CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Gasthuisstraat 36, Schijndel (BIJLAGEN BIJ TOELICHTING)

Raadsvergadering 29 maart 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Gasthuisstraat 36 te Schijndel24.093 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Door het planvoornemen met appartementen is geen toekomstige (grond)waterverontreiniging te verwachten. Gezien het gebruik als schoolgebouw vormt de afvalwaterafvoer van 15 appartementen geen probleem voor het bestaande stelsel. Een wijziging aan de aansluiting dient ten tijde bij de gemeente aangevraagd te worden. Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Door het planvoornemen is er daarom geen direct nadelig effect te verwachten op het bestaande oppervlaktewaterstelsel. Het bestaande pand en de omliggende verharding is aangesloten op het gemengd rioolstelsel. Zover bekend wordt dit stelsel nog niet op korte termijn vervangen. Op het eigen perceel zal wel een gescheiden rioolstelsel aangelegd worden. Hierdoor kan bij toekomstige scheiding van het gemeentelijk stelsel hierop eenvoudig aangesloten worden. Zuidelijk is een hemelwaterriool onder de Jan van Amstelstraat aanwezig. Mogelijk kan het hemelwater uit het plangebied hierop aangesloten worden. Dit dient dan afgestemd/nagevraagd te worden met/bij de gemeente. Voor wijziging of nieuwe rioolaansluiting dient ten tijde bij de gemeente Meierijstad een aanvraag ingediend te worden. Door de herinrichting van het plangebied is een wijziging in het verhard oppervlak te verwachten. De bestaande verharding is bepaald op basis van de luchtfoto.

Op basis van de projecttekening in afbeelding 2 is de toekomstige verharding vastgesteld. Tabel 2 geeft het overzicht tussen de huidige en toekomstige situatie weer. Huidige situatie [m2]

Toekomstige situatie [m2]

Daken, circa

525

700

Overige (parkeerplaatsen, ontsluitingswegen,

745

675

1.270

1.375

Bruto (verharde) oppervlakten

ect.), circa Totaal, circa

Tabel 2: Overzicht toe- en afname verhard oppervlak binnen het plangebied

Uit de tabel is af te leiden dat door het voorgenomen bouwplan het verhard oppervlak licht toeneemt met ca. 105 m2. Vanuit het waterschap is hiervoor geen compensatie vereist. Vanuit het gemeentelijk beleid is wel waterberging benodigd. Voor de toename bedraagt de waterberging circa 6,3 m3.

Pagina | 11

AM21025

Naar verwachting is er een slecht doorlatende bodem aanwezig en is op basis van de verwachting een infiltratievoorziening afgeraden. Bij de aanleg van een (absolute) infiltratievoorziening is een infiltratieonderzoek geadviseerd. Verder dient rekening gehouden te worden met de verwachte GHG op ca. 0,7 m-m-v. Derhalve is gekeken naar bergingsmogelijkheden. Deze zijn hieronder opgesomd: -

Aanleg ondiepe wadi (berging en infiltratie) voor ca. 6,3 m3 tussen de twee panden met een overloop naar het gemeentelijk stelsel;

-

aanleg waterpasserende bestrating ter plaatse van de parkeervakken;

-

ondergrondse berging ter plaatse van de parkeervakken/toegangsweg (bijvoorbeeld rockflow);

-

toepassing groendak of daktuin (ca. 200 m2 x 30 mm; indien mogelijk);

-

Aansluiting gescheiden HWA-stelsel naar oppervlaktewater aan de overzijde van de weg;

-

Een combinatie voor bovenliggende opties.

Al het hemelwater kan door de GHG en verwachte slechte infiltratie niet op eigen perceel verwerkt worden. Wel kan de toename aan verharding ruimschoots op eigen perceel geborgen worden met een overloop naar het gemeentelijk stelsel. De voorkeur gaat uit naar de aanleg van een verlaging/wadi in het groen of een halfverharding/berging onder de parkeerplaatsen. Hierdoor kan dan ook eenvoudig een overloop op het gemeentelijk stelsel aangelegd worden. In overleg met de gemeente kan eventueel ook een aansluiting op het oppervlaktewater aan de overzijde van de weg gemaakt worden (gescheiden houden naar het oppervlaktewater). Door rekening te houden met de GHG, een voldoende hoog bouwpeil (20 cm boven kruin weg), waar mogelijk verwerking van het hemelwater op eigen terrein en de gescheiden aanlevering op het gemeentelijk stelsel wordt het planvoornemen hydrologisch neutraal ontwikkeld en is geen overlast te verwachten. Bij het definitieve bouwplan zal de uiteindelijke hemelwatervoorziening opgenomen worden. Het omliggend terrein dient zo aangelegd te worden dat excessief water kan afstromen naar het openbaar gebied. Eventueel benodigde vergunningen worden niet middels deze waterparagraaf geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden.

Wanneer een bronnering nodig is voor de bouwwerkzaamheden of bij ingrepen op de plaatselijke waterhuishouding (lozing/infiltratie of werkzaamheden in (de buurt van) een watergang), moeten in het kader van de Waterwet ten tijde vergunningen/meldingen aangevraagd te worden bij het Waterschap middels het Omgevingsloket.

Pagina | 12

AM21025

4. OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN Afkoppelen/niet aankoppelen staat voor het scheiden van hemelwater- en afvalwaterafvoer, op een afgewogen manier zodat een duurzaam watersysteem ontstaat. Daarbij moet men rekening houden met de waterhuishouding, de inrichting van de openbare ruimte, de milieuhygiënische gevolgen en de zorg voor de volksgezondheid en welzijn. Bij het voldoen aan de milieuhygiënische randvoorwaarden (dubo-materialen etc.) kan de afgekoppelde afstromende neerslag rechtstreeks via (mol)goten, lijnafwatering of ander traditioneel afvoermateriaal naar een aan te leggen voorziening stromen om in de bodem te infiltreren. Wel moeten in de afvoersystemen voorzieningen worden gerealiseerd die blad, zand e.d., die verstoppingen kunnen veroorzaken, achterhouden. Deze voorzieningen moeten goed bereikbaar blijven ten behoeve het reinigen en het onderhoud. Regelmatig onderhoud van de aanvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen blijven functioneren. Ook moet de (nood)overloop regelmatig worden onderhouden. Ondergrondse voorzieningen dienen altijd voorzien te zijn van een goed bereikbare blad- en zandvanger en/of ontluchtingspunt/overloop. Toe te passen duurzame materialen: •

Hellende daken: dakpannen van natuurlijk, beton of keramisch materiaal.

•

Platte daken: beton of bekleed met EPDM rubber; APP en/of SBS gemodificeerd bitumen.

•

Dakgoten en afvoerpijpen; PVC/PP/PE/ staal, aluminium of zink, alle gecoat.

•

Ontsluitingspaden / wegen / terrassen; voorzien van natuurlijk of niet-uitloogbare materialen zoals keramische of betonproducten.

Indien onvoldoende aandacht wordt gegeven aan het ontwerp en dimensionering, kan wateroverlast ontstaan. Het moet ten alle tijden worden voorkomen dat wateroverlast bij bebouwing en bij derden ontstaat. Het gebruik en het overlopen van de hemelwatervoorziening mag niet leiden tot schade aan in de nabijheid liggende percelen, gewassen en opstallen. Schade, direct en/ of indirect, die eventueel ontstaat is en blijft voor rekening van de ontwikkelaar/eigenaar van het plangebied. In geen geval mag de afvalwaterriolering op een infiltratie- en/of bergingsvoorziening worden aangesloten. Op de afgekoppelde “buitenverhardingen” mogen geen handelingen worden uitgevoerd die vervuiling van het oppervlak veroorzaken. Wil men toch buitenactiviteiten verrichten waarbij vervuiling van verhard oppervlak ontstaat b.v. het reinigen van voertuigen of het schoonmaken van onderdelen, dan moet het gedeelte waar deze activiteit(en) plaatsvindt voorzien worden van de juiste bodembeschermende maatregelen (Nederlandse Richtlijn voor Bodembescherming). Dit betekent dat het vrijkomende afvalwater al dan niet via een olie/benzine-afscheider of andere noodzakelijke (reiniging)voorziening naar het afvalwaterriool moet worden getransporteerd of geloosd, en niet in de bodem mag worden geïnfiltreerd of op oppervlaktewater worden geloosd.

Het is onwenselijk chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de verharde oppervlakken. Daarnaast is toepassing van gladheidsbestrijding middels zout minder wenselijk geacht. Bij toepassing kunnen deze stoffen met het hemelwater afstromen naar de bodem of het oppervlaktewater en deze nadelig beïnvloeden. Indien toepassing noodzakelijk blijkt, wordt geadviseerd dit zo effectief mogelijk te doen.

Pagina | 13

AM21025

Bijlage 1: Topografische overzichtskaart

Pagina | 14

AM21025

Pagina | 15

AM21025

Bijlage 2: Concepttekening planvoornemen

Pagina | 16

AM21025

5.130 6.330 5.130

6

2. 65 0

GAST HUIS STRA AT

3

7 .04 13

0 .76 24 0 65 2.

7 .70 13

T AA R ST EL T S AM N VA

0 .42 25

N JA

N 15 woningen te Schijndel Situatie 25 augustus 2021 1:500

project onderdeel datum schaal

Bladel | Etten-Leur | Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel tel. 0411 - 700250 info@gewoonarchitecten.nl www.gewoonarchitecten.nl

Bijlage 3: Geraadpleegde literatuur Wet- en regelgeving •

Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan, gemeente Meierijstad;

•

Waterprogramma 2016-2021, Waterschap Aa en Maas;

•

Keur, Waterschap Aa en Maas;

•

Watervisie, provincie Noord-Brabant, 2016-2021;

•

Provinciale Milieuverordening, Noord-Brabant (PMV) en interim omgevingsvisie Noord-Brabant 2019;

•

Landelijke Handreiking Watertoets;

•

Waterbeleid voor de 21e eeuw, Commissie Waterbeheer 21e eeuw;

•

Nationaal Bestuurakkoord Water, 2003 en actueel 2008;

•

Waterwet;

•

Het Nationaal Waterplan, 2016-2021;

•

Kader Richtlijn Water;

•

Wet en Besluit op de ruimtelijke ordening.

Overige literatuur •

Handleiding alternatieve materialen voor bouwmetalen, DuBo Consulenten, 2006;

•

ruimtelijke plannen Nederland;

•

Bodematlast provincie Noord-Brabant.

Internet •

www.meierijstad.nl

•

www.aaenmaas.nl

•

www.brabant.nl

•

www.dinoloket.nl

Pagina | 17

AM21025

Bijlage 5 Aanmeldingsnotitie MER

NL.IMRO.1948.SCH001BP0042021P-VG01

Pagina: 71 van 122

Datum:25-2-2022

Aanmeldingsnotitie Woningen Gasthuisstraat 36, Schijndel Gemeente Meierijstad

Aanmeldingsnotitie Woningen Gasthuisstraat 36, Schijndel Gemeente Meierijstad

Rapportnummer:

P03963

Datum:

Maart 2021

Opdrachtgever:

Woonmeij

Projectteam BRO:

RF

Trefwoorden:

--

Bron foto kaft:

BRO, Abstract 4

Beknopte inhoud:

--

BRO Vestiging Amsterdam Sarphati Plaza Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 E info@bro.nl

Inhoudsopgave

pagina

1. INLEIDING 1.1 Inleiding 1.2 Toetsing Besluit m.e.r. 1.3 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 1.4 Leeswijzer

2 2 2 3 3

2. EFFECTEN OP HET MILIEU 2.1 Inleiding 2.2 Kenmerken van het project 2.3 Plaats van het project 2.4 Kenmerk van het potentiële effect

5 5 6 8 10

3. VORMVRIJE M.E.R-BEOORDELING

11

Inhoudsopgave

1

1.

INLEIDING

1.1 Aanleiding Het initiatief betreft een transformatie en nieuwbouwontwikkeling van de Gasthuisstraat 36, en het naastgelegen perceel te Schijndel. De initiatiefnemer, Woonmeij heeft de intentie in monumentale pand (en voormalige kleuterschool) op de planlocatie 7 grondgebonden starterswoningen te realiseren. Op het naastgelegen terrein worden 8 nieuwbouwappartementen gerealiseerd. Het vigerend bestemmingsplan is “Boscheweg Zuid-West 2010”. Ter plaatse van de desbetreffende percelen is de bestemming “Maatschappelijke doeleinden” opgenomen. Op basis van de vigerende bestemming is woningbouw niet toegestaan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is daarom een omgevingsvergunning noodzakelijk om af te wijken van het vigerende bestemmingsplan.

1.2 Toetsing Besluit m.e.r. Toetsingskader Het Besluit m.e.r. geeft in Bijlage C aan in welke categorieën van gevallen en in het kader van welke besluiten een m.e.r.-plicht geldt. In bijlage D zijn de categorieën van gevallen en de besluiten opgesomd in het kader waarvan in ieder geval een m.e.r.-beoordeling dient te worden opgesteld. Daarnaast moet het bevoegd gezag ook bij (relatief) kleinschalige bouw- en ontwikkelingsprojecten, waarbij de in Bijlage D genoemde drempelwaarden niet worden overschreden, beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden, moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden: dan is het opstellen van een MER nodig. Analyse Het planvoornemen maakt geen activiteiten mogelijk, die zijn opgenomen in onderdeel C van het Besluit m.e.r. Daarom is er geen sprake van een activiteit waarvoor een directe m.e.r.-plicht bestaat.

De activiteiten zijn wel opgenomen in onderdeel D (categorie D.11.2) van bijlage II van het Besluit m.e.r. De activiteit betreft een stedelijk ontwikkelingsproject, maar valt onder de drempelwaarden die hier genoemd worden (zie tabel op de volgende pagina).

D.11.2

Hoofdstuk 1

Activiteiten De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.

Gevallen In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1: een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Besluit De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening -> het bestemmingsplan

2

Beoordeling noodzakelijkheid m.e.r.-beoordeling Het programma bestaat uit 15 sociale huurappartementen. De beoogde appartementen worden deels gerealiseerd in de voormalige monumentale kleuterschool en deels in een nieuw te realiseren pand. Het perceel heeft een oppervlakte van circa 2000 m² waarop een (deels)monumentaal pand van ca. 550 m² aanwezig is, dat momenteel leeg staat. Dit pand bestaat uit één bouwlaag. De ontwikkeling dient getoetst te worden aan de Bijlage bij het Besluit m.e.r. De ontwikkeling van de woningen valt onder de activiteit stedelijk ontwikkelingsproject (D 11.2): de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. In het geval van een stedelijk ontwikkelingsproject is direct een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk als de activiteit gaat om de bouw van 2.000 woningen of meer in een aaneengesloten gebied of als de activiteit een omvang heeft van 100 hectare of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling van het gebied van circa 2.000 m2 met het beoogde programma ver beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. Daarom is enkel een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht aan de orde.

Dit betekent dat voordat het plan in procedure gaat, het college van burgemeester en wethouders aan de hand van een aanmeldingsnotitie moet beoordelen en besluiten of een milieueffectrapport moet worden opgesteld, e.e.a. conform paragraaf 7.6 Wet milieubeheer.

1.3 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Aan de hand van een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet de gemeente beoordelen of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden:  belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen milieueffectrapportage noodzakelijk;  belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een milieueffectrapportage worden opgesteld. Procedure De initiatiefnemer dient de aanmeldingsnotitie in bij de gemeente. De gemeente (het bevoegd gezag) neemt binnen 6 weken na ontvangst van de aanmeldingsnotitie (mededeling) een beslissing of een MER gemaakt moet worden.

1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 vormt de aanmeldingsnotitie, hoofdstuk 3 vormt de conclusie van de vormvrije m.e.r.beoordeling. De beoordeling of het noodzakelijk is een milieueffectrapport op te stellen is geheel afhankelijk van het feit of er sprake is van ‘bijzondere omstandigheden’. De bijzondere omstandigheden kunnen betrekking hebben op:

Hoofdstuk 1

3

a. b. c. d.

de plaats waar de activiteit plaatsvindt, o.a. in relatie tot gevoelige gebieden; de kenmerken van de activiteit; de kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben; de samenhang met andere activiteiten ter plaatse (cumulatie).

Hoofdstuk 1

4

2.

EFFECTEN OP HET MILIEU

2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt getoetst of op basis van de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. Het gaat hierbij om de volgende criteria (zie ook onderstaande tabel): 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van het potentiële effect. Kenmerken van het project 

Omvang van het project

Cumulatie met andere projecten

Gebruik van natuurlijke grondstoffen

Productie van afvalstoffen

Verontreiniging en hinder

Risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën

Plaats van het project 

Bestaand grondgebruik

Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied

Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang

Kenmerken van het potentiële effect 

Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking)

Grensoverschrijdende karakter van het effect

Waarschijnlijkheid van het effect

Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect

De (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is opgesteld op basis van de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van het ruimtelijke plan. In de onderstaande tabellen vindt de beoordeling/toets plaats aan de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.

Hoofdstuk 2

5

2.2 Kenmerken van het project Kenmerken van het project Criteria

Toets

Omvang van het project

Het besluitgebied is gelegen op het perceel, kadastraal beend als gemeente Meierijstad, sectie H, nummers 2627, 2626 en 6306, gelegen tussen de Gasthuisstraat en Jan van Amstelstraat te Schijndel. Het perceel heeft een omvang van circa 2.000 m2. Hier worden in totaal 15 woningen mogelijk gemaakt, waarvan 7 in de voormalige (monumentale) kleuterschool en 8 in een nieuw te realiseren pand. Bijbehorende voorzieningen, zoals een parkeerplaats, groenvoorzieningen en bergingen maken eveneens onderdeel uit van het plan. Er is sprake van een project met een relatief kleinschalige footprint.

Cumulatie met andere

Momenteel is er geen sprake van onevenredige cumulatie met andere ontwikkelingen in

projecten

de nabijheid van het plangebied.

Gebruik van natuurlijke

N.v.t.

hulpbronnen

Bij de ontwikkeling wordt geen permanent gebruik gemaakt van natuurlijke hulpbronnen.

Productie van afvalstoffen

Naast het reguliere afval van de toekomstige bebouwing en functies zal geen sprake zijn van de productie van andere afvalstoffen.

Verontreiniging en hinder

De ontwikkeling vindt plaats in stedelijk gebied op een terrein waar momenteel planologisch al stedelijke voorzieningen (maatschappelijke functies) zijn toegestaan.

Tijdens de sloop- en aanlegfase is er mogelijke sprake van tijdelijke hinder als gevolg van bouwverkeer en sloop- en bouwwerkzaamheden. Gelet op de omvang van het project, alsmede de op de locatie beschikbare ruimte, is onevenredige en langdurige hinder ten gevolge van deze werkzaamheden niet aan de orde.

Bedrijven en milieuzonering/hinder Met dit initiatief worden in totaal maximaal 15 woningen mogelijk gemaakt. Woningen kunnen niet gezien worden als milieubelastende functies. Een woning kent dan ook geen milieucategorie of een aan te houden richtafstand. Negatieve invloed op het woon- en leefklimaat bij omliggende milieugevoelige functies is dan ook uit te sluiten

Woningen worden aangemerkt als gevoelige functie. In de directe omgeving van het beoogde nieuwbouwplan zijn een basisschool, kinderdagverblijf en woningen met ‘bijzondere woondoeleinden’. De richtafstand voor een schoolgebouw is door de publicatie van de VNG bepaald op 30 meter. De afstand van het plangebied tot de school bedraagt ca. 15 meter. Gezien het schoolplein van de school (de bron van de grootste geluidsbelasting) grotendeels wordt afgeschermd door het schoolgebouw en er reeds woningen dichter bij de school staan die reeds maatgevend zijn, wordt niet verwacht dat dit belemmeringen zal opleveren voor onderhavig plan.

Bodem: Om vast te stellen of er sprake is van een mogelijk verontreiniging van de bodem met stoffen die een belemmering kunnen vormen met het oog op de voorgenomen ontwikkelingen is er een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Ter plaatse zijn ten hoogste licht verhoogde waarden aangetoond. Vervolgonderzoek wordt niet zinvol geacht. Op basis van de vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit wordt geacht dat geen belemmeringen aanwezig zijn voor het huidige en toekomstige gebruik van de locatie.

Hoofdstuk 2

6

Kenmerken van het project Criteria

Toets Externe veiligheid: Op basis van de risicokaart kan gesteld worden dat binnen het plangebied en de directe omgeving geen risicovolle inrichtingen gelegen die van invloed zijn op het besluitgebied. Ook transportroutes waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd liggen op ruime afstand van het plangebied. Het aspect ‘externe veiligheid’ vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.

Geluid: Bij de projectie van een nieuwe geluidgevoelige bestemming, zoals wonen, binnen de zone van een weg is een akoestisch onderzoek verkeerslawaai noodzakelijk. Omdat het plan niet gelegen is binnen de geluidzone van een zoneplichtige weg, is akoestisch onderzoek niet noodzakelijk. Bovendien ligt het plangebied in een rustig woongebied en is de Jan van Amstelstraat een doodlopende straat waarover enkel bestemmingsverkeer plaatsvindt. Vanuit het perspectief van een goede ruimtelijke ordening kan daarom in het kader van wegverkeerslawaai een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd worden.

Luchtkwaliteit: Het beoogde initiatief om maximaal 15 woningen te realiseren ligt ruim onder de NIBM-grens voor woningbouwontwikkelingen. Een project draagt in niet betekende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als het gaat om de realisatie van minder dan 1.500 woningen bij minimaal 1 ontsluitingsweg en minder dan 3.000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen. Geconcludeerd wordt dat de bijdrage van het verkeer door onderhavig plan ‘niet in betekenende mate’ is. Om deze reden wordt een nader onderzoek naar luchtkwaliteit niet noodzakelijk geacht.

Ecologie/ stikstof: Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek”, bevindt zich op circa 8,5 kilometer afstand ten westen van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten.

De Handreiking woningbouw en AERIUS (Rijksoverheid, januari 2020) geeft een indicatieve stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jaar tijdens zowel gebruik en aanleg van 50 of minder woningen op een afstand van 7 kilometer. Aan de hand van dit gegeven is een toename aan stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied redelijkerwijs niet aan de orde, waardoor een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000gebied is uitgesloten.

Het plangebied is niet gelegen binnen het NNB. Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNB ligt ongeveer 325 meter ten westen van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid

Hoofdstuk 2

7

Kenmerken van het project Criteria

Toets worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen: 

Indien bij de werkzaamheden ingrijpende aanpassingen (o.a. isoleren, het aanbrengen van vogelschroot etc.) aan het dak van het monumentale gedeelte van het schoolgebouw plaatsvinden, is vervolgonderzoek naar de aanwezigheid van nestlocaties van huismus noodzakelijk.

Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten;

In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.

Water: Door het voorgenomen bouwplan zal het verhard oppervlak licht toenemen met ca. 105 m2. Vanuit het waterschap is hiervoor geen compensatie vereist. Vanuit het gemeentelijk beleid is wel waterberging benodigd. Voor de toename bedraagt de waterberging circa 6,3 m3. Hiervoor zijn diverse mogelijkheden op eigen terrein. Bij het definitieve bouwplan zal de uiteindelijke hemelwatervoorziening opgenomen worden. Het omliggend terrein dient zo aangelegd te worden dat excessief water kan afstromen naar het openbaar gebied. Het aspect ‘water’ zorgt niet voor belemmeringen voor het planologisch mogelijk maken van de beoogde ontwikkeling. Risico van ongevallen

Er is geen sprake van een nieuwe risicobron en externe veiligheid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied zoals hiervoor reeds is geconcludeerd.

2.3 Plaats van het project Plaats van het project Criteria

Toets

Bestaand grondgebruik

Op het beoogde perceel staat een voormalige kleuterschool met bijbehorende schoolplein en fietsenstalling.

Relatieve rijkdom aan kwaliteit

Het plangebied heeft geen (bijzondere) rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen.

en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor: 

gevoelige gebieden

Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als

(wetlands, kustgebieden,

Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Vlijmens Ven,

berg- en bosgebieden,

Moerputten & Bossche Broek”, bevindt zich op circa 8,5 kilometer afstand ten westen van

reservaten en

het projectgebied. Negatieve effecten op dit gebied zijn uitgesloten (zie voorgaand, par.

natuurparken, Habitat- en

2.2). Het plangebied is niet gelegen binnen een provinciale natuurzone, onderdeel van het

Vogelrichtlijngebieden)

Natuur Netwerk Nederland, noch in de nabijheid daarvan. Gezien de aard van de

Hoofdstuk 2

8

Plaats van het project Criteria

Toets voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities (nagenoeg) gelijk blijven waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet zullen worden aangetast.

gebieden waarin bij

Nee

communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden 

gebieden met een hoge

Niet aan de orde.

bevolkingsdichtheid 

landschappen van

Archeologie: In 2010 is als onderdeel van ‘Projectbesluit EBC-Noord’ een Archeologisch

historisch, cultureel of

Verwachtingsmodel opgesteld voor het plangebied. De toetsing van het Archeologisch

archeologisch belang

Verwachtingsmodel heeft plaatsgevonden op basis van de resultaten van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen (IVO-Overig). Op basis van de onderzoeksresultaten is het volgende aanbevolen: Er zijn duidelijke aanwijzingen dat het bodemprofiel dusdanig verstoord is, dat er geen kans meer bestaat op de aanwezigheid van archeologische waarden.

Daarom wordt geen verder archeologisch onderzoek aanbevolen.

De gemeente Meierijstad heeft een selectieadvies opgesteld op basis van het onderzoeksrapport. De gemeente Meierijstad geeft in het selectieadvies aan dat zij kan instemmen met het advies om geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren in het plangebied.

Om de cultuurhistorische waarden ter plaatse van het plangebied te achterhalen is gekeken naar de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW-kaart) van Noord-Brabant. Specifiek voor de planlocatie geldt dat de voormalige kleuterschool is aangemerkt als gemeentelijk monument. Aangezien voor het schoolgebouw enkel sprake is van interne functiewijziging blijven beeldkwaliteit, volume en uitstraling ongewijzigd en wordt daarmee rekening gehouden met de bestaande omgeving. De ontwikkeling draagt bij aan een passende nieuwe invulling van het schoolgebouw waarbij de cultuurhistorische waarden van het gebouw behouden blijven. Met de ontwikkeling wordt leegstand, verval en eventuele sloop van de school voorkomen. Verder zijn er in de omgeving geen elementen en/ of structuren aanwezig die van cultuurhistorische waarde zijn.

Met de ontwikkeling van het nieuwe gebouw wordt extra aandacht besteed aan de karakteristieken van de omgeving en vormt daarmee nieuwe karakteristieke bouwwerken. Geconcludeerd wordt dat het aspect ‘cultuurhistorie’ niet

Overige is niet van toepassing.

In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden.

Hoofdstuk 2

9

Gevoelig gebied (conform onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r.) Gevoelig gebied

Toets

Beschermd natuurmonument

Nee

Habitat- en vogelrichtlijngebieden

Nee

Watergebied van internationale

Nee

betekenis Natuurnetwerk Nederland

Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland (voormalige EHS). Er is

(voormalige EHS)

geen sprake van negatieve effecten op het NNN.

Landschappelijk waardevol gebied

Er is geen sprake van een landschappelijk waardevol gebied.

Waterwinlocaties, waterwingebieden,

Nee

en grondwaterbeschermingsgebieden Beschermd monument

Nee

Belvedère-gebied

Nee

2.4 Kenmerk van het potentiële effect Kenmerken van het potentiële effect Criteria

Toets

Bereik van het effect (geografische

De (potentiële) effecten van de voorgenomen ontwikkeling zijn zeer beperkt van

zone en grootte van de getroffen

omvang en treden niet tot hooguit lokaal op. Effecten op het woon- en leefklimaat in

bevolking)

de omgeving, op gevoelige gebieden en natuurgebieden zijn niet aan de orde.

Grensoverschrijdende karakter van het

Er zijn geen grensoverschrijdende effecten aan de orde.

effect Waarschijnlijkheid van het effect

Van onevenredige effecten voor de omgeving is geen sprake.

Duur, frequentie en de omkeerbaarheid

Er is een tijdelijk effect gedurende de sloop- en aanlegfase mogelijk. Tijdens de

van het effect

sloop- en aanlegfase zijn enige effecten merkbaar zoals bouwverkeer en -geluid. Deze effecten zijn zoals aangegeven tijdelijk en relatief beperkt en lokaal van aard. De effecten van de uiteindelijke bebouwing en bewoning zijn blijvend. Zoals echter al verwoord in het voorgaande, zijn deze effecten niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting.

Hoofdstuk 2

10

3.

VORMVRIJE M.E.R-BEOORDELING

Gezien de ligging van het plangebied binnen bestaand stedelijk gebied op een bestaand bouwperceel, de vorenstaande overwegingen en indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r., kan worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de kenmerken van het potentiële effect; sprake is van een relatief klein schaalniveau met bijbehorende minimale effecten. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat deze geen belangrijke nadelige milieugevolgen tot gevolg hebben, die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Wij bevelen u aan - na nadere kennisname van deze beoordeling - een gemeentelijk besluit voor te bereiden waarin wordt aangegeven dat voor de verdere planvorming van het project aan de Gasthuisstraat 36 te Schijndel geen milieueffectrapportage wordt vereist.

Hoofdstuk 3

11

BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Tegelen www.bro.nl

Hoofdstuk 3

1

Bijlage 6 Stikstofonderzoek

NL.IMRO.1948.SCH001BP0042021P-VG01

Pagina: 86 van 122

Datum:25-2-2022

Notitie

notitie

AERIUS-berekening Gasthuisstraat 36 te Schijndel

project AERIUS-berekening Gasthuisstraat 36 te Schijndel datum 3 maart 2021 opdrachtgever Woonmeij projectnummer P03963 opgesteld door TS

Inleiding De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het projectgebied ligt niet binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied.

De meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden, ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’ en ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’ liggen respectievelijk op ca. 8,5 en 10 kilometer ten westen van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het projectgebied zijn externe effecten als licht en geluid uitgesloten. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van 15 woningen betreft, kan een significante toename aan stikstofdepositie tijdens de aanleg- en gebruiksfase op omliggende Natura 2000-gebieden niet op voorhand worden uitgesloten.

8,5 km

10 km

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

Figuur 1: Ligging van het projectgebied (rood omcirkeld) ten opzichte van nabijgelegen Natura 2000-gebieden (blauw en rood gearceerd) (bron: Natura 2000 Network Viewer) 1

Notitie AERIUS-berekening Gasthuisstraat 36 te Schijndel

AERIUS-berekening Om op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten is een AERIUSberekening uitgevoerd. Uit deze berekeningen blijkt dat bij de aanlegfase en gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. In de bijlagen zijn de door AERIUS gegenereerde rapportages voor de aanlegfase en gebruiksfase opgenomen. In het voorliggende document wordt de invoer op sommige punten kort toegelicht. Aanlegfase Het planvoornemen betreft de ontwikkeling van 15 woningen in Schijndel. In de huidige situatie is het perceel voor een deel bebouwd met een voormalige kleuterschool. Een deel van deze school wordt gesloopt. Er worden 7 woningen in de bestaande te behouden bebouwing gerealiseerd, waarbij slechts sprake is van inpandige verbouwingswerkzaamheden. Daarnaast wordt een nieuwbouw gerealiseerd met 8 woningen. Ook wordt met de ontwikkeling het perceel heringericht en wordt voorzien in voldoende parkeervoorzieningen.

Tabel 1

Mobiele werktuigen

Werktuig

Bouwjaar

Brandstof

Vermogen (kW)

Belasting (%)

Draaiuren

Totale emissie NOx (kg/j)

Totale emissie NH3 (kg/j)

Sloopkraan

va. 2014

Diesel

250

69

24

4,14

0,01

Bulldozer

va. 2014

Diesel

200

55

16

1,58

0,00

Dumpers

va. 2014

Diesel

215

69

16

2,37

0,01

Hijskraan

va. 2011

Diesel

250

69

200

82,8

0,08

Graafmachine

va. 2014

Diesel

200

69

40

4,42

0,01

Betonstorter

va. 2014

Diesel

250

69

24

3,31

0,01

Totaal

98,62

0,12

Stationair draaien (+30%)

29,6

0,036

Daarnaast is een extra bron ingevoerd voor het stationair draaien van de voertuigen. Hierbij is rekening gehouden met 30% van de totale emissie van de voertuigen. Zie tabel 1 en bijgevoegde AERIUS-rapportage.

Conclusie Het depositieresultaat met de ingevoerde mobiele werktuigen en het daarbij horende bouwverkeer is niet hoger dan 0,00 mol/ha/j.

Verkeer bouw en aanleg Bij de realisatie van het plan (zowel sloop, als verbouw en

Ten behoeve van de bouw en aanleg vinden ook verkeersbe-

nieuwbouw) wordt gebruik gemaakt van meerdere (mobiele)

wegingen plaats, onder andere in de vorm van vrachtwagens

werktuigen en vinden verkeersbewegingen plaats. Dit zorgt

en busjes. De totale verkeersgeneratie is weergegeven in de

voor een emissie van stikstof. Deze emissie is berekend.

navolgende tabel 2. Deze bewegingen zijn over de aanliggende wegen gemodelleerd waarbij 100% van de bewegin-

(Mobiele) werktuigen Voor de inzet van (mobiele) werktuigen is uitgegaan van een gemiddeld gebruik van mobiele werktuigen bij de sloop, verbouw en nieuwbouw en de aanleg van de gronden daar omheen, gebaseerd op informatie uit eerdere berekeningen. Voor de sloop, verbouw en nieuwbouw is worst-case uitgegaan dat alle activiteiten in één jaar plaatsvinden.

woensdag 3 maart 2021

gen in twee richting is ingevoerd: een route richting het westen (naar de N617) en een route richting het oosten (via de Floralaan). Hierbij is dus meer verkeer ingevoerd dan dat fei-

Tabel 2

Bouwverkeer

Verkeersbewegingen bouwverkeer

Totale verkeersgeneratie

Bedrijfsbusjes (licht verkeer)

8 p/etmaal

Middelzwaar verkeer (aan- en afvoer materialen)

800 p/jaar

Zwaar vrachtverkeer (aan- en afvoer materialen)

600 p/jaar

telijk gaat plaatsvinden. Voor meer informatie verwijzen we u naar de bijgevoegde AERIUS-rapportage.

2

Notitie AERIUS-berekening Gasthuisstraat 36 te Schijndel

Gebruiksfase

Resultaat en conclusie

De woningen (bron 1) worden gasloos opgeleverd en zorgen

Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat bij zowel de aan-

dan ook niet voor stikstofemissie. De verkeersbewegingen

legfase als de gebruiksfase geen depositieresultaten hoger

die met de gebruiksfase samenhangen zorgen hier echter

zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand nega-

wel voor.

tieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden.

Onderstaand is de toekomstige verkeersgeneratie berekend voor 15 appartementen die in het plangebied worden gerealiseerd. Er wordt gerekend met de gemiddelde verkeersgeneratie van sociale huurappartementen in ‘rest bebouwde kom’ – niet stedelijk gebied, zoals opgenomen in de CROW-publicatie 381. Voor een sociaal huurappartement is de gemiddelde verkeersgeneratie 4,1 mvt/etmaal. Voor de 15 appartementen komt de verkeersgeneratie in totaal uit op 61,5 (4,1 x 15) motorvoertuigen per etmaal. Deze bewegingen zijn over de aanliggende wegen gemodelleerd waarbij 100% van de bewegingen in twee richting is ingevoerd: een route richting het westen (naar de N617) en een route richting het oosten (via de Floralaan). Hierbij is dus meer verkeer ingevoerd dan dat feitelijk gaat plaatsvinden. Voor meer informatie verwijzen we u naar de bijgevoegde AERIUS-rapportage. Conclusie Het depositieresultaat met de ingevoerde verkeersgeneratie is niet hoger dan 0,00 mol/ha/j.

woensdag 3 maart 2021

3

Bijlage 1

AERIUS-berekening Aanlegfase

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Realisatiefase project Gasthuisstraat 36 te Schijndel Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RnqwzwF8rRYW (02 maart 2021) pagina 1/6

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

BRO

Gasthuisstraat 36, 5481HG Schijndel

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Woningbouw Gasthuisstraat 36 te Schijndel

RnqwzwF8rRYW

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

02 maart 2021, 14:31

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

142,93 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Realisatiefase 15 woningen Gasthuisstraat 36 te Schijndel

Realisatiefase project Gasthuisstraat 36 te Schijndel

RnqwzwF8rRYW (02 maart 2021) pagina 2/6

Resultaten

Locatie Realisatiefase project Gasthuisstraat 36 te Schijndel

Emissie Realisatiefase project Gasthuisstraat 36 te Schijndel

Resultaten

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

Realisatie 15 woningen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

128,23 kg/j

Bouwverkeer westzijde (van/naar N617) Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

4,83 kg/j

Bouwverkeer oostzijde (via Floralaan) Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

9,87 kg/j

Realisatiefase project Gasthuisstraat 36 te Schijndel

RnqwzwF8rRYW (02 maart 2021) pagina 3/6

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Realisatiefase project Gasthuisstraat 36 te Schijndel

Resultaten

NOx NH3

Realisatie 15 woningen 157038, 404313 128,23 kg/j < 1 kg/j

Voertuig

Omschrijving

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

AFW

Sloopkraan

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

4,14 kg/j < 1 kg/j

AFW

Bulldozer

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

1,58 kg/j < 1 kg/j

AFW

Kiepwagen

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

2,37 kg/j < 1 kg/j

AFW

Hijskraan

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

82,80 kg/j < 1 kg/j

AFW

Graafmachine

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

4,42 kg/j < 1 kg/j

AFW

Betonstorter

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

3,31 kg/j < 1 kg/j

AFW

Stationair draaien (+30%)

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

29,60 kg/j < 1 kg/j

Realisatiefase project Gasthuisstraat 36 te Schijndel

RnqwzwF8rRYW (02 maart 2021) pagina 4/6

Resultaten

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Soort

Voertuig

Standaard

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Licht verkeer

8,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

800,0 / jaar NOx NH3

1,97 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

600,0 / jaar NOx NH3

2,12 kg/j < 1 kg/j

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Bouwverkeer westzijde (van/naar N617) 157026, 404624 4,83 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Standaard

Bouwverkeer oostzijde (via Floralaan) 157462, 404123 9,87 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Licht verkeer

8,0 / etmaal NOx NH3

1,52 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

800,0 / jaar NOx NH3

4,02 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

600,0 / jaar NOx NH3

4,34 kg/j < 1 kg/j

Realisatiefase project Gasthuisstraat 36 te Schijndel

RnqwzwF8rRYW (02 maart 2021) pagina 5/6

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Realisatiefase project Gasthuisstraat 36 te Schijndel

RnqwzwF8rRYW (02 maart 2021) pagina 6/6

Bijlage 2

AERIUS-berekening Gebruiksfase

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Gebruiksfase project Gasthuisstraat 36 te Schijndel Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RQcWtf1MsyXi (02 maart 2021) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

BRO

Gasthuisstraat 36, 5481HG Schijndel

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Woningbouw Gasthuisstraat 36 te Schijndel

RQcWtf1MsyXi

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

02 maart 2021, 13:59

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

17,51 kg/j

NH3

1,13 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Gebruiksfase 15 woningen Gasthuisstraat 36 te Schijndel

Gebruiksfase project Gasthuisstraat 36 te Schijndel

RQcWtf1MsyXi (02 maart 2021) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Gebruiksfase project Gasthuisstraat 36 te Schijndel

Emissie Gebruiksfase project Gasthuisstraat 36 te Schijndel

Resultaten

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

-

-

Wegverkeer westzijde (van/naar N617) Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

5,75 kg/j

Wegverkeer oostzijde (via Floralaan) Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

11,76 kg/j

Gebruik 15 woningen Wonen en Werken | Woningen

Gebruiksfase project Gasthuisstraat 36 te Schijndel

RQcWtf1MsyXi (02 maart 2021) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Gebruiksfase project Gasthuisstraat 36 te Schijndel

Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Wegverkeer westzijde (van/naar N617) 157026, 404624 5,75 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

62,0 / etmaal NOx NH3

5,75 kg/j < 1 kg/j

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Gebruik 15 woningen 157038, 404313 1,0 m 0,2 ha 0,5 m 0,000 MW Continue emissie

Wegverkeer oostzijde (via Floralaan) 157462, 404123 11,76 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

62,0 / etmaal NOx NH3

11,76 kg/j < 1 kg/j

Gebruiksfase project Gasthuisstraat 36 te Schijndel

RQcWtf1MsyXi (02 maart 2021) pagina 4/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=216891aa-cb56-458b-bf81-833d6add6b05