Bijlage 3. Overzicht van wijzigingen (was-wordt lijst)
Tekst van het document
Paragraaf 7.7 Zorgkosten (Wmo, PW) Artikel 7.7.1 Voorzieningen zorgkosten 1. Voor inwoners met veel zorgkosten heeft de gemeente de volgende voorzieningen: a. een collectieve zorgverzekering; b. een bijdrage in de premie voor de aanvullende zorgverzekering; c. bijzondere bijstand; d. de Wet maatschappelijke ondersteuning. Artikel 7.7.2 Collectieve zorgverzekering (PW) 1. De gemeente biedt samen met zorgverzekeraars CZ en VGZ een collectieve zorgverzekering voor mensen met een laag inkomen. Deze verzekering biedt: a. een lagere premie voor de aanvullende verzekeringen; en b. een extra vergoeding van bepaalde zorgkosten. 2. De collectieve zorgverzekering is bedoeld voor de inwoner die geen goede financiële buffer
henzelf en hun kinderen. Ook abonnementen op kranten, tijdschriften, tv, internet of telefoon kunnen worden vergoed. De bijdrage is € 239 per jaar (bedrag 2024). 2. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner, die ondersteuning kan krijgen bij het oplossen van schulden, die ondersteuning zo snel mogelijk krijgt. Hier zijn verschillende mogelijkheden voor, deze staan vermeldt in de nadere regels. Paragraaf 7.7 <<vervallen>>
Zoals eerder opgemerkt (paragraaf 7.2) is de gemeenteraad niet bevoegd om regels over bijzondere bijstand te stellen. Daarom wordt artikel 7.7.2 en 7.7.3 geschrapt. Deze regeling is inmiddels opgenomen in de per 1 augustus 2025 in werking getreden Beleidsregel inkomensondersteuning Participatiewet Meierijstad 2025. Artikel 7.7.1 is overbodig en wordt daarom (gelet op artikel 1.4 onderdeel 3 van deze verordening) ook geschrapt. Vanuit de Participatiewet is immers bepaald dat een collectieve zorgverzekering aangeboden kan worden en een gemeentelijke bijdrage in de premie kan worden verstrekt. Daarnaast is in de Wmo
heeft en moet rondkomen van een inkomen dat lager is dan 120% van de bijstandsnorm.
Artikel 7.9
Artikel 7.7.3 Bijdrage in de premie aanvullende zorgverzekering (PW) 1. Er kan een bijdrage in de premie voor de aanvullende zorgverzekering worden verstrekt. De bijdrage is afhankelijk van het gekozen verzekeringspakket € 10, 20 of 40 per jaar (bedragen 2024). 2. Het college kan nadere regels stellen over de hoogte van de bijdragen en de voorwaarden die gelden voor deze bijdrage. De bedragen genoemd in artikel 7.3.2, 7.4.2 en 7.5.2 worden jaarlijks per 1 januari geïndexeerd op basis van het prijsconsumentenindex (methode Schulinck) en worden naar boven afgerond op hele euro's.
verankerd dat gemeenten verantwoordelijk is voor de zorg die onder de reikwijdte van de Wmo valt.
De bedragen genoemd in artikel 7.3.2, 7.4.2 en 7.5.2 worden jaarlijks per 1 januari geïndexeerd op basis van het de prijsconsumentenindex consumentenprijsindex (methode Schulinck) en worden naar boven afgerond op hele euro's.
De verwijzing naar 7.3.2 is geschrapt omdat daarin geen bedrag staat genoemd dat geïndexeerd wordt. Daarnaast wordt de juiste term gehanteerd.
Hoofdstuk 8 – De vorm van de ondersteuning Artikel 8.1.3. lid 8
Was (Huidige tekst van artikel) 8. De inwoner (of zijn vertegenwoordiger) maakt een Pgb-plan waarin in ieder geval opgenomen is: a. de motivatie waarom een Pgb gewenst is; b. de voorgenomen uitvoerder van de individuele voorziening en de wijze waarop de jeugdhulp of Wmo georganiseerd wordt; c. op welke wijze de kwaliteit is gewaarborgd; d. de kosten van de uitvoering, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief (budgetplan).
Wordt (Nieuwe tekst van artikel) 8. De inwoner (of zijn vertegenwoordiger) maakt een Pgb-plan waarin in ieder geval opgenomen is: a. de motivatie waarom een Pgb gewenst is; b. de voorgenomen uitvoerder van de individuele voorziening en de wijze waarop de jeugdhulp of Wmo georganiseerd wordt; c. op welke wijze de kwaliteit is gewaarborgd en duidelijk is dat de voorziening geschikt is voor het doel waarvoor het Pgb wordt verstrekt; d. de kosten van de uitvoering, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief (budgetplan).
Argumentatie Juridisch. Weergave van de elementen van artikel 2.3.6 lid 2 Wmo 2015.
8.1.3, lid 9 sub a
Het pgb is bedoeld voor ondersteuning, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het pgb kan niet besteed worden aan: a. kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers;
Het pgb is bedoeld voor ondersteuning, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het pgb kan niet besteed worden aan: a. kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers;
Door de nieuwe formulering van lid 9 is de mogelijk geworden om pgb budget te besteden aan kosten voor bemiddeling of tussenpersonen. In de praktijk blijkt deze vorm van in contact brengen van inwoners en zorgaanbieders vooral van belang bij het vinden van voldoende hulp bij huishouden. Het maximale vastgestelde pgb uurtarief voor ondersteuning
8.2.1, lid 4
Gaat het om de kosten van een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner, dan betalen de onderhoudsplichtige ouders de bijdrage. Dat geldt ook voor de ouder tegen wie een vaderschapsactie is ingesteld en de rechter dit verzoek heeft afgewezen (artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek) en voor degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een minder jarige inwoner.
Gaat het om de kosten van een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner, dan betalen de onderhoudsplichtige ouders de bijdrage. Dat geldt ook voor de ouder tegen wie een vaderschapsactie is ingesteld en de rechter dit verzoek heeft afgewezen (artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek) en voor degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een minder jarige inwoner.
wordt door deze wijziging niet verhoogd met de kosten voor bemiddeling en/of tussenpersonen. Lid 4 vervalt, nummering van andere leden van dit artikel wordt hierop aangepast. Op grond van de Wmo2015 heeft de gemeente de beleidsruimte om bij een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt, de eigen bijdrage op te laten leggen aan de ouders. Tot nu toe hebben we dit gedaan. De wetgeving rondom inkomensen vermogensafhankelijke eigen bijdrage (ivb) laat dit straks niet meer toe. Het wetsvoorstel rondom ivb is weliswaar bij de val van het kabinet controversieel verklaard en nog niet definitief, maar dat er wel weer een mogelijkheid komt een eigen bijdrage te vragen aan de ouders voor woningaanpassingen voor minderjarigen ligt niet voor de hand. Vooruitlopend op de invoering van de ivb wordt ervoor gekozen om lid 4 van art. 8.2.1 te schrappen uit de verordening.
Hiermee wordt duidelijkheid en rechtszekerheid gecreëerd voor de inwoners die dit betreft en wordt voorkomen dat bij invoering van de ivb extra administratief werk verricht moet worden om al lopende inning van eigen bijdrage te stoppen en deze om te zetten naar een nieuw systeem van inning van de eigen bijdrage. Het schrappen van lid 4 brengt geen financieel risico met zich mee. Op basis van het nu bekende wetsvoorstel kunnen minderjarigen voor wie een woningaanpassing is gerealiseerd, kort voor hun 18e verjaardag zelfstandig worden aangemeld bij het CAK. Zij gaan dan vanaf hun 18e wel een eigen bijdrage betalen welke in duur is afgestemd op de oorspronkelijke kostprijs van de woningaanpassing. 8.2.1, lid 14 (oud)
De bijdrage voor maatwerkwerkvoorzieningen hoeft niet betaald te worden door inwoners die op basis van de hoogte van hun inkomen aanspraak zouden kunnen maken op bijzondere bijstand voor deze bijdrage. Dit geldt niet als gebruik wordt gemaakt van de maatwerk voorzieningen
De bijdrage voor maatwerkwerkvoorzieningen hoeft niet betaald te worden door inwoners die op basis van de hoogte van hun inkomen deel kunnen nemen aan de collectieve zorgverzekering. Dit geldt niet als gebruik wordt gemaakt van de maatwerk voorzieningen
Het minimabeleid voor de eigen bijdrage Wmo werd opgenomen in de verordening in lijn met de mogelijkheid om bijzondere bijstand aan te vragen voor deze eigen bijdrage. Doel hiervan was
Beschermd Wonen (intramuraal) of opvang. Dan moet wel een eigen bijdrage worden betaald.
Beschermd Wonen (intramuraal) of opvang. Dan moet wel een eigen bijdrage worden betaald.
om inwoners met een inkomen net boven het sociaal minimum niveau vanuit Wmo te ontheffen van betaling van deze eigen bijdrage ipv hen te verwijzen naar het aanvragen van bijzondere bijstand. Het aanvragen van bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage Wmo is lange tijd mogelijk geweest binnen Meierijstad. Dit is een bijzonder ruimhartig beleid gezien het feit dat de eigen bijdrage Wmo tot 2020 inkomensafhankelijk was waardoor deze kosten in principe altijd voldaan zouden kunnen worden vanuit het inkomen van de betrokken inwoner. Vanaf 2020 is het abonnementstarief voor de eigen bijdrage Wmo van toepassing. De achterliggende gedachte hiervan is dat mensen door dit systeem van eigen bijdrage niet meer geconfronteerd worden met (stapeling van) zorgkosten die door hen niet gedragen kunnen worden. Door wijziging van het minimabeleid op grond van de Participatiewet bestaat niet langer de mogelijkheid om
bijzondere bijstand aan te vragen voor de eigen bijdrage Wmo . Inwoners met een inkomen op minimumniveau kunnen kiezen voor het afsluiten van een collectieve zorgverzekering waarbinnen ook een eventuele eigen bijdrage Wmo wordt vergoed. Verder bestaat binnen de Wmo de mogelijkheid voor consulenten om dmv een hardheidsclausule in individuele gevallen af te zien van het laten innen van de eigen bijdrage. Gezien de mogelijkheden die binnen de collectieve zorgverzekering en de hardheidclausule bestaan om inwoners op basis van hun inkomen of andere persoonlijke omstandigheden te ontheffen van het betalen van de eigen bijdrage Wmo, is het laten vervallen van het algemene minimabeleid Wmo legitiem. Voorafgaand aan het vervallen van het minimabeleid Wmo, zal 2026 als overgangsjaar van toepassing zijn. In 2026 kunnen inwoners gebruik blijven maken
van dit minimabeleid als zij voldoen aan de voorwaarden hiervoor. Vanaf half november 2026 t/m 31 december 2026 bestaat de mogelijkheid over te stappen naar de collectieve zorgverzekering voor vergoeding van de eigen bijdrage Wmo. Met ingang van 1 januari 2027 zal het minimabeleid voor de eigen bijdrage Wmo vervallen. Zie ook toegevoegd lid 4 bij art. 13.4 van de verordening.
Hoofdstuk 9 – Afspraken tussen inwoner en gemeente Artikel 9.1.2 lid 2
Was (Huidige tekst van artikel) 2. De inwoner werkt mee, zodat snel duidelijk is op welke manier zijn probleem zo snel mogelijk kan worden opgelost. Dat betekent het volgende: a. De inwoner informeert de gemeente zo snel en zo volledig mogelijk over alles wat van belang is voor het beoordelen van de hulpvraag, de persoonlijke situatie en de rechten en plichten van de inwoner. Dit geldt ook als de ondersteuning al is toegekend;
Wordt (Nieuwe tekst van artikel) 2. De inwoner werkt mee, zodat snel duidelijk is op welke manier zijn probleem zo snel mogelijk kan worden opgelost. Dat betekent het volgende: a. De inwoner informeert de gemeente zo snel en zo volledig mogelijk over alles wat van belang is voor het beoordelen van onderzoek, zodat de gemeente de hulpvraag, de persoonlijke situatie en de rechten en plichten van de inwoner kan
Argumentatie Verbetering van de leesbaarheid van de tekst. In de huidige tekst kon gelezen worden dat de inwoner de gemeente moest informeren over zijn rechten en plichten. Door de huidige formulering is dit opgelost.
b. De inwoner informeert de gemeente zo snel als mogelijk over wijzigingen in de persoonlijke situatie; c. De gemeente ontvangt alle documenten en bewijsstukken die zij nodig heeft zo snel mogelijk van de inwoner; d. De inwoner brengt de gemeente zo snel mogelijk op de hoogte van zijn beperkingen als die van belang zijn in het contact met de gemeente.
9.2.8
1. De gemeente verlaagt de uitkering van een inwoner die zich gezien zijn gedrag te weinig realiseert dat hij zelf verantwoordelijk is voor zijn eigen levensonderhoud. 2. De verlaging hangt af van het bedrag dat de gemeente daardoor onterecht heeft uitbetaald (benadelingsbedrag). 3. De verlaging duurt één maand en wordt vastgesteld op: a. 10% van de uitkeringsnorm bij een benadelingsbedrag tot € 1.000; b. 20% van de uitkeringsnorm bij een benadelingsbedrag van € 1.000 tot € 2.000; c. 40% van de uitkeringsnorm bij een benadelingsbedrag van € 2.000 tot € 4.000; d. 100% van de uitkeringsnorm bij een benadelingsbedrag van € 4.000 of hoger; e. 20% van de bijstandsnorm gedurende het aantal maanden dat eerder een beroep op uitkering is gedaan, bij een
beoordelen. Dit geldt ook als de ondersteuning al is toegekend; b. De inwoner informeert de gemeente zo snel als mogelijk over wijzigingen in de persoonlijke situatie; c. De gemeente ontvangt alle documenten en bewijsstukken die zij nodig heeft zo snel mogelijk van de inwoner; d. De inwoner brengt de gemeente zo snel mogelijk op de hoogte van zijn beperkingen als die van belang zijn in het contact met de gemeente. 1. De gemeente verlaagt de uitkering van een inwoner die zich gezien zijn gedrag te weinig realiseert dat hij zelf verantwoordelijk is voor zijn eigen levensonderhoud. 2. De verlaging hangt af van het bedrag dat de gemeente daardoor onterecht heeft uitbetaald (benadelingsbedrag). 3. De verlaging duurt één maand en wordt vastgesteld op: a. 10% van de uitkeringsnorm bij een benadelingsbedrag tot € 1.000; b. 20% van de uitkeringsnorm bij een benadelingsbedrag van € 1.000 tot € 2.000; c. 40% van de uitkeringsnorm bij een benadelingsbedrag van € 2.000 tot € 4.000; d. 100% van de uitkeringsnorm bij een benadelingsbedrag van € 4.000 of hoger; e. 20% van de bijstandsnorm gedurende het aantal maanden dat eerder een
Bij de vaststelling van de huidige verordening was abusievelijk lid 4 niet toegevoegd aan de tekst van de verordening die werd voorgelegd aan uw raad. De wijziging was wel opgenomen in de was-wordt lijst. Nu wordt dit alsnog hersteld. Met toevoeging van deze bepaling wordt het door eigen toedoen werkloos worden voorafgaande aan de bijstand hetzelfde 'bestraft' als tijdens de bijstand. Dit vindt alleen als de inwoner redelijkerwijs kon weten dat hij een bijstandsuitkering nodig zou hebben.
benadelingsbedrag hoger dan € 10.000 in die gevallen waarbij sprake is van onverantwoord interen van vermogen.
Paragraaf 9.3
Paragraaf 9.3 Terugvorderen uitkering Artikel 9.3.1 Terugvordering en incasso (PW, IOAW, IOAZ)
1. De gemeente vordert gemeentelijke uitkeringen terug, verhaalt gemeentelijke uitkeringen of legt een bestuurlijke boete op in de gevallen die in de wet zijn beschreven en doet dat volgens de regels van de wet. De gemeente vordert niet terug als terugvordering onaanvaardbare gevolgen heeft voor de inwoner. 2. Bij een klein bedrag kan de gemeente besluiten om dit niet terug te vorderen als dit te veel tijd en geld kost. De gemeente vordert een klein bedrag wél terug als er te veel uitkering is betaald omdat de inwoner onvoldoende of onjuiste informatie heeft gegeven aan de gemeente. 3. Bij de incasso zorgt de gemeente ervoor dat inwoner een inkomen blijft houden dat past bij
beroep op uitkering is gedaan, bij een benadelingsbedrag hoger dan € 10.000 in die gevallen waarbij sprake is van onverantwoord interen van vermogen. 4. In afwijking van lid 3 wordt bij het door eigen toedoen verliezen van algemeen geaccepteerde arbeid in de periode voorafgaand aan de bijstandsaanvraag, mits het voor belanghebbende te voorzien was dat hij op bijstand aangewezen zou worden, de bijstand verlaagd met 100% gedurende twee maanden. Paragraaf 9.3 <<Vervallen>>
Deze paragraaf dient verwijderd te worden. De raad is niet bevoegd om regels te stellen over terugvordering van uitkeringen. Dat is voorbehouden aan het college. Het handhaven van deze paragraaf kan leiden tot vernietiging van besluiten die gebaseerd zijn op deze paragraaf. In de Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ Meierijstad 2022 is het beleid over terugvordering en incasso opgenomen.
zijn persoonlijke situatie. Dit inkomen is in ieder geval gelijk aan de beslagvrije voet. 4. Het college is bevoegd nadere regels te stellen over terugvordering, verhaal of een bestuurlijke boete. 9.4.1 en 9.4.2
(Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Gemeentewet)
(Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Gemeentewet)
9.5.2
1. De gemeente stelt alles in het werk om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen (preventie). Daarom informeert de gemeente inwoners op een gepaste manier over rechten en plichten en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen en voorzieningen.
1. De gemeente stelt alles in het werk om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen (preventie). Daarom informeert de gemeente inwoners op een gepaste manier over rechten en plichten en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen en voorzieningen.
Zowel artikel 9.4.1 als 9.4.2. hebben betrekking op voorzieningen die worden toegekend. Voor wat betreft uitkeringen heeft de wetgever deels dwingend bepaald wanneer er sprake is van intrekking/herziening of terugvordering. Voor een ander deel heeft de gemeente beleidsvrijheid. De bevoegdheid om daarover beleid te formuleren ligt daarbij niet bij de gemeenteraad, maar bij het college. Zie daarvoor Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ 2022 (vastgesteld op 22 februari 2022). De term 'fraude' is in lid 2 onderdeel c en d vervangen door het neutralere 'misbruik en oneigenlijk gebruik'. Mede gelet op constante jurisprudentie die het gebruik van het woord
9.5.3
2. Om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen en op te sporen in de Participatiewet, IOAW, IOAZ hanteert de gemeente de uitgangspunten van Hoogwaardig Handhaven. De uitgangspunten rusten op: a. het beter en vroegtijdig informeren van inwoners over rechten, plichten en handhaving; b. het optimaliseren van de dienstverlening zonder belemmeringen, zodat de kans op spontane naleving wordt vergroot; c. vroegtijdige opsporen en afhandelen van fraudesignalen; d. bij geconstateerde fraude daadwerkelijk sanctioneren (afstemmen van de uitkering).
2. Om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen en op te sporen in de Participatiewet, IOAW, IOAZ hanteert de gemeente de uitgangspunten van Hoogwaardig Handhaven. De uitgangspunten rusten op: a. het beter en vroegtijdig informeren van inwoners over rechten, plichten en handhaving; b. het optimaliseren van de dienstverlening zonder belemmeringen, zodat de kans op spontane naleving wordt vergroot; c. vroegtijdige opsporen en afhandelen van signalen van misbruik of oneigenlijk gebruik; d. bij constatering van misbruik of oneigenlijk gebruik daadwerkelijk sanctioneren (maatregel of boete).
1. De gemeente stelt in een plan vast hoe de gemeente misbruik en oneigenlijk gebruik bestrijdt en ervoor zorgt dat inwoners zich zo goed mogelijk aan de regels houden (handhaving). 2. In het beleidsplan staat in ieder geval: a. wat de gemeente precies met preventie bedoelt; b. wanneer en hoe de gemeente inwoners informeert over rechten en plichten (voorlichting);
1. De gemeente stelt in een plan vast hoe de gemeente misbruik en oneigenlijk gebruik bestrijdt en ervoor zorgt dat inwoners zich zo goed mogelijk aan de regels houden (handhaving). 2. In het beleidsplan staat in ieder geval: a. wat de gemeente precies met preventie bedoelt; b. wanneer en hoe de gemeente inwoners informeert over rechten en plichten (voorlichting);
'fraude' in dossiers van inwoners verbiedt op grond van de AVG. Daarnaast is volledigheidshalve in lid 2 bij onderdeel d ook ‘boete’ toegevoegd. Immers, bij schending van de inlichtingenplicht is de gemeente verplicht een boete te beoordelen. Tevens is de term ‘afstemmen van de uitkering’ aangepast naar ‘maatregel’ in verband met de wijziging van de terminologie door de Participatiewet in balans, die per 1 januari 2026 in werking zal treden. Tenslotte is in sub b van lid 2 de passage ‘zonder belemmeringen’ verwijderd. Deze passage is volstrekt overbodig en zorgt alleen voor onduidelijkheid. Ook hier overal de term 'fraude' vervangen door 'misbruik en oneigenlijk gebruik'. Zie ook bij 9.2.5.
c.
welke onderzoeksmethoden wanneer kunnen worden ingezet; en d. hoe de gemeente samenwerkt met andere organisaties om fraude tegen te gaan.
c.
welke onderzoeksmethoden wanneer kunnen worden ingezet; en d. hoe de gemeente samenwerkt met andere organisaties om misbruik en oneigenlijk gebruik tegen te gaan.
9.5.6 Toezicht Jeugdwet en Wmo
(Jeugdwet, Wmo) Onderzoek naar recht- en doelmatigheid maatwerkvoorzieningen en individuele voorzieningen in natura en in de vorm van pgb’s 1. Het college wijst een toezichthouder aan die belast is met het toezicht op de naleving van de rechtmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wet. 2. Het college onderzoekt met inachtneming van de paragrafen 6a en 6b, van de Regeling Jeugdwet de rechtmatigheid en doelmatigheid van individuele voorzieningen Jeugdwet. 3. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van pgb’s met het oog op de beoordeling van de recht- en doelmatigheid daarvan.
Dit artikel is toegevoegd n.a.v. het regionaal vormgeven van toezicht en handhaving voor Wmo en Jeugd.
9.5.7 Voorkoming oneigenlijk gebruik, misbruik en niet-gebruik Jeugdwet en Wmo
(Jeugdwet, Wmo) Overige maatregelen ter voorkoming oneigenlijk gebruik, misbruik en niet gebruik 1. Het college maakt met de gecontracteerde of gesubsidieerde (jeugdhulp)aanbieders afspraken over de facturatie, resultaatsturing en accountantscontroles, zodat declaraties en uitbetalingen in overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht,
Dit artikel is toegevoegd n.a.v. het regionaal vormgeven van toezicht en handhaving voor Wmo en Jeugd.
de prestatieafspraken en de feitelijk geleverde prestaties. 2. Het college maakt met de gecontracteerde of gesubsidieerde jeugdhulpaanbieders afspraken over het monitoren van de gemiddelde trajectduur tijdens de looptijd van een contract. 3. het college draagt zorg voor een meldpunt waar signalen over oneigenlijk gebruik en fraude kunnen worden gemeld in het kader van uitvoering van de wet.
Hoofdstuk 10 - Inwonersparticipatie Geen wijzigingen.
Hoofdstuk 11 – Kritiek op de uitvoering Geen wijzigingen.
Hoofdstuk 12 – Kwaliteit, inkoop en aanbesteding Artikel 12.2 lid 2
Was (Huidige tekst van artikel) 2. De gemeente zorgt ervoor dat de kwaliteit van de diensten en producten in het kader van deze verordening gegarandeerd is. Bij inkoop en aanbesteding verwacht de gemeente van aanbieders dat zij rekening houden met de voorwaarden uit artikel 12.1, het tweede lid.
Wordt (Nieuwe tekst van artikel) 2. De gemeente zorgt ervoor dat de kwaliteit van de diensten en producten in het kader van deze verordening gegarandeerd is. Bij inkoop en aanbesteding verwacht de gemeente van aanbieders dat zij rekening houden met de voorwaarden uit artikel 12.1, het tweede derde lid.
Argumentatie Foutieve verwijzing. De huidige verwijzing betrof een tekst die ging over de vaststelling van de prijs door de gemeente. Lid 3 gaat over kwaliteitseisen die de leverancier zou moeten hanteren.
Hoofdstuk 13 – Van oud naar nieuw (Gemeentewet) Artikel 13.3
Was (Huidige tekst van artikel) De volgende verordeningen worden ingetrokken op de datum dat deze verordening ingaat: • Verordening maatschappelijke ondersteuning Meierijstad 2019 e.v. ; • Verordening jeugdhulp gemeente Meierijstad 2020; • Participatieverordening 2017; • Verordening tegenprestatie Participatiewet 2017; • Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet 2017; • Verordening Handhaving Participatiewet, IOAW en IOAZ 2017; • Afstemmingsverordening Participatiewet 2017; • Verordening Gemeentelijk Minimabeleid 2018; • Verordening Leerlingenvervoer gemeente Meierijstad 2017 • Verordening Adviesraad Sociaal Domein gemeente Meierijstad
Wordt (Nieuwe tekst van artikel) De volgende verordening “Verordening sociaal domein Meierijstad 2025” en “Verordening sociaal domein Meierijstad 2024” en worden wordt ingetrokken op de datum dat deze verordening in werking treedt. ingaat: • Verordening maatschappelijke ondersteuning Meierijstad 2019 e.v. ; • Verordening jeugdhulp gemeente Meierijstad 2020; • Participatieverordening 2017; • Verordening tegenprestatie Participatiewet 2017; • Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet 2017; • Verordening Handhaving Participatiewet, IOAW en IOAZ 2017; • Afstemmingsverordening Participatiewet 2017; • Verordening Gemeentelijk Minimabeleid 2018; • Verordening Leerlingenvervoer gemeente Meierijstad 2017 • Verordening Adviesraad Sociaal Domein gemeente Meierijstad
Argumentatie Gelijktijdig met de inwerkingtreding van de nieuwe verordening (2026) moet de bestaande verordening (2025) worden ingetrokken. Tevens zal ook de verordening sociaal domein Meierijstad 2024 ingetrokken moeten worden. Formeel is dit namelijk nooit gebeurd, zodat er in juridische zin feitelijk twee verordeningen naast elkaar bestaan. De term ‘ingaat’ is vervangen door de juridisch juistere term ‘in werking treedt’.
13.4 lid 2, 3 en 4
2. Voor lopende Wmo-voorzieningen die op basis van Pgb zijn verstrekt en waarop het tarief voor informele zorg van toepassing is, geldt dat het ‘oude’ tarief van toepassing is tot
2. Voor lopende Wmo-voorzieningen die op basis van Pgb zijn verstrekt en waarop het tarief voor informele zorg van toepassing is, geldt dat het ‘oude’ tarief van toepassing is
Ook een werkgever kan een besluit van de gemeente ontvangen in het kader van een re-integratievoorziening (zoals
13.5
1 januari 2024 en vanaf die datum geldt het nieuwe informele tarief. 3. Een aanvraag die de inwoner heeft ingediend vóór de ingangsdatum van deze verordening en waarover de gemeente pas later een besluit neemt, handelt de gemeente af volgens deze verordening. Voor een aanvraag op grond van de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ die is ingediend vóór de ingangsdatum van deze verordening geldt juist dat de gemeente deze afhandelt volgens de ingetrokken verordening. Maar als een besluit volgens deze nieuwe verordening gunstiger uitpakt voor de inwoner, past de gemeente deze verordening toe. 4. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van één van de bij 13.3 genoemde ingetrokken verordeningen, past de gemeente die ingetrokken verordening toe.
tot 1 januari 2024 en vanaf die datum geldt het nieuwe informele tarief. 2. Een aanvraag die de inwoner heeft ingediend vóór de ingangsdatum van deze verordening en waarover de gemeente pas later een besluit neemt, handelt de gemeente af volgens deze verordening. Voor een aanvraag op grond van de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ die is ingediend vóór de ingangsdatum van deze verordening geldt juist dat de gemeente deze afhandelt volgens de ingetrokken verordening. Maar als een besluit volgens deze nieuwe verordening gunstiger uitpakt voor de inwoner of werkgever, past de gemeente deze verordening toe. 3. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van één van de bij 13.3 genoemde een eerder ingetrokken verordeningen, past de gemeente die ingetrokken verordening toe. 4. Lid 13 van artikel 8.2.1 van deze verordening vervalt per 1 januari 2027.
loonkostensubsidie). Daarom is ‘of werkgever’ toegevoegd. Lid 3: Door het vervangen van de verwijzing naar 13.3 door ‘een eerder’ wordt de leesbaarheid vergroot.
13.5 Ingangsdatum 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 maart 2025 .
13.5 Ingangsdatum en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 maart 2026 . 2. Deze verordening word aangehaald als: Verordening sociaal domein Meierijstad.
De ingangsdatum van de verordening is bepaald op de eerste van de maand volgend op de maand waarin de gemeenteraad de verordening vaststelt. Abusievelijk was de citeertitel van de verordening niet opgenomen. Dat is nu hersteld.
Lid 4 is toegevoegd aan dit artikel ivm het vervallen van het minimabeleid voor de eigen bijdrage Wmo met ingang van 1 januari 2027. Door 2026 als overgangsjaar te gebruiken kan deze wijziging zorgvuldig aan inwoners worden gecommuniceerd en kunnen zij indien gewenst tijdig kiezen voor afsluiten van een collectieve zorgverzekering.
Hoofdstuk 14 – Begrippenlijst Begrip Algemene Verordening Gegevensbescherming
Was Verordening die regels geeft voor de manier waarop de gemeente moet omgaan met de privacy van inwoners.
Wordt Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG): verordening Europese wet die regels geeft voor de manier waarop de gemeente moet omgaan met de privacy van inwoners.
Arbeidsverplichting
de verplichting om mee te werken om naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te krijgen, het accepteren en behouden van werk of het leveren van een tegenprestatie.
de verplichting om mee te werken om naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te krijgen, het accepteren en behouden van werk of het leveren van een tegenprestatie meewerken aan re-integratie (inclusief maatschappelijke participatie).
Bijstandsuitkering:
de algemene bijstand voor levensonderhoud. Als het om een jongere van 18 tot 21 jaar gaat, dan wordt met bijstandsuitkering bedoeld: de algemene bijstand plus de aanvullende bijzondere bijstand. artikel 5, onderdeel b van de Participatiewet, artikel 12 van de Participatiewet
de algemene bijstand voor levensonderhoud. Als het om een jongere van 18 tot 21 jaar gaat, dan wordt met bijstandsuitkering bedoeld: de algemene bijstand plus de aanvullende bijzondere bijstand. artikel 5, onderdeel b van de Participatiewet, artikel 12 van de Participatiewet
Argumentatie Afkorting AVG toegevoegd. Daarnaast de term ‘verordening’ vervangen door ‘Europese wet’ vanwege leesbaarheid. En om onduidelijkheid te voorkomen. Met de inwerkingtreding van de Participatiewet in balans per 1 januari 2026 vervalt de tegenprestatie in de Participatiewet. In plaats daarvan wordt de term ‘maatschappelijke participatie’ geïntroduceerd. Abusievelijk was niet eerder ‘meewerken aan re-integratie’ opgenomen als onderdeel van de arbeidsverplichting (zie artikel 9 Participatiewet). Met de inwerkingtreding van de Participatiewet in balans per 1 januari 2026 komt artikel 12 van de Participatiewet te vervallen. In plaats daarvan wordt de algemene bijstandsuitkering voor jongeren die voor hun levensonderhoud geen beroep kunnen doen op hun ouders verhoogd naar het niveau van
Collectieve zorgverzekering
-
de collectieve zorgverzekering als bedoeld in artikel 35 lid 3 van de Participatiewet. Deze verzekering wordt ook wel Gemeentepolis genoemd.
Dak- en thuisloze inwoners
-
Dak- en thuisloze inwoners: Personen die verblijven in tijdelijke (nood)opvang voor dakloze mensen, bij vrienden, familie of derden of in een niet-conventionele woonruimte.
DUO
de Dienst Uitvoering Onderwijs. Deze dienst voert verschillende onderwijswetten en regelingen uit.
-
Eigen vervoermiddel
een vervoermiddel dat de inwoner zelf bezit of mag gebruiken.
-
Fraude
het geven van onjuiste en/of onvolledige informatie of het verzwijgen of niet (op tijd) verstrekken van gegevens. Het gaat om informatie of gegevens die nodig zijn om te bepalen of er recht op een uitkering of een voorziening is en om de duur en hoogte van die uitkering of voorziening vast te stellen. Door fraude wordt een uitkering of voorziening helemaal of gedeeltelijk onterecht verstrekt.
Fraude Schending van de inlichtingenplicht: het geven van onjuiste en/of onvolledige informatie of het verzwijgen of niet (op tijd) verstrekken van gegevens. Het gaat om informatie of gegevens die nodig zijn om te bepalen of er recht op een uitkering of een voorziening is en om de duur en hoogte van die uitkering of voorziening vast te stellen. Door fraude Bij schending van de inlichtingenplicht wordt een uitkering of
een persoon van 21 jaar of ouder. Dit wordt geregeld in artikel 20 lid 3 (nieuw) van de Participatiewet. Het begrip is opgenomen in artikel 8.2.1 lid 13.
Het begrip ‘residentieel daklozen’ is verwijderd uit de begrippenlijst. Deze nieuwe definitie dekt de lading beter. Ook qua leesbaarheid is het duidelijker. Het begrip DUO komt niet (meer) voor in de verordening en is daarom geschrapt. Het begrip ‘eigen vervoermiddel’ komt niet (meer) voor in de verordening en is daarom geschrapt. Zoals eerder opgemerkt is het niet toegestaan om de term ‘fraude’ te gebruiken bij schending van de inlichtingenplicht. Dit op grond van privacywetgeving (AVG). Daarom wordt de term ‘fraude’ gewijzigd in ‘schending inlichtingenplicht”. Zie ook de toelichting bij onderdeel 9.5.2.
voorziening helemaal of gedeeltelijk onterecht verstrekt. Kostendelersnorm
norm voor de hoogte van een uitkering. Naarmate meer mensen in een huis wonen, ontvangt iedere afzonderlijke uitkeringsgerechtigde een lagere uitkering omdat meer mensen de kosten kunnen delen. artikel 22a van de Participatiewet
-
Omdat deze term niet voorkomt in de verordening kan deze term verwijderd worden in de begrippenlijst.
Maatschappelijke participatie
-
Maatschappelijke participatie: het verrichten van onbeloonde activiteiten, gericht op deelname aan het maatschappelijk leven.
Maatwerk
Een op de persoonlijke situatie van de inwoner toegesneden product, activiteit, geldbedrag of Pgb zoals beschreven in het productenboek.
Een op de persoonlijke situatie van de inwoner toegesneden product, activiteit, geldbedrag of Pgb. zoals beschreven in het productenboek.
Ontwikkelingsarbeidsmatige dagbesteding (OAD)
OAD is gericht op het ontwikkelen van deelnemers richting (betaalde) arbeid. De combinatie van werk, zorg en begeleiding op maat, is een middel om tot ontwikkeling te komen.
Participatiewet (PW)
iedereen die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft, valt onder de Participatiewet. De wet is er om zoveel mogelijk mensen met of zonder arbeidsbeperking werk te laten vinden.
Ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige dagbesteding (OAD): OAD is gericht op het ontwikkelen van deelnemers richting (betaalde) arbeid. De combinatie van werk, zorg en begeleiding op maat, is een middel om tot ontwikkeling te komen. iedereen die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft, valt onder de Participatiewet. De wet is er om zoveel mogelijk mensen met of zonder arbeidsbeperking werk te laten vinden. Daarnaast geeft de Participatiewet inwoners
Met de inwerkingtreding van de Participatiewet in balans wordt de term ‘Maatschappelijke participatie’ geïntroduceerd. Door de verwijzing naar het productenboek zou deze definitie niet van toepassing zijn op de Participatiewet. Dat is echter wel de bedoeling. Daarom is de verwijzing naar het productenboek verwijderd. Abusievelijk was de term uit artikel 3.2.1 lid 5 foutief opgenomen in de begrippenlijst. Dit is nu gecorrigeerd.
De doelstelling van de Participatiewet is niet alleen gericht op het ondersteunen van inwoners naar de arbeidsmarkt. Daarom is de tekst aangepast.
die niet in de noodzakelijke kosten van het bestaan kunnen voorzien een inkomensgarantie. Tenslotte geeft de Participatiewet gemeenten de opdracht om inwoners te ondersteunen bij hun maatschappelijke participatie. -
Professionele ondersteuner
iemand die beroepsmatig ondersteuning biedt en voldoet aan (kwaliteits)eisen die daaraan gesteld zijn.
Regelingen Meedoen
een vergoeding voor huishoudens met een laag inkomen. Het doel van de regeling is te voorkomen dat mensen in armoede niet mee kunnen doen aan bijvoorbeeld sport, culturele activiteiten of activiteiten van school. Er is een reductieregeling voor kinderen en een regeling voor volwassenen.
Residentieel daklozen
mensen die in een instelling voor maatschappelijke opvang verblijven. het aanbieden van zinvolle activiteiten die de inwoner dichter bij werk kan brengen. Vrijwilligers werk is hier een voorbeeld van.
-
de maximale hoogte van een uitkering in de situatie van de inwoner. Dit is de bijstandsnorm uit de Participatiewet of de grondslag bedoeld in de IOAW of IOAZ. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met uitkeringsnorm bedoeld: de bijstandsnorm
de maximale hoogte van een uitkering in de situatie van de inwoner. Dit is de bijstandsnorm uit de Participatiewet of de grondslag bedoeld in de IOAW of IOAZ. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met uitkeringsnorm bedoeld: de
Sociale activering
Uitkeringsnorm
Regelingen Meedoenregeling: een vergoeding voor huishoudens met een laag inkomen. Het doel van de regeling is te voorkomen dat mensen in armoede niet mee kunnen doen aan bijvoorbeeld sport, culturele activiteiten of activiteiten van school. Als er kinderen zijn is de vergoeding hoger. Er is een reductieregeling voor kinderen en een regeling voor volwassenen.
Het begrip ‘professionele ondersteuner’ komt niet (meer) voor in de verordening en is daarom geschrapt. In verband met de bundeling van de Regeling Meedoen voor volwassenen en Regeling Meedoen voor kinderen tot één Meedoenregeling (zie paragraaf 7.5) is de tekst aangepast.
Deze term is vervangen door ‘dak- en thuislozen’. Deze definitie komt niet meer voor in de verordening. Dit in verband met het vervallen van het begrip ‘sociale activering’ in de Participatiewet. Met de inwerkingtreding van de Participatiewet in balans per 1 januari 2026 komt artikel 12 van de Participatiewet te vervallen. In plaats daarvan wordt de algemene bijstandsuitkering
plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet.
bijstandsnorm plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet.
Vervoermiddel
een hulpmiddel dat is bedoeld om de belemmeringen bij het verplaatsen weg te nemen.
-
Voorliggende voorziening
Voorzieningen die vanuit andere regelingen worden gefinancierd, zoals de Zorgverzekeringswet (Zvw), Wet Langdurige Zorg (Wlz) of de Participatiewet (PW), die gezien haar aard en doel geacht wordt voor de klant toereikend en passend te zijn.
Voorzieningen die vanuit andere regelingen worden gefinancierd, zoals de Zorgverzekeringswet (Zvw) of Wet Langdurige Zorg (Wlz) of de Participatiewet (PW), die gezien haar aard en doel geacht wordt voor de inwoner toereikend en passend te zijn.
voor jongeren die voor hun levensonderhoud geen beroep kunnen doen op hun ouders verhoogd naar het niveau van een persoon van 21 jaar of ouder. Dit wordt geregeld in artikel 20 lid 3 (nieuw) van de Participatiewet. Daarom kan de laatste zin geschrapt worden. Het begrip ‘vervoermiddel’ komt niet (meer) voor in de verordening en is daarom geschrapt. De Participatiewet wordt verwijderd als voorliggende voorziening, aangezien de Participatiewet voor geen enkele wetgeving aangemerkt wordt als voorliggende voorziening. Zo wordt vanuit de Partipatiewet de Wmo beschouwd als voorliggende voorziening, niet andersom. De term ‘klant’ is aangepast naar ‘inwoner’. Dit is de term waarmee de inwoner in de verordening wordt aangeduid.