CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitengebied Sint-Oedenrode herziening Lieshoutseweg 49_Toelichting

Raadsvergadering 14 december 2023, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Lieshoutseweg 49'13.197 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

Bij de herbouw van de woning in 2012 is door Inpijn-Blokpoel een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Inpijn-Blokpoel, Verkennend bodemonderzoek Locatie aan de Lieshoutsewege 49 Sint-Oedenrode: MB-8241, april 2011). Hieruit blijkt dat de aangetroffen bodemkwaliteit geen belemmering vormde voor de toentertijd geplande herbouw van de woning. Conclusie Gelet op het feit dat bij voorliggende bestemmingswijziging geen sprake is van grondverzet en gelet op de eerdere uitkomsten van het verkennend bodemonderzoek vormt het aspect bodem geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.6

Kabels en leidingen In en in de directe omgeving van het plangebied zijn volgens de provinciale risicokaart geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig die een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. De aanwezigheid van kabels en leidingen met betrekking tot de nutsvoorzieningen in de omgeving is evident. Als gevolg van het plan is echter geen sprake van nieuwe aansluitingen op deze voorzieningen. Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4.7

Bedrijven en milieuzonering Om tussen bedrijven en woningen een goede ruimtelijke afstemming te maken wordt in de ruimtelijke ordening veelal een milieuzonering gehanteerd. Deze dient er voor te zorgen dat door het in acht nemen van voldoende fysieke afstand tussen bedrijven en gevoelige objecten (zoals woningen), geen overlast, hinder of schade ontstaat. Afhankelijk van het bedrijfstype en sector gelden verschillende afstanden. Wettelijk kader De Vereniging van Nederlandse Gemeenten doet in de publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009), een handreiking ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden en dat nieuwe bedrijven een passende locatie ten opzichte van woningen krijgen. Omgevingstype In een intensief gebruikt gebied met veel functies en ‘bedrijvigheid’ wordt vaak minder hinder ervaren van een milieubelastende activiteit dan in een rustige

- 29 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

woonwijk. De VNG-handreiking hanteert hierdoor de twee omgevingstypen ‘rustige woonwijk en rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’ voor het bepalen van de vereiste milieuzonering. Het plangebied is gelegen in een rustig buitengebied ten westen van Sint-Oedenrode. Milieuzonering De planlocatie is gelegen in een rustig buitengebied. In de directe omgeving van de planlocatie zijn enkel burgerwoningen gelegen. De planlocatie betreft de enige nog aanwezige agrarische bedrijfswoning in deze bebouwingsconcentratie aan de Lieshoutseweg. Het meest dichtbij de planlocatie gelegen (agrarisch) bedrijf betreft de rundveehouderij aan de Vresselseweg 3 op een afstand van ca. 475 meter. Zoals uit figuur 4.2 blijkt betreft de grootste richtafstand voor dit bedrijf 100 meter voor wat betreft het aspect ‘geur’. Bedrijf

richtafstand in meters

afstand

id

Adres

bestemming - functie

geur

stof

geluid

gevaar

feitelijk

1

Vresselseweg 3

Agrarisch – rundvee

100

30

30

0

475 m.

Figuur 4.2: Overzicht richtafstanden (bron: VNG 2009, Bedrijven en milieuzonering).

Aan de richtafstanden, zoals opgenomen in figuur 4.2, ten opzichte van de woning aan Lieshoutseweg 49 wordt ruimschoots voldaan. Er kan dan ook worden aangenomen dat ter plaatse van de woning aan Lieshoutseweg 49 sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarnaast zijn tussen de woning en de rundveehouderij aan de Vresselseweg 3 reeds diverse woonbestemmingen gelegen die eerder belemmerend zijn voor de uitbreidingsruimte van het bedrijf. Het bedrijf aan Vresselseweg 3 wordt dan ook niet beperkt in haar gebruiks- dan wel ontwikkelmogelijkheden als gevolg van voorgenomen bestemmingswijziging. Conclusie Voor wat betreft het aspect bedrijven en milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

4.8

Geurhinder Per 1 januari 2007 vormt de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) het toetsingskader bij vergunningverlening voor geur veroorzaakt door veehouderijbedrijven. Voor een goede ruimtelijke ordening moet worden getoetst of: ➢ Bestaande bedrijven door het plan niet worden belemmerd in huidige of toekomstige bedrijfsvoering; ➢ Er binnen het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

- 30 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

Voorgrondbelasting De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Zoals in paragraaf 4.7 aangegeven is het meeste dichtbij gelegen agrarisch bedrijf aan de Vresselseweg 3 op ruim 475 meter van de planlocatie gelegen. Hiermee wordt ruimschoots aan de richtafstand van 100 meter voor wat betreft het aspect geur voldaan. Achtergrondbelasting Om ter plaatse het woon- en leefklimaat ter waarborgen wordt getoetst of de achtergrondbelasting voldoet aan de Interim omgevingsverordening of gemeentelijke beleidsregel. Voor de achtergrondbelasting zijn in de Interim omgevingsverordening normen opgenomen. De gemeente Meierijstad heeft voor Sint-Oedenrode geen eigen waarden in haar beleid opgenomen, waardoor de volgende toetswaarden worden aangehouden: 10 ouₑ/m³ voor objecten in de bebouwde kom; 20 ouₑ/m³ voor objecten in het buitengebied.

Figuur 4.3: Uitsnede geurkaart achtergrondbelasting (bron: ODZOB).

Door de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) is de achtergrondbelasting voor wat betreft geur in kaart gebracht. Figuur 4.3 geeft een uitsnede van de geurkaart met daarin rood omkaderd de planlocatie. Hieruit blijkt dat de achtergrondbelasting ter plaatse van de woning 0 tot 3 ouₑ/m³ bedraagt. Conclusie Hiermee wordt voldaan aan zowel het wettelijk kader als de gezondheidskundige advieswaarde. Het aspect geurhinder behoeft geen nadere toetsing en vormt dan ook geen belemmering voor voorliggend initiatief.

- 31 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

4.9

Gemeente Meierijstad

Volksgezondheid i.r.t. veehouderijen Door middel van toetsing aan het stappenplan uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) kan beoordeeld worden of voor een specifieke situatie er een dusdanig verhoogd risico voor de volksgezondheid bestaat dat nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De stappen kunnen stuk voor stuk worden doorlopen om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. De voorgenomen ontwikkeling is getoetst aan de afwegingsaspecten uit het stappenplan. De ontwikkeling betreft de omzetting van een agrarisch bedrijfswoning in een burgerwoning. Er is geen sprake van een veehouderij, waarmee er tevens geen toename in emissies van geur, fijnstof en/of ammoniak plaatsvindt. Daarnaast is er geen sprake van mestbewerking of -verwerking op de planlocatie. Binnen een straal van 1,0 kilometer van de planlocatie zijn geen intensieve veehouderijen (varkenshouderijen of pluimveehouderijen) gelegen. Tot slot bevinden zich binnen een straal van 2 kilometer van de planlocatie geen geitenhouderijen waar meer dan 50 geiten gehouden worden. Uit de toetsing aan de afwegingsaspecten blijkt dat er geen specifieke omstandigheden aan de orde zijn. Een nadere advisering vanuit de GGD kan in dit geval achterwege blijven. Conclusie Er zijn hiermee voor wat betreft het aspect volksgezondheid geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

4.10 Akoestiek Ten aanzien van het aspect geluid zijn het wegverkeer en de bedrijven van belang. Voor het wegverkeerslawaai vormt de Wet geluidhinder het toetsingskader en voor de bedrijven de Wet milieubeheer (waaronder het Activiteitenbesluit). Daarnaast moet in het kader van de Wet ruimtelijke ordening sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wegverkeerslawaai Ingevolge de Wet geluidhinder (Wgh) dient bij een ruimtelijke planontwikkeling ter waarborging van een akoestisch goed woon- en leefklimaat in verblijfsobjecten rekening te worden gehouden met het aspect wegverkeerslawaai. Op basis van de Wgh hebben alle wegen een geluidzone met uitzondering van wegen waar een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. In de Wgh is aangegeven dat bij de vaststelling van een bestemmingsplan, een wijzigings- of uitwerkingsplan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden die zijn gelegen in een zone van een weg rekening wordt gehouden met de geluidsbelasting van deze weg op gevels van woningen, andere geluidgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen. Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt geen nieuwe bebouwing opgericht en hiermee wordt dus ook

- 32 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

geen geluidgevoelig object in de zin van de Wgh (Art. 1.2 Besluit geluidhinder) toegevoegd. Het omzetten van de agrarische bedrijfswoning naar burgerwoning wordt gerealiseerd via het bestemmingsplan. Er hoeft geen hogere waarde te worden vastgesteld. Op basis van artikel 76 lid 3 van de Wet geluidhinder hoeft de geluidbelasting van een aanwezige weg op bestaande woningen niet getoetst te worden aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Hieronder valt het omzetten van een agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning. Voor onderhavig initiatief is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai dan ook niet aan de orde. Industrielawaai Voor wat betreft het industrielawaai blijkt uit paragraaf 4.7 dat ruimschoots wordt voldaan aan de richtafstand voor geluid tot de rand van het bouwvlak van de rundveehouderij aan Vresselseweg 3. Conclusie Voor wat betreft het aspect geluid zijn er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

4.11 Luchtkwaliteit De Wet luchtkwaliteit vormt per 15 november 2007 het toetsingskader voor nieuwe plannen en projecten in relatie tot de kwaliteit van de lucht. Als onderdeel van de Wet luchtkwaliteit is de AMvB ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM) opgenomen. Projecten die ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeven volgens het wetsvoorstel niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. De bestemmingswijziging naar Wonen leidt niet tot een toename van het aantal verkeersbewegingen. Het initiatief heeft een bijdrage van niet in betekende mate (NIBM) op de luchtkwaliteit. Nadere toetsing van het effect van onderhavig plan op de luchtkwaliteit is dan ook niet aan de orde. Woon- en leefklimaat Naast het effect dat het plan heeft op de luchtkwaliteit dient ook gekeken te worden naar de luchtkwaliteit binnen het plangebied zelf. Het woon- en leefklimaat ter plaatse wordt deels bepaald door de luchtkwaliteit. De achtergrondconcentraties fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) ter plaatse van de planlocatie zijn dermate laag dat de normen voor de luchtkwaliteit niet overschreden worden. Dit is af te leiden uit de GCN-kaarten van het RIVM zoals opgenomen in figuren 4.4 en 4.5.

- 33 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

Figuur 4.4: GCN-kaart RIVM fijnstof (bron:geodata.rivm.nl).

Figuur 4.5: GCN-kaart RIVM stikstofdioxide (bron:geodata.rivm.nl).

De achtergrondconcentratie fijnstof ter plaatse van de planlocatie ligt tussen de 18-20 μg/m3, de norm bedraagt 40 μg/m3 en op basis van de provinciale Verordening ruimte Noord-Brabant 31,2 μg/m3. De achtergrondconcentratie stikstofdioxide ter plaatse van de planlocatie ligt tussen de 15 en 20 μg/m3, de norm

- 34 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

bedraagt 40 μg/m3. De conclusie is dat ter plaatse van de planlocatie sprake is van een aanvaardbare luchtkwaliteit. Conclusie Voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

4.12 Externe veiligheid Wettelijk kader Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: ➢ Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); ➢ Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); ➢ Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Binnen de 10-6/jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde.

Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Binnen het invloedsgebied is een verantwoordingsplicht van het groepsrisico van toepassing. De specifieke eisen hieraan zijn vastgelegd in de besluiten Bevi, Bevb en Bevt. Overige wet- en regelgeving Tot slot wordt in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening ‘ (art. 3.1 Wro) - 35 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit en effectafstanden uit de ‘Circulaire effectafstanden LPG-tankstations’. Beschouwing risicobronnen Met behulp van de risicokaart is nagegaan of er risicobronnen aanwezig zijn die van invloed zijn op het plangebied (zie figuur 4.6). Uit de risicokaart blijkt, dat in de omgeving van het plangebied geen wegen, vaarwegen, spoorlijnen of inrichtingen zijn gelegen, waarvan een risicocontour over het plangebied is gelegen. De rijksweg A50 is op ca. 1,3 kilometer van de planlocatie gelegen. Wel is in de omgeving van het plangebied een HD-aardgasleiding gelegen (Z-544-01).

planlocatie

Figuur 4.6: Uitsnede Risicokaart met planlocatie (www.risicokaart.nl)

HD-aardgasleiding Z-544-01 Ten zuiden van het plangebied is op 515 meter de HD-aardgasleiding Z-544-01 gelegen. Deze leiding heeft een werkdruk 40 bar en een diameter van 14 inch. Deze leiding heeft externe veiligheidsrisico’s voor de omgeving. De leiding maakt geen onderdeel uit van de structuurvisie buisleidingen. Plaatsgebonden risico Uit de risicokaart blijkt, dat de leiding Z-544-01 geen plaatsgebonden risicocontour heeft. Het plaatsgebonden risico van de leiding vormt derhalve geen belemmering voor het plan. Groepsrisico Bij HD-aardgasleidingen wordt het maatgevend scenario gevormd door een beschadiging van de transportleiding. Hierdoor komt gas vrij, dat na ontsteking een fakkelbrand vormt met een grote warmtestraling tot gevolg. In het Besluit externe veiligheid buisleidingen wordt onderscheid gemaakt tussen de zone - 36 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

100% letaliteit en de zone 1% letaliteit. Dit is overgenomen in het planologisch toetsingskader. Het bij de diameter en druk van de leiding behorende invloedsgebied (1% letaliteit) en de 100% letaliteitcontour bedraagt respectievelijk 150 en 80 meter. De woning aan de Lieshoutseweg 49 is op 515 meter van de HDaardgasleiding gelegen. Hiermee is de planlocatie gelegen buiten het 100% letaliteitscontour en buiten het invloedsgebied van de leiding. Een verantwoording van het groepsrisico kan hiermee achterweg blijven. Conclusie De beoogde ontwikkeling voldoet aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico en aan de kaders die zijn vastgelegd in de beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Sint-Oedenrode (inmiddels Meierijstad). De planlocatie ligt niet binnen het invloedsgebied en de 100% letaliteitcontour van de Z-544-01. Een verantwoording van het groepsrisico is hierdoor niet aan de orde. Er zijn hiermee geen belemmeringen vanuit het aspect externe veiligheid voor onderhavig initiatief.

4.13 Spuitzones In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan het noodzakelijk zijn om een spuitvrije zone aan te houden tussen enerzijds gevoelige bestemmingen (zoals woningen) en anderzijds percelen met open teelt waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Welke afstand (minimaal) aangehouden moet worden, is niet in een wettelijke regeling voorgeschreven. Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State een afstand van 50 meter, tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk vindt. Volgens vaste rechtspraak kan een kortere afstand ook aanvaardbaar zijn, mits hieraan een goede onderbouwing ten grondslag ligt. Uit diezelfde rechtspraak volgt dat dit een locatie specifiek onderzoek moeten zijn. Binnen een afstand van 50 meter van de planlocatie zijn geen gronden gelegen die in gebruik zijn als fruitboomgaard. Conclusie Het aspect spuitzones vormt dan ook geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4.14 Hoogspanningslijnen Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet rekening gehouden worden met de magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen. De internationale norm is dat voorkomen moet worden dat burgers worden blootgesteld aan magneetvelden van meer dan 100 microTesla. Deze norm wordt in Nederland

- 37 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

op maaiveldniveau nergens overschreden. Aanvullend hierop adviseert het Rijk, vanuit het voorzorgprincipe, om zoveel als mogelijk te voorkomen dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen (tot 15 jaar) langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen van meer dan 0,4 microTesla. Het RIVM heeft een kaart ontwikkeld waarop indicatieve zones voor magneetvelden van alle bovengrondse hoogspanningslijnen zijn opgenomen. De indicatieve zones zijn de meest ruime afstanden waar rekening mee moet worden gehouden. Uit deze kaart blijkt dat het plangebied op ruime afstand van de hoogspanningslijnen is gelegen, buiten de indicatieve zone. Conclusie Het aspect hoogspanningslijnen vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4.15 Infrastructuur en parkeren Verkeerskundig blijft de situatie ongewijzigd. De ontsluiting van het perceel vindt plaats via de Lieshoutseweg. De bestemmingswijziging naar Wonen leidt niet tot een toename van het aantal verkeersbewegingen ten opzichte van de huidige situatie. Op eigen terrein is ruimschoots plaats voor parkeren. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief.

- 38 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

5.

Gemeente Meierijstad

Juridische planopzet

Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch – planologische regeling te scheppen voor het bouwen en het gebruik van de gronden en gebouwen binnen het plangebied. In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de systematiek en de inhoud van de bestemmingen van het bestemmingsplan.

5.1

Plansystematiek Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Lieshoutsedweg ’ is conform de eisen van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) opgesteld. Naast de wettelijke eisen uit de Wro is in dit bestemmingsplan, om de consistentie met de vigerende bestemmingsplannen te waarborgen, voor de opzet en inhoud van de regels aangesloten bij het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4 van de gemeente Sint-Oedenrode. Tevens voldoet het plan aan de eisen van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012.

5.2

Opbouw van de regels In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Hieronder wordt de systematiek, opbouw en indeling van de regels kort toegelicht. 1. Inleidende regels Begrippen: In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten: Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan.

- 39 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

2. Bestemmingsregels In het tweede hoofdstuk komen de bestemmingen aan de orde. De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: Bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies. Bouwregels: In de bouwregels worden voor alle belangrijkste bouwwerken (hoofd-gebouwen), bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Nadere eisen: Een aanvullend stelsel van nadere eisen die burgemeester en wethouders kunnen stellen. Deze regeling heeft tot doel op een later tijdstip dan bij de totstandkoming van het plan te bezien of op bepaalde punten een nadere eis in het concrete geval noodzakelijk is. Conform de jurisprudentie dienen de regels al een primaire eis te bevatten. Afwijken van de bouwregels: In deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de bouwregels waarvan het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning kan afwijken. Deze bevoegdheid wordt objectief begrensd en bevat duidelijke criteria. Specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik/welke activiteiten in ieder geval strijdig zijn met de bestemming.

Daarbij zijn niet alle mogelijke strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die, waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Afwijken van de gebruiksregels: In deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de gebruiksregels waarvan het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning kan afwijken. Deze bevoegdheid wordt objectief begrensd en bevat duidelijke criteria. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden: In een aantal enkelbestemmingen en het merendeel van de dubbel-bestemmingen is een (aanleg)vergunningregeling opgenomen voor de gronden gelegen binnen de beschermingszone van een leiding, binnen de beschermingszone van de natte natuurparel en ter bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden Hierin worden bepaalde werken en/of werkzaamheden

- 40 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

vergunningplichtig gesteld. Bij de beoordeling van de vraag of en in welke mate bepaalde werken en/of werkzaamheden toelaatbaar worden geacht gelden enkele maatstaven. Wijzigingsbevoegdheid: In deze bepaling is burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. De wijzigingsbevoegdheid die bij de bestemming zelf is opgenomen, is uitsluitend van toepassing op die bestemming. 3. Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels: In dit artikel zijn algemene regels opgenomen omtrent bebouwingsgrenzen en geluidzones. Algemene gebruiksregels: In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van functies die strijdig zijn met het bestemmingsplan. Algemene afwijkingsregels: In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels in het plan waarvan het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning kan afwijken. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.

Algemene wijzigingsregels: In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de mogelijkheden voor het college van burgemeester en wethouders om de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen te wijzigen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Overige procedureregels: In deze artikelen zijn algemene procedureregels opgenomen voor het stellen van nadere eisen.

- 41 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

4. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: In dit artikel wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht. Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

5.3

Bestemmingen In voorliggend bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden De voor 'Agrarisch met Waarden – Natuur en landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarische doeleinden, in het kader van bedrijfsmatige agrarische activiteiten, in de vorm van grondgebonden agrarische bodemexploitatie en daarnaast voor het behoud, herstel en de ontwikkeling van de natuurwaarden, landschapswaarden en de waterhuishoudkundige waarden in het algemeen, groenvoorzieningen, extensief recreatief medegebruik, productiegerichte paardenhouderijen en overige agrarische bedrijven. Binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapwaarden’ mag uitsluitend ten dienste van deze bestemming worden gebouwd. Bouwwerken zijn uitsluitend binnen een bouwvlak toegestaan tenzij anders is bepaald. Wonen De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor woondoeleinden, aan-huis-verbonden beroepen en aan-huis-verbonden bedrijven. Naast deze doeleinden zijn uiteraard bijbehorende voorzieningen zoals tuinen, erven, parkeervoorzieningen etc. toegestaan. Binnen de bestemming ‘Wonen’ mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd. Er zijn specifieke bouwregels opgenomen voor het bouwen van hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Zo bedraagt de maximum toegestane oppervlakte aan bijgebouwen voor het perceel 300 m2. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing. Daarnaast zijn bevoegdheden opgenomen tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouwregels en de gebruiksregels. Waarde – Archeologie 1 De voor ‘Waarde - Archeologie 1’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de middelhoge archeologische verwachtingswaarden van de gronden.

- 42 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

Voor het bouwen op de gronden binnen de bestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ dient de aanvrager een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 200 m2 en dieper dan 0,5 m., een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Hierop zijn enkele uitzonderingen van kracht. Waarde – Archeologie 3 De voor ‘Waarde - Archeologie 3’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de middelhoge archeologische verwachtingswaarden van de gronden. Voor het bouwen op de gronden binnen de bestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ dient de aanvrager een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 50 m2 en dieper dan 0,3 m., een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Hierop zijn enkele uitzonderingen van kracht. Waterstaat – Attentiegebied EHS De voor 'Waterstaat – Attentiegebied EHS' aangegeven gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud, herstel en/of ontwikkeling van de hydrologische waarden.

Op gronden binnen de bestemming ‘Waterstaat – Attentiegebied EHS’ is voor het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m2 wordt gewijzigd of waarbij maaiveldniveaus van steilranden worden gewijzigd, voor het omzetten van grond of het uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,5 cm, voor het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of door bemaling/bronnering en voor het aanleggen, dempen of wijzigen van oppervlaktewateren een omgevingsvergunning vereist. Hierop zijn enkele uitzonderingen van kracht. Waterstaat – Waterbergingsgebied De voor 'Waterstaat – Waterbergingsgebied' aangegeven gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de tijdelijke opvang van water. Op gronden binnen de bestemming ‘Waterstaat –Waterbergingsgebied’ mogen, met uitzondering van gronden binnen bouwvlakken, uitsluitend bouwwerken tot een maximale bouwhoogte van 2 m worden gebouwd ten behoeve van deze bestemming. Hierop zijn enkele uitzonderingen van kracht.

- 43 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

6.

Gemeente Meierijstad

Haalbaarheid en procedure

In dit hoofdstuk wordt de haalbaarheid van voorliggend bestemmingsplan aangetoond. Een bestemmingsplan moet zowel in financieel als in maatschappelijk opzicht haalbaar zijn. Er wordt daarom een korte financiële toelichting gegeven en daarnaast worden de doorlopen procedures weergegeven.

6.1

Economische haalbaarheid De ontwikkeling bevindt zich op eigen terrein van initiatiefnemer en komt buiten de directe invloedssfeer van de gemeente tot stand. Alle kosten verbonden aan de realisatie van het plan komen voor rekening van de initiatiefnemer. Artikel 6.12 lid 1 Wro verplicht de gemeente een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop bepaalde bouwactiviteiten zijn voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn de bouwactiviteiten genoemd waarvoor het vaststellen van een exploitatieplan verplicht is. De in voorliggend pan opgenomen ontwikkelingen behoren tot deze in het Bro genoemde bouwactiviteiten. Op basis van artikel 6.12 lid 2a Wro is het vaststellen van een exploitatieplan echter niet verplicht indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. In onderhavig geval worden door initiatiefnemer en de gemeente Meierijstad nadere afspraken over het kostenverhaal gemaakt in een te sluiten anterieure overeenkomst, waarmee het kostenverhaal ‘anderszins verzekerd’ is.

6.2

Maatschappelijke haalbaarheid Zoals nader uitgewerkt in hoofdstuk 2.4 van voorliggende toelichting heeft voorafgaand aan het opstellen van onderhavig plan een omgevingsdialoog plaatsgevonden met de eigenaren van de aangrenzende percelen. De verslaglegging van de omgevingsdialoog is toegezonden aan de gemeente Meierijstad. Het ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Lieshoutseweg 49’ is daarnaast conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening in vooroverleg gezonden aan het waterschap. Tevens is vooroverleg bij de provincie aangevraagd middels het e-formulier.

6.3

Procedure De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Dit houdt in dat het ontwerpbestemmingsplan, na behandeling in het college van burgemeester en wethouders, gepubliceerd wordt en zes weken ter inzage wordt gelegd. Belanghebbenden kunnen in die zes weken hun zienswijze kenbaar maken bij de gemeente. Binnen twaalf weken na afloop van de termijn dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage

- 44 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

heeft gelegen stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast. Daarbij worden de ingediende zienswijzen betrokken. Tegen de vaststelling van een bestemmingsplan staat rechtstreeks beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

- 45 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=28e2d329-7652-4896-a163-a403c78ca5a3