CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlagen BP Vossenbergsesteeg ong en 5 gebundeld

Raadsvergadering 23 mei 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Landelijk gebied, herziening Vossenbergsesteeg ong. en 5, Schijndel'17.836 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Klimaatbestendig en gezond watersysteem: Met het waterbeheer richt het waterschap zich voor een belangrijk deel op het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering (klimaatbestending). Maar ook op het beperken van die gevolgen. Samenwerking, een slimme inrichting van de openbare ruimte en het stimuleren van burgers en bedrijven zijn ingrediënten van de aanpak. 3. Schoon water: De komende jaren werkt het waterschap samen met alle partners aan het verbeteren van de waterkwaliteit. Bij alle zuiveringen optimaliseert het waterschap de processen. Het neemt maatregelen gericht op extra zuivering op stoffen in het water zoals stikstof en fosfor als bijdrage aan het halen van de KRW-doelen (Kaderrichtlijn Water) in het oppervlaktewater (water in sloten en beken) Samen met andere partijen zet het waterschap in op een bronaanpak zodat minder medicijnresten en andere probleemstoffen in het afvalwater terecht komen. Keur Waterschap Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel 2015 De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben nieuwe waterregels vastgesteld. De Keur kent gebods- en verbodsbepalingen die erop gericht zijn watergangen te beschermen. Zo is het in bepaalde gevallen verboden om zonder vergunning water te lozen of te onttrekken aan oppervlaktewater. Ook legt de Keur in sommige gevallen aan burgers een onderhoudsverplichting op.

Daarnaast mag men zonder Keurontheffing geen activiteiten ontplooien of bouwwerken plaatsen die het onderhoud aan watergangen kunnen belemmeren. Dit betekent dat voor bepaalde activiteiten nabij watergangen of met mogelijke invloed op watergangen een ontheffing bij het waterschap moet worden gevraagd. De Keur van het waterschap is enkel van toepassing wanneer direct wordt geloosd naar een oppervlaktelichaam in beheer en eigendom van het waterschap. De Keur is een verordening waarin staat wat wel en niet mag rond watergangen, dijken en grondwater. Voor veel zaken hoeven burgers en bedrijven geen vergunning meer aan te vragen. Een melding aan het Pagina 13 van 22

waterschap volstaat. Alle ingrepen welke een grote impact hebben op belangrijke watergangen en keringen blijven vergunningplichtig. Vanaf 1 maart 2015 geldt de nieuwe keur in de drie waterschappen. Het doel van de regels is om de wateraanvoer en waterafvoer te waarborgen, Noord-Brabant te beschermen tegen overstromingen en de gevolgen van droogte te beperken. In de Keur is een Algemene Regel is een gevoeligheidsfactor opgenomen. Afhankelijk van kenmerken van het beïnvloedingsgebied wordt een gevoeligheidsfactor toegepast. Naarmate de gevoeligheid van een gebied of oppervlaktewatersysteem voor de gevolgen van piekafvoeren lager is, is minder compensatie nodig. Er worden drie waarden voor de gevoeligheidsfactor gehanteerd: ¼, ½ en 1. Het is gezien het globale karakter van de toets niet zinvol hier meer detail in aan te brengen. Welke gevoeligheidsfactor van toepassing is, kan worden afgelezen van de Kaart Algemene Regel afvoer regenwater door verhard oppervlak 2015 (De gevoeligheidsfactoren worden alleen bij de Algemene Regel toegepast. Bij de toepassing van de Beleidsregel (vergunningen) wordt niet gewerkt met een gevoeligheidsfactor maar wordt maatwerk geleverd om de retentie-eis te bepalen.). Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater.

De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. De beleidsterm ‘hydrologisch neutraal’ heeft dan ook vooral betrekking op het zo veel mogelijk (binnen de ontwikkeling) neutraliseren van de negatieve hydrologische gevolgen van (toekomstige) ruimtelijke ontwikkelingen in ruimte en tijd. De ontwikkeling mag geen hydrologische achteruitgang aan de randen van het plangebied ten opzichte van de referentiesituatie tot gevolg hebben: • Er is geen (onvertraagd) toename van de waterafvoer op de rand van het plangebied; • Er mogen geen veranderingen van oppervlaktewaterstanden optreden op de grens van het plangebied en daarbuiten (tenzij veranderingen gewenst zijn); • Er mag geen overlast optreden door extreme neerslag gebeurtenissen. De voorkeursvolgorde bij het nemen van maatregelen tegen wateroverlast gaan uit van het principe water vasthouden dan wel hergebruiken, water bergen en als laatste pas water afvoeren. Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd.

De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn, veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De grenswaarde in de algemene regels voor het compenseren van nieuw verhard oppervlak is aangepast van 2.000 m2 naar 500 m2.

Pagina 14 van 22

3.4.

Gemeentelijk beleid

De gemeente Meierijstad heeft zijn speerpunten m.b.t. de waterhuishouding beschreven in het verbreed gemeentelijk rioleringsplan “Waardevol water in Meierijstad” (2017 t/m 2022). Deze speerpunten worden hieronder kort toegelicht: • Klimaatbestendig inrichten openbaar en particulier gebied, onder andere door het lokaal afkoppelen van verharde oppervlak. • Verhogen waterbewustzijn en stimuleren waterbewust handelen, onder andere door de kennis over waterbeheer te integreren in het onderwijssysteem. • Verduurzamen afvalwaterketen, door gesloten watercirculatiesystemen aan te leggen, het energieverbruik te minimaliseren en energie uit stromend water en afvalwater te halen. • Behalen KRW-doelen, door verbetermaatregelen zo efficiënt mogelijk uit te voeren zonder dat de kwaliteit verloren gaat. • Doelmatig verwerken afvalwater in het buitengebied, bijvoorbeeld door waar haalbaar dubbele riolen aan te leggen • Verhogen belevingswaarde en benutten water voor natuur en recreatie, bijvoorbeeld door de vuilbelasting op oppervlaktewateren te reduceren. • Verder professionaliseren van het stedelijk waterbeheer, bijvoorbeeld door het integreren van meetnetten en het uitvoeren van stresstesten. • Samenwerken bijvoorbeeld door samenwerktingsactiviteiten te organiseren en continue te streven naar verbetering in de communicatie naar burgers.

Pagina 15 van 22

4.

Waterhuishouding

Om de waterbelangen in een zo vroeg mogelijk stadium in beeld te hebben heeft het waterschap de Watertoets ontwikkeld. In het kader van het watertoetsproces worden hierbij de relevante en beschikbare wateraspecten bekeken.

4.1.

Geohydrologie

Globale hoogteligging De onderzoekslocatie heeft een globale hoogteligging van 7,4 m+NAP. Op figuur 5 is te zien dat er nagenoeg geen hoogteverschil aanwezig is.

7,6 m 7,5 m

7,4 m

7,4 m

7,3 m

7,5 m 7,3 m

7,3 m 7,4 m

7,9 m 7,5 m 7,9 m

Figuur 6. Hoogteverschil onderzoekslocatie (bron: Ahn) Regionale bodemopbouw De gegevens van de bodemsamenstelling en de hydrologische gegevens zijn verkregen uit DINOloket. Vanaf maaiveld tot circa 27,4 m-mv bestaat de bodem uit de formatie van Boxtel (zand, zeer fijn tot zeer grof, lokaal kleiig, grindig of humeus; leem, lokaal zandig, lokaal humeus; klei, siltig tot zandig; veen, klei). Pagina 16 van 22

Hieronder is tot circa 31,5 m-mv de formatie van Beegden (zand, matig grof tot uiterst grof, lokaal grindig; grind, fijn tot grof, lokaal zandig; stenen; keien; blokken; klei, lokaal siltig tot zandig) aanwezig. Geohydrologie Naar opgave van de provincie Noord-Brabant ligt het onderzoeksgebied niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Op de onderzoekslocatie wordt voor zover bekend geen grondwater onttrokken. Het aanwezig zijn van ongeregistreerde onttrekkingen in de directe omgeving is niet bekend en wordt derhalve niet uitgesloten. Kwel en infiltratie In de Digitale Wateratlas is te herleiden dat er op de locatie sprake is van enige wegzijging (0,1-0,5 mm/dag). Oppervlaktewater in de omgeving Op basis van de vastgestelde legger is geconstateerd dat de locatie is gelegen nabij een B-watergang. Zie ook de onderstaande uitsneden in figuur 7 en 8.

Figuur 7. Ligging onderzoekslocatie (Bron: Vastgestelde Legger Oppervlaktewater Waterschap Aa en Maas)

Regenwater en overige neerslag Het plangebied is gelegen in het noordoostelijk deel van Schijndel. Hemelwater dat op de onderzoekslocatie valt infiltreert in de bodem. Voor zover bekend is er doorgaans geen sprake van wateroverlast op of in de omgeving van de onderzoekslocatie. Gemiddelde grondwaterstand De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) wordt aangegeven in de Klimaateffectatlas op 1,0-1,5 mmv. de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) wordt aangegeven op 1,5-2,0 m-mv.

Pagina 17 van 22

De BRO Grondwaterspiegeldiepte 2023-1 op dinoloket.nl geeft aan dat de GHG op de onderzoekslocatie gemiddeld op circa 0,46 m-mv is gelegen.

Figuur 8. kaart met gemiddeld hoogste grondwaterstand

De GLG wordt aangegeven op circa 1,53 m-mv.

4.2

Overige aspecten

Afvalwater Binnen het plangebied komt in de huidige situatie geen afvalwater vrij. Voor de toekomstige bebouwing zal nieuwe riolering aangelegd moeten worden. Bodemkwaliteit Op 5 augustus 2022 is er een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de bodem geen bijzonderheden waargenomen die duiden op een mogelijke verontreiniging. Analytisch zijn in de grond geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarde. In het grondwater zijn nikkel, barium en tetrachlooretheen in een concentratie boven de streefwaarde aangetroffen. De aangetoonde concentraties zijn gering en vormen geen aanleiding tot vervolgonderzoek.

Pagina 18 van 22

5.

Wateradvies

5.1

Bevoegd gezag

Volgens het beleid van waterschap Aa en Maas dient, in bepaalde gevallen, de benodigde compensatie te worden berekend.

5.2

Dimensionering infiltratie of bergingsvoorziening

De watertoets wordt uitgevoerd in verband met de voorgenomen woningbouw op de onderzoekslocatie. In de toekomstige situatie zal de verhardingssituatie veranderen. De hemelwatervoorziening dient dan ook aangepast te worden aan de nieuwe inrichting. In de hemelwatervoorziening wordt het hemelwater afkomstig van het terrein geborgen. Tabel 2. verhardingssituatie huidige en toekomstige situatie Huidige m2 (circa)

Toekomstig m2 (circa)

Verschil m2 (circa)

Bebouwing

-

328

+328

Verharding

-

1.040

+1.040

Onverhard

7.258

4.504

-2.754

Totaal plangebied

7.258

7.258

-/-

De ontwikkeling op de locatie heeft, zoals blijkt uit de tabel, tot gevolg dat het verhard oppervlak toeneemt met circa 1.368 m2. Gezien er nieuwbouw gerealiseerd gaat worden stelt het bevoegd gezag dat dit op hydrologisch neutrale manier ontwikkeld dient te worden en er eveneens compenserende voorzieningen dienen te worden gerealiseerd. Voor het toekomstige verhard oppervlak wordt de vereiste compensatie berekend door het toekomstige verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm (0,06 m) en met de plaatselijke gevoeligheidsfactor (1). Daaruit volgt de omvang van de vereiste compensatie in kubieke meters (m3). De benodigde compensatie bedraagt 82 m3 (1.368 m2 x 0,06 x 1). Gezien de ruimtelijke indeling van de percelen zal er in de toekomstige situatie voldoende ruimte beschikbaar zijn om invulling te geven aan de bergingseis. Gedacht kan worden aan het graven van bijvoorbeeld een wadi, vijver of greppel. Door het aanleggen van bijvoorbeeld een van de bovengenoemde voorzieningen wordt invulling gegeven aan de bergingseis van het waterschap en hydrologisch neutraal ontwikkelt. De oprit naar de woningen zal over de B-watergang geplaatst worden. Bij het plaatsen van de duiker zal rekening worden gehouden met Algemene Regel 10 van het waterschap Aa en Maas

Pagina 19 van 22

6.

Uitgangspunten en randvoorwaarden

Hierna worden de overige uitgangspunten aangegeven voor de infiltratie- of bergingsvoorziening. Wateroverlast Om wateroverlast op de locatie en de omgeving te voorkomen moet men rekening houden met: ▪ het afstromende hemelwater wordt zoveel mogelijk oppervlakkig (bovengronds) naar de infiltratie- of bergingsvoorziening afgevoerd; ▪ wateroverlast ter plaatse van de toekomstige bebouwing wordt mede voorkomen door een drempelhoogte van enkele decimeters boven maaiveld. Hemelwater zal zo in geen geval de panden instromen; ▪ indien wenselijk dient een overstortvoorziening naar het riool of oppervlaktewater opgenomen te worden om overlast te voorkomen tijdens extreem weer. Milieuhygiënische voorwaarden Om neerslag die van de daken en overige verharde oppervlakken afstroomt te mogen infiltreren/bergen, dient onder meer aan de volgende voorwaarden te worden voldaan: ▪ vereist is de toepassing van niet-uitloogbare bouwmaterialen als kunststoffen en geen zink, lood, koper of asfalt. Staal, aluminium en zink voorzien van een duurzame coating kan wel worden toegepast. Hierbij ontstaan geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBomaatregelen); ▪ neerslag van (afgekoppelde) verhardingen zoals opritten en/of terrassen bij woningen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.

Bij de communicatie met de toekomstige bewoners van het plangebied moet duidelijk worden gewezen op de risico’s van het toepassen van chemicaliën en dergelijke, en de gevolgen van het niet naleven van deze regels; ▪ het is nooit toegestaan afvalwater in de bodem te infiltreren of via infiltratievoorzieningen in de bodem te lozen. Onderhoud en vervuiling Om de werking van de infiltratie- of bergingsvoorziening in stand te houden dient men rekening te houden met: ▪ regelmatig onderhoud van de aanvoer- en afvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen blijven functioneren; ▪ het is onwenselijk chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de verharde oppervlakken. Het is niet wenselijk tijdens gladheid door bevriezing of sneeuwval zout en dergelijke gladheidbestrijdingsmiddelen op de bestrating en parkeerplaatsen e.d. toe te passen. Een alternatief kan zand zijn; ▪ Op de afgekoppelde “buitenverhardingen” mogen geen handelingen worden uitgevoerd die vervuiling van het oppervlak veroorzaken. Wil men toch buitenactiviteiten verrichten waarbij vervuiling van verhard oppervlak ontstaat bv.

het reinigen van voertuigen of het schoonmaken van onderdelen, dan moet het gedeelte waar deze activiteit(en) plaatsvindt voorzien worden van de juiste bodembeschermende maatregelen (Nederlandse Richtlijn voor Bodembescherming). Dit betekent dat het vrijkomende afvalwater al dan niet via een olie/benzine-afscheider of andere noodzakelijke (reiniging)voorziening naar het afvalwaterriool (DWA-riool) moet worden getransporteerd of geloosd, en niet in de bodem mag worden geïnfiltreerd of op oppervlaktewater worden geloosd. ▪ het is aan te bevelen de kwaliteit van de te lozen neerslag (in de loop van de tijd) te monitoren.

Pagina 20 van 22

Communicatie Het is belangrijk om een grote betrokkenheid van de (aanstaande) gebruikers/eigenaren op te bouwen ten aanzien van de waterhuishouding en het milieu. Zo zal uitgelegd moeten worden waarom geen auto’s mogen worden gewassen op de parkeerplaatsen (ook privé plaatsen), geen chemische onkruidbestrijdingsmiddelen mogen worden toegepast en geen zout gebruikt wordt bij gladheidbestrijding et cetera. Ook het in stand houden en onderhoud van de voorzieningen zijn essentiële aandachtspunten, in het bijzonder voor de eigenaren/gebruikers van het plangebied. Een en ander zal in een zo vroeg mogelijk stadium met de eigenaren/gebruikers moeten worden besproken. Ook de juridische aspecten van afkoppelen en wat erbij komt kijken, moeten helder naar eigenaren en gebruikers worden gecommuniceerd en op schrift worden gesteld. Verantwoordelijkheden moeten vooraf worden vastgelegd.

Pagina 21 van 22

7.

Samenvatting en conclusies

Op 26 juli 2022 heeft MILON bv te Veghel schriftelijk opdracht gekregen van de initiatiefnemer, voor het uitvoeren van een watertoets. De onderzoekslocatie is gelegen ter plaatse van de Vossenbergsesteeg ong. te Schijndel. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Onderzoekslocatie De onderzoekslocatie is gelegen aan de Vossenbergsesteeg te Schijndel, aan de overzijde van de weg ter hoogte van huisnummer 13 en 15. De onderzoekslocatie is volledig braakliggend en agrarisch in gebruik. De omgeving bestaat overwegend uit agrarisch gebied met woonbebouwing. De bebouwde kom van Schijndel is ten zuiden van de onderzoekslocatie gelegen. Watertoets De aanleiding voor het uitvoeren van de watertoets wordt gevormd door de voorgenomen ontwikkeling op de locatie. Initiatiefnemer is voornemens twee woonhuizen te realiseren op de onderzoekslocatie. Het ontwerpplan is op dit moment nog niet bekend. Derhalve is voor de bepaling van het verhard oppervlak gebruik wordt gemaakt van gemiddelde maatvoeringen. De ontwikkeling op de locatie heeft, zoals blijkt uit de tabel, tot gevolg dat het verhard oppervlak toeneemt met circa 1.368 m2.

Gezien er nieuwbouw gerealiseerd gaat worden stelt het bevoegd gezag dat dit op hydrologisch neutrale manier ontwikkeld dient te worden en er eveneens compenserende voorzieningen dienen te worden gerealiseerd. Voor het toekomstige verhard oppervlak wordt de vereiste compensatie berekend door het toekomstige verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm (0,06 m) en met de plaatselijke gevoeligheidsfactor (1). Daaruit volgt de omvang van de vereiste compensatie in kubieke meters (m3). De benodigde compensatie bedraagt 82 m3 (1.368 m2 x 0,06 x 1). Gezien de ruimtelijke indeling van de percelen zal er in de toekomstige situatie voldoende ruimte beschikbaar zijn om invulling te geven aan de bergingseis. Gedacht kan worden aan het graven van bijvoorbeeld een wadi, vijver of greppel. Door het aanleggen van bijvoorbeeld een van de bovengenoemde voorzieningen wordt invulling gegeven aan de bergingseis van het waterschap en hydrologisch neutraal ontwikkelt.

Pagina 22 van 22

Bijlage 1

Topografische overzichtskaart met ligging onderzoekslocatie Deze kaart is noordgericht

Ligging onderzoekslocatie

Bijlage 2

Projectnaam:

vossenbergsesteeg ong. Schijndel

Plaatsnaam:

Schijndel

Projectcode:

20221674

Projectleider:

Jos van Gemert

Pagina:

1 van 4

Boring 01

Boring 02

Datum: 5-8-2022 Veldwerker:

Datum: 5-8-2022

Shadi Kaskas

Veldwerker: 0

0

50

50

50

50

2 70

3 100

100

100

100

Leem, zwak zandig, neutraalgrijs, Edelmanboor

3

4

150

150

4

200

200

Leem, zwak zandig, zwak humeus, donker grijsbeige, Edelmanboor

200

Leem, sterk zandig, licht beigegrijs, Zuigerboor

250

250

Zand, matig fijn, sterk siltig, neutraalgrijs, Zuigerboor

250

Zand, matig fijn, sterk siltig, neutraal beigegrijs, Zuigerboor

300

350

300

350

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor Leem, zwak zandig, neutraalgrijs, Edelmanboor

5

200

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig roesthoudend, donker beigeoranje, Edelmanboor

150

150

Leem, zwak zandig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

akker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

Zand, matig fijn, zwak siltig, resten roest, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

2

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

Shadi Kaskas

akker

350

350

Projectnaam:

vossenbergsesteeg ong. Schijndel

Plaatsnaam:

Schijndel

Projectcode:

20221674

Projectleider:

Jos van Gemert

Pagina:

2 van 4

Boring 03

Boring 04

Datum: 5-8-2022 Veldwerker:

Datum: 5-8-2022

Shadi Kaskas

Veldwerker: 0

0

1 40

50

2 80

3 100

100

Shadi Kaskas

akker

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig roesthoudend, donker beigeoranje, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor

150

50

50

100

3 120

150

200

200

200

Boring 06

Datum: 5-8-2022

Datum: 5-8-2022

Shadi Kaskas

Veldwerker: 0

0

1 40

2 60

3 100

100

5 170

6 200

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, neutraal beigeoranje, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor

150

150

Shadi Kaskas

akker

50

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, resten roest, neutraal beigeoranje, Edelmanboor

2

100

100

Leem, zwak zandig, lichtgrijs, Edelmanboor

3

150

150

Leem, zwak zandig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor Leem, zwak zandig, neutraalgrijs, Edelmanboor

akker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

Leem, zwak zandig, neutraalgrijs, Edelmanboor

4

200

Leem, zwak zandig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

5

Boring 05

50

Leem, zwak zandig, neutraalgrijs, Zuigerboor

4

5

Veldwerker:

Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, licht grijsbeige, Edelmanboor

2

150

200

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

Leem, zwak zandig, neutraalgrijs, Edelmanboor

4

akker

Leem, zwak zandig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

4

200

200

Projectnaam:

vossenbergsesteeg ong. Schijndel

Plaatsnaam:

Schijndel

Projectcode:

20221674

Projectleider:

Jos van Gemert

Pagina:

3 van 4

Boring 07

Boring 08

Datum: 5-8-2022 Veldwerker:

Datum: 5-8-2022

Shadi Kaskas

Veldwerker: 0

0

50

50

Boring 10

Datum: 5-8-2022

Datum: 5-8-2022

Shadi Kaskas

Veldwerker: 0

0

Shadi Kaskas

akker

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

1 30

2 50

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig roesthoudend, neutraal beigeoranje, Edelmanboor

Datum: 5-8-2022

Shadi Kaskas

Veldwerker: 0

0

1 30

2 50

50

Shadi Kaskas

akker

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig roesthoudend, neutraal beigeoranje, Edelmanboor

Boring 13

akker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

50

50

Boring 14

Datum: 5-8-2022

Datum: 5-8-2022

Shadi Kaskas

Veldwerker: 0

0

50

Shadi Kaskas

akker

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

50

akker

Boring 12

Datum: 5-8-2022

Veldwerker:

50

50

Boring 11

Veldwerker:

akker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

50

Boring 09

Veldwerker:

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

50

Shadi Kaskas

akker

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

50

akker

50

Projectnaam:

vossenbergsesteeg ong. Schijndel

Plaatsnaam:

Schijndel

Projectcode:

20221674

Projectleider:

Jos van Gemert

Pagina:

4 van 4

Boring 15

Boring 16

Datum: 5-8-2022 Veldwerker:

Datum: 5-8-2022

Shadi Kaskas

Veldwerker: 0

0

50

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, neutraal beigeoranje, Edelmanboor

Datum: 5-8-2022

Shadi Kaskas

Veldwerker: 0

0

Datum: 5-8-2022 Shadi Kaskas 0

akker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

50

akker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

50

Boring 19

0

0

0

50

50

Shadi Kaskas

akker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

50

40

2

akker

Boring 18

Datum: 5-8-2022

Veldwerker:

1

50

Boring 17

Veldwerker:

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

50

Shadi Kaskas

akker

50

Watertoets ter plaatse van de Vossenbergsesteeg 5 te Schijndel

Titel Opdrachtgever Adviesbureau

Watertoets ter plaatse van de Vossenbergsesteeg 5 te Schijndel

Van Doorn Infra BV Vossenbergsesteeg 5 5482 WE Schijndel

MILON bv Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel

Titel:

Watertoets ter plaatse van de Vossenbergsesteeg 5 te Schijndel

Status:

definitief

Datum:

3 maart 2023

Opdrachtgever:

Contactpersoon: Telefoonnummer: E-mail:

Van Doorn Infra BV Vossenbergsesteeg 5 5482 WE Schijndel de heer J. van Doorn 073-5492143 jan@vandoorninfra.nl

Projectnummer:

20171882AC

Auteur: Projectleider: Telefoonnummer: E-mail: Website:

Job Tijssen Job Tijssen 073-5477253 info@milon.nl/job@milon.nl www.milon.nl

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of MILON bv. Op al onze leveringen en diensten zijn de RVOI-2001 en de algemene aanvullende voorwaarden van MILON bv van toepassing. Beide sets algemene voorwaarden zijn te raadplegen en te downloaden via www.milon.nl/algemene-voorwaarden. MILON bv is gecertificeerd conform ISO 9001 en VCA**, voldoet aan niveau 3 op de CO2 prestatieladder en is erkend door het ministerie van IenW voor: ▪ BRL SIKB 1000 “Monsterneming voor partijkeuringen”, protocol 1001, 1002 en 1003; ▪ BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”, protocol 2001, 2002, 2003 en 2018; ▪ BRL SIKB 6000 “Milieukundige begeleiding van (water)bodemsaneringen, ingrepen in de waterbodem en nazorg” en protocol 6001 (processturing en verificatie).

Inhoudsopgave 1. Inleiding ............................................................................................................... 3 1.1. Opdrachtverlening ............................................................................................................. 3 1.2. Aanleiding ............................................................................................................................. 3 1.3. Doel ......................................................................................................................................... 3 1.4. Betrouwbaarheid ................................................................................................................ 3 2. Onderzoekslocatie .............................................................................................. 4 2.1. Locatiegegevens ................................................................................................................. 4 2.2. Ruimtelijk plan of voornemen ....................................................................................... 5 3. Beleid watertoets ................................................................................................ 7 3.1. Rijksoverheid ........................................................................................................................ 7 3.2.

Provinciaal beleid ............................................................................................................... 8 3.3. Waterschapsbeleid ............................................................................................................ 8 3.4. Gemeentelijk beleid ........................................................................................................ 11 4. Waterhuishouding ............................................................................................12 4.1. Geohydrologie ................................................................................................................... 12 4.2 Overige aspecten ................................................................................................................... 13 5. Wateradvies.......................................................................................................14 5.1 Bevoegd gezag.................................................................................................................. 14 5.2 Dimensionering infiltratie of bergingsvoorziening ............................................. 14 6. Uitgangspunten en randvoorwaarden ............................................................16 7. Samenvatting en conclusies .............................................................................18

Bijlagen 1. Topografische overzichtskaart met ligging onderzoekslocatie 2. Ligging bergingsvoorziening 3. Situatietekening met boorpunten en boorstaten

1.

Inleiding

1.1.

Opdrachtverlening

Op 7 mei 2018 heeft MILON bv te Meierijstad schriftelijk opdracht gekregen van de heer J. van Doorn, namens Van Doorn Infra BV te Schijndel, voor het uitvoeren van een watertoets. De onderzoekslocatie is gelegen ter plaatse van de Vossenbergsesteeg 5 te Schijndel. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden.

1.2.

Aanleiding

De initiatiefnemer heeft het voornemen om op het perceel een Vlaamse schuur te realiseren.

1.3.

Doel

De watertoets heeft als doel om water als ordenend principe een rol te laten spelen bij ruimtelijke plannen en besluiten, door alle relevante waterhuishoudkundige aspecten vroegtijdig te betrekken bij de planvorming.

1.4.

Betrouwbaarheid

Het onderzoek is onafhankelijk uitgevoerd. MILON bv is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever. Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. MILON bv acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade.

Pagina 3 van 18

2.

Onderzoekslocatie

2.1.

Locatiegegevens

De onderzoekslocatie bevindt zich aan de Vossenbergsesteeg 5, ten noorden van de kern van Schijndel. Kadastraal is het perceel bekend als gemeente Schijndel, sectie N, nummer 174, 178, 179 en 684. De oppervlakte van de onderzoekslocatie is circa 1.750 m2. De onderzoekslocatie is het bedrijf Van Doorn Infra BV gevestigd en een stoeterij, welke beide worden gerund door de opdrachtgever. De locatie is gedeeltelijk bebouwd met een woonboerderij, bedrijfsschuren, enkele stallen, een paardenrijbak en een kantoor. Tevens zijn er enkele visvijvers aangelegd . Het terrein is gedeeltelijk verhard met klinkers en stoeptegels. De toekomstige Vlaamse schuur heeft een oppervlak van 465 m2. In afbeelding 1 zijn overzichtsfoto’s toegevoegd van de locatie.

Afbeelding 1: Overzichtsfoto onderzoekslocatie (foto’s MILON 2018). In onderstaande afbeelding wordt een luchtfoto van de onderzoekslocatie getoond

Pagina 4 van 18

Overig terrein en omgeving De Vossenbergsesteeg is aan de zuidzijde van het perceel gelegen. De omgeving wordt rondom gekenmerkt door met name graslanden in het buitengebied en aan de Vossenbergsesteeg gelegen woningen met (agrarische) bedrijvigheid Voormalig gebruik Volgens historisch topografisch kaartmateriaal en Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG viewer) dateert het woonhuis van 1984. De achtergelegen schuur is in 1997 gebouwd. De onderzoekslocatie ligt in het gebied genaamd de Vossenberg en de directe omgeving bestaat voornamelijk uit weiland. De ten zuiden gelegen woonwijk dateert van 1988. Op de locatie zijn verder geen bijzonderheden aanwezig. Voor zover bekend zijn op de locatie geen brandstoftanks of andere verdachte locaties aanwezig geweest. Op het perceel hebben, voor zover bekend, geen calamiteiten plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd is geraakt. De locatie heeft een hoge archeologische verwachting en zijn er geen aanwijzingen voor het treffen van (niet gesprongen) conventionele explosieven

2.2.

Ruimtelijk plan of voornemen

De opdrachtgever heeft het voornemen een Vlaamse Schuur realiseren op het perceel. Op onderstaande is de beoogde locatie voor de Vlaamse schuur.

Afbeelding 2: bedrijfsterrein met beoogde locatie Vlaamse Schuur

Pagina 5 van 18

De locatie waar de Vlaamse schuur gesitueerd zal worden is in de huidige situatie reeds verhard met stelcon platen en klinkers. In onderstaande tabel is weergegeven hoe de verhardingssituatie er in de huidige en toekomstige situatie uitziet. Tabel 1: verhardingssituatie huidige en toekomstige situatie Huidige m2 (circa)

Toekomstig m2 (circa)

Vlaamse schuur

0

465

Verharding (klinkers/stelcon)

465

0

Totaal onderzoekslocatie

465

465

Toename van verhard oppervlak

0

0

De ontwikkeling op de onderzoekslocatie heeft, zoals blijkt uit de tabel, tot gevolg dat het verhard oppervlak gelijk blijft.

Pagina 6 van 18

3.

Beleid watertoets

De wetgeving en het beleidskader spelen een belangrijke rol in het doorlopen van de watertoetsprocedure. Uit de beleidsstukken van de overheden blijkt welke eisen en wensen ze hebben en welk belang ze hebben bij een goed beheersbaar watersysteem.

3.1.

Rijksoverheid

Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden, waarmee een achttal wetten is samengevoegd tot één wet. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet richt zich op de zorg voor waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterfuncties (zoals de drinkwatervoorziening). De wet biedt de basis voor het stellen van normen ten aanzien van deze onderwerpen. Verder bevat de wet regelingen voor het beheer van water. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning. Minstens zo belangrijk is dat zoveel mogelijk activiteiten onder algemene regels vallen. In de regel komt dit neer op een meldingsplicht in plaats van een vergunningenprocedure. Niet alles is in algemene regels vast te leggen en voor deze activiteiten in, op, onder of over watersystemen is er de watervergunning. De Wet gemeentelijke watertaken is onderdeel van de Waterwet.

In deze Wet heeft de gemeente de zorgplicht gekregen voor: Het doelmatig inzamelen en verwerken van overtollig afvloeiend hemelwater; Het doelmatig nemen van maatregelen in openbaar gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In de Wet milieubeheer is de derde zorgplicht voor de gemeente opgenomen. De gemeente dient zorg te dragen voor het inzamelen transporteren van stedelijk afvalwater. Wet ruimtelijke ordening en de watertoets De watertoets is per 1 november 2003 wettelijk verplicht (en vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening). De watertoets betekent dat ruimtelijke plannen (waaronder bestemmingsplannen) die vanaf deze datum ter inzage worden gelegd, voorzien moeten zijn van een waterparagraaf. Ruimtelijke plannen van de initiatiefnemer (bijv. gemeente of projectontwikkelaar) worden overlegd met de waterbeheerder. In de waterparagraaf geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant.

In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied geeft de initiatiefnemer expliciet aan welke rol de kosten en risico's van verdroging, verzilting, overstroming en overlast hebben gespeeld bij de besluitvorming. De waterparagraaf grijpt zichtbaar terug op de afsprakennotitie en het wateradvies. Nationaal Waterprogramma 2022-2027 Het programma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast voor de periode 2022-2027 om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterprogramma richt zich op schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Belangrijke punten uit het nationaal waterprogramma zijn: Pagina 7 van 18

• Eerst vasthouden, dan bergen en dan pas afvoeren; • Hemelwater zo veel mogelijk afkoppelen, mits schoon (anders eerst zuiveren); • Uitbreiding van verhard oppervlak zo veel mogelijk compenseren met hectares oppervlaktewater. Met deze punten zal rekening gehouden worden bij de uitvoering van de plannen. Nationaal Bestuursakkoord Water Met het NBW-Actueel (2008) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord. Een actualisatie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) uit 2003 komt voort uit de invoering van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), de noodzaak tot het aanscherping van een aantal begrippen en het beschikbaar komen van nieuwe klimaatscenario's. Ook is een nieuwe fase aangebroken in het samenwerkingsproces, waarbij het zwaartepunt verschuift van planvorming naar uitvoering. Het NBW is een uitwerking van de uitvoering van waterbeleid 21e eeuw (WB21) en de KRW. De belangrijkste doelen en taken zijn: • het teveel (overlast) of tekort (onderlast) aan water aanpakken; • verbetering van de waterkwaliteit.

3.2.

Provinciaal beleid

Regionaal Water en Bodem Programma Het Regionaal Water en Bodem Programma 2022–2027 (RWP) is de strategische basis voor het Brabantse water- en bodembeleid en -beheer voor de korte en de lange termijn, rekening houdend met Europese, landelijke, provinciale en regionale doelen, duurzaamheid en klimaatveranderingen. Het Regionaal Water en Bodem Programma 2022–2027 integreert de milieu- en de wateropgave. Doel van dit nieuwe RWP is: een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Deze opgaven zijn ook van belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven: wonen en werken, infrastructuur en mobiliteit, landbouw en voedsel, natuur en biodiversiteit, erfgoed, een concurrerende en duurzame economie, en de energietransitie. De ambitie van het RWP luidt: ‘Brabant heeft in 2050 een klimaatbestendig en veerkrachtig water- en bodemsysteem en is bestand tegen extremen’. Om deze ambitie te bereiken werkt het RWP 5 beleidsopgaven uit: 1. Voldoende water (o.a. Europese KRW-doelen); 2. Schoon water (o.a. Europese KRW-doelen); 3. Waterveiligheid; 4. Vitale bodem; 5. Klimaatadaptatie Interim Omgevingsverordening De Interim Omgevingsverordening vervangt onder meer de Verordening ruimte, Verordening water en Provinciale milieuverordening.

In de Interim Omgevingsverordening staan regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen. Zo zijn er de waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden in opgenomen en worden gebieden aangewezen als reserveringsgebied voor waterberging.

Pagina 8 van 18

Deze gebieden worden ingezet om wateroverlast uit regionale watersystemen (beken, waterlopen) tegen te gaan. Voorts zijn normen opgenomen voor regionale waterkeringen, wateroverlast, de beoordeling van de waterveiligheid, afspraken over het beheer van wateren, waterwegen en waterkeringen, peilbesluiten en planvorming. Ook zijn milieuregels opgenomen die het drinkwater moeten beschermen. Het grondwater rond de Brabantse drinkwaterwinningen worden beschermd met speciale zones, waarbinnen bepaalde activiteiten beperkt of niet zijn toegestaan zonder vergunning. Verordening water Noord-Brabant In de Provinciale verordening water Noord-Brabant heeft de provincie normen opgenomen voor regionale waterkeringen, wateroverlast, de beoordeling van de waterveiligheid, afspraken over het beheer van wateren, waterwegen en waterkeringen, peilbesluiten en planvorming. Provinciale milieuverordening Noord-Brabant (PMV) In de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant 2010 (PMV) zijn milieuregels opgenomen die het drinkwater moeten beschermen. Het grondwater rond de Brabantse drinkwaterwinningen wordt beschermd met speciale zones, waarbinnen bepaalde activiteiten beperkt of niet zijn toegestaan zonder vergunning.

3.3.

Waterschapsbeleid

Waterbeheerplan 2022-2027 Het waterbeheerprogramma beschrijft de doelen van Waterschap Aa en Maas voor de periode 20222027. Het plan is afgestemd op de ontwikkeling van het Nationaal Waterprogramma, het Regionaal Water en Bodem Programma en het Stroomgebiedsbeheerplan. Het waterbeheerprogramma komt voort uit afspraken in de Omgevingswet. Er worden thema’s uitgewerkt zoals klimaat en de inrichting van de ruimte en economische activiteiten. Met het Waterbeheerprogramma werkt het waterschap samen met andere organisaties aan een klimaatbestendig en veerkrachtig waterbeheer. Dat waterbeheer draagt bij aan een duurzame ontwikkeling van het werkgebied en daarbuiten. Om dit te bereiken heeft het waterschap de volgende drie programma’s uitgewerkt 1. Waterveiligheid: Door in de programmaperiode de dijken te versterken en te onderhouden, zorgt het waterschap ervoor dat de dijken voldoen aan de normen. De komende jaren staan er enkele dijkverbeteringsprojecten op het programma. Maar aandacht voor dijken alleen is niet voldoende. Ook de ruimtelijke inrichting van Midden- en West-Brabant en adequaat optreden als zich een crisis voordoet (crisisbeheersing) zijn bepalend voor het beperken van overstromingsrisico’s. 2.

Klimaatbestendig en gezond watersysteem: Met het waterbeheer richt het waterschap zich voor een belangrijk deel op het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering (klimaatbestending). Maar ook op het beperken van die gevolgen. Samenwerking, een slimme inrichting van de openbare ruimte en het stimuleren van burgers en bedrijven zijn ingrediënten van de aanpak. 3. Schoon water: De komende jaren werkt het waterschap samen met alle partners aan het verbeteren van de waterkwaliteit. Bij alle zuiveringen optimaliseert het waterschap de processen. Het neemt maatregelen Pagina 9 van 18

gericht op extra zuivering op stoffen in het water zoals stikstof en fosfor als bijdrage aan het halen van de KRW-doelen (Kaderrichtlijn Water) in het oppervlaktewater (water in sloten en beken) Samen met andere partijen zet het waterschap in op een bronaanpak zodat minder medicijnresten en andere probleemstoffen in het afvalwater terecht komen. Keur Waterschap Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel 2015 De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben nieuwe waterregels vastgesteld. De Keur kent gebods- en verbodsbepalingen die erop gericht zijn watergangen te beschermen. Zo is het in bepaalde gevallen verboden om zonder vergunning water te lozen of te onttrekken aan oppervlaktewater. Ook legt de Keur in sommige gevallen aan burgers een onderhoudsverplichting op. Daarnaast mag men zonder Keurontheffing geen activiteiten ontplooien of bouwwerken plaatsen die het onderhoud aan watergangen kunnen belemmeren. Dit betekent dat voor bepaalde activiteiten nabij watergangen of met mogelijke invloed op watergangen een ontheffing bij het waterschap moet worden gevraagd. De Keur van het waterschap is enkel van toepassing wanneer direct wordt geloosd naar een oppervlaktelichaam in beheer en eigendom van het waterschap. De Keur is een verordening waarin staat wat wel en niet mag rond watergangen, dijken en grondwater.

Voor veel zaken hoeven burgers en bedrijven geen vergunning meer aan te vragen. Een melding aan het waterschap volstaat. Alle ingrepen welke een grote impact hebben op belangrijke watergangen en keringen blijven vergunningplichtig. Vanaf 1 maart 2015 geldt de nieuwe keur in de drie waterschappen. Het doel van de regels is om de wateraanvoer en waterafvoer te waarborgen, Noord-Brabant te beschermen tegen overstromingen en de gevolgen van droogte te beperken. In de Keur is een Algemene Regel is een gevoeligheidsfactor opgenomen. Afhankelijk van kenmerken van het beïnvloedingsgebied wordt een gevoeligheidsfactor toegepast. Naarmate de gevoeligheid van een gebied of oppervlaktewatersysteem voor de gevolgen van piekafvoeren lager is, is minder compensatie nodig. Er worden drie waarden voor de gevoeligheidsfactor gehanteerd: ¼, ½ en 1. Het is gezien het globale karakter van de toets niet zinvol hier meer detail in aan te brengen. Welke gevoeligheidsfactor van toepassing is, kan worden afgelezen van de Kaart Algemene Regel afvoer regenwater door verhard oppervlak 2015 (De gevoeligheidsfactoren worden alleen bij de Algemene Regel toegepast. Bij de toepassing van de Beleidsregel (vergunningen) wordt niet gewerkt met een gevoeligheidsfactor maar wordt maatwerk geleverd om de retentie-eis te bepalen.).

Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater. De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. De beleidsterm ‘hydrologisch neutraal’ heeft dan ook vooral betrekking op het zo veel mogelijk (binnen de ontwikkeling) neutraliseren van de negatieve hydrologische gevolgen van (toekomstige) ruimtelijke ontwikkelingen in ruimte en tijd. De ontwikkeling mag geen hydrologische achteruitgang aan de randen van het plangebied ten opzichte van de referentiesituatie tot gevolg hebben: • Er is geen (onvertraagd) toename van de waterafvoer op de rand van het plangebied; • Er mogen geen veranderingen van oppervlaktewaterstanden optreden op de grens van het plangebied en daarbuiten (tenzij veranderingen gewenst zijn); • Er mag geen overlast optreden door extreme neerslag gebeurtenissen.

Pagina 10 van 18

De voorkeursvolgorde bij het nemen van maatregelen tegen wateroverlast gaan uit van het principe water vasthouden dan wel hergebruiken, water bergen en als laatste pas water afvoeren. Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn, veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De grenswaarde in de algemene regels voor het compenseren van nieuw verhard oppervlak is aangepast van 2.000 m 2 naar 500 m2.

3.4.

Gemeentelijk beleid

De gemeente Meierijstad heeft zijn speerpunten m.b.t. de waterhuishouding beschreven in het verbreed gemeentelijk rioleringsplan “Waardevol water in Meierijstad” (2017 t/m 2022). Deze speerpunten worden hieronder kort toegelicht: • Klimaatbestendig inrichten openbaar en particulier gebied, onder andere door het lokaal afkoppelen van verharde oppervlak. • Verhogen waterbewustzijn en stimuleren waterbewust handelen, onder andere door de kennis over waterbeheer te integreren in het onderwijssysteem. • Verduurzamen afvalwaterketen, door gesloten watercirculatiesystemen aan te leggen, het energieverbruik te minimaliseren en energie uit stromend water en afvalwater te halen. • Behalen KRW-doelen, door verbetermaatregelen zo efficiënt mogelijk uit te voeren zonder dat de kwaliteit verloren gaat. • Doelmatig verwerken afvalwater in het buitengebied, bijvoorbeeld door waar haalbaar dubbele riolen aan te leggen • Verhogen belevingswaarde en benutten water voor natuur en recreatie, bijvoorbeeld door de vuilbelasting op oppervlaktewateren te reduceren. • Verder professionaliseren van het stedelijk waterbeheer, bijvoorbeeld door het integreren van meetnetten en het uitvoeren van stresstesten. • Samenwerken bijvoorbeeld door samenwerktingsactiviteiten te organiseren en continue te streven naar verbetering in de communicatie naar burgers

Pagina 11 van 18

4.

Waterhuishouding

Om de waterbelangen in een zo vroeg mogelijk stadium in beeld te hebben heeft het waterschap de Watertoets ontwikkeld. In het kader van het watertoetsproces worden hierbij de relevante en beschikbare wateraspecten bekeken

4.1.

Geohydrologie

Plaatselijk bodemopbouw Ter plaatse is gedeeltelijk een verharding aanwezig van klinkers en stelcon. De boven- en ondergrond bestaat overwegend uit midden en fijn zand. Van 1 m-mv tot 2 m-mv is een leemlaag aanwezig. Regionale bodemopbouw De onderzoekslocatie heeft een globale hoogteligging van 8, m+NAP. De gegevens van de bodemsamenstelling en de hydrologische gegevens zijn verkregen uit DINOloket. Vanaf maaiveld tot circa 29 m-mv is er een matig doorlatende deklaag aanwezig, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind (formatie van Boxtel). In de deklaag zit een kleiige eenheid (van circa 1 tot 2 m-mv), hoofdzakelijk bestaande uit leem (formatie van Boxtel met Laagpakket van Liempde). Onder deze deklaag tot circa 32 m-mv bevindt zich een zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, met weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken (formatie van Beegde Geohydrologie De stromingsrichting van het freatische grondwater is niet duidelijk. Verwacht wordt dat de stromingsrichting globaal noord tot noordwestelijk gericht is. Op de onderzoekslocatie wordt voor zover bekend geen grondwater onttrokken. Het aanwezig zijn van ongeregistreerde onttrekkingen in de directe omgeving is niet bekend en wordt derhalve niet uitgesloten.

Gemiddelde grondwaterstand In de digitale Wateratlas van provincie Noord-Brabant is de gemiddelde grondwaterstand aangegeven door middel van zogenaamde grondwatertrappen. Hierin is aangegeven dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand is gelegen circa 60–80 cm-mv en de gemiddeld laagste grondwaterstand circa 200-250 cm-mv op de onderzoekslocatie. Kwel en infiltratie In de digitale Wateratlas is te herleiden dat de locatie zich in een kwelgebied bevindt. Oppervlaktewater in de omgeving In de digitale Wateratlas van provincie Noord-Brabant blijkt dat de onderzoekslocatie niet is gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied. De opdrachtgever heeft op zijn perceel drie vijvers aangelegd welke kunnen worden gebruikt voor waterberging bij piekbuien.

Pagina 12 van 18

Regenwater en overige neerslag Het plangebied is gelegen aan de rand van de bebouwde kom van Schijndel. Hemelwater dat op de onderzoekslocatie valt infiltreert op natuurlijke wijze in de bodem van de onderzoekslocatie een groot gedeelte van de percelen onverhard is. Zover bekend is er momenteel geen wateroverlast op en nabij de onderzoekslocatie aanwezig.

4.2 Overige aspecten Afvalwater Binnen het plangebied komt in de huidige situatie afvalwater vrij. Het afvalwater is aangesloten op de gemeentelijke riolering. Verdroging Binnen het plangebied zijn geen karakteristieke grondwater afhankelijke ecologische systemen aanwezig, zodat geen beschermende maatregelen noodzakelijk zijn. Ook maakt de onderzoekslocatie geen deel uit van een natte natuurparel. Ecosystemen Voor zover bekend bevinden zich geen bomen of andere flora of fauna binnen het plangebied die behouden moeten blijven. Het aspect natuur speelt geen rol in het plangebied. Bodem Door MILON bv te Veghel is in opdracht van de heer J. van Doorn, namens Van Doorn Infra BV te Schijndel een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd volgens de NEN 5740. De onderzoekslocatie is gelegen ter plaatse van de Vossenbergsesteeg 5 te Schijndel. Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen herontwikkelingen op de locatie. In onderstaande tabel is de grondwaterstand weergegeven welke is aangetroffen in de geplaatste peilbuis.

Het onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocaties. Er is ten hoogste een licht verhoogde bariumconcentratie aangetroffen in het grondwater welke naar alle waarschijnlijkheid van nature verhoogd is. Wat betreft de milieuhygiënische bodemkwaliteit bestaat er ons inziens geen belemmering voor het huidige en toekomstige gebruik van de locatie. Vervolgonderzoek naar de licht verhoogde concentratie wordt niet zinvol geacht. Algemeen wordt opgemerkt dat dit verkennend bodemonderzoek geen bewijsmiddel is zoals bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit. Afhankelijk van de bestemming en toepassing bij afvoer van de grond kan een partijkeuring (AP04) noodzakelijk zijn.

Pagina 13 van 18

5.

Wateradvies

5.1

Bevoegd gezag

Volgens het beleid van waterschap Aa en Maas dient, in bepaalde gevallen, de benodigde compensatie te worden berekend. De gemeente Meierijstad sluit zich bij het advies van waterschap Aa en Maas aan.

5.2

Dimensionering infiltratie of bergingsvoorziening

Op de onderzoekslocatie wordt in de toekomstige situatie een Vlaamse Schuur gerealiseerd. De oppervlakte van de Vlaamse schuur is circa 465 m2. In de toekomstige situatie zal de verhardingssituatie veranderen. De hemelwatervoorziening dient dan ook aangepast te worden aan de nieuwe inrichting. In de hemelwatervoorziening wordt het hemelwater afkomstig van het verharde terrein geborgen. Tabel 1: verhardingssituatie huidige en toekomstige situatie Huidige m2 (circa)

Toekomstig m2 (circa)

Vlaamse schuur

0

465

Verharding (klinkers/stelcon)

465

0

Totaal onderzoekslocatie

465

465

Toename van verhard oppervlak

0

0

De ontwikkeling op de onderzoekslocatie heeft, zoals blijkt uit de tabel, tot gevolg dat het verhard oppervlak gelijk blijft. Gezien er nieuwbouw gerealiseerd gaat worden stelt het bevoegd gezag dat dit op hydrologisch neutrale manier ontwikkeld dient te worden en er eveneens compenserende voorzieningen dienen te worden gerealiseerd. Ondanks dat het verhard oppervlak in de toekomstige situatie niet toeneemt is initiatiefnemer toch voornemens maatregelen te nemen om de bergingscapaciteit te verbeteren op het bedrijfsterrein. Via een nieuw aan te leggen hemelwaterafvoer zal het hemelwater dat op de bebouwing valt vertraagd worden afgevoerd naar de bergingsvoorziening. Ter plaatse van de percelen is afdoende ruimte beschikbaar om het hemelwater in de vijvers op het terrein te laten infiltreren. (zie afbeelding 3 voor de impressie van de vijver en zie bijlage 1 voor de ligging).

Pagina 14 van 18

Afbeelding 3. Impressie van de bergingsvoorziening (Bert Huls, 2017).

Door de omvang van de retentievijvers en het feit dat het vuilwater riool wordt aangesloten op het gemeentelijk riool, is het niet te verwachten dat er wateroverlast zal ontstaan op het plangebied in dagen van extreme regenval. De onderkant van de doorlaat van de voorziening dient boven de GHG te worden geplaatst, omdat anders grondwater wordt afgevoerd. Ook moet de compensatie boven de GHG liggen. Pagina 15 van 18

6.

Uitgangspunten en randvoorwaarden

Hierna worden de overige uitgangspunten aangegeven voor de infiltratie- of bergingsvoorziening. Wateroverlast Om wateroverlast op de locatie en de omgeving te voorkomen moet men rekening houden met: ▪ het afstromende hemelwater wordt zoveel mogelijk oppervlakkig (bovengronds) naar de infiltratie- of bergingsvoorziening afgevoerd; ▪ wateroverlast ter plaatse van de toekomstige bebouwing wordt mede voorkomen door een drempelhoogte van enkele decimeters boven maaiveld. Hemelwater zal zo in geen geval de panden instromen; ▪ indien wenselijk dient een overstortvoorziening naar het riool of oppervlaktewater opgenomen te worden om overlast te voorkomen tijdens extreem weer. Milieuhygiënische voorwaarden Om neerslag die van de daken en overige verharde oppervlakken afstroomt te mogen infiltreren/bergen, dient onder meer aan de volgende voorwaarden te worden voldaan: ▪ vereist is de toepassing van niet-uitloogbare bouwmaterialen als kunststoffen en geen zink, lood, koper of asfalt. Staal, aluminium en zink voorzien van een duurzame coating kan wel worden toegepast. Hierbij ontstaan geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBomaatregelen); ▪ neerslag van (afgekoppelde) verhardingen zoals opritten en/of terrassen bij woningen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.

Bij de communicatie met de toekomstige bewoners van het plangebied moet duidelijk worden gewezen op de risico’s van het toepassen van chemicaliën en dergelijke, en de gevolgen van het niet naleven van deze regels; ▪ het is nooit toegestaan afvalwater in de bodem te infiltreren of via infiltratievoorzieningen in de bodem te lozen. Onderhoud en vervuiling Om de werking van de infiltratie- of bergingsvoorziening in stand te houden dient men rekening te houden met: ▪ regelmatig onderhoud van de aanvoer- en afvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen blijven functioneren; ▪ het is onwenselijk chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de verharde oppervlakken. Het is niet wenselijk tijdens gladheid door bevriezing of sneeuwval zout en dergelijke gladheidbestrijdingsmiddelen op de bestrating en parkeerplaatsen e.d. toe te passen. Een alternatief kan zand zijn; ▪ Op de afgekoppelde “buitenverhardingen” mogen geen handelingen worden uitgevoerd die vervuiling van het oppervlak veroorzaken. Wil men toch buitenactiviteiten verrichten waarbij vervuiling van verhard oppervlak ontstaat bv.

het reinigen van voertuigen of het schoonmaken van onderdelen, dan moet het gedeelte waar deze activiteit(en) plaatsvindt voorzien worden van de juiste bodembeschermende maatregelen (Nederlandse Richtlijn voor Bodembescherming). Dit betekent dat het vrijkomende afvalwater al dan niet via een olie/benzine-afscheider of andere noodzakelijke (reiniging)voorziening naar het afvalwaterriool(DWA-riool) moet worden getransporteerd of geloosd, en niet in de bodem mag worden geïnfiltreerd of op oppervlaktewater worden geloosd. ▪ het is aan te bevelen de kwaliteit van de te lozen neerslag (in de loop van de tijd) te monitoren.

Pagina 16 van 18

Communicatie Het is belangrijk om een grote betrokkenheid van de (aanstaande) gebruikers/eigenaren op te bouwen ten aanzien van de waterhuishouding en het milieu. Zo zal uitgelegd moeten worden waarom geen auto’s mogen worden gewassen op de parkeerplaatsen (ook privé plaatsen), geen chemische onkruidbestrijdingsmiddelen mogen worden toegepast en geen zout gebruikt wordt bij gladheidbestrijding etc.. Ook het in stand houden en onderhoud van de voorzieningen zijn essentiële aandachtspunten, in het bijzonder voor de eigenaren/gebruikers van het plangebied. Een en ander zal in een zo vroeg mogelijk stadium met de eigenaren/gebruikers moeten worden besproken. Ook de juridische aspecten van afkoppelen en wat erbij komt kijken, moeten helder naar eigenaren en gebruikers worden gecommuniceerd en op schrift worden gesteld. Verantwoordelijkheden moeten vooraf worden vastgelegd.

Pagina 17 van 18

7.

Samenvatting en conclusies

Door MILON bv te Veghel is in opdracht van de heer J. van Doorn, namens Van Doorn Infra BV te Schijndel, in juli 2018 een watertoets uitgevoerd. De onderzoekslocatie is gelegen ter plaatse van de Vossenbergsesteeg 5 te Schijndel. Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de herinrichting van de locatie. Hieronder zijn de onderzoeksresultaten samengevat. Onderzoekslocatie De onderzoekslocatie bevindt zich aan de Vossenbergsesteeg 5 ten noorden van Schijndel. De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Schijndel, Schijndel, sectie N met nummer 174, 178, 179 en 684. Het oppervlak van de onderzoekslocatie bedraagt circa 1.750 m2. De locatie is gedeeltelijk bebouwd met een woonboerderij, bedrijfsschuren, kantoor, enkele stallen en een paardenrijbak. Het terrein is gedeeltelijk verhard met klinkers en stoeptegels en stelcon platen. Op de onderzoekslocatie wordt in de toekomstige situatie een Vlaamse Schuur gerealiseerd. De oppervlakte van de Vlaamse schuur is circa 465 m 2. Watertoets Gezien er nieuwbouw gerealiseerd gaat worden stelt het bevoegd gezag dat dit op hydrologisch neutrale manier ontwikkeld dient te worden en er eveneens compenserende voorzieningen dienen te worden gerealiseerd.

Ondanks dat het verhard oppervlak in de toekomstige situatie niet toeneemt is initiatiefnemer toch voornemens maatregelen te nemen om de bergingscapaciteit te verbeteren op het bedrijfsterrein. Via een nieuw aan te leggen hemelwaterafvoer zal het hemelwater dat op de bebouwing valt vertraagd worden afgevoerd naar de bergingsvoorziening. Ter plaatse van de percelen is afdoende ruimte beschikbaar om het hemelwater in de vijvers op het terrein te laten infiltreren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=faaeb355-a3b5-40b4-aedc-15f7cfedafd7