CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2b - Quickscan flora en fauna - Dahliastraat, Nijnsel v2

Raadsvergadering 26 september 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan en vaststelling beeldkwaliteitsplan ‘Sonseweg e.o. te Nijnsel’10.492 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ongewervelden en reptielen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het onderzoeksgebied en amfibieën bezetten er geen voortplantingsplaats.

Als gevolg van het slopen van de woningen, wordt mogelijk een nest of nestplaats van een gierzwaluw of huismus

beschadigd en vernield met als gevolg dat mogelijk vogels gedood worden of eieren beschadigd of vernield worden. Om nesten van gierzwaluwen en huismussen in de bebouwing in het onderzoeksgebied te kunnen

vaststellen, is specifiek vervolgonderzoek vereist. Een volledig gierzwaluwonderzoek, conform Kennisdocument

Gierzwaluw, bestaat uit drie avondbezoeken aan het onderzoeksgebied in de periode 15 mei tot en met 15

juli. Een volledig onderzoek, conform Kennisdocument Huismus, bestaat uit twee ochtendbezoeken aan het onderzoeksgebied in de periode 1 april tot en met 15 mei.

Voor de overige in het onderzoeksgebied nestelende vogelsoorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van bezette vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte

periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is september-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaatsvinden tijdens het broedseizoen van vogels mits geen bezette vogelnesten beschadigd/vernield

worden.

Indien

de

voorgenomen

activiteiten

uitgevoerd

worden

tijdens

de

voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten.

Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn jaarrond beschermd en mogen alleen met een ontheffing beschadigd of vernield worden en vleermuizen mogen alleen verstoord, verwond of gedood worden indien daarvoor een 28

Quickscan Flora & Fauna Dahliastraat, Nijnsel

20-10-2023

ontheffing is verkregen. Om de functie van de bebouwing voor vleermuizen vast te kunnen stellen is specifiek

vervolgonderzoek vereist. Een volledig onderzoek, conform het vleermuisprotocol, bestaat uit minimaal vijf bezoeken aan het onderzoeksgebied in de periode 15 mei - 30 september.

Mogelijk komen algemeen beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën voor binnen het

onderzoeksgebied. Deze soorten staan op de provinciale vrijstellingslijst voor ruimtelijke ingrepen. Er hoeft dan

ook geen ontheffing voor de uitvoering van voorgenomen activiteiten te worden aangevraagd. Aanbevolen wordt om buiten de kwetsbare periode (augustus-oktober) van de soorten aan het werk te gaan en één richting op te werken zodat de dieren de mogelijkheid hebben om te vluchten.

In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het onderzoeksgebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten

en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt de functie van het onderzoeksgebied als foerageergebied tijdelijk aangetast. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties. Conclusie m.b.t. houtopstanden

Wegens de ligging binnen de bebouwde kom van de Wet natuurbescherming is de bomenverordening van de

gemeente Meierijstad van toepassing. Er dient te worden nagegaan of een (omgevings-)vergunning aangevraagd moet worden voor het rooien van de desbetreffende bomen.

29

Quickscan Flora & Fauna Dahliastraat, Nijnsel

20-10-2023

8. Advies en vervolgstappen Gebiedsbescherming

Een negatief effect van voorgenomen activiteiten op Natura 2000-gebied kan op basis van voorliggende

studie niet uitgesloten worden. Geadviseerd wordt om een stikstofberekening te laten uitvoeren om de mogelijke negatiefe effecten in kaart te brengen

Soortenbescherming

De in het onderzoeksgebied voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën staan op de provinciale vrijstellingslijst voor ruimtelijke ingrepen. Er hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd;

Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties voor beschermde

plantensoorten en beschermde ongewervelden;

Nader onderzoek naar de functie voor vleermuizen veplicht in het sushi restaurant en alle woningen;

Nader onderzoek laten uitvoeren naar de huismus en gierzwaluw in de woningen gedekt met dakpannen;

Voor de overige aanwezige vogelsoorten geldt dat het uitvoeren van voorgenomen activiteiten buiten de

broedperiode moet plaatsvinden of er dient een broedvogelscan te worden uitgevoerd; Er dient te allen tijde gewerkt te worden conform de Zorgplicht.

Houtopstanden

Wegens de ligging binnen de bebouwde kom van de Wet natuurbescherming is de bomenverordening van

de gemeente Meierijstad van toepassing. Er dient te worden nagegaan of een (omgevings-)vergunning aangevraagd moet worden voor het rooien van de desbetreffende bomen.

30

Quickscan Flora & Fauna Dahliastraat, Nijnsel

20-10-2023

9. Bronnen

AERIUS. (2020). AERIUS-Calculator. Opgehaald van aerius.nl: www.aerius.nl

Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen J.B.M. (2016), Atlas van de Nederlandse Zoogdieren. -Natuur van

Nederland 12. Naturalis Biodiversity Centre & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. BIJ12 (2017). Kennisdocument. BIJ12, versie 1.0.

Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (2009). De amfibieën en reptielen van Nederland, - Nederlandse fauna 9.

Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey -Nederland, Leiden. Floron (2011). Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora, Knnv Uitgeverij, Utrecht.

Limpens, H., K. Mostert en W. Bongers (1997). Atlas van de Nederlandse Vleermuizen. Utrecht: KNNV Uitgeverij.

Ministerie van Economische Zaken (2016). Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, versie 1.3.

SOVON Vogelonderzoek Nederland (2002). Atlas van de Nederlandse broedvogels, - Nederlandse fauna 5.

Leiden, Nederland: KNNV Uitgeverij & European invertebrate Survey – Nederland. Soort- en gebiedsinformatie: www.eurobats.org

www.natura2000.nl

www.nederlandsesoorten.nl www.pdok.nl

www.ravon.nl

www.ruimtelijkeplannen.nl www.sovon.nl

www.verspreidingsatlas.nl

www.vogelbescherming.nl

www.zoogdiervereniging.nl Omgevingsverordening Waarnemingen: ndff-ecogrid.nl

31

Quickscan Flora & Fauna Dahliastraat, Nijnsel

20-10-2023

Bijlagen

Bijlage 1: Foto’s

Nr. 1

Nr. 1

Nr. 1

Nr. 1

Nr. 1

Nr. 2

Nr. 2

Nr. 2

Nr. 2

Nr. 3

Nr. 3

Bijlage 2: Toelichting Wet natuurbescherming Drie beschermingsregimes

De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart

beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd.

Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan:

Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is.

Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid.

Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Soortenbescherming en het ‘nee, tenzij principe’

De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten.

Ook voor de andere soorten, die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden, geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu, maar of ontheffing verleend kan worden, wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort. Zorgplicht voor dieren en planten

Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat eenieder

voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe

leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”.

Vrijstelling regelgeving

Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van tevoren bepaalde categorie van

gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en

reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragscode. In de Wet natuurbescherming zijn

voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk.

Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening.

Gedragscodes die zijn opgesteld onder de Flora- en faunawet kunnen worden uitgebreid ten aanzien van soorten die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd worden maar dat op grond van de Flora- en faunawet

nog niet waren. Goedkeuring van een gedragscode op grond van de Flora- en faunawet blijft ook onder de Wet natuurbescherming geldig, voor de duur van de goedkeuring. Daarna dient de gedragscode voor goedkeuring getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming. Welke soorten zijn beschermd?

De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten:

Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn;

Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn;

Tenslotte is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven.

Figuur B2.1: Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming

Vrijgestelde soorten

In afwijking van de verboden in artikel 3.10, eerste lid, van de Wet is het toegestaan de onderstaande soorten weg te vangen (om doden te voorkomen) en de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten:

De ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied;

Het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer.

Tabel B2.1: Lijst met soorten waarvoor een vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt als gevolg van handelingen die in het

Dwergmuis

Dwergspitsmuis Egel

Eekhoorn

Gewone bosspitsmuis Haas

Hermelijn

Huisspitsmuis* Konijn

Molmuis

Ondergrondse woelmuis Ree

Rosse woelmuis Steenmarter

Tweekleurige bosspitsmuis

Micromys minutes Sorex minutus

Noord-Holland

Overijssel

Utrecht

Zeeland

Zuid-Holland

(AMvB

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x x x

x

x

x

x

Erinaceus europaeus Sciurus vulgaris Sorex ananeus

x

Mustela erminea

x

Lepus europeus

x

Crocidura russula

Oryctolagus cuniculus Arvicola scherman

x x

x x

x

x5

x

x

x

x5 x

x

x

x

Martes fiona

Sorex coronatus Vulpes vulpes

x

Arvicola terrestris

x x

x

x

x

x

x

x

x x1 x x x x

x

x x

x

x x

x

x

x

x

x

x

x

x

x x x x2

x

x

x

x x

x x x x

x

x x

x

x

x

x

x

x

x

x x x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x5 x

x

x

x

x

x

x

x x x

x

x

x

x

x x x

x

x

x x x x x

x x x x x

x

x

x

x

x x x

x x

x x x x x x x

x

x

x

x

x

x

x

x

DR

FL

FR

GD

GR

LB

NB

NH

OV

UT

ZL

ZH

MLNV

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Pelophylax ridibundus

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

klepton

x

x

x

x

esculentus

x

x

x

Triturus vulgaris

Pelophylax

x

x

x

Zootoca vivipara

x

x

x

x

Bufo bufo

x

x

x x

Sus scrofa

Anguis fragilis

/ Bastaardkikker

x5

x

x

Hazelworm

Middelste groene kikker

x

x

x

x

Rana temporaria

Meerkikker

x

x

Clethrionomys glareolus

Capreolus capreolus

Bruine kikker

Levendbarende hagedis

x

x

x

x

Kleine watersalamander

x

x

x

x

x

Mustela nivalis

Gewone pad

x

x

x5

x

Wezel

Amfibieën en reptielen

x

X

x

x

x

Woelrat

x

x5

x

x

Microtus arvalis

Wild zwijn

x

x

Pitymys subterraneus

Veldmuis* Vos

x

RN art.

Noord-Brabant

Mustena putorius

Limburg

Bunzing

Apodemus sylvaticus

Groningen

Microtus agretis

Bosmuis*

Gelderland

Aardmuis

Friesland

Grondgebonden zoogdieren

Flevoland

Wetenschappelijke naam Drenthe

Nederlandse naam

Ministerie LNV

kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd

x

x3

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x4

* voor deze soorten daarnaast algemene vrijstelling in/op gebouwen en bijbehorende erven Wnb 3.10 3e lid x1 = vrijstelling geldt in de periode maart-april en juli tot en met november x2 = vrijstelling geldt in de periode 15 augustus tot en met februari x3 = vrijstelling geldt in de periode juli, augustus en september

x4 = vrijstelling geldt in de periode 15 augustus tot en met 15 oktober

x5 = de vrijstelling voor deze soorten wordt ingetrokken met de inwerkingtreding van de Omgevingsverordening 2022.

Opmerking bij Friesland: Er gelden allerlei aanvullende voorschriften aan de vrijstelling mbt doden, vangen, vrijlaten en beschadigen of vernielen van verblijfplaatsen. In de stukken wordt ook vrijstelling gegeven voor de mol, maar deze is niet beschermd onder de Wnb. Deze omissie wordt rechtgezet bij de inwerkingtreding van de Omgevingsverordening 2022.

3.10.2.a / Rnb 3.31.d 3.10.2.d 3.10.2.e / Rnb 3.31.b 3.10.2.f / Rnb 3.31.a 3.10.2.g 3.10.2.i / Rnb 3.31.c

ikv

RO

gebieden

en

gebruik

x

x

x

x

x

x

x

x

x

voorkomen onnodig lijden ikv beheer of onderhoud

langbouw of bosbouw

ikv beheer of onderhoud overig

ikv beheer of onderhoud landsch

kwaliteiten bepaald gebied

Bestendig gebruik

(geldt alleen voor amfibieën) ikv bescherming wilde flora, fauna en habitats

van

x

x

x

x

x x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x x

x

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=dee4ac65-7738-445b-838e-be02e4fd1829