Bijlage 4 Bijlage 1 Toelichting VGBP Hazelaarstraat 37 Sint-Oedenrode
Tekst van het document
De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden. Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) start Waterschap De Dommel met de ‘watertransitie’: op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in ons hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen.
Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. - 32 -
Bestemmingsplan ´Boskant, herziening Hazelaarstraat 37’
Gemeente Meierijstad
We hanteren drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: • Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt • Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan • Wat schoon is moet schoon blijven We moeten ons, nog meer dan voorheen, aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen. Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan gaan we oplossingen vinden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe we dit gaan bereiken. Meer dan voorheen gaan we daarbij: • van beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied.
• van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken we keuzes over meerdere opgaven in een gebied. • van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen. Keur Waterschap De Dommel 2015 In de 'Keur Waterschap De Dommel 2015' staan regels (met name geboden en verboden) die het waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Ook zijn er regels voor het onderhoud van sloten, beken en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen. Daarnaast kent de Keur beleidsregels voor het beschermen van bepaalde deelgebieden met elk een eigen beschermingsbeleid. Het gaat hierbij om beschermde gebieden waterhuishouding, beekdalen en attentiegebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met waterbelangen. Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet op grond van de keur hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. De aanvrager/initiatiefnemer moet daarom voldoende compenserende maatregelen nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Uitgangspunt hierbij vormt de voorkeurstrits “vasthouden-bergenafvoeren”.
Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in
- 33 -
Bestemmingsplan ´Boskant, herziening Hazelaarstraat 37’
Gemeente Meierijstad
de bodem. In geval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening noodzakelijk die het water tijdelijk bergt. Waardevol Water in Meierijstad (VGRP+ 2017-2022) De gemeente Meierijstad heeft per september 2017 een water- en rioleringsplan (VGRP+ Meierijstad) vastgesteld. In het plan streeft de gemeente ernaar dat nieuwbouwplannen hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Als voorkeursvolgorde hanteert de gemeente: infiltreren - bergen - afvoeren naar oppervlaktewater - afvoeren naar riolering. Uit onderstaande tabel, zoals opgenomen in het VGRP+, blijkt dat de gemeente Meierijstad ook voor ontwikkelingen onder de 500 m2 (0 tot 10.000 m2) compenserende maatregelen benodigd acht. Hiervoor wordt de bergende eis van 60 millimeter gehanteerd.
Figuur 4.2: Tabel uitgangspunten afvoer hemelwater door toename verhard oppervlak (bron: VGRP+ Meierijstad).
Benodigde compensatie Bij voorliggend initiatief worden de bestaande vrijstaande woning met bijgebouwen en bijbehorende erfverharding gesaneerd en worden hiervoor in de plaats 9 woningen in 2 bouwvolumes met bijgebouwen en erfverharding opgericht. Het totale verhard oppervlak in het huidige en de nieuwe situatie is weergegeven in figuur 4.3. Hieruit volgt dat als gevolg van voorliggende ontwikkeling het verhard oppervlak binnen het plangebied toeneemt met 680 m2. In de nieuwe situatie is sprake van 2 twee-onder-één-kap woningen (één bouwvolume) met een oppervlakte van 170 m2. Bij deze 2 twee-onder-één-kap woningen is voorzien in een bijgebouw van 40 m2 per woning. Daarnaast wordt bij de 2 twee-onder-één-kap woningen gerekend met 75 m2 aan erfverharding per woning. Tevens is sprake van 7 tussen-/hoekwoningen (één bouwvolume) met een oppervlakte van 420 m2. Bij iedere tussen-/hoekwoning is voorzien in een berging van 10 m2. Deze bergingen worden uitgevoerd met een groen dak. Een groen of vegetatiedak is een dak dat begroeid is met planten, mossen en sedum die water bergen. Deze groene daken worden door het waterschap beschouwd als onverhard oppervlak en hoeven daarmee niet meegenomen te worden in de berekening. Bij de 7 tussen-/hoekwoningen wordt gerekend met 25 m2 aan erfverharding per woning.
- 34 -
Bestemmingsplan ´Boskant, herziening Hazelaarstraat 37’
Gemeente Meierijstad
Tot slot worden ten behoeve van het plan een ontsluitingsweg met bijbehorende parkeerplaatsen aangelegd. Deze voorzieningen hebben een totale oppervlakte van 635 m2. Oppervlakte
Vrijstaande woning - Bijgebouwen - Erfverharding Twee-onder-één-kap woningen - Bijgebouwen - Erfverharding Rijwoningen (5 tussen en 2 hoek) - Bijgebouwen rijwoningen (groene daken) - Erfverharding Ontsluitingsweg en parkeerplaatsen Totaal
Huidige situatie
Nieuwe situatie
145 m2 355 m2 450 m2 -
-
950 m2
170 m2 80 m2 150 m2 420 m2 175 m2 635 m2 1.630 m2
Figuur 4.3: Verhard oppervlak plangebied Hazelaarstraat 37.
Kenmerken huidige watersysteem Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom van de kern Boskant. Voor de kenmerken van het plangebied is gebruik gemaakt van de Brabantse Bodematlas van de provincie Noord-Brabant en de Legger Oppervlaktelichamen van Waterschap De Dommel. Bodem en grondwater De bodem in het plangebied bestaat uit beekeerdgronden van lemig fijn zand. De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) ligt op een diepte van circa 4060 centimeter beneden maaiveld. Er dient daarom extra aandacht besteed te worden aan de ontwateringsdiepte. In figuur 4.3 is een uitsnede van de Bodematlas opgenomen met daarop de GHG weergegeven. De Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) ligt op een diepte van 140-160 centimeter onder maaiveld. Dergelijke grondwaterstanden komen overeen met Grondwatertrap (GT) VI. Op de hoogtekaart zoals opgenomen in figuur 4.4 is te zien dat het plangebied gelegen is in een laagte, waarbij de zuidoostelijke hoek van het plangebied nog eens extra laag is gelegen. De maaiveldhoogte binnen het plangebied ligt gemiddeld 0,40 meter lager dan de aan de oostzijde van het plangebied grenzende woonpercelen aan de Beukenstraat. Bij de voorgenomen ophoging van het perceel dient extra aandacht aan de waterhuishouding te worden besteed.
De ophoging van het perceel mag namelijk geen wateroverlast veroorzaken op eigen perceel of op naburige percelen door afstromend hemelwater.
- 35 -
Bestemmingsplan ´Boskant, herziening Hazelaarstraat 37’
Gemeente Meierijstad
Figuur 4.4: Uitsnede Bodematlas Brabant met GHG (bron: Provincie Noord-Brabant).
Figuur 4.5: Uitsnede Algemene Hoogtenkaart Nederland (bron: AHN).
Oppervlaktewater Zoals zichtbaar op de kaart van de Legger van het Waterschap zoals opgenomen in figuur 4.6, is ten westen van het plangebied een A-watergang aanwezig. De A-watergang kent een beschermingszone aan beide zijden. Het plangebied ligt op voldoende afstand genoeg van de beschermingszone van de A-watergang, op circa 10 meter. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met deze beschermingszone en de regels uit de Keur/waterschapsverordening.
- 36 -
Bestemmingsplan ´Boskant, herziening Hazelaarstraat 37’
Gemeente Meierijstad
Daarnaast is aan zowel de noord-, zuid- als westzijde van het plangebied een Bwatergang gelegen.
Figuur 4.6: Uitsnede kaart Legger (bron: Waterschap De Dommel).
Nadere uitwerking wateropgave Het hemelwater wordt in nieuwe situatie gescheiden van het afvalwater. Voor de berging van het hemelwater dient te worden voorzien in een voorziening van: 1.630 m2 * 60 millimeter = 97,8 m3. Voor de benodigde waterberging wordt gekozen voor het realiseren van een wadi. Volgens de Brabantse Bodematlas is de GHG binnen het plangebied gelegen op 40-60 centimeter beneden maaiveld, ter plaatse waar de maaiveldhoogte volgens de Algemene Hoogtekaart Nederland 10,60 m. boven NAP bedraagt. Uitsneden van beide kaarten zijn opgenomen in de figuren 4.4 en 4.5. De GHG ter plaatse van het plangebied ligt hiermee op een diepte van circa 10,20 m. boven NAP. Het toekomstige maaiveld van de nieuwe woningen komt te liggen op 11,00 m. boven NAP, daar dit aan dient aan te sluiten op de bestaande maaiveldhoogtes van de aangrenzende woonpercelen aan de Beukenstraat. De maaiveldhoogtes van deze bestaande woonpercelen liggen op gemiddeld 11,00 m. boven NAP, zoals eveneens weergegeven in figuur 4.5. Hiermee kan de wadi worden gerealiseerd met een maximale diepte van 80 centimeter (onder het toekomstige maaiveld).
- 37 -
Bestemmingsplan ´Boskant, herziening Hazelaarstraat 37’
Gemeente Meierijstad
In totaal dient in het plan zoals aangegeven ruim 97,8 m3 hemelwater geborgen te worden. De te realiseren wadi wordt gesitueerd in de zuidoosthoek van het plangebied. De wadi wordt aangelegd met een talud van 1:1. Het middengedeelte van de wadi is 80 centimeter diep. De randen van de wadi hebben als gevolg van het gekozen talud een gemiddelde diepte van 40 centimeter. In totaal biedt de wadi hiermee ruimte voor de berging van 104,4 m3 hemelwater. De gemeente Meierijstad heeft kenbaar gemaakt akkoord te zijn met het gebruik van de wadi aan het Elzenpad als overstroomvoorziening, zolang er binnen het plangebied voldaan wordt aan de benodigde bergingscapaciteit. Het overtollige water kan via het Elzenpad afgevoerd worden. Ook waterschap De Dommel heeft aangegeven in te stemmen met een noodoverloop van het plan naar de wadi aan het Elzenpad. De nadere dimensionering en situering van de wadi zijn op tekening uitgewerkt en opgenomen als bijlage aan voorliggende toelichting. Daarnaast is ten behoeve van de realisatie en instandhouding van de waterbergende voorziening een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van voorliggend bestemmingsplan. Afvalwater Het afvalwater wordt afgevoerd op de aanwezige gemeentelijke riolering. Er is sprake van een vrijvervalleiding naar de lozingsput ter hoogte van 35B.
Ten behoeve van het aansluiten van de nieuwe woningen op het vrijvervalstelsel, moet de diameter van de aansluiting vergoot worden om zo de hoeveelheid afvalwater van 8 extra woningen af te kunnen voeren. Gelet op het plan lijkt de meest logische oplossing dat er een vrijvervalstelsel vanaf het lozingspunt in de hazelaarstraat wordt doorgetrokken, tot aan de inrit van de 7 huurwoningen. De 2 twee-onder-één-kap-woningen kunnen dan individueel aangesloten worden. De kosten voor de benodigde aanpassingen aan het huidige riool zijn voor rekening van initiatiefnemer. Conclusie Het aspect water vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief.
4.5
Bodem Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht, moet in planvorming rekening gehouden worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. Daarbij wordt gekeken naar een eventuele saneringsnoodzaak in geval sprake is van een bodemverontreiniging en of er geen belemmeringen zijn voor het grondverzet binnen het plangebied. Inzicht in de bodemkwaliteit vooraf is noodzakelijk om na te kunnen gaan of de bodemkwaliteit de (financiële) haalbaarheid van de plannen wel of niet in de weg staat.
- 38 -
Bestemmingsplan ´Boskant, herziening Hazelaarstraat 37’
Gemeente Meierijstad
Aan Milieupartner B.V. is opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend en afperkend bodem- en asbestonderzoek ter plaatse van de planlocatie. Dit onderzoek is als bijlage toegevoegd aan voorliggende toelichting. De conclusie van het onderzoek is hieronder samengevat opgenomen en luidt als volgt:
Conclusies en aanbevelingen Door Milieupartner BV is, in opdracht van initiatiefnemer te Sint-Oedenrode, een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op het perceel Hazelaarstraat 37 te Sint-Oedenrode, gemeente Meierijstad, kadastraal bekend onder gemeente Sint-Oedenrode, sectie H, nummer 4352. Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek is een afperkend bodemonderzoek uitgevoerd. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen nieuwbouw op het perceel. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit. Het verkennend asbestonderzoek heeft tot doel om te bepalen of ter plaatse van de aanwezige druppelzones een verontreiniging met asbest aanwezig is Verkennend bodemonderzoek Uit de resultaten blijkt dat zowel de sporen baksteen- en sporen sintelshoudende bovengrond (MM3 bg) als de zintuiglijk als schoon beoordeelde bovengrond (MM2 bg) sterk verontreinigd is met zink. Tevens zijn licht tot matig verhoogde gehaltes aan koper gemeten en zijn licht verhoogde gehaltes aan cadmium en lood aangetoond. De bovengrond (MM2 bg) is tevens tot boven de achtergrondwaarde verontreinigd met chloordaan (cis + trans). De overige, zintuiglijk als schoon beoordeelde, bovengrond (MM bg1) is licht verontreinigd met zink, cadmium en lood.
De zintuiglijk als schoon beoordeelde ondergrond (MM4 og) is niet verontreinigd met de onderzochte parameters. De hypothese 'onverdacht' dient derhalve te worden verworpen. De matig tot sterk verhoogde gehaltes aan koper en zink vormen aanleiding om aanvullend analytisch onderzoek te verrichten teneinde te bepalen of en ter plaatse van welke boringen mogelijk een verontreiniging aanwezig is. Het grondwater (Pb01) is tot boven de achtergrondwaarde verontreinigd met barium. Dergelijke licht verhoogde gehaltes aan barium komen regionaal in het grondwater voor en duiden niet op een noemenswaardige verontreiniging.
- 39 -
Bestemmingsplan ´Boskant, herziening Hazelaarstraat 37’
Gemeente Meierijstad
Aanvullend analytisch onderzoek Uit de resultaten van het aanvullend analytisch onderzoek blijkt dat de bovengrond ter plaatse van de boringen 1, 4, 6 en 7 tot boven de interventiewaarde verontreinigd is met zink. Ter plaatse van boring 6 is koper ook tot boven de interventiewaarde aangetoond. De bovengrond ter plaatse van boring 5 is tot boven de tussenwaarde verontreinigd met zink. De bovengrond ter plaatse van de boringen 2, 3 en 8 t/m 12 is niet of maximaal tot boven de achtergrondwaarde verontreinigd met zink en/of koper. De matig tot sterk verontreinigde bovengrond lijkt zich te concentreren op het erf nabij het woonhuis. Vermoedelijk zijn in het verleden slakken of sintels aangebracht als terrein(half)verharding. De resultaten vormen aanleiding om een afperkend bodemonderzoek te verrichten teneinde de ernst en omvang van de aangetoonde verontreiniging met zink en koper nader vast te stellen. Afperkend bodemonderzoek Uit de resultaten van het afperkend bodemonderzoek blijkt dat ter plaatse van alle afperkende boringen een sterke verontreiniging met zink in de bovengrond aanwezig is. Ter plaatse van boring 102 is tevens een sterke verontreiniging met koper aangetoond. Plaatselijk is de sterke verontreiniging tevens in de bodemlaag van 0,5 tot 1,0 meter -mv aangetoond.
Ter plaatse van boring 104 is de ondergrond van 0,5 tot 1,0 meter -mv niet verontreinigd met koper en/of zink. De verontreiniging is derhalve zowel in horizontale als in verticale richting nog niet afgeperkt. De verontreiniging is aanwezig over een minimale oppervlakte van circa 1.000 m² en een laagdikte van minimaal 0,5 meter. Verwacht wordt dat ter plaatse minimaal 500 m³ sterk met zink (en plaatselijk koper) verontreinigde grond aanwezig is. Gezien de ernst en omvang van de verontreiniging bestaat een saneringsplicht. Door middel van Sanscrit (opgenomen in bijlage 5) is de spoedeisendheid van de zink- (en koper)verontreiniging bepaald. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat de sterke verontreiniging met spoed gesaneerd dient te worden als gevolg van onaanvaardbare risico’s voor ecologie. Op basis van de informatie van de opdrachtgever wordt verwacht dat de verontreiniging voor 1987 is ontstaan. Niet uitgesloten kan worden dat de verontreiniging grensoverschrijdend is en dat derhalve een restverontreiniging achterblijft op de aangrenzende percelen na verwijdering van de op het perceel aanwezige sterke verontreiniging. De sanering dient te worden uitgevoerd onder milieukundige begeleiding van een BRL6000 gecertificeerd bedrijf. Aanbevolen wordt om
- 40 -
Bestemmingsplan ´Boskant, herziening Hazelaarstraat 37’
Gemeente Meierijstad
de sanering uit te voeren met ondersteuning van een XRF-meter teneinde onnodige analysekosten te voorkomen. Verkennend asbestonderzoek druppelzones Zintuiglijk is op en in de bodem geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Analytisch is in de fijne fractie van de zuidelijke druppelzone van de westelijke garage/berging (MM AB2) een gehalte van 130 mg/kg ds aan asbest aangetoond. Ter plaatse van de andere zijde van hetzelfde bijgebouw (MM AB1) is een gehalte van 50 mg/kg ds aan asbest gemeten. De bovengrond ter plaatse (MM PCB 1 en MM PCB 2) is niet verontreinigd met PCB. Ter plaatse van het grootste bijgebouw is slechts aan één zijde een druppelzone aanwezig (MM AB3). Hier is een gewogen gehalte van 84 mg/kg ds aan asbest aanwezig. Een verhoogd gehalte aan PCB is ter plaatse niet aangetoond (MM PCB 3). Het gehalte ter plaatse van druppelzone MM AB2 bevat een gewogen asbestgehalte boven de 100 mg/kg d.s. Dit betekent dat ter plaatse sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest (niet-hechtgebonden). Formeel zou een SEM-analyse moeten worden uitgevoerd. Echter het gewogen gehalte asbest overschrijdt de interventiewaarde, derhalve is reeds sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging en is een aanvullende SEM-analyse niet zinvol.
Ten behoeve van de bepaling of ter plaatse sprake is van onaanvaardbare risico’s ten gevolge van de aanwezigheid van een bodemverontreiniging met asbest is (in stap 3) uitgegaan van een concentratie respirabele asbestvezels > 10 mg/kg.ds (gewogen). Hiermee komt uit de locatiespecifieke beoordeling dat sprake is van onaanvaardbare risico’s (buiten). De gewogen asbestgehaltes ter plaatse van de overige druppelzones MM AB1 en MM AB3 overschrijden de norm voor nader asbestonderzoek. Bij een druppelzone-onderzoek is de kern van de verontreiniging bekend en wordt deze derhalve als zodanig onderzocht. Het maximale gehalte aan asbest is hiermee reeds bepaald, derhalve wordt nader onderzoek niet zinvol geacht. De sterke asbestverontreiniging (> 100 mg/kg d.s.) dient door een erkend bedrijf te worden verwijderd. Aanbevolen wordt om dit te combineren met de sloop van de gebouwen en de sanering van de koper- en zinkverontreiniging op het terrein. In verband met de voorgenomen nieuwbouw wordt aanbevolen de overige twee druppelzones eveneens te saneren. In dat geval wordt een aanvullende SEManalyse niet zinvol geacht.
- 41 -
Bestemmingsplan ´Boskant, herziening Hazelaarstraat 37’
Gemeente Meierijstad
Een bodemonderzoek is een momentopname en een indicatie van de kwaliteit van grond en grondwater. Bij werkzaamheden in de bodem dient rekening te worden gehouden met de veiligheidsmaatregelen conform de CROW-publicatie 400 ‘werken met verontreinigde grond en grondwater’. Bij afvoer van grond dient rekening te worden gehouden met de regels van het Besluit Bodemkwaliteit.
Conclusie Met het uitgevoerde verkennend en afperkend bodemonderzoek en verkennend asbestonderzoek is inzicht verkregen in de bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat binnen het plangebied sterke verontreinigingen met asbest en zware metalen aanwezig zijn. Voor de asbestverontreiniging geldt dat sprake is van een ernstige bodemverontreiniging waarvoor een saneringsnoodzaak geldt. Daarnaast blijkt uit de uitgevoerde risicobeoordeling dat de sterke bodemverontreiniging met zink en koper met spoed gesaneerd dient te worden als gevolg van onaanvaardbare risico’s voor ecologie. Middels de uitgevoerde onderzoeken is de verontreiniging binnen het plangebied in kaart gebracht. Er is geen toestemming verkregen voor verdere afperking van de verontreiniging op de aangrenzende percelen van derden. De bodemsanering zal worden uitgevoerd tot op de perceelsgrenzen van het plangebied. Hiermee wordt alle verontreinigde grond binnen het plangebied verwijderd. Na sanering wordt vervolgens middels monstername bepaald of sprake is van de aanwezigheid van een restverontreiniging op aangrenzende percelen. Indien blijkt dat een restverontreiniging achterblijft op de perceelsgrens zal een folie worden aangebracht als afscheiding c.q. markering.
De bodemsanering dient te worden uitgevoerd door een BRL SIKB 7000 erkende aannemer, onder milieukundige begeleiding conform de BRL SIKB 6000. Voor het uitvoeren van de sanering is door initiatiefnemer een kostenraming opgevraagd bij een erkende aannemer. Deze kostenraming leidt niet tot een zodanige financiële belemmering voor initiatiefnemer dat de uitvoerbaarheid van het plan in het gedrang komt.
4.6
Kabels en leidingen In en in de directe omgeving van het plangebied zijn volgens de provinciale risicokaart en het bestemmingsplan geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig die een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. De aanwezigheid van kabels en leidingen met betrekking tot de nutsvoorzieningen in de omgeving is evident.
- 42 -
Bestemmingsplan ´Boskant, herziening Hazelaarstraat 37’
Gemeente Meierijstad
Initiatiefnemer van onderliggend plan is verplicht zorg te dragen dat de door de nutsbedrijven aan te brengen gebruikelijke voorzieningen waarop de te realiseren woningen dienen te worden aangesloten (water, elektra, data e.d.) worden getroffen. De initiatiefnemer zal aan de nutsbedrijven de hiertoe benodigde opdrachten verstrekken. De kleinere leidingen worden voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden middels een KLIC-melding in kaart gebracht. Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief.
4.7
Bedrijven en milieuzonering Om tussen bedrijven en woningen een goede ruimtelijke afstemming te maken wordt in de ruimtelijke ordening veelal een milieuzonering gehanteerd. Deze dient er voor te zorgen dat door het in acht nemen van voldoende fysieke afstand tussen bedrijven en gevoelige objecten (zoals woningen), geen overlast, hinder of schade ontstaat. Afhankelijk van het bedrijfstype en sector gelden verschillende afstanden. Wettelijk kader De Vereniging van Nederlandse Gemeenten doet in de publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009), een handreiking ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden en dat nieuwe bedrijven een passende locatie ten opzichte van woningen krijgen. Omgevingstype In een intensief gebruikt gebied met veel functies en ‘bedrijvigheid’ wordt vaak minder hinder ervaren van een milieubelastende activiteit dan in een rustige woonwijk. De VNG-handreiking hanteert daarom twee omgevingstypen, te weten ‘rustige woonwijk en rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. Milieuzonering De planlocatie aan Hazelaarstraat 37 is gelegen in het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. De enige nabijgelegen bedrijvigheid betreft het veldsportcomplex “De Scheken” ten noorden aan de overzijde van de straat.
De richtafstanden behorende bij dit veldsportcomplex zijn opgenomen in figuur 4.7. Betreffende richtafstanden zijn gemeten vanaf de grens van het perceel waarop de bestemming ‘Sport’ rust tot de meest dichtbij gelegen bestemmingsgrens ‘Wonen’. Eventuele overschrijdingen van de richtafstanden zijn vetgedrukt.
- 43 -
Bestemmingsplan ´Boskant, herziening Hazelaarstraat 37’
Gemeente Meierijstad
Bedrijf
Richtafstand in meters
Afstand
id
Adres
Bestemming - functie
Geur
Stof
Geluid
Gevaar
feitelijk
1.
Sportcomplex
Sport – voetbalveldencomplex
0
0
50
0
20 m.
‘De Scheken’
(met verlichting) 0
0
50
0
20 m.
Sport – tennisbanen (met verlichting)
Figuur 4.7: Overzicht en toetsing richtafstanden (Handreiking VNG, 2009).
Hoewel de meest dichtbij gelegen tennisbaan op ruim 200 meter van de bestemmingsgrens ‘Wonen’ is gesitueerd, maken zowel de tennisvereniging als de voetbalverenging gebruik van dezelfde in- en uitrit en hetzelfde parkeerterrein ten noorden van de Hazelaarstraat. Hiermee wordt voor beide verengingen niet voldaan aan de geldende grootste richtafstand van 50 meter voor geluid ten opzichte van het plangebied. Conclusie In het kader van voorliggend initiatief dient het aspect ‘geluid’ afkomstig van voetbal- en tennisvereniging op sportcomplex ‘De Scheken’ nader onderzocht te worden. Dit vindt plaats in hoofdstuk 4.10 van voorliggende toelichting. De overige aspecten (geur, stof en gevaar) vormen geen belemmering voor onderhavig initiatief.
4.8
Geur Per 1 januari 2007 vormt de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) het toetsingskader bij vergunningverlening voor geur veroorzaakt door veehouderijbedrijven. Voor een goede ruimtelijke ordening moet worden getoetst of: ➢ Bestaande bedrijven door het plan niet worden belemmerd in huidige of toekomstige bedrijfsvoering; ➢ Er binnen het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor het eerste punt wordt de zogenaamde toets op de ‘omgekeerde werking’ toegepast. Daarbij wordt uitgegaan van de geurnormen en de richtafstanden uit de Wet geurhinder (Wgv) of de gemeentelijke verordening. Voor het tweede punt moet worden getoetst of de achtergrondbelasting voldoet aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant of de gemeentelijke beleidsregel. Individuele geurhinder De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Deze wettelijke normen voor de voorgrondbelasting zoals vastgelegd in de Wgv zijn door de voormalige gemeente SintOedenrode overgenomen in haar ‘Verordening geurhinder en veehouderij’.
- 44 -
Bestemmingsplan ´Boskant, herziening Hazelaarstraat 37’
Gemeente Meierijstad
Voor diercategorieën waarvan de geuremissiefactor per dier is vastgesteld, zoals varkens, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Deze bedraagt maximaal: ➢ 3,0 ouₑ/m³ binnen de bebouwde kom ➢ 14,0 ouₑ/m³ buiten de bebouwde kom Voor dieren zonder geuremissiefactor, zoals melkkoeien en paarden, gelden minimaal de volgende aan te houden afstanden: ➢ ten minste 100 meter binnen de bebouwde kom ➢ ten minste 50 meter buiten de bebouwde kom Zoals blijkt uit figuur 4.7 zijn in de directe omgeving van het plangebied géén veehouderijen gelegen. Omdat het plangebied aan bijna aan alle zijden omringd wordt door woningen, kan het plan geen belemmerende werking hebben op veehouderijen in de omgeving. Hoewel voor Donderdonksedijk 4 misschien niet aan de 3 ouE/m3 voorgrondgeurbelasting uit de Wgv voldaan wordt, is dat niet van belang voor het plan omdat er tussen deze veehouderij en het plan reeds andere geurgevoelige objecten liggen die maatgevend zijn voor de belemmering van deze veehouderij. Ten noordwesten van het plan zijn geen woningen in de nabijheid gelegen maar veehouderijen in die richting zijn nog verder weg gelegen (meer dan 2 km). Vanuit de ‘omgekeerde werking’ van de Wgv is er dus geen belemmering voor het plan.
Gecumuleerde geurhinder Om aan te tonen dat er binnen het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als gevolg van de gecumuleerde geurbelasting van alle omliggende veehouderijen, wordt getoetst of de achtergrondbelasting voldoet aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant of gemeentelijke beleidsregel. Voor de achtergrondbelasting zijn in de Interim omgevingsverordening normen opgenomen. De gemeente Meierijstad heeft geen eigen waarden in haar beleid opgenomen, waardoor de volgende toetswaarden worden aangehouden: -
10 ouₑ/m³ voor objecten in de bebouwde kom; 20 ouₑ/m³ voor objecten in het buitengebied.
De veehouderij met de grootste geurinvloed op het initiatief (Donderdonksedijk 4) bevindt zich op ongeveer 940 meter van het plan. De geuremissie van dit bedrijf bedraagt 94.366 ouE/s. Het woon-en leefklimaat is afhankelijk van de voorgrondgeurbelasting of de achtergrondgeurbelasting. Indien de voorgrondgeurbelasting groter is dan de helft van de achtergrondgeurbelasting dan is deze maatgevend. De voorgrondgeurbelasting kan nooit hoger zijn dan de achtergrondgeurbelasting.
- 45 -
Bestemmingsplan ´Boskant, herziening Hazelaarstraat 37’
Gemeente Meierijstad
Figuur 4.8: Uitsnede geurkaart achtergrondbelasting (bron: ODZOB).
Door de Omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant is onlangs een actuele geurkaart van de achtergrondbelasting in diverse Brabantse gemeenten, waaronder Meierijstad, opgesteld. In figuur 4.8 is een uitsnede van deze geurkaart opgenomen met daarop het plangebied weergegeven. Op deze kaart is te zien dat de achtergrondgeurbelasting rond de 4 ouE/m3 zal bedragen. Een (worst-case benadering) voorgrondgeurbelasting van 4 ouE/m3 (alle geur in de omgeving komt van een veehouderij) resulteert volgens de bijlage van de handreiking Wgv in een ‘Redelijk goed’ woon-en leefklimaat (3,7-6,5 ouE/m3), wat overeenkomt met 10%-15% gehinderden. Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.
4.9
Gezondheid in relatie tot veehouderijen Door middel van toetsing aan het stappenplan uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) kan beoordeeld worden of voor een specifieke situatie er een dusdanig verhoogd risico voor de volksgezondheid bestaat dat nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De stappen kunnen stuk voor stuk worden doorlopen om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. Het stappenplan 2.0 wordt hieronder weergegeven, waarbij per stap een nadere toetsing plaatsvindt. 1. Voor varkens en pluimveebedrijven: endotoxine richtafstand. Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd gezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is - 46 -
Bestemmingsplan ´Boskant, herziening Hazelaarstraat 37’
Gemeente Meierijstad
dat er sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de blootstelling aan endotoxine heeft de Gezondheidsraad een advieswaarde van 30 EU/m3 vastgesteld. De advieswaarde van de Gezondheidsraad voor endotoxine is een instrument ter bescherming van de gezondheid van omwonenden van veehouderijen. Binnen een straal van 1 kilometer rondom de planlocatie is één varkenshouderij aan Donderdonksedijk 4 gelegen. De PM10 (endotoxine) emissie van dit bedrijf is weergegeven in figuur 4.9. Op basis van de vergunde fijnstofemissie kan door middel van onderstaande formules worden berekend binnen welke afstand naar verwachting de advieswaarde voor endotoxine wordt overschreden. Zoals blijkt uit figuur 4.9 wordt voldaan aan de richtafstand voor endotoxine van dit varkensbedrijf tot het plangebied.
Id
Adres
Type bedrijf
1.
Donderdonksedijk 4
Vleesvarkens: 396 kg. PM10/jaar
Richtafstand
Feitelijke
endotoxine
afstand
128 m.
940 m.
Figuur 4.9: Richtafstanden Endotoxine.
2. Toename in emissies van geur en/of fijnstof en/of ammoniak; De voorgenomen ontwikkeling de toevoeging van een achttal burgerwoningen binnen het plangebied. Hierbij vindt geen toename in emissies van geur, fijnstof en/of ammoniak plaats. 3. Geurbelasting; toetsen aan een aanvaardbaar woon-/leefklimaat; a. Wettelijke uitgangspunten In hoofdstuk 4.8 van voorliggende toelichting heeft een toetsing van de voorgenomen ontwikkeling aan de Wgv plaatsgevonden. Op de planlocatie is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor wat betreft geur. b. Gezondheidskundige uitgangspunten Naast een toets op sec de wettelijke aspecten kan ook gekeken worden naar een gezondheidskundige beoordeling ten aanzien van het aspect geur. De GGD hanteert het standpunt dat het onderzoek van Geelen et al. (2015) op dit moment het best beschikbare beeld geeft voor deze gezondheidskundige beoordeling. Bij de beoordeling van de geurbelasting - 47 -
Bestemmingsplan ´Boskant, herziening Hazelaarstraat 37’
Gemeente Meierijstad
hanteert de GGD het uitgangspunt dat maximaal 12% (woonkern) en 20% (buitengebied) geurgehinderd mag zijn. Dit betekent dat de gezondheidskundige advieswaarden voor de woonkern door de GGD landelijk wordt gesteld op respectievelijk 2,0 OU/m3 voor de voorgrond en 5,0 OU/m3 voor de achtergrond. Uit de kaart in figuur 4.8 volgt dat de achtergrondgeurbelasting ter plaatse van het plangebied rond de 4 ouE/m3 bedraagt. Vermoedelijk is advies van de GGD op basis van deze achtergrondbelasting niet benodigd, echter dit is niet uit te sluiten. 4. Bij meerdere bedrijfsmatig gehouden diersoorten, de aanwezige diersoort(en) binnen een veehouderij; Niet van toepassing. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot nieuwe situaties van het gemengd houden van varkens en pluimvee. 5. Geitenhouderij: binnen een straal van 2 kilometer van een gevoelige bestemming; of pluimveebedrijven binnen een straal van 1 kilometer van een gevoelige bestemming; of overige veehouderijen binnen een straal van 250 meter liggen woon- of verblijfsruimten van derden; a. Geitenhouderijen Uit VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 kilometer rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. De provincie heeft een verbod van uitbreiding van geitenhouderijen ingevoerd.
In het kader van de omgekeerde werking (gevoelige functies rond geitenhouderijen) wordt bekeken of er zich binnen 2 kilometer van het plan bedrijven met geiten bevinden. Binnen een straal van 2 kilometer van de planlocatie bevinden zich geen geitenhouderijen waar meer dan 50 geiten gehouden worden. Er is dan ook geen sprake van een onaanvaardbaar volksgezondheidsrisico ter plaatse van de planlocatie. b. Pluimveehouderijen Ook voor pluimveehouderijen is een dergelijke afstand te benoemen. Uit het VGO-2 rapport (2017) blijkt namelijk dat er binnen een straal van 1 kilometer rondom één pluimveehouderij omwonenden een verhoogd risico op longontsteking hebben. Echter moet worden benadrukt dat het hier om een hypothese gaat, en dat causaliteit nog niet door onderzoekers is vastgesteld. Met deze onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden bij de ontwikkeling en uitbreiding van pluimveehouderijen of de bouw van gevoelige bestemmingen in de nabijheid van pluimveehouderijen.
- 48 -
Bestemmingsplan ´Boskant, herziening Hazelaarstraat 37’
Gemeente Meierijstad
Binnen een straal van 1 kilometer rondom de planlocatie bevinden zich geen pluimveehouderijen c. Overige veehouderijen Ook voor overige veehouderijen is een dergelijke afstand te benoemen, namelijk 250 meter ten opzichte van gevoelige functies. Er bevinden zich binnen 250 meter van het plangebied geen andere veehouderijen. 6. De aanwezigheid van mestbewerking en mestverwerking; Niet van toepassing. 7. De ongerustheid bij omwonenden; Bij omwonenden is geen sprake van ongerustheid over de volksgezondheid als gevolg van de toevoeging van acht woningen binnen het plangebied. Uit de toetsing aan de afwegingsaspecten blijkt dat voor stap 3b mogelijk sprake is van specifieke omstandigheden. Of in onderhavig geval een advies van GGD benodigd is betreft een afweging van de gemeente Meierijstad. Afwegingskader geitenhouderijen Meierijstad Het college van B&W van Meierijstad heeft op 13 maart 2018 een afwegingskader vastgesteld met betrekking tot ontwikkelingen in de omgeving van geitenhouderijen. De ontwikkeling moet getoetst worden aan dit afwegingskader. Concreet betekent dit dat in de gemeente Meierijstad voorlopig als volgt gehandeld wordt: ▪
Een uitbreiding van het aantal geiten in bestaande stallen of gebouwen wordt niet toegestaan, tenzij er geen gezondheidskundige bezwaren daarvoor zijn. Bij voorliggende ontwikkeling is geen sprake van de uitbreiding van het aantal geiten.
▪
Binnen een straal van 2 km rondom geitenhouderijen doet zich, vooralsnog, een extra risico voor. Daarom hanteert het college daar een extra zorgvuldigheid. Dat betekent dat met plannen voor het huisvesten of opvangen van kinderen, kwetsbare mensen en ouderen sowieso terughoudend omgegaan wordt. Er bestaat géén hard afwegingskader voor de toetsing van bouwplannen. Locatie, omgeving, het soort bedrijf en het soort ontwikkeling zijn telkens anders en vragen om maatwerk. Het gezondheidsbelang wordt daarbij afgezet tegen bijvoorbeeld volkshuisvestelijke, sociale, economische en financiële belangen. - 49 -
Bestemmingsplan ´Boskant, herziening Hazelaarstraat 37’
Gemeente Meierijstad
Binnen een straal van 2 km van de planlocatie zijn geen geitenhouderijen gevestigd. ▪
Aanvragers van plannen en nieuwe potentiële bewoners in het gebied worden geïnformeerd over het risico. Ook wordt hen gevraagd een verklaring daarover te ondertekenen. Het plangebied is niet gelegen in het genoemde gebied met geitenhouderijen.
Conclusie Het aspect volksgezondheid in relatie tot veehouderijen vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.
4.10 Geluid Ten aanzien van het aspect geluid zijn het wegverkeer en de bedrijven van belang. Voor het wegverkeerslawaai vormt de Wet geluidhinder het toetsingskader en voor de bedrijven de Wet milieubeheer (waaronder het Activiteitenbesluit). Daarnaast moet in het kader van de Wet ruimtelijke ordening sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wegverkeerslawaai De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij de vaststelling van een bestemmingsplan of bij het verlenen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het gaat bij voorliggend plan om het realiseren van (nieuwe) geluidsgevoelige objecten binnen een 30 km/uur-zone. De Wet geluidhinder is voor wegverkeerslawaai dan niet van toepassing. Omdat de verkeersintensiteit op de Hazelaarstraat (BBMA 2040, 63 mvt) laag is, zal ook de geluidsbelasting op de gevel ten aanzien van wegverkeerslawaai laag zijn. Met een standaard geluidwering van 20 dB (Bouwbesluit art. 3.2) zal in de woning een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden behaald van 33 dB. Naar oordeel van de ODBN (Quickscan Milieu met kenmerk Z/173325) is een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai voor voorliggend initiatief niet noodzakelijk.
Industrielawaai Voor wat betreft het industrielawaai op de nieuwe woningen afkomstig van de ‘bedrijfsmatige’ functie Sportcomplex De Scheken, gelegen ten noorden van het plangebied, wordt zoals aangegeven in figuur 4.7 niet voldaan aan de van toepassing zijnde richtafstand van 50 meter. Om deze reden is aan Tritium B.V. opdracht verleend voor het uitvoeren van een akoestisch onderzoek omgevingslawaai waarbij de geluidimmissie van het sportpark op de te ontwikkelen woningen in beeld is gebracht. Dit onderzoek is als bijlage toegevoegd aan - 50 -
Bestemmingsplan ´Boskant, herziening Hazelaarstraat 37’
Gemeente Meierijstad
voorliggende onderbouwing. De conclusie van het onderzoek is hieronder samengevat opgenomen en luidt als volgt:
Samenvatting en conclusies In opdracht van Kastelijn Ruimtelijk Advies is een akoestisch onderzoek uitgevoerd ten behoeve van de beoogde woningbouw op de locatie Hazelaarstraat 37 te Boskant. Het planvoornemen betreft de beoogde realisatie van een blok van zeven woningen en een twee-kapper. De ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Het onderzoek is derhalve uitgevoerd ten behoeve van een juridisch-planologische procedure. Het plangebied is gelegen in de nabijheid van voetbalvereniging v.v. Boskant en tennisvereniging Boskant. Conform de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' editie 2009 (verder: VNG-uitgave) geldt er een richtafstand van 50 meter voor veldsportcomplexen en tennisbanen (met verlichting). Deze afstand heeft betrekking op het aspect geluid en het hier van toepassing zijnde omgevingstype 'rustige woonwijk'. Wat betreft de voetbalvereniging wordt aan deze richtafstand niet voldaan. Het parkeerterrein voor de tennisvereniging ligt eveneens binnen de richtafstand van 50 meter. De geluidimmissie op de beoogde nieuwe woningen is bepaald ten gevolge van alle mogelijke geluidrelevante activiteiten van de voetbal- en de tennisvereniging. Aan de hand hiervan is enerzijds bepaald of er in de toekomstige situatie sprake is van een akoestisch verantwoord woonen leefklimaat ter plaatse van de nieuwbouwwoningen en dus van een goede ruimtelijke ordening.
Anderzijds mogen de voetbal- en de tennisvereniging akoestisch gezien niet worden ingeperkt door het planvoornemen. Daarnaast zal tevens de indirecte hinder van het verkeer van en naar het parkeerterrein van de sportclubs op de gevels van de nieuwbouwwoningen worden bepaald. Uit het akoestisch onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: •
•
•
Met betrekking tot zowel het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) als het maximale geluidniveau (LAmax) blijkt dat in beide situaties (wedstrijddag en trainingsdag) op alle gevels van de nieuwe woningen wordt voldaan aan de grenswaarden van respectievelijk 45 dB(A) en 65 dB(A) etmaalwaarde, behorende bij stap 2 van het stappenplan uit de VNG-uitgave. Voor zowel het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) als het maximale geluidniveau (LAmax) blijkt dat ten gevolge van de voetbalvereniging en de tennisvereniging wordt voldaan aan de van toepassing zijnde geluidgrenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Met betrekking tot indirecte hinder van het verkeer van en naar de sportverenigingen is aangetoond dat in de beschouwde situaties wordt voldaan aan - 51 -
Bestemmingsplan ´Boskant, herziening Hazelaarstraat 37’
Gemeente Meierijstad
de grenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde, behorende bij stap 2 van het stappenplan uit de VNG-uitgave.
In onderliggend rapport zijn de geluidniveaus tijdens de beide representatieve ‘bedrijfssituaties’ berekend, inzichtelijk gemaakt en getoetst aan de gestelde geluideisen. Op basis van de resultaten kan worden gesteld dat een akoestisch goed woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd voor de beoogde nieuwe woningen en dat de voetbal- en tennisvereniging niet beperkt worden bij het uitvoeren van de huidige activiteiten. Voor wat betreft het aspect geluid zijn er derhalve geen bezwaren de bestemmingsplanwijziging door te voeren.
Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.
4.11 Luchtkwaliteit De ‘Wet luchtkwaliteit’ vormt per 15 november 2007 het toetsingskader voor nieuwe plannen en projecten in relatie tot de kwaliteit van de lucht. Als onderdeel van de Wet luchtkwaliteit is de AMvB ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM) opgenomen. Projecten die ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeven volgens het wetsvoorstel niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Deze regeling is in het leven geroepen om kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen niet onnodig te frustreren of vertragen. Het voornemen dient te worden getoetst aan de Regeling NIBM. De Regeling NIBM geeft invulling aan de categorieën woningbouwen kantoorlocaties, aan een combinatie daarvan en aan inrichtingen (landbouwinrichtingen en spoorwegemplacementen). Voor een plan dat binnen deze categorieën valt, hoeven geen verdere berekeningen te worden uitgevoerd om aan te tonen dat sprake is van een NIBM situatie en hoeft er dus geen onderzoek gedaan te worden naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit. Voor plannen die niet binnen één van deze categorieën vallen, dient aan de hand van berekeningen of een kwalitatieve beschouwing aannemelijk te worden gemaakt dat de bijdrage NIBM is of voldoet aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit.
Voor plannen waarbij alleen sprake is van een toename in verkeersbewegingen is een rekentool ontwikkeld: de NIBM-tool. Hiermee kan op eenvoudige manier worden bepaald of er sprake is van een NIBM bijdrage. Op basis van de voorgenomen wijzigingen worden geen belemmeringen verwacht.
- 52 -
Bestemmingsplan ´Boskant, herziening Hazelaarstraat 37’
Gemeente Meierijstad
De bouw van negen woningen (woningbouwlocatie) valt binnen de categorieën van de Regeling NIBM en de woningen dragen derhalve niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit.
Woon- en leefklimaat Naast het effect van de ontwikkeling op de luchtkwaliteit is het ook van belang de toestand van de luchtkwaliteit in de bestaande situatie te beschouwen. Er moet een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kunnen worden gegarandeerd. Hiertoe zijn de GCN-kaarten van het RIVM geraadpleegd, zoals onderstaand weergegeven in figuur 4.10 tot en met 4.12. Hieruit blijkt dat (ruim) voldaan wordt aan de gestelde grenswaarden: - 40 μg/m3 jaargemiddelde concentratie NO2 - 40 μg/m3 jaargemiddelde concentratie PM10 - 25 μg/m3 jaargemiddelde concentratie PM2,5 - 35 overschrijdingsdagen per jaar van de gemiddelde concentratie PM 10 Ook de norm van 31,2 μg/m3 voor PM10, zoals vastgelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, wordt niet overschreden in het plangebied.
Figuur 4.10: GCN-kaart RIVM fijnstof PM10 (bron: geodata.rivm.nl)
- 53 -
Bestemmingsplan ´Boskant, herziening Hazelaarstraat 37’
Gemeente Meierijstad
Figuur 4.11: GCN-kaart RIVM fijnstof PM2,5 (bron: geodata.rivm.nl)
Figuur 4.12: GCN-kaart RIVM stikfstofdioxide NO2 (bron: geodata.rivm.nl)
Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.
4.12 Externe veiligheid Wettelijk kader Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: ➢ Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); ➢ Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); ➢ Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Binnen de 10-6/jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. - 54 -
Bestemmingsplan ´Boskant, herziening Hazelaarstraat 37’
Gemeente Meierijstad
Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Binnen het invloedsgebied is een verantwoordingsplicht van het groepsrisico van toepassing. De specifieke eisen hieraan zijn vastgelegd in de besluiten Bevi, Bevb en Bevt. Tot slot wordt in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening ‘ (art. 3.1 Wro) getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit en effectafstanden uit de ‘Circulaire effectafstanden LPG-tankstations’.
plangebied
Figuur 4.13:Uitsnede Atlas Leefomgeving met plangebied aangeduid.
Te realiseren objecten Middels voorliggend initiatief worden binnen het plangebied een achttal woningen binnen bestaand stedelijk gebied toegevoegd. Conform artikel 1 van het Bevi worden deze woningen aangemerkt als kwetsbare objecten. Beschouwing risicobronnen Met behulp van de risicokaart is nagegaan of er risicobronnen aanwezig zijn die van invloed zijn op het plangebied. Uit de risicokaart zoals opgenomen in figuur 4.13 blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen wegen, vaarwegen, - 55 -
Bestemmingsplan ´Boskant, herziening Hazelaarstraat 37’
Gemeente Meierijstad
spoorlijnen of inrichtingen zijn gelegen, waarvan een risicocontour over het plangebied is gelegen. Ten zuidwesten van het plangebied liggen 2 RRP buisleidingen voor het vervoer van ruwe olie. Verantwoording plaatsgebonden risico De 2 RRP buisleidingen voor het vervoer van ruwe olie zijn gelegen op een afstand van ruim 230 meter van het plangebied en hebben een diameter van 24" en 36". Het plaatsgebonden risico contour (PR) van de RRP leidingen is maximaal 46,10 meter en reikt daarmee niet over het plangebied. Het plaatsgebonden risico van de leiding vormt derhalve geen belemmering voor het plan. Verantwoording groepsrisico Het invloedsgebied van de buisleidingen bedraagt 70 meter. Gezien de afstand van 230 meter tussen het plangebied en beide leidingen, reikt het invloedsgebied niet over het plangebied. Een verantwoording van het groepsrisico kan hiermee achterwege blijven. In het kader van voorliggend initiatief is advies opgevraagd bij Veiligheidsregio. Dit advies is verwerkt in bovenstaande beschouwing. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.
4.13 Verkeer en parkeren Verkeer Middels de voorgenomen ontwikkeling worden 7 tussen-/hoekwoningen (één bouwvolume) en 2 twee-onder-één-kap woningen (één bouwvolume) toegevoegd binnen het plangebied aan Hazelaarstraat 37. Hiertegenover staat de sanering van 1 bestaande vrijstaande woning binnen het plangebied. Middels deze ontwikkeling vindt een beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen plaats. Op basis van de gemiddelde kencijfers van de CROW-publicatie 381 voor een gebied dat ‘weinig stedelijk’ is en behoort tot ‘rest bebouwde kom’ bedraagt het aantal verkeersbewegingen respectievelijk 8,0 per vrijstaande woning en 7,4 per hoek-/tussenwoning. Dit leidt tot een gezamenlijk aantal verkeersbewegingen van afgerond 68 stuks. Hiertegenover staat het verdwijnen van de vrijstaande woning met 8 verkeersbewegingen binnen het plangebied. Per saldo neemt het aantal verkeersbewegingen als gevolg van voorliggend initiatief hiermee toe met 60 stuks. Geconcludeerd kan dan ook worden dat de situatie verkeerskundig slechts zeer beperkt wijzigt als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. De huidige infrastructuur heeft voldoende capaciteit om deze minimale verkeerstoename te verwerken.
- 56 -
Bestemmingsplan ´Boskant, herziening Hazelaarstraat 37’
Gemeente Meierijstad
Ten behoeve van de ontwikkeling zullen een drietal nieuwe inritten worden aangelegd. In de huidige situatie is reeds sprake van 2 bestaande inritten, aan weerzijden van de te saneren woning. Deze inritten komen te vervallen. Per saldo wordt hiermee 1 inrit toegevoegd als gevolg van voorliggend initiatief. De twee inritten ten behoeve van de twee-onder-één-kap woningen (één bouwvolume) worden direct aangrenzend aan elkaar gesitueerd aan de Hazelaarstraat. De inrit ten behoeve van de parkeerplaatsen op het ‘middenterrein’ wordt eveneens aan de Hazelaarstraat gerealiseerd. Deze parkeerplaatsen zijn gelegen op eigen terrein, waarmee er geen sprake is van openbaar gebied. Voor deze ontsluiting volstaat dan ook een inritconstructie. Parkeren Op 3 mei 2019 heeft de gemeente Meierijstad de ‘Nota Parkeernormen Meierijstad 2018’ gepubliceerd. De Nota wordt gebruikt bij het verlenen van omgevingsvergunningen en bij de herziening van een bestaand dan wel vaststelling van een nieuwe bestemmingsplan. In de Nota zijn de parkeerkerncijfers van het CROW als vertrekpunt gebruikt. In de Nota worden de landelijke richtlijnen vertaald naar de situatie in de gemeente Meierijstad. Het uitgangspunt hierbij is dat voor de nieuwe ontwikkeling het aantal parkeerplaatsen wordt vastgesteld dat op eigen terrein moet worden gerealiseerd. De kern van Boskant is in de Nota aangemerkt als ‘niet stedelijk’.
Op basis van de kaart zoals opgenomen in Bijlage 1 van de Nota is de planlocatie gelegen in het gebied ‘Rest bebouwde kom en Buitengebied’. In Bijlage 2 van de Nota zijn de parkeernormen voor de overige kernen opgenomen. Het totaal aantal parkeerplaatsen wordt, in tegenstelling tot de gebruikelijke afrondingsregels, altijd naar boven afgerond. Middels de voorgenomen ontwikkeling worden 7 tussen-/hoekwoningen (één bouwvolume) en 2 twee-onder-één-kap woningen (één bouwvolume) toegevoegd binnen het plangebied aan Hazelaarstraat 37. Hiertegenover staat de sanering van 1 bestaande vrijstaande woning binnen het plangebied. De bestaande vrijstaande woning wordt niet meegenomen in de berekening van de parkeerbehoefte voor de nieuwe situatie. Salderen wordt namelijk alleen gedaan met een bestaand tekort op eigen terrein. Ten behoeve van de bewoners van de tweekapper wordt voorzien in 4 exclusieve parkeerplaatsen. Op basis van deze uitgangspunten is door de verkeerskundige van de gemeente Meierijstad onderstaand advies opgesteld, zoals weergegeven in figuur 4.14. Naast de 4 exclusieve parkeerplaatsen dient binnen het plangebied nog aanvullend voorzien te worden in 15 parkeerplaatsen in het ‘openbaar gebied’. Het totaal aantal te realiseren parkeerplaatsen binnen het plangebied komt hiermee op 19 stuks.
In de stedenbouwkundige schets, zoals opgenomen als bijlage bij voorliggende toelichting, is de situering van deze 19 parkeerplaatsen nader weergegeven. In de regels van het bestemmingsplan is een voorwaardelijke - 57 -
Bestemmingsplan ´Boskant, herziening Hazelaarstraat 37’
Gemeente Meierijstad
verplichting opgenomen waarmee de realisatie en instandhouding van deze parkeerplaatsen op eigen terrein wordt verzekerd.
Figuur 4.14: Berekening parkeerbehoefte initiatief (bron: gemeente Meierijstad 2022).
Conclusie De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor onderhavig initiatief.
4.14 Spuitzones Hoewel in geen enkele wettelijke regeling in acht te nemen afstanden zijn opgenomen voor spuitzones tussen gevoelige bestemmingen en percelen met open teelt waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, dient op basis van het criterium goede ruimtelijke ordening (artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening) wel te worden beoordeeld of het gebruik van die middelen onaanvaardbare gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt als vuistregel dat een afstand van 50 meter tussen het perceel waarop de teelt plaatsvindt en te realiseren nieuwe gevoelige functies zoals woningen kan worden gehanteerd. Kortere afstanden zijn ook mogelijk, indien dat blijkt uit een locatiespecifiek onderzoek.
- 58 -
Bestemmingsplan ´Boskant, herziening Hazelaarstraat 37’
Gemeente Meierijstad
De woningen zijn niet gelegen op minder dan 50 meter afstand van gronden waar mogelijk sprake is van spuitzones (circa 140 meter ten westen zijn gronden gelegen waar bomen worden gekweekt, tevens zijn ten zuiden op ruime afstand ook dergelijke gronden gelegen). Er kan daarom worden gesteld dat er geen wijziging plaatsvindt die een aanvaardbaar woon- en leefklimaat negatief beïnvloedt. Conclusie Het aspect spuitzones vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.
4.15 Hoogspanningslijnen Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet rekening gehouden worden met de magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen. De laatste jaren is hier meer aandacht voor, mede omdat er statistische aanwijzingen zijn (dus geen aangetoond oorzakelijk verband) dat de magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen mogelijk van invloed kunnen zijn op de gezondheid van kinderen. Het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen is gebaseerd op het voorzorgprincipe. De internationale norm is dat voorkomen moet worden dat burgers worden blootgesteld aan magneetvelden van meer dan 100 microTesla. Deze norm wordt in Nederland op maaiveldniveau nergens overschreden. Aanvullend hierop adviseert het Rijk, vanuit het voorzorgprincipe, om zoveel als mogelijk te voorkomen dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen (tot 15 jaar) langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen van meer dan 0,4 microTesla. In het bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de magneetveldzone. Dit betekent dat, zoals hierboven reeds aangegeven is, voorkomen moet worden dat er gevoelige functies binnen een zone van een hoogspanningslijn komen te liggen. Is dit wel het geval, dan moet een zorgvuldige afweging plaatsvinden.
Het RIVM heeft een kaart ontwikkeld waarop indicatieve zones voor magneetvelden van alle bovengrondse hoogspanningslijnen zijn opgenomen. De indicatieve zones zijn de meest ruime afstanden waar rekening mee moet worden gehouden. Uit deze kaart blijkt dat de planlocatie op ruime afstand van de hoogspanningslijnen is gelegen, buiten de indicatieve zone. Conclusie Het aspect hoogspanningslijnen vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.
- 59 -
Bestemmingsplan ´Boskant, herziening Hazelaarstraat 37’
5.
Gemeente Meierijstad
Juridische planopzet
Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch – planologische regeling te scheppen voor het bouwen en het gebruik van de gronden en gebouwen binnen het plangebied. In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de systematiek en de inhoud van de bestemmingen van het bestemmingsplan.
5.1
Plansystematiek Het bestemmingsplan ‘Boskant, herziening Hazelaarstraat 37’ is conform de eisen van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) opgesteld. Naast de wettelijke eisen uit de Wro is in dit bestemmingsplan, om de consistentie met de vigerende bestemmingsplannen te waarborgen, voor de opzet en inhoud van de regels aangesloten bij het bestemmingsplan Boskant van de gemeente Meierijstad. Tevens voldoet het plan aan de eisen van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012.