CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Regioplan IZA

Raadsinformatiebrieven 31 december 2023, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Raadsinformatiebrief GALA en IZA, 19-12-202314.849 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Regioplan IZA Noordoost-Brabant December 2023

c

Inhoudsopgave c 1. Inleiding

2. Regionale opgaven

3. Randvoorwaarden

4. Werkagenda

5. Monitoring

A. Bijlage Verantwoording

Klik op het hoofdstuk waar u naartoe wil navigeren

c

Leeswijzer •

Hoofdstuk 1 bevat een inleiding met de aanleiding van dit Regioplan en de leidende principes van de regionale samenwerking.

•

In hoofdstuk 2 zijn de prioritaire opgaven voor Noordoost-Brabant uitgewerkt, waaronder een schets van de huidige situatie, de beoogde beweging, doelstellingen en waar volgens partijen kansen liggen om verder in te zetten op deze opgaven.

•

Hoofdstuk 3 omschrijft enkele randvoorwaarden die relevant zijn om succesvol uitvoering te geven aan de beoogde beweging en de afspraken in de werkagenda.

•

Hoofdstuk 4 bevat een werkagenda hoe de Regionale Coalitie in 2024 op deze opgaven gaat inzetten.

•

Hoofdstuk 5 gaat in op de monitoring van de voortgang op de opgaven.

•

Bijlage A bevat een verantwoording en geeft een schets van de regionale samenwerking en het proces waarmee dit regioplan tot stand is gekomen.

Terug naar de inhoudsopgave? Klik dan hier

c

1. Inleiding

1.1 Aanleiding Afgelopen jaar en dit jaar zijn het integraal zorgakkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) gesloten. Met het IZA buigen het kabinet en de zorgsector zich gezamenlijk over de opgaven die er zijn in het zorgstelsel. Het doel is de zorg voor de toekomst goed, toegankelijk en betaalbaar te houden. In het GALA zijn afspraken gemaakt tussen VWS, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en GGD GHOR Nederland over gezondheid, preventie, sport en sociale basis inclusief bijbehorende financiering. Ook geeft het GALA nadere uitwerking aan een aantal afspraken in het IZA: gemeenten en verzekeraars stellen domeinoverstijgende regiobeelden en regioplannen op inclusief de wijze hoe hierop wordt samengewerkt.

Eind juni heeft de regio Noordoost-Brabant een regiobeeld vastgesteld die als basis gebruikt is voor dit regioplan. Het regiobeeld is tot stand gekomen in samenwerking met een kernteam bestaande uit VGZ, gemeenten, de GGD en een vertegenwoordiging van zorg- en welzijnspartners. Het regiobeeld geeft inzicht in: •

Prognoses van en ontwikkelingen in de zorgbehoefte en andere relevante informatie over de bevolking van de regio; en

•

De capaciteit en prestaties van zorg, sociaal domein en ondersteuning in de regio.

In lijn met de afspraken die door branchepartijen zijn gemaakt in het Integraal Zorgakkoord (IZA), is vervolgens gewerkt aan een regioplan. Hierin wordt beschreven hoe de regionale zorg- en welzijnspartijen gezamenlijk de prioritaire opgaven in de zorgkantoorregio Noordoost-Brabant gecommitteerd gaan oppakken, met de ambitie om de kloof te dichten tussen de toenemende zorgvraag en de niet toenemende zorgcapaciteit (toegankelijkheid van zorg).

c

1.2 Regionale samenwerking en leidende principes De Regionale Coalitie IZA Noordoost-Brabant bestaat uit een afvaardiging van de regionale zorg- en welzijnsaanbieders, GGD, zorgverzekeraars, burgers/patiënten en gemeenten uit de regio Noordoost-Brabant. De Regionale Coalitie is het bestuurlijk gremium dat verantwoordelijk is voor het tot stand brengen van het Regioplan Noordoost-Brabant, waartoe ook de regionale werkagenda (hoofdstuk 4) behoort. In het proces om te komen tot een gezamenlijk regioplan zijn de partijen leidende principes overeengekomen die richting geven aan de samenwerking van de coalitie.

We onderschrijven de ambitie in het IZA om de beweging te maken van zorg naar gezondheid en preventie. Het is onze taak om ervoor te zorgen dat het makkelijker is om gezond te leven. We werken hiervoor aan een gezamenlijke visie als uitgangspunt voor ons Regioplan: hoe zorgen we met elkaar voor elkaar?

We zijn open en transparant over onze belangen en wensen. En spreken elkaar aan als dat noodzakelijk/gewenst is.

We erkennen de urgentie van de opgave voor ons en zijn ambitieus in de te zetten stappen.

We dragen een gezamenlijke bestuurlijke verantwoordelijkheid om te zorgen dat de zorg in Noordoost-Brabant toekomstbestendig wordt en niet door de bodem zakt, zodat mensen die écht zorg nodig hebben, deze ook daadwerkelijk krijgen, nu en in de toekomst.

We gaan het maatschappelijke gesprek in de regio over zorg, welzijn en preventie aan; hoe willen we in de regio Noordoost-Brabant ouder worden en hoe gaan we de toenemende zorgvraag opvangen tegen de achtergrond van oplopende tekorten op de arbeidsmarkt en de toenemende druk op betaalbaarheid? Hoe brengen we de zorgvraag terug en maken we mantelzorgen gemakkelijker? De benodigde cultuurverandering is, naast het regioplan, ook een verantwoordelijkheid van de Regionale Coalitie IZA Noordoost-Brabant.

We tonen bestuurlijke moed om in het algemeen belang over de grenzen te kijken van ons eigen domein, onze eigen sector en onze eigen organisatie. We vormen samen een leergemeenschap voor de regionale opgaven op het gebied van Zorg en Welzijn. Onze samenwerking is een groeimodel. We delen onze resultaten op lokale en sub-regionale schaal en vormen een leergemeenschap op de schaal van de zorgkantoorregio Noordoost-Brabant.

We ontwikkelen mensgericht, samen met en vanuit het perspectief van burger/cliënt. Bij de uitvoering van alle projecten staat het belang van inwoners, cliënten en de mensen die in de toekomst zorg écht nodig hebben voorop.

We beginnen niet vanaf 0. Er is al veel wat goed loopt en versterkt en verbreed kan worden. We waarderen hierbij de stappen die in sub-regio’s zijn gezet en door de sectoren van Zorg en Welzijn en in lokale gemeenten. We bouwen daarop voort. Sub-regio’s krijgen een nadrukkelijke rol in het proces om te komen tot het regioplan.

c

2. Regionale opgaven

Leeswijzer

c

In dit hoofdstuk zijn de prioritaire opgaven te lezen die in opdracht van de Regionale Coalitie zijn uitgewerkt. De belangrijkste knelpunten uit ons regiobeeld leiden tot vier prioritaire opgaven waarover we afspraken hebben gemaakt in Noordoost-Brabant. Daarnaast hebben we als regio twee randvoorwaardelijke opgaven aangemerkt waarop we inzet willen plegen.

De prioritaire opgaven zijn als volgt opgebouwd: ‘Wat zien we?’ hierin lees je een beschrijving van de opgave; ‘Wat willen we bereiken?’ omschrijft de beweging die we in de regio willen maken;

Leeswijzer Regionale opgaven In de volgende paragrafen lees je de prioritaire opgaven van onze regio. Deze zijn: ▪ Cultuurverandering; ▪ Veranderende zorgvraag; ▪ Verminderen van krapte op de arbeidsmarkt; ▪ Verbeteren van doorstroom in de zorgketen; ▪ Gezondheidsverschillen; ▪ Meten en monitoren van impact.

‘Doelen’ hier lees je het regionale hoofddoel per opgave en onderliggende subdoelen; ‘Wat doen we al?’ is een kwalitatieve beschrijving van de wat er op (sub)regionaal al gebeurt1 t.a.v. de opgave; ‘Waar liggen kansen om nog meer impact te behalen?’ lees je op welke gebieden we nog kansen zien om meer impact te behalen t.a.v. de opgaven; ‘Randvoorwaardelijk’ geeft de (landelijke) randvoorwaarden weer die de regio nodig heeft om effectief te kunnen samenwerken en impact te kunnen maken op de opgave; ‘Regionale afspraken’ gaat in op wat is afgesproken over de vertaling van de kansen voor aanvullende inzet tot een regionale werkagenda.

1. We merken op dat de inventarisaties een bonte mix van reguliere plannen en (ideeën of snelle toetsen voor) impactvolle transformatieplannen IZA bevatten. Sommige plannen zijn al in uitvoering, andere plannen nog niet. ‘Wat doen we al?’ betekent dus niet dat alle plannen al in uitvoering zijn. Het geeft meer aan wat we nu belangrijk vinden in het licht van de prioritaire opgaven en de regionale ambitie (dichten kloof toenemende zorgvraag en afnemend zorgaanbod).

c

Klik op het icoon om naar de juiste opgave te gaan

Cultuurverandering

Veranderende zorgvraag

Verminderen krapte op de arbeidsmarkt

Verbeteren van de doorstroom in de zorgketen

Gezondheidsverschillen

Meten en monitoren van impact

2.1 Randvoorwaardelijke opgave A: Cultuurverandering

2.1.1 Wat zien we? De Nederlandse zorg staat onder druk. Mensen vertrouwen erop dat er zorg voor hen beschikbaar is, wanneer zij die nodig hebben. Juist deze toegankelijkheid is in het geding. We zien in de regio Noordoost-Brabant een grote kloof tussen zorgvraag en zorgaanbod. De zorgvraag neemt harder toe dan de zorgcapaciteit kan verwerken. Dit is vooral te zien in de ouderenzorg (wijkverpleging, thuiszorg en intramurale zorg), de huisartsenzorg, de jeugdzorg en de GGZ. Tegelijkertijd zien we een afnemend mantelzorgpotentieel en meer overbelaste mantelzorgers. Dit leidt tot een grotere druk op de formele zorg. De verwachting is dat dit probleem de komende jaren groter wordt. Ondanks de bekendheid van positieve gezondheid, is onze zorg meer gefocust op het inzetten van zorg en op ziekte dan centraal op de mens, op gezond gedrag en maatschappij. Verschillende landelijke rapporten benoemen de noodzaak van cultuurverandering voor de transitie die nodig is. Er is een verschuiving nodig in het denken over gezondheid en zorg, de verwachtingen van formele zorg en de manier waarop formele zorg wordt benaderd, geleverd en ervaren. Om het tij te keren zullen we op zoek moeten naar andere oplossingen. Bijvoorbeeld door de gezondheid meer centraal te stellen en de formele ondersteuning en zorg anders te organiseren.

Formele en informele zorg kunnen zoveel beter hand in hand gaan dan dat dit vandaag de dag gebeurt. Burgerinitiatieven, informele zorg en andere wijkinitiatieven kunnen veel meer in zorg betekenen, dan nu het geval is. Hierover dient het maatschappelijke gesprek gevoerd te worden met de inwoners van onze regio. Dat gesprek zien wij als de basis voor de noodzakelijke cultuurverandering. In de regionale coalitie zijn de juiste partners betrokken om een cultuurverandering regionaal op gang te brengen. Partijen vanuit de zorg en het sociaal domein kunnen met inwoners de zorg anders gaan organiseren. Júist in Brabant zou ons dat moeten lukken. De solidariteit en het samenzorgen met elkaar, wat vanzelfsprekend was in coronatijd, zit nog vers in het geheugen. We zien in Brabant nog steeds een sterke gemeenschapszin. Er zijn goede randvoorwaarden aanwezig, zoals sterke informele banden, bereidheid tot vrijwilligerswerk en hoge maatschappelijke betrokkenheid, waarbij mensen naar elkaar omkijken. We moeten juist díe kracht van Brabant omarmen en versterken in de noodzakelijke transitie.

c

2.1.2 Wat willen we bereiken? De zorg van vroeger is niet meer de zorg van vandaag en zeker niet die van morgen. De beste zorg is de zorg die niet gegeven hoeft te worden. Veel ondersteuningsvragen kunnen opgepakt worden door de samenleving. Zodat de zorg voor diegene die écht professionele zorg nodig heeft, de zorg toegankelijk blijft. Maatschappelijk draagvlak en collectief eigenaarschap is onmisbaar om tot een transformatie in de zorg te komen. De verantwoordelijkheid voor zorg en ondersteuning moet met inwoners gedeeld gaan worden. Om dat te bereiken moeten zij aangemoedigd én gefaciliteerd worden om daar waar mogelijk elkaar te helpen. Dit denken vanuit gemeenschapszin en zorgen voor elkaar moet normaal worden. Deze boodschap hoort dan op de scholen al afgegeven worden. Landelijk, maar ook in de regio NoordoostBrabant, is er een maatschappelijk gesprek nodig over hoe we met elkaar, ook op het niveau van de individuele inwoner/cliënt, de stijgende druk op Zorg en Welzijn het hoofd kunnen bieden. En welke rol inwoners zelf daarin kunnen spelen – door gezond te leven, naar elkaar om te kijken en door bewust om te gaan met zorggebruik. Keuzes over zorg maken we zoveel mogelijk in samenspraak met de samenleving. Om de mens centraal te stellen, is het nodig te weten wat hij belangrijk vindt.

Het is van belang dat hij zelf input geeft, goed begrijpt wat er aan de hand is, weet wat hij kan verwachten en wat hij zelf kan doen. Door gezondheid te benaderen vanuit het gedachtegoed van positieve gezondheid, wordt de mens actief betrokken. Dan kan iedereen meer eigenaarschap voelen over hun eigen gezondheid en over vaardigheden om daar zelf iets aan te doen. Daarnaast wordt eerst het netwerk van mensen aangesproken, voordat er naar professionele zorg gekeken wordt.

We willen de beweging naar een vitale, behulpzame samenleving versterken. Waarbij mensen in eerste instantie elkaar helpen en naar elkaar omkijken. Daarbij ondersteund als dat nodig is. Hier kan gedacht worden aan laagdrempelige inlooppunten, zelfhulpgroepen, meer informele ondersteuning en zorg, maar ook aan het stimuleren en faciliteren vanzelf gezond en actief leven. Deze verschuivingen vragen een diepgaande verandering in denken en doen van inwoners, professionals, beleidsmakers en bestuurders. Initiatieven die mensen zelf nemen willen we stimuleren, koesteren en faciliteren. Knelpunten die mensen nu ervaren bij het bieden van mantelzorg en ondersteuning willen we oplossen. Daarvoor moet de verbinding tussen de informele zorg en de professionele ondersteuning en zorg in de wijk beter. Ze hebben elkaar keihard nodig. Het is alle hens aan dek.

Wat betekent dat voor de mensen? Zo mogen we van jonge ouderen vragen zich voor te bereiden op gezond oud worden. Bijvoorbeeld door de woning tijdig aan te passen, of zo mogelijk tijdig te verhuizen, om gezond en actief te leven en te investeren in een stevig sociaal netwerk. Dit geldt ook voor andere groepen, bijvoorbeeld voor mensen met een psychische kwetsbaarheid. We willen dat inwoners van Noordoost-Brabant anders naar ondersteuning en zorg gaan kijken. Meer zelf en met elkaar doen en nog beter gefaciliteerd. Zodat formele zorg alleen ingezet wordt wanneer dat echt nodig is.

c

Wat betekent dat voor zorgverleners? Dit betekent ook voor de zorgverleners, dat we ons richten op passende zorg, en samen met patiënten vooruitkijken, bijvoorbeeld door met hen in gesprek te gaan in het kader van Advance Care Planning. Het moet normaal worden dat professionals zorgtaken goed aansluiten op en ook kunnen worden uitbesteed aan het informele netwerk van patiënten. Zodat professionals en naasten weten, wat mensen wél én niet meer aan zorg willen en kunnen ontvangen Zo kan de formele en informele zorg goed worden ingericht op de wensen en behoeften van de inwoners die zorg nodig hebben. Werken en mantelzorgen gaat nog lang niet overal goed samen. Dit vraagt ook iets van werkgevers: want de zorg is een zorg van ons allemaal. We kunnen dit deels regionaal oplossen en gaan hier het gesprek over aan met werkgevers en werknemers. Tegelijkertijd hebben we hiervoor ook de landelijke overheid nodig, als systeemverantwoordelijke om te ontschotten binnen wet- en regelgeving.

Wat betekent dat voor de organisaties? We vragen de landelijke overheid om het voortouw te nemen bij de organisatie van het maatschappelijk debat om deze cultuurverandering tot stand te brengen. We gaan daarom in gesprek met de landelijke kwartiermaker IZA. In de regio Noordoost-Brabant nemen we zelf initiatief door dialogen te organiseren in alle twaalf gemeenten. Maar iedere verandering begint bij jezelf. Daarom pakken we als deelnemende partijen de handschoen op om deze beweging in gang te zetten of te versnellen. Dat doen we door in onze eigen organisaties het gesprek te voeren met elkaar en concrete afspraken te maken over zaken waar we mee stoppen of die we anders gaan doen. Niet door los te laten, maar door ombuiging: denk aan de beweging van de-medicalisering, passende zorg, de administratieve druk, etc. Gelijktijdig bouwen we aan de informele steunstructuren zodat er in de wijken en buurten vangnetten zijn op deze ombuigingen.

c

2.1.3 Doelen Hoofddoelstelling In 2027 is er een beweging op gang gebracht die leidt tot een zorgzame samenleving die lichte hulp en ondersteuningsvragen oppakt, zodat professionele hulp en zorg beschikbaar is voor inwoners die deze nodig hebben.

We beogen een cultuurverandering bij inwoners, organisaties en bij professionals. Cultuurverandering realiseer je niet in 1 of 2 jaar. Dat vraagt een lange adem. We kiezen daarom voor inhoudelijke en procesmatige doelen.

Op inhoud zijn er de volgende doelen voor eind 2027: • Eind 2027 (einde IZA) is er een beweging op gang gebracht waarbij informele zorg vanzelfsprekend onderdeel is van ondersteuning/hulpstructuren en zorg; • Ervaren mensen de toegevoegde waarde van het naar elkaar omkijken en elkaar helpen; • Bestaan er digitale en fysieke ‘gezondheidshuizen’ waar mensen met al hun vragen over gezondheid terecht kunnen, voor zichzelf, maar ook voor de ondersteuning en hulp aan anderen. Net als consultatiebureaus laagdrempelig voor iedereen en voor alle leeftijden. • Wordt er gebiedsgericht (denkend vanuit de wijk) en waardegedreven (denkend vanuit de mens) gewerkt; • Is de ingezette beweging waarbij de mens centraal staat uitgebreid naar de hele regio; • Wordt het gedachtegoed van positieve gezondheid breed gedragen en kennen de inwoners het concept met bijbehorende handelingsvaardigheden; • Gaan we uit van wat de mens zelf kan en wil (en indien nodig ondersteunen we hem daarbij);

•

•

Faciliteren werkgevers het bieden van mantelzorg en is gezondheid onderwerp van gesprek op de werkvloer en ook in het onderwijs2; Worden sociale- en gezondheidsleerprogramma’s die jeugdigen helpen zich tot behulpzame en vitale mensen te ontwikkelen aangeboden op alle scholen.

Organisaties van werkgevers en werknemers en onderwijsinstellingen moeten hierbij nog worden betrokken. Zij maken op dit moment geen deel uit van de Regionale coalitie IZA. Daarvoor is van belang dat: • Professionals één gezamenlijke visie hebben op zorgcultuur met daarin opgenomen: • Wat de rol van informele zorg is en hoe deze ondersteund wordt. • Welke zorg wel en niet door professionals geleverd wordt. • Hoe informele en professionele zorg ondersteund wordt en hand in hand gaat bij de gewenste cultuurverandering. • Landelijke campagnes worden vertaald naar de regio en organisaties hulpmiddelen hebben om zelf verantwoordelijkheid te nemen in de beoogde cultuurverandering; • Succesvolle (lokale) initiatieven die bijdragen aan deze cultuurverandering in beeld zijn, zodat deze kunnen worden gedeeld en breder uitgezet; • Burgerplatfora en inwoners worden betrokken bij de transformatie van de zorg. • Aansluiting met relevante netwerken en partijen buiten de bestaande coalitie, zoals provincie, rijk en werkgeversorganisaties gerealiseerd is. Het Brabants netwerk Wonen, Zorg en Welzijn is hier een voorbeeld van. • In gemeenten maatschappelijke gesprekken worden gevoerd over gezondheid, aangehaakt bij lopende thema’s, zoals het WOZO.

c

2. Organisaties van werkgevers en werknemers en onderwijsinstellingen moeten hierbij nog worden betrokken. Zij maken op dit moment geen deel uit van de Regionale coalitie IZA.

2.1.4 Wat doen we al? Een inventarisatie langs de zorg- en welzijnsorganisaties in drie sub-regio’s laat voor wat betreft initiatieven die effect hebben op de randvoorwaardelijke opgave Cultuurverandering een aantal voorbeelden zien, zoals Burgerberaad, Advance Care Planning (ACP), Samen Beslissen, en diverse bewustwordingscampagnes. We starten niet vanuit 0. Zoals gezegd heeft Brabant sterke sociale structuren. Veel mensen hebben een rol als mantelzorger, of doen vrijwilligerswerk. Er zijn voldoende aanknopingspunten om mensen bij elkaar te brengen en deze beweging met elkaar te versterken. Cultuurverandering vraagt immers om een lange adem. Daarnaast zijn er al veel initiatieven gericht op cultuurverandering in onze regio. Zo zijn er sub-regionale bewegingen gaande gericht op zinnige en passende zorg. Voorbeelden van lopende initiatieven zijn:

• • • • • • •

Campagne “Wij zijn zelf het medicijn” Trainingen positieve gezondheid Voorzorgcirkels Mantelzorgtrainingen Steunouder initiatieven Burgerberaden Samenbeslissen/GIZ methodisch werken

c

2.1.7 Regionale afspraken

2.1.5 Waar liggen kansen om nog meer impact te behalen?

We leggen de lat hoog en we hebben grote ambities. Dat moet ook wel als we met elkaar de transitie moeten maken die we beogen. Dat vraagt dus om goed met elkaar na te gaan wat we al doen, wat we kunnen versterken en waar we met elkaar dus verder op kunnen inzetten, zoals: • Opschalen van initiatieven die bijdragen aan de doelstellingen, daar in de regio, waar dit nog niet gebeurt; • Initiatieven richting werkgevers, met het oog op behoud van mantelzorgpotentieel; • Verbinding met de (zorg)opleidingen; • Dialogen in de twaalf gemeenten, bv in verbinding met het proces inwoner- en cliëntparticipatie, zoals reeds ingezet door ZorgBelang Brabant|Zeeland; • In gesprekken/campagne doorlopend aandacht besteden aan het eigenaarschap van gedachtegoed van positieve gezondheid bij inwoners zelf, alsmede zelfregie.

2.1.6 Randvoorwaardelijk Om dat in de volle breedte en vanuit de gezamenlijkheid te doen is het van belang dat we:

•

Een gedeelde visie hebben en houden op de beoogde zorgcultuur;

•

Langdurige commitment aangaan voor het uitdragen van deze visie door coalitiepartners;

•

Maatschappelijk draagvlak creëren voor keuzes die we maken in de zorg.

2. Organisaties van werkgevers en werknemers en onderwijsinstellingen moeten hierbij nog worden betrokken. Zij

maken op dit moment geen deel uit van de Regionale coalitie IZA.

De Regionale Coalitie gaat het volgende doen om in te zetten op de verschillende kansen: • • • •

•

Afstemming over de werkagenda van de Regionale Coalitie met de drie sub-regio’s. Vertaling van de aangekondigde landelijke campagne naar de regio Brabant-Noord; Aansluiting op de provinciale gezondheidsdoelen; Voeren van het maatschappelijke gesprek vanuit de drie sub-regio's en door de partners in de drie sub-regio's; hiermee dus aansluiten op wat er lokaal in gemeenten en/of wijken nodig is. Herkenbaarheid van eenzelfde boodschap in de verschillende (lokale) campagnes.

In de volgende paragrafen van dit plan beschrijven we de prioritaire opgaven. De Regionale Coalitie ziet een sterk verband tussen de beoogde cultuurverandering en de realisatie van deze prioritaire opgaven. Ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Voor mensen, zorgverleners en organisaties is het wenkend perspectief; een zorgzame en gezonde samenleving, van belang om de beweging die we maken van zorg naar gezondheid te begrijpen en samen met ons vorm te geven. Alleen in nauwe verbinding met elkaar zijn de prioritaire opgaven een waardevolle stap voorwaarts op weg naar een gezonder Brabant.

c

2.2 Prioritaire opgave 1: Veranderende zorgvraag

2.2.1 Wat zien we? We zien dat de zorgvraag rondom ouderen en mensen met een stapeling van problemen toeneemt én verandert. Meer mensen worden oud en mensen worden ouder. Noordoost-Brabant telt relatief veel inwoners van 45 jaar en ouder. De grijze druk (het aantal 65-plussers ten opzichte van het aantal inwoners tussen 19 en 65 jaar) stijgt in Noordoost-Brabant harder dan in Nederland. Het ouder worden gaat gepaard met chronische ziektes en aandoeningen, zoals COPD, artrose en (vooral) dementie. Als gevolg hiervan wordt de vraag naar ondersteuning de komende jaren complexer. Meerdere domeinen en sectoren zijn betrokken. Meer mensen hebben te maken met een stapeling van problemen. Denk aan psychosociale en psychiatrische problematiek, verslaving, licht verstandelijke beperking, eenzaamheid, armoede, schulden, gebrekkige huisvesting et cetera. Deze groep wordt meer zichtbaar in de huidige woon-, energie- en koopkrachtcrisis. Het gaat om individuen én gezinnen. Vaak is er sprake van concentratie in bepaalde buurten. Soms gaat dit de draagkracht van een buurt te boven. De vraag naar ondersteuning en zorg vanuit deze groep wordt complexer. Meerdere domeinen en sectoren zijn betrokken. Het SCP meldde in oktober 2021 dat maar liefst 27% van de Nederlanders kampt met een stapeling van problemen. De zorgvraag verandert ook door een verandering in de maatschappelijke opinie over zorg.

We willen dat ouderen (mits verantwoord) zo lang mogelijk prettig thuis blijven wonen met passende ondersteuning en zorg. We willen dat mensen met een psychische kwetsbaarheid of een verslaving met passende ondersteuning en zorg weer prettig thuis kunnen wonen.

c

.

2.2.2 Wat willen we bereiken?

Naast het ontwikkelen van kansrijke nieuwe initiatieven wordt zoveel mogelijk aangesloten bij lopende trajecten en initiatieven, die ingezet zijn om onderstaande doelstellingen te bereiken. Die worden, indien succesvol gebleken op basis van kwantitatieve data, voortgezet en/of geïntensiveerd. Het is nodig dat de samenleving lichte zorg- en ondersteuningsvragen van ouderen en mensen met een stapeling van problemen meer zelf gaat opvangen. We streven naar een zorgzame samenleving waarin mensen nog meer dan nu al het geval is omzien naar elkaar. Dit vraagt van ons een stimulerende en faciliterende rol. We willen de zorg en ondersteuning voor mensen met een complexe domeinoverstijgende zorg- en ondersteuningsvraag verbeteren. We willen nog meer impact maken bij ouderen en mensen met een stapeling van problemen. Complexe domeinoverstijgende zorg gaat bijvoorbeeld over ondersteuning en zorg voor mensen met psychische klachten. Dit vraagt om betere samenwerking tussen het sociaal domein, huisartsenzorg en de GGZ, en in verbinding met wijkverpleging, ziekenhuizen en UMC’s, waardoor mensen eerder passende ondersteuning en zorg kunnen ontvangen.

Door de zorg en ondersteuning meer te organiseren in (gebiedsgebonden) domeinoverstijgende netwerken van informele en formele zorg en ondersteuning verwachten we de bestaande zorg- en ondersteuningscapaciteit efficiënter en effectiever te kunnen inzetten. In de netwerken maken we de beweging van zorg naar gezondheid en preventie. Het accent komt minder te liggen op de individuele, maar meer op de collectieve benadering. We streven naar een zorgzame samenleving waarin het individu gezonder, actiever en gelukkiger is. We willen bij de zorg en ondersteuning van ouderen en mensen met een stapeling van problemen nog meer gebruik maken van digitalisering, zorgtechnologie/domotica. Alle ouderen en patiënten met een ernstige chronische aandoening hebben met hun behandelend arts wensen, doelen en voorkeuren voor zorg in acute situaties (verergering van ziekte) en eventueel rond het levenseinde besproken en vastgelegd (advance care planning). Dit proces loopt vooruit op het moment dat een patiënt in een acute situatie keuzes zou moeten maken en/of in de situatie waarin hij/zijzelf verminderd in staat is om beslissingen te nemen.

Zo willen we bereiken dat: Inwoners/burgers lichte zorg- en ondersteuningsvragen van ouderen en mensen met een stapeling van problemen meer zelf gaan opvangen. Ouderen en mensen met een stapeling van problemen in hun directe nabijheid terecht kunnen voor lichte zorg- en ondersteuningsvragen. De bestaande zorg- en ondersteuningscapaciteit voor ouderen en mensen met een stapeling van problemen efficiënter en effectiever kan worden ingezet. Samen met de patiënt (en eventuele naasten) bepaald wordt welke doelen van zorg en behandeling passen bij de waarden en opvattingen van de patiënt en zijn of haar gezondheidssituatie.

•

• •

•

2.2.3 Doelen

Hoofddoelstellingen We gaan de groeiende zorgvraag beheersen/ opvangen zodat we in 2040 de zorg kunnen leveren die nodig is. ▪ We gaan de groeiende zorgvraag beheersen/ opvangen zodat we in 2027 de zorg kunnen leveren die nodig is. ▪

Gezondheidsdoelen •

In 2040 woont 90% van het aantal ouderen in Noordoost-Brabant langer prettig zelfstandig thuis.

•

In 2040 is het aantal ouderen in Noordoost-Brabant dat zorg vraagt met 40% verminderd ten opzichte van 2024.

•

In 2040 is het aantal mensen dat ondanks een stapeling van problemen in Noordoost-Brabant zelfstandig thuis kan blijven

c

wonen met 20% gestegen ten opzichte van 2024.

Systeemdoelen •

Zorgzame samenleving: •

In 2027 is het aantal burgerinitiatieven op het gebied van zorg en ondersteuning gestegen met 50% ten opzichte van 2024.

•

Domeinoverstijgend samenwerken in de wijk (de juiste zorg en ondersteuning op de juiste plek):

•

In 2027 is het aantal wijken in Noordoost-Brabant waarin informele en formele organisaties op het gebied van zorg en ondersteuning domeinoverstijgend samenwerken rondom ouderen gestegen verdubbeld ten opzichte van 2024.

•

In 2027 is het aantal wijken in Noordoost-Brabant waarin informele en formele organisaties op het gebied van zorg en ondersteuning domeinoverstijgend samenwerken rondom mensen met een stapeling van problemen verdubbeld ten opzichte van 2024.

•

Advance care planning: •

In 2027 is voor 80% van de ouderen en patiënten met een ernstige chronische aandoening beleid vastgesteld, te beginnen met de doelgroepen hartfalen (klasse 3-4) en COPD (klasse 3-4).

•

Ketenaanpakken: •

In 2025 zijn de ketenaanpakken Valpreventie en Welzijn op recept in alle 12 gemeenten geïmplementeerd.

•

In 2024 zijn regionale afspraken gemaakt over de inkoop van ketenaanpakken welzijn op recept en

valpreventie.

c

2.2.4 Wat doen we al

• •

•

•

•

•

Er zijn op beperkte schaal initiatieven om de zorgzame samenleving te stimuleren en te faciliteren. Domeinoverstijgend samenwerken in de wijk van informele en formele partijen rondom ouderen en mensen met een stapeling van problemen volgens de principes van passende zorg staat nog in de kinderschoenen. In sommige gemeenten werken VVT-instellingen, welzijnsinstellingen en gemeenten bijvoorbeeld al samen aan een sociale benadering van dementie. In sommige gemeenten zetten de GGZ, de huisartsenzorg, welzijnsinstellingen en gemeenten stappen op weg naar mentale gezondheidscentra of –netwerken. Laagdrempelige inlooppunten voor mensen met een psychische kwetsbaarheid (herstel- of zelfregiecentra) zijn in sommige gemeenten te vinden, in andere nog niet. Gemeenten en zorgverzekeraar VGZ zijn gestart met de implementatie van de ketenaanpak Valpreventie ouderen en Welzijn op Recept in enkele gemeenten. Ziekenhuizen en huisartsen werken al op beperkte schaal met advance care planning.

2.2.5 Waar liggen kansen om nog meer impact te behalen? •

•

•

• •

• • •

We kunnen nog veel meer inzetten op het stimuleren en faciliteren van de zorgzame samenleving. We kunnen nog veel meer inzetten op het domeinoverstijgend samenwerken in de wijk van informele en formele partijen op het gebied van Zorg en Welzijn rondom ouderen en mensen met een stapeling van problemen volgens de principes van passende zorg. We kunnen leren van good practices in Land van Cuijk, Oss en 'sHertogenbosch. We kunnen nog meer impact maken door de ketenaanpakken Valpreventie en Welzijn op Recept in alle twaalf gemeenten in Noordoost-Brabant te implementeren. We kunnen nog meer inzetten op het versterken van de infrastructuur voor regionale preventie. We kunnen nog meer inzetten op laagdrempelige steunpunten voor mensen met een psychische kwetsbaarheid (zelfregiecentra of herstelacademies). We kunnen nog meer inzetten op mentale gezondheidscentra of netwerken (met verkennend gesprek als instrument). We kunnen nog veel meer doen met advance care planning. We kunnen aansluiting zoeken bij het Kwaliteitskompas LZ daar waar van toepassing.

c

Om van elkaar te leren zijn regionale, sub-regionale en lokale lerende

netwerken nodig. We realiseren ons dat bij mensen met een stapeling van problemen het sociale netwerk eveneens overbelast is en soms zelfs is afgehaakt. Dit vraagt om het opnieuw opbouwen ervan voordat het een actieve rol kan spelen in het leven van de persoon met een stapeling van problemen. De al beproefde ‘Eigen Kracht Methode’ kan daarbij behulpzaam zijn. We realiseren ons ook dat er sprake is van terughoudendheid en schroom bij medewerkers om het netwerk van een persoon met een stapeling van problemen actief in te schakelen; men wil het netwerk niet overvragen. De door MEE ontwikkelde training ‘De kunst van het vragen stellen’ is een instrument dat daarbij ondersteunend kan zijn. Het stijgende aantal ouderen en mensen met een stapeling van problemen, vraagt om nog betere samenwerking rondom de client. Deze samenwerking komt de cliënt ten goede, en ook de aanbieders, die de juiste zorg en ondersteuning op het juiste moment aanbieden (bv.: Lvb-cliënt met gedragsproblematiek én (digitale) verslaving). We hebben de zorg voor ouderen en mensen met een stapeling van problemen tot nu toe vooral georganiseerd in ketens. Ketenzorg past als er een goede samenwerking is tussen zorgaanbieders.

Bij een complexe zorg- en welzijnsvraag waarbij om en over verschillende domeinen en financieringsschotten heen gewerkt moet worden, kan (gebiedsgerichte) domeinoverstijgende netwerkzorg, mits bewezen effectief, een beter alternatief zijn.

2.2.6 Regionale afspraken Bovengenoemde kansen maken, samen met de genoemde kansen bij de andere opgaven, onderdeel uit van de werkagenda. Dit onderdeel wordt in Q1 2024 nader uitgewerkt. Voor de bijkomende generieke afspraken van de werkagenda, zie Hoofdstuk 4.

c

2.3 Prioritaire opgave 2: Verminderen krapte op de arbeidsmarkt

2.3.1 Wat zien we? Momenteel is er al sprake van een personeelstekort in de sectoren Zorg en Welzijn in Noordoost-Brabant. Dit tekort zal in de komende jaren alleen maar toenemen, waardoor de druk op de zorg verder groeit. Door de vergrijzing neemt de vraag naar zorg en ondersteuning toe, terwijl het aantal werkende zorgprofessionals niet in gelijke mate toeneemt mede omdat relatief veel professionals de komende jaren met pensioen gaan. Dit

betekent dat de zorg die inwoners de afgelopen decennia gewend waren niet meer geleverd kan worden: zorg is nu reeds schaars en deze schaarste groeit. Vergrijzing en de resulterende schaarste qua zorgcapaciteit is een landelijke opgave; in de regio Noordoost-Brabant is de stijging van het aantal ouderen echter groter dan landelijk gemiddeld het geval is. Tevens daalt het potentieel van inzetbare inwoners van 20-64 jaar in onze regio harder dan

landelijk gemiddeld (zgn. ‘dubbele vergrijzing’). Dit maakt het knelpunt van de krapte op de arbeidsmarkt, en de opgave hoe om te gaan met de schaarse zorgcapaciteit, in Noordoost-Brabant extra urgent. De verwachting voor de regio is dat de personeelstekorten in zorg- en welzijnsorganisaties de komende jaren verder stijgen en dat dit beeld doorzet in de periode tot 2040. Het regiobeeld geeft weer dat personeelstekorten worden verwacht in

vrijwel elke branche van Zorg en Welzijn in Noordoost-Brabant en zullen leiden tot een verhoogde druk op het beschikbare zorgaanbod. Daarnaast zal deze druk in een aantal sectoren extra stijgen door een veranderende zorgvraag (opgave 1). Zo worden de grootste personeelstekorten (in absolute zin) verwacht in de VVT-sector: de verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg. In relatieve zin zijn de verwachte tekorten het grootst in de jeugdzorg, bij huisartsen en in gezondheidscentra.

c

2.3.3 Doelen

2.3.2 Wat willen we bereiken?

.

Om de druk op de zorg te verlichten kijken we voornamelijk hoe we gezamenlijk met zorg- en welzijnspartijen de schaarse zorgcapaciteit beter kunnen verdelen. Dit vraagt onder andere om het stimuleren van de keuze voor een baan in de zorg en het sociaal domein, het anders inzetten van zorg- en welzijnsprofessionals, het versterken en faciliteren van informele zorg en ondersteuning, het verhogen van zelfmanagement en zelfregie van onze inwoners, de inzet van digitale middelen en het beheersen van de zorgvraag. Belangrijk hierbij is dat we het maatschappelijk debat voeren zodat inwoners anders leren denken over de zorg. Er moet een zorgzame samenleving komen waarin inwoners naar elkaar omkijken en elkaar ondersteunen. Professionele zorg is niet (meer) op wens afroepbaar maar slechts beschikbaar indien zij noodzakelijk is. Tegelijkertijd wordt er regionaal ingezet op het (blijven) binden van zorg- en welzijnsprofessionals aan de regio. Daarnaast wordt de mogelijkheid van de inzet van zij-instromers onderzocht en is er aandacht voor opleidingen, stages, etc., in het bijzonder in sectoren waar de tekorten het grootst zijn en stijgen.

Hoofddoelstellingen We gaan op een andere manier (samen)werken, zodat in 2040 het personeelstekort van 5700 arbeidsplaatsen voor 100% is opgelost3. • We gaan op een andere (samen)manier werken, zodat in 2027 het huidige personeelstekort van niet verder is gestegen dan het huidige tekort van 2.000 arbeidsplaatsen4. •

Op peil houden zorg- en welzijnspersoneel Het regiobeeld laat zien dat er een uitstroom van zorgmedewerkers te verwachten is in de komende 10 jaar ten gevolge van het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Tevens is de prognose dat – naast de zorg krapte op de arbeidsmarkt in meerdere sectoren in ons land zal toenemen. Om het aantal zorg- en welzijnsmedewerkers op peil te houden zal daarom extra inspanning nodig zijn voor het stimuleren en werven van nieuw zorgen welzijnspersoneel. •

Zo willen wij bereiken dat: •

• • • •

De instroom van mensen die kiezen voor een baan in de zorg- of welzijnssector niet afneemt Meer zorg- en welzijnsmedewerkers kiezen voor uitbreiding van hun parttime inzetbaarheid Minder zorg- en welzijnsmedewerkers uitstromen Meer inwoners zorg- en ondersteunende taken op zich kunnen en willen nemen Inwoners over een hogere mate van zelfredzaamheid beschikken

In 2040 zijn er voldoende medewerkers om iedere inwoner met een zorgvraag noodzakelijke zorg te bieden.

Verminderen van de behoefte aan zorgpersoneel over alle sectoren Zorgvraag en zorgaanbod moeten idealiter naadloos op elkaar aansluiten. De zorgvraag lijkt – door vergrijzing en toename van het aantal mensen met complexe problematiek - autonoom te groeien maar is wel degelijk beïnvloedbaar. Dit willen we bereiken door het verhogen van de zelfregie van patiënten en burgers en door het inzetten van digitalisering en technologische innovaties. Hierbij is het van belang dat het discours over “wat is zorg” en “wat is recht op zorg” met burgers gevoerd wordt, met als leidend principe “zorg is geen luxe, zorg is een noodzaak”.

3. Dit cijfer betreft een voorspelling op de lange termijn zoals opgenomen in het Regiobeeld. Er zijn over dit aantal meerdere berekeningen in omloop die enigszins van elkaar afwijken. 4. Bij het oplossen/ niet verder laten stijgen van het tekort aan arbeidsplaatsen richten we ons zowel op de aanbodkant als de vraagkant. We zetten in op een brede mix van maatregelen, zoals de werving van nieuwe medewerkers, het behoud van bestaande medewerkers, een vermindering van de zorgvraag, de substitutie van zorg en een andere organisatie van zorg.

c

•

In 2040 is de vraag naar medische zorg bij mensen met psychosociale problematiek verminderd (t.o.v. 2023) ten gevolge van adequate maatschappelijke aandacht in de wijk.

•

In 2040 maakt 80% van de inwoners voor zijn/haar vraag naar zorg of ondersteuning gebruik van één of meer digitale of technologische toepassingen (zoals EHealth, anonieme hulplijnen of digitale/hybride vormen van ondersteuning).

•

We verlagen de druk op zorgpersoneel door het anders organiseren van zorg. We doen dit door herverdeling binnen de keten of door het anders verdelen c.q. spreiden van zorg.

Behoud en benutten van het potentieel aan mantelzorgers en vrijwilligers

In het regiobeeld wordt in 2040 een halvering van het mantelzorgpotentieel ten opzichte van de huidige situatie verwacht. Met de pensionering van een grote groep burgers – waaronder zorg- en welzijnsmedewerkers – in de komende 10 jaar verwachten wij echter een toename van de beschikbaarheid aan vrijwilligers. Door deze groep aan te spreken en de juiste ondersteuning te bieden kunnen zij een betekenisvolle rol bij zorg- en hulpvragen spelen.

•

Mantelzorgers krijgen optimale ondersteuning zodat zij minder vaak

overbelast raken. Op deze manier benutten we het potentieel van de informele zorg vanuit de gemeenschap. •

Daarnaast moet er besef en bereidheid bij zorgmedewerkers ontstaan om ‘zorg bieden’ los te laten en ‘informele zorg’ toe te laten in het zorgpad van de patiënt/cliënt.

c

2.3.4 Wat doen we al De knelpunten, zoals vastgelegd in het Regioplan Noordoost-Brabant 2023,

2.3.5 Waar liggen kansen om nog meer impact te behalen?

worden in onze regio reeds langere tijd ervaren in vrijwel alle sectoren. Diverse zorg- en welzijnsaanbieders hebben in de afgelopen tijd de handen uit de mouwen gestoken en diverse initiatieven genomen om aan de klooftussen stijgende zorgvraag en niet toenemend zorgaanbod tegemoet te komen.

Een inventarisatie langs de zorg- en welzijnsorganisaties in drie subregio’s (met als samenwerkingsplatforms Zorgzaam ’s-Hertogenbosch

e.o., Samen in Gezondheid en Mooi Maasvallei) laat voor wat betreft de opgave “verminderen van de krapte op de arbeidsmarkt” een veelvoud aan initiatieven zien die, met wisselende impact, aangrijpen op de volgende oplossingen: •

Opschalen en leren van elkaar Er is sprake van een enorm5 aantal initiatieven in onze regio om de krapte op de arbeidsmarkt aan te pakken. Het is van groot belang dat we in de hele regio leren van deze initiatieven en bij succes ook kunnen gaan opschalen zodat projecten elkaar versterken en de uiteindelijke impact wordt vergroot. • Er moet coördinatie plaatsvinden tussen de zorg- en welzijnsorganisaties binnen de sub-regio’s, hiervoor dragen de sub-regio's ieder afzonderlijk verantwoordelijkheid. • We willen voor de centrale coördinatie samenwerken met Transvorm, dat uitgebreide expertise op het terrein van de arbeidsmarkt in de zorg- en welzijnssector in onze regio heeft.

Behoud en werven van zorg- en welzijnsmedewerkers, o.a. door het creëren van passende banen, aandacht voor duurzame inzetbaarheid, het opleiden van zij-instromers en het verruimen van stagemogelijkheden.

•

Daarnaast zijn er veel initiatieven waarbij de inzet van zorg- en welzijnsmedewerkers geoptimaliseerd wordt, o.a. door efficiëntere indeling, betere samenwerking, maar ook door het stoppen met zorg die niet meer noodzakelijk is en overgenomen kan worden door slimme technologie of digitalisering. Daarbij wordt vooral het zelfmanagement van onze inwoners vergroot.

•

Tenslotte zijn veel initiatieven gericht op het aanspreken en

ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers en het stimuleren van inwonersinitiatieven. Deze initiatieven vinden vooral plaats in de wijk, waar burgers elkaar kennen en naar elkaar omkijken (zorgzame samenleving). Waar liggen kansen om nog meer impact te behalen?

Werven en behoud zorg- en welzijnsmedewerkers De verwachte impact van de huidige initiatieven op het gebied van werving en behoud van zorgpersoneel is laag tot middel te classificeren. Niet iedere sector lijkt hier aandacht voor te hebben terwijl het noodzakelijk is dat iedere zorgaanbieder hiermee actief aan de gang gaat. Om tegemoet te komen aan de stijgende vraag naar ondersteuning in het sociaal domein zijn – mede gezien de huidige tekorten - ook hier extra acties nodig. • Wervingscampagnes voor personeel willen we in samenwerking en gecoördineerd opzetten. Wij zullen daarbij ondersteuning van Transvorm, opleidingsinstituten en andere instellingen met expertise op de arbeidsmarkt vragen. • In 2024 willen we een verkenning naar tools voor duurzaam werkgeverschap bij zorg- en welzijnsinstellingen uitzetten.

5. Momenteel meer dan 50

c

Inzetten op digitalisering en Artificial Intelligence We kunnen meer inzetten op digitalisering. Door digitalisering kan betere communicatie tussen zorgmedewerkers bereikt worden zodat diagnostiek, behandeling en begeleiding beter worden. Door betere onderlinge samenwerking bewerkstelligen we op deze wijze efficiëntere inzet van medewerkers. Inzet van AI bij triage van zorgvraag kan ondersteunen bij de beslissing of zorg nodig is of dat zelfhulp volstaat. AI kan bovendien snel naar het juiste zorgaanbod geleiden. • Onderzoeken in hoeverre de inzet van AI wenselijk is om aan de arbeidsmarktkrapte het hoofd te bieden. •

Het anders organiseren van zorg Door herverdeling binnen de keten of door het anders verdelen c.q. spreiden van zorg organiseren we dat de druk op zorgpersoneel wordt verlaagd. • We gaan het gesprek over herverdelingsvraagstukken met elkaar aan. Dit in relatie tot Meer Tijd Voor De Patiënt (MTVDP), digitale zorgpaden, enz.

Monitoring op afstand Door grootschalige inzet van monitoring van patiënten op afstand in de schaarse arbeidskrachten op de chronische zorg slimmer inzetten.

c

2.3.6 Randvoorwaardelijk .

Regionale randvoorwaarden •

Overeenstemming en onderlinge afspraken tussen zorgaanbieders over de grenzen van de zorg: wat doen we niet.

•

Organisatie van debat met burgers over thema “zorg is geen luxe, zorg is een noodzaak”; daarbij zo mogelijk aansluiten op of aanjagen van landelijke initiatieven hiertoe.

•

Het opzetten van een centrale kennisbank ten behoeve van uitwisseling projecten, plannen, ervaringen.

•

Het opzetten van een data-centrum (i.c.m. kennisbank) ten behoeve van monitoring van projectresultaten en data-uitwisseling.

•

Openstaan voor het gesprek over herverdeling binnen de keten (om bijvoorbeeld de verschuiving van zorg- richting welzijnsmedewerkers

mogelijk te maken) en de concentratie en spreiding van zorg

2.3.7 Regionale afspraken Bovengenoemde kansen maken, samen met de genoemde kansen bij de andere opgaven, onderdeel uit van de werkagenda. Dit onderdeel van de werkagenda wordt in Q1 nader uitgewerkt. Voor de bijkomende generieke

afspraken van de werkagenda, zie Hoofdstuk 4.

c

2.4 Prioritaire opgave 3: Verbeteren van de doorstroom in de zorgketen

2.4.1 Wat zien we? In het Regiobeeld Noordoost-Brabant 2023 wordt geconstateerd dat op meerdere domeinen sprake is van problemen met de doorstroom in de zorgketen. De meest opvallende problemen doen zich voor bij: •

De wachttijden voor vervolgzorg in de thuiszorg, tijdelijk verblijf of WLZopname, nemen toe waardoor bedden in de ziekenhuizen te lang bezet blijven zonder dat er sprake is van een medische noodzaak. Dit betreft met name stijging van de wachttijd voor bedden in de verpleeghuissector (nu reeds wachten ruim 1000 per 100.000 inwoners op een opname voor verpleging en verzorging via de WLZ; dit is in onze regio hoger dan landelijk gemiddeld; bron NZa) en stijging van de wachttijden voor thuiszorg (in 2040 stijging van 52.8% verwacht t.o.v. 2023; bron NZa). Dit wordt mede veroorzaakt door het toenemend aantal inwoners met één of meerdere aandoeningen zoals dementie, artrose, hart- en vaatziekten

en CVA, dat in Noordoost-Brabant sterker stijgt dan landelijk gemiddeld. Mede hierdoor wordt een toename van de acute zorgvragen gezien (HAP, SEH, RAV), het aantal bezoeken aan de SEH stijgt in onze regio harder dan elders. •

De wachttijden voor GGZ-zorg stijgen sinds 2021 in de regio NoordoostBrabant conform de stijging die landelijk gemiddeld gezien wordt. De gemiddelde wachttijd voor de GGZ-zorg bedraagt nu 18 weken en

overtreedt daarmee de zogenaamde “Treeknorm”, die maximaal 14 weken bedraagt. Patiënten wordt daardoor langer hulp onthouden dan voor hun aandoening noodzakelijk is, hetgeen vaak leidt tot progressie van de klachten met meer (kans op) crisissituaties met hogere zorgkosten en toegenomen druk op de eerstelijns.

c

.

2.4.2 Wat willen we bereiken?

gesprek met opstart van hieruit voortvloeiende maatregelen. Om de druk

op de zorgketen te verlagen willen we de mogelijkheden van respijtzorg voor Naast het ontwikkelen van kansrijke nieuwe initiatieven wordt zoveel mogelijk aangesloten bij lopende trajecten en initiatieven, die ingezet zijn om

ouderen of mensen met GGZ-problematiek beter benutten en verder verkennen.

onderstaande doelstellingen te bereiken. Die worden, indien succesvol gebleken op basis van kwantitatieve data, voortgezet en/of geïntensiveerd. Daarnaast worden binnen de sub-regionale samenwerkingsverbanden nieuwe, domeinoverstijgende plannen ontwikkeld en uitgevoerd. Hierin is het gezamenlijk streven: de juiste zorg op de juiste plek voor iedere patiënt in de regio. Hiervoor hebben we elkaar nodig. Vertrouwen tussen behandelteam, ketenpartners en transferverpleegkundigen is essentieel. Stagnatie in de ene schakel zorgt voor stagnatie in de voorliggende schakel.

Zo willen we bereiken dat: •

Een ziekenhuisverblijf met 20% wordt verkort.

•

Alle zorgvragen 'Just in Time’ worden opgepakt en dus niet meer 'Just in case'.

•

binnen de Treeknorm worden opgepakt. •

welzijn en zorg en onmiddellijk ingezet kan worden als dat nodig is.

verantwoordelijkheid niet bij één persoon of orgaan ligt, maar bij de gehele

Tijdige en goede aanhaking met Wmo dient geborgd te zijn, zodat

keten. Door gezamenlijke verantwoordelijkheid te nemen en niet te wijzen Proactieve zorgplanning kan stagnatie voorkomen of beperken. De

Zorg thuis onderdeel wordt van multidisciplinaire teams, denk aan teams vanuit het formele en informele netwerk, de mantel en vanuit

Voor een succesvolle (uit)plaatsing is het van belang dat de

naar een andere zorgverlener komt de patiënt weer centraal te staan.

Wachttijden voor specialistische zorg, GGZ-zorg en VVT-opnames

bijvoorbeeld aanpassing huis doorgevoerd kan worden. •

Acute zorg6 in alle gevallen beschikbaar is indien aan de orde.

implementatie van het Regionaal Coördinatie Punt in de VVT draagt naar verwachting bij aan een betere doorstroming in de keten. Daarnaast is een tijdige ontslagplanning van belang, hierdoor wordt onnodige verlenging van ziekenhuisopnames voorkomen. Voor de wachttijden in de GGZ geldt dat het verbeteren van

bestaanszekerheid en huisvesting verwijzingen naar de GGZ aan de voorkant kunnen voorkómen. Daarnaast zal goede samenwerking in de wijk tussen huisartsen – sociaal domein – GGZ (mentale gezondheidscentra of -netwerk) tot betere geleiding van de GGZ-verwijzingen leiden. Centrale coördinatie met inzicht in actueel aanbod van de samenwerkende GGZ-instellingen moet hierbij ingericht worden. GGZ-instellingen gaan werken volgens de beginselen van netwerkpsychiatrie met inzet van ervaringsdeskundigen waarbij binnen twee weken sprake is van een herstel-ondersteunend

c

6. Met betrekking tot de acute zorg verwijzen we naar het ROAZ-plan Brabant.

2.4.3 Doelen

Hoofddoelstellingen In 2040 liggen in Noordoost-Brabant de wachttijden voor de GGZ, ouderenzorg en medisch specialistische zorg onder de Treek-norm respectievelijk wachttijd norm. • In 2027 zijn de wachttijden in de GGZ, ouderenzorg en medisch specialistische zorg gedaald zodat ze voldoen aan de Treeknorm c.q. wachttijdnormen als minimale eis; voor specifieke doelgroepen GGZ die nu al aan de Treeknorm voldoen is de wachttijd voor de start van behandeling 5 weken, zoals gesteld in het IZA. •

Subdoelen •

Burgers liggen vanaf 2025 niet langer in het ziekenhuis dan medisch noodzakelijk is. Een juiste registratie vanaf 2024 is hiervoor een belangrijke randvoorwaarde. Verkeerde bed cijfers Wlz MSZ zijn beschikbaar bij het zorgkantoor en worden gemonitord.

•

De wachttijden voor de geestelijke gezondheidszorg en intramurale ouderenzorg dalen tussen 2024 en 2027 tot onder de TREEK-norm dan wel de huidige bijbehorende wachttijd norm als minimale eis; voor specifieke doelgroepen GGZ dit nu al aan de TREEK-norm voldoen is de wachttijd voor de start van de behandeling 5 weken, zoals gesteld in het IZA.

•

De instroom aan de voorkant van de ziekenhuizen wordt

aantoonbaar verlaagd per 2024. Partijen onderzoeken in hoeverre ze kunnen voortbouwen op de hiervoor al bestaande initiatieven (o.a. Ruwaard, Blikveld365) en hebben hier medio 2024 meer duidelijkheid over.

c

2.4.4 Wat doen we al

•

De GGZ en het Sociaal Domein hebben recent een netwerk ‘GGZ en

Het oplopen van de wachttijden in de thuiszorg, eerstelijns verblijf (ELV), GRZ

Sociaal Domein’ ingericht waarin alle relevante partijen zijn betrokken

en/of WLZ-opname zijn voor zorgaanbieders in de regio al enkele jaren

en initiatieven gezamenlijk worden opgepakt. Binnen dit netwerk is

voelbaar. Dit heeft de laatste jaren tot verschillende initiatieven geleid om de

vorm en inhoud gegeven aan de invulling van de ‘GGZ-wijzer'. Om de

doorstroom in de keten te verbeteren en te zorgen dat mensen niet onnodig

instroom in de GGZ te beperken wordt er ook gewerkt aan een EPA-

lang in het ziekenhuis verblijven. De inventarisatie naar lopende en nieuwe

inloopcentrum en een KOPP/KOPF preventieproject.

initiatieven laat zien dat er verschillende initiatieven zijn opgepakt. De

•

JBZ en JBH werken samen in het Jeroen Bosch Monitoringcentrum.

initiatieven kunnen worden onderverdeeld in drie thema’s waar ze zich op

Inmiddels worden daar ruim meer dan 2000 burgers actief in

richten: 1. het uniformeren van zorgcommunicatie, 2. het inrichten van één

verschillende programma's begeleid. Zo krijgen burgers met

centrale coördinatie van alle verwijzingen (VVT, GGZ) en 3. het bevorderen en

chronische ziekten of voor of na een operatie vanuit hun eigen huis

faciliteren van het zelfstandig wonen en zorg thuis.

ondersteuning bij hun gezondheid. Het gaat daarbij om ondersteuning op verschillende vlakken, zoals lichamelijk, mentaal en sociaal. Dit gebeurt met hulp van technologie, maar ook door direct

•

In de regio is een RSO (Regionale Samenwerkingsorganisatie) in

contact met verpleegkundigen en doktersassistenten.

oprichting. Dit RSO is ontstaan uit de regionale behoefte aan een

Thuismonitoring leidt tot minder bezoeken aan de dokter, minder

neutrale partner die de digitale samenwerking en

ziekenhuisopnames en kortere ligduur in het ziekenhuis.

gegevensuitwisseling tussen de ziekenhuizen, VVT, huisartsen en

•

•

Ziekenhuizen zijn daarnaast ook bezig met initiatieven om ziekenhuis

apotheken op inhoud aan kan jagen. Meer uniformiteit in

zorg naar zorg aan huis te verplaatsten (JZOJP) door mensen thuis te

gegevensuitwisseling kan bijdragen aan een betere doorstroom in de

faciliteren, de kennis en expertise bij de 1e lijns-zorgprofessionals te

keten.

vergroten en te werken aan de zelfredzaamheid van burgers en

Ook wordt er in de regio al geruime tijd gewerkt aan de inrichting van

mantelzorgen.

één Regionaal Coördinatie Punt (RCP, voorheen RAC). Eén centraal coördinatiepunt voor alle verwijzingen/transfers in de regio. Eén centraal telefoonnummer waar zorgprofessionals naar toe kunnen bellen en waar een overzicht is van alle beschikbare bedden in de regio en gericht doorverwezen kan worden. Vooralsnog is dit nu alleen geïmplementeerd voor de ELV/Crisis/GRZ-bedden in de regio.

De ambitie is om dit uit te breiden naar alle beschikbare bedden in de regio

c

2.4.5 Waar liggen kansen om nog meer impact te behalen?

•

Uitgaande van het kwalitatief beeld van de huidige initiatieven zien we nog de volgende kansen om meer impact te maken: • •

•

•

•

• • •

• •

Thuismonitoring biedt behalve voor huisartsen en ziekenhuizen ook kansen voor de thuiszorg. Het Regionale Samenwerkingsorganisatie (RSO) inzetten voor de hele regio Noordoost-Brabant voor meer uniformiteit in de gegevensuitwisseling. De uitrol van het Regionaal Coördinatie Punt (RCP) verbreden en versnellen (alle bedden dus ook o.a. palliatief, GGZ, reguliere WLZ en IBS). Mogelijkheden verkennen van nieuwe vormen van respijtzorg voor ouderen en mensen met complexe problemen om mantelzorgers te ontlasten. En meer aandacht voor Respijtzorg. Domein overstijgende samenwerking (welzijn, huisartsen, ziekenhuizen, VVT) intensiveren door goede afspraken te maken over wel/niet insturen van patiënten naar het ziekenhuis en het organiseren van een centrale regie en aansturing over beschikbare bedden voor vervolgzorg. Prehabilitatie om daarmee de doorstroom in het ziekenhuis te versnellen. Wat thuis kan thuis doen. Zelfredzaam maken van mensen zodat ze met minder zorg naar huis kunnen (ziekenhuis en wijkverpleging). Alle professionals scholen in de ‘Samenwerkwijze’ (of vergelijkbare methodiek), en het voeren van het juiste gesprek en de inwoners hier ook actief in betrekken. Onderzoeken welke zorgpaden geschikt zijn voor digitale en/of hybride zorg. Mentaal gezondheidscentrum en verkennend (integraal) gesprek om instroom GGZ te verminderen.

c

2.4.6 Randvoorwaardelijk

Randvoorwaardelijk is hiervoor het volgende nodig: •

Brede digitaliseringsinitiatieven (zoals thuismonitoring, beeldbellen).

•

Meer eigenaarschap bij burgers voor eigen gezondheid.

•

Regie vanuit de leidende partijen (deelnemers bestuurlijke coalities) in de regio.

.

•

Juiste registratie (o.a. verkeerde bed problematiek).

•

Voldoende beschikbare geschikte woningen en een goede infrastructuur

2.4.7 Regionale afspraken Bovengenoemde kansen maken, samen met de genoemde kansen bij de andere opgaven, onderdeel uit van de werkagenda. Dit onderdeel van de werkagenda wordt in Q1 nader uitgewerkt. Voor de bijkomende generieke afspraken van de werkagenda, zie Hoofdstuk 4.

c

2.5 Prioritaire opgave 4: Gezondheidsverschillen

2.5.1 Wat zien we? We worden steeds ouder en blijven langer gezond. In veel gemeenten in Noordoost-Brabant is de leefstijl van inwoners gezonder dan landelijk het geval is. Onder de gezondheidsrisico’s (weinig bewegen, roken, verslaving, overgewicht etc.) valt in deze regio vooral het relatief hoge alcoholgebruik op. We zien verder grote verschillen in gezondheid: het is aangetoond dat mensen met een laag opleidingsniveau, weinig inkomen of een migratieachtergrond (lage SES) vaker een minder goede lichamelijke en psychische gezondheid hebben. Ook hun levensverwachting ligt lager; gemiddeld 7 jaar korter en 15 jaar in minder goed ervaren gezondheid. Bijna 21% (tegenover 9%) leidt bovendien aan chronische stress, angst of depressie. Stress vergroot de kans op ziekte en chronische aandoeningen, zoals hart- en vaatziekten, diabetes en COPD. Stress heeft ook invloed op gedrag en het denkvermogen van mensen. Het zorgt voor onzekerheid, schaamte, minder geloof in eigen kunnen en minder regie. Ongezondheid en ziekte hebben weer effect op armoede en het vermogen om te participeren en zelfredzaam te zijn. Omgekeerd leidt een gebrek aan participatie tot een slechtere gezondheid. Zo ontstaat een vicieuze cirkel. De impact van gezondheidsverschillen op de samenleving is groot. Mensen met gezondheidsproblemen doen logischerwijs een groter beroep op zorg en ondersteuning.

Een achterstand in gezondheid leidt in de toekomst tot een hogere zorgvraag en hogere zorgkosten. (De profielen met een lage SES hebben aanzienlijk hogere maatschappelijke kosten dan de groep met een hoge SES. Dit scheelt gemiddeld tussen de € 9.000 en € 16.000 per jaar, zegt een onderzoek.)

De populatie met een lage maatschappelijke positie is ongeveer 29% van de Nederlandse bevolking. Het regiobeeld Noordoost-Brabant zegt dat de regio wat lager dan het Nederlands gemiddelde scoort op determinanten migratie, moeite met rondkomen, schuldsanering en eenzaamheid. Laaggeletterdheid en de ervaren gezondheid en regie die mensen op hun leven ervaren, liggen op of iets hoger dan het landelijk gemiddelde. Echter, in absolute getallen gaat het in onze regio zeker om 170.000 mensen. Tegelijk sluit bij deze groepen de zorg, preventie en ondersteuning vaak onvoldoende aan.

c

.

2.5.2 Wat willen we bereiken?

De aanpak van het probleem De aanpak van het probleem gezondheidsverschillen is complex en veelzijdig. We verwachten dat de verbinding tussen het medische en het sociaal domein volop kansen biedt voor het verkleinen van de verschillen. Sturen, meten en monitoren van het effect van interventies gericht op bijv. preventie is echter lastig. Wat we weten is dat het helpt om te werken aan een combinatie van gerichte interventies in onderwijs, inkomen, woonomgeving en leefomgeving, die kansengelijkheid vergroot en stressfactoren doet afnemen. Bijvoorbeeld de inzet van welzijnswerk en woonconsulenten, het werken aan bestaanszekerheid het vinden van zinvolle dag-invulling, het vergroten van mogelijkheden tot participatie, financiële onafhankelijkheid, schuldhulpverlening, werken aan (digitale) geletterdheid en de vaardigheden die nodig zijn om informatie te kunnen gebruiken en begrijpen. De beste aanpak is integraal, op de behoefte van mensen aangepast en neemt ook de context mee. Dat betekent o.a.: begrijpelijke taal gebruiken, eenvoudige procedures ontwerpen die zijn gebaseerd op vertrouwen, makkelijk bereikbaar en aanspreekbaar zijn, de goede vragen stellen, oplossingen durven bieden die niet standaard zijn. En de kennis van ervaringsdeskundigen gebruiken. Anders komen brede preventie- en ondersteuningsinitiatieven vooral ten goede aan hen die het minder nodig hebben.

De aanpak van gezondheidsverschillen vraagt naast onze inzet in de regio ook van de landelijke overheid het nodige in de komende jaren. Daarom zullen we de komende periode als bestuurders van de zorg- en welzijnssectoren de verantwoordelijkheid nemen om aandacht te vragen en oplossingen te bepleiten en bevechten richting het openbaar bestuur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=1265cda4-1667-4a62-9008-0aad45f063c1