Bijlage 2 SFR Veghel - Uden, Woongebied Veghel_Toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan Snelfietsroute Veghel - Uden, Woongebied Veghel Gemeente: Meierijstad
Opdrachtgever: Gemeente Meierijstad
Organisatie
Telefoon
Documentnummer
wsp
+31 (0)88 910 20 00
SLM010616
Adres
Datum
Versie
Gaetano Martinolaan 50
25 januari 2022
NL.IMRO.1948.PAR000BP0022022M-ON01
6229 GS Maastricht
Colofon Rapporthistorie Voorontwerp 3 december 2020 Ontwerp 25 januari 2022 Vastgesteld 23 juni 2022 Onherroepelijk nvt Contactgegevens
Autorisatie Documentnummer
Versie
Status
SLM010616
NL.IMRO.1948.PAR000BP0022022M-ON01
ontwerp
Opgesteld door
Functie
Datum
Paraaf
R. Bouman
Adviseur Stedelijke Ontwikkeling
19 januari 2022
Geverifieerd door
Functie
Datum
R. Gerardts
Senior Planoloog
25 januari 2022
Akkoord projectleider
Functie
Datum
R. Gerardts
Senior Planoloog
25 januari 2022
Paraaf
Paraaf
3/43 - ontwerp - NL.IMRO.1948.PAR000BP0022022M-ON01 - 25 januari 2022
Inhoudsopgave Toelichting
2
Hoofdstuk 1 Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding en doelstelling Ligging plangebied en begrenzing plangebied Geldende bestemmingsplannen De bij het plan behorende stukken Opzet van de toelichting: leeswijzer
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 2.2
Bestaande situatie deel woongebied Veghel Nieuwe situatie deel woongebied Veghel
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 3.2 3.3
Rijksbeleid Provinciaal/regionaal beleid Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 4 Planologische en milieutechnische aspecten 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13
Luchtkwaliteit Bodemkwaliteit Geluid Ecologie Externe veiligheid Bedrijven en milieuzonering Geur Archeologie en cultuurhistorie Conventionele explosieven Waterparagraaf Parkeren Kabels en leidingen Milieueffectrapportage
Hoofdstuk 5 Wijze van bestemmen 5.1 5.2 5.3 5.4
Algemene juridische opzet Bestemmingsregels Overige regeling Overgangs- en slotregels
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 6.2
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
4/43 - ontwerp - NL.IMRO.1948.PAR000BP0022022M-ON01 - 25 januari 2022
5 8 8 9 9
11 11 13
15 15 19 24
26 26 27 29 30 34 34 35 35 36 36 38 38 39
40 40 40 41 42
43 43 43
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling Om de bereikbaarheid van de regio Uden & Meierijstad te vergroten, wordt een snelfietsroute aangelegd tussen het centrum van Uden en Bedrijventerrein De Dubbelen in Veghel. Een snelfietsroute is een snelle, directe, comfortabele en veilige route die zorgt voor een korte reistijd én kortere reistijdbeleving. Dat maakt de fiets tot een aantrekkelijk alternatief voor auto en openbaar vervoer. De provincie Noord-Brabant en de gemeenten Meierijstad en Uden willen met de snelfietsroute Veghel-Uden bereiken dat steeds meer mensen de overstap maken van de auto naar de fiets. Dit zorgt voor een betere bereikbaarheid, omdat de wegen tussen Veghel en Uden in de spits vollopen en stimuleert de gezondheid en het milieu. Over veelal bestaande (fiets)paden en wegen zullen fietspaden en fietsstraten worden bestemd en als zodanig worden gerealiseerd. De snelfietsroute loopt vanaf de centrumring in Uden naar de fietsbrug over de N264, langs de Corridor, verder langs de oude spoorverbinding het 'Duits Lijntje'. De route loopt verder naar het centrum van Veghel en daarna via de verplaatste fietsbrug over de Zuid-Willemsvaart naar bedrijventerrein de Dubbelen. De fietsbrug wordt verplaatst om bedrijventerrein De Dubbelen in Veghel beter bereikbaar te maken.
De route (zoals aangegeven in de onderstaande afbeelding met daarin weergegeven ook de hieronder nader toegelichte onderverdeling in drie bestemmingsplannen) wordt comfortabeler en veiliger door de aanleg van nieuwe fietspaden en verbetering van bestaande paden.
Afbeelding - Trace snelfietsroute Het project aanleg snelfietsroute Uden-Veghel kan worden opgeknipt in 3 delen, namelijk: 1. Deel Mariaheide (op de onderstaande afbeelding in blauw aangegeven) 5/43 - ontwerp - NL.IMRO.1948.PAR000BP0022022M-ON01 - 25 januari 2022
a. Fietsstraat Nieuwe Veldenweg (samen met de gemeente Uden) b. Vrijliggende fietspad tussen Nieuwe Veldenweg en Udenseweg c. Ongelijkvloerse fietskruising (in de vorm van een tunnel) of gelijkvloerse fietskruising (bij de rotonde aan de Udenseweg en Het Ven) d. Verbinding tussen (on)gelijkvloerse fietskruising met rotonde Het Ven
Afbeelding - deelgebied Mariaheide 2. Deel Woongebied Veghel (op de onderstaande afbeelding in groen aangegeven) a. Fietsstraten Moerven, Rietven, Spoorven inclusief parkeeroplossing en herinrichting vrijliggende fietspaden tussen fietsstraten Moerven,Rietven, Spoorven en verbreden fietspad Spoorven b. Fietsoversteek Vorstenbosscheweg c. Verbreden en aanbrengen rode deklaag bestaand fietspad Geerbosch d. Fietsstraat Geerbosch inclusief parkeeroplossing e. Aanbrengen rode deklaag fietspad tussen Geerbosch en B.Schrevensingel f. Fietsstraat Burgemeester Schrevensingel inclusief parkeeroplossing g. Fietsbrug over Aa h. Verbreden en aanbrengen rode deklaag bestaand fietspad tussen Anbrug en De Amert
6/43 - ontwerp - NL.IMRO.1948.PAR000BP0022022M-ON01 - 25 januari 2022
Afbeelding - deelgebied Woongebied Veghel 3. Deel Bedrijventerrein De definitieve ligging en de uitwerking van het deeltracé Bedrijventerrein vindt in de komende periode plaats. De exacte ligging is derhalve op dit moment nog niet bekend, maar globaal zal deze er naar verwachting als onderstaand uitzien. Ten aanzien van dit deeltracé worden de komende periode nog een aantal ontwerp uitgangspunten bepaald.
Afbeelding - deelgebied Bedrijventerrein Het tracé wordt ook in drie aparte bestemmingsplannen vastgelegd: 1. bestemmingsplan Snelfietsroute Veghel, deel Mariaheide; 7/43 - ontwerp - NL.IMRO.1948.PAR000BP0022022M-ON01 - 25 januari 2022
2. bestemmingsplan 'Snelfietsroute Veghel - Uden, Woongebied Veghel'; 3. bestemmingsplan Snelfietsroute Veghel, deel bedrijventerrein Het voorliggende bestemmingsplan ziet op het tracé, voor zover gelegen binnen de bebouwde kom van Veghel, vanaf de tunnel die onder de Udenseweg doorkomt, in het oosten en de het punt waar het Gazellepad en de Amert bij elkaar komen in het westen. Een indicatie van hoe de ontwerpen van dit deeltracé eruit zien, is opgenomen in de bijlagen 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7. Op deze tekeningen zijn zowel de nieuwe inrichting van de Snelfietsroute als de kruisingen en de groene inpassing weergegeven voor het plangebied van dit bestemmingsplan.
1.2 Ligging plangebied en begrenzing plangebied De snelfietsroute loopt (van oost naar west gezien) van de bebouwde kom Uden, langs Mariaheide, door de bebouwde kom van Veghel en vervolgens richting Eerde tot aan de snelweg A50. Het plangebied van dit bestemmingsplan geldt voor het deel van de snelfietsroute binnen de bebouwde kom van Veghel tot net voor de Zuid-Willemsvaart, zoals hieronder globaal aangegeven en in paragraaf 1.1 nader is toegelicht.
Figuur 1-1 globale ligging plangebied (bron: DO)
1.3 Geldende bestemmingsplannen Op het tracé van de geplande snelfietsroute gelden diverse bestemmingsplannen: 1. Bestemmingsplan buitengebied, gemeente Veghel vastgesteld 22-10-2015 bestemmingen: Verkeer, Groen-Landschapselement, Verkeer-Snelweg en Verkeer-Spoorweg 2. Bestemmingsplan Veghel-Noord, gemeente Veghel vastgesteld 25-07-2013 bestemmingen: Groen, water en Verkeer 8/43 - ontwerp - NL.IMRO.1948.PAR000BP0022022M-ON01 - 25 januari 2022
3. Bestemmingsplan Koolenkampen-Iepenlaan, gemeente Veghel vastgesteld 03-04-2009 bestemming: Verkeer-Railverkeer en Groen 4. Bestemmingsplan Vijverwijk-Burgemeester De Kuijperlaan, gemeente Veghel vastgesteld 21-01-2010 bestemmingen: Groen en Verkeer en verblijf 5. Bestemmingsplan Bedrijventerrein Veghel-West, gemeente Veghel vastgesteld 18-04-2013 bestemming: Verkeer 6. Bestemmingsplan De Dubbelen, gemeente Meierijstad vastgesteld 18-04-2013 bestemmingen: Water-Vaarweg, Verkeer-Spoorweg en Natuur. De snelfietsroute past niet, of niet geheel, binnen de geldende bestemmingsplannen. Voor de duidelijkheid en volledigheid wordt daarom voor het gehele tracé een nieuw bestemmingsplan vastgesteld. Vanwege het uiteenlopende karakter van deelgebieden wordt de snelfietsroute binnen de gemeente Meierijstad onderverdeeld in 3 bestemmingsplannen. Daarmee wordt het juiste planologische kader opgesteld om de snelfietsroute te kunnen realiseren.
1.4 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan 'Snelfietsroute Veghel - Uden, Woongebied Veghel' met identificatienummer NL.IMRO.1948.PAR000BP0022022M-ON01 bestaat, naast deze toelichting, uit de volgende stukken: Verbeelding Planregels. De Verbeelding en de Planregels vormen samen het juridisch bindende plan en kunnen enkel in samenhang met elkaar 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. De Toelichting is niet juridisch bindend, maar is niettemin een belangrijk document bij het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het plan ten grondslag liggen en doet verslag van het onderzoek dat aan het bestemmingsplan vooraf is gegaan. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.
1.5 Opzet van de toelichting: leeswijzer De toelichting is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 Planbeschrijving staat stil bij de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. In Hoofdstuk 3 Beleid is een beknopt overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsvisies van andere overheden die relevant zijn voor het plangebied; de gevolgen of effecten op de planologische- en milieutechnische aspecten worden in Hoofdstuk 4 Planologische en milieutechnische aspecten beschreven; in Hoofdstuk 5 Wijze van bestemmen worden de gehanteerde bestemmingen met bijbehorende regeling beschreven; 9/43 - ontwerp - NL.IMRO.1948.PAR000BP0022022M-ON01 - 25 januari 2022
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid, heeft betrekking op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan; Van belang om te weten is dat een groot deel van deze toelichting betrekking heeft op het gehele tracé, van de deelgebieden 1, 2 en 3. De uitgevoerde onderzoeken hebben bijvoorbeeld betrekking op het gehele tracé. Daar waar dat nodig is, wordt specifiek op het desbetreffende deeltracé ingegaan.
10/43 - ontwerp - NL.IMRO.1948.PAR000BP0022022M-ON01 - 25 januari 2022
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie deel woongebied Veghel Het tracé van de snelfietsroute loopt, vanaf de tunnel die onder de Udenseweg doorkomt, door de bebouwde kom van Veghel richting de Zuid-Willemsvaart en volgt voornamelijk bestaande (fiets)paden en wegen. Op onderstaande afbeeldingen is een impressie van de huidige situatie binnen het plangebied te zien.
Figuur 2-1-1 foto's huidige situatie plangebied deel woongebied Veghel (vanaf de tunnel aan de Udenseweg tot aan de Gasthuisstraat)
11/43 - ontwerp - NL.IMRO.1948.PAR000BP0022022M-ON01 - 25 januari 2022
Figuur 2-1-2 foto's huidige situatie plangebied deel woongebied Veghel (van Gasthuisstraat tot aan de kruising van het Gazellenpad met De Amert).
12/43 - ontwerp - NL.IMRO.1948.PAR000BP0022022M-ON01 - 25 januari 2022
2.2 Nieuwe situatie deel woongebied Veghel In de nieuwe situatie worden de bestaande fietspaden tot vrijliggende fietspaden omgebouwd en worden de wegen waarover nu gemengd auto- en fietsverkeer plaatsvindt, veranderd in zogenaamde 'fietsstraten'. Een fietsstraat is een straat die als fietsroute is ingericht, maar waar ook motorvoertuigen zijn toegestaan. Motorvoertuigen zijn er echter ondergeschikt aan de fiets, oftewel, zoals vaak op verkeersborden staat vermeld, ‘te gast’. Over het algemeen zijn fietsstraten te herkennen aan het rode asfalt en zijn ze ingericht als erftoegangsweg, wat betekent dat er een snelheidslimiet geldt van 30 km/u. Bovendien geeft een verkeersbord aan het begin van de straat aan dat fietsers er prioriteit hebben. Fietsstraten hebben (nog) geen juridische status. Doordat de inrichting en vormgeving niet in een wet zijn verankerd, mogen wegbeheerders zelf bepalen hoe zij de fietsstraat inrichten. Voor weggebruikers is dan ook niet altijd duidelijk dat er sprake is van een fietsstraat en welk gedrag zij van de verkeersdeelnemers kunnen verwachten. Tevens moeten op een aantal locaties het profiel verbreed worden van bestaande infrastructuur of voorzieningen zoals parkeerplaatsen aangelegd dienen te worden, is het voor de realisatie van de snelfietsroute op een aantal locaties noodzakelijk om bestaande waterlopen te wijzigen.
Waar het tracé de AA kruist zal een nieuwe burg worden gerealiseerd. Daarnaast wordt het trace op een aantal locaties opnieuw groen ingericht.
F iguur 2-2 tracé en uitvoering snelfietsroute
13/43 - ontwerp - NL.IMRO.1948.PAR000BP0022022M-ON01 - 25 januari 2022
Duits lijntje De spoorlijn Boxtel – Wesel, ook wel het Duits lijntje genoemd, is de voormalige spoorlijn die het Duitse Wesel verbond met Boxtel, Gennep, Uden, Veghel, Schijndel en Boxtel. De spoorlijn is niet meer in gebruik. Er is onderzocht of reactivering van deze spoorlijn voor goederenvervoer haalbaar is, maar dat blijkt niet het geval te zijn. Het Duits Lijntje biedt mogelijkheden voor het ontwikkelen van een groene verbinding door stedelijk gebied. Daarbij wordt ook ingezet op het handhaven van het spoor als industrieel erfgoed. De monumentale spoorweginstallatie aan het Duits Lijntje op de hoek van de Populierenlaan en de Vorstenbosscheweg (buiten het plangebied van De Dubbelen) is door SIEMei (Stichting Industrieel Erfgoed Meierij) gerestaureerd. Ook staat er op dit moment historisch treinmaterieel op het tracé Vorstenbosschweg-Middegaal, liggen er nog spoorrails verspreid over het tracé en heeft de oude spoorhefbrug een prominente plaats gekregen ter hoogte van de Middegaal. Het tracé van de snelfietsroute volgt het Duits lijntje en zorgt voor het opvullen van een ontbrekende schakel in het fietsnetwerk maar laat de cultuurhistorisch waardevolle elementen intact. De aanleg past binnen het gemeentelijk beleid.
Landschap en ruimtelijke kwaliteit De landschappelijke aspecten van het gehele tracé in relatie tot de omgeving zijn in de landschapsvisie 'Duits Lijntje' (hierna Landschapsvisie) opgenomen (zie Bijlage 21). Het doel is een aantrekkelijke route tot stand te brengen. Thema's voor deze (landschaps-)kunst zijn onder meer natuur en landschap, toerisme en recreatie, cultuurhistorie, duurzaamheid en energie. Deze Landschapsvisie geldt als basis voor kunst langs de Snelfietsroute. In het onderzoek naar het gewenste tracé voor de Snelfietsroute is de meerwaarde van de route in relatie tot landschap, ecologie en recreatie verkend. In de visie 'Duits Lijntje verbindt' is dit voor een deel van het tracé uitgewerkt. Inmiddels is het gehele tracé vastgesteld en spelen meerdere aspecten bij de ontwikkeling van de Landschapsvisie een rol. Dit gaat ondermeer om de koppeling en ontsluiting van waardevolle parels, zoals een natuurtuin, cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en enkele oorspronkelijk onderdelen van het Duits Lijntje. Ook zijn verbindingen of ommetjes in de directe omgeving van het tracé uitgewerkt. De Landschapsvisie is tot stand komen in samenwerking met verschillende betrokkenen, onder andere de kunstcommissie, bewoners, de verschillende gemeentelijke afdelingen en anderen.
Met het volgen van de uitgangspunten uit de landschapsvisie wordt tevens een verbinding, en daarmee versterking en waarborging, van de 3 lagen uit de lagenbenadering gemaakt. Allereerst worden de natuurlijke waarden versterkt door de verbeterde ecologische verbindingen. Dit wordt gecombineerd met infrastructurele verbeteringen waarmee verschillende bezoekdoelen (centrum Uden, centrum Veghel, bedrijventerreinen en natuurgebieden) op deze wijze goed onderling verbonden. Dit zorgt tevens voor een verbetering van het woon- en leefklimaat, waarbij het terugdringen van autobewegingen nog voor een aanvullende versterking van dit geheel zorgt. Door deze combinatie van functies is er sprake van zorgvuldig ruimtegebruik op en rondom het trace van de snelfietsroute. Door de verbeterde verbindingen tussen diverse bezoekdoelen werkt dit effect in een veel groter gebied door en heeft het een positief effect op de regio. Met de realisatie van de Snelfietsroute Meierijstad wordt er een ruimtelijke kwaliteitsimpuls gegeven. Hiermee wordt een integrale ruimtelijke kwaliteitsbijdrage gerealiseerd.
14/43 - ontwerp - NL.IMRO.1948.PAR000BP0022022M-ON01 - 25 januari 2022
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen we in gebieden komen tot betere, meer geïntegreerde keuzes. De NOVI is op 15 september 2020 vastgesteld. Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, hogere rivierafvoeren, wateroverlast en langere perioden van droogte. Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Voordeel is dat daarmee tegelijk de leefomgevingskwaliteit verbeterd wordt en het kansen biedt voor natuur. In 2050 heeft Nederland een duurzame energievoorziening. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windmolens en zonnepanelen. Wind op zee heeft de voorkeur, maar ook op land zijn windmolens nodig.
Door deze zoveel mogelijk te clusteren, voorkomen we versnippering over het landschap en benutten we de ruimte zo efficiënt mogelijk. Voorwaarde is steeds dat bewoners echt goed betrokken zijn en invloed hebben op het gebruik, en waar dat kan meeprofiteren in de opbrengsten. De aanleg van zonneparken in het landschap moeten we zoveel mogelijk beperken. Het Rijk plaatst bij voorkeur eerst zoveel mogelijk zonnepanelen op daken en gevels. Het Rijk zet zich in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Dit vraagt goede verbindingen via weg, spoor, lucht, water en digitale netwerken en een nauwe samenwerking met onze internationale partners, zowel met onze directe buren als met andere landen in Europa en over de wereld, ook op defensieterrein. We zetten in op een sterk en innovatief vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van wonen, bewegen, recreëren, ontmoeten en ontspannen. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam, en circulair.
We zetten in op het gebruik van duurzame energiebronnen en op verandering van productieprocessen, zodat we niet langer afhankelijk zijn van eindige, fossiele bronnen. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. 15/43 - ontwerp - NL.IMRO.1948.PAR000BP0022022M-ON01 - 25 januari 2022
Tegelijk willen we de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. Daarbij hoort een uitstekende bereikbaarheid en toegankelijkheid, ook voor mensen met een handicap. We zorgen dat de leefomgevingskwaliteit en – veiligheid verder toeneemt. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. Niet alleen groei heeft onze aandacht. Ook in gebieden met bevolkingsdaling versterken we de vitaliteit en leefbaarheid. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. Dit levert ook een noodzakelijke positieve bijdrage aan het verbeteren van de biodiversiteit. Bodemdaling moet worden aangepakt. Verhoging van het waterpeil is in bepaalde veenweidegebieden op termijn noodzakelijk.
Met de betrokken regio's en gebruikers wordt afgesproken waar en hoe dit zorgvuldig zal gebeuren. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied.
Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie De juridische borging van de nationale belangen is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (zie paragraaf 3.1.2) .
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) In het Besluit geeft het Rijk de algemene regels aan, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. In samenhang met het beleid dat is aangegeven in de Structuurvisie, zijn deze regels vooral gericht op het veiligstellen van de nationale belangen waarvoor, gelet op de belangen, beperkingen gelden voor de ruimtelijke besluitvorming op lokaal niveau. In het Barro zijn momenteel veertien projecten van nationaal belang beschreven: 1. Rijksvaarwegen 2. Mainport ontwikkeling Rotterdam; 3. Kustfundament; 16/43 - ontwerp - NL.IMRO.1948.PAR000BP0022022M-ON01 - 25 januari 2022
4. Grote rivieren; 5. Waddenzee en Waddengebied; 6. Defensie; 7. Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; 8. Elektriciteitsvoorziening; 9. Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; 10. Ecologische hoofdstructuur; 11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; 12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). 13. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. 14. Ruimtereservering parallelle Kaagbaan Bij het Barro zijn kaarten opgenomen welke de genoemde projecten in beeld brengen. Het plangebied van het voorliggend bestemmingsplan is conform de vigerende versie van het Rarro gelegen binnen het Radarverstoringsgebied Volkel.
Defensie Ten oosten van de gemeente Meierijstad, in de gemeente Uden, ligt militair luchtvaartterrein 'Volkel'. Het radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel (met een straal van 15 kilometer) ligt over het grondgebied van de gemeente Meierijstad.
17/43 - ontwerp - NL.IMRO.1948.PAR000BP0022022M-ON01 - 25 januari 2022
Afbeelding - Bijlage 8.4. bij de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening Binnen het radarverstoringsgebied is een maximale hoogte opgenomen voor bouwwerken. De in artikel 2.4 van de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) opgenomen maximale hoogtebeperking start op een hoogte 49 meter (hoogte van de radarinstallatie) en loopt op met een hoek van 0,25º tot een hoogte van 114 meter op een afstand van 15 kilometer van de installatie. De hoogte van de bebouwing die mogelijk gemaakt wordt binnen het plangebied blijft daar ruimschoots onder, er worden dus geen rijksbelangen geschaad. Conclusie Het onderhavige plan is niet in strijd met enig nationaal belang uit het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening.
3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, artikel 3.1.6) is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. In dit geval, de fietsroute volgt bestaande fietspaden en wegen, is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is een Laddertoets niet aan de orde.
3.1.4 Conclusie De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met het Rijksbeleid. 18/43 - ontwerp - NL.IMRO.1948.PAR000BP0022022M-ON01 - 25 januari 2022
3.2 Provinciaal/regionaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie De provincie wil alvast gaan werken volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet. Daarom is in december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. De Brabantse Omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Met name aan de doelstellingen op het gebied van de slimme netwerkstad en de concurrerende en duurzame economie biedt de snelfietsroute een bijdrage aan de provinciale doelstellingen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Die visie is zelfbindend, dat wil zeggen dat een overheidslaag zich aan haar eigen visie moet houden. Een overheid kan de keuzes uit de Omgevingsvisie vastleggen in regels, de Omgevingsverordening. Aan die regels moeten overheden, bedrijven en burgers zich houden.
3.2.2 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening De Structuurvisie Ruimtelijke ordening van 2010 geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). Op 7 februari 2014 hebben de Provinciale Staten de Structuurvisie 2010, partiële herziening 2014 vastgesteld. Hierin is een aantal wijzigingen opgenomen ten aanzien van de Structuurvisie uit 2010. De ruimtelijke belangen en keuzes zijn in vier ruimtelijke structuren geordend. Binnen deze structuren worden de belangrijkste maatschappelijke ontwikkelingen opgevangen. Samen vormen deze structuren de provinciale ruimtelijke structuur. De structuren geven een hoofdkoers aan: een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief voor een combinatie van functies. Maar ook waar functies worden uitgesloten of welke randvoorwaarden de provincie aan functies stelt. Binnen de structuren is ruimte voor regionaal maatwerk. De vier structuren zijn: de groenblauwe structuur; de infrastructuur; het landelijk gebied; de stedelijke structuur.
Figuur 3-2: visiekaart Structuurvisie Het plangebied ligt binnen het Stedelijke concentratiegebied.
19/43 - ontwerp - NL.IMRO.1948.PAR000BP0022022M-ON01 - 25 januari 2022
3.2.3 Interim Omgevingsverordening Brabant Als het vanuit het beleid van de provincie nodig is om regels op te nemen voor ruimtelijke ontwikkelingen, dan staan die in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (vastgesteld op 25 oktober 2019). De gemeente moet rekening houden met deze instructieregels bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen. Per onderwerp zijn in de verordening gebieden tot op perceelniveau begrensd op een kaart. Hierdoor is duidelijk voor welke gebieden de regels gelden. De verordening is beleidsneutraal, dat wil zeggen dat de onderwerpen die in de verordening staan, uit de provinciale omgevingsvisie en structuurvisie komen. Daarin staat wat de provincie van belang vindt en hoe de provincie die belangen wil realiseren. De verordening is daarbij een van de manieren om die provinciale belangen veilig te stellen. Belangrijke onderwerpen in de verordening zijn: omgevingskwaliteit; stedelijke ontwikkelingen; duurzame energie; natuurgebieden en andere gebieden met waarden; agrarische ontwikkelingen (zie: BZV en stalderen); overige ontwikkelingen in het buitengebied. Voor sommige onderwerpen zijn in de verordening regels opgenomen die rechtstreeks doorwerken naar de vergunningverlening bij gemeenten. Van belang voor het tracé van de snelfietsroute is met name het onderwerp Natuurgebieden en andere gebieden met waarden.
Figuur 3-3 uitsnede kaartbeeld Interimomgevingsverordening In artikel 3.15 van de Interimomgevingsverordening is bepaald dat een bestemmingsplan dat van toepassing is op het Natuur Netwerk Brabant (verder NNB) strekt tot behoud, herstel of 20/43 - ontwerp - NL.IMRO.1948.PAR000BP0022022M-ON01 - 25 januari 2022
duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken. Deze waarden zijn in de vorm van natuurbeheertypen vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het natuurbeheerplan. Het tracé grenst op delen aan het Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone. Hier en daar wordt ook NNB geraakt of doorsneden. Het gaat om acht locaties op het hele traject in de gemeente Meierijstad waarvoor conform artikel 3.16 en artikel 3.22 van de Interim Omgevingsverordening compensatie aan de orde zou kunnen zijn, als en voor zo ver de ontwikkeling een aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant tot gevolg heeft. Onderstaand is een fragment uit de digitale kaart behorende bij het Natuurbeheerplan Brabant opgenomen waarin specifiek ingegaan wordt op het trace van onderhavig bestemmingsplan. NB/EVZ (ecologische verbindingszones) Naam: Gemeente Meierijstad, Duits Lijntje, Veghel Prioriteit: Gerealiseerd met restopgave Beheertype: N16.04 Vochtig bos met productie ambitie-beheertype 1: ambitie-beheertype 2: ambitie-beheertype 3: ambitie-beheertype 4:
Figuur 3-5 uitsnede kaart Natuurbeheerplan Noord Brabant Uit de ecologische Quickscan (Bijlage 14), de 'nee, tenzij toets (Bijlage 17) en het 'Advies compensatie natuur NNB' (Bijlage 19) blijkt dat binnen het plangebied geen aantastingen plaatsvinden van de NNB. In het 'Advies compensatie natuur NNB' is geinventariseerd waar het project exact beschermde gebieden raakt. Voor onderhavig bestemmingsplan gaat dit om de locaties 2 t/m 5 uit dit onderzoek. Geconcludeerd is dat de aantasting niet relevant is, met uitzondering van locatie 4 en 5 (kruising Duits Lijntje ter hoogte van Geerbosch en kruising met de AA). Hier is vervolgs in de 'nee, tenzij toets' nader op ingegaan door de locale situatie nader te onderzoeken. hieruit is naar voren gekomen dat in de uitvoering dat voor locatie 4 eventuele aanvullende verlichting dusdanig dient te worden ingezet dat lichtverstrooiing naar de EVZ toe wordt voorkomen. Dit wordt in de uitvoering ook als zodanig opgepakt. Ten aanzien van locatie 5 is de brug over de 21/43 - ontwerp - NL.IMRO.1948.PAR000BP0022022M-ON01 - 25 januari 2022
AA, die reeds vervangen is op basis van het voorheen vigerende bestemmingsplan, zo ontworpen dat passage aan het water mogelijk blijft (en feitelijk beter mogelijk gemaakt wordt). Daarnaast is geconstateerd dat met de ontwikkeling van de snelfietsroute de NNB nergens doorsneden wordt. Compensatie is derhalve niet aan de orde.
Figuur 3-6 uitsnede kaart Instructieregels gemeenten: basiskaart Landelijk gebied Vanaf de overgang van de Geerbosch naar de Gasthuisstraat tot aan de Dorshout ligt het plangebied in de 'groenblauwe mantel' conform artikel 3.32 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (geconsolideerd 08-12-2020). Artikel 3.32 Landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op de Groenblauwe mantel: a. strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken; b. stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; c. borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. Waar de snelfietsroute en de 'groenblauwe mantel' samenvallen loopt de snelfietsroute over het fiets-/voetpad tussen de Geerbosch en de Burgemeester Schrevensingel en over het Gazellepad. Dit betekent dat de snelfietsroute hier de bestaande verharding volgt en daarmee geen nadelige invloed heeft op het aanwezige watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken.
Dit blijkt tevens uit de onderzoeken die deel uit maken van het voorliggende bestemmingsplan. De bestemmingen van dit bestemmingsplan zijn conform de ter plaatse vigerend bestemmingsplannen overgenomen inclusief de daarbij eventueel aanwezige beschermingsregels; onderhavig bestemmingsplan biedt derhalve geen ontwikkelingsruimte ten opzichte van het voorheen vigerende bestemmingsplan. Hier worden ook geen aanvullende voorzieningen, zoals parkeerplaatsen, gerealiseerd. Hier ter plekke is ook enkel langzaam verkeer toegestaan binnen de regels van het bestemmingsplan en daarmee dus geen autoverkeer en feitelijk is er daarmee geen sprake van 22/43 - ontwerp - NL.IMRO.1948.PAR000BP0022022M-ON01 - 25 januari 2022
een 'weg', maar een pad. De landschappelijke aspecten van het gehele tracé in relatie tot de omgeving zijn in de landschapsvisie 'Duits Lijntje' (hierna Landschapsvisie) opgenomen (zie Bijlage 21). Het doel is een aantrekkelijke route tot stand te brengen. In het onderzoek naar het gewenste tracé voor de Snelfietsroute is de meerwaarde van de route in relatie tot landschap, ecologie en recreatie verkend. In de visie 'Duits Lijntje verbindt' is dit voor een deel van het tracé uitgewerkt. Inmiddels is het gehele tracé vastgesteld en spelen meerdere aspecten bij de ontwikkeling van de Landschapsvisie een rol. Het gaat hierbij ondermeer om de koppeling en ontsluiting van waardevolle parels, zoals een natuurtuin, cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en enkele oorspronkelijk onderdelen van het Duits Lijntje. Ook zijn verbindingen of ommetjes in de directe omgeving van het tracé gewenst. Bovenal wordt er, met het hanteren van de uitgangspunten van de landschapsvisie en de uitgewerkte ontwerpen, met de voorgenomen ontwikkeling een doorgaande verbinding op zowel ecologisch als infrastructureel gebied gerealiseerd, waarbij ook de omgevingskwaliteit wordt verhoogt. Kwaliteitsverbetering en lagenbenadering De realisatie van de Snelfietsroute Veghel-Uden maakt in het stedelijk gebied vrijwel uitsluitend gebruik van bestaande verhardingen.
Deze worden op plekken verbreed tot een fietspad van circa 4 meter, op plekken worden wegen heringericht als fietsstraat en op plekken worden verbindingen verbeterd, waardoor sprake is van een doorgaande en logische infrastructurele verbinding. Hiermee wordt de oost-west fietsverbinding verbeterd, waardoor bedrijventerreinen, centra en overige bezoekdoelen rondom en aan de fietsroute beter bereikbaar. Hiermee worden voorwaarden geschapen om autobewegingen om te zetten naar fietsbewegingen. Daarnaast wordt er met de aanleg van de SFR ook een bijdrage geleverd aan het verbeteren van de ecologische verbindingen in oost-west richting. Zoals in de landschapsvisie Duits lijntje is geconstateerd is deze verbinding op dit moment ook onderbroken en niet meer duidelijk aanwezig. Daarnaast wordt het Duits lijntje als cultuurhistorisch waardevol element beter beleefbaar en wordt deze strook in stedelijk gebied robuuster ingericht, waardoor hij ook voor de toekomst belangrijke waarde blijft houden als ecologische en infrastructurele verbinding in het stedelijk gebied. Dit alles zorgt dan ook voor een significanie versterking van het woon- en leefklimaat in het stedelijk gebied en doordat deze verbinding robuuster wordt zeker ook voor de buitengebieden aan de einden van deze verbinding.
Hiermee worden de ondergrond (met de kenmerkende landschappelijke kwaliteiten en aanwezige flora en fauna) versterkt in combinatie met netwerken wat uiteindelijk leidt tot een versterking van de occupatielaag. Hiermee wordt de lagenbenadering toegepast en vindt er meerwaardecreatie plaats op diverse gebieden met de realisatie van de snelfietsroute Veghel-Uden. Door deze combinatie van doelen en werkzaamheden worden de principes van zorgvuldig ruimtegebruik toegepast in dit project. Conclusie Gelet op het bovenstaande voldoet het voorliggend bestemmingsplan aan de eisen en van de Interim Omgevingsverordening Brabant en draagt het bij aan het bereiken van de daarin gestelde doelstellingen.
23/43 - ontwerp - NL.IMRO.1948.PAR000BP0022022M-ON01 - 25 januari 2022
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie Veghel 2030: Menu voor de toekomst (2013) In de Structuurvisie Veghel 2030 worden de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de lange termijn (op hoofdlijnen) vastgelegd. Veghel doet dat voor de periode tot 2030 en voor het hele grondgebied van de gemeente.
Figuur 3-6 uitsnede visiekaart structuurvisie Veghel 2030 met legenda Veghel kent een uitgebreid fietsnetwerk, bestaande uit regionale, lokale en specifiek recreatieve fietsroutes. Versterking van dit fietsnetwerk is van belang om veilige routes voor de schoolgaande jeugd te bieden, om het gebruik van de fiets in het woon-werkverkeer en sociale verkeer te bevorderen en om de recreatieve waarden van het buitengebied beter toegankelijk te maken. Doorgaande en liefst vrijliggende verbindingen zijn voor zo’n fietsnetwerk van groot belang. Met name aan de zuidrand van de kern Veghel en bij de toegangen van de Veghelse bedrijventerreinen ontbreken nog schakels in een dergelijk netwerk. In het recent vastgestelde Fietsplan Veghel zijn voorstellen gedaan voor de invulling van deze ontbrekende schakels. De meest in het oog springende voorstellen zijn het versterken van de fietsverbinding langs het oostelijke deel van het Duits Lijntje, door het realiseren van nieuwe aantakkingen richting Mariaheide en Eerde, een nieuwe directe fietsverbinding vanaf Zijtaart richting Veghel en een nieuwe verbinding vanaf Boerdonk naar Gemert. Ook zijn maatregelen opgenomen om de herkenbaarheid van de bestaande fietsroutes te verbeteren. De verbinding Uden - Veghel langs het Duits Lijntje is geïnventariseerd als een beloftevolle snelfietsroute.
Duits Lijntje De spoorlijn Boxtel – Wesel, ook wel het Duits lijntje genoemd, is de voormalige spoorlijn die het Duitse Wesel verbond met Boxtel, Gennep, Uden, Veghel, Schijndel en Boxtel. De spoorlijn is niet meer in gebruik. Er is onderzocht of reactivering van deze spoorlijn voor goederenvervoer haalbaar is, maar dat blijkt niet het geval te zijn. Het Duits Lijntje biedt mogelijkheden voor het 24/43 - ontwerp - NL.IMRO.1948.PAR000BP0022022M-ON01 - 25 januari 2022
ontwikkelen van een groene verbinding door stedelijk gebied. Daarbij wordt ook ingezet op het handhaven van het spoor als industrieel erfgoed. De monumentale spoorweginstallatie aan het Duits Lijntje op de hoek van de Populierenlaan en de Vorstenbosscheweg (buiten het plangebied van De Dubbelen) is door SIEMei (Stichting Industrieel Erfgoed Meierij) gerestaureerd. Het tracé van de snelfietsroute volgt het Duits lijntje en zorgt voor het opvullen van een ontbrekende schakel in het fietsnetwerk maar laat de cultuurhistorisch waardevolle elementen intact. De aanleg past binnen het gemeentelijk beleid. Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de Structuurvisie Veghel 2030.
3.3.2 Duurzaamheid De concrete doelstellingen op het gebied van duurzaamheid voor de gemeente Meierijstad zijn vastgelegd in het Uitvoeringsprogramma voor de duurzaamheidsvisie. Hierin staat centraal dat duurzaamheid geen afzonderlijk beleidsveld meer is binnen de gemeente, maar integraal terug moet komen in de werkzaamheden en projecten van de gemeente. Daarnaast zijn er in dit uitvoeringsprogramma een aantal concrete maatregelen opgenomen waarvan het reduceren van vervoersbewegingen en stimuleren van zero-emissie vervoer er één is. Met het realiseren van de Snelfietsroute zet de gemeente in op het stimuleren van het fietsverkeer en het aansluiten op provinciale snelfietsroutes. In het kader van de snelfietsroute heeft de provincie ook uitgesproken dat het haar doelstelling is om het aantal fietsverplaatsingen binnen de provincie uit te laten groeien tot 28 tot 30% van de totale mobiliteit om op die manier de filedruk te verminderen, de gezondheid te bevorderen en een bijdrage te leveren aan een beter milieu. Het realiseren van onderhavige snelfietsroute levert daaraan een belangrijke bijdrage. Conclusie Het realiseren van de snelfietsroute levert een significante bijdrage aan het bereiken van de gemeentelijke doelstellingen op het gebied van duurzaamheid en specifiek het verduurzamen van het verkeer en vervoer.
3.3.3 Conclusie Het bestemmingsplan Snelfietsroute Veghel - Uden, Woongebied Veghel past binnen de kaders van het rijksbeleid, provinciale beleid en het gemeentelijke beleid.
25/43 - ontwerp - NL.IMRO.1948.PAR000BP0022022M-ON01 - 25 januari 2022
Hoofdstuk 4 Planologische en milieutechnische aspecten Het milieubeleid is primair bedoeld om een optimale leefomgeving te realiseren. Dit kan er soms toe leiden dat beperkingen worden opgelegd aan gewenste ruimtelijke ontwikkelingen. In onderstaande worden de conclusies voor de verschillende aspecten beschreven, maar alleen als en voor zover deze aspecten relevant zijn voor de beoogde ontwikkeling.
4.1 Luchtkwaliteit 4.1.1 Niet in betekenende mate Bij de besluitvorming in het kader van een ruimtelijk plan dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteitsaspecten die samenhangen met het plan in acht te nemen. Dit betekent dat de gevolgen voor de luchtkwaliteit die samenhangen met de nieuwe functies getoetst dienen te worden aan de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer ook wel de Wet luchtkwaliteit genoemd. Ingevolge de systematiek van deze wet vormen de luchtkwaliteitseisen in ieder geval geen belemmering voor een ontwikkeling indien deze niet in betekenende mate (hierna NIBM) bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Dit is het geval indien aan één van de volgende voorwaarden is voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt - al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt “niet in betekenende mate” bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hetgeen inhoudt dat door het project de luchtkwaliteit met minder dan 3% verslechtert; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen. De 3%-grens van een project dat 'niet in betekenende mate bijdraagt', is ook omgezet in een getalsmatige grens.
Als deze getalsmatige grens (hieronder) niet wordt overschreden, wordt deze 3%-grens gerespecteerd. kantoorlocaties: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitingsweg, 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitingswegen. (voorschrift 3A.1); woningbouw: 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg, 3.000 woningen bij 2 ontsluitingswegen (voorschrift 3A.2). De aanleg of het gebruik van een fietspad valt niet onder één van deze functies. De aanleg van het fietspad zorgt hooguit voor een tijdelijke toename van emissies naar de lucht, vanwege het gebruik van materieel. Het gebruik van het fietspad zorgt niet voor een verslechtering van de luchtkwaliteit; integendeel, het gebruik moet juist leiden tot een vermindering van de verslechtering van de luchtkwaliteit, omdat dit zorgt voor een vermindering van het autoverkeer. Conclusie Op grond van artikel 5.16 lid 1 onder c. Wm jo. artikel 5.16 lid 4 Wm jo. artikel 4 lid 1 Besluit niet in betekenende mate jo. bijlage 4a voorschrift 3A.2, draagt het fietspad niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit.
26/43 - ontwerp - NL.IMRO.1948.PAR000BP0022022M-ON01 - 25 januari 2022
4.2 Bodemkwaliteit 4.2.1 Algemeen In het kader van een nieuw bestemmingsplan moet worden aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken) is voor de nieuwe functie. Dit vloeit voort uit artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Er is een milieuhygiënisch (water)bodemonderzoek, verhardingsonderzoek en asbestonderzoek uitgevoerd voor het tracé van de snelfietsroute, waarin ook enkele kunstwerken (tunnel, bruggen e.d.) worden aangelegd of gewijzigd. In verband hiermee is inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem, de teerhoudendheid van het plaatselijk aanwezige asfalt en het eventuele voorkomen van asbest op de locatie vereist.
4.2.2 Verkennend Bodemonderzoek In het kader van het bestemmingsplan is bodemonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 8). Hieronder worden de resultaten en aanbevelingen beschreven voor het plangebied Woongebied Veghel. Nader bodemonderzoek deellocatie ter plaatse van Geerbosch Geconcludeerd kan worden dat nabij de in het verleden vastgestelde locaties met PAK-verontreiniging geen sprake is van overlappende verontreiniging op het traject van de SFR. De resultaten van het nader bodemonderzoek vormen geen belemmering voor het uitvoeren van de werkzaamheden en vormen geen aanleiding tot het nemen van saneringsmaatregelen. Zintuiglijke waarnemingen opgeboorde grond In boringen 25 (Gazellepad nabij brug over Aa), 26 (doorsteek Burgemeester Schrevensingel naar Gasthuisstraat), 32 (Geerbosch), 48 (Moerven), ZH01, ZH02, ZH03, ZH04 (ZH Kruising Pater van den Elsenlaan), ZI02, ZI03, ZI04 (ZI Kruising Dorshout), ZL01, ZL02, ZL03 en ZL04 (ZL kruising Busselbundersweg) zijn sporen tot volledige lagen met puin/repac/beton aangetroffen. Geadviseerd wordt bij deze deellocaties een verkennend onderzoek asbest te verrichten om de aanwezigheid van asbest op deze locatie uit te sluiten.
Hierbij wordt opgemerkt dat de bijmengingen bij boringen 25, 26, 32 en 48 zeer plaatselijk aanwezig zijn en er het in het kader van de werkzaamheden mogelijk geen werkzaamheden in deze lagen met bijmengingen zijn voorzien. In dat geval dient per locatie nagegaan te worden of aanvullend onderzoek al dan niet noodzakelijk is. Bijmengingen met baksteen worden niet direct als asbestverdacht aangemerkt.
27/43 - ontwerp - NL.IMRO.1948.PAR000BP0022022M-ON01 - 25 januari 2022
4.2.3 Verkennend waterbodemonderzoek Deellocaties S t/m ZF Geconcludeerd kan worden dat de waterbodem van zeer variërende kwaliteit is. Van achtergrondwaarde tot niet toepasbaar, wel/niet verspreidbaar op het aangrenzende perceel en van vrij toepasbaar in oppervlaktewater tot niet toepasbaar in waterbodem (afvoer baggerdepot). Voor een volledig overzicht per deellocatie/watergang wordt verwezen naar Bijlage 8 tabel 8.1 (pag 47). Hierbij zijn de zwaarstwegende resultaten van het onderzoek op het standaardpakket en het PFAS pakket opgenomen. Ter plaatse van de fietsbrug over de Aa (deellocatie V) is een ondoordringbare laag aangetroffen van vermoedelijk stenen. Er is geen slib of waterbodem op de stenen nabij de brug aanwezig. Daarom bleek onderzoek op deze locatie niet mogelijk. Geadviseerd wordt bij de toekomstige werkzaamheden rekening te houden met de aanwezige verharding en dat de kwaliteit van de onderliggende bodem niet is vastgesteld. Geadviseerd wordt bij de werkzaamheden per watergang en waterbodemlaag (slib/onderliggende bodem) rekening te houden met de vastgestelde mogelijkheden voor hergebruik.
4.2.4 Asfaltonderzoek Het aanwezige asfalt ter plaatse van het gehele tracé van de SFR is onderzocht. Uit de PAK-markertesten en PAK analyses blijkt dat een deel van het asfalt als teerhoudend beschouwd dient te worden. Dit betreft: De toplaag van een groot deel van de Burgemeester Schrevensingel (circa 22 ton teerhoudend asfalt op basis van circa 6,5 m breed, circa 270 m lang en toplaag van circa 5 mm); Het asfalt ter plaatse van grote delen van het Geerbosch (circa 128 ton teerhoudend asfalt op basis van circa 4 m breed, circa 425 m lang en laagdikte van gemiddeld 30 mm, variërende lagen); Bij de globale berekening van de tonnages van de teerhoudende lagen is geen rekening gehouden met mogelijke freesdiktes/freesmarges e.d. Het overige asfalt kan als niet teerhoudend beschouwd worden. Aanbevolen wordt om het teervrije asfalt warm in asfaltmengsels her te verwerken dan wel af te voeren naar een erkend verwerker als niet teerhoudend asfalt. Het teerhoudend asfalt dient te worden afgevoerd naar een erkend verwerker. Als het (gebroken) asfalt zal worden hergebruikt als een niet-vormgegeven bouwstof (b.v. fundatiemateriaal) is het uitgevoerde onderzoek ontoereikend en moet een partijkeuring niet-vormgegeven bouwstof uitgevoerd worden.
28/43 - ontwerp - NL.IMRO.1948.PAR000BP0022022M-ON01 - 25 januari 2022
4.2.5 Aanbevelingen/aandachtspunten In het kader van de voorgenomen werkzaamheden voor het aanleggen van de SFR Veghel verdienen de volgende punten extra aandacht/onderzoek: In boringen 25 (Gazellepad nabij de brug over Aa), 26 (doorsteek Burgemeester Schrevensingel naar Gasthuisstraat), 32 (Geerbosch), 48 (Moerven), ZH0l, ZH02, ZH03, ZH04 (ZH Kruising Pater van den Elsenlaan), ZI02, ZI03, ZI04 (ZI Kruising Dorshout), ZL0l, ZL02, ZL03 en ZL04 (ZL kruising Busselbundersweg) zijn sporen tot volledige lagen met puin/repac/beton aangetroffen. Geadviseerd wordt bij deze deellocaties een verkennend onderzoek asbest te verrichten om asbest op deze locatie uit te sluiten. Hierbij wordt opgemerkt dat de bijmengingen bij boringen 25, 26, 32 en 48 zeer plaatselijk aanwezig zijn en er het in het kader van de werkzaam heden mogelijk geen werkzaam heden in deze lagen met bijmengingen zijn voorzien. In dat geval dient per locatie nagegaan te worden of aanvullend onderzoek al dan niet noodzakelijk is. Bijmengingen met baksteen worden niet direct als asbestverdacht aangemerkt. Ter plaatse van de fietsbrug over de Aa (deellocatie V) is een ondoordringbare laag aangetroffen van vermoedelijk stenen. Er is geen slib of waterbodem op de stenen nabij de brug aanwezig. Derhalve bleek onderzoek op deze locatie niet mogelijk.
Geadviseerd wordt bij de toekomstige werkzaamheden rekening te houden met de aanwezige verharding en dat de kwaliteit van de onderliggende bodem niet is vastgesteld. Overige opmerkingen: Opgemerkt wordt dat er spoorballast aanwezig is ter plaatse van het voormalige Duits Lijntje (spoorbaan). Dit ballast materiaal is op basis van visuele waarnemingen niet asbestverdacht en is daarom niet verder onderzocht. Conclusie Als rekening wordt gehouden met de aanbevelingen uit het bodemonderzoek binnen het voorliggend plangebied, vormt het aspect bodem (inclusief waterbodem) geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.3 Geluid Met voorliggend bestemmingsplan wordt geen nieuwe geluidsgevoelige functie mogelijk gemaakt. Anderzijds is een fietspad in het kader van de Wet geluidhinder geen geluidsbron. Hierdoor hoeft er geen akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd voor voorliggend plan. Conclusie Het voorliggend plan heeft geen negatieve gevolgen voor de geluidbelasting op de omgeving en daarmee geen belemmering vormt voor dit bestemmingsplan.
29/43 - ontwerp - NL.IMRO.1948.PAR000BP0022022M-ON01 - 25 januari 2022
4.4 Ecologie 4.4.1 Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming bevat regels voor het beschermen van bijzondere gebieden, zoals Natura 2000-gebieden en gebieden die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura 2000 De meest relevante Natura2000-gebieden voor dit project, te weten ‘Vlijmens Ven Moerputten & Bossche Broek’, ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’ en ‘Deurnsche Peel & Mariapeel’, bevinden zich op respectievelijk circa 15 km, circa 16 km en circa 24 km van het plangebied. Invloed van geluid en licht als gevolg van activiteiten in het plangebied zullen, vanwege deze afstand, geen rol spelen. Voor stikstofdepositie ligt die mogelijk anders. Om er zeker van te zijn dat er, ondanks de afstand, geen toename van stikstofdepositie optreedt op een relevant Natura2000-gebied is een stikstofberekening uitgevoerd (zie Bijlage 18). Deze is alleen uitgevoerd voor de aanlegfase. Voor de gebruiksfase van de snelfietsroute worden geconcludeerd dat de gebruiksfase van de snelfietsroute niet zal leiden tot een toename van stikstofdepositie op relevante nabijgelegen Natura 2000-gebieden omdat maar beperkt gemotoriseerd verkeer op de snelfietsroute is toegestaan. Dit beperkt gemotoriseerd verkeer zal op de fietspaden/-stroken voornamelijk bestaan uit brommer- en scooterverkeer dat nu op nabijgelegen (reguliere) wegen rijdt.
Daarnaast zullen op de fietsstraten alleen voertuigen rijden die nu ook gebruik maken van de huidige (reguliere) wegen (bestemmingsverkeer). Feitelijk heeft de aanleg van de Snelfietsroute ook tot doel om een aantal verkeersbewegingen van autogebruik naar fietsgebruik te wijzigen, met daarmee dus een afname van het aantal gemotoriseerde verkeersbewegingen tot gevolg. Wet stikstofreductie Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. Hiermee is de Wet natuurbescherming gewijzigd en is een vrijstelling van de vergunningplicht voor bouw- en aanlegwerkzaamheden opgenomen in artikel 2.9a van de Wet natuurbescherming. Deze vrijstelling geldt voor alle projecten die in de gebruiksfase geen tot weinig stikstofemissie veroorzaken en heeft betrekking op de bouw van woningen, utiliteitsgebouwen en andere bouwwerken (waaronder bruggen) inclusief de daarmee gepaard gaande vervoersbewegingen, waarmee deze wijziging dus ook betrekking heeft op de voorgenomen ontwikkeling in dit bestemmingsplan en de realisatiefase dus niet nader onderzocht hoeft te worden. Berek ende uitstoot in realisatiefase De totale emissie als gevolg van het voorziene aanlegproces is berekend op 297 kg NOx. Dit is slechts 23 % van de maximaal toegestane emissie.
Het voorziene aanlegproces zal dus in geen geval leiden tot een toename van stikstofdepositie in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Conclusie Voor het gebruik van de Snelfietsroute door Veghel is geconcludeerd zowel dat dit niet zal leiden tot een toename van de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Ten aanzien van de realisatiefase valt dit project onder de vrijstellingen zoals opgenomen in de Wet Stikstofreductie. Desondanks is tevens berekend dat de stikstofdepositie ook in deze fase onder de voorheen vigerende drempel blijft. De Wet natuurbescherming vormt derhalve geen belemmering vanuit het aspect stikstofdepositie. Beschermde gebieden en ecologische verbindingszone Het tracé doorkruist enkele percelen of gebieden, die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Brabant. Er vindt een tijdelijke verstoring plaats van het aanwezige bos en door de verharding treedt een gering verlies op van biotoop, waaronder geschikte habitats voor graafwespen en zandbijen. Anderzijds worden sterk overgroeide delen van he traject ontdaan van de aanwezige 30/43 - ontwerp - NL.IMRO.1948.PAR000BP0022022M-ON01 - 25 januari 2022
bramenruigte en door de hier aanwezige vegetatie te vervangen door bijvoorbeeld besdragende struiken, kan een meerwaarde worden bereikt voor de genoemde beheertypen. De groene zone ter plaatse van het tracé over het bedrijventerrein de Dubbelen moet worden behouden en versterkt. De aanleg van het fietspad moet hier zorgvuldig gebeuren en mag niet leiden tot verlies van opgaande begroeiing lans de nieuwe verharding. Dit speelt echter niet in het voorliggend bestemmingplan. Het is van belang de ecologische verbindingsfunctie van de oude spoorlijn te continueren door langs de verharding in te zetten op ecologisch bermbeheer, waarbinnen verschraling een belangrijke beheercomponent vormt. Idealiter ontstaat een schraalgraslandvegetatie, waarbinnen delen met heide. Ook daarvoor is van belang dat er voldoende openheid of gecreëerd wordt, met name door bomen die erg dicht op het tracé staan te vervangen door struiken. Het is van belang een structuurrijke mantel en zoom te creëren op de tracédelen die door bosgebied lopen, zoals hiervoor al genoemd. Bestaande schrale plekken moeten in stand gehouden worden en waar mogelijk uitgebreid, bijvoorbeeld door bewust open zandige plekken te make. Hierdoor ontstaan ook weer nieuwe biotopen voor insecten, waaronder graafwespen en zandbijen.
Als de ontwikkeling een aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant tot gevolg heeft, is conform artikel 3.16 en artikel 3.22 van de Interim Omgevingsverordening compensatie van natuur aan de orde. In dit kader is een inventarisatie uitgevoerd naar de aanwezige natuurwaarden en een beoordeling gemaakt in hoeverre werkelijk een noodzaak tot compensatie aan de orde is. Op acht locaties langs het traject waar het ontwerp van de snelfietsroute samenvalt of aangrenzend is aan gronden die conform de 'Interim Omgevingsverordening' van de provincie Noord-Brabant zijn aangemerkt als 'ecologische verbindingszone' en/of 'Natuur Netwerk Brabant' (NNB). Om te bepalen of en wat er eventueel gecompenseerd moet worden, vormt de eerste stap het inventariseren van de huidige aanwezige natuurwaarden. Dit gebeurt enerzijds middels een bureaustudie, waar op basis van de kaartviewer (geraadpleegd in juni 2020) van de Provincie Noord-Brabant is onderzocht welke huidige natuurbeheertype aanwezig zijn op de locaties en welke ambities voor natuurbeheertypen op de locaties zijn voorgenomen. Anderzijds zijn de natuurwaarden geïnventariseerd in het veld. Tijdens een gezamenlijk veldbezoek van een ecoloog van Lievense en een projectmanager van de gemeente Meierijstad zijn alle locaties bezocht.
Op elke locatie afzonderlijk is bekeken hoe de toekomstige ligging van de SFR zich verhoudt tot de aanwezige ecologische verbindingszone en de aangewezen natuurbeheertypen. Voor elke locatie is een inschatting gemaakt in hoeverre hier natuur verdwijnt of in hoeverre de kwaliteit van de natuurbeheertypen en ecologische verbindingszone vermindert. Het advies dat naar aanleiding van dit inventariserend onderzoek is opgesteld is als Bijlage 19 bij deze toelichting gevoegd. De beoordeling heeft uitsluitend plaatsgevonden ten aanzien van de overlap van de toekomstige ontwikkeling met de NNB/EVZ. Daarnaast is een 'nee, tenzij toets' uitgevoerd in het kader van de NNB. Deze is opgenomen in Bijlage 17. Uit deze toets is gebleken dat er, met name ook door de gekozen wijze van inrichten, geen significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNB of EVZ gronden optreedt bij de voorgenomen aanleg van de Snelfietsroute. Bevindingen onderzoek Zowel in de huidige alsook in de toekomstige situatie bevindt de fietsroute zich grotendeels parallel aan de ecologische verbindingszone (EVZ) het Duits Lijntje. Dit met als verschil dat het in de toekomstige situatie een snelfietsroute (SFR) betreft. Hiermee wordt de route voor fietser efficiënter en daarmee ook ruimer (ca.