bijlagenboek Kem-terrein
Tekst van het document
RAAP-PvE 2415 / versie 12-01-2021
[26]
Programma van Eisen KEM-terrein te Sint-Oedenrode
10 Randvoorwaarden en aanvullende eisen 10.1 Personele randvoorwaarden Het onderzoek wordt verricht door een archeologisch bedrijf of instantie met protocol 4003 op basis van de BRL 4000. Het onderzoek wordt uitgevoerd onder leiding van een Senior KNA Archeoloog, met aantoonbaar ruime ervaring in de archeoregio en met de in dit PvE beschreven archeologische periodes. Het veldteam bestaat verder uit een KNA Archeoloog (MA) of hoger gekwalificeerd, met ervaring in de archeoregio en met de in dit PvE omschreven archeologische periodes. De documentatie en interpretatie van profielen wordt uitgevoerd door een specialist fysische geografie of KNA archeoloog (MA), met aantoonbaar ruime ervaring in de archeoregio.
10.2 Overlegmomenten Voorafgaand aan het veldwerk vindt overleg plaats tussen de opdrachtnemer en de opdrachtgever. Tijdens dit overleg worden nadere afspraken gemaakt over de te volgen werkwijze, betreding, toegankelijkheid en oplevering van het terrein en worden eventuele andere bijzonderheden besproken. De opdrachtnemer meldt minimaal tien werkdagen van tevoren de startdatum van het veldwerk aan de bevoegde overheid en het depot. Gedurende het onderzoek houdt de uitvoerder de bevoegde overheid op de hoogte over de vorderingen, zodat indien noodzakelijk direct stappen ondernomen kunnen worden om wijzigingen in de onderzoeksstrategie aan te brengen. Indien zich zaken voordoen waarin dit PvE niet (tot in detail) voorziet, wordt dit door de uitvoerder van het archeologisch onderzoek gemeld aan de bevoegde overheid. Deze neemt een besluit over de te nemen vervolgstappen en informeert de initiatiefnemer. Bij het aantreffen van bijzondere, mogelijk behoudenswaardige archeologische resten, bijv. concentraties artefacten, of bijzondere sporen of structuren, zoals crematie- of inhumatiegraven, wordt terstond contact opgenomen met de bevoegde overheid over de te volgen strategie. Contacten met de media verlopen altijd via de opdrachtgever.
Omwonenden en andere belangstellenden (geen pers) kunnen door de uitvoerende instantie te woord worden gestaan vanaf het moment dat hier goede afspraken over zijn gemaakt met de opdrachtgever. Tot die tijd worden zij doorverwezen naar de opdrachtgever.
10.3 Kwaliteitsbewaking, toezicht, overleg en evaluatie De senior (KNA-)archeoloog van de archeologische aannemer is verantwoordelijk voor de archeologische kwaliteit van het onderzoek en de te doorlopen processtappen. De bevoegde overheid toetst of het onderzoek voldoet aan de eisen zoals gesteld in dit PvE.
RAAP-PvE 2415 / versie 12-01-2021
[27]
Programma van Eisen KEM-terrein te Sint-Oedenrode
Tijdens het uitvoeren van het veldwerk worden door de verantwoordelijke archeoloog dagrapporten opgemaakt waarin de vordering van de werkzaamheden, de personele inzet, de verwerking en de opslag van kwetsbare materialen, de wetenschappelijke of technische ontwikkelingen en de inhoudelijke keuzes worden opgenomen.
10.4 Overige randvoorwaarden en aanvullende eisen In alle gevallen waarin dit PvE niet voorziet, zijn de procesbeschrijvingen en specificaties van de KNA 4.1 van toepassing. De opdrachtnemer zorgt ervoor dat de volgende documenten tijdens het veldwerk op de werklocatie aanwezig zijn: o
het door de bevoegde overheid en de opdrachtgever getekende PvE;
o
een Plan van Aanpak / draaiboek inclusief veiligheidsplan;
o
KLIC-gegevens.
De gangbare eisen bij een project van deze aard ten aanzien van veiligheid en Arbo worden in acht genomen. Details zijn opgenomen in een standaard veiligheidsplan dat door de archeologische aannemer bij het PvA / draaiboek gevoegd zal worden.
RAAP-PvE 2415 / versie 12-01-2021
[28]
Programma van Eisen KEM-terrein te Sint-Oedenrode
11 Wijzigingen ten opzichte van het vastgestelde PvE 11.1 Wijzigingen tijdens het veldwerk Relevante wijzigingen worden (telefonisch of) schriftelijk (mag per e-mail) aan de bevoegde overheid en de opdrachtgever voorgelegd. De bevoegde overheid neemt een besluit over de voorgelegde wijzigingen en informeert de initiatiefnemer hierover. Indien noodzakelijk wordt de depothouder door de bevoegde overheid op de hoogte gebracht. Afspraken ten aanzien van wijzigingen op het vastgestelde PvE worden in het evaluatierapport en de eindrapportages geregistreerd en verantwoord.
11.2 Belangrijke wijzigingen Onderstaande belangrijke wijzigingen worden te allen tijde aantoonbaar voorgelegd aan alle betrokken partijen: afwijkingen van de archeologische verwachting; wijzigingen van de in het PvE / PvA vastgelegde onderzoeksmethode; wijzigingen van de fysieke en/of technische omstandigheden; significante afwijkingen van het verwachte vondstmateriaal / vondsten (hoeveelheid, soorten, materialen, soorten voorwerpen, type conservering); wijzigingen die selectie en conservering van vondsten beïnvloeden.
11.3 Procedure van wijziging na de evaluatiefase van het veldwerk Relevante wijzigingen worden per e-mail aan de bevoegde overheid en de opdrachtgever voorgelegd. Behalve voorstellen rondom de uitwerking, conservering en deponering van de onderzoeksresultaten kan in de evaluatiefase ook worden vastgelegd of bestaande onderzoeksvragen komen te vervallen of dat juist aanvullende onderzoeksvragen dienen te worden geformuleerd.
11.4 Procedure van wijziging tijdens uitwerking en conservering Relevante wijzigingen worden schriftelijk (mag per e-mail) aan de bevoegde overheid en de opdrachtgever (en indien van toepassing de depothouder) voorgelegd.
RAAP-PvE 2415 / versie 12-01-2021
[29]
Programma van Eisen KEM-terrein te Sint-Oedenrode
Literatuur Genabeek, R.J.M. van & L. Tebbens, 2007. Archeologiebeleid gemeente Sint Oedenrode. BAAC, ’sHertogenbosch. Hiddink, H., 2003. Het grafritueel in de Late IJzertijd en Romeinse tijd in het Maas-DemerScheldegebied, in het bijzonder van twee grafvelden in Weert. Zuidnederlandse archeologische rapporten (ZAR) 11. ACVU (Arch.Centrum Vrije Universiteit), Amsterdam. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 Landbodems, SIKB Gouda. Roggen, R.E.E., 2016. Plangebied KEM-terrein te Sint-Oedenrode, gemeente Sint-Oedenrode; archeologisch voor-onderzoek: een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek. RAAPnotitie 5240. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Weerts, H., J. Schokker, K. Rijsdijk & C. Laban, 2006. Geologische overzichtskaart van Nederland. TNO Bouw en Ondergrond, Utrecht.
Gebruikte internetsites www.bhic.nl www.cultureelerfgoed.nl/archis.
RAAP-PvE 2415 / versie 12-01-2021
[30]
Programma van Eisen KEM-terrein te Sint-Oedenrode
Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen Figuren: Figuur 1. De ligging van het plangebied in het rood en het onderzoeksgebied in oranje vlak. Inzet: ligging in Nederland (ster). Figuur 2. Puttenplan.
8 16
Tabellen: Tabel 1. Overzicht van eerder uitgevoerd onderzoek.
9
Bijlagen: Bijlage 1. Overzicht van te raadplegen specialisten en specialismen Bijlage 2. Rapportage bureau- en verkennend booronderzoek, RAAP-notitie 5240.
RAAP-PvE 2415 / versie 12-01-2021
[31]
Bijlage 1. Overzicht van te raadplegen specialisten en specialismen Vondstcategorie
Raadplegen bij PvA
Raadplegen bij veldwerk
Raadplegen bij uitwerking
Aardewerk
Nee
Nee
Ja
Bouwmateriaal
Nee
Nee
Ja
Metaal (ferro)
Nee
Nee
Ja
Metaal (non-ferro)
Nee
Nee
Ja
Slakmateriaal
Nee
Nee
Ja
Vuursteen
Nee
Nee
Ja
Overig natuursteen
Nee
Nee
Ja
Glas
Nee
Nee
Ja
Menselijk botmateriaal onverbrand
Nee
Ja
Ja
Menselijk botmateriaal verbrand
Nee
Nee
Ja
Dierlijk botmateriaal onverbrand
Nee
Nee
Ja
Dierlijk botmateriaal verbrand
Nee
Nee
Ja
Visresten (handverzameld)
Nee
Nee
Ja
Schelpen
Nee
Nee
Ja
Hout
Nee
Nee
Ja
Houtskool(monsters)
Nee
Nee
Ja
Textiel
Nee
Nee
Ja
Leer
Nee
Nee
Ja
Submoderne materialen
Nee
Nee
Ja
Monstername
Raadplegen bij PvA
Raadplegen bij veldwerk
Raadplegen bij uitwerking
Algemeen biologisch monster (ABM)
Nee
Nee
Ja
Algemeen zeefmonster (AZM)
Nee
Nee
Ja
Pollen, diatomeeën en andere microfossielen
Nee
Nee
Ja
Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek
Nee
Nee
Ja
Monsters voor micromorfologisch onderzoek
Nee
Nee
Ja
Monsters voor luminescentiedatering (OSL)
Nee
Nee
Ja
Monsters voor koolstofdatering ( 14 C)
Nee
Nee
Ja
Vismonsters
Nee
Nee
Ja
DNA
Nee
Nee
Ja
Dendrochronologisch monster
Nee
Nee
Ja
Bijlage 2. Rapportage bureau- en verkennend booronderzoek, RAAP-notitie 5240.
6500 voor Chr.
RAAP-NOTITIE 5240
Plangebied KEM-terrein te Sint-Oedenrode
3750 voor Chr.. 37
Gemeente Sint-Oedenrode Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek 2200 voor Chr.
700 voor Chr.
150 na Chr.
320 na Chr.
Archeologisch
Adviesbureau 250 na Chr.
1650 na Chr.
Colofon Opdrachtgever: Okko Projectontwikkeling Titel: Plangebied KEM-terrein te Sint-Oedenrode, gemeente Sint-Oedenrode; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Status: eindversie Datum: 10 februari 2016 auteur: R.E.E. Roggen MA Projectcode: OEKEM Bestandsnaam: NO5240_OEKEM.docx projectleider: R.E.E. Roggen MA projectmedewerker: drs. M.H.P.M. Ruijters ARCHIS-vondstmeldingsnummer: niet van toepassing ARCHIS-waarnemingsnummer: niet van toepassing ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer: 3977371100 Bewaarplaats documentatie: RAAP vestiging Zuid Autorisatie: ir. M.M. Peeters Bevoegd gezag: gemeente Sint-Oedenrode
ISSN: 0925-6369
RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. Leeuwenveldseweg 5b
telefoon: 0294-491 500
1382 LV W eesp
telefax: 0294-491 519
Postbus 5069
E-mail: raap@raap.nl
1380 GB W eesp
© RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2016 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.
Plangebied KEM-terrein te Sint-Oedenrode, gemeente Sint-Oedenrode; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek.
Samenvatting In opdracht van Okko Projectontwikkeling heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd in plangebied KEM-terrein te SintOedenrode. Het doel van dit onderzoek was het verkrijgen van inzicht in de archeologische resten die in het plangebied verwacht worden en de te verwachten fysieke kwaliteit daarvan. Middels het bureauonderzoek zijn gegevens verzameld over de landschappelijke en archeologische context van het plangebied, op basis waarvan een archeologische verwachting is opgesteld. Deze gegevens zijn middels een booronderzoek in het veld getoetst. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied landschappelijk gezien op een dekzandvlakte ligt, ten westen van een dekzandkop. De bodem bestaat waarschijnlijk uit een relatief goed ontwaterde hoge zwarte enkeerdgrond. Rondom het plangebied zijn vele archeologische vindplaatsen bekend die wijzen op de archeologische rijkdom van het gebied. Historisch gezien maakt het plangebied deel uit van de historische kern ‘aan de Kofferen’. Volgens historisch kaartmateriaal was het zuidelijke deel van het plangebied in gebruik als tuin. Ten westen van het plangebied lag het voormalige domein Emmaus.
Op basis van het bureauonderzoek geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen (archeologische resten) van landbouwers (Neolithicum t/m Nieuwe tijd). Tussen 1865 en 1949 was op het noordelijke deel van het plangebied een gasfabriek actief. Op de locatie van deze voormalige fabriek is de bodem gesaneerd. Tijdens het veldonderzoek zijn geen archeologische resten aangetroffen. De hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen van landbouwers is wel bevestigd door de aanwezigheid van een hoge zwarte enkeerdgrond. Het archeologisch niveau, de bovenzijde van de C-horizont, bevindt zich vanaf 1 m -Mv. In het noordelijke deel van het plangebied is de bodem verstoord door toedoen van de bodemsanering. Hier worden geen intacte archeologische resten meer verwacht. De aanbeveling voor archeologisch vervolgonderzoek is tweeledig. Voor de locatie waar de bodem afgegraven is (noordelijke deel plangebied; zie figuur 4) wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd. In de zuidelijke deel van het plangebied kunnen bij toekomstige graafwerkzaamheden archeologische vindplaatsen verstoord worden. Indien graafwerkzaamheden dieper dan 80 cm -Mv gepland zijn en planaanpassing niet mogelijk is, adviseert RAAP voor deze zone een vervolgonderzoek in de vorm van waarderend onderzoek. Dit onderzoek kan bestaan uit een proefsleuvenonderzoek.
Eventueel kan in overleg met de bevoegde overheid (gemeente) bekeken worden of een archeologische begeleiding van de werkzaamheden tot de mogelijkheden behoort. Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Om deze te laten bekrachtigen in een selectiebesluit, kan contact worden opgenomen met de bevoegde overheid (gemeente Sint-Oedenrode).
RAAP-notitie 5240 / eindversie, 10 februari 2016
[3 ]
Plangebied KEM-terrein te Sint-Oedenrode, gemeente Sint-Oedenrode; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek.
1 Inleiding 1.1 Administratieve gegevens • typeonderzoek: een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek • bevoegde overheid: gemeente Sint-Oedenrode • onderzoekskader: omgevingsvergunning uitgebreide procedure • datum veldonderzoek: 13 november 2015 • locatie (figuur 1): - naam plangebied: plangebied KEM-Terrein - plaats: Sint-Oedenrode - gemeente: Sint-Oedenrode - provincie: Noord-Brabant - toponiem: KEM-terrein - oppervlakte plangebied: 5.168 m² - kaartblad topografische kaart van Nederland, schaal 1:25.000: 51B - centrumcoördinaten (X/Y): 159840/396894 • afbakening onderzoekszone: straal van 500 m rondom het plangebied • ARCHIS-vondstmeldingsnummer: niet van toepassing • ARCHIS-waarnemingsnummer: niet van toepassing • ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer: 3977371100
1.2 Aanleiding en doelstelling Dit onderzoek kadert in een omgevingsvergunning, uitgebreide procedure ten behoeve van de verkaveling van het KEM terrein te Sint-Oedenrode. Conform de richtlijnen van de gemeente Sint-Oedenrode is een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd. Het doel van dit onderzoek was het verkrijgen van inzicht in de archeologische resten die in het plangebied verwacht worden en de verwachte diepteligging en fysieke kwaliteit daarvan.
1.3 Onderzoeksvragen Bureauonderzoek 1. 2.
Hoe ziet de geo(morfo)logische en bodemkundige opbouw van het plangebied eruit? Welke gegevens met betrekking tot archeologische waarden zijn over het plangebied bekend?
3.
Wat was het historisch landgebruik van het plangebied, wat is het landgebruik nu en wat is de invloed daarvan op de (verwachte) archeologie en (bodem)gaafheid?
4.
Wat is de gespecificeerde verwachting ten aanzien van nog onbekende archeologische waarden in het gebied?
RAAP-notitie 5240 / eindversie, 10 februari 2016
[4 ]
Plangebied KEM-terrein te Sint-Oedenrode, gemeente Sint-Oedenrode; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek.
Verkennend booronderzoek 5.
Stemt de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw in het plangebied overeen met hetgeen op basis van het bureauonderzoek verwacht werd?
6.
Is de bodemopbouw in (delen van) het plangebied intact en wat zegt dit over de gaafheid van eventuele archeologische resten?
7.
Op welke diepte bevindt zich de archeologische interessante laag / het niveau waarop archeologische resten bewaard zijn gebleven?
8.
Dient op basis van de resultaten van het veldonderzoek de gespecifieerde archeologische verwachting te worden bijgesteld?
Algemeen 9.
Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten?
10. Op welke wijze kan bij de planvorming met archeologische resten worden omgegaan?
1.4 Randvoorwaarden Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep (zie artikel 24 van het Besluit archeologische monumentenzorg). De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 3.3), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), geldt in de praktijk als richtlijn. RAAP beschikt over een opgravingsvergunning, verleend door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Zie tabel 1 voor de dateringen van de in deze notitie genoemde archeologische perioden.
RAAP-notitie 5240 / eindversie, 10 februari 2016
[5 ]
Plangebied KEM-terrein te Sint-Oedenrode, gemeente Sint-Oedenrode; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek.
Archeologische perioden Datering
Tijdperk
Recente tijd
- 1945
C
Nieuwe tijd
- 1850
B
- 1650
A Laat B Laat A D: Ottoonse tijd
Vroeg
Middeleeuwen
C: Karolingische tijd B: Merovingische tijd
A: Volksverhuizingstijd Laat
Romeinse tijd
Midden Vroeg Laat
IJzertijd
Midden Vroeg Laat
Bronstijd
Midden
Prehistorie
Vroeg
Neolithicum (Nieuwe Steentijd)
Laat Midden Vroeg
Mesolithicum (M idden Steentijd)
Paleolithicum (Oude Steentijd)
Laat Midden Vroeg Laat Jong B Jong A Midden Oud
- 1500 - 1250 - 1050 - 900 - 725 - 525 - 450 - 270 - 70 na Chr. - 15 voor Chr. - 250 - 500 - 800 - 1100 - 1800 - 2000 - 2850 - 4200 - 4900/5300 - 6450 - 8640 - 9700 - 12.500 - 16.000 - 35.000 - 250.000
tabel1_standaard_Archeologisch_RAAP_2014
Tabel 1. Archeologische tijdschaal.
RAAP-notitie 5240 / eindversie, 10 februari 2016
[6 ]
Plangebied KEM-terrein te Sint-Oedenrode, gemeente Sint-Oedenrode; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek.
2 Bureauonderzoek 2.1 Methode Het bureauonderzoek dient om op basis van verschillende bronnen inzicht te krijgen in de genese van het landschap, de bodemopbouw en de sporen die het menselijk gebruik in de loop der tijd heeft achter gelaten. Met behulp van deze gegevens wordt een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Voor de geraadpleegde bronnen wordt verwezen naar de literatuurlijst.
2.2 Geo(morfo)logie en bodem Onderstaande gegevens zijn onder andere afgeleid van de geomorfologische kaart (ARCHIS3; figuur 2), de bodemkaart (ARCHIS3; figuur 3) en het AHN (http://ahn.maps.arcgis.com). De historische kern van Sint-Oedenrode ligt grotendeels op een niet gekarteerde dekzandkop (bebouwd), die door het Dommeldal van oost naar west wordt aangesneden. Het plangebied ligt ten zuidwesten van deze kop op een (dekzand)vlakte (gekarteerd als bebouwd). Het beekdal van de Dommel ligt circa 100 m ten westen van het plangebied. De actieve bedding van de Dommel ligt 300 m ten noordwesten van het plangebied. De ondergrond in het plangebied bestaat uit zand dat tijdens het Pleistoceen is afgezet door de wind. Deze afzettingen worden gerekend tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden (Weerts e.a., 2006). Het plangebied behoort tot de bebouwde kern van Sint-Oedenrode. De bodem is in deze kern niet gekarteerd (ARCHIS3; figuur 3). Op de dekzandvlakte ten westen van het plangebied is een goed ontwaterde, lemige, fijnzandige, hoge zwarte enkeerdgrond (code zEZ23-VI) bodem gekarteerd. Waarschijnlijk zijn deze gronden ook in het plangebied aanwezig. Hoge enkeerdgronden betreffen vaak de van oorsprong best ontwaterde en vruchtbaarste zandgronden die vanwege hun gunstige kenmerken al relatief vroeg in cultuur zijn gebracht.
Door langdurige bemesting hebben deze gronden een (minimaal 50 cm) dikke, humushoudende bovengrond gekregen. Vanaf de Middeleeuwen, maar vooral in de Nieuwe tijd, werd door gemengde boerenbedrijven plaggenbemesting toegepast op de akkers. Elk jaar werd deze mest, die naast organisch materiaal ook veel minerale bestanddelen bevatte, op de akkers gebracht. Op deze manier kon de vruchtbaarheid van de gronden op peil worden gehouden. In de loop van de tijd ontstonden op deze wijze akkers met een dik, humeus dek, ook wel essen of esdekken genoemd. In de ondergrond kunnen de podzolkenmerken van het oorspronkelijk bodemprofiel nog (deels) bewaard zijn gebleven (Peeters, 2012). Op basis van het AHN (http://ahn.maps.arcgis.com; figuur 7) blijkt dat er twee laagtes voorkomen in het plangebied. In het centrum van het plangebied ligt een poel en in het zuiden een slootvormige laagte.
RAAP-notitie 5240 / eindversie, 10 februari 2016
[7 ]
Plangebied KEM-terrein te Sint-Oedenrode, gemeente Sint-Oedenrode; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek.
2.3 Archeologische gegevens • Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart (Genabeek & Tebbens, 2007): het noordelijke deel van het plangebied ligt in zone 3. Voor deze zone geldt de archeologische verwachting ‘oude kern’. Het zuidelijke deel van het plangebied is aangeduid als categorie 5: voor deze zone geldt een hoge verwachting voor archeologische vindplaatsen. • Bekende archeologische monumenten en vindplaatsen volgens het ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS2) in een straal van 500 m rond het plangebied: zie tabel 2.
monument
complex
datering
beschrijving
2130
nederzetting
MESO, IJZ en LME
terrein van hoge archeologische waarde
16802
stad
LME-NT
terrein van hoge archeologische waarde
5232
nederzetting
IJZ-ROM, ME
terrein van hoge archeologische waarde
2525
kasteel
LME
terrein van hoge archeologische waarde
2091
nederzetting
IJZ
terrein van hoge archeologische waarde
2138
nederzetting
PALEOB-MESO, IJZ-NT
terrein van hoge archeologische waarde
waarneming complex
datering
materiaal
verzamelwijze
30152
onbekend
BRONS
brons en vuursteen
onbekend
31337
versterkt huis
LME-NT
keramiek
onbekend
33245
urneveld
BRONS-IJZ
keramiek
onbekend
44784
versterkt huis
ME-NT
sporen en keramiek
onbekend
48307
nederzetting/onbepaald
IJZ en LME
sporen en keramiek
begeleiding
49833
onbekend
ME-NT
glas, keramiek en bot
graafwerken
50606
onbekend
BRONS, LIJZ-
sporen
begeleiding
ROM, ME-NT 414364
kasteel
ME-NT
sporen
onbekend
414375
kasteel
ME-NT
sporen
onbekend
418101
nederzetting/onbepaald
LME
Sporen en keramiek
opgraving
418622
nederzetting/onbepaald
ME-NT
sporen, keramiek en metaal
opgraving
423904
nederzetting, percelering NEO, MT,
vuursteen, keramiek en sporen opgraving
ROM, ME 429469
waterburcht, depot, nederzetting
MT, ROM, ME
bot, metaal en sporen
29811
onbekend
NEO
vuursteen
onbekend
44611
stad
LME-NT
sporen en aardewerk
onbekend
48309
onbekend
LME-NT
keramiek en glas
onbekend
416662
percelering
LME-NTB
sporen
onbekend
426246
onbekend
PALEO-NTC
keramiek, metaal en bot
onbekend
426413
molen
LME-NTC
keramiek
onbekend
434680
stad
LME-NTC
keramiek
onbekend
RAAP-notitie 5240 / eindversie, 10 februari 2016
MESO, NEO,
vuursteen, keramiek, metaal,
opgraving
[8 ]
Plangebied KEM-terrein te Sint-Oedenrode, gemeente Sint-Oedenrode; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek.
waarneming complex
datering
materiaal
verzamelwijze
442190
nederzetting/onbepaald
LME-NT
keramiek
onbekend
442781
nederzetting/onbepaald
LME-NT
keramiek
onbekend
vondstmelding
complex
datering
opmerking
423789
onbekend
LME-NT
Keramiek van begeleiding
Tabel 2. Overzicht van de bekende archeologische monumenten en vindplaatsen in de omgeving van het plangebied.
• eerder uitgevoerd onderzoek in de omgeving volgens ARCHIS2: zie tabel 3 meldingsnr.
resultaat/advies
opmerking
4620
complex: Kasteel en nederzetting
Kerkstraat, type onderzoek onbekend
6333
onbekend
St-Martinuskerk, type onderzoek onbekend
6478
onbekend
Mariendaal, begeleiding
7202
onbekend
Odendaal, booronderzoek
7243
onbekend
Mariendaal, begeleiding
7374
complex: nederzetting onbepaald, datering
Mariendaal, begeleiding
onbepaald, datering: VMED-NT
IJZ-LME 4009
complex: kasteel/nederzetting onbepaald,
Kerkstraat, proefsleuven
datering: ME 19270
nederzetting vanaf de 13e eeuw
Kofferen-Hoge Vonderstraat, type onderzoek
19514
onbekend
Kerkplein, begeleiding
22002
complex: nederzetting, datering NEO-NTC
De Heuvel, proefsleuven met doorstart naar
onbekend
opgraving 22529
onbekend
Kerkstraat, begeleiding
29283
onbekend
Kofferen 38, booronderzoek
44151
onbekend
Mariendaal, begeleiding
47836
onbekend
Laan van Henkenshage, booronderzoek
51359
onbekend
Laan van Henkenshage, begeleiding
5873
complex: nederzetting, datering IJZ-NT
Odendaal, opgraving
6038
onbekend
Borchmolendijk 31, booronderzoek
13363
onbekend
Borchmolendijk, proefsleuven
19971
onbekend
Borchmolendijk, opgraving
21553
onbekend
Markt 10, booronderzoek
24027
onbekend
Boskantseweg 22, booronderzoek
24839
onbekend
Dommel corridor, proefsleuven met doorstart naar opgraving
35975
Complex: nederzetting, datering ROM-ME
Markt 10, begeleiding
40371
onbekend
Borchmolendijk, begeleiding
RAAP-notitie 5240 / eindversie, 10 februari 2016
[9 ]
Plangebied KEM-terrein te Sint-Oedenrode, gemeente Sint-Oedenrode; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek.
meldingsnr.
resultaat/advies
opmerking
45390
onbekend
Corridor 9, begeleiding
56381
onbekend
Leerlooierspad, proefsleuven
63653
onbekend
onbekend
65190
onbekend
Cathalijnenpad 4, booronderzoek
65677
onbekend
Heuvel 40-42
65679
onbekend
Markt 12
65870
onbekend
Boskantseweg 41-43A, booronderzoek
Tabel 3. Overzicht van eerder archeologisch onderzoek in de omgeving van het plangebied.
Uit tabel 2 blijkt dat in een straal van 500 m rondom het plangebied vindplaatsen voorkomen uit het Neolithicum, Mesolithicum, Bronstijd, IJzertijd, Romeinse tijd, Middeleeuwen en Nieuwe tijd. De meest voorkomende meldingen dateren echter uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd. De historische datering van deze waarnemingen is gerelateerd aan bewoning in de oude kern van Sint-Oedenrode. Het betreft sporen van bewoning en hieraan gerelateerde vondsten van keramiek, glas, metaal en bot. Het plangebied behoort tot de historische kern van Sint-Oedenrode, dat is aangegeven als een AMK-terrein (code 16802). In de onmiddellijke omgeving van het plangebied bevinden zich verschillende archeologische vondstmeldingen en onderzoeken. Circa 40 m ten westen van het plangebied zijn sporen en keramiekvondsten gemeld, die gerelateerd zijn aan het adellijk huis Emmaus. Sporen van een urnenveld uit de metaaltijden worden vermeldt op circa 50 m ten zuidwesten van het plangebied. Sporen en keramiek uit dezelfde periode en uit de Middeleeuwen zijn tijdens een begeleiding op circa 50 m ten zuidoosten van het plangebied aangetroffen. Uit deze meldingen blijkt dat de onmiddellijke omgeving van het plangebied rijk is aan archeologische resten uit de metaaltijden en de Middeleeuwen/Nieuwe tijd.
Een hoge archeologische waardering blijkt ook uit het bureau- en booronderzoek dat uitgevoerd is voor het zuidelijk aan het plangebied grenzende terrein. Voor dit terrein werd een nader archeologisch onderzoek aanbevolen (onderzoeksnummer 63653).
2.4 Historische situatie Op basis van een analyse van historisch kaartmateriaal (http://www.watwaswaar.nl) blijkt dat het plangebied in het begin van de 19e eeuw bestond uit vier kavels en als tuin ingericht was. Aan de straatzijde (Kofferen) zijn vanaf 1900 twee gebouwen (in lijn met de straat) afgebeeld. Uit het saneringsonderzoek van de Grontmij blijkt dat in het plangebied tussen 1865 en 1949 een particuliere gasfabriek stond. De gasfabriek bestond uit een zuiveringskamer, teerput, afvoergreppel, bezinkput, werkplaats, kolenloods, stokerij, een dienstwoning (rijksmonument) en twee gashouders. Deze gasfabriek lag in het noordelijke deel van het plangebied (figuur 6). Op de locatie van de gasfabriek (de huidige parkeerplaatsen) is in de tweede helft van de 20e eeuw een brandweerkazerne gebouwd. Op historische kaarten ligt ten oosten van het plangebied een omgracht terrein (figuur 8). De westelijke gracht van het terrein wordt door het plangebied aangesneden. Op de gemeentelijke erfgoedkaart is dit terrein afgebeeld als plaats van Emmaus, een adellijke woning. De eerste
RAAP-notitie 5240 / eindversie, 10 februari 2016
[1 0 ]
Plangebied KEM-terrein te Sint-Oedenrode, gemeente Sint-Oedenrode; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek.
vermelding onder de naam Emmaus dateert uit de 16e eeuw (http://www.bhic.nl). Voor deze periode stond het huis/slotje bekend onder de naam ‘het hoge huijs’. Vanaf 1766 werd de oude woning vervangen door een pastorie. In de jaren 30 van de 20e eeuw is deze afgebroken. De tuinen binnen het plangebied behoorden mogelijk tot het adellijk domein en pastorie.
2.5 Bodemsanering Op de locatie van de oude gasfabriek was de bodem zwaar verontreinigd. In het begin van de jaren 90 van de 20e eeuw heeft ter plaatse een bodemsanering plaatsgevonden (Grontmij, 1991). De locatie (zoals aangegeven op figuur 6) zal tot grote diepte afgegraven zijn. Volgens mededeling van Jos van Nuenen, bewoner aan Kofferen 45, is de bovengrond van de achterliggende tuinen ook ontgraven.
2.6 Huidige situatie Tegenwoordig is het plangebied onbebouwd. Het noordelijke deel is ingericht als een kleine parkeerplaats (bestrating met klinkers). Het overgrote deel van het plangebied bestaat uit verschillende tuinen. Er is sprake van een vlak reliëf met een gemiddelde hoogteligging van 10,90 m +NAP. Enkel de parkeerplaats ligt 20 cm lager dan dit peil.
2.7 Toekomstige situatie Een definitief inrichtingsplan is nog niet opgesteld. De huidige plannen (een goedgekeurde inrichtingsschets) voorzien in de bouw van 21 woningen en 42 parkeerplaatsen. De graafwerkzaamheden ten behoeve van deze ontwikkelingen (woningen, bijgebouwen, bestrating, nutsvoorzieningen e.d.) zullen de ondergrond op grote schaal verstoren.
2.8 Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van de verzamelde gegevens is het mogelijk een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen ten aanzien van aard, ouderdom, diepteligging en gaafheid. Aard en ouderdom Het verspreidingspatroon van archeologische vindplaatsen is voor een groot deel gerelateerd aan de fysieke eisen die de mens stelde aan de leef- en woonomgeving. Meest markant zijn de verschillen tussen jager-verzamelaars enerzijds en landbouwers anderzijds. In de Steentijd (Paleolithicum t/m Neolithicum) leefde de mens voornamelijk van de jacht, visvangst en het verzamelen van eetbare planten en vruchten. Deze zogenaamde jager-verzamelaars trokken door het landschap en verbleven alleen tijdelijk op een plek. Uit een ruimtelijke analyse blijkt dat hun kampementen in vrijwel alle gevallen zijn gesitueerd op de overgang van nat naar droog. Nabij dergelijke gradiëntzones waren namelijk de meeste voedselbronnen voorhanden en was (drink)water bereikbaar.
RAAP-notitie 5240 / eindversie, 10 februari 2016
[1 1 ]
Plangebied KEM-terrein te Sint-Oedenrode, gemeente Sint-Oedenrode; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek.
In het plangebied doet zich geen gradiëntsituatie voor. Zodoende worden geen vindplaatsen van jager-verzamelaars verwacht; er geldt voor het plangebied derhalve een lage archeologische verwachting voor vindplaatsen van jager-verzamelaars. Met de introductie van de landbouw (vanaf het Neolithicum) werd de mate waarin gronden geschikt waren om te beakkeren een steeds belangrijker factor in de locatiekeuze van de mens. De eerste akkergronden werden op de van nature vruchtbaarste gronden aangelegd. Bovendien moesten de gronden goed ontwaterd zijn. In het plangebied komt een hoge zwarte enkeerdgrond voor. Deze kenmerkt zich door een goede ontwatering en hoge vruchtbaarheid. Het aanwezige esdek getuigt van langdurig landbouwkundig gebruik. Dit wordt bevestigd door de historische context van het plangebied als tuingrond nabij het huis Emmaus. Voor het plangebied geldt een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen (archeologische resten) van landbouwers (Neolithicum t/m Nieuwe tijd). Diepteligging In het plangebied komt een jong afdekkend pakket voor (esdek) dat een ouder loopvlak afdekt. Dit afdekkende pakket dateert vanaf de Late Middeleeuwen. Oudere resten worden zodoende door het pakket afgedekt en bevinden zich op meer dan 50 cm -Mv. Sporen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd kunnen ook in het esdek aanwezig zijn.
Fysieke kwaliteit Vanwege het jonge afdekkende pakket is het prehistorisch loopvlak in het plangebied mogelijk goed geconserveerd. Eventuele archeologische resten zijn zodoende goed beschermd tegen recente diepe bodembewerking en kennen naar verwachting een hoge gaafheid. Op de locatie van de bodemsanering zal de ondergrond (en daarmee het archeologisch vlak) naar verwachting verstoord zijn. Gezien de goede ontwatering (grondwatertrap VI) zullen organische resten vergaan zijn, anorganische resten zullen goed bewaard zijn.
RAAP-notitie 5240 / eindversie, 10 februari 2016
[1 2 ]
Plangebied KEM-terrein te Sint-Oedenrode, gemeente Sint-Oedenrode; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek.
3 Veldonderzoek 3.1 Methode Het inventariserend veldonderzoek (IVO) bestond uit een verkennend booronderzoek. Het verkennend veldonderzoek had tot doel het verkrijgen van inzicht in de bodemgesteldheid en mate van bodemverstoring in het plangebied. Daarmee wordt de gespecificeerde archeologische verwachting getoetst en kunnen uitspraken worden gedaan over de gaafheid van eventuele archeologische vindplaatsen. Daartoe zijn vier boringen gezet. Er is geboord tot maximaal 1,9 m -Mv met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm en een gutsboor met een diameter van 3 cm. De boringen zijn tijdens het veldwerk lithologisch conform NEN 5104 (Nederlands Normalisatie-instituut, 1989) digitaal beschreven in het boorbeschrijvingssysteem van RAAP (Deborah2; bijlage 1) en met GPS ingemeten (x/y-coördinaten). Van alle boringen is de hoogte bepaald met behulp van een GPS. De uitgebreide boorbeschrijvingen (inclusief lithologisch profiel) zijn opgenomen in bijlage 1.
3.2 Resultaten Geologie en bodem Tijdens het veldonderzoek zijn in het plangebied twee verschillende bodems aangetroffen. In de boringen 1 en 2 is een verstoord bodemprofiel opgetekend. De verstoring is gerelateerd aan de bodemsanering. De verstoring is in boring 1 minimaal 1,75 m -Mv diep en in boring 2 minimaal 1,2 m -Mv diep. In de boringen 3 en 4 is een hoge zwarte enkeerdgrond aangetroffen. In het gebied is een tot 1 m dik, donkerbruingrijs esdek aanwezig (A-horizont). Onder dit esdek bevindt zich een zwak siltig, matig fijn, lichtgeel zandpakket: de C- horizont. Het archeologisch niveau, de bovenzijde van de C-horizont, bevindt zich op circa 1 m -Mv. Archeologie Tijdens het onderzoek zijn geen archeologische resten gevonden. Een verkennend booronderzoek heeft echter ook niet tot doel deze op te sporen Synthese De resultaten van het veldonderzoek zijn tweeledig (zie figuur 4). In het noordelijke deel van het plangebied is de bodem verstoord. Archeologische resten worden in dit deel van het plangebied niet meer verwacht. In het zuidelijke deel is een relatief onverstoorde bodem aangetroffen. De aangetroffen bodem komt overeen met een hoge zwarte enkeerdgrond. De hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen van landbouwers blijft daarmee gehandhaafd. Het archeologisch vlak bevindt zich vanaf 1 m -Mv.
RAAP-notitie 5240 / eindversie, 10 februari 2016
[1 3 ]
Plangebied KEM-terrein te Sint-Oedenrode, gemeente Sint-Oedenrode; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek.
4 Conclusies en aanbevelingen 4.1 Conclusies In deze paragraaf worden de conclusies gegeven in de vorm van de antwoorden op de specifieke onderzoeksvragen (zie § 1.3). Bureauonderzoek 1.
Hoe ziet de geo(morfo)logische en bodemkundige opbouw van het plangebied eruit? Het plangebied ligt ten westen van een dekzandkop in een dekzandvlakte. De bodem bestaat waarschijnlijk uit een goed ontwaterde, lemige, fijnzandige, hoge zwarte enkeerdgrond. Deze wordt gekenmerkt door een meer dan 50 cm dikke humushoudende bovengrond (esdek).
2.
Welke gegevens met betrekking tot archeologische waarden zijn over het plangebied bekend? Rondom het plangebied zijn vele archeologische vindplaatsen bekend die wijzen op de archeologische rijkdom van het gebied. Het noordelijke deel van het plangebied is op de gemeentelijke beleidskaart gekarteerd als oude kern. Voor het zuidelijke deel geldt een hoge archeologische verwachting voor archeologische vindplaatsen.
3.
Wat was het historisch landgebruik van het plangebied, wat is het landgebruik nu en wat is de invloed daarvan op de (verwachte) archeologie en (bodem)gaafheid? Op historische kaarten is het plangebied afgebeeld als tuin. Ten westen, grenzend aan het plangebied is op historische kaarten het adellijk domein Emmaus afgebeeld. Vanaf het midden van de 19e eeuw stond in het noordelijke deel van het plangebied een particuliere gasfabriek. Het fabrieksterrein en de achterliggende tuinen zijn in de jaren 90 van de 20e eeuw gesaneerd. Door toedoen van landbouwkundig gebruik van het plangebied is ter plaatse een esdek aanwezig. Dit jong afdekkend pakket heeft het prehistorisch loopvlak afgedekt. Archeologische vindplaatsen kunnen onder dit pakket relatief goed bewaard zijn. Op de locatie van de bodemsanering zal het archeologische vlak verstoord zijn. Door de afgraving worden hier geen archeologische resten meer verwacht.
4.
Wat is de gespecificeerde verwachting ten aanzien van nog onbekende archeologische waarden in het gebied? Voor het plangebied geldt een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen (archeologische resten) van landbouwers (Neolithicum t/m Nieuwe tijd).
RAAP-notitie 5240 / eindversie, 10 februari 2016
[1 4 ]
Plangebied KEM-terrein te Sint-Oedenrode, gemeente Sint-Oedenrode; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek.
Verkennend booronderzoek 5.
Stemt de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw in het plangebied overeen met hetgeen op basis van het bureauonderzoek verwacht werd? Overeenstemmend met het bureauonderzoek is tijdens het booronderzoek een hoge zwarte enkeerdgrond aangetroffen. In de boringen 3 en 4 is het donkerbruingrijze esdek circa 1 m dik. In het noordelijke deel, in de boringen 1 en 2, is het bodemprofiel verstoord.
6.
Is de bodemopbouw in (delen van) het plangebied intact en wat zegt dit over de gaafheid van eventuele archeologische resten? In de boringen 3 en 4 is een donkerbruingrijs esdek boven een lichtgele C-horizont aangetroffen. Sporen en resten die ingegraven zijn tot in de C-horizont, kunnen op deze locatie bewaard zijn. Gezien de goede ontwatering, zullen organische resten niet bewaard zijn. Op de locatie van de bodemsanering is het bodemprofiel volledig verstoord. Het archeologisch vlak is door toedoen van de sanering verdwenen.
7.
Op welke diepte bevindt zich de archeologische interessante laag / het niveau waarop archeologische resten bewaard zijn gebleven? Op circa 1 m -Mv bevindt zich de bovenzijde van de C-horizont. Vanaf deze diepte zijn eventuele archeologische sporen goed leesbaar. In het noordelijke deel is de bodem zodanig verstoord dat het archeologisch niveau verdwenen is.
8.
Dient op basis van de resultaten van het veldonderzoek de gespecifieerde archeologische verwachting te worden bijgesteld? Tijdens het veldonderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Verkennend booronderzoek heeft echter ook niet tot doel deze op te sporen. De hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen van landbouwers is wel bevestigd door de aanwezigheid van een hoge zwarte enkeerdgrond in de boringen 3 en 4. In het noordelijke deel van het plangebied is de bodem verstoord (boringen 1 en 2). In dit deel van het plangebied worden geen (relatief intacte) vindplaatsen meer verwacht.
4.2 Aanbevelingen 9.
Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten? In het noordelijke deel van het plangebied is de bodem reeds verstoord. Graafwerkzaamheden zullen op deze locatie dan ook niet verstorend zijn ten opzichte van eventuele archeologische vindplaatsen. In het zuidelijke deel van het plangebied kunnen graafwerkzaamheden die dieper reiken dan het esdek archeologische resten verstoren.
10. Op welke wijze kan bij de planvorming met archeologische resten worden omgegaan? De aanbeveling voor archeologisch vervolgonderzoek is tweeledig. Op de locatie waar de bodem afgegraven is (noordelijke deel plangebied), wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd (figuur 4).
RAAP-notitie 5240 / eindversie, 10 februari 2016
[1 5 ]
Plangebied KEM-terrein te Sint-Oedenrode, gemeente Sint-Oedenrode; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek.
In het zuidelijke deel van het plangebied kunnen bij toekomstige graafwerkzaamheden archeologische vindplaatsen verstoord worden. Indien graafwerkzaamheden dieper dan 80 cm -Mv gepland zijn en planaanpassing niet mogelijk is, adviseert RAAP voor deze zone een vervolgonderzoek in de vorm van waarderend onderzoek. Dit onderzoek kan bestaan uit een proefsleuvenonderzoek en biedt inzicht in de aard, omvang, datering, diepteligging, gaafheid, conservering en waarde van aanwezige archeologische resten. Eventueel kan in overleg met de bevoegde overheid (gemeente) bekeken worden of een archeologische begeleiding van de werkzaamheden tot de mogelijkheden behoort. Een waarderend onderzoek dient uitgevoerd te worden conform een vooraf opgesteld Programma van Eisen (PvE). Het PvE dient te zijn goedgekeurd door de bevoegde overheid. Tot slot Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Om deze te laten bekrachtigen in een selectiebesluit, kan contact worden opgenomen met de bevoegde overheid (gemeente Sint-Oedenrode). RAAP kan u daarbij assisteren. Indien behoud niet mogelijk is kan RAAP u ook uitgebreid adviseren over de mogelijkheden van een nader onderzoek en de daaraan gekoppelde kosten en doorlooptijd. Indien u vragen heeft kunt u contact opnemen met de projectleider van dit project, R. Roggen MA (0495 513 555).
RAAP-notitie 5240 / eindversie, 10 februari 2016
[1 6 ]
Plangebied KEM-terrein te Sint-Oedenrode, gemeente Sint-Oedenrode; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek.
Literatuur R.J.M. van & L. Tebbens, 2007. Archeologiebeleid gemeente Sint Oedenrode. BAAC, ’s-Hertogenbosch. Grontmij nv, 1991. Saneringsonderzoek bodemverontreiniging voormalige gasfabriek aan de Kofferen. Grontmij, Nieuwegein. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. Peeters, M. M., 2012. Plangebied Hugten 19 te Maarheeze, gemeente Cranendonck; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek. RAAPnotitie 4121. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Weerts, H., J. Schokker, K. Rijsdijk & C. Laban, 2006. Geologische overzichtskaart van Nederland. TNO Bouw en Ondergrond, Utrecht.
Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen Figuur 1.
Ligging plangebied (rood); inzet: ligging in Nederland (ster).
Figuur 2.
Geomorfologische kaart met aanduiding van het plangebied (zwarte stippellijn).
Figuur 3.
Bodemkaart met aanduiding van het plangebied (zwarte stippellijn).
Figuur 4.
Resultaten booronderzoek.
Figuur 5. Kaart met Archis2 waarnemingen binnen een straal van 500 m rondom het plangebied (zwarte stippellijn). Figuur 6.
Onderzoeksgebied bodemsanering oude gasfabriek (bron: Grontmij).
Figuur 7.
Uitsnede uit het AHN van de omgeving van het plangebied.
Figuur 8.
Uitsnede uit het Bonneblad circa 1832, met aanduiding van het plangebied (rood omkaderd).
Tabel 1.
Archeologische tijdschaal.
Tabel 2.
Overzicht van de bekende archeologische vindplaatsen in de omgeving van het plangebied.
Tabel 3.
Overzicht van eerder archeologisch onderzoek in de omgeving van het plangebied.
Bijlage 1. Boorbeschrijvingen (inclusief lithologisch profiel).
RAAP-notitie 5240 / eindversie, 10 februari 2016
[1 7 ]