CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

C17c Bijlage 2 SKIP jij (2024) - monitorrapport

Raadsvergadering 18 september 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Brieven van inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven25.594 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Openbaar vervoer

42

79

*referentiecategorie

Taxi / Uber

21

53

je de route goed kent

2

4

het maar een kort stukje is

4

7

er maar weinig kwetsbare deelnemers zoals fietsers en voetgangers zijn

2

4

het rustig is

2

5

je een verantwoordelijke bestuurder bent

2

4

je een goede bestuurder bent

2

5

je passagiers je helpen bij het opletten

2

3

je je weer nuchter voelt

6

11

0,5

2

je de route goed kent

0,2

3

het maar een kort stukje is

0,3

3

er maar weinig kwetsbare deelnemers zoals fietsers en voetgangers zijn

0,1

2

het rustig is

0,2

3

je een verantwoordelijke bestuurder bent

0,3

3

je een goede bestuurder bent

0,2

3

je passagiers je helpen bij het opletten

0,3

3

16 en 17 jaar* %

je je weer nuchter voelt

0,9

7

je vrienden zeggen dat je wel kunt rijden

0,2

2

Vindt autorijden na het drinken van meer dan 2 glazen alcohol (helemaal) oké als …

je vrienden zeggen dat je wel kunt rijden Vindt autorijden na het gebruiken van drugs (helemaal) oké als …

14.4 Culturele accommodatie Over het algemeen denkt bijna geen enkele jongvolwassene dat het gebruik van drugs (cannabis, xtc, ketamine, cocaïne en/of lachgas) in het verkeer (helemaal) geaccepteerd wordt door de samenleving (tabel 14.6). Dit verschilt niet significant tussen mannen, vrouwen of jongvolwassenen die zich als ‘anders’ identificeren, noch tussen ooit en nooit gebruikers. Jongeren van 16 en 17 jaar denken wel vaker dat cannabis (helemaal) geaccepteerd wordt in het verkeer (3%) dan jongvolwassenen van 23 t/m 27 jaar (0,7%).

Tabel 14.6: acceptatie in het verkeer, uitgesplitst naar gender en leeftijd Gender

52

"Ruim één op de drie jongvolwassenen denkt dat de kans klein is om gepakt te worden voor rijden onder invloed"

RESULTATEN SKIP MONITOR 2024

vrouw

anders

%

%

%

Totaal

18 t/m 22 jaar %

23 t/m 27 jaar %

%

Denkt dat het gebruik (helemaal) geaccepteerd wordt in het verkeer Cannabis

1

1

6

3

2

0,7

1

0,8

0,6

0,3

1

0,7

0,5

0,7

Lachgas

1

1

0,3

2

1

0,9

1

Cocaïne

1

1

4

1

1

1

1

Ketamine

1

0,6

0

2

0,7

0,6

0,8

Xtc

14.3 Risico verkeersongeval/handhaving Ruim één op de drie jongvolwassenen denkt dat de kans klein is om gepakt te worden voor rijden onder invloed (tabel 14.5). Ook het risico om een ongeluk te veroorzaken onder invloed wordt door bijna één op de vijf als (heel) klein ingeschat. Mannen schatten beide risico’s vaker laag in dan vrouwen. Tussen leeftijdsgroepen en tussen ooit- en nooit-gebruikers zijn geen duidelijke verschillen.

Leeftijd

man*

*referentiecategorie

RESULTATEN SKIP MONITOR 2024

53

4 l e e D Conc

b n a a n lusie e

n e g n i l e ev

15. Conclusie Dit rapport beschrijft de resultaten van de tweede SKIP monitor die in 2024 is uitgevoerd. In deze monitor is de mate van normalisering van drugsgebruik onderzocht onder jongvolwassenen (16–27 jaar) in 39 gemeenten in Noord-Brabant en Limburg. Dit is gedaan aan de hand van de vijf dimensies van Parker, maar ook door te kijken naar de subjectieve normalisering en de gedifferentieerde normalisering. Aanvullend werd gekeken naar de relatie tussen alcohol- en drugsgebruik en deelname aan het verkeer. De monitor is niet bedoeld als prevalentie-onderzoek, vooral de relatie tussen drugsgebruik en factoren die bijdragen aan normalisering staan centraal. De monitor is onderdeel van het bredere regioproject SKIP, dat sinds 2020 actief is en zich richt op het tegengaan van de normalisering van drugsgebruik. 15.1 Respons en representativiteit De dataverzameling vond plaats via een online vragenlijst die door 13.029 jongvolwassenen werd ingevuld. De jongvolwassenen zijn geworven via gemeentelijke brieven, sociale media en andere (lokale) netwerken. De respons is gewogen naar leeftijd en geslacht om representativiteit per gemeente te waarborgen. De verschillende wervingsmethodes blijken van invloed op de bereikte doelgroep en de hoeveelheid drugsgebruik.

Op basis van nadere inspectie van de data concluderen we dat het effect op gender, leeftijd en opleidingsniveau beperkt is, maar de invloed op de mate van drugsgebruik is groot. Daarom hebben we ervoor gekozen om daar waar het gaat over de prevalentie van drugsgebruik deze uit te splitsen per wervingsmethode. Jongvolwassenen met een hbo- of universitaire opleiding zijn licht oververtegenwoordigd. De meeste jongvol­ wassenen wonen nog thuis, maar er is ook een aanzienlijke groep die zelfstandig of met huisgenoten woont. Ten opzichte van de monitor die in 2021 is uitgevoerd zijn de jongvolwassenen in 2024 vaker via een gemeentelijke uitnodigingsbrief bij de vragenlijst gekomen, wonen ze minder vaak in studentenhuizen of met huisgenoten en gaan ze minder vaak naar een club of vereniging. Als ze

RESULTATEN SKIP MONITOR 2024

uitgaan, kiezen ze tegenwoordig vaker voor festivals of concerten, terwijl andere uitgaansvormen zoals huis­feesten juist minder populair zijn geworden. 15.2 Uitgelichte resultaten De monitor levert meer resultaten op dan waar we in detail op in kunnen gaan. We focussen ons hier op enkele opvallende resultaten die nieuwe inzichten opleverden ten opzichte van de monitor uit 2021. Vervolgens gaan we in meer detail in op de vraag of drugsgebruik onder jongvolwassenen genormaliseerd is.

Regelmatig gebruik Hoewel de meeste middelen slechts incidenteel worden gebruikt, valt cannabis op door het relatief hoge aandeel regelmatige gebruikers. Een aanzienlijk deel van de jongvolwassenen gebruikt cannabis niet alleen af en toe, maar ook maandelijks, wekelijks of zelfs bijna dagelijks. Dit maakt cannabis het enige middel waarbij frequent gebruik een substantiële rol speelt. Poes/miauw volgt op afstand, met een gebruikspatroon dat vaker dan gemiddeld maandelijks of wekelijks voorkomt. Xtc wordt vaak een paar keer per jaar gebruikt. Middelen als lachgas, cocaïne en ketamine worden daarentegen vooral sporadisch gebruikt, van één tot een enkele keer per jaar. Deze bevindingen onderstrepen het belang van het onderscheiden van incidenteel en frequent gebruik in beleid en preventie. Overschatting Jongvolwassenen blijken de houding van hun vrienden ten opzichte van drugsgebruik structureel positiever in te schatten dan hun eigen houding, ongeacht het type middel. Daarnaast overschat ongeveer de helft van hen het gebruik van cannabis en xtc onder leeftijdsgenoten. Deze overschatting wordt mede gevoed door de plausibiliteitsheuristiek: hoe vaker iemand zelf met een middel in aanraking komt, hoe waarschijnlijker het lijkt dat anderen dat ook doen. Dit vertekende beeld kan bijdragen aan normalisering van gebruik en beïnvloedt mogelijk de eigen intentie tot gebruik.

55

Verschillen tussen de monitors Tussen 2021 en 2024 zijn enkele verschuivingen zichtbaar in het middelengebruik onder jongvolwassenen. Het gebruik van cannabis is licht gedaald van 43% naar 38%, terwijl ook het gebruik van lachgas, cocaïne en ketamine is afgenomen. Vooral de afname van lachgas is aanzienlijk, van 11% naar 4% (laatste jaar), en het ooit-gebruik daalde van 34% naar 23%. Lachgas wordt vooral door jongvolwassenen met vmbo-opleiding gebruikt. Daarentegen is het gebruik van designer drugs, met name poes/miauw, sterk toegenomen: van 13% in 2021 naar 23% in 2024. Vanwege de huidige populariteit van poes/miauw is dit middel in 2024 apart uitgevraagd, terwijl het eerder onder de bredere categorie ‘designer drugs’ viel. Het verschil in uitvraag kan een deel van de stijging veroorzaken, maar zeker niet alles. Voor xtc en andere middelen zoals paddo’s en amfetamine bleef het gebruik relatief stabiel.

"Daadwerkelijk gebruik van cannabis en xtc wordt minder vaak overschat dan in eerdere jaren"

Wat betreft de ervaren toegankelijkheid is er een toename te zien voor cannabis en xtc. Jongvolwassenen geven aan dat deze middelen makkelijker verkrijgbaar zijn dan in 2021, wat mogelijk samenhangt met bredere beschikbaarheid of veranderde percepties van de jongvolwassen. De intentie om middelen te gebruiken is over het algemeen afgenomen, met name voor lachgas, cocaïne, paddo’s, 2C-B en LSD. Tegelijkertijd is er een opvallende toename in de intentie om designer drugs te gebruiken, waaronder poes/miauw. Dit wijst op een verschuiving in interesse en voorkeuren binnen de doelgroep. Tot slot blijkt dat het daadwerkelijke gebruik van cannabis en xtc in 2024 minder vaak wordt overschat dan in eerdere jaren. Dit kan duiden op een realistischer beeld van het middelengebruik onder leeftijdsgenoten, mogelijk als gevolg van veranderde sociale normen.

56

Alcohol en drugs in het verkeer Tijdens de monitor zijn ook vragen gesteld over het deelnemen aan het verkeer onder invloed van alcohol of drugs. De belangrijkste resultaten zijn dat veel jongvolwassenen het laatste jaar minimaal een keer hebben deelgenomen aan het verkeer na alcoholgebruik en drugsgebruik, vooral op de fiets (resp. 77% en 37%) en in het openbaar vervoer (resp. 68% en 31%). Kijken we alleen naar jongvolwassenen die het laatste jaar alcohol dan wel drugs gebruikt hebben, neemt het percentage voor bijvoorbeeld de fiets toe naar respectievelijk 85% en 66%. Deelname als bestuurder van een gemotoriseerd voertuig komt veel minder voor (respectievelijk 11 en 5%), maar de risico’s zijn daarbij een stuk hoger. Mannen en oudere jongvolwassenen geven vaker aan onder invloed deel te nemen aan het verkeer dan vrouwen en jongeren van 16-17 jaar. Jongvolwassenen schatten de pakkans en het risico op een ongeluk vaak laag in, terwijl het gebruik van drugs in het verkeer vrijwel niet als maatschappelijk geaccepteerd wordt beschouwd. Opvallend is dat 16- en 17-jarigen en mannen hier iets toleranter in zijn, vooral als men zich weer ‘nuchter’ voelt.

15.3 Is drugsgebruik onder jongvolwassenen genormaliseerd? Op basis van de verzamelde gegevens kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een eenduidige of universele normalisering van drugsgebruik onder jongvolwassenen in Nederland. De mate van normalisering verschilt sterk per drug én per sociale context. In hoofdstuk 10 is dit visueel per dimensie voor cannabis, xtc, lachgas, cocaïne en ketamine uitgewerkt. In hoofdstuk 13 is dit vervolgens meer gedifferentieerd uitgewerkt. Op basis van deze resultaten komen we tot een normalisatie-gradatie model dat behulpzaam kan zijn bij het duiden van de mate van normalisatie en het doelgericht ontwikkelen van preventie-activiteiten. In dit model zijn 5 gradaties die bepaald worden aan de hand van het percentage personen dat drugsgebruik (subjectief) normaal vindt (zie tabel 15.1).

Tabel 15.1 Normalisatie-gradatie model Gradatie

Subjectieve normalisering

Objectieve normalisering*

Uitleg

Zeer sterk genormaliseerd

90–100% vindt gebruik normaal

Vijf dimensies scoren boven 40%

Universeel genormaliseerd

Sterk genormaliseerd

70–90% vindt gebruik normaal Minimaal drie dimensies scoren boven 40% en minimaal 2 dimensies boven 20%

Breed genormaliseerd, maar niet universeel

Redelijk genormaliseerd

50–70% vindt gebruik normaal

Minimaal twee dimensies scoren boven 40%

Genormaliseerd voor een ruime meerderheid, maar niet vanzelfsprekend

Niet genormaliseerd

Minder dan 50% vindt gebruik normaal

Maximaal één dimensie boven 40%

Gebruik wordt door de meerderheid afgekeurd; maatschappelijk niet genormaliseerd

Gedifferentieerd genormaliseerd Meer dan 50% vindt gebruik normaal in specifieke context

* de percentages zijn indicatief

Cannabis is de enige drug die sterk en breed genormaliseerd is: het scoort hoog op alle vijf dimensies van normalisering en wordt door een groot deel van de jongvolwassenen – inclusief een aanzienlijk deel van de nooit-gebruikers – als normaal beschouwd. In vrijwel alle contexten is cannabis sterk tot zeer sterk genormaliseerd, met uitzondering van jongeren van 16–17 jaar, waar het gebruik redelijk genormaliseerd is. Xtc vertoont een redelijke mate van normalisering. Onder gebruikers is deze drug sterk genormaliseerd, maar bij nooit-gebruikers is de normalisering laag. In bepaalde sociale contexten, zoals onder jongvolwassenen die uitgaan, alleen wonen of in een studentenhuis leven, bereikt xtc het niveau van redelijke tot sterke gedifferentieerde normalisering. Voor middelen als poes/miauw en tripmiddelen geldt dat zij redelijk gedifferentieerd genormaliseerd zijn binnen specifieke contexten, zoals onder jongvolwassenen die alleen wonen, in studentenhuizen wonen of actief zijn in het uitgaansleven. Buiten deze kringen is het niet genormaliseerd. Lachgas, ketamine, cocaïne, amfetamine, designer drugs en de overige drugssoorten zijn niet genormaliseerd. Ze worden slechts door een minderheid als normaal

RESULTATEN SKIP MONITOR 2024

Gebruik is enkel genormaliseerd binnen specifieke groepen en settingen.

RESULTATEN SKIP MONITOR 2024

beschouwd en laten lage scores zien op de dimensies van normalisering.

Beïnvloedende factoren voor normalisering Een belangrijk patroon dat uit de gegevens naar voren komt, is dat persoonlijke gebruikservaring sterk samenhangt met de perceptie van normalisering. Jongvolwassenen die ooit drugs hebben gebruikt, beschouwen het gebruik van vrijwel alle drugs in veel grotere mate als normaal dan nooit-gebruikers. Ook als ze die drugs niet gebruikt hebben. Anderzijds zien we ook dat als iemand drugs gebruikt dit niet betekent dat alle drugs normaal beschouwd worden. Onder ooit-gebruikers is het aandeel dat gebruik van bijvoorbeeld lachgas, cocaïne en designer drugs oké vindt, relatief beperkt. Bij deze middelen overheerst dus ook onder gebruikers een kritische houding. Voor nooitgebruikers is drugsgebruik allesbehalve vanzelfsprekend. De helft van hen beschouwt het als níet normaal dat anderen drugs gebruiken. Slechts 2% van deze groep overweegt in de toekomst drugs te gebruiken – wat wijst op een zeer lage gebruiksintentie binnen deze populatie. Dit wijst op het subjectieve karakter van normalisering, waarbij eigen ervaring bepalend is voor wat als normaal wordt gezien. Ooit-gebruik is bovendien de sterkste voorspeller in de logistische regressieanalyse op het (al dan niet) normaal vinden van drugsgebruik. Ook gender en

57

etniciteit blijken samen te hangen met normalisering. Jongvolwassenen die zich niet als man of vrouw identificeren, vinden drugsgebruik het vaakst normaal, en vrouwen vinden dit minder vaak normaal dan mannen. Jong­ volwassenen die zich niet volledig Nederlands voelen, beschouwen drugsgebruik minder vaak als normaal dan degenen die zich wel volledig Nederlands voelen. Daarnaast blijkt dat oudere jongvolwassenen, jongvolwassenen met hbo- of universitaire opleiding en jong­ volwassenen die in een studentenhuis of met huisgenoten wonen, drugsgebruik vaker als normaal beschouwen. Bepaalde vormen van vrijetijdsbesteding, zoals uitgaan, op straat hangen, tijd met vrienden doorbrengen en gamen, vergroten eveneens de kans op normalisering. Daarentegen vinden jongvolwassenen die via een vereniging sporten, drugsgebruik minder vaak normaal. Samenvattend kan worden gesteld dat drugsgebruik onder jongvolwassenen niet universeel genormaliseerd is. Vooral binnen specifieke subgroepen is de normalisering sterker. Jongvolwassenen die alleen of in studentenhuizen wonen beschouwen het gebruik van bepaalde drugs vaker als normaal. Ook bij jongvolwassenen die regelmatig uitgaan, op straat hangen, veel tijd met vrienden doorbrengen of gamen, komt deze houding vaker voor.

Daarentegen lijkt deelname aan georganiseerde vrijetijdsbesteding, zoals sport via een vereniging, juist een beschermende factor te zijn tegen normalisering van drugsgebruik. Dit laat zien dat er vooral sprake is van een proces van gedifferentieerde normalisering, waarbij de mate van normalisering afhankelijk is van het type drug, de subgroep en context. Cannabis is de enige drug die sterk genormaliseerd is onder jongvolwassenen. Xtc, maar ook andere middelen, zijn mooie voorbeelden van gedifferentieerde normalisering. Zo is xtc redelijk genormaliseerd onder jongvolwassenen, sterk genormaliseerd onder gebruikers, en redelijk tot sterk gedifferentieerd genormaliseerd in bepaalde sociale contexten

58

Aanvullend laat de huidige monitor zien dat het belangrijk is om naast recent en ooit-gebruik ook te kijken naar de frequentie van gebruik. De frequentie van gebruik wijst op meer structureel gebruik wat de normalisatie van drugsgebruik beïnvloed.

16. Aanbevelingen In dit hoofdstuk gaan we in op de belangrijkste aanbevelingen die voortvloeien uit de resultaten van de monitor. Veel van de aanbevelingen die beschreven zijn in de monitor van 2021 (Dijkstra, van Duijnhoven, Ketelaars, van Tilburg, & Smulders, 2022) zijn ook nu nog steeds actueel en worden ondersteund met de nieuwe data. We zullen deze kort samenvatten en daarna focussen op enkele nieuwe inzichten en aanbevelingen. We sluiten af met concrete aanbevelingen voor preventie en monitoring op basis van de resultaten van beide monitors (niet alles is opnieuw onderzocht in de huidige monitor). In beide monitors zien we terug dat het belangrijk is om aandacht te besteden aan specifieke groepen en locaties waar drugsgebruik vaker voorkomt, en dat georganiseerde vrijetijdsbesteding een beschermende factor is. Ervaringen met drugs leiden duidelijk tot een positievere houding ten aanzien van drugsgebruik en een grotere intentie om weer te gebruiken. Daarom is het belangrijk om niet-gebruik te stimuleren en niet-gebruikers te ondersteunen in hun overtuiging en gedrag. Dit kan door, de juiste (social) norm van niet-gebruik te verstevigen om overschatting van drugsgebruik te voorkomen, en het versterken van de negatieve attitude van jongvolwassenen en hun ouders ten aanzien van drugsgebruik.

RESULTATEN SKIP MONITOR 2024

In dit rapport doen wij een voorstel voor een normalisatiegradatie model waarin we op basis van subjectieve en objectieve normalisatie de gradatie van normalisatie ten aanzien van drugs, maar vooral ten aanzien van specifieke middelen kunnen bepalen. Dit is een eerste poging om de mate van normalisatie te objectiveren. De praktijk en vervolgstudies moeten uitwijzen of dit model standhoudt of aanpassingen behoeft. De meerwaarde van dit model is dat het duidelijk laat zien dat normalisatie niet een eenvoudig ja/nee situatie betreft, maar een interactie van meerdere dimensies, subjectieve normen en differentiatie naar specifieke groepen en of contexten. Het model kan behulpzaam zijn bij het duiden van de mate van normalisatie en het doelgericht ontwikkelen van preventie-activiteiten. Een mooi testcase kan de actuele toename van het gebruik van designer drugs zijn, met name poes/miauw, van 13% in 2021 naar 23% in 2024. Dat poes/miauw aan populariteit won was bij de opzet van de monitor in 2024 al bekend, maar dat het gebruik in drie jaar tijd bijna 1,8 keer zo hoog zou zijn, kwam toch onverwacht. Helaas hebben we designer drugs, en specifiek poes/miauw, niet volgens alle criteria van normalisatie uitgevraagd.

Dit hebben we wel gedaan voor lachgas omdat lachgas in 2021 relatief vaak gebruikt werd, en tussen de twee metingen in Nederland een verbod op lachgas is ingevoerd, dat op 1 januari 2023 van kracht werd en waarbij lachgas op lijst II van de Opiumwet is geplaatst. Tussen de twee metingen zien we vervolgens een duidelijke afname in ooit en recent gebruik, en ook in het percentage jongvolwassenen dat aangeeft ooit lachgas aangeboden te hebben gekregen. De mate van normalisatie is op meerdere dimensies voor wat betreft lachgas afgenomen. We kunnen er niet vanuit gaan dat dit alleen veroorzaakt wordt door het verbod op lachgas, maar het is wel aannemelijk dat dit een rol heeft gespeeld.

RESULTATEN SKIP MONITOR 2024

16.1 Aanbevelingen voor preventie Hieronder volgen aanbevelingen voor preventie op basis van de resultaten van beide monitors. Niet alle informatie is in dit rapport terug te vinden, omdat niet alles opnieuw is onderzocht in de huidige monitor: • Maak gebruik van het normalisatie-gradatie model als uitgangspunt voor preventiebeleid. Het model maakt inzichtelijk in hoeverre drugsgebruik in bepaalde contexten of groepen subjectief én objectief genormaliseerd is. Door preventieve interventies af te stemmen op de mate van normalisering, kan gerichter worden ingezet op het voorkomen van (verdere) normalisering in contexten waar dit dreigt toe te nemen en op het verminderen van normalisering in contexten waar gebruik al sterk of zeer sterk genormaliseerd is. In settingen waar gebruik nog niet genormaliseerd is, is het belangrijk deze situatie te behouden en te versterken. • Het is belangrijk om aandacht te besteden aan specifieke groepen en locaties waar drugsgebruik vaker voorkomt. Het gebruik is hoger bij mannen (dan bij vrouwen) en vanaf 18 jaar neemt het gebruik sterk toe. Jongvolwassenen die in een studentenhuis of alleen wonen gebruiken vaker drugs dan jongvolwassenen die bij hun ouders of met een partner wonen. Locaties waar drugsgebruik vaker voorkomt en normaler wordt gevonden zijn festivals, thuis met of bij vrienden, buiten op straat of in het park, en een huisfeest.

• Jongvolwassenen die het laatste jaar geen drugs hebben gebruikt, hebben meer hobby’s thuis (waaronder gamen) en gaan regelmatig naar een club of vereniging. Investeren in georganiseerde vrijetijdsbesteding blijkt een positieve invloed te hebben om drugsgebruik te voorkomen. Dit is ook een belangrijke factor binnen het IJslands preventiemodel. • Het is belangrijk om in te zetten op niet-gebruik: - Nooit-gebruikers hebben een negatieve attitude ten aanzien van drugs (m.u.v. cannabis). Een negatieve attitude werkt preventief en vermindert de intentie drugs te gebruiken. Het is dus belangrijk om deze vast te houden en te versterken. Bij voorkeur voordat ze in aanraking komen met drugsgebruik. Een attitude kan veranderen wanneer ze leeftijdsgenoten treffen die drugs gebruiken, bijvoorbeeld op een festival waar drugsgebruik meer genormaliseerd is. Als ze drugs gaan gebruiken verandert hun attitude en worden eerder­genoemde redenen, zoals gezond willen leven, minder belangrijk. 59

- Niet-gebruikers hebben minder positieve uitkomst­ verwachtingen en meer negatieve uitkomstver­ wachtingen in vergelijking met gebruikers. Gebruikers blijven gebruiken ondanks negatieve verwachtingen, doordat positieve verwachtingen meer dan zes keer sterker samenhangen met de intentie om te (blijven) gebruiken. Door gebruik kunnen positieve verwachtingen toenemen en belangrijker worden, hierdoor kan het moeilijker worden om de intentie tot gebruik te verminderen. Preventie van initieel drugsgebruik en het ontstaan van positieve verwachtingen is daarom belangrijk. • De meest genoemde positieve effecten voor cannabis zijn rustig worden, gezellige tijd, een fijn gevoel, verminderen van stress en beter slapen. Voor xtc zijn dat een fijn gevoel, gezellige tijd, losser worden en langer door kunnen gaan. Het werkt preventief door in te zetten op alternatieven voor ‘redenen van gebruik’, zoals rustig worden, stress verminderen of beter slapen. Als jongvolwassenen een goed alternatief hebben, worden deze redenen om te gebruiken minder relevant en belangrijk. • Jongvolwassenen vinden het belangrijk wat ouders en vrienden vinden. Als jongvolwassenen denken dat anderen een negatieve attitude hebben ten aanzien van drugs verkleint dit de intentie om te gebruiken.

• De meerderheid geeft aan dat ouders het gebruik van drugs door de jongvolwassenen zelf (helemaal) niet oké zouden vinden. De verwachte houding van ouders is minder negatief ten aanzien van cannabis. Het is belangrijk dat ouders praten en afspraken maken over drugs, maar nog belangrijker is dat ze daarbij ook echt duidelijk aangeven dat ze het gebruik van drugs niet oké vinden. Wat jongvolwassenen denken dat ouders vinden hangt sterker samen met de intentie om te gebruiken, dan het al dan niet praten en afspraken maken. Het is belangrijk ouders hierop te attenderen. • De meerderheid overschat het drugsgebruik door leeftijdsgenoten. Gebruikers schatten het gebruik door leeftijdsgenoten hoger in dan niet-gebruikers. Overschatting verhoogt de kans op gebruik. Als een norm wordt overschat werkt het preventief om de juiste norm van het gewenste gedrag te communiceren; dat er veel jong­volwassenen zijn die niet gebruiken. • De intentie om volgend jaar te blijven of gaan gebruiken hangt het sterkst samen met een positieve attitude, de verwachtte positieve effecten van het middel, het aantal

60

beste vrienden dat drugs gebruikt, de inschatting dat ouders of vrienden het gebruik van drugs oké vindt en de afwezigheid van verwachtte negatieve effecten. Interventies om de intentie tot drugsgebruik te voorkomen kunnen zich richten op het versterken van een negatieve attitude ten aanzien van drugs, het verminderen van positieve uitkomstverwachtingen en het beïnvloeden van de injunctieve en descriptieve normen van vrienden, leeftijdsgenoten en ouders. • Het is erg belangrijk om preventie-activiteiten te richten op poes/miauw. Het is aannemelijk dat inzetten op verminderde beschikbaarheid leidt tot een afname van gebruik. • Bijna alle jongvolwassenen die nooit drugs hebben gebruikt, hebben ook geen intentie om dit in de toekomst te doen. Dit is een positief gegeven: het merendeel van deze groep bevindt zich al in de gewenste situatie. Houd hier rekening mee bij het vormgeven van preventieve interventies. Voorkom dat de boodschap onbedoeld twijfels of nieuwsgierigheid oproept. Richt je interventies daarom niet op overtuigen, maar op het versterken van de bestaande keuze.

5 l e e D n e g a l j i en en b

Bronn

16.2 Aanbevelingen voor monitoring • Voor het monitoren van drugsgebruik en het bepalen van normalisatie is het belangrijk om naast recent en ooit-gebruik ook te kijken naar de frequentie van gebruik. De frequentie van gebruik wijst op meer structureel gebruik wat de normalisatie van drugsgebruik beïnvloed. • Bij het monitoren van drugsgebruik is het belangrijk om de vijf dimensies mee te nemen in de vragenlijst. Daarnaast is de vraag of drugsgebruik ok is (uitgesplitst per middel) een goede indicator voor normalisatie van de betreffende drug. • Bij het monitoren van drugsgebruik is het belangrijk om bij de keuze van de wervingsmethode rekening te houden met de invloed ervan op de uitkomsten. Verschillende wervingsmethoden leiden tot uiteenlopende cijfers, met name bij middelengebruik. De methode van werving heeft dus grote impact op de representativiteit en betrouwbaarheid van de resultaten. Kies bewust en transparant voor een passende aanpak, en wees terughoudend met het vergelijken van cijfers tussen verschillende wervingsstrategieën.

RESULTATEN SKIP MONITOR 2024

RESULTATEN SKIP MONITOR 2024

3

Bronnen Barkin, S., Smith, K., & DuRant, R. (2002). Social Skills and Attitudes Associated With Substance Use Behaviors Among Young Adolescents. Journal of adolescent health, 448–454. Bessie, N., Kaur, J., & Kalra-Ramjoo, S. (2018).  Understanding the Determinants of Substance Misuse. Mississauga: Region of peel.

Eisenberg, M., Toumbourou, J., Catalano, R., & Hemphill, S. (2014). Social Norms in the Development of Adolescent Substance Use: A Longitudinal Analysis of the Inter­national Youth Development Study. Journal of Youth and Adolescence, 43(9), 148.

Brabantse GGD-en. (2024). GGD Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2023.

Goossens, F. (2012).  Verslaving: Maatschappelijke gevolgen. Overlast, geweld, verwervingscriminaliteit, verkeersongevallen en ziekteverzuim. Utrecht: Trimbos Instituut.

Brug, J., van Assema, P., & Lechner, L. (2017).  Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering: een planmatige aanpak. Assen: Uitgeverij Koninklijke Van Gorcum.

Hingson, R., Heeren, T., & Winter, M. (2006). Age at drinking onset and alcohol dependence: Age at onset, duration, and severity. Archives of Pediatrics & Adolescent Medicine, 160(7), 739-746.

CBS. (2025, 06 03). Arbeidsmarktsituatie jongeren (15 tot 27 jaar); regio (indeling 2023). Opgehaald van StatLine: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/ 85820NED/table?ts=1748614404751 Curvers, N. (2021). Resultaten Euroregional Health Survey (EHS). Doelgroep: jongeren 12-26 jaar. euPrevent SNA . Dijkstra, B., van Duijnhoven, M., Ketelaars, D., & van Tilburg, L. (2021).  Monitor regioproject Skip die Trip. Trippen of Skippen: Monitor van drugsgebruik en determinanten - Inventarisatie van literatuur en beschikbare informatie. Dijkstra, B., van Duijnhoven, M., Ketelaars, D., van Tilburg, L., & Smulders, G. (2022).  Resultaten SKIP monitor 2021 - determinanten en normalisering van drugsgebruik. Opgehaald van https://www.skipdietrip.nl/files/media/skip-rapportmonitor-2022-los.pdf

62

Lombaert, G. (2010). Middelengebruik bij 12- tot 18-jarige. Gent: De Sleutel. Parker, H., Williams, L., & Aldridge, J. (2002). The Normalization of ‘Sensible’ Recreational Drug Use: Further Evidence from the North West England Longitudinal Study. Sociology. Patton, D. (2018). Navigating drugs at university: normalization, differentiation & drift? Safer Communities.

Squeglia, L., Jacobus, J., & Tapert, S. (2009). The influence of substance use on adolescent brain development. Clinical EEG and Neuroscience, pp. 40(1), 31-38. Taylor, D. (2000). The Word on the Street: Advertising, Youth Culture and Legitimate Speech in Drug Education. Journal of Youth Studies. Trimbos Instituuut. (2025).  Nationale Drug monitor, editie 2025. Kerncijfers alcohol, tabak en drugs - Nationale Drug Monitor. Trimbos Instituut. Opgehaald van https://www.nationaledrugmonitor.nl/kerncijfers-alcohol-tabak-en-drugs/ Van Laar, M., Beenakkers, E., Cruts, G., Ketelaars, T., Kuin, M., Meijer, R., . . . Strada, L. (2021).  Nationale Drug Monitor Jaarbericht 2020. Utrecht: Trimbos-instituut.

VZinfo.nl. (2025, 05 20). Opgehaald van VZinfo.nl: https://www.vzinfo.nl/ drugsgebruik/verantwoording-bronverantwoording Windle, M., & Zucker, R. (2010). Reducing underage and young adult drinking: how to address critical drinking problems during this developmental period. Alcohol Research & Health, 33(1-2), 29-44.

Rombouts, M., Morren, K., Dorsselaer, S., Tuithof , M., & Monshouwer , K. (2023).  Peilstationsonderzoek scholieren 2023. Vape, snus en waterpijp. Opgehaald van Trimbos-Instituut: https://cijfers.trimbos.nl/scholierenmonitor/vape-snusen-waterpijp/cijfers-2023-12-16-jaar-vape-snuswaterpijp/#vape Shildrick, T. (2002). Young People, Illicit Drug Use and the Question of Normalization. Journal of youth studies(5), 35-48.

RESULTATEN SKIP MONITOR 2024

RESULTATEN SKIP MONITOR 2024

63

Bijlage 1 Tabel 1. Samenhang achtergrondkenmerken en drugsgebruik (recent en afgelopen jaar)

Variabele Gender Leeftijd Opleidingsniveau

Referentie Man 16 en 17 jaar geen opleiding/alleen basisschool/vmbo

Woonsituatie thuis

Subjectieve etniciteit Werksituatie Werving Vrijetijdsbesteding

Bijlage 1

Samenhang achtergrondkenmerken met drugsgebruik Om te kijken welke achtergrondkenmerken samenhangen met het gebruik van drugs, is een logistische regressieanalyse uitgevoerd. De kenmerken die zijn toegevoegd aan de analyse zijn gender, leeftijd, woonsituatie, (subjectieve) etniciteit, werksituatie, opleiding, vrijetijdsbesteding en manier van werving. Hieronder volgen 3 tabellen waarin de oddsratio is berekend. Een oddsratio (OR) vergelijkt twee kansen (categorie versus referentie). Bijvoorbeeld: de kans dat vrouwen drugs gebruiken in vergelijking met mannen. Een oddsratio van 1 betekent dat de kans dat vrouwen drugs gebruiken even groot is als de kans dat mannen dat doen.

64

Een oddsratio kleiner dan 1 betekent dat de kans op drugsgebruik lager is bij vrouwen dan bij mannen. Een oddsratio groter dan 1 betekent dat de kans op drugs­ gebruik hoger is bij vrouwen dan bij mannen.

Drugsgebruik afgelopen jaar [2024]

Drugsgebruik afgelopen jaar [2021]

Categorie

OR

OR

Vrouw

0,58

0,65

Anders

0,85

0,99

18 t/m 22 jaar

2,21

2,19

23 t/m 27 jaar

2,62

2,44

Mbo

0,90

0,96

Havo/vwo

0,71

0,79

Hbo/universiteit

0,68

0,78

Woont met partner (en evt kinderen)

1,11

1,21

Woont in studentenhuis of met andere huisgenoten

1,58

2,28

Woont alleen

1,41

1,66

Woont anders

1,82

2,20

Voelt zich Nederlands en een Voelt zich alleen Nederlands andere nationaliteit Voelt zich niet Nederlands

1,25

1,15

1,02

0,91

Heeft geen vaste baan

Heeft wel een vaste baan

1,12

1,08

Heeft geen bijbaan

Heeft wel een bijbaan

1,00

1,03

(enkel) via social media

7,84

8,64

op een andere manier

1,63

1,52

Gaat niet regelmatig uit

Gaat wel regelmatig uit

2,00

2,28

Hangt niet regelmatig buiten

Hangt regelmatig buiten

3,06

2,58

Gamet niet regelmatig

Gamet wel regelmatig

0,99

1,03

Sport niet of doet geen andere activiteit regel­ matig bij een club of vereniging

Sport of doet een andere activiteit regelmatig bij een club of vereniging

0,61

0,69

Sport niet regelmatig zelf

Sport regelmatig zelf

1,01

1,22

Brengt niet regelmatig tijd met vrienden door

Brengt wel regelmatig tijd met vrienden door

1,51

1,82

Doet niet regelmatig andere hobbys thuis

Doet wel regelmatig andere hobbys thuis

0,67

0,75

via brief van de gemeente

In nevenstaande tabel zijn de associaties weergegeven tussen verschillende achtergrondkenmerken van de jongvolwassenen en zowel recent drugsgebruik als drugs­ gebruik in het afgelopen jaar.

RESULTATEN SKIP MONITOR 2024

RESULTATEN SKIP MONITOR 2024

65

Hieronder zijn de associaties weergegeven tussen recent drugsgebruik en verschillende achtergrondkenmerken van de jongvolwassenen voor de monitor 2024 en de monitor 2021.

Hieronder zijn de associaties weergegeven tussen drugsgebruik in het afgelopen jaar en verschillende achtergrond­ kenmerken van de jongvolwassenen voor de monitor 2021 en de monitor 2024.

Bijlage 1 Tabel 2. Samenhang achtergrondkenmerken en recent drugsgebruik (monitor 2024 en monitor 2021)

Bijlage 1 Tabel 3. Samenhang achtergrondkenmerken en drugsgebruik afgelopen jaar (monitor 2024 en monitor 2021)

Variabele

Gender Leeftijd Opleidingsniveau

Referentie

Man 16 en 17 jaar geen opleiding/alleen basisschool/vmbo

Woonsituatie

thuis

Subjectieve etniciteit Werksituatie Werving Vrijetijdsbesteding

66

Recent drugsgebruik 2024

Recent drugsgebruik 2021

Categorie

OR

OR

Variabele

Vrouw

0,58

0.51

Gender

Anders

0,85

0.68

18 t/m 22 jaar

2,21

3.06

23 t/m 27 jaar

2,62

2.70

16 en 17 jaar

Categorie

OR

OR

Vrouw

0,65

0.59

Anders

0,99

0.77

18 t/m 22 jaar

2,19

2.93

23 t/m 27 jaar

2,44

2.50

Mbo

0,96

1.05

Havo/vwo

0,79

1.02

Hbo/universiteit

0,78

1.06

Woont met partner (en evt kinderen)

1,21

1.06

Woont in studentenhuis of met andere huisgenoten

2,28

3.03

Mbo

0,90

0.95

0,71

0.86

Hbo/universiteit

0,68

0.81

Woont met partner (en evt kinderen)

1,11

1.04

Woont in studentenhuis of met andere huisgenoten

1,58

2.35

Woont alleen

1,41

1.86

Woont alleen

1,66

2.02

Woont anders

1,82

1.65

Woont anders

2,20

1.67

1,25

1.30

1,02

1.28

Heeft geen vaste baan

Heeft wel een vaste baan

1,12

1.01

Heeft geen bijbaan

Heeft wel een bijbaan

1,00

1.07

(enkel) via social media

7,84

4.06

op een andere manier

1,63

1.28

Gaat niet regelmatig uit

Gaat wel regelmatig uit

2,00

1.78

Hangt niet regelmatig buiten

Hangt regelmatig buiten

3,06

Gamet niet regelmatig

Gamet wel regelmatig

Sport niet of doet geen andere activiteit regel­ matig bij een club of vereniging

Opleidingsniveau

Man

Drugsgebruik afgelopen jaar [2021]

Havo/vwo

Voelt zich Nederlands en een Voelt zich alleen Nederlands andere nationaliteit Voelt zich niet Nederlands

via brief van de gemeente

Leeftijd

Referentie

Drugsgebruik afgelopen jaar [2024]

geen opleiding/alleen basisschool/vmbo

Woonsituatie

thuis

Subjectieve etniciteit Werksituatie Werving

Voelt zich Nederlands en een Voelt zich alleen Nederlands andere nationaliteit Voelt zich niet Nederlands

1,15

1.19

0,91

1.06

Heeft geen vaste baan

Heeft wel een vaste baan

1,08

0.94

Heeft geen bijbaan

Heeft wel een bijbaan

1,03

1.02

(enkel) via social media

8,64

3.14

via brief van de gemeente

op een andere manier

1,52

1.11

Gaat niet regelmatig uit

Gaat wel regelmatig uit

2,28

2.15

3.27

Hangt niet regelmatig buiten

Hangt regelmatig buiten

2,58

2.63

0,99

0.95

Gamet niet regelmatig

Gamet wel regelmatig

1,03

0.95

Sport of doet een andere activiteit regelmatig bij een club of vereniging

0,61

0.66

Sport niet of doet geen andere activiteit regel­ matig bij een club of vereniging

Sport of doet een andere activiteit regelmatig bij een club of vereniging

0,69

0.79

Sport niet regelmatig zelf

Sport regelmatig zelf

1,01

Sport niet regelmatig zelf

Sport regelmatig zelf

1,22

-

Brengt niet regelmatig tijd met vrienden door

Brengt wel regelmatig tijd met vrienden door

1,51

2.01

Brengt niet regelmatig tijd met vrienden door

Brengt wel regelmatig tijd met vrienden door

1,82

2.33

Doet niet regelmatig andere hobbys thuis

Doet wel regelmatig andere hobbys thuis

0,67

0.76

Doet niet regelmatig andere hobbys thuis

Doet wel regelmatig andere hobbys thuis

0,75

0.73

RESULTATEN SKIP MONITOR 2024

Vrijetijdsbesteding

RESULTATEN SKIP MONITOR 2024

67

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=a5c912a0-2d6f-4cd2-a388-92ce83af8e27