Bijlage 4 Toelichting Trentweg 24 (inclusief bijlagen)
Tekst van het document
vissen
waargenomen.
De
Overige Omdat er geen geschikt biotoop is waargenomen voor overige beschermde soorten, zijn negatieve effecten uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
23
Quickscan Flora- en Fauna – Trentweg 24 Erp
Hoofdstuk 3
3 Conclusie en aanbevelingen Het natuuronderzoek is gebaseerd op inventarisatiegegevens van derden, literatuuronderzoek en een verkennend veldbezoek aan het plangebied. Het beeld dat uit het onderzoek naar voren is gekomen vormt voldoende basis om gefundeerd uitspraken te doen over de gevolgen van de voorgenomen werkzaamheden voor beschermde soorten en gebieden.
3.1
Conclusie Voor de bepaling van de effecten en voor de beantwoording van de vraag of men in strijd komt met de Wet natuurbescherming, wordt de relatie gelegd tussen het initiatief met deze wet door waar mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en de staat van instandhouding? 3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig? Het voornemen zoals opgenomen in de inleiding en de daarbij behorende werkzaamheden, zal naar verwachting geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dieren/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. De bebouwing dient bij voorkeur gesloopt te worden buiten het broedseizoen.
Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Een ontheffing met betrekking tot aantasting van beschermde soorten is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling op basis van de Verordening natuurbescherming voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht blijft onverminderd van toepassing.
24
Quickscan Flora- en Fauna – Trentweg 24 Erp
Literatuur • • • • •
• • • • •
• • • • • • • • • • •
25
Broekhuizen, S., Hoekstra, B., Laar, van, V., Smeenk, C. & Thissen, J.B.M., 1992 Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Stichting uitgeverij van de KNNV, Utrecht. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no 92/409 inzake het behoud van de vogelstand. Brussel, 1979. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no 92/43 inzake instandhouding van de natuurlijke habitat en de wilde flora en fauna. Brussel, 1992. Provinciale Verordening (Wet) natuurbescherming Hollander, H., & Geest, van der, P., 1994. Rode-Lijst van bedreigde zoogdieren in Nederland. Red data book of threatened mammals in the Netherlands. Vereniging voor Zoogkunde en Zoogdierbescherming, Utrecht. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Ministerie van Volkshuisvesting. Ruimtelijke Ordening en milieu, 2004. Nota Ruimte. De Nederlandse libellen, Nederlandse Fauna, deel 4 Nationaal historisch museum, KNNV uitgeverij (2002) Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming (VZZ) Vleermuizen en planologie, Zoogdiervereniging (2010) Wet natuurbescherming. Vastgesteld d.d. 1 januari 2017. www.waarneming.nl www.synbiosys.alterra.nl www.atlasleefomgeving.nl www.ravon.nl www.sovon.nl www.google.nl www.ndff.nl www.floron.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.natura2000.nl www.ecologica.eu
Quickscan Flora- en Fauna – Trentweg 24 Erp
Bijlage
1 Waarnemingen
26
Quickscan Flora- en Fauna – Trentweg 24 Erp
27
Quickscan Flora- en Fauna – Trentweg 24 Erp
Bijlage
2 Effecten indicator soorten
28
Quickscan Flora- en Fauna – Trentweg 24 Erp
29
Quickscan Flora- en Fauna – Trentweg 24 Erp
Bodemonderzoek
Verkennend bodemonderzoek Trentweg 24 te Erp Kadastrale gegevens: gemeente Erp, sectie P, nummer 53
Projectnummer: Datum:
20211215 15 juli 2021
Verkennend bodemonderzoek Trentweg 24 te Erp Kadastrale gegevens: gemeente Erp, sectie P, nummer 53
Opdrachtgever FG Bedrijfsontwikkeling mevrouw E. van den Berselaar Postbus 30 5469 ZG Erp Adviesbureau
Projectleider
MILON bv
J. van Gemert
Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel info@milon.nl / www.milon.nl 073 - 5477253 Status definitief Datum 15 juli 2021 Projectnummer 20211215
Versie 1
Kwaliteitscontrole Mirjam van de Giessen
Inhoudsopgave 1 Inleiding .................................................................................. 3 1.1 Algemeen .......................................................................... 3 1.2 Aanleiding en doel .............................................................. 3 1.3 Opbouw van het rapport ...................................................... 3 1.4 Betrouwbaarheid en onafhankelijkheid .................................. 3 2 Milieuhygiënisch vooronderzoek .............................................. 4 2.1 Algemeen .......................................................................... 4 2.2 Afbakening en locatiegegevens ............................................. 4 2.3 Gebruik, potentiële bronnen en uitgevoerde onderzoeken ........ 7 2.4 Bodemkwaliteitskaart, bodemopbouw en geohydrologie .......... 7 2.5 Hypothese ......................................................................... 7 3 Uitvoering verkennend bodemonderzoek ................................ 9 3.1 Onderzoeksstrategie ........................................................... 9 3.2 Veldwerkzaamheden ........................................................... 9 3.3 Zintuiglijke waarnemingen ................................................. 10 3.4 Laboratoriumwerkzaamheden ............................................
11 3.5 Analyseresultaten ............................................................. 12 3.6 Bespreking van de resultaten ............................................. 13 4 Samenvatting en conclusies .................................................. 14
Bijlagen 1. Topografische overzichtskaart 2. Situatietekening 3. Boorbeschrijvingen en zintuiglijke waarnemingen 4. Analysecertificaten 5. Toetsing analyseresultaten 6. Toetsingskader Wet bodembescherming en Besluit bodemkwaliteit
1
Inleiding
1.1
Algemeen
MILON bv te Veghel heeft, in opdracht van mevrouw E. van den Berselaar namens FG Bedrijfsontwikkeling te Erp, een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het perceel Trentweg 24 te Erp. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de Nederlandse Normen NEN 5725 en NEN 5740.
1.2
Aanleiding en doel
Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en sloopwerkzaamheden op het perceel. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het verkrijgen van inzicht in de bodemopbouw en de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater.
1.3
Opbouw van het rapport
In onderhavige rapportage komen de volgende aspecten aan de orde:
resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2); resultaten van het verkennend bodemonderzoek (hoofdstuk 3); conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 4).
De bijbehorende tekening, boorprofielen, analysecertificaten en toetsingstabellen zijn als bijlagen in deze rapportage opgenomen.
1.4
Betrouwbaarheid en onafhankelijkheid
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”, protocol 2001 "Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen" en protocol 2002 "Het nemen van grondwatermonsters". MILON bv is gecertificeerd volgens dit procescertificaat. Het onderzoek is geheel onafhankelijk uitgevoerd. MILON bv is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en is financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever. Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. Hierbij wordt opgemerkt dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef waarbij een relatief gering aantal boringen en analyses worden uitgevoerd. Daarom kan niet geheel uitgesloten worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is die bij dit onderzoek niet is aangetroffen. MILON bv acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade.
Projectnummer: 20211215 Datum: 15 juli 2021
Pagina 3 van 15
2
Milieuhygiënisch vooronderzoek
2.1
Algemeen
Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725:2017 nl Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. Uiteindelijk dienen in het vooronderzoek de onderzoeksvragen uit de NEN 5725 'Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek' beantwoord te worden. Ten behoeve van het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: Informatie opdrachtgever en eigenaar; Informatie overheid inzake bodemonderzoeken, ophooglagen, vergunningen, (voormalige) brandstoftanks en andere mogelijke relevante informatie; Website Bodemloket; Historisch topografisch kaartmateriaal, website topotijdreis; Actuele luchtfoto’s (Google Earth en Bing Kaarten); Grondwaterkaart van Nederland/DINOloket; Kadaster.
Voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk is een terreininspectie uitgevoerd. De resultaten van deze inspectie zijn opgenomen in onderhavig hoofdstuk.
2.2
Afbakening en locatiegegevens
Het onderzoeksgebied voor het vooronderzoek is geografisch afgebakend tot de onderzoekslocatie en de aangrenzende percelen tot 25 meter vanaf de grens van de onderzoekslocatie. In verticale richting is de locatie afgebakend tot 10 meter beneden maaiveld. Gezien de ligging en het gebruik van de locatie in relatie tot het doel van het onderzoek wordt deze afbakening voldoende geacht. De onderzoekslocatie betreft het perceel Trentweg 24 te Erp. Op het perceel is een woonhuis met kippenstallen en weiland aanwezig. Het voornemen bestaat om op het noordwestelijke terreindeel (circa 2.840 m2) de bestemming van agrarisch naar wonen te wijzigen. Op het overige terrein zijn kippenstallen aanwezig. Het voornemen bestaat om deze stallen te slopen en de locatie te gebruiken als weiland. Het onderzoek zal in twee fasen worden uitgevoerd, waarbij in onderhavige rapportage fase 1 is beschreven. In tabel 1 zijn de locatiegegevens weergegeven.
Projectnummer: 20211215 Datum: 15 juli 2021
Pagina 4 van 15
Tabel 1: Overzicht locatiegegevens Adres locatie
Trentweg 24
Kadastrale gegevens locatie
gemeente Erp, sectie P, perceelnummer(s) 53
Coördinaten Rijksdriehoekstelsel
x: 169656
Oppervlakte locatie (in m2)
circa 11.690
www.planviewer.nl/kaart
Oppervlakte bebouwd (in m2)
circa 4.200
www.planviewer.nl/kaart
Huidig gebruik
woonhuis met kippenstallen en weiland
Verhardingen
klinkers
y: 398372
www.planviewer.nl/kaart https://www.pdok.nl/viewer/
De regionale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op de topografische overzichtskaart in bijlage 1 en de luchtfoto in figuur 1. Voor een indruk van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar figuur 2 en de situatietekening in bijlage 2.
Figuur 1: luchtfoto met globale ligging onderzoekslocatie (rood omrand) bron: Google Maps
Projectnummer: 20211215 Datum: 15 juli 2021
Pagina 5 van 15
Figuur 2: huidige situatie (6 foto's)
Projectnummer: 20211215 Datum: 15 juli 2021
bron: locatie-inspectie MILON bv
Pagina 6 van 15
2.3
Gebruik, potentiële bronnen en uitgevoerde onderzoeken
Gebruik en potentiële bronnen Volgens historisch topografisch kaartmateriaal is de locatie tot circa 1980 in gebruik geweest als weiland. In de periode van 1980-1985 is de locatie bebouwd met de huidige bebouwing. Op de locatie is een pluimveebedrijf gevestigd. Op de locatie zijn diverse kippenstallen en een woonhuis aanwezig. Op de onderzoekslocatie zijn diverse verdachte deellocaties aanwezig. Uit milieuvergunningen blijken bovengrondse HBO-tanks (inhoud 500 liter en 5.000 liter), een bestrijdingsmiddelenopslag en een aantal olievaten aanwezig te zijn op de locatie. In het verleden is geen specifiek onderzoek gedaan naar deze verdachte activiteiten. Uitgevoerde bodemonderzoeken Binnen de onderzoekslocatie is in het verleden een bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek betreft: 1. Verkennend bodemonderzoek Trentweg 24 te Erp (Keldonk) (G&O Consult, d.d. 18 november 1996). Analytisch zijn in de boven- en ondergrond geen verhoogde gehalten aan verontreinigingen aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aan cadmium, koper, chroom en zink aangetoond. Geacht wordt dat deze verhogingen van nature aanwezig zijn in het grondwater.
2.4
Bodemkwaliteitskaart, bodemopbouw en geohydrologie
De onderzoekslocatie heeft een globale hoogteligging van circa 12,4 m+NAP. De gegevens van de bodemopbouw tot 25 m-mv zijn verkregen van DINOloket (uitgifte portaal van TNO, Geologische Dienst Nederland). Vanaf maaiveld tot circa 17,7 m-mv bestaat de bodem uit de formatie van Boxtel (zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand). Hieronder is de formatie van Beegden (zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, weinig zandige klei en fijn zand) aanwezig. Volgens opgave van de provincie Noord-Brabant ligt het onderzoeksgebied niet in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied of boringvrije zone. Het aanwezig zijn van ongeregistreerde onttrekkingen in de directe omgeving is niet bekend en wordt derhalve niet uitgesloten. Voor zover bekend wordt binnen het onderzoeksgebied geen grondwater onttrokken. Uit de bodemkwaliteitskaart van de regio Noordoost-Brabant blijkt dat de onderzoeklocatie is gelegen in een gebied waarin de bodemkwaliteit op onbelaste percelen naar verwachting zal voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse AW2000. De onderzoekslocatie is gelegen in de bodemfunctieklasse AW2000 (landbouw/natuur).
2.5
Hypothese
Gelet op het gebruik van de locatie waarbij diverse bovengrondse tanks, motorolievaten en een bestrijdingsmiddelenkast aanwezig zijn op de locatie en in de directe omgeving is de locatie deels verdacht op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Projectnummer: 20211215 Datum: 15 juli 2021
Pagina 7 van 15
Het onverdachte noordwestelijke terreindeel wordt conform de NEN 5740 onderzocht met de onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie niet lijnvormig (ONV-NL). Binnen de onderzoekslocatie worden geen andere stoffen verwacht dan de parameters uit het standaardpakket grond en het standaardpakket grondwater. Voor de deellocaties ‘dieseltank’, ‘motorolie vaten’, ‘bovengrondse 500 liter HBO-tank’, ‘bovengrondse 5000 liter HBO-tank’ en ‘bestrijdingsmiddelenopslag’ geldt dat de locatie onderzocht wordt conform de NEN 5740 met de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP). Hierbij wordt onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van minerale olie, vluchtige aromaten en/of OCB.
Projectnummer: 20211215 Datum: 15 juli 2021
Pagina 8 van 15
3
Uitvoering verkennend bodemonderzoek
3.1
Onderzoeksstrategie
Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740:2009+A1:2016 nl bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. Op basis van de verkregen informatie uit het vooronderzoek en gestelde hypothese wordt het bodemonderzoek nabij het woonhuis uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie niet lijnvormig (ONV-NL). Voor de overige deellocaties geldt dat het bodemonderzoek conform de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP) wordt uitgevoerd. De veldwerkzaamheden en de te analyseren grond- en grondwatermonsters zijn vastgesteld op basis van de totale oppervlakte van de onderzoekslocatie en weergegeven in tabel 2. Hierbij dient opgemerkt te worden dat enkel de werkzaamheden van fase 1 zijn gerapporteerd in onderhavige rapportage. Tabel 2: Veldwerkzaamheden en analyses Locatie
oppervlakte (m2)
aantal boringen strategie tot 0,5 tot 2,0 peilbuis m-mv m-mv
aantal analyses bovengrond
ondergrond
grondwater
1 x standaard 1x standaard pakket pakket 1x minerale olie en aromaten
fase 1 Noordwestelijke terreindeel
2.830
ONV
9
2
1
2x standaard pakket
Dieseltank
10
VEP
-
-
1
1x minerale olie
Motorolie vaten*
10
VEP
-
-
-
-
-
500 liter HBO-tank
10
VEP
-
-
1
1x minerale olie
-
5000 liter HBO-tank
10
VEP
-
-
1
1x minerale olie
-
Bestrijdingsmiddelenopslag
10
VEP
2
-
-
1x OCB
-
1x minerale olie en aromaten 1x minerale olie en aromaten
fase 2 3x standaard 2x standaard 2x standaard pakket pakket pakket * Het standaardpakket voor grond bestaat uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PAK, PCB, minerale olie, lutum en organisch stof. Het standaardpakket voor grondwater bestaat uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, minerale olie, vluchtige aromatische en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen Overige locatie
3.2
11.690
ONV
16
4
2
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat uitgevoerd door MILON bv, conform de vigerende versie van de BRL SIKB 2000 en protocollen 2001 en 2002. MILON bv is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Normec Certification (nummer EC-SIK-20269) en is erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Projectnummer: 20211215 Datum: 15 juli 2021
Pagina 9 van 15
Op 4 juni 2021 zijn de veldwerkzaamheden uitgevoerd door de heer J.F.J. (Joost) Cox, de heer N.A.P. (Niels) van Rooij, beiden erkende en ervaren veldwerkers en medewerkers van MILON bv. Veldwerkers van MILON bv zijn opgeleid voor het herkennen van asbesthoudende materialen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: het verrichten van handboringen en plaatsen van peilbuizen conform tabel 2; het zintuiglijk beoordelen, beschrijven en het bemonsteren van de grond per 0,5 meter of gelijkwaardige laag; het afpompen van het grondwater in de peilbuis na plaatsing. Opgemerkt dient te worden dat de bestrijdingsmiddelenkast niet is aangetroffen. Uit informatie van de opdrachtgever blijkt dat deze nooit op de locatie aanwezig is geweest. Tevens zijn geen motorolie vaten op de locatie aanwezig. Wel is ter plaatse van de locatie een bovengrondse dieseltank van 3.000 liter aangetroffen, derhalve is peilbuis 401 verplaatst. De twee aanwezige HBO-tanks blijken dieseltanks te zijn. Op 11 juni 2021 heeft de bemonstering van het grondwater plaatsgevonden, uitgevoerd door de heer S. (Shadi) Kaskas, erkend en ervaren veldwerker en medewerker van MILON bv.
Hierbij zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: het bepalen van de grondwaterstand; het afpompen van het grondwater in de peilbuis, waarbij gelijktijdig de zuurgraad, geleiding en troebelheid van het grondwater zijn gemeten; het bemonsteren van het grondwater. Ten behoeve van de analyse van zware metalen is het grondwater tijdens de grondwaterbemonstering gefiltreerd middels een 0,45 μm filter.
3.3
Zintuiglijke waarnemingen
Ter plaatse van de onderzoekslocatie is een verharding van klinkers aanwezig. De bovenen ondergrond bestaat overwegend uit al dan niet zwak humeus, zwak siltig, matig fijn zand. Zintuiglijk zijn geen noemenswaardige bijmengingen waargenomen. Specifiek wordt vermeld dat geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen. Voor meer informatie betreffende de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen wordt verwezen naar de boorbeschrijvingen in bijlage 3. Voor de ligging van de boorpunten wordt verwezen naar de situatietekening in bijlage 2. In tabel 3 zijn de resultaten van de uitgevoerde veldmetingen tijdens de grondwaterbemonstering weergegeven. Tabel 3: Veldmetingen en zintuiglijke waarnemingen Peilbuis
Filterstelling (m -mv) Noordwestelijk terreindeel 101 2,00 - 3,00 Dieseltank 500L 201 1,80 - 2,80 Dieseltank 5.000L 301 1,45 - 2,45 Dieseltank 3.000L 401 1,70 - 2,70
Projectnummer: 20211215 Datum: 15 juli 2021
Grondwaterstand (m -mv)
pH (-)
EGV (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
1,42
5,8
354
24,4
1,29
6,4
950
20,1
1,05
6,1
356
33,2
1,25
5,7
468
23,8
Pagina 10 van 15
De gemeten zuurgraad (pH) en geleidingsvermogen (E.G.V.) zijn als normaal te beschouwen voor de waargenomen bodemopbouw en de ligging van de locatie. Opgemerkt wordt dat de troebelheid in het grondwater hoger is dan de waarde die voor grondwater als normaal wordt geacht (< 10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de concentratie van matig/slecht oplosbare organische parameters. Tijdens de monsterneming van het grondwater zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen die zouden kunnen duiden op een mogelijke bodemverontreiniging.
3.4
Laboratoriumwerkzaamheden
De grond- en grondwatermonsters zijn ter analyse aangeboden aan SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. SGS Environmental Analytics B.V. is door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerd conform NEN-EN-ISO/IEC 17025 (onder nummer L028) en erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor de 'Analyse milieuhygiënisch bodemonderzoek' (AS3000). Van de in het veld genomen en separaat verpakte grondmonsters zijn, in opdracht van de projectleider van MILON bv, in het laboratorium mengmonsters samengesteld. In tabel 4 zijn per mengmonster de individuele grondmonsters en de zintuiglijke waarnemingen weergegeven. Alle analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. Tabel 4: Monstersamenstelling en zintuiglijke waarnemingen Analyse- Monstertraject monster (m -mv) Dieseltank 500L 201-1 0,08 - 0,50
Deelmonsters
Zintuiglijke waarnemingen
Aangevraagde analyses
201 (0,08 - 0,50) -
Dieseltank 5.000L 301-1 0,00 - 0,20
Minerale olie en organisch stofgehalte
301 (0,00 - 0,20) -
Dieseltank 3.000L 401-1 0,08 - 0,20
Minerale olie en organisch stofgehalte
401 (0,08 - 0,20) -
Minerale olie en organisch stofgehalte
101 (0,00 - 0,50) 103 (0,00 - 0,30) 104 (0,00 - 0,50) 105 (0,00 - 0,50) 107 (0,00 - 0,50) 108 (0,00 - 0,50) 109 (0,00 - 0,50) 110 (0,00 - 0,50) 102 (0,08 - 0,30) 106 (0,07 - 0,20) 111 (0,08 - 0,35) 112 (0,08 - 0,30) 101 (0,50 - 1,00) 102 (0,50 - 0,70) 103 (0,60 - 0,80)
Standaardpakket
Noordwestelijk terreindeel MMBG1 0,00 - 0,50
MMBG2
0,07 - 0,35
MMOG
0,50 - 1,00
Standaardpakket
Standaardpakket
- : geen bijzonderheden waargenomen; sporen/resten: <1% antropogene bijmenging; zwak: 1%-5% antropogene bijmenging; matig: 5%-15% antropogene bijmenging; sterk: 15%-50% antropogene bijmenging.
Projectnummer: 20211215 Datum: 15 juli 2021
Pagina 11 van 15
3.5
Analyseresultaten
Toetsing van de analyseresultaten (Wet bodembescherming) De toetsing van de analyseresultaten voor de (boven- en onder)grond en het grondwater is weergegeven in bijlage 5. Een samenvatting van de toetsing is weergegeven in tabel 5 en tabel 6. In deze tabellen zijn uitsluitend de verhoogde parameters en de bijbehorende indexwaarde weergegeven. In bijlage 6 is een uitgebreide beschrijving van het gehanteerde toetsingskader bijgevoegd. Tabel 5: Toetsing van de analyseresultaten (grond) Analyse- Monstertraject Deelmonsters monster (m -mv) Dieseltank 500L 201-1 0,08 - 0,50 201 (0,08 - 0,50) Dieseltank 5.000L 301-1 0,00 - 0,20 301 (0,00 - 0,20) Dieseltank 3.000L 401-1 0,08 - 0,20 401 (0,08 - 0,20) Noordwestelijk terreindeel MMBG1 0,00 - 0,50 101 (0,00 - 0,50) 103 (0,00 - 0,30) 104 (0,00 - 0,50) 105 (0,00 - 0,50) 107 (0,00 - 0,50) 108 (0,00 - 0,50) 109 (0,00 - 0,50) 110 (0,00 - 0,50) MMBG2 0,07 - 0,35 102 (0,08 - 0,30) 106 (0,07 - 0,20) 111 (0,08 - 0,35) 112 (0,08 - 0,30) MMOG 0,50 - 1,00 101 (0,50 - 1,00) 102 (0,50 - 0,70) 103 (0,60 - 0,80)
~: -: >AW: Index >0,5: >I:
Zintuiglijke waarnemingen
> AW
Index >0,5
>I
~
-
-
-
~
-
-
-
~
-
-
-
~
-
-
-
~
-
-
-
~
-
-
-
zintuiglijk zijn geen noemenswaardige bijmengingen waargenomen; het gehalte is lager of gelijk aan de betreffende toetsingswaarde; het gehalte is hoger dan de achtergrondwaarde, maar de indexwaarde is maximaal gelijk aan 0,5 (licht verontreinigd); het gehalte is hoger dan de achtergrondwaarde en de indexwaarde is hoger dan 0,5, maar maximaal gelijk aan 1 (matig verontreinigd); het gehalte is hoger dan de interventiewaarde (sterk verontreinigd).
Tabel 6: Toetsing van de analyseresultaten (grondwater) Analysemonster
Filterstelling (m -mv)
Noordwestelijk terreindeel 101-1-1 2,00 - 3,00 Dieseltank 500L 201-1-1 1,80 - 2,80 Dieseltank 5.000L 301-1-1 1,45 - 2,45 Dieseltank 3.000L 401-1-1 1,70 - 2,70
> S (+index)
Index >0,5
>I
-
-
-
naftaleen (-)
-
-
naftaleen (-)
-
-
-
-
-
-: de concentratie is lager of gelijk aan de betreffende toetsingswaarde; >S: de concentratie is hoger dan de streefwaarde, maar de indexwaarde is maximaal gelijk aan 0,5 (licht verontreinigd); Index >0,5: het gehalte is hoger dan de streefwaarde en de indexwaarde is hoger dan 0,5, maar maximaal gelijk aan 1 (matig verontreinigd); >I: het gehalte is hoger dan de interventiewaarde (sterk verontreinigd).
Projectnummer: 20211215 Datum: 15 juli 2021
Pagina 12 van 15
3.6
Bespreking van de resultaten
Grond Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de boven- en ondergrond zintuiglijk geen noemenswaardige bijmengingen of olie-waterreacties waargenomen. Asbestverdacht materiaal is zintuiglijk niet aangetroffen. Analytisch zijn in de boven- en ondergrond geen verhoogde gehalten aan verontreinigingen aangetoond. Grondwater Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de bodem geen bijzonderheden waargenomen die duiden op een mogelijke verontreiniging van het grondwater. Analytisch zijn in het grondwater van de peilbuizen 201 en 301 licht verhoogde concentraties aan naftaleen gemeten. De overige onderzochte parameters zijn niet in verhoogde concentraties aangetoond. Naftaleen De licht verhoogde concentraties aan naftaleen zijn naar alle waarschijnlijkheid veroorzaakt door lekkage of morsing van één van de tanks op de locatie. De gehalten zijn echter dermate laag dat de uitvoering van nader bodemonderzoek, ons inziens, niet zinvol is. Toetsing hypothese Door de aangetoonde licht verhoogde concentraties in het grondwater dient de opgestelde hypothese ‘verdachte locatie’ ter plaatse van de 500L en 5.000L dieseltanks aanvaard te worden. Ter plaatse van de tijdens de veldwerkzaamheden aangetoonde 3.000L dieseltank zijn geen verhoogde gehalten of concentraties aangetoond. De hypothese ‘verdachte locatie’ kan verworpen worden en worden vervangen voor ‘onverdachte locatie’.
Voor het overige terrein geldt dat geen verhoogde gehalten of concentraties zijn aangetoond, derhalve kan de hypothese ‘onverdachte locatie’ aanvaard worden.
Projectnummer: 20211215 Datum: 15 juli 2021
Pagina 13 van 15
4
Samenvatting en conclusies
Door MILON bv te Veghel is, in opdracht van mevrouw E. van den Berselaar, namens FG Bedrijfsontwikkeling te Erp, een Verkennend bodemonderzoek verricht volgens de onderzoeksprotocollen NEN 5725 en NEN 5740. De onderzoekslocatie betreft het perceel Trentweg 24 te Erp. Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en sloopwerkzaamheden op het perceel. Vooronderzoek De onderzoekslocatie betreft het perceel aan de Trentweg 24. Op het perceel is een woonhuis met kippenstallen en weiland aanwezig. Het voornemen bestaat om op het noordwestelijke terreindeel de bestemming van agrarisch naar wonen te wijzigen. Het overige terrein zal worden gesloopt en in gebruik worden genomen als weiland. Het onderzoek wordt in twee fasen uitgevoerd, waarbij in onderhavige rapportage fase 1 staat beschreven. In het verleden is de locatie tot circa 1980 in gebruik geweest als weiland. In de periode van 1980-1985 is de locatie bebouwd met de huidige bebouwing. In voorgaand onderzoek op de locatie zijn geen verhoogde gehalten in de grond en maximaal licht verhoogde concentraties in het grondwater aangetoond. Deze verhogingen zijn van natuurlijke oorsprong. Op basis van het vooronderzoek wordt ter plaatse van het noordwestelijke terreindeel geen bodemverontreiniging verwacht.
Derhalve is conform NEN 5740 de locatie onderzocht met de onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie niet lijnvormig (ONV-NL). De overige deellocaties (dieseltank, motorolie vaten, 500 liter HBO tank, 5000 liter HBO tank en bestrijdingsmiddelenopslag) worden conform de NEN 5740 met de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP) onderzocht. Hierbij wordt onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van minerale olie, vluchtige aromaten en/of OCB. Verkennend bodemonderzoek Tijdens de veldwerkzaamheden zijn de deellocaties ‘bestrijdingsmiddelenopslag’ en ‘motorolie vaten’ niet aangetroffen. Op de locatie zijn in totaal drie dieseltanks aangetroffen. In de boven- en ondergrond zijn geen noemenswaardige bijmengingen waargenomen. Asbestverdacht materiaal is niet aangetroffen. In tabel 7 zijn de analyseresultaten samengevat.
Projectnummer: 20211215 Datum: 15 juli 2021
Pagina 14 van 15
Tabel 7: Onderzoeksresultaten grond en grondwater Bodemlaag
Parameter*
bovengrond
-
ondergrond
-
Toetsing Wbb niet verhoogd niet verhoogd Grondwater
noordwestelijk terreindeel
-
niet verhoogd
dieseltank 500L
naftaleen
licht verhoogd
dieseltank 5.000L
naftaleen
licht verhoogd
dieseltank 3.000L
-
niet verhoogd
*: uitsluitend de verhoogde parameters zijn weergeven; Wbb: Wet Bodembescherming.
Conclusies en aanbevelingen Het onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Ter plaatse zijn ten hoogste licht verhoogde concentraties aangetoond. Vervolgonderzoek naar de verhoogde waarden wordt niet zinvol geacht. Wel dient de bodem ter plaatse van de aanwezige opstallen na sloop onderzocht te worden.
Projectnummer: 20211215 Datum: 15 juli 2021
Pagina 15 van 15
Bijlagen
Bijlage 1
Topografische overzichtskaart met ligging onderzoekslocatie Deze kaart is noordgericht
Ligging onderzoekslocatie
Bijlage 2