CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4a Toelichting bestemmingsplan

Raadsvergadering 4 november 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Herontwikkeling voormalig gemeentehuis Schijndel'18.532 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Herontwikkeling gemeentehuis Schijndel PLANTOELICHTING NL.IMRO.1948.SCH001BP0012021P-VG01

1

Titel: Datum: Projectnummer: Versie / status:

Herontwikkeling gemeentehuis Schijndel 28-09-2021 2020.161 28-09-2021 / vast

Adviesbureau: Auteurs:

Wintraecken Advies B.V. Teun van de Camp Msc. (planoloog) en mr. David Wintraecken (planjurist) David Wintraecken Harry Bolsiuslaan 13 5481 BN Schijndel (073) 850 51 29 / (06) 146 488 29 info@wintraeckenadvies.nl www.wintraeckenadvies.nl

Contactpersoon: (Post)adres: Telefoon: E-mail: Website:

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of Wintraecken Advies.

2

INHOUDSOPGAVE 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1

Achtergrond en doel van het plan ........................................................................................... 5

1.2

Ligging en begrenzing van het plangebied .............................................................................. 6

1.3

Vigerend bestemmingsplan ..................................................................................................... 7

1.4

Leeswijzer ................................................................................................................................ 9

2.

Beschrijving bestaande situatie ..................................................................................................... 10

3.

Visie op plan(gebied) ..................................................................................................................... 11 3.1

Uitgangspunten ..................................................................................................................... 11

3.2

Integraal ontwerp en beschrijving van het plan(gebied) ........................................................ 12

4.

Beleidstoets ................................................................................................................................... 17 4.1 Inleiding ........................................................................................................................................ 17 4.2 Rijksbeleid .................................................................................................................................... 17 4.3 Provinciaal beleid ......................................................................................................................... 24 4.4 Gemeentelijk beleid ..................................................................................................................... 31

5.

Archeologie en cultuurhistorie ....................................................................................................... 42

6.

Flora en fauna: toetsing natuurwetgeving en stikstof(depositie) ................................................... 45

7.

Water ............................................................................................................................................. 49

8.

Fysieke belemmeringen: (ondergrondse) infrastructuur / kabels en (buis)leidingen .................... 51

9.

Milieu-hygiënische verantwoording ............................................................................................... 53 9.1 Inleiding ........................................................................................................................................ 53 9.2 M.e.r.-beoordeling ........................................................................................................................ 53 9.3 Bodem .......................................................................................................................................... 55 9.4 Geluid (wegverkeerslawaai) ........................................................................................................ 56 9.5 Milieuzonering (geur en industrielawaai) ..................................................................................... 58 9.6 Luchtkwaliteit ............................................................................................................................... 62 9.7 Externe veiligheid......................................................................................................................... 66 9.8 Volksgezondheid in relatie tot veehouderijen .............................................................................. 69

10.

Mobiliteit en parkeren ................................................................................................................ 72

11.

Juridische planopzet .................................................................................................................. 73

3

11.1 Het bestemmingsplan als juridisch instrument .......................................................................... 73 11.2 Systematiek van de regels ......................................................................................................... 73 11.3 Toelichting bestemmingen ......................................................................................................... 74 12.

Uitvoeringsaspecten .................................................................................................................. 75

12.1 Economische uitvoerbaarheid ................................................................................................... 75 12.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................................. 75 13.

Conclusie ................................................................................................................................... 76

Bijlagen 1. DTV Consultants, Parkeeronderzoeken Meierijstad, Deelrapportage Meierijstad, kenmerk: 190224/SBl, 1703-2020 2. Buro Maerlant, Ecologische quickscan, Schijndel Markt 20a, 17-11.2020 3. Tritium, Berekening stikstofdepositie ontwikkeling Markt 20a te Schijndel, kenmerk: 2106/033/CW-01, 25-06-2021 4. Vormvrije m.e.r.-aanmeldnotitie 5. Ingevuld formulier ‘Historische toets t.b.v vrijstelling bodemonderzoek’ 6. Adviesgroep K+, Transformatie gemeentehuis Schijndel Wegverkeerslawaai, Rapportnummer: Rm210010aaA0_03, 25-07-2021 7. Adviesgroep K+, Terrasgeluid, Projectnummer: m210010aa , 21-07-2021 8. Brandweer Brabant-Noord, Advies: Bestemmingsplan Herontwikkeling gemeentehuis Schijndel, 07-01-2021 9. Eindverslag omgevingsdialoog 10. Bezonningsstudie, 26-07-2021 11. Nota van zienswijzen

4

1. Inleiding 1.1 Achtergrond en doel van het plan Achtergrond Tot 1 januari 2017 was het pand waarop onderhavig planvoornemen betrekking heeft in gebruik als gemeentehuis van de voormalige gemeente Schijndel. Onder de vlag van de gemeente Meierijstad is het pand niet meer als zodanig in gebruik. Het wacht op een nieuwe gebruiksfunctie. Het voormalige gemeentehuis bestaat uit een ouder en een nieuwer deel met daar tussenin een verbinding. Het oudere deel wordt door de gemeente getransformeerd tot bibliotheek, klantcontactcentrum en kunstexpositie. Het nieuwere deel wordt door initiatiefnemer getransformeerd. De bebouwing tussen beide panden is reeds gesloopt, waardoor thans sprake is van twee op zichzelf staande panden met daar tussenin een ‘steegje’. Onderhavig planvoornemen ziet op de herontwikkeling van het kantorendeel van het voormalig gemeentehuis Schijndel. Dit deel van het pand is gebouwd in de jaren 1990-1991. De maximale bebouwingshoogte bedraagt 15 meter en er geldt een maximaal bebouwingspercentage van 90%. Het gebouw wordt getransformeerd tot een appartementengebouw met maximaal 16 wooneenheden (waarvan 4 binnen de sociale huursector) en een horecafunctie aan de zijde van de Markt. Ten behoeve van de realisatie van een lift / trappenhuis vindt een functionele bouwuitbreiding plaats.

Groen vormt een belangrijk element bij de transformatie van het gebouw: het plan is geïnspireerd op de hangende tuinen van Babylon. Het idee achter het plan is ‘een vintage jas met een nieuwe voering’. De bestaande buitenpatio wordt vergroot door een deel van de bestaande bebouwing af te breken. Hier wordt een openbare binnentuin gecreëerd, met royale balkons, terrassen en trappartijen. Doelstelling Doelstelling is om de realisatie van het onderliggende herontwikkelingsplan van kantoorpand naar appartementen en horeca planologisch en juridisch mogelijk te maken. Uit deze plantoelichting blijkt dat het plan geen negatieve ruimtelijk-fysieke, logistieke en milieuhygiënische gevolgen heeft voor het plangebied en de directe omgeving ervan. In dit kader zijn de ruimtelijke en milieu-hygiënische effecten van de ontwikkeling nader beschouwd. Ook blijkt hoe het plan zich verhoudt tot de aanwezige functies, waarden en kwaliteiten binnen

5

het plangebied en de directe omgeving ervan. Kortom, deze plantoelichting onderbouwt dat het (bouw)plan past binnen het betrokken gebied. Alvorens het plan kan worden gerealiseerd, dient aan een aantal deels juridische randvoorwaarden te worden voldaan. Het betreft daarbij de volgende drie voorwaarden: 1. het motiveren van het wijzigen van de geldende bestemming middels het opstellen van een bestemmingsplan; 2. het met een bestemmingsplan aantonen van de ruimtelijk-fysieke, logistieke en milieu-hygiënische aanvaardbaarheid; 3. het in procedure brengen van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan geeft een planologisch-juridische regeling ten behoeve van de realisatie van het onderliggende bouwplan. 1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied Het plangebied ligt aan de Markt 20a te Schijndel. Op navolgende luchtfoto zijn de ligging en globale begrenzing van het plangebied rood omlijnd aangegeven (bron: maps.google.nl).

6

1.3 Vigerend bestemmingsplan Het plangebied valt binnen de grenzen van het bestemmingsplan “Bestemmingsplan Centrum 2009” van de voormalige gemeente Schijndel en heeft de bestemming ‘Maatschappelijke doeleinden’. Er geldt een bouwvlak met een maximum bebouwingspercentrage van 90% toegekend. Tevens is het centrum van Schijndel als ‘hoog archeologisch waardevol’ aangemerkt en is een ‘waardevolle houtopstand’ aangeduid binnen de grenzen van het plangebied. Op hierna opgenomen uitsnede van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) zijn de ligging en globale begrenzing van de plangebied het rood omlijnd aangegeven.

De gronden op de kaart aangewezen voor ‘Maatschappelijke doeleinden’ zijn bestemd voor educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, kinderopvang, voorzieningen ten behoeve van lichamelijke en/of geestelijke volksgezondheid, openbare dienstverlening en alle daarbij behorende voorzieningen. Op de gronden met deze bestemming zijn toegelaten: a. gebouwen ten dienste van de bestemming; b. verhardingen, beplantingen, ontsluitingen, parkeerterreinen en speelplaatsen en voorzieningen die hierbij horen zoals verlichting en straatmeubilair; c. water, waterbergingen, infiltratievoorzieningen, hemelwatervoorzieningen, bergingsvoorzieningen en overig gebruik ten behoeve van de waterhuishoudkundige doeleinden; d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, welke ten dienste staan van deze bestemming.

7

e. gebouwde bovengrondse en ondergrondse parkeer- of stallingvoorzieningen, ten dienste van de bestemming, zoals parkeer- en/of stallinggarages. De gronden op de kaart aangewezen als 'waardevolle houtopstand' zijn bestemd als kwalitatief hoogwaardige groeiruimte voor de beschermwaardige boom. Binnen de groeiplaats boom is het verboden: a. bouwwerken op te richten; b. de maaiveldhoogte te wijzigen (dit betekent niet afgraven, niet ophogen en geen vervanging van grond, anders dan voor behoud van de houtopstand); c. verharding aan te leggen; d. de bodem te verdichten; e. de waterhuishouding te wijzigen; f. kabels en leidingen aan te leggen; g. stoffen of materialen op te slaan; h. elementen, materialen of vloeistoffen (anders dan water) in de grond te brengen; i. schaftketen, toiletten, betonmolens of andere voertuigen, machines of bouwsels te plaatsen; j. bouwwerken te slopen met machines. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om ontheffing te verlenen van bovenstaande verbodsbepalingen, indien uit een onafhankelijk deskundigenrapport blijkt dat de maatregel geen onomkeerbare negatieve gevolgen heeft voor de conditie en levensverwachting van de beschermwaardige boom. De gemeente bepaalt of een adviseur voldoende onafhankelijk en deskundig is.

Strijdigheid Het totaalplan ziet op de herontwikkeling en transformatie van een kantoorpand (het kantorengedeelte van het voormalig gemeentehuis) naar woondoeleinden en lichte horeca. Daarmee voldoet het plan niet aan de regels van het vigerende bestemmingsplan, omdat het kantoorpand niet is bestemd voor wonen en horeca. Op de hoek Vicaris van Alphenstraat/Markt is een lift/trappenhuis voorzien. In de huidige situatie bevindt zich op deze plek een boom. De betreffende boom wordt op de Groene Kaart van de gemeente Meierijstad niet aangeduid als waardevol of monumentaal (zie uitsnede). De benodigde kap zal worden gecompenseerd door het groen inrichten van de binnentuin.

8

1.4 Leeswijzer In de volgende hoofdstukken wordt aandacht besteed aan de verschillende aspecten van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 1 bevat de inleiding. In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de bestaande situatie. Hoofdstuk 3 geeft de visie op het plan in relatie tot het plangebied en de directe omgeving. Hoofdstuk 4 behandelt het beleidskader. Hoofdstuk 5 behandelt de omgang met mogelijke archeologische en cultuurhistorische waarden in het plangebied. De hoofdstukken 5, 7 en 8 besteden respectievelijk aandacht aan de aspecten flora en fauna, water en mogelijk fysieke belemmeringen in de ondergrond. Hoofdstuk 9 geeft een verantwoording ten aanzien van milieu-hygiënische aspecten. Hoofdstuk 10 behandelt de omgang met de mogelijke wijziging in de situatie omtrent mobiliteit en parkeren. De juridische aspecten worden toegelicht in hoofdstuk 11. De onderdelen economische uitvoerbaarheid en maatschappelijke uitvoerbaarheid komen in hoofdstuk 12 aan bod. Hoofdstuk 13 tot slot bevat de conclusie.

9

2. Beschrijving bestaande situatie Het plangebied ligt in het centrum van de bebouwde kom van Schijndel, aan de Markt 20a. Het pand wordt in het noordwesten begrensd door de Markt (met aan de overzijde de Sint Servatius Kerk), in het noordwesten door de Vicaris van Alphenstraat/Sint Servatiusstraat en in het zuidoosten door het Verlengde Kloosterpad. Aan de zuidwestzijde grenst het plangebied aan een nieuw gecreëerd straatje/steegje welke het oude deel en het nieuwe deel van het voormalige gemeentehuis van elkaar scheidt. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Schijndel, sectie G, nummer 3460. Het perceel moet op de kadastrale ondergrond nog gesplitst worden van het andere, oudere deel van het voormalig gemeentehuis. De oppervlakte van het plangebied is circa 1.100 m2.Op hoofdlijnen bestaat het plangebied uit het gestreepte vlak op navolgende afbeelding.

10

3. Visie op plan(gebied) 3.1 Uitgangspunten Het huidige gebouw heeft een monotoon en naar binnen gekeerde uitstraling. De uitbreiding van het oorspronkelijke gemeentehuis in de jaren negentig heeft kenmerken van de Brabantse bouwstijl ‘Bossche School’. Hoe verschillend ook, gebouwen geïnspireerd op de Bossche School zijn allemaal tamelijk rustige, rechthoekige gebouwen met muren van baksteen en vaak dikke betonnen balken boven diepliggende ramen en dikke betonnen dorpels eronder; opsmuk is er niet. Navolgend zijn twee foto’s opgenomen van de bestaande situatie ter plaatse (bronnen: tvschijndel.nl en maps.google.nl – streetview). De eerste foto is het pand bezien vanaf de Markt, de tweede foto betreft een weergave van het pand bezien vanaf het Verlengde Kloosterpad.

11

Navolgend is een foto met vogelperspectief op het plangebied (onderzijde) en haar omgeving opgenomen (ontleend aan tender Okko Project).

3.2 Integraal ontwerp en beschrijving van het plan(gebied) Het totaal-/eindplan voorziet concreet in de ontwikkeling van: • maximaal 16 appartementen; • een horecavoorziening aan de Markt. Aan de Markt presenteert het pand zich bescheiden tussen de drie aanwezige iconische gebouwen, de weten: de kerk, de Glazen Boerderij en het oude deel van het voormalige gemeentehuis. Het plan dat initiatiefnemer voor ogen heeft refereert aan de hangende tuinen van Babylon. Volgens legendes liet koning Nebukadnezar een tuin aanleggen met verschillende terrassen, omringd door muren, begroeid met een keur aan ecosystemen om zijn kersverse echtgenote, Amytes, op te vrolijken. De naam Amytes komt oorspronkelijk van het oude Perzische; ‘met goede gedachte’. In het plan dat initiatiefnemer voor ogen heeft, zullen

12

nieuwe bewoners zich direct thuis voelen in de inspirerende, bio-diverse woonomgeving in de luwte aan de markt; de hangende tuinen van Schijndel. De Bossche School architectuur van de buitenzijde wordt in de plannen versterkt door een aantal ingrepen, maar zal de wat meer gesloten zijde blijven. De ‘de voering van het gebouw’, binnenzijde van het pand, ontstaat door de bestaande buitenpatio in het hart van het pand ruimtelijk te gaan vergroten. Appartementen worden met royale balkons en terrassen en trappartijen heel open en vriendelijk georiënteerd aan deze binnentuin die zo ook ruimtelijk in verbinding komt te staan met het pocketpark en de zonnige zijde van de locatie. Er ontstaat een hybride samenspel tussen de wat meer gesloten Bossche school architectuur aan markt en laagbouw van de aangrenzende woonstraten en de open architectuur van de hangende tuinen aan de parkzijde. De groene ‘voering’ blijft vanuit de Markt net zichtbaar; genoeg om spanning op te roepen, niet te veel om de drie-eenheid te verstoren. Om levendigheid in de straat te brengen wordt straks ook op maaiveld gewoond. Parkeren wordt deels in het bestaande gebouw opgelost. De aanwezige kelder zal worden gebruikt voor de benodigde bergingen. Navolgend zijn enkele indicatieve impressies opgenomen.

De opbouw die op onderstaande impressie is ingetekend op de hoek Markt - Vicaris van Alphenstraat/Sint Servatiusstraat zal in geringere omvang worden gerealiseerd.

13

14

Navolgend zijn indicatieve plattegrondtekeningen opgenomen.

Parkeren De gemeente Meierijstad streeft naar een goede ontsluiting en ook naar een goede parkeerbalans op nieuw te ontwikkelen percelen. Voor het plangebied betekent dit dat de ontsluiting van het terrein afdoende moet zijn en dat er voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein aanwezig is.

15

Parkeren is een belangrijk aspect binnen deze herontwikkeling. Er zijn zorgen vanuit de omgeving over de parkeerdruk die wellicht te hoog wordt als er (extra) woningen worden ontwikkeld. Initiatiefnemer heeft derhalve alles in het werk gesteld om het parkeeraspect goed te regelen door te voldoen aan de Nota Parkeernormen Meierijstad 2018 c.q. het Paraplubestemmingsplan Parkeren. In paragraaf 4.4 (gemeentelijk beleid) wordt nader ingegaan op het parkeeraspect.

16

4. Beleidstoets 4.1 Inleiding Wat betreft de verantwoordelijkheidstoedeling en bevoegdheidsverdeling zijn het Rijk, de provincies en de gemeenten verantwoordelijk voor hun eigen belangen. Er kan slechts sprake zijn van bemoeienis van Rijk of provincie met de gemeente, indien dat noodzakelijk is vanwege een nationaal respectievelijk provinciaal belang. Rijk en provincies beschikken in de Wet ruimtelijke ordening over dezelfde bevoegdheden als gemeenten om hun eigen ruimtelijke belangen te kunnen uitvoeren. Daarnaast kunnen het Rijk en de provincies algemeen verbindende regels uitvaardigen en aanwijzingen geven om hun belangen veilig te stellen. Het beleid van de gemeente Meierijstad vormt dus het kader waarbinnen de functionele en ruimtelijke ontwikkeling wordt vastgesteld. De ruimtelijke ontwikkelingsplannen van Rijk, provincie en regio vormen randvoorwaarden voor het gemeentelijke beleid. Voor zover relevant voor de plannen worden in de volgende paragrafen het Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid toegelicht. 4.2 Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), 2012 Toetsingskader Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden.

Deze structuurvisie vormt de uitwerking van de ambities van het Rijk, op basis van haar verantwoordelijkheden, in Rijksdoelen en daarmee samenhangende nationale belangen op het gebied van een samenhangend ruimtelijk en mobiliteitsbeleid. Het Rijk heeft tot doel Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken in een periode van economische conjunctuurschommelingen, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen. Aanleiding voor het vaststellen van de visie is de constatering dat het voorheen geldende ruimtelijke Rijksbeleid onvoldoende bijdroeg aan het behalen van deze doelen, onder meer door het veroorzaken van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving en een te sectorale blik op vraagstukken. Om dit te keren brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat en laat het meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk onderscheidt thans nog dertien nationale belangen. Uitsluitend op basis van deze belangen intervenieert het Rijk in de ruimtelijke ordening. Een groot deel van deze belangen leidt tot het reserveren van ruimte voor functies. Dit betreft dan bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor waterberging, militaire activiteiten en de uitbreiding van het hoofdwegennet.

17

Deze belangen zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Eén van de belangen die niet leidt tot een ruimtereservering is het belang van een ‘zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten’. In het kader van dit belang heeft het Rijk besloten om, ten behoeve van het verminderen van de bestuurlijke drukte en het neerleggen van verantwoordelijkheden bij decentrale overheden, de verstedelijkingsstrategie te wijzigen. Dit houdt in dat het bundelingsbeleid, verdichtingsbeleid, locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen, beleid voor basiskwaliteit, stedelijke netwerken, nationale landschappen en rijksbufferzones is afgeschaft en dat daar slechts één beleidslijn voor terug komt: de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Deze ‘ladder’ heeft tot doel het principe van vraaggericht programmeren en het principe van zorgvuldig ruimtegebruik bindend voor te schrijven bij de afwegingen van gemeenten en provincies. Dit belang is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Grondgedachte van de ladder is dat een activiteit op meerdere locaties zou kunnen plaatsvinden en dat vervolgens de planologisch meest juiste locatie gekozen moet worden. Dat gaat uit van de activiteit.

Hiermee wordt beoogd om de voorheen bestaande praktijk, waarbij in veel gevallen een bestemming wordt gezocht voor een bepaalde locatie om te vormen. Doorwerking plan(gebied) Het voorliggende plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor van rijkswege een (relevante) ruimtereservering geldt. Uitsluitend het nationale belang van een ‘zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten’, als vervat in de ladder voor duurzame verstedelijking, is van toepassing op het onderhavige bestemmingsplan. Aan dit belang wordt navolgend getoetst. Conclusie Aspecten als water, veiligheid, cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit vormen onderdeel van de planologische toets. Daarmee is het plan niet in strijd met het rijksbeleid. Geconcludeerd kan verder worden dat de onderhavig plangebied niet gelegen is in een gebied waarvoor van Rijkswege een relevante ruimtereservering geldt. Aan de ladder voor duurzame verstedelijking wordt navolgend getoetst.

18

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), 2012 Toetsingskader Het Rijk heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmings- en wijzigingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening.

Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Doorwerking plan(gebied) Het plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor op basis van het Barro en Rarro een relevante ruimtereservering geldt. Daarnaast wordt niet in een ontwikkeling voorzien die raakt aan een van de nationale belangen. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het Barro en Rarro niet van toepassing zijn op onderhavig plan. Nationale Omgevingsvisie Toetsingskader Vanaf 2021 treedt de nieuwe Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook 1 Rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI).

19

De vier prioriteiten waar de NOVI zich op richt in de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio’s 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Doorwerking plan(gebied) Onderhavige planuitwerking heeft met name betrekking op 'sterke en gezonde steden en regio’s' en in zekere zin ook op ‘duurzaam economisch groeipotentieel’. De transformatie van het voormalige gemeentehuis van Schijndel draagt enerzijds bij aan de versterking van het centrum van Schijndel door de toevoeging van woningen welke een bijdrage leveren aan de woningbehoefte en het draagvlak van winkels en andere voorzieningen. Anderzijds zorgt de horeca voor de gewenste reuring en levendigheid op de Markt. Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie.

Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 lid 2 Bro) Toetsingskader Met de inwerkingtreding op 1 oktober 2012 van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) – de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ – geldt voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van decentrale overheden die (planologisch) nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken een bijzonder procesvereiste. Het procesvereiste van het doorlopen van de Ladder is gebaseerd op één van de nationale belangen als opgenomen in de SVIR, opgesteld door het Rijk. Dit nationale belang houdt in dat, ten behoeve van een goed systeem van ruimtelijke ordening, een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten plaats dient te vinden. Deze zorgvuldige afweging heeft tot doel om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een onaanvaardbare leegstand te voorkomen. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Artikel 3.1.6, tweede lid, luidt nu als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het

20

bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor wonen is daarmee de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De Laddertoets geldt alleen voor ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte.

Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was of kon worden gerealiseerd. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het een functiewijziging betreft, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook het ruimtebeslag betrokken worden. In de nieuwe Ladder is het woord 'regionale' niet meer aanwezig. De Ladder bepaalt niet nader voor welk gebied de behoefte in beeld moet worden gebracht. Het is primair aan het bevoegd gezag om op basis van het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling te bepalen tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. De aard en omvang van de stedelijke ontwikkeling bepaalt op welk niveau de afweging moet worden gemaakt. De toelichting van het bestemmingsplan moet een beschrijving bevatten van de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Daarbij is het niet relevant of het plangebied binnen of buiten bestaand stedelijk gebied ligt. In beide gevallen dient de plantoelichting een beschrijving van de behoefte te bevatten.

21

In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Uit de definitie volgt dat er sprake moet zijn van een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing. In de Nota van Toelichting wordt opgemerkt dat de kwalificatie bestaand stedelijk gebied afhangt van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. Doorwerking plan(gebied) Het doel van de ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Marktsituatie De gemeente Meierijstad streeft naar een evenwichtige woningmarkt met voldoende, goede, betaalbare, gevarieerde en passende woningen en een evenwichtige voorzieningenstructuur, waarvan horeca deel uitmaakt. Dit streven komt onder meer terug in haar beleid ten aanzien van wonen, woningbouw en centrum-/horecavoorzieningen.

Zowel het provinciale als gemeentelijke beleid is gericht op het behouden van de leefbaarheid in kleine kernen. Dat is ook waar dit plan aan bijdraagt. Zo wordt met dit plan de mogelijkheid gecreëerd om te blijven wonen in de eigen dorpsgemeenschap. Tevens wordt een woonmilieu geboden dat door prijszetting, landelijk dorps en groen karakter ook een aantrekkelijke optie kan zijn voor woningzoekenden binnen het stedelijk gebied als geheel. De realisatie van horeca binnen het plangebied zorgt voor een afronding van de functies aan en op de markt en zorgt dat de ‘hoek’ van de markt en de verbinding naar het Pocketpark de gewenste reuring krijgt. De herontwikkeling van het voormalige gemeentehuis naar horeca levert verder een belangrijke bijdrage aan het streven van de gemeente om het verblijfsklimaat en de levendigheid van de markt in Schijndel verder te versterken. Deze koers wordt ook benoemd in de Centrumvisie Meierijstad (2018.

22

Samengevat kunnen we stellen dat in dit plan de (woon)consument centraal staat. Het aanbod is afgestemd op de vraag die er is vanuit de lokale bevolking. En daarbij is er ruimte voor opvang van de regionale behoefte om doorstromers binnen de regio te houden. Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? De locatie ligt binnen bestaand stedelijk gebied conform de definitie in artikel 1.1.1 onder h van het Bro. Is de behoefte op te vangen binnen het bestaand stedelijk gebied? Zoals hiervoor reeds opgemerkt, is het woningbouwplan in eerste instantie bedoeld voor de groeibehoefte van de kern Schijndel, als onderdeel van de totale regionale behoefte aan woningen. Aangezien de nieuwe woningen gesitueerd worden in de bestaande kern van Schijndel is hier sprake van een (her)ontwikkeling op een inbreidingslocatie. Het bestaand stedelijk gebied wordt niet in oppervlakte uitgebreid. Het betekent dat voldoende gemotiveerd is dat dit plan ziet op zorgvuldig ruimtegebruik en, tevens gelet op de aantallen, niet leidt tot overprogrammering. De horecafunctie wordt passend gevonden in het centrum van Schijndel, daar waar de meer publieksgerichte functies aanwezig zijn. Dit omdat het bijdraagt aan de aantrekkelijkheid en relevantie van het centrum.

Dat er reeds meerdere horecagelegenheden aanwezig zijn aan de Markt, geeft meer reden om een extra horecafunctie ter plaatse wenselijk dan wel acceptabel te achten. Het plan doet geen afbreuk aan de doelstellingen en uitgangspunten, zoals verwoord in de beleidsstukken van de gemeente Meierijstad. Het voorliggende woningbouwplan is derhalve in overeenstemming met de gemeentelijke prioriteiten, beleidsdoelstellingen en uitgangspunten. Verwezen wordt naar paragraaf 4.4 (gemeentelijk beleid). Conclusie Onderhavige planontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten en doelstellingen van de ladder voor duurzame ontwikkeling om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een ongewenste leegstand te voorkomen.

23

4.3 Provinciaal beleid Omgevingsvisie Noord-Brabant en Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Toetsingskader Hoofddoelstellingen van de Omgevingsvisie Noord-Brabant en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant zijn ‘zuinig ruimtegebruik’ met daaraan gekoppeld de ‘concentratie van verstedelijking’. De accenten moeten hierbij liggen op ‘inbreiding’ en ‘herstructurering’. Concentratie van verstedelijking De provincie stuurt op concentratie van verstedelijking: het is belangrijk dat er verschil bestaat en blijft bestaan tussen de steden en dorpen. De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant en is onderverdeeld in ‘concentratiegebieden’ en ‘overig stedelijk gebied’. In concentratiegebieden wordt de bovenlokale groei van verstedelijking opgevangen. Daarnaast moet hier een hoog voorzieningenniveau geboden worden, waardoor de (suburbane) kernen en dorpen buiten het concentratiegebied het huidige (landelijke) karakter behouden. In overig stedelijk gebied is grootschalige verstedelijking ongewenst. Wel kan hier voor de eigen behoefte gebouwd worden. Naast concentratie van verstedelijking wil de provincie binnen de stedelijke structuur het volgende bereiken: • zorgvuldig ruimtegebruik; • meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit; • betere verknoping van stedelijke ontwikkelingen aan de infrastructuur; • versterking van de economische kennisclusters.

Voor onderhavig initiatief spelen de elementen ‘zorgvuldig ruimtegebruik’ en ‘meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit’ een rol. Zorgvuldig ruimtegebruik De provincie wil dat de kansen voor functiemenging, inbreiding, herstructurering en zo nodig transformatie in het stedelijk gebied goed worden benut, inclusief de mogelijkheden voor intensivering en meervoudig ruimtegebruik. Hierdoor is minder ruimte nodig voor stedelijke uitbreidingen. Het ‘aansnijden van nieuwe ruimte’ voor verstedelijking wordt in samenhang bezien met deze mogelijkheden. Door meer aandacht te schenken aan beheer en onderhoud van het bestaand stedelijke gebied worden in de toekomst ingrijpende herstructureringen voorkomen.

24

Meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit Karakteristieke verschillen tussen dorpen en steden vervagen. Uitbreidingswijken en werklocaties in steden en dorpen gaan steeds meer op elkaar lijken. De provincie wil dat nieuwe ontwikkelingen meer inspelen op het karakter en de kwaliteit van de plek. Door bij stedelijke ontwikkelingen uit te gaan van het verschil in omvang en karakter van de verschillende kernen, wordt het contrast tussen stad en dorp behouden. Dit versterkt de identiteit en aantrekkelijkheid van kernen en hun relatie met het omliggende landschap. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Het beleid uit de Omgevingsvisie is verwerkt in de regels die zijn opgenomen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De onderwerpen die in de verordening staan komen dus uit de provinciale structuurvisie. Daarin staat welke belangen de provincie wil behartigen en hoe ze dat wil doen. De verordening is daarbij één van de manieren om die provinciale belangen veilig te stellen. In de verordening is een aantal aspecten opgenomen die van toepassing zijn op onderhavig plan. Deze zullen hierna worden besproken. De provincie wil de ruimtelijke kwaliteit van Noord-Brabant bevorderen. Dit betekent dat nieuwe ontwikkelingen een bijdrage moeten leveren aan de kernkwaliteiten van NoordBrabant.

De provincie biedt ontwikkelingsruimte in het buitengebied, mits een ontwikkeling bijdraagt aan een versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Nieuwe ontwikkelingen bieden een kans voor behoud en ontwikkeling van het landschap. Het ontwikkelen van landschap reikt verder dan het behouden wat er is, ontwikkelen van het landschap gaat ook om het toevoegen van nieuwe ruimtelijke kwaliteiten. Niet alle thematische kaarten zijn relevant voor onderhavig plan. Onderstaande tabel illustreert welke thematische kaarten in principe van toepassing zijn op het plangebied en welke niet. Thema / kaartnaam Milieubescherming Landbouw Stedelijke ontwikkeling en erfgoed Natuur en stiltegebieden Grondwaterbescherming, waterveiligheid en –berging Basiskaart Landelijk gebied Specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen Watersystemen, -veiligheid en -berging

Van toepassing Nee Ja Ja Nee Nee Nee Ja Ja

25

Rechtstreeks werkende regels: landbouw Binnen het kaartbeeld ‘Rechtstreeks werkende regels: landbouw’ is het plangebied aangeduid als ‘verbod uitbreiding veehouderij’. Dit is geïllustreerd in navolgend kaartbeeld.

In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant worden algemene regels gegeven waaraan de toelichting bij een gemeentelijk planologisch wonen mogelijk maakt, moet voldoen. Uiteraard dient gekeken te worden naar de bestaande harde plancapaciteit. Tevens moet uitdrukkelijk een relatie gelegd worden met de afspraken die in het regionaal planningsoverleg zijn gemaakt over de nieuwbouw van woningen. Deze afspraken worden jaarlijks gemaakt en zo nodig herzien. Zij worden gebaseerd op de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose. De afspraken hebben in ieder geval betrekking op de aantallen te bouwen woningen. Zij kunnen daarnaast betrekking hebben op de aard van de woningen. Daaronder worden onder meer begrepen woningen voor bijzondere doelgroepen, zoals ouderen, personen met een zorgvraag, jongeren en starters op de woningmarkt, in het bijzonder voor zover deze groepen behoren tot de lagere inkomensgroepen. De aanduiding ‘verbod uitbreiding veehouderij’ heeft enkel invloed op bestaande agrarische bedrijven. Onderhavig plan betreft de oprichting van woningen in een bestaand pand binnen de kern schijndel. De uitgangspunten en regeling ten aanzien van het verbod op uitbreiding van veehouderijen hebben hier geen invloed op, en andersom doet onderhavig planvoornemen geen afbreuk aan deze beleidsregels.

26

Onderhavige ontwikkeling betreft intensiever ruimtegebruik van een stedelijke functie en is passend binnen de diverse beleidsuitgangspunten waaronder de doelstellingen wat betreft de kwantitatieve en kwalitatieve doeleinden met betrekking tot de woningbouw. Doorwerking plan(gebied) De woonwensen en de leefbaarheid in de dorpen en steden, de behoefte aan gebiedseigenheid en identiteit van stad, dorp en landschap en klimaatverandering staan in de volle aandacht. De provincie Noord-Brabant wil blijven ontwikkelen, maar de provincie stelt ook meer eisen aan de kwaliteit van de leefomgeving. Vanwege een zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik worden woningen op de eerste plaats binnen de bestaande bebouwde kom geconcentreerd. Voorliggend initiatief ziet op inbreiding en verdichting en op herstructurering, herontwikkeling en transformatie van een bestaand kantoorpand. Hiermee streeft het plan zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik na. Voorts moeten bestaande waarden en kwaliteiten behouden blijven en waar mogelijk worden versterkt. Het provinciale beleid, opgenomen in de provinciale structuurvisie en de verordening, is gericht op het concentreren van stedelijke ontwikkelingen in het bestaand stedelijk gebied.

De voorgestane ontwikkeling beantwoordt aan de provinciale ruimtelijke doelstellingen om te komen tot zuinig ruimtegebruik en concentratie van verstedelijking (inbreiden, transformeren, herstructureren en intensiveren). Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed Binnen het kaartbeeld ‘Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ is het plangebied aangeduid als ‘Landelijke kern’. Dit is geïllustreerd in navolgend kaartbeeld.

27

De provincie verwacht van gemeenten dat zij bij de ontwikkeling van woningbouwlocaties en het opstellen van gemeentelijke ruimtelijke plannen daarvoor rekening houden met de afspraken in het regionaal ruimtelijk overleg. Dit artikel bevat regels over de verantwoording bij bestemmingsplannen en andere planologische besluiten. Hierbij is het nodig ook een relatie te leggen naar de bestaande harde plancapaciteit. Tevens moet uitdrukkelijk een relatie gelegd worden met regionale afspraken over de nieuwbouw van woningen De provincie vraagt gemeenten om het principe van zorgvuldig ruimtegebruik toe te passen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het doel hierbij is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Pas als dat niet kan, wordt gezocht naar de beste plek in het buitengebied om nieuwe ruimte te gebruiken. Daarnaast wil de provincie verouderde locaties in stedelijk gebied opnieuw invullen en ongewenste functies in het buitengebied saneren. Voorbeelden van dergelijke ongewenste functies zijn glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden of veehouderijen rondom de natuur en stedelijke gebieden. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is verder bepaald dat ruimtelijke plannen die voorzien in een stedelijke ontwikkeling, in principe alleen in bestaand stedelijk gebied mogen vallen. Onder voorwaarden zijn ontwikkelingen in hiermee samenhangende zoekgebieden mogelijk.

Uit onderhavige toelichting blijkt dat aan deze voorwaarden wordt voldaan. Doorwerking plan(gebied) Onderhavig planvoornemen betreft een functieverandering c.q. intensivering van het gebruik van een bestaande locatie binnen de stedelijke zone. Hiermee wordt dus aangesloten bij het uitgangspunt van de provincie om zorgvuldig om te gaan met de beschikbare ruimte binnen een landelijke kern. Instructieregels gemeenten: specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen Binnen het kaartbeeld ‘Instructieregels gemeenten: specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen’ is het plangebied aangeduid als ‘stalderingsgebied’. Dit is geïllustreerd in navolgend kaartbeeld.

28

De aanduiding ‘stalderingsgebied’ heeft enkel invloed op bestaande agrarische bedrijven. Onderhavig plan betreft de oprichting van vier grondgebonden woningen in de dorpskern. De uitgangspunten en regeling ten aanzien van staldering heeft hier geen invloed op, en andersom doet onderhavig planvoornemen geen afbreuk aan deze beleidsregels. Doorwerking plan(gebied) De aanduiding ‘Stalderingsgebied’, binnen het kaartbeeld ‘Instructieregels gemeenten: specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen’ is niet van toepassing op onderhavige ontwikkeling. Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid en -berging Binnen het kaartbeeld ‘Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid en berging’ is het plangebied aangeduid als ‘Normvrij gebied’ en ‘Norm wateroverlast buiten stedelijk gebied’. Dit is geïllustreerd in navolgend kaartbeeld.

29

Elke plek heeft een aanduiding welke iets regelt ten aanzien van omgang met water. Binnen ‘Norm wateroverlast Stedelijk gebied’, met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, als norm een overstromingskans van: a. 1/100 per jaar voor gebieden die in een ruimtelijk plan bestemd zijn voor de doeleinden bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen; b. 1/10 per jaar voor overige gebieden. Doorwerking plan(gebied) De genoemde inspanningsverplichting is niet van toepassing op onderhavige ontwikkeling, in die zin dat er geen bebouwd oppervlak / verharding aan de bestaande situatie zal worden toegevoegd, en dat inspanningsverplichtingen ten aanzien van bergings- en afvoercapaciteit reeds bij oprichting van bouwwerken binnen het plangebied, hebben plaatsgevonden. Conclusie provinciaal beleid Onderhavige ontwikkeling vindt plaats in stedelijk gebied, betreft intensiever ruimtegebruik met een stedelijke functie en is passend binnen de diverse beleidsuitgangspunten waaronder de doelstellingen wat betreft de kwantitatieve en kwalitatieve doeleinden met betrekking tot de woningbouw. De planontwikkeling heeft geen nadelige gevolgen voor de ambities die de provincie nastreeft en heeft geformuleerd in de Omgevingsvisie Noord-Brabant en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Er wordt met onderhavige ontwikkeling derhalve

30

geen afbreuk gedaan aan de beleidsdoelstellingen en ambities, zoals opgenomen in de structuurvisie en de verordening. Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten zoals verwoord in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De ruimtelijk-fysieke, logistieke en milieu-hygiënische aanvaardbaarheid van onderhavige ontwikkeling wordt gemotiveerd in de hoofdstukken 5 tot en met 10. 4.4 Gemeentelijk beleid De provinciale ruimtelijke beleidskaders zijn of moeten worden vertaald in het gemeentelijke ruimtelijke beleid. In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de Woonvisie Meierijstad (2018), de Centrumvisie Meierijstad (2018), het Paraplubestemmingsplan parkeren en de Welstandsnota Meierijstad 2018. Daarnaast is er al uitgebreid aandacht besteed aan de vigerende bestemming met daartoe behorende regels in paragraaf 1.3 van deze plantoelichting. Per 1 januari 2017 zijn de gemeenten Veghel, Sint Oedenrode en Schijndel gefuseerd tot één gemeente: Meierijstad. Woonvisie Meierijstad (2018) Toetsingskader Meierijstad wil een stad zijn met een aantrekkelijk woonklimaat en een woningaanbod voor iedereen. Gestreefd wordt, naast vitale wijken en kernen, naar een gevarieerd woningaanbod in aantrekkelijke, leefbare buurten om ruimte en kansen te bieden aan alle bevolkingsgroepen en leefstijlen.

Waar de vergrijzing, de gezinsverdunning en de inclusieve samenleving, waar iedereen meedoet en tot zijn recht komt, om aandacht vragen. Waar de gemeente duurzaam en zorgvuldig gebruik maakt van de ruimte en bestaand vastgoed. Een woonbeleid wat toekomstbestendig is en haar basis vindt in de woningbehoefte van de woningzoekenden. Om te voorzien in de diversiteit van woningbehoeften en wensen van eigen inwoners en van hen die zich in Meierijstad al dan niet tijdelijk willen vestigen, geeft de gemeente ruimte aan woningbouwplannen. Voor de woningbehoefte wordt niet alleen gekeken naar de korte maar ook naar de lange termijn. Waar het goede van het landelijk wonen wordt behouden en de meer stedelijke kern aantrekkelijker wordt gemaakt en wordt versterkt. En waar de gemeente samenwerkt met plaatselijke partners en inwoners, maar ook met de regio. De gemeente richt de aandacht op vier thema’s en de realisatiekracht van deze visie:

31

1. de dynamiek van de woningmarkt: een continue afstemming van de vraag naar passende woningen en het aanbod (bestaand en nieuw) in relatie tot de behoefte op de langere termijn onder wisselende omstandigheden; 2. wonen, welzijn en zorg: de samenhang tussen demografische ontwikkelingen (de vergrijzing en toename van eenpersoonshuishoudens), de transitie in het sociale domein gericht op een inclusieve samenleving waar iedereen meedoet en de invloed daarvan op de leefomgeving; 3. duurzaamheid: aandacht voor de energetische uitdagingen en het zo optimaal mogelijk gebruik maken van bestaande infrastructuur en vastgoed; 4. leefbaarheid: een juiste balans tussen enerzijds de specifieke woonkwaliteiten en anderzijds een divers woningaanbod wat de kracht en eigenheid van wijken en kleine kernen recht doet. De gemeente Meierijstad geeft prioriteit aan inbreidingsplannen boven uitbreidingsplannen. De gemeente geeft tevens aan meer ruimte te willen bieden aan nieuwe woonvormen voor ouderen die willen doorstromen. Daarbij wil de gemeente de doorstroming van ouderen, eventueel met een zorgbehoefte, naar meer geschikte woningen stimuleren. De gemeente legt het accent op het bouwen voor de doorstroming door goede alternatieven te realiseren voor ouderen (de woonwensen van ouderen in met name de kleinere kernen) en dure scheefwoners (in met namen de grotere kernen).

Daarbij wordt ingezet op inbreiding in bestaande kernen met aandacht voor kwaliteitsverbetering en zorgvuldig ruimtegebruik en behoud van de kracht van de kern. Een dergelijke kwaliteitsverbetering, die ook kan resulteren in unieke woonconcepten op unieke plekken is bijvoorbeeld wenselijk voor vastgoed dat niet meer voor het oorspronkelijke doel wordt gebruikt, leeg staat of al gesloopt is. Doorwerking plan(gebied) De gemeente Meierijstad streeft naar een evenwichtige woningmarkt met voldoende, goede, betaalbare, gevarieerde en passende woningen. Het plan komt tegemoet aan een actuele behoefte en wordt in bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. Dus herstructurering en transformatie vóór uitleg. Voorliggend initiatief ziet op inbreiding en verdichting en op herstructurering, herontwikkeling en transformatie van bestaand vastgoed. Hiermee streeft het plan zuinig en zorgvuldig

32

ruimtegebruik na. Het plan bestaat, naast een op te richten horeca-functie, uit de realisatie van (maximaal) 16 appartementen. 25% van de appartementen wordt gerealiseerd in het kader van sociale woningbouw. De ontwikkeling van de appartementen is daarmee in lijn met het streven van de gemeente Meierijstad naar een evenwichtige woningmarkt met voldoende, goede, gevarieerde en passende woningen. Het plan komt daarmee tegemoet aan een actuele behoefte. Een en ander houdt in dat het plan passend is binnen het vigerende beleid en uitvoeringsprogramma voor de toekomst van de gemeente Meierijstad en in het bijzonder voor Schijndel. Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten zoals verwoord in de Woonvisie Meierijstad 2018. Centrumvisie Meierijstad (2018) Toetsingskader De realisatie van horeca binnen het plangebied zorgt voor een afronding van de functies aan en op de Markt en zorgt dat de ‘hoek’ van de Markt en de verbinding naar het Pocketpark de gewenste reuring krijgt. De Centrumvisie Meierijstad (2018) is er op gericht om het verblijfsklimaat en de levendigheid van de markt in Schijndel verder te versterken. De herontwikkeling van het voormalige gemeentehuis naar een publiekstoegankelijke en centrumversterkende functie, zoals bijvoorbeeld horeca, levert daar een belangrijke bijdrage aan.

Deze koers wordt ook benoemd in de Centrumvisie. De behoefte aan horeca is te verdelen in kwalitatieve en kwantitatieve marktruimte. Kwantitatieve marktruimte: de ‘Horecavisie en -beleid’ Meierijstad’ geeft aan dat voor winkels kengetallen als bestedingscijfers in fysieke winkels en gemiddelde omzet per m² winkelvloeroppervlak per branche relatief goed worden bijgehouden. Binnen de horeca zijn dit soort gegevens echter minder transparant. Ook is koopstromenonderzoek hier niet tot nauwelijks voorhanden. De kwantitatieve marktruimte is daarom moeilijk te concretiseren. Wel wordt er een terugloop in het aantal horecaondernemingen verwacht. Voor een aantal horecaondernemingen zijn afgelopen jaar principeverzoeken (binnen en buiten het centrumgebied) ingediend (en gehonoreerd). Hierbij wordt voorgesteld om de horecabestemming op te heffen ten behoeve van woningbouwontwikkeling.

33

Kwalitatieve marktruimte: de kwalitatieve marktruimte gaat vooral in op de locatie en versterking van het verblijfsklimaat: ‘het maken van aantrekkelijke plekken’. De voorgestelde horecaontwikkeling vormt de afronding van het centrum en de markt, waarbij het gebouw belangrijk is en blijft als identiteitsdrager. ‘Er is uitzicht op de markt, de kenmerkende glazen boerderij en voorziet in een terras ‘aan de voet van de kerk’. Doorwerking plan(gebied) Om mogelijke overlast te beperken is gekozen om enkel dag- en avondhoreca toe te staan. Dit is ook zo geborgd in het nu voorliggende bestemmingsplan. Bij uitstek is de markt, waar ook de weekmarkt plaatsvindt, een locatie waar overdag en in de avond horeca wenselijk is omdat het iets toevoegt aan de belevingswaarde en verblijfswaarde van de markt en het centrum. Daarnaast levert de voorgenomen horeca, door haar ligging op de hoek Markt – doorsteek pocketpark, een positieve bijdrage aan de reuring en verbinding van het pocketpark met de Markt. Het beleid, vastgelegd in de ‘Horecavisie en –beleid Meierijstad’, richt zich er daarbij ook op dat in de dorpscentra een versterking van het horeca-aanbod gewenst is. Hierbij wordt het ‘ja-mits’- principe gehanteerd.

Dat wil zeggen dat de ontwikkeling wordt toegestaan mits: • de ontwikkeling geen onevenredige inbreuk doet op het woongenot van omwonenden; • de verkeersaantrekkende werking van de ontwikkeling past bij de lokale infrastructuur; • de ontwikkeling geen afbreuk doet aan de landschappelijke kwaliteiten. Op basis van toetsing aan het vigerende beleid en de uitgevoerde onderzoeken, de geringe invloed op de bestaande infrastructuur en het geen afbreuk doen aan landschappelijke kwaliteiten kan worden gesteld dat aan deze voorwaarden wordt voldaan. De horecafunctie wordt passend gevonden in het centrum van Schijndel, daar waar de meer publieksgerichte functies aanwezig zijn. Dit omdat het bijdraagt aan de aantrekkelijkheid en relevantie van het centrum. Dat er reeds meerdere horecagelegenheden aanwezig zijn aan de Markt, geeft meer reden om een extra horecafunctie ter plaatse wenselijk dan wel acceptabel te achten. Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten zoals verwoord in de

34

Centrumvisie Meierijstad (2018). Paraplubestemmingsplan Parkeren / Nota Parkeernormen Meierijstad 2018 Toetsingskader Bij het bepalen van de parkeerbehoefte van het planvoornemen is uitgegaan van de parkeernormen uit het Paraplubestemmingsplan ‘Parkeren’ van de gemeente Meierijstad, vastgesteld d.d. 31 januari 2019, waaraan de Nota Parkeernormen Meierijstad 2018 is gekoppeld. Doorwerking plan(gebied) Auto-parkeren In navolgende tabel is een berekening opgenomen van de totale auto-parkeerbehoefte van het planvoornemen, waarbij rekening is gehouden met dubbelgebruik. Het maatgevend moment betreft ‘werkdag avond’, met een totale parkeerbehoefte van afgerond 40 parkeerplaatsen (zie navolgende figuur).

Conform de Nota Parkeernormen Meierijstad 2018 wordt het aantal te realiseren parkeerplaatsen berekend op basis van de parkeerbehoefte van de nieuwe functie op het maatgevende moment minus de parkeerbehoefte van de oude functie op datzelfde maatgevende moment, waarbij de nieuwe functie moet voorzien in de extra parkeerdruk die de ontwikkeling genereert. Het is daarbij niet vereist om het bestaande tekort aan parkeerplaatsen in de huidige situatie te compenseren in geval van wijziging van gebruik. In navolgende tabel is de parkeerbehoefte van het bestaande kantoorgebouw opgenomen. Daaruit komt naar voren dat op het maatgevende moment van het planvoornemen, zijnde de werkdagavond, een parkeerbehoefte bestaat van 4 parkeerplaatsen. In de huidige situatie zijn er 0 parkeerplaatsen op eigen terrein weergeven. Dit betekent dat dit bestaande tekort van 4 parkeerplaatsen niet hoeft te worden opgelost bij realisatie van de nieuwe ontwikkeling.

35

Op navolgende figuur zijn al deze parkeergelegenheden in kaart gebracht, met daarbij een onderscheid in het soort parkeren

De totale netto parkeerbehoefte die met inachtneming van bovenstaande aan het planvoornemen is verbonden resulteert in 40 – 4 = 36 parkeerplaatsen. In de toekomstige situatie worden binnen het plangebied op eigen terrein 16 parkeerplaatsen gerealiseerd. Conform artikel 3.1 van de Nota parkeernormen kan een deel van de parkeerdruk worden afgewenteld op de parkeergelegenheid in de omgeving, mits loopafstanden in acht worden genomen en de bezettingsgraad van deze parkeerplaatsen niet hoger uitkomt dan 85%. Dit dient te worden aangetoond met een onafhankelijk parkeeronderzoek. Inzake het planvoornemen zijn er 20 parkeerplaatsen die op het openbare gebied worden afgewenteld. Ter voorbereiding op de herontwikkeling/transformatie van het voormalige gemeentehuis (Raadshuis + kantoorgebouw) heeft adviesbureau DTV Consultants in maart 2020 in opdracht van de gemeente Meierijstad een parkeeronderzoek uitgevoerd. Gemeente Meierijstad heeft dit onderzoek aan initiatiefnemer verstrekt om als zodanig te gebruiken voor onderhavig bestemmingsplan. Dit met als reden dat ten tijde van het schrijven van dit bestemmingsplan het corona-virus dusdanig invloed heeft op de verkeers- en parkeersituatie dat de ‘normale situatie’ niet getoetst kan worden. Derhalve wordt het onderzoek dat gemeente Meierijstad uit heeft laten voeren toereikend bevonden. Het onderzoek is opgenomen als bijlage 1.

DTV Consultants heeft onderzoek gedaan naar de parkeerbezetting en parkeermotieven betreffende alle parkeergelegenheden in het centrum van Schijndel..

36

Op basis van de parkeernota gelden maximale loopafstanden die aangehouden dienen te worden tussen de functie en parkeergelegenheid. Voor de functie ‘wonen’ bedraagt deze maximale loopafstand 100 meter en voor de functie ‘horeca’ is dat 200 meter. Derhalve kunnen niet alle op bovenstaande figuur weergeven parkeergelegenheden worden beschouwd in het kader van het planvoornemen. Met inachtneming van de richtafstanden kunnen in ieder geval de parkeerterreinen aan het Catharinaplein, de Vicaris Aertsweg en Kluisstraat worden beschouwd. Deze bevinden zich respectievelijk op 100, 125 en 200 meter afstand tot het plangebied en worden in navolgende figuur aangeduid met nummers 66, 76 en 5. In onderstaande tabel is voor deze parkeergelegenheden het resultaat van het onderzoek van DTV Consultants weergeven. Tevens zijn hierin enkele kleinschalige parkeervoorzieningen opgenomen die nabij het plangebied zijn gelegen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=08eb4ee0-0d4a-4c13-8799-0b8f3a1be3f3