CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 Toelichting De Kuilen 12a en 13 (inclusief bijlagen)

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Ontwikkelplan sanering varkenshouderij'26.313 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).

SIKB.

Rapport 13990.001 versie 1

Pagina 1 van 18

Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd:             2.3

het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Noord-Brabant; de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Meierijstad; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging. Afbakening en huidige situatie van het plangebied

Afbakening Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 1.000 meter rondom het plangebied.4 Het plangebied (oppervlakte circa 1,35 hectare) ligt aan De Kuilen 12a en 13, ongeveer 1,5 kilometer ten zuidwesten van de kom van Veghel in de gemeente Meierijstad (zie figuur 1 en figuur 2). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 10,5 meter +NAP. Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens. Het plangebied is momenteel deels in gebruik als grasland. Het oostelijke deel van het plangebied is bebouwd met een agrarisch bedrijf (zie figuur 3). Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan.

In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures.

4

Binnen deze straal wordt geacht dat er voldoende informatie beschikbaar is om een gefundeerde uitspraak te doen over de archeologische verwachting van het plangebied.

Rapport 13990.001 versie 1

Pagina 2 van 18

Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan Buitengebied (2015). Volgens dit bestemmingsplan heeft het oostelijke deel van het plangebied een dubbelbestemming Waarde – Archeologie 3 en het westelijke deel van het plangebied een dubbelbestemming Waarde – Archeologie 4. Volgens de bijbehorende planregels is bij Waarde – Archeologie 3 archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 250 m2 en dieper dan 30 cm beneden maaiveld. Bij Waarde – Archeologie 4 is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 10.000 m2 en dieper dan 30 cm beneden maaiveld 5 De dubbelbestemming is afgeleid van de archeologische verwachtingskaart van de (voormalige) gemeente Veghel en de bijbehorende beleidsnota. Volgens de verwachtingskaart (Figuur 4) ligt het oostelijke deel van het plangebied in een zone met een middelhoge archeologische verwachting. De rest van het plangebied heeft geen archeologische verwachting als gevolg van bodemverstoringen. 6 Bodemloket De overheid initieert middels het Bodemloket inzicht te geven in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit in Nederland in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). Ook laat het Bodemloket zien waar vroeger (bedrijfs-) activiteiten hebben plaatsgevonden die extra aandacht verdienen.

Ook worden op het Bodemloket voormalige potentieel bodembedreigende bedrijfsactiviteiten weergegeven. Gegevens van het Bodemloket dienen als indicatief te worden beschouwd. Binnen het plangebied zijn voor zover bekend binnen het Bodemloket van de Provincie Noord-Brabant geen milieuhygiënische onderzoeken uitgevoerd.7 2.4

Toekomstige situatie

Het toekomstige gebruik/inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. In het plangebied zullen vier kavels worden gerealiseerd waarin vier woningen met bijgebouw zullen worden gerealiseerd. Hiervoor zal alle bestaande bebouwing in het (oosten van het) plangebied worden gesloopt. Het totale oppervlak en de diepte van verstoring ten behoeve van de nieuwbouw zijn nog niet bekend (zie bijlage 6). 2.5

Aardwetenschappelijke gegevens

Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel I.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied

Type gegevens

Gegevensomschrijving

Geologie8

Formatie van Boxtel met een dek van het Laagpakket van Wierden; fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een zanddek (Bx6)

Geomorfologie9

Noordelijke deel: Dekzandvlakte (2M51) Zuidelijke deel: Dekzandwelvingen (3L51)

5

Portaal voor Ruimtelijke Plannen. Buesink, 2014 7 Bodemloket Noord-Brabant 8 De Mulder et al., 2003. 9 Wageningen Environmental Research, 2017. 6

Rapport 13990.001 versie 1

Pagina 3 van 18

Bodemkunde10

Hoge zwarte enkeerdgronden (zEZ21) en (langs de oostelijke rand) Beekeerdgronden (pZg21)

Grondwatertrap

VII en (langs de oostelijke rand) V

Landschappelijke ontwikkeling Gedurende de laatste ijstijd had de wind vrij spel in het verplaatsen van zand en silt. In deze periode werd over een groot deel van Nederland, waaronder ook de omgeving van het plangebied, een pakket dekzand afgezet. De dekzanden zijn onderverdeeld in het Oude en Jonge dekzand. Het Oude dekzand is tijdens het Pleniglaciaal afgezet in horizontaal gelaagde pakketten. Door verspoeling komen er vaak lemige of (zwak) grindige banden in het Oude dekzand voor. Het Jonge dekzand is tijdens het Laat Glaciaal afgezet in de vorm van dekzandruggen. Het Jonge dekzand is uitsluitend eolisch afgezet en bevat daardoor geen leem- en grindfractie. Het Jonge dekzand wordt ook wel het Laagpakket van Wierden genoemd, welke behoort tot de Formatie van Boxtel waaronder ook het Oude dekzand valt. Volgens de geologische kaart bevindt het plangebied zich in een uitgestrekt gebied met afzettingen van de Formatie van Boxtel met een dek van het Laagpakket van Wierden; fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een zanddek (Bx6). 11 In het Holoceen (vanaf circa 10.000 jaar geleden) zijn door verwaaiing van de dekzanden lokaal stuifzandgebieden gevormd.

Bij het ontstaan hiervan speelde de mens een belangrijke rol, door beweiding, afbranden en het steken van plaggen op de heidevelden dat voornamelijk plaatsvond in de Nieuwe tijd.12 De stuifzanden worden gerekend tot het Laagpakket van Kootwijk, welke behoort tot de Formatie van Boxtel. Volgens de geomorfologische kaart is het westelijke deel van het plangebied onderdeel van zo’n stuifduinencomplex (zie figuur 5). Daarnaast zijn er in (lokale) beekdalen in de omgeving van Schijndel afzettingen gevormd bestaande uit leem, veen en zand. Deze afzettingen worden gerekend tot het Laagpakket van Singraven, welke tevens behoren tot de Formatie van Boxtel. Het dichtstbijzijnde beekdal, het dal van de Aa, bevind zich op circa 3.000 meter ten noordoosten van het plangebied. DINO13 Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO.

In het Dinoloket is een boring op 300 meter ten zuiden van het plangebied bestudeerd.14 Hieruit blijkt dat de ondergrond ter plaatse bestaat uit matig fijn zand tot circa 2 meter -mv op leemafzettingen. Geomorfologie15 De geomorfologische kaart van Nederland (1:50.000) geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied op de overgang van vier landschappelijk eenheden. Het noordelijke deel van het plangebied ligt op een dekzandvlakte (2M51) en het zuidelijke deel op dekzandwelvingen (3L51). Iets ten westen van het plangebied liggen landduinen met bijbehorende vlakte (4L54) (gevormd in het Holoceen tot heden) en

10

Stichting voor Bodemkartering, 1969. De Mulder et al. 2003, Berendsen, 2008. 12 Berendsen, 2008 13 Dinoloket. 14 DINO boornummers B45G0475 15 Wageningen Environmental Research, 2017. 11

Rapport 13990.001 versie 1

Pagina 4 van 18

iets ten zuidwesten van het plangebied een dekzandrug (3B53). Deze onderverdeling geeft dat aan dat de zandafzettingen in het plangebied in een groot deel van het plangebied gedurende de Jonge Dryas zijn afgezet. Alleen de landduinen iets ten westen van het plangebied zijn later in het Holoceen afgezet als stuifzandafzettingen (zie figuur 5). Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)16 Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Uitgaande van het AHN ligt het plangebied op een vlakte direct ten oosten van een hoger gelegen (stuif)duinenrug. De grond ter plaatse van de boerderij in het oosten van het plangebied bevindt zich ongeveer een halve meter hoger dan de rest van het plangebied en de directe omgeving. Vermoedelijk is dit door ophoging ontstaan (zie figuur 6). Vergraven gronden17 Uit de ontgrondingsgegevens van de Provincie Noord-Brabant blijkt dat het uiterste noordwestelijke punt van het plangebied onderdeel uitmaakt van een ontgronding uit de periode 1950-1998 ontstaan door delfstoffenwinning. Vermoedelijk betreft het een afgraving van het nu nog ten westen hiervan gelegen stuifduinencomplex.

De westelijke rand van de ontgronding komt namelijk precies overeen met de oostelijke rand van de stuifduinen. Verder valt op dat in het gebied ten westen van de stuifduinen nagenoeg alle percelen ontgrond zijn (zie figuur 7). Volgens de huidige eigenaar van het plangebied is de humeuze bovengrond van het onbebouwde deel van het plangebied in het verleden afgeschoven, waarna de top van het gele zand is afgegraven en de humeuze grond weer is teruggestort. Bodemkunde18 Volgens de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) is het plangebied grotendeels gekarteerd als hoge zwarte enkeerdgronden (zEZ21). Alleen de oostelijke rand ligt binnen een gebied met beekeerdgronden (pZg21) (zie figuur 8). Enkeerdgronden zijn oude bouwlanden, die vanaf de Late Middeleeuwen op de Pleistocene zandgronden zijn ontstaan door het opbrengen van mest (uit potstallen) vermengd met plaggen, die gestoken werden op de woeste gronden (zoals heide, bossen en beekdalen). Dergelijke gronden zijn eerst ontstaan op de hogere delen van het landschap en hebben zich later uitgebreid tot de lagere delen. Ze bestaan uit dikke lagen leemarme en humusrijke gronden. Het belang van een enkeerdgrond ligt in de beschermende kwaliteiten van het dek. Eventuele archeologische waarden worden in de regel door het dikke dek beschermd tegen verstoring door onder andere agrarische activiteiten.

Sinds de jaren ‘80 van de 20e eeuw is er een grotere en meer systematische aandacht voor plaggenbodems in Nederland. In veel gevallen bleken de betreffende terreinen een hoge dichtheid aan verhoudingsgewijs goed geconserveerde archeologische overblijfselen te bevatten, soms zelfs complete archeologische landschappen. De vaak opmerkelijke resultaten vormen de belangrijkste bron voor de beschrijving van de bewoning en het landgebruik in de zandlandschappen voor de periode vanaf de Midden-Bronstijd tot in de Nieuwe tijd. Veel hiervan representeert de vroegere geschiedenis van de dorpen die tussen de 9e en de 12e eeuw naast de essen kwamen te liggen. De rijkdom aan archeologische resten heeft er toe geleid dat de hoger en droger gelegen plaggendekken of enkeerdgronden over het algemeen een hoge indicatieve archeologische waarde kregen.19

16

AHN. Provincie Noorrd-Brabant 18 Stichting voor Bodemkartering, 1969. 19 Doesburg et al., 2007. 17

Rapport 13990.001 versie 1

Pagina 5 van 18

Beekeerdgronden zijn bodems met een humushoudende bovengrond met hydromorfe kenmerken (gleysporen) onder de A-horizont. Het humushoudende dek kan tot 50 cm dik zijn. Als het dikker is dan 30 cm dan is het meestal opgehoogd met een eerddek. Als het dikker is dan 50 cm behoort de bodme tot de enkeerdgronden. In de omgeving rond het plangebied zijn deze bodems ontstaan in de uitgestrekte vlakke en laaggelegen delen buiten de beekdalen. Boringen en/of sonderingen In het plangebied zijn in het kader van andere bodemonderzoeken (nog) geen boringen dan wel sonderingen gezet waarvan de resultaten gebruikt kunnen worden voor dit bureauonderzoek. Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. In stedelijk gebied zijn geen grondwatertrappen bepaald. Deze worden als ‘witte vlekken’ op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) weergegeven. Tabel II geeft een overzicht van de klassengrenzen die worden aangehouden bij de indeling van de grondwatertrappen. De trappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VII van respectievelijk extreem nat tot extreem droog.

Bij sommige grondwatertrappen is een * weergegeven: het gaat hier om tussenliggende grondwatertrappen die een drogere variant vertegenwoordigen. Grondwatertrappenindeling20

Tabel II. Grondwatertrap

I

II'

III'

IV

V'

VI

VII"

VIII

GHG (cm -mv)

-

<40

<40

>40

<40

40-80

>80

> 140

GLG (cm -mv)

<50

50-80

80-120

80-120

>120

>120

>120

-

') ")

Bij deze grondwatertrappen wordt een droger deel onderscheiden Een met een * achter de code als onderverdeling aangegeven "zeer droog deel" heeft een GHG dieper dan 140 cm beneden maaiveld

Gebiedsdelen met een goede ontwatering (Grondwatertrap VI, VII en VIII) zijn zeer geschikt voor landbouw en vormden mede daarom, vooral in het verleden, een aantrekkelijk vestigingsgebied. Ook is het grondwaterpeil een indicatie voor de conservering van metalen en organische resten, hoe beter de ontwatering hoe slechter de conservering. Het plangebied bevindt zich grotendeels in een gebied dat wordt gekenmerkt met een grondwatertrap VII. De oostelijke rand van het plangebied valt in een gebied met grondwatertrap V. Omdat het plangebied op zand ligt en de toekomstige bebouwing maar op een beperkt deel van het plangebied zal plaatsvinden wordt niet verwacht dat het toekomstig grondwaterpeil zal worden beïnvloed. 2.6

Archeologische waarden

Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erf-

20

Locher & De Bakker, 1990.

Rapport 13990.001 versie 1

Pagina 6 van 18

goed (RCE).21 In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 9. Hierop staan de in ARCHIS geregistreerde AMK-terreinen, waarnemingen, vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 1.000 meter weergegeven. Aangezien de gemeentelijke beleidskaart een hoger detailniveau heeft dan de landelijke IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarde) is de IKAW voor het onderzoek niet geraadpleegd. Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Noord-Brabant22 In de CHW-kaart van de provincie Noord-Brabant heeft de provincie het ‘provinciaal belang’ aangeduid. Dit belang bestaat uit 21 cultuurhistorische en 16 archeologische landschappen. In de 21 cultuurhistorische landschappen heeft de provincie verschillende cultuurhistorische vlakken gedefinieerd. Van al deze landschappen en vlakken zijn beknopte beschrijvingen gemaakt. De 16 archeologische landschappen hebben tot doel om het bodemarchief in de bewuste gebieden duurzaam en in samenhang te behouden. Het plangebied ligt niet in een cultuurhistorisch landschap. Het plangebied ligt in het archeologisch landschap Dommeldal Nuenen-Gestel (landschap 22).

Dit landschap omvat het rivierdal van de Dommel tussen Sint-Michielsgestel en Nuenen, almede de hierin uitwaterende beken de Groote Beek bij Son, de Grote Waterloop bij Liempde en de Kleine Aa/Smalwater onder Boxtel. Langs beide zijden van de rivier- en beekdalen, op de overgang naar het hoger gelegen dekzandlandschap, ligt een aaneenschakeling van oude bouwland-complexen. Deze zijn ook tot landschap 22 gerekend, evenals de met oude bouwlanden bedekte dekzandrug tussen Best en Nijnsel en een vergelijkbare rug ten noorden van Sint-Oedenrode. Landschap 22 is één van de archeologisch rijkste landschappen van Noord-Brabant. Dit blijkt vooral uit het grote aantal AMK-terreinen die meer dan 3% van het gebied bedekken en die als een kralensnoer van noord naar zuid langs het Dommeldal liggen. Vanwege het verhoudingsgewijs grote areaal aan oude bouwlanden (circa 50% van oppervlak) is de kans op goed geconserveerde archeologische waarden bijzonder hoog. De chronologische samenstelling van het bestand aan waarnemingen en terreinen komt goed overeen met het algemene beeld van Noord-Brabant. In detail is te zien dat de jongere perioden (IJzertijd tot Late Middeleeuwen) overwegend licht oververtegenwoordigd zijn en de oudere perioden (Paleolithicum tot Bronstijd) licht ondervertegenwoordigd.

Onder de Archiswaarnemingen komen alle complextypen voor met nederzettingsterreinen als overheersende categorie. Ook bij de AMK-terreinen bepaalt de categorie nederzettingen het beeld. Opvallend is hier het ontbreken van de complextypen depotsvondsten en infrastructuur. In een landschap waar een rivierdal beeldbepalend is, mag je juist deze typen verwachten. AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied23 De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Binnen zowel het plangebied als het onderzoeksgebied liggen geen AMK-terreinen (zie Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. en figuur 9).

21

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort Brabant.nl 23 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort 22

Rapport 13990.001 versie 1

Pagina 7 van 18

In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied24 Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal 13 archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij uitsluitend om bureauonderzoeken en booronderzoeken (zie bijlage 2 en figuur 9). De resultaten van de onderzoeken die rondom het plangebied zijn uitgevoerd laten zien dat, vooral buiten de gebieden met stuifduinen, de bodem veelal verstoord is door ontginningen uit de 19e en 20e eeuw. Bij diverse onderzoeken is echter een vervolgonderzoek geadviseerd dat (nog) niet uitgevoerd is. Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied25 In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het plangebied zijn geen vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied staat één vondstmelding geregistreerd op 700 meter ten noorden van het plangebied (zie bijlage 3 en figuur 9). Het betreffen resten van de St. Antoniuskapel, welke tot midden 20e eeuw in het centrum van Eerde heeft gestaan. 2.7

Beschrijving van het historische gebruik

In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegen- en kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20e eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Voor de historische ontwikkeling is naast het historisch kaartmateriaal ook relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd. Korte bewoningsgeschiedenis van Veghel In deze paragraaf wordt een bespreking van de bewoningsgeschiedenis van de streek gegeven. Een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland wordt weergegeven in bijlage 4. In een lijst van goederen en rechten van de abdij Berne wordt een predium (..) in Vehchele, ofwel ‘een landgoed in Veghel’, vermeld. Het stuk wordt op basis van het handschrift gedateerd op het eerste kwart van de 13e eeuw (1200-1225 na Chr.). Het is de oudst bekende vermelding van de plaatsnaam Veghel. Vermoedelijk stond er toen al een kerk aan de Markt, en werd met Veghel de daarbij gelegen nederzetting aangeduid.

De parochie van Veghel wordt voor het eerst vermeld in een brief van de hertog van Brabant van 5 augustus 1310 na Chr. Hij gaf toen aan zijn lieden van de parochie Veghel het gebruiksrecht in de gemene gronden of wildernis. Nu werd het woord ‘parochie’ in oude oorkonden ook wel eens in overdrachtelijke zin gebruikt om een dorp aan te duiden (dus zonder kerk). Maar hier is zeker dat er toen al een kerk in Veghel stond, omdat in dezelfde brief vermeld staat dat de helft van de boeten van overtredingen van de regels voor het gebruik van de gemene gronden voor de plaatselijke kerk was, en de andere helft voor de hertog van Brabant. Er is nog een indirecte aanwijzing voor een hogere ouderdom van de parochie. In de periode 1190-1230 na Chr. vond de indeling van de wildernis in gemene gronden grotendeels haar beslag. Verschillende gebruikersgroepen bakenden hun rechten af ten opzichte van naburige gebruikersgroepen. In Veghel kwam die gebruikersgroep overeen met de parochie, wat er op wijst dat de parochie omstreeks 1190-1230 na Chr. al bestond.26

24

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort 26 www.zijtaart.nl 25

Rapport 13990.001 versie 1

Pagina 8 van 18

In het gebied Scheifelaar bevindt zich de oudste kerk van Veghel. Hier staat het gebied bekend als Akert (een collectief van 'akker') waarmee men in het algemeen een groot landbouwcomplex nabij een nederzetting aanduidde. Ook lag vlakbij het in 1520 genoemde 'Alden kerkhof' en bevond zich ter plaatse van de huidige Mestbrug, circa 200 meter ten westen van het plangebied, een oversteekplaats in de Aa. Bij de Mestbrug in de woonwijk 't Zuid zijn in juni 2010 een flink aantal stenen funderingen opgegraven die wijzen op de voormalige aanwezigheid van een versterkt huis, een molen of een kerk. Ter plaatse van het huidige winkelcentrum De Boekt lag bovendien de Laarakker, een groot perceel dat tot het oudste bezit van de Veghelse kerk gerekend kan worden. Op een gegeven moment werd de kerk verplaatst naar de plaats van de tegenwoordige bibliotheek aan de markt.27 Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Tabel III.

Geraadpleegd historisch kaartmateriaal

Bron

Periode

Kaartblad

Schaal

Omschrijving plangebied

Bijzonderheden/directe omgeving

Kadastrale minuut28

1817

Gemeente Sint Oenderode, Sectie D, blad 01

1:2.500

Bouwland en weiland met bebouwing (boerderij en erf) langs De Kuilen

(voorganger van) De Kuilen ten zuiden van het plangebied al aanwezig. 175 meter ten noorden van het plangebied bevond zich boerderij De Bus

Militaire topografische kaart29 (nettekening)

1850-1864

45 ‘s-Hertogenbosch

1:50.000

Landbouwgrond met bebouwing (boerderij met bijgebouwen) langs De Kuilen, onderdeel van het gehucht Bus

Direct ten westen van het plangebied bosstrook en woeste gronden

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1900

629

1:50.000

Akkers en grasland met bebouwing (boerderij) langs De Kuilen

Direct ten westen van het plangebied onverhard pad en bos en heidegronden

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1910

629

1:50.000

Akkers en grasland met bebouwing (boerderij) langs De Kuilen

-

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1918

629

1:50.000

Akkers en grasland met bebouwing (boerderij) langs De Kuilen

-

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1928

629

1:25.000

Akkers en grasland met bebouwing (boerderij) langs De Kuilen

-

Topografische kaart

1956

45G

1:25.000

Akkers en grasland met bebouwing (boerderij) langs De Kuilen

Topografische kaart

1967

45G

1:25.000

Akkers en grasland met bebouwing (boerderij) langs De Kuilen

Topografische kaart

1978

45G

1:25.000

(uitgebreide) boerderij en grasland

Door ruilverkaveling zijn veel kleine percelen in de omgeving samengevoegd. De Kuilen verhard.

27

Van Asseldonk, 2010. Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 29 Kadaster Topotijdreis (bron voor deze kaart en de hierop volgende kaarten in deze tabel). 28

Rapport 13990.001 versie 1

Pagina 9 van 18

Topografische kaart

1988

45G

1:25.000

Boerderij en grasland, doorsneden door onverharde weg.

Het Loo ten oosten van het plangebied aangelegd als onverharde weg.

Topografische kaart

1994

45G

1:25.000

Boerderij en grasland, doorsneden door onverharde weg.

-

Topografische kaart

199

45G

1:25.000

Boerderij en grasland

-

Op het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal is te zien dat het plangebied vanaf in ieder geval het begin van de 19e eeuw grotendeels in agrarisch gebruik is geweest. De huidige De Kuilen was begin 19e eeuw al aanwezig als (onverharde) weg. Ongeveer ter hoogte van de huidige De Kuilen 14 bevond zich begin 19e eeuw al een huis met erf. In de 19e eeuw zijn er ter plaatse van de huidige boerderij meerdere (bij)gebouwen gerealiseerd. De rest van het plangebied bleef in gebruik als kleine akker- en weilandpercelen. In de 20e eeuw is de boerderij (meerdere malen) vernieuwd en uitgebreid. Bij ruilverkavelingen vanaf de jaren ’60 van de 20 e eeuw zijn de agrarische percelen samengevoegd tot grote percelen. Het gebied ten westen van het plangebied was begin 19 e eeuw nog onderdeel van een woest gebied maar is al snel daarna gecultiveerd voor bosbouw (zie figuur 10-12). Rijks- en gemeentemonumenten binnen attentiegebied Een rijksmonument is in Nederland een zaak (een bouwwerk of object, of het restant daarvan) die van algemeen belang is wegens de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. Een gemeente kan besluiten een bijzonder pand op de gemeentelijke monumentenlijst te zetten. Dit gebeurt als een pand geen nationale betekenis heeft, maar wel van plaatselijk of regionaal belang is.

Naast het gemeentelijk monument is er ook nog het Monumenten Inventarisatie Project (MIP). De MIP Gemeentebeschrijvingen vormen een verzameling beschrijvingen van de historischgeografische, sociaaleconomische, architectuurhistorische, bouwhistorische en stedenbouwkundige ontwikkelingen van gemeenten in de periode 1850-1940. Het plangebied ligt niet binnen een 750 meter attentiezone van zowel rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten als MIP monumenten. Bouwhistorische gegevens Bij het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC.nl) is het bouwtekeningen-archief geraadpleegd. Tabel IV geeft een opsomming van de bekende bouwvergunningen voor het plangebied. Tabel IV.

Verleende bouwvergunningen

Jaartal

Omschrijving

Verstoring

1970

Oprichting varkensstal

Oppervlakte circa 300 m2, verstoringsdiepte sterk wisselend van 30-140 cm -mv

1972

Oprichting loopligboxenstal

Oppervlakte circa 270 m2, verstoringsdiepte sterk wisselend van 40-150 cm -mv

1975

Te slopen stal en gierkelder, nieuwbouw varkensstal

Oppervlakte circa 270 m2, verstoringsdiepte sterk wisselend van 30-140 cm -mv

1987

Uitbreiden bestaande varkensstal

Oppervlakte circa 230 m2, verstoringsdiepte 230 cm -mv

2004

Uitbreiden bestaande varkensstal

Oppervlakte circa 1.100 m2, verstoringsdiepte sterk wisselend 110-220 cm -mv

Rapport 13990.001 versie 1

Pagina 10 van 18

Bij het raadplegen van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) van de bestaande bebouwing blijkt dat de bebouwing in het plangebied vanaf de jaren ‘60 van de 20e eeuw tot begin 21e eeuw is gerealiseerd.30 Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd. 31 Veghel maakte deel uit van de operatie Market Garden. Dit was een grootschalig geallieerd offensief met als doel de Duitse troepen in het westen van Nederland af te snijden. Bij de operatie hoorden verschillende luchtlandingsoperaties en een grondoffensief. Bij Operatie Market Garden was het doel dat de Airborne Divisions de belangrijke bruggen over de Nederlandse rivieren zouden innemen. 32 De Operatie Market Garden was een grootschalig geallieerd offensief met als doel de vestiging van een bruggenhoofd ten noorden van de Neder-Rijn tussen Arnhem en het IJsselmeer om de Duitse troepen in het westen van Nederland af te snijden. 101st Airborne Division had de taak om de brug in Veghel te veroveren. Deze divisie landden op de dropzone ten zuidwesten van Veghel.

Er werd enkele dagen hevig gevochten, waarbij er schade werd veroorzaakt aan de huizen en verschillende Duitse en geallieerde soldaten sneuvelden.33 Volgens Heemkundevereniging Vehchele is er in de Tweede Wereldoorlog in dit gebied op 22 en 23 september een confrontatie van de Amerikanen en Engelsen geweest met de Duitse Kampfgruppe Walter. Tanks zijn hier in de aanval gegaan en werden beschoten. Sommige hebben nog lang als wrak op het land gestaan. Er is een verhaal dat soldaten met een tank niet verder konden en toen een onderdeel van hun tank hebben begraven om te voorkomen dat de vijand ermee vandoor zou gaan. In de omgeving van het plangebied zijn enkele ruimrapporten van Conventionele Explosieven bekend, zoals circa 75 meter ten zuidwesten en 250 meter ten oosten van het plangebied.34 Resten uit de Tweede Wereldoorlog kunnen niet worden uitgesloten, maar de kans op het aantreffen daarvan in het plangebied wordt klein geacht. Aanvullende informatie Heemkunde Vereniging Voor aanvullende informatie is contact gezocht met de plaatselijke Heemkundevereniging Vehchele. De heemkundevereniging gaf aan dat de locatie van historisch en archeologisch belang is. Over de locatie een boek geschreven door. M. van Asseldonk.

De informatie afkomstig uit de publicatie is gebruikt bij het schrijven van de archeologische onderzoeks- en vondstmeldingen (zie paragraaf 2.6), bij de hierboven besproken informatie over de Tweede Wereldoorlog en bij de korte bewoningsgeschiedenis van Veghel.

30

Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) Amersfoort & Kamphuis, 1990/De Jong, 1969 – 1994/ kaart/Ruimingskaart/Klep & Schoenmaker, 1995/Zwanenburg, 1990. 32 Ikme.nl 33 Klep & Schoenmaker, 1995. 34 Ruimingskaart Beobom. 31

Rapport 13990.001 versie 1

Indicatieve

kaart

Militair

Erfgoed/VEO

Bommen-

Pagina 11 van 18

2.8

Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel

Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel V.

Gespecificeerde archeologische verwachting

Archeologische periode

Gespecificeerde verwachting

Te verwachten complextype/resten

Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld

(Laat-)Paleolithicum

Laag

Kampementen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

Mesolithicum

Laag

Kampementen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

Neolithicum

Middelhoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, houtskool en gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

Bronstijd

Middelhoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

IJzertijd

Middelhoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

Romeinse tijd

Middelhoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

Vroege-Middeleeuwen

Middelhoog

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

Late-Middeleeuwen

Middelhoog

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

Nieuwe tijd

Hoog

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen

Onder maaiveld/in het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

Uit de landschappelijke ligging in een gebied bestaande uit dekzandruggen en -vlaktes, op de oostelijke rand van een stuifduinencomplex, blijkt dat het plangebied vanaf het Paleolithicum bewoonbaar is geweest voor jagers en verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers. Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied blijkt dat er in de omgeving van het plangebied alleen enkele sporen van menselijke activiteit zijn waar genomen uit het de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd.

Rapport 13990.001 versie 1

Pagina 12 van 18

De kans op het voorkomen van archeologische resten is, vanwege de ligging ver van een gradiëntzone naar een beekdal, landschappelijk gezien laag voor Paleolithicum en Mesolithicum. Een gradiëntzone was vanwege de nabijheid van stromend water en daarmee samenhangend goede jachtlocaties een gunstig leefgebied voor jagers en verzamelaars. Op basis van deze landschappelijke ligging geldt er voor het plangebied een lage gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Paleolithicum en Mesolithicum. Voor landbouwers vanaf het Neolithicum werd de geschiktheid van gronden voor akkerbouw een steeds belangrijker factor in de locatiekeuze van de mens. De eerste akkergronden werden op de van nature vruchtbaarste gronden aangelegd. Bovendien moesten de gronden goed ontwaterd zijn. De omgeving van het plangebied bestaat grotendeels uit een dekzandvlakte waar niet veel archeologische vondsten zijn aangetroffen. Het plangebied heeft daarom een middelhoge gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Late Middeleeuwen. Het plangebied ligt aan een meer dan 200 jaar oude weg door een oud agrarisch gebied op de rand van de woeste gronden. Ook in het plangebied zelf staat al minstens 200 jaar bebouwing. Het plangebied maakt deel uit van het gehucht Bus.

Het plangebied heeft daarom een hoge gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit de Nieuwe tijd. De archeologische resten worden verwacht onder het eerddek en in de top van dekzandafzettingen. De vondstenlaag is opgenomen onder in het eerddek; hier wordt ook wel van ‘cultuurlaag’ gesproken: een doorwerkte oude bodem tussen het eerddek en de ongeroerde ondergrond met kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, vuursteen en houtskool. Archeologische sporen worden verwacht tot ongeveer 25 cm in de top van de C-horizont. Aan en direct onder het maaiveld worden archeologische resten verwacht uit de Nieuwe tijd. Organische resten en metaal zullen slecht zijn geconserveerd door de relatief droge en zure bodemomstandigheden boven het hoogste grondwaterpeil (circa 1 meter -mv). Andere type indicatoren (aardewerk) zijn waarschijnlijk matig goed geconserveerd. Het complextype en de omvang van eventuele archeologische resten kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens.35 Bodemverstoring Dat een gebied een middelhoge of hoge archeologische verwachting heeft, betekent niet dat eventuele aanwezige archeologische resten behoudenswaardig zijn. De waarde van archeologische vindplaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate waarin grondsporen dan wel vondsten in situ bewaard zijn gebleven.

Het plangebied maakt deel uit van een agrarisch gebied dat in het verleden deels is ontgrond, vermoedelijk voor zandwinning. Verder is het oostelijke deel van het plangebied al minimaal 200 jaar deels bebowud. Op basis van de historische kaarten en de bouwdossiers blijkt dat de bebouwing in die periode meermaals is vervangen. Door ploegen, graafwerkzaamheden en bouwactiviteiten kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden, die vanaf het maaiveld worden verwacht, mogelijk verloren zijn gegaan. 2.9

Conclusie bureauonderzoek

Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Op basis van de in dit bureauonderzoek opgestelde middelhoge tot hoge archeologische verwachting vanaf het Neolithicum is binnen het plangebied ver35

Kars & Smit, 2003.

Rapport 13990.001 versie 1

Pagina 13 van 18

volgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Gezien de omvang van het plangebied en de aanwezigheid van een hoge zwarte enkeerdgrond is in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode een verkennend booronderzoek. Verspreid in het plangebied dienen boringen te worden gezet met als doel om inzicht te krijgen in de toestand van het bodemprofiel. Tevens dient gekeken te worden naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Door middel van het verkennend booronderzoek dient te worden vastgesteld of er binnen het plangebied archeologische resten in situ te verwachten zijn.

3

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK

3.1

Doelstelling en onderzoeksvragen

Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied. Tevens dient te worden vastgesteld wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. 3.2

Methoden

Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een verkennend booronderzoek, onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018), specificatie VS03. Voor het inventariserend veldonderzoek is op 2 februari 2021 door drs. M. Stiekema (Senior KNA Prospector) een Plan van aanpak (PvA) opgesteld. Het gehele plangebied was vrij toegankelijk. De boringen zijn verspreid binnen het plangebied gezet. Bij het zetten van de boringen is rekening gehouden met de aanwezige verhardingen en gebouwen. In totaal zijn er met behulp van een edelmanboor (diameter 7 cm) zeven boringen tot maximaal 2,20 meter -mv gezet (zie figuur 13). De boringen zijn lithologisch conform de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode beschreven.36 De boringen zijn met meetlinten ingemeten (x- en y-waarden). Van alle boringen is de maaiveldhoogte afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Aan de hand van het opgeboorde materiaal is beoordeeld of er wel, geen of slechts deels sprake is van een gaaf bodemprofiel. Tevens is gekeken naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen.

Het opgeboorde materiaal is in het veld door middel van versnijden/verkruimelen geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren, zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrand leem en bot. Vanwege het gebruik van het plangebied als weiland en verhard en deels bebouwd erf was het niet mogelijk een oppervlaktekartering uit te voeren. 3.3

Resultaten

Geologie en bodem De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de vorm van boorprofielen en worden in bijlage 7 weergegeven. Op basis van deze boorprofielen kunnen de hoofdlijnen van de opbouw van de bodemde bodemopbouw als volgt worden weergegeven.

36

Bosch, 2005.

Rapport 13990.001 versie 1

Pagina 14 van 18

Bij alle boringen is aan het maaiveld een humeuze deklaag aangetroffen met een dikte van 50-75 cm. Bij alle boringen is deze toplaag verstoord, wat blijkt uit de aangetroffen gevlektheid. Onder het humeuze dek is een verstoord zand pakket aangetroffen met een sterk wisselende dikte, variërend van 10 cm bij boring 3 tot 120 cm bij boring 7. Deze laag is plaatselijk humeus en verder duidelijk gevlekt. Onder deze verstoorde laag zijn bij alle boringen onverstoorde zwak tot sterk siltige dekzanden aangetroffen. Deze dekzandafzettingen zijn plaatselijk gleyhoudend en nat. De top van de onverstoorde dekzandafzettingen bevindt zich op een diepte van 70-190 cm -mv. Uit de boringen is op te maken dat de top van de dekzandafzettingen sterk is afgetopt, waarschijnlijk door zowel de ontgrondingen op de akker als graafwerkzaamheden rond de huidige bebouwing. Opvallend is dat bij de boringen rond de huidige bebouwing geen puin- en baksteenfragmenten zijn aangetroffen. Dit kan er op duiden dat na de sloop van voormalige bebouwing en voor de bouw van de huidige bebouwing vanaf midden 20e eeuw de grond ter plaatse is weg gegraven. Archeologische indicatoren In geen van de boringen zijn archeologische indicatoren waargenomen.

Het gaat hier echter om een verkennend bodemonderzoek, dat zich richt op de bodemopbouw en mogelijke bodemverstoringen die de archeologische trefkans kunnen beïnvloeden en niet zo zeer op het onderzoeken op de aanwezigheid van archeologische vondsten en/of sporen. 3.4

Conclusie veldonderzoek

Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. Op basis van de aangetroffen bodemverstoringen kan de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied worden bijgesteld naar laag voor alle perioden.

4

CONCLUSIE EN ADVIES

Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. Daarom is er aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Op basis van de waargenomen bodemverstoringen en de aanwezigheid van (onderkelderde) bebouwing op een deel van de nieuwbouwlocatie, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht. Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven. Bovenstaand advies is van Econsultancy. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Meierijstad). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 37).

37 Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456.

Rapport 13990.001 versie 1

Pagina 15 van 18

LITERATUUR Amersfoort, H. & P.H. Kamphuis, 1990: Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied. ‘s- Gravenhage. Asseldonk, M. van, 2010: Veghel. Een goet ende vet Dorp. Het ontstaan van Veghel, de ontwikkeling van het landschap en de samenleving, 600-1810. Nieuwe instrument voor de historische geografie. Woudrichem. Berendsen, H.J.A., 2008: Fysische Geografie van Nederland, deel 1: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNOrapport, NITG 05-043-A). Buesink, A., 2014: Gemeente Veghel. Actualisatie van de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart. BAAC rapport V-13.0274. Doesburg, J. van (red.), et al., 2007: Essen in zicht. Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid. Amersfoort 2007. Jong, L. de, 1969-1994: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. ‘s- Gravenhage. Kars, H. & A. Smit (red.), 2003: Handleiding Fysiek Behoud Archeologisch Erfgoed. Degradatiemechanismen in sporen en materialen. Monitoring van de conditie van het bodemarchief. Amsterdam (Geoarchaeological and Bioarchaeological Studies, 1). Klep C. & B. Schoenmaker, 1995: De Bevrijding Van Nederland 1944-1945 - Oorlog op de flank. Locher, W.P. & H. de Bakker, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 1: Algemene bodemkunde. Malmberg, Den Bosch.

Louwe Kooijmans,. L.P., P.W. van den Broeke, H. Fokkens, A. van Gijn (red.), 2005: Nederland in de prehistorie. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff, T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen. Stichting voor Bodemkartering, 1976: Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, blad 45 Oost/’sHertogenbosch. Wageningen Environmental Research, 2017: Geomorfologische Kaart van Nederland (2017), schaal 1:50.000. Zwanenburg G.J., 1990: En nooit was het stil - Kroniek van een luchtoorlog. Emmen.

Rapport 13990.001 versie 1

Pagina 16 van 18

BRONNEN AHN; internetsite, februari 2021. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, februari 2021. https://archis.cultureelerfgoed.nl Archieven; internetsite, februari 2021. https://www.archieven.nl/nl/ Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), internetsite, februari 2021. http://bagviewer.kadaster.nl Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureelerfgoed; internetsite, februari 2021 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Bodemkundig Informatie Systeem (BIS) Nederland, internetsite, februari 2021. http://maps.bodemdata.nl/ Bodemloket, internetsite, februari 2021. http://www.bodemloket.nl Brabant.nl; internetsite, februari 2021. https://noordbrabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=1dab0b45b3234fffa8090a4bc8ae06f8 Brabants Historisch Informatiecentrum; internetsite, februari 2021. http://www.bhic.nl Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Noord-Brabant; internetsite, februari 2021. http://www.brabant.nl/kaarten.aspx Data Archiving and Networked Services DANS-Easy; internetsite, februari 2021. https://easy.dans.knaw.nl/ui/home Dinoloket; internetsite, februari 2021. http://www.dinoloket.nl/ Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, februari 2021. http://www.ikme.nl/ Kadaster Topotijdreis; internetsite, februari 2021.

http://www.topotijdreis.nl/ Portaal voor ruimtelijke plannen; internetsite, februari 2021. http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/ Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK); internetsite, februari 2021. https://pdokviewer.pdok.nl

Rapport 13990.001 versie 1

Pagina 17 van 18

Ruimingskaart; internetsite, februari 2021. http://www.beobom.nl/ruimingskaart/ SIKB; internetsite, februari 2021. https://www.sikb.nl VEO Bommenkaart; internetsite, februari 2021. http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/ Zijtaart.nl, februari 2021 http://www.zijtaart.nl

Rapport 13990.001 versie 1

Pagina 18 van 18

Figuur 1. Situering van het plangebied binnen Nederland38

De Kuilen 12a en 13 te Veghel. Situering van het plangebied binnen Nederland Legenda Plangebied

38 Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK)

Rapport 13990.001 versie 1

Figuur 2. Detailkaart van het plangebied39

De Kuilen 12a en 13 te Veghel. Detailkaart van het plangebied Legenda Plangebied

39 Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK)

Rapport 13990.001 versie 1

Figuur 3. Luchtfoto van het plangebied40

De Kuilen 12a en 13 te Veghel. Luchtfoto van het plangebied Legenda Plangebied

40 Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK)

Rapport 13990.001 versie 1

Figuur 4. Situering van het plangebied binnen de archeologische verwachtingskaart41

De Kuilen 12a en 13 te Veghel. Situering van het plangebied binnen de archeologische verwachtingskaart van de voormalige gemeente Veghel Legenda (zie ook volgende pagina) Plangebied

41

Buesink, 2014

Rapport 13990.001 versie 1

Rapport 13990.001 versie 1

Figuur 5. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart42

De Kuilen 12a en 13 te Veghel. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart

Plangebied

42

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 13990.001 versie 1

Figuur 6. Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) 43

De Kuilen 12a en 13 te Veghel. Situering van het plangebied binnen Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Legenda Plangebied

43

AHN

Rapport 13990.001 versie 1

Figuur 7. Situering van het plangebied binnen de Vergravengrondenkaart 44

De Kuilen 12a en 13 te Veghel. Situering van het plangebied binnen de Vergravengrondenkaart Legenda Plangebied

44

AHN

Rapport 13990.001 versie 1

Figuur 8. Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart45

De Kuilen 12a en 13 te Veghel. Situering van het plangebied binnen de bodemkaart Legenda Plangebied

45

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 13990.001 versie 1

Figuur 9. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied 46

De Kuilen 12a en 13 te Veghel. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied (bron: Archeologisch informatiesysteem Archis3, AHN) Plangebied

46

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 13990.001 versie 1

Figuur 10. Situering van het plangebied binnen de Kadastrale minuut uit 1811-183247

De Kuilen 12a en 13 te Veghel. Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart (nettekening) uit 1830-1850 Legenda Plangebied

47

RCE Beeldbank

Rapport 13990.001 versie 1

Figuur 11. Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 1900 48

De Kuilen 12a en 13 te Veghel. Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart (veldminuut) Legenda Plangebied

48

Kadaster Topotijdreis

Rapport 13990.001 versie 1

Figuur 12. Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 195649

De Kuilen 12a en 13 te Veghel. Situering van het plangebied binnen de topografische kaart Legenda Plangebied

49

Kadaster Topotijdreis

Rapport 13990.001 versie 1

Figuur 13. Boorpuntenkaart

De Kuilen 12a en 13 te Veghel. Boorpuntenkaart Legenda Plangebied Boorpunt met nummer

Rapport 13990.001 versie 1

Bijlage 1 Ouderdom in jaren

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Chronostratigrafie

MIS

Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

15.700

1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)

Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)

2

LaatPleniglaciaal 29.000

50.000

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal

3

Formatie van Kreftenheye

Formatie van Boxtel

4

75.000

VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000

370.000 410.000

5a 5c 5d

Eemien (warme periode)

5e

Saalien (ijstijd)

6

Holsteinien (warme periode)

Formatie van Beegden

5b

Eem Formatie Formatie van Drente

Formatie van Urk

Elsterien (ijstijd) 475.000

Cromerien (warme periode) 850.000

Pre-Cromerien 2.600.000

Rapport 13990.001 versie 1

Formatie van Sterksel

Formatie van Peelo

Cal. jaren v/n Chr.

14

C jaren

Chronostratigrafie

Pollen zones

0

1950

Vb2

1500

Subatlanticum koeler vochtiger

450 0 12

Vb1 Va

Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem

Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd

800 815

2650

IVb Subboreaal koeler droger

2000

3755

IVa

5000

4900

5300

7020

8240

Atlanticum warm vochtig

III

Boreaal warmer

II

Preboreaal warmer

I

8000

9000

8800 11.755

10.150

12.745

10.800

13.675

11.800

14.025

12.000

15.700

13.000

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

Late Dryas

LW III

Allerød

LW II

Vroege Dryas LW I Bølling

35.000

Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)

Bronstijd

Neolithicum

Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend

Mesolithicum

parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra

VroegWeichselien (VroegGlaciaal)

perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap

Laat-Paleolithicum

75.000

115.000 130.000

Eemien (warme periode)

Midden-Paleolithicum loofbos

Saalien (ijstijd) 300.000

Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).

Rapport 13990.001 versie 1

Bijlage 2 Zaaknummer (OMnummer) 2275893100 (39494)

Onderzoeksmeldingen

Locatie

Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek

15 meter ten zuiden van het plangebied De Kuilen te Veghel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 162575/400726

Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Archeopro Datum: 20-2-2010 Resultaat: Bureauonderzoek voor twee in de buurt van elkaar gelegen percelen (zie ook 39.493). Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor de beide deelterreinen van het plangebied een hoge verwachting voor archeologische resten uit het Laat Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Voor de beide deelterreinen geldt dat bodemingrepen hebben plaatsgevonden die tot aanzienlijke aantasting van het bodemarchief kunnen hebben geleid. Om dit te toetsen is een verkennend booronderzoek noodzakelijk. Overal waar een dergelijk onderzoek een nog grotendeels intact bodemprofiel oplevert en waar bodemingrepen zijn voorzien, dient vervolgens een karterend booronderzoek of een proefsleuvenonderzoek te worden uitgevoerd. Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Archeopro Datum: 20-2-2010 Resultaat: Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor de beide deelterreinen van het plangebied een hoge verwachting voor archeologische resten uit het laat-paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. Voor de beide deelterreinen geldt dat bodemingrepen hebben plaatsgevonden die tot aanzienlijke aantasting van het bodemarchief kunnen hebben geleid. Om dit te toetsen is een verkennend booronderzoek noodzakelijk.

Overal waar een dergelijk onderzoek een nog grotendeels intact bodemprofiel oplevert en waar bodemingrepen zijn voorzien, dient vervolgens een karterend booronderzoek of een proefsleuvenonderzoek te worden uitgevoerd. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Archeopro Datum: 10-8-2010 Resultaat: Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor archeologische resten die dateren vanaf het Laat Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Om de kans op het aantreffen van archeologische indicatoren zo groot mogelijk te maken zijn binnen het plangebied 6 boringen gezet met behulp van een megaboor. Hiermee komt de boorintensiteit binnen het plangebied, op zestig boringen per hectare. Uit het met de megaboor verrichte onderzoek blijkt dat de bodem binnen het plangebied volledig verstoord is tot in de C-horizont. Ondanks het gebruik van een megaboor zijn volstrekt geen archeologische indicatoren aangetroffen. Gezien de sterke verstoring van de bodem en het volledig ontbreken van archeologische indicatoren, geven de resultaten van het onderzoek geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn tijdens het onderzoek archeologische resten aangetroffen waarmee tijdens de verdere planvorming of bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden rekening zou moeten worden gehouden.

Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: BILAN Datum: 16-8-2006 Resultaat: Onderzoek is uitgevoerd, maar resultaten zijn onbekend.

2275885100 (39493)

60 meter ten zuidwesten van het plangebied De Kuilen te Veghel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 162384/400722

2297455100 (42449)

90 meter ten zuidwesten van het plangebied De Kuilen te Veghel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 162367/400714

2127346100 (18481)

300 meter ten noorden van het plangebied te Eerde Gemeente Meierijstad Coördinaat: 162576/401299 500 meter ten noordoosten van het plangebied Haakakker te Eerde Gemeente Meierijstad Coördinaat: 162850/401377

2280330100 (40092)

2260931100 (37442)

600 meter ten zuidwesten van het plangebied Vlagheide Zuid te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 162116/400279

2328875100 (46658)

650 meter ten noorden van het plangebied te Eerde Gemeente Meierijstad Coördinaat: 162675/401585

Rapport 13990.001 versie 1

Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 23-3-2010 Resultaat: Het westelijke deel van het plangebied grenst aan een dekzandrug. Hier kunnen zich archeologische resten bevinden daterend vanaf de Steentijd. Aanbevolen wordt om hier karterend te boren op Steentijdvindplaatsen. Het oostelijke deel van het plangebied bevindt zich in een lager gelegen dekzandvlakte die pas laat is ontgonnen. Het betreft een drassig gebied dat minder geschikt was voor bewoning. Dit deel van het plangebied wordt vrijgegeven. Verder onderzoek is niet noodzakelijk. Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 7-10-2009 Resultaat: Op grond van de resultaten van het onderzoek en de mogelijkheid dat het plangebied door ontgronding is verstoord wordt er voor het plangebied een verkennend booronderzoek geadviseerd om de intactheid van de bodemopbouw in kaart te brengen en daarmee het verwachtingsmodel te toetsen. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Archeopro Datum: 14-5-2011 Resultaat: Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor wat betreft de aanwezigheid van archeologische resten daterend vanaf het Laat Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=4b9f35a0-b83c-4c3f-8bdb-f2e0eb8c2cd2