CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij vast te stellen bestemmingsplan Hoofdstraat 145-147 Schijndel

Raadsvergadering 14 december 2023, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Centrum 2009, herziening Hoofdstraat 145 en 147 Schijndel'19.353 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bureau voor Archeologie Rapport 1081 Hoofdstraat 145 en 147, Schijndel, gemeente Meierijstad: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase

2

Colofon titel:

Bureau voor Archeologie Rapport 1081. Hoofdstraat 145 en 147, Schijndel, gemeente Meierijstad: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase

auteur:

C. de Jong (junior prospector)

autorisatie:

A. de Boer (KNA senior prospector)

datum:

19 oktober 2021 (definitief)

ISSN:

2214-6687

© Bureau voor Archeologie Koningsweg 244 Utrecht T 030 245 18 95 E info@bureauvoorarcheologie.nl I https://www.bureauvoorarcheologie.nl

Bureau voor Archeologie Rapport 1081

Schijndel Hoofdstraat 145 en 147

3

Administratieve gegevens Projectnummer

2020120103

Provincie

Noord-Brabant

Gemeente

Meierijstad

Plaats

Schijndel

Toponiem

Hoofdstraat 145 en 147

Centrum locatie (m RD)

158.520; 403.050 (x; y)

Omvang plangebied

1.600 m2

Omvang onderzoeksgebied booronderzoek 670 m2 Kadastrale gegevens

kadastrale gemeentenaam: Schijndel, sectie: G, nummer(s): 434, 2386, 2387, 4062

ARCHIS onderzoeksmeldingsnummer

5102719100 (ABU); 5102727100 (ABO)

Soort onderzoek

een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase

Opdrachtgever

Wintraecken Advies

Uitvoerder

Bureau voor Archeologie

Kaartblad

45D

(RO) kader onderzoek

Aanvraag omgevingsvergunning

Periode van uitvoering veldwerk

8 september 2021

Bevoegde overheid

Gemeente Meierijstad

Deskundige namens bevoegde overheid

Gemeente ’s-Hertogenbosch, Afdeling SO/Erfgoed

Status goedkeuring bevoegde overheid

Onbekend

Beheerder en plaats van documentatie

Digitale documentatie: ARCHIS en E-Depot Vondstdocumentatie: geen vondsten

Bureau voor Archeologie Rapport 1081

Schijndel Hoofdstraat 145 en 147

4

Figuur 1: Het onderzoeksgebied (kaartbeeld) met plangebied (rood; www.opentopo.nl).

Bureau voor Archeologie Rapport 1081

Schijndel Hoofdstraat 145 en 147

5

Inhoudsopgave 1 2

3

4 5 6

Samenvatting...............................................................................................7 Inleiding.......................................................................................................8 1.1 Doelstelling en vraagstelling.................................................................8 Bureauonderzoek......................................................................................10 2.1 Methode..............................................................................................10 2.2 Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik..........................................10 2.3 Huidige situatie....................................................................................11 2.4 Aardwetenschappelijke waarden.........................................................12 2.5 Historische situatie..............................................................................13 2.6 Mogelijke verstoringen........................................................................13 2.7 Archeologische en bouwhistorische waarden......................................14 2.8 Gespecificeerde verwachting..............................................................18 Booronderzoek..........................................................................................20 3.1

Inleiding..............................................................................................20 3.2 Methode..............................................................................................20 3.3 Resultaten met bodemkundige interpretatie........................................21 3.4 Archeologische interpretatie................................................................22 3.5 Waardestelling en Selectieadvies.......................................................23 Conclusie...................................................................................................24 4.1 Conclusie Bureauonderzoek...............................................................24 4.2 Conclusie Booronderzoek...................................................................25 Advies........................................................................................................26 Literatuur...................................................................................................27 Figuren......................................................................................................29 Bijlage 1: Boorbeschrijvingen.....................................................................51

Bureau voor Archeologie Rapport 1081

Schijndel Hoofdstraat 145 en 147

6

Lijst met Figuren Figuur 1: Het onderzoeksgebied (kaartbeeld) met plangebied (rood; www.opentopo.nl)........................................................................................4 Figuur 2: Luchtfoto actueel..................................................................................29 Figuur 3: Topografische kaart..............................................................................30 Figuur 4: Zuidzijde van het plangebied (Google Street View)..............................31 Figuur 5: Archeologische beleidskaart gemeente Schijndel (Berkvens 2013).....32 Figuur 6: Nieuwe situatie.....................................................................................33 Figuur 7: Bouwjaren (Kadaster 2013). De ligging van kelders/souterrain zijn aangegeven met oranje contouren............................................................34 Figuur 8: Bestektekening uit 1956 van het pand aan de Hoofdstraat 145 (Brabants Historisch Informatie Centrum 2021).........................................35 Figuur 9: Bestektekening uit 1946 van de bioscoop achter de Hoofdstraat 145 (Brabants Historisch Informatie Centrum 2021).........................................36 Figuur 10: Bestektekening uit 1946 van de westzijde van de bioscoop achter de Hoofdstraat 145 (Brabants Historisch Informatie Centrum 2021)...............37 Figuur 11: Geomorfologische kaart (Maas e.a.

2019).........................................38 Figuur 12: Bodemkaart (Alterra 2014).................................................................39 Figuur 13: Hoogte-reliëfkaart (Actueel Hoogtebestand Nederland 2018)............40 Figuur 14: Hoogte-reliëfkaart detail (Actueel Hoogtebestand Nederland 2018).. 41 Figuur 15: Tiendkaart van Schijndel, 1756 (Van de Weijer 1756). Het plangebied is globaal aangegeven met blauw..............................................................42 Figuur 16: Kaart figuratief van het grootste gedeelte van Bataasch Braband, 1794 (Verhees 1794).Het plangebied is globaal aangegeven met blauw............42 Figuur 17: Kadastrale minuut 1811-1832, gemeente Schijndel, sectie D, blad 2 (Kadaster 1811).........................................................................................43 Figuur 18: Topografisch militaire kaart 1850........................................................44 Figuur 19: 608-2076-ST. MICHIELSGESTEL-1900.............................................44 Figuur 20: 608-2079-ST.

MICHIELSGESTEL-1928.............................................45 Figuur 21: 45D-1956-Boxtel / Schijndel / s-Hertogenbosch.................................45 Figuur 22: 45D-1978-Boxtel / Schijndel / s-Hertogenbosch.................................46 Figuur 23: 45D-1988-Boxtel / Schijndel / s-Hertogenbosch.................................46 Figuur 24: Archeologische terreinen (rood), vondstlocaties (geel) en zaken (blauw) uit ARCHIS (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2021)............47 Figuur 25: Boorpuntenkaart met plangebied (blauw) en onderzoeksgebied van het booronderzoek (rood gestreept)...........................................................48 Figuur 26: Schematische weergave van de boorprofielen...................................49 Figuur 27: Foto van boring 5...............................................................................50

Lijst met Tabellen Tabel 1: Aardkundige waarden............................................................................13 Tabel 2: Archeologische terreinen, zaken en vondstlocaties ca. 200 m van het plangebied.................................................................................................18

Bureau voor Archeologie Rapport 1081

Schijndel Hoofdstraat 145 en 147

7

Samenvatting Bureau voor Archeologie heeft een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd voor sloop- en bouwwerkzaamheden aan de Hoofdstraat 145 en 147 te Schijndel. De vraagstelling van het onderzoek luidt: hoe kan rekening gehouden worden met eventuele archeologische resten bij de voorgenomen ontwikkeling? Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocollen 4002 en 4003. Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied. In het plangebied wordt een groot deel van de bebouwing gesloopt en vervangen door appartementen. De bebouwing aan de kant van de Hoofdstraat wordt gerenoveerd. In het zuiden van het plangebied wordt groen gerealiseerd. Het plangebied ligt op de zuidflank van een dekzandrug met een noordwestzuidoost oriëntatie. Hoewel volgens de archeologische beleidskaart het plangebied (gedeeltelijk) in de historische kern van Schijndel ligt, blijkt uit historische kaarten dat in de 18e en de eerste helft van de 19e eeuw het plangebied in gebruik is als bouwland. Pas sinds 1900 staat bebouwing in de noordelijke helft van het plangebied. Na de Tweede wereldoorlog wordt het overgrote deel van het plangebied bebouwd. Het gebouw uit 1900 wordt hierbij waarschijnlijk gesloopt.

Omdat het plangebied tot en met de 19e eeuw gebruikt wordt als akker, worden resten (van de historische kern) uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd niet verwacht. Onder de verwachte enkeerdgronden kunnen archeologische resten aanwezig zijn. In het plangebied zijn vijf boringen gezet, waarvan vier inpandig, tot maximaal 200 cm -mv. Deze bevestigen dat de natuurlijke ondergrond bestaat uit dekzand. De top van het dekzand ligt tussen 95 en 160 cm onder vloer- en straatniveau. Hierop ligt een pakket omgewerkte grond en een pakket grond van elders (opgebracht). Het omgewerkte pakket is vermoedelijk een restant van een enkeerdlaag, maar het bodemprofiel blijkt volledig vergraven tot in de C-horizont. Zeer waarschijnlijk zijn geen archeologische waarden meer aanwezig in het plangebied. Bureau voor Archeologie adviseert het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Meierijstad.

Bureau voor Archeologie Rapport 1081

Schijndel Hoofdstraat 145 en 147

8

1

Inleiding Bureau voor Archeologie heeft een archeologisch bureauonderzoek en een booronderzoek uitgevoerd voor een herontwikkelingsproject aan de Hoofdstraat 145 en 147 te Schijndel. Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning. De ligging van het plangebied is weergegeven in fig. 1. Vanwege het gemeentelijke archeologische beleid moet voor de beoogde ontwikkeling een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000,1 in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een booronderzoek in de verkennende fase. Met de bevindingen wordt aan het einde van het rapport een advies gegeven hoe bij het project rekening kan worden gehouden met archeologische waarden.

1.1

Doelstelling en vraagstelling Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting. Het doel van het veldonderzoek is het controleren en verfijnen van de archeologische verwachting zodat een beslissing genomen kan worden over hoe met eventuele archeologische waarden rekening moet worden gehouden bij de voorgenomen werkzaamheden. Het veldonderzoek is uitgevoerd als booronderzoek (IVO – O) en betreft de verkennende fase. Met het verkennende veldonderzoek wordt inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Hiermee worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd. De volgende onderzoeksvragen zijn in dit onderzoek gebruikt: Bureauonderzoek: 1.

Waaruit bestaan de voorgenomen bodemingrepen?

2.

Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde?

3.

Is sprake van bekende bodemverstoringen?

4.

Wat is de historische ontwikkeling van het plangebied?

5.

Is sprake van bekende archeologische waarden (zoals AMK terreinen, vondstlocaties, historische kernen) in het plangebied en directe omgeving, en zo ja welke?

1

https://www.kiwa.nl/upload/certificate/00094278.pdf

Bureau voor Archeologie Rapport 1081

Schijndel Hoofdstraat 145 en 147

9 6.

Kunnen archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn? Zo ja, wat is daarvan op hoofdlijnen de omvang, ligging, aard en datering?

Verkennend booronderzoek: 7.

Wat is de aard (geologisch en bodemkundig) en intactheid (verstoringen) van het bodemprofiel?

8.

Zijn potentiële archeologische niveaus aanwezig, en zo ja, wat is de aard, diepteligging en verbreiding daarvan?

Eindoordeel: 9.

Indien (mogelijk) archeologische waarden aanwezig zijn: a) Worden deze archeologische waarden verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze? b) Welke maatregelen kunnen worden genomen om voldoende rekening te houden met deze archeologische waarden?

10.

Indien vervolgonderzoek nodig is: Welke methode(n), techniek(en) en strategie(ën) van Inventariserend veldonderzoek zijn hiervoor geschikt?

Bureau voor Archeologie Rapport 1081

Schijndel Hoofdstraat 145 en 147

10

2

Bureauonderzoek

2.1

Methode Het bureauonderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA 4.1, protocol 4002.2 Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied te komen. Eerst wordt het plan- en onderzoeksgebied vastgesteld en het onderzoek gemeld bij ARCHIS. Daarna wordt achtereenvolgens de aardkundige, archeologische en historische context van het te onderzoeken gebied bestudeerd. Deze gegevens leiden tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. In de gespecificeerde verwachting worden de mogelijk aanwezige archeologische resten beschreven in termen van onder meer diepteligging, omvang, ouderdom en conservering. De genoemde stappen leiden tot onderhavig rapport en het openbaar maken van de resultaten bij Archis en het e-Depot voor de Nederlandse Archeologie.3 In de hierna volgende hoofdstukken worden de belangrijkste onderzoeksgegevens gepresenteerd. Er is geen contact geweest met lokale amateurs en/of Heemkunde-kringen. Van alle afgebeelde kaarten is het noorden boven, tenzij anders aangegeven.

2.2

Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik Afbakening plan- en onderzoeksgebied De ligging van het plangebied staat afgebeeld in fig. 1. Het plangebied ligt in de gemeente Meierijstad in de plaats Schijndel. De locatie ligt aan Hoofdstraat 145 en 147. Het plangebied is 80 m lang en 25 m breed en heeft een omvang van 1.600 m2. Het plangebied wordt in het noorden begrensd door de Hoofdstraat. Langs de oost- en zuidgrens liggen respectievelijk de Meierijstraat en Baroniestraat (fig. 2, 3 en 4). Om voldoende informatie over aardkundige, historische en archeologische gegevens te verzamelen wordt een onderzoeksgebied gebruikt dat groter is dan het plangebied. Het onderzoeksgebied voor het bureauonderzoek is een zone met straal van circa 200 m om de ontwikkeling heen (fig. 1). Overheidsbeleid In het gebied geldt een vastgesteld gemeentelijk archeologisch beleid (fig. 5). Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart uit 2013 ligt het noorden van het plangebied (ongeveer 15% van de totale oppervlakte) in een gebied van archeologische waarde. Het beleid is dat bij ingrepen van meer dan 100 m2 en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm onder maaiveld rekening gehouden moet worden met archeologische resten.

2 3

SIKB 2018 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Data Archiving and Networking Services

Bureau voor Archeologie Rapport 1081

Schijndel Hoofdstraat 145 en 147

11 De rest van het plangebied heeft een hoge verwachting. In deze zone is het beleid dat bij ingrepen van meer dan 500 m2 en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm onder maaiveld (50 cm bij een esdek en agrarisch bestemde gronden) rekening gehouden moet worden met archeologische resten. Ontwerp c.q. inrichtingsplan De beoogde ingreep bestaat uit de sloop van een groot gedeelte van de bebouwing (Citytheather, ongeveer 950 m2). Hier komen nieuwe appartementen voor in de plaats (fig. 6). De bebouwing aan de noordzijde van het plangebied, direct aan de Hoofdstraat, wordt gerenoveerd. In het zuiden van het plangebied wordt groen gerealiseerd. Aard en omvang van de toekomstige verstoring De exacte ingrepen zijn nog niet bekend. Naar verwachting vinden graafwerkzaamheden plaats tot 80 cm onder maaiveld. De graafwerkzaamheden vinden plaats over ongeveer 1.300 m2. Milieutechnische condities Bij Hoofdstraat 145 bevond zich een bovengrondse opslagtank. Deze tank is gereinigd en verwijderd.4 Grondwaterpeil Vanwege de ligging in de bebouwde kom zijn geen grondwatertrappen gedefinieerd. De grondwaterstand zal door de beoogde ingrepen waarschijnlijk niet veranderen. Consequentie van de ingrepen Door uitvoeren van graafwerkzaamheden kunnen archeologische resten worden vergraven.

2.3

Huidige situatie Bebouwing en functie In het plangebied staan drie panden. Hiervan is één gebouwd in 1947, één in 1948 en één in 1950 (fig. 7).5 De funderingen liggen tussen 75 en 80 cm -mv. Onder nummer 145 bevinden zich drie kelders (fig. 8). De onderkant van de noordelijke en centrale kelder ligt op 230 cm onder maaiveld. De onderkant van de zuidelijke kelder ligt op ongeveer 300 cm onder maaiveld. De gezamenlijke oppervlakte van de kelders is ongeveer 50 m2. De onderkant van de funderingen van de bioscoop aan de westzijde van het plangebied liggen tussen 60 en 90 cm -mv (fig. 9). In het zuidelijke deel van de bioscoop bevindt zich een souterrain (fig. 10). De onderkant van dit souterrain ligt op ongeveer 164 cm -mv.

4 5

Provincie Noord-Brabant e.a. 2020 Kadaster 2013

Bureau voor Archeologie Rapport 1081

Schijndel Hoofdstraat 145 en 147

12 Bodemgebruik Het zuiden van het plangebied is gedeeltelijk verhard met klinkers en bestaat voor de rest uit gras (fig. 4). Bestemmingsplan Het plangebied ligt in bestemmingsplan Plancontour Centrum 2009. Dit betekent dat bij ingrepen met een omvang van meer dan 50 m2 waarbij de bodem dieper dan 30 cm onder maaiveld wordt verstoord een rapport moet worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. Dit wijkt af van het actuele archeologische beleid.

2.4

Aardwetenschappelijke waarden De aardkundige gegevens staan samengevat in tabel 1. Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Roerdalslenk', in de landschapszone dekzandvlakten.6 De Roerdalslenk is sinds 25 miljoen jaar een dalingsgebied. Gedurende het Pleistoceen zijn hier rivierafzettingen gevormd. Op de rivierafzettingen is dekzand afgezet (Formatie van Boxtel).7 Op sommige plaatsen is het zand in de vorm van ruggen tot rust gekomen. De plaats Schijndel is op een dergelijke rug ontstaan. Hoewel op de geomorfologische kaart het plangebied als bebouwing staat aangegeven, zijn ten zuidwesten en oosten de dekzandruggen nog zichtbaar (fig. 11). Volgens de bodemkaart zijn op de dekzandruggen voornamelijk hoge zwarte enkeerdgronden te vinden (fig. 12). Deze gronden zijn kenmerkend voor gebieden die eeuwen lang zijn gebruikt als bouwlanden. In de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd zijn de gronden door een systeem van potstal bemesting kunstmatig opgehoogd. Deze dekken kunnen decimeters dik zijn en waar ze meer dan 50 cm dik zijn worden ze enkeerdgronden genoemd. Hoewel het plangebied zelf als bebouwd aangegeven staat, is de natuurlijke situatie waarschijnlijk vergelijkbaar aan het omringende gebied.

Bij een archeologisch booronderzoek dat ongeveer 60 m ten oosten van het plangebied is uitgevoerd (zaakmelding 4.663.173.100), is de eerdlaag, zover intact, 85 tot 130 cm dik en zwak humeus. Slechts in één boring is een restant van een podzolbodem (B-horizont) aanwezig waarvan de top op 9,55 m NAP ligt. Het onverstoorde dekzand in de rest van de boringen bevindt zich tussen 8,65 en 9,25 m NAP. Op de hoogte-reliëfkaart is een dekzandrug met noordwest-zuidoost oriëntatie herkenbaar (fig. 13). Het plangebied ligt op de zuidelijke flank hiervan. Het maaiveld in het plangebied neemt af van noordoost naar zuidwest. Het maaiveld, voor zover niet bebouwd, ligt tussen 9,5 en 10,3 m NAP.

6 7

Rensink e.a. 2015 De Mulder 2003

Bureau voor Archeologie Rapport 1081

Schijndel Hoofdstraat 145 en 147

13 Bron

Situatie plangebied, omschrijving

Geologie

Geologische Overzichtskaart 1 : 250 000:8 • Bx6: Formatie van Boxtel met een dek van het Laagpakket van Wierden; fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een zanddek (Bx6)

Bodemkunde (fig. 12)

Bodemkaart 1 : 50 000: • Bebouwing (bebouwd)

Geomorfologie (fig. 11)

Geomorfologische kaart 1 : 50 000: • Bebouwing (Beb)

AHN (fig. 13 en 14)

Het maaiveld ligt tussen 9,5 (noordoosten) en 10,3 m NAP (zuidwesten).

Tabel 1: Aardkundige waarden.

2.5

Historische situatie Op het dekzand is bewoning mogelijk vanaf het Laat-Paleolithicum. Bewoning vindt in die periode meestal plaats op (de flanken van) dekzandruggen en andere relatief hoge delen van het landschap in de nabijheid van water. De plaats Schijndel wordt voor het eerst genoemd in 1299 als Skinle.9 De betekenis van de naam kan zijn ontleent aan een eikenbos waar schors (skin) werd gewonnen. Het dorp is ontstaan als dochterparochie van Dinther, waarschijnlijk in de 13e eeuw op vruchtbare gronden langs de Aa.10 In de 18e eeuw ligt het plangebied ter hoogte van van een akker aan de Hoofdstraat (fig. 15 en 16). Bebouwing in de omgeving van het plangebied bevindt zich met name aan de Heikantstraat ten zuiden van de hoofdstraat en in een straal van ongeveer 200 m rondom de kerk, 400 m ten noordwesten van het plangebied. Langs de Hoofdstraat, ter hoogte van het plangebied, is tevens een bomenlaan zichtbaar. De dichtstbijzijnde bebouwing langs de Hoofdstraat bevindt zich verder naar het westen. Ook op de kadastrale minuut uit 1811 tot 1832 bestaat het plangebied uit Bouwland (fig. 17). De Heikantstraat heeft op deze kaart de naam Laage straat. De bebouwing bevindt zich langs deze straat. Pas sinds 1900 staat bebouwing in de noordelijke helft van het plangebied (fig. 18 en 19). Het pand bevindt zich in de noordelijke helft van het plangebied, de rest blijft onbebouwd.

Na de tweede wereldoorlog worden in het plangebied nieuwe gebouwen neergezet (fig. 20 en 21). De oude bebouwing is gesloopt. De nieuwe gebouwen worden tussen 1947 en 1950 gebouwd.11 In 1978 lijkt een (bij)gebouw gesloopt te zijn in het zuiden van het plangebied (fig. 22). Tussen 1978 en 1988 worden de Meierijstraat en Baroniestraat aangelegd.

2.6

Mogelijke verstoringen Door bouw- en sloopwerkzaamheden in de 19e en 20e eeuw kan de bodem verstoord zijn geraakt. 8 De Mulder 2003 9 Berkel 2006 10 Berkvens 2013 11 Kadaster 2013 Bureau voor Archeologie Rapport 1081

Schijndel Hoofdstraat 145 en 147

14 Onder nummer 145 bevinden zich drie kelders (zie hoofdstuk 2.3 en fig. 7). De onderkant van deze kelders ligt tussen 230 en 300 cm onder maaiveld. Tevens bevindt zich in het zuidelijke deel van de bioscoop een souterrain. De onderkant van dit souterrain ligt op ongeveer 164 cm -mv.

2.7

Archeologische en bouwhistorische waarden Archeologische terreinen, vondstlocaties en zaken staan weergegeven in fig. 24 en staan toegelicht in tabel 2. De belangrijkste bevindingen worden in de lopende tekst samengevat. Ongeveer 500 m2 van het noordelijke deel van het plangebied ligt in AMK-terrein 16.858. Het betreft de oude dorpskern van Schijndel. Het plangebied is niet eerder archeologisch onderzocht. Ongeveer 70 m ten oosten van het plangebied, aan de andere kant van de Hoofdstraat, is op basis van een archeologisch bureau- en booronderzoek (zaken 4.663.165.100 en 4.663.173.100) het gebied vrijgegeven. Dit vanwege de verstoorde bodem en aanwezige bebouwing. 200 m ten westen van het plangebied, aan de zuidzijde van de Mieke de Brefstraat, is tijdens een archeologische begeleiding en proefsleuvenonderzoek (zaak 2.408.092.100) een deels intacte bodem aangetroffen. Het esdek was nog gedeeltelijk aanwezig, evenals de onderliggende natuurlijke bodemhorizonten.

Hier zijn zes vindplaatsen aangetroffen: nederzettingssporen in de vorm van een concentratie paalsporen, een kleine gebouwstructuur en een kuil uit de volle middeleeuwen, een zone met grondverbeteringskuilen/moesbedden uit de 18e en 19e eeuw, een middeleeuws percelleringssysteem, waaronder een dubbele greppel met beschoeiingspalen erlangs, een (mogelijke) vijver uit de nieuwe tijd, twee losse paalsporen uit de middeleeuwen en 20e eeuwse bebouwingsresten. Daarnaast zijn de resten van minimaal één menselijke begraving aangetroffen. Twee vindplaatsen zijn als behoudenswaardig beschouwd. Aan de andere kant van de Mieke de Brefstraat heeft een archeologische booronderzoek plaatsgevonden (zaak 2.184.598.100). Hoewel een groot deel van het onderzochte gebied verstoord bleek te zijn, is in een deel van het gebied een intacte enkeerdgrond aanwezig. Op de locatie zijn brokjes houtskool, aardewerk en hutteleem uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd gevonden. In het plangebied zijn geen bekende militaire erfgoedwaarden aanwezig.12 In het plangebied staan geen bekende (ondergrondse) bouwhistorische waarden geregistreerd.13 In het onderzoeksgebied bevinden zich drie rijksmonumenten ongeveer 200 ten noordwesten van het plangebied. Het betreft twee woningen uit de eerste helft van de 19e eeuw en de hervormde kerk uit 1810.

Archeologische terreinen 16.858 - Schijndel - Terrein van hoge archeologische waarde Terrein met de oude dorpskern van Schijndel. Binnen de kern is middeleeuwse bewoning aanwezig van vóór 1250 n. Chr. De begrenzing is gebaseerd op de 16e eeuwse Van Deventer kaarten en 20e eeuwse Bonnebladen. Bewoning in de Vroege en Volle Middeleeuwen kan echter een meer dynamisch karakter hebben gehad waardoor ook buiten de grenzen bewoning kan worden aangetroffen. 12 Stichting RAAP 2017; Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2016 13 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2017 Bureau voor Archeologie Rapport 1081

Schijndel Hoofdstraat 145 en 147

15 Zaken (incl. evt. bijbehorende vondsten) 2.184.598.100: Meierijstad, Schijndel, Mieke de Brefstraat, boring Op basis van de geologische opbouw en de waarnemingen in de omgeving van het plangebied bestaat een hoge kans op het aantreffen van vondsten en/of sporen, met name van tijdelijke kampementen van jagers/verzamelaars uit de Steentijd en huis- of boerderijplaatsen uit de periode na de Steentijd tot in de Middeleeuwen. Langs de Hoofdweg en Pompstraat bestaat een hoge kans op het aantreffen van vondsten en/of sporen uit de Late-Middeleeuwen tot in de Nieuwe tijd. In het veld bleken het gebied aan en langs de Mieke de Brefstraat en het parkeerterrein geëgaliseerd te zijn. De bodem is hier niet meer intact. Een enkeerdgrond is in het westelijke deel en op enkele plaatsen binnen het plangebied aangetroffen. In de bodem onder het plaggendek zijn geen uitspoelings- of inspoelingshorizonten aanwezig. In het noordelijke deel werd naar verwachting een sterk gemengde laag tot 2,3 à 2,6 m -mv aangetroffen. Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt geadviseerd adviseert om een archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleufonderzoek uit te voeren in een deel van het plangebied aan de Mieke de Brefstraat. 14 Bij deze zaak is vondstlocatie 1.086.151 geregistreerd. Het betreft brokjes houtskool, aardewerk en hutteleem uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd.

2.191.555.100: Meierijstad, Schijndel, Markt, Vicaris van Alphenstraat, begeleiding Tijdens het onderzoek zijn relatief weinig archeologische sporen aangetroffen. Dit is te wijten aan de geringe graafdiepte van de putten en aan gevechtshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog, die grote schade aan het dorp veroorzaakten. Er zijn inhumaties en knekelkuilen met menselijk botmateriaal aangetroffen die gerelateerd zijn aan de nabije kerk en kerkhof. Een deel van de graven is verstoord. De oudste vondst in een intact graf dateert uit de 17e eeuw. Overige vondsten bestaan voornamelijk uit stadsafval uit de Nieuwe tijd.15 2.329.036.100: Meierijstad, Schijndel, Kloosterstraat, boring De natuurlijke podzolgrond, die oorspronkelijk onder het plaggendek aanwezig is geweest, is in het hele plangebied waarschijnlijk door ploegwerkzaamheden verstoord en opgenomen in het plaggendek dan wel de Apb-horizont. Aangezien de bodem is verstoord, zijn eventueel aanwezige vuursteenvindplaatsen verloren gegaan. Daarnaast zijn er geen indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een vuursteenvindplaats. Tijdens het booronderzoek zijn geen archeologische resten of indicatoren aangetroffen, die wijzen op de aanwezigheid een vindplaats uit het Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen.

Tijdens het booronderzoek is in de begraven Apb-horizont , direct onder het plaggendek, wel aardewerk uit de late middeleeuwen (14 e/15e eeuw) aangetroffen, maar geen indicatoren uit de nieuwe tijd. Het stukje aardewerk uit 14 e/15e eeuw wordt beschouwd als mestaardewerk behorende bij het direct daarboven liggende plaggendek en geeft eerder het in gebruik nemen van het gebied als landbouwgrond aan, dan dat het duidt op een nederzettingsvindplaats ter plekke. Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor het plangebied geen vervolgonderzoek geadviseerd.16 2.333.572.100: Meierijstad, Schijndel, De Markt, boring Uit het inventariserend veldonderzoek blijkt dat op de locatie een sterk gelaagd antropogeen pakket aanwezig is met daaronder de onverstoorde C-horizont. In het oostelijke deel van de onderzoekslocatie is een zwarte sterk humeuze laag met antropogene insluitsels aangetroffen, die is geïnterpreteerd als cultuurlaag. De bovenliggende lagen zijn waarschijnlijk aangetast door recente vergraving. De laag is op het westelijke terreindeel niet aangetroffen; waarschijnlijk is deze laag hier vergraven tijdens de sloop van de bebouwing langs de Hoofdstraat na de Tweede Wereldoorlog. Mogelijk aanwezige archeologische waarden zijn op dit deel van de onderzoekslocatie waarschijnlijk sterk aangetast.

De grens van deze vergraving kon tijdens het onderzoek niet exact bepaald en moet worden vastgesteld tijdens een vervolgonderzoek.17 2.363.729.100: Meierijstad, Schijndel, Mieke de Brefstraat, boring Het plangebied ligt grotendeels binnen de historische dorpskern van Schijndel en ligt op de overgang van een gebied met lage dekzandruggen naar een lager gelegen vlakte. Het plangebied ligt volgens het bureauonderzoek in een zone met zwarte enkeerdgronden en was aan het begin van de 19e eeuw deels bebouwd en deels in gebruik als tuin. De verwachting op het aantreffen van archeologische resten is groot. Deze verwachting is tijdens het veldonderzoek voor vrijwel het hele plangebied bevestigd.18 2.382.950.100: Meierijstad, Schijndel, Kloosterstraat, boring Door middel van een verkennend booronderzoek werd een inventarisatie gemaakt van mogelijk 14 Bergman en Krist 2008 15 Bergsma en Stokkel 2009 16 Schorn 2014 17 Thijs 2011 18 Bergman en Miedema 2012 Bureau voor Archeologie Rapport 1081

Schijndel Hoofdstraat 145 en 147

16 aanwezige bewoningssporen die op grond van een voorafgaand archeologisch onderzoek, door leden van de plaatselijke heemkundekring, op het terrein verwacht werden (sporen en vondsten uit de IJzertijd en Middeleeuwen). Het booronderzoek heeft, tegen de verwachting in, geen duidelijke nederzettingssporen uit de genoemde periodes, of de beginperiode van Schijndel opgeleverd. In de boorkernen was weliswaar zeer veel materiaal (meer dan gemiddeld) aanwezig, maar dit betreft voor het overgrote deel materiaal uit de postmiddeleeuwse of (sub)recente periodes. Dit materiaal is daar waarschijnlijk terechtgekomen met de in de loop der eeuwen opgebrachte grond. Er is echter wel sprake van een vage clustering van handgemaakt aardewerk en wat vuursteenfragmentjes direct naast de reeds gegraven funderingsgreppel. In hoeverre deze clustering een aanwijzing vormt voor bewoningssporen uit de IJzertijd is niet geheel duidelijk. De aard van de grondsporen en het daarbij aangetroffen materiaal doen vermoeden dat het hier om (historisch gezien) vrij recente sporen gaat. Het handgemaakte aardewerk zou afkomstig kunnen zijn uit een onderliggende cultuurlaag, maar echt overtuigend zijn deze fragmentjes niet.

De resultaten van dit booronderzoek vormen geen aanleiding voor verder uitbreidend archeologisch onderzoek voorafgaand aan de graafwerkzaamheden op het betreffende terrein.19 2.408.092.100: Meierijstad, Schijndel, Mieke de Brefstraat, proefputten\proefsleuven voorafgaand aan het onderzoek zijn in 2012 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van boringen uitgevoerd (zaak 2.363.729.100). Aan dit onderzoek is een archeologische begeleiding vooraf gegaan. Uit het proefsleuvenonderzoek bleek, dat op het westelijke deel van het onderzoeksterrein slechts plaatselijk sprake was van kleine recente verstoringen. Het oostelijke deel van het onderzoeksterrein bleek sterker verstoord door grote verstoringen tot in de C-horizont. Dit is ook gebleken uit de archeologische begeleiding. Op een deel van het terrein was nog een (deel van het) esdek aanwezig, waaronder zich de natuurlijke bodemhorizonten bevonden.

Er zijn op het terrein in totaal zes vindplaatsen aangetroffen: nederzettingssporen in de vorm van een concentratie paalsporen, een kleine gebouwstructuur en een kuil uit de volle middeleeuwen, een zone met grondverbeteringskuilen/moesbedden uit de 18e en 19e eeuw, een middeleeuws percelleringssysteem, waaronder een dubbele greppel met beschoeiingspalen erlangs, een (mogelijke) vijver uit de nieuwe tijd, twee losse paalsporen uit de middeleeuwen en 20e eeuwse bebouwingsresten. Daarnaast zijn de resten van minimaal één menselijke begraving aangetroffen. Deze resten werden aangetroffen ten noorden van de geruimde zone van de begraafplaats van het klooster en stammen uit het begin van de 20e eeuw. Twee vindplaatsen worden als behoudenswaardig beschouwd en voor deze locaties wordt een opgraving geadviseerd.20 3.294.468.100 : Meierijstad, Schijndel, Hoofdstraat 162-164, boring In alle boringen is een humeus zandpakket aanwezig dat wordt geïnterpreteerd als een antropogeen dek. Het pakket bevat hardgebakken baksteenfragmenten in alle boorprofielen. Onderin het antropogene dek is geen oude bodem aangetroffen. Uit bovenstaande wordt geconcludeerd dat het pakket waarschijnlijk recentelijk is omgewerkt en/of opgebracht en de oorspronkelijke bodem is opgenomen in het antropogene dek.

Verondersteld wordt dat ter plaatse het bebouwde deel van het plangebied, met name ter plaatse van het pand dat is gebouwd in de jaren 40 van de vorige eeuw, ook geen oude bodem meer aanwezig is en de bodem eveneens tot in de C-horizont is geroerd. De aanwezigheid van behoudenswaardige archeologische resten is klein. Wel kunnen in het plangebied nog diepe grondsporen worden aangetroffen. De aan- of afwezigheid van deze structuren kunnen met het onderhavige onderzoek niet worden uitgesloten. De mogelijke archeologische waarden (diepe greppels en waterputten) kunnen deels worden vergraven door de voorgenomen ingreep. Gezien de kleine kans op de aanwezigheid van de mogelijke waarden worden maatregelen niet noodzakelijk geacht.21 Bij deze zaak is vondstlocatie 1.115.201 geregistreerd. Bij deze vondstlocatie zijn geen vondsten geregistreerd. 4.663.165.100 en 4.663.173.100: Meierijstad, Schijndel, Hoofdstraat 190, bureauonderzoek en boring Op basis van de waargenomen bodemverstoringen in zes van de zeven boringen en de aanwezigheid van bebouwing op een deel van de nieuwbouwlocatie, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden, op resten uit het Midden Paleolithicum na, niet meer in situ worden verwacht.

De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, is door het booronderzoek bijgesteld naar laag voor alle perioden vanaf het Laat Paleolithicum. Resten uit het Midden Paleolithicum betreffen echter toevalvondsten, zodat hier geen duidelijke verwachting voor kan worden gegeven. Het advies is om het gebied vrij te geven. 22 4.858.132.100 en 4.858.140.100: Meierijstad, Schijndel, Hoofdstraat 154, bureauonderzoek en 19 Robeerst 1996 20 Tump 2013 21 Hanemaaijer 2015 22 Stiekema 2019 Bureau voor Archeologie Rapport 1081

Schijndel Hoofdstraat 145 en 147

17 boring Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat in het plangebied nog deels een eerddek aanwezig is. De top van de dekzandafzettingen in het plangebied is licht tot matig verstoord. Dit kan samenhangen met de huidige inrichting van het plangebied, maar het kan ook niet uitgesloten worden dat een deel van de bodemverstoringen zijn veroorzaakt door de ligging van het plangebied op de oostelijke rand van de historische kern van Schijndel. Op basis van de waargenomen lichte tot matige bodemverstoringen en de aanwezigheid van bebouwing op een deel van de nieuwbouwlocatie, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden van jagers en verzamelaars uit het Laat Paleolithicum en Mesolithicum niet meer in situ worden verwacht. Voor archeologische waarden van landbouwers uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd, alsmede waarden die samenhangen met de historische kern van Schijndel kan de middelhoge tot hoge gespecificeerde verwachtingswaarde op basis van het verkennend booronderzoek voor de delen buiten de reeds bekende verstoorde delen van het plangebied blijven gehandhaafd. Gezien de in dit onderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen.

Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek voor delen van het plangebied die niet al als verstoord zijn geregistreerd.23 Vondstlocaties los 1.042.480: Meierijstad, Schijndel, Spoorpad, Niet-archeologisch: graafwerk Op een diepte van 3 meter werd 16e tot 18e eeuws materiaal aangetroffen bestaande uit honderden fragmenten blauwgrijs gedraaid laat Middeleeuws aardewerk, honderden fragmenten rood geglazuurd aardewerk en 32 fragmenten Steengoed uit de late Middeleeuwen en nieuwere tijd. 1.042.789: Meierijstad, Schijndel, Plein 9; Spoorpad 2, Niet-archeologisch Van de vermoedelijk Romeinse grafsteen is de herkomst onbekend; heeft, met achterzijde naar boven, als dorpelsteen voor de staldeur gelegen van de boerderij van v.d. Heuvel , Plein 9 (thans Spoorpad 2) te Schijndel. Bij de afbraak van de boerderij, begin 1982, werd de steen uitgegraven i.v.m. een zichtbare inscriptie op de achterzijde . Bij die gelegenheid kwamen de twee bewerkte kanten aan het licht. De inscriptie " Hoog Hekken " heeft betrekking op een vroegere toponiem z.o. van Schijndel; het is niet uitgesloten, dat de steen voorheen als grenssteen heeft dienst gedaan. Waarschijnlijk is de steen in 1750 geplaatst als grenssteen nabij het kruispunt KoeveringsedijkLangstraat (thans Sportparklaan) en is vermoedelijk na 1864 verhuisd naar het Spoorpad.

1.064.119: Meierijstad, Schijndel, Kloosterstraat, boring zie zaakmelding 2.382.950.100. Toevoeging Berkvens 2002: Op de locatie zijn ook een 10 tal bewerkte vuursteenfragmenten aangetroffen, waaronder een aantal werktuigen, die worden gedateerd in het Mesolithicum. 1.064.907: Meierijstad, Schijndel, Kloosterstraat, Niet-archeologisch: graafwerk zie zaakmelding 2.382.950.100. 1.087.841: Meierijstad, Schijndel, 't Hof (Schootsestraat/Bartokstraat), Niet-archeologisch: graafwerk Deze vondsten zijn in 2008 aangemeld bij het Meldpunt Archeologische Bodemvondsten NoordBrabant door de archeologische werkgroep van de Heemkundige Vereniging Schijndel. De vondsten zijn in 1994 verzameld op de hoek van de Schootsestraat en de Bartokstraat tijdens graafwerkzaamheden ten behoeve van de bouw van nieuwbouw-woningen in de nieuw geprojecteerde wijk 't Plein in Schijndel. De aardewerkvondsten zijn waarschijnlijk afkomstig uit een tijdens de bouwwerkzaamheden in 1994 aangesneden afvalkuil.

Het betreft de volgende vondsten: • 1 stuks, keramiek, steengoed:kan - Siegburgs, Late Middeleeuwen B: 1x schouderfragment, datering 1300-1500 • 1 stuks, keramiek, grijsbakkend gedraaid:grape, Late Middeleeuwen B: 1x rand/wand/oorfragment, locaal baksel, datering 14e eeuw • 1 stuks, keramiek, Elmpt:kom, Late Middeleeuwen B: 1x randfragment van een kom, Elmpter waar, met manchetrand, datering 13e-14e eeuw • 1 stuks, keramiek, Elmpt, Late Middeleeuwen A - Late Middeleeuwen B: 1x bodemfragment van Elmpter waar met een uitgeknepen standring • 2 stuks, keramiek, steengoed:kan - Langerwehe, Late Middeleeuwen B: 1x rand/schouderfragment met radstempelversiering en 1x bodemfragment, hetzelfde individu, datering 1275-1325 • 1 stuks, keramiek, steengoed:kan - Langerwehe, Late Middeleeuwen B: 1x schouderfragment, datering 1275-1400 23 Stiekema 2020 Bureau voor Archeologie Rapport 1081

Schijndel Hoofdstraat 145 en 147

18 • •

•

•

1 stuks, keramiek, steengoed:kan - Siegburgs, Late Middeleeuwen B: 1x rand/schouder/wandfragment van een bijna-steengoed kan, Siegburgs, datering 1275-1325 1 stuks, keramiek, steengoed:kan - Siegburgs, Late Middeleeuwen B: 1x bodem/wandfragment met een geknepen standvoet van een bijna-steengoed kan, Siegburgs, datering 1275-1325 2 stuks, keramiek, steengoed:kan - Siegburgs, Late Middeleeuwen B: 2x aaneenpassend fragment van een bijna-steengoed kan, Siegburgs: 1x rand/schouder/wandfragment en 1x rand/schouder/wand/bodemfragment (dus archeologisch compleet), datering 1275-1325 1 stuks, keramiek, steengoed:kan - Siegburgs, Late Middeleeuwen B: 1x rand/wand/oorfragment van een bijna-steengoed kan, Siegburgs, datering 1275-1325

Tabel 2: Archeologische terreinen, zaken en vondstlocaties ca. 200 m van het plangebied.

2.8

Gespecificeerde verwachting Het plangebied ligt op de zuidflank van een dekzandrug met een NW - ZO oriëntatie. Hoewel het plangebied in de bebouwde kom ligt, is het aannemelijk dat enkeerdgronden aanwezig zijn. Vanwege de ligging op een dekzandrug is het mogelijk dat vanaf het Laat Paleolithicum bewoning heeft plaatsgevonden in het plangebied. Vanwege de aanwezigheid van een enkeerdgrond, zijn archeologische resten uit het Laat Paleolithicum en Mesolithicum waarschijnlijk verstoord of niet meer aanwezig. Schijndel wordt voor het eerst genoemd in de 13e eeuw. Hoewel volgens de archeologische beleidskaart het plangebied (gedeeltelijk) in de historische kern van Schijndel ligt, blijkt uit historische kaarten dat in de 18e en de eerste helft van de 19e eeuw het plangebied onbebouwd is. Het landgebruik is bouwland. Pas sinds 1900 staat bebouwing in de noordelijke helft van het plangebied. Na de Tweede wereldoorlog wordt het overgrote deel van het plangebied bebouwd. Het gebouw uit 1900 wordt hierbij waarschijnlijk gesloopt. Omdat het plangebied onbebouwd is tot en met de 19e eeuw en gebruikt wordt als akker, worden resten (van de historische kern) uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd niet verwacht. De verwachting wordt als volgt gespecificeerd: 1.

Datering

Archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen kunnen aanwezig zijn. 2.

Complextype

Archeologische resten uit de periode van landbouwsamenlevingen en staatssamenlevingen gerelateerd aan bewoning, economie, infrastructuur, rituelen en begravingen. 3.

Omvang

Archeologische resten gerelateerd aan bewoning kunnen worden beschouwd als vlakelementen met variabele omvang (klein tot groot). Sommige complextypen kunnen zich ook als puntelementen manifesteren (begravingen, depots) of als lijnelementen (wegen, watergangen, percelering). 4.

Diepteligging

Archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen bevinden zich in de top van het dekzand onder een eerdlaag dat vermoedelijk tussen 80 en 135 cm dik is. Bureau voor Archeologie Rapport 1081

Schijndel Hoofdstraat 145 en 147

19 5.

Gaafheid en conservering (fysieke kwaliteit)

Over de gaafheid en conservering van eventuele sporen en artefacten zijn geen nadere gegevens bekend. 6.

Locatie

Hele plangebied. 7.

Uiterlijke kenmerken (prospectie kenmerken):

Archeologische resten kenmerken zich door een sporen niveau. 8.

Mogelijke verstoringen

Door bouw- en sloopactiviteiten in de 19e en 20e eeuw kunnen archeologische resten zijn vergraven. De funderingen van de bioscoop aan de westzijde liggen tot 90 cm -mv. Onder nummer 145 liggen kelders (fig. 7). De onderkant van deze kelders liggen op 230 en 300 cm -mv. In het zuiden van de Bioscoop bevindt zich een souterrain waarvan de onderkant op ongeveer 164 cm -mv ligt.

Bureau voor Archeologie Rapport 1081

Schijndel Hoofdstraat 145 en 147

20

3

Booronderzoek

3.1

Inleiding De ligging van het plangebied staat afgebeeld in fig. 1. In het plangebied is een ontwikkeling met grondwerkzaamheden voorzien. Daardoor worden mogelijk archeologische resten verstoord. Voor de beoogde ontwikkeling is een bureauonderzoek uitgevoerd (zie hoofdstuk 2 van dit rapport) waarbij een gespecificeerde archeologische verwachting is opgesteld. Op basis daarvan is een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd. Het veldonderzoek is uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1,24 in het bijzonder het hoofdstuk ”protocol 4003 inventariserend veldonderzoek overig”. Het veldonderzoek is uitgevoerd volgens specificatie “VS03 Uitvoeren booronderzoek”. Het onderzoek is gerapporteerd volgens specificatie “VS05 Opstellen standaardrapport IVO - O/P”. Het onderzoeksgebied omvat de geplande parkeerplaats in het westen en het deel van het plangebied waar nieuwe bebouwing gepland staat en geen kelders aanwezig zijn. Het zuiden van het plangebied blijft onbebouwd en, zover bekend, zijn geen diepe graafwerkzaamheden voorzien. Dit deel wordt daarom niet meegenomen met het onderzoeksgebied.

Uit het bureauonderzoek blijkt dat het westelijk deel van het plangebied, ter hoogte van de geplande parkeerplaats, waarschijnlijk het minst aangetast is (niet verhard of bebouwd) en dit deel is daarom beschouwd als representatief voor de niet bebouwde delen van het plangebied. De boringen zijn gezet met het doel de bodemopbouw te verkennen. Met de verkenning wordt inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Hiermee kunnen kansarme zones worden uitgesloten en kansrijke zones worden geselecteerd. Deze methode is toegepast omdat nog onvoldoende informatie over de bodemopbouw beschikbaar is om te kunnen beslissen of en welk type karterend onderzoek eventueel uitgevoerd kan worden.

3.2

Methode De werkwijze in het veld was als volgt: Boortype:

7 cm Edelmanboor en 3 cm guts.

Aantal boringen:

Vijf.

Boordiepte:

De boringen zijn gezet tot in de C-horizont. De einddieptes liggen tussen 150 en 200 cm -mv.

Grid:

De boringen zijn verspreid in het plangebied geplaatst. Vier boringen zijn inpandig gezet, op één plaats door een houtvloer. Op de plek van de tegelvloer kon niet geboord worden omdat het pand nog in gebruik is en de tegelvloer niet kapot mocht worden gemaakt.

Waarnemingswijze: Het sediment is met de hand bemonsterd en met het blote oog onderzocht door het te versnijden en te verbrokkelen. De 24 SIKB 2018 Bureau voor Archeologie Rapport 1081

Schijndel Hoofdstraat 145 en 147

21 opgeboorde grond is systematisch uitgelegd op een plastic zeil. Representatieve uitgelegde boorprofielen zijn gefotografeerd. Classificatie bodemtextuur en archeologische indicatoren: De opgeboorde grond is beschreven op basis van de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1 (ASB 1.1), dit omvat NEN 5104.25 Locatie bepaling X en Y: De X en Y coördinaten van de boringen zijn bepaald ten opzichte van de lokale topografie. Hoogte bepaling: De Z coördinaat van één boring buiten het pand is na afloop van het veldwerk bepaald aan de hand het AHN. De Z coördinaat van de andere (inpandige) boringen zijn in het veld bepaald ten opzichte van het maaiveld buiten de bebouwing.26 De gegevens zijn digitaal in het veld geregistreerd. Het veldwerk is uitgevoerd op 8 september 2021 door A. de Boer (KNA Senior Prospector) en C. de Jong (junior Prospector). Voorgaand aan het veldwerk is een plan van aanpak opgesteld. Het Plan van Aanpak is geregistreerd in ARCHIS3.

3.3

Resultaten met bodemkundige interpretatie De locaties van de boringen zijn in fig. 25 weergegeven. De boorgegevens staan in Bijlage 1. Met de gegevens is een schematische doorsnede gemaakt. Deze is weergegeven in fig. 26. In de opgeboorde grond bevonden zich fragmenten baksteen. Er zijn echter geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op een vindplaats. Er zijn geen vondsten verzameld. Het grondwater stond tijdens het onderzoek dieper dan de maximale diepte van de boringen. Al het bodem materiaal bestaat uit zand. Op basis van de textuur, kleur en bijmengingen kunnen de volgende pakketten worden onderscheiden, van boven naar onder: Pakket 1: opgehoogd Dit pakket bestaat voornamelijk uit kalkrijk, grindig zand met in enkele boorprofielen puinresten. De kleur is grijs tot donkergrijs. Het pakket is 10 tot 60 cm dik. Het pakket is in alle boorprofielen aanwezig. De top van het pakket ligt tussen 0 en 35 cm -mv (1050 en 975 cm NAP). Pakket 2: omgewerkt Dit pakket bestaat over het algemeen uit sterk humeus zand. In boorprofielen 2 en 5 bevinden zich lagen met gele zandbrokken (fig. 27). Het pakket is 50 tot 130 cm dik. Het pakket is in alle boorprofielen aanwezig. In het pakket bevinden zich fragmenten rood baksteen (enkele spikkels tot fragmenten van 5 cm). Tevens zijn sintels, kalkmortel en modern glas aangetroffen.

De overgang met het onderliggende pakket is in alle boringen scherp. De top van het pakket ligt tussen 25 Bosch 2008; Nederlands Normalisatie Instituut 1989 26 Kadaster en PDOK 2014 Bureau voor Archeologie Rapport 1081

Schijndel Hoofdstraat 145 en 147

22 20 en 70 cm -mv (1030 en 965 cm NAP). Pakket 3: C-horizont Dit onderste pakket bestaat uit geel dekzand. In het pakket bevinden zich lagen met roest (een spoor en weinig). Het pakket is in alle boorprofielen aanwezig. De top van het pakket ligt tussen 95 en 160 cm -mv (915 en 853 cm NAP).

3.4

Archeologische interpretatie In alle boorprofielen bevindt zich een verstoord pakket dat scherp op de Chorizont ligt. Hieruit kan afgeleid worden dat de oorspronkelijk top van de bodem verstoord is en eventueel aanwezige archeologische resten waarschijnlijk niet meer aanwezig zijn.

Bureau voor Archeologie Rapport 1081

Schijndel Hoofdstraat 145 en 147

23

3.5

Waardestelling en Selectieadvies Conform KNA 4.1 vormen een waardestelling (VS06) en selectieadvies (VS07) van vindplaatsen onderdeel van een standaardrapport (VS05). Er zijn echter geen vindplaatsen aangetroffen. Er is daarom geen waardestelling mogelijk en er is geen selectieadvies opgesteld.

Bureau voor Archeologie Rapport 1081

Schijndel Hoofdstraat 145 en 147

24

4

Conclusie

4.1

Conclusie Bureauonderzoek 1.

Waaruit bestaan de voorgenomen bodemingrepen?

De beoogde ingreep bestaat uit de sloop van een groot gedeelte van de bebouwing (Citytheather, ongeveer 950 m2). Hiervoor komen nieuwe appartementen voor in de plaats. De bebouwing aan de noordzijde van het plangebied, direct aan de Hoofdstraat, wordt gerenoveerd. In het zuiden van het plangebied wordt groen gerealiseerd. 2.

Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde?

Het plangebied ligt op de zuidflank van een dekzandrug met een NW - ZO oriëntatie. Hoewel het plangebied in de bebouwde kom ligt, is het aannemelijk dat enkeerdgronden aanwezig zijn. Deze bodems zijn ontstaan door langdurig gebruik als landbouwgrond, waarbij door middel van plaggenbemesting een humeus dek van minimaal 50 cm dik is gevormd. 3.

Is sprake van bekende bodemverstoringen?

Door bouw- en sloopactiviteiten in de 19e en 20e eeuw kunnen archeologische resten zijn vergraven. 4.

Wat is de historische ontwikkeling van het plangebied?

Op het dekzand is bewoning mogelijk vanaf het Laat Paleolithicum. Bewoning vindt in die periode meestal plaats op (de flanken van) dekzandruggen en andere relatief hoge delen van het landschap in de nabijheid van water. 5.

Is sprake van bekende archeologische waarden (zoals AMK terreinen, vondstlocaties, historische kernen) in het plangebied en directe omgeving, en zo ja welke?

Hoewel volgens de archeologische beleidskaart het plangebied (gedeeltelijk) in de historische kern van Schijndel ligt, blijkt uit historische kaarten dat in de 18e en de eerste helft van de 19e eeuw het plangebied onbebouwd is. Het landgebruik is bouwland. Pas sinds 1900 staat bebouwing in de noordelijke helft van het plangebied. Na de Tweede wereldoorlog wordt het overgrote deel van het plangebied bebouwd. Het gebouw uit 1900 wordt hierbij waarschijnlijk gesloopt. 6.

Kunnen archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn? Zo ja, wat is daarvan op hoofdlijnen de omvang, ligging, aard en datering?

In het plangebied kunnen in de top van het dekzand archeologische resten gerelateerd aan bewoning, economie, infrastructuur, rituelen en begravingen uit het Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen aanwezig zijn.

Bureau voor Archeologie Rapport 1081

Schijndel Hoofdstraat 145 en 147

25

4.2

Conclusie Booronderzoek Verkennend booronderzoek: 1.

Wat is de aard (geologisch en bodemkundig) en intactheid (verstoringen) van het bodemprofiel?

In de ondergrond bevindt zich dekzand. De top van het dekzand is verstoord. Het bovenliggende omgewerkte en opgehoogde pakket is tussen 95 en 160 cm dik. 2.

Zijn potentiële archeologische niveaus aanwezig, en zo ja, wat is de aard, diepteligging en verbreiding daarvan?

In het plangebied zijn geen archeologische niveaus aanwezig. Eindoordeel: 3.

Indien (mogelijk) archeologische waarden aanwezig zijn: a) Worden deze archeologische waarden verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze? Er worden geen archeologische waarden verstoord door de voorgenomen ingrepen. b) Welke maatregelen kunnen worden genomen om voldoende rekening te houden met deze archeologische waarden? Aanvullende maatregelen worden niet noodzakelijk geacht.

4.

Indien vervolgonderzoek nodig is: Welke methode(n), techniek(en) en strategie(ën) van Inventariserend veldonderzoek zijn hiervoor geschikt?

Niet van toepassing.

Bureau voor Archeologie Rapport 1081

Schijndel Hoofdstraat 145 en 147

26

5

Advies Bureau voor Archeologie adviseert het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Meierijstad.

Bureau voor Archeologie Rapport 1081

Schijndel Hoofdstraat 145 en 147

27

6

Literatuur Actueel Hoogtebestand Nederland. 2018. ‘AHN3’. Digitale Hoogtekaart. https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/. Alterra. 2014. ‘Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, digitale en landsdekkende versie’. Wageningen. Bergman, W.A., en J.S. Krist. 2008. ‘Gemeente Schijndel, Mieke de Brefstraat te Schijndel; Booronderzoek’. BAAC Rapport V-08.0016. BAAC BV. Bergman, W.A., en F.R.P.M. Miedema. 2012. ‘Schijndel. Plangebied Mieke de Brefstraat’. BAAC Rapport V-12.0090. BAAC BV. Bergsma, G, M.A., en P.J.A. Stokkel. 2009. ‘Een arch. opgraving en begeleiding bij de herinrichtingswerkzaamheden aan de Markt en de Vicaris van Alphenstraat te Schijndel, Gem. Schijndel’. ARC Publicaties 201. Berkel, Gerald van. 2006. Nederlandse plaatsnamen: herkomst en historie. 3. herziene druk. Utrecht: Spectrum. Berkvens, R. 2013. ‘Schijndels erfgoed 2013 Toelichting op de erfgoedkaart van de gemeente Schijndel’. Gemeente Schijndel. Bosch, J.H.A. 2008. ‘Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1: Op basis van de Standaard Boor Beschrijvingsmethode versie 5.2’. 2008-U-R0881/A. Deltares-rapport. Brabants Historisch Informatie Centrum. 2021. ‘Bouwvergunningen’. https://www.bhic.nl/onderzoeken/bouwvergunningen? mivast=235&miadt=235&mizig=194&miview=tbl&milang=nl&micols=1&mi sort=dat%7Casc&mip2=hoofdstraat%20149. Google Street View. ‘Street View’. https://maps.google.nl/.

Hanemaaijer, M. 2015. ‘Hoofdstraat 162-164, Schijndel, gemeente Schijndel: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen’. Bureau voor Archeologie Rapport 204. Bureau voor Archeologie. Kadaster. 1811. ‘Kadastrale Minuten’. 1832. http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/. ———. 2013. ‘BAG-Viewer’. http://bagviewer.geodan.nl/index.html. Kadaster, en PDOK. 2014. ‘AHN2 en 3 - WCS service’. http://nationaalgeoregister.nl. Maas, G.J., W.M. van der Meij, S.P.J. van Delft, en A.H. Heidema. 2019. ‘Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart Nederland 1:50.000 (2019), achtergronddocument bij het landsdekkende digitale bestand’. Wageningen: Wageningen Environmental Research. http://legendageomorfologie.wur.nl/. de Mulder, E.J.F. 2003. ‘De ondergrond van Nederland’. Wolters-Noordhoff. Nederlands Normalisatie Instituut. 1989. Geotechniek: classificatie van onverharde grondmonsters. Delft: Nederlands Normalisatie-instituut. Provincie Noord-Brabant, Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant, en Omgevingsdienst Brabant Noord. 2020. ‘Omgevingsrapportage Noord-Brabant’. Noord-Brabant Omgevingsrapportage. https://noord-brabant.omgevingsrapportage.nl/. Rensink, E., H.J.T. Weerts, M. Kosian, H. Feiken, en B.I. Smit. 2015. ‘Archeologische Landschappenkaart van Nederland. Methodiek en kaartbeeld’. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

https://doi.org/10.17026/dans-xf6-ywnd. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 2016. ‘Kaart van verdedigingswerken, alle linies en stellingen’. https://landschapinnederland.nl/bronnen-enkaarten/militaire-landschapskaart. ———. 2017. ‘Rijksmonumentenregister’. Cultureelerfgoed.nl. Bureau voor Archeologie Rapport 1081

Schijndel Hoofdstraat 145 en 147

28 https://cultureelerfgoed.nl/monumentenregister. ———. 2021. ‘Archis3 - Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed’. https://archis.cultureelerfgoed.nl/#/login. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, en Data Archiving and Networking Services. ‘e-depot voor de Nederlandse archeologie’. http://www.edna.nl. Robeerst, A. 1996. ‘Verslag booronderzoek Schijndel Kloosterstraat’. ITHO Archeologische Reeks 16. Schorn, E.A. 2014. ‘Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek Kloosterstraat te Schijndel gemeente Schijndel’. Synthegra Rapport S110113. SIKB. 2018. ‘BRL 4000: Beoordelingsrichtlijn Archeologie, versie 4.1’. SIKB. https://www.sikb.nl/doc/BRL4000/BRL%20SIKB%204000%20Archeologie %20versie%204_1.pdf. Stichting RAAP. 2017. ‘Indicatieve Kaart Militaire Waarden (IKME)’. december 22. Stiekema, M. 2019. ‘archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Hoofdstraat 190 te Schijndel’. Econsultancy-rapport 8909.002. Econsultancy BV. ———. 2020. ‘archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Hoofdstraat 154 te Schijndel’. Econsultancy-rapport 12606.002. Econsultancy BV. Thijs, W.J.F. 2011. ‘Een verkennend archeologisch inventariserend veldonderzoek door middel van boringen op de markt te Schijndel (NB)’. ARC-rapport 2011–79. Archaeological Research and Consultancy. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen, en M. Verbruggen. 2012.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=293bbe63-3548-4837-a684-7691e76e5e0f