CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Toelichting Krijtenburg 9 (inclusief bijlagen)

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Ontwikkelplan sanering varkenshouderij'22.127 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ter plaatse van de planlocatie Krijtenburg 9 is sprake van een lage verwachtingswaarde. Ter plaatse geldt een ondergrond voor uitvoeren van een archeologisch onderzoek bij bodemingrepen over een oppervlakte van meer dan 10.000 m². Ten behoeve van de beoogde herontwikkeling wordt een archeologisch onderzoek dan ook niet noodzakelijk geacht. Niettemin blijft de vigerende dubbelbestemming voor archeologische waarden behouden, om ook in de toekomst deze verplichting in stand te houden.

4.5 Natuur en ecologie 4.5.1

Inleiding

Bij ruimtelijke ingrepen zoals nieuwbouw dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter

plaatse.

Daarbij

wordt

onderscheid

gemaakt

tussen

soortenbescherming

en

gebiedsbescherming. Natura 2000 is het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie. Dit netwerk verbindt bestaande natuurgebieden die vallen onder de Europese Vogelrichtlijn- of de Habitatrichtlijngebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving middels de Wet natuurbescherming.

4.5.2

Gebiedsbescherming

4.5.2.1

Natuurnetwerk Nederland

Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het Natuurnetwerk Nederland liggen:

Crijns Rentmeesters bv

29

Ruimtelijke onderbouwing Krijtenburg 9

bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken;

gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt;

landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer;

ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee;

alle Natura 2000-gebieden.

In de omgeving van de locatie Krijtenburg 9 zijn geen Vogel- en Habitatrichtlijngebieden gelegen. Het dichtstbijzijnd gelegen Vogel- en Habitatrichtlijngebied betreft het gebied ‘Deurnesche Peel & Mariapeel’, op een afstand van meer dan 20 kilometer. De planlocatie is ook niet gelegen in of nabij het Natuur Netwerk Brabant. In de omgeving is wel sprake van een ecologische verbindingszone. Op navolgende figuur is de ligging van planlocatie weergegeven ten opzichte van deze gebieden.

Figuur 13: Ligging natuurgebieden ten opzichte van de locatie Krijtenburg 9

De sanering van de intensieve veehouderij heeft enkel een positief effect op de ecologische verbindingszone. 4.5.2.2

Stikstof

Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient vastgesteld te zijn of een ontwikkeling leidt tot een effect op een Natura 2000 gebied. Dit kan met Aerius Calculator worden berekend. Met de beoogde herontwikkeling wordt de intensieve veehouderij aan Krijtenburg 9 gesaneerd, waarmee 1.877 kg ammoniak ter plaatse komt te vervallen, met het daar bij behorende intensieve gebruik waaronder vervoersbewegingen van zwaardere landbouwvoertuigen en vrachtverkeer. De beoogde herontwikkeling is daarmee in het kader van stikstof dan ook geen bezwaar. Een AERIUSberekening wordt niet noodzakelijk geacht.

Crijns Rentmeesters bv

30

Ruimtelijke onderbouwing Krijtenburg 9

4.5.3

Soortenbescherming

Om de instandhouding van de wettelijke beschermde soorten te waarborgen, moeten negatieve effecten op die instandhouding voorkomen worden. Bij de totstandkoming van een nieuw plan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met beschermde dieren plantensoorten ontstaan en dient vooraf een beoordeling plaats te vinden. Aan Krijtenburg 9 worden stallen gesloopt. In oudere stallen kunnen bijvoorbeeld vleermuizen voorkomen. Door Agrifirm Exlan is een quickscan uitgevoerd naar soortenbescherming. Navolgende conclusies en aanbevelingen komen voort uit het uitgevoerde onderzoek: “Het voornemen zoals opgenomen in de inleiding en de daarbij behorende werkzaamheden, zal naar verwachting geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dier- en/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden.

Een ontheffing met betrekking tot aantasting van beschermde soorten is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling op basis van de Verordening natuurbescherming voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht blijft onverminderd van toepassing.” De rapportage (Quickscan soortenbescherming, projectnummer EP.21.1027, d.d. 29 maart 2021) is als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd.

4.6 Geluid 4.6.1

Wegverkeerslawaai

De Wet geluidhinder biedt geluidsgevoelige bestemmingen bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerslawaai bij de aanleg/wijziging van wegen of bij de bouw van woningen in de buurt van wegen. De reikwijdte van de wet is beperkt tot een geluidszone langs wegen. Aan Krijtenburg 9 wordt de voormalige agrarische bedrijfswoning omgezet naar reguliere burgerwoning. Dit heeft geen nieuw geluidgevoelig object tot gevolg. Aan de karakteristieke boerderij wordt weer een woonfunctie toegekend. Tot 2003 was hier altijd sprake van een woning, waarmee dan ook altijd al sprake is geweest van een geluidgevoelig object. Deze woning bevindt zich ook zodanig ver van de weg, dat kan worden gesteld dat altijd zal worden voldaan aan de normen zoals uit de Wet geluidhinder.

Crijns Rentmeesters bv

31

Ruimtelijke onderbouwing Krijtenburg 9

4.6.2

Industrielawaai

Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. Met zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel bedrijven als aan bewoners/gebruikers van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Bedrijven kunnen aan de ene kant hun geluidproducerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen te veel oprukken naar de bedrijven toe. In de omgeving van de planlocatie bevinden zich geen bedrijven waar industrielawaai aan de orde is. Het aspect Industrielawaai is dan ook geen bezwaar.

4.7 Geurhinder 4.7.1

Inleiding

Bij besluitvorming omtrent de bestemming van nieuwe voor geur gevoelige objecten dient in het kader van het aspect ‘geur’ antwoord gegeven te worden op de vragen: -

Is ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object);

-

Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden).

Per 1 januari 2013 is het Activiteitenbesluit in werking getreden. Veel veehouderijen vallen in hun geheel onder het Activiteitenbesluit. De Wet geurhinder en veehouderij en de Wet ammoniak en veehouderij zijn voor deze bedrijven niet van toepassing. De eisen uit de wetten zijn wel als voorschriften opgenomen in het Activiteitenbesluit. De Wet geurhinder en veehouderij vormt het toetsingskader voor de vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. Deze wet geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. De Wet geurhinder en veehouderij wordt voornamelijk gebruikt om de geurbelasting veroorzaakt door veehouderijen te beoordelen bij de vergunningverlening. Indirect heeft de wet consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige objecten. Die doorwerking van de geurregelgeving naar de ruimtelijke ordening wordt de ‘omgekeerde werking’ genoemd. De geurbelasting ten gevolge van meerdere intensieve veehouderijen in de omgeving vormt de achtergrondbelasting. De achtergrondbelasting bepaalt in de meeste gevallen het woon- en leefklimaat op een locatie. Binnen de planlocatie is thans sprake van een voormalige agrarische bedrijfswoning, welke zal worden omgezet naar reguliere burgerwoning. Op deze woning is artikel 3, tweede lid van de Wet geurhinder en veehouderij van toepassing.

Dit artikel luidt: “In afwijking van het eerste lid bedraagt de afstand tussen een veehouderij en een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij: a. ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en

Crijns Rentmeesters bv

32

Ruimtelijke onderbouwing Krijtenburg 9

b. ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.” Daarnaast is in artikel tweede lid Wet geurhinder en veehouderij opgenomen dat een vaste afstand van 50 meter tussen een veehouderij en een woning die op of na 19 maart 2000 is gebouwd op een kavel die op dat tijdstip in gebruik was als veehouderij, in samenhang met de sloop van de bedrijfsgebouwen die onderdeel hebben uitgemaakt van de veehouderij. Dit geldt dan ook voor de tweede wooneenheid binnen de bestaande boerderij.

4.7.2

Gemeentelijk beleidskader

De Wet geurhinder en veehouderij biedt gemeenten de mogelijkheid de standaardnormen aan te passen door het vaststellen een gemeentelijke verordening. De voormalige gemeente Veghel had een geurverordening. Echter heeft de gemeente Meierijstad niet binnen twee jaar na haar oprichting een geurverordening vastgesteld. Daarom moet worden teruggevallen op de standaardnormen uit de Wet geurhinder en veehouderij. Ontwerp Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad De gemeente heeft het ontwerp van de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad vastgesteld. Dit plan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving voor de gemeente Meierijstad. In de (overgangs) Verordening fysieke leefomgeving zijn alle regels uit de huidige verordeningen van de gemeente Meierijstad gebundeld. De normen voor geur zijn er ook in opgenomen. In afwijking van artikel 3, eerste lid 1 van de wet bedraagt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object in het gebied als genoemd in artikel 7.3 eerste lid van deze verordening: I.

Landelijk gebied, hoofdfunctie natuur 8 ouE/m³.

II.

Landelijk gebied, agrarisch 12 ouE/m³.

III.

Landelijk gebied, verweving van functies 8 ouE/m³.

IV.

Centrumdorps gebied 2 ouE/m³.

V.

Centrumstedelijk gebied 2 ouE/m³.

VI.

Verstedelijkt (woon)gebied 2 ouE/m³.

VII.

Lichte bedrijvigheid 8 ouE/m³.

VIII.

Zware bedrijvigheid 12 ouE/m³.

Krijtenburg 9 ligt binnen het ‘Landelijk gebied, agrarisch’.

4.7.3

Veehouderijen in de omgeving

In de omgeving van de locatie Krijtenburg 9 is een aantal veehouderijbedrijven gelegen. De ligging van deze veehouderijen is weergegeven op navolgende figuur. De locatie Krijtenburg 9 is hierbij weergegeven in de zwarte cirkel.

Crijns Rentmeesters bv

33

Ruimtelijke onderbouwing Krijtenburg 9

Erpsesteeg 6

Krijtenburg 4

Krijtenburg 6 Heisteeg 9

Heisteeg 8

Krijtenburg 8 Krijtenburg 15a

Krijtenburg 7 Krijtenburg 15 Krijtenburg 5 Krijtenburg 11 Krijtenburg 12

Krijtenburg 14

Figuur 14: Veehouderijbedrijven in de omgeving van de locatie Krijtenburg 9

Op deze veehouderijbedrijven zijn de navolgende dieraantallen vergund:

Figuur 15: Vergunde dieraantallen Erpsesteeg 6 (Bron: Web BVB provincie Noord-Brabant)

Figuur 16: Vergunde dieraantallen Heisteeg 8 (Bron: Web BVB provincie Noord-Brabant)

Crijns Rentmeesters bv

34

Ruimtelijke onderbouwing Krijtenburg 9

Figuur 17: Vergunde dieraantallen Heisteeg 9 (Bron: Web BVB provincie Noord-Brabant)

Figuur 18: Vergunde dieraantallen Krijtenburg 5 (Bron: Web BVB provincie Noord-Brabant)

Figuur 19: Vergunde dieraantallen Krijtenburg 6 (Bron: Web BVB provincie Noord-Brabant)

Figuur 20: Vergunde dieraantallen Krijtenburg 7 (Bron: Web BVB provincie Noord-Brabant)

Crijns Rentmeesters bv

35

Ruimtelijke onderbouwing Krijtenburg 9

Figuur 21: Vergunde dieraantallen Krijtenburg 11 (Bron: Web BVB provincie Noord-Brabant)

Figuur 22: Vergunde dieraantallen Krijtenburg 12 (Bron: Web BVB provincie Noord-Brabant)

Figuur 23: Vergunde dieraantallen Krijtenburg 14 (Bron: Web BVB provincie Noord-Brabant)

Figuur 24: Vergunde dieraantallen Krijtenburg 15 (Bron: Web BVB provincie Noord-Brabant)

Figuur 25: Vergunde dieraantallen Krijtenburg 15a (Bron: Web BVB provincie Noord-Brabant)

Crijns Rentmeesters bv

36

Ruimtelijke onderbouwing Krijtenburg 9

De vergunningen op Krijtenburg 4 en 8 zijn inmiddels onherroepelijk ingetrokken. Deze staan dan ook op 0.

4.7.4

Vaste afstand

Ten aanzien van de beide woningen aan Krijtenburg dient een vaste afstand te worden aangehouden van ten minste 50 meter tot een veehouderij. De meest dicht bij de locatie Krijtenburg 9 gelegen veehouderij is gelegen op een afstand van circa 100 meter en vormt daarmee voor de beoogde twee woningen ter plaatse geen belemmering.

4.7.5

Woon- en leefklimaat

4.7.5.1

Inleiding

Als vuistregel voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat geldt dat de voorgrondbelasting bepalend is voor de hinder, als de voorgrondbelasting tenminste de helft bedraagt van de achtergrondbelasting. Navolgend worden derhalve de voorgrond- en achtergrondbelasting ter plaatse van de planlocatie inzichtelijk gemaakt. 4.7.5.2

Voorgrondbelasting

Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van een individuele veehouderij bedoeld en wel van die veehouderij welke de meeste geur op het geurgevoelige object veroorzaakt, hetzij omdat het een grote veehouderij betreft, hetzij omdat de veehouderij dichtst bij het geurgevoelige object is gelegen. Gezien de afstand tussen planlocatie en veehouderij met bijbehorende geuremissie kan worden gesteld dat de veehouderij aan Heisteeg 9 de dominante veehouderij betreft. Navolgend is de voorgrondbelasting berekend op basis van de vigerende vergunning van Heisteeg 9, d.d. 27 januari 2009, gewijzigd in juli 2009. De XY-coördinaten van de geurgevoelige objecten betreffen hierbij de hoekpunten van de beoogde woonbestemmingen een Krijtenburg 9. Brongegevens: Volgnr.

BronID

X-coord.

Y-coord.

EP Hoogte

Gem.geb. hoogte

EP Diam.

EP Uittr. snelh.

E-Aanvraag

1

Stal A1

165 623

399 095

7,9

5,5

0,50

4,00

3 120

2

Stal A2

165 604

399 128

1,5

1,5

0,50

1,00

6 208

3

Stal C

165 555

399 131

10,2

6,5

0,80

4,00

34 368

4

Stal B

165 582

399 086

10,2

6,5

1,60

4,00

15 012

Geur gevoelige locaties: Volgnummer

GGLID

Xcoordinaat

Ycoordinaat

Geurbelasting

5

W

165 259

399 071

6,4

6

N

165 308

399 126

7,0

7

O

165 344

399 093

9,7

8

Z

165 296

399 039

7,9

Tabel 1: Voorgrondbelasting Heisteeg 9 op Krijtenburg 9

Met een voorgrondbelasting van 6,4 - 9,7 oue/m³ is ter plaatse van de beoogde woonbestemmingen aan Krijtenburg 9 sprake van een matig woon- en leefklimaat.

Crijns Rentmeesters bv

37

Ruimtelijke onderbouwing Krijtenburg 9

4.7.5.3

Achtergrondbelasting

Onder de achtergrondbelasting wordt de geurbelasting als gevolg van de veelheid aan veehouderijen in de omgeving van een geurgevoelig object verstaan. De achtergrondbelasting is een maat voor het leefklimaat. Er dient een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te zijn. Ten behoeve van de berekening van de achtergrondbelasting ter plaatse van de locatie Krijtenburg 9 zijn alle veehouderijen binnen de gemeente Meierijstad ingevoerd. De invoergegevens van deze bedrijven zijn afkomstig uit de database van het Bestand Veehouderijbedrijven van de provincie Noord-Brabant (uitvoer 11 februari 2020). Vooruitlopend op de intrekking van de eigen vergunning voor het houden van dieren, is de emissie van de eigen veehouderij Krijtenburg 9 op 0 gezet. Navolgend zijn de invoergegevens en is de uitkomst van de achtergrondbelasting weergegeven. Berekende ruwheid: 0,11 m Meteo station: Eindhoven Rekenuren: 25 % Rasterpunt linksonder x: 164 796 m Rasterpunt linksonder y: 398 539 m Gebied lengte (x): 1000 m , Aantal gridpunten: 50 Gebied breedte (y): 1000 m , Aantal gridpunten: 50 Cumulatieve geurbelasting op receptorpunten, zoals berekend RecepID X-coor Y-coor Geurbelasting [OU/m3] 1001 165259 399071 20,44 1002 165308 399126 21,02 1003 165344 399093 20,53 1004 165296 399039 20,21 Tabel 2: Achtergrondbelasting ter plaatse van Krijtenburg 9

Op navolgende figuur is de achtergrondbelasting weergegeven op luchtfoto

Crijns Rentmeesters bv

38

Ruimtelijke onderbouwing Krijtenburg 9

Figuur 26: Achtergrondbelasting ter plaatse van Krijtenburg 9 en omgeving

Op grond van de achtergrondbelasting is ter plaatse van de locatie Krijtenburg 9 te Zijtaart sprake van matig tot tamelijk slecht woon- en leefklimaat. 4.7.5.4

Conclusie woon- en leefklimaat

Als vuistregel voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat geldt dat de voorgrondbelasting bepalend is voor de hinder, als de voorgrondbelasting tenminste de helft bedraagt van de achtergrondbelasting. Voor wat betreft de locatie Krijtenburg 9 is de achtergrondbelasting bepalend. Ter plaatse is sprake van een matig tot tamelijk slecht woon- en leefklimaat. Een gemeente heeft echter de beleidsvrijheid om te bepalen wat wordt gezien als ‘aanvaardbaar woon- en leefklimaat’. Navolgend wordt aangetoond dat ter plaatse van de planlocatie aan Krijtenburg 9 het matige tot tamelijk slechte woon- en leefklimaat gezien kan worden als aanvaardbaar. Ter plaatse wordt de nu in gebruik zijnde bedrijfswoning omgezet naar reguliere burgerwoning. Daarnaast wordt aan de karakteristieke boerderij weer een woonfunctie toegekend. Tot 2003 is deze boerderij altijd in gebruik geweest als zijnde bedrijfswoning, en kan daarmee tevens worden gezien als voormalige agrarische bedrijfswoning. De bescherming van naar burgerwoningen om te zetten bedrijfswoningen ten opzichte van agrarische bedrijvigheid door derden wijzigt niet.

Ook blijkt uit de uitspraak van de Raad van State van 27 januari 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:156) dat (in de betreffende casus) de toekenning van de bestemming ‘Wonen’ aan de voormalige bedrijfswoning, voor wat betreft het aspect geur, niet leidt tot een verandering in het woon- en leefklimaat ter plaatse.

Crijns Rentmeesters bv

39

Ruimtelijke onderbouwing Krijtenburg 9

Uit de uitspraak van de Raad van State van 17 januari 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:414) blijkt dat zelfs een extreem slecht woon- en leefklimaat aanvaardbaar wordt geacht, waarbij de ontstaansgeschiedenis, het feit dat de geurbelasting door de jaren heen alleen maar is afgenomen en het feit dat het een bewuste keuze zal zijn om in een dergelijke woning te gaan wonen, zijn meegewogen. Ter plaatse van de locatie Krijtenburg 9 is het matige tot redelijk slechte woon- en leefklimaat om de volgende redenen aanvaardbaar:

-

Op de locatie Krijtenburg 9 was in het verleden een veehouderij aanwezig. Deze veehouderij

is

beëindigd

middels

deelname

aan

de

Regeling

Beëindiging

Veehouderijtakken (RBV). De ontstaansgeschiedenis van de locatie rechtvaardigt een matig tot redelijk slecht woon- en leefklimaat.

-

De locatie is gelegen in een gebied waar in het verleden de focus lag op de (intensieve) veehouderij. In het gebied is dan ook sprake van een relatief hoge geurbelasting. Gelet hierop kan gesteld worden dat in bepaalde gebieden en bij woningen met een bepaalde ontstaansgeschiedenis een minder goed woon- en leefklimaat aanvaardbaar wordt geacht. Zo ook ter plaatse van de locatie Krijtenburg 9.

-

De naar burgerwoning om te zetten bedrijfswoning betreft een voormalige bedrijfswoning van een veehouderij, evenals de karakteristieke boerderij. Gesteld kan worden dat dergelijke woningen wat betreft het woon- en leefklimaat meer hinder mogen ondervinden van een agrarisch bedrijf dat in de nabijheid is gelegen dan een reguliere woning die bijvoorbeeld niet in het buitengebied is gelegen.

-

Het bestemmen van de woningen als burgerwoningen draagt bij aan het tegengaan van verloedering van het buitengebied door een overschot aan leegstaande woningen en cultuurhistorische bebouwing. Met het toekennen van de woonbestemmingen wordt verdere leegstand en verpaupering voorkomen. Hierdoor wordt de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse verbeterd.

-

De Interim omgevingsverordening legt beperkingen op aan de uitbreiding van veehouderijen. Geregeld is dat een uitbreiding van een veehouderij of een toename van de oppervlakte van de bestaande gebouwen alleen maar is toegestaan indien onder meer is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12 % en in het buitengebied niet hoger is dan 20 %, tenzij er -indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert. Daar de achtergrondbelasting ter plaatse reeds hoger is, bestaan geen uitbreidingsmogelijkheden voor de veehouderij. Hetgeen betekent dat het woon- en leefklimaat ter plaatse van de planlocatie in de toekomst enkel kan verbeteren.

Gelet op de aangehaalde jurisprudentie en de daarop aansluitende motivering kan worden gesteld dat een achtergrondbelasting van maximaal 21,02 oue/m³ ter plaatse van de locatie, daar waar thans sprake is van een woning en een voormalige woning, aanvaardbaar is.

Crijns Rentmeesters bv

40

Ruimtelijke onderbouwing Krijtenburg 9

4.7.6

Belangen veehouderij en derden

Als gevolg van deze ontwikkeling mogen omliggende veehouderijbedrijven niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. Deze belangen bestaan uit de voortzetting van de bestaande bedrijfsactiviteiten en indien concrete uitbreidingsplannen aanwezig zijn (bijvoorbeeld een reeds vergunde uitbreiding), de realisatie van deze uitbreidingsplannen. De bescherming van de naar burgerwoning om te zetten bedrijfswoning aan Krijtenburg 9 wijzigt als gevolg van de omzetting niet. Omliggende veehouderijen worden dan ook niet verder in de ontwikkelingsmogelijkheden belemmerd. De tweede woning binnen het vigerende bouwvlak geniet de zelfde bescherming als de bestaande woning. In de omgeving is tevens reeds sprake van reguliere burgerwoningen in de directe nabijheid, waardoor omliggende veehouderijen reeds worden belemmerd in de ontwikkelingsmogelijkheden. Met deze herbestemming worden geen belangen van derden geschaad.

4.8 Gezondheid 4.8.1

Endotoxinen

De intensieve veehouderijen dragen bij aan de emissies van fijn stof (PM10) in Nederland. Dit geëmitteerde fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Er zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, is nog niet afgerond. Vooruitlopend daarop is door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ opgesteld. In april 2018 is tevens de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 uitgebracht. Hierbij wordt een advieswaarde van 30 EU/m³ aangehouden als advieswaarde voor de maximale blootstelling aan endotoxine. Bij deze advieswaarde kan ervan uitgegaan worden dat de gezondheid van omwonenden van veehouderijen wordt beschermd tegen een overmaat aan endotoxine. Het uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden.

Met de rekentool uitgebracht door de Omgevingsdienst is een berekening gemaakt van de aan te houden vaste afstand vanuit de omliggende veehouderijbedrijven ten opzichte van Krijtenburg 9: -

Vanuit de veehouderij Erpsesteeg 6 is sprake van een fijnstofemissie van 192 kg/jr. Hiervoor geldt een vaste afstand van 84 meter. Met een afstand van circa 440 meter wordt hieraan ruim voldaan.

-

Vanuit de pluimveehouderij aan Heisteeg 8 is sprake van een fijnstofemissie van 2898 kg/jr. Hiervoor geldt een vaste afstand van 174 meter. Met een afstand van circa 350 meter wordt hieraan ruim voldaan.

-

Vanuit de veehouderij aan Heisteeg 9 is sprake van een fijnstofemissie van 519 kg/jr. Hiervoor geldt een vaste afstand van 144 meter. De meest dicht bij de veehouderij gelegen beoogde woonbestemming binnen de planlocatie is gelegen op een afstand van circa 190 meter tot het bouwvlak van Heisteeg 9. Aan de vaste afstand op grond van endotoxine wordt dan ook voldaan.

Crijns Rentmeesters bv

41

Ruimtelijke onderbouwing Krijtenburg 9

-

Vanuit de veehouderij Krijtenburg 5 is sprake van een fijnstofemissie van 107 kg/jr. Hiervoor geldt een vaste afstand van 49 meter. Met een afstand van circa 110 meter wordt hieraan voldaan.

-

Vanuit de veehouderij Krijtenburg 6 is sprake van een fijnstofemissie van 27 kg/jr. Deze fijnstofemissie is in het kader van endotoxine verwaarloosbaar.

-

Vanuit de veehouderij Krijtenburg 7 is sprake van een fijnstofemissie van 9 kg/jr. Deze fijnstofemissie is in het kader van endotoxine verwaarloosbaar.

-

Vanuit de veehouderij Krijtenburg 12 is sprake van een fijnstofemissie van 245 kg/jr. Hiervoor geldt een vaste afstand van 99 meter. Met een afstand van circa 300 meter wordt hieraan ruim voldaan.

-

Vanuit de veehouderij Krijtenburg 14 is sprake van een fijnstofemissie van 63 kg/jr. Hiervoor geldt een vaste afstand van 17 meter. Met een afstand van circa 450 meter wordt hieraan ruim voldaan.

-

Vanuit de veehouderij Krijtenburg 15 is sprake van een fijnstofemissie van 17 kg/jr. Deze fijnstofemissie is in het kader van endotoxine verwaarloosbaar.

De beoogde herontwikkeling van de locatie Krijtenburg 9 is in het kader van het aspect endotoxine geen bezwaar.

4.8.2

Geitenhouderijen

Uit onderzoek blijkt dat mensen die in de nabijheid van een geitenhouderij wonen, meer kans hebben dan gemiddeld op longontsteking. Totdat er meer duidelijkheid is over de oorzaak van de longontsteking en een integrale aanpak, adviseert de GGD het voorzorgsbeginsel toe te passen en terughoudend te zijn met uitbreiding of nieuwvestiging van geitenhouderijen in de buurt van gevoelige bestemmingen. Andersom geldt ook dat geadviseerd wordt terughoudend te zijn met het plaatsen van gevoelige bestemmingen in de buurt van bestaande geitenhouderijen. Dat betekent dat gemeenten wordt geadviseerd om in hun besluitvorming het risico op longontsteking mee te wegen. Op basis van de onderzoeksresultaten is het risico op longontsteking groter naarmate de afstand tot een geitenbedrijf kleiner is. Tot een afstand tot twee kilometer is er sprake van een vergroot risico. Binnen een straal van 2 kilometer vanuit de planlocatie zijn geen geitenhouderijen gevestigd. Dit aspect is dan ook geen belemmering voor de beoogde herontwikkeling.

4.8.3

Gewasbeschermingsmiddelen

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het mogelijk maken van een nieuwe gevoelige bestemming in de nabijheid van agrarische bestemmingen aandacht gevraagd voor spuitzones in verband met het risico voor de volksgezondheid vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen

via

drift.

Met

de

term

drift

wordt

de

hoeveelheid

gewasbeschermingsmiddel bedoeld die bij het spuiten buiten het agrarisch perceel op de grond terecht kan komen en/of op hoogte door de lucht passeert. Drift is een belangrijke en directe bron van

luchtverontreiniging,

waardoor

mens

en

dier

in

contact

kunnen

komen

met

gewasbeschermingsmiddelen. Vooral bij middelen met een hoge toxiciteit en/of voor kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen of ouderen, kan drift risico’s voor de gezondheid inhouden.

Crijns Rentmeesters bv

42

Ruimtelijke onderbouwing Krijtenburg 9

In de omgeving van de planlocatie zijn geen gronden gelegen waarop gebruik wordt gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen. Dit aspect is dan ook geen belemmering voor de beoogde herontwikkeling.

4.9 Bedrijven en milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Om te komen tot een verantwoorde, ruimtelijk relevante toetsing in milieuhygiënisch opzicht van nieuwe ontwikkelingen wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde milieuzonering. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. De lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’, uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), geeft richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. In de lijst Bedrijven en Milieuzonering worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. De VNG-brochure geeft navolgende omschrijving voor het omgevingstype ‘rustige woonwijk of rustig buitengebied’: “Een rustige woonwijk is een woonwijk die is gericht volgens het principe van functiescheiding.

Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.” De VNG-brochure geeft navolgende omschrijving voor het omgevingstype ‘gemengd gebied’: “Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.” De planlocatie aan Krijtenburg 9 kan op grond van de beschrijving uit de VNG-brochure worden aangemerkt als gelegen binnen een ‘gemengd gebied’. De richtafstanden in de VNG-publicatie kunnen in ‘gemengd gebied’, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap verlaagd worden.

In de omgeving van de locatie Krijtenburg 9 te Zijtaart is geen niet-agrarisch bedrijf gesitueerd. Dit aspect is dan ook geen bezwaar voor de beoogde herontwikkeling van de locatie.

Crijns Rentmeesters bv

43

Ruimtelijke onderbouwing Krijtenburg 9

4.10 Luchtkwaliteit 4.10.1

Inleiding

Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. De wet vervangt het Besluit Luchtkwaliteit 2005. Met de Wet luchtkwaliteit en de bijbehorende bepalingen en hulpmiddelen wil de overheid zowel de verbetering van de luchtkwaliteit bewerkstelligen als ook de gewenste ontwikkelingen in ruimtelijke ordening doorgang laten vinden. De Wet luchtkwaliteit voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma (NSL). Binnen het NSL werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden.

4.10.2

Regeling Niet in betekenende mate

In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ wordt aangeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De regeling geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. Voor woningbouw geldt bij 1 ontsluitingsweg een aantal van 1.500 nieuwe woningen netto. Bij twee ontsluitingswegen geldt een aantal van 3.000 woningen netto. De beoogde ontwikkeling ziet op de sanering van de intensieve veehouderij ter plaatse van de locatie Krijtenburg 9 met herbestemming naar twee woonbestemmingen. Het plan valt onder het criterium NIBM.

4.10.3

Blootstelling aan verontreiniging

Andersom dient ook te worden gekeken naar het woon- en leefklimaat en daarmee de blootstelling aan verontreiniging. In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging. De richtlijn geeft de volgende grenswaarden voor fijn stof:

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 µg/m³. de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM10 is 50 µg/m³. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde .

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 µg/m³.

Navolgende figuren geven een overzicht van de luchtkwaliteit ter plaatse.

Crijns Rentmeesters bv

44

Ruimtelijke onderbouwing Krijtenburg 9

Figuur 27: Fijnstof 2019 PM10 (bron: Atlas leefomgeving)

Figuur 28: Fijnstof 2019 PM2,5 (bron: Atlas leefomgeving)

Crijns Rentmeesters bv

45

Ruimtelijke onderbouwing Krijtenburg 9

Figuur 29: Stikstofoxide 2019 (NO2) (bron: Atlas leefomgeving)

Ter plaatse van de locatie Krijtenburg 9 is sprake van jaargemiddelde concentratie PM10 van 20-21 µg/m³. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 11-12 µg/m³. De grenswaarde van maximaal 35 dagen boven een daggemiddelde concentratie PM10 van 50 µg/m³ is sinds 2011 op geen enkele meetlocatie meer overschreden. De jaargemiddelde concentratie NO2 bedraagt 16-18 µg/m³. Geconcludeerd kan worden dan ter plaatse van de planlocatie in het kader van luchtkwaliteit sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

4.11 Externe veiligheid 4.11.1

Inleiding

Onder externe veiligheid verstaat men het beheersen van risico’s die direct of indirect voortvloeien uit de opslag, de productie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het risico is daarbij gedefinieerd als ‘de kans op overlijden’ voor personen. De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: bedrijven en vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of leidingen.

4.11.2

Besluit externe veiligheid inrichtingen

Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in werking getreden. Met het besluit wordt beoogd een wettelijke grondslag te geven aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Het doel van het besluit is de risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Op basis van het Bevi geldt voor het plaatsgebonden risico (PR) rondom een risicovolle inrichting een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Het plaatsgebonden risico is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtsreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het plaatsgebonden risico wordt gebruikt bij de toetsing of een risicovolle activiteit op een bepaalde plek mag plaatsvinden en wat in de directe omgeving

Crijns Rentmeesters bv

46

Ruimtelijke onderbouwing Krijtenburg 9

ervan gebouwd mag worden. Deze richtwaarden liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan. Het Bevi bevat geen norm voor het groepsrisico (GR). Wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht voor het groepsrisico in het invloedsgebied rondom de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde richtwaarde voor het GR geldt hierbij als oriëntatiewaarde.

4.11.3

Vervoer gevaarlijke stoffen

Bij de risiconormering voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee verschillende kansen voor het PR verwerkt: de kans dat er daadwerkelijk een zwaar ongeval of ramp plaatsvindt, zoals het ontsnappen van een gevaarlijke stof en de kans dat een persoon daadwerkelijk overlijdt als gevolg van dit zwaar ongeval of de ramp. Bij een plaatsgebonden risico van 10-6 is de kans dat er daadwerkelijk een zwaar ongeval plaatsvindt één op de miljoen. Binnen het nationaal veiligheidsbeleid wordt dit risico als grenswaarde aangemerkt voor de vestiging van kwetsbare objecten. Aan deze normstelling dient voldaan te worden. Het groepsrisico is de kans per jaar dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van de transportroute of de inrichting voor handelingen met gevaarlijke stoffen in één keer het (dodelijk) slachtoffer wordt van een ongeval. Het groepsrisico geeft de aandachtspunten aan waar zich mogelijk een ramp met veel slachtoffers kan voordoen en houdt daarmee rekening met de aard en dichtheid van de bebouwing in de nabijheid van de transportroute. In tegenstelling tot het plaatsgebonden risico geldt voor het groepsrisico geen grenswaarde maar een oriëntatiewaarde. Deze oriëntatiewaarde betreft een streefwaarde en heeft geen juridische status. Het overschrijden van de oriëntatiewaarde is mogelijk mits dit in de besluitvorming door het bevoegd gezag gemotiveerd wordt.

Bij deze verantwoordingsplicht moet onder andere aandacht besteed worden aan bronmaatregelen, zelfredzaamheid, inzetbaarheid hulpdiensten en dergelijke. Een belangrijke adviserende taak hierin heeft de wettelijk aangewezen adviseur, de regionale brandweer.

4.11.4

Beoordeling van de planlocatie

Er vindt in de omgeving van de planlocatie geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. In de risicoatlas van Noord-Brabant zijn transportleidingen voor gevaarlijke stoffen en risicobronnen opgenomen. De rijksweg A50 waarover wel vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt bevindt zich op circa 2.300 meter ten noordwesten van de planlocatie. Bij dergelijke afstanden kan worden gesteld dat beïnvloeding niet zal plaatsvinden. De planlocatie is niet gelegen binnen zonering van een waterweg waarover gevaarlijke stoffen kunnen worden vervoerd. De planlocatie is niet gelegen binnen een invloedsgebied tot een spoorlijn. In de omgeving van de planlocatie zijn geen buisleidingen gelegen. De planlocatie is buiten aan te houden risicocontouren gelegen. Voor hoogspanningslijnen gelden geen risicoafstanden, maar gezondheidsafstanden. In de omgeving van de planlocatie zijn geen hoogspanningslijnen gelegen. Dit aspect is niet van toepassing.

Crijns Rentmeesters bv

47

Ruimtelijke onderbouwing Krijtenburg 9

4.12 Mer-beoordeling Op 1 april 2011 is het nieuwe Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging die daarin is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, een toetsing aan de drempelwaarden in de D-lijst niet toereikend is. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de grenswaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Wanneer dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden liggen een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gebruikt.

De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling. De beoogde herontwikkelingen ter plaatse van de planlocatie komt niet voor op de D-lijst van het Besluit m.e.r. en zal dan ook niet worden beoordeeld in het kader van het Besluit m.e.r. Onderdeel C van het Besluit m.e.r. wijst de activiteiten en gevallen aan waarvoor een directe m.e.r.plicht geldt. In dit onderdeel staan de activiteiten benoemd die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. De beoogde herontwikkelingen ter plaatse van de planlocatie komt ook niet voor op de C-lijst van het Besluit m.e.r. en is derhalve ook niet m.e.r.-plichtig.

Crijns Rentmeesters bv

48

Ruimtelijke onderbouwing Krijtenburg 9

5. UITVOERBAARHEID 5.1 Economische uitvoerbaarheid en Grexwet De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch wordt gemaakt in ruimtelijk plan. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1. van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betreft onder meer plannen voor de bouw van een of meer woningen en de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen. Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningcategorieën) gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Geen exploitatieplan is nodig indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is en er geen fasering of tijdvak behoeft te worden vastgelegd en geen locatie-eisen (aan openbare weg of woningcategorieën) hoeven te worden vastgesteld. Voor herontwikkeling van de planlocatie sluit de gemeente met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst. Hiermee is kostenverhaal zeker gesteld.

5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Deze ontwikkeling is door de initiatiefnemer toegelicht aan de omgeving. Deze ruimtelijke onderbouwing wordt conform de wettelijke vereisten kenbaar worden gemaakt. Naar aanleiding van publicatie van deze vergunning vindt een heroverweging op deze onderdelen plaats en kan besloten worden deze ruimtelijke onderbouwing op een aantal punten te wijzigen.

Crijns Rentmeesters bv

49

Ruimtelijke onderbouwing Krijtenburg 9

6.

PROCEDURE

6.1 Wettelijk vooroverleg Volgens artikel 3.1.1 Bro pleegt het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling daarover overleg met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen, en diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn met de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De provincie Noord-Brabant en waterschap Aa en Maas worden in het kader van deze procedure betrokken in het vooroverleg.

6.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 7 april 2022 voor een termijn van zes weken ter inzage gelegen voor de zienswijzentermijn. Gedurende deze termijn is door de provincie NoordBrabant een zienswijze ingediend. Naar aanleiding van de ingediende zienswijze is het aspect ‘cultuurhistorie’ verder uitgebreid. Voor een nadere toelichting van de ingediende zienswijze en de reactie hierop wordt verwezen naar de notitie Beantwoording zienswijzen en ambtelijke wijzigingen.

Crijns Rentmeesters bv

50

Bouwhistorische verkenning met waardenstelling en aanbeveling Boerderij Krijtenburg 9 te Zijtaart

Bouwkundig Advies Adviseur Ruraal Erfgoed

Bouwkundig Advies Adviseur Ruraal Erfgoed

Boerderij Krijtenburg 9 Zijtaart

Bouwhistorische verkenning met waardestelling en aanbeveling Krijtenburg 9 te Zijtaart d.d. 06-07-2021

1

Bouwkundig Advies Adviseur Ruraal Erfgoed

Colofon Redactie Teksten Fotografie Tekenwerk Veldwerk Copyright

Jos Bertens Jos Bertens Pedro Schamp, Ferry Vesters Pedro Schamp, Ferry Vesters Jos Bertens, Pedro Schamp Schamp Bouwkundig Advies

Bouwhistorische verkenning met waardestelling en aanbeveling Krijtenburg 9 te Zijtaart d.d. 06-07-2021

2

Bouwkundig Advies Adviseur Ruraal Erfgoed

Inhoud Colofon Inhoud Voorwoord Objectgegevens Inleiding De boerderij in haar bedrijfshistorische context De bouw van de boerderij Van potstal naar grupstal Verbouwing woongedeelte Bijgebouwen op het erf Schaalvergroting en specialisatie Beschrijving van de boerderij Exterieur Interieur Waardering Cultuurhistorische waardenstelling Bouwhistorische waardenstelling Waardering boerderij Exterieur Interieur Conclusie Advies Bijlagen

blz. 2 blz. 3 blz. 4 blz. 5 blz. 6 blz. 7 blz. 7 blz. 9 blz. 10 blz. 11 blz. 11 blz. 13 blz. 13 blz. 20 blz. 28 blz. 28 blz. 29 blz. 30 blz. 30 blz. 30 blz. 32 blz. 33 blz. 34

Bouwhistorische verkenning met waardestelling en aanbeveling Krijtenburg 9 te Zijtaart d.d. 06-07-2021

3

Bouwkundig Advies Adviseur Ruraal Erfgoed

Voorwoord Wanneer een boerderijgebouw van functie gaat veranderen, komt er doorgaans veel om de hoek kijken. Het agrarisch gebruik van het gebouw houdt op te bestaan en een daaropvolgende bestemmingswijziging is onderhevig aan een soms ingewikkeld vergunningentraject. Bij een boerderij buiten de bebouwde kom is een verruiming van de bestemming mogelijk indien het gebouw cultuurhistorische waarde heeft. Een voorwaarde is dan dat de bijgebouwen, die geen cultuurhistorische waarde hebben, worden geamoveerd. Het doel van deze regeling is om verrommeling van het buitengebied tegen te gaan ten faveure van het behoud en herstel van een stukje cultureel en landschappelijk erfgoed. Boerderij Krijtenburg 9 is een langgevelboerderij uit de 19 e eeuw, die ondanks de hier en daar vernieuwde gevels als boerderijtype nog goed herkenbaar bewaard is gebleven. De boerderij heeft de kwalificatie cultuurhistorisch waardevol gebouw. In de loop der tijd is het achtererf volgebouwd met grote varkensstallen, die de omgeving van de historische boerderij in hoge mate ontsieren. Aan de voorzijde van de boerderij is, op een twintigtal meters afstand, een nieuw woonhuis gebouwd. De sloop van de bijgebouwde varkensstallen en de voorgenomen restauratie van het boerderijgebouw scheppen de mogelijkheid om het boerderijgebouw weer een woonfunctie te geven.

Met de eerste voorwaarde, de sloop, is reeds een begin gemaakt. De nood om het boerderijgebouw te restaureren is hoog, aangezien het rieten dak omvangrijke lekkages vertoont en op plaatsen geheel open ligt. Teneinde de cultuurhistorische waarde van het gebouw te onderbouwen, moet dit uitgebreid worden beschreven en gedocumenteerd. Hierbij is ook een uitgebreid hoofdstuk toegevoegd inzake de gebruikshistorie van het gebouw. Bij de herbestemming kan dit een kapstok zijn bij de vraag hoe de boerderij op een cultuurhistorisch verantwoorde wijze te verbouwen. In dit rapport worden de onderdelen van het boerderijgebouw geclassificeerd in de categorieën hoog monumentwaardig, positief monumentwaardig en indifferent monumentwaardig. Deze begrippen geven achtereenvolgens aan welke onderdelen bij de verbouwing beslist behouden dienen te blijven, welke onder voorwaarden kunnen worden gewijzigd en welke zonder probleem mogen worden geamoveerd. De rapportage wordt afgesloten met een advies. In dit rapport is gebruik gemaakt van informatie die via internet is verkregen maar waarvoor we onze dank willen uitspreken aan de heemkundevereniging van Zijtaart. Heeswijk-Dinther, juli 2021 Pedro Schamp, Schamp Bouwkundig Advies, Adviseur Ruraal Erfgoed Jos Bertens, Bertens Bouwhistorische Rapportage

Bouwhistorische verkenning met waardestelling en aanbeveling Krijtenburg 9 te Zijtaart d.d. 06-07-2021

4

Bouwkundig Advies Adviseur Ruraal Erfgoed

Objectgegevens Eigenaar:

dhr. van Gerwe

Adres:

Krijtenburg 9

Postcode en plaats:

5465 PL Zijtaart

Kadastraal nummer:

1664

Sectie:

P

Kadastrale gemeente:

Veghel

Bouwhistorische verkenning met waardestelling en aanbeveling Krijtenburg 9 te Zijtaart d.d. 06-07-2021

5

Bouwkundig Advies Adviseur Ruraal Erfgoed

Inleiding De langgevelboerderij ligt op enige afstand van de straat Krijtenburg en is door middel van een laan ermee verbonden. De straat Krijtenburg ligt op een langgerekte zandrug even buiten de bebouwde kom van Zijtaart. Aan de Krijtenburg staan op regelmatige afstand boerderijen waarvan de meeste een oude oorsprong hebben. De meerderheid van de boerderijen heeft een langgevelkarakter, waarbij een aantal de voordeur in de korte gevel heeft. De boerderijen worden afgewisseld met nieuwbouw en boerderijen die sterk verbouwd zijn. Tot in de late jaren zestig van de vorige eeuw heette de straat Zondveld. De huidige laanverbinding met de boerderij was toen een zandweg. Aan het einde van de huidige toegangslaan bevindt zich een nieuw woonhuis met zo’n twintig meter daarachter de verlaten boerderij. Het is de bedoeling dat de toegang tot de boerderij in de nabije toekomst via de onverharde weg aan de achterzijde zal plaats vinden. De eerste bewoner van Krijtenburg 9 wordt in 1862 vermeld. De boerderij is in het kadaster geregistreerd in 1869. Ze zal ergens tussen die jaren gebouwd zijn. De in 1862 vermelde bewoner zal een pionier zijn geweest en nog in een noodwoning hebben gehuisd. Dit was bij de nieuwe ontginningen heel normaal. Het bezit wordt in die tijd omschreven als “ontgonnen grond”. In 1886 wordt het perceel bij het kadaster aangeduid als huis, stal en bakhuis.

De onder een en hetzelfde dak liggende schuur van de langgevelboerderij wordt door het kadaster niet als apart bouwwerk aangeduid. In 1954 kreeg de toenmalige eigenaar een vergunning om het woonhuis te verbouwen en in 1959 is er een kippenhok bijgebouwd. In de jaren zestig is er bij en aan het bedrijfsgedeelte veel gebouwd: een varkenshok en bergplaats (1961), bergruimte met kippenhok (1966), uitbreiding en verbouwing van de veestal (1968). Van de bovengenoemde bijgebouwen resteert alleen een ruïneus kippenhok tegenover de eindgevel en het varkenshok met bergplaats op het achtererf van de boerderij. De huidige buitengevels en de interieurs van de stal en de schuur zullen dateren uit 1968. De grootschalige bebouwing met varkensschuren aan de achterzijde, die reikt tot aan de onverharde weg, dateert uit de periode hierna. Deze laatste gebouwen worden momenteel door de eigenaar gesloopt.

Bouwhistorische verkenning met waardestelling en aanbeveling Krijtenburg 9 te Zijtaart d.d. 06-07-2021

6

Bouwkundig Advies Adviseur Ruraal Erfgoed

De boerderij in haar bedrijfshistorische context De bouw van de boerderij De boerderij lijkt op het eerste gezicht rond 1867 in één keer als langgevelboerderij gebouwd te zijn. Het geveldeel van de kelder/opkamer aan de achterzijde wijkt echter qua steensoort en metselverband af van de andere oorspronkelijke gevels. Ook lijkt die gevel later ( bij de bouw van de boerderij?) te zijn opgehoogd. De kopgevel, die uit het bouwjaar dateert, heeft met de gevel van kelder/opkamer een aansluiting met een loodvoeg. Dit wijst er doorgaans op dat de gevel er later tegenaan is gezet. Dit strookt niet met de historische gegevens. Een mogelijkheid zou kunnen zijn dat de gevel een overblijfsel is van de pionierswoning ofwel dat hij is opgetrokken met hergebruikte stenen.

De gevel van de kelder/opkamer is in een afwijkende (oudere) steen in wildverband opgetrokken. Ook lijkt hij in een later stadium in kruisverband verhoogd te zijn.

De kopgevel sluit met een loodvoeg aan op de gevel van kelder/opkamer.

In het jaar van de bouw van Krijtenburg 9 is in de Meierij de langgevelboerderij in zwang gekomen. Menig boerderij van het hallenhuistype wordt in de 19e eeuw verbouwd tot langgevelboerderij. In de nieuw ontgonnen heidegebieden ontstaat dit type als nieuwbouw. Huis, stal en schuur liggen voortaan naast elkaar onder één dak. Alle belangrijke ramen en deuren hebben een plaats in de lange voorgevel van de boerderij. De gevels hebben daartoe voldoende hoogte. De boerderij heeft geen gebint meer nodig, aangezien bij het woongedeelte de zolderbalken op de binnenmuren rusten en in het bedrijfsgedeelte op de trekbalken, die opgelegd zijn in de lange gevels. Deze robuuste balken worden in het bedrijfsgedeelte meestal nog ondersteund door een standvink. Krijtenburg 9 is geheel volgens deze opzet gebouwd. Het woongedeelte heeft een voordeur met aan elke zijde een woonhuisvenster. Dit venster is meestal een 6-ruits schuifraam voorzien van luiken. De voordeur is een vlakke deur met bovenlicht. De schoorsteen markeert de grens met de stal, die zich rechts van het woongedeelte bevindt. De stal is een potstal met in de voorgevel een lage dubbele deur, de zogenaamde mestdeuren. Soms heeft de stal vlak achter het woongedeelte een loopdeur naar de voorstal of een klein stalraam. Rechts van de stal liggen de hoge deeldeuren van de schuur. Voorbij deze deuren is de gevel meestal geheel blind.

Bouwhistorische verkenning met waardestelling en aanbeveling Krijtenburg 9 te Zijtaart d.d. 06-07-2021

7

Bouwkundig Advies Adviseur Ruraal Erfgoed

Krijtenburg 9 vóór de verbouwing van het woongedeelte. Het gebouwtje links voor is het bakhuis. De voordeur bevindt zich nog tussen de twee vensters. De stal is reeds verbouwd. Het schuurgedeelte heeft nog de grote deeldeuren met in het blinde gedeelte twee nieuwe stalramen. Op het erf staat een kippenhok en een varkensschuur. De huidige laan is nog een kale zandweg..

Het woongedeelte bestaat uit een vijftal vertrekken. Drie bevinden zich aan de zijde van de kopgevel en twee aan de zijde van de stal. De voordeur geeft toegang tot het belangrijkste vertrek, de herd. Dit is een grote ruimte tegen de scheidingsmuur met de stal. Hierin bevindt zich de schouw met het open vuur. De herd geeft toegang tot de meeste vertrekken van het woongedeelte. Achter de herd, tegen de achtergevel is de spoelkeuken, in Brabant “de geut” genoemd. De geut heeft in de achtergevel een klein raam boven de gootsteen. Tegen de kopgevel liggen twee kamers en de kelder met daarboven de opkamer. De kleinste kamer en de opkamer hebben hun venster in de kopgevel. In de opkamer is een steile trap naar de zolder. De zolder wordt gebruikt voor het drogen van het gedorste graan, de bonen en andere producten die droog bewaard moeten worden. In een latere tijd wordt er vaak een knechtenkamer getimmerd. De potstal heeft tegen het woongedeelte een hoger gelegen voorstal met daarachter een groot verdiept gedeelte, de eigenlijke stal voor het vee. De twee delen zijn gescheiden door een rij stalrepels. Op de voorstal wordt het vee gevoerd en in de laaggelegen potstal produceren ze hun mest. Vóór 1900 is de mestbereiding op de schrale Brabantse zandgronden belangrijker dan de melkopbrengst. De koeien verblijven dan ook het grootste deel van het jaar in de stal.

In de potstal wordt dagelijks allerlei strooisel gedeponeerd, waarmee de gier en de vaste mest van de koeien zich vermengt. Het strooisel kan bestaan uit stro, heideplaggen graszoden, bladeren en allerlei ander organisch materiaal. Als de laag mest een bepaalde dikte heeft bereikt dan wordt deze met de eerdkar uitgereden en over de huisakker verspreid. De potstal is een Bouwhistorische verkenning met waardestelling en aanbeveling Krijtenburg 9 te Zijtaart d.d. 06-07-2021

8

Bouwkundig Advies Adviseur Ruraal Erfgoed

donkere ruimte met slechts een enkel raampje. Boven de stal ligt de hooizolder, die een open verbinding heeft met de schuur, waar het hooi vanaf de deel wordt opgestoken.

Het uitrijden van de mest met de eerdkar Voorbeeld van een potstal

De aan de stal grenzende schuur is voor de opslag van het koren, in die tijd het belangrijkste product van de boerderij. De schuur bestaat eveneens uit twee delen, de dorsdeel en de tasruimte. De dorsdeel of “de deel” is de ruimte achter de hoge deeldeuren, waar het koren en ook het hooi met de hoogkar worden binnengereden. Het heeft een vloer van aangestampte leem en wordt ook gebruikt om met de dorsvlegel het koren te dorsen. De tasruimte ligt tussen de deel en de eindgevel. Hier wordt het verbouwde koren (rogge, haver en gerst) opgetast. Deel en tasruimte zijn gescheiden door een standvink. Van potstal naar grupstal Tussen de jaren 1920 - 1940 wordt bij de boerderijen in Brabant de potstal geleidelijk omgebouwd in een grupstal. Door het gebruik van kunstmest is de melkproductie inmiddels belangrijker geworden en vanaf 1900 verschijnt er in elk dorp wel een grotere of kleinere coöperatieve melkfabriek. De melkproductie vereist een bepaalde hygiëne en die is in de donkere potstal ver te zoeken. Bij alle boerderijen komt er een stenen voergoot op de voorstal en wordt de “kuil” in de potstal opgevuld. Er komt een stenen of betonnen vloer voor in de plaats, de koedam. De koeien komen op een hygiënische vloer te staan waar elke dag een laag vers stro wordt neergelegd. Achter de koeien is een stenen grup, waarin ze hun mest deponeren.

In deze grup bevinden zich roosters waardoor de gier wordt gescheiden van de vaste mest. De gier wordt naar een nieuw aangelegde betonnen gierkelder op het erf geleid. De vaste mest, vermengd met stro, wordt elke dag met de kruiwagen naar de mesthoop op het erf gereden, De dubbele mestdeur is niet langer nodig en wordt vervangen door een loopdeur met ernaast een stalraam. Het privaat op het erf wordt verplaatst naar een uitbouwtje van de stal waar het wordt aangesloten op de nieuwe gierput.

Bouwhistorische verkenning met waardestelling en aanbeveling Krijtenburg 9 te Zijtaart d.d. 06-07-2021

9

Bouwkundig Advies Adviseur Ruraal Erfgoed

Links: foto van een stenen koedam met grup. Boven: een stenen voergoot en stalrepels

Verbouwing woongedeelte Midden jaren vijftig van de vorige eeuw wordt het woongedeelte verbouwd. In die tijd wordt een herd met een open schouw en een voordeur, waar men direct met de deur in huis valt, als ouderwets ervaren. Hetzelfde geldt voor de kleine ramen in de vertrekken. Het woongedeelte dient voortaan zoveel mogelijk overeen te komen met een burgerwoning. Om de boerenschouw aan het oog te onttrekken wordt er over de gehele breedte van het gebouw een nieuwe binnenmuur aangebracht, evenwijdig met de brandgevel. De voordeur wordt verplaatst naar de nieuwe ruimte met achter de deur een entree. In de schouw komt een douchecel en achter de achterdeur een nieuw halletje. Het restant van de herd en geut wordt samengevoegd tot een ruime huiskamer annex keuken met dubbele deuren ertussen. In de kamer komt ter hoogte van de voormalige schouw een modern laag schouwtje voor een haardkachel en in een hoek van de keuken een hogere kleine schouw voor een kookkachel. De nieuwe kamer krijgt een groot raam in de voorgevel en in de achtergevel komt eenzelfde raam voor de aanliggende keuken. Ook worden de ramen van de kamers, die tegen de kopgevel liggen, vergroot. Een gedeelte van de voorstal wordt bij de woonruimte getrokken doordat er een nieuw toilet met spoeling komt en een sanitaire ruimte voor de was.

Voor de oude voorgevel van de boerderij wordt bij het woongedeelte en een deel van de stal een nieuwe buitengevel aangebracht, Hierin krijgen de nieuwe ramen, de voordeur en enkele betonnen stalramen hun plaats.

Links: woonkamer met groot raam. Boven: nieuwe douche in schouw.

Bouwhistorische verkenning met waardestelling en aanbeveling Krijtenburg 9 te Zijtaart d.d. 06-07-2021

10

Bouwkundig Advies Adviseur Ruraal Erfgoed

Boven: nieuwe huiskamer met klein schouwtje voor haard. Rechts: de nieuwe schouw in de keuken voor een kookkachel. Kamer en keuken zijn met elkaar verbonden door middel van twee draaideuren.

Nieuwe gebouwen op het erf Al vroeg na de bouw van de boerderij wordt er tegenover de voorgevel, geheel links, een bakhuis gebouwd. In de jaren vijftig verrijzen bij alle boerderijen een of meerdere kippenhokken. Dit vindt vaak plaats in het kader van de Marshallhulp. Ook bij Krijtenburg 9 werden twee kippenhokken gebouwd, waarvan een als afhang aan de eindgevel. Begin jaren zestig wordt een begin gemaakt met het houden van varkens en komt er een varkensschuur op het erf.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=4c50f4c3-c249-4917-8424-0ccb8daed9df