Bijlage 8 Toelichting Liempdseweg 19 en 21 (inclusief bijlagen)
Tekst van het document
De plaatsgebonden risicocontour is een contour waarbij alle punten met een gelijk risico met elkaar verbonden worden. Deze punten worden bepaald door de kans van optreden van diverse ongeval scenario’s. De grenswaarde voor het plaatsgebonden risico is 10 -6 per jaar en geldt voor nieuwe situaties. Hierbinnen mogen geen kwetsbare objecten worden toegevoegd en ook nieuwe beperkt kwetsbare objecten, zijn in beginsel niet toegestaan. Als het plaatsgebonden risico 10-8 per jaar is, wordt het als verwaarloosbaar beschouwd. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico wordt behalve de ongevalfrequentie en het aantal transporten van gevaarlijke stoffen, tevens bepaald door de hoeveelheid aanwezige mensen in de nabijheid van een mogelijk ongeval. Met het groepsrisico wordt aangegeven hoe groot het aantal dodelijke slachtoffers bij een ongeval kan zijn op basis van de hoeveelheid aanwezige mensen. Naarmate de groep slachtoffers groter wordt, moet de kans op een dergelijk ongeval (kwadratisch) kleiner zijn. Bij het bepalen van het groepsrisico wordt getoetst aan de oriëntatiewaarde, hiervoor zijn geen vaste contouren beschikbaar. Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico’s in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken.
Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (meestal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten
Ruimtelijke onderbouwing Liempdseweg 19-21 te Sint-Oedenrode
42
komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. Invloedsgebied Gebied aan weerszijden van een weg, spoorweg of binnenwater waar ten hoogste 1% van de in dat gebied aanwezige personen kan overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval op die weg, spoorweg of binnenwater waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Voor wat betreft risicobedrijven is het invloedsgebied het gebied, dat in het Reglement externe veiligheid inrichtingen is bepaald, waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico.
4.13.2. Toetsing aan beleid
Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan normen vermeld in bovengenoemde regelgeving. Een ontwikkeling is niet toegestaan indien deze leidt tot een overschrijding van de grenswaarden. Van de richtwaarden kan gemotiveerd worden afgeweken. Toetsing aan het beleid begint met de inventarisatie van de omgeving van de planlocatie. Dit is inzichtelijk gemaakt middels onderstaande uitsnede van de Risicokaart Nederland, zie afbeelding 16.
Afbeelding 16: Uitsnede risicokaart Indien van toepassing moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening getoetst worden aan overige wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid zoals het Activiteitenbesluit en Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Gezien het feit dat in de toekomstige situatie sprake zal zijn van een woonfunctie binnen het plangebied, is het Bevi niet van toepassing. De werkzaamheden omvatten niet het gebruik, opslag of vervoer van gevaarlijke stoffen.
Ruimtelijke onderbouwing Liempdseweg 19-21 te Sint-Oedenrode
43
Uit de risicokaart blijkt dat er geen risicovolle inrichtingen en kwetsbare objecten aanwezig zijn op of nabij de planlocatie. Er ontstaan daardoor geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkelingen op de planlocatie. Het plan voorziet wel in de realisatie van nieuwe beperkt kwetsbare objecten. Aangezien de planlocatie niet binnen een risicoaanduiding of binnen veiligheidsafstanden ligt zijn geen risico’s aanwezig voor de voorgenomen ontwikkelingen. Daarom kan worden geconcludeerd dat er voor dit plan geen belemmeringen zijn vanuit het oogpunt van externe veiligheid. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) De ontwikkeling ligt buiten de invloedsfeer van zowel het spoortraject als de [Rijks]weg. Derhalve is verdere beoordeling aan het Bevt niet van toepassing. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) In het geldende bestemmingsplan is in de nabijheid geen dubbelbestemming ‘Leiding – […]’ opgenomen. De voorgenomen ontwikkelingen liggen buiten deze dubbelbestemming en de voorgenomen ontwikkelingen hebben geen invloed op het bepaalde in de bijbehorende regels. De ontwikkeling ligt buiten de invloedsfeer van de in het Bevb opgenomen buisleidingen. Daarom is verdere beoordeling aan het Bevb niet van toepassing.
Conclusie
Gezien het bovenstaande zijn er geen belemmeringen te verwachten in het kader van externe veiligheid. 4.14. Technische infrastructuur In of nabij de planlocatie liggen geen planologisch relevante buisleidingen, zoals te zien op de risicokaart in afbeelding 16. Voordat er gebouwd wordt zal er een KLIC-melding gemaakt worden om relevante kabels en leidingen van de planlocatie in beeld te brengen. Op een afstand van ongeveer 3,7 kilometer is een hoogspanningslijn gelegen. Gelet op de afstand tussen het plangebied en de hoogspanningslijn vormt dit aspect geen belemmering. 4.15. Volksgezondheid Gezondheidsrisico’s zijn een optelsom van blootstelling, gevaar en impact. Bij blootstelling wordt er gekeken hoeveel ziekteverwerkers een persoon binnen moet krijgen om geïnfecteerd te raken of ziek te worden. Gevaren zijn er in diverse vormen, zoals biologisch (bijv. ziekteverwekkende bacteriën), chemisch (bijv. diergeneesmiddelen of bestrijdingsmiddelen) of fysisch (zoals elektriciteit of ter plaatse gewond raken). Impact staat voor de grootte van het effect dat veroorzaakt wordt. Bij naleving van de milieuwetgeving, het volledig benutten van de technische mogelijkheden en het management van de hygiënebarrière worden de volksgezondheidsrisico’s bij veehouderijen tot het minimum beperkt. Hiermee worden risico’s richting omwonenden weggenomen.
Vooralsnog wordt, in het kader van volksgezondheid, daarom getoetst aan de wettelijke grenswaarden voor diverse stoffen, zoals geur en fijnstof. Daar deze grenswaarden nationaal zijn vastgesteld en de beoogde bedrijfsopzet hieraan voldoet, mag er vanuit worden gegaan dat deze waarden de volksgezondheid afdoende beschermen. In onderstaande tekst wordt verder onderbouwd op welke wijze de emissies afkomstig van veehouderijen invloed hebben op het initiatief in het kader van volksgezondheid. De onderbouwing is gebaseerd op het Aanvullend Toetsingsinstrument uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (d.d. 30 april 2018), die is opgesteld in opdracht van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht (BPO). Deze handreiking is tot stand gekomen met medewerking van diverse bestuurlijke organisaties (Provincie, omgevingsdiensten en gemeentes) en de GGD. In het Aanvullend Toetsingsinstrument uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid is tevens een stappenplan opgenomen. Op basis van dit stappenplan kan worden vastgesteld of een aanvraag voor advisering aan de GGD moet worden voorgelegd. Onderstaand wordt dit stappenplan doorlopen.
Ruimtelijke onderbouwing Liempdseweg 19-21 te Sint-Oedenrode
44
Het stappenplan Het stappenplan is hieronder In het stappenplan zijn de volgende 8 aspecten verwerkt: 1. Voor varkens en pluimveebedrijven: Endotoxine richtafstand; 2. Toename in emissies van geur en/of fijnstof en/of ammoniak; 3. Aanvaardbaar woon- en leefklimaat m.b.t. geurbelasting; 4. Bij meerdere bedrijfsmatig gehouden diersoorten, de aanwezige diersoort(en) binnen een veehouderij; 5. Afstand van; a. Geitenhouderij binnen een straal van 2 kilometer van een gevoelige bestemming; b. Pluimveebedrijven binnen een straal van 1 kilometer van een gevoelige bestemming; c. Overige veehouderijen binnen een straal van 250 meter van een gevoelige bestemming; 6. De aanwezigheid van mestbe- en verwerking; 7. Ongerustheid bij omwonenden. De afwegingsaspecten worden voor deze aanvraag hierna nader toegelicht:
1. Wordt voldaan aan de endotoxine richtafstand voor varkens- en pluimveebedrijven?
In paragraaf 4.15.1 is de endotoxineafstand berekend. Hieruit blijkt dat wordt voldaan aan de endotoxine richtafstanden voor varkensbedrijven. Aangezien in de directe nabijheid (meer dan 1 kilometer) van de locatie geen pluimveehouderij is gelegen, zijn pluimveebedrijven achterwegen gelaten. Echter kan worden geconcludeerd dat, gezien de grote afstand, ook hieraan kan worden voldaan.
2. Toename in emissies van geur en/of fijnstof en/of ammoniak;
De plaatselijke varkenshouderij is/wordt in het kader van de SRV-regeling gesloopt waardoor er geen sprake meer zal zijn van emissies van ammoniak, geur en fijnstof.
3. Is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat m.b.t. geurbeslasting?
In paragraaf 4.9.3 is het woon- en leefklimaat in kaart gebracht. Geconcludeerd wordt dat, door de sanering van de varkenshouderij, de achtergrondbelasting ter plaatse verminderd. De achtergrondbelasting is niet exact berekend, maar de sanering leidt er toe dat de achtergrondbelasting ter plaatse minder dan 5 OUe/m3 zal bedragen (o.b.v. Regionale geurkaart ODBN-regio 2020.2). Tevens bedraagt de afstand tussen het plangebied en de dichtstbijzijnde emissiepunt meer dan 100 meter. Hiermee wordt voldaan aan zowel het wettelijk kader als de gezondheidskundige advieswaarde.
4. Worden binnen de veehouderij, meerdere diersoorten gehouden?
Na sanering en bestemmingswijziging is geen sprake meer van een veehouderij.
5. Zijn er; a. Geitenhouderij gelegen binnen een straal van 2 kilometer? b. Pluimveebedrijven gelegen binnen een straal van 1 kilometer? c. Overige veehouderijen binnen een straal van 250 meter?
De planlocatie is niet gelegen binnen een straal van 2 kilometer van geitenhouderijen. Tevens bedraagt de afstand tussen de planlocatie en een pluimveehouderij meer dan 1 kilometer. De afstand tussen een overige veehouderij, in dit geval een melkveehouderij, en de planlocatie bedraagt minder dan 250 meter. Deze melkveehouderij is gelegen aan de Kremselen 7. Echter, is op deze locatie geen actieve veehouderij meer aanwezig. De veehouderij is enige tijd geleden gestopt en bij de gemeente Sint-Michielsgestel ligt een ontwerpbestemmingsplan ter inzage om de agrarische bestemming te wijzigen naar een bedrijvenbestemming t.b.v. een aannemersbedrijf. Hierdoor zal de melkveehouderij worden gesaneerd waardoor er binnen 250 meter van de planlocatie geen (overige) veehouderij meer is gelegen.
6. Wordt er op locatie mest bewerkt?
Er vinden geen mestbewerkingen plaats.
Ruimtelijke onderbouwing Liempdseweg 19-21 te Sint-Oedenrode
45
7. Is er ongerustheid bij omwonenden over de volksgezondheid? Bij iniatiiefnemer zijn geen signalen bekend over de ongerustheid m.b.t. volksgezondheid bij omwonenden. Tevens blijkt uit de dialoog dat omwonenden geen bezwaren hebben tegen de voorgenomen ontwikkeling. Het doorlopen van het stappenplan met bovenstaande antwoorden leidt tot de conclusie dat advisering vanuit de GGD niet noodzakelijk is.
4.15.1. Endotoxine
Er zijn al diverse onderzoeken uitgevoerd naar de mogelijke relatie tussen (intensieve) veehouderij en volksgezondheid. De laatste onderzoeken dateren van 16 juni 2017 en 1 september 2018 en zijn vervolgonderzoeken op het onderzoek veehouderij en gezondheid omwonenden (VGO), dat op 7 juli 2016 is gepubliceerd. In dit onderzoek is endotoxine in de (fijn)stof emissie uit intensieve veehouderijen een relevante component gebleken voor luchtwegklachten. Gezondheidseffecten worden veroorzaakt door de combinatie van emissies van fijnstof, aan stofdeeltjes gebonden endotoxine en ammoniak-secundair fijnstof uit de veehouderijen. Endotoxine wordt gezien als een goede indicator voor blootstelling van omwonenden aan stoffen uit stallen die een negatieve invloed hebben op de luchtwegen. Derhalve wordt een maximale endotoxinewaarde van 30 EU/m 3 geadviseerd. Uit de vervolgonderzoeken is o.a. gebleken dat de concentratie endotoxinen in de lucht toeneemt naarmate de afstand tot een veehouderij kleiner wordt of de dichtheid toeneemt. In de directe omgeving van het plangebied is één intensieve veehouderij gelegen met een aanzienlijke fijnstofemissie die invloed kan hebben op de ontwikkeling. Dit betreft een vleesvarkensbedrijf gelegen aan de Liempdseweg 37 met een fijnstof emissie van 99 kg (Web bvb).
Daarnaast is aan de Kremselen 7 een gemengde veehouderij waar zowel melkvee als 59 vleesvarkens worden gehouden (conform Web bvb). Doordat voor melkvee geen rekenmodel beschikbaar is voor het bepalen van de afstand en doordat het aantal te houden varkens zeer laag is, is dit bedrijf niet meegenomen. Dit bedrijf is op voldoende afstand van het plangebied gelegen, daar de afstand circa 210 meter bedraagt.
Tabel 2: Berekende endotoxineafstand Liempdseweg 37
PM10 invullen (kg/jaar) 99
berekende afstand (m) 44
Omdat het beoogde plangebied op een afstand van meer dan 44 meter van het bedrijf aan de Liempdseweg 37 is gelegen, zijn er in het kader van endotoxine geen nadelige gevolgen te verwachten.
4.15.2. Geitenhouderijen In de periode 2009-2013 is het onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn op 7 juli 2016 gepubliceerd (hoofdrapport VGO). Gegevens van 110.278 patiënten, die ingeschreven stonden bij 27 huisartsenpraktijken in het VGOonderzoeksgebied, zijn hiervoor geanalyseerd. Op 16 juni 2017 is een aanvullend VGO-rapport gepubliceerd. In het aanvullend VGO-onderzoek zijn de onderzoeksgegevens statistisch uitvoeriger geanalyseerd. Onder andere is onderzocht of er in de jaren 2009-2013 een verband bestond tussen de woonafstand tot geitenhouderijen en het risico op longontsteking. Gemiddeld over deze onderzoeksjaren laten de aanvullende analyses een 29% verhoogde kans op longontsteking zien voor mensen die rondom een individuele geitenhouderij wonen, tot een afstand van 1,5-2 kilometer. Uit het onderzoek volgt dat het risico op longontsteking rond een geitenhouderij bijna drie keer groter is dan het risico op longontsteking tot een afstand van ca. 1 km rond een pluimveehouderij. De oorzaak van deze verhoogde kans op longontstekingen rondom geitenhouderijen kan door de onderzoekers niet worden aangegeven. Het gevolg is dat het nemen van effectieve bedrijfsgerichte maatregelen nu nog niet mogelijk is.
Ruimtelijke onderbouwing Liempdseweg 19-21 te Sint-Oedenrode
46
Gezien de aard- en omvang van de omliggende bedrijven en activiteiten en gezien het feit dat binnen een afstand van 2 kilometer geen geitenhouderijen zijn gelegen, is er geen verhoogde gezondheidsrisico te verwachten. Derhalve zijn er geen belemmeringen voor de bouw van een Ruimte-voor-Ruimte woning in het kader van volksgezondheid.
4.15.3. Afwegingskader geitenhouderijen Meierijstad
De gemeente Meierijstad heeft op 13 maart 2018 een afwegingskader vastgesteld met betrekking tot ontwikkelingen in de omgeving van geitenhouderijen. De ontwikkeling heeft betrekking op het omzetten van een (voormalige) bedrijfswoning in een burgerwoning en het toevoegen van een Ruimte-voor-Ruimte woning. De gemeente Meierijstad moet een zorgvuldige afweging maken of er sprake is van een aanvaardbaar volksgezondheidsrisico. Het college van burgemeester en wethouders van Meierijstad heeft op 13 maart 2018 een afwegingskader vastgesteld met betrekking tot ontwikkelingen in de omgeving van geitenhouderijen. Concreet houdt dit afwegingskader in dat in de gemeente Meierijstad voorlopig als volgt gehandeld wordt: 1) Een uitbreiding van het aantal geiten in bestaande stallen of gebouwen wordt niet toegestaan, tenzij er geen gezondheidskundige bezwaren daarvoor zijn. 2) Binnen een straal van 2 km rondom geitenhouderijen doet zich, vooralsnog, een extra risico voor. Daarom hanteert het college daar een extra zorgvuldigheid. Dat betekent dat met plannen voor het huisvesten of opvangen van kinderen, kwetsbare mensen en ouderen sowieso terughoudend omgegaan wordt. Er bestaat géén hard afwegingskader voor de toetsing van bouwplannen. Locatie, omgeving, het soort bedrijf en het soort ontwikkeling zijn telkens anders en vragen om maatwerk.
Het gezondheidsbelang wordt daarbij afgezet tegen bijvoorbeeld volkshuisvestelijke, sociale, economische en financiële belangen. 3) Aanvragers van plannen en nieuwe potentiele bewoners in het gebied worden geïnformeerd over het risico. Ook wordt hen gevraagd een verklaring daarover te ondertekenen Binnen een straal van 200 meter zijn geen geitenhouderijen gelegen. Derhalve zijn er geen bezwaren ten aanzien van de beoogde ontwikkeling.
Ruimtelijke onderbouwing Liempdseweg 19-21 te Sint-Oedenrode
47
5. Uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk wordt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan uiteengezet. 5.1. Financiële uitvoerbaarheid De voorgestane ontwikkeling aan de Liempdseweg 19-21 betreft een particulier initiatief. De met de ontwikkeling gepaard gaande kosten worden dan ook gedragen door de desbetreffende particuliere initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. Dit plan heeft geen financiële consequenties voor de gemeente. Dit kan worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst, waarbij de eventuele planschade voor rekening komt voor de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond. 5.2. Maatschappelijke uitvoerbaarheid De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel aan te tonen dat het plan maatschappelijk draagvlak heeft. In dat kader is de gelegenheid tot inspraak geboden (in de vorm van publicatie van het (voor)ontwerpbestemmingsplan). Ook heeft vooroverleg plaatsgevonden met de daartoe aangewezen instanties en heeft er een omgevingsdialoog plaats gevonden.
5.2.1. Vooroverleg Waterschap de Dommel
Op 25 februari 2021 is een reactie ontvangen van Waterschap de Dommel met betrekking tot het wettelijk vooroverleg. De plannen zijn in het kader van de waterparagraaf beoordeeld. Uit de reactie blijkt dat er een positief effect is op de waterhuishouding doordat het verhard oppervlak wordt verminderd. Hierdoor is er minder versnelde afvoer van regenwater naar het oppervlaktesysteem en kan er meer water infiltreren in de bodem. Derhalve zijn er vanuit het waterschap geen bezwaren tegen het plan. De reactie is als bijlage opgenomen in het plan.
5.2.2. Vooroverleg provincie Noord-Brabant Op 22 december 2021 is een reactie ontvangen op de voorgenomen ontwikkeling. T.a.v. de gewenste ontwikkeling zijn inhoudelijk een aantal opmerkingen binnengekomen over de situering, landschappelijk inpassing en de waterhuishouding. Met betrekking tot de situering van de beoogde Ruimte-voor-Ruimte woning wordt gevraagd om een nadere toelichting te geven waarom gekozen is voor de situering zoals deze nu is opgenomen. De beoogde woning wordt zoveel mogelijk naar voren geplaatst om zoveel mogelijk binding met de Liempdseweg te houden. Gelet op de huidige vorm van het perceel en de eigendomsverhoudingen die gelden op het perceel, is het niet mogelijk om de woning dichter op de weg te situeren. Alle mogelijkheden om eventueel dichter aan de weg te kunnen bouwen zijn onderzocht. Echter wenste de eigenaren van de omliggende gronden niet mee te werken aan een eventuele verkoop van de gronden. Hierdoor is er ook niet de mogelijkheid om dichter tegen de weg een woning te realiseren. Dit is ook in het vooroverleg met de gemeente besproken. Verder is naar aanleiding van het vooroverleg de landschappelijke inpassing aangepast. Hierbij is het plan voorzien van meer groen rondom de locatie met daarbij een beschrijving van de landschappelijke structuren.
Tot slot is aangegeven dat de gronden gelegen zijn binnen het werkingsgebied Attentiezone waterhuishouding. In relatie tot deze aanduiding is het onduidelijk of het verharde oppervlak zou toenemen of niet. In paragraaf 3.2.3., waarin onder andere is getoetst aan artikel 3.26 Iov, is nadrukkelijk aangegeven dat sprake is van een afname in verhard oppervlak.
5.2.3. Omgevingsdialoog
Voorafgaand aan de bestemmingsplanprocedure heeft een omgevingsdialoog plaatsgevonden waarbij de buurtbewoners in de directe omgeving van het plangebied zijn benaderd. Initiatiefnemer is bij de volgende adressen langs geweest; Liempdseweg 15; Liempdseweg 21; Liempdseweg 25;
Ruimtelijke onderbouwing Liempdseweg 19-21 te Sint-Oedenrode
48
Liempdseweg 27. De uitkomsten van de dialoog zijn besproken met de buurtbewoners. De dialoog is ten tijde van het principeverzoek overhandigd aan de gemeente, welke akkoord is bevonden. In het principebesluit is aangegeven dat is voldaan aan de maatschappelijke uitvoerbaarheid door een dialoog met de omgeving te voeren.
Ruimtelijke onderbouwing Liempdseweg 19-21 te Sint-Oedenrode
49
6. Bijlagen Bijlage 1: Besluit intrekking Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (OBM) Bijlage 2: Stedenbouwkundige inpassingsschets Bijlage 3: Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 4: Besluit intrekking vergunning Wet natuurbescherming Bijlage 5: AERIUS berekening aanlegfase Bijlage 6: Quickscan Flora-Fauna onderzoek Bijlage 7: Akoestisch onderzoek Bijlage 8: Vooroverleg waterschap Bijlage 9: Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bijlage 10: Ruimte-voor-Ruimte titel
Alle bijlagen zijn in het kader van de privacywetgeving geanonimiseerd.
Ruimtelijke onderbouwing Liempdseweg 19-21 te Sint-Oedenrode
50
Ruimtelijke onderbouwing Liempdseweg 19-21 te Sint-Oedenrode Van Dun Ontwerp en Planologie is een handelsnaam van Van Dun Advies BV
51
bestemmingsplan Liempdseweg 19-21 te Sint-Oedenrode
Bijlagen bij ruimtelijke onderbouwing
bestemmingsplan "Liempdseweg 19-21 te Sint-Oedenrode" (concept) 55
bestemmingsplan Liempdseweg 19-21 te Sint-Oedenrode
Bijlage 1 Intrekkingsbesluit OBM
56 nrode" (concept)
bestemmingsplan "Liempdseweg 19-21 te Sint-Oede
BESLUIT INTREKKING OMGEVINGSVERGUNNING (OBM) Onderwerp Wij hebben op 10 november 2020 van J.J.M. Rooijakkers, Groenewoudsedijk 4a te Oost West en Middelbeers, een verzoek ontvangen voor geheel intrekken van een omgevingsvergunning beperkte milieutoets als bedoeld in artikel 2.1, lid 1 onder i, van de Wabo (OBM), voor de inrichting aan Liempdseweg 19 in Sint-Oedenrode, kadastraal bekend gemeente SintOedenrode, sectie M, nummer 276. De inrichtinghouder neemt voor bovengenoemde locatie deel aan de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen. Een voorwaarde voor deelname is dat de verleende milieutoestemming binnen 8 maanden na de subsidiebeschikkingsdatum ingetrokken moet worden. In dit geval betekent dit, dat de OBM vóór 23 maart 2021 ingetrokken moet zijn. Besluit Wij besluiten, gelet op de overwegingen die zijn opgenomen in deze beschikking en gelet op paragraaf 2.6 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo): • de op 8 oktober 2013 verleende Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (OBM), geheel in te trekken; • dat de volgende delen van de aanvraag onderdeel uit maken van deze vergunning: o het verzoek tot intrekking d.d. 10 november 2020. Procedure De procedure om tot dit besluit te komen staat in paragraaf 3.2 van de Wabo (de reguliere voorbereidingsprocedure). De overwegingen zijn in bijlage II opgenomen.
Bijgevoegde documenten De volgende documenten worden meegezonden met het besluit en zijn als gewaarmerkte stukken bijgevoegd: • Intrekkingsverzoek d.d. 10 november 2020. Ondertekening Burgemeester en wethouders van de gemeente Meierijstad namens dezen,
De heer J.A.J. Lenssen, Directeur Omgevingsdienst Brabant Noord Datum besluit: 15 december 2020
Verzending Verzonden op: 15 december 2020 Een exemplaar van deze beschikking is gezonden aan: • de aanvrager (per post); • Gemeente Meierijstad (per e-mail); • Van Dun Advies BV, de heer T. van Welij (per e-mail); • Omgevingsdienst Brabant Noord t.b.v. Web BVB (per e-mail).
Rechtsmiddelen De bekendmaking van deze beschikking gebeurt door toezending aan de aanvrager en publicatie. De dag na de bekendmaking treedt de beschikking in werking. Binnen zes weken na de bekendmaking kunnen zowel u als belanghebbenden bezwaar maken bij de gemeente Meierijstad. Het indienen van een bezwaarschrift stelt de werking van de beschikking niet uit. Als u of belanghebbenden niet willen dat de beschikking in werking is in afwachting van de bezwaarprocedure, kan een verzoek om een voorlopige voorziening worden gedaan bij de Rechtbank Oost-Brabant, sector Bestuursrecht, postbus 90125, 5200 MA ‘s-Hertogenbosch.
Intrekking OBM J.J.M. Rooijakkers, Liempdseweg 19 Sint-Oedenrode
2/6
INHOUDSOPGAVE BIJLAGE I.
PROCEDURELE OVERWEGINGEN ........................................................................ 4
BIJLAGE II.
INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN ........................................................................ 5
1
INTREKKING OMGEVINGSVERGUNNING ......................................................................................... 5
BIJLAGE III.
DIERTABEL .......................................................................................................... 6
Intrekking OBM J.J.M. Rooijakkers, Liempdseweg 19 Sint-Oedenrode
3/6
BIJLAGE I. PROCEDURELE OVERWEGINGEN
PROCEDURE Algemeen Op 10 november 2020, hebben wij van J.J.M. Rooijakkers een verzoek ontvangen om de Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (OBM), die wij op 8 oktober 2013 hebben verleend, voor de inrichting aan Liempdseweg 19 te Sint-Oedenrode, geheel in te trekken. De inrichting is kadastraal bekend gemeente Sint-Oedenrode, sectie M, nummer 276. Projectbeschrijving Het verzoek richt zich op het geheel in trekken van OBM. Het verzoek heeft betrekking op het intrekken van alle varkens van de inrichting. Deze bestaat uit: StalSoort dieren en nummer soort huisvestingssysteem 1 1 2 2 3 3 3
Kraamzeugen (incl. biggen tot spenen), koeldeksysteem (150% koeloppervlak), BWL 2010.15.V1 (D 1.2.12) Guste en dragende zeugen, koeldeksysteem (135% koeloppervlak), zeugen in groepshuisvesting, BLW 2010.17.V1 (D 1.3.8.2) Guste en dragende zeugen, zeugen in groepshuisvesting, overige huisvestingssystemen (D 1.3.100) Dekberen, 7 maanden en ouder, overige huisvestingssystemen (D 2.100) Gespeende biggen, mestopvang in water in combinatie met een mestafvoersysteem, BWL 2006.07.V2 (D 1.1.3) Guste en dragende zeugen, zeugen in groepshuisvesting, overige huisvestingssystemen (D 1.3.100) Guste en dragende zeugen, koeldeksysteem (135% koeloppervlak), zeugen in groepshuisvesting, BLW 2010.17.V1 (D 1.3.8.2) TOTAAL NH3 per jaar
Aantal dieren
KG NH3
70
168,0
114
250,8
91
382,2
2 1.700
11,0 255,0
40
168,0
66
145,2 1.380,2
Vergunde situatie Op 8 oktober 2013 hebben wij voor de inrichting een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) voor de activiteiten genoemd in artikel 2.2a, lid 1 onder g en h van het Bor verleend. Verandering van de inrichting De varkenshouderij wordt beëindigd. Binnen de inrichting vinden geen bedrijfsmatige activiteiten meer plaats. Bevoegd gezag Gelet op bovenstaande projectbeschrijving, alsmede op het bepaalde in artikel 2.4 van de Wabo, artikel 3.3 van het Bor en categorie 1, 7, 8 en 9 uit onderdeel C bij de bijbehorende bijlage I zijn wij het bevoegd gezag om de omgevingsvergunning in te trekken.
Intrekking OBM J.J.M. Rooijakkers, Liempdseweg 19 Sint-Oedenrode
4/6
BIJLAGE II. INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN 1
INTREKKING OMGEVINGSVERGUNNING
1.1
Algemeen De intrekking heeft betrekking op de gehele OBM voor het houden van varkens binnen de inrichting gelegen aan de Liempdseweg 19 te Sint-Oedenrode. Over de inhoud van de intrekking merken wij samenvattend het volgende op: • Na intrekking van de omgevingsvergunning is er geen vergunning meer op onderhavige inrichting voor het bedrijfsmatig huisvesten van dieren.
1.2
Overwegingen In bijlage III is een overzicht gegeven van het aantal vergunde dieren en het aantal dieren dat wordt ingetrokken. Dit zijn de uitgangsgegevens voor het beoordelen van het intrekken van de omgevingsvergunning.
1.3
Conclusie Het belang van de bescherming van het milieu verzet zich niet tegen de gehele intrekking van de bedoelde OBM. Door het geheel intrekken van de OBM nemen de milieugevolgen voor de omgeving af. Dit leidt tot een positief effect voor de omgeving.
Intrekking OBM J.J.M. Rooijakkers, Liempdseweg 19 Sint-Oedenrode
5/6
BIJLAGE III. DIERTABEL Diersoort (Rav juni 2020, Rgv juli 2018 en fijn stof 2020) Stal nummer 1 Kraamzeugen (incl. biggen tot spenen), koeldeksysteem (150% koeloppervlak), BWL 2010.15.V1 (D 1.2.12) 1 Guste en dragende zeugen, koeldeksysteem (135% koeloppervlak), zeugen in groepshuisvesting, BLW 2010.17.V1 (D 1.3.8.2) 2 Guste en dragende zeugen, zeugen in groepshuisvesting, overige huisvestingssystemen (D 1.3.100) 2 3
3
3
Dekberen, 7 maanden en ouder, overige huisvestingssystemen (D 2.100) Gespeende biggen, mestopvang in water in combinatie met een mestafvoersysteem, BWL 2006.07.V2 (D 1.1.3) Guste en dragende zeugen, zeugen in groepshuisvesting, overige huisvestingssystemen (D 1.3.100) Guste en dragende zeugen, koeldeksysteem (135% koeloppervlak), zeugen in groepshuisvesting, BLW 2010.17.V1 (D 1.3.8.2)
Omrekenfactor ouE / kg NH3 / g / dier dier / dier / / jaar sec jaar 27,9 2,4 160
aantal
Vergunningssituatie ouE / sec kg NH3 g / jaar / jaar
aantal
Intrekking ouE / sec kg NH3 / jaar
g / jaar
70
1.953,0
168,0
11.200
70
1.953,0
168,0
11.200
18,7
2,2
175
114
2.131,8
250,8
19.950
114
2.131,8
250,8
19.950
18,7
4,2
175
91
1.701,7
382,2
15.925
91
1.701,7
382,2
15.925
18,7
5,5
180
2
37,4
11,0
360
2
37,4
11,0
360
5,4
0,15
56
1.700
9.180,0
255,0
95.200
1.700
9.180,0
255,0
95.200
18,7
4,2
175
40
748,0
168,0
7.000
40
748,0
168,0
7.000
18,7
2,2
175
66
1.234,2
145,2
11.550
66
1.234,2
145,2
11.550
16.986,1 1.380,2
161.185
16.986,1 1.380,2
161.185
Totaal
Intrekking OBM J.J.M. Rooijakkers, Liempdseweg 19 Sint-Oedenrode
6/6
bestemmingsplan Liempdseweg 19-21 te Sint-Oedenrode
Bijlage 2 Stedenbouwkundige inpassingsschets
bestemmingsplan "Liempdseweg 19-21 te Sint-Oedenrode" (concept) 63
entree vanaf Liempdseweg (zicht op erf en woning)
te behouden (voormalige bedrijfs)woning met bijgebouwen (herbestemmen naar wonen)
gebiedseigen erfbeplanting (begeleiding entree erf)
te behouden openheid (behoud zichtlijn bestaande woning en entree weiland)
te realiseren ruimte-voor-ruimte kavel (aansluiting erf en bestaande schuur) gebiedseigen erfbeplanting (goede landschappelijke inpassing)
te saneren agrarisch bouwvlak en varkensstallen (herbestemmen naar wonen en weiland)
STEDEBOUWKUNDIGE INPASSINGSSCHETS
Herontwikkeling Liempdseweg 19 en 21 Sint-Oedenrode Datum: Schaal: Project:
21-12-2020 1 : 1000 12222-012
Deze tekening bevat een indicatieve weergave van de beoogde ontwikkeling, hieraan kunnen dan ook geen rechten worden ontleend.
bestemmingsplan Liempdseweg 19-21 te Sint-Oedenrode
Bijlage 3 Landschappelijk inpassingsplan
bestemmingsplan "Liempdseweg 19-21 te Sint-Oedenrode" (concept) 65
zicht op RvR woning vanaf Liempdseweg
64m
Aanplanten knipen scheerhaag
Te handhaven bomen Aanplanten knip- en scheerhaag (wintergroen) + bestaande berkenbomen
Te realiseren ruimte-voor-ruimte kavel
55m
18m
Aanplanten struweelhaag + bestaande bomen
Aanplanten fruitbomen
43m
Saneren agrarisch bouwvlak & varkensstallen
Nieuwe beplanting Knip- en scheerhaag struiken: Ligusterhaag(Ligustrum Vulgare “Atrovirens”) afmetingen: 0.8m x 1.2m. De Ligusterhaag zorgt voor een robuuste (en wintergroene) vorm die voornamelijk in landelijk gebied voorkomt en veel geplant wordt als erfscheiding. Daarnaast heeft deze ook een ecologische waarde voor vogels.
Opgesteld door: Datum: Schaal: Project:
F. van Hoof 07-03-2022 1:1000 (A3) 12222.013
Struweelhaag bomen: Els(Alnus), Berk(Betula) Eik(Quercus)
2
fruitbomen bomen: Appelboom(Malus domestica)
struiken: Meidoorn(Crataegus) Vlier(Sambucus) Trosvlier(Sambucus racemosa) Meelbes(Sorbus aria)
Deze tekening bevat informatie die geen betrekking heeft op de verplichte landschappelijke inpassing als gevolg van bijbehorende procedure, hieraan kunnen dan ook geen rechten worden ontleend.
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING | LIEMPDSEWEG 19-21 SINT-OEDENRODE
bestemmingsplan Liempdseweg 19-21 te Sint-Oedenrode
Bijlage 4 Intrekkingsbesluit Wet natuurbescherming
bestemmingsplan "Liempdseweg 19-21 te Sint-Oedenrode" (concept) 67
Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant
op het op 10 november 2020 door ons ontvangen verzoek tot het intrekken van de op 24 september 2014 verleende Wet natuurbeschermingsvergunning (kenmerk: C2119857) van J.J.M. Rooijakkers, voor de veehouderij gelegen aan de Liempdseweg 19, 5492 SM te Sint-Oedenrode, in de gemeente Meierijstad.
INHOUDSOPGAVE BESCHIKKING ............................................................................................................................... 3 1 2
Onderwerp ..................................................................................................................................................3 Beschikking ..................................................................................................................................................3
PROCEDURELE ASPECTEN ............................................................................................................. 4 1 2 3
Verzoek ........................................................................................................................................................4 Bevoegd gezag .............................................................................................................................................4 Reguliere voorbereidingsprocedure ............................................................................................................4
KENNISGEVING WET NATUURBESCHERMING ................................................................................ 5
ODBN Kenmerk
21 december 2020 Z/135724
2 van 5
BESCHIKKING
1
Onderwerp
Op 10 november 2020 hebben wij, gelet op artikel 5, sub e, van de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen, een verzoek ontvangen van J.J.M. Rooijakkers, gevestigd aan de Groenewoudsedijk 4a, 5091 JL te Oostelbeers, tot het intrekken van de Wet natuurbeschermingsvergunning (kenmerk: C2119857) d.d. 24 september 2014, voor de veehouderij gelegen aan de Liempdseweg 19, 5492 SM te Sint-Oedenrode, in de gemeente Meierijstad. 2
Beschikking
Gelet op de bepalingen van de Wet natuurbescherming besluiten wij: I.
de Wet natuurbeschermingsvergunning van 24 september 2014, kenmerk C2119857, voor de veehouderij gelegen aan de Liempdseweg 19, 5492 SM te Sint-Oedenrode, in de gemeente Meierijstad, geheel in te trekken.
's-Hertogenbosch, 21 december 2020
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant namens deze,
De heer J. Reijnen Teammanager Omgevingsdienst Brabant Noord
ODBN Kenmerk
21 december 2020 Z/135724
3 van 5
PROCEDURELE ASPECTEN
1
Verzoek
Op 10 november 2020 hebben wij, gelet op artikel 5, sub e, van de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen, een verzoek ontvangen van J.J.M. Rooijakkers, gevestigd aan de Groenewoudsedijk 4a, 5091 JL te Oostelbeers, tot het intrekken van de Wet natuurbeschermingsvergunning (kenmerk: C2119857) d.d. 24 september 2014, voor de veehouderij gelegen aan de Liempdseweg 19, 5492 SM te Sint-Oedenrode, in de gemeente Meierijstad. Het verzoek is geregistreerd onder nummer Z/135724. 2
Bevoegd gezag
Gelet op het bepaalde in artikel 1.3, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, zijn wij het bevoegd gezag voor wat betreft de Wet natuurbeschermingsvergunning. 3
Reguliere voorbereidingsprocedure
In deze procedure wordt de reguliere procedure overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 4 van de Algemene wet bestuursrecht toegepast. Daartoe is besloten op 16 juni 2020 (dossier C2250131/ 4691773). Daarmee wordt afgeweken van wat er besloten is op 17 januari 2017 (dossier C2200217/4118896) om de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing te verklaren op de voorbereiding van besluiten op aanvragen om een vergunning ingevolge artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb.
ODBN Kenmerk
21 december 2020 Z/135724
4 van 5
KENNISGEVING WET NATUURBESCHERMING, Liempdseweg 19, 5492 SM te Sint-Oedenrode, Z/135724 Beschikking Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant maken bekend dat zij op 21 december 2020 in het kader van de Wet natuurbescherming een besluit nemen op een verzoek tot het intrekken van een Wet natuurbeschermingsvergunning. Het betreft de intrekking van de vergunning (kenmerk: C2119857) d.d. 24 september 2014, voor het project van J.J.M. Rooijakkers, gevestigd aan de Groenewoudsedijk 4a, 5091 JL te Oostelbeers, voor de veehouderij gelegen aan de Liempdseweg 19, 5492 SM te Sint-Oedenrode, in de gemeente Meierijstad. Het verzoek, het besluit en de bijbehorende stukken liggen vanaf 22 december 2020 tot en met 1 februari 2021 6 weken ter inzage bij de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN), Victorialaan 1, 5213 JG ’s-Hertogenbosch. Telefoonnummer 088-743 0000. Het besluit is digitaal op te vragen via e-mail info@odbn.nl of terug te vinden op de website www.brabant.nl/loket/vergunningen-meldingen-en-ontheffingen Bezwaar Belanghebbenden kunnen tot en met 1 februari 2021 ten aanzien van deze beschikking schriftelijk bezwaar in dienen. Het bezwaarschrift moet zijn voorzien van een handtekening, de naam en adres van de indiener, de dagtekening, ons kenmerk van het besluit, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar gericht is en de gronden van het bezwaar.
Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het college van Gedeputeerde Staten van NoordBrabant, t.a.v. het secretariaat van de Hoor- en adviescommissie, Postbus 90151, 5200 MC ’s-Hertogenbosch. Wij verzoeken u om op de linkerbovenhoek van de envelop het woord “bezwaarschrift” te vermelden. Het secretariaat van de Hoor- en adviescommissie is bereikbaar op telefoonnummer (073) 680 8304, faxnummer (073) 680 7616 en e-mailadres bezwaar@brabant.nl. Wij wijzen u erop, dat het op dit moment nog niet mogelijk is om bezwaarschriften per e-mail in te dienen, omdat dan de wettelijk voorgeschreven handtekening op het bezwaarschrift ontbreekt. Bovenstaand besluit treedt in werking, ook al wordt een bezwaarschrift ingediend. Het is daarom mogelijk om gelijktijdig met of na het indienen van een bezwaarschrift een zogenaamde “voorlopige voorziening” te vragen bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Oost-Brabant, Bestuursrecht: Postbus 90125, 5200 MA 's-Hertogenbosch. Een voorlopige voorziening is het nemen van een tijdelijke maatregel, bijvoorbeeld het schorsen van het besluit gedurende de tijd die nodig is om het bezwaar te behandelen. Voorwaarde om een dergelijke voorlopige voorziening te kunnen vragen is dat er sprake is van een spoedeisend belang. Voor het vragen van een voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd.
De Rechtbank OostBrabant is bereikbaar op telefoonnummer (073) 620 2020. Aan deze procedure is het kenmerk Z/135724 gekoppeld. Wij verzoeken u bij correspondentie dit kenmerk te vermelden. 's-Hertogenbosch, december 2020
ODBN Kenmerk
21 december 2020 Z/135724
5 van 5
bestemmingsplan Liempdseweg 19-21 te Sint-Oedenrode
Bijlage 5 AERIUS-berekening
bestemmingsplan "Liempdseweg 19-21 te Sint-Oedenrode" (concept) 73
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Aanlegfase Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RdB44bNeT77X (11 januari 2021) pagina 1/6
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Van Dun Advies
Liempdseweg 19-21, 5492 SM Sint-Oedenrode
Omschrijving
AERIUS kenmerk
12222
RdB44bNeT77X
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
11 januari 2021, 13:34
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Situatie 1
NOx
66,17 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Toelichting
Aanlegfase
Resultaten
Aanlegfase
RdB44bNeT77X (11 januari 2021) pagina 2/6
Resultaten
Locatie Aanlegfase
Emissie Aanlegfase
Resultaten
Bron Sector
Aanlegfase
Emissie NH3
Emissie NOx
Mobiele werktuigen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
63,59 kg/j
Wegverkeer (oostelijke richting) Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
1,42 kg/j
Wegverkeer (westelijke richting) Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
1,15 kg/j
RdB44bNeT77X (11 januari 2021) pagina 3/6
Resultaten
Emissie (per bron)
Mobiele werktuigen 157902, 396660 63,59 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y)
Aanlegfase
NOx NH3
Voertuig
Omschrijving
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
AFW
Graafmachine
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
15,53 kg/j < 1 kg/j
AFW
Betonpomp
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
15,73 kg/j < 1 kg/j
AFW
Hijskraan
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
15,73 kg/j < 1 kg/j
AFW
Bronbemaling
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
10,05 kg/j < 1 kg/j
AFW
Trilplaat
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
AFW
Hoogwerker
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
6,47 kg/j < 1 kg/j
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Standaard
Aanlegfase
Wegverkeer (oostelijke richting) 158053, 396761 1,42 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Licht verkeer
3,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Zwaar vrachtverkeer
2,0 / etmaal NOx NH3
1,29 kg/j < 1 kg/j RdB44bNeT77X (11 januari 2021) pagina 4/6
Resultaten
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Standaard
Aanlegfase
Wegverkeer (westelijke richting) 157846, 396796 1,15 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Licht verkeer
3,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Zwaar vrachtverkeer
2,0 / etmaal NOx NH3
1,05 kg/j < 1 kg/j
RdB44bNeT77X (11 januari 2021) pagina 5/6
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201216_c759386971 Database versie 2020_20201216_c759386971 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Aanlegfase
RdB44bNeT77X (11 januari 2021) pagina 6/6
Invoergegevens AERIUS-berekening Kenmerk:
TvW/12222.012
Datum: 11-01-2021
Voor de beoogde situatie aan de Liempdseweg 19-21 dient, in het kader van de bestemmingsplanprocedure, inzichtelijk gemaakt te worden dat de beoogde werkzaamheden niet tot negatieve effecten leiden op omliggende Natura 2000-gebieden. Indien er geen toename is van stikstofdepositie kan worden afgezien van een passende beoordeling in de zin van de Wet natuurbescherming. Er dient te worden onderbouwd dat de sanering van de varkenshouderij en de oprichting van één Ruimte-voor-Ruimte woning niet leidt tot stikstofdepositie. In deze notitie wordt een toelichting gegeven op de gebruikte gegevens voor het berekenen van de stikstofdepositie met het rekenprogramma AERIUS Calculator 2020. 1.1. Toelichting aanleg/bouwfase Om te bepalen of de gehele ontwikkeling mogelijke negatieve gevolgen heeft voor omliggende Natura 2000-gebieden is middels een AERIUS-berekening bepaald of er sprake is van een toename van stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden. Uit de berekening blijkt dat de stikstofdepositie kleiner of gelijk aan 0,00 mol/ ha/ jaar is en dat de ontwikkeling daarom geen negatieve gevolgen voor omliggende Natura 2000-gebieden heeft. De beoogde ontwikkeling genereert een toename in verkeersbewegingen, onder andere door bouwbedrijven en de aanvoer en afvoer van bouwmaterialen.
De aanlegfase heeft betrekking op het bouwrijp maken van de grond ter plaatse en de nieuwbouw van de Ruimte-voor-Ruimte woning en de sanering van de varkenshouderij in combinatie met de verkeersaantrekkende werking van bouwverkeer. De totale emissie van de aanleg-/bouwfase is opgebouwd uit twee te onderscheiden onderdelen: 1. Verkeersbewegingen van al het personeel en bouwbenodigdheden; 2. Inzet mobiele werktuigen/materieel met een relevante bijdrage.
1.1.1. Verkeersbewegingen
Bij de verkeersbewegingen zijn de volgende invoergegevens gehanteerd: Lichtverkeer: 6 voertuigen per etmaal Middelzwaar verkeer: N.v.t. Zwaar verkeer: 4 voertuigen per etmaal In realiteit zal het aandeel zwaar vrachtverkeer veel lager uitvallen (er zal niet dagelijks zwaar verkeer van en naar de locatie komen ten behoeve van de sloop en bouwwerkzaamheden). De verkeersbewegingen zijn in het rekenmodel gemodelleerd door middel van lijnbronnen op de verschillende wegvakken. Het betreft buitenwegen. Er is vanuit gegaan dat de verkeersbewegingen vanuit het oosten en westen zullen komen. De ontsluitingsroute is meegerekend tot het moment dat het verkeer kan worden geacht opgenomen te zijn in het heersende verkeersbeeld. De stikstofdepositie van bovengenoemde bronnen wordt berekend op jaarbasis. In het rekenmodel worden de bronnen die per etmaal worden ingevoerd vermenigvuldigd met 365 om deze depositie te
Pagina 1 van 4
berekenen (lichte vervoersbewegingen). Dit betekent dat het mogelijk is dat er dagen meerdere vervoersbewegingen zijn en andere dagen weer minder. Bovenstaande aantallen zijn dan ook gemiddelden tijdens de bouwfase.
1.1.2. Inzet mobiele werktuigen/materieel met een relevante bijdrage
Bij de bouw van de stal zal sprake zijn van het gebruik van mobiele werktuigen ter ondersteuning van de bouwwerkzaamheden. De mobiele werktuigen zijn ingevoerd als vlakbron op de bouwplaats: de locatie van de nieuw te realiseren stal en omliggend terrein. De mobiele werktuigen zijn geselecteerd uit de subcategorie ‘bouw en industrie’. Via de eigen specificatie zijn de draaiuren zoals hieronder beschreven ingevuld. De emissies van de mobiele werktuigen worden met deze gegevens automatisch berekend. Er is uitgegaan van mobiele werktuigen met het bouwjaar vanaf 2002/2003. De werkelijke mobiele werktuigen die zullen worden ingezet zullen naar waarschijnlijkheid van een recenter bouwjaar zijn. Voor de inzet van de mobiele werktuigen/materieel zijn de volgende invoergegevens gehanteerd: 1. Graafmachine Er is vanuit gegaan dat één graafmachine circa 50 draaiuren bezig is voor de sloop van de stallen en het grondwerk voor de nieuw te bouwen woning. De graafmachine wordt ingezet voor het ontgraven van de fundering, kelders, kabels, leidingen etc.
2. Betonpomp Het beton wordt via een betonpomp gestort in de bekisting. Ook deze betonpomp draagt bij aan de emissie van stikstof. Tijdens het verpompen van het beton wordt de motor gebruikt. Voor het verpompen van beton is circa 20 uur een betonpomp operationeel. Met gebruik van de betonstorter wordt de fundering en dergelijke aangebracht.
Pagina 2 van 4
3. Mobiele bouwkraan De hijskraan is ondersteunend bij het plaatsen en verwijderen van zware materialen zoals sandwichpanelen, ramen, deuren, roosters, hekwerken etc. Er is van uitgegaan dat deze bouwkraan circa 40 draaiuren in gebruik zal zijn.
4. Bronbemaling Er zal een bronbemalingspomp worden ingezet om het grondwater ter plaatse van de nieuwe woning te verwijderen. Er wordt vanuit gegaan dat de pomp circa 7 dagen (168 uur) continu in werking is.
5. Trilplaat Er zal een trilplaat in werking zijn voor het vlak maken van de gronden en het aan trillen van verharding. Er is vanuit gegaan dat één trilplaat circa 16 uur in werking is.
Pagina 3 van 4
6. Hoogwerker Op locatie zal een hoogwerker aanwezig zijn om op hoogte te kunnen werken. Deze hoogwerker zal in totaal circa 30 uur aanwezig zijn zodat werknemers op hoogte kunnen werken.
Pagina 4 van 4
bestemmingsplan Liempdseweg 19-21 te Sint-Oedenrode
Bijlage 6 Quickscan Flora-Fauna
84 nrode" (concept)
bestemmingsplan "Liempdseweg 19-21 te Sint-Oede
ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling
LOCATIE: LIEMPDSEWEG 19, SINT-OEDENRODE RAPPORTNUMMER: 2021-BE-0837 In opdracht van: Van Dun Advies BV Dorpsstraat 54 5113 TE Ulicoten
E Brabant Eco Ecologische dienstverlening
Ecologische quickscan Liempdseweg 19, Sint-Oedenrode
Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2021-BE-0837
Opdrachtgever Van Dun Advies BV
Contactpersoon De heer F. van den Borne
Locatie Liempdseweg 19, Sint-Oedenrode
Opleverdatum 29 januari 2021
Uitvoerder
Brabant Eco Ecologische dienstverlening De Lange Kant 27 5061PX Oisterwijk 06-24218274
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron
Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.
P a g i n a |1
Ecologische quickscan Liempdseweg 19, Sint-Oedenrode
Inhoudsopgave
1.
Inleiding en onderzoek………………………………………………………....4
2.
Beleidskader
………………………………………………………………...5
Wet natuurbescherming 3.
Plangebiedsbeschrijving …………………………………………………..… .8 Huidige situatie Voorgenomen ontwikkeling
4.
Praktijk ecologische quickscan
………………………………..…..………11
Bureaustudie Veldonderzoek Praktijktoetsing 5.
Beschermde natuurwaarden………………………………………..….……..18 Flora Zoogdieren Vogels Amfibieën, vissen en reptielen Overige soorten
6.
Resultaten en advies
……………………………………………………….24
7.
Lijst van bronnen
…………………………………………………….…26
8.
Bijlagen
…………………………………………………………………..…..27
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |2
Ecologische quickscan Liempdseweg 19, Sint-Oedenrode
Samenvatting
Initiatiefnemer heeft het bedrijf aan de Liempdseweg 19 te Sint-Oedenrode bij de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO) aangemeld voor de warme saneringsregeling varkenshouderij 2020. Daardoor zullen de aanwezige varkensstallen worden gesloopt en zal het huidige bestemmingsplan worden omgezet naar een woonbestemming. Volgens plan wordt er in het kader van Ruimte voor Ruimte een nieuwe woning gebouwd. De op het perceel gevestigde intensieve varkenshouderij zal volledig verdwijnen waardoor er een verbetering van de milieukwaliteit zal plaatsvinden door het definitief vervallen van geurhinder, ammoniakemissie en uitstoot van stikstof. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. Voor de sloopvergunning heeft opdrachtgever de vraag gekregen tot het laten uitvoeren van een onderzoek naar beschermde natuurwaarden. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Inhoudsopgave Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten weer van de natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.
Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van de waargenomen soorten of mogelijk aanwezige soorten en hun functioneel leefgebied. Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is dan ook niet nodig. De zorgplicht is altijd van toepassing. Natuurinclusief bouwen wordt aanbevolen. Frenk van de Wal Brabant Eco Januari 2021
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |3
Ecologische quickscan Liempdseweg 19, Sint-Oedenrode
1. INLEIDING EN ONDERZOEK 1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever van Dun advies is het bedrijf aan de Liempdseweg 19 te Sint-Oedenrode aangemeld bij de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO) voor de warme saneringsregeling varkenshouderij 2020. Daardoor zal het varkensbedrijf volledig worden gesaneerd. De bestaande bedrijfsgebouwen, bestaande uit drie varkensstallen met bijbehorende tussenbouw, worden gesloopt. De op het perceel gevestigde intensieve varkenshouderij zal volledig verdwijnen. De beoogde ontwikkeling betreft de omzetting van het geldende intensief agrarische bestemmingsplan naar een woonbestemming. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.
1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op deze beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen of uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.
1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?
1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl) o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o De uitkomsten en vervolgstappen van het natuuronderzoek zijn te begrijpen voor de opdrachtgever. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |4
Ecologische quickscan Liempdseweg 19, Sint-Oedenrode
2. BELEIDSKADER 2. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de vogel- en habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.
Gebiedsbescherming 2.1 Natura-2000 Natura-2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland worden deze gebieden aangewezen binnen de EU-vogelrichtlijn als de EU-habitatrichtlijn. In Natura-2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In het opgestelde beheersplan wordt beschreven hoe de instandhoudingsdoelstellingen bereikt dienen te worden. Nederland heeft ruim 160 Natura-2000 gebieden.
2.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het bestaat uit gebieden die samen een netwerk vormen door Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. In de EHS geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Naast een 20 Nationale parken, meren, rivieren, kustzone van de Noordzee en de Waddenzee vallen alle Natura 2000 onder het NNN. De landbouwgebieden worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer.
Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.
2.3 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: o Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. o Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. o Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |5
Ecologische quickscan Liempdseweg 19, Sint-Oedenrode
Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn.
2.4 EU-Vogelrichtlijn Het doel van de Vogelrichtlijn is het in stand houden van alle natuurlijk in Europa in het wild levende vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'. De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. De Eu-Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt: o Het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); o Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); o Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); o Het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); o Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).