CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

BIjlage 6 Toelichting Erpsesteeg 6 (inclusief bijlagen)

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Ontwikkelplan sanering varkenshouderij'22.848 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

A. Toelichting Bestemmingsplan Erpsesteeg 6 te Zijtaart (Veghel) 14 juli 2022

Colofon Projectnummer: EX.17.1310 Versie: 4 Datum: 14 juli 2022

Opdrachtnemer Agrifirm NWE BV Exlan Advies Waalkade 33 5347 KR Oss

Postbus 300 5340 AH Oss

Locatie Erpsesteeg 6 te Zijtaart (Veghel)

Opdrachtgever Maatschap F.M.A. en A.M.P.M. van Moorsel – van Kemenade Erpsesteeg 6 5465 NX Veghel (Zijtaart)

Projectleider A. (Anton) van Zeeland T: 06 – 54786572 E: a.vanzeeland@agrifirm.com Contactpersoon J.M.P.A. (Sandra) Jansen – Sommers T: 06 – 208 266 96 E: s.j.jansen@agrifirm.com

2

Toelichting bestemmingsplan Erpsesteeg 6 te Zijtaart (Veghel)

Inhoudsopgave COLOFON .......................................................................................................................................................... 2 INHOUDSOPGAVE .............................................................................................................................................. 3 HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................................................................ 4 1.1 1.2 1.3

AANLEIDING ............................................................................................................................................ 4 LIGGING EN BEGRENZING VAN HET PLANGEBIED ................................................................................... 5 VIGERENDE BESTEMMINGSPLANNEN..................................................................................................... 6

HOOFDSTUK 2 PLANBESCHRIJVING .................................................................................................................. 9 2.1 2.2

BESTAANDE SITUATIE.............................................................................................................................. 9 BEOOGDE SITUATIE ............................................................................................................................... 10

HOOFDSTUK 3 BELEIDSTOETS ........................................................................................................................ 16 3.1 3.2 3.3 3.4

INLEIDING ............................................................................................................................................. 16 RIJKSBELEID ........................................................................................................................................... 16 PROVINCIAAL BELEID ............................................................................................................................ 18 GEMEENTELIJK BELEID .......................................................................................................................... 20

HOOFDSTUK 4 MILIEUHYGIËNISCHE EN PLANOLOGISCHE VERANTWOORDING ............................................. 26 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16

INLEIDING ............................................................................................................................................. 26 M.E.R.-BEOORDELING ........................................................................................................................... 26 CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE .................................................................................................. 27 NATUUR ................................................................................................................................................ 28 WATER .................................................................................................................................................. 29 BODEM.................................................................................................................................................. 33 TECHNISCHE INFRASTRUCTUUR ........................................................................................................... 33 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING .......................................................................................................... 33 GEUR .....................................................................................................................................................

35 AKOESTIEK ............................................................................................................................................ 36 LUCHTKWALITEIT .................................................................................................................................. 37 EXTERNE VEILIGHEID ............................................................................................................................. 41 HOOGSPANNINGSLIJNEN ...................................................................................................................... 42 SPUITZONES GEWASBESCHERMING ..................................................................................................... 42 VOLKSGEZONDHEID IN RELATIE TOT VEEHOUDERIJEN ......................................................................... 44 VERKEER EN PARKEREN......................................................................................................................... 44

HOOFDSTUK 5 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ....................................................................................... 46 HOOFDSTUK 6 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ............................................................................... 47 HOOFDSTUK 7 CONCLUSIE ............................................................................................................................. 51 HOOFDSTUK 8 BIJLAGEN ................................................................................................................................ 52

3

Toelichting bestemmingsplan Erpsesteeg 6 te Zijtaart (Veghel)

HOOFDSTUK 1 INLEIDING

1 1 Inleiding 1.1

AANLEIDING Initiatiefnemer exploiteerde tot kortgeleden op de locatie Erpsesteeg 6 te Zijtaart (hierna: plangebied) een biologisch agrarisch bedrijf in de vorm van een intensieve varkenshouderij en een akkerbouwbedrijf. Men heeft de gehele intensieve varkenshouderijtak ter plaatse beëindigd met de subsidieregeling ‘Sanering varkenshouderij’ (hierna: SRV). In het kader van de SRV dienden de varkensstallen ter plaatse te worden gesloopt en dient de locatie te worden herbestemd, zodat verzekerd is dat ter plaatse in de toekomst geen intensieve veehouderij meer opgericht wordt. Om op de locatie voldoende inkomsten te kunnen blijven genereren en de locatie economisch waardevol te houden kiest initiatiefnemer ervoor om de biologische akkerbouwtak verder te ontplooien tot een biologische vollegrondsgroenteteeltbedrijf. De afzet van de producten zal voor het grootste gedeelte regionaal gebeuren. Op die wijze is het mogelijk om zonder massateelt op biologische wijze een passend jaarinkomen te garanderen. Met regionale afzet wordt hier bedoeld dat een gedeelte van de producten zelf, aan huis op de initiatieflocatie, verkocht wordt. Daarnaast bestaat de gedachten om te gaan werken met consumenten abonnementen. Het grootste gedeelte van de afzet vindt echter plaats aan biologische streekwinkels, natuurvoedingswinkels, marktkooplieden en lokale horeca in de regio.

Ter plaatse van een gedeelte van de gronden waarop voorheen de varkensstallen waren gesitueerd is initiatiefnemer voornemens om in de toekomst boogkas(sen) (zogenoemde koude kassen) te realiseren om o.a. bepaalde teelten te kunnen vervroegen. Op basis van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de voormalige gemeente Veghel is de hierboven genoemde omschakeling binnen het plangebied rechtstreeks mogelijk. Ter plaatse van de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’ en de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ is het op basis van het bestemmingsplan namelijk mogelijk om zowel een grondgebonden agrarisch bedrijf als een intensieve veehouderij te exploiteren. Het bestemmingsplan verplicht initiatiefnemer in onderhavige situatie niet tot een herziening van het bestemmingsplan om de intensieve veehouderij te beëindigen en het grondgebonden agrarische bedrijf verder door te ontwikkelen. Enkel op basis van de voorwaarden uit de SRV is het noodzakelijk om het bestemmingsplan op de locatie Erpsesteeg 6 te Zijtaart te herzien. Dit om ter plaatse de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ van het bouwvlak te halen zodat t.b.v. de SRV verzekerd is dat ter plaatse geen intensieve veehouderij meer mogelijk is. Het vigerende bestemmingsplan bevat geen binnenplanse bevoegdheden om de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ ter plaatse van het bouwvlak en de verbeelding te halen.

Hierom dient dit met een partiële herziening van het bestemmingsplan te gebeuren. De gemeente Meierijstad kiest ervoor om alle varkensbedrijven binnen de gemeente die deelnemen aan de SRV en waarvan de ruimtelijke verzoeken tot herziening van de bestemming ter plaatse haalbaar worden geacht mee te nemen in een ‘veegplan’. Zo ook onderhavig initiatief t.b.v. het verwijderen van de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ van het bouwvlak. Een ‘veegplan’ is een bestemmingsplanherziening waarin meerdere

4

Toelichting bestemmingsplan Erpsesteeg 6 te Zijtaart (Veghel)

haalbare ruimtelijke verzoeken worden opgenomen. Het veegplan doorloopt dezelfde wettelijke procedure als een normaal bestemmingsplan. Het vigerende bestemmingsplan biedt geen rechtstreekse mogelijkheden voor de realisatie van boogkassen binnen het bouwvlak ter plaatse en het gebruik hiervan. Wel omvat het bestemmingsplan hiervoor een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, waarmee middels een omgevingsvergunning meegewerkt kan worden aan de realisatie van teeltondersteunende kassen binnen een bouwvlak zonder de aanduiding ‘glastuinbouw’. De gemeente heeft de voorkeur uitgesproken om in onderhavige situatie rechtstreeks bouwmogelijkheden op te nemen voor het oprichten van teeltondersteunende voorzieningen, zodat dit niet achteraf, na vaststelling van het bestemmingsplan, nog geregeld dient te worden middels een omgevingsvergunningprocedure. Het scheppen van rechtstreekse bouwmogelijkheden voor de realisatie van de gewenste boogkassen ter plaatse van de gronden waar tot voor kort de varkensstallen hebben gestaan, wordt samen met het verwijderen van de functieaanduiding intensieve veehouderij ter plaatse van het plangebied meegenomen in onderhavige ‘veegplan’ procedure.

1.2

LIGGING EN BEGRENZING VAN HET PLANGEBIED Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Meierijstad (het gedeelte van de voormalige gemeente Veghel), op circa 650 meter ten zuiden van de kern Zijtaart.

Zijtaart Keldonk

Figuur 1.1: Luchtfoto omgeving locatie Erpsesteeg 6 te Zijtaart (bron: https://www.topotijdreis.nl)

•

Het bedrijf omvat het kadastrale perceel: gemeente Veghel, sectie P, nummer 580. In het noorden grenst het plangebied direct aan de weg ‘Erpsesteeg’. In het westen grenst het plangebied aan de eigen landbouwgrond en in het oosten en zuiden wordt het plangebied begrensd door landbouwgronden van derden.

5

Toelichting bestemmingsplan Erpsesteeg 6 te Zijtaart (Veghel)

Figuur 1.2: Luchtfoto locatie Erpsesteeg 6 te Zijtaart t.o.v. de directe omgeving (bron: ruimtelijkeplannen.nl), plangebied met rode stippellijn weergegeven.

1.3

VIGERENDE BESTEMMINGSPLANNEN Ter plaatse van de locatie Erpsesteeg 6 te Veghel geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de voormalige gemeente Veghel. Dit bestemmingsplan is met een herbesluit van 22 augustus 2015 opnieuw, met wijzigingen, vastgesteld door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Veghel. Daarnaast geldt ter plaatse het ‘Paraplubestemmingsplan parkeren’ dat op 31 januari 2019 door de gemeenteraad van de gemeente Meierijstad is vastgesteld en het bestemmingsplan ‘Harmonisatie van diverse regelingen – laaghangend fruit’, vastgesteld op 27 januari 2021. Op basis van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ gelden ter plaatse van het agrarische bouwvlak (van circa 10.525 m²) op de locatie Erpsesteeg 6 te Veghel de volgende bestemmingen en aanduidingen: • Enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’; • Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’; • Functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’; • Gebiedsaanduiding ‘landbouwontwikkeling’; • Gebiedsaanduiding ‘struweel’; • Gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone – landbouwontwikkelingsgebied’; • Gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – radar.

6

Toelichting bestemmingsplan Erpsesteeg 6 te Zijtaart (Veghel)

Figuur 1.3: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Buitengebied’ ter plaatse van Erpsesteeg 6 te Zijtaart (Veghel) (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

•

Ter plaatse van de gronden met de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ en de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ is het volgens de regels van het bestemmingsplan mogelijk om zowel een grondgebonden als een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf uit te oefenen alsmede een intensieve veehouderij. De regels van het vigerende bestemmingsplan bepalen ook dat op de gronden binnen de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’ enkel binnen de bestemming passende bouwwerken mogen worden gebouwd, binnen een bouwvlak. Zoals reeds in de aanleiding is opgemerkt is een herziening van het bestemmingsplan ter plaatse niet nodig om de intensieve veehouderij op deze locatie te kunnen beëindigen en het grondgebonden agrarische bedrijf in de vorm van een biologisch vollegrondsgroenteteeltbedrijf door te ontwikkelen. Deze herziening is enkel nodig om in het kader van de SRV te kunnen garanderen dat ter plaatse geen intensieve veehouderij meer mogelijk is. De realisatie van (een) boogkas(sen) 1 is op basis van de bouwregels in het vigerende bestemmingsplan niet rechtstreeks mogelijk buiten de aanduiding ‘glastuinbouw’ (art. 4.2.2 lid c.).

In artikel 4.3.7 van het bestemmingsplan is echter een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen waarmee het bevoegd gezag door middel van een omgevingsvergunning kan afwijken van het bepaalde in lid 4.2.2, sub c, voor het bouwen van teeltondersteunende kassen binnen een maximale omvang van 0,5 ha binnen een bouwvlak zonder de aanduiding ‘glastuinbouw’, mits wordt voldaan aan de voorwaarden 1 Een kas wordt in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ Veghel als volgt gedefinieerd: ‘agrarisch

bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dek voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden waaronder mede begrepen een schuurkas of een permanente tunnel- of boogkas hoger dan 1,5 meter.’

7

Toelichting bestemmingsplan Erpsesteeg 6 te Zijtaart (Veghel)

die in het bestemmingsplan hieraan worden gesteld. De gemeente heeft de voorkeur uitgesproken om in onderhavige situatie rechtstreeks bouwmogelijkheden op te nemen voor het oprichten van teeltondersteunende voorzieningen, zodat dit niet achteraf, na vaststelling van het bestemmingsplan, nog geregeld dient te worden middels een omgevingsvergunningprocedure. De voorwaarden die daarvoor in artikel 4.3.7 van het bestemmingsplan zijn opgenomen voor het bouwen van teeltondersteunende kassen binnen een bouwvlak zonder de aanduiding ‘glastuinbouw’ blijven daarvoor veelal als richtlijn gelden. Aangezien de gemeente de bovengenoemde binnenplanse afwijkingsbevoegdheid wel als richtlijn hanteert is deze met de bijbehorende voorwaarden verder uitgewerkt in paragraaf 3.4 ‘gemeentelijk beleid’ van onderhavige toelichting.

8

Toelichting bestemmingsplan Erpsesteeg 6 te Zijtaart (Veghel)

HOOFDSTUK 2 PLANBESCHRIJVING

2 1 Planbeschrijving 2.1

BESTAANDE SITUATIE Op de locatie Erpsesteeg 6 te Zijtaart heeft men tot vrij recent een biologische varkenshouderij en akkerbouwbedrijf geëxploiteerd. Om aan de SRV voorwaarden te kunnen voldoen is inmiddels alle intensieve veehouderijbebouwing gesloopt. Het bedrijf beschikte tot voor kort over een vergunning voor de huisvesting van 450 gespeende biggen, 56 kraamzeugen, 126 guste/dragende zeugen, 1 dekbeer en 838 vleesvarkens/opfokzeugen. Op het huisperceel beschikt men over circa. 0,6 ha akkerbouwgrond en op enige afstand over circa 17 ha 2. Tot op heden heeft de biologische teelt met name bestaan uit aardappelen, gras, granen en maïs. Daarnaast is ter plaatse in het kader van de milieuvergunning, vergunning verleend voor productie gebonden detailhandel i.v.m. de verkoop van vleespakketten. Hiervoor is een gedeelte van een bestaande loods ingericht. Binnen het bouwvlak was tot vrij recent de volgende bebouwing aanwezig: • Bedrijfswoning; • Carport/ garage/ bergplaats (circa 130 m²) ; • Opslagloods/ stallingsruimte met voorin een verkoopruimte (circa 500 m²) ; • 2 varkensstallen (ca. 2.400 m² en 1.600 m²); • 3 voerplaten/ sleufsilo’s (gezamenlijk ca. 750 m²).

2 Deze gronden zijn gelegen in Lieshout en Sint Oedenrode

9

Toelichting bestemmingsplan Erpsesteeg 6 te Zijtaart (Veghel)

Bedrijfswoning

Carport Garage Loods incl. verkoopruimte

Varkensstallen Sleufsilo’s/voerplaten

•

2.2

Figuur 2.1: Uitsnede luchtfoto locatie Erpsesteeg 6 te Veghel (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

BEOOGDE SITUATIE Sloop varkensstallen, voersilo’s en sleufsilo’s/ voerplaten: Initiatiefnemer neemt, als gezegd, deel aan de SRV. Dit betekent dat men reeds alle intensieve veehouderijbebouwing, zoals de bestaande varkensstallen, voersilo’s en sleufsilo’s/voerplaten, ter plaatse heeft verwijderd. Daarnaast dient de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ van het bouwvlak te worden verwijderd. Bedrijfswoning en bijgebouwen: De bedrijfswoning en de bijgebouwen (carport en garage) bij de bedrijfswoning met een oppervlakte van circa 130 m² blijven gehandhaafd. Deze woning zal verder bewoond blijven t.b.v. de voortzetting van het bedrijf in de vorm van een biologische vollegrond groenteteeltbedrijf. De bijgebouwen blijven, zoals in de huidige vergunde situatie, in gebruik als bijgebouwen bij de bedrijfswoning. Bestaande loods inclusief verkoopruimte: De bestaande loods met een oppervlakte van circa 470 m², inclusief verkoopruimte, blijft gehandhaafd en in gebruik voor de stalling van de eigen landbouwvoertuigen en machines 3. Daarnaast worden in het onderkelderde gedeelte van de loods de aardappelen danwel andere teelten die afkomstig zijn van het land opgeslagen. Verder is initiatiefnemer voornemens om de eigen geteelde producten in een gedeelte binnen deze loods te bewerken en te verpakken.

3 Momenteel aanwezig t.b.v. biologische akkerbouwtak: 1 tractor, 2 loaders, 2 rijfrezen, een

wiet-eg, een ploeg, een gierton en een aardappelrooier. 10

Toelichting bestemmingsplan Erpsesteeg 6 te Zijtaart (Veghel)

De bestaande verkoopruimte in het voorste gedeelte van de loods met een oppervlakte van 47,2 m² blijft gehandhaafd om te kunnen voorzien in de verkoop van een gedeelte van de eigen geproduceerde (al dan niet bewerkt) teelten (productiegebonden detailhandel 4). Daarnaast heeft men nog het voornemen om deze loods in de toekomst aan de achterzijde uit te breiden. Dit om de machines, voertuigen en materialen die benodigd zijn voor de biologische groenteteelt binnen te kunnen stallen danwel onder een overkapping. Realisatie Boogkas(sen) binnen het bouwvlak t.b.v. het vervroegen van teelten en als klimaatbescherming Zoals reeds in de aanleiding is aangegeven en hieronder onder ‘teelten en bedrijfsomvang’ verder verduidelijkt wordt is initiatiefnemer voornemens om ter plaatse van de gronden waarop eerder de twee varkensstallen waren gesitueerd twee boogkassen (zogenoemde koude kassen) te realiseren om o.a. bepaalde teelten te kunnen vervroegen/verlengen. De twee identieke boogkassen hebben ieder afzonderlijk een afmeting van 50 meter x 14 meter met een bouwhoogte van maximaal 5 meter hoog. De kassen worden niet voorzien van verlichting.

Zoals in paragraaf 1.3 ‘Vigerende bestemmingsplannen’ is aangegeven is in het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ in artikel 4.3.7 een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen waarmee het bevoegd gezag onder voorwaarden door middel van een omgevingsvergunning kan afwijken van het bestemmingsplan voor het bouwen van teeltondersteunende kassen binnen een bouwvlak zonder de aanduiding ‘glastuinbouw’ tot een maximale omvang van 0,5 hectare. De gemeente heeft de voorkeur uitgesproken om deze afwijkingsbevoegdheid niet door te vertalen in de regels van het veegplan, maar graag direct rechtstreeks bouwmogelijkheden op te nemen voor het oprichten van teeltondersteunende voorzieningen binnen een gedeelte van het plangebied, waarop voorheen de varkensstallen waren gesitueerd. Dit zodat na vaststelling van onderhavig bestemmingsplan niet wederom een ruimtelijke procedure doorlopen hoeft te worden t.b.v. de oprichting van de boogkassen. Het bovenstaande betekent dat de gemeente de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid die men in het huidige bestemmingsplan ‘Buitengebied’ hanteert (art. 4.3.7) niet overneemt in onderhavig bestemmingsplan. Enerzijds is dit logisch wanneer je besluit om bouwmogelijkheden rechtstreeks toe te staan.

Anderzijds kan dit voor initiatiefnemer betekenen dat enige mate van flexibiliteit die de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid nog biedt om een plan aan te passen binnen de gestelde voorwaarden, ontnomen wordt. Om enige mate van flexibiliteit te behouden is het raadzaam om de betreffende functieaanduiding niet strak om de bovengenoemde boogkassen te leggen. Dit biedt namelijk in de toekomst geen enkele mogelijkheid meer om de realisatie hiervan net wat anders uit te voeren danwel de boogkassen iets te verplaatsen. Maar daarnaast betekent dit dat je als gemeente ook eventuele benodigde en aanvaardbare toekomstige uitbreidingen rechtstreeks, maar ook middels een binnenplanse ontheffing, niet meer toestaat. In onderhavige situatie zou het reëel zijn om evenwijdig met de voorgevel van de

productiegebonden detailhandel is in het bestemmingsplan ‘laaghangend fruit’ gedefinieerd als: beperkte op de eindgebruiker gerichte verkoop van goederen vanuit een (agrarisch) bedrijf dat die goederen teelt/vervaardigt/produceert, bewerkt en/of toepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie.

4

11

Toelichting bestemmingsplan Erpsesteeg 6 te Zijtaart (Veghel)

bestaande loods, naar achteren toe een vlak te leggen, op de contouren van de voormalige varkensstallen. In die situatie ontstaat er een vlak met een omvang van circa 2.400 m² 5. Uit onderhavige toelichting blijkt dat hiermee op een reële en verantwoorde wijze flexibiliteit behouden blijft, het plan hiermee niet in strijd raakt met rijks-, provinciale- als gemeentebelangen.

•

Figuur 2.2: Globale schets beoogde situatie (bron: Agrifirm NWE BV Exlan Advies).

Bouwvlak Het vigerende agrarische bouwvlak met een omvang van ruim 1 hectare (circa 10.525 m²) blijft in dezelfde vorm behouden. Dit is noodzakelijk om ter plaatse van de voormalige varkensstallen permanente teeltondersteunende voorzieningen te kunnen realiseren in de vorm van twee boogkassen, zoals reeds hierboven beschreven. Hiervoor wordt in het bestemmingsplan een rechtstreekse mogelijkheid opgenomen van 1.400 m². Deze voorzieningen mogen alleen worden gerealiseerd binnen de op de verbeelding aangegeven zone met een omvang van 2.400 m² (40 m bij 60 m). Het bedrijf is nog in ontwikkeling. Het is daardoor voorstelbaar dat ook andere voorzieningen zoals bijvoorbeeld een waterbassin voor gietwater wordt gerealiseerd, maar ook een uitbreiding van de bestaande loods, zoals hierboven beschreven. Om in de toekomst de mogelijkheid te behouden om ter plaatse boogkassen te realiseren met een grotere omvang is in het plan een afwijkingsbevoegdheid opgenomen tot maximaal 5.000 m². Daarnaast sluit initiatiefnemer eventuele nevenactiviteiten in de toekomst niet uit. Het is derhalve niet gewenst om het bouwvlak te verkleinen, hierdoor zou onvoldoende ruimte overblijven voor de verdere ontwikkeling van het bedrijf.

5 40 bij 60 meter

12

Toelichting bestemmingsplan Erpsesteeg 6 te Zijtaart (Veghel)

Teelten en bedrijfsomvang: Zoals reeds in de aanleiding is verwoord zal initiatiefnemer het agrarische bedrijf ter plaatse doorzetten in de vorm van een biologisch vollegrondsgroenteteeltbedrijf. Hierbij merken wij op dat biologische vollegrondgroenteteelt totaal niet vergelijkbaar is met een gangbaar vollegrondgroenteteeltbedrijf en daarom ook niet met elkaar verward dient te worden. Met de circa 18 ha grond die initiatiefnemer in gebruik heeft, de realisatie van teelten in (een) boogkas(sen) (koude teelt) ter plaatse binnen het bouwvlak, en het feit dat men het grootste gedeelte van de teelten zelf regionaal gaat afzetten maakt het mogelijk met deze omvang ter plaatse een volwaardig biologische vollegrondgroenteteeltbedrijf te exploiteren. In het vigerende bestemmingsplan is een volwaardig agrarisch bedrijf gedefinieerd als: “een agrarisch bedrijf dat jaarrond een arbeidsbehoefte of -omvang heeft van tenminste één volwaardige arbeidskracht, met een daarbij passend jaarinkomen, en waarvan het behoud ook op de langere termijn in voldoende mate en op duurzame wijze is verzekerd, dat wil zeggen in zowel bedrijfseconomisch opzicht als op milieuhygiënisch verantwoorde wijze”. De circa 18 ha grond die initiatiefnemer in gebruik heeft bestaan zowel uit gronden in eigendom van initiatiefnemer (ruim 8,5 ha) als uit gronden die men langdurig pacht.

Deze gronden bestaan uit verschillende percelen, waarvan circa 0,6 ha is gelegen aan de huiskavel en de overige gronden zijn gelegen in Lieshout (gemeente Laarbeek) en Sint Oedenrode. Met deze omvang van gronden is het mogelijk om met biologische vollegrondsgroenteteelt een volwaardig agrarisch bedrijf te exploiteren. Om hierbij voldoende inkomsten te kunnen genereren (een passend jaarinkomen) is het van belang dat dit soort bedrijven de producten voor het grootste gedeelte regionaal afzetten. Initiatiefnemer zal deze regionale afzet op meerdere manieren realiseren. Namelijk door: 1. Productiegebonden detailhandel ter plaatse van de Erpsesteeg 6. Initiatiefnemer is voornemens dit te realiseren in de reeds bestaande verkoopruimte (47,2 m²), die is gerealiseerd in het voorste gedeelte van de loods, op het bedrijf waarvoor in het verleden de benodigde vergunningen zijn verleend. De verkoop van deze producten kan plaatsvinden in de vorm van een boerderijwinkel danwel middels een automaat. Het bestemmingsplan ‘laaghangend fruit’ staat bij agrarische bedrijven rechtstreeks de nevenfunctie ‘productiegebonden detailhandel’ toe binnen bestaande bedrijfsgebouwen, met een maximale totale bedrijfsvloeroppervlakte van niet meer dan 50 m². Onderhavig plan voldoet met een verkoopruimte van 47,2 m² hieraan; 2.

Levering en samenwerking met streekwinkels, natuurvoedingswinkels en marktkooplieden in de regio; 3. Levering en samenwerking met de lokale horeca; 4. Het aanbieden van consumenten abonnementen. Om in vraag en aanbod te kunnen voorzien en om voldoende afzet te kunnen garanderen is het nodig dat men zich gaat richten op een verscheidenheid aan teelten. Deze teelten worden daarnaast niet allen gelijktijdig ingezaaid om de oogst hiervan en het aanbod van deze gewassen te kunnen spreiden. Het inzaaien gebeurd daarom steeds in etappes. Wat dus ook geld voor de vervolgwerkzaamheden, zoals oogsten. In onderhavige situatie valt met name te denken aan teelten in de vollegrond van pompoen, vroege wortel, spinazie, sla, chinese kool, prei, ijsbergsla, broccoli, bloemkool, knoflook, bosworteltjes met loof en aardappelen.

13

Toelichting bestemmingsplan Erpsesteeg 6 te Zijtaart (Veghel)

Ook het vervroegen van de teelt heeft een positieve invloed op het aanbod en afzet van producten. Het vervroegen van de teelten, maar ook het bieden van klimaatbescherming, wil men realiseren door binnen het bouwvlak, ter plaatse van de gronden waarop de twee varkensstallen waren gesitueerd, twee boogkassen te realiseren. Teelten die in deze boogkassen plaatsvinden zullen veelal bestaan uit bladgroenten, zoals veldsla. Maar ook rode vruchtenteelt, zoals aardbeien en de teelt van tomaten en komkommers in de zomerperiode. Met de bedrijfsopzet en omvang zoals hierboven is beschreven bestaat er geen discussie over het feit of het agrarische bedrijf ter plaatse jaarrond bestaat uit een arbeidsbehoefte of – omvang heeft van tenminste één volwaardige arbeidskracht danwel dat er sprake is van een reëel agrarisch bedrijf. Immers is biologische teelt vele malen arbeidsintensiever dan gangbare teelt. Dit heeft o.a. te maken met het feit dat in onderhavige situatie in etappes gewerkt wordt en bij de biologische teelt geen gebruik wordt gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen. Dit laatste betekend dat veel tijd in de biologische teelt geïnvesteerd dient te worden in het ‘Handwieden’. M.b.t. de arbeidsbehoefte van biologische teelten verwijs ik u naar de KWIN – AGV (Kwantitatieve Informatie Akkerbouw en Vollegrondsgroenteteelt).

Daarnaast dient in de berekening van de arbeidsbehoefte ook zeker rekening gehouden te worden met het feit dat initiatiefnemer voornemens is om de eigen geteelde producten ter plaatse te verwerken en te verpakken en de afzet hiervan regionaal te regelen. Op grond van de omstandigheden van het geval is de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen, zoals opgenomen in het advies in bijlage 4, van mening dat er een voldoende basis is om uit te gaan van de ontwikkeling van het bedrijf als vollegrondsteeltbedrijf. Uitgegaan kan worden van de ontwikkeling van een agrarisch bedrijf dat tenminste de omvang zal hebben van een reëel agrarisch bedrijf zoals omschreven in het bestemmingsplan Landschappelijke inpassing Een belangrijke voorwaarde voor de herziening van het bestemmingsplan waarbij een agrarisch veehouderijbedrijf wordt gesaneerd, en men de bestaande biologische akkerbouwtak voortzet als biologisch vollegrondgroenteteeltbedrijf met rechtstreekse bouwmogelijkheden voor 1.400 m² teeltondersteunende kassen, is dat de nieuwe situatie op een goede manier landschappelijk wordt ingepast in de bestaande landschaps- en bebouwingsstructuur. Om invulling te geven aan deze eis is een inpassingsplan opgesteld en als bijlage 1 in onderhavige toelichting opgenomen.

Het plangebied is gelegen in een agrarisch gebied met landbouwgronden, waarbij met name beplanting in de vorm van laanbeplanting langs de wegen is gelegen, bestaande uit inheemse boomsoorten. In dit geval populieren. Verder bestaat de beplanting in het gebied met name uit inheemse beplanting rondom erven bestaande uit bomen en struiken. Dit betreft een groene omranding. In het inpassingsplan is ervoor gekozen om aansluiting te zoeken met de kenmerkende landschappelijke inpassing van erven in de omgeving met inheemse beplanting. Daarnaast is zoals in paragraaf 3.3 (Provinciaal beleid) rekening gehouden met de eisen en uitgangspunten die zowel de provincie in artikel 3.9 van de IOV als de gemeente stelt aan de kwaliteitsverbetering van het landschap. Voor onderhavig plan betekent dit het volgende:

14

Toelichting bestemmingsplan Erpsesteeg 6 te Zijtaart (Veghel)

1. Het gaat hier om een categorie 2 ontwikkeling, zoals toegelicht in paragraaf 3.3 Provinciaal beleid. Dit betekent dat onderhavig plan dient te bestaan uit een goede landschappelijke inpassing op basis van een goedgekeurd landschapsplan en borging van uitvoering en beheer. De uitvoering en het beheer worden geborgd middels een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan; 2. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving, zoals bedoeld in artikel 3.9 ‘Kwaliteitsverbetering landschap’ van de IOV, wordt met dit plan gerealiseerd op basis van de verplichte landschappelijke inpassing; 3. De bestaande beukenhaag met bomen aan de oostkant van het erf blijft behouden; 4. Aan de westkant van het bestaande bouwvlak, de zijde waar de varkensstallen zijn gesaneerd en ruimte wordt gecreëerd voor de realisatie van teeltondersteunende voorzieningen in de vorm van boogkassen, wordt een nieuwe houtwal gerealiseerd met een verscheidenheid aan inheemse beplanting bestaande uit 10% Lijsterbes 1,5 x 1,5 m, 20% Gelderse roos 1,5 x 1,5 m, 20% Kardinaalsmuts 1,5 x 1,5 m, 20% Europese vogelkers 1,5 x 1,5 m, 20% Vuilboom 1,5 x 1,5 m en 10% Zomerlinde 4 x 5 m.

Conclusie: Het voorliggende landschappelijke inpassingsplan sluit aan bij het type inheemse beplanting wat typerend is voor het gebied en waarmee het gebied zich kenmerkt (groene omkadering door een houtwal van beukenhaag, lijsterbes, gelderse roos, kardinaalsmuts meidoorn, vuilboom, Gelderse roos, kardinaalsmuts, Europese vogelkers, vuilboom en zomerlinde. Anderzijds wordt hiermee het zicht op de te realiseren boogkassen verzacht.

15

Toelichting bestemmingsplan Erpsesteeg 6 te Zijtaart (Veghel)

HOOFDSTUK 3 BELEIDSTOETS

3 1 Beleidstoets 3.1

INLEIDING Zoals reeds uit de voorgaande hoofdstukken naar voren is gekomen is voortzetting van het agrarische bedrijf binnen het plangebied in de vorm van een grondgebonden agrarisch bedrijf (een biologisch vollegrondgroenteteeltbedrijf is een agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt en daarmee dus een grondgebonden agrarisch bedrijf) bestemmingsplan technisch rechtstreeks mogelijk. In het kader van het bestemmingsplan is het verwijderen van de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ van het bouwvlak niet nodig om de varkenstak ter plaatse te kunnen beëindigen en het agrarisch bedrijf voort te kunnen zetten in de vorm van een grondgebonden agrarisch bedrijf. Deze verplichting vloeit enkel voort uit de SRV zodat verzekerd is dat ter plaatse geen intensieve veehouderij meer mogelijk is. Aangezien de voortzetting van het agrarische bedrijf in de vorm van een grondgebonden agrarisch bedrijf niet afhankelijk is van onderhavige herziening van het bestemmingsplan is een beleidstoets voor het verwijderen van de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ overbodig. Dit plan creëert met het toekennen van een functieaanduiding rechtstreekse bouwmogelijkheden voor het oprichten van teeltondersteunende voorzieningen binnen het bouwvlak, op de gronden die voorheen bebouwd waren met varkensstallen.

Om die reden vindt in onderhavig plan een beleidstoets plaats.

3.2

RIJKSBELEID 3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (13 maart 2012 vastgesteld) omvat het ruimtelijke rijksbeleid tot 2040. Het uitgangspunt van de structuurvisie is voldoende ruimte te bieden voor het versterken van de Nederlandse concurrentiepositie, bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. Deze doelstellingen zijn vertaald in de nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur (RHS). Deze RHS beslaat de gebieden in Nederland die een belangrijke functie vervullen op het gebied van economie, infrastructuur en verstedelijking, water, natuur en landschap. Ten aanzien van deze gebieden is beleid geformuleerd om de kwaliteiten ervan te behouden. Naast ruimte maken en het versimpelen en verbeteren van omgevingsrecht wordt er ook geïnvesteerd, met name in de capaciteit van de infrastructuur. Prioriteit krijgen de Mainports, de Brainports en de Greenports, alsmede de achterlandverbindingen. Opgaven van nationaal belang voor de provincies Limburg en Noord-Brabant zijn onder andere: • Het verbeteren van het vestigingsklimaat van de Brainport Zuidoost Nederland (Brainport Avenue) en Greenport Venlo door het optimaal benutten en waar nodig verbeteren van de (internationale) bereikbaarheid van deze gebieden via weg, water, spoor en lucht (o.a. verdere ontwikkeling Eindhoven Airport).

• Het borgen van de waterveiligheid en – kwaliteit en zoetwatervoorziening voor de korte termijn (zoals Maaswerken en uitvoering

16

Toelichting bestemmingsplan Erpsesteeg 6 te Zijtaart (Veghel)

hoogwaterbeschermingsprogramma) en de lange termijn. Binnen het Deltaprogramma wordt deze opgave aangepakt. • Het tot stand brengen en beschermen van de natuur (Natuur Netwerk Nederland), inclusief de Natura 2000 gebieden. Zo lang er geen sprake is van een nationaal belang zal het rijk de beoordeling en uitvoering van ontwikkelingen aan de provincies en gemeenten overlaten. De uitgangspunten uit de SVIR zijn juridisch verankerd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In het Barro is aangegeven welke gebieden of projecten van nationaal belang zijn en aanvullende toetsing behoeven. Om te bepalen of sprake is van strijdigheid met de belangen uit de SVIR dient daarom verder getoetst te worden aan het Barro. 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van lagere overheden is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vastgesteld. Het Barro is op 30 december 2011 (grotendeels) in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen. Belangrijke punten hierin zijn o.a.

het zuinig ruimtegebruik, bescherming van kwetsbare (natuur)gebieden en bescherming van het land tegen klimaatverandering, overstroming en wateroverlast, de uitoefening van defensietaken, toekomstige uitbreidingen van de hoofdinfrastructuur. Met het Barro maakt het rijk duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Op 1 oktober 2012 is aan het Barro een aantal onderwerpen toegevoegd. Het gaat om de eerder aangekondigde onderwerpen Ecologische Hoofdstructuur, elektriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond rijksvaarwegen, verstedelijking in het IJsselmeer, bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. 3.2.3 Ladder duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ toegevoegd. De Ladder duurzame verstedelijking is een processchema met als doel om mogelijke nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen of initiatieven voor stedelijke functies, zoveel mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied te laten plaats vinden.

De ladder is een toetsingsinstrument voor ontwikkelaars en de overheid dat gevolgd moet worden bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen en heeft als doel te komen tot een zorgvuldig ruimtegebruik waarbij goede afwegingen worden gemaakt waar stedelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. In artikel 1.1.1, eerste lid, onder i van het Bro wordt stedelijke ontwikkeling als volgt omschreven: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Het begrip ‘andere stedelijke voorzieningen’ wordt niet nader omschreven in het Bro, maar op basis van uitspraken van de Raad van State kan hier worden gedacht aan maatschappelijke functies of functies op gebied van religie, cultuur, leisure en recreatie. De ladder voor duurzame verstedelijking richt zich op substantiële ontwikkelingen, die qua aard en omvang zodanig zijn, dat voor mogelijke leegstand elders gevreesd zou kunnen worden. Het doel is om overbodige bouwplannen (kantoren, woningen) te voorkomen en hergebruik te stimuleren.

17

Toelichting bestemmingsplan Erpsesteeg 6 te Zijtaart (Veghel)

Conclusie Onderhavig plan heeft geen gevolgen voor de rijks belangen zoals opgenomen in het Barro. Een laddertoets is eveneens niet aan de orde, aangezien binnen het plangebied geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling.

3.3

PROVINCIAAL BELEID 3.3.1 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Brabantse omgevingsvisie vastgesteld. Met de omgevingsvisie formuleert de Provincie haar ambitie voor Brabant in 2050. De Provincie ziet een toekomst met een grote verwevenheid tussen stad en land en de bijkomende voor en nadelen die daaraan kleven. Het plangebied ligt in Oost Brabant. De omgevingsvisie ziet hier de verbinding met de steden ’s-Hertogenbosch, Nijmegen en Eindhoven en de verbinding met greenport Venlo. De regio kent een hoge natuurwaarde en tevens veel agrarische activiteit, de Provincie ziet de agrarische sector in deze regio omvormen tot een sector die meer op kwaliteit produceert. De omgevingsvisie geeft tevens de visie van de Provincie op haar eigen rol en hoe zij de gewenste ontwikkeling naar 2050 wil stimuleren. De provincie ziet zichzelf als verbinder en aanjager waar nodig. Conclusie De ontwikkeling binnen het plangebied past binnen de Brabantse omgevingsvisie. Het voortzetten van het agrarische bedrijf in de vorm van een biologisch vollegrongsgroenteteelt bedrijf, waarbij de intensieve veehouderijtak in zijn geheel wordt afgestoten, is te kwalificeren als een kwaliteitsimpuls. 3.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (hierna: IOV) Naast de Omgevingsvisie kent de Provincie Noord-Brabant de Interim omgevingsverordening Noord Brabant (oktober 2019 vastgesteld).

In de omgevingsverordening staan de regels die de provincie stelt aan de bestemmings- en omgevingsplannen van gemeenten. Met de Interim omgevingsverordening bereidt de provincie Noord-Brabant de komst van de Omgevingswet (1 januari 2021) concreet voor en hanteert zij de in de wet aangegeven schrijf- en handelingswijze. De omgevingsverordening is geschreven met oog voor de doelgroep: burgers, gemeenten en waterschappen. Essentieel onderdeel van de verordening is de gedachte dat ontwikkelingen en plannen in gezamenlijkheid uitgevoerd worden en overleg en dialoog worden daarom toegejuicht. De verordening biedt voor ontwikkelaars en gemeenten meer mogelijkheden tot maatwerk, vaste afstanden en grootte maten worden losgelaten en er komt meer nadruk te liggen op het passend maken van initiatieven in hun omgeving. Voor gemeenten is hoofdstuk 3 van de verordening het belangrijkste, het hoofdstuk bevat de instructieregels voor gemeenten. Het plangebied is op basis van de IOV gelegen binnen het gemengd landelijk gebied. Onderhavig plan creëert geen nieuwe planologische

18

Toelichting bestemmingsplan Erpsesteeg 6 te Zijtaart (Veghel)

mogelijkheden dan die op basis van de ter plaatse vigerende bestemmingsplannen zijn toegestaan, zie voor een nadere toelichting paragraaf 1.3 ‘Vigerende bestemmingsplannen’. Onderhavig plan leidt enkel tot een beperking van de planologische mogelijkheden die de vigerende bestemmingsplannen toestaan. Ter plaatse wordt namelijk de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ verwijderd, waardoor het in de toekomst, in tegenstelling tot het huidige planologische beleid, niet meer mogelijk is een intensieve veehouderij te exploiteren. Planologisch blijft het op basis van het bestemmingsplan mogelijk om ter plaatse een grondgebonden agrarisch bedrijf te blijven exploiteren in de vorm van een vollegrondteeltbedrijf. Aangezien middels onderhavig plan rechtstreekse bouwmogelijkheden worden gecreëerd voor de realisatie van 1.400 m² teeltondersteunende voorzieningen binnen een aanduiding vlak van 2.400 m² binnen het vigerende bouwvlak bestaat er aanleiding om dit te toetsen aan het beleid m.b.t. de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies en teeltondersteunende kassen in de IOV.

Paragraaf 3.1.2 basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies In paragraaf 3.1.2 van hoofdstuk 3 instructieregels aan gemeenten, afdeling 3.1 algemeen, zijn de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies opgenomen waarin aandacht wordt besteed aan de aspecten zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit (artikel 3.5), zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6), toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7), meerwaardecreatie (artikel 3.8) en kwaliteitsverbetering landschap (artikel 3.9). In deze toelichting is in zijn totaliteit rekening gehouden met deze regels en beschreven op welke wijze met deze aspecten is omgegaan. Daarom worden in dit hoofdstuk de betreffende artikelen niet afzonderlijk behandeld. In het kader van zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6) dient opgemerkt te worden dat ter plaatse van de voormalige varkensstallen permanente teeltondersteunende voorzieningen worden gerealiseerd in de vorm van twee boogkassen, zoals beschreven in paragraaf 2.2. Daarnaast is het bedrijf nog in ontwikkeling, waardoor het voorstelbaar is dat ook andere voorzieningen als beschreven in paragraaf 2.2. worden gerealiseerd danwel uitgebreid.

Om in de toekomst de mogelijkheid te behouden om ter plaatse de benodigde voorzieningen en uitbreidingen te kunnen faciliteren is het niet gewenst om het huidige bouwvlak met een omvang van ruim 1 hectare (circa 10.525 m²) te verkleinen. Hierdoor zou onvoldoende ruimte overblijven voor de verdere ontwikkeling van het bedrijf. Het door de AAB uitgebrachte advies in bijlage 4 van onderhavige toelichting In artikel 3.9 van de IOV is vastgesteld dat een bestemmingsplan dat een ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk gebied voorziet in de sinds 2014 geldende Brabantse regeling ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’. De gemeente Meierijstad heeft om invulling te geven aan de ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’ nog geen definitief gemeente breed kwaliteitskader/ landschapsinvesteringsregeling opgesteld. De gemeente heeft een gedeelte van een conceptversie (onder voorbehoud), wat van toepassing is op onderhavig plan, aan ons ter beschikking gesteld. Hieruit blijkt dat men een omschakeling van agrarische bedrijfsvoering zonder vergroting van het bouwvlak, aanmerkt als een categorie 2 ontwikkeling. Dit houdt in dat voor dit soort ontwikkelingen een goede landschappelijke inpassing dient plaats te vinden op basis van een goedgekeurd landschapsplan en de uitvoerbaarheid en het beheer daarvan geborgd dient te worden.

In paragraaf 2.2 en bijlage 1 wordt verder ingegaan op de landschappelijke inpassing van onderhavig plan.

19

Toelichting bestemmingsplan Erpsesteeg 6 te Zijtaart (Veghel)

Artikel 3.65 Teeltondersteunende kassen Een bestemmingsplan van toepassing op Teeltondersteunende kassen kan als dat noodzakelijk is voor de agrarische bedrijfsvoering binnen het bouwperceel voorzien in de bouw van Teeltondersteunende kassen tot een omvang van ten hoogste 1,5 hectare netto glas, als het bestemmingsplan bepaalt dat omschakeling en doorgroei naar een zelfstandig glastuinbouwbedrijf is uitgesloten. Uit onderhavige toelichting blijkt dat de realisatie van boogkassen ter plaatse nodig is om de teelten te kunnen vervroegen en als klimaatbescherming. Dit is nader onderbouwd in paragraaf 2.2 ‘Beoogde situatie’ onder het kopje ‘Realisatie Boogkas(sen) binnen het bouwvlak t.b.v. het vervroegen van teelten en als klimaatbescherming’. Middels onderhavig bestemmingsplan wordt door het toekennen van een functieaanduiding met een maximale omvang van 2.400 m² de rechtstreekse bouwmogelijkheid gecreëerd voor de realisatie van 1.400 m² teeltondersteunende kassen binnen deze aanduiding. Hiermee blijft men ruimschoots binnen de maximale omvang van 1,5 ha netto glas dat binnen het provinciale beleid is opgenomen.

Opgemerkt wordt dat in het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid is opgenomen waarmee het bevoegd gezag onder voorwaarden de mogelijkheid wordt geboden om middels omgevingsvergunning af te wijken van de regels in het bestemmingsplan voor het bouwen van teeltondersteunende kassen binnen een bouwvlak zonder aanduiding 'glastuinbouw' tot een maximum van ten hoogste 0,5 ha. Aangezien het gaat om een binnenplanse afwijking is bij de realisatie van de boogkassen middels een omgevingsvergunningaanvraag, niet opnieuw toetsing aan het provinciaal beleid vereist. Omdat in onderhavige situatie gekozen wordt om in deze veegplanprocedure hiervoor direct rechtstreekse bouwmogelijkheden te creëren, die ook passen binnen de voorwaarden van de genoemde binnenplanse ontheffing, is het noodzakelijk opnieuw te toetsen aan het provinciaal beleid, ondanks dat het plan blijft voldoen aan de voorwaarden die destijds zijn opgenomen in de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. Voor een verdere verduidelijking zie paragraaf 3.4 ‘Gemeentelijk beleid’. Daarnaast biedt het bestemmingsplan geen mogelijkheden voor omschakeling en doorgroei naar een zelfstandig glastuinbouwbedrijf. Conclusie De beoogde ontwikkeling voldoet aan de gestelde voorwaarden uit de IOV.

De ontwikkeling betreft het rechtstreeks scheppen van bouwmogelijkheden voor 1.400 m² teeltondersteunende voorzieningen binnen een aanduidingsvlak met een oppervlakte van 2.400 m² van het vigerende bouwvlak.

3.4

GEMEENTELIJK BELEID Zoals ook in paragraaf 1.3 is genoemd is het plangebied gelegen binnen het bestemmingsplan “Buitengebied” van de voormalige gemeente Veghel, het paraplubestemmingsplan parkeren en de Harmonisatie van diverse regelingen – “laaghangend fruit”. Behalve de bestemmingsplannen heeft de beoogde ontwikkeling geen invloed op andere beleidsvlakken waar de gemeente Meierijstad beleid voor heeft vastgesteld.

20

Toelichting bestemmingsplan Erpsesteeg 6 te Zijtaart (Veghel)

Strijdigheden van onderhavig plan met de vigerende bestemmingsplannen De beoogde ontwikkeling is conform het vigerende bestemmingsplan mogelijk zonder dat een wijziging noodzakelijk is. Het plan is daarmee niet strijdig met het vigerende bestemmingsplan. De agrarische bestemming en het agrarisch gebruik na beëindiging van de veehouderij zijn passend conform het huidige bestemmingsplan. Deelname aan de saneringsregeling veehouderij (SRV) vereist echter dat aangetoond wordt dat deelnemer de mogelijkheid tot het houden van (intensieve) dieren uit het bestemmingsplan laat verwijderen. Omdat het bestemmingsplan niet de mogelijkheid biedt tot het verwijderen van de benodigde aanduidingen voor het houden van intensieve diersoorten, wordt dit geregeld middels onderhavige bestemmingsplanprocedure. Daarnaast bestaat het plan om ter plaatse waar de varkensstallen hebben gestaan in de toekomst boogkassen te realiseren. Zoals in paragraaf 1.3 van onderhavige toelichting is aangegeven omvat het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid waarmee het bevoegd gezag door middel van een omgevingsvergunning onder voorwaarden medewerking kan verlenen aan de realisatie van teeltondersteunende kassen binnen een bouwvlak zonder de aanduiding ‘glastuinbouw’.

De gemeente heeft de voorkeur uitgesproken om in onderhavige situatie rechtstreeks bouwmogelijkheden op te nemen voor het oprichten van teeltondersteunende voorzieningen, zodat dit niet achteraf, na vaststelling van het bestemmingsplan, nog geregeld dient te worden middels een omgevingsvergunningprocedure. De voorwaarden die daarvoor in artikel 4.3.7 van het bestemmingsplan zijn opgenomen voor het bouwen van teeltondersteunende kassen binnen een bouwvlak zonder de aanduiding ‘glastuinbouw’ blijven daarvoor veelal als richtlijn gelden. Aangezien de gemeente de bovengenoemde binnenplanse afwijkingsbevoegdheid wel als richtlijn hanteert is deze met de bijbehorende voorwaarden hieronder uitgewerkt.

21

Toelichting bestemmingsplan Erpsesteeg 6 te Zijtaart (Veghel)

4.3.7 Bouw van teeltondersteunende kassen binnen een bouwvlak zonder aanduiding ‘glastuinbouw’ Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.2, sub c, voor het bouwen van teeltondersteunende kassen binnen een bouwvlak zonder aanduiding 'glastuinbouw', mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de oppervlakte aan teeltondersteunende kassen bedraagt niet meer dan 0,5 hectare; De oppervlakte aan teeltondersteunende kassen zal bij de realisatie van twee boogkassen, zoals men momenteel voor ogen heeft, niet meer bedragen dan 1.400 m² en blijft daarmee ruim binnen de maximale toegestane oppervlakte van 0,5 hectare. Wanneer op de totale gronden waarop de twee varkenstallen waren gesitueerd, op dezelfde voorgevelrooilijn met de bestaande loods, een aanduiding wordt gelegd waarbinnen teeltondersteunende kassen rechtstreeks mogelijk worden gemaakt dan overstijgt dit nog niet de maximale toegestane oppervlakte van 0,5 hectare. Het gaat dan om een omvang van circa 2.400 m². b.

er is sprake van een volwaardig agrarisch bedrijf; Volwaardig agrarisch bedrijf is in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ als volgt gedefinieerd: “een agrarisch bedrijf dat jaarrond een arbeidsbehoefte of -omvang heeft van tenminste één volwaardige arbeidskracht, met een daarbij passend jaarinkomen, en waarvan het behoud ook op de langere termijn in voldoende mate en op duurzame wijze is verzekerd, dat wil zeggen in zowel bedrijfseconomisch opzicht als op milieuhygiënisch verantwoorde wijze” In de beoogde opzet, zoals in paragraaf 2.2 van onderhavige toelichting is geschetst, is in onderhavige situatie zowel arbeid technisch als inkomsten technisch sprake van een volwaardig agrarisch bedrijf. Overigens dient opgemerkt te worden dat in het bestemmingsplan ‘Harmonisatie van diverse regelingen (‘laaghangend fruit’)’ bij de beoordeling van bouwaanvragen uitgegaan dient te worden van een reëel agrarisch bedrijf, volwaardigheid is daarin geen noodzaak meer. Reëel agrarisch bedrijf is in het bestemminsplan ‘laaghangend fruit’ gedefinieerd als: “een agrarisch bedrijf dat jaarrond een arbeidsbehoefte of -omvang heeft van ten minste één halve arbeidskracht, met een daarbij passend jaarinkomen.” c.

het bouwvlak ligt niet ter plaatse van de aanduiding ´groenblauwe mantel´ of ´ecologische hoofdstructuur´; Hier wordt aan voldaan. Ter plaatse van het bouwvlak is geen sprake van de aanduiding ‘groenblauwe mantel’ of ‘ecologische hoofdstructuur’.

d. de bouw van de kassen is noodzakelijk in het kader van een doelmatige en duurzame agrarische bedrijfsvoering of -ontwikkeling; De realisatie van de boogkassen is noodzakelijk om bepaalde teelten te vervroegen danwel om bepaalde teelten te beschermen tegen

22

Toelichting bestemmingsplan Erpsesteeg 6 te Zijtaart (Veghel)

klimaatomstandigheden, zie ook hetgeen hierboven is beschreven onder het kopje ‘teelten en bedrijfsomvang’ in paragraaf 2.2 ‘Beoogde situatie’. e. er is geen sprake van omschakeling of doorgroei naar een glastuinbouwbedrijf; N.v.t. f.

de bouw van de kassen is vanuit stedenbouwkundig, cultuurhistorisch, landschappelijk, hydrologisch en milieuhygiënisch oogpunt aanvaardbaar; De twee te realiseren boogkassen worden gerealiseerd binnen het vigerende bouwvlak op de plek waar tot voor kort twee varkensstallen stonden. Dit waren varkensstallen met een bouwhoogte van respectievelijk 5,87 meter en 7,325 meter. Op basis van het bestemmingsplan zijn ter plaatse bedrijfsgebouwen met een goothoogte van 5,5 meter en een bouwhoogte van 11 meter toegestaan. De twee te realiseren boogkassen worden gerealiseerd met een maximale bouwhoogte van 5 meter. Gezien het feit dat de boogkassen worden gerealiseerd ter plaatse van de twee voormalige stallen en met een bouwhoogte die ruim is gelegen beneden de maximale toegestane bouwhoogte wordt dit zowel vanuit cultuurhistorisch als landschappelijk oogpunt aanvaardbaar geacht. Het geheel wordt zoals hieronder onder punt h. wordt verantwoord op een zorgvuldige wijze landschappelijk ingepast afgestemd op de specifieke omgevingskenmerken. Hiervoor is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, dat als bijlage onderdeel uitmaakt van onderhavig plan. Op basis hiervan wordt het plan ook vanuit landschappelijk oogpunt aanvaardbaar geacht.

De nieuwe beplanting wordt op voldoende afstand van de te realiseren boogkassen gerealiseerd zodat geen ongewenste schaduwinslag plaatsvindt in de kassen. De aanvaardbaarheid vanuit hydrologisch en milieuhygiënisch oogpunt blijkt uit hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting. Vanuit milieutechnisch oogpunt dient er naar verscheidene aspecten gekeken te worden. Hierbij dient men echter het onderscheid te maken wat ter plaatse van het plangebied op basis van de betreffende bestemming planologisch rechtstreeks is toegestaan en welke milieueffecten daadwerkelijk en alleen te relateren zijn aan de plaatsing van de twee boogkassen. Binnen het plangebied is een bouwvlak gelegen met de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’, waarbinnen planologisch rechtstreeks de uitoefening van een vollegrondsgroenteteelt bedrijf is toegestaan.

Een vollegrondsgroenteteelt bedrijf, zoals dat binnen het plangebied wordt uitgeoefend, is volgens de definitie in het bestemmingsplan een grondgebonden agrarisch bedrijf Grondgebonden agrarisch bedrijf is in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ gedefinieerd als: “agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt.” In het kader van onderhavig plan is het planologisch niet nodig om opnieuw de milieugevolgen van het vollegrondsgroenteteelt bedrijf op de omgeving te toetsen aangezien hier bij de vaststelling van het bestemmingsplan op getoetst is. Daarnaast staat het bestemmingsplan ‘laaghangend fruit’ bij agrarische bedrijven

23

Toelichting bestemmingsplan Erpsesteeg 6 te Zijtaart (Veghel)

rechtstreeks de nevenfunctie ‘productiegebonden detailhandel’ toe binnen bestaande bedrijfsgebouwen, met een maximale totale bedrijfsvloeroppervlakte van niet meer dan 50 m². Ook de milieugevolgen afkomstig van de mogelijkheid dat ter plaatse rechtstreeks 50 m² productiegebonden detailhandel is toegestaan als nevenactiviteit in het bestemmingsplan hoeft in het kader van onderhavig plan niet opnieuw betrokken te worden. Onderhavig plan omvat de realisatie van twee boogkassen binnen een agrarisch bouwvlak zonder de aanduiding ‘glastuinbouw’. Het bouwen van deze twee boogkassen is niet rechtstreeks toegestaan op basis van de vigerende bestemmingsplannen, maar is mogelijk te realiseren middels de binnenplanse afwijking die het bestemmingsplan hiervoor omvat. Aangezien deze activiteit niet rechtstreeks is toegestaan op basis van de ter plaatse vigerende bestemmingsplannen dienen de milieugevolgen die de activiteit voor de realisatie van twee boogkassen met zich meebrengen beschreven worden. Aangezien de boogkassen niet voorzien worden van verlichting en geluidsinstallaties en deze activiteit niet tot gevolg heeft dat de verkeersaantrekkende werking toeneemt t.o.v. de situatie dat ter plaatse een vollegrondsgroenteteelt bedrijf wordt geëxploiteerd zonder boogkassen, wordt geconcludeerd dat deze activiteit ter plaatse niet leidt tot extra milieugevolgen. g.

de afstand tot woningen van derden bedraagt niet minder dan 30 meter; Binnen 30 meter vanaf de rand van het bouwvlak aan de Erpsesteeg 6 is geen woning van derden danwel een woonbestemming gelegen. h. er is voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een uitvoerbaar beplantingsplan, dat is afgestemd op de specifieke omgevingskenmerken; In de bijlage 1 is het landschappelijk inpassingsplan opgenomen waaruit blijkt dat het plan gepaard gaat met een zorgvuldige landschappelijke inpassing , dat is afgestemd op de specifieke omgevingskenmerken. i.

er is vooraf advies ingewonnen bij de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen (AAB) over het bepaalde onder b en d; Noodzaak ten behoeve van agrarische bedrijfsvoering is voldoende aangetoond. Een AAB-advies om volwaardigheid van het bedrijf aan te tonen kan achterwege blijven. Mede omdat in het bestemmingsplan ‘Laaghangend fruit’ is opgenomen dat bij de beoordeling van bouwaanvragen moet worden uitgegaan van een reëel agrarisch bedrijf, volwaardigheid is dan ook geen noodzaak meer.

Conclusie De beoogde ontwikkeling is, zoals hierboven reeds aangegeven, conform het vigerende bestemmingsplan mogelijk zonder dat een wijziging noodzakelijk is. Het plan is daarmee niet strijdig met het vigerende bestemmingsplan. De agrarische bestemming en het agrarisch gebruik na beëindiging van de veehouderij zijn passend conform het huidige bestemmingsplan. Deelname aan de saneringsregeling veehouderij (SRV) vereist echter dat aangetoond wordt dat deelnemer de mogelijkheid tot het houden van (intensieve) dieren uit het bestemmingsplan laat verwijderen. De realisatie van maximaal 1.400 m² boogkassen binnen een aanduidingsvlak met een maximale omvang van 2.400 m² binnen het huidige bouwvlak voldoet aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 4.3.7 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ die als richtlijn zijn gehanteerd voor onderhavig plan. Het oprichten van teeltondersteunende kassen is op

24

Toelichting bestemmingsplan Erpsesteeg 6 te Zijtaart (Veghel)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=f319421b-05d8-434b-b218-0bba38355c19