CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlagen BP Vossenbergsesteeg ong en 5 gebundeld

Raadsvergadering 23 mei 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Landelijk gebied, herziening Vossenbergsesteeg ong. en 5, Schijndel'17.836 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

STIKSTOFDEPOSITIEONDERZOEK VOSSENBERGSESTEEG ONG. SCHIJNDEL

1

De Roever Omgevingsadvies Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel T 073 594 10 11 E info@deroever.nl W www.deroever.nl NL97 RABO 0122 6903 11 Advies- en ingenieursbureau J.G. de Roever B.V. KvK 16068733 BTW NL 8015.63.136.B.01

Titel document: Referentie: Datum: Opdrachtgever:

Stikstofdepositieonderzoek Vossenbergsesteeg ong. te Schijndel 20220991.v02 28 februari 2023 Milon B.V.

Stikstofdepositieonderzoek Vossenbergsesteeg ong. te Schijndel Datum: 28 februari 2023 ; Referentie: 20220991.v02

2

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ....................................................................................................................................... 4

1.1. 1.2.

Algemeen ..................................................................................................................................... 4 Ligging van het plangebied .......................................................................................................... 6

2.

WETTELIJK KADER ...................................................................................................................... 7

2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5.

Wet natuurbescherming .............................................................................................................. 7 Programma Aanpak Stikstof (PAS) ............................................................................................. 7 Beleidsregels intern en extern salderen ...................................................................................... 7 Referentiesituatie ......................................................................................................................... 8 Wet stikstofreductie en natuurverbetering ................................................................................... 8

3.

REKENONDERZOEK ..................................................................................................................... 9

3.1. Uitgangspunten aanlegfase ......................................................................................................... 9 3.1.1. Mobiele werktuigen .............................................................................................................. 9 3.1.2. Bouwverkeer ...................................................................................................................... 10 3.2. Uitgangspunten beoogde situatie (gebruiksfase) ...................................................................... 11 3.2.1. Verkeer .............................................................................................................................. 11 3.2.2. Stookinstallaties ................................................................................................................. 12 3.3.

Berekeningswijze ....................................................................................................................... 12

4. CONCLUSIES ............................................................................................................................... 13 BIJLAGE I. METHODIEK KENTALLEN AANLEGFASE WONINGBOUW ................................... 14 BIJLAGE II. AERIUS BEREKENING AANLEG ............................................................................... 15 BIJLAGE III. AERIUS BEREKENING BEOOGDE SITUATIE (GEBRUIK) .................................. 16

Stikstofdepositieonderzoek Vossenbergsesteeg ong. te Schijndel Datum: 28 februari 2023 ; Referentie: 20220991.v02

3

1.

INLEIDING

1.1.

Algemeen

De initiatiefnemer is voornemens om aan de Vossenbergsesteeg ong. in Schijndel twee vrijstaande Ruimte voor Ruimte (RvR) woningen te realiseren. Voor de RvR-kavels wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Als onderdeel van dit bestemmingsplan moet een stikstofdepositieonderzoek voor de aanlegfase en gebruiksfase worden uitgevoerd. Het plangebied is kadastraal bekend als perceel 3822, Sectie H te SDL00 (Schijndel). Op afbeelding 1 de locatie van het plangebied weergegeven. Een impressietekening van de beoogde situatie (met een mogelijke verkaveling van de RvR-woningen) is weergegeven op afbeelding 2.

Afbeelding 1. Locatie plangebied Bron: kadastralekaart.com

Stikstofdepositieonderzoek Vossenbergsesteeg ong. te Schijndel Datum: 28 februari 2023 ; Referentie: 20220991.v02

4

Afbeelding 2. Impressietekening beoogde situatie

Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van de volgende gegevens: - informatie versterkt door de initiatiefnemer; - via internet toegankelijke informatie en digitale ondergronden (PDOK); - gegevens en bureauexpertise de Roever Omgevingsadvies. N.B. De gehanteerde uitgangspunten zijn realistisch doch worst-case.

Stikstofdepositieonderzoek Vossenbergsesteeg ong. te Schijndel Datum: 28 februari 2023 ; Referentie: 20220991.v02

5

1.2.

Ligging van het plangebied

De ligging van het plangebied en de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden met voor stikstof gevoelige habitattypen zijn weergegeven op afbeelding 3. Het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied met voor stikstof gevoelige habitattypen betreft ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’ en is gelegen op een afstand van circa 9 kilometer van het plangebied.

Afbeelding 3. Ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden Bron: AERIUS Calculator

Stikstofdepositieonderzoek Vossenbergsesteeg ong. te Schijndel Datum: 28 februari 2023 ; Referentie: 20220991.v02

6

2.

WETTELIJK KADER

2.1.

Wet natuurbescherming

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. In deze wet worden drie eerdere wetten vervangen. Het gaat om de Natuurbeschermingswet 1998 (Nb-wet) inclusief het Programma Aanpak Stikstof, de Boswet en de Flora- en faunawet. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is ondervangen in onderdeel gebiedsbescherming (vervangt Nb-wet). Voor bestemmingsplannen is het toetsingskader voor deze gebieden in de basis ongewijzigd gebleven ten opzichte van de Nb-wet. Als (een wijziging van) een bestemmingsplan negatieve gevolgen heeft voor de Natura 2000gebieden kan het plan in beginsel niet worden vastgesteld. In dat geval moet het bevoegd gezag volgens artikel 2.8, van de Wet natuurbescherming (Wnb) eerst een passende beoordeling opstellen. Uit de passende beoordeling moet blijken dat de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden niet aangetast worden door het plan. Eventueel worden maatregelen opgenomen die getroffen worden om dit te bereiken. Als niet aangetoond wordt dat aan de instandhoudingsdoelstellingen voldaan wordt, kan het plan geen doorgang vinden. Met behulp van een voortoets kan het bevoegd gezag bepalen of op voorhand negatieve gevolgen uit te sluiten zijn. Hierbij moet voor de gewenste situatie worden uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden.

Voor plannen die ten opzichte van de uitgangssituatie op het referentiemoment geen significante toename in stikstofdepositie veroorzaken, zijn negatieve effecten ten aanzien van dit aspect uit te sluiten. In dat geval hoeft geen passende beoordeling te worden opgesteld.

2.2.

Programma Aanpak Stikstof (PAS)

Gelet op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019, kan de PAS niet meer worden gehanteerd als toetsingskader op grond van de Wet natuurbescherming. Inmiddels is een nieuwe versie van het rekenprogramma AERIUS Calculator uitgebracht. Met deze nieuwe tool is de depositie op de stikstofgevoelige natuurgebieden berekend. Hoe de resultaten worden beoordeeld, is aan het bevoegd gezag.

2.3.

Beleidsregels intern en extern salderen

Vanwege de vernietiging van het PAS is het voor het bevoegd gezag niet mogelijk om toestemmingen te verlenen voor projecten waarvoor ontwikkelingsruimte nodig is. Om aan te tonen dat een project geen significant effect heeft op de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden bestaan de volgende mogelijkheden: - aantonen dat in de beoogde situatie geen effect (stikstofdepositie < 0,00 mol/ha/jaar) op de omliggende stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden optreedt. - middels intern of extern salderen aantonen dat in de beoogde situatie geen sprake is van een stikstoftoename met significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden ten opzichte van de referentiesituatie. - middels een ecologische voortoets onderzoeken of significante negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen kunnen worden uitgesloten. Een ecologische voortoets is een mogelijkheid voor activiteiten die enkel zorgen voor een stikstofdepositie op hectares waarvan de kritische depositiewaarde (KDW) niet wordt overschreden.

Stikstofdepositieonderzoek Vossenbergsesteeg ong. te Schijndel Datum: 28 februari 2023 ; Referentie: 20220991.v02

7

Als de stikstofdepositie in de beoogde situatie hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar, dan is een verdere inhoudelijke beoordeling van de te verwachten stikstofdepositie noodzakelijk. Het is dan mogelijk om toestemming te krijgen op basis van intern of extern salderen. Voor extern salderen geldt een vergunningplicht omdat van de beoogde activiteit op zichzelf negatieve effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten. Met salderen wordt inzichtelijk gemaakt of in de beoogde situatie sprake is van een stikstoftoename met significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden ten opzichte van de referentiesituatie. Of sprake is van een significante toename van de stikstofdepositie hangt af van de toegestane depositie in de referentiesituatie.

2.4.

Referentiesituatie

Wanneer sprake is van de wijziging of uitbreiding van een bestaande activiteit, gelden voor projecten de volgende referentiesituaties[1], een: - vigerende vergunning die verleend is op basis van de Wet natuurbescherming; - vigerende vergunning die verleend is op basis van de Natuurbeschermingswet 1998; - vigerende omgevingsvergunning die verleend is op basis van de Wabo met een verklaring van geen bedenkingen (VVGB) op grond van één van de twee hierboven genoemde wetten; - tracébesluit, wegaanpassingsbesluit of kavelbesluit waaraan een passende beoordeling is gekoppeld; - (milieu-)toestemming op de Europese referentiedatum, zie afbeelding 4.

Afbeelding 4. Stappenplan voor het bepalen van de referentiesituatie[1]

Van een (planologisch) plan, zoals een bestemmingsplan of omgevingsplan, is de huidige feitelijk aanwezige, planologisch legale situatie de referentiesituatie.

2.5.

Wet stikstofreductie en natuurverbetering

Door de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 november 2022 is bouwvrijstelling, die onderdeel was van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering, komen te vervallen. Voor ieder plan of project dient ook de aanlegfase (bouwfase) weer doorgerekend te worden. 1

Handreiking intern en extern salderen; https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2020/09/Handreiking-intern-extern-salderen-en-verleasen22092020.pdf

Stikstofdepositieonderzoek Vossenbergsesteeg ong. te Schijndel Datum: 28 februari 2023 ; Referentie: 20220991.v02

8

3.

REKENONDERZOEK

De voor stikstof relevante emissiebronnen van de aanlegfase en gebruiksfase van de beoogde ontwikkeling worden hieronder nader toegelicht.

3.1.

Uitgangspunten aanlegfase

De aanlegfase, bestaande uit de realisatie van in totaal twee vrijstaande RvR-woningen, zal niet langer dan 1 jaar duren. De NOx- en NH3-emissies zijn dan met name afkomstig van de inzet van mobiele werktuigen en (bouw-)verkeer.

3.1.1.

Mobiele werktuigen

Bij aanvang van voorliggend stikstofdepositieonderzoek was bij de opdrachtgever niet bekend welke diesel-, benzine of lpg aangedreven (mobiele) werktuigen in de aanlegfase ingezet zullen worden bij de bouw van de woningen. Daarmee is ook over dieselverbruik, bedrijfstijden, bouwjaar en vermogen van de werktuigen geen specifieke informatie beschikbaar. De hoeveelheid NOx- en NH3-emissies die vrijkomen bij de bouwwerkzaamheden zijn bepaald gebruik makend van kentallen opgesteld door adviesbureaus TAUW en De Roever. De kentallen zijn gebaseerd op de werkelijke inzet van mobiele werktuigen en vrachtverkeer bij een groot aantal woningbouwprojecten. Voor de omrekening van inzet van mobiele werktuigen naar emissies is de AUB rekenmethode (AdBlue, Uren, Brandstof) van TNO aangehouden. Dit is sinds AERIUS versie 2021 de voorgeschreven rekenmethode voor de berekening van emissies van mobiele werktuigen. Bijlage I geeft meer informatie over de gehanteerde kentallen en methodiek. Voor de bouw van grondgebonden woningen zijn de volgende kentallen beschikbaar: 2,6 kg NOx en 0,11 kg NH3 per woning. Deze kentallen gelden echter voor woningbouwprojecten van 10 tot 100 woningen. Voor kleine projecten kunnen de kentallen een onderschatting zijn, daarom is worst-case een opslagfactor van een factor 2 aangehouden.

Dit geeft een totale hoeveelheid emissie die vrijkomt bij de realisatie van twee vrijstaande RvR-woningen aan de Vossenbergsesteeg ong. in Schijndel van 5,2 kg * 2 = 10,4 kg NOx en 0,22 kg * 2 = 0,44 kg NH3 voor de gehele aanlegfase. De mobiele werktuigen zullen actief zijn op de bouwlocatie en daar rondrijden. Daarom zijn de emissies gemodelleerd als vlakbron gelijk aan de planlocatie. De vlakbron is in AERIUS gemodelleerd als bron van de sectorgroep ‘Anders’. Voor de uittreedhoogte en de spreiding is 4 meter ingevuld en voor de warmte-inhoud 0 MW. De temporele variatie is ‘standaard profiel industrie’. Dit zijn de waarden voor mobiele werktuigen voor de bouw en industrie[2].

2

Zie Handboek ‘Werken met AERIUS Calculator 2021.2’

Stikstofdepositieonderzoek Vossenbergsesteeg ong. te Schijndel Datum: 28 februari 2023 ; Referentie: 20220991.v02

9

3.1.2.

Bouwverkeer

Vervoer van personeel van en naar de locatie vindt plaats met bestelbusjes en/of personenauto’s. Materieel wordt aangevoerd middels vrachtwagens. Het aantal ritten van vrachtwagens en personenauto’s/bestelbusjes is een inschatting van adviesbureaus TAUW en De Roever op basis van informatie van vergelijkbare woningbouwprojecten. Tabel 1 geeft het aantal voertuigen en voertuigbewegingen voor de gehele aanlegfase. Tabel 1. Aantal voertuigbewegingen gedurende de aanlegfase

Type voertuig Per te realiseren woning Personenauto’s en bestelbussen Vrachtwagens Voor totale woningbouwplan Personenauto’s en bestelbussen Vrachtwagens

Totaal aantal ritten

Totaal aantal vervoersbewegingen[3]

65 25

130 50

130 50

260 100

De voertuigbewegingen zijn gemodelleerd als lijnbronnen met licht en zwaar (vracht)verkeer met de actuele emissiefactoren voor wegverkeer die in het rekenprogramma AERIUS Calculator zijn opgenomen. De vrachtwagenbewegingen zijn in AERIUS worst-case allemaal gemodelleerd als ‘zwaar vrachtverkeer’. Er is uitgegaan van een buitenweg met 10% stagnatie. Het manoeuvreren en stationair draaien van het vrachtverkeer is ondervangen door een extra rijlijn op het terrein met 100% stagnatie. Het verkeer is gemodelleerd tot het punt waarop de voertuigen in het heersende verkeersbeeld van de openbare weg zijn opgenomen. Er zijn 2 rijlijnen ingetekend, omdat is aangenomen dat het verkeer in zowel noordwestelijke als zuidoostelijke richting ontsluit. Voor iedere rijlijn is als intensiteit worst-case de totale verkeersgeneratie aangehouden. Hierdoor zijn dus meer voertuigbewegingen gemodelleerd dan daadwerkelijk plaats gaan vinden, waardoor onzekerheid over de aantallen en de richting van de voertuigbewegingen wordt opgevangen. Het verkeer in noordwestelijke richting gaat vanaf het plangebied via de Vossenbergsesteeg en de Structuurweg naar de Boschweg. Het verkeer in zuidoostelijke richting gaat vanaf het plangebied via de Vossenbergsesteeg en de Heuvelstraat naar de Steeg.

Op zowel de Boschweg als de Steeg heeft het verkeer zich verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer en is het dus opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is overeenkomstig de verkeersgegevens van het NSL, zie afbeeldingen 5 en 6.

3

Het aantal voertuigbewegingen is het aantal ritten maal twee; een voertuig rijdt heen en terug naar de locatie.

Stikstofdepositieonderzoek Vossenbergsesteeg ong. te Schijndel Datum: 28 februari 2023 ; Referentie: 20220991.v02

10

Afbeeldingen 5 en 6. Verkeersgegevens NSL met de verkeersintensiteit van het met rood gemarkeerde wegvak. De ligging van het plangebied is met rood omcirkeld.

3.2.

Uitgangspunten beoogde situatie (gebruiksfase)

In de beoogde situatie zijn de RvR-woningen in gebruik. De NOx- en NH3-emissies worden enkel veroorzaakt door verkeersbewegingen.

3.2.1.

Verkeer

Met betrekking tot het verkeer dat in de gebruiksfase kan worden toegerekend aan de vrijstaande RvR-woningen is uitgegaan van gegevens uit de ASVV 2021 van kennisplatform CROW[4]. Er is uitgegaan van de ligging ‘buitengebied’ in de gemeente Meierijstad (‘weinig stedelijk’). Hierbij is de functie: ‘koop, huis, vrijstaand’ aangehouden voor de RvR-woningen. Voor dit type woning wordt uitgegaan van de verkeersaantallen zoals genoemd in tabel 2. Tabel 2. Verkeersgeneratie (in vtb/etmaal) per woning, ASVV 2021 CROW

Koop, huis, vrijstaand Weinig stedelijk

Buitengebied minimaal 7,8

maximaal 8,6

Voor één vrijstaande koopwoning is de maximale (worst-case) verkeersgeneratie 8,6 voertuigbewegingen (vtb) per etmaal. Er worden in totaal twee vrijstaande RvR-woningen gerealiseerd. Daarmee komt de totale verkeersgeneratie uit op naar boven afgerond 8,6 vtb/etmaal * 2 = 18 lichte voertuigbewegingen per etmaal. Daarnaast is nog eens rekening gehouden met 8 voertuigbewegingen zwaar vrachtverkeer per maand (wekelijks één vuilniswagen die het plangebied aandoet). De voertuigbewegingen zijn gemodelleerd met dezelfde lijnbronnen als in de aanlegfase. Het gaat hierbij om licht en zwaar (vracht)verkeer met de actuele emissiefactoren voor 4

Aanbevelingen voor Verkeersvoorzieningen Binnen de Bebouwde Kom (ASVV), CROW, 2021

Stikstofdepositieonderzoek Vossenbergsesteeg ong. te Schijndel Datum: 28 februari 2023 ; Referentie: 20220991.v02

11

wegverkeer die in het rekenprogramma AERIUS Calculator zijn opgenomen. Er is uitgegaan van een buitenweg met 10% stagnatie. Het manoeuvreren en stationair draaien van het zwaar vrachtverkeer (vuilniswagen) is ondervangen door een extra rijlijn op het terrein met 100% stagnatie. Worst-case is voor iedere rijlijn als intensiteit wederom de totale verkeersgeneratie aangehouden, hiermee wordt ook eventueel ander verkeer dat door het onderliggende plan wordt gegenereerd ondervangen.

3.2.2.

Stookinstallaties

De RvR-woningen worden gasloos uitgevoerd en worden opgeleverd zonder haard en rookgaskanaal. Er zal dus geen stikstofemissie uitgestoten worden als gevolg van het stoken van gasgestookte installaties.

3.3.

Berekeningswijze

De stikstofdepositie als gevolg van de gewenste activiteiten op de Natura 2000-gebieden is berekend met AERIUS Calculator (2022). Er zijn AERIUS-berekeningen uitgevoerd met de emissies als gevolg van de aanlegfase en de beoogde situatie (gebruiksfase). Voor zowel de aanlegfase als gebruiksfase is als rekenjaar worst-case 2023 gekozen. De rekenresultaten en de ingevoerde gegevens van de berekeningen zijn te vinden in bijlage II en III.

Stikstofdepositieonderzoek Vossenbergsesteeg ong. te Schijndel Datum: 28 februari 2023 ; Referentie: 20220991.v02

12

4.

CONCLUSIES

In dit stikstofdepositieonderzoek is voor de ontwikkeling aan de Vossenbergsesteeg ong. in Schijndel de te verwachten stikstofdepositie ter plaatse van de Natura 2000-gebieden berekend. Uit de berekeningen van de aanlegfase blijkt dat de stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Uit de berekeningen van de beoogde situatie (gebruiksfase) blijkt dat de stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Er is geen sprake van vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming. Het aspect stikstofdepositie vormt dus geen belemmering voor het plan.

Stikstofdepositieonderzoek Vossenbergsesteeg ong. te Schijndel Datum: 28 februari 2023 ; Referentie: 20220991.v02

13

BIJLAGE I.

METHODIEK KENTALLEN AANLEGFASE WONINGBOUW

De in dit onderzoek gehanteerde emissiekentallen voor de bouwwerkzaamheden van grondgebonden woningen en appartementen zijn afgeleid van gedetailleerde gegevens van de werkelijke inzet van mobiele werktuigen en vrachtverkeer bij enkele tientallen woningbouwprojecten. Zowel de realisatie van grondgebonden woningen als van appartementen zijn ruim vertegenwoordigd in deze dataset. Bij sommige projecten werden ook panden gesloopt, daarvoor is een apart emissiekental beschikbaar. Inbegrepen bij de kentallen is het bouwrijp maken van het terrein, de aanleg van kabels en leidingen, het bouwen van de woningen en de aanleg van het openbaar gebied (bestrating, groen, etc.). De beschouwde woningbouwprojecten zijn projecten die in het westen van Nederland zijn gerealiseerd. Daarom maken heiwerkzaamheden vaak onderdeel uit van de aanlegfase. Dit maakt de kentallen ‘robuust realistisch’, aangezien heien op hogere (zand)gronden meestal niet nodig is. Uit het type werktuigen, het dieselverbruik en het aantal draaiuren volgen de NOx en NH3 emissies die vrijkomen bij de bouwwerkzaamheden. Hierbij is de AUB rekenmethode (AdBlue, Uren, Brandstof) van TNO aangehouden[5]. Dit is sinds AERIUS versie 2021 de voorgeschreven rekenmethode voor de berekening van emissies van mobiele werktuigen. De in tabel B1 gegeven kentallen gelden voor woningbouwprojecten van 10 tot 100 woningen.

Voor grotere projecten zal de emissie per woning lager liggen, maar kunnen deze kentallen worst-case wel worden aangehouden. Voor kleine projecten kunnen de kentallen een onderschatting zijn. Veiligheidshalve kan dan een opslagfactor van een factor 2 worden aangehouden. Tabel B1. Kentallen aanlegfase voor woningen en appartementen

Bouwwerkzaamheden woning Bouwwerkzaamheden appartement Sloopwerkzaamheden nodig voor realisatie van een nieuwbouwwoning/-appartement

Kg NOx per woning/appartement 2,6 1,7 0,8

Kg NH3 per woning/appartement 0,11 0,07 0,03

Voor het bepalen van de emissiekentallen is uitgegaan van de inzet van diesel aangedreven STAGE IV klasse werktuigen met als bouwjaar 2014. Ook dit is een robuust realistische aanname. In de huidige praktijk zijn de in te zetten werktuigen vaak al nieuwer en dus schoner. Ook worden soms al elektrische werktuigen ingezet welke emissieloos zijn. Conform de AUB rekenmethode is 6% AdBlue van het dieselverbruik aangehouden, wat standaard is voor STAGE IV en V-klasse werktuigen met een vermogen tussen 56 en 560 kW.

5

TNO-rapport TNO 2021 R12305 AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen, 10 december 2021

Stikstofdepositieonderzoek Vossenbergsesteeg ong. te Schijndel Datum: 28 februari 2023 ; Referentie: 20220991.v02

14

BIJLAGE II.

AERIUS BEREKENING AANLEG

Stikstofdepositieonderzoek Vossenbergsesteeg ong. te Schijndel Datum: 28 februari 2023 ; Referentie: 20220991.v02

15

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Totale emissie

Aanlegfase - Beoogd

Resultaten

Aanlegfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

RxW55WHe3Po4 (01 maart 2023)

De Roever Omgevingsadvies Vossenbergsesteeg ong, - Schijndel Ontwikkeling Vossenbergsesteeg ong te Schijndel Realisatie van twee vrijstaande Ruimte voor Ruimte woningen aan de Vossenbergsesteeg ong in Schijndel. AERIUS-berekening van de aanlegfase. RxW55WHe3Po4 01 maart 2023, 04:34 Wnb-rekengrid Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

2023 -

0,5 kg/j

11,6 kg/j

2/7

Projectberekening

Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Anders... | Anders... | Plangebied 5 Anders... | Anders... | Aanleg woningen  Verkeersnetwerk

RxW55WHe3Po4 (01 maart 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,4 kg/j 40,9 g/j

10,4 kg/j 1,2 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.

RxW55WHe3Po4 (01 maart 2023)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RxW55WHe3Po4 (01 maart 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

Aanlegfase, Rekenjaar 2023 1

Anders... | Anders...

Naam Plangebied Uittreedhoogte Locatie X:157798,49 Warmteinhoud Y:404744,54 Spreiding Oppervlakte 0,67 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 2

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Verkeer aanlegfase NW X:157374,91 Y:404968,08 1.439,15 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Verkeer aanlegfase ZO X:158220,12 Y:404357,99 1.196,00 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 4

0,0 m 0,000 MW 0m

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Stagnatie vrachtverkeer X:157825,44 Y:404722,78 242,14 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer RxW55WHe3Po4 (01 maart 2023)

Max. snelheid

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigen

260 p/jaar 0 p/jaar 100 p/jaar 0 p/jaar

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigen

260 p/jaar 0 p/jaar 100 p/jaar 0 p/jaar

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigen

0 p/jaar 0 p/jaar 100 p/jaar 0 p/jaar

0,6 kg/j 0,2 kg/j 21,4 g/j

In file

10,0 % 0,0 % 10,0 % 0,0 %

0,5 kg/j 0,1 kg/j 17,8 g/j

In file

10,0 % 0,0 % 10,0 % 0,0 %

0,2 kg/j 48,1 g/j 1,7 g/j

In file

0,0 % 0,0 % 100,0 % 0,0 %

6/7

Projectberekening

5

Anders... | Anders...

Naam Aanleg woningen Uittreedhoogte Locatie X:157798,49 Warmteinhoud Y:404744,54 Spreiding Oppervlakte 0,67 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie

4,0 m 0,000 MW 4m

NOₓ NH₃

10,4 kg/j 0,4 kg/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230221_e1cb893112 Database versie 2022_e1cb893112 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RxW55WHe3Po4 (01 maart 2023)

7/7

BIJLAGE III.

AERIUS BEREKENING BEOOGDE SITUATIE (GEBRUIK)

Stikstofdepositieonderzoek Vossenbergsesteeg ong. te Schijndel Datum: 28 februari 2023 ; Referentie: 20220991.v02

16

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Totale emissie

Gebruiksfase - Beoogd

Resultaten

Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

RhA24Tcjb8KQ (01 maart 2023)

De Roever Omgevingsadvies Vossenbergsesteeg ong, - Schijndel Ontwikkeling Vossenbergsesteeg ong te Schijndel Realisatie van twee vrijstaande Ruimte voor Ruimte woningen aan de Vossenbergsesteeg ong in Schijndel. AERIUS-berekening van de beoogde situatie (gebruiksfase). RhA24Tcjb8KQ 01 maart 2023, 03:26 Wnb-rekengrid Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

2023 -

0,4 kg/j

4,7 kg/j

2/7

Projectberekening

Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Anders... | Anders... | Plangebied  Verkeersnetwerk

RhA24Tcjb8KQ (01 maart 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,4 kg/j

4,7 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.

RhA24Tcjb8KQ (01 maart 2023)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RhA24Tcjb8KQ (01 maart 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

Gebruiksfase, Rekenjaar 2023 1

Anders... | Anders...

Naam Plangebied Uittreedhoogte Locatie X:157798,49 Warmteinhoud Y:404744,54 Spreiding Oppervlakte 0,67 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 2

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Verkeer gebruiksfase NW X:157374,91 Y:404968,08 1.439,15 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3

0,0 m 0,000 MW 0m

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Verkeer gebruiksfase ZO X:158220,12 Y:404357,99 1.196,00 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

RhA24Tcjb8KQ (01 maart 2023)

Max. snelheid

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigen

18 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/maand 0 p/maand 8 p/maand 0 p/maand

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigen

18 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/maand 0 p/maand 8 p/maand 0 p/maand

2,5 kg/j 0,6 kg/j 0,2 kg/j

In file

10,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 10,0 % 0,0 %

2,0 kg/j 0,5 kg/j 0,2 kg/j

In file

10,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 10,0 % 0,0 %

6/7

Projectberekening

4

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Stagnatie vrachtverkeer X:157825,44 Y:404722,78 242,14 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Max. snelheid

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigen

0 p/maand 0 p/maand 8 p/maand 0 p/maand

0,1 kg/j 46,1 g/j 1,6 g/j

In file

0,0 % 0,0 % 100,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230221_e1cb893112 Database versie 2022_e1cb893112 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RhA24Tcjb8KQ (01 maart 2023)

7/7

Landschappelijke inpassing Vossenbergsesteeg 5 Schijndel

Landschappelijke inpassing

Projectlocatie:

Vossenbergsesteeg 5 Schijndel Kadastraal perceel 685, 178, 174 (gedeeltelijk) en 684 (gedeeltelijk)

Opdrachtnemer:

GV Advies Middelweg 4 3281 KH Numansdorp

Contactpersoon:

de heer G. Vink 0627-119742 info@gvadvies.nl

Datum:

20 november 2023

Versie:

1.6

Het plangebied Plangebied ligt ten noordoosten, op circa 100 meter buiten de kernrand van Schijndel in het buitengebied. Langs de randweg van Schijndel. Ontsluiting is aan de Vossenbergsesteeg, plangebied is in gebruik als agrarische grond en paardenhouderij.

Titel

Plangebied en haar omgeving Tekeningnummer

Getekend door

Datum

1/7 1/6

G. Vink

20-11-2023 18-8-2022

Bestandsnaam

Vossenbergsesteeg 5 Schijndel

Titel

Landschapstypenkaart Meierijstad, juli 2019 Tekeningnummer

Getekend door

Datum

2/7 2/6

G. Vink

20-11-2023 18-8-2022

Bestandsnaam

Vossenbergsesteeg 5 Schijndel

Plangebied, medio 1900

Plangebied, medio 1975

Plangebied, medio 2000

Titel

Plangebied: ontwikkeling en ambitie Tekeningnummer

Getekend door

Datum

3/7 3/6

G. Vink

20-11-2023 18-8-2022

Bestandsnaam

Vossenbergsesteeg 5 Schijndel

Huidige situatie plangebied

Toekomstige situatie plangebied

Oppervlakte ca. 5.985 m2 Bestemming 'Bouwvlak met functieaanduiding Paardenhouderij' - Oppervlakte ca. 7.290 m2

Bestemming 'Agrarisch met waarden - kleinschalig landschap' - Oppervlakte ca. 15.123 m2

Agrarisch met waarden Oppervlakte ca. 16.428 m2

Titel

Vise plangebied - opstallen en ontwikkelingen Tekeningnummer

Getekend door

Datum

4/7

G. Vink

20-11-2023 18-8-2022

Bestandsnaam

Vossenbergsesteeg 5 Schijndel

Schaal 1:1000

B.

Boomweide Boomstructuur

A.

B. B.

B.

A. B.

Dichte haagstructuur

C.

B.

A. B.

C.

B. C.

Gemengde haagstructuur

D.

Titel

Inpassingsmaatregelen Tekeningnummer

Getekend door

Datum

5/7 4/6

G. Vink

20-11-2023 18-8-2022

Bestandsnaam

A. Landschapsboom

B. Laanboom

C. Landschapselement Poel (bestaand)

D. Gemengde inheemse haag

Vossenbergsesteeg 5 Schijndel

Titel

Sortiment enkwaliteitsverbetering kwaliteitsberekening Berekening en maatregelen Tekeningnummer

Getekend door

Datum

6/7 5/6

G. Vink

20-11-2023 18-8-2022

Bestandsnaam

Vossenbergsesteeg 5 Schijndel

Algemeen

Heesters

(Fruit-) bomen

Keuze Beplanting in onderhavig inpassingsplan is geselecteerd op basis van inheemse soorten. Deze soorten komen van oorsprong in de regio voor waarmee er enerzijds een bijdrage wordt gegeven aan de oorspronkelijke uitstraling van de regio en anderzijds betreft dit plantmateriaal wat past bij de aanwezige groeiomstandigheden.

Aanplant Zorg voor een ruim plantgat en grond waar de wortels goed in kunnen doordringen. Als je in lichte grond (zandgrond) plant is het goed dat te verbeteren door organisch materiaal (compost/vochtige potgrond) door de uitgegraven grond te mengen. Door zware kleigrond kun je fijn grind of grof zand mengen. Dat bevordert de drainage.

Aanplant

Keurmerk Bij de keuze van beplanting is het mogelijk om de keuze te maken voor autochtoon plantmateriaal. Deze keuze wordt aanbevolen omdat hiermee meer duurzaam plantmateriaal wordt aangeschaft. Het is mogelijk dat de beplanting in onderhavig plan niet met autochtoon keurmerk leverbaar is, er kan dan worden gekozen voor regulier plantmateriaal.

Beheer Zorg de eerste drie jaar na aanplant dat er geen concurrentie komt door de groei van onkruid. Hiervoor wordt geadviseerd om handmatig de beplantingstrook te schoffelen.

Ontvangst Beplanting moet altijd weer zo snel mogelijk na ontvangst geplant worden. Mocht dit niet mogelijk zijn dan is het raadzaam beplanting tijdelijk met de wortels in zand te planten. Dit mag waar mogelijk gebundeld, doel is dat de wortels geen kans lopen uit te drogen. Bescherming tegen vraat Bescherm bomen, vruchtbomen, hagen en singels goed door op ruime afstand van beplanting gaas te spannen of een hekwerk te plaatsen.

Aanplant algemeen De voorkeur van aanplant gaat uit naar de rustperiode van beplanting (november-februari) waarbij het van belang is dat aanplant in een vorstvrije periode plaatsvind. Zorg voor aankoop dat betreffende plantlocatie vrij is van beplanting en plantklaar is. Hierbij gaat het erom dat de plantlocatie is gespit/gefreesd. Dit bevordert het gemak tijdens de aanplant. Volg bij de aanplant de plantafstand en het plantverband zoals opgenomen in onderhavig plan om te komen tot een evenwichtig en gezond eindbeeld van de beplantingstrook. Maak een royaal plantgat dat ook onderin goed wordt losgemaakt. Planten met een kale wortel zet je net zo diep als ze bij de kweker gestaan hebben. Dit kun je zien aan de verkleuring op de bast. Vaak is de stam groenachtig en de wortel roodbruinig. De overgang hiertussen is de wortelhals. Dat is de diepte die de beplanting moet krijgen. Na het planten moet de grond aangetrapt worden en moet de plant iets omhoog getrokken worden zodat het zand goed tussen de wortels komt. Niet te hard de grond aanstampen want dat zorgt ervoor dat de kieming van de wortels vertraagt.

Beheer algemeen Na aanplant (gedurende het eerste jaar) is het noodzakelijk de beplanting voldoende water te geven. Dit is geheel afhankelijk van weertype en voorkomt sterfte van beplanting. Bij water geven moet je rekening houden met de verdamping. Een plant zonder blad verdampt bijna geen water en ook met donker en regenachtig weer verliest uw plant nauwelijks vocht. Bij hogere temperaturen en niet te vergeten schrale (oosten)wind verdampt uw plant veel meer en droogt dan snel uit. Het is dus belangrijk om dan goed water te geven. Let wel: overmatig water geven is ook niet goed. Het gevaar bestaat dan dat de plant aan de wortels gaat rotten.

De periode waarin gesnoeid wordt hangt af van de doelstelling van de beplanting. Gangbare perioden zijn 5-10 jaar of 10-15 jaar (afhankelijk van de soort). Wilg kan na 5 jaar worden afgezet. De beste tijd voor het afzetten is januari tot maart. Stobben moeten voldoende licht hebben om weer uit te kunnen lopen. De beste afzethoogte is ongeveer 15 cm boven de grens tussen wortel en stam. Het hout moet enigszins schuin worden afgezaagd om inrotten te voorkomen. In het hakhout kunnen naar behoefte aanzichtbepalende bomen gespaard worden.

Hagen Aanplant Een gemengde haag heeft meerdere voordelen ten opzichte van beukenhagen of coniferenhagen: ·Een gemengde haag draagt optimaal bij aan de biodiversiteit. ·Een gemengde haag geeft een meer gevarieerd beeld in het landschap. ·Een haag welke bestaat uit één soort is extra gevoelig voor plagen en ziekten. In een gemengde haag kan een plaag of ziekte zich minder makkelijk uitbreiden.

Graaf een plantgat van ongeveer 100 x 100 x 100 cm. De bomen verankeren zich namelijk beter in losgemaakte grond. Voer de graskluiten of andere begroeiing af of verwerk dit in kleine stukken onder in het plantgat. Niet in de buurt van de wortels, want tijdens het verteren is zuurstof nodig en zuurstof hebben de wortels ook nodig. Het is altijd aan te raden een boompaal te zetten. Deze moet niet in de bodem van het plantgat worden geslagen als de boom daar al staat. Dan beschadig je de wortels. Dus bij voorkeur wordt eerst het gat gegraven, en daarna wordt de boompaal in de bodem geslagen, daarna zet je de boom erbij. Spreid de boomwortels er omheen uit. Gebruik een paal van onbehandeld hout. De boompaal moet minimaal 75 cm in de grond komen te staan. Let hierbij op voor kabels en leidingen. De boompalen altijd plaatsen aan noordwest- en zuidoostzijde van de boom. De boom zal zo bij de meest voorkomende windrichtingen in de boomband hangen, wat voorkomt dat de bast langs de boompaal kapot schuurt. Als de boompaal stevig staat strooit u een deel van de grond, eventueel vermengd met compost, in het plantgat (gebruik een beperkte hoeveelheid compost in verband met verbranding van de jonge wortels. Maximaal 1 emmer per boom en deze goed mengen met de grond). Plaatst de kant van de boom waaraan de minst ontwikkelde takken zitten op het zuiden.

Beheer Belangrijk is dat de boom zolang hij jong is geen last van onkruidgroei bij zijn wortels heeft. Houd een ruime cirkel grond (een zogenaamde boomspiegel) rond de stam vrij van onkruid door het eerst goed te wieden en daarna de grond af te dekken met een bijvoorbeeld boombastsnippers.

Zorg de eerste drie jaar na aanplant dat er geen concurrentie komt door de groei van onkruid. Hiervoor wordt geadviseerd om handmatig de beplantingstrook te schoffelen. Een haag kan als enkele rij of dubbele rij worden geplant. De plantafstand in de rij bedraagt 20 centimeter bij een enkele rij. Bij een dubbele rij worden er acht stuks per strekkende meter geplant in driehoeksverband. Verdeel eerst het plantmateriaal over de gehele lengte. Bevochtig de wortels, zet het plantsoen in de sleuf met de wortels goed uitgespreid. Schud tijdens het vullen het plantsoen iets om de aarde goed om de wortels te laten sluiten. Snoei vervolgens na het planten direct 1/3 van de hoogte van de hagen terug (dus 2/3 laten staan). Door in de beginjaren een haag regelmatig te knippen ontstaat een dicht vertakte haag. Wordt met het knippen te laat begonnen dan ontstaat er een brede slappe haag die kaal van onderen is. Door hagen van boven iets smaller te houden dan onderin komt er lager in de hagen ook voldoende licht bij, dit voorkomt kaal worden. Beheer Afhankelijk van het type haag wordt het beheer bepaald. Een beukenhaag moet bij voorkeur jaarlijks gesnoeid worden en bij een knip- en scheerheg mag dit eenmaal per twee jaar.

Titel

Aanleg- en beheeradvies (algemene adviezen) Tekeningnummer

Getekend door

Datum

7/7 6/6

G. Vink

20-11-2023 18-8-2022

Bestandsnaam

Vossenbergsesteeg 5 Schijndel

Watertoets ter plaatse van de Vossenbergsesteeg ong. te Schijndel

Pagina 3 van 22

Titel Opdrachtgever Adviesbureau

Watertoets ter plaatse van de Vossenbergsesteeg ong. te Schijndel

Initiatiefnemer

MILON bv Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel

Pagina 4 van 22

Titel:

Watertoets ter plaatse van de Vossenbergsesteeg ong. te Schijndel

Status:

Definitief

Datum:

15 september 2023

Opdrachtgever:

Initiatiefnemer

Projectnummer:

20221837

Auteur: Projectleider: Telefoonnummer: E-mail: Website:

Job Tijssen Job Tijssen 073-5477253 info@milon.nl/job@milon.nl www.milon.nl

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of MILON bv. Op al onze leveringen en diensten zijn de RVOI-2001 en de algemene aanvullende voorwaarden van MILON bv van toepassing. Beide sets algemene voorwaarden zijn te raadplegen en te downloaden via www.milon.nl/algemene-voorwaarden. MILON bv is gecertificeerd conform ISO 9001 en VCA**, voldoet aan niveau 3 op de CO2 prestatieladder en is erkend door het ministerie van IenW voor: ▪ BRL SIKB 1000 “Monsterneming voor partijkeuringen”, protocol 1001, 1002 en 1003; ▪ BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”, protocol 2001, 2002, 2003 en 2018; ▪ BRL SIKB 6000 “Milieukundige begeleiding van (water)bodemsaneringen, ingrepen in de waterbodem en nazorg” en protocol 6001 (processturing en verificatie).

Pagina 5 van 22

Inhoudsopgave 1. Inleiding .............................................................................................................................................. 7 1.1. Opdrachtverlening ............................................................................................................. 7 1.2. Aanleiding ............................................................................................................................. 7 1.3. Doel ......................................................................................................................................... 7 1.4. Betrouwbaarheid ................................................................................................................ 7 2. Onderzoekslocatie .......................................................................................................................... 8 2.1. Locatiegegevens ................................................................................................................. 8 3. Beleid watertoets ............................................................................................................................. 9 3.1. Rijksoverheid ...................................................................................................................... 10 3.2.

Provinciaal beleid ............................................................................................................. 12 3.3. Waterschapsbeleid .......................................................................................................... 13 3.4. Gemeentelijk beleid ........................................................................................................ 15 4. Waterhuishouding ........................................................................................................................ 15 4.1. Geohydrologie ................................................................................................................... 16 4.2 Overige aspecten ............................................................................................................. 18 5. Wateradvies ..................................................................................................................................... 19 5.1 Bevoegd gezag.................................................................................................................. 19 5.2 Dimensionering infiltratie of bergingsvoorziening ............................................. 19 6. Uitgangspunten en randvoorwaarden .................................................................................. 20 7.

Samenvatting en conclusies ...................................................................................................... 22

Bijlage 1. 2.

Topografische overzichtskaart Boorprofielen

Pagina 6 van 22

1.

Inleiding

1.1.

Opdrachtverlening

Op 26 juli 2022 heeft MILON bv te Veghel schriftelijk opdracht gekregen van de initiatiefnemer, voor het uitvoeren van een watertoets. De onderzoekslocatie is gelegen ter plaatse van de Vossenbergsesteeg ong. te Schijndel. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden.

1.2.

Aanleiding

De aanleiding voor het uitvoeren van de watertoets wordt gevormd door de voorgenomen woningbouw op de onderzoekslocatie.

1.3.

Doel

De watertoets heeft als doel om water als ordenend principe een rol te laten spelen bij ruimtelijke plannen en besluiten, door alle relevante waterhuishoudkundige aspecten vroegtijdig te betrekken bij de planvorming.

1.4.

Betrouwbaarheid

Het onderzoek is onafhankelijk uitgevoerd. MILON bv is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever. Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. MILON bv acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade.

Pagina 7 van 22

2.

Onderzoekslocatie

2.1.

Locatiegegevens

De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Schijndel, sectie H, nummer 3822. De oppervlakte van de gehele locatie bedraagt circa 7.258 m2. De locatie is in de huidige situatie onbebouwd en braakliggend. In figuur 1 en 2 zijn overzichtsfoto’s van de onderzoekslocatie weergegeven.

Figuren 1 en 2: Overzichtsfoto’s onderzoekslocatie aan de Vossenbergsesteeg ong. (Bron: MILON bv) In onderstaande afbeelding wordt een luchtfoto van de onderzoekslocatie getoond.

Figuur 3 en 4: Ligging onderzoekslocatie (Bron: Google Maps)

Pagina 8 van 22

Overig terrein en omgeving De onderzoekslocatie is gelegen tussen de Vossenbergsesteeg en Structuurweg ter hoogte van huisnummer 13 en 15 te Schijndel. Het terrein is momenteel onbebouwd. De omgeving bestaat overwegend uit agrarisch gebied met woonbebouwing. Voormalig gebruik Uit historisch topografisch kaartmateriaal blijkt dat de onderzoekslocatie vanaf 1900 een agrarische bestemming heeft. Dit is tot op heden onveranderd. Momenteel staan er enkele jonge sparren (kerstbomen). De aanleg van de Structuurweg ten zuiden van de locatie dateert van circa 1989. Op het perceel hebben, voor zover bekend, geen calamiteiten plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd is geraakt. Op basis van de kaart Archeologie in Nederland (combinatie van de Archeologische Monumentenkaart (AMK) en de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW)) heeft de locatie een lage archeologische verwachting.

2.2. Ruimtelijk plan of voornemen De aanleiding voor het uitvoeren van de watertoets wordt gevormd door de voorgenomen ontwikkeling op de locatie. Initiatiefnemer is voornemens twee woonhuizen te realiseren op de onderzoekslocatie. Het ontwerpplan is op dit moment nog niet bekend. Derhalve is voor de bepaling van het verhard oppervlak gebruik wordt gemaakt van gemiddelde maatvoeringen. Het RVO rekent in het rapport: Referentiewoning EPC 0,4 gemiddeld 164 m 2 bebouwd oppervlak voor een vrijstaande woning. Daarnaast wordt ingeschat dat 15% van de overgebleven uitgeefbare grond verhard wordt voor de aanleg van een oprit en eventuele terrassen en bijgebouwen. Op het landschappelijk inpassingsplan is te zien dat het plangebied groen wordt ingericht. In onderstaande tabel is weergegeven hoe de verhardingssituatie er in de huidige en toekomstige situatie uitziet. Tabel 1. verhardingssituatie huidige en toekomstige situatie Huidige m2 (circa)

Toekomstig m2 (circa)

Verschil m2 (circa)

Bebouwing

-

328

+328

Verharding

-

1.040

+1.040

Onverhard

7.258

4.504

-2.754

Totaal plangebied

7.258

7.258

-/-

De ontwikkeling op de locatie heeft, zoals blijkt uit de tabel, tot gevolg dat het verhard oppervlak toeneemt met circa 1.368 m2.

Pagina 9 van 22

3.

Beleid watertoets

De wetgeving en het beleidskader spelen een belangrijke rol in het doorlopen van de watertoetsprocedure. Uit de beleidsstukken van de overheden blijkt welke eisen en wensen ze hebben en welk belang ze hebben bij een goed beheersbaar watersysteem.

3.1.

Rijksoverheid

Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden, waarmee een achttal wetten is samengevoegd tot één wet. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet richt zich op de zorg voor waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterfuncties (zoals de drinkwatervoorziening). De wet biedt de basis voor het stellen van normen ten aanzien van deze onderwerpen. Verder bevat de wet regelingen voor het beheer van water. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning. Minstens zo belangrijk is dat zoveel mogelijk activiteiten onder algemene regels vallen. In de regel komt dit neer op een meldingsplicht in plaats van een vergunningenprocedure. Niet alles is in algemene regels vast te leggen en voor deze activiteiten in, op, onder of over watersystemen is er de watervergunning. De Wet gemeentelijke watertaken is onderdeel van de Waterwet.

In deze Wet heeft de gemeente de zorgplicht gekregen voor: • Het doelmatig inzamelen en verwerken van overtollig afvloeiend hemelwater; • Het doelmatig nemen van maatregelen in openbaar gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In de Wet milieubeheer is de derde zorgplicht voor de gemeente opgenomen. De gemeente dient zorg te dragen voor het inzamelen transporteren van stedelijk afvalwater.

Pagina 10 van 22

Wet ruimtelijke ordening en de watertoets De watertoets is per 1 november 2003 wettelijk verplicht (en vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening). De watertoets betekent dat ruimtelijke plannen (waaronder bestemmingsplannen) die vanaf deze datum ter inzage worden gelegd, voorzien moeten zijn van een waterparagraaf. Ruimtelijke plannen van de initiatiefnemer (bijv. gemeente of projectontwikkelaar) worden overlegd met de waterbeheerder. In de waterparagraaf geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant. In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied geeft de initiatiefnemer expliciet aan welke rol de kosten en risico's van verdroging, verzilting, overstroming en overlast hebben gespeeld bij de besluitvorming. De waterparagraaf grijpt zichtbaar terug op de afsprakennotitie en het wateradvies. Nationaal Waterprogramma 2022-2027 Het programma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast voor de periode 2022-2027 om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterprogramma richt zich op schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is.

Belangrijke punten uit het nationaal waterprogramma zijn: • Eerst vasthouden, dan bergen en dan pas afvoeren; • Hemelwater zo veel mogelijk afkoppelen, mits schoon (anders eerst zuiveren); • Uitbreiding van verhard oppervlak zo veel mogelijk compenseren met hectares oppervlaktewater. Met deze punten zal rekening gehouden worden bij de uitvoering van de plannen. Nationaal Bestuursakkoord Water Met het NBW-Actueel (2008) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord. Een actualisatie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) uit 2003 komt voort uit de invoering van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), de noodzaak tot het aanscherping van een aantal begrippen en het beschikbaar komen van nieuwe klimaatscenario's. Ook is een nieuwe fase aangebroken in het samenwerkingsproces, waarbij het zwaartepunt verschuift van planvorming naar uitvoering. Het NBW is een uitwerking van de uitvoering van waterbeleid 21e eeuw (WB21) en de KRW. De belangrijkste doelen en taken zijn: • het teveel (overlast) of tekort (onderlast) aan water aanpakken; • verbetering van de waterkwaliteit.

Pagina 11 van 22

3.2.

Provinciaal beleid

Regionaal Water en Bodem Programma Het Regionaal Water en Bodem Programma 2022–2027 (RWP) is de strategische basis voor het Brabantse water- en bodembeleid en -beheer voor de korte en de lange termijn, rekening houdend met Europese, landelijke, provinciale en regionale doelen, duurzaamheid en klimaatveranderingen. Het Regionaal Water en Bodem Programma 2022–2027 integreert de milieu- en de wateropgave. Doel van dit nieuwe RWP is: een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Deze opgaven zijn ook van belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven: wonen en werken, infrastructuur en mobiliteit, landbouw en voedsel, natuur en biodiversiteit, erfgoed, een concurrerende en duurzame economie, en de energietransitie. De ambitie van het RWP luidt: ‘Brabant heeft in 2050 een klimaatbestendig en veerkrachtig water- en bodemsysteem en is bestand tegen extremen’. Om deze ambitie te bereiken werkt het RWP 5 beleidsopgaven uit: 1. Voldoende water (o.a. Europese KRW-doelen); 2. Schoon water (o.a. Europese KRW-doelen); 3. Waterveiligheid; 4. Vitale bodem; 5. Klimaatadaptatie Interim Omgevingsverordening De Interim Omgevingsverordening vervangt onder meer de Verordening ruimte, Verordening water en Provinciale milieuverordening.

In de Interim Omgevingsverordening staan regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen. Zo zijn er de waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden in opgenomen en worden gebieden aangewezen als reserveringsgebied voor waterberging. Deze gebieden worden ingezet om wateroverlast uit regionale watersystemen (beken, waterlopen) tegen te gaan. Voorts zijn normen opgenomen voor regionale waterkeringen, wateroverlast, de beoordeling van de waterveiligheid, afspraken over het beheer van wateren, waterwegen en waterkeringen, peilbesluiten en planvorming. Ook zijn milieuregels opgenomen die het drinkwater moeten beschermen. Het grondwater rond de Brabantse drinkwaterwinningen worden beschermd met speciale zones, waarbinnen bepaalde activiteiten beperkt of niet zijn toegestaan zonder vergunning. Verordening water Noord-Brabant In de Provinciale verordening water Noord-Brabant heeft de provincie normen opgenomen voor regionale waterkeringen, wateroverlast, de beoordeling van de waterveiligheid, afspraken over het beheer van wateren, waterwegen en waterkeringen, peilbesluiten en planvorming. Provinciale milieuverordening Noord-Brabant (PMV) In de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant 2010 (PMV) zijn milieuregels opgenomen die het drinkwater moeten beschermen.

Het grondwater rond de Brabantse drinkwaterwinningen wordt beschermd met speciale zones, waarbinnen bepaalde activiteiten beperkt of niet zijn toegestaan zonder vergunning.

Pagina 12 van 22

3.3.

Waterschapsbeleid

Waterbeheerplan 2022-2027 Het waterbeheerprogramma beschrijft de doelen van Waterschap Aa en Maas voor de periode 20222027. Het plan is afgestemd op de ontwikkeling van het Nationaal Waterprogramma, het Regionaal Water en Bodem Programma en het Stroomgebiedsbeheerplan. Het waterbeheerprogramma komt voort uit afspraken in de Omgevingswet. Er worden thema’s uitgewerkt zoals klimaat en de inrichting van de ruimte en economische activiteiten. Met het Waterbeheerprogramma werkt het waterschap samen met andere organisaties aan een klimaatbestendig en veerkrachtig waterbeheer. Dat waterbeheer draagt bij aan een duurzame ontwikkeling van het werkgebied en daarbuiten. Om dit te bereiken heeft het waterschap de volgende drie programma’s uitgewerkt 1. Waterveiligheid: Door in de programmaperiode de dijken te versterken en te onderhouden, zorgt het waterschap ervoor dat de dijken voldoen aan de normen. De komende jaren staan er enkele dijkverbeteringsprojecten op het programma. Maar aandacht voor dijken alleen is niet voldoende. Ook de ruimtelijke inrichting van Midden- en West-Brabant en adequaat optreden als zich een crisis voordoet (crisisbeheersing) zijn bepalend voor het beperken van overstromingsrisico’s. 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=faaeb355-a3b5-40b4-aedc-15f7cfedafd7