CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlageboek herziening Tennispark de Krekel

Raadsvergadering 24 juni 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan ‘Kom Mariaheide, herziening tennispark De Krekel’22.319 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Kom Mariaheide, herziening tennispark De Krekel Bijlagenboek

Bezoekadres Stadhuisplein 1 5461 KN Veghel Postadres Postbus 10.001 5460 DA Veghel T: 14 0413 E: info@meierijstad.nl W: www.meierijstad.nl IBANnr: NL31 RABO 0171 5811 48

Betreffende

Kom Mariaheide, herziening tennispark De Krekel

Planstatus

vastgesteld

Projectnummer

NL.IMRO.1948.MAR000BP0022017P-VG01

Datum

21 april 2021

Inhoudsopgave Bijlagen bij toelichting

5

Bijlage 1

Landschappelijke inpassing

6

Bijlage 2

Historische Bodemtoets

15

Bijlage 3

Archeologisch onderzoek

18

Bijlage 4

Geuronderzoek

63

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek

65

Bijlage 6

Advies Externe Veiligheid

277

Bijlage 7

Beeldkwaliteitplan

279

Bijlage 8

Omgevingsdialoog

282

Bijlage 9

Reactie vooroverleg Provincie Noord-Brabant

287

NL.IMRO.1948.MAR000BP0022017P-VG01

Pagina: 3 van 290

Datum:14-04-2021

Bijlagen bij toelichting

NL.IMRO.1948.MAR000BP0022017P-VG01

Pagina: 5 van 290

Datum:14-04-2021

Bijlage 1 Landschappelijke inpassing

NL.IMRO.1948.MAR000BP0022017P-VG01

Pagina: 6 van 290

Datum:14-04-2021

Advies

: Landschappelijke inpassing tennispark De Krekel te Mariaheide

Datum Opdrachtgever Projectnummer Opgesteld door

: 21 november 2019 : dhr. Ketelaars : 211x08309 : R. Tak

Bij het toestaan van een ruimtelijke ontwikkeling is het van belang dat alle ruimtelijke waarden worden meegewogen. Een bouwplan kan immers afbreuk doen aan bestaande landschappelijke of cultuurhistorische waarden. Elke ontwikkeling dient bij te dragen aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het daarbij betrokken gebied en de naaste omgeving, waaronder in ieder geval een goede landschappelijke inpasbaarheid 1. De landschappelijke inpassing bestudeert de omgeving en aan de hand daarvan worden ruimtelijke randvoorwaarden opgesteld. Als aan deze voorwaarden worden voldaan, doet de ingreep geen afbreuk aan het landschap, of kan zelfs een ruimtelijke meerwaarde betekenen. Aanleiding Eigenaar van tennispark ‘De Krekel’ is voornemens het bestaande bouwvlak uit te breiden voor de ontwikkeling van een indoor tennisveld en een multifunctionele ruimte. Daarnaast zal een tweetal aangekochte woonpercelen worden ingezet en herbestemd naar de bestemming ‘sport’ om de ontwikkeling mogelijk te maken. Om planologische medewerking te kunnen verlenen dient afgeweken te worden van het huidige bestemmingsplan. De initiatiefnemer heeft reeds een principeverzoek ingediend bij de gemeente Veghel (per 1 januari 2017 gemeente Meierijstad) om dit mogelijk te maken (principebesluit van 16-12-2016).

Er is een principeverzoek ingediend waarin het college van B&W om medewerking is gevraagd voor de uitbreiding van de sportaccommodatie tennispark De Krekel. Op 15 december 2015 heeft het college besloten om onder bepaalde voorwaarden medewerking te verlenen. Een herziening van het bestemmingsplan (ex artikel 3.8 Wro) wordt doorlopen om het initiatief mogelijk te maken. Huidige situatie plangebied De locatie van het plangebied is gelegen aan de noordgrens van de kom Mariaheide, gemeente Meierijstad. Het plangebied bestaat uit een perceel met de bestemming ‘Sport’ met bouwvlak (609). Het huidige bouwvlak heeft een oppervlakte van 2816 m². Daarnaast heeft de initiatiefnemer recentelijk 2 percelen verworven met de bestemming ‘Wonen’(608 en 43). Het plangebied is momenteel ontsloten via 2 inritten vanaf de Pastoor van Haarenstraat, de centrale ontsluitingsweg van Mariaheide vanaf het noorden. De weg heeft een ruim profiel met een brede groenstrook aan beide zijden. De weg wordt begeleid door een dubbele rij pluimessen. Binnen het plangebied is momenteel een hoofdgebouw aanwezig met intern 2 overdekte tennisvelden. Daarnaast beschikt het terrein over 13 onoverdekte tennisvelden en 33 verharde parkeermogelijkheden.

1 artikel 3.1. Verordening ruimte provincie Brabant 2014

ADVIES/Landschappelijke inpassing tennispark De Krekel te Mariaheide

1

Huidige situatie plangebied (ruimtelijkeplannen.nl)

Uitsnede geldend bestemmingsplan (www.ruimtelijkeplannen.nl)

Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door een bosschage, bestaande uit gemengde inheemse beplanting. De oostelijke rand is ingepast met een struweel, welke het zicht op de agrarische velden vanaf de Krekelshofstraat tegengaat. De zuidrand van het plangebied kent een rommelig beeld met diverse soorten erfafscheidingen zoals een coniferenhaag en diverse schuttingen. De verworven woonpercelen zijn nu nog ingericht als tuin, maar zullen voor de mogelijke uitbreiding een andere inrichting krijgen. Westelijk is het perceel van haar omgeving gescheiden door een lage haag en hekwerk. Hierachter is een groenstrook gesitueerd met coniferen en groenblijvende exoten zoals laurierkers en enkele hoge sparren. Op de verworven woonpercelen is groen aanwezig in de vorm van gazon, groenvakken met hoofdzakelijk coniferen en een aantal solitaire bomen.

ADVIES/Landschappelijke inpassing tennispark De Krekel te Mariaheide

2

Zicht op huidige sporthal vanaf de Pastoor van Haarenstraat

Entree met parkeervakken

Westzijde met erfafscheidingen(rechts) en aangekochte woonpercelen(links)

Uitbreidingslocatie sporthal aan de Pastoor van Haarenstraat

Toekomstige situatie De initiatiefnemer is voornemens het bestaande bouwvlak uit te breiden met in totaal 1.009 m2, ten behoeve van de realisatie van een nieuw indoor tennisveld en een kleinschalige multifunctionele ruimte. Dit gebeurt binnen de huidige bestemming ‘Sport’ en de verworven woonpercelen. In de toekomstige situatie zullen 2 uitbreidingen van het bestaande gebouw worden gerealiseerd. Ten behoeve van de uitbreiding van de tennishal is vergroting van het huidige bouwvlak noodzakelijk in noord- oostelijke richting. Het huidige bouwvlak zal hier met ca. 477m² worden vergroot. De voorgevel van de nieuwe tennishal ligt minimaal 3 meter achter de voorgevelrooilijn van Pastoor van Haarenstraat 79. Hiermee wordt het zicht voor deze woning niet volledig belemmerd en deze maat sluit aan bij de verdere bebouwing langs de Pastoor van Haarenstraat. Ter hoogte van de sporthal is deze vastgesteld op ca. 8,65 meter uit de perceelgrens. Het bouwvlak zal daarmee 12 meter opschuiven richting de Pastoor van Haarenstraat en 1,5 meter naar het noorden. Hierdoor kan de interne ordening van de sporthal optimaal worden ingericht. Aan de zuidzijde is reeds een vergunning afgegeven voor de realisatie van een multifunctionele ruimte met een maximale bouwhoogte van 5 meter. Waarschijnlijk zal deze de functie krijgen als fitnessruimte. Voor deze uitbreiding is het bouwvlak verruimd met ca.

532m², rekening houdend met een minimale afstand van 30m. vanaf de omliggende woongevels en 5meter uit de naastgelegen perceelgrens.

ADVIES/Landschappelijke inpassing tennispark De Krekel te Mariaheide

3

In totaal zal het bouwvlak met ca. 1.009 m² worden verruimd binnen de bestemming ‘Sport’.

voorgestelde uitbouw aan de zuidzijde (bron: Van Houtum Architecten B.V. 20-11-2012)

Landschappelijke inpassing Kenschets Landschap Het plangebied is gelegen op een dekzandvlakte (3K14 op de uitsnede geomorfologische kaart) ten noorden van de kern Mariaheide. De zandvlakten en ruggen in het gebied zijn ontstaan na verstuiving van de zandgronden onder invloed van de wind. Het gebied is gelegen aan de grens van de voormalige heidevelden. Om gebruik van deze gronden mogelijk te maken moesten de woeste, arme gronden sterk worden bemest. Hierdoor is er in de loop van jaren een dikke humeuze bovenlaag ontstaan(zEZ21, enkeerdgronden). Middels deze wijze van ontginnen is er een kleinschalig agrarisch landschap. Ondanks dat het gebied uitmaakt van het oude ontginningslandschap heeft het lang geduurd voordat Mariaheide zich ontwikkeld heeft als dorp. Bewoning vond hoofdzakelijk plaats langs de Pastoor van Haarenstraat. Rond 1960 werd gestart met de uitbreiding van het dorp, welke vooral heeft plaatsgevonden langs de zuid- oostzijde van de kern. Door herverkaveling hebben de van oudsher kleinschalige agrarische percelen het kleinschalige karakter verloren.

ADVIES/Landschappelijke inpassing tennispark De Krekel te Mariaheide

4

Uitsnede Geomorfologische kaart (bron: Stichting voor Bodemkartering Wageningen Rijk Geologische Dienst, Haarlem 1977)

Uitsnede Bodemkaart (bron: Stichting voor Bodemkartering Wageningen / Rijk Geologische Dienst, Haarlem 1977)

Situatie rond 1900 (bron: topotijdreis.nl)

Situatie rond 1970 (topotijdreis.nl)

Inpassing Voor de uitbreiding van het bouwvlak is uitgegaan van de normen opgesteld in het bestemmingsplan ‘Kom Mariaheide’. Hierbij geldt een minimale afstand van 30 m tot naastgelegen woongevels en 5 meter vanaf de perceelgrens. De rooilijn van de uitgebreide tennishal zal maximaal 8,65 meter vanaf de perceelgrens liggen. Deze maat sluit aan bij de verdere bebouwing langs de pastoor van Haarenstraat. De landschappelijke karakteristiek kan op deze locatie kan worden versterkt door het toevoegen van erfbeplantingen langs de perceelgrenzen. Geheel inpakken van het perceel is niet wenselijk in het huidige straatbeeld en het dorpse karakter van het gebied. Daarom is er gekozen voor verzachtende maatregelen ter inpassing en uitvoering van de uitbreiding. Naast het toevoegen van groen langs de randen zal ook de uitbreiding zelf een natuurlijke uitstraling krijgen door het toepassen van reliëf en geleding in de architectonische uitwerken en het gebruik van natuurlijke materialen als hout, glas en baksteen. De inpassing bestaan uit:  De aanplant van een Ligusterhaag aan de westzijde ter inpassing van de omliggende woonpercelen (48 m2)  De aanplant van zuilbeuken (Fagus sylvatica ‘Dawyck’) aan de straatkant ter inpassing van de tennishal (6 stuks)

ADVIES/Landschappelijke inpassing tennispark De Krekel te Mariaheide

5

De aanplant van een ligusterhaag zal plaatsvinden langs de perceelgrens van de aangrenzende woonpercelen, welke de reeds vergunde uitbreiding aan het zicht zal onttrekken. De haag zal gesnoeid worden afgezet op 2 meter hoogte, in een plantverband van een dubbele rij met 5 stuks de strekkende meter. In totaal 480 stuks. Snoei zal 3 maal per jaar plaatsvinden om een strakke, volle haag te verkrijgen. Uiteindelijk kan de haag onder goede omstandigheden uitgroeien tot 4 - 5m hoogte. Aan de straatzijde zullen 6 zuilbeuken aangeplant worden (plantmaat 14/16), welke de uitbouw van de tennishal visueel verzachten. Beuk is een gebiedseigen soort, welke in deze cultivarvorm ook erg passend is binnen het dorpse karakter van het gebied en daarnaast goed aansluit bij de gewenste uitstraling van de tennishal. De beuken zullen worden geplaatst in de reeds aanwezige groenstrook, met een minimale afstand tot de bebouwing van 7 meter.

Huidige situatie

Nieuwe situatie

Voorstel landschappelijke inpassing (zie bijlage voor schets op schaal)

ADVIES/Landschappelijke inpassing tennispark De Krekel te Mariaheide

6

Close up bouwvlak i.c.m. aan te houden 30-meterafstand

Parkeren In de huidige situatie is er voorzien in 33 verharde parkeerplaatsen en 2 onverharde overloopvelden. Volgens de geldende parkeernormen (Eindrapport Parkeernormen, Gemeente Uden - Gemeente Veghel 2006) zijn er voor de huidige faciliteiten (12 buitenbanen, 2 binnenbanen en een oefenveld) 29 parkeerplaatsen noodzakelijk2. Na uitbreiding zal de parkeerdruk op het terrein toenemen. Gebaseerd op de nieuwe faciliteiten (+1 tennisbaan en 262m² fitnessruimte) en de parkeernormen zullen er op het terrein 42 parkeerplaatsen nodig zijn. Aansluitend op de bestaande parkeerplaatsen zullen 13 nieuwe plaatsen gecreëerd worden aan noordzijde van het pand. Wanneer op piekmomenten de parkeerdruk hoger ligt kan uitgeweken worden naar het overloopveld aan de noordzijde van het perceel voor ca. 10 extra parkeerplaatsen. Uitstraling gebouwen Om aan te sluiten bij het straatbeeld is het wenselijk dat de uitbouw van de sporthal een voldoende kwalitatieve uitstraling heeft, passend bij het kleinschalige dorpse karakter van de Pastoor van Haarenstraat. Om dit te realiseren zal rekening gehouden moeten worden met de vormgeving van de gevel, het architectonisch beeld en detaillering en de materialisatie. Sporthal De Gentiaan (Son en Breugel) kan hierbij als referentie worden beschouwd. Voor de materialisatie verdienen natuurlijke materialen als hout, gebakken materiaal en glas de voorkeur.

Door gelaagdheid in de gevel te creëren kan er een meer kleinschaliger beeld ontstaan wat aansluit bij de omgeving.

2

Tennisbaan gebied 3, norm: 2 bij een bezetting van 90% per baan. Sportschool gebied 3, norm: 4 per 100m² bvo.

ADVIES/Landschappelijke inpassing tennispark De Krekel te Mariaheide

7

Vooraanzicht Sporthal De Gentiaan

Zijaanzicht Sporthal De Gentiaan

ADVIES/Landschappelijke inpassing tennispark De Krekel te Mariaheide

8

Bijlage 2 Historische Bodemtoets

NL.IMRO.1948.MAR000BP0022017P-VG01

Pagina: 15 van 290

Datum:14-04-2021

Bijlage 3 Archeologisch onderzoek

NL.IMRO.1948.MAR000BP0022017P-VG01

Pagina: 18 van 290

Datum:14-04-2021

RAPPORT Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, door middel van boringen Tennispark de Krekel te Veghel

Opdrachtgever BRO Postbus 4 5280 AA Boxtel

ISSN 2214-5656 Projectnummer Aeres Milieu projectnummer AM16214 Status rapport Concept Autorisatie Opsteller rapport:

paraaf

Drs. D. Hagens Drs. L. van Diepen Redactie:

12 aug 2016

paraaf

Drs. ing. N.J.W. van der Feest Vrijgave: Ing. T.K.P.G. Thijssen

Contactgegevens Aeres Milieu B.V. Postbus 1015 6040 KA ROERMOND (t) 0475 – 320 000 (f) 0475 – 321 967 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

datum

datum 12 aug 2016

paraaf

datum 12 aug 2016

Archeologisch onderzoek Tennispark de Krekel te Veghel / AM16214

INHOUDSOPGAVE

SAMENVATTING

3

ADMINISTRATIEVE GEGEVENS

4

1. INLEIDING

6

2. WERKWIJZE 2.1 Inleiding 2.2 Verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen

9 9 9

3. BUREAUONDERZOEK 3.1 Landschappelijke situatie - geomorfologie 3.2 Landschappelijke situatie - bodem 3.3 Bewoningsgeschiedenis – historisch overzicht 3.4 Bewoningsgeschiedenis – archeologische waarden 3.5 Bewoningsgeschiedenis – historisch materiaal

10 10 10 11 13 15

4. VERWACHTINGSMODEL

17

5. VELDWERKZAAMHEDEN 5.1 Algemeen 5.2 Fysisch geografische beschrijving van de bodemopbouw 5.3 Interpretatie 5.4 Archeologische indicatoren

19 19 19 20 20

6. CONCLUSIE 6.1 Algemeen 6.2 Beantwoording van de onderzoeksvragen

21 21 21

7. AANBEVELINGEN

23

LITERATUURLIJST

24

Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7 8

Topografische overzichtskaart Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten Overzicht onderzoeksmeldingen Overzicht gemeentelijke archeologische beleidskaart Overzicht geomorfologische kaart en archeolandschappelijke eenhedenkaart Overzicht bodemkaart Overzicht AHN Boorprofielen

Pagina 2 van 25

Archeologisch onderzoek Tennispark de Krekel te Veghel / AM16214

SAMENVATTING Op 14 mei 2016 is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Pastoor van Haarenstraat 81 te Mariaheide. Het doel van het booronderzoek is de in het bureauonderzoek opgestelde specifieke verwachting te toetsen. Aan de hand van deze gegevens kunnen vervolgens adviezen over de aanwezige archeologische resten, of vervolgtraject worden opgesteld. De jager-verzamelaars uit het paleolithicum en mesolithicum hebben als woon- en verblijfplaats vaak voor de flanken van hoger liggende terreingedeelten in het landschap gekozen, bij voorkeur in de buurt van (open) water. Water was een belangrijk gegeven, want nabij water heerst een grotere biodiversiteit en dit vergemakkelijkt de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel. Volgens de geomorfologische en de gemeentelijke Archeolandschappelijke eenhedenkaart kaart ligt het plangebied grotendeels binnen een zone van hoge(re) zandgronden die volgens de geomorfologische kaart als een dekzandrug staat aangegeven. In de omgeving van het plangebied zijn twee oude waterlopen bekend, de Graaf en de Leijgraaf. De Leijgraaf is in het recente(re) verleden meerdere malen verlegd. Er zijn geen vondsten bekend uit de oude steentijd in de omgeving van het plangebied.

Jager-verzamelaars zullen de voorkeur hebben gegeven aan de flanken van de (hoge) dekzandruggen direct bij de watervoorzienende locaties. Daarom zullen de dekzandruggen direct langs de Leijgraaf aantrekkelijkere locaties zijn geweest. Om die reden geldt voor het plangebied een middelhoge verwachting voor de periode laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum. Het plangebied ligt in een zone die wordt gekenmerkt door enkeerdgronden. Deze gronden hebben een plaggendek met een conserverende werking van eventueel aanwezige archeologische resten. Resten uit de periode laat-paleolithicum en mesolithicum worden onder het verwachte plaggen- of esdek of in de oorspronkelijke bodem verwacht en kunnen bestaan uit tijdelijke bewoningssporen, haardkuilen, artefacten van vuursteen. Vanaf het neolithicum ontstaan de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door sedentaire nederzettingen. In de beginperiode stapt men geleidelijk over naar landbouw en veeteelt. De nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die soms diep in de grond gefundeerd waren. Voor de watervoorziening worden waterputten gegraven. Vanaf het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen heeft men nog steeds een voorkeur voor hoger en droger gelegen gebieden. De ligging op de hogere zandgronden blijft een aantrekkelijke vestigingsplaats voor agrarische bewoning.

Aan het plangebied wordt een middelhoge verwachting toegekend voor zowel vindplaatsen uit de periode neolithicum tot en met de bronstijd, als ook voor vindplaatsen uit de ijzertijd tot en met de vroege middeleeuwen. Resten uit de periode neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen worden onder de bouwvoor in de oorspronkelijke bodem verwacht en kunnen bestaan uit een cultuurlaag, paalkuilen/-gaten, afvalkuilen, fragmenten aardewerk, natuursteen of gebruiksvoorwerpen/vaatwerk. Het plangebied ligt aan de weg Pastoor van Haarenstraat en vormde een doorgaande weg tussen de oude kernen van Veghel en Uden. Ten oosten van het plangebied bevindt zich het bewoningscluster van het gehucht ‘Duifhuis. Uit bestudering van historische kaarten blijkt dat het plangebied en directe omgeving in tenminste het begin van de 19e eeuw als bouwland in gebruik was als onderdeel van het veld ‘de Hooi Akkers’. Vanaf 1900 ontstaat bebouwing rond het plangebied. Het plangebied zelf blijft tot het eind van de 20e eeuw in agrarisch gebruik. Voor het plangebied geldt daarom een middelhoge verwachting voor de periode late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Resten worden verwacht vanaf het maaiveld. Op basis van het uitgevoerde booronderzoek kan worden gesteld dat de verwachte veldpodzolgronden inderdaad aanwezig zijn binnen het plangebied, maar dat er geen sprake is van een esdek.

In de zone rond boringen 1, 5, 6, 9 en 10 is de bodem afgetopt of geroerd tot in de C-horizont. Voor resten uit de vroege prehistorie geldt dat deze kwetsbaar zijn, omdat ze verwacht worden in de top van de oorspronkelijke bodem en in de bouwvoor, en vindplaatsen daardoor veelal reeds verstoord zijn door bodembewerkingen. Omdat hier de oorspronkelijke Ah-, E- en B-horizont zijn opgenomen in de Ap-horizont en tevens de top van de Chorizont is geroerd, wordt voorgesteld om voor deze zone binnen het plangebied de in het bureauonderzoek genoemde middelhoge verwachtingswaarde voor intacte resten uit alle archeologische perioden bij te stellen naar laag. Pagina 3 van 25

Archeologisch onderzoek Tennispark de Krekel te Veghel / AM16214

Aan de noordoostzijde en de zuidwestzijde van het plangebied, respectievelijk de zones rond boringen 2, 3 en 4 en rond boring 7 en 8, werd (het restant van) een B-horizont of B/C-horizont aangetroffen. In boring 3 bleek het uitgeloogde zand van de uitspoelingshorizont (E-horizont) nog herkenbaar aan de onderzijde van de A-horizont. De bodem in deze twee zones bestaat uit in ieder geval een deels intacte bodem in laatpleistoceen dekzand. De middelhoge verwachting uit het bureauonderzoek voor archeologische waarden uit de periode neolithicum tot en met de nieuwe tijd blijft daarom gehandhaafd. Geadviseerd wordt om de zone rond boring 2, 3, 4, 7 en 8, waar de intacte resten van een veldpodzol zijn aangetroffen (zie figuur 6, groen) niet vrij te geven voor ontwikkeling. Indien hier, nu of in de toekomst, graafwerkzaamheden plaatsvinden die dieper reiken dan de bouwvoor, dan dient voorafgaand aan die werkzaamheden een archeologisch vervolgonderzoek te worden uitgevoerd. Voor onderhavige planvorming geldt dat vervolgonderzoek op dit moment niet nodig wordt geacht, omdat rond boringen 2, 3, 4 en 8 geen graafwerkzaamheden plaatsvinden. Nabij boring 7 vinden wel graafwerkzaamheden plaats, maar de opdrachtgever en initiatiefnemer geven aan dat hier archeologiesparend gebouwd kan worden. Alleen als de bouw op die wijze uitgevoerd wordt is er geen vervolgonderzoek nodig.

De mogelijkheden tot archeologiesparend bouwen en hoe dit te realiseren is dienen onderzocht te worden door het bevoegd gezag. Uitgaande van de boorprofielen kan worden gesteld dat de zone rond boring 1, 5, 6, 9 en 10 verstoord is tot in de top van de C-horizont. De verwachting is dat door de bodemverstoring eventueel alleen nog restanten van dieper ingegraven sporen (kuilen, greppels, waterputten enz.) kunnen worden gevonden. Gezien het voornemen om aan de straatzijde (westhoek plangebied) een tennishal te bouwen en de bodemverstoring dus alleen betrekking heeft op de zone rond boring 10, wordt vervolgonderzoek voor die ingreep niet nodig geacht. Aangezien de aanbevelingen betrekking hebben op verschillende zones binnen het plangebied is een advieskaart opgesteld om inzichtelijk te maken om welke zones het gaat (figuur 6). Indien vervolgonderzoek nu of in de toekomst aan de orde is, kan dat in de vorm van een proefsleuvenonderzoek of middels een archeologische begeleiding van de graafwerkzaamheden. Een karterend booronderzoek zal weinig extra informatie en geen extra inzicht opleveren.

Pagina 4 van 25

Archeologisch onderzoek Tennispark de Krekel te Veghel / AM16214

ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Projectnummer OM-nummer Soort onderzoek Adres onderzoekslocatie Toponiem Gemeente Provincie Kadastrale registratie Coördinaten

Oppervlakte Huidig locatie gebruik Aanleiding onderzoek Opdrachtgever Bevoegde overheid Opslag documentatie en materiaal Datum uitvoering

: AM16214 : 4003281100 : Bureau- en verkennend booronderzoek : Pastoor van Haarenstraat 81 : Mariaheide : Veghel : Noord-Brabant : Veghel, sectie N, nummer 43, 46 (ged.), 608 en 609 : centrum 168.597; 405.308 NW: 168.851; 405.341 NO: 168.695; 405.317 ZW: 168.547; 405.262 ZO: 168.652; 405.250 : circa 1.6 ha : Tennispark : Bestemmingswijziging (uitbreiding tennispark) : BRO : Gemeente Veghel : Zuidhoven 9m te Roermond tot deponering bij provinciaal depot te ‘s-Hertogenbosch : 29 juni 2016

Pagina 5 van 25

Archeologisch onderzoek Tennispark de Krekel te Veghel / AM16214

1.

INLEIDING

In opdracht van BRO heeft Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, d.m.v. boringen uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie Gemeente Oppervlakte Huidig perceelgebruik Toekomstig perceelgebruik

: Pastoor van Haarenstraat 81 te Mariaheide : Veghel : circa 1,6 ha : Tennispark : Tennispark

Dit archeologisch onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de KNA 3.3. Het verkennend onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie. Aanvullend hierop is een verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen op het perceel uitgevoerd. De werkzaamheden in het veld zijn uitgevoerd door een KNA-archeoloog onder leiding van een KNA-senior archeoloog. Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de voorgenomen realisatie van een indoortennisbaan en een multifunctionele ruimte (figuur 1). De diepte van de toekomstige verstoring is niet bekend, maar zal naar verwachting tenminste 0,8-1,0 meter beneden maaiveld reiken. Op de leidende Archeologische Verwachtingskaart van de gemeente Veghel geldt voor het plangebied een middelhoge archeologische verwachting. Voor het uiterst oostelijke deel geldt een lage verwachting. Bij een middelhoge verwachtingswaarde gelden de volgende ondergrenzen: bodemverstorende ingrepen van 250 m2 en dieper dan 30 cm beneden maaiveld zijn onderzoeksplichtig.1

Figuur 1: plan met de geplande uitbreidingswerken (Bron: aangeleverd door de opdrachtgever).

1 Buesink en Bergman 2014, 55.

Pagina 6 van 25

Archeologisch onderzoek Tennispark de Krekel te Veghel / AM16214

Doel Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is, het bepalen van een specifiek verwachtingsmodel voor de locatie. Dit verwachtingsmodel wordt op basis van historische kaarten en bekende landschappelijke en archeologische gegevens gevormd. Dit verwachtingsmodel zal vervolgens leiden tot een aanbeveling over het behoud in-situ of eventueel vervolgonderzoek. Het doel van het aansluitende verkennend booronderzoek is het toetsen van het in het bureauonderzoek opgestelde verwachtingsmodel. Specifiek voor de locatie Pastoor van Haarenstraat 81 zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd:   

Is er sprake van stratigrafische lagen die potentieel archeologische waarden kunnen bevatten? In hoeverre zijn deze lagen intact en hoe reflecteert dit de kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten? Wat is de diepteligging van mogelijke archeologische resten en wat is de daadwerkelijke bedreiging van deze resten door de voorgenomen bodemingrepen?

Plangebied Het plangebied ligt aan de weg Pastoor van Haarenstraat 81 in het noorden van het dorp Mariaheide. Het plangebied is momenteel bebouwd (tennisvelden, sporthal en parkeerplaatsen) en in gebruik als sportcomplex. In het noorden wordt het plangebied begrensd door een bos, in het oosten door landbouwgrond, in het zuiden door enkele woningen met tuin (Krekelshofstraat) en in het westen door de weg Pater van Haarenstraat 81.

Figuur 2a: Luchtfoto van de onderzoekslocatie. Het plangebied is weergegeven met het rode kader. Bron: www.arcgis.com.

Pagina 7 van 25

Archeologisch onderzoek Tennispark de Krekel te Veghel / AM16214

Figuur 2b: Het plangebied gezien vanaf de noordwesthoek, kijkende in oostelijke richting.

Pagina 8 van 25

Archeologisch onderzoek Tennispark de Krekel te Veghel / AM16214

2.

WERKWIJZE

2.1

Inleiding

Bij het uitvoeren van het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van verschillende bronnen. Deze bronnen geven inzicht in bekende, of te verwachten archeologische resten binnen het onderzoeksgebied. Daarnaast zijn deze bronnen van belang voor het opstellen van de landschapsgenese. Archeologische bronnen  Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW)  Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW)  Archeologische Monumentenkaart (AMK)  Archeologisch Informatiesysteem (Archis2 en Archis3)  Archeologische verwachtingskaart van de gemeente Veghel  Specifieke lokale informatie Bodem- en geomorfologische kaarten  Bodemkaart (Alterra)  Geomorfologische kaart (Alterra, uit Archis2)  Archeolandschappelijke Eenhedenkaart van de gemeente Veghel  Actuele Hoogtekaart van Nederland (AHN)  Kaart bodemverstoringen gemeente Veghel Historische kaarten  Historisch minutenplan (1800-1832)  Historische topografische en militaire kaarten (1830 tot 1978)  Moderne topografische kaart (2005) De bovenstaande bronnen worden aangevuld door mogelijke informatie afkomstig van lokale archeologische verenigingen en werkgroepen. De overige aanvullende informatie is terug te vinden in de literatuurlijst.

2.2

Verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen

Bij het verkennend veldonderzoek zijn 10 boringen gezet. Deze zijn gelijkmatig over het plangebied verdeeld. De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor met een boorkop met een diameter van 10 centimeter. De minimale boordiepte is 50 cm –mv. De diepste boring reikt tot 120 cm –mv. De boorprofielen zijn conform ASB (Archeologische Standaard Boorbeschrijving 5.2) beschreven, zie bijlage 8. Gelet is op de aanwezigheid van archeologische indicatoren als fragmenten keramiek, fosfaatvlekken en brokjes houtskool en verbrande leem. Daartoe zijn de opgeboorde monsters verbrokkeld.

Pagina 9 van 25

Archeologisch onderzoek Tennispark de Krekel te Veghel / AM16214

3.

BUREAUONDERZOEK

3.1

Landschappelijke situatie - geomorfologie

De gemeente Veghel ligt in het zuidelijke dekzandgebied, in het bijzonder in het lager gelegen dal van de Centrale Slenk. Binnen dit gebied komen rivierafzettingen, dekzandafzettingen, beekafzettingen en stuifzanden voor.2 De afzettingen die zich momenteel aan de oppervlakte bevinden zijn gevormd en afgezet in het pleistoceen en het holoceen. De oudste afzettingen binnen de gemeente Veghel komen op circa 120 cm beneden het maaiveld voor. Het gaat om Maasafzettingen die zijn gevormd in het midden-pleistoceen.3 Het huidige landschap is voor een groot deel tijdens het Weichselien (circa 115.000 – 11.755 jaar geleden) gevormd. In het bijzonder tijdens de laatste ijstijd, waarbij een steeds kouder en droger klimaat ontstaat. 4 In deze periode (circa 115.000 – 10.000 jaar geleden) breidt het landijs zich sterk uit in Europa. Gedurende het grootste deel van het Weichselien is de bodem bevroren. Tijdens perioden dat er sprake is van dooi, wordt door sneeuwsmelt- en regenwater veel sediment verspoeld, waarbij fluvioperiglaciale afzettingen worden gevormd en dalen ontstaan. Deze fluvioperiglaciale afzettingen zijn zeer divers in textuur. Ze bestaan uit fijn en grof zand, soms met grind, leemlagen en plantenresten en worden tot de Formatie van Boxtel gerekend. 5 Deze afzettingen zijn in het plangebied in de diepere ondergrond aanwezig.

De fluvioperiglaciale afzettingen worden later bedekt met dekzand. In de koudste en droogste perioden van het Weichselien, met name tijdens het Laat-Pleniglaciaal (circa 26.000 – 15.700 jaar geleden) en in sommige perioden van het laat-glaciaal (circa 15.700 – 11.755 jaar geleden), is de vegetatie grotendeels verdwenen, waardoor op grote schaal verstuiving optreedt. Hierbij wordt het dekzand afgezet.6 Dit dekzand is kalkloos, fijnkorrelig (150 – 210 μm) en arm aan grind. Het dekzand wordt tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel gerekend. Het reliëf dat tijdens de dekzandafzetting is ontstaan, wordt gekenmerkt door vlaktes met depressies en dekzandruggen of dekzandkoppen. In het Holoceen (vanaf circa 11.755 jaar geleden) wordt het klimaat warmer en vochtiger. Het landschap is door geologische processen weinig meer veranderd. Het dekzand wordt door de toenemende vegetatie vastgelegd en de beken snijden zich in. Hierbij volgen ze de natuurlijke laagten, zoals de eerder gevormde dalen. Op de geomorfologische kaart van Nederland ligt het noordelijke deel van het plangebied binnen een dekzandvlakte en het centrale- en zuidelijke deel op een dekzandrug (bijlage 5, bovenste kaartbeeld, respectievelijk code 2M13 en 3K14).

Volgens de Archeolandschappelijke eenhedenkaart van de gemeente Veghel ligt het grootste deel van het plangebied op een dekzandwelving (bijlage 5, onderste kaartbeeld, bruine zone) en het uiterste oostelijke deel binnen een dekzandvlakte (gele zone).7 Op het kaartbeeld van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2, bijlage 7)8 is te zien dat het plangebied, vanwege haar locatie op de dekzandrug, enkele meters hoger ligt dan haar omgeving. De omliggende dekzandvlakten liggen bijgevolg lager in het landschap.

3.2

Landschappelijke situatie - bodem

Volgens de bodemkaart ligt het plangebied in een zone van hoge zwarte enkeerdgronden, leemarm en zwak lemig fijn zand (bijlage 6, code zEZ21). 9 2 Stiboka 1967; Buesink 2014, 25. 3 Buesink 2014, 25. 4 Berendsen 2008, 183. 5 Berendsen 2008, 189. 6 Berendsen 2004, 190. 7 BAAC 2014, Bijlage 3, Archeolandschappelijke Eenhedenkaart gemeente Veghel (BAAC rapport V-13.0274). 8 www.arcgis.com. 9 Alterra 2009, 51 Oost; De Bakker en Schelling 1989.

Pagina 10 van 25

Archeologisch onderzoek Tennispark de Krekel te Veghel / AM16214

Deze zwarte enkeerdgronden komen regelmatig voor in de Centrale Slenk. Ze liggen meestal als relatief hoge, langgerekte ruggen in het landschap in de nabijheid van oude bewoningskernen. Het humushoudende dek is 70 à 90 cm dik en leemarm of zwak lemig, zeer fijn tot matig fijn zandig. In de Centrale Slenk hebben ze een 20 à 30 cm dikke, donker-grijsbruine tot zwarte bovengrond met 2 à 3% humus. Daaronder is het humushoudende dek iets lichter van kleur en heeft ca. 2% humus. Op de overgang naar het oorspronkelijke profiel is de (soms verwerkte) begraven A1-horizont vaak nog als een donkergekleurde laag met een iets hoger humusgehalte te herkennen.10 In de late middeleeuwen gaat men de akkers op de dekzandvlaktes bemesten met bosstrooisel of heideplaggen die met potstalmest doordrenkt waren.11 Op deze manier ontstaat na verloop van tijd een dik ophoogpakket (esdek) bestaande uit humeus zand. Wanneer dit ophoogpakket dikker wordt dan 50 cm spreekt men van enkeerdgronden. Een ophoogpakket biedt bescherming aan eventuele archeologische resten die in de top van het originele dekzandprofiel aanwezig zijn.

Enkeerdgronden hebben dan ook een hoog archeologische potentieel waarbij archeologische resten te verwachten zijn in de basis van het esdek en in de top van de mogelijk nog aanwezige onderliggende bodem.12 Op de bodemkaart staan de gemiddelde grondwaterstanden aangeven met grondwatertrappen. De aanwezige gronden worden gekenmerkt door een diepe grondwaterstand (grondwatertrap VI). Dit betekent dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand tussen de 40 en 80 cm beneden het maaiveld ligt en dat de gemiddeld laagste grondwaterstand dieper dan 120 cm beneden het maaiveld wordt aangetroffen. In de gronden met grondwatertrap VI is in de zandondergrond meestal een humuspodzol zonder ijzerhuidjes ontwikkeld. Soms bestaat de zandondergrond uit een roestloze C-horizont.

3.3

Bewoningsgeschiedenis – historisch overzicht

De bestudeerde en beschikbare bronnen hebben het volgende beeld kunnen schetsen over de geschiedenis van Mariaheide. Hierbij is steeds geprobeerd om te focussen op het gebied dat correspondeert met Mariaheide, maar waar dit niet mogelijk was door het ontbreken van de nodige bronnen, werd gekeken naar de bewoningsgeschiedenis van de gemeente Veghel. De oudste menselijke sporen worden teruggevonden op hogere delen in het landschap, zoals dekzandruggen, meestal in de buurt van een waterloop. 13 De vroegste aanwijzingen voor menselijke aanwezigheid in het gebied rond Veghel behoren dan ook tot het neolithicum en het mesolithicum (respectievelijk de late- en midden steentijd), en mogelijk in het paleolithicum (de vroege steentijd).14 Aan de sporadische en verspreide aanwezigheid van artefacten uit deze perioden kan echter niet worden afgelezen wat het karakter is geweest van de occupatie en hoe lang de verschillende locaties in gebruik bleven.15 De vondsten uit het midden-paleolithicum tot en met het neolithicum duiden vaak op een tijdelijk kamp dat seizoensmatig werd bewoond, afhankelijk van het voedselaanbod. In de loop van het neolithicum ging de mens zich steeds meer toeleggen op het verbouwen van voedsel en het houden van vee. 16 In de bronstijd en ijzertijd (tussen 2000 v. Chr. en 12 v.Chr.) nemen de aanwijzingen voor het gebruik van het landschap toe.

Op basis van de vondsten kan worden vastgesteld dat er gedurende de hele periode sprake is van permanente bewoning van de regio die overeenkomt met het huidige Veghel.17 De bewoning situeert zich vooral rond de rivier de Aa, dus het is niet onlogisch om te veronderstellen dat dit voor de Leijgraaf of de Graaf, beide kleinere aftakkingen van de rivier de Aa, ook het geval zou kunnen zijn. Gezien de kleine loop van Leijgraaf, die waarschijnlijk vaak droog kwam te staan, is de invloed ervan op het nederzettingspatroon natuurlijk voor discussie vatbaar.

10 Bodemkaart van Nederland – Blad 45 Oost ‘s-Hertogenbosch. 11 Buesink 2014, 27. 12 Buesink 2014, 27. 13 Kalisvaart 2014, 16. 14 Buesink 2014, 36. 15 Buesink 2014, 36. 16 Kalisvaart 2014, 16. 17 Buesink 2014, 36. Pagina 11 van 25

Archeologisch onderzoek Tennispark de Krekel te Veghel / AM16214

Op basis van het vondsmateriaal wordt verondersteld dat de bewoning in de Romeinse periode verder bouwt op bestaande ijzertijdsites. Hoewel er Romeins importaardewerk wordt aangetroffen gaat het in de meeste gevallen om inheems-romeinse bewoning. De vondsten duiden op handelscontacten met Romeinen die na de onderwerping van de regio onder andere aan de ‘Limes’, de Romeinse rijksgrens ter hoogte van het rivierengebied, enkele centra inrichtten. De vondsten van Romeinse munten versterken dit beeld.18 Naar het einde van de Romeinse periode neemt de bevolkingsdichtheid af.19 In de vroege middeleeuwen (500-1000) is op veel locaties langs de Aa geen de continuïteit van bewoning.20 Rond 1175-1250 komen horige vrij en het aantal vrije boeren neemt hierdoor toe. Daarnaast is er sprake van een overgang van heerlijke domeinkerkjes naar een parochiekerken. In deze periode komen ook de eerste grootschalige ontginningen voor. In de late middeleeuwen is duidelijk sprake van een toename van de bewoningsintensiteit. Onder druk van de groeiende bevolking en de daarmee samenhangende behoefte aan voedsel breiden de landbouwgronden zich steeds verder uit waardoor de bewoning zich verplaatst naar de periferie van de dekzandruggen.21 In de late middeleeuwen wordt de invloed van de menselijke activiteiten op het landschap steeds groter.

Vanaf nu wordt het landschap actief bemest met plaggen, en het is hierdoor dat de archeologisch belangrijke esdekken ontstaan (zie paragraaf 3.2).22 Daarnaast treedt een verschuiving op waarbij veel nederzettingen zich verplaatsen van het midden van de hoge zandgronden naar de flanken en de beekdalen. 23 Zo worden de beekdalgronden in deze periode nu ook gebruikt als hooi- en weiland. Grote stukken heidevelden, die voornamelijk gesitueerd zijn op de hoge dekzandeilanden, worden vanaf nu ook systematisch ontgonnen. Hiervoor worden in de late middeleeuwen verschillende ontginningshoeves gebouwd, zoals bijvoorbeeld in Mariaheide.24 In de nieuwe tijd verandert de economie van Veghel, die voordien voornamelijk gebaseerd was op de agrarische sector. Zo treden in de 19e eeuw grote veranderingen op. Na de aanleg van diverse grote infrastructurele werken als de Zuid-Willemsvaart (1823-1824), de haven (1825), de Brabants-Duitse spoorlijn (1874) en de tramverbinding met de steden in de omgeving (eind 19e eeuw) komt de economische groei van Veghel op gang.

Naast de agrarische sector ontwikkelt zich nu ook handel en nijverheid.25 In de nieuwe tijd zien we dus een overgang van een typisch agrarische samenleving naar een min of meer geïndustrialiseerde samenleving.26 De verspreide boerengemeenschappen zoals die van Mariaheide en Zijtaart breiden zich in deze periode uit tot afzonderlijke kerkdorpen.27 In dit opzicht is Mariaheide een uitzondering, want slechts in enkele gevallen in Nederland kan men spreken van een planmatige stichting van een dorp in het kader van heideontginningen.28 De heideontginning Mariaheide ontstond aan de weg Pastoor van Haarenstraat. Deze weg vormde van oudsher een doorgaande weg tussen de historische kernen van Veghel in het zuidwesten en Uden in het noordoosten. De eerste vermelding van het dorp stamt uit het jaar 1848 als Heide. Vanaf het begin van de 20e eeuw is sprake van Mariaheide. Het dorp is voortgekomen uit de stichting op de heide van het klooster Maria Réfugée, gewijd aan Maria Moeder van Goeden Raad. 29 Het dorp kwam tot ontwikkeling in het begin van de 20e eeuw. Tot die tijd lagen ter plaatse enkel enige ontginningsboerderijen aan de genoemde Pastoor van Haarenstraat. In 1944, tijdens WOII, vinden twee vliegtuigcrashes plaats in Mariaheide. Het eerste vliegtuig stort neer op 21 juli langs de weg Veghel-Uden, hierbij komen alle 6 bemanningsleden om. 18 Buesink 2014, 37.

19 Kalisvaart 2014, 16. 20 Buesink 2014, 37. 21 Buesink 2014, 39. 22 Buesink 2014, 40. 23 de Bont 1993, 97. 24 Buesink 2014, 40. 25 Buesink 2014, 42. 26 de Bont 1993, 97. 27 Buesink 2014, 42. 28 Hendrickx 1998, 51. 29 Van Berkel en Samplonius 2006, 286.

Pagina 12 van 25

Archeologisch onderzoek Tennispark de Krekel te Veghel / AM16214

Het vliegtuig zelf is een bommenwerper van het type Avro Lancaster I van het 75ste Nieuw-Zeelandse squadron.30 De tweede crash vindt plaats op 22 september, ditmaal betreft het een verkenningsvliegtuig (Auster IV) van het Britse leger bestuurd door Captain C. McCorry. 31

3.4

Bewoningsgeschiedenis – archeologische waarden

Momenteel vindt bij het RCE (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) de overgang plaats van het archeologisch informatiesysteem Archis 2 naar Archis 3. Doordat de lancering van de volledige database binnen Archis3 vooralsnog is uitgesteld, is het helaas niet mogelijk gebleken om alle recente benodigde gegevens van nabijgelegen archeologische onderzoeken/onderzoeksmeldingen, archeologische monumenten (AMK) en waarnemingen te raadplegen. Over het algemeen blijkt dat de archeologische kennis voor het Brabants zandgebied gemiddeld is ten opzichte van de kennis van geheel Nederland. Als gekeken wordt naar de verschillende periodes blijkt dat over de laatste fase van de oude steentijd (laat-paleolithicum) tot het midden van de middensteentijd (mesolithicum) relatief veel bekend is. Daartegenover staat dat er over de laatste fase van de nieuwe steentijd tot de midden bronstijd weinig bekend is, evenals over de late ijzertijd tot de vroeg Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen.32 Het plangebied heeft op de IKAW een hoge waarde voor de kans op het aantreffen van archeologische resten (zie bijlage 3). Het is daarnaast mogelijk om de reeds uitgevoerde archeologische onderzoeken en beschermde rijksmonumenten te lokaliseren (zie bijlage 4).

Op de leidende Archeologische Verwachtingskaart van de gemeente Veghel geldt voor het plangebied een middelhoge archeologische verwachting (bijlage 5). De bijna rechtlijnige aanleg van deze monumenten langs de Pastoor van Haarenstraat is niet ongewoon, gezien de weg van oudsher een doorlopende weg is tussen Veghel en Uden. 33 In de omgeving van het plangebied (<1km) zijn geen vondstmeldingen gedaan. Wel is bekend dat er recentelijk een (waarschijnlijk) neolithisch vuistbijl is aangetroffen op een akker niet ver van het plangebied (minder dan 1 km vogelvlucht).34 De vondst wordt momenteel geregistreerd en zou ondertussen al officieel ingeschreven staan bij Meldpunt Brabant als een 'Neolitisch gepolijste bijl'.35 De kaartbank met vondscomplexen van de provincie Noord-Brabant vermeldt deze vondst echter nog niet. 36 In de omgeving van het plangebied zijn enkele archeologische onderzoeken uitgevoerd.37 Onderzoekmeldingsnummer 20.882 In 2007 heeft Archeopro een boordonderzoek uitgevoerd aan de Kruisstraat, op 550 meter ten zuidwesten van het plangebied. Uit het booronderzoek blijkt dat het vermeende esdek niet aanwezig was binnen het plangebied.

Archeologische indicatoren ontbraken eveneens.38 Onderzoekmeldingsnummer 2394169100 Onderzoeks- en adviesbureau BAAC nv heeft in januari 2013 een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek met behulp van boringen uitgevoerd aan de Nieuwe Veldenweg 4 – 6, op 270 meter ten noordoosten van het plangebied. Op basis van het bureauonderzoek geldt een middelhoge archeologische verwachting voor resten uit de periode laat-paleolithicum tot en met de late middeleeuwen. Tijdens het karterende booronderzoek blijkt de bovengrond verstoord te zijn en er worden geen archeologische indicatoren aangetroffen. Vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.39 30 http://www.bhic.nl/ontdekken/verhalen/neergestorte-vliegtuigen-in-veghel-1940-1945. 31 Auwerda en Grimm 2008 (Verliesregisters 1939-1945). 32 Lauwerier en Lotte 2002; Buesink 2014, 31. 33 Kalisvaart 2014, 16. 34 https://mariaheide.nl/tiny-van-duijnhoven-vindt-bijl-uit-steentijd. 35 http://www.kliknieuws.nl/regio/uden/algemeen/93804/offerbijl-uit-de-steentijd-gevonden-bij-de-leijgraaf-. 36 http://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/vondstcomplexen. 37 https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/#/zaak/search?q=mariaheide. 38 Buesink 2014, bijlage 6. 39 Buesink 2014. Pagina 13 van 25

Archeologisch onderzoek Tennispark de Krekel te Veghel / AM16214

Onderzoekmeldingsnummer 2408051100 In juni 2013 voerde BAAC een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (booronderzoek) uit aan de Pastoor van Haarenstraat 85, op 200 meter noordoostelijk van het plangebied. Het bureauonderzoek wijst op een middelhoge verwachting op zowel het aantreffen van resten uit de steentijd, als ook op het aantreffen van resten behorende tot de sedentair levende mens uit het neolithicum tot en met de nieuwe tijd. Op basis van de ouderdom van het aanwezige dekzand kunnen archeologische resten aangetroffen worden vanaf het laat-paleolithicum. Tijdens het verkennende booronderzoek blijkt in het noordwestelijke deel van het plangebied sprake te zijn van deels intacte bodems en in het zuidoostelijke deel wordt een vervolgonderzoek door middel van karterend boren aanbevolen voor een terrein van 4878 m 2. Voor het zuidoostelijke deel wordt een vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht.40 Onderzoekmeldingsnummer 2466915100 Eind december 2014 voert het onderzoeks- en adviesbureau BAAC bv een archeologisch bureauonderzoek uit voor het plangebied Steenoven/Versantvoortstraat. Het terrein ligt op 800 meter ten zuiden van het plangebied. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied deel uitmaakt van een relatief laag gelegen gebied in de directe omgeving van hoger gelegen dekzandruggen.

Dergelijke gebieden waren vanwege de relatief natte omstandigheden van oudsher geen aantrekkelijke vestigingsgebieden. Het gebied maakt deel uit van een jonge ontginning, die pas in het begin van de 19e eeuw is verkaveld en in het midden van 19e eeuw is bebost. Pas in de tweede helft van de 19e eeuw is het gebied in gebruik genomen als afwisselend akker en weiland. Als gevolg van de ontginning zal de top van het natuurlijke bodemprofiel naar verwachting in de bouwvoor zijn opgenomen. Er zijn geen aanwijzingen voor diepere bodemverstoringen. Pas vanaf het derde kwart van de 20e eeuw zijn de percelen grenzend aan het plangebied bebouwd. Op basis van de geomorfologische, bodemkundige en historische gegevens blijkt dat het plangebied deel uitmaakt van een relatief nat gebied. Deze gebieden waren in het verleden niet of nauwelijks geschikt voor bewoning. Het landschap biedt evenmin aanwijzingen voor andere vormen van gebruik, zoals rituele deposities. Hoewel niet uit te sluiten dat het plangebied in het laat-paleolithicum tot het neolithicum door jager-verzamelaars is gebruikt als jachtgebied (incl. tijdelijke jachtkampjes), is de kans om hiervan resten aan te treffen zeer klein. Op basis van deze gegevens wordt aan het plangebied een lage verwachting toegekend voor archeologische waarden uit alle perioden.

Als gevolg van de geplande nieuwbouw zal de bodem naar verwachting tot diep in de C-horizont worden verstoord. De kans dat daarbij archeologische waarden worden verstoord is echter laag. Derhalve wordt geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. 41 Onderzoekmeldingsnummer 2479965100 Op 18 december 2015 voerde BAAC bv een archeologisch booronderzoek uit aan de Ericstraat 21 op 650 meter ten zuiden van het plangebied. De resultaten hiervan zijn nog niet bekend. Onderzoekmeldingsnummer 3982969100 In december 2015 werd aan de Eikenwal 11, op 500 meter ten zuidoosten van het plangebied, een archeologisch booronderzoek uitgevoerd door Aeres Milieu. Uit het onderzoek blijkt dat veldpodzolgronden aanwezig zijn binnen het plangebied, maar dat er geen sprake is van een esdek. De zuidzijde van het plangebied bleek verstoord (zone rond boring 1 en 2). De rest van het plangebied is intact. Restanten van de uitspoelingshorizont (E-horizont) zijn nog te herkennen in de onderzijde van de A-horizont. Daaronder werden de B- en C-horizont aangetroffen. Archeologische sporen en vondsten worden verwacht op de overgang tussen de B- en C-horizont. Dit niveau bevindt zich op circa 70 cm –maaiveld en is intact. De geplande nieuwbouw zal waarschijnlijk tot dit niveau of dieper reiken.

Eventuele archeologische waarden binnen deze intacte zone van het plangebied worden derhalve bedreigd door de geplande ingreep. Met deze reden is geadviseerd vervolgonderzoek uit te voeren in zones waar bodemverstorende ingrepen plaatsvinden die dieper reiken dan de bouwvoor (40-45 cm -maaiveld). 42 Onderzoekmeldingsnummer 3987229100 In 2016 wordt een archeologische bureaustudie uitgevoerd voor een terrein aan de Pastoor van Haarenstraat 52, op 200 meter ten zuidwesten van het plangebied. De resultaten hiervan zijn niet bekend. 40 Kalisvaart 2014. 41 De Boer 2015. 42 Hagens en Van Diepen, 2015. Voor zover bekend ligt het conceptrapport momenteel ter controle en goedkeuring bij het bevoegd gezag.

Pagina 14 van 25

Archeologisch onderzoek Tennispark de Krekel te Veghel / AM16214

3.5

Bewoningsgeschiedenis – historisch materiaal

Op het minuutplan uit het begin van de 19e eeuw (figuur 3)43 blijkt dat plangebied binnen een groot ongelijkvormig perceel ligt dat onbebouwd is. Binnen de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT) 44 behorende bij het minuutplan, staat dit perceel als bouwland aangegeven. Het maakt onderdeel uit van het bouwlandveld ‘De Hooi Akker’.

Figuur 3: uittreksel van het minuutplan Veghel, Noord Brabant sectie C, blad 01 (MIN10159C01). Het plangebied staat weergegeven met het rode kader.

Op de kaart uit 1900 is eveneens te zien dat het plangebied onbebouwd is en als bouwland in gebruik is. De kaart van 1956 toont het plangebied nog steeds als landbouwgrond. Ook is de beek ‘de Graaf’ afgebeeld. Er begint geleidelijk bewoning te ontstaan in de kern van Mariaheide. Deze bewoning verspreid zich geleidelijk naar het noorden, richting het plangebied. Op de kaart van 1980 is de bewoning duidelijk doorgegroeid naar het noorden van Mariaheide. Met name aan de doorgaande weg Pastoor van Haarenstraat staat meerdere bebouwing aangegeven. Ook het plangebied bevindt zich nu binnen de bebouwingszone. Er tekenen zich nu ook enkel structuren af in het plangebied. Waarschijnlijk wordt het plangebied dan als bouwland of weiland gebruikt. Vanaf 1998 zijn de eerste structuren zichtbaar die overeen kunnen komen met het tennispark.45

43 www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Gemeente Veghel, sectie C, blad 01. Minuutplannen zijn de oorspronkelijke kadastrale kaarten die zijn vervaardigd vanaf 1811 en 1812 in navolging van de Fransen o.l.v. Napoleon Bonaparte. Het zijn grondbeschrijvingen (kadasters) van de gemeenten met hierop aangegeven de percelen, perceelnummers en gebouwen. 44 OAT = Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel. Dit is een register uit 1832 waarin diverse gegevens in vermeld staan die betrekking hebben op de betreffende percelen, zoals de eigenaar, beroep en woonplaats, alsmede het grondgebruik en de oppervlakte. 45 Gebaseerd op bestudering van laat 20e eeuw topografisch kaartmateriaal via www.topotijdreis.nl. Pagina 15 van 25

Archeologisch onderzoek Tennispark de Krekel te Veghel / AM16214

Figuur 4: Historisch kaartmateriaal uit respectievelijk 1900, 1956, 1980 en 1998, met in het rood het plangebied aangegeven (Bron: www.topotijdreis.nl en www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl).

Pagina 16 van 25

Archeologisch onderzoek Tennispark de Krekel te Veghel / AM16214

4.

VERWACHTINGSMODEL

De jager-verzamelaars uit het paleolithicum en mesolithicum hebben als woon- en verblijfplaats vaak voor de flanken van hoger liggende terreingedeelten in het landschap gekozen, bij voorkeur in de buurt van (open) water. Water was een belangrijk gegeven, want nabij water heerst een grotere biodiversiteit en dit vergemakkelijkt de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel. Volgens de geomorfologische en de gemeentelijke Archeolandschappelijke eenhedenkaart kaart ligt het plangebied grotendeels binnen een zone van hoge(re) zandgronden die volgens de geomorfologische kaart als een dekzandrug staat aangegeven. In de omgeving van het plangebied zijn twee oude waterlopen bekend, de Graaf en de Leijgraaf. De Leijgraaf is in het recente(re) verleden meerdere malen verlegd. Er zijn geen vondsten bekend uit de oude steentijd in de omgeving van het plangebied. Jager-verzamelaars zullen de voorkeur hebben gegeven aan de flanken van de (hoge) dekzandruggen direct bij de watervoorzienende locaties. Daarom zullen de dekzandruggen direct langs de Leijgraaf aantrekkelijkere locaties zijn geweest. Om die reden geldt voor het plangebied een middelhoge verwachting voor de periode laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum. Het plangebied ligt in een zone die wordt gekenmerkt door enkeerdgronden.

Deze gronden hebben een plaggendek met een conserverende werking van eventueel aanwezige archeologische resten. Resten uit de periode laat-paleolithicum en mesolithicum worden onder het verwachte plaggen- of esdek of in de oorspronkelijke bodem verwacht en kunnen bestaan uit tijdelijke bewoningssporen, haardkuilen, artefacten van vuursteen. Vanaf het neolithicum ontstaan de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door sedentaire nederzettingen. In de beginperiode stapt men geleidelijk over naar landbouw en veeteelt. De nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die soms diep in de grond gefundeerd waren. Voor de watervoorziening worden waterputten gegraven. Vanaf het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen heeft men nog steeds een voorkeur voor hoger en droger gelegen gebieden. De ligging op de hogere zandgronden blijft een aantrekkelijke vestigingsplaats voor agrarische bewoning. Aan het plangebied wordt een middelhoge verwachting toegekend voor zowel vindplaatsen uit de periode neolithicum tot en met de bronstijd, als ook voor vindplaatsen uit de ijzertijd tot en met de vroege middeleeuwen.

Resten uit de periode neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen worden onder de bouwvoor in de oorspronkelijke bodem verwacht en kunnen bestaan uit een cultuurlaag, paalkuilen/-gaten, afvalkuilen, fragmenten aardewerk, natuursteen of gebruiksvoorwerpen/vaatwerk. Het plangebied ligt aan de weg Pastoor van Haarenstraat en vormde een doorgaande weg tussen de oude kernen van Veghel en Uden. Ten oosten van het plangebied bevindt zich het bewoningscluster van het gehucht ‘Duifhuis. Uit bestudering van historische kaarten blijkt dat het plangebied en directe omgeving in tenminste het begin van de 19e eeuw als bouwland in gebruik was als onderdeel van het veld ‘de Hooi Akkers’. Vanaf 1900 ontstaat bebouwing rond het plangebied. Het plangebied zelf blijft tot het eind van de 20e eeuw in agrarisch gebruik. Voor het plangebied geldt daarom een middelhoge verwachting voor de periode late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Resten worden verwacht vanaf het maaiveld.

Periode

Verwachting

Verwachte kenmerken vindplaats

Diepeteligging sporen

Laat-paleolithicum – mesolithicum Neolithicum – bronstijd

Middelhoog

Onder het plaggendek in de oorspronkelijke bodem Onder het plaggendek in de oorspronkelijke bodem

IJzertijd – vroege middeleeuwen

Middelhoog

Bewoningssporen, kampementen: vuursteen artefacten, haardkuilen Neolithicum: Bewoningssporen, kampementen, vuursteen artefacten, haardkuilen Bronstijd-vroege middeleeuwen: cultuurlaag, fragmenten aardewerk, natuursteen, gebruiksvoorwerpen

Late middeleeuwen – nieuwe tijd

Middelhoog

Middelhoog

Cultuurlaag, fragmenten aardewerk, natuursteen, gebruiksvoorwerpen, sporen van agrarische activiteiten, losse fragmenten aardewerk Tabel 1: Archeologische verwachting per periode.

Vanaf het maaiveld

Pagina 17 van 25

Archeologisch onderzoek Tennispark de Krekel te Veghel / AM16214

Bodemverstoring Als gevolg van de huidige bebouwing zal de bodem ter plaatse tot zekere diepte verstoord zijn. In Bodemloket staan geen gegevens vermeld van bedrijfsactiviteiten die de bodem ter plaatse kunnen hebben verstoord.46 De bodem is ter plaatse onderzocht, maar verder onderzoek kan noodzakelijk zijn. Volgens de Hoogtekaart met bodemverstoringen van de gemeente Veghel bevinden zich binnen het plangebied geen bodemverstoringen.47

46 www.bodemloket.nl. 47 Buesink en Bergman 2014, bijlage 2 (BAAC rapport V-13-0274).

Pagina 18 van 25

Archeologisch onderzoek Tennispark de Krekel te Veghel / AM16214

5.

VELDWERKZAAMHEDEN

5.1

Algemeen

Het doel van het booronderzoek is het toetsen van de opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied (hoofdstuk 4). Hiertoe zijn in het plangebied tien verkennende boringen gezet (zie bijlagen 2 en 8). De diepte van de boringen loopt uiteen van 50 tot 120 cm -mv. Het plangebied is deels in gebruik als tennisveld en deels bebouwd (figuren 2a en 2b). Het terrein is vrijwel vlak, in het noorden ligt het terrein op 10,10 m +NAP, in het uiterste zuiden op 10,08 m +NAP. 5.2

Fysisch geografische beschrijving van de bodemopbouw

De bodemopbouw binnen het plangebied kan als volgt worden beschreven: In boring 4, 5 en 6 bestaat de top uit matig fijn geel zand (vulzand). Dit pakket varieert in dikte tussen 5 en 50 cm. Daaronder bevindt zich een pakket donker grijsbruin zeer fijn tot fijn matig siltig zand. Dit pakket is humeus, bevat wortels en in enkele boringen werden puinresten (fragmenten baksteen) aangetroffen. De onderzijde van de laag is in boring 1, 3 en 4 vlekkerig van aard. Deze vlekken zijn bruin van kleur. In boring 4 en 7 is deze laag bovendien gemengd met brokken geel zand. De onderzijde reikt tot een diepte die varieert van 15 tot 70 cm -mv. Hieronder is een 8 cm dikke vlekkerige laag van donkergrijs tot grijs zand zichtbaar. Deze werd alleen in boring 3 waargenomen. Het onderliggende pakket bestaat uit roodbruin tot neutraalbruin zeer fijn tot fijn matig siltig zand. Ook dit pakket is licht gevlekt. Deze laag, of het restant ervan, reikt tot een diepte die varieert van 65 tot 110 cm -mv. Onderaan het boorprofiel werd zeer fijn tot fijn matig siltig geelbeige, neutraalgeel en/of geelwit zand aangeboord. De overgang naar dit pakket werd aangetroffen op sterk uiteenlopende diepte, namelijk van 15 cm -mv tot 110 cm -mv.

Figuur 5: Zicht op het meest intacte boorprofiel (boring 3), uitgelegd van links naar rechts.

Pagina 19 van 25

Archeologisch onderzoek Tennispark de Krekel te Veghel / AM16214

5.3

Interpretatie

De bodem is ter hoogte van boring 4, 5 en 6 opgehoogd met vulzand (opgebracht). Daaronder bevindt zich een modern antropogeen geroerd dek. Dit dek is in enkele boringen sterk gemengd met brokken vulzand en/of bruin zand uit de onderliggende horizont. Deze laag is geïnterpreteerd als Ap-horizont. De top van de natuurlijke ondergrond bestaat uit laatpleistoceen dekzand. Het dekzand betreft matig goed gesorteerd matig siltig zeer fijn tot fijn zand. Door bodemvorming is oorspronkelijk een veldpodzolprofiel ontstaan waarvan plaatselijk in ieder geval de basis behouden is en die plaatselijk is afgetopt tot in de Chorizont. Een veldpodzolgrond is een algemeen bodemtype voor pleistocene zandgebieden (zie paragraaf 3.2). Veldpodzolen zijn hydromorfe humuspodzolen en ontstaan onder vochtige bodemcondities. Bij podzolisatie vindt uitloging plaats en inspoeling van humus en ijzer- en aluminiumverbindingen (sequioxiden) in diepere bodemlagen. Door de uitloging ontstaat een meer of minder gebleekte horizont (A/E- of E-horizont). Deze ligt onder de humeuze top van de bodem, de Ah-horizont. Een restant van de oorspronkelijke E-horizont is te herkennen in boring 3 (figuur 5). Daar is het uitgeloogde zand vermengd met de humusrijke horizont, deze laag is geïnterpreteerd als een A/E-horizont. In de overige boringen is het uitgeloogde zand reeds opgewerkt en vermengd met de Ap-horizont.

Onder de zone met uitloging liggen de donkere en humusrijk Bh(s)-horizont (inspoeling van humus en eventueel ook sequioxiden) en de roestbruine Bs-horizont (inspoeling van sequioxiden waarvan het ijzer voor de roestkleuring zorgt). Binnen het plangebied is alleen sprake van een Bs-horizont. Deze is het meest intact in boring 3. In boring 2, 4, 7 en 8 is deze laag nog slechts herkenbaar aan de bruine vlekken die vermengd zijn met de Ap-horizont. In boring 1, 5, 6, 9 en 10 ontbreekt een B-horizont volledig. Deze is daar volledig opgenomen in de top van de bodem. Onderaan het bodemprofiel ligt het weinig veranderd uitgangsmateriaal (C-horizont) met veelal een overgangszone tussen de B- en C-horizont, de B/C-horizont. Deze geleidelijke overgang is herkenbaar in boring 2 en 3. Uit de boringen blijkt dat in twee zones binnen het onderzochte terrein de veldpodzolgrond beter bewaard is (minder afgetopt) dan in de rest van het plangebied. In boring 3 resteert de A/E-, Bs- en de B/C-horizont en in boring 2 de B/C-horizont. In boring 4, 7 en 8 zijn resten van de B-horizont nog te herkennen in de bovenliggende A-horizont. Door bewerking van de bodem is de B-horizont opgewerkt en vermengd met de humusrijke bovengrond. Boringen 1, 5, 6, 9 en 10 zijn afgetopt tot onbekende diepte in de C-horizont (A, A/C en/of C-horizont).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=ed6ff733-ffb4-4bfa-872c-3e1736c633ef