Bijlage 2: Ruimtelijke onderbouwing tijdelijke huisvesting internationale werknemers - Heidebloemstraat 15
Tekst van het document
Gelet op de ruime afstanden en de kleinschaligheid van het plan is sprake van een aanvaardbaar volksgezondheidsrisico en zijn er wat dit aspect geen belemmering voor het plan. Hier kan aan worden toegevoegd dat de geurbelasting en fijn stof concentraties voldoen aan de geldende normen. Het plan voorziet niet in bijzondere gevoelige bestemmingen en er worden geen klachten vanwege veehouderijen verwacht. In de omgeving bevinden zich geen bedrijven met pluimvee en varkens waardoor een verhoogde kans op zoonosen aanwezig is. De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie 30 april 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of er sprake is van een verhoogd gezondheidsrisico en of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De stappen kunnen stuk voor stuk worden doorlopen om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. Stap 1 Endotoxine Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. De concentratie endotoxine in het plangebied voldoet aan de adviesnorm van 30 EU/m3. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. Stap 2 Emissies
55
De ontwikkeling betreft een wijziging naar een woonbestemming en leidt niet tot een toename van emissies van geur en/of fijnstof en/of ammoniak. Stap 3a Geur, toetsen aan aanvaardbaar woon-/leefklimaat a.d.h.v. wettelijk kader De ontwikkeling vindt niet plaats in een gebied met een overbelaste geursituatie. Stap 3b Geur, toetsen aan aanvaardbaar woon-/ leefklimaat Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als gevolg van de geursituatie in het gebied. Stap 4a Meerdere diersoorten in één veehouderij Er zijn geen bedrijven met meer dan een diersoort. Stap 4b De afstand tussen een varkensbedrijf en pluimveebedrijf De afstand tussen het plangebied en de dichtstbijzijnde varkensbedrijf en pluimveebedrijf is groter dan 100 meter. Stap 5a, b en c De afstanden tot geitenhouderijen, pluimveehouderijen Binnen een straal van 2 kilometer bevindt een geitenhouderij. Binnen een straal van 1 kilometer bevinden zich geen pluimveehouderijen. Voor de geitenhouderij aan de Oetelaarsestraat geldt een maatwerkaanpak, zoals deze door het gemeentebestuur in maart 2018 is vastgesteld.
Het volgende wordt hierbij overwogen: • De afstand tot de geitenhouderij meer dan 1.500 meter bedraagt; • Het gezondheidsrisico dat nieuwe bewoners lopen is aanzienlijk kleiner dan het risico van de bewoners, die nu in bestaande woningen op kortere afstand van de geitenhouderij verblijven; • Er is geen sprake van cumulatie met andere overlast van onder andere geur en fijn stof, omdat andere veehouderijen op geruime afstand van de planlocatie zijn gelegen en de geitenhouderij aan de Boxtelseweg feitelijk al is beëindigd. Stap 6 Mestbewerking Er is in de nabijheid geen mestbewerking of verwerking. Stap 7 Ongerustheid over de volksgezondheid Er is in de omgeving geen ongerustheid over de volksgezondheid bij omwonenden. Uit het stappenplan blijkt dat overwogen dient te worden om advies van de GGD in te winnen. Initiatiefnemer neemt verder het risico op zich dat de gemeente een lopende procedure stopzet, indien uit aanvullend wetenschappelijk onderzoek blijkt dat sprake is van verhoogde risico’s van het wonen in de omgeving van een geitenhouderij en de oorzaken te herleiden zijn tot de aanwezigheid van een geitenhouderij. Verder worden de nieuwe gebruikers (per brief) actief geïnformeerd over de ligging binnen 2 km van een geitenhouderij en de mogelijk gevolgen voor de gezondheid.
56
4.11 Verkeer en parkeren De gemeente Meierijstad streeft naar een goede ontsluiting en ook naar een goede parkeerbalans op nieuw te ontwikkelen percelen. In paragraaf 3.4 (onder het kopje ‘Paraplubestemmingsplan parkeren / Nota Parkeren 2018’) is reeds verantwoord op welke manier de parkeerbehoefte wordt opgevangen in de bestaande situatie. Qua verkeersgeneratie heeft het CROW ook kencijfers die gehanteerd moeten worden bij het berekenen van de verkeersgeneratie. Het CROW schrijft voor dat in een matig stedelijke plaats als Schijndel (op basis van omgevingsadressendichtheid) bij kamerverhuur voor zelfstandigen (niet studenten), per kamer minimaal 1,8 en maximaal 2,4 motorvoertuigen per etmaal worden gegenereerd. Vertaald naar dit plan betekent dit dat er minimaal 126 en maximaal 168 motorvoertuigen per etmaal gegenereerd worden met de komst van het plan. Op het drukste moment van de dag – de spits (12% van het totaal) – betekent dit het plan minimaal 15,12 en maximaal 20,16 motorvoertuigen toevoegt op het bestaande wegennet. De weg betreft een erftoegangsweg met een toegestane richtintensiteit van 720 motorvoertuigen per spitsperiode. In de huidige situatie rijden er per spitsperiode maximaal 200 motorvoertuigen. Een toename van maximaal 19 motorvoertuigen per spits zal dus niet voor problemen zorgen omtrent verkeersveiligheid en doorstroming.
Het niet aanwezig zijn van een trottoir wil niet automatisch zeggen dat dit zorgt voor verkeersonveilige situaties. Er zijn in heel Nederland immers tal van erftoegangswegen waar geen trottoir aanwezig is. Het CROW schrijft ook niet voor dat dit verplicht is bij dit type weg. Als een trottoir wordt toegepast, moet dit trottoir aansluiten op een logische voetgangersroute/voetgangersnetwerk. Het toevoegen van een op zichzelf staand trottoir zorg juist voor verkeersonveiligheid doordat je voetgangers eerst op het trottoir laat lopen, dan weer op de weg en dan weer op een trottoir. Een van de gouden regels binnen de wereld van verkeer is dat men de weggebruiker niet in verwarring moet brengen. De weggebruiker wordt in dit geval juist in verwarring gebracht door het toevoegen van een trottoir ter hoogte van het plangebied hetgeen ten koste gaat van de verkeersveiligheid.
57
5. JURIDISCHE PLANOPZET De initiatiefnemer heeft met onderhavige rapportage een ‘ruimtelijke onderbouwing’ aangeleverd, waaruit is gebleken dat het voorgenomen plan geen negatieve ruimtelijkfysieke, logistieke en milieu-hygiënische gevolgen heeft voor het planlocatie en de directe omgeving ervan.
58
6. ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Exploitatie Behoudens kosten voor ambtelijke voorbereiding en begeleiding zijn er voor de uitvoerbaarheid van de voorgestane ontwikkeling geen andere kosten voor de gemeente in de exploitatiesfeer. De ontwikkeling bevindt zich op eigen terrein van de initiatiefnemer en komt buiten de directe invloedssfeer van de gemeente tot stand. Alle kosten verbonden aan de realisatie van het plan komen voor rekening van de initiatiefnemer. De initiatiefnemer en de gemeente hebben afspraken gemaakt over kostenverhaal en locatie-eisen welke middels anterieure overeenkomst juridisch zijn vastgelegd. Planschade Om de economische uitvoerbaarheid te waarborgen, dient inzicht te worden verkregen of in onderhavige situatie sprake is van planschade. Eventuele tegemoetkomingen in de planschade die uit de planmaatregel voortvloeien, zijn voor rekening van de initiatiefnemer.
59
7. MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID De procedure(s) zijn door de wetgever geregeld. Er is een landelijke voorziening waar in elektronische vorm de ruimtelijke visies, plannen, besluiten, verordeningen of algemene maatregelen van bestuur van gemeenten, provincies en Rijk, voor een ieder volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Omgevingsdialoog Het planvoornemen is gecommuniceerd met de eigenaren/bewoners van de directe belendingen, zie bijlage 8.
60
8. CONCLUSIE In deze ruimtelijke onderbouwing is nadrukkelijk gemotiveerd dat het onderliggende plan zich verhoudt, zowel in negatieve als positieve zin, tot de aanwezige functies en waarden in de planlocatie en de directe omgeving ervan. Naast het ruimtelijk-planologische beleid, de stedenbouwkundige toets zijn alle ruimtelijke en milieu-hygiënische deelaspecten onderzocht. Aan de volgende voorwaarden is voldaan: • het motiveren van de afwijking van de geldende bestemmingen middels het opstellen van onderliggende ruimtelijke onderbouwing; • het met een ruimtelijke onderbouwing aantonen van de ruimtelijk-fysieke, logistieke en milieu-hygiënische aanvaardbaarheid.
61