CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitengebied Sint-Oedenrode herziening Lieshoutseweg 49_Toelichting

Raadsvergadering 14 december 2023, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Lieshoutseweg 49'13.197 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Inhoudsopgave Toelichting

NL.IMRO.1948.BGO000BP0012023P-VG01

5

Pagina: 3 van 50

Datum:

NL.IMRO.1948.BGO000BP0012023P-VG01

Pagina: 4 van 50

Datum:

Toelichting

NL.IMRO.1948.BGO000BP0012023P-VG01

Pagina: 5 van 50

Datum:

Gemeente Meierijstad

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Lieshoutseweg 49’ TOELICHTING

Projectlocatie Adres: Postcode: Plaats:

Lieshoutseweg 49 5491 RP Sint-Oedenrode

Gegevens adviesbureau Naam: Contactpersoon: Adres: Postcode: Plaats: Telefoon: e-mail:

Kastelijn Ruimtelijk Advies D.F.H. Kastelijn Bieslook 21 5491 KE Sint-Oedenrode 06 – 22786032 kastelijn@ruimtelijk-advies.nl

Naam document

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Lieshoutseweg 49’.

IMRO Code

NL.IMRO.1948.BGO000BP0012023P

Versie

Vastgesteld: december 2023

Auteur

drs. D.F.H. Kastelijn

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

Inhoud 1.

INLEIDING

4

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding Ligging planlocatie Vigerend bestemmingsplan Doel van het plan Leeswijzer

4 5 5 6 6

2.

PLANBESCHRIJVING

7

2.1 2.2 2.3 2.4

Bestaande situatie Voorgenomen ontwikkeling Kwaliteitsverbetering van het landschap Omgevingsdialoog

7 7 8 10

3.

BELEIDSKADER

11

3.1 Provinciaal beleid 3.1.1 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 3.2 Gemeentelijk beleid 3.2.1 Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4 3.2.2 Bestemmingsplan Harmonisatie van diverse regelingen - laaghangend fruit

11 11 17 17 19

4.

RUIMTELIJKE EN MILIEUHYGIËNISCHE EFFECTEN

21

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15

M.e.r.-beoordeling Archeologie en cultuurhistorie Flora en fauna Waterparagraaf Bodem Kabels en leidingen Bedrijven en milieuzonering Geurhinder Volksgezondheid i.r.t. veehouderijen Akoestiek Luchtkwaliteit Externe veiligheid Spuitzones Hoogspanningslijnen Infrastructuur en parkeren

21 21 22 24 28 29 29 30 32 32 33 35 37 37 38

5.

JURIDISCHE PLANOPZET

39

5.1 5.2 5.3

Plansystematiek Opbouw van de regels Bestemmingen

39 39 42

-2-

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

6.

HAALBAARHEID EN PROCEDURE

44

6.1 6.2 6.3

Economische haalbaarheid Maatschappelijke haalbaarheid Procedure

44 44 44

BIJLAGE 1:

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN - KVH LANDSCHAPSONTWERP

BIJLAGE 2:

AERIUS BEREKENING STIKSTOFDEPOSITIE AANLEGFASE

BIJLAGE 3:

VERKENNEND BODEMONDERZOEK - INPIJL-BLOKPOEL

-3-

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding

Gemeente Meierijstad

Initiatiefnemer is enige tijd geleden eigenaar geworden van het perceel Lieshoutseweg 49 te Sint-Oedenrode. Op het perceel is een agrarische bedrijfswoning met enkele voormalige agrarische bedrijfsgebouwen en bijgebouwen gelegen. Daar initiatiefnemer niet voornemens is op de locatie in de toekomst nog een agrarisch bedrijf te exploiteren, wordt middels voorliggend plan de ter plaatse vigerende bestemming ‘Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden’ gewijzigd naar de bestemming ‘Wonen’. De planlocatie is gelegen in de bestemmingsplannen ‘Buitengebied Sint-Oedenrode’ (voor wat betreft de plankaart) en ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4’ (voor wat betreft de regels) van de gemeente Meierijstad en heeft hierin de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden’. De voorgenomen bestemmingswijziging past niet binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan. Daar er binnen het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4 geen wijzigingsbevoegdheden zijn opgenomen die voorgenoemde ontwikkeling mogelijk maken, is voor onderhavig initiatief een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Middels haar brief d.d. 25 mei 2020 kenbaar gemaakt medewerking te verlenen aan de door initiatiefnemer voorgenomen ontwikkeling.

Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passende juridische en planologische regeling om de bestemmingswijziging naar ‘Wonen’ mogelijk te maken.

Figuur 1.1: Ligging planlocatie.

-4-

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

1.2

Gemeente Meierijstad

Ligging planlocatie De planlocatie is gelegen binnen de gemeente Meierijstad, ten oosten van de kern Nijnsel. De planlocatie staat kadastraal bekend als gemeente SINT-OEDENRODE, sectie L, perceelnummers 32 en 34. In figuur 1.1 is de ligging van de planlocatie weergegeven.

1.3

Vigerend bestemmingsplan De planlocatie is gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4’ en heeft hierin de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden’. Daarnaast zijn op de planlocatie de dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologie 1’, ‘Waarde - Archeologie 3’ en ‘Waterstaat - Attentiegebied EHS’ gelegen. Tevens gelden ter plaatse de gebiedsaanduidingen ‘bebouwingsconcentratie 8’, ‘cultuurhistorisch waardevol gebied’, ‘aardkundig waardevol’, ‘leefgebied struweelvogels’, ‘reconstructiewetzone - extensiveringsgebied’, ‘overige zone - beperking veehouderij’ en ‘overige zone - groenblauwe mantel’. Figuur 1.2 geeft een uitsnede van de plankaart behorende bij het vigerende bestemmingsplan met daarop het huidige agrarisch bouwvlak uitgelicht.

Figuur 1.2: Uitsnede plankaart bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode’.

Naast bovengenoemd bestemmingsplan is op 27 januari 2021 tevens voor het gehele grondgebied van Meierijstad het bestemmingsplan ‘Harmonisatie van diverse regelingen - laaghangend fruit’ vastgesteld. Dit plan heeft tot doel om een aantal regelingen, die tot op heden in de drie voormalige gemeenten -5-

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

Veghel, Schijndel en Sint-Oedenrode een verschillende opzet kenden, gelijk te trekken voor de gemeente Meierijstad. Tot slot vigeert voor het gehele grondgebied van Meierijstad aanvullend nog het ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren‘, waarin nadere voorwaarden m.b.t. de parkeernormen binnen Meierijstad zijn opgenomen.

1.4

Doel van het plan Onderhavig bestemmingsplan bestaat uit drie delen: ▪ ▪ ▪

een verbeelding, waarop onder meer de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven; regels, waarin de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen, inclusief bijlagen; voorliggende toelichting, waarin de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord worden, inclusief bijlagen.

De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.5

Leeswijzer In hoofdstuk 2 van deze toelichting worden de bestaande situatie van het plangebied en de planbeschrijving nader weergegeven. Het beleidskader dat van toepassing is op het plangebied en haar directe omgeving wordt in hoofdstuk 3 geschetst. Met name het beleid op provinciaal en gemeentelijk niveau komt aan de orde. Vervolgens komen in hoofdstuk 4 de betreffende milieuhygiënische en planologische aspecten van het initiatief aan bod. In hoofdstuk 5 wordt de juridische opzet van het plan nader toegelicht. Hoofdstuk 6 tot slot bespreekt de haalbaarheid van het plan en de te doorlopen procedure.

-6-

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

2.

Planbeschrijving

2.1

Bestaande situatie

Gemeente Meierijstad

In de bestaande situatie zijn op de planlocatie een agrarische bedrijfswoning en een drietal (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen c.q. bijgebouwen met een gezamenlijke oppervlakte van 391 m2 aanwezig. Daarnaast is op het perceel een agrarisch bouwvlak met een oppervlakte van ruim 4.000 m2 gelegen. De agrarische activiteiten op de locatie zijn al enige tijd gestaakt en de milieuvergunning is in 2012 reeds ingetrokken. De woning is in 2012 herbouwd, waarbij in 2016 direct achter de woning een nieuwe garage van 93 m2 is opgericht. Daarnaast is aan de voorzijde van het perceel, vóór de voorgevel van de woning, een bijgebouw van 63 m2 aanwezig. Aan de achterzijde van het perceel tot slot is een agrarische opslagschuur met overkapping van in totaal 135 m2 aanwezig. Voor de ontsluiting van het perceel wordt gebruik gemaakt van één bestaande inrit aan de Lieshoutseweg. Onderstaande luchtfoto geeft een impressie van de bestaande situatie op de planlocatie.

Figuur 2.1: Luchtfoto bestaande situatie planlocatie.

2.2

Voorgenomen ontwikkeling Daar initiatiefnemer niet meer voornemens is op de planlocatie een agrarisch bedrijf te exploiteren, wordt de bestemming van het perceel gewijzigd van -7-

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden’ in ‘Wonen’. Als gevolg hiervan wordt de agrarische bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning. Het nieuwe bouwvlak wordt fors verkleind en strak om de bestaande woning gesitueerd. Daarnaast wordt een bestemmingsvlak ‘Wonen’ op maat gerealiseerd van ca. 3.065 m2. Als onderdeel van het plan wordt het voormalige agrarische bijgebouw van 63 m2 aan de voorzijde van het perceel gesloopt. Dit zorgt ervoor dat de aanwezige bebouwing meer geclusterd op het perceel komt te liggen. Tevens wordt van de bestaande agrarische opslagloods de overkapping aan de achterzijde met een oppervlakte van 31 m2 gesloopt. In totaal wordt hiermee 94 m2 aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt. Op het perceel resteert 197 m2 aan bijgebouwen bij de burgerwoning in de vorm van een garage (93 m2) en een opslagschuur (104 m2). In onderstaande figuur is de verbeelding van de nieuwe situatie van de planlocatie weergegeven.

93 m2 104 m2

3.065 m2

Figuur 2.1: Nieuwe situatie planlocatie.

2.3

Kwaliteitsverbetering van het landschap Bij de voorgenomen ontwikkeling dient voldaan te worden aan de vereisten van de versterking van de landschappelijke kwaliteit (tegenprestatie) ex artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. In haar regeling ‘Kwaliteitsverbetering landschap Sint-Oedenrode’ heeft de gemeente Meierijstad -8-

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

nadere invulling gegeven aan de inspanningen die voor niet-planmatige ontwikkelingen (afzonderlijke initiatieven in het buitengebied) van toepassing zijn. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt in de volgende drie categorieën: a. categorie 1: b. categorie 2:

c. categorie 3:

geen inspanning; een goede landschappelijke inpassing op basis van een goedgekeurd landschapsplan en borging van uitvoering en beheer; toepassing van de forfaitaire methode, waarbij uitgegaan wordt van 20 % van de grondwaardevermeerdering in primair agrarisch gebied en 25% in agrarisch gebied met waarden.

De wijziging van de bestemming agrarisch bedrijf (inclusief agrarisch verwant en agrarisch-technisch hulpbedrijf) in de bestemming Wonen, mits het bestemmingsvlak wordt verkleind tot maximaal 5.000 m2, overtollige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en maximaal 500 m2 voormalige bedrijfsbebouwing resteert is in bijlage 1 van de regeling opgenomen onder categorie 2. Bij onderhavig initiatief wordt het bestemmingsvlak Wonen verkleind tot 3.065 m2 en wordt de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing teruggebracht tot in totaal 197 m2. Dit betekent dat het initiatief valt onder categorie 2 en hiermee een goede landschappelijke inpassing op basis van een goedgekeurd landschapsplan is vereist. De gemeente Meierijstad heeft in haar bestemmingsplan ‘Harmonisatie van diverse regelingen – laaghangend fruit’ in Artikel 7.3 een regeling opgenomen dat via sloopbonus de toegestane oppervlakte aan bijgebouwen van 150 m2 kan worden vergroot tot maximaal 300 m2. Hierbij geldt dat voor iedere vierkante die gesloopt wordt, de toegstane oppervlakte aan bijgebouwen met 0,5 m2 mag worden vergroot. Voor onderhavig initiatief resteert na sloop van de overtollige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing 197 m2 aan bijgebouwen bij de woning. De voorgenomen sloop van 94 m2 aan bebouwing maakt het mogelijk om deze 47 m2 extra aan bijgebouwen (bovenop de rechtstreeks toegestane 150 m2) te handhaven.

In opdracht van initiatiefnemer is door KvH Tuin- en landschapsontwerp een landschappelijk inpassingsplan opgesteld voor de planlocatie. Dit landschappelijk inpassingsplan is als bijlage 1 toegevoegd aan voorliggende toelichting bij het bestemmingsplan. Middels uitvoering van het landschappelijk inpassingsplan wordt voldaan aan de vereisten uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en de regeling Kwaliteitsverbetering landschap Sint-Oedenrode van de gemeente Meierijstad. Middels een kwalitatieve verplichting in de regels van het bestemmingsplan, alsmede in de te sluiten anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en de gemeente Meierijstad, wordt de uitvoering van het landschappelijk inpassingsplan geborgd.

-9-

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

2.4

Gemeente Meierijstad

Omgevingsdialoog In het kader van voorliggend initiatief heeft een omgevingsdialoog plaatsgevonden met omwonenden van het perceel Lieshoutseweg 49. Door initiatiefnemers is de beoogde ontwikkeling besproken met de eigenaren van de volgende percelen: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Lieshoutseweg 47 Lieshoutseweg 47A Lieshoutseweg 51 Lieshoutseweg 53 Lieshoutseweg 60 Lieshoutseweg 60B

De eigenaren van bovenstaande percelen hebben allen aangegeven positief te staan tegenover de voorgenomen ontwikkeling. De ondertekende verslagformulieren van de omgevingsdialoog zijn ter kennisneming toegezonden aan de gemeente Meierijstad.

- 10 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

3.

Gemeente Meierijstad

Beleidskader

De voorgenomen ontwikkeling van het plangebied moet passen binnen het vigerend beleid op zowel nationaal, provinciaal, als gemeentelijk niveau. Het gaat hier om een kleinschalige wijziging waardoor rijksbelangen niet in het geding zijn. Het Rijk gaat er vanuit dat het beleid dat provincie en gemeenten opstellen past binnen het Rijksbeleid. Een toets aan het rijksbeleid kan dan ook achterwege blijven. Het plan wordt wel getoetst aan het provinciaal en gemeentelijk beleid. De belangrijkste bevindingen uit dit beleid worden hieronder beschreven en aangegeven wordt hoe de ontwikkeling van het plangebied past binnen de bestaande regelgeving. Per 1 oktober 2012 is in artikel 3.1.6 Bro een lid 2 ingevoegd waarin een motiveringsplicht is opgenomen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen in bestemmingsplannen. In de toelichting van het bestemmingsplan moet hiervoor een verantwoording plaatsvinden aan de hand van een drietal opeenvolgende treden (de zogenaamde “ladder voor duurzame verstedelijking”). Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Jurisprudentie (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015: 2921) heeft uitgewezen dat de toevoeging van 11 woningen niet wordt aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling, echter de toevoeging van 12 woningen wel (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015: 953).

Bij voorliggend initiatief wordt een bestaande agrarische bedrijfswoning omgezet naar burgerwoning, waarmee geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een verantwoording is in dit geval niet aan de orde.

3.1

Provinciaal beleid De provincie Noord-Brabant speelt een belangrijke rol bij de (her)ontwikkeling van het buitengebied. In haar omgevingsvisie heeft de provincie aangegeven dat ze een provinciaal belang heeft in het buitengebied vanwege de kwaliteiten, de infrastructuur en de economische ontwikkeling van Brabant. Dit beleid heeft ze in concrete regels vormgegeven in de Interim omgevingsverordening. Deze omgevingsverordening bepaalt voor een groot deel de flexibiliteit in afwegingsruimte voor gemeenten, ook voor Meierijstad, en dient dan ook als uitgangspunt.

3.1.1 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Vooruitlopend op de Omgevingswet heeft de provincie Noord-Brabant als eerste stap een Interim omgevingsverordening vastgesteld waarin de bestaande regels uit de verschillende verordeningen zijn samengevoegd. Deze Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is op 25 oktober 2019 vastgesteld. De meest recent geconsolideerde versie dateert van 3 januari 2020. De Interim omgevingsverordening is tot stand gekomen door de verschillende regelingen op - 11 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving samen te voegen. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er alleen inhoudelijke wijzigingen zijn doorgevoerd als die rechtstreeks voortvloeien uit vastgesteld beleid. De gemeenteraad moet bij het vaststellen van een bestemmingplan de regels uit de Interim omgevingsverordening respecteren. Concreet betekent dat de Verordening de maximale speelruimte bepaalt die een gemeente heeft bij het vaststellen van een bestemmingsplan of het verlenen van een vergunning voor initiatieven (de afwegingsruimte). De Verordening start met het centraal stellen van de kwaliteitsopgave in Brabant. Voor elke ontwikkeling geldt dat niet alleen onderbouwd moet worden hoe het plan bijdraagt aan de zorg voor behoud en bevordering van de ruimtelijke kwaliteit, maar dat zelfs elke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving.

Ongeacht de ontwikkeling, dient in ieder geval zorgvuldig ruimtegebruik als uitgangspunt te worden gehanteerd én het bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit in brede zin.

Figuur 3.1: Uitsnede integrale plankaart Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

In de Interim omgevingsverordening zijn twee typen regels opgenomen. De zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten gelden voor burgers en bedrijven. Deze regels bevatten voorwaarden om zo’n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. De zogenaamde instructieregels gelden voor bestuursorganen van de overheid. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan - 12 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. In figuur 3.1 is een uitsnede weergegeven van de integrale plankaart van de Interim omgevingsverordening met daarop de planlocatie weergegeven. Landelijk gebied Uit figuur 3.1 blijkt dat de planlocatie is gelegen binnen het Landelijk gebied en meer specifiek de Groenblauwe mantel. Het beleid richt zich er binnen de Groenblauwe mantel op om volop ruimte te bieden voor de ontwikkeling van gebruiksfuncties zoals landbouw en recreatie, met een meer extensief karakter en als die bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap. De ontwikkeling van nieuwe (kapitaal)intensieve functies, zoals stedelijke ontwikkeling of intensieve vormen van recreatie of en landbouw (zoals de bouw van kassen, (bezoekers-)intensieve recreatie, of concentratiegebieden voor intensieve landbouwfuncties) passen minder bij het karakter van deze gebieden. Daarom geldt binnen de groenblauwe mantel soms aanvullende regels voor de ontwikkeling van die functies. Bijvoorbeeld in geval van stedelijke ontwikkeling die vanwege de groen-rood verhouding juist bijdraagt aan de ontwikkeling van de kwaliteiten van gebied.

In Artikel 3.68 en Artikel 3.69 van de Interim omgevingsverordening heeft de provincie Noord-Brabant de kaders vastgelegd voor Wonen in Landelijk gebied. Primair geldt (Artikel 3.68) dat enkel bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan. Artikel 3.69 maakt het hierbij mogelijk om een bestaande bedrijfswoning als burgerwoning te gebruiken. Dit artikel luidt als volgt: Art. 3.69 Afwijkende regels (burger)woningen In afwijking van artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied kan een bestemmingsplan voorzien in: c. het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, als is verzekerd dat: 1. er geen splitsing in meerder woonfuncties plaatsvindt; De woonboerderij wordt bij onderhavig initiatief niet gesplitst. In de bestaande en nieuwe situatie is sprake van (slechts) één woning. 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt. Bij de voorgenomen ontwikkeling worden een bestaand agrarisch bijgebouw en een overkapping aan een agrarische opslagloods gesloopt, zoals nader beschreven in hoofdstuk 2 van voorliggende toelichting. In totaal wordt 94 m2 aan overtollige bebouwing gesloopt . De voorgenomen bestemmingswijziging ten behoeve van de omzetting van een agrarische bedrijfswoning naar burgerwoning voldoet hiermee aan bovenstaande voorwaarden uit de Interim omgevingsverordening.

Hiermee past de ontwikkeling binnen de regels voor burgerwoningen in het Landelijk gebied zoals vastgelegd in de Interim omgevingsverordening. - 13 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

Groenblauwe mantel Uit figuur 3.1 blijkt tevens dat het plangebied is gelegen binnen de Groenblauwe mantel. De groenblauwe structuur omvat samenhangende gebieden in NoordBrabant, waaronder de ecologische hoofdstructuur, waar natuur- en waterfuncties behouden en ontwikkeld worden. De structuur bestaat voornamelijk uit beken en andere waterlopen en uit bos- en natuurgebieden. Daarnaast liggen ook gebieden met een andere functie (zoals agrarisch of recreatie) binnen de groenblauwe mantel, als die gebieden van belang zijn voor de natuur- en waterfuncties. Binnen de groenblauwe mantel zijn nieuwe ontwikkelingen mogelijk, als deze bestaande natuur-, bodem- en waterfuncties respecteren of bijdragen aan een kwaliteitsverbetering van deze functies of het (cultuurhistorisch waardevolle) landschap. In Artikel 3.32 van de Interim omgevingsverordening heeft de provincie Noord-Brabant de kaders vastgelegd voor ontwikkelingen binnen de groenblauwe mantel. Dit artikel luidt als volgt: Art. 3.32 Landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op de Groenblauwe mantel: a. strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden; b.

stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; c. borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden. Lid 2 De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een beschrijving van de aanwezige ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden. De Interim Omgevingsverordening biedt de mogelijkheid om niet-agrarische functies binnen het landelijk gebied te vestigen. Hierbij dient te worden gekeken naar de omgeving en dient er een bijdrage te worden geleverd aan ruimtelijke kwaliteit. Onderhavig initiatief betreft de beëindiging van een agrarische bedrijfslocatie en de omzetting naar ´Wonen´. Zoals in het inpassingsplan is betoogd wordt met onderhavige ontwikkeling geïnvesteerd in ruimtelijke kwaliteit. Hiermee wordt ook voldaan aan de doelstellingen van de Groenblauwe mantel, waarbij de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van het gebied waar nodig worden behouden en waar mogelijk worden versterkt door de voorgenomen inrichtingsmaatregelen. Er wordt een fysieke bijdrage geleverd in de vorm van het toevoegen van natuur en/of landschapselementen ter plaatse van het plangebied, alsmede het slopen van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing.

- 14 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

Art. 3.26 Attentiezone waterhuishouding Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Attentiezone waterhuishouding strekt tot bescherming van de waterhuishouding en sluit functies en activiteiten uit die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. Lid 2 Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid stelt in ieder geval regels over: a. het verzetten van grond van meer dan 100 m³ of op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden maaiveld, voor zover geen vergunning is vereist op grond van de Ontgrondingenwet; b. de aanleg van drainage ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een bestaande drainage; c. het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen; d. het beperken van het buiten een agrarisch bouwperceel aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten. Aan de planlocatie is in de Interim omgevingsverordening tevens de aanduiding ‘Attentiezone waterhuishouding’ toegekend. Doel van de attentiezone is om ontwikkelingen die een negatieve invloed hebben op de binnen de attentiezone gelegen natte natuurparels tegen te gaan.

Stromingen in het grondwatersysteem kunnen veranderen door veranderingen van bodemopbouw of het dorboren van lagen (bij grondverzet of diepploegen). Voor activiteiten die een negatief effect op de (grond)waterstand in een natte natuurparel kunnen hebben, is een vergunning nodig. bij het toelaten van functies die een negatief effect kunnen hebben op de waterhuishouding, geldt dat overleg met het waterschap nodig is. De aanduiding ‘Attentiezone waterhuishouding’ is in onderhavig geval opgenomen ter bescherming van het Dommeldal bij Dommelbeemden Met de beoogde ontwikkeling wordt een agrarische functie beëindigd. Hierbij worden 2 voormalige agrarische bedrijfsgebouwen met een gezamenlijke oppervlakte van 94 m2 gesloopt. Het eerste gebouw van 63 m2 is gelegen in de voortuin van de woning. De gronden ter plaatse worden als (voor)tuin ingericht. Het tweede gebouw van 31 m2 is gesitueerd achterop het perceel. De gronden ter plaatse van dit gebouw worden betrokken bij de aansluitende agrarische gronden. Het bebouwd oppervlak neemt hiermee als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling af. De beoogde ontwikkeling heeft geen negatief effect op de (grond)waterstand. De beoogde ontwikkeling is daarmee niet in strijd met de regels die gelden binnen de ‘Attentiezone waterhuishouding’.

- 15 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

Art. 3.28 Aardkundig waardevol gebied Daarnaast zijn de gronden binnen het plangebied in de Interim omgevingsverordening gelegen binnen ´Aardkundig waardevol gebied´. Een bestemmingsplan van toepassing op Aardkundig waardevol gebied: • •

is mede gericht op behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de aardkundige waarden en kenmerken zoals beschreven in de Aardkundig Waardevolle Gebiedenkaart Noord-Brabant; stelt regels ter bescherming van de aardkundige waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden.

Het plangebied is gelegen binnen het aardkundig waardevol gebied: Dommel, Vresselsche Bosch, Breugelse Beemden, Nuenens Broek. Het Dommeldal tussen Sint-Oedenrode en Breugel is een karakteristiek beekdallandschap met graslanden, broekbosjes, afgesneden meanders en mooie overgangen naar de oude akkercomplexen op de hogere gronden langs het dal. Voorliggend initiatief gaat uit van de bestaande opstallen, waarbij twee kleinere voormalige agrarische bedrijfsgebouwen worden gesloopt. Het aantasten of beroeren van aardkundige waarden ligt met het initiatief niet voor de hand. Voor zover waarden aanwezig zijn zullen deze beschermd blijven zoals dat tot op heden al het geval was. De locatie krijgt in de verbeelding en de planregels de noodzakelijk bescherming met een tweetal archeologische dubbelbestemmingen en de gebiedsaanduiding ‘overige zone - aardkundig waardevol’. Art. 3.29 Cultuurhistorisch waardevol gebied Tot slot is de voorgenomen ontwikkeling gelegen binnen cultuurhistorisch waardevol gebied (artikel 3.29 IOV). Derhalve is met de landschappelijke inpassing onderzocht of de inpassing een versterking van de erfgoedwaarden in het gebied kan betekenen en is er een gebiedsbeschrijving en historische kenschets opgesteld. Zoals in het landschappelijk inpassingsplan beschreven ligt het plangebied binnen een oude zandontginning nabij het Dommeldal.

In het landschappelijk inpassingsplan is rekening gehouden met de aanwezigheid van deze waarden en kenmerken en met het inbrengen van maatregelen ter versterking daarvan. Stalderingsgebied Daarnaast blijkt uit figuur 3.1 dat de planlocatie gelegen is binnen het ‘stalderingsgebied’. Binnen het stalderingsgebied heeft de provincie Noord-Brabant strengere regels opgesteld voor de vestiging van of de omschakeling naar een hokdierhouderij. Voor onderhavig initiatief is echter geen sprake van de vestiging van of omschakeling naar een hokdierhouderij, waardoor deze aanduiding niet van invloed is op de voorgenomen ontwikkeling.

- 16 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

Kwaliteitsverbetering landschap Tot slot is in Interim omgevingsverordening in Artikel 3.9 vastgelegd dat wanneer een bestemmingsplan een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk maakt, deze ruimtelijke ontwikkeling gepaard dient te gaan met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving. Voor onderhavig initiatief wordt voldaan aan deze kwaliteitsverbetering van het landschap. In hoofdstuk 2 van voorliggende toelichting alsmede in bijlage 1 is de gevraagde kwaliteitsverbetering van het landschap nader uitgewerkt. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past hiermee binnen de door de provincie Noord-Brabant vastgestelde kaders in de Interim omgevingsverordening. Er zijn hiermee vanuit provinciaal beleid geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

3.2

Gemeentelijk beleid

3.2.1 Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4 Het plangebied is (v.w.b. de regels) gelegen binnen het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4. Het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4 is op 29 maart 2018 vastgesteld door de gemeenteraad van Meierijstad. In het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4 is in artikel 5.7.20 wijzigingsbevoegdheid opgenomen om een bestemmingswijziging naar Wonen mogelijk te maken. Hoewel voorliggend initiatief mogelijk wordt gemaakt middels een herziening van het bestemmingsplan, wordt voor de toetsing aangesloten bij de voorwaarden zoals opgenomen in de wijzigingsbevoegdheid in artikel 5.7.20. Onderstaand is genoemd artikel opgenomen, waarbij een nadere toetsing aan de in het artikel genoemde voorwaarden plaatsvindt. Art. 5.7.20 Wijzigen naar Wonen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemming ‘Wonen’ voor zover het de voormalige agrarische bedrijfswoning betreft, waarbij moeten worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Er wordt een bestemmingsvlak en bouwvlak op maat gerealiseerd, waarbij rekening wordt gehouden met de te slopen voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en het bestemmingsvlak wordt verkleind tot de voormalige agrarische bedrijfswoning en bijbehorende tuinen, erven en verhardingen.

Er wordt een bestemmingsvlak op maat gerealiseerd met een oppervlakte 3.480 m2. Daarnaast wordt het bouwvlak fors verkleind en komt strak om de woning te liggen, zoals weergegeven in figuur 2.2. - 17 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

b. De oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen bij de voormalige agrarische bedrijfswoning dient door sloop van overtollige bedrijfsbebouwing teruggebracht te worden tot een gezamenlijke oppervlakte van 100 m2, tenzij toepassing wordt gegeven aan de regeling in lid c. of sprake is van een situatie als bedoeld in lid d. De gemeente Meierijstad heeft op 27 januari 2021 voor haar hele grondgebied het bestemmingsplan ´Harmonisatie van diverse regelingen – laaghangend fruit’ vastgesteld. In dit bestemmingsplan is vastgelegd dat de toegestane oppervlakte aan bijgebouwen bij woningen in het buitengebied van Meierijstad, in lijn met het Bor Bijlage II Artikel 2, maximaal 150 m2 mag bedragen. In genoemd bestemmingsplan is in artikel 7.15 tevens een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het toestaan van een grotere oppervlakte van bijbehorende bouwwerken door middel van sloop-bonus. Onderstaand vindt een nadere toetsing aan de in het artikel genoemde voorwaarden plaatsvindt. Middels sloop van 94 m2 aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing resteert voor onderhavig initiatief 197 m2 aan bijgebouwen bij de woning. c.

Bij sloop van alle overtollige bedrijfsbebouwing, mag ofwel 25% van de oppervlakte van de overtollige bedrijfsgebouwen worden toegevoegd aan de inhoud van de woning tot een maximum van 900 m³ ofwel 25% van de oppervlakte van de overtollige bedrijfsgebouwen mag worden toegevoegd aan de gezamenlijke maximale oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen tot een maximum van 200 m² waarbij alle bijgebouwen en overkappingen, met een oppervlakte groter dan 100 m², dienen te worden gesloopt. Zie motivering onder b. Middels sloop van 94 m2 aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing wordt voor onderhavig initiatief de toegestane oppervlakte aan bijgebouwen bij de woning vergroot van 150 m2 naar 197 m2. d. Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen dienen te allen tijde gehandhaafd dienen te blijven. Niet van toepassing. e. De woning dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat. Ter plaatse van de woning is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Toetsing van het woon- en leefklimaat vindt plaats in hoofdstuk 4 van voorliggende toelichting. f. Het agrarisch bedrijf ter plaatse is beëindigd en agrarisch hergebruik is niet langer mogelijk. Het voormalige agrarische bedrijf ter plaatse is reeds verschillende jaren beeindigd. De milieuvergunning is in 2012 ingetrokken.

Middels de bestemmingwijziging naar Wonen wordt agrarisch hergebruik uitgesloten. g. Er is geen sprake van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen. Er is als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen. Toetsing aan de relevante milieuhygiënische aspecten vindt plaats in hoofdstuk 4 van voorliggende toelichting.

- 18 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

h. De woning leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen. Rondom de planlocatie zijn enkel burgerwoningen gelegen. Deze burgerwoningen worden niet beperkt door de voorgenomen ontwikkeling. De ontwikkeling zorgt er juist voor dat agrarisch hergebruik op de planlocatie niet meer mogelijk is. Het meest dichtbij gelegen bedrijf betreft de rundveehouderij aan Vresselseweg 3 op ruim 475 meter van de planlocatie, waarbij tussen dit bedrijf en de planlocatie reeds meerdere burgerwoningen gelegen zijn die eerder belemmerend zijn voor het bedrijf. i. De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatiev mogelijkheden van het plangebied overeenkomstig de regeling kwaliteitsverbetering landschap Sint-Oedenrode zoals opgenomen in Bijlage 6 van de planregels. Zoals nader uitgewerkt in hoofdstuk 2 en bijlage 1 bij voorliggende toelichting wordt voor onderhavig initiatief voldaan aan de vereisten van de regeling kwaliteitsverbetering landschap Sint-Oedenrode. Hierbij worden diverse landschapselementen aangeplant en beheerd. j. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast.

Zoals nader toegelicht in hoofdstuk 4 van voorliggende toelichting worden de in het gebied aanwezige waarden niet aangetast als gevolg van de bestemmingswijziging naar Wonen. k. Aan de gronden die met toepassing van deze wijziging vallen buiten het bestemmingsvlak Wonen, wordt de gebiedsbestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur- en Landschapswaarden' toegekend. De gronden buiten het bestemmingsvlak Wonen hebben de reeds de bestemming ‘Agrarisch met waarden - Natuur- en landschaspwaarden’. 3.2.2 Bestemmingsplan Harmonisatie van diverse regelingen - laaghangend fruit Voor het plangebied vigeert tevens het bestemmingsplan Harmonisatie van diverse regelingen - laaghangend fruit. Het bestemmingsplan Harmonisatie van diverse regelingen - laaghangend fruit is op 27 januari 2021 vastgesteld door de gemeenteraad van Meierijstad. In dit bestemmingsplan is in artikel 7.15 een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het toestaan van een grotere oppervlakte van bijbehorende bouwwerken door middel van sloop-bonus. Hoewel voorliggend initiatief mogelijk wordt gemaakt middels een herziening van het bestemmingsplan, wordt voor de toetsing aangesloten bij de voorwaarden zoals opgenomen in de afwijkingsbevoegdheid in artikel 7.15. Onderstaand is genoemd artikel opgenomen, waarbij een nadere toetsing aan de in het artikel genoemde voorwaarden plaatsvindt.

- 19 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

7.15 Afwijkingsbevoegdheid voor het toestaan van een grotere oppervlakte van bijbehorende bouwwerken (sloop-bonus) Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.4 onder b, en een grotere oppervlakte van bijbehorende bouwwerken toestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. alle voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen worden gesloopt; Bij voorliggend initiatief wordt een voormalige agrarisch bedrijfsgebouw van 94 m2 gesloopt waarmee, op de 2 te behouden bijbehorende bouwwerken na, alle voormalige agrarische bedrijfsgebouwen wordt gesloopt. b. cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is uitgezonderd van verplichte sloop; Op de locatie is geen cultuurhistorisch waardevolle bebouwing aanwezig. c. voor iedere m2 aan bebouwing die gesloopt wordt, geldt dat per m2 sloop er een vergroting van de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken plaats kan vinden van 0,5 m2; Het te slopen voormalig agrarisch bedrijfsgebouw heeft een oppervlakte van 94 m2. Hiermee kan een vergroting van de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken van: 94 * 0,5 = 47 m2 plaatsvinden. d.

de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bij een woning na toepassing van deze regeling bedraagt 300 m2; Op basis van het bestemmingsplan Harmonisatie van diverse regelingen – laaghangend fruit’ bedraagt de regulier toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bij een woning 150 m2. Bij voorliggend initiatief wordt middels sloop van 94 m2 aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing de toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bij de woning vergroot van 150 m2 naar 197 m2. e. de overige bepalingen uit artikel 7.4 blijven onverminderd van toepassing. Aan de overige bepalingen zoals opgenomen in artikel 7.4 van het bestemmingsplan wordt bij voorliggend initiatief voldaan. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past hiermee binnen de door de gemeente Meierijstad vastgestelde beleidskaders.

- 20 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

4.

Gemeente Meierijstad

Ruimtelijke en milieuhygiënische effecten

Bij het opstellen van een bestemmingsplan is het verplicht om inzicht te bieden in de relevante ruimtelijke en milieuhygiënische aspecten van het project. Aangetoond dient te worden dat de realisatie van het project er niet toe leidt dat andere functies in de omgeving worden beperkt in hun mogelijkheden en dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

4.1

M.e.r.-beoordeling Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieu-effectrapportage (Besluit m.e.r.) is het noodzakelijk om ten behoeve van een bestemmingsplan dat kader stellend is voor projecten met grote milieugevolgen een plan-m.e.r. op te stellen. Onderdeel D van de bijlage in het Besluit m.e.r. geeft de omvang van dergelijke projecten. Hierbij geldt sinds de aanpassing van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011, de omvang als richtwaarde en niet als absolute drempelwaarde. Daarom is altijd een toets noodzakelijk of sprake is van een project met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r.. De omzetting van een bestaande bedrijfswoning naar burgerwoning valt niet onder onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Een aanmeldnotitie M.e.r. is hiermee niet noodzakelijk. Conclusie Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in bijlage C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Een aanmeldnotitie M.e.r. is hiermee niet noodzakelijk.

4.2

Archeologie en cultuurhistorie Archeologie In het bestemmingsplan zijn aan het plangebied de archeologische dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologie 1’ en ‘Waarde - Archeologie 3’ toegekend. Deze dubbelbestemmingen houden in dat voor het bouwen op deze gronden voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 200 m² en 50 m2 een rapport dient te worden overlegd waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Dit rapport kan achterwege gelaten worden wanneer door middel van een onafhankelijk document kan worden aangetoond dat de beoogde grond voor het bouwen reeds verstoord is. Bij de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van bouwactiviteiten. De grond wordt als gevolg van voorliggend initiatief dan ook niet geroerd.

- 21 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

Het is echter mogelijk dat er ook in aldus vrijgegeven plangebieden tijdens graafwerkzaamheden losse archeologische sporen en/of vondsten worden aangetroffen. Het gaat hierbij om vondsten waarvan men weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het om een archeologisch monument gaat. Op grond van artikel 53 van de Monumentenwet 1988 is de vinder verplicht dit te melden. Conclusie Er zijn hiermee geen belemmeringen voor onderhavig initiatief vanuit het aspect archeologie. Cultuurhistorie Volgens de Erfgoedwet, die per 1 juli 2016 van kracht is, dient bij nieuwe ontwikkelingen rekening gehouden te worden met het aanwezige culturele erfgoed. Samen met de nieuwe Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Het plangebied is getoetst aan de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. Het plangebied is op deze kaart gelegen binnen de regio Meierij. In de regio Meierij liggen de volgende cultuurhistorische landschappen van provinciaal belang: Groene Woud, Beerse en Baardwijkse Overlaat, Loonse en Drunense Duinen, Landgoederenzone ten zuiden van Tilburg. Het plangebied is gelegen binnen het Groene Woud. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen cultuurhistorisch waardevolle objecten gelegen. Conclusie Er zijn geen belemmeringen vanuit het aspect cultuurhistorie voor onderhavig initiatief.

4.3

Flora en fauna In Nederland zijn flora en fauna beschermd via gebiedsbescherming en via soortenbescherming. Vanaf 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming ingegaan. Deze wet vervangt drie wetten, namelijk de Natuurbeschermingswet 1998, Boswet en de Flora- en faunawet. Er treden verschuivingen op in de tabellen voor soortenbescherming. Sommige soorten worden beter beschermd, sommige soorten komen in een lager beschermingsregime of worden nieuw toegevoegd. De algemene zorgplicht blijft daarbij bestaan voor alle inheemse flora en fauna. Soortenbescherming Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling worden een bestaand bijgebouw en een overkapping gesloopt. De overkapping bestaat enkel uit een aantal staanders met golfplaten. Het bijgebouw is opgebouwd uit enkelsteense muren. Initiatiefnemer heeft visueel geen uilen in de gebouwen aangetroffen of andere vogelsoorten. Door de enkelsteense muren lijkt het gebouw niet geschikt voor

- 22 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

vleermuizen, mussen en uilen. Het plan is voorgelegd aan de ecoloog van de gemeente Meierijstad. De gemeente Meierijstad heeft hierbij het volgende geadviseerd: -

Voordat een vergunning verleend kan worden voor sloopwerkzaamheden en bouwwerkzaamheden is een flora & Fauna Quick Scan noodzakelijk. Om verstoring van vleermuizen te voorkomen, mag er tot op een afstand van 10 meter van de bomen alleen vleermuisvriendelijke buitenverlichting worden geplaatst; van de bomen af omlaag gerichte straatverlichting, met een scherpe bundel, zoals ledlampen. Om verstoring van niet jaarrond beschermde broedvogels te voorkomen dient eventueel te verwijderen opgaande beplanting buiten de periode maart-juli plaats te vinden.

Initiatiefnemer geeft opvolging aan bovenstaand advies bij het plaatsen van buitenverlichting. Daarnaast zal opgaande beplanting buiten de periode maart-juli worden verwijderd. Op het moment dat initiatiefnemer na vaststelling van het bestemmingsplan een sloopmelding indient zal de gemeente en/of ODBN toezien op de aanlevering van de benodigde quickscan Flora en Fauna, voordat de vergunning voor de activiteit slopen wordt verleend. Gebiedsbescherming Er zijn geen Natura 2000-gebieden in de directe omgeving van het plangebied aanwezig. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is ‘Kampina en Oisterwijkse Vennen’. Dit gebied ligt op een afstand van ruim 9 kilometer van het plangebied. Daarnaast maakt het plangebied ook geen onderdeel uit van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De effecten die voortvloeien uit het plan (zoals onder andere verstoring door licht, geluid en optische verstoring) zorgen, gezien de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, niet voor significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Stikstofdepositie Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient de gemeenteraad in de zogenaamde ‘voortoets’ te bezien of een passende beoordeling van het plan moet worden gemaakt.

Dit is het geval indien het risico bestaat dat het plan – al dan niet in combinatie met andere plannen of projecten – significante gevolgen heeft voor één of andere meerdere Natura 2000-gebieden. Er is geen sprake van significante effecten op Natura 2000-gebieden als de stikstofdepositie niet meer bedraagt dan 0,00 mol/ha/jaar. Dit kan worden aangetoond middels een AERIUS-berekening. De ontwikkeling betreft de omzetting van een agrarische bedrijfswoning in een burgerwoning. Deze bestemmingswijziging leidt niet tot een toename van het aantal verkeersbewegingen op of rondom het perceel (gebruiksfase) of tot de bouw van nieuwe bebouwing (aanlegfase). Als onderdeel van het plan worden echter wel een bestaande overkapping en een bijgebouw gesloopt. Dit

- 23 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

betreffen kleine ingrepen die in één dag zijn uitgevoerd. Voor de sloopactiviteiten dient desondanks de mogelijke stikstofdepositie in beeld gebracht worden middels AERIUS Calculator. Aanlegfase Voor de invoer van stikstof belastende machines die gebruikt worden voor de sloop van de overkapping en het bijgebouw en de afvoer van het puin is gebruik gemaakt van een ruime inschatting voor zowel het verbruik van de machines als de duur van het project. Voor de invoer zijn de machines en draaiuren genomen zoals opgenomen in figuur 4.1. Voor de vrachtwagen geldt overigens dat deze i.v.m. aan- en afvoer geen volledige dag op locatie aanwezig is, maar hooguit 0,5 dag. In deze 0,5 dag staat de vrachtwagen voor het grootste gedeelte stil. Dit betreft namelijk het moment van het laden van de vrachtwagen. Het werkelijke brandstofverbruik ligt hiermee dus veel lager. Type werktuig

Klasse

Mobiele kraan

Stage IV, 56-75 kW,

Verbruik/dag (L)

n-dagen

Totale verbruik (L)

100

1

100

60

1

60

bouwjaar 2014/01 Cat. R Vrachtwagen

Stage IV, 130-560 kW, bouwjaar 2014/01 Cat. Q

Totaal

160

Op basis van bovenstaande gegevens m.b.t. de inzet van materieel en de verkeersbewegingen is middels het programma AERIUS Calculator 2019A de berekening uitgevoerd voor de mogelijke toename van de stikstofdepositie als gevolg van de sloop van de woning. De gehanteerde ‘grenswaarde’ bedraagt 0,00 mol/ha/j. Een hogere waarde wordt beschouwd als een overschrijding. De berekening en bijbehorende uitkomsten zijn toegevoegd als bijlage aan voorliggende toelichting. Uit de berekeningen van de aanlegfase blijkt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j op de omliggende Natura 2000-gebieden. Geconcludeerd wordt dat door de sloop van de woning de nu gehanteerde grenswaarde van de stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/j niet wordt overschreden. Er is geen sprake van een significante verslechtering van Natura 2000-gebieden door de realisatiefase van het plan. Conclusie Er zijn hiermee geen belemmeringen in het kader van flora en fauna ten aanzien van het initiatief te verwachten.

4.4

Waterparagraaf Waterbeheer is een essentieel onderdeel bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. Bij ruimtelijke

- 24 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

ontwikkelingen hanteert het Waterschap een aantal beleidsmatige uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water. In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze bij het project rekening is gehouden met de ruimtelijk relevante aspecten van (duurzaam) waterbeheer Beleidskader Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van het Waterschap de Dommel, de Keur Waterschap De Dommel 2015, het Regionaal Water en Bodem programma 2022-2027 van de provincie Noord-Brabant, de Vierde Nota Waterhuishouding, WB21, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Kern van deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. Regionaal Water en Bodem programma 2022-2027 (RWP) Het Regionaal Water en Bodem programma 2022-2027 integreert de milieu- en wateropgave. Het PMWP geeft richting aan het milieu- en waterbeleid van de provincie, met specifieke nadruk op een aantal thema’s, waaronder grondwaterbeheer, waterveiligheid, klimaat en gezondheid. In het plan hanteert de provincie de principes van de people-planet-profitbenadering. In Noord-Brabant zijn deze uitgangspunten vertaald in de Telos-driehoek. De drie P’s bepalen het leef- en vestigingsklimaat van Brabant. Het doel van de provincie is om zowel economisch, sociaal als ecologisch vooruitgang te boeken.

De drie P’s, ook wel de drie kapitalen genoemd, zijn hierbij in balans. In dit PMWP staat het ecologisch kapitaal centraal, en dan vooral de onderdelen water en milieu en de relatie onderling. Daarbij ligt de nadruk op de relatie van Brabant met gezondheid en veiligheid (onderdeel van het sociaal-cultureel kapitaal). Ook wordt aandacht besteed aan groene groei (de relatie met economisch kapitaal). Gezondheid en veiligheid horen bij dit plan omdat die de drijvende kracht zijn achter al het milieu- en waterbeleid. Gezondheid wordt hierbij breed op ingezet; een gezonde leefomgeving voor mens, plant en dier. Economie verdient aandacht omdat economische activiteiten onze fysieke leefomgeving niet alleen sterk beïnvloeden, maar tegelijkertijd ook afhankelijk zijn van onze fysieke leefomgeving. Bijvoorbeeld omdat voor een economische activiteit bepaalde grondstoffen nodig zijn. Door aandacht te geven aan de drie P’s en de relaties daartussen, wordt de provincie duurzamer. In één beweging wordt het economische, ecologische én het sociaal-culturele kapitaal verbeterd. Gelijktijdig, en zonder nadelen of minpunten af te wentelen op andere kapitalen, andere generaties of andere gebieden en landen. Verschillende wet- en regelgeving stellen kaders in de PMWP.

Zo worden kaders gesteld door de Wet milieubeheer, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Wet bodembescherming, Wet geluidhinder, Waterwet en Kaderrichtlijn Water (inclusief Natura 2000). Op grond van de Waterwet fungeert het Provinciaal

- 25 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

Waterplan tevens als structuurvisie. De ruimtelijke aspecten die in dit plan de status van structuurvisie krijgen, zijn de gebieden voor hoogwaterbescherming, de regionale waterbergingsgebieden, de ruimte voor water-systeemherstel (onder andere hermeanderingszones langs beken en ruimte voor ecologische verbindingszones), de Natte Natuurparels inclusief de attentiegebieden, de beschermingszones voor grondwaterwinningen voor de openbare watervoorziening, de beschermingszones voor innamepunten van drinkwater uit oppervlaktewater en wijstgebieden. Met de inwerkingtreding van de Waterwet is de provincie ook bevoegd gezag voor de vergunningverlening, toezicht en handhaving van de milieunormen die gelden voor bedrijven. Waterbeheerprogramma 2022-2027 - Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving. Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaatverandering en ruimtelijke druk, staat immers de veerkracht van het water- en bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem.

De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden. Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) start Waterschap De Dommel met de ‘watertransitie’: op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in ons hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen.

Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. We hanteren drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: • Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt • Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan

- 26 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

•

Gemeente Meierijstad

Wat schoon is moet schoon blijven

We moeten ons, nog meer dan voorheen, aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen. Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan gaan we oplossingen vinden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe we dit gaan bereiken. Meer dan voorheen gaan we daarbij: • van beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied. • van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken we keuzes over meerdere opgaven in een gebied. • van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen.

Keur Waterschap De Dommel 2015 In de 'Keur Waterschap De Dommel 2015' staan regels (met name geboden en verboden) die het waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Ook zijn er regels voor het onderhoud van sloten, beken en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen. Daarnaast kent de Keur beleidsregels voor het beschermen van bepaalde deelgebieden met elk een eigen beschermingsbeleid. Het gaat hierbij om beschermde gebieden waterhuishouding, beekdalen en attentiegebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met waterbelangen. Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet op grond van de keur hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. De aanvrager/initiatiefnemer moet daarom voldoende compenserende maatregelen nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Uitgangspunt hierbij vormt de voorkeurstrits “vasthouden-bergenafvoeren”. Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. In geval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening noodzakelijk die het water tijdelijk bergt.

Omdat bij voorliggend initiatief het totaal verhard oppervlak in het plangebied als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling toeneemt met minder dan 500 m2

- 27 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, Lieshoutseweg 49’

Gemeente Meierijstad

is het gemeentelijk beleid voor hydrologisch neutraal ontwikkelen van toepassing. Programma Water en Riolering Meierijstad 2022-2026 De gemeente Meierijstad heeft per september 2017 het Programma Water en Riolering Meierijstad 2022-2026 vastgesteld. In het plan streeft de gemeente ernaar dat nieuwbouwplannen hydrologish neutraal worden uitgevoerd. Als voorkeursvolgorde hanteert de gemeente: infiltreren - bergen - afvoeren naar oppervlaktewater - afvoeren naar riolering. De gemeente Meierijstad acht hierbij ook voor ontwikkelingen onder de 500 m2 compenserende maatregelen benodigd. Hiervoor wordt de bergende eis van 60 millimeter gehanteerd.

Figuur 4.1: Uitgangspunten hemelwater bij nieuwbouw (bron: PWR Meierijstad 2022-2026).

Berging hemelwater In onderhavige situatie worden twee voormalige agrarische bedrijfsgebouwen met een gezamenlijke oppervlakte van 94 m2 gesloopt. Het eerste gebouw van 63 m2 is gelegen in de voortuin van de woning. De gronden ter plaatse worden als (voor)tuin ingericht. Het tweede gebouw van 31 m2 is gesitueerd achterop het perceel. De gronden ter plaatse van dit gebouw worden betrokken bij de aansluitende agrarische gronden. Het bebouwd oppervlak neemt als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling dus af. Compensatie is op basis van het huidige beleid niet noodzakelijk, omdat deze onder de ondergrens valt, die door het waterschap De Dommel per 1 maart 2015 wordt gehanteerd. Afvoer vuilwater De afvoer van het afvalwater blijft onveranderd en blijft plaatsvinden op de aanwezige drukriolering. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4.5

Bodem Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht moet in planvorming rekening gehouden worden met bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. Bij de voorgenomen functieverandering van agrarisch naar wonen is sprake van een gevoeliger bodemgebruik. In het kader van dit plan moet onderbouwd worden waarom de huidige bodemkwaliteit geschikt is voor de toekomstige functie. Ook moet zijn onderbouwd dat het plan financieel haalbaar is. - 28 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=28e2d329-7652-4896-a163-a403c78ca5a3