CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3: Overzicht van wijzigingen

Raadsvergadering 20 februari 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling Integrale Verordening Sociaal Domein Meierijstad 202512.654 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Lid 11 PGB en Vervoer b. Een PGB voor vervoer is bij jeugd alleen mogelijk zoals omschreven in artikel 4.2.

1. De hoogte van het pgb voor een dienst wordt door de gemeente vastgesteld aan de hand van een plan over de besteding van het pgb dat de inwoner heeft gemaakt (PGB-plan). In het plan staat welke ondersteuning de inwoner vanuit het

van een deel van het pgb tot het probleem dat niet voldoende budget over was voor betaling aan de zorgaanbieder. Om problematische onderbreking van ondersteuning te voorkomen, werd dit bedrag dan bijgestort door de gemeente. Hierdoor wordt indirect op kosten van de gemeente aan pgb houders een ‘extraatje’ beschikbaar gesteld wat niet beschikbaar is voor inwoners die zorg in natura ontvangen. Om ondersteuning in pgb en in natura gelijkt te trekken, en extra zorgkosten voor de gemeente te voorkomen, is laten vervallen van het vrij opneembare pgb bedrag passend. We leggen in de nadere regels niet meer uit wat bovengebruikelijk is. In plaats hiervan is een nieuw artikel over eigen kracht toegevoegd. Daar verwijst deze naar. Aanpassing van lid 1, 3, 6, 7 Vervallen van lid 12 In dit artikel zaten tekstueel een aantal onduidelijkheden 33

2.

3.

4.

5.

6.

het PGB wil betalen en door wie de ondersteuning wordt gegeven. Het plan moet goedgekeurd zijn door de gemeente. Het PGB voor een product wordt gebaseerd op een offerte voor de aangegeven kosten. In deze offerte moet staan hoe hoog de kosten van het product zijn (kostprijs). Hiervoor moet de inwoner veilige, doeltreffende, doelmatige en kwalitatief goede ondersteuning kunnen inkopen. De hoogte van het PGB voor een product is gelijk aan de hoogte van de goedkoopste, passende offerte. Gaat het om een product, dan houdt de gemeente bij de hoogte van het PGB rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving en met onderhouds- en verzekeringskosten. De hoogte van het PGB voor formele hulp bedraagt maximaal 100% van het reguliere tarief voor gecontracteerde hulp in natura. Dit tarief is inclusief reiskosten en bijkomende kosten. In de tarieven wordt een onderscheid gemaakt tussen reguliere en micro ondernemingen. Een micro aanbieder heeft minder dan tien fte in dienst. Het tarief is lager als op basis van het ingediende PGB plan passende en toereikende hulp voor een lager tarief kan worden ingekocht. Wanneer het tarief van hulp hoger is dan dit maximumbedrag, vergoedt de gemeente de meerprijs niet. Als door de inkoop van de gemeente het tarief van Zorg in Natura door korting of voordeel lager is dan de reële marktprijs, wordt de

PGB wil betalen en door wie de ondersteuning wordt gegeven. Het plan moet goedgekeurd zijn door de gemeente. 2 .Het PGB voor een product wordt gebaseerd op een offerte voor de aangegeven kosten. In deze offerte moet staan hoe hoog de kosten van het product zijn (kostprijs). Hiervoor moet de inwoner veilige, doeltreffende, doelmatige en kwalitatief goede ondersteuning kunnen inkopen. De hoogte van het PGB voor een product is gelijk aan de hoogte van de goedkoopste, passende offerte. 3. Gaat het om een product, dan houdt de gemeente bij de hoogte en duur van het PGB rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving en met onderhoudsen verzekeringskosten. Als het product na afloop van de periode waarvoor het PGB werd verstrekt nog adequaat is, wordt dit niet vervangen. In plaats daarvan kan een nieuw PGB worden verstrekt voor de kosten van onderhoud en verzekering van het product. 4. De hoogte van het PGB voor formele hulp bedraagt maximaal 100% van het reguliere tarief voor gecontracteerde hulp in natura. Dit tarief is inclusief reiskosten en bijkomende kosten. In de tarieven wordt een onderscheid gemaakt tussen reguliere en micro ondernemingen. Een micro aanbieder heeft minder dan tien fte in dienst. 5. Het tarief is lager als op basis van het ingediende PGB plan passende en toereikende hulp voor een lager tarief kan

waardoor het correct verstrekken van een pgb voor een product op basis van deze artikelen niet mogelijk was. Dat is met deze aanpassingen opgelost. Nu wordt duidelijk onderscheid gemaakt tussen een pgb voor een dienst en een pgb voor een product (lid 1 en 6), de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt is nu vastgelegd en ook de vergoeding van onderhoudskosten van de voorziening als deze na afloop van de pgb periode nog adequaat is, is geregeld (lid 3) In lid 7 is de toevoeging dat de nieuwe tarieven pas ingaan bij nieuwe besluitvorming verwijderd. Dit uitgangspunt past namelijk niet bij indicaties die voor langer dan 1 jaar worden afgegeven. Geïndexeerde tarieven moeten direct ingezet kunnen worden. De mededeling in lid 12 over berekening van het pgb hoeft niet in de verordening en is feitelijk onjuist. Pgb wordt per uur of minuut berekend, facturatie loopt

34

marktprijs vergoed zoals opgegeven in de goedkoopste, passende offerte. 7. Jaarlijks vindt indexering van de tarieven plaats conform de indexering van de tarieven voor Zorg In Natura. Het nieuwe tarief geldt dan pas vanaf het moment van nieuwe besluitvorming. 8. De hoogte van het PGB voor informele hulp binnen de Wmo wordt vastgesteld op basis van de cao Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg conform de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep op 16 augustus 2023. 9. Het PGB tarief Beschermd wonen voor Kleinschalig Thuis, Zelfstandig thuis en Dagbesteding bij Beschermd wonen bedraagt voor de formele reguliere aanbieder maximaal 100% van het ZIN tarief. 10. Het PGB tarief Beschermd wonen voor Kleinschalig Thuis, Zelfstandig thuis en Dagbesteding bij Beschermd wonen bedraagt voor de formele micro aanbieder maximaal 90% van het ZIN tarief 11. Het PGB tarief voor Beschermd wonen Kleinschalig Thuis, Zelfstandig Thuis en Dagbesteding bij Beschermd wonen bedraagt voor de informele aanbieder maximaal 50% van het ZIN tarief voor de formele micro aanbieder. 12. Het PGB kan berekend worden op basis van een maandtarief.

worden ingekocht. Wanneer het tarief van hulp hoger is dan dit maximumbedrag, vergoedt de gemeente de meerprijs niet. 6. Als door de inkoop van producten door de gemeente het tarief van Zorg in Natura door korting of voordeel lager is dan de reële marktprijs, wordt de marktprijs vergoed zoals opgegeven in de goedkoopste, passende offerte. 7. Jaarlijks vindt indexering van de tarieven plaats conform de indexering van de tarieven voor Zorg In Natura. 8. De hoogte van het informele PGB tarief voor individuele begeleiding en hulp bij het huishouden wordt vastgesteld op basis van de cao Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg conform de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep op 16 augustus 2023. 9. De hoogte van het PGB voor informele hulp vanuit de jeugdwet is bij het bestaan van een overeenkomst van opdracht of dienstbetrekking gelijk aan het minimum uurloon, inclusief vakantiebijslag, zoals bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor een persoon van 22 jaar of ouder met een 36-urige werkweek. 10. Het PGB tarief Beschermd wonen voor Kleinschalig Thuis, Zelfstandig thuis en Dagbesteding bij Beschermd wonen bedraagt voor de formele reguliere aanbieder maximaal 100% van het ZIN tarief.

per maand. Om onduidelijkheid te voorkomen, is dit lid vervallen. Lid 9 is extra toevoegt voor jeugd. Deze was bij de vorige aanpassing komen te vervallen. De nummering is daarop ook aangepast.

35

11. Het PGB tarief Beschermd wonen voor Kleinschalig Thuis, Zelfstandig thuis en Dagbesteding bij Beschermd wonen bedraagt voor de formele micro aanbieder maximaal 90% van het ZIN tarief 12. Het PGB tarief voor Beschermd wonen Kleinschalig Thuis, Zelfstandig Thuis en Dagbesteding bij Beschermd wonen bedraagt voor de informele aanbieder maximaal 50% van het ZIN tarief voor de formele micro aanbieder. Artikel 8.2.1 De bijdrage

1. De inwoner betaalt een vaste bijdrage in de kosten voor Wmo ondersteuning-op-maat, zolang de inwoner gebruik maakt van die ondersteuning of voor de periode waarvoor een PGB is verstrekt. Gaat het om een product, dan betaalt de inwoner een bijdrage totdat de kostprijs inclusief onderhouds- en verzekeringskosten is betaald. De inwoner betaalt de bijdrage per maand aan het Centraal Administratiekantoor (CAK). De hoogte van deze periodieke bijdrage is gelijk aan het landelijk vastgestelde bedrag. 2. De kostprijs van ondersteuning-op-maat wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder. 3. Gaat het om de kosten van een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner, dan betalen de onderhoudsplichtige ouders de bijdrage. Dat geldt ook voor de ouder tegen wie een vaderschapsactie is ingesteld en de rechter dit verzoek heeft

1. De inwoner betaalt een vaste bijdrage in de kosten voor Wmo ondersteuning-op-maat, zolang de inwoner gebruik maakt van die ondersteuning of voor de periode waarvoor een PGB is verstrekt. De bijdrage die de inwoner betaalt voor een PGB voor een product, bedraagt maximaal de hoogte van het PGB. 2.De bijdrage zoals bedoeld in lid 1 is ook van toepassing op de algemene voorziening Hulp bij huishouden. 3.De inwoner betaalt de bijdrage per maand aan het Centraal Administratiekantoor (CAK). De hoogte van deze periodieke bijdrage is gelijk aan het landelijk vastgestelde bedrag. 4.Gaat het om de kosten van een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner, dan betalen de onderhoudsplichtige ouders de bijdrage. Dat geldt ook voor de ouder tegen wie een vaderschapsactie is ingesteld en de rechter dit verzoek heeft afgewezen (artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek) en

Lid 1 aangepast omwille van de leesbaarheid, geen inhoudelijke wijziging. Nieuw lid 2 ingevoegd waarin bepaald is dat ook voor de algemene voorziening HbH een eigen bijdrage van toepassing is. Oud lid 2 verwijderd. Deze informatie past niet binnen een verordening. Nieuw lid 3 ingevoegd met informatie rondom CAK die eerst in lid 1 stond. Lid 11 is omwille van de leesbaarheid aangepast. Geen inhoudelijke wijzigingen.

36

afgewezen (artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek) en voor degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een minderjarige inwoner. 4. Het college is mag een eigen bijdrage vaststellen voor inwoners van de maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. 5. Een eigen bijdrage verschuldigd als een persoon van 18 jaar of ouder gebruik maakt van de volgende voorzieningen: a. voltijd vrouwenopvang (waaronder crisisopvang); b. voltijd jongerenopvang; c. voltijd opvang met intensieve zelfstandigheidstraining. 6. De eigen bijdrage is verschuldigd vanaf de tweede dag, voor iedere dag dan wel nacht waarop de inwoner verblijft in de voltijd opvang. De eigen bijdrage wordt bepaald per maand. 7. Het college mandateert de instelling, die voltijd maatschappelijke opvang en vrouwenopvang verzorgt, om de eigen bijdrage bij de inwoner te innen. 8. Voor de kleinschalige opvang en woon-werk trajecten betalen inwoners zelf de huur. Hiertoe wordt een overeenkomst gesloten. 9. Voor de dag- en nachtopvang is geen eigen bijdrage verschuldigd. Wel mag de instelling om een vergoeding vragen voor verblijf en voeding. 10. De gemeente vraagt geen bijdrage als: a. een (sport)rolstoel wordt verstrekt;

voor degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een minderjarige inwoner. 5.Het college mag een eigen bijdrage vaststellen voor inwoners van de maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. 6. Een eigen bijdrage voor Wmo opvang is verschuldigd als een persoon van 18 jaar of ouder gebruik maakt van de volgende voorzieningen: a.voltijd vrouwenopvang (waaronder crisisopvang); b.voltijd jongerenopvang; c.voltijd opvang met intensieve zelfstandigheidstraining. 7. De eigen bijdrage is verschuldigd vanaf de tweede dag, voor iedere dag dan wel nacht waarop de inwoner verblijft in de voltijd opvang. De eigen bijdrage wordt bepaald per maand. 8. Het college mandateert de instelling, die voltijd maatschappelijke opvang en vrouwenopvang verzorgt, om de eigen bijdrage bij de inwoner te innen. 9. Voor de kleinschalige opvang en woonwerk trajecten betalen inwoners zelf de huur. Hiertoe wordt een overeenkomst gesloten. 10. Voor de dag- en nachtopvang is geen eigen bijdrage verschuldigd. Wel mag de instelling om een vergoeding vragen voor verblijf en voeding. 11. De gemeente vraagt geen bijdrage als: f. een (sport)rolstoel wordt verstrekt; g. sprake is van een (echt)paar waarvan tenminste één van de partners de 37

b. sprake is van meerpersoonshuishouden waarbij één van de leden minimaal de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt; c. al een eigen bijdrage voor beschermd wonen (intramuraal) of voor de Wet langdurige zorg wordt betaald; d. een specifieke ondersteuning-op-maat is verstrekt in de vorm van een collectief besluit hulp bij huishouden. Deze specifieke ondersteuning-op-maat wordt in de nadere regels die het college daarover kan stellen genoemd; e. bij een aanvraag waarop het regresrecht van toepassing is. 11. De inwoner betaalt geen vaste eigen bijdrage voor de Wmo-ondersteuning collectief maatwerkvervoer. Hiervoor geldt een reizigersbijdrage op basis van gereden kilometers. Deze bijdrages staan vermeld in de nadere regels die het college daarover kan stellen. 12. De bijdrage voor maatwerkwerkvoorzieningen hoeft niet betaald te worden door inwoners die op basis van de hoogte van hun inkomen aanspraak zouden kunnen maken op bijzondere bijstand voor deze bijdrage. Dit geldt niet als gebruik wordt gemaakt van de maatwerkvoorzieningen Beschermd Wonen (intramuraal) of opvang. Dan moet wel een eigen bijdrage worden betaald.

pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt; h. door cliënt of diens partner al een eigen bijdrage voor beschermd wonen (intramuraal) of voor de Wet langdurige zorg wordt betaald; i. een specifieke ondersteuning-op-maat is verstrekt in de vorm van een collectief besluit hulp bij huishouden. Deze specifieke ondersteuning-op-maat wordt in de nadere regels die het college daarover kan stellen genoemd; j. sprake is van een aanvraag waarop het regresrecht van toepassing is. 12. De inwoner betaalt geen vaste eigen bijdrage voor de Wmo-ondersteuning collectief maatwerkvervoer. Hiervoor geldt een reizigersbijdrage op basis van gereden kilometers. Deze bijdrages staan vermeld in de nadere regels die het college daarover kan stellen. 13. Een eigen bijdrage in de kosten wordt niet opgelegd, als de verstrekte voorziening (hulpmiddel of aanpassing) bestaat uit een gemeenschappelijke voorziening. Onder een gemeenschappelijke voorziening valt een (woon)voorziening in/aan een gemeenschappelijke ruimte, die niet alleen wordt gebruikt door de persoon tot wie de toekenningsbeschikking gericht is.

38

14. De bijdrage voor maatwerkwerkvoorzieningen hoeft niet betaald te worden door inwoners die op basis van de hoogte van hun inkomen aanspraak zouden kunnen maken op bijzondere bijstand voor deze bijdrage. Dit geldt niet als gebruik wordt gemaakt van de maatwerkvoorzieningen Beschermd Wonen (intramuraal) of opvang. Dan moet wel een eigen bijdrage worden betaald.

39

Hoofstuk 9: afspraken tussen inwoner en gemeente Artikel Artikel 9.2.3 Ingangsdatum en periode verlaging

Artikel 9.2.5 Niet nakomen wettelijke arbeidsverplichtingen Artikel 9.2.6. Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen

Artikel 9.2.8 Te weinig besef van verantwoordelijkheid

Was De gemeente informeert de inwoner per brief over het besluit tot verlaging. De verlaging gaat in vanaf de kalendermaand na de datum van dit besluit. Het is mogelijk dat de verlaging al in dezelfde maand of over eerdere maanden wordt toegepast. Dat kan als de uitkering voor die maand(en) nog niet is uitbetaald. Soms kan de gemeente de uitkering niet of maar voor een deel verlagen omdat deze wordt beëindigd. De gemeente legt het overgebleven deel van de verlaging alsnog op als de inwoner binnen één jaar na de beëindiging opnieuw een uitkering gaat ontvangen.

ls er sprake is van een verlaging op grond van artikel 18, 4e lid, onderdeel a van de Participatiewet vindt geen verrekening plaats als bedoeld in het 4e lid. 4. De gemeente verlaagt de IOAW- of IOAZuitkering een maand met 100% van de uitkeringsnorm voor het volgende gedrag:

Wordt De gemeente informeert de inwoner per brief over het besluit tot verlaging. De verlaging gaat in vanaf de kalendermaand na de datum van dit besluit. Het is mogelijk dat de verlaging al in dezelfde maand of over eerdere maanden wordt toegepast. Dat kan als de uitkering voor die maand(en) nog niet is uitbetaald. Soms kan de gemeente de uitkering niet of maar voor een deel verlagen omdat deze wordt beëindigd. De gemeente legt het overgebleven deel van de verlaging alsnog op als de inwoner binnen één jaar na de beëindiging opnieuw een uitkering gaat ontvangen, tenzij dit naar het oordeel van het college niet bijdraagt aan de met de maatregel beoogde doelstelling. ls er sprake is van een verlaging op grond van artikel 18, 4e lid, onderdeel a van de Participatiewet is het 4e lid niet van toepassing.

Argumentatie

4. De gemeente verlaagt de IOAW- of IOAZuitkering twee maanden met 100% van de uitkeringsnorm voor het volgende gedrag:

Gewijzigd naar 2 maanden omdat anders IOAW/IOAZ-ers minder zwaar bestraft worden als PW-ers (waarvoor op dit gedrag 2 maanden staat, zie 9.2.5 lid 5 van de verordening). Met toevoeging van deze bepaling wordt het door eigen toedoen werkloos worden voorafgaande aan de bijstand hetzelfde 'bestraft' als tijdens de

4. In afwijking van lid 3 wordt bij het door eigen toedoen verliezen van algemeen geaccepteerde arbeid in de periode voorafgaand aan de bijstandsaanvraag, mits het voor belanghebbende te voorzien was dat hij op

De laatste zin toegevoegd om ervoor te zorgen dat er meer rekening wordt gehouden met de individuele omstandigheden.

Taaltechnische aanpassing.

40

bijstand aangewezen zou worden, de bijstand verlaagd met 100% gedurende twee maanden.

Artikel 9.2.10 Niet nakomen van andere verplichtingen

Artikel 3, lid c: Het niet of niet tijdig voldoen aan de medewerkingsverplichting als bedoeld in artikel 17 PW.

Artikel 9.5.2 Voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik

Artikel 9.5.2 Voorkomen van fraude

Artikel 9.5.2 Voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik

Artikel 9.5.2 Voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik

1. De gemeente stelt alles in het werk om fraude te voorkomen (preventie). Daarom informeert de gemeente inwoners op een gepaste manier over rechten en plichten en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen en voorzieningen. 2. Om fraude te voorkomen en op te sporen in de Participatiewet, IOAW, IOAZ hanteert de gemeente de uitgangspunten van Hoogwaardig Handhaven. De uitgangspunten rusten op: a. het beter en vroegtijdig informeren van inwoners over rechten, plichten en handhaving;

1. De gemeente stelt alles in het werk om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen (preventie). Daarom informeert de gemeente inwoners op een gepaste manier over rechten en plichten en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen en voorzieningen. 2. Om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen en op te sporen in de Participatiewet, IOAW, IOAZ hanteert de gemeente de uitgangspunten van Hoogwaardig Handhaven. De uitgangspunten rusten op:

bijstand. Dit vindt alleen als de inwoner redelijkerwijs kon weten dat hij een bijstandsuitkering nodig zou hebben. Noodzakelijke toevoeging als gevolg van constante jurisprudentie die heeft bepaald dat het niet overleggen van bewijsstukken niet boetewaardig, maar maatregelwaardig gedrag is. De term 'fraude' is vervangen door het neutralere 'misbruik en oneigenlijk gebruik'. Mede gelet op constante jurisprudentie die het gebruik van het woord 'fraude' in dossiers van inwoners verbiedt op grond van de AVG. Ook hier overal de term 'fraude' vervangen door 'misbruik en oneigenlijk gebruik'. Zie bovenstaande argumentatie.

41

Artikel 9.5.3 Beleidsplan en beleidsverslag

b. het optimaliseren van de dienstverlening zonder belemmeringen, zodat de kans op spontane naleving wordt vergroot; c. vroegtijdige opsporen en afhandelen van fraudesignalen; d. bij geconstateerde fraude daadwerkelijk sanctioneren (afstemmen van de uitkering)

a. het beter en vroegtijdig informeren van inwoners over rechten, plichten en handhaving; b. het optimaliseren van de dienstverlening zonder belemmeringen, zodat de kans op spontane naleving wordt vergroot; c. vroegtijdige opsporen en afhandelen van signalen van misbruik of oneigenlijk gebruik; d. bij geconstateerd misbruik of oneigenlijk gebruik daadwerkelijk sanctioneren (afstemmen van de uitkering of opleggen van een bestuurlijke boete).

1. De gemeente stelt in een plan vast hoe de gemeente fraudebestrijding aanpakt n ervoor zorgt dat inwoners zich zo goed mogelijk aan de regels houden (handhaving). 2. In het beleidsplan staat in ieder geval: a. wat de gemeente precies met fraudepreventie bedoelt; b. wanneer en hoe de gemeente inwoners informeert over rechten en plichten (voorlichting); c. welke onderzoeksmethoden wanneer kunnen worden ingezet; en d. hoe de gemeente samenwerkt met andere organisaties om fraude tegen te gaan.

1. De gemeente stelt in een plan vast hoe de gemeente misbruik en oneigenlijk gebruik bestrijdt en ervoor zorgt dat inwoners zich zo goed mogelijk aan de regels houden (handhaving). 2. In het beleidsplan staat in ieder geval: a. wat de gemeente precies met preventie bedoelt; b. wanneer en hoe de gemeente inwoners informeert over rechten en plichten (voorlichting); c. welke onderzoeksmethoden wanneer kunnen worden ingezet; en d. hoe de gemeente samenwerkt met andere organisaties om misbruik en oneigenlijk gebruik tegen te gaan.

Ook hier overal de term 'fraude' vervangen door 'misbruik en oneigenlijk gebruik'. Zie bovenstaande argumentatie.

42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=4783cbc4-ec68-4b00-8ee0-40b5aca3c9e6