Bijlage1: Notitie beantwoording zienswijzen Klooster v9 (20210323 B&W).docx
Tekst van het document
Dit om verschillende redenen (beperkende maatregelen rondom het coronavirus en wellicht een andere veronderstelling van de insteek van de bijeenkomsten). Desalniettemin zijn wij dan ook van mening dat de participatiebijeenkomsten hebben bijgedragen aan de dialoog met de buurt en de gemeente hiervan voldoende inzicht heeft gekregen.
4.2
Verkeersbewegingen
A. Verkeersintensiteiten 2030 (figuur 3.1 van rapport Goudappel) geven geen duidelijkheid over de verwachte toename van verkeer aan de Molenstraat/Deken van Miertstraat ten opzichte van de actuele situatie. Hoe is het mogelijk dat in de Molenstraat het aantal verkeersbewegingen 2800 is en in de Deken van Miertstraat 2600, terwijl daar tweerichtingverkeer bestaat tot aan het parkeerterrein? B. De toelichting spreekt over een verkeersdruk tussen 2.000 en 2.600 motorvoertuigen per etmaal. Deze verkeersbewegingen worden beschreven vanuit de verbindingen met het wegennet buiten Veghel (naar Eindhoven, Den Bosch en Uden). Zowel familie/vrienden van de bewoners als veel werknemers en zorgverleners zullen uit Veghel komen. Dat levert in ieder geval verkeersbewegingen op vanuit Veghelse wijken via Stationsstraat en Meijerijstraat naar de Molenstraat.
C. Wij gaan er van uit dat in ieder geval zonder nadere maatregelen t.a.v. de Molenstraat, deze straat een aanzienlijke toename van verkeer zal moeten verwerken. Gegeven het karakter van deze straat (avondhoreca) en bebouwing dicht op de straat is die toename niet gewenst. Verkeersbeperkende en verkeersomleidende maatregelen zijn hier nodig. Beantwoording: A. Figuur 3.1 in het onderzoek van verkeersintensiteiten van Goudappel Coffeng geeft een actueel beeld weer van de verkeersintensiteiten in 2030 (zonder planontwikkeling). Deze figuur geeft dus, correct, geen duidelijkheid over de verwachtte toename van verkeer door de planontwikkeling. Het genoemde aantal verkeersbewegingen voor de Molenstraat en Deken van Miertsstraat komen voort uit de verkeersmodeldoorrekening. Een verkeersmodel is een model dat inzicht geeft in de verkeersstromen in de regio. Het verkeersmodel van Veghel is onderdeel van een groter regionale verkeersmodel van Noord-Brabant. Een verkeersmodel bestaat uit een huidig situatie (in dit geval het jaar 2015) en een toekomstjaar (in dit geval 2030). Voor de analyses is gebruik gemaakt van 2030, zodat rekening is gehouden met alle regionale ontwikkelingen tussen nu en 2030. Het verkeersmodel voor 2015 houdt rekening met verkeerstellingen die zijn uitgevoerd door de gemeente, de provincie of de rijksoverheid.
Verder worden de infrastructuur, de kruispunten en de woon- en werkgebieden toegevoegd (met gebieden met inwoners en arbeidsplaatsen op basis van
Notitie beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Kloosterkwartier Veghel’
17
statistieken). Het voordeel van het verkeersmodel is, dat per wegvak informatie beschikbaar is over de verkeersdruk. De hoogte van de verkeersdruk is afhankelijk van de hiervoor genoemde informatie. Om die reden kan het voorkomen dat het ene gedeelte van een straat een hogere verkeersdruk heeft dan het andere gedeelte, omdat het verkeersmodel op basis van gebieden met inwoners/arbeidsplaatsen bepaalt hoe het verkeer zich verspreidt over het wegennet. Voor het verkeersmodel voor 2030 worden nieuwbouwplannen (projecten, bouwplannen, nieuwe infrastructuur) toegevoegd. Ook het Kloosterkwartier is toegevoegd. We hebben dus gerekend met verwachte verkeersintensiteiten voor Veghel in 2030. Het gaat hier dus om een technische berekening van de verwachte verkeersstromen aan de hand van meerdere factoren. Het enkele feit dat een weg éénrichtings- of tweerichtingsverkeer mogelijk maakt, zegt dus niet zonder meer iets over het aantal verkeersbewegingen. Daarbij is het tweerichtingsverkeer aan de Deken van Miertstraat voor een beperkte afstand van toepassing en zal het hier alleen gaan om bestemmingsverkeer voor het parkeerterrein ter plaatse. De Molenstraat is een doorgaande weg vanaf de Meijerijstraat en Stationsstraat richting de Markt evenals het parkeerterrein (zoals in de zienswijze ook wordt gesteld). Het is dus mogelijk dat hier toch meer verkeersbewegingen plaats vinden.
Wij zien geen reden om te veronderstellen dat wij in deze niet mogen uit gaan van dit verkeersmodel of dat dit een onjuiste weergave van de situatie in 2030 biedt. B. In de studie is het uitgangspunt dat het verkeer van de nieuwbouwontwikkeling (totaal: 2.728 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal extra ten opzichte van de huidige situatie) zich verdeelt over de volgende routes: 1/3e deel gaat via Frisselsteinstraat (van/naar 's-Hertogenbosch, Schijndel, Utrecht, Rotterdam), 1/3e deel gaat via Markt (van/naar Eindhoven/Helmond) en 1/3e deel gaat via Burgemeester De Kuijperlaan (van/naar Uden/Nijmegen). Bij de prognose van de verkeersbewegingen is rekening gehouden met alle soorten ritten: interne en externe ritten. Gezien de centrale ligging van het plangebied is het niet de verwachting dat er interne autoritten richting het winkelcentrum zullen zijn. Voor verder weg gelegen wijken/gebieden en alle gebieden buiten Veghel wordt gebruik gemaakt van het wegennet van Veghel. De Stationsstraat en Meijerijstraat maken daar onderdeel van en zullen dus ook verkeer te verwerken krijgen van het plangebied. Naar aanleiding van de zienswijze zijn de routes nogmaals gecontroleerd met Google Maps. Hieruit blijkt inderdaad dat verkeer uit de richting Uden/Nijmegen ook via de Molenstraat/Deken van Miertstraat kan rijden.
Dit gewijzigd inzicht geeft de volgende verandering in de verkeersbewegingen. Dit zou betekenen dat de verkeersdruk toeneemt met 1/6e deel van 2.728 = 455 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De totale verkeersdruk op de Molenstraat (t.h.v. Franciscanessenlaan) neemt daarmee toe van 2.800 naar 3.255 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De totale verkeersdruk op de Deken van Miertstraat neemt dan toe van 2.600 naar 3.055 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De breedte van beide wegen is circa 6 meter, de maximumsnelheid is 30 km/h en fietsers / gemotoriseerd verkeer maken gebruik van dezelfde rijbaan. Dit betekent dat er sprake is van een verblijfsgebied, waar de verkeersveilige wegvakcapaciteit 6.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal is. In de nieuwe situatie is er daarmee sprake van een verkeersveilige verkeersdruk. Ook met het gewijzigd inzicht zal dit niet leiden tot een verkeersonveilige situatie. Het verkeersonderzoek zal aangepast worden naar aanleiding van dit gewijzigd inzicht. C. Zoals hiervoor gemotiveerd zal inderdaad het aantal verkeersbewegingen toenemen, echter niet zodanig veel dat de weg dat niet meer aan zou kunnen. De weg heeft een capaciteit van 6000 verkeersbewegingen per etmaal.
Daar blijft het na de planontwikkeling ook ruimschoots onder waardoor er geen reden is te veronderstellen dat er wellicht een verkeersonveilige situatie ontstaat waar nadere verkeersmaatregelen voor nodig zijn.
Notitie beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Kloosterkwartier Veghel’
18
4.3
Parkeren
A. Het parkeeronderzoek geeft een terechte relatie aan tussen de verkeersbelasting en het aantal parkeerplaatsen. De redenering als je meer parkeerplaatsen aanlegt, krijg je ook meer autoverkeer is wel erg eendimensionaal. De gedachte dat door minder parkeerplaatsen het gebruik van de fiets wordt bevorderd heeft ook zijn keerzijde. Het zoeken naar parkeerplaatsen leidt tot meer verkeersbewegingen. De parkeernorm voor het Kloosterkwartier meer afstemmen op doelgroepen lijkt redelijk, maar een verlaging met 45% t.o.v. de algemene parkeernorm Meierijstad (van 509 naar 279) is wel erg bruusk. Ook bij bewoners, bezoekers, personeel kan dit te optimistisch uitpakken. En dan wordt de parkeerdruk afgewend op de omgeving. B. Om de relatie tussen de parkeercapaciteit binnen het Kloosterkwartier en de directe omgeving te bezien schieten de gegevens van het rapport Goudappel tekort. Het rapport inventariseert de parkeercapaciteit en de benutting daarvan op een vrijdag- en zaterdagavond. De dichtstbijzijnde parkeercapaciteit zijn het terrein aan de Deken van Miertstraat, Bolkenplein en Markt. Die worden op de betreffende opnamedagen (vrijwel) volledig benut. Er zijn geen opnames gedaan op andere dagdelen en dagen. Het terrein aan de Deken van Miertstraat is dan ook vaak vol. Toch geeft het rapport aan dat er ruim voldoende parkeerruimte is.
C. Die capaciteit ligt aan de westzijde van het Kloosterkwartier: aan de Mr. van Cootstraat en het parkeerterrein aan de Molenbeemden: 111, waarvan 30 in gebruik op de vrijdag- en zaterdagavond, terwijl daar voor 68 woningen (G en H) reeds 75 extra parkeerplaatsen onder de gebouwen worden gemaakt. Een eigen parkeerruimte van 1,1 per woning! Als de openbare capaciteit aan de westzijde beter benut moet worden, is een goede verkeersgeleiding nodig. Dat geldt zowel voor Kloosterkwartier West als Centrum Veghel (Markt). D. Slechts 20% van de woningen is primair ontsloten aan de Mr. Van Cootstraat. De overige woningen en alle voorzieningen zijn geadresseerd aan de Deken van Miertstraat en de nieuwe zijstraat. De verkeersbewegingen zullen dus daarheen geconcentreerd zijn en automobilisten naar het Kloosterkwartier - zeker de voorzieningenzullen het eerst de lege plekken op het parkeerterrein aan de Deken van Miertstraat bezetten. Dit is echter ook een belangrijke parkeerplek voor bezoekers van huidige aangrenzende woningen en de winkels aan de Kalverstraat. Deze extra druk is ook gezien de kwetsbaarheid van ons winkelapparaat ongewenst. Een visie op dit aspect ontbreekt in de toelichting. Beantwoording: A.
De parkeerbehoefte van de toekomstige bewoners is bepaald aan de hand van statistieken over het personenautobezit in het centrum van Veghel en van verschillende doelgroepen (bijvoorbeeld bewoners van sociale huurwoningen of een zorgbehoefte) zeker als de voorzieningen op loopafstand liggen. Deze zijn afkomstig van het CBS. De ontwikkelaar richt zich, bij de te ontwikkelen woningen, voor een deel op een sociale doelgroep. Deze specifieke doelgroep heeft een lager dan gemiddeld autobezit. Daar is eveneens de stedelijkheidsgraad van Veghel meegenomen. De parkeerbalans op basis van doelgroepenanalyse is weergegeven in tabel 3.6 (minimum variant) en 3.7 (maximum variant) van het bij het bestemmingsplan gevoegde parkeeronderzoek. Op basis van de parkeernormen is er op het moment dat de aanwezigheidspercentages het hoogst zijn een parkeerbehoefte van 279 - 281 parkeerplaatsen op de zaterdagavond. Uit de prognose van de parkeerbehoefte blijkt dat er voldoende parkeercapaciteit beschikbaar zal zijn op eigen terrein aangezien er 295 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. De ontwikkelaar zal in haar communicatie richting toekomstige bewoners de gebiedskenmerken benadrukken (dicht bij alle centrumvoorzieningen, goede verbindingen met het openbaar vervoer, duurzaamheid van het
Notitie beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Kloosterkwartier Veghel’
19
plan) en dat bewoners niet in aanmerking komen voor een ontheffing voor parkeren in de omliggende straten (geen ontheffing voor de parkeerschijfzone). Daarbij wordt gestimuleerd dat parkeren op eigen terrein zal plaatsvinden, dan wel dat er geen auto in bezit zal zijn. Gezien de omstandigheden (centrumgebied en functies) en het feit dat de parkeernormen zijn gebaseerd op de CBS gegevens van de doelgroepen en de CROW, zien wij geen reden te veronderstellen dat hier uitgegaan wordt van onjuiste gegevens en daarmee een onjuiste veronderstelling van de parkeerbehoefte. B. De parkeerdrukmetingen hebben plaatsgevonden op vrijdag en zaterdag in de avonduren in de omgeving van het plangebied. Uit de parkeerbalans (de aanwezigheidspercentages) blijkt dat de avonduren de drukste momenten zijn voor het Kloosterkwartier. De Deken van Miertstraat, Bolkenplein en de Markt zijn onderwerp geweest van de parkeerdrukmetingen. Daaruit blijkt ook dat deze drie parkeerterreinen inderdaad goed benut worden in de avonduren. Echter het centrum van Veghel biedt meer ruimte op redelijke (loop)afstand. Met de parkeerdrukmetingen is aangetoond dat in de directe omgeving nog ruim voldoende vrije parkeercapaciteit beschikbaar is op de drukste momenten van de dagen. Uit de resultaten van het parkeeronderzoek blijkt dat 390 tot 399 van de 780 parkeerplaatsen beschikbaar zijn in de avonduren.
Dit betekent dat in de omgeving extra restcapaciteit beschikbaar is tijdens de avonduren. Hiermee wordt aangetoond dat er ruimte is en er niet reeds een onacceptabele parkeerdruk in het centrum bestaat. Dit rechtvaardigt te meer het, specifiek op de ontwikkeling op het kloostercomplex, gerichte parkeerbehoefteonderzoek. De woningbouw aan de Mr. Van Coothstraat (het buitenbosje) heeft parkeerplaatsen specifiek voor deze woningen, aangezien daar ook geen maatschappelijke m2 worden gerealiseerd. De Deken van Miertstraat geeft toegang tot circa 110 parkeerplaatsen exclusief voor de woningen (gebouwd parkeren) en circa 110 openbare parkeerplaatsen. Deze openbare parkeerplaatsen liggen bewust op deze locatie, omdat er sprake zal zijn van dubbelgebruik. Overdag door bezoekers van maatschappelijke functies en in de avond door bewoners, danwel bezoekers van het centrum. Hiermee ontlasten we juist de parkeerruimte in het centrum, omdat er 110 parkeerplaatsen worden toegevoegd. En tot slot dient opgemerkt te worden (zie de onderbouwing onder A) dat het niet de verwachting is dat bewoners/bezoekers gebruik maken van de parkeerplaatsen in de omgeving, omdat op eigen terrein voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn.
En mocht er in bijzondere situaties meer parkeerbehoefte op een moment bestaan, dan toont de parkeerdrukmeting aan dat er binnen een redelijke loopafstand ook parkeerruimte is. C. Ten behoeve van het Kloosterkwartier gebeurt dit al, doordat het gehele Kloosterkwartier direct toegankelijk is vanuit de openbare parkeercapaciteit aan de Westzijde. Deze goede voetgangersontsluiting, maakt parkeren aan de westzijde laagdrempelig. Vooralsnog zijn wij van mening dat de begeleiding naar deze parkeerplaatsen voldoende is. D. Allereerst zijn wij van mening dat in een centrum men niet altijd kan verwachten, direct voor de deur van bestemming te kunnen parkeren. Binnen een redelijke loopafstand dient parkeerruimte aanwezig te zijn. En dat is ook zo, zo blijkt uit de parkeerdrukmeting. Ten eerste zal parkeren door bezoekers van het Kloosterkwartier plaats vinden óp het Kloosterkwartier, namelijk de 110 nieuwe openbare parkeerplaatsen, welke ontsloten wordt via de Deken van Miertstraat. Voor bezoekers van het Kloosterkwartier is er derhalve geen enkele belemmering om gewoon op het Kloosterkwartier te parkeren. Mocht verder weg parkeren toch noodzakelijk zijn, dan is dat mogelijk binnen een redelijke (loop)afstand. Ten tweede wordt miskent dat er ook voor de omwonenden en bezoekers van het centrum 110 parkeerplaatsen bij komen. Er is sprake van medegebruik.
Men veronderstelt dat door de toename van functies op het Kloosterkwartier er ook een toename van parkeerbehoefte is die met name op het parkeerterrein van de Deken van Miertstraat zal plaatsvinden waar omwonenden en bezoekers
Notitie beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Kloosterkwartier Veghel’
20
van het centrum last van kunnen ondervinden. Dat is dus niet zo. Er worden zelfs parkeerplaatsen extra gerealiseerd voor anderen dan alleen de bezoekers van het centrum. Als laatste stellen we dat het huidige Kloostercomplex ook nu al diverse maatschappelijke functies huisvest. Ook die functies vragen nu in de praktijk een zekere parkeerruimte die niet is betrokken (lees: gesaldeerd) bij de beoordeling hoeveel extra parkeerplaatsen er gerealiseerd dienen te worden voor deze ontwikkeling. Er is zuiver beoordeeld hoeveel parkeerbehoefte er zou zijn als het gehele Kloostercomplex is gerealiseerd, als ware nieuwbouw/nieuwe functies. Om deze redenen delen wij niet de mening dat de beoogde invulling van de parkeerbehoefte binnen het plangebied kan leiden tot overlast in het centrum.
4.4
Andere parkeervoorzieningen
A. De keerzijde van minder autogebruik is meer gebruik van scooter, fiets en voor een deel van de doelgroepen scootmobiel. In de directe omgeving van het Kloosterkwartier zien we hoe 'wild' stallen van fietsen en scooters het straatbeeld verstiert. De nieuwbouw in het kloosterkwartier moet voorzien zijn van gebouwde ruimten voor genoemde verkeersmiddelen dicht bij eg. verbonden met de toegang tot de gebouwen. B. Het gehele complex van het Kloosterkwartier met goed bereikbaar zijn voor bezorg- en pakketdiensten. We missen in de toelichting een opdracht om daar geschikte (kort)- parkeervoorzieningen voor in te richten. Beantwoording: A. De gebouwen worden getoetst en zullen moeten voldoen aan het Bouwbesluit. Hiermee is geborgd dat er voor voldoende stallingen wordt gezorgd. B. In de parkeerbehoefteberekening is rekening gehouden met zowel bewoners, bezoekers, pakketdiensten, monteurs, etc.
4.5
Gebruik Franciscanessenlaan
Tenslotte de Franciscanessenlaan. Deze is in het bestemmingsplan gedefinieerd als verkeer- gemotoriseerd verkeer uitgesloten. Dit is een noodzakelijke beperking om het nagestreefde wandelgebruik van deze straat te waarborgen. Deze beperking mag echter niet gelden voor voertuigen (zoals verreikers voor glazenwassen, brandweer en ambulance). De inrichting van de laan moet hierop berekend zijn. Tevens is aan het begin van de laan (bij de Deken van Miertstraat) een opstelplaats voor laden- en lossen noodzakelijk. Deze opdracht ontbreekt in het Masterplan. Beantwoording: Voor de Franciscanessenlaan is een aanduiding opgenomen om gemotoriseerd verkeer te voorkomen, hiermee krijgt de straat het karakter van een verblijfsgebied in plaats van een verkeersstraat. De genoemde (incidentele) voertuigen zijn toegestaan. Incidenteel gebruik is ook geen gebruik dat in het kader van het bestemmingsplan gehandhaafd dan wel bestemd dient te worden. Na feitelijke realisatie van de openbare ruimte ter plaatse zullen ook de nodige verkeersmaatregelen bepaald worden aan de hand hetgeen nu in het bestemmingsplan is gewaarborgd.
Notitie beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Kloosterkwartier Veghel’
21
7. Ambtshalve wijzigingen De volgende ambtshalve wijziging wordt in het bestemmingsplan doorgevoerd: - Artikel 3.2.4. (parkeren) wordt aangevuld dan wel aangescherpt door een verwijzing op te nemen naar bijlage 3 bij de regels waarin het parkeeronderzoek is opgenomen. Daarmee kunnen vergunningen getoetst worden aan de gehanteerde parkeernormen. Tevens wordt expliciet gemaakt dat zowel parkeren op het maaiveld als ondergronds parkeren mogelijk is. Parkeren binnen de kloostertuin (anders dan binnen de bestemming Maatschappelijk) wordt expliciet verboden. - Paragraaf 3.3. van de toelichting wordt aangevuld met een verwijzing naar het collegebesluit aangaande de m.e.r.-beoordeling (m.e.r.-beoordelingsbesluit).
8. Conclusie en advies De zienswijzen en ambtshalve aanpassingen geven aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Kloosterkwartier Veghel' op de volgende punten: - De planregels (artikel 3.2.3. onder b.) worden zodanig aangevuld dat met betrekking tot de stedenbouwkundige inpassing van het plan voldaan moet worden aan het Masterplan, expliciet als het gaat om de bouwmassa’s; - De planregels (artikel 3.2.3. onder b. en 5.2.2. onder c.) worden zodanig aangevuld dat met betrekking tot de stedenbouwkundige inpassing van het plan voldaan moet worden aan het Masterplan, expliciet als het gaat om het aantal bouwlagen; - De schaduwstudie wordt aan de toelichting van het bestemmingsplan toegevoegd. - Het verkeersonderzoek zal aangepast worden naar aanleiding van dit gewijzigd inzicht naar aanleiding van zienswijze 4.2. onder B. - De planregels (artikel 3.2.4 en 4) worden zodanig aangevuld dat een verwijzing naar bijlage 3 wordt opgenomen en parkeren binnen de bestemming Groen wordt uitgesloten. - Paragraaf 3.3. van de toelichting wordt aangevuld met een verwijzing naar het collegebesluit aangaande de m.e.r.-beoordeling (m.e.r.-beoordelingsbesluit).
Notitie beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Kloosterkwartier Veghel’
22