CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage1: Notitie beantwoording zienswijzen Klooster v9 (20210323 B&W).docx

Raadsvergadering 29 april 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Bijlage 1: Nota van zienswijzen en (ambtelijke) wijzigingen11.378 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

NOTITIE BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN EN AMBTSHALVE WIJZIGINGEN

Bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Kloosterkwartier Veghel’

College B&W 23 maart 2021

Inhoud 1.

Inleiding .......................................................................................................................................................3

2.

De procedure...............................................................................................................................................3

3.

Zienswijzen..................................................................................................................................................3

4.

De ontvankelijkheid ....................................................................................................................................3

5.

Leeswijzer....................................................................................................................................................4

6.

Reactie op de zienswijze............................................................................................................................4 1.

Zienswijze 1, ARAG SE Nederland, namens een bewoner aan de Mr. Van Coothstraat in Veghel....4

1.1

Onderbouwing appartementencomplex G & H, algemeen ..................................................................4

1.2

Beleid ...................................................................................................................................................5

1.3

Samenhang doelstellingen ..................................................................................................................6

1.4

Situering...............................................................................................................................................6

1.5

Aantal appartementen .........................................................................................................................7

1.6

Bouwhoogte .........................................................................................................................................7

2. Zienswijze 2, Stichting Achmea Rechtsbijstand, namens twee bewoners aan de Mgr. Van den Tillaartstraat in Veghel ..................................................................................................................................8 2.1

Uitzicht .................................................................................................................................................8

2.2

Dialoog.................................................................................................................................................9

2.3

Privacy ...............................................................................................................................................10

2.4

Schaduwwerking................................................................................................................................10

2.5

Geluidsoverlast ..................................................................................................................................11

2.6.

Parkeeroverlast..................................................................................................................................11

2.7.

Verkeersdruk en ontsluiting ...............................................................................................................12

2.8.

Lichthinder .........................................................................................................................................12

2.9.

Waardedaling woning ........................................................................................................................13

2.10.

Alternatieve oplossingen................................................................................................................14

3. Zienswijze 3, DAS Rechtsbijstand, namens een bewoner aan de Mrg. Van den Tillaartstraat in Veghel.........................................................................................................................................................14 3.1

Woon en leefklimaat ..........................................................................................................................14

3.2.

Planologische borging Masterplan.....................................................................................................14

3.3.

Motivering hoogte en situering bouwmassa gebouw B .....................................................................15

4.

Zienswijze 4. bewoners van Centre Veghel aan de Franciscanessenlaan........................................16

4.1

Omgevingsdialoog .............................................................................................................................16

4.2

Verkeersbewegingen .........................................................................................................................17

4.3

Parkeren ............................................................................................................................................19

4.4

Andere parkeervoorzieningen............................................................................................................21

Notitie beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Kloosterkwartier Veghel’

1

4.5

Gebruik Franciscanessenlaan ...........................................................................................................21

7.

Ambtshalve wijzigingen ...........................................................................................................................22

8.

Conclusie en advies .................................................................................................................................22

Notitie beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Kloosterkwartier Veghel’

2

1. Inleiding In het centrum van Veghel ligt het kloostercomplex van de Zusters Franciscanessen. Vanwege het teruglopende aantal zusters is de bebouwing binnen het complex in de loop der tijd grotendeels leeg komen te staan. Om de monumentale bebouwing en het gedachtegoed van de zusters voor de toekomst te behouden en voort te zetten, bestaat het voornemen om het kloostercomplex te herontwikkelen tot een nieuw maatschappelijk centrum waar de functies wonen, zorg, maatschappelijke dienstverlening, leven en werken samenkomen. Hiervoor is een Masterplan “Klooster Franciscanessen Veghel, Verhalen die doorgaan” vastgesteld en aan de hand daarvan is een bestemmingsplan verbrede reikwijdte op grond van de Crisis- en herstelwet opgesteld.

2. De procedure Het ontwerpbestemmingsplan verbrede reikwijdte met bijbehorende stukken is op 4 november 2020 bekendgemaakt in het gemeenteblad Meierijstad en de Staatscourant. In de periode van 5 november tot en met 16 december 2020 heeft het ontwerpbestemmingsplan verbrede reikwijdte ter voldoening aan artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en afdeling 3.4. van de Algemene wet bestuursrecht voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende de genoemde termijn van zes weken kon een ieder schriftelijk of mondeling zijn/haar zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan verbrede reikwijdte kenbaar maken aan de gemeenteraad van Meierijstad.

3. Zienswijzen Er zijn op het ontwerpbestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Kloosterkwartier Veghel’ de volgende zienswijzen ingediend: 1. Per brief van 16 november 2020, ingekomen op 24 november 2020, heeft ARAG SE Nederland namens twee bewoners aan de Mr. Van Coothstraat in Veghel, een schriftelijke zienswijze ingediend. 2. Per fax van 10 december 2020, ingekomen op 10 december 2020, heeft Stichting Achmea Rechtsbijstand namens twee bewoners aan de Mgr. Van den Tillaartstraat in Veghel, een schriftelijke zienswijze ingediend. 3. Per fax van 14 december 2020, ingekomen op 14 december 2020, heeft DAS Rechtsbijstand namens een bewoner aan de Mrg. Van den Tillaartstraat in Veghel een schriftelijke pro forma zienswijze ingediend. Na de mogelijkheid gegeven te hebben tot 1 januari 2021 om de zienswijze aan te vullen, is getracht de aanvullende zienswijze per mail en post op 31 december 2020 te versturen. Op 6 januari 2021 is de aanvullende zienswijze ontvangen per email. 4. Per brief van 14 december 2020, ingekomen op 15 december 2020, hebben bewoners van Centre Veghel aan de Franciscanessenlaan een schriftelijke zienswijze ingediend. Ter bescherming van de persoonsgegevens van de reclamanten is deze notitie van zienswijzen geanonimiseerd.

4. De ontvankelijkheid Een zienswijze wordt in behandeling genomen als deze uiterlijk de laatste dag van de periode van ter inzage legging is verzonden en binnen één week na deze dag is ingekomen (artikel 6:9 lid 2 Awb). De zienswijzen 1, 2 en 4 zijn binnen deze periode ingekomen en worden daarom in behandeling genomen. De indiener van zienswijze 3 heeft bij brief van 18 december 2020 (verzonden op 18 december 2020) de mogelijkheid gekregen

Notitie beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Kloosterkwartier Veghel’

3

om uiterlijk 1 januari 2021 de pro forma zienswijze aan te vullen met inhoudelijke gronden. Op 31 december 2020 is de aanvullende zienswijze getracht per mail en aangetekende post te verzenden echter is deze abusievelijk naar een onjuist emailadres verzonden en was de aanvullende zienswijze niet bijgevoegd bij de post (enkel de bijlagen). De zienswijze is daarna op verzoek op 6 januari 2021 naar de gemeente gemaild en dient daarmee, door overschrijding van de termijnen, buiten beschouwing te worden gelaten (niet-ontvankelijk). Desondanks, alle belangen afwegende, en in het kader van een zorgvuldige voorbereiding, is de gemeente bereid de zienswijze te betrekken bij de besluitvorming rondom het bestemmingsplan. Mocht er sprake zijn van een beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State door reclamant van zienswijze 3, zal door de gemeente primair gesteld worden dat deze niet-ontvankelijk is.

5. Leeswijzer In onderdeel 6 van deze notitie wordt inhoudelijk ingegaan op de zienswijzen. Indien deze leidt tot aanpassing van het vast te stellen bestemmingsplan verbrede reikwijdte zullen die wijzigingen worden aangegeven en het bestemmingsplan verbrede reikwijdte conform daaraan worden aangepast. Ten slotte geeft onderdeel 7 de ambtshalve wijzigingen weer en tot slot een totaaloverzicht van de wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan verbrede reikwijdte (onderdeel 8).

6. Reactie op de zienswijze 1. Zienswijze 1, ARAG SE Nederland, namens een bewoner aan de Mr. Van Coothstraat in Veghel 1.1

Onderbouwing appartementencomplex G & H, algemeen

De bezwaren zijn vooral gericht op de voorgestane bebouwing van het tegenover het door bewoners bewoonde apppartementencomplex, zijnde de appartementencomplexen G en H in het Buitenbosje. De realisering van deze bebouwing vormt een forse aantasting van het woon- en leefklimaat. Gelet op de forse afwijking van het vigerende bestemmingsplan dat bovendien nog redelijk recent is, mag worden verwacht dat een deugdelijke onderbouwing voor deze wijziging wordt gegeven. Voorts moet worden opgemerkt dat hoe groter de afwijking van het bestemmingsplan, des te zwaardere eisen aan de onderbouwing mogen worden gesteld. Men acht de toelichting te mager. Waarom moet juist nieuwbouw in het Buitenbosje plaats vinden? Waarom moet er überhaupt nieuwbouw worden gerealiseerd? Als er al nieuwbouw nodig is, waarom dan zo hoog? Dit klemt temeer daar blijkens de toelichting de nieuwbouw oploopt qua hoogte richting het park. Dan kan toch aan de voorzijde in ieder geval een lagere maximale bouwhoogte worden vastgelegd. Allemaal vragen welke ten onrechte geen beantwoording vinden in de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Beantwoording: Allereerst dient de motivering rondom de bebouwing in het buitenbosje niet op zichzelf gezien te worden. Het gaat hier om een integraal plan om het gehele kloostercomplex te herontwikkelen.

Gezocht is naar een samenhang in nieuwe functies en bebouwing om hiermee het kloostercomplex duurzaam te herontwikkelen. Van belang is hier geweest dat er nieuwe functies komen in lijn met het gedachtengoed van de zusters waarbij bestaande cultuurhistorische en landschappelijke waarden behouden blijven dan wel versterkt worden waar mogelijk en in zijn totaliteit de ruimtelijke kwaliteit in het gehele gebied verbetert. Met het toevoegen van nieuwe woningen (zoals appartementencomplex G en H) wordt voorzien in een deel van de actuele woningbehoefte

Notitie beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Kloosterkwartier Veghel’

4

binnen Veghel. Maar daarnaast zorgen de woningen ook voor een nieuwe economische drager om renovatie van de Rijksmonumenten binnen het plangebied mogelijk te maken en deze ook te onderhouden in de toekomst. Ditzelfde geldt voor de cultuurhistorische kloostertuin. De gemaakte keuzes in dit plan zijn derhalve niet los van elkaar te zien. De keuze om appartementencomplex G en H te realiseren komt voort uit een (ruimtelijke) belangenafweging voor het gehele kloostercomplex. Inhoudelijk kan hier over opgemerkt worden dat ten behoeve van de ontwikkeling uitvoerig onderzoek is gedaan naar de cultuurhistorische en landschappelijke waarde van de kloostertuin en het kloostercomplex met al zijn bestaande bebouwing. Op basis daarvan is, in overleg met provincie, een transformatiekader opgesteld. Uit deze analyse volgt dat het buitenbosje geen cultuurhistorische en landschappelijke waarde van betekenis heeft, aangezien deze in het recente verleden nog bebouwd was met een schoolgebouw. Ook de bomen en bossages hier zijn van een recentere datum en hebben geen waarde van betekenis. Het buitenbosje vormt een perceel met houtopstand van uiteenlopende kwaliteit met daarnaast de auto-entree naar het erachter gelegen kloostercomplex.

Vroeger was aan de zijde van de Mr Van Coothstraat al een schoolgebouw aanwezig naast de panden (te weten begrafenisonderneming en zorgappartementen) die daar nu ook nog staan. Gebouw G en H vormen een poort naar het kloosterpark. Zij schermen het kloosterpark af ten opzichte van de Mr Van Coothstraat. De beide blokken liggen tegenover elkaar en zijn spiegel-symmetrisch. Daarmee maken ze duidelijk dat ze toegang geven tot een bijzondere tuin die achter deze gebouwen ligt en toegankelijk is via een langzame verkeersroute tussen deze gebouwen in. De functie van het perceel als voorportaal naar de kloostertuin wordt hiermee behouden. Dit alles in ogenschouw nemende en uitgewerkt in het Masterplan (bijlage 2 bij het bestemmingsplan) achten wij de motivering van de gehele ontwikkeling, en derhalve ook van gebouw G en H, voldoende.

1.2

Beleid

De nieuwbouw in het buitenbosje gerelateerd aan het gemeentelijke beleid. Men twijfelt of de nieuwbouw overeenstemt met het gemeentelijk beleid daar deze plannen met name spreken over het groene karakter van het buitenbosje en het meer betrekken van de omgeving bij het groene karakter. Hierbij valt onder meer te wijzen op de Structuurvisie Veghel 2030: menu voor de toekomst, welke uitgaat van het groene karakter van dit gebied en zeker niet van forse woningbouw ter plaatse. In het Masterplan Klooster Franciscanessen Veghel wordt de situatie ter plaatse van de Mr. Van Coothstraat met name genoemd en aangeduid als strategie; “Aan de oostzijde een open overgang naar de kloostertuin creëren.” Deze strategie is toch duidelijk anders dan de nu voorgestane 20 meter hoge bebouwing welke als barrière naar de omgeving werkt. Als er al over bebouwing wordt gesproken dan wordt gesproken over twee lagen met een kap, hetgeen van een andere orde is dan nu wordt voorgesteld. Ook de visie Herstructurering centrum Veghel 2019 gaat uit van een verbetering van de groene verbinding van de kloostertuin met de omgeving. Men stelt daarmee dat de voor het Buitenbosje voorgestane bebouwingsmogelijkheden onvoldoende draagkrachtig zijn gemotiveerd.

Beantwoording: Allereerst is van belang om te realiseren dat (gemeentelijk) beleid niet op de punt en komma verwoordt wat wel en niet kan op een bepaalde locatie. Bijvoorbeeld de Structuurvisie is een beleidsdocument om de hoofdlijnen van het te voeren beleid te formuleren. Nimmer zal in een dergelijk beleidsdocument gesteld worden of (ruimtelijke) ontwikkelingen wel of niet zijn toegestaan. Wel worden de belangen, waarden en kansen benoemd waar rekening mee dient te worden gehouden. Zoals de zienswijze eigenlijk ook stelt wordt in de Structuurvisie Veghel 2030, als het gaat om de kloostertuin met buitenbosje, enkel genoemd dat de openbare toegankelijkheid van de kloostertuin een nog onbenutte kans is. Het groene karakter van de kloostertuin moet meer bereikbaar

Notitie beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Kloosterkwartier Veghel’

5

zijn voor de omgeving. Zoals de toelichting van het bestemmingsplan verbrede reikwijdte in samenhang met het Masterplan ook verwoordt, is het realiseren van gebouw G en H juist een mogelijkheid om de kloostertuin openbaar toegankelijk te maken. In het Masterplan 2030 Veghel Centrum wordt onder meer ingegaan op de bestaande kwaliteiten van de kloostertuin, het benutten van de bestaande structuren van het aanwezige groen, het toevoegen van wonen en de mogelijke koppeling met zorg. Het citaat opgenomen in de zienswijze verwijst naar het Masterplan 2030 Veghel Centrum (en niet naar het Masterplan Klooster Franciscanessen Veghel). De genoemde open overgang aan de oostzijde van de Coothstraat is niet zo expliciet verwoord dan wel uitgewerkt dat daarmee moet worden geconcludeerd dat bebouwing niet kan bijdragen aan deze overgang. Ook in de visie Herstructurering centrum Veghel is met name het belang van de verbinding met de kloostertuin en het hergebruik van de rijksmonumenten benoemd. Zoals meermalen is gemotiveerd wordt juist getracht met gebouw G en H een overgang van het centrum naar de natuurlijke kloostertuin te creëren. Wij delen dan ook geenszins het standpunt dat het plan niet in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid wat ook uitvoerig is gemotiveerd in het bestemmingsplan.

1.3

Samenhang doelstellingen

Van belang acht men op welke wijze wordt voorkomen dat de gebouwen G en H worden gebouwd en de rest van de plannen niet worden uitgevoerd, want dan blijft er weinig over van de mooie doelstellingen. Anders gezegd; is de samenhang tussen de plandelen voldoende geborgd? Beantwoording: Voor dit bestemmingsplan wordt gebruikt gemaakt van het innovatieve experiment op grond van artikel 7c van de Crisis- en herstelwet hetgeen de mogelijkheid biedt om naast regels over een goede ruimtelijke ordening (ruimtelijke relevantie), ook regels ten behoeve van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en goede omgevingskwaliteit op te nemen in een bestemmingsplan. Er zijn doelstellingen verwoord in artikel 3 van het bestemmingsplan. Ontwikkelingen of aanvragen voor vergunning mogen niet in strijd zijn met deze doelstellingen. Met dit bestemmingsplan verbrede reikwijdte is getracht een bepaalde mate van uitnodigingsplanologie toe te passen zonder de belangen die in dit plan spelen, uit het oog te verliezen. Artikel 3 van het bestemmingsplan voorziet hier in. Een fasering, of volgorde van realisatie, is daar geen onderdeel van. Daarbij zijn bij overeenkomst met initiatiefnemer contractuele afspraken gemaakt over de ontwikkeling. Een van de gemaakte afspraken is de fasering en volgorde van uitvoering van het plan.

Daarbij beoogt initiatiefnemer te starten aan de zuid-oostzijde van het plangebied ter plaatse van het zogenaamde zigzaggebouw waar de nieuwe centrale ontsluiting komt te liggen. Dit in ogenschouw nemende zijn wij van mening dat de samenhang van de verschillende plandelen voldoende is geborgd en er geen reden is te veronderstellen dat de initiatiefnemer andere intenties heeft dan in het bestemmingsplan tot uiting komt.

1.4

Situering

Specifiek in het belang van de bewoners, onder meer ter waarborging van hun privacy, wordt verzocht in ieder geval het bouwvlak ten opzichte van de weg ongeveer 5 meter terug te leggen, zodat de bebouwing in lijn is met de bebouwing aan Mr. Van Coothstraat 9 en 11. Ook stelt men dat de opening/doorkijk tussen de twee gebouwen dient te worden vastgelegd en zodanig te worden gesitueerd dat deze tegenover het appartement van de bewoners komt te liggen. Op grond van de huidige regeling kan immers voor éen groot gebouw(G en H samen) worden gekozen. Ter voorkoming van deze ongewenste planologische ontwikkeling, dienen er dan ook twee van elkaar gescheiden bouwvlakken te worden

Notitie beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Kloosterkwartier Veghel’

6

opgenomen. In aansluiting hierop wordt tevens verzocht het maximaal aantal appartementen op deze locatie nadrukkelijk op maximaal 68 vast te leggen (ook in de verbeelding). Beantwoording: Conform het Masterplan is het uitgangspunt om de bebouwing verder naar achter te leggen dan nu het bouwvlak is gesitueerd en twee gebouwen te realiseren. Ten behoeve voor de realisatie van bijvoorbeeld entrees, is het bouwvlak wat ruimer opgesteld. Het bouwvlak sluit echter grotendeels wel aan op de bestaande rooilijnen van de naastgelegen bebouwing. Het zal dan ook niet mogelijk zijn de nieuwe bebouwing veel verder naar voren te realiseren dan de bestaande bebouwing. Wij willen u erop wijzen dat het bouwvlak verder naar achteren is gelegen, dan het bestemmingsplanvlak. Daarbij is ook rekening gehouden met de afstand tot aan de weg, de nieuwe bebouwing ligt hiermee op vergelijkbare afstand tot de weg dan de bestaande bebouwing. Door te kiezen voor één bouwvlak biedt dit enige flexibiliteit bij het situeren van de bebouwing. Wel is het plan om twee bouwmassa’s te realiseren om hiermee de openheid richting het park te kunnen realiseren. Dit alles conform het Masterplan. Gezien het belang van de openheid, maar ook het belang van omwonenden, zullen we zonder de flexibiliteit in het plan te verliezen het bestemmingsplan aanvullen zodat in artikel 3.2.3.

onder b., betreft de stedenbouwkundige inpassing, onder andere expliciet verwezen wordt naar het Masterplan als het gaat om het aantal bouwmassa’s per bouwvlak.

1.5

Aantal appartementen

In aansluiting op het bovenstaande betreft de situering wordt verzocht het maximaal aantal appartementen op deze locatie nadrukkelijk op maximaal 68 vast te leggen (ook in de verbeelding). Beantwoording: In de planregels is opgenomen dat in het gehele plangebied niet meer dan 387 woningen mogen worden gerealiseerd. Dit in relatie tot de opgenomen beperkingen van de bouwmassa, leidt dit tot een bepaald aantal mogelijk te realiseren appartementen in gebouw G en H. Om toch voldoende flexibiliteit te behouden in het plan is er niet voor gekozen om precies het aantal maximaal mogelijke appartementen te benoemen per gebouw. Door de (bouwkundige) begrenzingen zal het aantal appartementen nimmer zodanig sterk afwijken ten opzichte van het beoogde programma zoals verwoord in het Masterplan, dat dit ruimtelijk een geheel andere impact op de omgeving (bv. parkeren en verkeersbewegingen) met zich meebrengt. Tot slot veronderstellen wij dat, nu de bouwmassa wel is begrensd (met een waarborg van twee bouwmassa’s), het voor de bewoners in het kader van privacy minder van belang is hoeveel appartementen er binnen die bouwmassa worden gerealiseerd. Een enkel appartement meer of minder doet ons inziens geen afbreuk aan het belang aan privacy.

1.6

Bouwhoogte

Tot slot wordt verzocht de maximale hoogte van de appartementen G en H gelijk te houden aan die van het appartementencomplex waar de bewoners wonen, maximaal 15 meter. Beantwoording: Uit het Masterplan blijkt dat de gebouwen worden uitgevoerd met 1 laag parkeren en 4 woonlagen op de locatie voor gebouw G en H. In de praktijk komt dit neer op circa 15 meter. Tevens mag initiatiefnemer aan de kloosterparkzijde 1 extra woonlaag realiseren. In het bestemmingsplan verbrede reikwijdte is de bouwhoogte hoger geformuleerd om flexibiliteit te behouden, ten behoeve van bijvoorbeeld bouwbesluitwijzigingen of ondergeschikte bouwonderdelen. Maar de bouwhoogte is zodanig bepaald dat een extra woonlaag niet realiseerbaar is. Op deze wijze heeft gemeente voldoende geborgd dat wordt tegemoet gekomen aan het

Notitie beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Kloosterkwartier Veghel’

7

belang van de bewoners aan de van Coothstraat. Ter verduidelijking zal het bestemmingsplan in artikel 3.2.3. onder b. en artikel 5 betreft de stedenbouwkundige inpassing onder andere het aantal bouwlagen benoemen.

2. Zienswijze 2, Stichting Achmea Rechtsbijstand, namens twee bewoners aan de Mgr. Van den Tillaartstraat in Veghel 2.1

Uitzicht

Het vrije uitzicht wordt door de nieuwe bebouwing van 14 meter hoog volledig weggenomen. De redenering dat er nu ook al sprake is van een toegestane bouwhoogte van 12 meter is niet volledig terecht daar hier wel een Maatschappelijke bestemming aan is gekoppeld. Bewoning valt daar niet onder. En daarnaast wordt de bebouwing 2 meter hoger dan nu toegestaan. Ook wordt het argument gebruikt dat hogere bebouwing is toegestaan omdat de realisatie van Centre Veghel reeds hogere bebouwing in dit gedeelte van het centrum toelaat. Plannen moeten op hun eigen merites beoordeeld worden. Dat er reeds een hoog gebouw staat wil niet zeggen dat men hogere bebouwing in de omgeving moet accepteren. Beantwoording: Het is correct dat het beoogde plan een wijziging in gebouwvolume behelst. De gehele Franciscanessenlaan zal een verandering ondergaan. Het vreemde hek midden door de straat verdwijnt en het wordt een mooie route naar het park. De nieuwe bebouwing in deze straat bestaat uit losse gebouwen zodat er een aantal open ruimtes en licht aan de straat wordt toegevoegd. Deze straat wordt een langzaam verkeerroute. Om te beoordelen of een wijziging binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening mogelijk is, is onder andere aan de hand van een zorgvuldig bouwhistorisch onderzoek gekeken welke delen van het complex herontwikkeld kunnen worden en waar ruimte kan worden geboden voor nieuwbouw.

Eveneens wordt daarbij de omgeving van het bouwplan in ogenschouw genomen. Het is een feit dat bebouwing tot 12 meter bouwhoogte op de benoemde plek nu al mogelijk is, binnen de contouren van het vigerende bestemmingsplan. De opmerking dat bewoning niet onder een maatschappelijke bestemming valt is niet correct. Binnen de maatschappelijke bestemming wordt bewoning niet uitgesloten, mits bewoning maar een maatschappelijke functie behelst. Daarbij kan gedacht worden aan bewoning van het kloostercomplex door de zusters (zoals nu ook plaatsvindt) maar ook bijvoorbeeld bewoning door mensen met een zorgbehoefte. Daarnaast ligt het plangebied midden in het centrum van Veghel waar hoge bebouwing gebruikelijk is. Dat er direct naast het plangebied reeds hoge bebouwing is gesitueerd kan wel degelijk een stedenbouwkundige overweging zijn om hoge bebouwing toe te staan. Nieuwe bebouwing dient immers te passen in zijn omgeving. Tot slot worden twee grotere bouwmassa’s opgedeeld in kleinere bouwmassa’s om hiermee meer openheid te creëren en een verbinding te maken met de tuin aan de binnenzijde. Er is gesproken over de mogelijkheid om het woningprogramma te verplaatsen binnen het project, zodat bebouwing aan de zijde van de Franciscanessenlaan qua maatvoering beperkt kan blijven.

Deze mogelijkheid betekent dat de maatvoering van andere gebouwen op het kloostercomplex die reeds 4 bouwlagen of meer hebben, moeten worden verhoogd voor dat extra woningprogramma. Dit wordt zowel door de gemeente als de initiatiefnemers niet in lijn met het door de gemeenteraad vastgestelde Masterplan en ruimtelijk niet acceptabel geacht. De ontwerper van het plan heeft voor het gehele terrein de balans proberen te vinden tussen woningbouwprogramma en bouwvolume en vond hogere bebouwing niet passend. De hoogte van de gebouwvolumes E en G/H is ook teruggebracht. Dit alles overwegende acht de gemeente het evenredig en acceptabel om hier een bouwhoogte van 14 meter mogelijk te maken.

Notitie beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Kloosterkwartier Veghel’

8

Zowel het bestemmingsplan verbrede reikwijdte als het Masterplan zijn uitgangspunt voor de verdere planvorming. Artikel 3.2.3 onder b. stelt dat bebouwing stedenbouwkundig ingepast dient te worden waarbij de inhoud van Bijlage 2 (Masterplan) van voorliggende planregels maatgevend is. Dit alles overwegende zijn wij van mening dat de voorziene bebouwing binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening passen. Mede gezien de ligging van de bebouwing in een gebied met gemengde (stedelijke) functies, waarbij een zekere beperking van uitzicht reeds aanwezig, aanvaardbaar en onvermijdbaar is, stelt het college zich op het standpunt dat er geen onaanvaardbare beperking van uitzicht zal optreden bij de realisatie van gebouw A en B. Mede naar aanleiding van de eerste zienswijze zal artikel 3.2.3. onder b (de stedenbouwkundige inpassing) nader gespecificeerd worden ter verduidelijking van de stedenbouwkundige uitgangspunten in het Masterplan. Zonder de flexibiliteit in het plan te verliezen zal het bestemmingsplan aangevuld worden zodanig dat in artikel 3.2.3. onder b. en artikel 5, betreft de stedenbouwkundige inpassing, onder andere expliciet verwezen wordt naar het Masterplan als het gaat om het aantal bouwmassa’s en bouwlagen per bouwvlak.

2.2

Dialoog

De gemeente is met de dialoog op het verkeerde been gezet. Er is niet tegemoet gekomen aan de belangen van de bewoners en bezwaren zijn niet weggenomen. Door hoog in te zetten met een woongebouw van 12 woonlagen, wordt bij aanpassing naar 4 tot 6 woonlagen niet zonder meer tegemoet gekomen aan de bezwaren van omwonenden. De gemeente heeft een richtlijn en stappenplan voor het voeren van een omgevingsdialoog. Onderdeel daarvan is dat er een verslag van dat dialoog wordt gemaakt. Bewoners hebben geen verslag ontvangen ook niet op verzoek. Dat is onzorgvuldig nu dit wel wordt gebruikt voor de uitwerking van het bestemmingsplan. Beantwoording: Op weg naar het Masterplan en het stedenbouwkundig plan is de dialoog aangegaan met de omwonenden middels meerdere bijeenkomsten. Dat eerder een stedenbouwkundig plan is voorgesteld, dat wordt afgewezen en waarop het plan wordt aangepast, is niet zonder meer een kwestie van hoog inzetten of de gemeente op het verkeerde been zetten. Daar is naar onze mening geen blijk van gegeven. Een vertegenwoordiging van de gemeente is meerdere malen als toehoorder aanwezig geweest bij de bijeenkomsten om te peilen hoe het gesprek verloopt, wat het draagvlak is en waar de knelpunten zitten. Nimmer is gebleken dat er de intentie was om de gemeente op het verkeerd been te zetten.

De gemeente heeft ervaren dat de dialoog open en transparant heeft plaatsgevonden. De gemeentelijke richtlijn waar men naar verwijst betreft een richtlijn en is geen vereiste. De gemeente heeft deze richtlijn opgesteld om hiermee een handvat dan wel richting te geven aan initiatiefnemers van ontwikkelingen, hoe men de dialoog goed kan voorbereiden en kan overbrengen aan de gemeente. Het doel van deze richtlijnen is voornamelijk om een volwaardige dialoog met belanghebbenden te laten voeren om draagvlak te creëren voor plannen en ervoor te zorgen dat de belangrijkste aspecten van dat dialoog worden overgedragen aan de gemeente om te kunnen betrekken bij de verdere besluitvorming rondom het plan. Hoe de dialoog goed gevoerd kan worden, is sterk afhankelijk van de (omvang) van het plan. Als niet precies wordt voldaan aan (één van) de gestelde voorwaarden, kan niet zonder meer gesteld worden dat er geen goede dialoog heeft plaatsgevonden. De gemeente is van mening dat de richtlijn in grote mate is gevolgd, dan wel de doelstelling daarvan is bereikt. Zoals hiervoor benoemd was de gemeente bij de participatiebijeenkomsten vertegenwoordigd en derhalve heeft de gemeente notie kunnen nemen van hetgeen is aangereikt door de omgeving. Daarnaast heeft initiatiefnemer gedurende iedere bijeenkomst een samenvatting gegeven van hetgeen tijdens de voorgaande bijeenkomst is besproken.

Notitie beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Kloosterkwartier Veghel’

9

Volledigheidshalve willen we hierbij ook opmerken dat de plicht om de dialoog aan te gaan met omwonenden niet impliceert dat de bezwaren van omwonenden moeten worden weggenomen. Dat is immers niet altijd mogelijk. Het gaat erom te kunnen beoordelen of er een goede belangenafweging heeft plaatsgevonden. Om deze redenen zijn wij dan ook van mening dat de participatiebijeenkomsten wel hebben bijgedragen aan de dialoog met de buurt en de gemeente hiervan voldoende inzicht heeft gekregen. Verslagen zijn van de bijeenkomsten niet opgesteld. Wel zijn er presentaties gemaakt en beschikbaar gesteld.

2.3

Privacy

In de nieuwe situatie is vanuit de appartementen en bijbehorende balkons aan de Franciscanessenlaan direct inkijk mogelijk in de woning. Dit is een aantasting van de privacy. Aanpassing van het plan is nodig om de privacy te beschermen. Wonen omvat dag en nacht inkijk in de woning wat bij een maatschappelijke functie niet aan de orde is. Beantwoording: Niet wordt betwist dat vanuit nieuwbouw op het kloostercomplex enig zicht zal zijn op de omgeving en de bestaande woningen aan de Franciscanessenlaan. De afstand tot het bestaande appartementencomplex en de nieuwe gebouwen A. en B. zal gemiddeld zo’n 10 meter zijn. Gezien de ligging van de bestaande woningen in een gebied met gemengde stedelijke functies, is een zekere beperking van privacy reeds aanwezig, aanvaardbaar en onvermijdbaar. In de huidige situatie hebben de woongebouwen aan de Franciscanessenlaan en Mgr. Van den Tillaartstraat al balkons en ramen die kunnen zorgen voor inkijk en dus een beperking van privacy. Daarbij biedt het huidige bestemmingsplan voor de bebouwing binnen het kloostercomplex ook reeds de mogelijkheid om in de huidige situatie te wonen waar ook dan dag en nacht mensen aanwezig zullen zijn. In de huidige situatie zijn er overdag al reeds mensen aanwezig in de bestaande bebouwing zodat ook nu de privacy reeds beperkt is.

Wij stellen ons op het standpunt dat een eventuele inperking van privacy niet zonder meer betekent dat daarmee het plan niet voldoet aan een goede ruimtelijke ordening, dan wel dat er sprake is van een onevenredige beperking. Het plan wordt beoordeeld in de gehele context van ruimtelijke aspecten in zijn omgeving. Om te beoordelen wat gerealiseerd zal worden en wat het effect is op de privacy van omwonenden wordt gekeken naar de huidige planologische situatie en het stedenbouwkundig plan opgenomen in het Masterplan en de beoogde functies bij de herontwikkeling. Zowel het bestemmingsplan verbrede reikwijdte als het Masterplan zijn immers uitgangspunt voor de verdere planvorming. In de huidige situatie, zowel binnen het kloostercomplex als de bestaande woongebouwen in de straat, is al sprake van een redelijke beperking van de privacy. De nieuwbouw van gebouw A, B en C op deze locatie leidt ons inziens niet tot een onevenredige aantasting van de privacy.

2.4

Schaduwwerking

De uitvoering van het plan beperkt de inval van zonlicht. Dit tast het woongenot aan en eventuele schade aan beplanting. Onderzocht dient te worden in hoeverre de lichtinval wordt beperkt en eventueel moet het plan aangepast worden om lichtinval te beperken. Beantwoording: Eveneens als bij de beoordeling van een eventuele inbreuk op privacy wordt ook hier beoordeeld of een eventuele extra schaduwwerking door de nieuwe bebouwing onevenredig is. Ook hier is het niet zonder meer zo dat een mogelijke schaduwwerking per definitie onevenredig is en in strijd met een goede ruimtelijke ordening.De huidige bebouwing op het kloostercomplex geeft reeds een beperking bij de inval van zonlicht aan de oostzijde van het kloostercomplex. De huidige bouwmogelijkheden zijn zodanig vergelijkbaar met de nieuwe

Notitie beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Kloosterkwartier Veghel’

10

bouwmogelijkheden dat er geen sprake kan zijn van een onevenredige beperking van inval van zonlicht. Om dit feitelijk te onderbouwen is door de architect een schaduwstudie opgesteld waaruit blijkt dat er geen beperking is van inval van zonlicht. In deze zin worden de bewoners aan de Mgr. Van den Tillaartstraat niet benadeeld, dan wel zelfs bevoordeeld. De genoemde schaduwstudie zal als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd worden.

2.5

Geluidsoverlast

Het plan leidt tot een toename van bewoners en derhalve tot geluidsoverlast. Ondanks dat men in het centrum woont betreft het nog een rustige locatie en dat wordt met dit plan ten nadele gewijzigd. Beantwoording: Inzake geluidshinder is het geluid afkomstig van wegen en spoorwegen, maar ook van bedrijvigheid relevant bij een planbeoordeling. Regels daaromtrent zijn opgenomen in de Wet geluidhinder dan wel het Activiteitenbesluit. Geluidsoverlast als gevolg van bewoning vormt geen onderdeel dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening expliciet wordt onderzocht. Daarbij is ook niet bekend dat geluidshinder, te produceren door mensen, ernstige gezondheidsklachten veroorzaakt. Tot slot biedt de maatschappelijke bestemming ook andere mogelijkheden dan alleen een woonfunctie. Ook maatschappelijke functies blijven binnen dit bestemmingsplan mogelijk. Men gaat in de zienswijze uit van de huidige situatie zoals deze nu feitelijk is. Dat is verklaarbaar, echter men dient er wel rekening mee te houden dat de huidige maatschappelijke bestemming ook reeds functies toelaat die een bepaalde mate van geluidsoverlast met zich meebrengen. Denk daarbij aan de nu aanwezige basisschool en kinderopvang, die overdag ook in zekere mate geluidsoverlast met zich meebrengen. De toekomstige maatschappelijke functies in het deelgebied kunnen worden aangemerkt als hinderveroorzakende functies.

Hiervoor is in de toelichting bij het bestemmingsplan een nadere motivering gegeven in paragraaf 3.4.3. Bij het beoordelen of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld of een zodanige intensivering van functie en gebruik plaatsvindt dat dit onevenredig zou kunnen zijn voor de omgeving. Gezien de ligging in het centrum van Veghel met de reeds aanwezige stedelijke functies met bijbehorend geluidsoverlast is er naar onze mening geen sprake van een onevenredige mate van intensivering van gebruik zodat dit onacceptabel zou zijn. Tot slot wordt voldaan aan de gestelde richtlijnen.

2.6.

Parkeeroverlast

Er is nu al sprake van parkeeroverlast. Met de toename van 387 woningen zal dit alleen maar erger worden. Onderzoek naar de parkeerbehoefte is noodzakelijk. Tevens dient er een voorwaardelijke verplichting te worden opgenomen voor de realisatie van de parkeerplaatsen. Beantwoording: Ten behoeve van de ontwikkeling is uitvoerig parkeeronderzoek uitgevoerd door Goudappel Coffeng. Het parkeeronderzoek maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan. Reclamanten geven niet aan waarom het huidige parkeeronderzoek niet voldoende dan wel niet correct zou zijn. De indieners van de zienswijze wonen aan de Franciscanessenlaan/Mgr. Van den Tillaartstraat. De Mgr van den Tillaartstraat is nu al autovrij, maar de Franciscanessenlaan niet. Deze wordt in de toekomst geheel autovrij. In het gebied zal dan ook minder parkeeroverlast ontstaan in plaats van meer parkeeroverlast. Uit het parkeeronderzoek blijkt dat op grond van een doelgroepenanalyse voor deze ontwikkeling tussen de 279 en 281 parkeerplaatsen nodig zijn op het drukste moment (zaterdagavond). Op grond van dit onderzoek wordt in artikel 3.2.4 van het bestemmingsplan bepaald dat er in totaal 295 parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd, hetgeen in fases kan plaatsvinden. De realisatie van de voorgestelde parkeeroplossing is dan ook

Notitie beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Kloosterkwartier Veghel’

11

door middel van een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. Hiermee is een juridische verankering van voldoende parkeerplaatsen in het bestemmingsplan. Er zijn verder geen argumenten aangedragen waarom dit niet afdoende zou zijn. Derhalve blijven wij ons aansluiten bij het parkeeronderzoek van Goudappel Coffeng. Tot slot stellen we dat het huidige Kloostercomplex ook nu al diverse maatschappelijke functies huisvest. Ook die functies vragen nu in de praktijk een zekere parkeerruimte die niet is betrokken (lees: gesaldeerd) bij de beoordeling hoeveel extra parkeerplaatsen er gerealiseerd dienen te worden voor deze ontwikkeling. Er is zuiver beoordeeld hoeveel parkeerbehoefte er zou zijn als het gehele Kloostercomplex is gerealiseerd, als ware nieuwbouw/nieuwe functies. Om deze redenen delen wij niet de mening dat de beoogde invulling van de parkeerbehoefte binnen het plangebied kan leiden tot overlast in het centrum.

2.7.

Verkeersdruk en ontsluiting

Het plan zorgt voor meer verkeersbewegingen en het plan voorziet in onvoldoende mogelijkheden voor een goede ontsluiting. Beantwoording: Het is de gemeente niet duidelijk wat men beoogt kenbaar te maken. Het verkeersonderzoek is bijgevoegd bij het bestemmingsplan, evenals de ontsluitingsmogelijkheden. Uit het onderzoek blijkt dat op alle wegen sprake is van een acceptabele verkeersdruk in 2030 zonder planontwikkeling. Als gevolg van de ontwikkeling van het kloosterkwartier zal de verkeersdruk per wegvak toenemen met circa 909 motorvoertuigbewegingen doch binnen de bestaande wegvakcapaciteit van de omliggende wegen kan de groei van het verkeer op een verkeersveilige wijze afgewikkeld worden. Mede op verzoek van de bewoners aan de Mgr. Vd. Tillaartstraat en de Franciscanessenlaan, wordt de ontsluiting beperkt tot een directe ontsluiting aan de Deken van Miertstraat en de Mr. van Coothstraat. Hiermee blijft de verkeersintensiteit zeer laag (blijft beperkt tot onderhoudsvoertuigen) op de Franciscanessenlaan en Mgr. Vd Tillaartstraat, zoals reeds is, en worden de Mgr. Vd. Tillaartstraat en de Franciscanessenlaan vergroend en verfraaid. Van verkeersdruk op de straten waaraan indieners zienswijze wonen is derhalve helemaal geen sprake, maar zelfs sprake van oplossen van de verkeersdruk . Er zijn verder geen argumenten aangedragen waarom dit onderzoek niet voldoende zou zijn.

Derhalve blijven wij ons aansluiten bij het onderzoek van Goudappel Coffeng.

2.8.

Lichthinder

Het plan zorgt dag en nacht voor een sterke toename van licht in de omgeving met negatieve effecten van dien. Beantwoording: Met betrekking tot mogelijk lichthinder vanuit de nieuw te bouwen woningen op de omgeving, sluiten wij ons aan bij onze redenering zoals gemaakt bij de beantwoording van zienswijze 2.5. over geluidsoverlast. Betreft lichthinder is licht afkomstig van bedrijven relevant bij een planbeoordeling. Richtlijnen daaromtrent zijn opgenomen in de VNG publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. Lichthinder als gevolg van bewoning is geen onderdeel dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening expliciet wordt onderzocht. Daarnaast gaat men hier uit van de huidige situatie zoals deze nu feitelijk is. Dat is verklaarbaar, echter men dient er wel rekening mee te houden dat de huidige maatschappelijke bestemming ook reeds functies toelaat die een bepaalde mate van lichthinder met zich mee kunnen brengen als ook dat binnen de huidige bestemming gewoond kan worden op deze locatie (zij het onder voorwaarden). Bij het beoordelen of sprake is van een goede ruimtelijke ordening wordt wel beoordeeld of er een zodanige intensivering van functie en gebruik plaatsvindt dat dit onevenredig zou kunnen zijn voor de omgeving. Ook hier, gezien de ligging in het

Notitie beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Kloosterkwartier Veghel’

12

centrum van Veghel met de reeds aanwezige stedelijke functies en de huidige maatschappelijke functie op de locatie, is er naar onze mening geen sprake van een onevenredige mate van intensivering van gebruik zodat dit onacceptabel zou zijn.

2.9.

Waardedaling woning

Het nadeel op mogelijke planschade moet zo klein mogelijk blijven nu een steeds groter deel van het nadeel voor eigen rekening blijft. Een goede ruimtelijke ordening vraagt om het nadeel zoveel mogelijk te beperken. Reden om te onderzoeken naar andere locaties voor het plan waar de nadelen kleiner zijn. Beantwoording: In dit geval vermoeden wij dat hier twee aspecten door elkaar worden gehaald. Bij de inhoudelijke beoordeling van een planontwikkeling dient de gemeente het evenredigheidsbeginsel in het kader van de Algemene wet bestuursrecht (artikel 3.4 lid 2) in acht te nemen. Een planontwikkeling mag voor belanghebbenden geen zodanig nadelige gevolgen hebben dat deze onevenredig zijn in verhouding tot de met de planontwikkeling te dienen doelen. Het egalitébeginsel dat bij de beoordeling van planschadeverzoeken wordt toegepast, betreft een ander beginsel. Ingevolge het égalitébeginsel van het stelsel van nadeelcompensatie (planschade) komt eventuele toerekenbare schade pas voor tegemoetkoming in aanmerking indien deze uitgaat boven het normale maatschappelijke risico (onevenredig nadeel) van de benadeelde. Beide beginselen vergen een andere afweging. Zoals ook uit de beantwoording van de voorgaande zienswijzen blijkt, heeft de belangenafweging op grond van het evenredigheidsbeginsel zeker plaatsgevonden.

Wij zijn van mening dat belanghebbenden niet onevenredig worden benadeeld met deze planontwikkeling. Vermeende waardedalingen van woningen kunnen worden aangekaart in de vorm van een verzoek om planschadevergoeding aan de gemeente, op het moment dat onderhavig bestemmingsplan onherroepelijk in werking is getreden. Op basis daarvan zal een beoordeling worden gedaan naar deze mogelijke waardedaling en of en tot welke omvang deze moet worden vergoed (egalitébeginsel). Met betrekking tot de opmerking dat onderzocht moet worden of op andere locaties de nadelen kleiner zijn, merken wij het volgende op. Het gaat hier om een complex van deelontwikkelingen die met elkaar samenhangen. Het realiseren van nieuwe bebouwing kan niet op zichzelf gezien worden en is mede ten behoeve van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit binnen het gehele kloostercomplex alsmede een economische drager van de renovatie van de Rijksmonumenten binnen het plangebied en het onderhoud daarvan in de toekomst. Ditzelfde geldt voor de cultuurhistorische kloostertuin. Het is dan ook niet zonder meer een uitgangspunt te beoordelen of één of meer van de nieuwe gebouwen ook elders gerealiseerd kunnen worden. Een en ander is ook gemotiveerd in het (transformatiekader van het) Masterplan voor het kloostercomplex en in de beantwoording van zienswijze 1.1.

Indien een project op zichzelf voor het college aanvaardbaar is, kan het bestaan van alternatieven slechts dan leiden tot het weigeren van medewerking, indien op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van de alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. De enkele stelling dat wellicht andere mogelijkheden meer geschikt zouden kunnen zijn, is onvoldoende. Daarnaast is in de zienswijze eveneens onvoldoende gemotiveerd dat er alternatieven zijn en welke dat zijn, waarmee een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. De gemeente is dan ook van mening dat een nader onderzoek naar alternatieven niet aan de orde is.

Notitie beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Kloosterkwartier Veghel’

13

2.10. Alternatieve oplossingen Er zijn oplossingen aangedragen voor de bouw van de appartementen met minder inbreuk op hun uitzicht en privacy. Men heeft niet het idee dat deze aangedragen oplossingen zijn overwogen bij de planvorming. Beantwoording: In de planvoorbereiding hebben participatiebijeenkomsten plaatsgevonden en zijn ook nog deelgesprekken gevoerd met kleine groepen belanghebbenden. Ook met de indiener van deze zienswijze. Zoals ook uiteengezet in de brief van september 2020 zijn de overwegingen die door de buurtbewoners zijn aankaart, in overweging genomen en is gemotiveerd waarom het plan is zoals het nu is. Daarbij is door de buurtbewoners verzocht om andere bouwhoogten te hanteren en het woningbouwprogramma te verplaatsen binnen het project zodat de bouwhoogten aan de zijde van de Franciscanessenlaan/Mgr. Vd Tillaartstraat beperkt kon blijven. Tevens is daarbij gemotiveerd waarom dit niet wenselijk is. Het verplaatsen van het woningbouwprogramma naar een ander gebouw binnen het project leidt automatisch voor dat gebouw tot een hogere bouwhoogte, hetgeen niet acceptabel is. De aangedragen oplossingen zijn wel degelijk meegenomen in de overwegingen bij het project en dit is ook teruggekoppeld aan de betrokken bewoners.

3. Zienswijze 3, DAS Rechtsbijstand, namens een bewoner aan de Mrg. Van den Tillaartstraat in Veghel 3.1

Woon en leefklimaat

Op een kortste afstand van ongeveer 10 meter van het appartement van cliënten en waarbij zij grote glaspartijen hebben aan de zijde van het projectperceel wordt een aanzienlijke bouwmassa toegestaan met een maximale bouwhoogte van 14 meter. In het vigerende bestemmingsplan Vijverwijk-Burgemeester De Kuijperlaan is de maximale bouwhoogte nog 12 meter. Een verhoging van 2 meter op een dergelijke korte afstand is voor cliënten allesbehalve acceptabel. Uit de ontwerpbesluitvorming blijkt ook niet dat u zich rekenschap heeft gegeven van de gevolgen voor het woon- en leefklimaat van cliënten in termen van uitzicht, privacy etc. Dit klemt temeer nu de grote glaspartijen bij cliënten volledig zich zullen geven in hun woning. De besluitvorming is deswege onzorgvuldig en in strijd met het motiveringsbeginsel. Beantwoording: Voor de beantwoording van deze zienswijze verwijzen wij u naar onze beantwoording van de zienswijze van eveneens een bewoner aan de Mgr. Van den Tillaartstraat onder nummer 2.1, 2.3 en 2.4.

3.2.

Planologische borging Masterplan

In het masterplan zoals dat bij het ontwerp ter inzage ligt is een beoogde situatie vormgegeven die niet als dusdanig in het ontwerpbestemmingsplan is terug te vinden. Juridisch planologisch wordt er veel meer mogelijk gemaakt dan op grond van het masterplan wordt beoogd. Zo zit er tussen de appartementsgebouwen A en B een aanzienlijke ruimte voor een pad en groen terwijl er geen enkele waarborg voor cliënten is dat het meerdere dat het ontwerpbestemmingsplan juridisch planologisch mogelijk maakt niet wordt gebruikt. De noodzaak om het ontwerp op voorliggende wijze vorm te geven in plaats van het plan nauwkeurig juridisch planologisch in te bedden ontbreekt althans is rechtens niet geduid. Het beoogde appartementsgebouw C ligt aanzienlijk naar achteren ten opzichte van de straat waar de woning van cliënten is gelegen dan bijvoorbeeld appartementsgebouw B. Ook zulks is juridisch planologisch niet geborgd.

Notitie beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Kloosterkwartier Veghel’

14

Beantwoording: Voor dit bestemmingsplan wordt gebruikt gemaakt van het innovatieve experiment op grond van artikel 7c van de Crisis- en herstel wet hetgeen de mogelijkheid biedt om naast regels over een goede ruimtelijke ordening (ruimtelijke relevantie), ook regels ten behoeve van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en goede omgevingskwaliteit op te nemen in een bestemmingsplan. Voor waarborging van de uitvoering van het Masterplan zijn doelstellingen verwoord in artikel 3 van het bestemmingsplan. Ontwikkelingen of aanvragen voor vergunning mogen niet in strijd zijn met deze doelstellingen. Met dit bestemmingsplan verbrede reikwijdte is getracht een bepaalde mate van uitnodigingsplanologie toe te passen zonder de belangen die in dit plan spelen, uit het oog te verliezen. Artikel 3 van het bestemmingsplan voorziet hier in. Met dit artikel wordt daarmee, naast behoud van enige flexibiliteit, geborgd dat het Masterplan wordt uitgevoerd zoals beoogd is. Daarmee wordt voorkomen dat binnen de ruime(re) regeling bouwmassa’s worden gerealiseerd die niet overeenkomen met het stedenbouwkundige plan zoals vertaald in het Masterplan. De openheid tussen de drie beoogde bouwmassa’s en de situering daarvan is daarmee gewaarborgd. Mede naar aanleiding van de eerste zienswijze zal artikel 3.2.3.

onder b (de stedenbouwkundige inpassing) nader gespecificeerd worden ter verduidelijking van de stedenbouwkundige uitgangspunten in het Masterplan. We zullen zonder de flexibiliteit in het plan te verliezen het bestemmingsplan aanvullen zodat in artikel 3.2.3. onder b., betreft de stedenbouwkundige inpassing, onder andere expliciet verwezen wordt naar het Masterplan als het gaat om het aantal bouwmassa’s en bouwlagen per bouwvlak benoemd worden.

3.3.

Motivering hoogte en situering bouwmassa gebouw B

In het kader van de omgevingsdialoog is gesproken om appartementsgebouw B een verdieping minder te geven en daarmee tegemoet te komen aan de bezwaren van cliënten en andere omwonenden. Er is evenwel niet gekozen voor deze optie en de maximale bouwhoogte ook ter plaatse te verhogen naar 14 meter. Zoals gezegd is dit voor cliënten ruimtelijk niet aanvaardbaar terwijl rechtens ook niet is geduid waarom het belang van de projectontwikkelaar in deze zwaarder zou moeten wegen dan het belang van cliënten om te voorkomen dat hun woon- en leefklimaat navenant wordt aangetast en waarbij zij ook geen reële mogelijkheid hebben om die gevolgen op een redelijke manier te verzachten. Zover een verhoging van de maximale bouwhoogte van 12 naar 14 meter rechtens wel zou kunnen volstaan, quod non, dan was een verschuiving van gebouw B naar westelijke richting en in lijn met die gevel van gebouw C aangewezen althans hiermee zou voor cliënten de impact minder navenant worden. Een nadere duiding waarom gebouw B niet in lijn met gebouw C wordt gebracht ontbreekt nog los van het feit dat juridisch planologisch gebouw C niet is gepositioneerd conform masterplan. Beantwoording: Aan de ontwikkeling van dit project is een uitgebreid en zorgvuldig voorbereidingsproces vooraf gegaan. Met participatiebijeenkomst zijn omwonenden gehoord en kon ieder zijn/haar belangen kenbaar maken aan de ontwikkelaar.

Daarbij kon gereageerd worden op voorstellen voor de ontwikkeling. In de bijeenkomsten is vanuit de gemeente aangegeven welke bouwmogelijkheden reeds aanwezig zijn binnen het huidige bestemmingsplan en heeft de ontwikkelaar toegelicht wat de afwegingen zijn geweest om de geplande bouwhoogten te hanteren. De meest recente ruimtelijke verandering in dit deel van het centrumgebied van Veghel bestaat uit de nieuwbouw van het appartementencomplex Centre Veghel, waar reclamant woont. Wat betreft de maatvoering van dit complex en de afstand tot perceelsgrenzen en aanwezige bebouwing op het naburige kloostercomplex is destijds geoordeeld, dat goothoogten tot 15 meter en bouwhoogten tot 22 meter (5 bouwlagen met een kap) aanvaardbaar zijn en een afstand tot de perceelsgrens van 3 meter mag worden aangehouden. Deze bouwmogelijkheden zijn meegenomen in de afweging voor nieuwbouw op het kloostercomplex. Uiteindelijk zijn,

Notitie beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Kloosterkwartier Veghel’

15

vele belangen en factoren afwegende, keuzes gemaakt die uitvoerig zijn toegelicht en uitgewerkt in het Masterplan. Gemakshalve verwijzen wij dan ook naar het Masterplan. In het Masterplan voor de herbestemming van het kloostercomplex is aangegeven, dat aan de zijde van Centre Veghel een hoogte van 4 bouwlagen acceptabel is met een bouwhoogte van maximaal 14 meter en is bewust gekozen voor platte daken en geen kappen. Centre Veghel heeft met vier bouwlagen een bouwhoogte van 11-18 meter. De bouwhoogte is voor de nieuwe bebouwing is hiermee lager dan die van Centre Veghel, met uitzondering van gebouw E. In het Masterplan zijn toekomstige gebouwen opgenomen met een open ruimte en doorzicht vanaf de Mgr. Van den Tillaartstraat richting het kloostercomplex. De Franciscanessenlaan wordt openbaar gebied voor voetgangers en fietsers. De auto wordt hier geweerd. Ook is gesproken over de mogelijkheid om het woningprogramma te verplaatsen binnen het project, zodat bebouwing aan de zijde van de Franciscanessenlaan qua maatvoering beperkt kan blijven. Deze mogelijkheid betekent dat de maatvoering van andere gebouwen op het kloostercomplex die reeds 4 bouwlagen of meer hebben, moeten worden verhoogd voor dat extra woningprogramma. Dit wordt zowel door de gemeente als de initiatiefnemers niet in lijn met het door de gemeenteraad vastgestelde Masterplan en ruimtelijk niet acceptabel geacht.

De ontwerper van het plan heeft voor het gehele terrein de balans proberen te vinden tussen woningbouwprogramma en bouwvolume en vond hogere bebouwing niet passend. De hoogte van de gebouwvolumes E en G/H is ook teruggebracht.

4. Zienswijze 4. bewoners van Centre Veghel aan de Franciscanessenlaan 4.1

Omgevingsdialoog

Het Masterplan maakt melding van de participatiegesprekken die Zenzo met de omgeving van het kloosterterrein heeft gevoerd. De bewoners van Centre Veghel aan de oostzijde van het Kloosterkwartier hebben enthousiast aan deze gesprekken deelgenomen en zijn ervan overtuigd dat deze samenspraak een positieve invloed heeft gehad op de planontwikkeling. Het draagvlak is groot. Maar mede door de beperkingen van Corona is de participatie anders geëindigd dan verwacht. In april bevestigde men van ambtelijke zijde dat deze participatiegesprekken gezien moeten worden als de van gemeentewege voorgeschreven omgevingsdialoog. En dat daarvoor de gemeentelijke richtlijn gehanteerd moet worden. In essentie zegt die richtlijn dat van de dialoog verslagen gemaakt moeten worden en bij afsluiting conclusies getrokken door plannenmakers en omwonenden vast te stellen. Tijdens de rit is aangegeven dat er zorgen waren over verkeer en parkeren. Het Masterplan bood onvoldoende antwoord op de genoemde facetten. Dat terwijl bij een globaal bestemmingsplan het Masterplan een -niet vrijblijvend- kader is voor het vervolg. Pas in de toelichting en bijlagen van het bestemmingsplan kon men de onderbouwing op het gebied van verkeer en parkeren inzien.

Beantwoording: Allereerst is het goed om te vernemen dat ervaren wordt dat de bijeenkomsten met omwonenden een positieve invloed hebben gehad op de planontwikkeling en dat het draagvlak groot is. Niet geheel is uit de zienswijze te herleiden of men van mening is dat de dialoog wel of niet goed heeft plaatsgevonden. Desalniettemin kunnen wij het volgende aangeven als het gaat om de (richtlijnen voor de) dialoog. Zoals ook is geantwoord op zienswijze 2.2. Een vertegenwoordiging van de gemeente is meerdere malen als toehoorder aanwezig geweest bij de bijeenkomsten om te peilen hoe het gesprek verloopt, wat het draagvlak is en waar de knelpunten zitten. Naar ons standpunt heeft de dialoog open en transparant plaatsgevonden. De gemeentelijke richtlijn waar men naar verwijst betreft een richtlijn en is geen vereiste. De gemeente heeft deze richtlijn opgesteld om hiermee een handvat dan wel richting te geven aan initiatiefnemers van ontwikkelingen, hoe men de dialoog goed kan

Notitie beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Kloosterkwartier Veghel’

16

voorbereiden en kan overbrengen aan de gemeente. Het doel van deze richtlijnen is voornamelijk om een volwaardig dialoog met belanghebbenden te laten voeren om hiermee draagvlak te creëren voor plannen en ervoor te zorgen dat de belangrijkste aspecten van dat dialoog worden overgedragen aan de gemeente om te kunnen betrekken bij de verdere besluitvorming rondom het plan. Hoe de dialoog goed gevoerd kan worden, is sterk afhankelijk van de (omvang) van het plan. Het is niet zonder meer dat als niet precies wordt voldaan aan (één van) de gestelde voorwaarden, er zonder meer geen goede dialoog heeft plaatsgevonden. De gemeente is van mening dat de richtlijn in grote mate is gevolgd, dan wel de doelstelling daarvan is bereikt. Zoals hiervoor benoemd was de gemeente bij de participatiebijeenkomsten vertegenwoordigd en derhalve heeft de gemeente notie kunnen nemen van hetgeen is aangereikt door de omgeving. Daarnaast heeft initiatiefnemer gedurende iedere bijeenkomst een samenvatting gegeven van hetgeen tijdens de voorgaande bijeenkomst is besproken. Het gaat erom te kunnen beoordelen of er een goede belangenafweging heeft plaatsgevonden. Het is jammer dat de facetten waar u graag nader aandacht aan had besteed, geen onderwerp meer konden zijn van een bewonersbijeenkomst en dat u zich genoodzaakt voelt een zienswijze in te dienen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=c083f041-23b6-4488-af3a-3221886f181a