i Bijlagenboek Concept-BP Vlas en Graan - Stadhuisplein
Tekst van het document
www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl
Kadastraal minuutplan
www.cultureelerfgoed.nl
Bronnen en kaarten
www.pdok.nl
Basisregistratie Grootschalige Topografie (2017), kadaster.
www.ruimtelijkeplannen.nl
Bestemmingsplan
www.topotijdreis.nl
Bonnebladen en Topografische kaarten van Nederland
Archeologische kaarten en databestanden: Actueel Hoogtebestand van Nederland (2008-2019). AHN2 en AHN3 (Geraadpleegd via www.arcgis.com, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data). Alterra 2009:
Bodemkaart
van Nederland,
schaal 1:50.000,
blad 45
Oost,
Wageningen
UR
(Geraadpleegd via
UR
(Geraadpleegd
https://zoeken.cultureelerfgoed.nl, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data Alterra). Alterra
2008:
Geomorfologische
kaart
van
Nederland,
schaal
1:50.000,
Wageningen
via
https://zoeken.cultureelerfgoed.nl, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data Alterra). Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007 (Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). Archeologisch Informatie Systeem II (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2015 (Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). BAAC 2014, Bijlage 2, Hoogtekaart met verstoringen gemeente Veghel, Deventer (BAAC rapport V-13.0274). BAAC 2014, Bijlage 3, Archeolandschappelijke Eenhedenkaart gemeente Veghel, Deventer (BAAC rapport V-13.0274). BAAC 2014, Bijlage 4, Archeologische Verwachtingskaart gemeente Veghel, Deventer (BAAC rapport V-13.0274).
Pagina | 29
Archeologisch bureauonderzoek Stadhuisplein te Veghel/AM20106
Maas, G. J./ W.M. van der Meij/ S. P. J. v. Delft/ A. H. Heidema, 2019. Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland, schaal
1:
1:50
000
(2019).
Wageningen,
Wageningen
Environmental
Research
(geraadpleegd
via
https://legendageomorfologie.wur.nl/).
Pagina | 30
aeres milieu
Bijlage 1 Topografische ligging onderzoeksgebied
AM20106
Bijlage 1: Topografische ligging onderzoeksgebied
N
AM20106 Stadhuisplein Veghel
Plangebied Achtergrond: TOP10 NL (nov 2016), AHN2 hillshade
v1.0_30- 7 - 2020
Schaal
aeres milieu
Bijlage 2 Archeologische gegevens conform Archis 3
AM20106
Bijlage 2: Archeologische gegevens cf. Archis 3 AM20106 Stadhuisplein - Veghel
Vondstlocaties
Complextype Depot
Visserij Infrastructuur Infrastructuur Scheepvaart (infrastructuur of scheepswrak)
Graf (-veld)
Brug
Nederzetting
Vliegtuigwrak
Cultus / Heiligdom
Industrie / Nijverheid
Versterking of versterkte nederzetting Agrarische productie en voedselvoorziening Landbouw
(Water-) Molen
Slagveld Complex onbepaald Onderzoeksmeldingen
Archeologische monumentenkaart Terrein van archeologische waarde Terrein van hoge archeologische waarde Terrein van zeer hoge archeologische waarde
Grondstofwinning
Schaal
Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd
v1.0_30- 7 - 2020
Plangebied
N
aeres milieu
Bijlage 3 Archeologische beleidskaart (voormalige) gemeente Veghel
AM20106
Plangebied
Bijlage 3: Gemeentelijke Archeologische (beleids)kaart AM20106 Stadhuisplein - Veghel
N
v1.0_3- 8 - 2020
Schaal
aeres milieu
Bijlage 4a Geomorfologische kaart
AM20106
Bijlage 4A: Geomorfologische kaart
N
AM20106 Stadhuisplein - Veghel
Plangebied
Dekzandrug
Ondiep dal (<5 m diep)
Vlakte
Beekdalbodem
Geïsoleerde lage heuvel, rug, welving en lage dijkvorm
Vlakte van ten dele verspoelde dekzanden
Overig
Dekzandrug
Dekzandvlakte
Bebouwing
Lage heuvel, rug en welving met bijbehorende vlakte en laagte
Ondiep dal (<5 m diep)
Geomorfologie
v1.0_3- 8 - 2020
Schaal 1:15.000
aeres milieu
Bijlage 4b Landschappelijke eenhedenkaart (voormalige) gemeente Veghel
AM20106
Plangebied
Bijlage 4B: Gemeentelijke Archeologische (beleids)kaart AM20106 Stadhuisplein - Veghel
N
v1.0_3- 8 - 2020
Schaal
aeres milieu
Bijlage 5 Overzicht bodemkaart
AM20106
Bijlage 5: Bodemkaart
N
AM20106 Stadhuisplein - Veghel
Plangebied
Bodemkaart Humuspodzolgronden
Laarpodzolgronden
Hoge zwarte enkeergronden
Algemene onderscheidingen
Enkeerdgronden
Kalkloze zandgronden
Bebouwing
Lage enkeerdgronden
Beekeerdgronden
v1.0_30- 7 - 2020
Schaal
aeres milieu
Bijlage 6 Reliëfkaart
AM20106
Bijlage 6: Reliëfkaart
N
AM20106 Stadhuisplein - Veghel Plangebied
v1.0_6- 8 - 2020
Schaal 1:15.000
aeres milieu
Bijlage 7 Bouwtekeningen nieuwbouw
AM20106
H
RENVOOI BOUWBESLUIT
C
B
VLOERAFSCHEIDING - Een afscheiding als bedoeld in artikel 2.18, heeft een vanaf de vloer gemeten hoogte van ten minste 1,0m. - Tussen een afscheiding als bedoeld in artikel 2.19, en de vloer is de horizontaal gemeten afstand niet groter dan 0,05m. - Een afscheiding als bedoeld in artikel 2.19, heeft tot een hoogte van 0,7m boven de vloer geen openingen met een breedte groter dan de in tabel 2.19 aangegeven waarde. - Een afscheiding heeft een grotere opening als in art. 2.19 is aangegeven. - Een afscheiding heeft geen opstapmogelijkheid tussen 0,2m en 0,7m boven de vloer.
WVB
WVB
WVB
WVB
WATEROPNAME - Een scheidingsconstructie van een toiletruimte of een badruimte, heeft aan een zijde die grenst aan die ruimte, tot 1,2m hoogte boven de vloer van die ruimte een volgens NEN 2778 bepaalde wateropname die gemiddeld niet groter is dan 0,01 kg/(m².s½) en op geen enkele plaats groter dan 0,2 kg/(m².s½). - Voor een badruimte geldt het in het eerste lid gestelde voorschrift ter plaatse van een bad of een douche over een lengte van ten minste 3m, tot een hoogte van 2,1m boven de vloer van die ruimte. BESCHERMING RATTEN EN MUIZEN - De uitwendige scheidingsconstructie heeft geen openingen die breder zijn dan 0,01 m, m.u.v. afsluitbare opening en een opening die de uitmonding is van een voorziening voor luchtverversing, de afvoer van rook of de ont- en beluchting van een voorziening voor de afvoer van afvalwater en fecaliën.
OVERBRUGGEN VAN HOOGTEVERSCHILLEN - De trap heeft een breedte van 800mm breed en een minimale vrije hoogte van 2100mm. Een trap als bedoeld in artikel 2.24, heeft, voor zover een zijkant van een trede vlak meer dan 1 m boven een direct naast de trap gelegen vloer ligt, aan die zijkant een niet beweegbare afscheiding. De boven de voorkant van een trede vlak gemeten hoogte van die afscheiding is ten minste 0,8 m en ten hoogste 1,0m. Tussen de afscheiding en de trap is de horizontaal gemeten afstand niet groter dan 0,05 m. Een afscheiding als bedoeld in het eerste lid, heeft ter voorkoming van het overklauteren, geen opstapmogelijkheden tussen 0,2 m en 0,7 m boven een trede vlak.
VRIJE DOORGANG - Alle deurenopeningen en verkeersroutes hebben een minimale maat van 850mm breed en 2300mm hoog conform bouwbesluit afdeling 4.4, tenzij anders vermeldt op de plattegrond. OVERIGE - Alle beglazing uitvoeren volgens NEN 3569/ 2608. DRINKWATERVOORZIENING - Drinkwatervoorziening voldoet aan NEN 1006 WARMWATERVOORZIENING - Warmwatervoorziening voldoet aan NEN 1006
Merk p
5450
ELECTRISCHE COMMUNICATIE - Electrische communicatie voldoet aan bouwbesluit afd. 6.14
KL
KL
- Klimaatscheiding
60
60
- Brandwerend 60 min. W.B.D.B.O. - Deuren / luiken / ramen zelfsluitend - Deuren / luiken / ramen zelfsluitend 60 min. W.B.D.B.O.
G
- Deur van binnenuit zonder sleutels te openen (geen kantschuiven e.d.) - Deur voorzien van knopcilinder
ps
- Deur voorzien van paniekslot
pb
- Deur voorzien van paniekbeslag
A
- Deur op kleefmagneet - Blusdeken
Merk q
5450
A
k
WVB
WVB
- Brandslanghaspel - poeder- / schuimblusser - Brandweeringang
F
- Neveningang brandweeringang - Ruimte voorzien van noodverlichting (min. 1 lux. op vloerniveau)
BRANDVOORZIENINGEN
E
WVB
WVB
Merk r
5450
- Transparant aanduiding voor vluchtrichting - Transparant aanduiding voor richtingsverandering van de vluchtweg - Rookmelder ALGEMEEN
- Wanden, kozijnen t.p.v. brandscheidingen ook boven plafond dichtzetten - leidingschachten 60 min. W.B.D.B.O. uitvoeren - Hoofddraagconstructie waarnodig brandwerend uitvoeren - Brandmeld-/ontruimingsinstallatie volgens opgave adviseur
Merk s
- Betonwand - Baksteen KL 60
KL 60
KL 60
KL 60
KL 60
KL KL 60 60 WVB
KL 60
KL 60
KL 60
KL KL 60 60 WVB
KL
KL KL
KL
bsh
KL Merk n KL
KL
KL
KL
KL
KL
KL
KL 60
KL
KL 60
KL 60 60
KL 60
KL 60
KL 60
KL 60
KL 60
Markering op de vloer (bijv. gele fluoricerende lijnen) + plaatsen bordje met tekst: "looproute naar trappenhuis vrijhouden"
Merk P-1
- HSB voorzetwand - Akoestische wandbekleding
1.04
- Wandtegelwerk
Techniek luchtbehandeling
Dakladder, positie n.t.b.
160 m2
1100+vl
1.03
Opstakelvrije zone 3800+P
Vluchttrappenhuis trap: A= 200 mm O= 200 mm B= 950 mm
Dakluik, 900x900 mm (sparing 1000x1000mm)
Dakluik, 900x900 mm (sparing 1000x1000mm)
WVB
60
60
Merk N
- Binnenwanden, betonsteen, niet dragend
3,8 m2
7,3 m2
60
Pers. dames treden
60
treden
Merk j-sp
0.17
- HSB-wand, ongeisoleerd
WVB
Ruimte tbv opstelling Warmtepompen
WVB
Merk P
4850
4800
4850
09
BETREFT
Verdieping, techniek
hwa
- Hemelwater afvoer "aantal en afm. volgens opgave adv. installaties"
kr.l.
- Kruipluik
ALGEMEEN
NIEUWBOUW ZWEMBAD VEGHEL
SCHAAL
A
03
5250
04
5250
05
5250
06
4850
07
WERKNR.
4800
08
4850
09
10
BLAD
02
C
B
N
01
5250
1:100 F. VAN DER VLUGT
DATUM
29-01-2021
GEWIJZIGD
A B C D E F -
PARAAF
5250
GEMEENTE MEIERIJSTAD
DEFINITIEF ONTWERP PLATTEGROND VERDIEPING GETEKEND
5250
-...
WABO VERGUNNING
OPDRACHTG.
10
7945
08
WERK
C
Opstelplaats wasmachine + droger
Merk a-sp
60 Merk O
7,3 m2
Merk a-sp
Merk a
25,4 m2
0.18 Pers. heren
was kast
0.16
Personeelsruimte
Merk a
waarde lockers, 20 stuks
60 13,2 m2
60
Kantoor 2
Merk j
- HSB-wand, geisoleerd (klimaatscheiding)
Verdieping t.b.v. opstelling warmtepompen
Lockers, 10 stuks
0.07
- Houten gevelbekleding
- Metal Stud-wand/ -voorzetwand
KL 60
KL 60 KL
- Isolatie, RC volgens EPC
RENVOOI
KL
- Sandwichpaneel, Rc volgens EPC
KL 60
Afschot
KL 60
60
KL 60
KL
60
KL 60
KL 60
60
B
WVB
miva
KL KL 60 Merk o-60 60
KL KL
Opslag 18,3 m2
3985+
3800+
72 m2
60
WVB
2805
Toeschouwers
Merk a
0.05
4170+
1.02
Merk b
C
Lift
lift 2,7 m2 schacht
3985+
Pantry
60
1.01a
4170+
3985+
KL
20,6 m2
miva
60
1.01
Trappenhuis
3800+
60
trap: O= 181 mm A= 240 mm B= 1280 mm
Glazen balustrade, hoog 1200 mm
KL
KL
KL
60 Merk m.2-60 60
KL
KL
60
KL
KL
60
60
KL
60
60 Merk m.1-60 60
1629+P
WVB
3800
KL 60
60
KL 60
3800+P
KL 60
1100+vl
D
KL 60
KL 60 WVB
KL KL 60 60 WVB
KL 60
STATUS
60
60
5450
KL
KL
G H I J K L -
200072 D - 03 ARCHITECT
Sytse Jan Zoodsma March.
Verdieping WIN D AR C H ITEC T EN AD VIS EU R S
Burg. Wuiteweg 35 Postbus 160 9200 AD Drachten T (0512) 571 475 E info@waa.nu I www.waa.nu
10
09
08
4850
07
4800
06
4850
05
5250
Houten latten
5250
Vloeropbouw bi-bu: - afwerkvloer - breedplaatvloer, vlgs opgave constructeur
9850+P.
04
Wandtegelwerk
03
5250
02
5250
Dakopbouw bu-bi: - dakbedekking - isolatie, conform EPC - dampremmende laag - houten dak (Lignatur) - staalconstructie, vlgs opgave constructeur
01
5250
Glazen balustrade
5250
Vloeropbouw: - beton, vlgs opgave constr.
Vloeropbouw bi-bu: - afwerkvloer - breedplaatvloer, vlgs opgave constructeur
01
02 5250
Dakopbouw bu-bi: - dakbedekking - isolatie, conform EPC - dampremmende laag - houten dak (Lignatur) - houten draagconstructie, vlgs opgave constructeur
4463+P. 3900+P.
3800+P. 3000+P. 2600+P.
3000+P.
8000
30
25090
400
4550
Doelgroepenbad
3550
Perron
30
400
25030
Wedstrijdbad Badomloop
300
200
470+P. Peil=0
Perron
30
400
3050
Peil=0
300 2070-P. (waterdiepte)
Buffer
40
Buffer
2690-P.
2550
2225
400 33 1200 30 430 30
2620
1357 2225
300
250
Perron
70
Perron
2550
70
8060
2225
Peil=0
2580
3550
470+P.
2800
Rolscherm
2600+P.
46600 46000
Vloeropbouw bi-bu: - afwerkvloer - druklaag, vlgs opgave constr. - geisoleerde kanaalplaatvloer, vlgs opgave constructeur - isolatie, conform EPC - kruipruimte - schoon zand
2690-P.
300
Doorsnede A-A
Doorsnede D-D
01 A
B
C
7945
D
2805
3800
Vloeropbouw bi-bu: - afwerkvloer - druklaag, vlgs opgave constr. - geisoleerde kanaalplaatvloer, vlgs opgave constructeur - isolatie, conform EPC - kruipruimte - schoon zand
9850+P.
E
F
5450
Vloeropbouw bo-be: - afwerkvloer - druklaag, vlgs opgave constr. - kanaalplaatvloer, vlgs opgave constructeur - plafond
G
5450
5450
Vloeropbouw bi-bu: - afwerkvloer - breedplaatvloer, vlgs opgave constructeur
H 5450
Dakopbouw bu-bi: - dakbedekking - isolatie, conform EPC - dampremmende laag - houten dak (Lignatur) - staalconstructie, vlgs opgave constructeur
Vloeropbouw: - beton, vlgs opgave constr.
01 B
Dakopbouw bu-bi: - sedumdak, conform leverancier - dakbedekking - afschotisolatie, conform EPC - dampremmende laag - kanaalplaatvloer, conform constr. - systeemplafond
2800
6500+P.
60 L K
4430+P. (4500 + waterlijn)
60 KL
60 KL
60 KL
KL
2800
KL
2600+P.
3000+P.
3495
L KL 60 60
250 Peil=0
A
15460
Perron
2520
waterlijn = 70-P.
200
470+P. Peil=0
Perron
D
Peil=0
Wedstrijdbad
7000
40
Badomloop
2690-P.
30
325
400
2020
300 2070-P. (waterdiepte)
Badomloop
2690-P.
36350
325
37000
Doorsnede B-B C
7945
D
2805
3800
5450
5450
G 5450
Vloeropbouw bi-bu: - afwerkvloer - breedplaatvloer, vlgs opgave constructeur
KL 60
Vloeropbouw bo-be: - afwerkvloer - druklaag, vlgs opgave constr. - kanaalplaatvloer, vlgs opgave constructeur 9100+P. - plafond
H 5450
Dakopbouw bu-bi: - dakbedekking - isolatie, conform EPC - dampremmende laag - houten dak (Lignatur) - staalconstructie, vlgs opgave constructeur
BETREFT
KL 60
6500+P.
KL 60 60
2800+P.
KL 60
KL 60 60
KL 60
KL 60
KL 60
KL 60
KL 60
29-01-2021
GEWIJZIGD
A B C D E F -
KL 60
Techniek luchtbehandeling
KL
KL 60
60
KL
60 KL
60
60
KL
1:100 F. VAN DER VLUGT
DATUM
PARAAF
60 Opstelplaats W.P.
KL
GEMEENTE MEIERIJSTAD
DEFINITIEF ONTWERP DOORSNEDEN GETEKEND
KL 60
60
3800+P.
C
NIEUWBOUW ZWEMBAD VEGHEL
SCHAAL
4430+P. (4500 + waterlijn)
B
WABO VERGUNNING
OPDRACHTG.
Vloeropbouw: - beton, vlgs opgave constr.
KL 60
Dakopbouw bu-bi: - sedumdak, conform leverancier - dakbedekking - afschotisolatie, conform EPC - dampremmende laag - kanaalplaatvloer, conform constr. - systeemplafond
4463+P.
F
KL 60
Vloeropbouw bi-bu: - afwerkvloer - druklaag, vlgs opgave constr. - geisoleerde kanaalplaatvloer, vlgs opgave constructeur - isolatie, conform EPC - kruipruimte - schoon zand
E
WERK
B
6910+P.
E
Doorsnede E-E
01 A
9850+P.
Vloeropbouw bi-bu: - afwerkvloer - druklaag, vlgs opgave constr. - geisoleerde kanaalplaatvloer, vlgs opgave constructeur - isolatie, conform EPC - kruipruimte - schoon zand
STATUS
L 60
K
15400
2225
30
400
2580
3075 2225
400
2620
K
L 60
K
Centrale hal/ koffiehoek
A
2600+P.
70
60 KL
70
2800+P.
60 KL
60
60 KL
60 L K
60 KL
3900+P.
Toeschouwers
60
Personeelsruimte
C
4463+P.
60
60 L K
3800+P.
B
1200+vloer.
KL
4463+P.
Dakopbouw bu-bi: - dakbedekking - isolatie, conform EPC - dampremmende laag - houten dak (Lignatur) - houten draagconstructie, vlgs opgave constructeur
2600+P.
G H I J K L -
Berging
Perron
400
Badomloop
2690-P.
6475
400
400
Doorsnede C-C
Doelgroepenbad
3645
470+P. Peil=0
Perron
waterlijn = 70-P.
12000
200
30
400
2020
Badomloop
Filters
4080-P.
30
2520
BLAD
Miva
70
Schone v. gang
2620
Groepskleedruimte
3615
Vuile v. gang
2225
Peil=0
12060
2225
4070
470+P.
WERKNR.
2600
2800
2600+P.
300 2070-P. (waterdiepte)
200072 D - 06 ARCHITECT
Sytse Jan Zoodsma March.
2690-P.
400 4080-P.
WIND ARCHITECTEN ADVISEURS
Burg. Wuiteweg 35 Postbus 160 9200 AD Drachten T (0512) 571 475 E info@waa.nu I www.waa.nu
Bijlage 4 Quickscan Flora en Fauna
NL.IMRO.1948.BP80981-0001
Pagina: 58 van 307
Datum:16-06-2021
Advies
advies
Quickscan flora en fauna ´Stadshuisplein´ te Veghel
project Quickscan flora en fauna ´Stadshuisplein´ te Veghel datum 9 juni 2021 opdrachtgever Gemeente Meijerijstad projectnummer P02912 opgesteld door RdM Interne controle MvdS
BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl
1
Inleiding
Werkwijze quickscan flora en fauna
Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de realisatie van een nieuw zwembad nabij het Stadhuisplein te Veghel, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving.
In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016.
De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 inF Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).
Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 28 februari 2020 tussen 11.00 – 12.00 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 4°C, licht bewolkt, zonder neerslag, met een zuidwestenwind van 4 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiele aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.
BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.
1
Quickscan flora en fauna ´Stadshuisplein´ te Veghel
Planbeschrijving Het plangebied is gelegen in de kern van Veghel. Circa 1 kilometer ten westen van het plangebied ligt het Wilhelminakanaal, in het westen van het plangebied is de Aa gelegen. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven. Huidige situatie Het plangebied bestaat momenteel uit een sportcomplex, met meerder sporthallen en een zwembad, inclusief een deel van de naastgelegen parkeerplaatsen.
Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)
Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving
In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek. Toekomstige situatie De gemeente is voornemens om het bestaande en verouderde sportcomplex te slopen. In zijn plaats zal een nieuw, modern zwembad worden gerealiseerd. En in de toekomst wellicht een nieuwe stedelijke functie met parkeergelegenheden aan de oostzijde. De omringende bebouwing, groenstructuren en poel zullen hierbij zoveel mogelijk behouden blijven. Figuur 3 geeft een beeld van de toekomstige situatie.
Figuur 3: Toekomstige situatie plangebied
woensdag 9 juni 2021
2
Quickscan flora en fauna ´Stadshuisplein´ te Veghel
Figuur 5: Noordzijde sportcomplex
Figuur 6: Noordzijde sportcomplex
Figuur 4: Noordzijde sportcomplex
Figuur 7: Poel ten zuiden van het plangebied
woensdag 9 juni 2021
Figuur 8: Oostzijde sportcomplex
Figuur 9: Zuidzijde sportcomlex
3
Quickscan flora en fauna ´Stadshuisplein´ te Veghel
Toetsing gebiedsbescherming
Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid
Wettelijke gebiedsbescherming
Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones (EVZ). Daarnaast wordt ook de groenblauwe mantel beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen.
De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Kampina en Oisterwijkse Vennen”, bevindt zich op circa 17 kilometer afstand ten westen van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Daar de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van een nieuw zwembad betreft, is een toename aan stikstofuitstoot te verwachten.
Gezien de geruime afstand tot het Natura 2000-gebied is een toename aan stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied redelijkerwijs niet aan de orde, waardoor een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied is uitgesloten. Volledige zekerheid omtrent het aspect stikstof is echter alleen verkrijgbaar middels een berekening in AERIUS Calculator.
woensdag 9 juni 2021
De Aa is aangeduid als NNB. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB niet worden aangetast. De nieuwe indeling zorgt ervoor dat auto’s verder van de NNB vandaan blijven en een groenstrook tussen het plangebied en de NNB ontstaat. Vervolgonderzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.
Figuur 10: Ligging NNN (groen) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)
4
Quickscan flora en fauna ´Stadshuisplein´ te Veghel
Toetsing beschermde houtopstanden
Toetsing soortenbescherming
De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud.
De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën: Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming) Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb) Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)
Aangezien het plangebied zich binnen de bebouwde kom bevindt is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.
woensdag 9 juni 2021
Tabel 1
Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven.
Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten
Vogels (artikel 3.1 Wnb)
Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb)
Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
-
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
-
-
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
5
Quickscan flora en fauna ´Stadshuisplein´ te Veghel
De Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot een aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) binnen de provincie Noord-Brabant niet vrijgesteld. Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen.
De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te worden of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief
woensdag 9 juni 2021
effect kan plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend. Vogels Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Ministerie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken. Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 14 soorten’) zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’). Het sportcomplex biedt in huidige staat geen geschikte broedlocaties voor soorten als kerkuil, huismus en gierzwaluw, door het ontbreken van geschikte ruimtes in het gebouw.
In de opgaande beplanting binnen en rond het plangebied bevinden zich tevens geen jaarrond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer en ransuil, welke hier gezien de stedelijke ligging ook niet te verwachten zijn. Wel kunnen mogelijk “algemene” soorten als merel en houtduif tot broeden komen in de te verwijderen bomen. Toetsing Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een jaarrond beschermde status verloren. Bij de
werkzaamheden kunnen wel nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betreffende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten. Vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, franjestaart, bosvleermuis, meervleermuis en watervleermuis.
Het te slopen sportcomplex bevat meerdere geschikte rusten verblijfplaatsen voor een gebouwbewonende vleermuizensoort in de vorm van open stootvoegen, kierende dakranden en andere openingen welke leiden naar ruimtes in de spouw en dakbetimmering. Deze openingen zijn aangetroffen aan alle zijdes van het gebouw. Er is geen sprake van potentieel (essentieel) foerageergebied en/of vliegroutes, gezien het ontbreken van aspecten als grote hoeveelheden opgaand groen, oppervlaktewater en lijnvormige landschapselementen.
6
Quickscan flora en fauna ´Stadshuisplein´ te Veghel
Toetsing Bij de sloop van het sportcomplex bestaat de kans dat er één of meerdere verblijfplaatsen van een vleermuissoort verloren gaan. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn jaarrond beschermd. Middels een vervolgonderzoek dient duidelijk te worden of zich in de te slopen bebouwing verblijfplaatsen van een vleermuissoort bevinden. Op basis van het vervolgonderzoek wordt bepaald of er bij uitvoering van het slopen gebouw sprake is van overtreding, en of het treffen van maatregelen en een ontheffingsprocedure aan de orde is alvorens er mag worden gesloopt. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied vormt geen geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Soorten als egel en huisspitsmuis kunnen in het plangebied incidenteel worden waargenomen. Doordat vrijwel het gehele terrein betegeld is, is dit niet van waarde voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten.
Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied. Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten eekhoorn, boommarter, bunzing, steenmarter, wezel, das en bever voor. Gezien de binnenstedelijke ligging, de beperkte omvang en het versteende habitat, betreft het hier geen essentieel habitat voor de betreffende marterachtigen. Verder zijn er
woensdag 9 juni 2021
geen holen of nesten in de grond of in de bomen aangetroffen die zouden kunnen dienen als schuil- of nestplaats voor marterachtigen. Binnen het plangebied zijn tevens geen nesten of sporen van de eekhoorn aangetroffen dan wel burchten, loop- of eetsporen, latrines of wissels die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van het plangebied door de das of bever. De aanwezigheid van andere strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten Toetsing Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefgebied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en overtreding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen. Reptielen Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van de levendbarende hagedis en hazelworm. De waarnemingen hebben betrekking op de natuurgebieden in de omgeving. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat voor deze soorten.
Het voorkomen ervan binnen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op voorhand uitgesloten.
Amfibieën In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander. Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde rugstreeppad, poelkikker, heikikker, Alpenwatersalamander en kamsalamander bekend. Het plangebied bevat echter geen oppervlaktewater of schuilgelegenheid, waardoor de aanwezigheid van de meeste van deze soorten binnen het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten. De poel ten zuiden van het plangebied biedt echter wel geschikt habitat voor amfibieën, wat kan leiden tot een incidenteel passerend individu binnen het plangebied. Hierop is enkel de zorgplicht van toepassing. Toetsing De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel habitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen. Vissen Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten.
7
Quickscan flora en fauna ´Stadshuisplein´ te Veghel
Ongewervelde diersoorten In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van bruine eikenpage, grote vos, iepenpage, kleine ijsvogelvlinder, gevlekte witsnuitlibel, bosbeekjuffer en teunisbloempijlstaart. Al deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig zijn. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten. Vaatplanten In de directe omgeving van het plangebied zijn beschermde soorten bekend als dreps, drijvende waterweegbree, kluwenklokje en ruw parelzaad. Deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun standplaatsen. Gezien het aanwezige biotoop en binnenstedelijke ligging van het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten.
Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.
woensdag 9 juni 2021
8
Quickscan flora en fauna ´Stadshuisplein´ te Veghel
Conclusie
Vervolgtraject en advies
Gelet op de potentiele ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming, onderdeel soorten, in acht wordt genomen:
De sloop van de bebouwing kan negatieve gevolgen hebben voor vleermuizen, wat een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming betreft. Daarom zal middels soortgericht vervolgonderzoek eerst inzichtelijk moeten worden of in de huidige situatie nest- of verblijfplaatsen aanwezig zijn van de betreffende soortgroep. Een vervolgonderzoek naar vleermuizen loopt van half mei tot en met eind september.
Met betrekking tot de sloop zijn overtredingen ten aanzien van het verstoren/verwijderen van verblijfplaatsen van een vleermuissoort op basis van de quickscan niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek gedurende het juiste seizoen dient hieromtrent uitsluitsel te geven; Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van het opgaand groen buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten; In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.
Op basis van onderhavige quickscan wordt vervolgonderzoek naar effecten op beschermde gebieden (Natura 2000/NNN) niet noodzakelijk geacht. Evenmin is er sprake van een noodzaak tot het indienen van een ontheffingsaanvraag ten aanzien van houtopstanden dan wel een vergunningsaanvraag in het kader van gebiedsbescherming.
woensdag 9 juni 2021
Bij de aanwezigheid van een vaste rust- en verblijfplaats van een vleermuizensoort is één van de onderdelen van de noodzakelijke maatregelen het tijdig aanbieden van temporele alternatieve verblijfsmogelijkheden (bijvoorbeeld vleermuiskasten). Afhankelijk van de aanwezige verblijfsfunctie(s), dienen meerdere geschikte alternatieve verblijfsmogelijkheden te worden aangeboden die de te verstoren/verwijderen verblijfplaatsen (tijdelijk) kunnen opvangen. Daarbij geldt conform de Wet natuurbescherming voor de vervanging van verblijfplaatsen, afhankelijk van de aangetroffen verblijfsfunctie, een gewenningsperiode van minimaal 3 à 6 maanden waarin vleermuizen actief zijn, alvorens met de sloopwerkzaamheden ter plaatse van de verblijfplaats mag worden gestart. De wintermaanden mogen hierbij dus niet worden meegerekend. Bij de aanwezigheid van een kraamverblijf dienen alternatieve kraamverblijven zelfs minimaal een volledig kraamseizoen (mei – juli) aanwezig te zijn geweest tegelijkertijd met de huidige verblijfplaats. Dit kan tot gevolg hebben dat bij het aantreffen van een verblijfplaats pas in het seizoen na het verlenen van de ontheffing voor het verstoren ervan kan worden gesloopt. Voor een initiatiefnemer is dat vaak een extra jaar tijdverlies.
Indien de projectplanning van essentieel belang is, adviseert BRO om vooraf aan het vleermuizenonderzoek al alternatieve verblijfplaatsen te plaatsen, conform hetgeen is gesteld in het kennisdocument van de te verwachten
soorten en verblijffuncties. Hiermee kan eventuele vertraging van de planning worden beperkt. Daarnaast dient voor het verwijderen van de huidige verblijfplaats een ontheffing te worden aangevraagd bij de betreffende provincie of omgevingsdienst, in dit geval de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN). Een ontheffingsaanvraag dient te worden onderbouwd met een activiteitenplan waar juridische en ecologische aspecten als de specifieke maatregelen en werkzaamheden, de gunstige staat van instandhouding, het wettelijk belang, een alternatievenafweging en de planning in zijn opgenomen. Na het verkrijgen van de ontheffing kunnen de werkzaamheden ter plaatse van de aangetroffen verblijfplaats worden uitgevoerd, mits aan alle voorwaarden uit de ontheffing wordt voldaan en de gevoelige periodes worden ontzien. De ODBN neemt normaliter binnen 13 weken een besluit over de aanvraag. Indien nodig kan dit termijn met 7 weken worden verlengd.
9
Quickscan flora en fauna ´Stadshuisplein´ te Veghel
Samenvatting In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.
Tabel 3
Tabel 2
Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen
Gebiedsbescherming
Afstand tot gebied
Sprake van aantasting
Vervolgtraject
Bijzonderheden / opmerkingen
Natura 2000
Ca. 17 km
Nee
-
Geen externe verstorende factoren
Natuurnetwerk Nederland
Ca. 35 m
Nee
-
Ecologische waarde en kenmerken blijven gelijk
Houtopstanden
-
Nee
-
Niet van toepassing
Overzicht (potentiele) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen
Soortgroep
Potentieel aanwezig
Sprake van overtreding
Vervolgtraject / maatregelen
Bijzonderheden / opmerkingen
Algemeen
Ja
Te voorkomen
Opgaand groen buiten broedseizoen verwijderen of controle vooraf
Globale broedseizoen loopt van maart tot half augustus
Jaarrond beschermd
Nee
Nee
-
-
Verblijfplaatsen
Ja
Mogelijk
Vervolgonderzoek naar gebruik van gebouw door vleermuizen
Bij aanwezigheid is voor de sloop een ontheffing nodig
Foerageerhabitat
Nee
Nee
-
-
Vliegroutes
Nee
Nee
-
-
Grondgebonden zoogdieren
Ja
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Heeft betrekking op een soort als de egel
Reptielen
Nee
Nee
-
-
Amfibieën
Ja
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Heeft betrekking op een soort als de gewone pad
Vissen
Nee
Nee
-
-
Ongewervelden
Nee
Nee
-
-
Vaatplanten
Nee
Nee
-
-
Broedvogels
Vleermuizen
woensdag 9 juni 2021
10
Quickscan flora en fauna ´Stadshuisplein´ te Veghel
Geraadpleegde bronnen Algemene Literatuur Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht. Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.
Zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren)
Provinciale websites Bouwens, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot Soortbescherming. Provincie Noord-Brabant Brabant.nl (NNN en beschermde gebieden in Noord-Brabant) Dassenwerkgroepbrabant.nl (gegevens das in NoordBrabant) Kaartbank.brabant.nl/viewer/app/Kaartbank (grenzen beschermde gebieden)
Algemene websites Bij12.nl (kennisdocumenten van o.a. huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten) Eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden) Floron.nl (soortgegevens planten) Ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen) Sovon.nl (soortgegevens vogels) Synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden) Verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten) Vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen) Wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 (wettekst Wet natuurbescherming)
woensdag 9 juni 2021
11
Bijlage 5 Eindrapportage veldinventarisatie vleermuizen
NL.IMRO.1948.BP80981-0001
Pagina: 70 van 307
Datum:16-06-2021
Eindrapport
VLEERMUIZEN TER PLAATSE VAN EN ROND SUPERMARKT AAN HET STADHUISPLEIN TE VEGHEL
Eindrapport
VLEERMUIZEN TER PLAATSE VAN EN ROND SUPERMARKT AAN HET STADHUISPLEIN TE VEGHEL
rapportnummer 2017.2813 november 2018 In opdracht van: Rho adviseurs Postbus 150 3000 AD ROTTERDAM
Adviesbureau Mertens B.V. Bureau voor natuur, ruimtelijke ordening en ecotoxicologie Bezoekadres: Dr. Willem Dreeslaan 1 te Bennekom Postadres: Postbus 367, 6700 AJ te Wageningen
T: 0317-428694 M: 06-29458456 E: info@adviesbureau-mertens.nl I: www.adviesbureau-mertens.nl
© Adviesbureau Mertens BV, Wageningen, 2018 Deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming vrij worden vermenigvuldigd. De verzamelde data zijn alleen te gebruiken voor het hier geschetste onderzoek en mogen niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
Vleermuizen ter plaatse van en rond een te realiseren supermarkt aan het Stadhuisplein te Veghel. Eindrapport november 2018
INHOUDSOPGAVE
1 INLEIDING .......................................................................................................................................................... 2 1.1 INLEIDING ................................................................................................................................................. 2 1.2 HET PLANGEBIED ...................................................................................................................................... 2 1.3 DE PLANNEN ............................................................................................................................................. 3 1.4 VRAAGSTELLINGEN VAN HET ONDERZOEK .................................................................................................. 3 1.5 OPBOUW VAN DIT RAPPORT ....................................................................................................................... 3
2 BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN ................................................................................................ 4 2.1 WET NATUURBESCHERMING ...................................................................................................................... 4 2.2 RODE LIJST............................................................................................................................................... 4
3 ECOLOGIE VLEERMUIZEN ................................................................................................................................ 5
4 METHODE............................................................................................................................................................ 6 4.1 OMVANG ONDERZOEK ............................................................................................................................... 6 4.2 VELDONDERZOEK ...................................................................................................................................... 6
5 RESULTATEN ..................................................................................................................................................... 7 5.1 VOORJAAR/ VOORZOMER .......................................................................................................................... 7 5.2 VOORHERFST ........................................................................................................................................... 7
6 CONCLUSIES ...................................................................................................................................................... 9
GERAADPLEEGDE LITERATUUR ...................................................................................................................... 10
BIJLAGEN ............................................................................................................................................................ 11 1 BEGRIPPEN ............................................................................................................................................ 12 2 ONDERZOEK SOMSTANDIGHEDEN .................................................................................................... 14
Adviesbureau Mertens
1
Wageningen
Vleermuizen ter plaatse van en rond een te realiseren supermarkt aan het Stadhuisplein te Veghel. Eindrapport november 2018
1 INLEIDING
1.1 Inleiding Er is het voornemen voor de sloop van bebouwing aan het Stadhuisplein te Veghel om een supermarkt te kunnen realiseren (zie figuur 1 voor de globale ligging). De aanwezigheid van beschermde soorten vormt een te onderzoeken aspect, omdat met de plannen effecten kunnen gaan ontstaan op planten- en diersoorten die beschermd zijn via de Wet natuurbescherming. Op grond hiervan is in het verleden verkennend en aanvullend veldonderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde planten- en diersoorten (Adviesbureau Mertens, 2017). Uit dit onderzoek blijkt dat vleermuizen niet kunnen worden uitgesloten. Op grond hiervan is aan Adviesbureau Mertens te Wageningen gevraagd om een veldonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van vleermuizen en om bij het eventueel voorkomen hiervan, aan te geven hoe hiermee dient te worden omgegaan. In dit rapport worden de resultaten van dit onderzoek gepresenteerd.
N▲
Figuur 1. Globale ligging van het plangebied aan het Stadhuisplein te Veghel. 1.2 Het plangebied Het plangebied in Supermarkt aan het Stadhuisplein te Veghel is sinds het verkennend onderzoek niet wezenlijk gewijzigd. Voor een omschrijving van dit gebied wordt verwezen naar het verkennend onderzoek (Adviesbureau Mertens, 2017).
Adviesbureau Mertens
2
Wageningen
Vleermuizen ter plaatse van en rond een te realiseren supermarkt aan het Stadhuisplein te Veghel. Eindrapport november 2018
1.3 De plannen De plannen zijn sinds het verkennend onderzoek niet gewijzigd. Voor een omschrijving van de plannen wordt dan ook verwezen naar het verkennend onderzoek (Adviesbureau Mertens, 2017).
1.4 Vraagstellingen van het onderzoek Voor het in beeld brengen van de beschermde en bedreigde soorten zijn de volgende groepen onderzocht: vleermuizen (foerageergebied, verblijfplaatsen en vliegroutes). Dit betreffen de soort(groep)en die in potentie kunnen voorkomen. Gelet op de opdracht genoemd in de inleiding van dit hoofdstuk worden de volgende vraagstellingen onderzocht: 1. Welke beschermde en bedreigde soorten komen voor in of nabij Supermarkt aan het Stadhuisplein te Veghel? 2. Wat is de verspreiding en het terreingebruik van de beschermde en bedreigde soorten in of nabij Supermarkt aan het Stadhuisplein te Veghel?
1.5 Opbouw van dit rapport Na een korte uitleg over de soortbescherming (hoofdstuk 2) en de ecologie van de te inventariseren soort(groep)en wordt in hoofdstuk 4 de werkwijze van het onderzoek weergegeven. In hoofdstuk 5 wordt de aanwezigheid en de verspreiding weergegeven. In hoofdstuk 6 worden conclusies gegeven en worden aanbevelingen gedaan. In bijlage 1 wordt een overzicht gegeven van de gehanteerde begrippen. Aangezien onderhavig rapport een voortzetting is op het verkennend onderzoek (Adviesbureau Mertens, 2017), kan onderhavig rapportage niet los worden gelezen van het verkennend onderzoek.
Adviesbureau Mertens
3
Wageningen
Vleermuizen ter plaatse van en rond een te realiseren supermarkt aan het Stadhuisplein te Veghel. Eindrapport november 2018
2 BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet integreert de Flora- en faunawet, Boswet en Natuurbeschermingswet 1998 tot één wet. Deze wet implementeert tevens de Vogelen Habitatrichtlijn en andere verdragen in het nationaal natuurbeschermingsrecht. Het bevoegd gezag is Gedeputeerde Staten van de Provincie(s) waar een project wordt gerealiseerd. Gedeputeerde Staten kunnen deze bevoegdheid ook overdragen conform lid 7 van deze wet. De nieuwe Wet natuurbescherming sluit aan bij de internationale kaders zoals de Vogel- en Habitatrichtlijn. De soortbescherming richt zich dan ook primair op de bescherming van plant- en diersoorten die genoemd zijn in deze richtlijnen. Daarnaast is een deel van de soorten van de Rode Lijst (zie paragraaf 2.3) beschermd via de Nieuwe Wet natuurbescherming. Tevens geldt voor alle soorten de algemene zorgplicht, zoals deze ook al gold onder de Flora- en faunawet. Indien een plan resulteert in negatieve beïnvloeding van een soort of soorten kan ontheffing worden verleend conform artikel 3.3 van de Wet natuurbescherming voor soorten van artikel 3.1 en 3.2 (Vogelrichtlijnsoorten). Ontheffing kan worden verleend conform artikel 3.8 van de Wet natuurbescherming voor soorten van artikel 3.4 en 3.6 (Habitatrichtlijnsoorten).
De criteria voor ontheffingsverlening voor deze soorten zijn identiek aan die van de Flora- en faunawet omdat de ontheffingsgronden van de Vogel- en Habitatrichtlijn gelijk zijn gebleven. Het nationaal recht staat het niet toe om hiervan af te wijken. Provincies kunnen voor de nationaal beschermde soorten een algemene vrijstelling verlenen. In de Provincie Noord-Brabant wordt voor een aantal soorten vrijstelling verleend in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Het betreft o.a. aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos en woelrat. 2.2 Rode lijst De Rode lijst met bedreigde soorten is eind 2004 gepubliceerd in de Staatscourant en voor een deel in 2009 herzien. Aan de op deze lijst genoemde soorten komt bescherming toe voor zover zij vallen onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming. Tussen de Wet natuurbescherming en de Rode lijsten bestaat geen formele relatie. Alleen op basis van “gunstige staat van instandhouding” kunnen bij beschermde Rode lijstsoorten "zwaardere" randvoorwaarden gelden ten aanzien van mitigerende en compenserende maatregelen dan voor algemene soorten.
Zo zal het bij zeer algemeen voorkomende soorten die gering afnemen in aantal (Rode lijstsoort met het criterium gevoelig) relatief eenvoudig zijn om aan te tonen dat de "gunstige staat van instandhouding" niet in het geding komt. Voor soorten met een beperkt verspreidingsbeeld en die afnemen in aantal (soorten van de Rode lijst met het criterium bedreigd of ernstig bedreigd) is een uitgebreide effectenstudie wenselijk. Voor deze soorten geldt namelijk de zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. Dit artikel is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Op deze manier wordt nader invulling gegeven aan de bescherming van soorten die in aantal en/of verspreiding afnemen.
Adviesbureau Mertens
4
Wageningen
Vleermuizen ter plaatse van en rond een te realiseren supermarkt aan het Stadhuisplein te Veghel. Eindrapport november 2018
3 ECOLOGIE VLEERMUIZEN
Vleermuizen zijn vliegende zoogdieren die zich voeden met insecten. Per nacht wordt een grote hoeveelheid voedsel gegeten. Vleermuizen zijn aangewezen op een grote diversiteit aan ecotypen, die een groot en constant voedselaanbod opleveren. Daarnaast zijn vleermuizen afhankelijk van landschapselementen. Aan de hand van landschapselementen (bomenlanen, huizenrijen, houtwallen e.d.) kunnen vleermuizen zich oriënteren door middel van het uitzenden van geluiden. Open landbouwgebieden zijn daarom bijvoorbeeld onaantrekkelijk voor vleermuizen. Vleermuizen verblijven overdag, gedurende het zomerseizoen, in kleine ruimten als spouwmuren of gaten in bomen. Afhankelijk van de soort, bewonen vleermuizen bomen of gebouwen. Alleen de grootoorvleermuis maakt gebruik van zowel bomen als gebouwen. Vooral vrouwtjes zitten veel bij elkaar, in een kolonie. Hier worden de jongen in groot gebracht. Als de schemering valt vliegen de vleermuizen uit en gaan via vaste routen, de vliegrouten, naar de foerageerplaatsen. Soms liggen foerageerplaatsen en kolonies wel meer dan 10 km uit elkaar. Op de foerageerplaatsen wordt gedurende gehele nacht gefoerageerd. Bij het aanbreken van de dag vliegen de vleermuizen via de vliegrouten weer terug naar de kolonie. Tegen de herfst breekt het paarseizoen aan. De jongen worden in het daarop volgende voorjaar geboren.
De vleermuizen leven in de herfst nagenoeg niet meer in kolonies, maar solitair. Voor de paring worden paarplaatsen gebruikt die vaak afwijken van de kolonieplaatsen. Vaak worden in de herfst ook andere soorten en aantallen vleermuizen aangetroffen. Een voorbeeld hiervan is de ruige dwergvleermuis. Daarnaast worden in de herfst vaak andere foerageerplaatsen gebruikt, de vleermuizen zijn immers niet meer gebonden aan de kolonieplaats. Kort na het paarseizoen tot enkele maanden later, als de winter aanbreekt, trekken de vleermuizen naar ruimten met een stabiel microklimaat als (ijs)kelders, grotten, bunkers of dikke bomen om daar door middel van de winterslaap de winter door te brengen. Vleermuizen gebruiken in de winter dus eveneens verblijfplaatsen, wanneer zij hun winterslaap houden. Slechts zeer sporadisch komen de winterverblijfplaatsen overeen met de zomerverblijfplaatsen. Doordat vleermuizen voor hun oriëntatie gebruik maken van echolocatie zijn vleermuizen gevoelig voor ingrepen in het landschap. Oriëntatie vindt plaats aan de hand van opgaande elementen als bijvoorbeeld bomenlanen en houtwallen. Verlies daarvan resulteert in verminderde oriëntatiemogelijkheden. Oriëntatie is noodzakelijk om van kolonieplaats naar foerageergebied te vliegen en om voedsel te vinden.