Bus 10 - Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Bus 10 Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke onderbouwing Bus 10 Sint-Oedenrode
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke onderbouwing ‘Bus 10 Sint-Oedenrode’ Ontwikkelplan Buitengebied Meierijstad
Gegevens projectlocatie Adres: Postcode: Plaats:
Bus 10 5492 SL Sint-Oedenrode
Gegevens adviesbureau Naam: Contactpersoon: Adres: Postcode: Plaats: Telefoon: e-mail:
Kastelijn Ruimtelijk Advies D.F.H. Kastelijn Bieslook 21 5491 KE Sint-Oedenrode 06 – 22786032 kastelijn@ruimtelijk-advies.nl
Naam document
Ruimtelijke onderbouwing ‘Bus 10 Sint-Oedenrode’.
Versie
26 –07 – 2022
Auteur
Drs. D.F.H. Kastelijn
-2-
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke onderbouwing Bus 10 Sint-Oedenrode
Inhoud 1.
INLEIDING
5
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Ligging plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
5 5 5 6
2.
PLANBESCHRIJVING
8
2.1 2.2 2.3 2.4
Bestaande situatie Toekomstige situatie Kwaliteitsverbetering van het landschap Omgevingsdialoog
8 8 10 12
3.
BELEIDSKADER
13
3.1 3.1.1 3.1.2 3.2 3.2.1
Provinciaal beleid Structuurvisie Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Gemeentelijk beleid Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4
13 13 14 19 19
4.
RUIMTELIJKE EN MILIEUHYGIËNISCHE EFFECTEN
23
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15
Bedrijven en milieuzonering Geur Luchtkwaliteit Geluid Bodem Water Flora en fauna Archeologie en cultuurhistorie Externe veiligheid Gezondheid in relatie tot veehouderijen Spuitzones Hoogspanningslijnen Kabels en leidingen Infrastructuur en parkeren M.e.r.-beoordeling
23 25 28 30 31 33 36 40 42 44 47 47 48 49 50
5.
ECONOMISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
51
5.1 5.2 5.3
Economische haalbaarheid Maatschappelijke haalbaarheid Procedure
51 51 51
-3-
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke onderbouwing Bus 10 Sint-Oedenrode
BIJLAGE 1:
LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN – H8
BIJLAGE 2:
VERSLAGFORMULIEREN OMGEVINGSDIALOOG
BIJLAGE 3:
VERK. ASBEST IN BODEMONDERZOEK – INPIJN BLOKPOEL
BIJLAGE 4:
AERIUS BEREKENING STIKSTOFDEPOSITIE REALISATIEFASE
BIJLAGE 5:
NOTITIE FLORA EN FAUNA – HEEMKUNDEKRING
BIJLAGE 6:
AANVULLING FLORA EN FAUNA STEENUIL – HEEMKUNDEKRING
BIJLAGE 7:
AERIUS BEREKENING STIKSTOFDEPOSITIE GEBRUIKSFASE
BIJLAGE 8:
VERKENNEND BODEMONDERZOEK – INPIJN BLOKPOEL
-4-
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke onderbouwing Bus 10 Sint-Oedenrode
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding Initiatiefnemer is eigenaar van het perceel Bus 10 te Sint-Oedenrode. Het perceel betreft een (voormalige) agrarische bedrijfslocatie met daarop een bedrijfswoning en een viertal stallen gelegen. Initiatiefnemer heeft het perceel enkele jaren geleden aangekocht, echter is niet voornemens in de toekomst nog een agrarisch bedrijf op het perceel te exploiteren. Graag wil hij een deel van de bedrijfsgebouwen inzetten ten behoeve van (verhuur aan) kleinschalige bedrijvigheid. Als gevolg hiervan wordt de agrarische bestemming gewijzigd in de bedrijfsbestemming met een functieaanduiding voor kleinschalige bedrijfsverzamelgebouwen (bedrijven in milieucategorie 1 en 2), waarvan 150 m2 tevens kan worden gebruikt ten behoeve van cursussen, trainingen en life coaching. De planlocatie is gelegen in de bestemmingsplannen ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4’ (v.w.b. de regels) en ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 2’ (v.w.b de verbeelding) van de voormalige gemeente Sint-Oedenrode en heeft hierin de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’. De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan. Binnen het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4 is echter in artikel 4.7.14 een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die bovenstaande ontwikkeling mogelijk maakt.
Middels haar besluit van 27 februari 2019 heeft het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Meierijstad besloten in principe medewerking te verlenen aan de door initiatiefnemer voorgenomen ontwikkeling. Het initiatief maakt onderdeel uit van het veegplan ‘Ontwikkelplan Buitengebied Meierijstad’. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet in een passende juridische en planologische regeling om de bestemmingswijziging naar ‘Bedrijf’ mogelijk te maken.
1.2
Ligging plangebied De planlocatie is gelegen binnen de gemeente Meierijstad, ten noorden van de kern Boskant (zie figuur 1.1). De planlocatie staat kadastraal bekend als gemeente SINT-OEDENRODE, Sectie M, nummer 732.
1.3
Vigerend bestemmingsplan Zoals aangegeven is de planlocatie gelegen binnen de bestemmingsplannen Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 2 (v.w.b. de verbeelding) en Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4 (v.w.b. de regels) van de voormalige gemeente Sint-Oedenrode. De planlocatie heeft hierin de bestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’. Daarnaast zijn op de planlocatie de -5-
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke onderbouwing Bus 10 Sint-Oedenrode
dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’, de functieaanduiding ‘veehouderij’ en de gebiedsaanduidingen ‘bebouwingsconcentratie 3’, ‘cultuurhistorisch waardevol gebied’ en ‘groenblauwe mantel’ gelegen. Figuur 1.2 geeft een uitsnede van de plankaart behorende bij het bestemmingsplan Buitengebied SintOedenrode, herziening 2.
Figuur 1.1: Ligging plangebied.
Figuur 1.2: Uitsnede bestemmingsplankaart Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 2.
1.4
Leeswijzer In hoofdstuk 2 van voorliggende onderbouwing worden de bestaande situatie van het plangebied en de planbeschrijving nader weergegeven. Het beleidskader dat van toepassing is op het plangebied en haar directe omgeving wordt in
-6-
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke onderbouwing Bus 10 Sint-Oedenrode
hoofdstuk 3 geschetst. Met name het beleid op provinciaal en gemeentelijk niveau komt aan de orde. Vervolgens komen in hoofdstuk 4 de betreffende milieuhygiënische en planologische aspecten van het initiatief aan bod. Hoofdstuk 5 tot slot bespreekt de haalbaarheid van het plan en de te doorlopen procedure.
-7-
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke onderbouwing Bus 10 Sint-Oedenrode
2.
Planbeschrijving
2.1
Bestaande situatie De planlocatie betreft een (voormalige) agrarische bedrijfslocatie. In de bestaande situatie is op het perceel een agrarisch bouwvlak gelegen met een oppervlakte van 4.972 m2. Daarnaast zijn een bedrijfswoning aanwezig en een viertal stallen met een gezamenlijke oppervlakte van 1.302 m2. In figuur 2.1 is een situatietekening van de bestaande situatie opgenomen.
Figuur 2.1: Bestaande situatie Bus 10 Sint-Oedenrode.
2.2
Toekomstige situatie Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt aangesloten bij de wijzigingsbevoegdheid, zoals opgenomen in artikel 4.7.14 van het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode herziening 4, de bestemming van het perceel gewijzigd van ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ naar ‘Bedrijf’ ten behoeve van niet-agrarische bedrijven. Hierbij wordt de oppervlakte van het bouwvlak teruggebracht van 4.972 m2 naar 2.800 m2. Daarnaast worden drie bestaande stallen met een gezamenlijke oppervlakte van 956 m2 gesloopt.
-8-
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke onderbouwing Bus 10 Sint-Oedenrode
Eén stal, aan de oostzijde van het perceel, met een oppervlakte van 346 m2, blijft gehandhaafd. Daarnaast wordt het mogelijk gemaakt om één vervangend nieuw bedrijfsgebouw op te richten met een oppervlakte van 150 m2. Om het zicht op de achterliggende gronden open te houden wordt dit vervangende bedrijfsgebouw meer in westelijke richting herbouwd. In totaal wordt hiermee de oppervlakte aan bedrijfsbebouwing teruggebracht met 806 m2 en resteert in de toekomst 496 m2 aan bedrijfsbebouwing. In figuur 2.2 is een situatietekening van de toekomstige situatie weergegeven.
Figuur 2.2: Toekomstige situatie Bus 10 Sint-Oedenrode.
De twee bedrijfsgebouwen worden ingezet ten behoeve van de huisvesting van bedrijven in milieucategorie 1 en 2, een zogenaamd kleinschalig bedrijfsverzamelgebouw. In de regels van het Ontwikkelplan Buitengebied Meierijstad is in Artikel 1 (Begrippen) de volgende bepaling opgenomen voor wat betreft een ‘kleinschalig bedrijfsverzamelgebouw’: Kleinschalig bedrijfsverzamelgebouw een bedrijfsverzamelgebouw ten behoeve van meerdere bedrijfjes, met een beperkte omvang, dat naar aard en invloed op de omgeving kan worden gelijkgesteld aan een bedrijf in categorie 1 en 2 in de Staat van bedrijfsactiviteiten, waarbij de uitoefening van het niet-agrarische bedrijf geen betrekking heeft op: - een kantoor met baliefunctie; - lawaaisport; - mestbewerking. -9-
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke onderbouwing Bus 10 Sint-Oedenrode
Deze kleinschalig bedrijfsverzamelgebouwen bieden initiatiefnemer de mogelijkheid om de bedrijfsgebouwen te verhuren aan meerdere (kleine) bedrijven en zelfstandigen en hieruit een huuropbrengst te genereren. Daarnaast wordt het mogelijk gemaakt om het nieuwe vervangende bedrijfsgebouw van 150 m2 niet alleen in te zetten als bedrijfsverzamelgebouw, maar ook voor cursussen, trainingen en life coaching. Deze activiteiten worden geschaard onder SBI-code 85.59.9. Dit biedt de mogelijkheid aan de partner van initiatiefnemer om in dit bedrijfsgebouw haar bedrijf uit te oefenen. In de regels van het Ontwikkelplan Buitengebied Meierijstad wordt als gevolg van bovenstaande ontwikkeling in Artikel 9 aan de tabel ‘Bedrijven’ onderstaande regel opgenomen.
2.3
Aanduiding
Adres
Huisnr.
Functie
Bedrijfswoning
Opp. (m²)
‘sb – 5’
Bus
10
Kleinschalige bedrijfsverzamelgebouwen, waarvan 150 m2 tevens voor cursussen, trainingen en life coaching.
1
496 m2
Kwaliteitsverbetering van het landschap Bij de voorgenomen ontwikkeling dient voldaan te worden aan de vereisten van de versterking van de landschappelijke kwaliteit (tegenprestatie) ex artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. In haar regeling ‘Kwaliteitsverbetering landschap Sint-Oedenrode’ geeft de gemeente Meierijstad nadere invulling aan de inspanningen die voor niet-planmatige ontwikkelingen (afzonderlijke initiatieven in het buitengebied) van toepassing zijn. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt in de volgende drie categorieën: a. categorie 1: b. categorie 2:
c. categorie 3:
geen inspanning; een goede landschappelijke inpassing op basis van een goedgekeurd landschapsplan en borging van uitvoering en beheer; toepassing van de forfaitaire methode, waarbij uitgegaan wordt van 20 % van de grondwaardevermeerdering.
De omschakeling zonder vergroting van het bouwvlak van Agrarisch naar Bedrijf is in bijlage 1 van de regeling opgenomen onder categorie 3. Dit betekent dat voor onderhavig initiatief een kwaliteitsverbetering van het landschap vereist is op basis van de forfaitaire methode. Om de vereiste tegenprestatie te bepalen is een berekening uitgevoerd van de grondwaarde van het perceel in de bestaande situatie en in de toekomstige situatie. Deze berekening is opgenomen in figuur 2.3. In eerste instantie volgt uit deze berekening dat er sprake is van een grondwaardevermeerdering van bijna € 70.000,--. Van dit bedrag dient 20% te worden geïnvesteerd in de kwaliteitsverbetering van het landschap. Dit kan onder meer door een fysieke tegenprestatie op de projectlocatie en/of de directe projectomgeving. Voor onderhavig - 10 -
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke onderbouwing Bus 10 Sint-Oedenrode
initiatief wordt gekozen om een drietal veestallen te slopen inclusief de verwijdering van asbestaken, verharding te verwijderen en een deel van het perceel om te zetten in de bestemming Natuur. In de regeling Kwaliteitsverbetering zijn normbedragen opgenomen voor de bovengenoemde investeringen in de kwaliteitsverbetering van het landschap.
Berekening Kwaliteitsverbetering Landschap Bestaande situatie Agrarisch met bouwvlak Agrarisch Totale oppervlakte perceel
Opp. 4.972 m² 3.553 m² 8.525 m²
Prijs per m2 € 23,00 € 5,00
Toekomstige situatie Bedrijf Natuur Totale oppervlakte perceel
Opp. 2.800 m² 5.725 m² 8.525 m²
Prijs per m2 € 70,00 € 1,00
€ € €
Totaal 114.356 17.765 132.121
€ € €
Totaal 196.000 5.725 201.725
Grondwaardevermeerdering
€
Vereiste investering kwaliteitsverbetering
€
69.604 20% 13.921
€ € €
Totaal 14.340 450 14.790
€
- 869
Investeringen Slopen veestallen (stallen 1, 3 en 4) Verwijdering verharding Totaal
Opp. 956 m² 150 m²
Prijs per m2 € 15,00 € 3,00
Per Saldo Figuur 2.3: Berekening Kwaliteitsverbetering landschap Bus 10 Sint-Oedenrode.
Door initiatiefnemer is aan Ontwerpbureau H8 opdracht verleend voor het opstellen van een landschappelijk inpassingsplan voor de planlocatie. Dit landschappelijk inpassingsplan is als bijlage 1 toegevoegd aan voorliggende onderbouwing. Middels uitvoering van het landschappelijk inpassingsplan wordt voldaan aan de vereisten uit de Provinciale Interim omgevingsverordening en de regeling Kwaliteitsverbetering landschap Sint-Oedenrode van de gemeente Meierijstad. In de te sluiten anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en de gemeente Meierijstad wordt de uitvoering van het landschappelijk inpassingsplan geborgd.
- 11 -
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke onderbouwing Bus 10 Sint-Oedenrode
Figuur 2.4: Uitsnede landschappelijk inpassingsplan H8.
2.4
Omgevingsdialoog Ten behoeve van voorliggend initiatief heeft een omgevingsdialoog plaatsgevonden met omwonenden. Door initiatiefnemer is de voorgenomen ontwikkeling uiteengezet voor de omwonenden van Bus 6, Bus 14 en Bus 16 en is er de mogelijkheid geweest om vragen te stellen. Vanuit de omwonenden is aangegeven dat zij geen bezwaar hebben tegen het initiatief. De verslagformulieren van de omgevingsdialoog zijn bijgevoegd als bijlage 2 aan voorliggende onderbouwing.
- 12 -
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke onderbouwing Bus 10 Sint-Oedenrode
3.
Beleidskader
De voorgenomen ontwikkeling van het plangebied moet passen binnen het vigerend beleid op zowel nationaal, provinciaal, als gemeentelijk niveau. Het gaat hier om een kleinschalige wijziging waardoor rijksbelangen niet in het geding zijn. Het Rijk gaat er vanuit dat het beleid dat provincie en gemeenten opstellen past binnen het Rijksbeleid. Een toets aan het rijksbeleid kan dan ook achterwege blijven. Het plan wordt wel getoetst aan het provinciaal en gemeentelijk beleid. De belangrijkste bevindingen uit dit beleid worden hieronder beschreven en aangegeven wordt hoe de ontwikkeling van het plangebied past binnen de bestaande regelgeving. Per 1 oktober 2012 is in artikel 3.1.6 Bro een lid 2 ingevoegd waarin een motiveringsplicht is opgenomen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen in bestemmingsplannen. In de toelichting van het bestemmingsplan moet hiervoor een verantwoording plaatsvinden aan de hand van een drietal opeenvolgende treden (de zogenaamde “ladder voor duurzame verstedelijking”). Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Onderhavig initiatief betreft de omzetting van een agrarisch bedrijf naar een regulier bedrijf middels een in het moederplan opgenomen wijzigingsbevoegdheid, waarbij de oppervlakte aan bedrijfsbebouwing en de oppervlakte van het bouwvlak afnemen.
Jurisprudentie heeft uitgewezen dat hierbij geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een verantwoording is in dit geval niet aan de orde.
3.1
Provinciaal beleid
3.1.1 Structuurvisie Op 7 februari 2014 hebben Provinciale Staten de Structuurvisie ruimtelijke ordening (SVRO) voor de provincie Noord-Brabant vastgesteld. De visie is op 19 maart 2014 in werking getreden. De provincie geeft in de SVRO de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040) weer. De structuurvisie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie Noord-Brabant en vormt de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De Interim omgevingsverordening is één van deze uitvoeringsinstrumenten voor de provincie om haar doelen te realiseren. In de verordening vertaalt de provincie de kaderstellende elementen uit de SVRO in regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. Voor het onderhavige plan is met name de verordening van belang omdat deze gedetailleerde regels bevat waaraan getoetst dient te worden.
- 13 -
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke onderbouwing Bus 10 Sint-Oedenrode
3.1.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Vooruitlopend op de Omgevingswet heeft de provincie Noord-Brabant als eerste stap een Interim omgevingsverordening vastgesteld waarin de bestaande regels uit de verschillende verordeningen zijn samengevoegd. Deze Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is op 25 oktober 2019 vastgesteld. De Interim omgevingsverordening vervangt een aantal provinciale verordeningen, waaronder de Verordening Ruimte. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. In tegenstelling tot de nu van kracht zijnde interim verordening worden in de definitieve omgevingsverordening ook beleidswijzigingen verwerkt. In de Interim omgevingsverordening zijn twee typen regels opgenomen. De zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten gelden voor burgers en bedrijven. Deze regels bevatten voorwaarden om zo’n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. De zogenaamde instructieregels gelden voor bestuursorganen van de overheid. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren.
In figuur 3.1 is een uitsnede weergegeven van de integrale plankaart van de Interim omgevingsverordening met daarop de planlocatie weergegeven.
Figuur 3.1: Uitsnede integrale plankaart Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
Landelijk Gebied Uit figuur 3.1 blijkt dat de planlocatie is gelegen binnen het Landelijk Gebied en meer specifiek de Groenblauwe Mantel. Het provinciaal beleid maakt het mogelijk dat niet-agrarische functies in Landelijk gebied zich kunnen vestigen op een bestaand bouwperceel. Belangrijke randvoorwaarde voor het toelaten van dergelijke functies is dat de ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waar de locatie ligt. Om de afweging te kunnen maken in een concreet geval is het nodig dat een gemeente beleid uitwerkt waarin een ontwikkelingsrichting voor de verschillende typen gebied is opgenomen. Dat - 14 -
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke onderbouwing Bus 10 Sint-Oedenrode
voorkomt gelegenheidsplanologie en biedt duidelijkheid naar zowel initiatiefnemers als omwonenden. Voor zover zo'n ontwikkelingsrichting al niet is opgenomen in bestaande plannen of daaruit afgeleid kan worden, kan zo'n ontwikkelingsrichting redelijk snel en eenvoudig samen met betrokkenen gemaakt worden. Het gaat om een globale denkrichting welke functies passen in de te onderscheiden gebieden met een globale bepaling van een omvang. Vervolgens biedt dit houvast bij de ontwikkeling van concrete initiatieven en kan dit als basis dienen voor de toepassing van het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan of een wijzigingsbesluit. In Artikel 3.73 van de Interim omgevingsverordening heeft de provincie NoordBrabant de kaders vastgelegd voor niet-agrarische functies in het Landelijk Gebied. Dit artikel luidt als volgt: Artikel 3.73 vestiging niet-agrarische functie in landelijk gebied Lid 1. Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een niet-agrarische functie op een bestaand bouwperceel als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1.
een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; De planlocatie is gelegen binnen de bebouwingsconcentratie ‘De Bus/ Kremselen’. Binnen bebouwingsconcentraties worden, in tegenstelling tot de overige delen van het buitengebied, mogelijkheden geboden aan een grotere verscheidenheid aan bestemmingen zoals burgerwoningen, reguliere bedrijvigheid en agrarische bedrijvigheid. Binnen een bebouwingsconcentratie is daarmee een divers scala aan functies mogelijk, mits de impact van een functie niet te groot is op haar omgeving. Een kleinschalig bedrijfsverzamelgebouw voor bedrijven in ten hoogste milieucategorie 1 en 2 is een functie die bij uitstek passend is binnen een bebouwingsconcentratie en is door de gemeente Meierijstad, middels haar principebesluit, ook als een zodanig passende activiteit in relatie tot haar omgeving aangemerkt. De ontwikkeling voldoet daarnaast aan de voorwaarden zoals door de gemeente Meierijstad vastgelegd in de wijzigingsbevoegdheid van ‘Agrarisch’ naar ‘Bedrijf’ uit het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4 en binnen de kaders van de recent door de gemeenteraad vastgestelde beleidsnotitie VAB-locaties. In haar rapport ‘Kansen voor Kwaliteit’ heeft de gemeente Meierijstad daarnaast vastgelegd dat niet-agrarisch functies zich kunnen vestigen op een bestaand bouwperceel.
Om te voorkomen dat de vestiging impliciet leidt tot nieuwvestiging is splitsing van het bouwperceel niet mogelijk. De gemeente benadrukt in haar beleidsvisie - 15 -
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke onderbouwing Bus 10 Sint-Oedenrode
echter dat het binnen 1 bouwperceel wel mogelijk is dat er meerdere bedrijven gevestigd zijn, bijvoorbeeld in een bedrijfsverzamelgebouw, of meerdere (kleinschalige) functies, zoals een recreatiebedrijf en een zorgfunctie. Het is echter niet mogelijk en gewenst dat voor ieder van de bedrijven of voor ieder van de functies een zelfstandig bouwperceel wordt opgenomen. Desgewenst kan binnen het bouwperceel wel gewerkt worden met aanduidingen voor diverse functies. Voorliggende ontwikkeling sluit hiermee naadloos aan op de door de gemeente vastgelegde beleidsvisie in haar rapport ‘Kansen voor Kwaliteit’. 2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; In voorliggende onderbouwing wordt uitgebreid ingegaan op bovengenoemde aspecten. Hieruit komt naar voren dat de voorgenomen ontwikkeling aansluit op de voorwaarden zoals door de gemeente Meierijstad gesteld en geen afbreuk doet aan de genoemde aspecten. 3. hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt 956 m2 aan overtollige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt.
Daarnaast wordt de ontwikkeling landschappelijk ingepast conform het landschapsplan zoals opgenomen in bijlage 1 van voorliggende onderbouwing. b. er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel; Het bouwperceel wordt niet gesplitst als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. c. overtollige bebouwing wordt gesloopt; Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt 956 m2 aan overtollige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt. Hiertegenover staat de herbouw van een bedrijfspand met een maximale oppervlakte van 150 m2. Per saldo verdwijnt dus ruim 800 m2 aan overtollige bebouwing. d. de vestiging heeft geen betrekking op: 1. een kantoor met baliefunctie; 2. lawaaisport; 3. mestbewerking Bij de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van de bovengenoemde activiteiten. In Artikel 1 (begrippen) van de regels van het Ontwikkelplan Buitengebied Meierijstad is specifiek vastgelegd dat er bij een kleinschalig bedrijfsverzamelgebouw géén sprake mag zijn van een kantoor met baliefunctie, lawaaisport en/of mestbewerking.
- 16 -
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke onderbouwing Bus 10 Sint-Oedenrode
Lid 2. Het bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt, borgt dat de functie, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting en stelt daartoe regels: a. over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking; De omvang van de totale bedrijfsactiviteiten is in de regels van het ontwikkelplan begrensd op 496 m2. De omvang is hiermee beperkt en passend in de omgeving. b. welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan; In de regels van het ontwikkelplan zijn de toegestane bedrijfsactiviteiten gespecificeerd. Op het perceel zijn enkel kleinschalige bedrijfsverzamelgebouwen voor bedrijven in milieucategorie 1 en 2 toegestaan, waarvan 150 m2 tevens gebruikt mag worden voor cursussen, trainingen en life coaching. c. dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen; Buitenopslag is niet toegestaan. Dit is vastgelegd in de regels van het Ontwikkelplan Buitengebied Meierijstad. d. dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang. De omvang van de ontwikkeling is begrensd op maximaal 496 m2. Hiermee blijft zij ten alle tijden passend binnen haar omgeving. Lid 3. Als een binnen de omgeving passende omvang geldt voor: a.
bedrijvigheid, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein; De voorgenomen kleinschalige bedrijfsverzamelgebouwen bieden plaats aan bedrijven in milieucategorie 1 en 2 en is hiermee vanwege de geringe milieu-impact bij uitstek passend in een gemende omgeving. b. een detailhandelsvoorziening, een omvang van het verkoopvloeroppervlak van ten hoogste 200 m²; Niet van toepassing. c. een voorziening ten dienste van vrije-tijd en zorg, een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare. Niet van toepassing. Groenblauwe mantel Uit figuur 3.1 blijkt tevens dat het perceel waarop de voorgenomen ontwikkeling plaatsvindt gelegen is binnen de Groenblauwe mantel. De groenblauwe structuur omvat samenhangende gebieden in Noord-Brabant, waaronder de ecologische hoofdstructuur, waar natuur- en waterfuncties behouden en ontwikkeld worden. De structuur bestaat voornamelijk uit beken en andere waterlopen en uit bos- en natuurgebieden. Daarnaast liggen ook gebieden met een andere functie (zoals agrarisch of recreatie) binnen de groenblauwe mantel, als die gebieden van belang zijn voor de natuur- en waterfuncties. De agrarische - 17 -
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke onderbouwing Bus 10 Sint-Oedenrode
sector is één van de grootste en belangrijkste grondgebruikers binnen de groenblauwe mantel. Binnen de groenblauwe mantel zijn nieuwe ontwikkelingen mogelijk, als deze bestaande natuur-, bodem- en waterfuncties respecteren of bijdragen aan een kwaliteitsverbetering van deze functies of het (cultuurhistorisch waardevolle) landschap. In Artikel 3.32 van de Interim omgevingsverordening heeft de provincie Noord-Brabant de kaders vastgelegd voor ontwikkelingen binnen de groenblauwe mantel. Dit artikel luidt als volgt: Artikel 3.32 Landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op de Groenblauwe mantel: a. strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden; b. stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; c. borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden. Lid 2 De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een beschrijving van de aanwezige ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden.
De Interim Omgevingsverordening biedt de mogelijkheid om op een bestaand bouwperceel (bijvoorbeeld middels omschakeling) niet-agrarische functies binnen het landelijk gebied tot op zeker hoogte mogelijk te maken. Hierbij dient te worden gekeken naar de omgeving en dient er een bijdrage te worden geleverd aan ruimtelijke kwaliteit. Zoals in het landschappelijk inpassingsplan is betoogd wordt met onderhavige ontwikkeling fors geïnvesteerd in ruimtelijke kwaliteit door onder meer de sloop van 956 m2 aan varkensstallen en de omzetting van agrarische gronden naar de bestemming ‘Natuur’. Hiermee wordt voldaan aan de doelstellingen van de Groenblauwe mantel, waarbij de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van het gebied waar nodig worden behouden en waar mogelijk worden versterkt door de voorgenomen inrichtingsmaatregelen. Gekozen wordt om voor een aanzienlijk gedeelte van het plangebied de bestemming ‘Agrarisch’ om te zetten naar ‘Natuur’ en deze gronden overeenkomstig in te richten en te beheren. Dit nieuw te vormen natuurperceel heeft een oppervlakte van 5.725 m2. De te leveren bijdrage aan kwaliteitsverbetering en de hiervoor gekozen inpassingsmaatregelen zijn nader uitgewerkt in hoofdstuk 2.4 en bijlage 1 van voorliggende onderbouwing.
- 18 -
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke onderbouwing Bus 10 Sint-Oedenrode
Overige aanduidingen Daarnaast blijkt uit figuur 3.1 dat de planlocatie gelegen is binnen het ‘stalderingsgebied’. Binnen het stalderingsgebied heeft de provincie Noord-Brabant strengere regels opgesteld voor de vestiging van of de omschakeling naar een hokdierhouderij. Voor onderhavig initiatief is echter geen sprake van de vestiging van of omschakeling naar een hokdierhouderij, waardoor deze aanduiding niet van invloed is op de voorgenomen ontwikkeling. Uit figuur 3.1 komt tevens naar voren dat de aanduiding ‘norm wateroverlast buiten Stedelijk gebied’ op de planlocatie is gelegen. Deze norm betreft een instructieregel voor het waterschap en bakent de zorgplicht af die de waterbeheerder heeft op het vlak van het voorkomen dan wel beperken van ontoelaatbare wateroverlast door inundatie vanuit oppervlaktewater ten gevolge van neerslag. Voor de planlocatie is waterschap De Dommel de waterbeheerder. Waterschap De Dommel heeft in haar beleid nadere invulling aan deze normen. Zoals nader toegelicht in hoofdstuk 4.6 van voorliggende onderbouwing wordt bij onderhavig initiatief voldaan aan het beleid van waterschap De Dommel. Het verhard oppervlak neemt met ruim 950 m2 af. Hiermee zijn er vanuit het aspect ‘water’ geen belemmeringen voor voorliggend initiatief.
Kwaliteitsverbetering Tot slot is in Interim omgevingsverordening in Artikel 3.9 vastgelegd dat wanneer een bestemmingsplan een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk maakt, deze ruimtelijke ontwikkeling gepaard dient te gaan met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving. Voor onderhavig initiatief wordt voldaan aan deze kwaliteitsverbetering van het landschap. In hoofdstuk 2.3 van voorliggend bestemmingsplan alsmede in bijlage 1 is de gevraagde kwaliteitverbetering van het landschap nader uitgewerkt. Conclusie De voorgenomen bestemmingswijziging van Agrarisch naar Bedrijf voldoet aan bovenstaande voorwaarden uit de Interim Omgevingsverordening. Hiermee past de ontwikkeling binnen de regels voor niet-agrarische functies in het landelijk gebied van de Interim omgevingsverordening.
3.2
Gemeentelijk beleid
3.2.1 Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4 Het plangebied is (v.w.b. de regels) gelegen binnen het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4. Het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4 is op 29 maart 2018 vastgesteld door de gemeenteraad van Sint-Oedenrode. In het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4 is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen (Artikel 4.7.14) om
- 19 -
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke onderbouwing Bus 10 Sint-Oedenrode
de wijziging van de agrarische bedrijfsbestemming in een reguliere bedrijfsbestemming te realiseren. Deze wijzigingsbevoegdheid luidt als volgt: Art. 4.7.14 Wijziging naar Bedrijf ten behoeve van niet-agrarische bedrijven Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemming ‘Bedrijf’ ten behoeve van het vestigen van een niet-agrarisch bedrijf, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De oppervlakte van het bestemmingsvlak met de bestemming 'Bedrijf' mag ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' niet meer bedragen dan 5.000 m². De planlocatie is gelegen in de groenblauwe mantel. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt het bestemmingvlak ‘Bedrijf’ begrensd op 2.800 m2. b. De wijziging is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bebouwingsconcentratie', waarbij de oppervlakte aan niet-agrarische bedrijfsbebouwing na sloop van alle overtollige bedrijfsbebouwing maximaal 900 m² mag bedragen. Zoals weergegeven in figuur 2.2 is de planlocatie gelegen binnen ‘bebouwingsconcentratie 3’. Na sloop van overtollige bedrijfsbebouwing resteert 496 m2 aan niet-agrarische bedrijfsbebouwing. c. Er wordt een bestemmingsvlak en bouwvlak op maat gerealiseerd, rekening houdend met de te slopen voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Het (voormalig agrarisch) bouwvlak wordt teruggebracht met ruim 2.100 m2.
Voor het niet-agrarisch bedrijf worden een bouwvlak en bestemmingsvlak op maat gerealiseerd. Hierbij worden, zoals weergegeven in figuur 2.2, het bouwvlak en bestemmingsvlak zo strak mogelijk om de bedrijfsbebouwing heen gelegd, waarbij wel rekening wordt gehouden met het feit dat de verhardingen ten behoeve van de bedrijfsvoering dienen te zijn gelegen binnen het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’. d. Nieuwbouw van de bedrijfsgebouwen is toegestaan, indien aangetoond wordt dat de bestaande bebouwing ongeschikt is voor de uitoefening van de beoogde functie. In de huidige situatie is 1.302 m2 aan (voormalige) agrarische bedrijfsbebouwing aanwezig. Van deze 1.302 m2 wel initiatiefnemer graag ca. 500 m2 inzetten voor een tweetal kleinschalige bedrijfsverzamelgebouwen. Van de in totaal vier bestaande agrarische bedrijfsgebouwen is er echter slechts één voormalige stal met een oppervlakte van 346 m2 in voldoende goede staat om te kunnen verhuren aan bedrijven. De overige drie stallen zijn in een vervallen staat en beschikken over een asbesthoudend daken die reeds onderhevig zijn geweest aan stormschade. Hierdoor wordt gekozen om deze drie stallen met een gezamenlijke oppervlakte van 956 m2 te slopen en hiervoor één nieuw bedrijfsgebouw met een oppervlakte van 150 m2 terug te bouwen. Per saldo neemt hiermee de oppervlakte aan bedrijfsbebouwing af met 806 m2. e.
Alleen bedrijven, die voorkomen in categorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten (zie Bijlage 1) zijn toegestaan, alsmede bedrijven in - 20 -
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke onderbouwing Bus 10 Sint-Oedenrode
categorie 3.1 voor zover deze naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar zijn met bedrijven in categorie 2. Zoals beschreven in hoofdstuk 2 van voorliggende onderbouwing worden de resterende bedrijfsgebouwen ingezet ten behoeve van de huisvesting van niet-agrarische bedrijven in milieucategorie 1 en 2. Daarnaast wordt het mogelijk gemaakt om een gedeelte in te zetten ten behoeve van curssusen, training en life coaching. Deze activiteiten worden geschaard onder SBIcode 85.59.9 en vallen hiermee onder milieucategorie 2. f. Buitenopslag en detailhandel zijn niet toegestaan. Er vindt geen buitenslag en/of detailhandel plaats ten behoeve van de voorgenomen bedrijfsactiviteiten. g. Het agrarisch bedrijf ter plaatse is beëindigd en agrarisch hergebruik is niet langer mogelijk. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt de agrarische bestemming gewijzigd in een bedrijfsbestemming, waarmee agrarisch hergebruik niet langer mogelijk is. h. Er is geen sprake van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen. Er is als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen. Toetsing aan de relevante milieuhygiënische aspecten vindt plaats in hoofdstuk 4 van deze onderbouwing. i. De vestiging van het bedrijf leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
De voorgenomen ontwikkeling leidt niet een onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van naastgelegen percelen. In de huidige vigerende situatie is op het perceel een agrarisch bouwvlak gelegen met de aanduiding ‘veehouderij’. Hiermee zijn binnen het bouwvlak (niet intensieve) agrarische bedrijven mogelijk, welke vallen in maximaal milieucategorie 3.2. Middels de voorgenonen ontwikkeling worden enkel nog bedrijven in maximaal milieucategorie 2 mogelijk gemaakt. j. De vestiging van het bedrijf mag geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling is er sprake van een beperkte toename van het aantal lichte motorvoertuigen (autoverkeer) in het kader van de kleinschalige bedrijfsverzamelgebouwen te verwachten. Tegelijkertijd staat hier een significante afname van het vrachtverkeer door het verdwijnen van de veehouderij tegenover. De bedrijven die een bedrijfsruimte huren gebruiken deze ruimte primair voor opslag van materiaal en materieel, waarmee het aantal verkeersbewegingen beperkt is. De voorgenomen ontwikkeling heeft dan ook geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking. k.
De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied overeenkomstig de regeling kwaliteitsverbetering landschap Sint-Oedenrode zoals opgenomen in Bijlage 6 van de planregels. Zoals nader uitgewerkt in hoofdstuk 2 en bijlage 1 bij voorliggende - 21 -
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke onderbouwing Bus 10 Sint-Oedenrode
onderbouwing wordt voor onderhavig initiatief voldaan aan de vereisten van de regeling kwaliteitsverbetering landschap Sint-Oedenrode. Hierbij worden onder meer knotwilgen en struweel aangeplant en wordt een deel van het perceel ingezaaid met kruidenrijk grasland en exentsief beheerd. l. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling neemt de oppervlakte aan (bedrijfs)bebouwing af met 806 m2. Daarnaast wordt een deel van het perceel omgezet naar de Natuurbestemming en wordt een en ander aangeplant conform het landschappelijk inpassingsplan in bijlage 1. De in het gebied aanwezige waarden worden als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling dan ook niet onevenredig aangetast. m. De oppervlakte van het bestemmingsvlak mag niet meer bedragen dan 5.000 m². De oppervlakte van het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ wordt teruggebracht naar 2.800 m2. Conclusie De voorwaarden voor de wijziging naar Bedrijf ten behoeve van niet-agrarische bedrijven zoals opgenomen in artikel 4.7.14 worden hiermee in acht genomen. Er zijn belemmeringen voor onderhavig initiatief.
- 22 -
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke onderbouwing Bus 10 Sint-Oedenrode
4. Ruimtelijke en milieuhygiënische effecten
Bij het opstellen van een ruimtelijk plan is het verplicht om inzicht te bieden in de relevante ruimtelijke en milieuhygiënische aspecten van het project. Aangetoond dient te worden dat de realisatie van het project er niet toe leidt dat andere functies in de omgeving worden beperkt in hun mogelijkheden en dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
4.1
Bedrijven en milieuzonering Om tussen bedrijven en woningen een goede ruimtelijke afstemming te maken wordt in de ruimtelijke ordening veelal een milieuzonering gehanteerd. Deze dient er voor te zorgen dat door het in acht nemen van voldoende fysieke afstand tussen bedrijven en gevoelige objecten (zoals woningen), geen overlast, hinder of schade ontstaat. Afhankelijk van het bedrijfstype en sector gelden verschillende afstanden. Wettelijk kader De Vereniging van Nederlandse Gemeenten doet in de publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009), een handreiking ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden en dat nieuwe bedrijven een passende locatie ten opzichte van woningen krijgen. Rustige woonwijk of gemengd gebied In een intensief gebruikt gebied met veel functies en ‘bedrijvigheid’ wordt vaak minder hinder ervaren van een milieubelastende activiteit dan in een rustige woonwijk. De VNG-handreiking hanteert voor de omgevingstypen de volgende omschrijving: 1. rustige woonwijk en rustig buitengebied “Een rustige woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor.
Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.” 2. gemengd gebied “Een gemengd gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd.
- 23 -
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke onderbouwing Bus 10 Sint-Oedenrode
Het plangebied is gelegen in een rustig buitengebied. Op basis van het voor het perceel vigerende bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode herziening 4, wordt in onderhavig hoofdstuk de aanwezigheid van milieubelastende functies in de nabijheid van het plangebied onderzocht. Aangegeven wordt welke afstanden uit de VNG Handreiking van toepassing zijn en getoetst wordt of hieraan kan worden voldaan. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt of met de beoogde ontwikkeling een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Milieuzonering Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt een agrarische bestemming met de aanduiding ‘veehouderij’ gewijzigd in een reguliere bedrijfsbestemming. De bedrijfsactiviteiten die hierbij mogelijk worden gemaakt worden aangemerkt als ‘kleinschalig bedrijfsverzamelgebouw’ met een beperktere oppervlakte aan ‘cursussen, trainingen en life coaching’. Aan het kleinschalig bedrijfsverzamelgebouw wordt door de gemeente Meierijstad als voorwaarde gesteld dat enkel bedrijven in milieucategorie 1 en 2 gehuisvest mogen worden in de bedrijfsbebouwing. De bedrijfsactiviteiten ‘cursussen, trainingen en life coaching’ vallen op basis van de VNG Handreiking onder milieucategorie 2 (SBI-code 85.59.9). De maatgevende (grootste) richtafstand voor bedrijven in milieucategorie 2 binnen het omgevingstype ‘rustig buitengebied’ bedraagt 30 meter.
In de huidige situatie is het planologisch gezien toegestaan op de planlocatie een (niet-intensieve) veehouderij, zoals bijvoorbeeld een rundveehouderij, te exploiteren. Een rundveehouderij valt onder milieucategorie 3.2 van de VNG Handreiking met een grootste richtafstand van 100 meter. De milieu-impact van de voorgenomen reguliere bedrijfsactiviteiten (milieucategorie 2) ligt dus aanzienlijker lager dan die van de in de huidige situatie toegestane veehouderijactiviteiten. Desondanks is voor de omliggende gevoelige objecten de afstand tot de nieuwe bedrijfsmatige functies in beeld gebracht. Hierbij is voor alle relevante aspecten (geur, stof, geluid, gevaar) uitgegaan van de maximale richtafstand van 30 meter. In figuur 4.1 is de toetsing aan de richtafstanden voor de gevoelige bestemmingen in de omgeving van Bus 10 uitgevoerd. Betreffende richtafstanden zijn gemeten vanaf de grens van het perceel Bus 10 waarop de bestemming ‘Bedrijf’ komt te liggen tot aan de meest dichtbij gelegen gevel van de woning (gevoelige functie). Overschrijdingen van de richtafstanden zijn vetgedrukt. Uit figuur 4.1 volgt dat niet wordt voldaan aan de richtafstand van 30 meter voor wat betreft de woning aan Bus 14. Deze afstand is, zoals aangegeven, gemeten van de rand van het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ tot de gevel van de woning aan Bus 14.
Feitelijk bedraagt de afstand van de gevel van de woning aan Bus 14 tot het meest dichtbij gelegen bedrijfsgebouw 43 meter, waarmee wel aan de afstand van 30 meter wordt voldaan. Daarnaast is in de regels van het
- 24 -
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke onderbouwing Bus 10 Sint-Oedenrode
moederplan, die worden aangehaald in voorliggend ontwikkelplan, de verplichting opgenomen dat bedrijfsgebouwen 25 meter uit de as van de weg dienen te worden opgericht. Hiermee wordt ten alle tijden de afstand van 40 meter ten opzichte van de gevel van de woning aan Bus 14 in acht genomen. Hiermee wordt voor alle omliggende gevoelige objecten voldaan aan de richtafstand van 30 meter. gevoelig object
richtafstand in meters geur
stof
geluid
gevaar
afstand feitelijk
Id
adres
bestemming
1.
Bus 6
Bedrijf
30
37 m.
2.
Bus 14
Wonen
30
22 m.
3.
Bus 16
Wonen
30
63 m.
Figuur 4.1 Overzicht en toetsing richtafstanden.
Daarnaast zijn rondom de planlocatie een tweetal reguliere bedrijven gelegen aan Bus 6 en Bus 9a. Dit betreffen bedrijven in respectievelijk ‘ambulante handel’ en ‘isolatiemateriaal’. Beide bedrijven vallen onder milieucategorie 2 en hebben hierdoor een maatgevende (grootste) richtafstand van 30 meter. De afstanden van het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ tot aan de meest dichtbij gelegen gevel van de bedrijfswoning aan Bus 10 bedragen respectievelijk 42 meter en 83 meter. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstand. Voor wat betreft het aspect bedrijven en milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.
4.2
Geur Per 1 januari 2007 vormt de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) het toetsingskader voor het beoordelen van geur afkomstig van veehouderijbedrijven op geurgevoelige objecten. Deze wet geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Dit noemt men de voorgrondbelasting, deze is gekoppeld aan een of meer individuele veehouderijen. Dit geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Regeling geurhinder en veehouderij. Voor dieren zonder geuremissiefactor gelden minimaal aan te houden afstanden. Bij besluitvorming omtrent een bestemmingsplan moet worden bepaald of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In het kader van het aspect ‘geur’ dient antwoord te worden gegeven op de vragen: ➢ Is ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object). ➢ Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden).
- 25 -
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke onderbouwing Bus 10 Sint-Oedenrode
Gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden bedrijven In onderhavige situatie blijft de bestaande agrarische bedrijfswoning gehandhaafd, maar wordt aangemerkt als bedrijfswoning t.b.v. het niet-agrarische bedrijf. Deze woning wordt daarmee in het kader van de Wgv beschouwd als voormalige agrarische bedrijfswoning die op of na 19 maart 2000 is opgehouden onderdeel uit te maken van een andere veehouderij. Het beschermingsregime voor een voormalige agrarische bedrijfswoning is hetzelfde als voor een agrarische bedrijfswoning. Dit betekent dat door de herbestemming van de agrarische bedrijfswoning naar bedrijfswoning t.b.v. een niet-agrarische bedrijf niemand onevenredig in zijn belangen wordt geschaad. Woon en leefklimaat Voor het vaststellen van het woon- en leefklimaat wordt gekeken naar de voorgrondbelasting en de achtergrondbelasting ter plaatse van de planlocatie. De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Op basis van artikel 14, derde lid van de Wgv en bijlage 3 uit de handreiking bij de Wgv, hoeft de voorgrondbelasting geur afkomstig van dieren met geuremissiefactor niet getoetst te worden op een geurgevoelig object dat gerealiseerd wordt op een kavel die op of na 19 maart 2000 in gebruik was als veehouderij.
De geurgevoelige objecten dienen echter wel aan de gestelde afstanden zoals opgenomen in bijlage 3 van de handreiking bij de Wgv te blijven voldoen. Binnen 100 meter van de rand van het bouwvlak van het plangebied is op basis van de gegevens van Web-BVB geen veehouderij meer actief. De voormalige intensieve veehouderijen aan Bus 6 en Bus 16 zijn reeds enkele jaren geleden beëindigd, waarbij de bestemming is gewijzigd naar Wonen. Daarnaast toetst men in ruimtelijke procedures op de achtergrondbelasting. Dat wil zeggen de cumulatieve geurbelasting die op een bepaalde locatie veroorzaakt wordt door alle veehouderijen binnen een straal van 2 kilometer rondom het plangebied. De achtergrondbelasting geeft een beeld van het woon- en leefklimaat op een locatie. Voor de achtergrondbelasting zijn in de Interim omgevingsverordening normen opgenomen. De gemeente Sint-Oedenrode heeft geen eigen waarden in haar beleid opgenomen, waardoor de volgende toetswaarden worden aangehouden: ➢ 10 ouₑ/m³ voor objecten in de bebouwde kom; ➢ 20 ouₑ/m³ voor objecten in het buitengebied. Door de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) is in opdracht van de gemeente Sint-Oedenrode de achtergrondbelasting voor wat betreft geur in kaart gebracht. Figuur 4.2 geeft een uitsnede van deze geurkaart met daarop de planlocatie aangeduid.
- 26 -
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke onderbouwing Bus 10 Sint-Oedenrode
Figuur 4.2: Uitsnede geurkaart achtergrondbelasting (bron: ODZOB: 25-7-2022).
Uit figuur 4.2 volgt dat de achtergrondbelasting ter plaatse van het grootste gedeelte van de planlocatie minder dan 3 ouₑ/m³ bedraagt. Voor het overige gedeelte van de planlocatie ligt de achtergrondbelasting tussen de 3 en 6 ouₑ/m³. De streefwaarde van 20 ouₑ/m³ uit de geurgebiedsvisie (SRE, 14 mei 2009) wordt hiermee niet overschreden. Om het woon- en leefklimaat te beoordelen hanteert het RIVM voor de achtergrondbelasting geur de milieukwaliteitscriteria zoals weergegeven in figuur 4.3. De achtergrondbelasting ter plaatse van de uit te breiden woning valt in de categorieën 1-3 ouₑ/m³ en 4-8 ouₑ/m³. Het woon- en leefklimaat ten gevolge van de achtergrondbelasting kan dan ook als zeer goed tot goed worden beoordeeld. Achtergrondbelasting (ou /m³ ) E
Mogelijke kans op geurhinder (%)
Beoordeling leefklimaat
1-3
<5
zeer goed
4-8
5-10
goed
9-13
10-15
redelijk goed
14-20
15-30
matig
21-28
20-25
tamelijk slecht
29-38
25-30
slecht
39-50
30-35
zeer slecht
51-65
35-40
extreem slecht
Figuur 4.3: Classificatie achtergrondbelasting (RIVM).
Er zijn hiermee voor wat betreft het aspect geur geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. - 27 -
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke onderbouwing Bus 10 Sint-Oedenrode
4.3
Luchtkwaliteit De ‘Wet luchtkwaliteit’ vormt per 15 november 2007 het toetsingskader voor nieuwe plannen en projecten in relatie tot de kwaliteit van de lucht.Als onderdeel van de Wet luchtkwaliteit is de AMvB ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM) opgenomen. Projecten die ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeven volgens het wetsvoorstel niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Deze regeling is in het leven geroepen om kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen niet onnodig te frustreren of vertragen.
Figuur 4.4: Uitkomst berekening NIBM-tool 2020 (bron: www.infomill.nl)
Het plan betreft de omzetting van een agrarische bestemming naar een nietagrarisch bedrijfsbestemming in de vorm van kleinschalige bedrijvigheid met ondergeschikt cursussen, trainingen en life coaching. Als gevolg van deze activiteiten zal een beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen plaatsvinden. Het aantal verkeersbewegingen zal toenemen met maximaal 49 bewegingen per dag, zoals nader toegelicht in paragraaf 4.14 van voorliggende onderbouwing. Met behulp van de NIBM-tool is de verkeersaantrekkende werking van de beoogde ontwikkeling in kaart gebracht. De uitkomst van de berekening van de NIBM-tool is in figuur 4.4 weergegeven. Uit figuur 4.4 volgt dat de bestemmingswijziging van agrarisch naar bedrijf een bijdrage van niet in betekende mate heeft op de luchtkwaliteit. Nadere toetsing van het effect van onderhavig plan op de luchtkwaliteit is dan ook niet aan de orde. Naast het effect dat het plan heeft op de luchtkwaliteit dient ook gekeken te worden naar de luchtkwaliteit binnen het plangebied zelf. Het woon- en - 28 -
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke onderbouwing Bus 10 Sint-Oedenrode
leefklimaat ter plaatse wordt deels bepaald door de luchtkwaliteit. De bestaande bedrijfswoning ter plaatse wordt gehandhaafd. Daarnaast wordt kleinschalige bedrijvigheid in een bedrijfsverzamelgebouw mogelijk gemaakt. In de nieuwe situatie is daarmee sprake van één bestaand gevoelig object en één nieuw gevoelig object.
Figuur 4.5: Uitsnede GCN-kaart RIVM fijnstof (bronv.nl: geodata.rivm.nl).
Figuur 4.6: Uitsnede GCN-kaart RIVM stikstofdioxide (bronv.nl: geodata.rivm.nl).
- 29 -
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke onderbouwing Bus 10 Sint-Oedenrode
De achtergrondconcentraties fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) ter plaatse van het plangebied zijn dermate laag dat de normen voor de luchtkwaliteit niet overschreden worden. Dit is af te leiden uit de GCN-kaarten van het RIVM zoals opgenomen in figuur 4.5 en 4.6. De achtergrondconcentratie fijnstof ter plaatse van het plangebied ligt tussen de 18-20 μg/m3, de norm bedraagt 40 μg/m3 en op basis van de provinciale Interim omgevingsverordening 31,2 μg/m3. De achtergrondconcentratie stikstofdioxide ter plaatse van het plangebied ligt tussen de 10 en 15 μg/m 3, de norm bedraagt 40 μg/m3. De conclusie is dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbare luchtkwaliteit. Voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.
4.4
Geluid Ten aanzien van het aspect geluid zijn het wegverkeer en de bedrijven van belang. Voor het wegverkeerslawaai vormt de Wet geluidhinder het toetsingskader en voor de bedrijven de Wet milieubeheer (waaronder het Activiteitenbesluit). Daarnaast moet in het kader van de Wet ruimtelijke ordening sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij de vaststelling van een bestemmingsplan of bij het verlenen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling worden geen nieuwe geluidgevoelige objecten in de zin van de Wgh opgericht waardoor een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai niet benodigd is. Voor wat betreft het industrielawaai als gevolg van de bedrijfsactiviteiten op de planlocatie wordt, zoals aangegeven in paragraaf 4.1, wordt voldaan aan de nieuwe richtafstand van 30 meter tot geluidgevoelige objecten in de omgeving. De feitelijke afstand van de bedrijfsbebouwing aan Bus 10 tot de meest dichtbij gelegen woning aan Bus 14 bedraagt 43 meter. T.o.v. de huidige agrarische bestemming neemt het aantal vrachtwagenbewegingen en het aantal laad- en losmomenten af.
Daarentegen zal het aantal lichte vervoersbewegingen (personenwagens) iets toenemen t.o.v. de huidige situatie als gevolg van de kleinschalige bedrijfsverzamelgebouwen. Dit aantal vervoersbewegingen is niet in betekende mate groot dat hierdoor de geluidemissie op omliggende geluidgevoelige objecten toeneemt t.o.v. de huidige vigerende situatie. Omliggende geluidgevoelige objecten zullen daardoor in de nieuwe situatie geen extra hinder ondervinden van het aspect geluid t.o.v. de huidige vigerende situatie binnen het plangebied.
- 30 -
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke onderbouwing Bus 10 Sint-Oedenrode
Voor wat betreft het aspect geluid zijn er hiermee geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.
4.5
Bodem Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht moet in planvorming rekening gehouden worden met bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. In het kader van een bestemmingsplan moet onderbouwd worden waarom de huidige bodemkwaliteit geschikt is voor de toekomstige functie. Ook moet zijn onderbouwd dat het plan financieel haalbaar is. Dit moet middels een historisch vooronderzoek conform NEN5725 en een bodemonderzoek conform NEN5740 en/of NEN5707 (asbest in bodem) aangetoond worden. Voor onderhavig initiatief is er sprake van een ruimtelijk plan waarbij de agrarische bestemming wordt gewijzigd in een reguliere bedrijfsbestemming en tevens een aantal voormalige agrarische bedrijfsgebouwen worden gesloopt. De te slopen gebouwen bevatten asbesthoudende golfplaten als dakbedekking. Er is daarom aan Inpijn-Blokpoel opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend asbest-in-bodemonderzoek ter plaatse van deze drie stallen. Dit onderzoek is als bijlage 3 toegevoegd aan voorliggende onderbouwing. De conclusies van het onderzoek zijn hieronder samengevat weergegeven: Bij zowel de maaiveldinspectie als de visuele inspectie van de asbestinspectiegaten is géén asbesthoudend of asbestverdacht materiaal in of op de bodem aangetroffen. Wel zijn tot een diepte van 0,5 m - mv puinbijmengingen aangetroffen.
Uit de asbestanalyses blijkt dat in de puinhoudende toplaag MM01 (stal A) en MM03 (stal C) een ‘gewogen’ asbestgehalte van 3,2 resp. 0,3 mg/kg d.s. is gemeten. In de puinhoudende toplaag MM05 (gebouw B) is geen asbest boven de detectiegrens gemeten. De gemeten ‘gewogen’ asbestgehalten liggen (ruim) beneden de restconcentratienorm en interventiewaarde van 100 mg/kg d.s.. Ook de grenswaarde voor nader bodemonderzoek, 50 mg/kg d.s., wordt niet overschreden. Op dit punt zijn er dus geen beperkingen voor de voorgenomen bestemmingswijziging. Aanvullend op bovenstaand onderzoek is aan Inpijn-Blokpoel opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 om de bodemkwaliteit van de rest van het terrein vast te stellen en daarmee de (financiële) risico’s voor de nieuwe bestemming inzichtelijk te maken. Dit onderzoek is als bijlage 4 toegevoegd aan voorliggende onderbouwing. De conclusies van het onderzoek zijn hieronder samengevat weergegeven: - 31 -
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke onderbouwing Bus 10 Sint-Oedenrode
Het geheel aan onderzoeksresultaten geeft formeel aanleiding de gestelde hypothese te verwerpen. Het criterium voor nader onderzoek wordt voor de onderzochte parameters niet overschreden. De uitvoering van een nader bodemonderzoek wordt derhalve niet noodzakelijk geacht. De gevolgde onderzoeksopzet wordt als adequaat beoordeeld. Wel is op een relatief beperkt deel aan de oostzijde van de oostelijke bebouwing, circa 30 m1 , sprake van een asbestverdachte ‘druprand’. Alhier zou een asbest bodemonderzoek conform NEN 5707, uitgaande van de opzet verdachte locatie met plaatselijke bodembelasting met duidelijke verontreinigingskern aan de orde zijn. Voor de overige drie (nu gesloopte) schuren is een dergelijk onderzoek wél eerder uitgevoerd. Hoewel dit natuurlijk geen garantie is voor de bestaande schuur, zijn hierbij ‘slechts’ lichte verhogingen gemeten. Resumerend kan bij beoordeling van het geheel aan onderzoeksresultaten gesteld worden dat de aangetroffen bodemkwaliteit aanvaardbaar wordt geacht en, met inachtname van voorgaande, zodoende geen belemmering vormt voor de geplande bestemmingswijziging. De constatering dat enkele gemeten gehaltes de desbetreffende achtergrondwaarde overschrijden, kan consequenties hebben bij eventuele graafwerkzaamheden.
Licht verontreinigde grond mag op de locatie worden hergebruikt, mits voldaan wordt aan de lokale achtergrondwaarden/bodemkwaliteitszone (grond mag worden toegepast op een ondergrond van vergelijkbare bodemkwaliteit en op bodems van mindere bodemkwaliteit). Bij hergebruik van licht verontreinigde grond buiten de locatie dienen de eisen in acht te worden genomen, zoals gesteld binnen het Besluit bodemkwaliteit of de lokale/regionale bodembeheernota. Afhankelijk van de bestemming en toepassing zal dus bij afvoer van de grond om een partijkeuring conform het protocol uit het Besluit bodemkwaliteit worden gevraagd. De (uitkomsten van) bovenstaande bodemonderzoeken zijn door ODBN beoordeeld. Conform afspraak is in het kader van de Warme Sanering Varkenshouderijen (WSV) binnen de gemeente Meierijstad een mogelijkheid een voorwaardelijke verplichting bodemkwaliteit op te nemen in het bestemmingsplan. Voor onderhavig initiatief wordt door ODBN een dergelijke voorwaardelijke verplichting voorgesteld ter plaatse van genoemde drupzone van ca 30 m1. Deze voorwaardelijke verplichting wordt door de gemeente Meierijstad opgenomen in de regels van het Ontwikkelplan Buitengebied Meierijstad.