Bijlageboek BP Antoniusstraat 15 Keldonk
Tekst van het document
Bijlagen
Inhoudsopgave Bijlage 1 Beeldkwaliteitplan Bijlage 2 Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Bijlage 3 Selectieadvies archeologische monumentenzorg Bijlage 4 Quickscan Flora en Fauna Bijlage 5 Stikstofdepositie Bijlage 6 Aanmeldnotitie MER Bijlage 7 Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bijlage 8 Aanvullend bodemonderzoek Bijlage 9 Geurhinder veehouderijen Bijlage 10 Berekening parkeernorm Bijlage 11 Omgevingsdialoog
Bijlage 1 Beeldkwaliteitplan
BEELDKWALITEITPLAN Anthoniusstraat 15, Keldonk
Project: Opdrachtgever: Datum:
Realisatie Antoniusstraat 15, Keldonk Van Grunsven Ontwikkeling 10‐12‐2021
1
INHOUD 1 Inleiding ................................................................................................................................................ 3 1.1 Doel beeldkwaliteitplan ................................................................................................................ 3 1.2 Opbouw beeldkwaliteitplan .......................................................................................................... 3 2 Plan ....................................................................................................................................................... 4 2.1 Planlocatie ..................................................................................................................................... 4 2.2 Stedenbouwkundige opzet............................................................................................................ 6 2.3 Programma .................................................................................................................................... 6 2.4 Gebouwtypologie van het erf ........................................................................................................ 7 3 Beeldkwaliteit bebouwing ....................................................................................................................
8 3.1 Gebouwtype .................................................................................................................................. 8 3.2 Oriëntatie ...................................................................................................................................... 9 3.3 Massa en vorm van het hoofdgebouw. ....................................................................................... 10 3.4 Daken ........................................................................................................................................... 11 3.5 Materiaal‐ en kleurgebruik van de gevels ................................................................................... 12 4 Beeldkwaliteit buitenruimte .............................................................................................................. 13 4.1 Uitgangspunten ........................................................................................................................... 13 4.2 Materialisatie............................................................................................................................... 13 4.3 Groen ...........................................................................................................................................
14 4.4 Erfafscheidingen en bergingen .................................................................................................... 14
2
1 INLEIDING De gemeente Meierijstad heeft grote behoefte aan het toevoegen van betaalbare woningen voor starters en senioren aan het actuele woningbestand. Om aan deze vraag te voldoen heeft de gemeente onder meer een gebied ten noorden van de Antoniusstraat in Keldonk aangewezen om te herontwikkelen naar woongebied. De initiatiefnemer, Van Grunsven Ontwikkeling, is voornemens deze voormalige agrarische bedrijfslocatie te transformeren naar een kleinschalige woonlocatie met in totaal 23 woningen. De gemeente Meierijstad beschouwt nieuwe vergunningplichtige ontwikkelingen in bestaand bebouwd gebied van meer dan twee woningen als welstandplichtig en vraagt dan ook om voor de betreffende ontwikkeling een beeldkwaliteitplan op te stellen. Het beeldkwaliteitplan voorziet, bij vaststelling door de gemeente als onderdeel van de welstandsnota, in de welstandskaders voor dit gebied. Het biedt hiermee handvatten voor de verdere uitwerking van de (bouw‐)plannen. Uitgangspunt hierbij is het stedenbouwkundig plan waar eerder door de gemeente Meierijstad principieel akkoord op is gegeven.
1.1 Doel beeldkwaliteitplan Dit beeldkwaliteitplan geeft richting aan de stedenbouwkundige, architectonische en landschappelijke uitwerking van het ruimtelijk ontwerp. Het is een inspiratiebron voor architect, ontwikkelaar en inrichter van de openbare ruimte. Ook dient het plan als leidraad en toetsingskader voor de beoordelingen van omgevingsvergunningen en de welstandsbeoordeling. Het beeldkwaliteitplan vormt daarmee de brug tussen de uitgangspunten en gedachten achter het stedenbouwkundig plan en de daadwerkelijke bouwfase. Het zorgt ervoor dat de beoogde ruimtelijke kwaliteit van de bebouwing en openbare ruimte tot uitdrukking komt.
1.2 Opbouw beeldkwaliteitplan Het beeldkwaliteitplan bestaat uit een beschrijving en referentiebeelden, welke tezamen de feitelijke criteria vormen waaraan de welstandscommissie zal toetsen. De beelden zijn ter referentie én inspiratie. Het zijn echter geen letterlijke verwijzingen. Om de juiste richting te geven aan het gewenste beeld zijn korte beschrijvingen aan de referentiebeelden toegevoegd.
3
2 PLAN 2.1 Planlocatie Het plangebied ligt ten noorden van de Antoniusstraat 15, het doorgaande tracé van het lintdorp Keldonk, een klein dorpje in de Brabantse gemeente Meierijstad.
Het plangebied bestaat uit een aan de straat gelegen bedrijfswoning en de daarachter gelegen voormalige bedrijfsgebouwen. De nieuwe verkaveling wordt ontsloten via de Antoniusstraat. De locatie wordt ten zuiden ingekaderd door percelen met daarop veelal vrijstaande woningen/boerderijen gelegen aan het dorpslint. Direct naast de locatie bevindt zich een fietspad met daarnaast de begraafplaats en de kerk. Tegenover het plangebied, aan de overzijde van de Antoniusstraat staat een basisschool. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door weilanden en akkers in het beekdal van de Aa, ook wel Aa‐dal genoemd.
4
Zoals eerder beschreven bevindt de woningbouwontwikkeling Antoniusstraat zich tussen het historische lint van het dorp Keldonk en de daarachter gelegen weilanden. Keldonk is van oudsher een lintdorp, gebouwd op een hoger gelegen zandrug in het Aa‐dal. De percelen aan het lint zijn vaak diep en worden achter de woningen gebruikt als (boeren)erf met schuren. Om een betere beeld te krijgen van de plek zijn hieronder een aantal foto’s van bestaande beeldbepalende gebouwen aan het dorpslint van Keldonk toegevoegd.
Boerderij Morgenstraat 10
Woning Morgenstraat 46
Historisch pand naast de kerk in Morgenstraat 51
Kop‐rompboerderij Morgenstraat 9
Boerderij Veerstraat 2
H. Antonius van Padua Kerk
5
2.2 Stedenbouwkundige opzet Voor de structuur van de verkaveling is gekozen voor een opzet met naar binnen gekeerde bouwblokken rond een grote groene ruimte. Deze bouwblokken wijken in schaal en oriëntatie af van de woningen aan het lint. De gekozen gebouwtypologie refereert naar schuren op het achtererf. De gebouwen sluiten zich af van de omliggende bebouwing, maar openen zich juist richting het Aa‐dal.
Het plan wordt ontsloten via een zijstraat van de Antoniusstraat. Deze ontsluiting kan worden beschouwd als een uitrit aan het lint waarmee het achtererf te bereiken is. Op deze manier wordt stedenbouwkundig een op zichzelf staande wereld gecreëerd. Het is van belang dat deze stedenbouwkundige opvatting van de nieuwe verkaveling ook tot uitdrukking komt in de architectonische uitwerking van de woningen en de materialisatie van het openbaar gebied.
2.3 Programma De nieuwe woonwijk bestaat totaal uit 23 woningen. 15 geschakelde starterswoningen voor één‐ of tweepersoons huishoudens en 8 levensloopbestendige woningen bestemd voor bijvoorbeeld senioren. De huidige locatie wordt op dit moment gebruikt als achtererf/weiland.
15 starterswoningen
8 levensloopbestendige woningen
6
2.4 Gebouwtypologie van het erf De nieuwe woningen hebben een afwijkende schaalgrootte en positionering ten opzichte van de bebouwing aan het lint. De woningen zijn langgerekt of klein maar geclusterd in blokken. Ze staan naar binnen gericht met zijn rug naar omliggende percelen en geopend naar het landschap.
Inspiratie woningen aan een erf
7
3 BEELDKWALITEIT BEBOUWING Het uitgangspunt voor het ontwerp is dat er een karakteristieke woonbuurt ontstaat met een eigenheid passend binnen een landelijke architectuur. Een herkenbare maat en schaal van de bebouwing draagt bij aan de samenhang en het beoogde landelijke karakter. Dit betekent dat de woningen hoofdzakelijk een traditionele bouwmassa krijgen met één of anderhalve bouwlaag met een kap. Het ontwerp van de woningen moet in harmonie zijn met elkaar, zodat er een duidelijke eenheid ontstaat.
3.1 Gebouwtype De bebouwing haakt aan bij de typologie van de schuur, een veelvoorkomend gebouwtype in de omgeving. Dit type wordt gekenmerkt door zijn eenvoud in vorm, sobere en éénduidige materialisatie in vaak donkere en warme kleuren en landelijke signatuur. Het bouwprofiel mag zowel symmetrisch als asymmetrisch zijn. Hiermee wordt in bouwmassa verwezen naar een kap‐ of veldschuur.
Referentie bouwmassa en kapvormen
8
3.2 Oriëntatie De woningen oriënteren en presenteren zich met een duidelijke voorkant naar de openbare ruimte. Hoekwoningen hebben een dubbele oriëntatie, kopgevels zijn voorzien van gevelopeningen.
Hoekwoning met dubbele oriëntatie
Presentatie naar openbare ruimte
9
3.3 Massa en vorm van het hoofdgebouw. Het hoofdgebouw heeft een eenvoudig rechthoekig volume, het geheel oogt robuust. Er is 1 nokrichting toegestaan, met uitzondering van een aantal prominente hoeken. Hoofdmassa met een symmetrische of a‐symmetrische kap. De bijgebouwen zijn ondergeschikt en staan of vrij van het hoofdgebouw, of maken een onderdeel uit van het hoofdvolume.
10
3.4 Daken Alle hoofdgebouwen hebben een zadeldak, het is mogelijk om een asymmetrische kap toe te passen, mits de kaprichting eenduidig is. Binnen de maximale maten van de goot‐ en nokhoogte is het belangrijk het volume aan te sluiten bij een landelijke schuurwoning (een lage basis met grote kap) of kapschuurwoning. Het dak is uitgevoerd in antraciet of rode dakpannen (niet geglazuurd/glimmend). Mogelijke koppeling van daken van hoofdgebouwen met hout accenten. Dak openingen en zonnepanelen worden vlak of verdiept in het dakvlak gedetailleerd en mee ontworpen. Het is tevens mogelijk een dak volledig in zonnepanelen uit te voeren. Eventuele dakkapellen zijn ondergeschikt en worden als onderdeel van de woningmassa ontworpen en worden aangekapt uitgevoerd. In het dakvlak kunnen geen dakkapellen boven elkaar voorkomen, alleen in één lijn.
Verbinden van volumes om goed aan te sluiten bij schaalniveau van de schuur
Dakvensters en zonnepanelen geïntegreerd in het dakvlak
Lage basis met grote kap
11
3.5 Materiaal‐ en kleurgebruik van de gevels Materiaalgebruik van de gevels is sober en ingetogen. Door toepassing van eenduidige kleuren en materialen wordt de woonwijk als een op zichzelf staand erf gezien. Voor het materiaal en kleurgebruik wordt inspiratie gehaald uit de landelijk‐agrarische setting van het project: Karaktervolle, duurzame en natuurlijke materialen, zoals baksteen, hout/planken, leien. Kunststof is uitgesloten. Hout, toegepast als gevelbekleding wordt in een zwarte/donkergrijze kleur of naturel toegepast. (Handvorm) baksteen in een warme en genuanceerde kleur (rood/roodbruin). Ingetogen kleuraccenten mogen, mits subtiel/ondergeschikt toegepast. Witte en gele bakstenen, het wit schilderen van de gevels en wit stucwerk/keimwerk zijn uitgesloten. Maximaal kunnen er twee materialen toegepast worden in de gevel. Roedeverdelingen behoren niet tot de mogelijkheden. De kozijnen en puien bestaan uit hout.
12
4 BEELDKWALITEIT BUITENRUIMTE 4.1 Uitgangspunten De opgave voor het ontwerp van de buitenruimte is het ondersteunen van het kleinschalige landelijke karakter. De inrichting van de openbare ruimte dient informeel, robuust en eenvoudig te zijn. Verder moet de materialisatie van het openbaar terrein duidelijk afwijken ten opzichte van de inrichting en materialisatie van de Antoniusstraat. De bezoeker van de nieuwe woonwijk moet het gevoel krijgen dat het een nieuwe wereld instapt. Alsof je een bezoek brengt bij de boer achterom.
4.2 Materialisatie De wegen bestaan uit betonklinkers in bruin/bruingrijze en/of een andere warme kleur. De opritten van de woningen worden eveneens uitgevoerd in betonklinkers, het onderscheid wordt gerealiseerd door een verschil in kleur en/of licht afwijkend materiaalgebruik of legverband. De trottoirs en achterpaden van de woningen bestaan uit grijze betontegels. Alle wegen en kruispunten zijn zonder rijwegmarkering en worden opgesloten door een verlaagde band. De parkeervakken worden gematerialiseerd in een half verharding van grasbeton stenen. Dit biedt aan gras de mogelijkheid om te groeien en het zorgt tegelijkertijd voor een stabiel oppervlakte. Daarnaast heeft het de functie van infiltratie voor het regenwater. De grasgroei geeft een ‘groen’ karakter aan haar omgeving, welke goed past bij het gewenste landelijke karakter van het plangebied.
13
4.3 Groen Centraal in de nieuwe woonwijk ligt een ruim opgezette groenruimte. Deze wordt gebruikt voor de waterretentie van de wijk. Ook wordt er een speelplek gecreëerd ingericht met natuurlijk spelen. Het speeltoestel zal een ‘natuurlijke’ uitstraling hebben, waardoor de groenzone een natuurvriendelijk karakter heeft. De groenzone heeft een open karakter. Het groen wordt ingevuld met gras en enkele solitaire streekeigen fruitbomen. De ontsluiting van de nieuwe wijk krijgt tevens een groene invulling met gras gecombineerd met enkele streekeigen fruitbomen, deze bomen begeleiden de uitrit.
4.4 Erfafscheidingen en bergingen Doordat met name de bebouwing de omzoming vormt van de openbare ruimte zijn de erfafscheidingen minder beeldbepalend. Erfafscheidingen grenzend aan openbare ruimte krijgen een groene/natuurlijke invulling. De buitenbergingen van de woningen worden uit het zicht geplaatst, en gematerialiseerd in hout.
14
Bijlage 2 Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek
ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK EN VERKENNEND BOORONDERZOEK ANTONIUSSTRAAT 15 TE KELDONK GEMEENTE MEIERIJSTAD
archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Antoniusstraat 15 te Keldonk Opdrachtgever
Bouwbedrijf Van Grunsven B.V. Postbus 36 5469 ZG Erp
Rapportnummer
17141.001
Versienummer1
2
Datum
20 december 2021
Vestiging
Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 088 - 5001600 swalmen@econsultancy.nl
Opsteller
De heer drs. M. Stiekema
Paraaf
Kwaliteitscontrole
De heer drs. A.H. Schutte
Paraaf
© Econsultancy bv, Swalmen Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1
Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.
Econsultancy Archeologisch Rapport
Administratieve gegevens plangebied Projectcode
17141.001
Toponiem
Antoniusstraat 15
Opdrachtgever
Bouwbedrijf Van Grunsven B.V.
Gemeente
Meierijstad
Plaats
Keldonk
Provincie
Noord-Brabant
Kadastrale gegevens
gemeente Erp, sectie P, nummer 413, 419, 912 en 2044
Omvang plangebied
circa 7.000 m2
Kaartblad
45G en 51E
Coördinaten centrum plangebied
X: 168.850/Y: 400.000
Bevoegde overheid
Gemeente Meierijstad Postbus 10001 5460 DA Veghel
Contactpersoon: dhr. M. van den Broek T: 14 0413 E:mvandenbroek@meierijstad.nl
Deskundige namens de bevoegde overheid
Dhr. S. Molenaar Afdeling SO/Erfgoed v/d gemeente ’s-Hertogenbosch Postbus 12345 5200 GZ ‘s-Hertogenbosch
T: 06 – 46971394 E: s.molenaar@s-hertogenbosch.nl
ARCHIS3 Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.)
5122491100
Archeoregio NOaA
Brabants zandgebied
Beheer en plaats documentatie
Econsultancy, Swalmen / Provinciaal Archeologisch Depot Noord-Brabant
Uitvoerder
Econsultancy, De heer drs. M. Stiekema
Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
Econsultancy Archeologisch Rapport
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Bouwbedrijf Van Grunsven B.V. een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Antoniusstraat 15 te Keldonk in de gemeente Meierijstad. De initiatiefnemer is voornemens 23 woningen in het plangebied te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of er archeologische waarden aanwezig zijn binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Dit wordt uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden. Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen.
Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is. Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit alle perioden vanaf het Laat-Paleolithicum. Resultaten inventariserend veldonderzoek Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat het bodemprofiel in het gehele plangebied is verstoord tot een diepte van 75-120 cm -mv, en dat de natuurlijke dekzandafzettingen hieronder vrij nat zijn. Dit hangt vermoedelijk samen met de ligging nabij en deels in een beekdal. In het noorden is het maaiveld mogelijk iets opgehoogd vanwege de natuurlijke natte omstandigheden. De gespecificeerde archeologische verwachting voor resten uit het Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen kan op basis van de aangetroffen natte omstandigheden en bodemverstoringen worden bijgesteld naar laag voor het gehele plangebied.
Het zuidelijke deel van het plangebied maakt onderdeel uit van de historische lintbebouwing van Keldonk. Hoewel de boringen 1 en 2 wel een verstoorde context tonen, is het mogelijk dat dit samenhangt met resten van de historische bebouwing en/of erf langs de Antoniusstraat. Voor het zuiden van het plangebied blijft de hoge gespecificeerde archeologische verwachting voor resten uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd daarom gehandhaafd. Voor de rest van het plangebied wordt deze bijgesteld naar laag. De grens van deze twee zones valt samen met de noordelijke rand van het bebouwingslint op de historische kaarten. Advies Gezien de in dit onderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het zuidelijke deel van het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Gezien de ligging in een historische kern is in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek. (Aanvullende) booronderzoeken zijn in historische kernen minder geschikt gezien de grote kans op het voorkomen van puinlagen die aan historische bebouwing toegeschreven kunnen worden. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen. Voor dit
Rapport 17141.001 versie 2
onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Binnen het centrale en noordelijke deel van het plangebied, waar het bodemprofiel is verstoord en een natte context heeft en waar dus geen archeologische waarden worden verwacht, wordt geadviseerd geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren (zie figuur 11). Wel wordt geadviseerd, omdat er in het zuidelijke deel van plangebied toch al proefsleuven zullen worden aangelegd, één controlesleuf in het noorden van het plangebied aan te laten leggen, bijvoorbeeld ter plaatse van de te graven vijver. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden in het vrijgegeven deel van het plangebied toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed2). Namens de bevoegde overheid (gemeente Meierijstad) heeft de heer J. van de Roest, senior archeoloog van de gemeente ’s-Hertogenbosch een selectieadvies opgesteld.
Hierin geeft hij aan: het advies voor proefsleuvenonderzoek wordt in de praktijk mogelijk gecompliceerd door de nu nog (?) aanwezig bebouwing daar; het proefsleuvenonderzoek zou mogelijk (deels ?) al ingezet kunnen worden als archeologische begeleiding bij de sloop van de ondergrondse delen van de bebouwing daar, dit mede om beschadiging van het bodemarchief door al te rigoureuze sloopwerkzaamheden door een sloper of de aannemer voor te zijn; dit zijn zaken die ons inziens bij het opstellen van het PvE en het voortraject en overleg met de opdrachtgever meegenomen dienen te worden.
2 Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456.
Rapport 17141.001 versie 2
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9
3
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK .............................................................................. 13 3.1 3.2 3.3 3.4
4
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 1 Methoden .......................................................................................................................... 1 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 3 Archeologische waarden .................................................................................................. 6 Beschrijving van het historische gebruik .......................................................................... 7 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 10 Conclusie bureauonderzoek ........................................................................................... 13
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................. 13 Methoden ........................................................................................................................ 13 Resultaten ....................................................................................................................... 14 Conclusie veldonderzoek ............................................................................................... 14
CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................... 15
LITERATUUR ...................................................................................................................................... 17 BRONNEN .......................................................................................................................................... 19
Rapport 17141.001 versie 2
LIJST VAN TABELLEN Tabel I. Tabel II. Tabel III. Tabel IV. Tabel V.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Grondwatertrappenindeling Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Verleende bouwvergunningen Gespecificeerde archeologische verwachting
LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9. Figuur 10. Figuur 11.
Situering van het plangebied binnen Nederland Detailkaart van het plangebied Luchtfoto van het plangebied Situering van het plangebied binnen de archeologische verwachtingskaart Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied Situering van het plangebied binnen de historische kaarten Boorpuntenkaart Advieskaart vervolgonderzoek
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Onderzoeksmeldingen Vondstmeldingen Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Planontwerp Boorprofielen
Rapport 17141.001 versie 2
1
INLEIDING
Econsultancy heeft in opdracht van Bouwbedrijf Van Grunsven B.V. een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Antoniusstraat 15 te Keldonk in de gemeente Meierijstad (zie figuur 1). De initiatiefnemer is voornemens 23 woningen in het plangebied te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2) en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 3). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 4). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in oktober 2021 door drs. M. Stiekema (Senior KNA Prospector). Het rapport is gecontroleerd door drs. A.H. Schutte (senior KNA Archeoloog).
2
BUREAUONDERZOEK
2.1
Doelstelling en onderzoeksvragen
Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Hiervoor wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand van deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2
Methoden
Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06. 3 Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht:
3
afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).
SIKB.
Rapport 17141.001 versie 2
Pagina 1 van 20
Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd: 2.3
het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Noord-Brabant; de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Meierijstad; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging. Afbakening en huidige situatie van het plangebied
Afbakening Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 500 meter rondom het plangebied.4 Het plangebied, circa 7.000 m2, ligt aan de Antoniusstraat 15, aan de noordelijke rand van de kern van Keldonk in de gemeente Meierijstad (zie figuur 1 en figuur 2). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 11 meter +NAP. Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens. Het plangebied is momenteel deels met stallen en een woning bebouwd en deels in gebruik als verhard erf en als grasland (zie figuur 3). Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan.
In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. Het plangebied valt binnen het Bestemmingsplan Keldonk (2011). Volgens dit bestemmingsplan heeft het plangebied een dubbelbestemming Waarde archeologie. Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm 4
Binnen deze straal wordt geacht dat er voldoende informatie beschikbaar is om een gefundeerde uitspraak te doen over de archeologische verwachting van het plangebied.
Rapport 17141.001 versie 2
Pagina 2 van 20
beneden maaiveld.5 De dubbelbestemming is afgeleid van de (later geactualiseerde) archeologische verwachtingskaart van de (voormalige) gemeente Veghel en de bijbehorende beleidsnota. Volgens de beleidskaart (Figuur 4) ligt het plangebied in een zone met een middelhoge archeologische verwachting.6 Bodemloket De overheid initieert middels het Bodemloket inzicht te geven in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit in Nederland in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). Ook laat het Bodemloket zien waar vroeger (bedrijfs-) activiteiten hebben plaatsgevonden die extra aandacht verdienen. Ook worden op het Bodemloket voormalige potentieel bodembedreigende bedrijfsactiviteiten weergegeven. Gegevens van het Bodemloket dienen als indicatief te worden beschouwd. Binnen het plangebied zijn voor zover bekend binnen het Bodemloket geen milieuhygiënische onderzoeken uitgevoerd. 7 2.4
Toekomstige situatie
Het toekomstige gebruik/inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. In het plangebied is de bouw van 23 woningen, 53 parkeerplaatsen en groenstroken met een vijver gepland. Hierbij zal een groot deel van het plangebied worden bebouwd en/of vergraven. Het exacte oppervlak en de diepte van verstoring ten behoeve van de nieuwbouw zijn nog niet bekend (zie bijlage 6). De geplande werkzaamheden kunnen tot gevolg hebben dat eventueel aanwezige archeologische waarden worden verstoord. 2.5
Aardwetenschappelijke gegevens
Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel I.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied
Type gegevens
Gegevensomschrijving
Geologie8
Formatie van Boxtel met een dek van het Laagpakket van Wierden; fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een zanddek (Bx6).
Geomorfologie9
Bebouwd gebied en dekzandrug, al dan niet met oud bouwlanddek (3B53)
Bodemkunde10
Grotendeels hoge zwarte enkeerdgronden (zEZ21), zuidelijke rand: laarpodzolgronden (cHn21)
Grondwatertrap
VII
Landschappelijke ontwikkeling Gedurende de laatste ijstijd had de wind vrij spel in het verplaatsen van zand en silt. In deze periode werd over een groot deel van Nederland, waaronder ook de omgeving van het plangebied, een pak5
Portaal voor Ruimtelijke Plannen. Buesink, 2014 7 Bodemloket 8 De Mulder et al., 2003. 9 Wageningen Environmental Research, 2017. 10 Stichting voor Bodemkartering, 1969 & 1981. 6
Rapport 17141.001 versie 2
Pagina 3 van 20
ket dekzand afgezet. De dekzanden zijn onderverdeeld in het Oude en Jonge dekzand. Het Oude dekzand is tijdens het Pleniglaciaal afgezet in horizontaal gelaagde pakketten. Door verspoeling komen er vaak lemige of (zwak) grindige banden in het Oude dekzand voor. Het Jonge dekzand is tijdens het Laat-Glaciaal afgezet in de vorm van dekzandruggen. Het Jonge dekzand is uitsluitend eolisch afgezet en bevat daardoor geen leem- en grindfractie. Het Jonge dekzand wordt ook wel het Laagpakket van Wierden genoemd, welke behoort tot de Formatie van Boxtel waaronder ook het Oude dekzand valt. Volgens de geologische kaart bevindt het plangebied zich in een uitgestrekt gebied met afzettingen van de Formatie van Boxtel met een dek van het Laagpakket van Wierden; fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een zanddek (Bx6).11 In het Holoceen (vanaf circa 10.000 jaar geleden) zijn door verwaaiing van de dekzanden lokaal stuifzandgebieden gevormd. Bij het ontstaan hiervan speelde de mens een belangrijke rol, door beweiding, afbranden en het steken van plaggen op de heidevelden dat voornamelijk plaatsvond in de Nieuwe tijd.12 De stuifzanden worden gerekend tot het Laagpakket van Kootwijk, welke behoort tot de Formatie van Boxtel. Volgens de geomorfologische kaart liggen de dichtstbijzijnde stuifduinen op circa 2,5 kilometer ten oosten van het plangebied.
Daarnaast zijn er in (lokale) beekdalen in de omgeving van Veghel afzettingen gevormd bestaande uit leem, veen en zand. Deze afzettingen worden gerekend tot het Laagpakket van Singraven, welke tevens behoren tot de Formatie van Boxtel. Het dichtstbijzijnde beekdal, het dal van de Aa, bevindt zich direct ten noorden van het plangebied, met de Aa zelf op 300 meter ten noorden van het plangebied (zie figuur 5). DINO13 Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO. In het Dinoloket zijn enkele boringen uit de nabijheid van het plangebied bestudeerd.14 Hieruit blijkt dat de ondergrond bestaat uit matig fijne zandafzettingen met plaatselijk een leemlaag. Dit is een bodemopbouw die te verwachten is voor de landschappelijke ligging van de omgeving van het plangebied. Geomorfologie15 De geomorfologische kaart van Nederland (1:50.000) geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer.
Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied voor een groot deel binnen de bebouwde kom van Keldonk en verder op een dekzandrug, al dan niet met oud bouwlanddek (3B53) (zie figuur 5). Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)16 Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Uitgaande van het AHN ligt het plangebied op de noordelijke rand van een hogere gelegen (dekzand)rug. Direct ten noorden van het plangebied ligt een laaggelegen (beekdal)vlakte. Ook het uiterste noordwesten van het plangebied lijkt qua hoogte
11
De Mulder et al. 2003, Berendsen, 2008. Berendsen, 2008 13 Dinoloket. 14 DINO boornummers B45G0515 en B51E0041 15 Stichting voor Bodemkartering, 1969 & 1981. 16 AHN. 12
Rapport 17141.001 versie 2
Pagina 4 van 20
binnen deze vlakte te liggen. Het hoogteverschil tussen de rug en vlakte bedraagt ruim één meter (zie figuur 6). Bodemkunde17 Volgens de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) is het plangebied grotendeels gekarteerd als hoge zwarte enkeerdgronden (zEZ21). De zuidelijke rand van het plangebied valt binnen een gebied met laarpodzolgronden (cHn21) (zie figuur 7). Enkeerdgronden zijn oude bouwlanden, die vanaf de Late-Middeleeuwen op de Pleistocene zandgronden zijn ontstaan door het opbrengen van mest (uit potstallen) vermengd met plaggen, die gestoken werden op de woeste gronden (zoals heide, bossen en beekdalen). Dergelijke gronden zijn eerst ontstaan op de hogere delen van het landschap en hebben zich later uitgebreid tot de lagere delen. Ze bestaan uit dikke lagen leemarme en humusrijke gronden. Het belang van een enkeerdgrond ligt in de beschermende kwaliteiten van het dek. Eventuele archeologische waarden worden in de regel door het dikke dek beschermd tegen verstoring door onder andere agrarische activiteiten. Sinds de jaren ‘80 van de 20e eeuw is er een grotere en meer systematische aandacht voor plaggenbodems in Nederland. In veel gevallen bleken de betreffende terreinen een hoge dichtheid aan verhoudingsgewijs goed geconserveerde archeologische overblijfselen te bevatten, soms zelfs complete archeologische landschappen.
De vaak opmerkelijke resultaten vormen de belangrijkste bron voor de beschrijving van de bewoning en het landgebruik in de zandlandschappen voor de periode vanaf de Midden-Bronstijd tot in de Nieuwe tijd. Veel hiervan representeert de vroegere geschiedenis van de dorpen die tussen de 9e en de 12e eeuw naast de essen kwamen te liggen. De rijkdom aan archeologische resten heeft er toe geleid dat de hoger en droger gelegen plaggendekken of enkeerdgronden over het algemeen een hoge indicatieve archeologische waarde kregen.18 Laarpodzolen komen vrij veel voor in de Pleistocene zandgebieden van Nederland. Ze worden regelmatig aangetroffen in oude ontginningen waar door eeuwenlange plaggenbemesting een matig dikke donkere A-horizont is ontstaan. Het zijn podzolen met een 30 - 50 cm dikke, deels door de plaggenbemesting opgebrachte donkere bovengrond (A-horizont). De B-horizont is een zogenaamde humuspodzol-B waarin de zandkorrels huidjes van ingespoelde humus hebben. Boringen en/of sonderingen In het plangebied zijn in het kader van andere bodemonderzoeken (nog) geen boringen dan wel sonderingen gezet waarvan de resultaten gebruikt kunnen worden voor dit bureauonderzoek. Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan.
De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. In stedelijk gebied zijn geen grondwatertrappen bepaald. Deze worden als ‘witte vlekken’ op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) weergegeven. Tabel II geeft een overzicht van de klassengrenzen die worden aangehouden bij de indeling van de grondwatertrappen. De trappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VII van respectievelijk extreem nat tot extreem droog. Bij sommige grondwatertrappen is een * weergegeven: het gaat hier om tussenliggende grondwatertrappen die een drogere variant vertegenwoordigen.
17 18
Stichting voor Bodemkartering, 1969 & 1981. Doesburg et al., 2007.
Rapport 17141.001 versie 2
Pagina 5 van 20
Grondwatertrappenindeling19
Tabel II. Grondwatertrap
I
II'
III'
IV
V'
VI
VII"
VIII
GHG (cm -mv)
-
<40
<40
>40
<40
40-80
>80
> 140
GLG (cm -mv)
<50
50-80
80-120
80-120
>120
>120
>120
-
') ")
Bij deze grondwatertrappen wordt een droger deel onderscheiden Een met een * achter de code als onderverdeling aangegeven "zeer droog deel" heeft een GHG dieper dan 140 cm beneden maaiveld
Gebiedsdelen met een goede ontwatering (Grondwatertrap VI, VII en VIII) zijn zeer geschikt voor landbouw en vormden mede daarom, vooral in het verleden, een aantrekkelijk vestigingsgebied. Ook is het grondwaterpeil een indicatie voor de conservering van metalen en organische resten, hoe beter de ontwatering hoe slechter de conservering. Het plangebied bevindt zich in een gebied dat wordt gekenmerkt met een grondwatertrap VII. Omdat het plangebied op zand ligt en de toekomstige bebouwing maar op een beperkt deel van het plangebied zal plaatsvinden wordt niet verwacht dat het toekomstig grondwaterpeil zal worden beïnvloed. 2.6
Archeologische waarden
Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).20 In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 8. Hierop staan de in ARCHIS geregistreerde AMK-terreinen, waarnemingen, vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 500 meter weergegeven. Aangezien de gemeentelijke beleidskaart een hoger detailniveau heeft dan de landelijke IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarde) is de IKAW voor het onderzoek niet geraadpleegd. Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Noord-Brabant21 In de CHW-kaart van de provincie Noord-Brabant heeft de provincie het ‘provinciaal belang’ aangeduid. Dit belang bestaat uit 21 cultuurhistorische en 16 archeologische landschappen. In de 21 cultuurhistorische landschappen heeft de provincie verschillende cultuurhistorische vlakken gedefinieerd. Van al deze landschappen en vlakken zijn beknopte beschrijvingen gemaakt.
De 16 archeologische landschappen hebben tot doel om het bodemarchief in de bewuste gebieden duurzaam en in samenhang te behouden. Het plangebied ligt niet in een cultuurhistorisch en/of archeologisch landschap. AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied 22 De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Binnen zowel het plangebied als het onderzoeksgebied liggen geen AMK-terreinen (zie figuur 8). 19
Locher & De Bakker, 1990. Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort 21 Brabant.nl 22 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort 20
Rapport 17141.001 versie 2
Pagina 6 van 20
In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied 23 Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal tien archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij om bureauonderzoeken, booronderzoeken en proefsleuvenonderzoeken (zie bijlage 2 en figuur 8). De resultaten van de onderzoeken die rondom het plangebied zijn uitgevoerd laten zien dat er zowel (diep) verstoorde percelen aanwezig zijn rond het plangebied als percelen met een intacte bodemopbouw waar ook plaatselijk archeologische indicatoren zijn aangetroffen. Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied24 In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het plangebied zijn geen vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied staan zes vondstmeldingen geregistreerd (zie bijlage 3 en figuur 8). De vondsten die rondom het plangebied zijn gedaan laten zien dat er menselijke activiteiten hebben plaats gevonden in het onderzoeksgebied in de perioden Neolithicum tot en met Nieuwe tijd en mogelijk zelfs in het Mesolithicum. Uit de ruimtelijke spreiding van de bekende archeologische vondsten blijkt dat deze met name op de hoge dekzandruggen aan weerszijden van het dal van de Aa en maar heel lokaal in het Aa-dal zelf zijn aangetroffen. 2.7
Beschrijving van het historische gebruik
In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegen- en kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20 e eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Voor de historische ontwikkeling is naast het historisch kaartmateriaal ook relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd. Korte bewoningsgeschiedenis van Keldonk In deze paragraaf wordt een bespreking van de bewoningsgeschiedenis van de streek gegeven. Een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland wordt weergegeven in bijlage 4. De nederzetting Keldonk is ontstaan op een hoger gelegen dekzandrug langs het beekdal van de Aa. De eerste schriftelijke vermelding van Keldonk komt uit circa 1230 als sprake is van Cheldunc. Latere vermeldingen zijn Keeldonc en Keldonc uit de 14e eeuw. De plaatsnaam is een samenstelling van de woorden donk ‘zandige opduiking (in moerassig gebied)’ en kel of kelle (van kil) dat vermoedelijk de betekenis heeft van ‘kleine kunstmatige waterloop’.
Mogelijk verwijst het woord naar het grasland dat in de lagere weilanden groeide.25 Keldonk ontwikkelde zich als een kleine agrarische nederzetting aan de straten Oudestraat en de Morgenstraat - Antoniusstraat, de doorgaande weg tussen Zijtaart in het westen en Erp in het noordoosten. Vanaf de Middeleeuwen behoorde Keldonk tot de parochie van Erp. Pas vanaf 1912 werd het een eigen parochie met de bouw van de dorpskerk. In het jaar 1300 werd door hertog Jan van Brabant aan de inwoners van onder andere Erp en Keldonk de ‘gemeijnt’ uitgegeven. Op enkele kilometers ten oosten van Keldonk achter Gemert en Boekel lag de Peel. Tot in de tweede helft van de 19e eeuw was dit een nat en onontgonnen gebied. De randen van het Peelgebied werden door de bewoners van de omliggende dorpen gebruikt voor agrarische doeleinden. De Peel zorgde voor turf als brandstof, plaggen en hout. Ter plaatse van de drogere delen konden schapen grazen. Door de aanleg van de Zuid-Willemsvaart in 182 kon het overtollige water na ontginning 23
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort 25 Van Berkel en Samplonius, 1995 24
Rapport 17141.001 versie 2
Pagina 7 van 20
van de heidegronden beter worden afgevoerd. 26 Ten zuiden van Keldonk en Erp lagen uitgestrekte heidevelden in het begin van de 19e eeuw die daarna geleidelijk ontgonnen zijn tot circa 1930.27 Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Tabel III.
Geraadpleegd historisch kaartmateriaal
Bron
Periode
Kaartblad
Schaal
Omschrijving plangebied
Bijzonderheden/directe omgeving
Kadastrale minuut28
1811-1832
Gemeente Erp, Sectie K Blad 02
1:2.500
Huis en erf in het zuiden aan de Antoniusstraat, verder bouwland
-
Militaire topografische kaart29 (nettekening)
1850-1864
45
1:50.000
Bebouwing in het zuiden, verder grotendeels akker. Nat grasland in het noordwesten
-
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1900
629
1:50.000
Bebouwing in het zuiden, verder grotendeels akker. Nat grasland in het noordwesten
Antoniusstraat verhard
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1910
629
1:50.000
Bebouwing in het zuiden, verder grotendeels akker. Nat grasland in het noordwesten
-
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1918
629
1:50.000
Bebouwing in het zuiden, verder grotendeels akker. Nat grasland in het noordwesten
-
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1928
629
1:50.000
Bebouwing in het zuiden, verder grotendeels akker. Nat grasland in het noordwesten
-
Topografische kaart
1956
45G/51E
1:25.000
Bebouwing in het zuiden, verder grotendeels akker. Nat grasland in het noordwesten
-
Topografische kaart
1967
45G/51E
1:25.000
Bebouwing in het zuiden uitgebreid met stallen, verder akkerland
-
Topografische kaart
1978
45G/51E
1:25.000
Bebouwing op de zuidelijke helft verder uitgebreid tot het centrale deel van het perceel
-
Topografische kaart
1988
45G/51E
1:25.000
Zuiden en centrale deel van het plangebied bebouwd en in gebruik als erf, noordelijke rand als grasland
-
Topografische kaart
1999
45G/51E
1:25.000
Zuiden en centrale deel van het plangebied bebouwd en in gebruik als erf, noordelijke rand als grasland
-
Topografische kaart
2010
45G/51E
1:25.000
Grote stal in het midden van het plangebied gesloopt
-
Op basis van het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal blijkt dat begin 19e eeuw de huidige Antoniusstraat al aanwezig was. In het zuidelijk deel van het plangebied aan de Antonius-
26
De Bont, 1993 Mededeling dhr. M. Strijbosch van HKK Erthepe 28 Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 29 Kadaster Topotijdreis (bron voor deze kaart en de hierop volgende kaarten in deze tabel). 27
Rapport 17141.001 versie 2
Pagina 8 van 20
straat stond destijds een huis met erf. Dit huis was onderdeel van een lintbebouwing langs beide zijden van de Antoniusstraat, wat destijds de kern van Keldonk betrof. De rest van het plangebied was als bouwland in gebruik. Uit de topografische kaarten blijkt dat dit beeld tot midden 20 e eeuw vrijwel onveranderd is gebleven. Het noordwesten van het plangebied, dat ongeveer overeenkomt met het deel van het laaggelegen beekdal op het AHN dat binnen het plangebied valt, staat op sommige kaarten aangegeven als nat grasland. Vanaf midden 20e eeuw wordt het agrarisch bedrijf in het plangebied uitgebreid met de (nog aanwezige) stallen. Tot 2010 heeft er ook centraal in het plangebied nog een (inmiddels gesloopte) stal gestaan (zie figuur 9). Rijks- en gemeentemonumenten binnen attentiegebied Een rijksmonument is in Nederland een zaak (een bouwwerk of object, of het restant daarvan) die van algemeen belang is wegens de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. Een gemeente kan besluiten een bijzonder pand op de gemeentelijke monumentenlijst te zetten. Dit gebeurt als een pand geen nationale betekenis heeft, maar wel van plaatselijk of regionaal belang is. Naast het gemeentelijk monument is er ook nog het Monumenten Inventarisatie Project (MIP).
De MIP Gemeentebeschrijvingen vormen een verzameling beschrijvingen van de historischgeografische, sociaaleconomische, architectuurhistorische, bouwhistorische en stedenbouwkundige ontwikkelingen van gemeenten in de periode 1850-1940. Het plangebied ligt niet binnen een 50 meter attentiezone van zowel rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten als MIP monumenten. Bouwhistorische gegevens Bij het Brabants Historisch Informatie Centrum is het archief met bouwdossiers geraadpleegd.30 Tabel IV geeft een opsomming van de verleende bouwvergunningen voor het plangebied. Tabel IV.
Verleende bouwvergunningen
Jaar
Omschrijving
Bodemverstoring
1961
Oprichten woonhuis
Oppervlakte 87 m2 in het zuiden van het plangebied. Niet onderkelderd. Funderingen tot 75 cm -mv.
1967
Oprichten opslagloods
Oppervlakte 117 m2 in het zuiden van het plangebied. Niet onderkelderd. Funderingen tot 70 cm -mv.
1967
Oprichten garage
Oppervlakte 15 m2 in het zuiden van het plangebied. Niet onderkelderd. Funderingen tot 70 cm -mv.
1974
Vergroten woonhuis
Oppervlakte 19 m2 in het zuiden van het plangebied. Niet onderkelderd. Funderingen tot 75 cm -mv.
1995
Oprichten schaapskooi
Oppervlakte 20 m2 in het noorden van het plangebied
In het archief zijn geen dossiers bekend van de grote stallen in het centrale deel van het plangebied. Bij het raadplegen van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) van de bestaande bebouwing blijkt dat de stallen in 1961 zijn gebouwd.31 Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd. 32 Uit deze bronnen blijkt dat in het plangebied archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog te verwachten zijn. Tijdens de oorlog hebben rondom het plangebied gevechtshandelingen plaatsgevonden als onderdeel van operatie Market Garden. Hiervan kunnen binnen het plangebied nog resten worden verwacht. 30
BHIC.nl Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) 32 Amersfoort & Kamphuis, 1990/Jong, 1969 – 1994/ Indicatieve kaart Militair Erfgoed/VEO Bommenkaart/Ruimingskaart/Klep & Schoenmaker, 1995/Zwanenburg, 1990. 31
Rapport 17141.001 versie 2
Pagina 9 van 20
Op De Roost (circa 500 meter ten oosten van het plangebied) in Keldonk is op 21 juli 1944 een Lancaster bommenwerper neergestort die in stukken naar beneden is gekomen. Wellicht zitten er nog stukken van het toestel in de grond. Op 21 september 1944 is een Douglas C-47 van het 437 RCAF Husky Squadron om 16.30 uur ten zuidwesten van Keldonk achter de boerderij van de Fam. Biemans gecrasht (er wordt in een ander document ook over de crashlocatie Het Hool te Keldonk achter de boerderij van A. Biemans gesproken). In de morgen van 1 januari 1945 kwamen er plotseling vanaf de richting Uden honderden Duitse jagers, laagvliegend over Erp. Ze vlogen in de richting Eindhoven. Engelse militairen op het Oudveld in Erp schoten met hun geweren op de toestellen. Later is gebleken dat dit de operatie Bodenplatte was, een actie van de Duitse luchtmacht om zoveel mogelijk geallieerde vliegtuigen te vernielen. De Duitse luchtmacht had 1.035 toestellen ingezet en had 465 geallieerde toestellen vernield of onherstelbaar beschadigd. Van de Duitsers gingen 304 toestellen verloren en werden 238 piloten gedood of gevangengenomen, 84 van hen werden door eigen vuur van Duitse luchtafweerbatterijen neergehaald. Dit was het gevolg van de strikte geheimhouding bij deze verrassingsaanval, waardoor de Duitse luchtafweer niet op de hoogte was. Een van de Duitse jagers kwam in Keldonk terecht.
Het was een Focke-Wulf 190 A8 waarvan de vlieger de dood vond. 33 Een V1 die op 27 februari 1945 heel laag overkwam miste op een haar na de Erpse kerktoren en vloog op het Hakkerom met één vleugel tegen een boom en kwam neer tegen de zijgevel van boerderij Van Wanrooij in Keldonk, op circa 1 kilometer ten oosten van het plangebied. Hierbij vielen één dode en drie gewonden. Op 11 maart 1945 is er in Keldonk (mogelijk aan de Pastoor Bogaertsstraat op 100 meter ten zuiden van het plangebied) een V2-raket neergekomen. Op dezelfde dag is aan de Dieperskant op circa 900 meter ten zuidoosten van het plangebied een V1 neergekomen waarbij vier doden en 5 gewonden zijn gevallen.34 Aanvullende informatie Heemkunde Vereniging Voor aanvullende informatie is contact gezocht met de plaatselijke Heemkundekring Erthepe. Bij de Heemkundekring is de volgende aanvullende informatie bekend: In het huizenonderzoek waarover we beschikken wordt op de locatie Antoniusstraat 15 al een huis vermeld in de lijst van de verpondingen (grondbelastingen) in 1704. Er moet dus al in de 17 e eeuw een pand ter plaatse zijn geweest. Dat pand is afgebrand (vermoedelijk voor 1900).
Aan de linkerzijde van het onderhavige perceel loopt tegenwoordig een fietspad dat 'Den Baars' heet en genoemd is naar een oude herberg die op de hoek van de Antoniusstraat en Den Baars in de 17 e-18e eeuw heeft gestaan, dus iets ten zuidwesten van het plangebied (red.).35 2.8
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel V.
Gespecificeerde archeologische verwachting
Archeologische periode
Gespecificeerde verwachting
Te verwachten complextype/resten
Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld
(Laat-)Paleolithicum
Hoog
Kampementen, vuursteenstrooiïngen en
Onder het antropogeen eerddek en in
33
BHIC.nl Vergeltungswaffen.nl 35 Mededeling dhr. M. Strijbosch, 3 november 2021 34
Rapport 17141.001 versie 2
Pagina 10 van 20
vuurstenen gebruiksvoorwerpen
de top van de dekzandafzettingen
Mesolithicum
Hoog
Kampementen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen