CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJlage 3 Toelichting Pater Visserslaan 15 (inclusief bijlagen)

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Ontwikkelplan sanering varkenshouderij'21.531 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.5

BODEM In het kader van de Wro dient beoordeeld te worden of de bodemkwaliteit geschikt is voor de nieuwe functie. Op grond van artikel 8 van de Woningwet bevat de bouwverordening voorschriften omtrent het tegengaan van bouwen op verontreinigende bodem. Deze voorschriften hebben uitsluitend betrekking op bouwwerken waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen aanwezig zullen zijn. Ten behoeve van de ontwikkeling is een bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is toegevoegd als bijlage. De uitkomst van dit onderzoek is als volgt: Conclusies en advies Zowel de boven- en ondergrond als het grondwater op het gehele terrein zijn vrij van verontreinigingen. De uitvoering van nader of aanvullend bodemonderzoek is derhalve niet zinvol. De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vormt, ons inziens, geen belemmering voor de beoogde bestemmingsplanwijziging van agrarisch naar wonen. De eventueel bij werkzaamheden vrijkomende grond is op of buiten het onderzoeksterrein herbruikbaar. Indien vrijkomende grond van de locatie

34

afgevoerd dient te worden, dient men rekening te houden met de regels van het vigerende Besluit Bodemkwaliteit. Het aspect bodem vormt hiermee geen belemmering voor de ontwikkeling.

4.6

(ONDERGRONDSE) INFRASTRUCTUUR De ontwikkeling heeft geen invloed op aanwezige kabels en leidingen. Er vinden geen grondverstoringen plaats op andere plaatsen als waar eerder grondverstoringen hebben plaats gevonden. Als toch in de toekomst grondverstoringen plaats zullen vinden, wordt op normale wijze rekening gehouden met eventueel aanwezige kabels en leidingen. Het plangebied is gelegen binnen de gebiedsaanduiding “vrijwaringszone – radar”. Radarsystemen dienen ‘vrij zicht’ te hebben om goed te kunnen functioneren. Objecten binnen een straal van 27,8 kilometer gemeten vanaf de positie van de radar kunnen resulteren in een verstoring van het radarbeeld. Binnen dit gebied mogen dan ook geen objecten worden geplaatst (gebouwd) met een hoogte van meer dan 45 meter ten opzichte van de hoogte van het maaiveld ter plaatse van de radar. Bij onderhavige ontwikkeling is geen sprake van ontwikkelingen met een hoogte van meer dan 45 meter. Om ook te borgen dat dergelijke ontwikkelingen in de toekomst niet plaatsvinden, is de vrijwaringszone weer opgenomen in het bestemmingsplan.

4.7

BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten van bestaande en toekomstige bedrijvigheid om zodoende kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Op grond van de Wet milieubeheer zijn bedrijven en instellingen verplicht te voldoen aan de eisen uit het Activiteitenbesluit, dan wel een omgevingsvergunning te hebben voor de exploitatie van het bedrijf, waarbij rekening gehouden dient te worden met de omliggende woonbebouwing. Doormiddel van de milieuwet- en regelgeving wordt (milieu)hinder in woongebieden zoveel mogelijk voorkomen. Om te komen tot een verantwoorde, ruimtelijk relevante toetsing in milieuhygiënisch opzicht van bedrijfsvestigingen, wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde milieuzonering. Hieronder wordt verstaan het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen, anderzijds milieugevoelige functies als (bedrijfs)woningen, zorginstellingen, onderwijsinstellingen, kinderopvang e.d. Daarnaast is de milieuwetgeving van toepassing.

In de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009), die voor het eerst in 1986 verscheen en daarna een aantal malen is geactualiseerd, is een omvangrijke lijst van bedrijven opgenomen, waarin per bedrijf voor een aantal aspecten de mate van ruimtelijk relevante hinderlijkheid is weergegeven. Per 35

bedrijfstype zijn voor elk van de aspecten geur, stof, geluid en gevaar minimale afstanden aangegeven die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf en woningen om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Deze richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kleinere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype gemengd gebied, dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. In een gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandstap worden verlaagd zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Op de locatie wordt de intensieve varkenshouderij en rundveehouderij beeindigd en wordt de bestemming omgezet naar een woonbestemming. De ontwikkeling betreft het in gebruik houden van een bestaande bedrijfswoning als particuliere woning, met daarbij een kleinschalig bedrijf in de vorm van statische opslag. Hiermee daalt de geur-, ammoniak- en fijn stof emissie vanuit de locatie, wat leidt tot een beter woon- en leefklimaat voor de directe omwonenden.

Navolgend wordt voor de aspecten geur, stof, geluid en externe veiligheid aangegeven wat de richtafstanden bedragen bij de huidige en beoogde bedrijfsactiviteiten. Hieruit blijkt dat de activiteiten qua geur, stof en geluid aanzienlijk verbeteren. Ook is de afstand vanaf het bouwvlak tot het bouwvlak van de dichtstbijzijnd gelegen woning (Pater Visserslaan 14) aangegeven. In de beoogde situatie blijft de afstand tot deze woning hetzelfde. Aan alle richtafstanden wordt voldaan. Tabel 1 Richtafstanden geur, stof, geluid en externe veiligheid in bestaande en beoogde situatie

Richtafstand Richtafstand Richtafstand externe veiligstof geluid heid

Afstand tot Pater Visserslaan 14

Fokken en houden van 200 meter varkens

30 meter

50 meter

0 meter

13 meter

Fokken en houden van 100 meter rundvee

30 meter

30 meter

0 meter

13 meter

Activiteiten beoogd

Richtafstand geur

Richtafstand Richtafstand Richtafstand externe veiligstof geluid heid

Afstand tot Pater Visserslaan 14

Statische opslag (opslaggebouwen)

0 meter

0 meter

13 meter

Activiteiten bestaand

Richtafstand geur

30 meter

10 meter

36

In principe wordt in de beoogde situatie niet voldaan aan de grootste richtafstand van 30 meter voor geluid. Echter geldt voor de omgeving het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Om deze reden kan de richtafstand, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap worden verlaagd. Dit betekent dat als grootste richtafstand 10 meter geldt. Hier wordt wel aan voldaan. Daarbij betreft de statische opslag slechts een kleinschalige neventak bij de woning. De functie is beperkt qua omvang en levert geen noemenswaardige hinder op. Daarnaast is van belang in hoeverre de wijziging naar de woonbestemming een beperking vormt voor nabijgelegen bedrijven. In de omgeving van het plangebied zijn verschillende vormen van bedrijvigheid te vinden. Hieronder worden de dichtstbijzijnde en relevante vormen beschreven en geanalyseerd. Pater Visserslaan 13 Op deze locatie is een paardenhouderij gevestigd. Deze inrichting heeft de milieucategorie 3.1 met een grootste richtafstand van 50 meter voor geur. Voor geur is aparte regelgeving van toepassing die is vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij. Dit komt aan bod in paragraaf 4.8. Voor de overige omgevingsaspecten geldt 30 meter als grootste aan te houden afstand. Het bestemmingsvlak van de woning in het plangebied is op een afstand van circa 120 meter gelegen van het bouwvlak.

Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstand. Pater Visserslaan 16 Op deze locatie was vroeger een kleinschalig rundveebedrijf gevestigd. Deze inrichting heeft de milieucategorie 3.2 met een grootste richtafstand van 100 meter voor geur. Voor geur is aparte regelgeving van toepassing die is vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij. Dit komt aan bod in paragraaf 4.8. Voor de overige omgevingsaspecten geldt 30 meter als grootste aan te houden afstand. Het bestemmingsvlak van de woning in het plangebied is op een kortere afstand van het bouwvlak gelegen. De woning is echter een bestaande woning waarbij de afstand tot naastgelegen locatie niet wordt gewijzigd. Daarnaast is van belang dat tegenwoordig echter op de locatie geen dieren meer worden gehouden. Momenteel is de locatie ook bezig met het omzetten van de bestemming naar een woonbestemming. Tevens is bij de dialoog met de omwonenden niet gebleken dat er bezwaren bestaan tegen onderhavig plan. Daarmee wordt voldoende rekening gehouden met de belangen van de locatie. Pater Visserslaan 18 Op deze locatie is een varkenshouderij gevestigd. Deze inrichting heeft de milieucategorie 4.1 met een grootste richtafstand van 200 meter voor geur. Voor geur is aparte regelgeving van toepassing die is vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij. Dit komt aan bod in paragraaf 4.8.

Voor de overige omgevingsaspecten geldt 50 meter als grootste aan te houden afstand. 37

Het bestemmingsvlak van de woning in het plangebied is op een afstand van circa 255 meter gelegen van het bouwvlak. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstand. Hoogstraat 11a Op deze locatie is een varkenshouderij gevestigd. Deze inrichting heeft de milieucategorie 4.1 met een grootste richtafstand van 200 meter voor geur. Voor geur is aparte regelgeving van toepassing die is vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij. Dit komt aan bod in paragraaf 4.8. Voor de overige omgevingsaspecten geldt 50 meter als grootste aan te houden afstand. Het bestemmingsvlak van de woning in het plangebied is op een afstand van circa 120 meter gelegen van het bouwvlak. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstand.

4.8

GEURHINDER De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) en het Activiteitenbesluit milieubeheer vormen het toetsingskader bij vergunningverlening voor geur veroorzaakt door dierenverblijven van veehouderijen. Indirect hebben de Wgv en het Activiteitenbesluit ook consequenties voor de ruimtelijke ordening, dit wordt wel de omgekeerde werking genoemd. Van belang is dat door ontwikkelingen in het voorliggende plan geen belemmeringen ontstaan voor de omliggende (agrarische) bedrijven en de bedrijfsontwikkeling van deze bedrijven. Daarnaast is van belang dat sprake is van een acceptabel woonen leefklimaat. Voor de woning geldt dat, omdat sprake is van een voormalige woning voorheen behorend bij een veehouderij, alleen sprake is van vaste afstanden. Deze vaste afstanden zijn vastgelegd in artikel 3.2 (bestaande woningen) en artikel 14.2 (woningen welke in samenhang met het beëindigen en sloop van de bedrijfsgebouwen zijn ontwikkeld). In beide gevallen geldt een afstand van 50 meter tot veehourijen in de omgeving. De dichtstbijzijnde veehouderij is momenteel de locatie Pater Visserslaan 16. Zoals eerder al aangegeven, was hier voorheen een rundveehouderij aanwezig. Al lange tijd worden echter geen dieren meer gehouden op de locatie. Momenteel is de locatie ook bezig met het omzetten van de bestemming naar een woonbestemming.

Tevens is bij de dialoog met de omwonenden niet gebleken dat er bezwaren bestaan tegen onderhavig plan. Omdat bovendien de woning een bestaande woning betreft en de afstand daarmee niet wijzigt, kan over het geheel gezien gesteld worden dat voldoende rekening wordt gehouden met de belangen van de locatie. De veehouderij welke vervolgens dichtstbijzijnd is gelegen, betreft de veehouderij op de locatie Hoogstraat 11a. De woning is op een afstand van ruim 160 meter gelegen van de rand van het bouwvlak, waarmee wordt voldaan aan de vereiste afstand. Hiermee kan gesteld worden dat sprake is van voldoende afstand tot de in de omgeving gelegen veehouderijen.

38

Om te beoordelen of ter plaatse sprake is van een goed woon- en leefklimaat, dient gekeken te worden naar de achtergrondbelasting. De achtergrondbelasting is de gezamenlijke geurbelasting van alle rond een geurgevoelig object gelegen agrarische bedrijven. De berekende achtergrondbelasting is nodig om een oordeel te kunnen geven over het heersende woon‐ en leefklimaat. De achtergrondbelasting wordt gevormd door de geurbelasting van alle veehouderijen samen. De geuremissie is afkomstig van dieren waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. De ODZOB geeft voor de provincie Noord-Brabant in een digitale kaart de achtergrondbelasting weer welke wordt veroorzaakt door veehouderijen. Deze kaart is opgezet op basis van recente gegevens van de veehouderijen (2020). Uit onderstaande uitsnede blijkt dat momenteel ter plaatse van de locatie sprake is van een matig woon- en leefklimaat. In principe is dit voldoende voor de ontwikkeling. De gele arcering over de locatie duidt echter de belasting afkomstig van de eigen veehouderij. Met voorgenomen beëindiging van de varkenshouderij, zal het woon- en leefklimaat verbeteren naar de waarde redelijk goed. Figuur 9 Uitsnede kaart achtergrondbelasting geur ODZOB

In de omgeving van het plangebied zijn geen industriële bedrijven gelegen welke geur uitstoten. Voorgenomen ontwikkeling wordt aldus niet belemmerd door de geur afkomstig van industrie in de omgeving van het plangebied.

4.9

AKOESTIEK De Wet geluidhinder (Wgh) biedt bescherming tegen (spoor)weglawaai en tegen industrielawaai van inrichtingen voor zover gelegen op een gezoneerd industrieterrein. In de Wgh wordt een beperkt aantal typen objecten beschermd, de zogenoemde geluidgevoelige objecten.

39

De Wet geluidhinder kent een stelsel van normen ter voorkoming van geluidhinder. Ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zijn grenswaarden opgenomen. Hierbij is een ondergrens (voorkeursgrenswaarde) en een bovengrens (maximaal toelaatbare grenswaarde) opgenomen. Omdat het plan de omzetting naar een woonbestemming betreft, is in het kader van wegverkeerslawaai een akoestisch onderzoek uitgevoerd, welke is toegevoegd als bijlage. Hieruit blijkt dat voldaan wordt aan de gestelde normen en dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat bij voorgenomen initiatief. De woning is in het kader van industrielawaai gevoelig voor geluid. In de omgeving zijn echter geen industriële bedrijven gelegen waardoor dit aspect niet relevant is voor het plan.

4.10

LUCHTKWALITEIT Hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’) bevat de regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen voor diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). In artikel 5.16 van de Wet milieubeheer is vastgelegd in welke gevallen de luchtkwaliteitseisen geen belemmering vormen voor een nieuwe ontwikkeling. Dit is het geval wanneer: 1. een ontwikkeling niet leidt tot overschrijding van de grenswaarden voor luchtkwaliteit; 2. ten gevolge van een ontwikkeling de concentraties van de betreffende stoffen verbeteren of ten minste gelijk blijven; 3. een ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties van de betreffende stoffen in de buitenlucht; 4. een ontwikkeling past binnen een vastgesteld programma (zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit). Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip ‘niet in betekenende mate’ is vastgelegd in het ‘Besluit niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ en de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’.

In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als ‘niet in betekenende mate’ worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven. Er is blijkens deze regeling geen onderzoek nodig voor ‘woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat’.

40

Blijkens de ‘Regeling niet in betekende mate’ is er geen onderzoek nodig voor woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat. Het initiatief betreft het wijzigen van de huidige bestemming van het perceel in een woonbestemming. Er worden vanwege het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen verwacht. Een specifiek luchtkwaliteitsonderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Goed woon en leefklimaat Het RIVM maakt jaarlijks kaarten met grootschalige concentraties (in vaktermen GCN) en deposities (GDN) in Nederland in het kader van natuur- en milieubeleid. De kaarten zijn gebaseerd op een combinatie van modelberekeningen en metingen en zijn bedoeld voor het geven van een grootschalig beeld van de luchtkwaliteit en depositie in Nederland zowel voor jaren in het verleden als in de toekomst. Ter hoogte van het plangebied gelden volgens de gegevens uit 2020, voor het jaar 2020, de volgende waarde: -

Fijn stof (PM10) ca. 19.5 µg/m3 (grenswaarde 40 µg/m3 jaargemiddelde)

-

Fijn stof (PM2,5) ca. 11.7 µg/m3 (grenswaarde 20 µg/m3 jaargemiddelde)

-

Stikstofoxide (NO2) ca. 15.9 µg/m3 (grenswaarde 40 µg/m3 jaargemiddelde)

Volgens de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse voldoende voor de verblijfsfunctie. Uit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er ter plaatse van de woning in het kader van het aspect luchtkwaliteit sprake is van een goed woonen leefklimaat. Het thema 'luchtkwaliteit' leidt niet tot belemmeringen.

4.11

EXTERNE VEILIGHEID Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. De wet- en regelgeving rondom externe veiligheid richt zich op het beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport (transport van gevaarlijke stoffen). Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. Risicobronnen kunnen worden onderscheiden in risicovolle inrichtingen (waaronder lpgtankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen (over wegen, spoorwegen en vaarwegen) en buisleidingen (bijvoorbeeld leidingen voor aardgas of vloeibare brandstof). Bij de beoordeling van externe veiligheidsrisico's staan, zowel in het Bevi, het Bevt als het Bevb, twee begrippen centraal:

41

Het plaatsgebonden risico (PR): het risico op een plaats, uitgedrukt in een waarde voor de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval waarbij één of meer gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Het plaatsgebonden risico kan op kaart worden weergegeven in de vorm van risicocontouren. Bij de beoordeling wordt getoetst of het plaatsgebonden risico niet hoger is dan eens per 1 miljoen jaar (10-6 per jaar). Het groepsrisico (GR): de kans dat bij een ongeval buiten de locatie waar activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden 10, 100 of 1.000 slachtoffers tegelijk vallen. Het groepsrisico is een maat voor de verwachte omvang van een ramp. Bij de beoordeling van het groepsrisico wordt de hoogte van het groepsrisico vergeleken met de zogeheten oriëntatiewaarde. Een wijziging van het groepsrisico dient in bepaalde gevallen te worden verantwoord door het bevoegd gezag. Risicobronnen kunnen worden onderscheiden in risicovolle inrichtingen (waaronder lpg-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. Om voldoende ruimte te scheppen tussen een risicobron en personen of objecten die risico lopen (kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen.

Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Het beoordelingskader voor risicovolle inrichtingen wordt gevormd door het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), waarin de Basisnetten voor weg, spoor en water zijn vastgelegd. Voor buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).

42

Figuur 10 Uitsnede risicokaart

Risicovolle inrichtingen Vlakbij het plangebied liggen twee inrichtingen met een propaantank (Pater Visserslaan 12 en 34). Deze propaantanks dienen bijgevuld te worden en daarom worden er over (een gedeelte van) de Pater Visserslaan GF3 stoffen vervoerd. GF3 heeft een invloedsgebied van 355 meter. Het plangebied ligt circa 50 meter van de Pater Visserslaan af. Omdat het plangebied binnen 200 meter van de transportroute af ligt, dient er volgens art. 8 van het Bevt een volledige verantwoording van het groepsrisico afgelegd te worden. De volledige verantwoording kan achterwege gelaten worden indien er aangetoond kan worden dat de oriëntatiewaarde niet overschreden wordt en het groepsrisico niet met 10% toeneemt. De vuistregels van de handleiding risicoanalyse transport kunnen worden gebruikt om te bepalen of een risicoberekening noodzakelijk is. Toetsing plaatsgebonden risico De Pater Visserslaan is een weg buiten de bebouwde kom (60 km/u). Vuistregel 1: Een weg buiten de bebouwde kom heeft geen 10-5 contour. Vuistregel 2: Wanneer het aantal GF3 transporten per jaar lager is dan 500 heeft een weg buiten de bebouwde kom geen 10-6 contour. Over de Pater Visserslaan worden 16 transporten per jaar vervoerd. Deze weg heeft dus geen 10-6 contour. Toetsing groepsrisico

43

Bij toetsing van de oriëntatiewaarde is vuistregel 1: Wanneer de vervoersstroom gevaarlijke stoffen in tankwagens (bulkvervoer) stoffen bevat uit de categorieën LT3, GT4 of GT5 (ongeacht de aantallen) pas dan RBM II toe. Over deze weg worden deze stoffen niet vervoerd. Vuistregel 2 zegt: Wanneer het aantal GF3 transporten minder is dan 10 maal de drempelwaarde in de tabel 1-6 (eenzijdige bebouwing) of 10 maal de drempelwaarde in tabel 1-7 (2-zijdige bebouwing) wordt de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreven. Dit is aanzienlijk minder. Bij de toetsing van 10% van de oriëntatiewaarde zijn dezelfde eisen van toepassing dus ook daar is het aantal GF3 minder. Conclusie Op basis van de vuistregels van het Hart hoeft er geen risicoberekening te worden gemaakt. Dit betekent dat er kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico voor het scenario BLEVE. Een beperkte verantwoording van het groepsrisico gaat in op de zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied bij een calamiteit en de mogelijkheden tot het bestrijden van de gevolgen van een calamiteit binnen het plangebied. Buisleidingen In de omgeving van het plangebied zijn geen buisleidingen gelegen. Er is geen sprake van belemmeringen vanwege de aanwezigheid van buisleidingen.

Vervoer van gevaarlijke stoffen In het Bevt zijn de Basisnetten voor weg, spoor en water geïmplementeerd in de wetgeving met betrekking tot externe veiligheid. Het Bevt regelt - in combinatie met de Regeling basisnet - enerzijds een risicoplafond voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en bevat anderzijds regels voor ruimtelijke ontwikkelingen in de nabijheid van deze transportassen. Het Bevt bepaalt onder andere dat bij ontwikkelingen binnen 200 meter van een transportroute voor gevaarlijke stoffen in bepaalde gevallen een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico nodig is (Bevt artikel 8). Op circa 780 meter afstand van het plangebied ligt het basisnet-wegtraject A50: afrit 13 (Volkel) – afrit 12 (Veghel-Noord). Over dit traject worden onder andere gevaarlijke stoffen vervoerd uit de categorie LT21. Het vervoer van gevaarlijke stoffen uit de categorie LT2 heeft een invloedsgebied van 880 meter. Omdat het plangebied niet binnen 200 meter van de transportroute af ligt, kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico voor het scenario toxisch. Een beperkte verantwoording van het groepsrisico gaat in op de zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied bij een calamiteit en de mogelijkheden tot het bestrijden van de gevolgen van een calamiteit binnen het plangebied. Verantwoording groepsrisico (beperkt) toxisch

44

Vanwege de ligging van de planlocatie in het invloedsgebied van een risicobron waarvan een toxische wolk het maatgevende scenario is, dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Hierbij is de Veiligheidsregio om advies gevraagd. Het advies is verwerkt in de verantwoording. Scenario(‘s) Het relevante scenario voor het plangebied i.r.t. het transport van gevaarlijke stoffen is het overdrijven van een toxische wolk. Door bijvoorbeeld een incident tijdens de verlading of door een mechanische impact op de tank ontstaat een gat waardoor in korte tijd een groot deel van de toxische stof vrijkomt en met de wind mee wordt verspreidt. De kans op een dergelijk ongeval is bijzonder klein. De gevolgen voor personen zijn afhankelijk van de concentratie en blootstellingstijd aan de stof. Mogelijkheden tot bestrijdbaarheid van een calamiteit Bij het scenario toxische wolk zal de brandweer proberen de toxische wolk neer te slaan. Bij een snelle verspreiding van de toxische wolk zal dit echter beperkt effect hebben. De bestrijdbaarheid wordt om deze reden als matig beoordeeld. De mogelijkheden tot zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote aantallen slachtoffers bij een incident te voorkomen.

De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen binnen bebouwing en ontvluchten van het plangebied. De mogelijkheden ten aanzien van de zelfredzaamheid zijn goed. Er worden geen niet- of verminderd zelfredzame mensen in het plangebied gehuisvest. De aanwezigen zijn normaal gesproken in staat om zelfstandig conform instructies bijvoorbeeld via NL-Alert te reageren. Het aantal mensen in het plangebied is beperkt. Is het gebied voldoende ingericht om de zelfredzaamheid te kunnen faciliteren? Behalve de vraag of zelfredding mogelijk is, zijn de fysieke eigenschappen van gebouwen en omgeving van invloed op de vraag of die zelfredding optimaal kan plaatsvinden. Vanuit de hierboven geschetste mogelijkheden is het dus van belang, dat het plangebied: - goed te alarmeren is; - goed te schuilen is; - goed te ontvluchten is.

45

Alarmering In geval van een calamiteit zal NL-Alert worden ingezet. NL-Alert is een aanvullend alarmmiddel van de overheid voor de mobiele telefoon. Met NLAlert kan de overheid mensen in de directe omgeving van een noodsituatie met een tekstbericht informeren. In het bericht staat specifiek wat er aan de hand is en wat je op dat moment het beste kunt doen. Schuilmogelijkheden Schuilen in de afgesloten bebouwing zal in beginsel de beste manier zijn om de calamiteit met het scenario toxische wolk te overleven. Schuilen voor een toxische wolk is mogelijk binnen de bebouwing op de planlocatie. Om veilig schuilen binnen de bebouwing mogelijk te maken dient de bebouwing aan bepaalde veiligheidseisen te voldoen. Als gevolg van energieprestatie-eisen zijn nieuwe woningen goed geïsoleerd en bieden daarom een goede bescherming. Eventuele aanwezige ventilatieopeningen moeten afgesloten kunnen worden. Vluchtmogelijkheden Mocht vluchten noodzakelijk zijn, dan is het plangebied naar meerdere zijden te ontvluchten. Ontvluchten kan in alle gevallen van de risicobron af. Conclusie Er bestaat vanuit extern veiligheidsoogpunt geen bezwaar tegen de gewenste ontwikkeling. Er is geen reden voor nader advies. De veiligheidsregio ziet geen reden tot het geven van een nader advies ten aanzien van de zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied en de bestrijdbaarheid van een ramp op de wegen.

Activiteitenbesluit In het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’ dienen ook de veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit betrokken te worden bij de externe veiligheidsanalyse. In de omgeving van het plangebied bevinden zich enkele propaantanks. De veiligheidsafstanden hiervan zijn echter beperkt en reiken niet tot de planlocatie. Dit is geen belemmering voor de ontwikkeling. Geconcludeerd kan worden dat er uit oogpunt van externe veiligheid geen belemmeringen zijn voor de beoogde ontwikkeling.

4.12

VERKEER EN PARKEREN De Woningwet is op 29 november 2014 gewijzigd. Hierdoor komen de stedenbouwkundige bepalingen (waaronder de belangrijke ‘parkeernormenbepaling’) uit de bouwverordening op 1 juli 2018 van rechtswege te vervallen. 46

Die moeten dan zijn opgenomen in bestemmingsplannen of beheersverordeningen. Deze ‘Nota Parkeernormen Meierijstad 2018’ voorziet daarin. Bij de totstandkoming van deze ‘Nota Parkeernormen Meierijstad 2018’ zijn de parkeerkencijfers van het CROW als vertrekpunt gebruikt (CROW publicatie 317, oktober 2012). In de ‘Nota Parkeernormen Meierijstad 2018’ worden de landelijke richtlijnen vertaald naar de situatie in de gemeente Meierijstad. Het uitgangspunt hierbij is dat voor een nieuwe ontwikkeling het aantal parkeerplaatsen wordt vastgesteld dat op eigen terrein moet worden gerealiseerd. De ‘Nota Parkeernormen Meierijstad 2018’ heeft de status van een beleidsregel in de zin van artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht. Dit heeft tot gevolg dat overeenkomstig deze beleidsregel wordt gehandeld, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn in verhouding tot de met deze beleidsregel te dienen doelen (inherente afwijkingsbevoegdheid, artikel 4:84 Algemene wet bestuursrecht). De ‘Nota Parkeernormen Meierijstad 2018’ wordt gebruikt bij het verlenen van omgevingsvergunningen. Ook dienen de uitgangspunten in deze nota als onderlegger voor de herziening van een bestaand dan wel de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan, waarmee planologische ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt.

In een bestemmingsplan kan een link worden gelegd met deze nota of kunnen de relevante parkeernormen uit de nota worden overgenomen. Parkeereisen worden opgenomen in de regels van een nieuw/herzien bestemmingsplan. In bijlage 2 van de nota zijn de parkeernormen opgenomen voor de functie wonen. In het plangebied is in de toekomstige situatie binnen het plangebied één vrijstaande woning aanwezig. De parkeernorm voor een vrijstaande woning in het buitengebied is 2,4 parkeerplaatsen per woning. Daarnaast zijn in bijlage 2 van de nota parkeernormen opgenomen voor de bedrijfsfunctie (statische opslag). De functie valt onder “Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)”. De parkeernorm in het buitengebied is hierbij 1,2 per 100 m2 bvo. De functie beslaat 260 m2. Op basis hiervan zijn 3,1 parkeerplaatsen nodig. Binnen het plangebied moeten volgens de nota ruim 2 parkeerplaatsen bij de woning en ruim 3 parkeerplaatsen bij de bedrijfsfunctie gerealiseerd worden op eigen terrein. Binnen het plangebied is meer dan voldoende ruimte om te voorzien in de parkeerbehoefte. In navolgend figuur zijn de parkeerplaatsen aangegeven.

47

Figuur 11 Parkeerplaatsen binnen het plangebied

Met de ontwikkeling komen de verkeersbewegingen als gevolg van het agrarische bedrijf te vervallen. De verkeersbewegingen gerelateerd aan de woning en de statische opslag zijn minimaal. De woning is reeds een bestaande woning. De verkeersbewegingen hierbij wijzigen daarmee niet. De bedrijfsfunctie betreft enkel statische opslag. De verkeersgeneratie is hierbij laag doordat spullen voor langere tijd worden opgeslagen. Hierdoor is het zeer arbeids- en bezoekersextensief. Op basis van CROW publicatie 317 betreft de verkeersgeneratie bij “Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)” in het buitengebied minimaal 3,9 en maximaal 5,7 per dag per 100 m2 bvo. De nieuwe functie geeft daarmee een verkeersgeneratie tussen de 10,1 en 14,8 verkeersbewegingen per dag. De wegen in de planomgevingen hebben voldoende capaciteit om deze verkeersbewegingen te verwerken. Bovendien vervalt het vrachtverkeer van het nu nog aanwezige agrarische bedrijf. Op de locatie zijn momenteel drie inritten aanwezig. De middelste inrit wordt verwijderd. Dit heeft geen nadelige effecten voor de verkeerskundige situatie ter plaatse van de Pater Visserslaan.

4.13

VOLKSGEZONDHEID De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. Doorgaans dienen de zeven stappen allen te worden doorlopen en beantwoord om na te gaan of er aandachtspunten worden gevonden. Onderhavig voornemen voorziet in de omzetting van een reeds bestaande bedrijfswoning met stallen naar een burgerwoning met loods voor een opslag. Er is zowel in de huidige als toekomstige situatie sprake van een gevoelig object (de woning) met betrekking tot het aspect volksgezondheid. In die zin verandert er niets aan de situatie. Met oog op het woon- en leefklimaat negatief beïnvloedt. Het voornoemde stappenplan hoeft daarom voor dit voornemen niet te worden doorlopen en een advies van de GGD is niet nodig. Met betrekking tot volksgezondheid dient de gemeente de uiteindelijke afweging te maken of er is sprake van een aanvaardbaar volksgezondheidsrisico. 48

4.14

HOOGSPANNINGSLIJNEN Op een afstand van ongeveer 4,7 kilometer ligt een hoogspanningslijn. Gelet op de afstand tussen het plangebied en deze lijn vormt dit aspect geen belemmering.

4.15

SPUITZONES GEWASBESCHERMING Onderhavig voornemen voorziet in de omzetting van een reeds bestaande bedrijfswoning met stallen naar een burgerwoning met loods voor opslag. Er is zowel in de huidige als toekomstige situatie sprake van een gevoelig object (de woning) met betrekking tot het aspect gewasbeschermingsmiddelen. In die zin verandert er niets aan de situatie. Met het oog op het woonen leefklimaat kan daarom worden gesteld dat er geen wijziging plaatsvindt die een aanvaardbaar woon- en leefklimaat negatief beïnvloedt.

49

5

JURIDISCHE PLANOPZET

Bij het opstellen van het bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Daarnaast is voor het bestemmingsplan aangesloten bij de landelijke standaard voor bestemmingsplannen: de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). De inhoud van de regeling sluit aan op het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Gezien de aard en omvang van het planvoornemen is op sommige aspecten maatwerk geleverd. Hierna wordt inhoudelijk ingegaan op de 4 hoofdstukken die tezamen de juridische regeling van het voorliggende bestemmingsplan vormen en volgt een beschrijving van de toegepaste bestemming.

5.1

OPZET VAN DE REGELS In het kader van de SVBP2012 dient een vaste volgorde en indeling van het bestemmingsplan aangehouden te worden. Deze is hieronder aangegeven. Hoofdstuk 1 - Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van het plan. Het tweede artikel betreft de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels In dit hoofdstuk worden planregels gegeven voor de binnen het plangebied bestaande functies. Voor de toegepaste bestemming zijn de doeleinden en de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. In beginsel is iedere vorm van bebouwing, die past binnen de desbetreffende bestemming tot een bepaalde omvang rechtstreeks (dus zonder voorafgaande afwijking of wijziging) toegestaan. Wel dient er te worden voldaan aan de voorgeschreven maatvoering (bebouwingspercentage, bouwhoogte en dergelijke). Hoofdstuk 3 - Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de volgende algemene regels: 50

Een anti-dubbeltelbepaling. Algemene bouwregels: hierin is een regeling voor ondergronds bouwen opgenomen. Algemene gebruiksregels: hierin is opgenomen wat als strijdig gebruik wordt aangemerkt. Algemene afwijkingsregels: hierin wordt bepaald waarvoor het bevoegd gezag een omgevingsvergunning voor het afwijken van de regels kan verlenen. Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat: Het overgangsrecht. De slotregel.

5.2

BESTEMMINGEN Hierna volgt een beschrijving van de bestemming die voor deze planlocatie voorkomt. Wonen De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, aan huis verbonden beroepen of bedrijven, (onverharde) paden en wegen en parkeervoorzieningen, het behoud, herstel en/of de versterking van de waterhuishoudkundige waarden en groenvoorzieningen. Voor de afwijkende oppervlakte en situering van bijbehorende bouwwerken wordt gewerkt met maatwerkvoorschriften/functieaanduidingen. Dit geldt ook voor hetgebruik van één bijgebouw voor statische opslag (max. 260 m2) Voorwaardelijke verplichting De sloop van stallen/erfverharding wordt als voorwaardelijke verplichting in de planregels opgenomen. Dit geldt ook voor de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing. Agrarisch De voor ‘Agrarisch’ bestemde gronden zijn bedoeld voor agrarische activiteiten en tevens voor de ontwikkeling en instandhouding van landschappelijke waarden. Het is niet mogelijk gebouwen op te richten binnen deze bestemming.

51

6

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Op 1 juli 2008 is samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de Grondexploitatiewet (Grexwet) in werking getreden. In deze Grexwet is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel dat mogelijkheden biedt voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te hebben genomen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Voor de ontwikkeling van dit plan is er sprake van een particulier initiatief. De gemeente Meierijstad zal in het kader van het bepaalde in de Grexwet daarom alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemer. Dit wordt met de initiatiefnemer kortgesloten middels een anterieure overeenkomst. In deze overeenkomst zijn onder andere de verplichtingen van initiatiefnemer met betrekking tot het planschadeverhaal opgenomen. De initiatiefnemer is zich ervan bewust dat alle kosten die gemaakt worden in of ten behoeve van de procedure en de uitvoering voor rekening van de initiatiefnemer komen. Dit betreft onder meer de kosten voor de benodigde onderzoeken, de kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan, de legeskosten die voldaan dienen te worden en eventuele planschade indien die door uitvoering van het bestemmingsplan zou optreden.

52

7 7.1

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

OVERLEG Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moeten plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het bestemmingsplan daarom gestuurd naar de volgende instanties: Waterschap Aa en Maas; Provincie Noord-Brabant. Het Waterschap heeft geen opmerkingen gemaakt op het plan. De Provincie heeft wel een reactie gegeven op het plan. Onderstaand is de reactie weergegeven. De ontwikkeling op de locatie Pater Visserslaan 15 betreft de beëindiging van een intensieve veehouderij. Eén gebouw blijft behouden ten behoeve van statische opslag en het hobbymatig houden van dieren. Daarnaast wordt een bijgebouw bij de woning toegevoegd. Wij verzoeken u nader te onderbouwen in hoeverre het houden van 90 dieren nog onder het hobbymatig houden van dieren valt. Bij deze ontwikkeling constateren wij dat het bouwvlak/de bebouwing niet echt geconcentreerd is. Hiermee ontstaat geen compact bouwvlak en wordt ook niet voldaan aan zuinig/zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6 IOV). Ook ontstaan er twee op zichzelf staande functies door deze inrichting.

Doordat inpassing nu tussen de percelen plaatsvindt, is dit meer inrichting van het perceel dan inpassing. Wij dringen er bij u op aan een en ander aan te passen. Navolgend wordt een reactie gegeven op de verschillende punten:

53

-

-

-

Het gaat niet om 90 dieren, maar om 90 m2 bebouwingsoppervlak die voor het hobbymatig houden van dieren zal worden gebruikt. Initiatiefnemer beschikt over ca 3,5 hectare weidegrond. Het aantal te houden dieren zal daarop afgestemd worden, maar dat betreft zeker een hobbymatige activiteit. Het gaat hier maximaal om 4 paarden, 9 schapen, 9 geiten, 9 stuks jongvee en 24 kippen. Het vee zal veel buiten rondlopen, maar kan soms ook gehuisvest worden in het daarvoor bestemde gedeelte in de loods. Naast stalruimte voor landbouwhuisdieren zal de ruimte ook worden gebruikt voor de opslag van voer, stro en andere benodigdheden (werktuigen) voor het onderhouden van het vee en de aangrenzende gronden. De te handhaven bedrijfsruimte valt niet onder de saneringsregeling. Het grootste gedeelte van het gebouw is in 2000 gerealiseerd. In 2006 is het nog met een klein gedeelte verlengd. Het gebouw bevindt zich nog in een goede bouwkundige staat. De afstand tot de woning tot het te handhaven gebouw is inderdaad groter dan wenselijk (ca. 42 meter). Afbraak en herbouw op een locatie dichter bij de woning is echter geen reëel alternatief, gelet op de kosten die hiermee gemoeid gaan. Hierbij kan worden opgemerkt dat de loods ruimte biedt aan de stalling van ca. 10 tot 15 caravans van gemiddelde omvang (2,5 bij 7 meter).

De verhuur van een deel van de loods (260 m2) genereert onvoldoende opbrengsten om sloop en nieuwbouw op een andere locatie mogelijk te kunnen maken. Landschappelijk inpassing is geprojecteerd aan de randen van het bouwvlak. Juist om het bestemmingsvlak niet groter te maken is de u-vorm ontstaan.

Figuur 12 Opzet verbeelding Pater Visserslaan 15

-

Er ontstaan geen twee zelfstandige functies, alle bebouwing valt binnen één bestemmingsvlak. Statische opslag is enkel toegestaan als nevenactiviteit bij de woonbestemming en niet als zelfstandige functie. De regels (artikel 9.1 sub c) zijn op dit punt aangepast om onduidelijkheden te voorkomen. 54

c. de volgende, als nevenactiviteit door de hoofdbewoners uit te voeren bedrijfsactiviteiten: 1. inpandige statische opslag met een maximum van 260 m2 ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van wonen – statische opslag 01. Conclusie Situering van de loods of woning kan niet worden gewijzigd om een compacter bouwvlak te bewerkstelligen, aangezien dit financieel niet haalbaar is. Gelet op het maatschappelijk belang (meerwaardecreatie) van de beëindiging van de varkenshouderij, hierbij moet worden gedacht aan de verbetering van het milieu (geur / stikstof) en de forse afname van bebouwing in het buitengebied, kan hier mee worden ingestemd,. De resterende bebouwing wordt voorzien van een goede landschappelijke inpassing.

7.2

OMGEVINGSDIALOOG Initiatiefnemers hebben het planvoornemen toegelicht aan omwonenden. Het verslag van deze zorgvuldige dialoog is als bijlage bij deze onderbouwing gevoegd.

7.2

ZIENSWIJZEN Het bestemmingsplan is conform de gebruikelijke procedure gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn kon een ieder reageren op het planvoornemen en zijn of haar zienswijzen indienen. De provincie Noord-Brabant heeft op 18 mei 2022 een zienswijze ingediend. Voor de beantwoording van de zienswijze wordt verwezen naar de ‘notitie beantwoording zienswijzen en ambtelijke wijzigingen’.

55

8

CONCLUSIE

Het voorliggende initiatief – het beëindigen van een varkenshouderij, waarbij de bestaande woning een woonbestemming krijgt, een gedeelte van de bestaande bedrijfsbebouwing behouden blijft ten behoeve van statische opslag en hobbymatig gebruik – kan vanuit integraal planologisch perspectief en in overeenstemming met de planbeschrijving gegeven omschrijving ondersteund worden. Overwogen is dat: het project in stedenbouwkundig opzicht in het aangegeven gebied aanvaardbaar is; het project past binnen de vigerende planologische (beleids)uitgangspunten en –doelstellingen; het project vanuit planologisch perspectief geen onaanvaardbare negatieve gevolgen voor de in de omgeving aanwezige waarden en belangen heeft. Geconcludeerd kan worden dat er voldoende argumenten aanwezig zijn om medewerking te verlenen aan voorliggend initiatief.

56

Landschappelijke inpassing ‘Pater Visserslaan 15' Pater Visserslaan 15, 5464 RB Veghel - PNR 5464RB15-191120/150722

(print op A3)

LIGGING Het plangebied is gelegen ten noordwesten van de kern Veghel. Zie de markeringen in de uitsnede van de topografische kaart hieronder en de luchtfoto rechts.

plangebied

plangebied Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

1

Landschappelijke inpassing ‘Pater Visserslaan 15' Pater Visserslaan 15, 5464 RB Veghel - PNR 5464RB15-191120/150722

(print op A3)

groter complex bouwland, een rug met bouwland

HISTORIE - 1899 In 1899 werden ter hoogte van het plangebied bouwland, een bosje en een stuk grasland gekarteerd. Het werd doorsneden door een veldweg. Ten noordoosten van het plangebied bevond zich een rug met bouwland, ten zuidoosten van het plangebied bevond zich een groter complex bouwland. Karakteristieken De landschappelijke context is te kenschetsen als de rand van ouder bouwland in een oudere ontginning. Kenmerkend voor deze context is het voorkomen van a) hagen, bomenrijen, boomgaardjes en solitaire bomen nabij de bebouwing, b) groensingels, houtwallen of bomenrijen bomenrijen aan de veldkant. Zie de uitsnedes van de topkaart uit 1899 en de projectie in de luchtfoto rechts.

uitsnede topkaart 1900

In 1899 werden ter hoogte van het plangebied bouwland, een weg, een bosje en grasland gekarteerd Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

2

Landschappelijke inpassing ‘Pater Visserslaan 15' Pater Visserslaan 15, 5464 RB Veghel - PNR 5464RB15-191120/150722

(print op A3)

HISTORISCHE ONTWIKKELING 1 In de eerste decennia van de twintigste eeuw veranderde relatief weinig; in 1929 werd een nagenoeg identieke situatie gekarteerd. In de navolgende jaren werd het bosje aan de noordoostkant gerooid, werd een bebouwing ten westen van het plangebied gerealiseerd en werd een boomgaard aan de zuidkant van het plangebied aangeplant; zie de uitsnedes uit 1929 en 1956 rechtsboven. In de zestiger jaren werd de boomgaard gerooid. De bebouwing van het ten westen gelegen erf werd in oostelijke richting uitgebreid. In het plangebied werd in 1967 een kleine stal aangetroffen. In de navolgende jaren werd ter hoogte van deze stal een zo te noemen opawoning gerealiseerd. Zie de uitsnedes van de topografische kaarten uit 1967 en 1978 rechtsonder.

1929 weinig veranderd

1956 bebouwing ten westen, boomgaard in plangebied

1967 stal

1978 opawoning Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland

T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

3

Landschappelijke inpassing ‘Pater Visserslaan 15' Pater Visserslaan 15, 5464 RB Veghel - PNR 5464RB15-191120/150722

(print op A3)

HISTORISCHE ONTWIKKELING 2 In de tachtiger jaren wordt een ruilverkaveling doorgevoerd. De veldweg die het plangebied doorsneed werd geruimd. De kleinere 'opawoning' in het plangebied werd vervangen en ten noordoosten van deze woning werd een stal gerealiseerd. In de negentiger jaren wordt een stal ten zuidoosten van deze stal bijgebouwd. Zie de uitsnedes uit 1988 en 1998 echtsboven. Rond de eeuwwisseling wordt een berging aan de zuidoostkant van het plangebied gerealiseerd. Op het bouwland ten zuidoosten van het plangebied is een intensivering van het bodemgebruik te constateren. Zie de uitsnedes van de topografische kaarten uit 2003 en 2011 rechtsonder. Conclusie Het plangebied maakte lange tijd deel uit van het ten noordwesten gelegen buurerf. In de jaren tachtig werd een ruilverkaveling doorgevoerd en werd de veldweg die het plangebied doorsneed geruimd. In het plangebied werd 'opawoning' vervangen door een nieuwe woning. Ten noordoosten hiervan werd een stal gerealiseerd. In de jaren negentig werd een stal ten zuidoosten hiervan bijgebouwd, rond de eeuwwisseling een berging. In de context ten zuidoosten en zuidwesten van het plangebied is een intensivering van het bodemgebruik te constateren.

1988 ruilverkaveling, weg geruimd, woning en stal

1998 tweede stal

2003 berging bijgebouwd

2011 intensivering bodemgebruik in de context

Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

4

Landschappelijke inpassing ‘Pater Visserslaan 15' Pater Visserslaan 15, 5464 RB Veghel - PNR 5464RB15-191120/150722

(print op A3)

a) bomenrijen langs de Zandkuil en de Pater Visserslaan

HUIDIG RUIMTELIJK KADER Het huidig ruimtelijk kader wordt gevormd door; a de bomenrijen langs de Pater Visserslaan en de Zandkuil, b de bebouwing en beplanting op de ten noordwesten, zuiden en noordoosten gelegen buurerven. Zie de markeringen in de luchtfoto rechts.

b) bebouwing en beplanting op buurerven Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

5

Landschappelijke inpassing ‘Pater Visserslaan 15' Pater Visserslaan 15, 5464 RB Veghel - PNR 5464RB15-191120/150722

(print op A3)

b) vanaf delen van de Zandkuil

BELEVING Het plangebied is gesitueerd in een tamelijk verdichte context. Het kan niet worden waargenomen over grotere afstand. Het wordt in essentie waargenomen uit de nabijheid en over relatief korte afstand vanaf de omliggende wegen zijnde; a) de ten zuidwesten, zuidoosten en en noordoosten gelegen delen van de Pater Visserslaan, b) een deel van de onverharde veldweg Zandkuil. Zie de markeringen in de luchtfoto rechts.

a) waarneming uit de nabijheid of over kortere afstand vanaf de Pater Visserslaan Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

6

Landschappelijke inpassing ‘Pater Visserslaan 15' Pater Visserslaan 15, 5464 RB Veghel - PNR 5464RB15-191120/150722

(print op A3)

3D-BEELDEN 1) Komend over de Pater Visserlaan uit het noordwesten wordt het plangebied langere tijd afgeschermd door de bebouwing en beplanting op het buurerf. Na de passage hiervan toont zich de zuidwestkant van het plangebied aan de passant. Lage beukenhagen en bomen bepalen het beeld. 2) Vanaf de T-splitsing ten zuidwesten van het plangebied is een zicht op de zuidwestkant en de zuidoostkant mogelijk; de lange gevel van de berging toont zich over kortere afstand aan de passant. 3) Vanaf de T-splitsing ten noordoosten van het plangebied; de kopgevels tekenen het beeld en tonen zich over grotere afstand. 4) Vanaf de T-splitsing ten noorden van het plangebied (Zandkuil-Pater Visserslaan); de noordoostkant en delen van de noordwestkant tonen zich over grotere afstand aan de passant, daarbij tonen zich de kopgevels in het plangebied en van het buurerf in een kader van bomenrijen. Zie de foto’s rechts en de markeringen in de luchtfoto hieronder.

1) komend uit het noordwesten; lage hagen en bomen bepalen het beeld

2) vanaf de T-splitsing ten zuidoosten van het plangebied; de lange gevel van de berging toont zich

3) vanaf de T-splitsing ten noordoosten van het plangebied; kopgevels tekenen het beeld

standplaats fotograaf

4) vanaf de T-splitsing ten noorden van het plangebied; kopgevels in een kader van bomenrijen Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

7

Landschappelijke inpassing ‘Pater Visserslaan 15' Pater Visserslaan 15, 5464 RB Veghel - PNR 5464RB15-191120/150722

(print op A3)

PLANGEBIED 1:1000 Het feitelijk plangebied omvat het bouwvlak van het aan de Pater Visserslaan 15 gesitueerde agarisch bedrijf. Het bouwvlak maakt deel uit van perceel 571 (sectie L van de kadastrale gemeente Veghel). Zie de aanduiding in de luchtfoto rechts.

overzicht bouwvlak ruimtelijke plannen

feitelijk plangebied, deel van kadastraal perceel 571 Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

8

Landschappelijke inpassing ‘Pater Visserslaan 15' Pater Visserslaan 15, 5464 RB Veghel - PNR 5464RB15-191120/150722

(print op A3)

SITUATIE - BEBOUWING De bebouwing in het plangebied bestaat uit; de bedrijfswoning, twee varkensstallen (biggen en opfokzeugen), een berging ten zuidoosten hiervan. Zie de markeringen in de luchtfoto rechts.

woning

varkensstallen (biggen en opfokzeugen)

berging

Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

9

Landschappelijke inpassing ‘Pater Visserslaan 15' Pater Visserslaan 15, 5464 RB Veghel - PNR 5464RB15-191120/150722

(print op A3)

ZONERING EN ONTSLUITING De bedrijfsgebouwen worden ontsloten via tussen de gebouwen gelegen verhardingen en twee inritten met een rondrijmogelijkheid. De woning wordt ontsloten via een separate oprit. Het gebied rond en ten noordoosten van de woning is ingericht als tuin. Tussen de twee bedrijfsinritten is een klein huisweitje gesitueerd. De overige delen van het gebied zijn in gebruik als grasland, worden beheerd middels een begrazing door schapen. Zie de markeringen in de luchtfoto rechts.

tuin en huisweitje

verhardingen en inritten

Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

grasland 10

Landschappelijke inpassing ‘Pater Visserslaan 15' Pater Visserslaan 15, 5464 RB Veghel - PNR 5464RB15-191120/150722 a) coniferenhaag

AANWEZIGE BEPLANTING

(print op A3)

b) notenboom

De aanwezige beplanting bestaat uit de navolgende elementen; a) manshoge hagen (conifeer) op de grens met het buurerf aan de noordwestkant van de tuin, b) een notenboom ten noordoosten van de woning, c) siersortiment in de voortuin en lage beukenhagen rond de voortuin, d) een kleinere boom (veldesdoorn) nabij de poort van de oprit ten oosten van de woning. Conditie De aanwezige beplanting sluit aan bij de landschappelijke context en wordt uitstekend beheerd. De notenboom verkeert in een minder goede conditie, wordt geplaagd door een ziekte.

c) siersortiment en lage beukenhagen

d) een kleine boom; veldesdoorn

Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

11

Landschappelijke inpassing ‘Pater Visserslaan 15' Pater Visserslaan 15, 5464 RB Veghel - PNR 5464RB15-191120/150722

(print op A3)

opgeven van de vigerende bouwkavel, bestemming wijzigen

ONTWIKKELING De ontwikkeling omvat het navolgende; de varkenshouderij zal worden beeindigd, de stallen zullen worden gesloopt, de verharding zal voor een groot deel worden verwijderd, de bouwkavel zal worden opgegeven, de bestemming zal worden gewijzigd. Zie de markeringen in de luchtfoto rechts.

te slopen stallen en te verwijderen verhardingen Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

12

Landschappelijke inpassing ‘Pater Visserslaan 15' Pater Visserslaan 15, 5464 RB Veghel - PNR 5464RB15-191120/150722

(print op A3)

voetpad

HERINRICHTING De machineberging aan de zuidoostkant van het plangebied zal worden behouden en worden benut als schapenstal en berging. Ten noordoosten van de woning zal een tuinberging annex garage worden gerealiseerd. De oprit ten zuidoosten van de woning zal worden vernieuwd. Het gebied tussen de woning en de aanwezige berging zal worden benut als huiswei. Tussen de tuinberging en de resterende berging zal een voetpad worden gerealiseerd; dit zal worden uitgevoerd als graspad. De noordkant van het plangebied en de overige delen van perceel 571 zullen worden benut als grasland.

tuinhuis

weitje

Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

grasland 13

Landschappelijke inpassing ‘Pater Visserslaan 15' Pater Visserslaan 15, 5464 RB Veghel - PNR 5464RB15-191120/150722 CONCLUSIES & CONCEPT

1) beukenhagen

(print op A3)

2) notenboom

De landschappelijke context is te kenschetsen als de rand van ouder bouwland in een oudere ontginning. Kenmerkend voor deze context is het voorkomen van a) hagen, bomenrijen, boomgaardjes en solitaire bomen nabij de bebouwing, b) groensingels, houtwallen of bomenrijen bomenrijen aan de veldkant. In de jaren tachtig werd een ruilverkaveling doorgevoerd en werd de veldweg die het plangebied doorsneed geruimd. In het plangebied werd 'opawoning' vervangen door een nieuwe woning. Ten noordoosten hiervan werd een stal gerealiseerd. In de jaren negentig werd een stal ten zuidoosten hiervan bijgebouwd, rond de eeuwwisseling een berging. In de context ten zuidoosten en zuidwesten is een intensivering van het bodemgebruik te constateren. Het plangebied is gesitueerd in een tamelijk verdichte context. Het kan niet worden waargenomen over grotere afstand. Het wordt in essentie waargenomen over relatief korte afstand vanaf de omliggende wegen; De aanwezige beplanting sluit aan bij de landschappelijke context en wordt uitstekend beheerd. De notenboom verkeert in een minder goede conditie. De ontwikkeling omvat dat de varkenshouderij zal worden beeindigd; de stallen zullen worden gesloopt, de verharding zal voor een groot deel worden verwijderd. De machineberging aan de zuidoostkant van het plangebied zal worden behouden en worden benut als schapenstal en berging.

Ten noordoosten van de woning zal een tuinberging annex garage worden gerealiseerd. Het gebied tussen het tuinhuis en de aanwezige berging zal worden benut als huiswei. Concept Op grond van het bovenstaande wordt voorgesteld; 1) de tuinzone en het huisweitje te omzomen met beukenhagen, 2) de hoek van de tuin te markeren met een solitaire notenboom, 3) de noordoostkant van de berging af te schermen met een rij knotwilgen, 4) de berging aan de zuidoostkant af te schermen met een strook struweel. Zie de markeringen in de luchtfoto rechts. 3) knotwilgen

4) struweel

Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

14

Landschappelijke inpassing ‘Pater Visserslaan 15' Pater Visserslaan 15, 5464 RB Veghel - PNR 5464RB15-191120/150722 BEPLANTINGSPLAN

H1 beukenhagen

(print op A3)

B1 solitaire noot

Het beplantingsplan omvat op grond van het voorafgaande de aanplant van; H1 beukenhagen, B1 een noot, B2 een rij knotwilgen, S1 een strook struweel. richtlijnen aanleg en beheer Betreffende de aanleg en het beheer is het navolgende vast te leggen: H1 De beukenhagen zijn te realiseren middels de aanplant van 4 stuks bosplantsoen per meter in de omvang 80/100 cm. De hagen zijn in stand te houden op een hoogte van 80/120 cm. B1 De noot is aan te planten in de omvang; 14/16 cm. De boom mag zich bij voorkeur vrij ontwikkelen; opkronen tot een hoogte van 350 / 400 cm is toegestaan. B2 De knotwilgen zijn aan te planten in de omvang 8/10 cm. De bomen zijn 1x per 45 jaar te knotten. S1 De strook struweel is te realiseren middels de aanplant van 3 rijen bosplantsoen in de omvang 80/100 cm in een plantverband van 150x150 cm. Het struweel mag 1x per 5-6 jaar worden afgezet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=38b549b6-915c-4d36-b370-2c4049a36fba