk 2
9
Het overdekte zwembad in Veghel is versleten en aan vervanging toe. Ook de sporthal is verouderd en heeft zijn functie grotendeels verloren. Het college van B&W van de gemeente Meierijstad heeft in december 2019 besloten het nieuwe zwembad in Veghel te gaan bouwen in het centrum om in het centrumgebied voldoende reuring te houden. De locatie hiervoor betreft de ruimte tussen het huidige zwembad en het gemeentehuis in. Een herontwikkeling op deze locatie draagt bij aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit door het realiseren van een gebouw met een aansprekende architectuur, waarbij het doorzicht naar het Julianapark uitgangspunt is en gehandhaafd blijft, dit is in figuur 2.4 gevisualiseerd. Op de vrijkomende locatie van de sporthal is in de toekomst een parkeerplaats en later mogelijk een parkeerdek voorzien bedoeld voor zowel bezoekers aan het centrum als voor werknemers van bedrijven, instellingen en winkels in het centrum van Veghel. Het westelijke deel van de zwembadlocatie is in beeld voor de vestiging van stedelijke functies, waarbij de locatie ook in beeld is als verplaatsingslocatie voor een supermarkt. De gemeente heeft tevens de ambitie om het Stadhuisplein en Vlas en Graan te vergroenen en om de parkeersituatie te verbeteren.
Hiermee vermindert de hittestress, verbetert de waterhuishoudkundige situatie en dragen de plannen bij aan een klimaatbestendiger Veghel. Wanneer op de locatie van de sporthal parkeervoorzieningen aangelegd worden, kan op de huidige parkeerplaatsen ontstening en vergroening plaats vinden. Aan de noordzijde van Vlas en Graan liggen nog kansen voor het verbeteren van de ruimtelijke uitstraling door (her)ontwikkeling, vergroening en transformatie. De planontwikkeling rondom het nieuwe zwembad is het verst gevorderd en hiervoor zal als eerste een bestemmingsplan in procedure worden gebracht. Voor de planontwikkelingen op de locatie van het huidige zwembad en de sporthal zal een separaat bestemmingsplan in procedure gebracht worden. De ontwikkelingen zijn zo ingericht en ontworpen dat deze ook stand alone haalbaar en uitvoerbaar zijn. Derhalve kunnen de ontwikkelingen dus onafhankelijk van elkaar toch doorgang vinden. Desondanks zijn de ontwikkelingen met elkaar verwerven en op aspecten afhankelijk van en van invloed op elkaar. Zo is het stroomlijnen van de procedures en communicatie over de samenhang en afstemming over relevante (milieu)aspecten en –effecten belangrijk en is er daarom ook voor gekozen om de overkoepelende visie te presenteren (zie figuur 2.4). In figuur 2.5 is weergegeven hoe het toekomstige planologische eindbeeld er uit kan gaan zien.
Deze kaart is tevens opgenomen als bijlage bij deze toelichting.
Hoofdstuk 2
10
Figuur 2.5 Toekomstige planologische kaders Stadhuisplein / Vlas en Graan (bron: BRO)
2.3 Beoogde ontwikkeling binnen plangebied In onderhavig bestemmingsplan worden de volgende ontwikkelingen mogelijk gemaakt: Bouwen nieuwe zwembad; Vergroenen en verblauwen locatie voormalige Blauwe Kei en zone tussen Blauwe Kei en Stadhuisplein; Zoekzone voor te verplaatsen brug voor langzaam verkeer over de Aa. Nieuwe zwembad Het nieuwe zwembad komt op de plek tussen (en deels op de plek van) de voormalige Blauwe Kei en het huidige zwembad. De visie van gemeente Meierijstad is om een ‘tweelingbad’ te maken met het nieuwe zwembad wat in de kern Sint-Oedenrode wordt gerealiseerd. De nieuwe bebouwing wordt in aansprekende architectuur gebouwd en er ontstaat zo een krachtig en door bebouwing begeleid doorzicht vanaf het Stadhuisplein naar het Julianapark. De belangrijke zichtlijn wordt hiermee behouden en versterkt. Ook tussen het Stadhuisplein en Vlas en Graan komen looproutes. Afhankelijk van de nieuwbouw op de locatie van het huidige zwembad zal deze route zowel aan de oostzijde als aan de westzijde van deze nieuwbouw kunnen komen. Deze nieuwbouw en het nieuwe zwembad zullen worden vormgegeven als een ruimtelijke stedenbouwkundige eenheid en de uitstraling krijgen van een bouwmassa.
Hoofdstuk 2
11
Aan de zijde waar de bebouwing van het zwembad grenst aan de appartementen is de bouwhoogte beperkt tot een maximale hoogte van 4,5 meter. In dit bouwdeel komen o.a. de kleedruimte, foyer en overige dienende functies. Dit lage dak wordt voorzien van een sedum dak zodat er vanuit de bestaande woningen zicht komt op een groen dak. Achter de laagbouw komt een gedeelte met een hoger volume waarin het zwembad wordt gerealiseerd. Het nieuwe zwembad wordt een bad met zes banen met daarnaast een doelgroepenbad van circa 12 bij 8 meter. Het grote bad krijgt een beweegbare bodem dat tot een diepte van 2,60 meter kan gaan. Daarnaast worden er bij het nieuwe zwembad De Beemd saunacabines en een whirlpool gerealiseerd. Er wordt een tribune gerealiseerd, mede hierdoor wordt de hoogbouw gedeeltelijk circa 9,85 meter (maximaal 10 meter) hoog. Dit volume neemt weer af met een schuin dak tot een maximale hoogte van 6,5 meter richting de westkant, naar de rivier de Aa. De bouwplannen gaan uit van een CO2-neutraal zwembad waarbij de laatste ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid worden verwerkt. Vergroenen en verblauwen Uitgangspunt is het creëren van een aantrekkelijke identiteit van de ruimte in het plangebied. Een forse kwaliteitsverbetering door middel van vergroening en een uitbreiding van het Julianapark naar de oostzijde van de Aa speelt daarbij een belangrijke rol.
Het vergroenen en verblauwen van de openbare ruimte levert ook een bijdrage aan een toekomstbestendige en duurzame gemeente. In de uitwerking van plannen wordt rekening gehouden met aspecten als (het afkoppelen van) water, hittestress, luchtkwaliteit en biodiversiteit. De inrichting van het gebied wordt onder meer in samenspraak met waterschap Aa en Maas vormgegeven. Om te kunnen voorzien in voldoende parkeerplaatsen is de keuze gemaakt om ten oosten van de Aa tijdelijke ruimte te reserveren voor een aantal parkeerplaatsen. Deze tijdelijke parkeerplaatsen zullen in gebruik blijven totdat een nieuwe parkeervoorziening ter plaatse van de huidige sporthal gereed is. Dit is noodzakelijk omdat per functie dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Om te komen tot een verbetering van de uitstraling van dit gebied wordt groen toegevoegd op betreffende locatie. Het voornemen is om na realisatie van de nieuwe parkeervoorziening ter plaatse van de huidige sporthal eventueel tijdelijk aangelegde parkeerplaatsen te verwijderen. Op die manier ontstaan kansen om deze gronden nog meer te vergroenen.
Hoofdstuk 2
12
Figuur 2.6 Impressie toekomstige situatie gezien vanaf het zuidwesten
Nieuwe (te verplaatsen) brug over de Aa De huidige langzaam verkeersverbinding tussen het Julianapark en het Stadhuisplein bestaat uit een smalle brug over de Aa. De positionering van de brug volgt uit de inrichting van het park zoals dat in de jaren ‘60/’70 is aangelegd. Met de sloop van de Blauwe Kei en feitelijk ook al eerder met de bouw van het appartementengebouw ‘Aa-Residence’ is de routing van/naar deze brug, met name vanuit de zijde van Vlas en Graan Stadhuisplein minder logisch geworden. Een nieuwe brug, ter vervanging van de bestaande, zal als ‘eye-catcher’ de verbinding en zichtlijn tussen het Julianapark en Stadhuisplein versterken. Er ontstaat mogelijk ook ruimte voor de aanleg van wandelpaden parallel aan beide oevers van de Aa. De plannen voor de brug zijn nog niet uitgewerkt, bij verdere uitwerking wordt contact gezocht met het waterschap.
Hoofdstuk 2
13
3.
BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 juli 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Welke per 11 september 2020 in werking is getreden. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. In het kader van de nahangprocedure kunnen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) nog opmerkingen en wensen van de Tweede Kamer worden verwerkt. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet (staat nu gepland voor 1 juli 2022) komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met ambities. Ook worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving.
Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen el-
Hoofdstuk 3
14
kaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig 2. Kenmerken & identiteit 3. Afwentelen voorkomen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht, welke ‘nationale belangen’ genoemd worden. De NOVI richt zich op 21 nationale belangen. Deze worden geografisch weergegeven via de Nationale hoofdstructuur. De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen. Hierdoor kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.
Doorwerking plangebied In de NOVI zijn de volgende nationale belangen genoemd die het project raken: • Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; • Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; • Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; • Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); • Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; • Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. Voor wat betreft de volgende nationale belangen “Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en alle onderdelen van de fysieke leefomgeving”, “Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit” en “Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving” wordt verwezen naar hoofdstuk 2 en de milieuonderzoeken, zoals die in Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten aan de orde komen. Voor de nationale belangen “Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid “en “Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater” wordt verwezen naar paragraaf 4.4 Water.
In paragraaf 4.2 Archeologie en cultuurhistorie wordt aandacht besteed aan archeologie en cultuur/natuurhistorie. Dit raakt aan nationaal belang “Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang”. Gelet op het bovenstaande staat de Nationale Omgevingsvisie de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.
Hoofdstuk 3
15
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. In de NOVI wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn ge-formuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Doorwerking plangebied Zoals al in voorgaande paragraaf bij de NOVI is aangegeven, is er geen sprake van belemmeringen van nationale belangen in het plangebied en voor de voorgestane ontwikkelingen. Het Barro bevat daarom ook geen kaderstellende uitspraken voor het plangebied. Onderhavige ontwikkeling is dus in overeenstemming met het Barro.
Ladder voor duurzame ontwikkeling Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden.
Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking plangebied De ‘Ladder voor Duurzame Verstedelijking’ is een wettelijk verplicht motiveringsinstrument dat doorlopen moet worden voor iedere ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Onderhavig planvoornemen betreft een verplaatsing van een bestaand zwembad naar een nieuwe locatie binnen stedelijk gebied, hiermee is
Hoofdstuk 3
16
geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen, er dient dan beoordeeld te worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijk besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. In onderhavige planontwikkeling past het beoogde bebouwingsvolume niet geheel binnen het geldende planologische regime. Echter worden er ook planologische bebouwingsmogelijkheden verwijderd met onderhavig plan. Dit compenseert de inname van ruimte. Hiermee is er nauwelijks sprake van nieuw beslag op de ruimte. In tabel 3.1 is aangegeven dat volgens het geldende planologische regime voor de sporthal en het zwembad 4.713 m 2 bruto vloeroppervlakte (BVO) is toegestaan en 2.731 m2 aan BVO is toegestaan ten behoeve van cultuur en ontspanning (dit betreft het voormalige theater De Blauwe Kei). Met het verdwijnen van deze functies verdwijnt er dus 7.444 m 2 planologische BVO. In de toekomstige situatie wordt er een nieuw zwembad gerealiseerd met een BVO van 2.190 m2. Ten opzichte van de huidige planologische waarden is er in de toekomstige situatie sprake van een afname van 5.254 m 2 BVO.
Vanuit de afweging met betrekking tot duurzame verstedelijking is er geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
Tabel 3.1 Huidige en toekomstige planologische bebouwingsmogelijkheden BVO
3.2 Provinciaal beleid Omgevingsvisie ‘Kwaliteit van Brabant’ Provinciale Staten hebben op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Brabantse Omgevingsvisie spreekt over ambities voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Doorwerking plangebied De verplaatsing en nieuwbouw van het zwembad heeft geen invloed op de vier opgestelde ambities. Wel moet de ontwikkeling in lijn zijn met de basisopgave waarin een veilige, gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit centraal staan. In hoofdstuk 4 wordt onderbouwd waarom de beoogde ontwikkeling geen negatieve invloed heeft op deze drie aspecten en waarom deze aspecten anderzijds geen belemmering vormen voor de ontwikkeling zelf. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat deze omgevingsvisie geen belemmering vormt voor onderhavig plan.
Hoofdstuk 3
17
Interim Omgevingsverordening Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening vastgesteld, deze is op 8 december 2020 geconsolideerd. De Interim Omgevingsverordening vormt het toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant. De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. Daarom is er gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot een interim Omgevingsverordening. Het is een ‘interim’ Omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim Omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening nog niet allemaal zijn verwerkt in de Interim Omgevingsverordening. De Interim Omgevingsverordening vervangt zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening Ruimte 2014. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie.
De verordening bestaat uit kaartmateriaal en regels waarmee gemeenten rekening moeten houden bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Doorwerking plangebied De planlocatie waar het nieuwe zwembad wordt opgericht is in de Interim Omgevingsverordening aangeduid als ‘stedelijk gebied’ en ‘concentratiegebied’, zie figuur 3.1. Onderstaande artikelen uit de Interim Omgevingsverordening zijn van toepassing.
Figuur 3.1 Uitsnede IOv (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Hoofdstuk 3
18
Artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1. Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Het plangebied ligt in bestaand stedelijk gebied waardoor stedelijke ontwikkelingen zijn toegestaan. Er is sprake van een herontwikkeling van een reeds bestaand zwembad, hiermee wordt er dus geen nieuwe functie gerealiseerd. De Interim Omgevingsverordening bepaalt dat het initiatief moet voorzien in de ruimtelijke kwaliteit. Het plan voorziet in een ruimtelijke kwaliteitsimpuls voor het Stadhuisplein.
Er is sprake van een inbreidingsplan en transformatieopgave in stedelijk gebied. In de planuitwerking wordt rekening gehouden met duurzaamheid en energietransitie. Zo gaan de bouwplannen uit van een CO2-neutraal zwembad waarbij de laatste ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid zijn verwerkt. Daarnaast moet de ontwikkeling voorzien in een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving, deze onderwerpen worden behandeld in hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten. In het westen van het plangebied is de Aa gelegen. De Aa is in de Interim Omgevingsverordening aangeduid als ‘Natuur Netwerk Brabant (NNB)’ en ‘Attentiezone Waterhuishouding’. Het gebied rondom de Aa is in de Interim Omgevingsverordening aangeduid als ‘Natuur Netwerk Brabant – ecologische verbindingszone’ en ‘Behoud en herstel watersystemen’. Zie figuur 3.2. Het nieuwe zwembad komt niet te liggen binnen de aanduidingen Natuur Netwerk Brabant (NNB)’, ‘Attentiezone Waterhuishouding’ en ‘Natuur Netwerk Brabant – ecologische verbindingszone’. De in het huidige bestemmingsplan opgenomen dubbelbestemming ‘Waarde - Ecologie’ wordt in onderhavig bestemmingsplan conform de Interim Omgevingsverordening overgenomen en hernoemd tot ‘Natuur Netwerk Brabant – ecologische verbindingszone’. Deze zone wordt gerespecteerd en behouden.
Het indicatieve (tijdelijke) parkeren ten zuiden / zuidwesten van het zwembad komt niet binnen deze zone te liggen.
Hoofdstuk 3
19
Figuur 3.2: Uitsnede IOv (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
De aanduiding ‘Behoud en herstel watersystemen’ wordt in onderhavig bestemmingsplan overgenomen. Behoudens een klein gedeelte van het nieuwe zwembad, om het zwembad op een logische manier in te passen, wordt er verder met de ontwikkelingen buiten deze zone gebleven. In de huidige situatie is er aangrenzend aan het plangebied reeds sprake van een zwembad. Het plangebied ten (zuid)westen van het zwembad wordt bestemd als ‘Groen’ (en ‘Water’). Hiermee blijven de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk en doet de ontwikkeling geen afbreuk aan het NNB. Bovendien wordt met onderhavig bestemmingsplan de voormalige locatie theater de Blauwe Kei wegbestemd. De locatie van de voormalige Blauwe Kei wordt vergroent en verblauwt waarbij het doorzicht naar het Julianapark uitgangspunt is en gehandhaafd blijft. De voorgestane ontwikkeling is in overeenstemming met de regels uit de Interim Omgevingsverordening. Ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben op 23 maart 2021 het ontwerp van de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld (planidn: NL.IMRO.9930.OvrNBrabant-on01). Dit ontwerp doorloopt een zienswijze- en overlegprocedure voor de periode van zes weken. Daarvoor ligt het ontwerp met ingang van 9 april 2021 ter inzage. Het ontwerp van de Omgevingsverordening is vastgesteld om te voldoen aan de Omgevingswet.
De huidige regels in de Interim omgevingsverordening zijn gehanteerd als uitgangspunt, met enkele aan-
Hoofdstuk 3
20
passingen vanwege de Omgevingswet of nieuwe inzichten of beleid. De ontwerp Omgevingsverordening is momenteel nog geen geldend beleid. Indien de Omgevingsverordening vastgesteld wordt voor vaststelling van dit bestemmingsplan, zal er voor dit plan een beleidstoets aan de Omgevingsverordening plaatsvinden.
3.3 Gemeentelijk beleid Structuurvisie Veghel 2030 Op 19 december 2013 heeft de gemeenteraad de ‘Structuurvisie Veghel 2030, Menu voor de toekomst’ vastgesteld. In deze structuurvisie zijn de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de lange termijn voor de gemeente op hoofdlijnen beschreven. Het plangebied is aangeduid als centrumgebied en wijk- en dorpsvoorzieningen in de kern Veghel. In de structuurvisie ‘Veghel 2030’ schetst de gemeente haar visie op het ruimtelijk beleid voor de periode tot 2030. Beleid dat vooral gericht is op het benutten en versterken van typisch Veghelse kwaliteiten, waaronder behoud van de sterke positie van Veghel als werkstad en de bijbehorende stedelijke voorzieningen te behouden. Daarbij wordt vooral ingezet op het verder ontwikkelen van de altijd al sterk vertegenwoordigde voedingsindustrie. Deze structuurvisie biedt daarom met recht een ‘menu voor de toekomst’. Dat ‘menu’ is opgesteld voor de voormalige gemeente Veghel als geheel. Dat betekent dat vooral de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid in deze structuurvisie aan bod komen. Zaken dus, die iedereen in de gemeente aangaan. Daarbij wordt bijna 20 jaar vooruit gekeken, met als doel om de komende vijf à tien jaar in te kunnen spelen op belangrijke trends voor de lange termijn.
Figuur 3.3: Ligging plangebied (lichtblauwe cirkel) in kaart ‘Structuurvisie Veghel 2030’
Hoofdstuk 3
21
De aanwezigheid van stedelijke voorzieningen op korte afstand vormt een belangrijk deel van de aantrekkelijkheid van Veghel als woongemeente. Als gevolg van de aanhoudende crisis, vergrijzing, ontgroening en zeker niet in de laatste plaats de invloed van winkelen via internet staat het draagvlak van voorzieningen in het algemeen onder druk. Veghel zet er dan ook op in om de aanwezige voorzieningen zo veel mogelijk te concentreren op een beperkt aantal locaties. Doorwerking plangebied Het plangebied is gelegen in ‘Ontwikkelen centrum met twee polen: oostzijde Aa kleinschalige voorzieningen rond Markt en winkelgebied’ en ‘wijk- en dorpsvoorzieningen (zie figuur 3.3). Het Stadhuisplein is een belangrijke entree naar het Veghelse centrum. De ontwikkeling zorgt een verbetering van de leefomgeving in dit deel van de kern Veghel. Daarnaast draagt de herontwikkeling van het zwembad bij aan de ruimtelijke kwaliteit van het Stadhuisplein. De ontwikkeling past hiermee binnen het uitgedragen beleid zoals neergelegd in de Veghelse structuurvisie. Masterplan Veghel Centrum 2030 Het Masterplan Veghel Centrum 2030 (vastgesteld in 2010 door de Raad van de voormalige gemeente Veghel) vormt het raamwerk voor ruimtelijke ontwikkelingen in het centrumgebied van Veghel. Het Masterplan is gericht op het benutten en versterken van de typische Veghelse identiteit.
Het versterken van de ruimtelijke kwaliteit vormt de belangrijkste ambitie van het Masterplan. De gewenste kwaliteitsslag van het centrum dient zich vooral toe te spitsen op verbetering en vergroening van de openbare ruimte en het toevoegen van aansprekende architectuur. Cultuurhistorische waarden worden behouden en waar mogelijk versterkt. Het Masterplan zet in op herstel van dit fijnmazig routenetwerk en het herstellen van ontbrekende schakels, langs de Aa en tussen de Aa en andere groengebieden in en om het Veghelse centrum. Het Stadhuisplein vormt één van de weinige gebieden in Veghel waar de identiteit niet wordt bepaald door historische structuren. Het gebied is lange tijd een grasland langs de Aa gebleven, aan de achterkant van het centrum. Door het toenemende belang van het autoverkeer is deze situatie omgeklapt en is het Stadhuisplein één van de belangrijkste entrees van het centrum geworden. De afgelopen decennia heeft dit geleid tot omvorming van grasland naar parkeerveld met losse, grootschalige bebouwing. Hoewel het gebied in functioneel opzicht dus de nieuwe voorkant is, heeft dit nooit een ruimtelijke vertaling gekregen. De entree is rommelig en weinig markant, de gebouwen hebben weinig onderlinge relatie en Vlas en Graan is nog steeds de achterkant van het winkelgebied.
Maar het belangrijkste is misschien nog wel dat het gebied een duidelijke eigen identiteit mist. Doorwerking plangebied In het Masterplan worden twee scenario’s geschetst voor de toekomst van het centrum. Door verschillende ontwikkelingen in de afgelopen jaren zijn de scenario’s niet meer geheel actueel. In beide scenario’s komt wel duidelijk naar voren dat er voor het Stadhuisplein een kwaliteitsimpuls nodig is, wat wel nog steeds actueel is. Met onderhavige ontwikkeling is er sprake van een dergelijke kwaliteitsimpuls van het Stadhuisplein. De ontwikkeling zorgt een verbetering van de leefomgeving en de ruimtelijke kwaliteit aan het Stadhuisplein. Daarnaast wordt met onderhavige ontwikkeling de verbinding met
Hoofdstuk 3
22
de Aa en het Julianapark verbreed en versterkt. Gezien deze punten is de ontwikkeling in lijn met het Masterplan. Centrumvisie Meierijstad Meierijstad is een gemêleerde gemeente met een sterke economische basis. Voortkomend uit de recente samenvoeging van drie zelfstandige gemeenten beschikt Meierijstad over drie grotere centra in de kernen Veghel, Schijndel en Sint-Oedenrode. De verschillende centrumvisies van de voormalige gemeenten waren niet actueel. Derhalve is een nieuwe centrumvisie opgesteld waar de verschillende centra worden behandeld. Het doel van de centrumvisie is dat het leidt tot compacte, vitale en kwalitatief complete en aantrekkelijke centra voor de inwoners en ondernemers van de gemeente. In de visie worden de centra los van elkaar behandeld. Het centrum van Veghel kent de laatste jaren veel winkelleegstand, waardoor er een neerwaartse trend is ontstaan. Een gebrek aan publiekstrekkers plus een verminderde ruimtelijke kwaliteit (door de vele lege etalages) maken dat het centrum negatief wordt beoordeeld. In het verleden is er ingezet op één centrum met twee complementaire polen: de Noordkade en het dorpscentrum. In deze centrumvisie is dit model losgelaten en wordt de Noordkade een los centrumgebied met gemeentelijke of zelfs regionale potentie.
Het centrumgebied ten oosten van de Aa heeft toekomst als het dorpshart voor de inwoners van Veghel en de omliggende kernen. Met name rond het Stadhuisplein en Vlas en Graan liggen er kansen om de uitstraling van het gebied te verbeteren. Het Stadhuisplein heeft een zwakke ruimtelijke kwaliteit, dankzij de grote bouwvolumes en ruim opgezette openbare ruimte met weinig uitstraling. Historische en landschappelijke kwaliteiten, zoals de Aa, zijn weinig zichtbaar. De ruimtelijke kwaliteit kan hier vergroot worden door de (groene) relatie met de Aa te verbeteren. Doorwerking plangebied Het huidige zwembad en het plangebied is net buiten het centrumgebied gelegen. In de centrumvisie staat over het zwembad beschreven dat de toekomst van het zwembad wordt onderzocht en dat in de basis de aanwezigheid van een dergelijk publiek programma een goede aanvulling is op het toekomstig centrumprogramma. Qua voorzieningenstructuur wordt in de centrumvisie aangegeven dat het wenselijk is om publiekstrekkende functies, zoals supermarkten en zwembaden bij voorkeur in (de schil van) het kernwinkelgebied te huisvesten, zodat er combinatiebezoek ontstaat. De keuze voor het behouden van het zwembad aan het Stadhuisplein is gemaakt omdat een zwembad nabij de huidige locatie de grootste meerwaarde oplevert voor het Veghelse centrum.
Er is veel leegstand en de laatste jaren zijn er al veel voorzieningen uit het centrum verdwenen. Een zwembad geeft reuring en toeloop en dat is positief voor de levendigheid van het centrum. De ontwikkeling zorgt een verbetering van de leefomgeving in dit deel van de kern Veghel. Daarnaast draagt de herontwikkeling van het zwembad bij aan de ruimtelijke kwaliteit van het Stadhuisplein. Hiermee is de ontwikkeling in lijn met centrumvisie Meierijstad.
Hoofdstuk 3
23
Horecavisie en -beleid gemeente Meierijstad Eind 2018 is de, hierboven genoemde, Centrumvisie Meierijstad vastgesteld, waarin een toekomstperspectief is geschetst voor de grootste centrumgebieden in de gemeente. De horeca vormt een steeds belangrijker bezoekdoel in deze centrumgebieden. Er was in Meierijstad dan ook behoefte aan een samenhangende (ruimtelijke) horecavisie, op basis waarvan het (integrale) beleidskader voor de horeca in Meierijstad kan worden geactualiseerd en geharmoniseerd. De visie geeft aan hoe en waar de verschillende soorten horeca kunnen inspelen op de behoeften en motieven van de diverse bezoekgroepen en hoe de horeca kan bijdragen aan een aantrekkelijk woonen leefklimaat in Meierijstad. Doorwerking plangebied De gemeente Meierijstad kent een fijnmazige aanbodstructuur met voldoende variatie in type en kwaliteit van horecagelegenheden. In de toekomst is er geen behoefte aan méér horecagelegenheden, maar wel aan een hogere toegevoegde waarde van de horeca (‘kwaliteit boven kwantiteit’). Er wordt in de toekomst dan ook terughoudend omgegaan met nieuwe horeca-ontwikkelingen. De horeca-activiteit bij een paracommerciële instelling, zoals een sportvereniging, een dorpshuis of een museum, hoort ondergeschikt te zijn en gericht op de hoofdactiviteit.
Nieuwe op zichzelf staande horeca ter plaatse van de voormalige Blauwe Kei / bij het nieuwe zwembad is in strijd met de horecavisie. Bij het nieuwe zwembad wordt enkel een ondergeschikte foyer mogelijk gemaakt. Kaderstellende visie Veghel aan de Aa Het centrum van Veghel moet het visitekaartje van het dorp zijn. Al in het Masterplan Veghel Centrum 2030 is geconstateerd dat dit helaas niet het geval is, omdat de ruimtelijke kwaliteit onvoldoende is. Er zijn in het Masterplan verschillende voorstellen gedaan om kwaliteit te verbeteren. Vele ingrepen zijn inmiddels ook uitgevoerd. Dit is echter nog niet voldoende, het is noodzakelijk om de komende jaren een aantal belangrijke vervolgstappen te zetten. Eén van de belangrijkste structuren binnen Veghel is de rivier de Aa. In het Masterplan zijn enkele (globale) suggesties gedaan om de kwaliteiten van de Aa in beeld te brengen. Het zichtbaar en beleefbaar maken van de Aa heeft tot doel ruimtelijke kwaliteit en daarmee levendigheid, leefbaarheid, verblijfskwaliteit en energie aan het centrum toe te voegen. Aangezien er nu op verschillende locaties aan de rivier momentum bestaat, is het noodzakelijk om de kaders uit het Masterplan verder uit te werken, zodat ontwikkelingen in samenhang worden bekeken en daarmee bijdragen aan de uitstraling van heel Veghel.
De keuzes die de komende jaren worden gemaakt, bepalen de kwaliteit van het Veghelse centrum voor de komende decennia. Derhalve is een memo opgesteld waarin de stedenbouwkundige kaders van het Masterplan zijn uitgewerkt, zodat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit. Stadhuisplein Zoals reeds aangegeven is het Stadhuisplein één van de belangrijkste entrees naar het Veghelse centrum. De ruimtelijke kwaliteit laat echter te wensen over. De kwaliteit en uitstraling van de bebouwing,
Hoofdstuk 3
24
de beleving van de grote (versteende) parkeervelden en het gebrek aan groen kan hiervoor als oorzaak worden gezien. De gemeente is voornemens om ruimtelijke kwaliteit toe te voegen door in te zetten op het toevoegen van groen en blauw. Daarnaast dient nieuwe bebouwing bij te dragen aan de ruimtelijke kwaliteit door het realiseren van aansprekende architectuur. In de Kaderstellende visie Veghel aan de Aa heeft de gemeente haar ambities aangegeven voor het Stadhuisplein, deze zijn onderverdeeld in: 1) Vergroenen en verblauwen; 2) Bebouwing; 3) Parkeren; 4) Zichtlijnen; 5) Routing. Deze ambities zijn gevisualiseerd in een kaart (zie figuur 3.4). 1) Vergroenen en verblauwen Creëren van een aantrekkelijke identiteit. Een forse kwaliteitsverbetering door middel van vergroening en een uitbreiding van het Julianapark naar de oostzijde van de Aa. Het vergroenen en verblauwen van de openbare ruimte levert een bijdrage aan een toekomstbestendige en duurzame gemeente. In de uitwerking van plannen wordt rekening gehouden met aspecten als (het afkoppelen van) water, hittestress, luchtkwaliteit en biodiversiteit. 2) Bebouwing De Blauwe Kei is inmiddels gesloopt, waardoor het Julianapark naar de oostzijde van de Aa kan uitbreiden. Nieuwe bebouwing moet een aansprekende architectuur hebben, met uitstraling richting het Stadhuisplein en Vlas en Graan.
3) Parkeren Verbetering van de uitstraling door het toevoegen van groen. Nieuwe functies moeten in eigen/extra parkeerbehoefte voorzien ten opzichte van de huidige situatie. 4) Zichtlijnen Met de sloop van de Blauwe Kei is er een doorzicht gecreëerd vanaf het Stadhuisplein naar het Julianapark. Dit is een belangrijke zichtlijnen en deze dient te worden behouden. 5) Routing Koppeling Julianapark en het Stadhuisplein. Met een nieuwe brug over de Aa als ‘eye-catcher’. Wandelpaden parallel aan beide oevers. Doorwerking plangebied Momenteel worden de beoogde plannen aan en rondom het Stadhuisplein verder uitgewerkt. Het betreffen verschillende ontwikkelingen rondom het Stadhuisplein met verschillende initiatiefnemers. Omdat deze projecten wel aan elkaar grenzen en gedeeltelijk zelfs overlappen is er één gezamenlijke ruimtelijke en stedenbouwkundige afstemming gemaakt welke is gevisualiseerd in de visiekaart in figuur 2.4. De door de gemeente opgestelde visie voor het Stadhuisplein (figuur 3.4) is in deze visiekaart meegenomen.
Hoofdstuk 3
25
Figuur 3.4: Ontwikkelvisie Stadhuisplein
Hoofdstuk 3
26
4.
MILIEUHYGIËNISCHE EN PLANOLOGISCHE ASPECTEN In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt het plan hieraan getoetst.
4.1 M.e.r. – aanmeldingsnotitie In een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet de gemeente beoordelen of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht geldt voor activiteiten die zijn opgenomen in het Besluit m.e.r. bijlage D. Voor deze activiteiten bepaalt het bevoegd gezag of een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen milieueffectrapportage noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een milieueffectrapportage worden opgesteld. Met dit bestemmingsplan wordt een nieuw zwembad gerealiseerd met een parkeerterrein en wordt de omliggende openbare ruimte heringericht. Dit kan leiden tot een m.e.r.(beoordelings)-plicht. Of een m.e.r.-procedure of m.e.r-beoordeling noodzakelijk is, hangt af van het feit of de ontwikkeling (activiteit) is opgenomen in lijst C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Per 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden.
Wanneer de voorgenomen de ontwikkeling (activiteit) is opgenomen in lijst C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) moet getoetst worden of er sprake is van nadelige milieugevolgen en moet wanneer hier sprake van is een vormvrij m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen worden. Doorwerking plangebied In het Besluit m.e.r. kan een zwembad gezien worden als onderdeel van de activiteit stedelijk ontwikkelingsproject (categorie D 11.2 van het Besluit m.e.r.). Onderzocht is of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. De aanmeldingsnotitie met vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgenomen als separate bijlage. Geconcludeerd is dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de kenmerken van het potentiële effect; sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn
Hoofdstuk 4
27
dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken.
4.2 Archeologie en cultuurhistorie De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Archeologie De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is in de plaats gekomen van zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. Onderdelen van de Monumentenwet die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving gaan naar de Omgevingswet die in naar verwachting in juli 2022 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is daartoe in de Erfgoedwet een overgangsregeling opgenomen. De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt” uit het verdrag van Valletta worden meer archeologische resten in situ behouden.
Indien ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden dient te worden beoordeeld of archeologische waarden in het geding raken. Doorwerking plangebied archeologie Volgens de Archeologische Verwachtings-/Beleidskaart van de voormalige gemeente Veghel ligt het plangebied in een zone met een middelhoge archeologische verwachting en een kans op een bijzondere dataset in verband met de ligging in een beekdal. Volgens het vigerende bestemmingsplan Centrumgebied Veghel (2013) geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Voor bouwwerken groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm dient naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de betrokken locatie in voldoende mate vastgesteld te worden. De geplande ingrepen beslaan een oppervlakte van groter dan 100 m2. Conform het gemeentelijk beleid is archeologisch onderzoek nodig. Derhalve heeft Aeres Milieu een bureau en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek is de totaal ontwikkeling aan het Stadhuisplein, inclusief de vrijkomende locatie van het huidige zwembad en sporthal meegenomen.
In deze toelichting worden de belangrijkste bevinden vermeld die betrekking hebben op onderhavig plangebied, het gehele onderzoek is opgenomen als bijlage.
Hoofdstuk 4
28
Op basis van het uitgevoerde archeologische bureauonderzoek geldt een middelhoge verwachting voor off site (beekdalgerelateerde) resten uit het laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum, een hoge verwachting voor off site resten uit de periode neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen en een middelhoge verwachting voor off site resten uit de periode late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Kort voor de bouw van de huidige en de voormalige bebouwing werd het maaiveld met circa 1,8 meter opgehoogd. Ter plaatse van het recent gesloopte theater in het plangebied is als gevolg van de sloop van deze bebouwing een depressie aanwezig. De diepte van deze verstoring is niet bekend. Tevens bevinden zich een groot aantal kabels en leidingen binnen het plangebied die voor een verstoring van de bodem zal hebben geleid. Hieruit kan worden geconcludeerd dat in het deel ter plaatse van het voormalige theater het oorspronkelijke maaiveld mogelijk niet is verstoord. Ter plaatse van de zwemkuipen is sprake van een verstoringsdiepte van tenminste circa 3,0 tot 4,4 meter –mv. Aangezien ten behoeve van de zwemkuipen dieper dan 1,8 meter -mv wordt verstoord, wordt een vervolgonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek geadviseerd voor in elk geval de zone van het zwembad.
Middels een verkennend booronderzoek wordt het gespecificeerde verwachtingsmodel getoetst en wordt nagegaan of de bodem nog intactheid is. Voor de zones buiten de contouren van het zwembad kan dan worden nagegaan of ook hier de bodem nog intact is. De resultaten van dit onderzoek zullen worden getoetst door de bevoegde overheid (gemeente Meierijstad), dat op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Cultuurhistorie Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a Bro) dient in het plan rekening gehouden te worden met cultuurhistorie. Cultuurhistorie heeft onder andere betrekking op de historische stedenbouwkundige en historisch geografische waarden in het gebied. In het plan moet beschreven worden hoe met de in het gebied aanwezige waarden en de aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. Het beleid van de provincie Noord-Brabant sluit aan op het nationale beleid voor de archeologische monumentenzorg. De provincie richt zich op de bescherming van objecten en de bescherming, benutting en ontwikkeling van structuren en ensembles van een grotere schaal. Het plangebied is gelegen in de ‘Meierij’. De Meierij bestaat uit verschillende dekzandruggen, beekdalen en dekzandvlaktes. Over grote oppervlakten ligt Brabants leem in de ondergrond.
Aan de noordkant wordt het gebied begrensd door de grote en brede oost-west lopende dekzandrug tussen Oss en Waalwijk. Het water van de beken (Essche Stroom, Beerze, Dommel en Aa) stroomt in de richting van 's-Hertogenbosch, waar een doorgang in de dekzandrug aanwezig is. In het verleden leidde deze situatie hier en daar tot problemen met de waterafvoer, waardoor natte broekgebieden, vennen en kleine veengebieden ontstonden. De Meierij wordt gekenmerkt door een kleinschalig mozaïek van oude en jonge ontginningslandschappen en woeste gronden.
Hoofdstuk 4
29
Doorwerking plangebied Onderhavig planvoornemen doet geen afbreuk aan waarden en kenmerken van de omgeving. Binnen de grenzen van het plangebied zijn geen rijks- of gemeentelijke monumenten aanwezig. In de omgeving van het plangebied zijn wel rijksmonumenten, MIP-panden en andere beeldbepalende panden gelegen. De beoogde ontwikkelingen binnen het plangebied doen geen afbreuk aan omliggende cultuurhistorisch en geografisch waardevolle panden en lijnen. De omliggende wegenstructuren worden nauwelijks veranderd. Het initiatief heeft geen negatieve effecten op de cultuurhistorie in de omgeving. Het thema cultuurhistorie zorgt daarom ook niet voor belemmeringen.
4.3 Flora en fauna De bescherming van de natuur is vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft het wettelijke kader voor de bescherming van natuurgebieden en voor soortenbescherming. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wnb ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en gebieden de uitvoering van het plan niet in de weg staan. De provincie is bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen) én voor Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Ook in dit kader zijn de provincies het bevoegd gezag. Gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen.
Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek”, bevindt zich op ruim 17 kilometer afstand ten westen van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Op juli 2021 treedt de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking waarbij een vrijstelling geldt voor stikstofuitstoot tijdens de bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten waardoor het makkelijker is een vergunning te krijgen voor de bouw van initiatieven waarbij in de gebruiksfase weinig stikstofuitstoot plaatsvindt.