CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

C3b Agrarische visie ZLTO de Meierij december 2020.pdf

Raadsvergadering 1 april 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Brieven van inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven14.203 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

AGRARISCHE VISIE voor de Gemeente Meierijstad

ZLTO AFDELING DE MEIERIJ DATUM: DECEMBER 2020

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 3

2.

De Agrarische sector in Meierijstad, verleden heden en toekomst ................................................ 4

3.

Drie ontwikkelscenario’s voor onze ondernemers.......................................................................... 6

4.

5.

3.1

De ontwikkelende ondernemer .............................................................................................. 6

3.2

De veranderende ondernemer................................................................................................ 6

3.3

De stoppende ondernemer ..................................................................................................... 7

Visie per thema................................................................................................................................ 8 4.1

Ontwikkelruimte voor de agrarische sector ............................................................................ 8

4.2

Landschap ................................................................................................................................ 9

4.3

Water en bodem ................................................................................................................... 10

4.4

Arbeid, personeel en huisvesting .......................................................................................... 11

4.5

Gezondheid ........................................................................................................................... 12

4.6

Energie ................................................................................................................................... 13

4.7

Mobiliteit en infrastructuur................................................................................................... 14

Samenwerking in het licht van de omgevingswet ......................................................................... 14

Bijlagen .................................................................................................................................................. 16 Bijlage I: toelichting visie sector plant ............................................................................................... 16 Bijlage II: toelichting visie sector dier ................................................................................................ 18 Bijlage III: reactie op rapport Kansen voor Kwaliteit (VAB) ............................................................... 20 Bijlage IV: inspraaknotitie Energie uit Zon en Wind .......................................................................... 23 Bijlage Va: zienswijze geur ................................................................................................................ 25 Bijlage Vb: reactie beantwoording .................................................................................................... 27 Bijlage Vc: uitbreiding reactie op geur m.b.t. gebruik kaart gebiedstypologiën ............................... 30 Bijlage VI: zienswijze laaghangend fruit ............................................................................................ 33

2

Voorwoord Ruimte voor Elkaar Beste lezer, voor u ligt de landbouwvisie van ZLTO-afdeling De Meierij voor de gemeente Meierijstad. Deze visie is tot stand gekomen in samenwerking met de boeren en tuinders in onze gemeente. We benoemen verschillende aandachtsgebieden en geven hierbij aan wat de randvoorwaarden zijn voor de agrarische sector naar de toekomst toe. De gemeente komt binnenkort met een concept omgevingsvisie. We hopen dat onze visie een waardevolle bijdrage is voor de inhoud hiervan en voor de discussie over de omgevingsvisie in de gemeenteraad.

1. Inleiding De Nederlandse agrarische sector exporteert wereldwijd. Echter de agrarische producten, die in Meierijstad en de rest van Noordoost Brabant worden geproduceerd, blijven voornamelijk binnen Nederland, of worden geëxporteerd naar onze buurlanden. Verreweg de meeste agrarische producten uit dit gebied komen niet verder dan 750 km. Binnen dit gebied tekenen zich steeds meer kringlopen van producten, mest en voer af. Sowieso wil de Nederlandse overheid, met in haar kielzog tal van bedrijven, omschakelen naar kringlooplandbouw. Er is een duidelijke groei van de wereldbevolking. Gesproken wordt over een wereldbevolking van 9 á 10 miljard mensen in 2050. Het is volgens het CBS nog onduidelijk wat de Nederlandse bevolkingsgroei gaat zijn. Schattingen variëren van geen groei, tot een groei naar 21.1 miljoen inwoners in 2050. Tegelijkertijd daalt de beschikbare hoeveelheid landbouwgrond wereldwijd, zo verwacht de FAO. Voornamelijk als gevolg van klimaatverandering. Denk dan aan gevolgen zoals de verzilting van landbouwgrond, verdroging, verwoestijning, overstromingen in bepaalde delta’s, etc. Maar ook het verlies van landbouwgrond als gevolg van urbanisatie en het gebruik van landbouwgrond voor de opwekking van energie. In Nederland speelt, naast de eerdergenoemde ontwikkelingen, ook nog de onttrekking van landbouwgrond ten behoeve van natuurontwikkeling.

De combinatie van een afname van de beschikbare hoeveelheid landbouwgronden met een groei van de (wereld)bevolking en de omschakeling naar kringlooplandbouw, zorgt ervoor dat landbouwgronden nog schaarser en belangrijker worden. Dit maakt dat de gemeente, in de nog op te stellen omgevingsvisie en omgevingsplan, uiterst terughoudend zou moeten zijn met het bestemmen van landbouwgronden naar gebruik voor andere doeleinden. In Nederland zien we op lokaal niveau, als gevolg van marktontwikkelingen maar ook als gevolg van (on)mogelijkheden op locatieniveau, de agrarische sector steeds diverser wordt. Deze ontwikkeling zal zich naar de toekomst toe alleen maar doorzetten. We zien een ontwikkeling waarbij het ene bedrijf kiest voor een zeer efficiënt productiesysteem, met een lage milieudruk op allerlei deelgebieden. De producten van deze bedrijven zijn goed, ze voldoen aan allerlei gestelde kwaliteitsstandaarden en zijn betaalbaar voor alle lagen van de bevolking. Vanwege de hoge basiskosten in Nederland van onder meer grond, arbeid en milieueisen, is het nodig dat deze bedrijven van een voldoende schaalgrootte zijn en blijven. We zien ook andere bedrijven, die zich richten op deelgebieden of niches in de markt. Vaak zijn dit bedrijven die producten produceren met meer toegevoegde waarde en dus wat duurder zijn.

Daarnaast zien we bedrijven die landbouw combineren met een andere activiteit, of zich zelfs helemaal op iets anders richten. Er zullen nieuwe marktconcepten ontstaan, denkend aan insectenteelten, groenteteelt in fabriekshallen, maar ook gecombineerde teelten of neventakken die elkaar kunnen versterken. Denk aan natuurinclusieve landbouw, zorgfuncties, recreatie, etc.

3

Dankzij een steeds bredere blik op de wereld zijn onze agrarische ondernemers steeds meer in staat om kansen te creëren en benutten. Zo zal er meer en meer gebruik gemaakt worden van technologische middelen zoals drones, robotica, sensors en wat de toekomst ons nog meer brengt, maar ook bestaande methoden worden steeds verder verfijnd, zodat het goede van het verleden behouden blijft. Gezondheid en voedselproductie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Volgens ons zal de gezondheid van de mens in steeds grotere mate bepalend zijn voor het voedsel dat we gaan produceren en de manier waarop we het produceren. De verschillende agrarische sectoren zijn sterk met elkaar verbonden en vervullen middels de eigen kringloop al een belangrijke rol in de volledige benutting van reststromen. Hiermee vervullen zij een belangrijke rol in de verduurzaming van de samenleving. Landbouw is nog steeds een belangrijke drager van het landschap. Ook als uitloopgebied voor de burger zal de inrichting van het buitengebied, die voor een groot deel door de agrosector positief wordt onderhouden, een belangrijke pijler blijven. Wanneer deze samen met de voedselproductie/zorg/recreatie/natuurfunctie van de ondernemers in het gebied een combinatie vormen dan zal dit een welkome aanvulling zijn op het totale plaatje van het platteland.

Er zijn natuurlijk ook bedreigingen maar wanneer we deze nu goed benoemen en onderkennen, dan behoeven deze voor de toekomst geen onvolkomenheid te zijn. Diverse punten komen aan bod in onze visie. Belangrijk is de waardering die door de omgeving en burgers gegeven wordt aan de agrarische sector, waardoor er ook weer nieuwe succesvolle ondernemers op kunnen, maar vooral op wíllen staan, die een bijdrage kunnen leveren aan een leefbaar buitengebied met toekomst.

2. De Agrarische sector in Meierijstad, verleden heden en toekomst Meierijstad is als grootste agrarische gemeente van Nederland trots op haar boeren. In haar beleid zou moeten blijken dat haar agrarische ondernemers gekoesterd worden, niet alleen ten behoeve van de individuele ondernemingen, maar in het belang van de hele gemeente en niet in het minst de leefbaarheid in de kleine kernen. Meierijstad profileert zich als ondernemend, daadkrachtig en betrokken. De gemeente geeft binnen de citymarketing aan, sterk te zijn in Food & Cultuur. Deze sterkte willen we graag in de toekomst blijven zien. De laatste jaren zijn er veel verandering te zien in de agrarische sector. Behalve een forse toename in regelgeving en goede ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid, is er vooral ook een flinke teruggang in het aantal bedrijven te zien in Meierijstad. Er waren er in 2000 nog 986 bedrijven in de agrarische sector in de gemeenten, die nu Meierijstad vormen. In 2010 waren dat 741 bedrijven, in 2020 515, de stoppers van 2020 nog niet meegerekend. Als deze cijfers geëxtrapoleerd worden kom je in 2030 nog op zo’n 370 bedrijven uit. Door de huidige ontwikkelingen (transitie veehouderij, warme sanering, provinciaal beleid 2024 etc.) is onze verwachting dat dit aantal nog lager zal zijn. Het areaal cultuurgrond in Meierijstad is de laatste 20 jaar met 13%, dat is 1650 ha afgenomen.

De afgelopen 15 jaar was de afname ongeveer 620 ha. Dit heeft o.a. grote gevolgen voor de vraagstukken m.b.t. klimaat en grondgebondenheid. Voor de laatste 15 jaar (2005-2020) gelden de volgende getallen voor de diverse sectoren: • De varkenshouderij is ruim gehalveerd in aantal bedrijven. (Van 218 bedrijven in 2005 naar 99 begin 2020) Het aantal kippenbedrijven is ook bijna gehalveerd (2005 45 bedrijven, 2020 23 bedrijven). Vooral in de varkenshouderij is de verwachting dat de komende jaren het aantal bedrijven nog sterk zal afnemen. • Graasdierbedrijven zijn met ongeveer 45% afgenomen in dezelfde periode. Het aantal dieren is ook sterk afgenomen (ong. 15%). Dit heeft een grote impact op het landschap.

4

•

Het akkerbouw areaal laat een wisseling in oppervlakte zien. Vooral het aantal percelen met aardappelgewassen is toegenomen. • Het tuinbouw areaal in de opengrond is ruim verdubbeld, van ruim 300ha in 2005 naar 712ha in 2020. • Glastuinbouw areaal is toegenomen met bijna 65% ten opzichte van 2005. Dit heeft vooral te maken met fruitteelt onder glas (in absolute getallen betreft het een vrij kleine sector). Het aantal bedrijven is bijna gehalveerd (van 19 naar 9). • Natuurlijk grasland (in boerenbeheer) is flink toegenomen. In absolute cijfers ongeveer van ong. 105 ha naar bijna 620 ha. (bron van de cijfers: StatLine - Landbouw; gewassen, dieren en grondgebruik naar gemeente (cbs.nl) De cijfers wijzen uit dat de aankomende jaren veel agrarische bedrijven gaan stoppen. In Meierijstad hebben 42 bedrijven in de varkenshouderij zich aangemeld voor de landelijke stoppersregeling. De verwachting is dat ongeveer 25 bedrijven hiervan ook daadwerkelijk gebruik gaan maken. Voor de melkveehouderij is de verwachting is dat binnen 10 jaar ongeveer 1/3 van de bedrijven gaan stoppen in Meierijstad. De vleeskalverhouderij maakt een ongekend zware tijd door. De verwachting is dat er een aantal bedrijven zullen gaan stoppen. Voor veehouderijbedrijven is de datum van 1 januari 2024 ook een kantelpunt. Dan moeten ze een keuze maken of ze nog investeren in hun stallen of gaan stoppen.

De komende jaren dreigt er nog meer grond aan de landbouw onttrokken te worden. Honderden hectares voor natuurontwikkeling en ook honderden hectares voor woningbouw, infrastructuur en zonneparken. Als deze ontwikkeling doorgaat dreigt Meierijstad door de ondergrens te vallen en zijn er te weinig hectares beschikbaar voor de landbouw en is er te weinig perspectief voor overblijvende boeren. We vinden daarom dat de gemeente van passief naar actief beleid moet om het buitengebied van Meierijstad mooi en leefbaar te houden. Vanuit cultuurhistorisch perspectief horen boeren en tuinders bij het buitengebied. De uitdaging voor onze sector en gemeente is: hoe kunnen we er voor zorgen dat de autonome ontwikkeling stopt en voldoende boeren en tuinders overblijven om het mooie buitengebied van Meierijstad te onderhouden. Dat kan in onze ogen alleen als er ruimte en toekomst perspectief is voor ondernemers.

5

3. Drie ontwikkelscenario’s voor onze ondernemers We moeten blijvend aandacht hebben voor de mensen achter onze ondernemers. ZLTO de Meierij ziet het vergroten van het ondernemerschap als een aandachtspunt voor de toekomst. Naast ondernemerschap moet er ook aandacht zijn voor de vaak zware en emotionele beslissingen die ondernemers moeten nemen. Veel ondernemers worden door steeds zwaarder wordende (milieu)regelgeving gedwongen om flinke investeringen te doen. Anderen besluiten hun hele bedrijfsvoering drastisch te wijzigen. Voor velen zijn regelgeving, financiële haalbaarheid en/of het gebrek aan bedrijfsopvolging een motivatie om te stoppen. Dit zijn zeer ingrijpende keuzes die de ondernemer en zijn gezin persoonlijk raken. Een overheid die meedenkt en de ondernemer begeleidt tijdens dit proces is zeer belangrijk. Gemeenten kunnen helpen door ondernemers tijd te gunnen, duidelijke afspraken te maken met ondernemers, procedures zo kort mogelijk te houden en te zorgen dat de ondernemer nieuwe kansen kan benutten. Bij het ontwikkelen van nieuwe kansen voor ondernemers is het belangrijk dat de gemeente denkt in kansen en niet in beperkingen: het “Ja, mits” principe. We onderscheiden 3 ontwikkelscenario’s voor de bestaande bedrijven:

3.1 De ontwikkelende ondernemer De Nederlandse landbouw is toonaangevend in de wereld, wat betreft duurzaamheid en voedselveiligheid. Nederlandse boeren staan bekend als gepassioneerde, harde werkers, maar ook als goede ondernemers met een groot innovatief vermogen. Deze ondernemer: • Ziet een uitdaging om zijn bedrijf te laten voldoen aan productiewensen van afnemers en maatschappij. Dit binnen de financiële mogelijkheden en met behoud van een goed rendement. Bedrijfsontwikkeling zal steeds nodig blijven. Wil graag zelf bepalen in welk tempo en welke omvang hij wil groeien. Deze ondernemer zorgt met name voor een goed en betaalbaar voedselpakket. • Heeft met zijn bedrijf een positieve invloed op de lokale economie en werkgelegenheid. • Als deze ondernemer in de begrenzing van extensivering gevestigd is, heeft hij dezelfde ontwikkelmogelijkheden nodig als ondernemers die daarbuiten zijn gevestigd, waarbij randvoorwaarden gesteld zouden kunnen worden, zodat de totale belasting van de te beschermen waarden vanuit deze zonering niet toeneemt. • Om met de benodigde innovaties, zoals alternatieve houderijsystemen, mestbewerking, emissiebeperkende teelttechnieken etc. aan de slag te kunnen, is een flexibel en individueel passend vergunningsstelsel noodzakelijk.

3.2 De veranderende ondernemer Boeren produceren meer dan alleen gezond, lekker voedsel. Veel boeren bieden bijvoorbeeld ook recreatie, toerisme, zorg voor jong en oud, huisverkoop en energielevering. Deze verbreding in de landbouw is van groot maatschappelijk belang. Ze zorgt voor vitale bedrijven, een leefbaar platteland en een rijke samenleving. In de gemeente Meierijstad vinden we allerlei initiatieven op het gebied van multifunctionele landbouw. Wij vinden dat we samen kansen moeten pakken. Om economisch duurzaam te zijn, is er vaak meer ruimte nodig voor deze bedrijven. De provincie geeft deze ruimte, we vragen gemeente Meierijstad om dat ook te doen. Zeker in deze tijd, waarin veel agrariërs overwegen hun agrarische activiteiten te verbreden en zo hun bedrijfsvoering te versterken. Maatwerk, overleg en mogelijkheden tot een vlotte vergunningverlening zijn van zeer groot belang. Zo zou er bijvoorbeeld niet stringent vastgehouden moeten worden aan een maximaal oppervlakte, zodat functieverandering van bestaande bebouwing eenvoudiger te realiseren is. We hopen dat de benodigde cultuuromslag goed gemaakt zal worden, zodat het uitgangspunt wordt: we kijken samen naar de mogelijkheden. Deze ondernemer gaat niet, of gedeeltelijk, mee in de voortgaande

6

schaalvergroting. Hij wil zijn ondernemerschap en kwaliteiten aanwenden om een activiteit naast of ter vervanging van zijn huidige activiteit te ontwikkelen. Deze agrarische ondernemer: • Wil ruimte krijgen om plannen van idee naar uitvoering te krijgen. • Draagt bij aan een vitaal, (be)leefbaar buitengebied. • Heeft direct en indirect een positieve invloed op de lokale economie en werkgelegenheid. • Heeft vooral behoefte aan het verkrijgen van ontwikkelruimte voor initiatieven en vereenvoudiging/verkorting van de vergunningsprocedures. • Voor deze ondernemer is een goed passend, flexibel ruimtelijk beleid noodzakelijk om zowel financieel als ruimtelijk op een acceptabele manier zijn ondernemerschap verder en/of anders te kunnen ontplooien. • We adviseren de gemeente om een multifunctioneel agrarisch bedrijf als bestemming op te nemen in het omgevingsplan. Bij dit type bedrijven veranderen activiteiten regelmatig, omdat de markt daarom vraagt. Daarom is er behoefte aan een paraplubestemming waar binnen eenvoudig nieuwe activiteiten toegevoegd kunnen worden.

3.3 De stoppende ondernemer Vergrijzing en het ontbreken van een opvolger, te weinig financieel rendement en beperkingen door omgevingsfactoren en/of regelgeving zijn de belangrijkste oorzaken van de vele stoppers. Wanneer een agrarisch bedrijf beëindigd wordt en er geen ander agrarisch bedrijf zich vestigt op deze locatie, ontstaat een Vrijkomende Agrarische bebouwing (VAB). In een VAB ontstaat de kans op leegstand, verloedering en criminele activiteiten. Over de VAB’s is binnen het project Vitaal Buitengebied het rapport Kansen voor Kwaliteit opgesteld en aangenomen door de gemeenteraad in mei jl. In de bijlage III vindt u onze schriftelijke reactie hierop, die in maart van dit jaar is ingediend. Graag gaan we met de gemeente in gesprek om dit beleid later te evalueren en zonodig aan te passen. Deze ondernemer: • Wil doorgaan met zijn huidige bedrijfsvoering, zonder verplicht te worden grote investeringen te doen, omdat deze voor hem niet financieel haalbaar of wenselijk zijn. Op die manier kan hij zelf bepalen wanneer de bedrijfsvoering gestaakt wordt. Wordt hij verplicht om investeringen te doen, om aan allerlei nieuwe regelgeving te voldoen, dan zal dit een versnelde bedrijfsbeëindiging in de hand werken, met alle emotionele en financiële consequenties van dien.

• Deze locatie heeft de grootste kans op verpaupering als er geen goede alternatieve mogelijkheden ontwikkeld kunnen worden. • Voor deze ondernemer is een goed passend en flexibel ruimtelijk beleid (VAB) noodzakelijk om zowel financieel als emotioneel op een acceptabele manier zijn (agrarisch) ondernemerschap te beëindigen.

7

4. Visie per thema 4.1 Ontwikkelruimte voor de agrarische sector De visie van ZLTO de Meierij op ontwikkelruimte: • De grondbehoefte is groot, zowel agrarisch, ten behoeve van ontwikkeling van bedrijven en kringlooplandbouw, maar ook voor andere zaken als energie, Co2 opslag, waterberging, natuur, wegen, recreatie, woningbouw, etc. Maak steeds integrale keuzes, waarbij alle belangen zorgvuldig afgewogen worden. Waak ervoor dat te veel goede landbouwgrond verloren gaat aan andere doelen. In de toekomst wordt voedselvoorziening een steeds belangrijker onderwerp. • Biedt ruimte voor innovatie. Werk hiertoe met doelvoorschriften en niet met middelenvoorschriften. • Stimuleer slimme oplossingen, die functies combineren, zoals zonnepanelen boven teeltondersteunende voorzieningen (TOV) en op daken, maar ook subirrigatie door middel van peilgestuurde drainage, ten behoeve van aanvulling van het grondwater en de afkoppeling van hemelwater op het riool. Maak dit soort innovaties ook direct mogelijk in het omgevingsplan. • Er zijn nog veel meer mogelijkheden te bedenken. Graag gaan we met de gemeente hierover in gesprek. • Agrarische bedrijven moeten zich op verschillende manieren en naar eigen inzicht kunnen ontwikkelen. Geef de ruimte die daarvoor nodig is en houdt als kader de provinciale normen aan.

• De gemeente kan een belangrijke bijdrage leveren aan de bescherming van gewassen door mogelijkheden te scheppen voor de aanleg van TOV, kassen en tunnels. Deze voorzieningen leveren naast bescherming tegen weersomstandigheden een belangrijke bijdrage aan bescherming tegen ziekten en plagen. Daarbij dragen ze bij aan de verbetering van de arbeidsomstandigheden en vermindering van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Bied voor teeltondersteunende voorzieningen ook mogelijkheden op afstand van het eigen bouwblok. • Voor seizoensgebonden en tijdelijke beschermingsvormen van plantaardige producten, is een soepel beleid nodig bij mogelijke restricties rondom hoogte, tijdelijkheid en opbouw van (een deel van) het bouwwerk, oppervlakte en aansluiting bij het bouwblok. • Laat de ontwikkelmogelijkheden voor individuele glastuinbouwbedrijven binnen onze gemeente zo ruim mogelijk van kracht blijven, door niet verder te gaan dan de provinciale regelgeving. • Neem het boomteeltconvenant van de voormalige Gemeente Sint-Oedenrode over in de omgevingsplannen van Meierijstad. • Als veehouders in onze gemeente aan de slag gaan met innovatieve stalsystemen is steun van de gemeente nodig in de vorm van soepele vergunningverlening en het toepassen van maatwerk. Stimuleer ook realtime monitoring.

• Via een actief grondbeleid van de gemeente kunnen toekomstbestendige bedrijven geholpen worden om meer grond onder het bedrijf te krijgen en te kunnen voldoen aan de eisen van kringlooplandbouw, denk bijvoorbeeld aan het pachtbeleid of het maken van een grondportefeuille voor kavelruil, maar ook aan het combineren van landbouw en natuur en niet in het minst het beschermen van goede landbouwgebieden. • Mogelijkheden om een betere verkaveling onder het bedrijf te krijgen waardoor ook minder vervoersbewegingen over wegen nodig zijn, moeten gestimuleerd en gefaciliteerd worden. • Het voldoen aan de eisen voor onder meer diergezondheid, dierwelzijn, landschappelijke inpassing, milieu, huisvesting van arbeidsmigranten en (brand)veiligheid vraagt om meer ruimte in en rondom bouwwerken. We vragen de gemeente om met meer flexibiliteit om te gaan met deze eisen. De gemeente kan bijvoorbeeld uitgaan van maximum aan bebouwd oppervlakte in plaats van maximum bouwblok, zodat de gebouwen wat verder uit elkaar kunnen staan. 8

•

Ook bij multifunctionele (verbrede) landbouw zou niet stringent vastgehouden moeten worden aan een maximaal oppervlakte, zodat functieverandering van bestaande bebouwing eenvoudiger te realiseren is. Daarnaast hebben bepaalde ontwikkelingen een zekere maat en schaal nodig om levensvatbaar te kunnen zijn. Geef deze bedrijven een multifunctionele bestemming waar ze gemakkelijk nieuwe activiteiten onder kunnen hangen. • Mest be- en verwerking zal in de toekomst toenemen, zowel op bedrijfsniveau, als in centrale installaties. We vragen de gemeente hiervoor ruimte te bieden en geen strengere regelgeving hanteren dan de provinciale regelgeving, die hiertoe ontwikkeld wordt. • De sector paardenhouderij zal wellicht ook in Meierijstad groeien. Het document “de paardenhouderij in het omgevingsrecht; handreiking voor de praktijk” biedt een goede basis voor de paardenhouderij in de omgevingswet. We pleiten er dan ook voor dat de gemeente deze overneemt. Zie voor meer informatie https://sectorraadpaarden.nl/themas/ruimtelijkeordening/ • We willen graag dat nieuwe economische activiteiten op VAB-locaties passen in het karakter van het gebied en dat iedere nieuwe activiteit geen belemmering geeft voor de ontwikkeling van de agrarische bedrijven in het gebied. Zie ook onze visie op het rapport Kansen voor Kwaliteit in bijlage III.

• Maak geurnormen niet strenger; enerzijds beperkt het de ontwikkelingsmogelijkheden van bedrijven en particulieren gelegen in de hinderzone van een intensief bedrijf, anderzijds worden de ontwikkelingsmogelijkheden van een intensief bedrijf onnodig beperkt. We verwijzen hiervoor naar bijlage Va, b en c. • Voor een nadere toelichting op de ontwikkelruimte voor plantaardige en dierlijke sectoren, verwijzen we u naar bijlage I en II.

4.2 Landschap Zonder gezonde agrarische sector zou Meierijstad, waar natuur en cultuurlandschap altijd met elkaar verweven zijn geweest, Meierijstad niet meer zijn. Immers de landbouw heeft het cultuurhistorisch landschap gevormd en geeft een belangrijke bijdrage aan de beleefbaarheid van ons mooie buitengebied. Ten aanzien van gebiedstypologieën willen we daarom het onderstaande aangeven: We kunnen ons voorstellen dat er in het kader van de Omgevingsvisie een gebiedstypologie gemaakt wordt. Een dergelijke typologie geeft in richting aan bepaalde gebieden, maar kan voor de verschillende beleidsvelden niet alles bepalend zijn. Ook andere factoren en criteria kunnen een rol spelen. Wij vinden het niet verstandig dat een gebiedstypologie harde lijnen bevat. Voor beleid op locatieniveau, zoals geurbeleid, is een juridische harde grens nodig omdat deze rechtszekerheid moet bieden. Daar wordt in momenteel dezelfde gebiedstypologie toegepast. Daar maken we ons zorgen over want dan is gebiedstypologie niet alleen richtinggevend maar wordt het een hard beleidskader met harde grens. Dat lijkt ons juist niet de bedoeling van de gebiedstypologie. Voor locatie gebonden beleid, zoals de geurnormen moet je tot een andere harde indeling komen dan bij het cultuurhistorisch en/of landschapsbeleid.

De gebiedstypologieën kunnen richting geven, maar gebruik ze niet als harde onderlegger voor al het omgevingsbeleid. We willen de volgende opmerkingen maken voor de richting van het agrarisch ondernemen in de verschillende gebieden: •

In het aangewezen gebied met gebiedstypologie I, landelijk gebied met hoofdfunctie Natuur, is bestaande én gewenste EHS met een zeer ruime beschermingszone opgenomen. Tevens zijn gebieden met cultuurhistorische waarden opgenomen, die vaak gelegen zijn in het agrarisch gebruik. Houdt de begrenzing flexibel en passend bij de te beschermen aanwezige waarden. In de beschermingszone rond natuur zou agrarische activiteit zeker mogelijk moeten blijven. Beperk de beschermingszone. Lever maatwerk door te faciliteren. Overleg bijvoorbeeld met TBO’s en agrarische ondernemer op perceelsniveau, om te beoordelen aan welke randvoorwaarden 9

veranderend grondgebruik zou moeten voldoen. De aanpak bij de totstandkoming van het convenant boomteelt Sint-Oedenrode is een mooi voorbeeld hoe co creatie en participatie kunnen bijdragen aan beleidsvorming. • Wat betreft verdere ontwikkeling van natuur is het beleid, dat dit op basis van vrijwilligheid gebeurt. Stimulering door bijvoorbeeld mogelijkheden tot aangaan van agrarisch natuurbeheer en andere ecosysteemdiensten kan ontwikkelingen versnellen en richting geven. • Om de agrarische sector te behouden in Meierijstad moet in het gebiedstypologie III, landelijk gebied, verweving van functies, maximaal ruimte geboden worden aan agrarische ontwikkeling, met oog voor de omgeving. Ook hier zijn de sleutelbegrippen: maatwerk en mogelijkheden om in overleg tot oplossingen voor knelpunten te komen. • In de aangewezen gebieden, landelijk gebied, agrarisch en landelijk gebied, verweving van functies, zou gekeken moeten worden hoe de agrarisch gunstig gelegen locaties behouden kunnen blijven voor de agrarische sector, in geval van bedrijfsbeëindiging. De gemeente kan hierbij denken aan het entameren en faciliteren van overleg tussen de stoppende ondernemer en de agrariër die door wil gaan, maar op dit moment onvoldoende (ontwikkel)mogelijkheden heeft, maar ook door actief te zoeken naar financiële middelen om dit mogelijk te maken.

• In de gebieden, die voorheen zijn aangewezen als LOG-gebied, is gebleken dat concentratie van intensieve veehouderij leidt tot een groot NIMBY-effect. Ons inziens is het juist goed om intensieve veehouderij te spreiden. Onze overige opmerkingen ten aanzien van de gebiedstypologieën vindt u in de brief, die 16-122020 jl. is verzonden naar de raadsleden, zie bijlage Vc.

4.3 Water en bodem •

ZLTO de Meierij vindt dat beter nagedacht moet worden over het vernieuwen van watersysteem. Het systeem moet stuurbaarder gemaakt worden voor een te weinig maar ook een teveel aan water. Wellicht is zelfs een ruilverkaveling nieuwe stijl daarvoor nodig. • ZLTO de Meierij vindt dat in de winterperiode een veel groter deel van de neerslag vastgehouden moet worden in het eigen gebied. Daardoor neemt de droogte af en geven we inhoud aan ‘boeren hebben een oplossing’. Maar daarbij hebben boeren vaak wel de hulp nodig van de waterbeheerder. • Agrariërs die aantoonbaar zuinig zijn met water of water aan het bodem- en watersysteem toevoegen, moeten daarvoor worden beloond. Dat kan in financiële zin, bijvoorbeeld door middel van ecosysteemdiensten, maar ook door bijvoorbeeld ruime mogelijkheden ten aanzien van beregenen te krijgen/behouden. • Het belang van waterconservering, het vasthouden van regenwater, mag er niet toe leiden dat in neerslagrijke periodes onevenredige schade ontstaat als gevolg van wateroverlast. Er moet een stuurbaar systeem blijven. Stuwen kunnen hieraan bijdragen, maar ook goed slootonderhoud is hierbij essentieel. • Er liggen veel kansen om de grondwaterstand te verhogen en droogte te bestrijden. Denk bij voorbeeld ook aan hergebruik van schoon industrieel restwater, afgekoppeld regenwater en waterinlaten. • Gebruik de natuur voor waterberging.

• Het huidige maaibeleid geeft nu nog veel onduidelijkheid, met name in Sint-Oedenrode en Veghel. We pleiten voor een regelmatige evaluatie van het maaibeleid. • Een gevarieerde, nutriëntenrijke bodem is van levensbelang voor het telen van gezonde gewassen en het voeden van vee. Een bodem met een hoog gehalte aan organische stof kan tevens meer water vasthouden en bijdragen aan de biodiversiteit. We willen u wijzen op het ZLTO-project BodemUp. Ook veel agrariërs die niet deelnemen aan dit project zijn actief bezig met dit onderwerp. • We willen dat gemeenten meedenken en voldoende flexibel zijn bij nieuwe aanplant van landschapselementen, erfbeplanting, agroforestry en voedselbossen. 10

Belangrijk hierbij is dat nieuw groen vrij groen blijft. Dus geen herplantplicht, kapverordening, bestemmingswijzigingen (bijvoorbeeld bij aanplant tijdelijk bos op landbouwgrond) e.d. opnemen. Flexibiliteit is juist belangrijk en betekent dat er eerder meer dan minder groen aangeplant wordt. • Goede inpassing van de agrarische activiteiten in de omgeving is een belangrijk aandachtspunt voor zowel ondernemer als gemeente. Vanaf het begin van het initiatief met de ondernemer meedenken over ruimtelijke inpassing, voorkomt dat dit een sluitpost wordt. • Archeologisch onderzoek moet enkel verplicht worden gesteld bij werkzaamheden in de gebieden, die archeologisch gezien, van provinciaal belang zijn. Veel gemeenten hebben heel veel gronden aangemerkt als archeologisch waardevol, terwijl als er onderzoek plaatsvindt er nauwelijks of niets gevonden wordt. ZLTO de Meierij vindt dat alleen die gronden aangewezen moeten worden waar de trefkans reëel is. Daarbij moet ook in ogenschouw genomen worden dat in veel gronden al eerder “geroerd” is (teelten, werkzaamheden, ruilverkaveling) en archeologische resten op bewerkingsniveau van de gronden niet meer vindbaar zijn. Archeologisch onderzoek in het kader van de aanleg van peilgestuurde drainage of subirrigatie brengt substantiële kosten met zich mee en heeft bovendien een lange doorlooptijd.

Dat is vaak onevenredig, ook in het licht van het belang van de klimaatadaptatie, waaraan de subirrigerende werking van peilgestuurde drainage zeker kan bijdragen. • Veel bedrijven verrichten al inspanningen op het gebied van biodiversiteit en weidevogels. Dit zou verder gestimuleerd kunnen worden, bijvoorbeeld door ecosysteemdiensten en regelingen als Stila.

4.4 Arbeid, personeel en huisvesting De zorg om het beschikbaar hebben van voldoende en gekwalificeerd personeel neemt toe in de fruitteelt, (glas)tuinbouw, akkerbouw en veehouderij. In de gemeente Meierijstad speelt dit vooral in de groente- en fruitteelt. Het huidig tekort aan arbeid wordt ingevuld door arbeidsmigranten, hoofdzakelijk uit Oost-Europa. De huisvesting van arbeidsmigranten blijft aandacht vragen. We vinden het belangrijk dat er kwalitatief goede huisvesting is. LTO Nederland heeft daarom het keurmerk Agrarisch Keurmerk Flexwonen voor betere huisvesting van seizoenarbeiders ontwikkeld1. AKF is een erkend keurmerk. ZLTO vraagt de gemeenten om dit keurmerk te accepteren1. Het is belangrijk dat de regelgeving t.a.v. huisvesting niet te snel verandert, zodat gedane investeringen kunnen renderen. Er moet voldoende aanbod van betaalbare, passende huisvesting zijn. We denken hierbij aan huisvesting op de bedrijfslocatie, agrarische bedrijfswoningen en woningen in de dorpskernen. Als er meer huisvesting op agrarische locaties gerealiseerd kan worden, neemt de druk op woningen in de dorpskernen af, waardoor het wellicht mogelijk wordt om aanvullende eisen ten aanzien van het gebruik van deze woningen te stellen, zoals de eis dat ze alleen door leden van een gezin bewoond mogen worden.

Het is wenselijk dat arbeiders zo kort mogelijk bij het bedrijf, waar ze werkzaam zijn, gehuisvest worden. Bij diverse bedrijven is hiertoe al huisvesting gerealiseerd. Wij pleiten er voor de mogelijkheden voor huisvesting bij het bedrijf te vergroten, waarbij voldoende ruimte weer een belangrijke factor kan zijn. Dit moet de gemeente faciliteren in haar beleid. Het is voor veel bedrijven van belang dat de huisvesting op een bedrijfslocatie niet alleen beschikbaar is voor arbeidsmigranten die er werken. Dit gezien het feit dat de medewerkers in sommige gevallen op meerdere bedrijfslocaties van het betreffende bedrijf ingezet worden en buiten de seizoenen van het bedrijf de huisvesting ook gebruikt kan worden voor collega-bedrijven die een ander seizoenspatroon kennen. Gemeente moet dit faciliteren in beleid en samenwerken met buurtgemeenten.

11

4.5 Gezondheid De Nederlandse veehouderij zorgt dat consumenten in binnen- en buitenland kunnen genieten van goed, gezond en veilig vlees, zuivel en eieren. Gezonde dieren staan aan de basis van veilig voedsel. Gezonde dieren leven langer, kennen een hoger niveau van dierenwelzijn en hebben weinig tot geen antibiotica nodig. Maatschappelijke eisen op het gebied van dierenwelzijn en omgeving leiden soms tot uitdagingen met betrekking tot diergezondheid. Ook andere ontwikkelingen, zoals het toenemend aantal in het wild levende dieren en ook zwerfafval, met name blik, leiden tot (nieuwe) risico’s voor de diergezondheid. Preventie is van groot belang bij het gezond houden van dieren. Daarnaast betekent preventie dat dieren weerbaar moeten zijn, dat besmetting vanuit de natuur of via mensen moet worden voorkomen en dat het diergezondheidsmanagement en bijbehorende hygiëne op de boerderij op orde is. In toenemende mate is er kritiek op de veehouderij, onder andere vanwege gezondheidseffecten die het zou hebben op omwonenden. Uit verschillende onderzoeken van IRAS en het RIVM (VGO2) blijkt dat omwonenden van veehouderijbedrijven minder vaak last hebben van allergieën en dat er geen verschil is gevonden in risico’s op het verkrijgen van zoönosen tussen omwonenden van een boerderij en mensen die niet dicht bij een boerderij wonen.

Rond geitenhouderijen komen volgens dit onderzoek wel iets vaker longontstekingen voor. In 2016 kwamen binnen het hele VGO-gebied, dat zich op het buitengebied richtte, gemiddeld 18,7 nieuwe gevallen van longontsteking per duizend inwoners voor. Binnen twee kilometer van een geitenhouderij waren dat 23,4 gevallen per duizend inwoners. In steden is de gemiddelde gezondheid aantoonbaar slechter dan in een landelijke omgeving. Soms is er sprake van geuroverlast. Waar dit speelt is ZLTO, in samenwerking met de betreffende veehouder, altijd bereid het gesprek aan te gaan om te kijken of er mogelijkheden zijn om de overlast te beperken. Daarnaast werken alle dierlijke sectoren aan het terugdringen van stalemissies, conform het landelijk en provinciaal beleid. Visie van ZLTO-afdeling de Meierij op gezondheid: • Geef ondernemers voldoende tijd en ruimte op hun bouwblok om aanpassingen te doen die ten goede komen aan dierwelzijn, diergezondheid, vermindering van uitstoot van geur, fijnstof en/of ammoniak en brandveiligheid. De gemeente kan bijvoorbeeld uitgaan van maximum aan bebouwd oppervlakte in plaats van maximum bouwblok, zodat de stallen wat verder uit elkaar kunnen staan. • Belangrijk is dat er een goede wildbeheersing is. Die verantwoordelijkheid ligt bij de provincies, maar gemeenten spelen daar ook een grote rol in, denk aan de deelname van zwijnentafels.

Daarnaast is het goed om bij de aanvraag voor dieren buiten te gaan houden te kijken naar een plan hoe de dieren te beschermen tegen interactie met wild. Daarbij is het van belang dat gemeenten in hun regelgeving voldoende ruimte bieden voor hoge en brede afrasteringen en/of het plaatsen van tijdelijke afrasteringen. Denk aan afscherming tegen wolven waarbij de omheining een minimale hoogte van 1.20m moet hebben. Nieuwe inzichten geven aan dat dit nog hoger moet zijn, deskundigen spreken over hoogtes van minimaal 1,35m tot 2,00m. • Het voorkomen van zwerfafval in landelijk gebied blijft een belangrijk aandachtspunt. Vooral door blikresten, die in het ruwvoer terecht komen, kunnen runderen een pijnlijke dood sterven. • Het is van belang dat de gemeente haar maaibeleid en beplantingskeuzes afstemt met grondeigenaren ten einde het verminderen van de gevolgen van schadelijke insecten en voorkomen van het inwaaien van onkruidzaden vanuit gemeentelijke percelen en wegbermen. Zo vormt Jacobskruiskruid in de gemeente Meierijstad een voor mens en dier gevaarlijke plaag, die zich steeds verder uitbreidt. Ook predatoren en plaagdieren vormen een steeds grotere vorm van overlast, risico’s en een kostenpost. ZLTO de Meierij wil een actief beleid ter bestrijding van predatoren, plaagdieren en Jacobskruiskruid.

12

•

Plaagdieren zoals ratten en muizen vormen een steeds groter probleem. Niet alleen op agrarische bedrijven, maar met name bij particulieren wordt de overlast van ratten en muizen een steeds groter probleem. Ratten en muizen spelen een rol bij de overdracht van diverse ziektes. Gelukkig ziet de gemeente dit ook en heeft ze steeds meer aandacht voor de bestrijding van plaagdieren en preventie van overlast. Maar er mag wel een tandje bij. Alleen door een geregisseerde en structurele aanpak is het mogelijk de populatie van ratten en muizen terug te dringen. Op agrarische bedrijven is de bestrijding meestal wel op orde, maar doordat de bestrijding op andere plaatsen nog te kort schiet, blijft de plaagdierdruk groot. Een goede structurele aanpak zou bijzonder veel voordelen hebben op het gebied van milieu, bestrijdingsmiddelengebruik en dierenwelzijn. We vragen de gemeente om in het kader van de volksgezondheid en de Wet Publieke Gezondheid een nog actiever beleid te voeren inzake plaagdierbestrijding.

4.6 Energie Visie van ZLTO-afdeling de Meierij op energie: • In de gemeenteraad is het beleidsvoorstel “Energie uit Zon en Wind” vastgesteld. Onze zienswijze op deze notitie vindt u in bijlage IV. • ZLTO wil dat gemeente Meierijstad bij de verdere uitwerking van de RES-plannen en de daarmee gepaarde energietransitie in een vroegtijdig stadium de agrarische sector betrekt en zijn belangen nadrukkelijk weegt. Als expertisecentrum wil ZLTO de Meierij nauw betrokken worden bij de planvorming en uitvoering. Dat geldt ook voor de uitwerking van plannen voor windenergie en de aanleg van zonnevelden. • Vanaf 1 oktober 2020 tot zomer 2021 moeten de bestaande 0,8 RES-versies omgezet worden in de 1,0 versie. Dit moet gemeentelijk vastgesteld worden. Dit betekent dat het meer concreet en geschikt voor uitvoering gemaakt moet worden. ZLTO de Meierij wil dit lokaal met de gemeente gaan oppakken en hierbij ons belangrijkste actiepunt van “behoud goede toekomstige landbouwstructuur” te borgen. Het is belangrijk dat meer zaken dan louter financiële overwegingen meewegen in de besluitvorming en dat het gebiedsproces goed doorlopen wordt. Hiermee komen automatisch de discussie zonneladder, zon op dak stimulering, netwerkbeschikbaarheid, lokale samenwerking e.d. aan de orde.

Ons vertrekpunt is behoud van een goede landbouwstructuur! Dit moet ook de basis zijn voor omgevingsplannen en streefbeelden. Een goede landbouwstructuur moet geborgd zijn: nu en in de toekomst. • We verwachten flexibiliteit van de gemeente om technische innovaties en nieuwe duurzame energie-initiatieven mogelijk te maken. Dit kan bijvoorbeeld betekenen verruiming bouwblokken of toestemming om bijvoorbeeld kleine windmolens buiten bouwblok te mogen realiseren. • Voordat Nederland aardgasvrij kan zijn in 2050 zal duidelijk moeten worden welke technische oplossingen er zijn en wat de consequenties zijn voor de bedrijven in het buitengebied in het algemeen en individuele glastuinbouwbedrijven in het bijzonder. Wij gaan hierover graag tijdig in overleg. • Boeren en tuinders kunnen een grote rol spelen in de energietransitie. Nu al liggen er veel mogelijkheden, maar ontwikkelingen gaan snel. Te verwachten is dat er nog meer mogelijkheden bij komen. Graag blijven we met de gemeente in gesprek om samen te kijken naar de mogelijkheden van energieopwekking.

13

4.7 Mobiliteit en infrastructuur Agrarische bedrijvigheid vraagt ook om ruimte voor verkeer. Het is ten behoeve de veiligheid van belang dat bij herinrichting van wegen rekening gehouden wordt met mobiliteit van agrarisch gebonden verkeer. Dit zijn niet alleen tractoren en machines, maar ook vrachtwagens van toeleveranciers en afnemers. • ZLTO de Meierij vraagt de gemeente daar waar nodig en mogelijk de wegen in het buitengebied te verbreden (zoals goed gebeurd is aan de Weievenseweg) en zowel verharde als ook onverharde wegen goed te onderhouden. • ZLTO-De Meierij is van mening dat de kennis en kunde van de agrarische en aanverwante sector van invloed moet zijn bij de totstandkoming van het mobiliteitsplan van de gemeente. • Voordat wegen afgesloten worden voor tractoren, zullen de risico’s op gevaarlijke situaties in alternatieve routes goed in kaart gebracht moeten worden, om een goede afweging te kunnen maken. • Wegen in het buitengebied, waar regelmatig verkeer komt, zouden ook gestrooid moeten worden bij (risico op) gladheid. • De bereikbaarheid tussen de oude gemeente Veghel en Sint-Oedenrode met landbouwverkeer verdient aandacht. • Een belangrijke voorwaarde die op het moment al gerealiseerd wordt is de aanleg van snel internet via glasvezel en/of het 5g netwerk.

5. Samenwerking in het licht van de omgevingswet Ondernemers maken individuele keuzes. De één kiest voor schaalvergroting om bijvoorbeeld in te spelen op marktontwikkelingen of een beter welzijn voor zijn/haar dieren te realiseren, de ander kiest voor verbreding door agrotoerisme, zorg, huisverkoop, levering van energie of door andere vormen. ZLTO vindt het ontzettend belangrijk om de diversiteit van de agrarische structuur te behouden. Conventioneel, biologisch, recreatief, alle diverse vormen hebben waarde. We vragen de gemeente: • Stimuleer ondernemerschap en zorg voor een vergelijkbare concurrentiepositie voor de bedrijven. • Sluit de agrarische ondernemers niet op in een keurslijf van strakke en hard afgebakende regels. Geef ook, in de geest van de nieuwe Omgevingswet, experimenteerruimte en ondersteuning aan koplopers. • Uitbreiding van agrarische bedrijven wordt steeds meer maatwerk. Geef ruimte voor inhoudelijk maatwerk, maar wees ook voorspelbaar in het proces. Dat klinkt tegenstrijdig, maar dat is het in onze ogen niet. Voorspelbaarheid is in onze ogen: voer vooroverleg in met initiatiefnemer, geef kans op slagen aan en wees duidelijk over de voorwaarden, maar wees creatief en uitnodigend om samen met ondernemer en eventuele andere belanghebbenden tot oplossingen te komen.

• Het is de verantwoordelijkheid van de ondernemer om op een goede wijze om te gaan met de buurt. De buurt tijdig informeren over nieuwe ontwikkelingen of calamiteiten op het bedrijf is belangrijk. Ondernemers dienen aanspreekbaar te zijn, als in de buurt overlast gevoeld wordt. • Probeer onnodige kosten in procedures en voor onderbouwingen te voorkomen. Niet voor elke ontwikkeling is een uitgebreide procedure of een stapel aan onderzoeken nodig. Welk onderzoek is nu echt nodig voor de vergunningverlening (zie bijvoorbeeld archeologie) en zeker bij kleinere ontwikkelingen: probeer de proceduretijd en -kosten te beperken. We vinden het belangrijk dat bij een procedure een gesprek plaatsvindt tussen gemeente en ondernemer over of de gemeente mee wil werken en wat van beide partijen gevraagd wordt. Het is de verantwoordelijkheid van ondernemers om de procedure goed voor te bereiden en documenten volledig in te dienen. De omgevingsdienst dient zo ook te opereren. • Ontwikkelingen in de markt of op het gebied van technologie gaan steeds sneller. Agrariërs moeten daarop in kunnen spelen. 14

Zeker met de komst van Omgevingsplannen in plaats van Bestemmingsplannen (geen actualisatieplicht) is het nodig om binnen het Omgevingsbeleid te werken met kaders die ruimte bieden voor het faciliteren van ontwikkelingen, die gewenst zijn, maar bij het opstellen van het plan niet waren voorzien. • Maak meer ontwikkelingen binnenplans mogelijk. • De land- en tuinbouw zorgt voor een moderne uitstraling in harmonie met het platteland. Een modern toekomstgericht agrarisch bedrijf past in zijn omgeving. Dat vereist een goede vormgeving van gebouwen en een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Hieraan mag de gemeente eisen stellen. In ruil hiervoor krijgt de ondernemer de ruimte waardoor hij zijn toekomstplan kan realiseren.

15

Bijlagen Bijlage I: toelichting visie sector plant De Nederlandse akker- en tuinbouw heeft wereldwijd een koppositie op het gebied van voedselveiligheid, (teelt)techniek, duurzaamheid en productiewaarde. De akker- en tuinbouwsector staan in het middelpunt van veel veranderingen en ontwikkelingen. De consumptie van plantaardig voedsel stijgt. Brabant is een belangrijke speler met akkerbouwproducten, boom- en sierteelt, fruitteelt, glastuinbouw, zachtfruit- en groenteteelt. Consumenten eisen een steeds hogere kwaliteit van de producten, terwijl teelt in de open lucht steeds uitdagender wordt, door strenge milieueisen, bodemvruchtbaarheid en steeds extremere weersomstandigheden. De maatschappij vraagt in toenemende mate om lokale, traceerbare en soms ook biologische producten, geproduceerd met weinig emissies en gewasbeschermingsmiddelen. De ambitie van de land- en tuinbouw is om de emissie van gewasbeschermingsmiddelen op een zo laag mogelijk niveau te krijgen. Voor de ondernemers betekent dat onder andere de uitgangssituatie voor gezonde planten maximaliseren via o.a.: • •

• • •

verbeteren bodemstructuur (organische stof & meststoffen), goede watervoorziening (o.a door mogelijkheden voor beregenen en druppelirrigatie te behouden, peilgestuurde drainage/subirrigatie (minder onkruiddruk, dus minder gewasbeschermingsmiddelen nodig en geen co2 uitstoot door beregening) en plaatsen van stuwen te faciliteren en goed slootbeheer), optimaal, schone uitgangssituatie (onkruid) afwezigheid van predatoren. Maar ook de mogelijkheid krijgen om te kunnen investeren in innovatieve technieken. Hiervoor is bedrijfsontwikkeling nodig

Een duurzame reactie op deze vraagstukken is ook: meer productie met behulp van teeltondersteunende voorzieningen (TOV) in de buitenteelten, eventueel met kassen. In een beschermde omgeving zijn de gevolgen van weersomstandigheden voor de teelt beter onder controle te houden, kan plantgezondheid optimaler gestuurd worden, zijn er minder gewasbeschermingsmiddelen nodig, kan het water hergebruikt worden en het biedt vaak een verbetering van arbeidsomstandigheden. We vragen de gemeente Meierijstad dan ook geen aanvullende regels te stellen op het provinciale beleid aangaande TOV. De tuinbouw gaat deze uitdagingen graag aan, maar heeft daarvoor wel de ruimte nodig. Zowel fysieke ruimte als in beleid en regelgeving: ontwikkelingsruimte dus. Ook is er steeds meer techniek (robots, drones, sensoren, GPS etc.) om aan die eisen te kunnen voldoen. Dat biedt ook kansen. Bij akker- en tuinbouwbedrijven in de volle grond is de omvang en mechanisatiegraad toegenomen. De verwachting is dat de huidige maximale grootte van het bouwblok niet overal toereikend zal zijn in de toekomst. Met een bloeiende, toekomstbestendige akker- en tuinbouwsector kan de gemeente ook rekenen op een sector die bruist van de innovatie, economisch toegevoegde waarde en hoogwaardige, (h)eerlijke producten. Ook in de gemeente Meierijstad komen naar verwachting veehouderijlocaties vrij.

Om het buitengebied vitaal en leefbaar te houden, is het belangrijk dat we de economische potentie blijven benutten. We kunnen een deel van deze locaties geschikt maken voor de plantaardige sector met ruimere mogelijkheden voor bijvoorbeeld teeltondersteunende voorzieningen en kassen. Dit helpt om leegstand, en de daarmee gepaard gaande verpaupering en eventuele criminaliteit te voorkomen.

16

Meierijstad kent diverse boomkwekerijen, fruittelers, plantentelers en telers van gewassen als aardappelen, groente en natuurlijk mais. De gronddruk is groot. Door behoefte aan agrarische uitbreiding en extensivering, behoefte aan teeltwisselingen, maar ook door ontwikkelingen buiten de sector zoals zonneparken en uitbreiding van natuur, woningbouw en industrie. Om toekomstbestendig te kunnen ondernemen zou elke onderneming een paar procent per jaar moeten kunnen groeien. We vinden de volgende punten in dit kader van belang: • • •

Voorkom dat te veel goede landbouwgrond verloren gaat aan andere doelen. Stimuleer slimme oplossingen door combinaties van functies, zoals zonnepanelen boven TOV. Voorkom dat gronden voor omvorming van natuur opgekocht worden en direct naar terreinbeherende instanties (TBO’s) gaan: faciliteer als gemeente in agrarisch natuurbeheer, ook door niet-biologische bedrijven. o Besef hierbij dat natuur en landbouw altijd verweven zijn geweest en prima met elkaar kunnen bestaan en elkaar kunnen versterken. o Hanteer de zonneladder. Verplicht bijvoorbeeld bij nieuwbouw van stallen en industrie om zonnepanelen op de daken te leggen.

Boomkwekerijen zijn nu nog vooral gelegen in de voormalige gemeente Sint-Oedenrode. Daar is een boomteeltconvenant (zie bijlage I) vastgesteld, dat na intensief overleg tussen Stichting Het Roois Landschap en de boomkwekers tot stand is gekomen. Voor alle partijen werkt dit convenant prima en het is onze wens, om dit convenant over te nemen in de plannen van de gemeente Meierijstad. De werkwijze, die gehanteerd is bij het tot stand komen van dit convenant, kan als voorbeeld dienen voor beleidsvorming in de toekomst. Co creatie en participatie in optima forma. Voordat Nederland aardgasvrij kan zijn in 2050, zal duidelijk moeten worden welke technische oplossingen er zijn en wat de consequenties zijn voor de bedrijven in het buitengebied in het algemeen en individuele glastuinbouwbedrijven in het bijzonder. Wij gaan hierover graag tijdig in overleg.

17

Bijlage II: toelichting visie sector dier Grondgebonden veehouderij Naast de provinciale en landelijke regels moeten deze bedrijven ook steeds meer inspelen op kringlooplandbouw, toepassen van weidegang, natuurinclusief ondernemen, emissiereductie, welzijn, diergezondheid, verbetering van de mineralenbenutting en biodiversiteit. Hier moeten de veehouders wel de financiële ruimte voor hebben. Want bij deze bedrijven is de grondbehoefte groot terwijl de grondbehoefte bij andere (landbouw) sectoren ook groot is, terwijl daar de opbrengst per hectare vaak hoger is. Het is dus moeilijk concurreren. Voldoende, betaalbare (pacht)grond is daarom voor deze bedrijven van groot belang. Via het grondbeleid van de gemeenten kunnen bedrijven geholpen worden om meer grond onder het bedrijf te krijgen, denk bijvoorbeeld aan het pachtbeleid, maar ook aan het maken van een grondpot voor kavelruil, het combineren van landbouw en natuur en het beschermen van goede landbouwgebieden. Naast de eis van kringlooplandbouw heeft de veehouderij ook een opgave om de emissies van vooral stikstof en methaan te reduceren. Er is nog veel mogelijk als veehouders de ruimte en tijd gegeven wordt, omdat op hun eigen manier in te vullen. Het tempo waarop in Nederland innovaties op deze gebieden ontwikkeld worden is hoog te noemen.

Wij hopen dat de gemeentelijke vergunningverlening altijd ruimte laat voor innovatieve oplossingen. Mestbe- en verwerking zal meer opkomen, zowel op bedrijfsniveau, als in centrale installaties. We vragen de gemeente hiervoor ruimte te bieden en geen strengere regelgeving hanteren dan de provinciale regelgeving, die hiertoe ontwikkeld wordt. Meierijstad heeft meerdere melkveebedrijven, zowel gangbaar als biologisch. Daarnaast is ook de verwerking van de melk gedeeltelijk in onze gemeente gevestigd (Campina fabriek te Veghel), evenals diverse toeleveranciers van de bedrijven. Behalve de sector zelf, zijn er dus meerdere kleine en grote bedrijven afhankelijk van een gezond bedrijfsklimaat voor de grondgebonden sector. We willen benadrukken in onze visie dat zowel door de biologische als ook door de gangbare bedrijven zeer duurzaam geproduceerd wordt en de laatste decennia mooie resultaten bereikt zijn op het gebied van dierwelzijn en duurzaamheid.

Intensieve veehouderij In alle sectoren van de intensieve veehouderij wordt gewerkt aan een duurzaamheidsagenda. Belangrijke items zijn het verbeteren van het dierenwelzijn, verlagen antibiotica en het terugdringen van de emissies. Daarmee wordt de leefomgeving ook steeds beter. Ook in onze gemeente Meierijstad hebben veel bedrijven daar al forse stappen in gezet. De komende jaren zullen ook veehouders daar in investeren. De landelijke en provinciale eisen zijn immers hoog. Daarnaast zien we het aantal varkensbedrijven substantieel afnemen door de SRV. Deze bedrijven zoeken nieuwe functies, waar zij ontwikkelruimte voor dienen te krijgen. Een snelle vergunningverlening is daarbij een belangrijke randvoorwaarden. De sector zet in op de ontwikkeling van nieuwe stalsystemen die integraal beter zijn: minder emissies uitstoten, het dierenwelzijn bevorderen en de brandveiligheid verbeteren. Omdat bedrijven efficiënt produceren is de klimaatimpact relatief klein. Ook maken ze veel gebruik van reststromen van humane voedselproductie. Bij de duurzaamheidsagenda gaat het niet alleen om maatschappelijke doelen, maar ook om een beter inkomen voor de boer. Veel van onze veehouders werken daar aan. Er wordt steeds meer geproduceerd in duurzame ketens, door ondernemers opgezet in samenspraak met organisaties zoals de Dierenbescherming.

Het grootste deel van onze leden produceert in een markt waar bovenwettelijke eisen gesteld zijn. 18

In Meierijstad vormen de voorgenomen geurnormen een probleem, zoals gebleken is uit de ingediende zienswijzen. Dit slaat niet alleen de innovatie en ontwikkeling van de intensieve sector dood, maar maakt ook de ontwikkeling van geurgevoelige objecten in de buurt onmogelijk, waardoor bijvoorbeeld een agrariër niet kan omschakelen naar multi-functionele landbouw met een zorgtak. We pleiten ervoor om geen striktere geurnorm te hanteren in onze agrarische gemeente dan de provinciale normen. Zeker gezien de grote belangstelling door varkenshouders in Meierijstad voor de SRV, waardoor veel varkensbedrijven zullen verdwijnen. Dit heeft invloed op alle emissies, dus ook op geur. Zie ook onze zienswijzen op de voorgenomen aanscherping van de geurnorm in de bijlage II. Op plekken waar sprake van overlast is zou op bedrijfsniveau in gezamenlijkheid naar oplossingen gezocht moeten worden. Ook voor intensieve veeteelt liggen er kansen op het gebied van mestverwerking en mestscheiden.

Paardenhouderij De paardenhouderij is een landbouwsector in ontwikkeling. In de gemeente Meierijstad zien we een hierin ook een toename. Voor veel (agrarische) bedrijven is de paardenhouderij een interessante (neven)activiteit geworden, andere bedrijven hebben zich volledig op de paardenhouderij gericht. Al deze activiteiten kunnen een afgewogen plattelandsbeleid bevorderen, mits de voorwaarden goed zijn. Vaak is de paardenhouderij een passende vervolgfunctie op het vroegere agrarische grondgebruik. Dat stelt sommige gemeenten wel voor uitdagingen. Welke kansen liggen er, wat zijn de valkuilen en welke coördinatie is nodig? Het document “de paardenhouderij in het omgevingsrecht; handreiking voor de praktijk” 1 is een waardevolle bouwsteen voor iedere gemeente met paardenhouderij in haar buitengebied.

Veehouderij algemeen Het voldoen aan de eisen voor diergezondheid, dierwelzijn en (brand)veiligheid vraagt om meer ruimte in en rondom stallen. We vragen de gemeente om met meer flexibiliteit om te gaan met deze eisen. De gemeente kan bijvoorbeeld uitgaan van maximum aan bebouwd oppervlakte in plaats van maximum bouwblok, zodat de stallen wat verder uit elkaar kunnen. Vanuit markconcepten zal er steeds meer vraag komen om dieren ook buiten te houden. Daar willen we ruimte voor, maar ook een zorgvuldige afweging qua diergezondheid voor andere bedrijven en risico’s met interacties en humane gezondheid. Als ondernemers met innovatieve stalsystemen aan de slag willen gaan, dan is het belangrijk dat de gemeente meewerkt. Als sector pleiten we voor doelvoorschriften in plaats van middelenvoorschriften. In de omgevingswet zit ruimte om daarmee te experimenteren. Als veehouders in onze gemeente daarmee van start willen gaan, verwachten we steun van de gemeente in de vorm van soepele vergunningverlening en het toepassen van maatwerk. Agrarische bedrijvigheid vraagt ook om ruimte voor verkeer. Het is ten behoeve de veiligheid van belang dat bij herinrichting van wegen altijd rekening gehouden wordt met mobiliteit van agrarisch gebonden verkeer. Dit zijn niet alleen tractoren en machines, maar ook vrachtwagens van toeleveranciers en afnemers.

19

Bijlage III: reactie op rapport Kansen voor Kwaliteit (VAB) SCHRIFTELIJKE REACTIE RAPPORT KANSEN VOOR KWALITEIT Deze brief is gelijk aan onze inspraakreactie in de commissie, jl. donderdag 5 maart 2020. Op onderdelen is een nadere toelichting toegevoegd. We zijn blij dat na lange tijd er nu een eerste rapport ligt dat meer duidelijkheid moet bieden in de problematiek met betrekking tot de VAB (vrijkomende agrarische bebouwing) in Meierijstad. Wel hadden we graag iets meer tijd gehad om het rapport inhoudelijk goed te beoordelen. Met deze inspraakreactie willen we eerst enkele algemene punten benoemen en daarna enkele specifieke punten, naar aanleiding van de tekst. Algemene punten Voorop staat voor ons dat de blijvende agrariërs gekoesterd moeten worden en daarnaast de stoppers perspectief geboden wordt. Daardoor wordt de leefbaarheid in het buitengebied gehandhaafd en zo mogelijk verbeterd. We zijn daarom blij met de ruimte die in het voorliggende stuk geboden wordt om maatwerk toe te passen. We begrijpen dat het voor ambtenaren en bevoegd gezag een cultuuromslag met zich meebrengt, om ideeën niet te benaderen vanuit het principe “nee, tenzij”, maar vanuit een “ja, mits”. We hopen dat deze omslag goed geborgd wordt binnen de gemeente, zodat willekeur en juridische procedures zoveel mogelijk voorkomen worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=24886587-81e8-4822-8408-946101c54ca1