CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij toelichting_Bijlage 11 Vooronderzoek niet gesprongen explosieven.pdf

Raadsvergadering 29 april 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Bijlage 2: Vast te stellen BP 'Kloosterkwartier Veghel' met bijlagen waaronder het Masterplan 'Klooster Franciscanessen Veghel'20.800 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

17-09-1944

De crashlocatie lag in de omgeving van het tegenwoordige pand Gasthuisstraat 35.34 Soldaten van de 101st Airborne Division bereikten Veghel. Het 501e Regiment werd voor het grootste deel gedropt bij ‘Dropzone A’, gelegen bij Eerde.36 Tijdens de dropping schoot een Duitse militair in de Stationsstraat op burgers. Enkele Duitse soldaten trekken zich al schietend door de Marktstraat terug.37 Er waren in Veghel nog ongeveer 100 gewapende Duitsers. De ondergrondse en de Amerikanen werden op de Markt vanuit het begin van de Kalverstraat onder vuur genomen. Deze zochten dekking achter de brugmuur en vuurden terug. Tien Duitsers vonden in Veghel de dood, vijftig werden krijgsgevangen genomen en de rest vluchtte.38 De Duitsers vochten gedurende de

101st Airborne Division, Tactical Operations ‘Some resistance from scattered enemy groups was encountered in the taking of VECHEL, but no organized defense of the town was made by the enemy.’41

De indicatie handelt over de bevrijding van Veghel. De genoemde locaties Stationsstraat, Marktstraat, Markt en Kalverstraat bevinden zich in de directe omgeving van het onderzoeksgebied. Hoog in het Moederhuis vestigde zich een Amerikaan, maar er is geen aanleiding om uit te gaan van gedumpte CE. De indicatie is voor het huidige onderzoek daarom contextueel van aard.

26 Govers, Corridor naar het verleden, 65-66. 27 Ibidem, 87. 28 Verzoek tot toekenning van een vergoeding wegens schade aan onroerende goederen, Markt 1 te Veghel, Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC), 7699 Gemeente Veghel, 1937-1969, inv. nr. 726. 29 Govers, Corridor naar het verleden, 96. 30 Eversteijn, Bombardementen en verongelukte vliegtuigen, 1629 31 Ibidem, 1631 32 Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945, Verliesregister 1939-1945. Alle militaire vliegtuigverliezen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (Den Haag 2008) 80. 33 Govers, Corridor naar het verleden, 111. 34 Traces of War, ‘Crashlocatie De Havilland Mosquito Mk.IV DZ458 XD’, https://www.tracesofwar.nl/sights/103524/Crashlocatie-De-Havilland-Mosquito-MkIV-DZ458-XD.htm (geraadpleegd 25 oktober 2018). 35 Overzicht neergestorte vliegtuigen in Veghel, bladzijde 15, Openbare Bibliotheek Veghel, 1569 Documentatie Veghel, inv. nr. VEGHDOC.0778. 36 Govers, Corridor naar het verleden, 191. 37 Ibidem, 196-197. 38 Ibidem, 199-200. 41 Tactical Operations of the 101st Airborne Division, The National Archives and Records Administration (NARA), RG407 Records of the Adjutant General’s Office 1917- [AGO], Box 11753, inv. nr. 3101-0.3.

257-018-VO-01

Pagina 31 van 74

DATUM:

18-09-1944

19-09-1944

20-09-1944

22-09-1944

LITERATUUR: hele dag verder en vielen Veghel met infanterie en tanks vanuit verschillende posities aan.39 Hoog in het Moederhuis vestigde zich een Amerikaan om van daaruit Duitsers onder vuur te nemen.40 Compagnie E kreeg de bewaking van het noordwestelijk deel van Veghel in handen. ’s Nachts voerde een compagnie Duitse militairen langs de oostkant van de Zuid-Willemsvaart een verrassingsaanval uit, waarbij de Amerikanen van compagnie E werden teruggedrongen naar de hoofdverdedigingslinie. In totaal vonden er drie aanvallen plaats, waarvan de zwaarste uur om 04:00 uur. De aanvallen werden afgeslagen.42 In Veghel werd een Duitse aanval vanuit het noordwesten afgeslagen. Na het invallen van de duisternis werd Compagnie E teruggedreven op de hoofdverdediging door een aanval van Duitse parachutisten. 43 Het opgewekte bevrijdingsbeeld dat Veghel vertoonde, maakte vanaf de middag plaats voor gevoelens van angst en onzekerheid. De oorzaak was het neerkomen van Duitse granaten.44 De situatie was zo dat het 3e Bataljon van het 501e regiment bij Eerde positie had.

Het 1e Bataljon had een missie langs het Zuid-Willemskanaal en het 2e Bataljon nam de verdediging van Veghel waar.45 Veghel werd weer door zwaar Duits geschut beschoten.46 De Duitsers zetten een aanval in op de Corridor ten noordoosten van Veghel, waar alleen het 2e Bataljon van de 101e Airborne Division was achtergebleven en de oosten zuidoostkant van Veghel ter verdediging inrichtte. Verschillende huizen waren in brand geschoten. De Duitse aanval begon op het moment dat het 2e Bataljon van het 506e Regiment Veghel binnenreed. Deze reed richting de weg naar Uden de Duitsers, te weten een deel van Kampfgruppe Walther, tegemoet. Die kwamen reeds de Veghelse wijken binnen. Om 14.00 uur blokkeerden Duitse tanks de Corridor ten noordoosten van Veghel. Met steun van de Britse artillerie werd de aanval opgevangen. Het 1e en 3e Bataljon van de 101st Airborne Division keerden terug naar hun posities rond Veghel.47

NATIONALE ARCHIEVEN

INTERNATIONALE ARCHIEVEN

HERLEIDBAARHEID & RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED:

De indicatie handelt over bevrijdingsgevechten bij Veghel. De indicatie is niet direct herleidbaar tot het onderzoeksgebied. De indicatie is derhalve voor het huidige onderzoek contextueel van aard.

De indicatie handelt over bevrijdingsgevechten bij Veghel. De indicatie is niet direct herleidbaar tot het onderzoeksgebied. De indicatie is derhalve voor het huidige onderzoek contextueel van aard.

De indicatie handelt over bevrijdingsgevechten bij Veghel. De indicatie is niet direct herleidbaar tot het onderzoeksgebied. De indicatie is derhalve voor het huidige onderzoek contextueel van aard. Ooggetuige J. de Hosson: ‘De gebouwen van de zusters zijn zwaar getroffen; voltreffers door het dak van de kapel en op verschillende plaatsen in het huis. De Nieuwstraat ziet er ook verschrikkelijk uit. De zusters hebben enkele doden en zwaar gewonden.’ 53

101st Airborne Division, History ‘This shelling was especially heavy, the entire town was being [onleesbaar] by German artillery throughout the day.’54 44 Royal Tank Regiment ‘16.04 C Sqdn Cmdr having taken up defensive positions at cross rds 486376 liased with the Inf who reported Enemy tks at 489364 and asked for one troop to move to fire psns between the river and rd in area 492368 where any further advance of enemy tks could be covered. This was duly carried out and the remaining troop with two Sqn HQ tks covered the cross rds previously mentioned. (…) RHQ moved to Veghel and took up posn at 481377.’55

De indicaties handelen over bevrijdingsgevechten bij Veghel, waarbij duidelijk wordt dat diverse gebouwen van de Zusters schade oplopen door geschutsmunitie. De indicatie is derhalve relevant voor het huidige onderzoek en wordt in paragraaf 2.12 nader geanalyseerd.

Tegelijkertijd met de aanval op de weg naar Uden, rukten troepen van de 59e Infanterie-Divisie vanuit Eerde op en vielen de verkeersbrug over de Zuid-Willemsvaart aan. Het 39 W.H. Keuchenius en J.M. Jongeneel, Airborne : Sept. 44/Sept. 59, Veghel, 101st Airborne Division (zonder plaats 1959) 12. 40 A. Pigmans en N. Vreeswijk, ‘19 September 1944 bij de Zusters Franciscanessen in Veghel: een dag om nooit te vergeten’, D'n Tesnuzzik : Heemtijdschrift voor Beek en Donk 26 (2006) 3-12, 5. 42 Govers, Corridor naar het verleden, 207. 43 Ibidem, 219. 44 H. Bollen, Corridor naar de Rijn: Operatie Market Garden, september 1944 (Zutphen 1988) 117. 45 Govers, Corridor naar het verleden, 225. 46 Bollen, Corridor naar de Rijn, 150. 47 Govers, Corridor naar het verleden, 233-235 53 Verslag van de bevrijding van Veghel door J. de Hosson, bladzijde 10, Openbare Bibliotheek Veghel, 1569 Documentatie Veghel, inv. nr. VEGHDOC.0669. 54 History of the 101st Airborne Division, NARA, RG407 Records of the Adjutant General’s Office 1917- [AGO], Box 11752, inv. nr. 3101-0.1. 55 War Diary 44 Bn Royal Tank Regiment Sept 44, Sheet No. 31, The National Archives, WO171, inv. nr. 873.

257-018-VO-01

Pagina 32 van 74

DATUM:

LITERATUUR:

NATIONALE ARCHIEVEN

gebied van de brug werd onder spervuur gelegd. Compagnie D van het 506e Regiment schoot het 2e Bataljon van de 101st Airborne Division te hulp. Met behulp van Britse kanonniers met 3,7 inch AA kanonnen en het 44e Tank-Regiment werd deze aanval afgeslagen.48 Het restant van de 327e Glider Infanterie-Regiment met het 321 Glider Veldartillerie-Bataljon kwamen naar Veghel. Twee anti-tank-pelotons van het 327e werden op de grote weg naar Uden opgesteld om een eventuele tankaanval af te slaan. Het 3e Bataljonspeloton ging voorop. Het 1e Bataljonspeloton sloot ook aan. Er ontstond een gevecht met twee Duitse tanks die op 150 meter het vuur openden. Een Britse munitietruck werd geraakt en explodeerde. Een van de tanks vloog in brand en de munitie van de tank begon eveneens te exploderen. Later werd ook de tweede tank met anti-tankvuur getroffen. De tweede tank werd ook vanuit andere positie beschoten. Kolonel Allen bracht zijn C-compagnie van het 327e Glider Infanterie-Regiment naar het gebied ten noorden van Veghel. Deze naderden het spoorwegstation, draaiden af naar het westen en vielen vervolgens in kolonnes aan. Ze overvielen de Duitsers die ze precies ten westen van de Udenseweg aantroffen met een volle lading automatisch vuur. De succesvolle aanval werd afgeblazen toen het verzoek kwam de C-compagnie naar het spoorwegstation ten noorden van Veghel te brengen.

Later die avond moest Allen met de rest van de divisie een totale verdediging opbouwen. Zijn bataljon werd ingezet ten westen van de autoweg naar Dinther en ten noordwesten in de buurt van het spoorwegstation. Ze werden beschoten met granaten, maar de mannen hadden zich goed ingegraven.49

INTERNATIONALE ARCHIEVEN

HERLEIDBAARHEID & RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED:

101st Airborne Division, Tactical Operations The town of VECHEL was heavily shelled during the later afternoon and early evening.’56 327th Glider Infanterie-Regiment, S-2 Report ‘1800: Arrived at C.P. at church in Vechel. 1830: Enemy artillery began firing on C.P. [onleesbaar] was leaving and thaught to be 105 mm. C.P. immediately moved into area near 473375.’57 327th Glider Infanterie-Regiment, Op. Rep., 2nd Bn ‘Arrived at Vechel at 1900. Moved into field west of church in Kangaroo [onleesbaar]. Received four barrages of 105 mm with heavy casualties. Moved at 2045 [onleesbaar] to 478378.’58

Een derde grote Duitse aanval werd vanuit het noorden ingezet. Duitsers vielen vanuit ’s-Hertogenbosch langs de Zuid-Willemsvaart aan met als doel de spoorwegbrug te bereiken. Juist voor de brug sloegen een groep van het 2e Bataljon van het 501e Regiment en een peloton van Compagnie H van het 506e Regiment, die voor de brug stellingnamen, de Duitsers terug.50 Gedurende de hele dag gaf de Britse artillerie met ook de gepantserde eenheden steun aan alle in de verdediging zijnde bataljons. Er was voortdurend geluid van granaten en mortieren. Duitsers lieten zich tot aan de Zeven

48 Govers, Corridor naar het verleden, 235. 49 Ibidem, 236-238. 50 Ibidem, 238. 56 Tactical Operations of the 101st Airborne Division, The National Archives and Records Administration (NARA), RG407 Records of the Adjutant General’s Office 1917- [AGO], Box 11753, inv. nr. 3101-0.3. 57 S-2 Report of the 327th Glider Infanterie-Regiment, RG407 Records of the Adjutant General’s Office 1917- [AGO], Box 11753, inv. nr. 3101-0.3. 58 Operation Report of the 2nd Battalion of the 327 Glider Infanterie-Regiment, RG407 Records of the Adjutant General’s Office 1917- [AGO], Box 11753, inv. nr. 3101-03.

257-018-VO-01

Pagina 33 van 74

DATUM:

LITERATUUR:

22-09-1944 t/m 23-09-1944

Eikenlaan zien. De bewoners vluchtten in de kelders van het Moederhuis van de Zusters en in het ziekenhuis. Steeds beukten slagen op straten waar eerder de bevrijding was gevierd.51 Een granaat raakte het dak van de kapel van het klooster. In de grote kelder onder de kapel sloeg een mortier in.52 De Kampfgruppe Walther voerde met een granatenregen de hele nacht druk uit op de Amerikanen in Veghel. 59

23-09-1944

24-09-1944

25-09-1944

’s Ochtends vielen Duitse troepen het zuidelijke gedeelte van Veghel aan in het gebied van het 2e Bataljon van het 501e Regiment. Vooral Compagnie E leverde een zwaar gevecht, hoewel het om een aanval op kleine schaal ging. Er werd met zwaar mortiervuur op de Bataljonspositie geschoten. Om 13.00 uur vielen zij opnieuw aan, vooral op het gebied van Compagnie D. Ten westen van Veghel werden diverse kleine aanvallen uitgevoerd op de posities van het 1e Bataljon van het 327e Glider InfanterieRegiment. Het 506e Regiment kreeg de opdracht de Corridor van Veghel naar Uden vrij te maken. Ze maakten hiervoor contact met de Britse Grenadier Guards, die met hun tanks terugkwamen vanuit het noorden om te helpen. Zij slaagden erin de Corridor terug in handen te krijgen.62 In de nacht van 23 op 24 september trokken de Duitsers zich terug uit het gebied ten zuidoosten van Veghel. Zij trokken richting Deurne.63 De gevechten spelen zich deze dag in de omgeving van Eerde af. De Duitse legerleiding besloot om de aanval op de bruggen van Veghel over te laten nemen door Kampfgruppe Chill, want de krachten van de 59e Infanterie-Divisie waren niet langer toereikend.

NATIONALE ARCHIEVEN

INTERNATIONALE ARCHIEVEN

Oorlogsschade door granaatinslagen op 22 september en 23 september aan de panden Deken van Miertstraat 14 (Meisjesschool, vermelding ‘granaatinslag en beschieting’) en Middegaalsepad 7 en 11.60 Bij de schadeopgave Middegaalsepad 11 wordt gesteld dat het om Britse granaten ging.61 Ooggetuige J. de Hosson: ‘Het Moederhuis is nu nog zwaarder getroffen als Vrijdag. (…) Het aantal burgerslachtoffers is betrekkelijk gering, ongeveer twintig mensen werden door de granaten gedood, waarvan zes in het moederhuis.’64

HERLEIDBAARHEID & RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED:

De indicaties handelen over bevrijdingsgevechten bij Veghel. Het onderzoeksgebied en zijn directe omgeving zijn door granaatinslagen getroffen. De indicatie is derhalve relevant voor het huidige onderzoek en wordt in paragraaf 2.12 nader geanalyseerd. De indicaties handelen over bevrijdingsgevechten bij Veghel. Het Moederhuis wordt als exacte locatie genoemd. Het is nog zwaarder getroffen dan vrijdag 22 september. De indicatie is derhalve relevant voor het huidige onderzoek en wordt in paragraaf 2.12 nader geanalyseerd.

Ooggetuige B. Koning: Duitse soldaten van Kampfgruppe Walther drongen Veghel binnen, maar konden de Engelsen en Amerikanen niet verdrijven. De 107e Brigade beet de spits af bij het afsnijden van de Corridor. Gedurende de hele dag werd fel gevochten, waarbij geen der beide partijen enige winst boekte. In de strijd hadden de Duitsers krijgsgevangenen gemaakt van onderdelen van de 7e tankdivisie, de 15e Schotse Hooglanderdivisie en de 101st Airborne Division. Delen van deze divisies vochten in Veghel.65

In Veghel zat nog steeds een deel van de bevolking in de schuilkelder, daar regelmatig projectielen overvlogen.66 Het Duitse bataljon Ohlers slaagde erin de spoorwegbrug over de Zuid-Willemsvaart tot op 100 meter te naderen. Duitse militairen drongen door tot in fabrieksgebouwen

De indicatie handelt over bevrijdingsgevechten bij Veghel. De indicatie is niet direct herleidbaar tot het onderzoeksgebied. De indicatie is derhalve voor het huidige onderzoek contextueel van aard.

2nd TAF ‘Bridge E.480376 intact. Fires at Veghel (E.4837).’69

De indicatie handelt over bevrijdingsgevechten bij Veghel. De Hoogstraat is tot de omgeving van het onderzoeksgebied herleidbaar. De granaatinslagen

51 Govers, Corridor naar het verleden, 233-239. 52 B. van Wanrooij-Naus, ‘De oorlog vanuit een klooster in Veghel’, Van Vehchele tot Veghel : periodiek van de Heemkundekring Vehchele 26 (2006) 13-28, 21-23. 59 J. Didden en M. Swarts, Brabant Bevrijd (Hulst 1993) 86. 60 Opgave oorlogsschade R.K. Meisjesschool voor U.L.O., BHIC, 7699 Gemeentebestuur Veghel, 1937-1969, inv. nr. 751; Aangifte van schade aan onroerende goederen Middegaalsepad 7, BHIC, 7699 Gemeentebestuur Veghel, 1937-1969, inv. nr. 750; Aangifte van schade aan Middegaalsepad

11, BHIC, 7699 Gemeentebestuur Veghel, 1937-1969, inv. nr. 750. 61 Aangifte van schade aan Middegaalsepad 11, BHIC, 7699 Gemeentebestuur Veghel, 1937-1969, inv. nr. 750. 62 Govers, Corridor naar het verleden, 243-244. 63 Ibidem, 244. 64 Verslag van de bevrijding van Veghel door J. de Hosson, bladzijde 11, Openbare Bibliotheek Veghel, 1569 Documentatie Veghel, inv. nr. VEGHDOC.0669. 65 De strijd om Veghel in de zomer van 1944, door Majoor B. Koning, BHIC, 7699 Gemeentebestuur Veghel, 1937-1969, inv. nr. 650. 66 Govers, Corridor naar het verleden, 253 69 Sheet No. 1643, 25th september 1944, The National Archives, AIR 37, inv. nr. 715.

257-018-VO-01

Pagina 34 van 74

DATUM:

LITERATUUR:

NATIONALE ARCHIEVEN

langs het kanaal en werden weer teruggeslagen. Duitsers schoten vanaf het kanaal recht in de Hoogstraat.67

26-09-1944

Zuster Gijsbertini: ‘Zo’n veertig granaten hebben wij wel op het huis gehad en honderden in de tuin. De helft van de bomen lag tegen de vlakte. Het dak van het klooster zat vol met gaten. De eerste granaat die op Veghel viel kwam op de kapel terecht, daar had niemand op gerekend. Niemand is daar echt door geraakt, alleen is wel de helft van een gewelf naar beneden gekomen. Een tweede is neergekomen in de hoek bij een Biechtstoel. (…) Toen wij in de kelders zaten is er ook een granaat bij de ingang van de kelder van de kapel tegen een deurstijl geschampt/afgeketst, een andere kelder in waar mensen schuilden. (…) Een andere zuster die nog bovengronds was, maar toen de beschieting begon de kelder in wilde vluchten is vlak voor de kapel door een granaat getroffen (…) Voor de rest zaten wij goed voorzover datgene wat boven neerviel maar niet in brand vloog. Wij hebben toch zeker wel een paar maanden in de kelder moeten slapen; de slaapzalen boven lagen open. In de kerktoren is een granaat terechtgekomen die niet ontploft is en die er naderhand heel voorzichtig is uitgehaald. Bijna alle granaten, groot en klein, kwamen vanuit de richting Erp.’68 Ooggetuige Oomen: ‘In de Kerkstraat is buiten de kapotte ruiten weinig te zien van treffers, maar om de hoek in de Nieuwstraat is het een vreeselijk gezicht. Het begint al met de kerk.

De toren heeft vier treffers; het dak van de kerk is zoowat doorzeefd; ook de linkervleugel van het Moederhuis is doorzeefd. Aan den anderen kant woont er niemand meer in de huizen. Zoowat alle pannen eraf, alle ruiten eruit. De voorkant lag niet in de trefrichting van het geschut. Wel zie ik door de kapotte ramen, dat er aan den achterkant ook vele treffers moeten zitten, want in verschillende huizen liggen hopen puin. In de Kleine Kerkstraat heeft een klein huisje ook een treffer gekregen; het ligt heelemaal in elkaar.’71

INTERNATIONALE ARCHIEVEN

HERLEIDBAARHEID & RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED:

44 Royal Tank Regiment ’06.40 (…) During this period RHQ which was at 472376 and the surrounding area was shelled fairly hy with 75 and 88 mm.’70

waar zuster Gijsbertini over verhaalt, zijn direct tot het onderzoeksgebied herleidbaar. De indicatie is derhalve relevant voor het huidige onderzoek en wordt in paragraaf 2.12 nader geanalyseerd.

Kapel van de Zusters (bron: collectie A.F. Oomen).

De indicatie gaat over de gevolgen van de gevechten bij Veghel. De locatie is herleidbaar tot het onderzoeksgebied en zijn directe omgeving. De indicatie is derhalve relevant voor het huidige onderzoek en wordt in paragraaf 2.12 nader geanalyseerd.

Kerk en het Moederhuis (bron: collectie A.F. Oomen). 27-09-1944 t/m 06-10-1944

Het militair verkeer rolde weer over de Corridor. Het 501e Regiment verdedigde Veghel vanuit het westen en noordwesten, gesteund door het 907e, de Batterij A van het 81e en Compagnie A van de Genie. Het 327e heeft een bataljon in de linie ten noordoosten van Veghel. De 59e

De indicatie handelt over bevrijdingsgevechten bij Veghel. De indicatie is niet direct herleidbaar tot het onderzoeksgebied. De indicatie is derhalve voor het huidige onderzoek contextueel van aard.

67 Govers, Corridor naar het verleden, 256. 68 Ibidem, 258. 70 War Diary 44 Bn Royal Tank Regiment Sept 44, Sheet No. 36, NARA, WO171, inv. nr. 873. 71 Govers, Corridor naar het verleden, 265.

257-018-VO-01

Pagina 35 van 74

DATUM:

LITERATUUR:

NATIONALE ARCHIEVEN

INTERNATIONALE ARCHIEVEN

HERLEIDBAARHEID & RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED:

Infanterie-Divisie beperkte zich in deze periode tot het zoveel mogelijk verstoren van de Corridor.72 08-10-1944

Bevrijding

In Veghel was er niet één huis zonder schade. De Openbare School, de Ambachtsschool, de Bolken, de Gouden leeuw, Van Hout, Verbakel, Van den Oever, Klomp, de Zusters Franciscanessen, de Lambertuskerk; allen hebben voltreffers te verduren gehad.74 In de schuilkelder onder de kapel van de Zusters Franciscanessen kwam een voltreffer terecht. Hierbij kwamen vier zusters om het leven alsmede een tuinman. Diverse personen raakten door granaatscherven gewond.75 Oosten vond op ongeveer 6 meter voor de hoofdingang van de kerk een opengebarsten granaat.76 In een van de gebouwen van de Zusters van Franciscanessen richtten de Amerikanen een noodhospitaal in.77 Het Rode Kruis werd geïnstalleerd in de spreekkamers “Clara” en “Theresia”.78 Nadat de zusters uit hun schuilkelders kwamen en de tuin in liepen, zagen ze dat het een grote ravage was. Er waren gaten in de grond, kapotgeschoten bomen en afgerukte takken. 79

Bezettingsschade

Opgave van een onontplofte granaat in de tuin van C.A. Broeders, Molenstraat 53.80 De Duitse Weermacht bezette vanaf 20 april 1942 vijf schoolgebouwen, waaronder de R.K. Kweekschool en ULO

Ooggetuige J. de Hosson: ‘(…) weer zo’n suizerd kwam overzeilen uit de richting van Schijndel. Hij was maar alleen. Maar na een half uurtje kwam nummer twee, om half elf nummer drie. (…) Voorbijkomende vluchtelingen vertelden dat in een gebouwtje op het terrein van de zusters een voltreffer terecht gekomen was. (…) De moffen hebben weer op de kerk gemikt, dat is altijd een gemakkelijk richtpunt. Bij slager van Weert in de tuin ligt een onontplofte granaat. Het beest is de grond ingegaan, ongeveer anderhalve meter onder het zand doorgeschoven, toen weer boven aarde gekomen en daar met een kwartslag blijven liggen. (…) Hij is 62 cm lang en heeft een middellijn van 155 mm.’73 Ooggetuige J. Lintermans: ‘Later bleek dat volgens de zusters in de Nieuwstraat de eerste granaat bij hun op de kapel terecht was gekomen, en dat zij er wel zo’n veertig op het huis hebben gehad en honderden in de tuin.’81

De indicatie duidt op granaatinslagen in de directe omgeving van het onderzoeksgebied. De indicatie is derhalve relevant voor het huidige onderzoek en wordt in paragraaf 2.12 nader geanalyseerd.

De indicatie duidt op granaatinslagen in het onderzoeksgebied en de directe omgeving ervan. De indicatie is derhalve relevant voor het huidige onderzoek en wordt in paragraaf 2.12 nader geanalyseerd.

Ooggetuige J. de Hosson: ‘Omdat de parochiekerk door een paar voltreffers geraakt is en voorlopig niet gebruikt kan worden heeft Mijnheer de Deken een nieuwe regeling getroffen voor de gewone parochiele diensten. Hij zelf zal met kapelaan van Amelsfoort en Pater Bouwmans het herderlijk ambt uitoefenen in de congregatiekapel, die maar een voltreffer heeft gehad boven de deur en weer hersteld is.’82

Bezetting Deken van Miertstraat 1486: 20-04-1942 t/m 15-05-1943: Duitse leger 25-05-1943 t/m 09-06-1943: Duitse leger 03-12-1943 t/m 16-09-1944: Duitse leger

De indicatie duidt op de vordering van gebouwen in het onderzoeksgebied en de directe omgeving ervan. Er zijn geen aanvullende gegevens aangetroffen die

72 Govers, Corridor naar het verleden, 263. 73 Verslag van de bevrijding van Veghel door J. de Hosson, bladzijde 14, Openbare Bibliotheek Veghel, 1569 Documentatie Veghel, inv. nr. VEGHDOC.0669. 74 Ibidem, 264. 75 Ibidem, 271. 76 Ibidem, 275. 77 Van Wanrooij-Naus, ‘De oorlog vanuit een klooster in Veghel’, 19. 78 Pigmans en Vreeswijk, ‘19 September 1944 bij de Zusters Franciscanessen in Veghel: een dag om nooit te vergeten’, 5. 79 Van Wanrooij-Naus, ‘De oorlog vanuit een klooster in Veghel’, 23. 80 Lijst van gevaarlijke projectielen in de gemeente Veghel, 1e aanvulling, Semistatisch Archief Ministerie Defensie, Archief Mijn- en Munitieopruimingsdienst, inv. nr. 53 81 Tweede wereldoorlog 1940-1944; bezetting en bevrijding van Veghel; door J. Lintermans, toen 7 jaar, Openbare Bibliotheek Veghel, 1569 Documentatie Veghel, inv. nr. VEGHDOC.0958. 82 Verslag van de bevrijding van Veghel door J. de Hosson, bladzijde 13, Openbare Bibliotheek Veghel, 1569 Documentatie Veghel, inv. nr. VEGHDOC.0669. 86 Vragenlijst betreffende Deken van Miertstraat 14, BHIC, 7699 Gemeentebestuur Veghel, 1937-1969, inv. nr. 751.

257-018-VO-01

Pagina 36 van 74

DATUM:

LITERATUUR:

NATIONALE ARCHIEVEN

van de Zusters Franciscanessen. De bezetting duurde tot en met 15 mei 1943.83

20-09-1944 t/m 15-09-1945: Engelsen en Canadezen

De Duitse Weermacht bezette op 3 december 1943 de spreekkamers, kamertje van Moeder Juliana, vestiaire en de beide refters en de gymnastiekzaal van de R.K. Kweekschool en ULO van de Zusters Franciscanessen.84 In de toren van de Lambertuskerk bevond zich een Duitse uitkijkpost. De pastorie werd door de Duitsers gebruikt als stafkwartier. Het Patronaatsgebouw werd in gebruik gehouden door troepen van de montage-afdeling ‘979’.85

INTERNATIONALE ARCHIEVEN

HERLEIDBAARHEID & RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED: erop duiden dat er CE zou zijn gedumpt. De indicatie is derhalve niet relevant voor het huidige onderzoek.

Bezetting Middegaalsepad 787: 20-09-1944 t/m 03-10-1944: Canadezen 04-10-1944 t/m 23-09-1945: Engelsen Bezetting Middegaalsepad 1188: 20-09-1944 t/m 01-07-1945: Geallieerden Bezetting Middegaalsepad 1289: December 1943 t/m 20-09-1944: Duitse leger 20-01-1945 t/m 15-09-1945: Engelsen

Tabel 5: Overzichtstabel oorlogshandelingen/indicaties met verwijzingen naar (de omgeving van) het onderzoeksgebied.

83 Govers, Corridor naar het verleden, 138. 84 Ibidem, 139. 85 Ibidem, 137-139 87 Aangifte van schade aan Middegaalsepad 7, BHIC, 7699 Gemeentebestuur Veghel, 1937-1969, inv. nr. 750. 88 Verklaring betreffende de vordering van pand Middegaalsepad 11, BHIC, 7699 Gemeentebestuur Veghel, 1937-1969, inv. nr. 750. 89 Aangifte van schade aan Middegaalsepad 12, BHIC, 7699 Gemeentebestuur Veghel, 1937-1969, inv. nr. 750.

257-018-VO-01

Pagina 37 van 74

2.11.2 BEELDMATERIAAL AFKOMSTIG UIT LITERATUUR EN ARCHIEVEN Situatieschets 11 mei 1940

Figuur 3: Overzicht van de verdediging van de Zuid-Willemsvaart bij Veghel op 11 mei 1940 Bron: Nierstrasz, De verdediging van Noord-Limburg en Noord-Brabant, Kaart 10

257-018-VO-01

Pagina 38 van 74

Situatieschets 19 september 1944

Figuur 4: Overzicht van de bevrijding van Veghel op 19 september 1944. Bron: The National Archives and Records Administration, RG407, 101st Airborne Division, Box 11752.

Situatieschets 22 september 1944

Figuur 5: Overzicht van de gevechten in en rond Veghel op 22 september 1944. Bron: Didden en Swarts, Brabant Bevrijd, 79. 257-018-VO-01

Pagina 39 van 74

2.12 ANALYSE INDICATIES UIT INDICATIE ONDERZOEK Conform paragraaf 6.5.2 van het WSCS-OCE is in de overzichtstabel in paragraaf 2.11 per achterhaalde indicatie getracht aan de hand van tenminste twee onafhankelijk en verifieerbare bronnen tot de conclusie te komen of er voldoende aanwijzingen zijn om gebieden als verdacht of onverdacht aan te merken. Daarnaast hanteert ECG met betrekking tot indicaties welke zijn achterhaald op basis van luchtfoto-interpretatie het uitgangspunt dat deze in veel gevallen voldoende feitelijk zijn om zonder verificatie van een tweede bron als uitgangspunt bij het trekken van een onderbouwde conclusie te dienen. Uit literatuur – met daarin onder andere getuigenverslagen en foto’s – en archiefstudie blijkt dat het onderzoeksgebied en zijn directe omgeving in september en oktober 1944 meerdere malen door granaatinslagen werd getroffen. Hoewel de inslagen in het onderzoeksgebied niet op luchtfoto’s waarneembaar zijn, acht ECG de indicatie voldoende geverifieerd om verdacht gebied aan te merken. Het bovenstaande resulteert in het navolgende schematische overzicht van mogelijke oorzaken voor de aanwezigheid van conventionele explosieven binnen het onderzoeksgebied:

MOGELIJKE OORZAKEN VOOR DE AANWEZIGHEID VAN ACHTERGEBLEVEN CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN

LUCHTAANVALLEN

Bombardement

Beschieting met boordwapens

Beschieting met raketten

Vliegtuigcrash/ Inslag V-wapen

GRONDGEVECHTEN (SECUNDAIRE GEVOLGEN)

Blindgangers (bijv. artillerie beschieting)

In stellingen achtergelaten, gedumpt of bedolven

MUNITIE VERNIETIGING

MILITAIR GEBRUIK

MUNITIE OPSLAG

Springputten en dergelijke

Militair oefenterrein

Munitie fabricage en/of opslag

Munitiedump of stort

Stationering militairen

Munitie inrichtingen

Munitiedump in water

Vliegveld

Incident munitieopslag

(afzinking)

Mijnenveld(en)

(explosie)

Vernielingsactiviteiten

Figuur 6: Schema met achterhaalde oorzaken/scenario’s voor indicaties betreffende de vermoedelijke aanwezigheid van CE.

257-018-VO-01

Pagina 40 van 74

3 HET CONTRA-INDICATIE ONDERZOEK In het onderzoeksgebied kunnen na de oorlog activiteiten hebben plaatsgevonden die de kans op de aanwezigheid van Conventionele Explosieven kunnen beïnvloeden. Dit betreft bijvoorbeeld grondroerende werkzaamheden (zoals ontgravingen, de aanleg van wegen en watergangen, agrarische activiteiten, bouw van opstallen en andere grondroerende werkzaamheden) waarbij veronderstelt mag worden dat bij deze werkzaamheden eventuele aangetroffen CE zijn gemeld en geruimd. Er kunnen activiteiten hebben plaatsgevonden waarbij grond is aangevoerd welke mogelijk CE bevatten (redepositie). Onder contra-indicaties worden ook opsporingswerkzaamheden door zowel de EOD (en haar voorgangers) en civiele opsporingsbedrijven verstaan.

3.1

BEELDVERGELIJKING TEN BEHOEVE CONTRA-INDICATIE ONDERZOEK

Het vaststellen van grondroerende activiteiten gebeurt conform het gestelde in het WSCS-OCE, deels aan de hand van beeldvergelijking van satellietbeelden met luchtfoto’s uit het tijdvak 1939-1945. De navolgende tekening 257-018-TE-06 toont de beeldvergelijking tussen huidige satellietbeelden en een luchtopname van 2 september 1945. De beeldvergelijking toont diverse naoorlogse veranderingen. Binnen het onderzoeksgebied is te zien dat het zigzaggebouw naoorlogs is aangelegd en dat andere bebouwing daarvoor heeft moeten wijken. Tevens zijn ten oosten van de kapel en ten noorden het van het – eveneens nieuwe – internaat nieuwe gebouwen aangelegd of is bestaande bebouwing uitgebreid. In de kloostertuin is naoorlogs een parkeerplaats gecreëerd en aan de Mr. van Coothstraat heeft een pand plaatsgemaakt voor uitbreiding van bebossing.

257-018-VO-01

Pagina 41 van 74

257-018 BEELDVERGELIJKING SEPTEMBER 1945 - HEDEN

Esri Nederland, Community Map Contributors

Esri Nederland, beeldmateriaal.nl

LEGENDA

Onderzoeksgebied

Nieuwe bebouwing Gesloopte bebouwing Parkeerplaats

Esri Nederland, Community Map Contributors

DATUM: 16 NOVEMBER 2018 PROJECT NR.: 257-018-VO-01 TEKENING NR.: 257-018-TE-06

OPDRACHTGEVER: BURO ONTWERP EN OMGEVING

COPYRIGHT 2018 EXPLOSIVE CLEARANCE GROUP

0

45

SCHAAL: 1:2.000 GETEKEND DOOR: ECG

BEZOEKADRES NIEUWEWEG 212 6603 BV WIJCHEN

POSTADRES POSTBUS 332 6500 AH NIJMEGEN

METERS

90

/ CONTACTGEGEVENS E-MAIL: INFO@ECG-GROUP.NL TELEFOON: 024-6452409 WEB: WWW.ECG-GROUP.NL

3.2

OVERIGE GEGEVENS BETREFFENDE NAOORLOGSE WERKZAAMHEDEN

Buro Ontwerp & Omgeving heeft voor het voorliggende onderzoek rapportages van archeologisch en bouwhistorisch onderzoeks- en adviesbureau BAAC aangeleverd. Dit bureau leverde in augustus 2018 rapportages betreffende bouw- en tuinhistorische verkenning van het onderzoeksgebied op. Uit de bouwhistorische verkenning kan de volgende contra-indicatieve informatie worden ontleend: -

-

-

-

-

Het internaatgebouw stamt uit 1955 en is geplaatst op de locatie waar eerder het Bernardusklooster stond. Het klooster werd gesloopt ten behoeve van het internaat.90 In de jaren tachtig vond een ingrijpende verbouwing van het internaatgebouw plaats. Met name in de periode 1987-1988 ging het pand op de schop. In de oksel van het pand werd een deel aangebouwd en het gymnastieklokaal werd aan één zijde ingebouwd.91 De bouw van de ULO is vermoedelijk in 1940 afgerond. Het gebouw kende oorspronkelijk een rechthoekig grondplan. Latere aanbouw heeft ervoor gezorgd dat het gebouw tegenwoordig een L-vorm heeft.92 In het verlengde van de ULO werd ook rond 1940 het washuis gebouwd. De tegenwoordige Lvorm kwam tot stand door een vroege verbouwing.93 In de jaren tachtig werd het voormalige Sint Jozefgesticht, dat later ook als kweekschool werd gebruikt, gesloopt. Dit gebouw lag tussen het moederhuis en het internaat. Op deze plaats werd in 1987 en 1988 het zigzaggebouw geplaatst.94 Tegelijk met het zigzaggebouw werd een verbindingsgang gemaakt tussen het moederhuis en de gymnastiekzaal aan het internaat.95 Rond 1950 werd bij het kerkhof een veranda aangelegd. Het gebouw doet tegenwoordig dienst als fietsenstalling.96 Bij de voormalige gebouwen van de ULO zijn garageboxen gebouwd. Deze waren op kadastrale hulpkaarten voor het eerst zichtbaar op die van 1981.

Daarnaast was de ULO uitgebreid met een houten barak.97 Achter het washuis werden in 1999 twee nieuwe appartementencomplexen gebouwd. Het betreft de panden Deken van Miertstraat 10 en 12.98 In 2013 verrees bij de kapel een nieuw ontmoetingsgebouw.99

Van bovenstaande gegevens ontbreekt de maatvoering. Resumerend kan worden gesteld dat de bevindingen uit de beeldvergelijking door bovenstaande informatie kunnen worden verklaard. Op de volgende bladzijde volgt in figuur 7 een overzichtskaart van de tegenwoordige bebouwing. 90

BAAC, ‘Bouwhistorische verkenning Deken van Miertstraat 8, Veghel’ (rapportnummer B-18.0154, 16 augustus 2018) 6. 91 Ibidem, 52-53 92 Ibidem, 47-48 93 Ibidem, 59 94 Ibidem, 64 95 Ibidem, 70 96 Ibidem, 67. 97 Ibidem, 69. 98 Ibidem, 70-71. 99 Ibidem, 71. 257-018-VO-01

Pagina 43 van 74

Figuur 7: Overzicht van hedendaagse gebouwen in het onderzoeksgebied. Bron: BAAC, ‘Bouwhistorische verkenning Deken van Miertstraat 8’, 4.

257-018-VO-01

Pagina 44 van 74

Zoals vermeld heeft BAAC ook een tuinhistorische verkenning uitgevoerd. Hieruit kunnen de volgende contra-indicatie gegevens worden ontleend: -

-

-

-

De hoofdstructuur van de tuin is na 1958 aangepast. De laan achterin het Franciscushof is onderbroken ten behoeve van woningbouw aan de Stationsstraat. Dit had gevolgen voor het halfronde tracé, dat verdere aantasting kende door de parkeerplaats en toegangsweg die werden aangelegd. In 1999 werd de Koepelkapel en het padenpatroon eromheen gesloopt.100 In 1939 is de begraafplaats van de zusters naar zijn huidige locatie verplaatst naar de oostkant van de tuinlaan. De begraafplaats is door de tijd heen uitgebreid.101 In 1982 werd de binnentuin gewijzigd, waarbij de hoofdstructuur in principe onaangetast bleef. Het ging om het creëren van een rondwandeling, het maken van zitplaatsen in de tuin en er werd een aantal rozenperken aangelegd.102 Eind jaren negentig werd als gevolg van afstoting van het noordelijke deel van de parktuin een nieuw grachtgedeelte gegraven. Enkele bruggen zijn naoorlogs van een nieuw en breder betondek voorzien.103 Het padenstructuur in het wandelbos ten noorden van de tuinvijver stamt van na 1968.104 Een deel van de huidige buitentuin ligt op de plaats waar eerst een schoolgebouw, meer specifiek de huishoudschool, stond.105

Van bovenstaande gegevens ontbreekt eveneens de maatvoering. Resumerend kan worden gesteld dat de bevindingen uit de beeldvergelijking door bovenstaande informatie worden verklaard. Daarnaast zijn aanvullende gegevens achterhaald, die niet op basis van een beeldvergelijking kunnen worden vastgesteld.

100

BAAC, ‘Tuinhistorische verkenning Franciscushof, Deken van Miertstraat 8, Veghel’ (rapportnummer B18.0154_tuin, 16 augustus 2018) 10-12. 101 Ibidem, 13. 102 Ibidem, 16. 103 Ibidem, 18. 104 Ibidem, 28. 105 Ibidem, 31. 257-018-VO-01

Pagina 45 van 74

3.3

SAMENVATTING NAOORLOGSE WERKZAAMHEDEN

Ter plaatse van het onderzoeksgebied zijn een aantal contra-indicatieve werkzaamheden/activiteiten achterhaald. Deze betreffen: ▪ ▪ ▪ ▪

Naoorlogs verwezenlijkte bebouwing Naoorlogs aangeplante bebossing Naoorlogs aangelegd bestrating en parkeerplaats Naoorlogse herinrichting van de kloostertuin

In het navolgende contra-indicatie schema (figuur 8) zijn diverse achterhaalde contra-indicatieve aspecten weergegeven: MOGELIJKE OORZAKEN VOOR CONTRA-INDICATIES VOOR DE AANWEZIGHEID VAN CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN

GRONDROERENDE WERKZAAMHEDEN

Ontgravingen

Gronddepositie

BAGGERWERKZAAMHEDEN

OPSPORINGSWERKZAAMHEDEN

EOD en voorgangers

Civiele opsporingsbedrijven

Figuur 8: Schema met voorbeelden van oorzaken/scenario’s voor contra-indicaties betreffende de aan/afwezigheid van CE.

257-018-VO-01

Pagina 46 van 74

4 AFBAKENING VERDACHT GEBIED Op basis van bronstudie is feitelijk vast komen te staan dat er indicaties voor de mogelijke aanwezigheid van conventionele explosieven binnen en tot de directe omgeving van het onderzoeksgebied zijn te herleiden. Tevens zijn er binnen en in de omgeving van het onderzoeksgebied contra-indicaties achterhaald waardoor het mogelijke risico op het aantreffen van conventionele explosieven wordt verminderd.

4.1

EVALUATIE AFWEGING INDICATIES EN CONTRA-INDICATIES

Voorafgaand aan een afbakening van verdacht gebied, vindt er een afweging plaats omtrent de aangetroffen indicaties en contra-indicaties. In de periode na de oorlog hebben er in bepaalde bodemlagen grondroerende werkzaamheden plaatsgevonden. Het uitgangspunt in deze is dat bij de reeds uitgevoerde grondroerende werkzaamheden en uitgevoerde opsporingswerkzaamheden eventuele aangetroffen Conventionele Explosieven gemeld en geruimd zouden zijn. Deze naoorlogs geroerde bodemlagen kunnen in theorie als onverdacht worden aangemerkt. Maatvoering hieromtrent is hierbij echter beperkt achterhaald. Voor wat betreft de afweging van de indicatie ‘artilleriebeschieting’ zijn de volgende indicaties en contra-indicaties achterhaald: Indicaties: - Getuigenverslagen in literatuur en archieven die berichten over granaatinslagen. - Opgaven van oorlogsschade door granaatinslagen in en rond het onderzoeksgebied. - Foto’s van panden in en direct nabij het onderzoeksgebied met voltreffers. Contra-indicaties: - Naoorlogs verwezenlijkte bebouwing. - Naoorlogs aangeplante bebossing. - Naoorlogs aanlegde bestrating en parkeerplaats. - Naoorlogse herinrichting van de kloostertuin. Afweging indicaties en contra-indicaties: - De indicaties duiden op grootschalige Duitse artilleriebeschietingen waarbij grote aantallen in het onderzoeksgebied terecht zijn gekomen.

- Er is een EOD-ruiming aangetroffen die duidt op deze artilleriebeschietingen op de kloostertuin, te weten MORA 19940385, waarbij een brisantgranaat van 8cm werd geruimd. - ECG stelt dat de reeds aanwezige bebouwing een dergelijk remmende werking zal hebben gehad dat in de bodemlaag onder de gebouwen geen granaten meer worden aangetroffen. - Hoewel de bijbehorende maatvoering ontbreekt, stelt ECG dat op de locaties waar naoorlogs panden zijn gebouwd, de grond dusdanig is geroerd dat mogelijke blindgangers zijn opgemerkt, gemeld en geruimd. 257-018-VO-01

Pagina 47 van 74

-

ECG stelt dat de verdere naoorlogse herinrichting van het terrein, waarbij de maatvoering eveneens ontbreekt, geen aanleiding biedt tot het onverdacht verklaring.

ECG stelt derhalve dat er in een deel van het onderzoeksgebied een verhoogd risico op het aantreffen van verschoten geschutsmunitie is. ECG laat hierbij eventuele naoorlogse dumping of redepositie buiten beschouwing.

4.2

HORIZONTALE AFBAKENING

Het verdachte gebied zal in deze paragraaf, indien mogelijk, horizontaal worden afgebakend aan de hand van bijlage 3 van het WSCS-OCE (zie bijlage 1). Van de richtlijnen uit de afbakeningstabel mag gemotiveerd worden afgeweken. De achterhaalde indicaties zijn (waar plausibel) gehanteerd bij de horizontale afbakening van verdacht gebied. Vanuit veiligheids- en risicoperspectief worden de indicaties (waar mogelijk) voorzien van zogenaamde risicobuffers waarin zich theoretisch achtergebleven munitieartikelen en/of blindgangers zouden kunnen bevinden. De bijlage uit het WSCS-OCE en de daarin geschetste indicaties zijn niet te beschouwen als volledig dekkend voor ieder achterhaalbaar scenario. Het gevolg hiervan is dat achterhaalde oorlogshandelingen in sommige gevallen geïndiceerd worden naar de meest in de lijn van de gebeurtenis liggende omschrijving of een gemotiveerde afgeleide hiervan. - Artillerie-, mortier- of raketbeschieting De horizontale afbakening van deze beschietingen is volgens het WSCS-OCE situationeel te bepalen. Op basis van de literatuur- en archiefonderzoek stelt ECG vast dat de locaties waar gedurende de Tweede Wereldoorlog geen bebouwing stond en waar naoorlogs geen bebouwing is gerealiseerd, verdacht zijn op het aantreffen van Duitse artillerie.

Het gebied dat naar aanleiding van de horizontale afbakening als ‘verdacht in de niet-naoorlogs geroerde’ bodem op het aantreffen van Conventionele Explosieven dient te worden aangemerkt, is opgenomen op de CE-bodembelastingskaart (tekening 257-018-TE-07 opgenomen onder Bijlage 6).

4.3

MOGELIJK AAN TE TREFFEN CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN

Op basis van de resultaten uit de bronnenstudie kan worden aangenomen dat de volgende typen en kalibers Conventionele Explosieven of restanten hiervan mogelijk aangetroffen kunnen worden in de als verdacht aangemerkte gebieden. Omdat er geen compleet sluitende gegevens met betrekking tot

257-018-VO-01

Pagina 48 van 74

de ingezette munitieartikelen zijn aangetroffen, zijn de verwachte Conventionele Explosieven deels gebaseerd op de ruimingen van de EOD en de ingezette wapensystemen. AFKOMST: Duits

CATEGORIE: Geschutsmunitie

TYPE: Brisant

KALIBER E.D.: o.a. 75mm, 8cm, 88mm, 105mm, mortier

VERSCHIJNINGSVORM: Verschoten

HOEVEELHEID: Niet feitelijk vast te stellen

Tabel 6: Mogelijk aan te treffen CE binnen de als verdacht aangegeven gebieden.

4.4

VERTICALE AFBAKENING

Om de te verwachten diepte van de vermoede CE vast te kunnen stellen, dient bezien te worden van welke verschijningsvorm er wordt uitgegaan, in dit geval: ▪

Verschoten.

Bij het bepalen van de verticale afbakening dient verder rekening gehouden te worden met de bodemweerstand, de verwachte snelheid en hoek waarmee het explosief in de bodem indringt, gewicht, vorm en diameter van de CE. Verschijningsvorm: verschoten Aangezien de gegevens voor het merendeel van de benodigde parameters (bijvoorbeeld verwachte snelheid, inslaghoek e.d.) ontbreken en/of niet achterhaalbaar zijn, is het niet mogelijk om een op feiten gebaseerde rekenmethode voor de penetratiediepte van verschoten CE toe te passen. Op basis van eerdere ervaringen met soortgelijke munitieartikelen, hanteert ECG voor verschoten munitie een maximale indringing van circa 2,5 meter onder het maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Verplaatsing van CE door bijvoorbeeld ontgravingen/vergravingen (redepositie) en eventuele naoorlogse verhogingen en ontgravingen die van invloed zijn op de diepte indicaties wordt buiten beschouwing gelaten. VERSCHIJNINGSVORM:

Verschoten (geschutsmunitie)

MINIMALE DIEPTE (MAAIVELDHOOGTE TWEEDE WERELDOORLOG): 0,10m –MV.

MAXIMALE DIEPTE (MAAIVELDHOOGTE TWEEDE WERELDOORLOG): 2,50m -MV

Tabel 7: Overzicht globale inschatting diepteligging (exclusief eventuele gevolgen van redepositie etc.).

257-018-VO-01

Pagina 49 van 74

5 LEEMTEN IN KENNIS ▪

Van eventuele meldingen of ruimingen van (vermoede) explosieven in of direct grenzend aan het onderzoeksgebied zijn over de periode 1940-1944 en 1948-1970 geen gegevens meer bekend bij de EOD en het SSA.

▪

Er heeft beperkte controle plaatsgevonden of de ontleende adresgegevens corresponderen met mogelijk in de loop van de jaren veranderde huisnummering, straatnamen of perceelindelingen.

▪

Bepaalde indicaties die zijn aangetroffen in literatuur en archiefstukken en meldingsrapportages van de EOD zijn niet te herleiden naar een specifieke locatie.

▪

Op luchtopnamen zijn inslagen van geschutsmunitie beperkt waarneembaar binnen wateroppervlakten, beboste en bebouwde gebieden.

▪

ECG beschikt niet over de complete informatie aangaande de maatvoering van de waargenomen naoorlogse grondroerende activiteiten/werkzaamheden.

▪

Het ontbreekt ECG aan gegevens om de hoeveelheden mogelijk aan te treffen munitie feitelijk vast te stellen.

257-018-VO-01

Pagina 50 van 74

6 CONCLUSIE EN ADVIES Het doel van deze studie is het verkrijgen van een, door middel van het verzamelen en verwerken van relevant historisch feitenmateriaal, gefundeerd antwoord op de volgende drie kernvragen: 1. Is het onderzoeksgebied of delen hiervan betrokken geweest bij oorlogshandelingen (indicaties) en is er daardoor sprake van een verhoogd risico op het aantreffen van Conventionele Explosieven oftewel van verdacht gebied? Op basis van het indicatie-onderzoek zijn er feitelijk herleidbare gegevens achterhaald waaruit blijkt dat er binnen en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden. Eind september en begin oktober 1944 heeft het onderzoeksgebied onder Duits geschutsvuur gelegen. 2. Zijn er gebeurtenissen (contra-indicaties) die een aanwijzing vormen dat een (mogelijk verdacht) gebied als onverdacht kan worden aangemerkt? Op basis van het contra-indicatieonderzoek is vastgesteld dat er in de naoorlogse periode de navolgende werkzaamheden binnen en nabij het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden, waarbij grondroerende werkzaamheden hebben plaatsgevonden: ▪ ▪ ▪ ▪

Naoorlogs verwezenlijkte bebouwing Naoorlogs aangeplante bebossing Naoorlogs aangelegd bestrating en parkeerplaats Naoorlogse herinrichting van de kloostertuin

Ondanks ontbrekende maatvoering stelt ECG dat de locaties waar tijdens de oorlogsjaren of hedendaags bebouwing aanwezig is, als onverdacht kunnen worden aangemerkt. 3. Indien er sprake is van VERDACHT gebied wat is dan de (sub)soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoede Conventionele Explosieven? Op basis van het uitgevoerde onderzoek dient geconcludeerd te worden dat er binnen een deel van het onderzoeksgebied een verhoogde kans is op het aantreffen van verschoten geschutsmunitie van Duitse nationaliteit in de niet-naoorlogs geroerde bodem. Nadere specificering omtrent hoeveelheden is op basis van feitelijke gegevens niet mogelijk. Naar aanleiding van de antwoorden op de drie deelvragen kan geconcludeerd worden dat het onderzoeksgebied (deels) verdacht is op het aantreffen van verschoten conventionele explosieven. Het verdachte gebied is in de CE Bodembelastingkaart aangegeven (zie Bijlage 6).

257-018-VO-01

Pagina 51 van 74

Wanneer er binnen het als verdacht aangemerkte gebied grondroerende werkzaamheden gaan plaatsvinden in de niet naoorlogs geroerde grond, adviseert ECG u het proces van explosievenopsporing voort te zetten. Meer concreet betekent dit dat de verdachte locaties waar bodemroeringen gepland zijn, nader onderzocht dienen te worden op de aanwezigheid van Duitse munitie van artillerie. De maximale diepte die hierbij aangehouden kan worden is ca. 2,5m -MV. Aan de hand van de mogelijk- en onmogelijkheden van het te bewerken gebied zal in overleg met een gecertificeerd opsporingsbedrijf bepaald moeten worden welke opsporingsmethode dient te worden gehanteerd en welke (mogelijk verdere) maatregelen genomen dienen te worden met betrekking tot een veilige omgang met explosieven. De detectie- en eventuele daaropvolgende benaderwerkzaamheden dienen door een WSCS-OCE gecertificeerd bedrijf uitgevoerd te worden. Voor de overige gebieden die als onverdacht zijn aangegeven, adviseert ECG u om de toekomstig geplande werkzaamheden op reguliere wijze uit te voeren.

Daarbij adviseert ECG u om het uitvoerend personeel voorafgaand aan werkzaamheden in de te bewerken gebieden altijd te instrueren (aan de hand van Bijlage 3 Protocol Toevalsvondst) geen verdere acties te ondernemen in het geval van het onverhoopt aantreffen van munitieverdachte objecten en terstond contact op te nemen met de (plaatselijke) politie: telefoon: 0900-8844. Mochten er onverhoopt munitie(gelijkende) objecten worden aangetroffen, dan wordt u geadviseerd om tevens contact op te nemen met een WSCS-OCE gecertificeerd opsporingsbureau en gezamenlijk vast te stellen of opschaling noodzakelijk is.

257-018-VO-01

Pagina 52 van 74

7 OVERZICHT VAN GEHANTEERDE BRONNEN Archiefinstellingen: ▪ Brabants Historisch Informatie Centrum te ’s-Hertogenbosch ▪ Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg im Breisgau ▪ Explosieven Opruimingsdienst van het ministerie van Defensie te Rijswijk en Soesterberg ▪ Luchtfotoarchief Topografische Dienst/Kadaster te Zwolle ▪ Nationaal Archief te Den Haag ▪ National Archives te London ▪ National Archives and Records Administration te Maryland ▪ National Collection of Aerial Photography/The Aerial Reconnaissance Archives/Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland te Edinburgh ▪ Nederlands Instituut voor Militaire Historie te Den Haag ▪ NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust – en Genocidestudies te Amsterdam ▪ Openbare Bibliotheek Veghel te Veghel ▪ Semistatische archiefdiensten Ministerie Defensie te Rijswijk ▪ Speciale Collecties Wageningen University te Wageningen Literatuur: ▪ Amersfoort, H. en P. Kamphuis, eds., Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied (2e druk; Den Haag 2005). ▪ Bollen, H., Corridor naar de Rijn: Operatie Market Garden, september 1944 (Zutphen 1988). ▪ Chorley, W.R., Royal Air Force Bomber Command Losses of the Second World War Volume 1-7 (Leicester 1993-2002). ▪ Didden, J. en M. Swarts, Brabant bevrijd (Hulst 1993). ▪ Didden, J. en M. Swarts, Einddoel Maas (Weesp 1984).

▪ Eversteijn, T., Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945 (z.p. z.j.). ▪ Govers, F., Corridor naar het verleden: Veghel een snijpunt in Oost-Brabant 1940-1945 (Hapert 1983). ▪ Nierstrasz, V.E., De verdediging van Noord-Limburg en Noord-Brabant, Mei 1940 (Den Haag 1953). ▪ Pigmans, A. en N. Vreeswijk, ’19 September 1944 bij de Zusters Franciscanessen in Veghel: een dag om nooit te vergeten’, D’n Tesnuzzik : Heemtijdschrift voor Beek en Donk 26 (2006) 3-12. ▪ Sectie Krijgsgeschiedenis van den Generalen Staf, Beknopt overzicht van de krijgsverrichtingen der Koninklijke Landmacht 10-19 mei 1940 (Leiden 1947). ▪ Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945, Verliesregister 1939-1945. Alle militaire vliegtuigverliezen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (Den Haag 2008). ▪ Wanrooij-Naus, B. van, ‘De oorlog vanuit een klooster in Veghel’, Van Vehchele tot Veghel : periodiek van de Heemkundekring Vehchele 26 (2006) 13-28. ▪ Woensel, J. van, Vrij van explosieven. De geschiedenis van het EOCKL en zijn voorgangers, 1944-2004 (Meppel 2004). 257-018-VO-01

Pagina 53 van 74

▪ Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil…: kroniek van een luchtoorlog, deel 1 (Den Haag 1990). ▪ Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil…: kroniek van een luchtoorlog, deel 2 (Den Haag 1993). Overige rapportages/documentatie: ▪ BAAC, ‘Bouwhistorische verkenning Deken van Miertstraat 8, Veghel’ (rapportnummer B18.0154, 16 augustus 2018). ▪ BAAC, ‘Tuinhistorische verkenning Franciscushof, Deken van Miertstraat 8, Veghel’ (rapportnummer B-18.0154_tuin, 16 augustus 2018). ▪ Bodac, ‘Vooronderzoek Conventionele Explosieven Kademuur Hoogstraat Veghel’ (documentnummer 201607129_H6021_VOB/01, 29 juli 2016). ▪ Bodeminzicht, ‘Verkennend bodemonderzoek Deken van Miertstraat 8 te Veghel’ (rapportnummer B1951, 12 oktober 2017). ▪ RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., ‘Plangebied Deken van Miertstraat 8 in Veghel, gemeente Veghel; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek’ (rapportnummer 4568290100, 12 oktober 2017). Internet: ▪ http://bhic.nl ▪ http://dotkadata.nl ▪ http://explosievenopsporing.nl ▪ http://www.inspectieszw.nl ▪ http://maps.bing.com ▪ http://maps.google.nl ▪ http://tracesofwar.com

257-018-VO-01

Pagina 54 van 74

8 BIJLAGEN BIJLAGE 1: VASTSTELLEN VERDACHT GEBIED EN AFBAKENING IN VOORONDERZOEK Deze bijlage maakt onderdeel uit van paragraaf 6.5 van het WSCS-OCE en wordt gebruikt om te beoordelen of bepaalde oorlogshandelingen een indicatie vormen voor de aanwezigheid van CE (verdacht of onverdacht) en voor de horizontale afbakening van het verdachte gebied. Hiervan mag alleen gemotiveerd worden afgeweken.

257-018-VO-01

Pagina 55 van 74

wetten.nl - Regeling - Arbeidsomstandighedenregeling - BWBR0008587

Indicatie

Artillerie-, mortier- of raketbeschieting

Raketbeschieting inslagenpatroon bekend

Inslagpunt blindganger, zijnde een vliegtuigbom

Algemene omschrijving

Locatie van aangebrachte vernielingslading. Gebied dat is beschoten door mobiel of vast geschut, mortieren of grondgebonden (meervoudig) raketwerpersysteem. Gebied dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers.

Uitgangspunt Uitgangspunten voor afbakening verdacht gebied conclusie Verdacht Onverdacht

x

Situationeel te bepalen.

x

Op basis van een analyse van het inslagenpatroon wordt de maximale afstand tussen twee opeenvolgende inslagen binnen een inslagpatroon bepaald. Het verdachte gebied wordt afgebakend door deze afstand te projecteren op de buitenste inslagen van het inslagenpatroon. Dat is exclusief de eventuele horizontale verplaatsing van de buitenste blindganger binnen het inslagenpatroon. Te bepalen volgens rekenmethode waarin ten minste rekening wordt gehouden met de volgende parameters: de afwerphoogte, de afwerpsnelheid, het gewicht van de bom, de diameter van de bom en de weerstand van de bodem. Op basis van in ieder geval deze vijf parameters wordt berekend tot welke diepte CE theoretisch kunnen indringen en hoever de maximale horizontale verplaatsing is. Situationeel te bepalen.

Vliegtuigbom die niet in werking is getreden.

Crashlocatie vliegtuig

Aanwezigheid van CE vanwege de x crash. Krater van gedetoneerde Gebied waarin zich de krater van de incidentele detonatie van een incidentele luchtafweergranaat luchtafweergranaat bevindt. Inslagpunt van een V-1 Gebied dat is getroffen door de inslag x wapen van een V-1 wapen. Gebied waarin zich de krater van de x Krater van een detonatie van een V-1 wapen bevindt. (gedeeltelijk) gedetoneerd V-1 wapen Gebied waarin zich de krater van de x Krater van een detonatie van een V-2 wapen bevindt. (gedeeltelijk) gedetoneerd V-2 wapen x Dumplocatie van munitie Dumplocatie van CE en/of en/of toebehoren toebehoren in landbodem of op waterbodem. x Ongecontroleerde (Sympathische) detonatie van een (massa)explosie explosieven voorraad zoals ontploffing munitieopslag of munitie trein. Vernietigingslocatie voor Eén of meerdere springputten. x CE

Vernielingslading (in werking gesteld)

Tapijtbombardement

Duikbombardement op zgn. ‘Pin Point Target’, inslagenpatroon onbekend

x Locatie van in werking gestelde vernielingslading, waarbij de mogelijkheid bestaat op het aantreffen van niet (geheel) gedetoneerde springlading(en). x Gebied dat is getroffen door een bombardement met middelzware en/of zware bommenwerpers, met als doel om schade aan te richten over een groot gebied.

Gebied dat is getroffen door een bombardement met jachtbommenwerpers, met als doel om een vooraf bepaald specifiek object te treffen. Duikbombardement op Lineair gebied, nabij een spoorlijn, zgn. ‘Line Target’, dat is getroffen door een inslagenpatroon bombardement met onbekend jachtbommenwerpers, met als doel om de spoorlijn te treffen. Raketbeschieting op zgn. Gebied dat is getroffen door een ‘Pin Point Target’, raketbeschieting met inslagenpatroon jachtbommenwerpers, met als doel onbekend om een vooraf bepaald specifiek object te treffen. Raketbeschieting op zgn. Lineair gebied, nabij een spoorlijn, ‘Line Target’, dat is getroffen door een inslagenpatroon raketbeschieting met onbekend jachtbommenwerpers, met als doel

pagina 27 van 32

x

x

Tenzij er indicaties zijn dat het geen incidentele luchtafweergranaat betreft. 15 meter rondom een inslagpunt vanwege de mogelijke horizontale verplaatsing onder de grond. 50 meter rondom een inslagpunt vanwege de mogelijke aanwezigheid van explosieve componenten. Situationeel te bepalen.

Locatie van de dump en afbakening verder situationeel te bepalen, bijvoorbeeld dumping in stilstaand of stromend water. Situationeel te bepalen

De contour(en) van de springput(ten) en afbakening verder situationeel te bepalen, bijvoorbeeld gelet op de afstand van eventuele uitgeworpen CE buiten deze contour(en). Locatie waar de vernielingslading in werking is gesteld en afbakening verder situationeel te bepalen.

Op basis van een analyse van het inslagenpatroon 1 wordt de maximale afstand tussen twee opeenvolgende inslagen binnen een inslagpatroon bepaald. Het verdachte gebied wordt afgebakend door deze afstand te projecteren op de buitenste inslagen van het inslagenpatroon. Dat is exclusief de eventuele horizontale verplaatsing van de buitenste blindganger binnen het inslagenpatroon. Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 181 meter gemeten vanuit het hart van het doel 2/3.

x

Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 91 meter gemeten vanuit het hart van de spoorlijn 2/4.

x

Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 108 meter gemeten vanuit het hart van het doel 2/5.

x

Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 80 meter gemeten vanuit het hart van de spoorlijn 2/6.

http://wetten.overheid.nl/BWBR0008587/2016-07-05/0/BijlageXII/afdrukken+informatie

28-07-16

BIJLAGE 2: SYSTEEM CERTIFICATEN OPSPOREN CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN

257-018-VO-01

Pagina 59 van 74

BIJLAGE 3: PROTOCOL TOEVALSVONDST

257-018-VO-01

Pagina 60 van 74

LEGENDA

Start-werk vergadering

Actie aannemer Actie opdrachtgever Actie Politie Actie EOD Vervolgstap Communicatielijn

Personeel informeren hoe te handelen bij vondst van een (vermoedelijk) explosief

Werkzaamheden

Eventueel toolbox door een Senior OCEdeskundige

Aantreffen verdacht object bij werkzaamheden

Werkzaamheden staken

Opdrachtgever in kennis stellen van vondst

(In overleg met politie) Afzetten van het terrein

Het object niet beroeren!

Personen uit de omgeving van het object verwijderen

Maatregelen treffen tegen roeren of verplaatsen object

Bij het melden van vondst: - Naam, functie en telefoonnummer van de melder - De ligplaats van het object - Een omschrijving van het object (kleur, vorm, lengte, breedte, diameter, etc.) - Hoeveel objecten er zijn aangetroffen - Naam en telefoonnummer van de contactpersoon die bekend is met de ligplaats van het object - (Indien mogelijk:) Een foto van het object

Politie in kennis stellen van vondst (0900-8844)

Na het aantreffen van een vermoedelijk explosief

EOD in kennis stellen van vondst

Maak geen melding van de vondst op social media!

Bevoegd Gezag in kennis stellen van vondst

Identificatie van het object

EOD arriveert bij vindplaats

Object is geen explosief

Object is een explosief

Ruiming explosief door EOD

In overleg met EOD bepalen of het om een incidentele vondst gaat JA

Incidentele vondst

Na identificatie en eventuele ruiming

Werkzaamheden hervatten

NEE Verdacht gebied

Werkzaamheden hervatten na aanvullende maatregelen

Instructies van de medewerkers van de EOD en het Bevoegd Gezag dienen strikt opgevolgd te worden!

BIJLAGE 4: TOELICHTING VERPLICHTE EN AANVULLENDE BRONNEN WSCS-OCE Toelichting verplichte bronnen WSCS-OCE Literatuur Aan de start van het bronnenonderzoek wordt op basis van literatuuronderzoek een lijst opgesteld met oorlogshandelingen die relevant zijn voor de mogelijke aanwezigheid van CE in het onderzoeksgebied (indicaties). Deze lijst bevat tevens een verwijzing naar de data waarop de oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden. Gemeentelijk en provinciaal archief Bij het raadplegen van het gemeentelijk en provinciaal archief dienen ten minste de stukken van de luchtbeschermingsdienst, de stukken over aangetroffen/geruimde CE en de oorlogsschaderapporten te worden geraadpleegd. Indien deze stukken niet aanwezig zijn, dient dit te worden vermeld in de rapportage. Explosieven Opruimings Dienst Defensie Bij het raadplegen van het archief van de Explosieven Opruimings Dienst Defensie (EOD) dient als eerste de database met meldingen van aangetroffen CE en de collectie mijnenveldkaarten te worden geraadpleegd. Indien in de database met meldingen van aangetroffen CE indicaties voor de aanwezigheid van CE worden aangetroffen, dient de collectie MORA’s/UO’s te worden geraadpleegd. Indien in de collectie mijnenveldkaarten indicaties voor de aanwezigheid van CE worden aangetroffen, dient de collectie mijnenveld ruimrapporten te worden geraadpleegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=2f0061f8-1933-42aa-a6b0-7f7a3031ffe6