CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2: RO woningen Pastorietuin, fase 1 Boskant

Raadsvergadering 12 december 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Afgifte ontwerpverklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning woningbouw pastorietuin en dorpspark Boskant16.606 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing Tijdelijke woningen Dorpspark, Boskant Gemeente Meierijstad Definitief

Ruimtelijke onderbouwing Tijdelijke woningen Dorpspark, Boskant

1

colofon

projectnaam Ruimtelijke onderbouwing Tijdelijke woningen Dorpspark, Boskant datum 27 september 2024 projectnummer P06210 opdrachtgever Woonmeij BRO projectleider MvDn projectteam KTj bron kaft BRO

Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl

Ruimtelijke onderbouwing Tijdelijke woningen Dorpspark, Boskant

2

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3 1.4

4 4 5 5

Planbeschrijving

6

2.1 2.2

6 6

Huidige situatie Toekomstige situatie

Beleid 3.1

3.2 3.3

4

Aanleiding Planlocatie Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

4.3.2 4.3.3

4.4

4.5

4.6 4.7

8

Rijksbeleid

8

3.1.1 3.1.2 3.1.3

8 8 8

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ladder voor duurzame verstedelijking

Provinciaal beleid

8

3.2.1 3.2.2

8 9

Omgevingsvisie Noord-Brabant Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

Gemeentelijk beleid

9

3.3.1 3.3.2 3.3.3

9 10

Omgevingsvisie gemeente Meierijstad (voorontwerp) Woonvisie Meierijstad Beleidsregel Kruimelgevallenregeling Gemeente Meierijstad

11

4.8

4.9

Onderzoek Conclusie

15 15

4.13.2 4.13.3

Bedrijven en milieuzonering

15

4.14 Gezondheid

26

4.4.1 4.4.2 4.4.3

15 15 16

4.14.1 4.14.2 4.14.3 4.14.4

26 27 27 27

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Geur agrarisch

16

4.5.1 4.5.2 4.5.3

16 16 17

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Spuitzones Externe veiligheid

17 17

4.7.1 4.7.2 4.7.3

17 17 18

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Ecologie

18

4.8.1 4.8.2 4.8.3 4.8.4 4.8.5 4.8.6

18 19 19 19 20 21

Toetsingskader en onderzoek Wettelijke gebiedsbescherming Toetsing Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Toetsing Houtopstanden en Soorten bescherming Aanvullend onderzoek marterachtigen Conclusie

Bomen

21

4.9.1 4.9.2 4.9.3

21 21 22

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

4.10 Bodem 4.10.1 4.10.2 4.10.3

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

22 22 22 23

Omgevingsaspecten

13

4.1

Verkeer en parkeren

13

4.1.1 4.1.2 4.1.3

13 13 14

4.11.1 4.11.2 4.11.3

14

4.12 Archeologie

25

14 14 14

4.12.1 4.12.2 4.12.3

25 25 25

4.2

Geluid 4.2.1 4.2.2 4.2.3

4.3

Toetsingskader Onderzoek Conclusie Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Luchtkwaliteit

14

4.3.1

14

Toetsingskader

4.11 Waterparagraaf Toetsingskader Onderzoek Conclusie Toetsingskader Onderzoek Conclusie

4.13 Cultuurhistorie 4.13.1

Ruimtelijke onderbouwing Tijdelijke woningen Dorpspark, Boskant

Toetsingskader

23 23 24 25

Onderzoek Conclusie Volksgezondheid i.r.t. veehouderijen Hoogspanningslijnen Spuitzones Conclusie

4.15 M.e.r-beoordeling 4.15.1 4.15.2

5

Toetsingskader Conclusie

25 25

27 27 27

Haalbaarheid

28

5.1 5.2

Economische haalbaarheid Maatschappelijke haalbaarheid

28 28

5.2.1 5.2.2

28 28

Omgevingsdialoog Procedure

Separate bijlagen Bijlage 1 - Parkeeronderzoek Bijlage 2 - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 3 - Quickscan flora en fauna Bijlage 4 - Stikstofnotitie Bijlage 5 - Aanvullend onderzoek ecologie Bijlage 6 - Activiteitenplan bunzing Bijlage 7 - Bomeneffectanalyse Bijlage 8 - Bodemonderzoek perceel 4526 en 4433 Bijlage 9 - Bodemonderzoek perceel 3096 Bijlage 10 - Aanvullend bodemonderzoek Bijlage 11 - Waterparagraaf Bijlage 12 - Omgevingsdialoog

25 25

3

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet van het planologische regime

deel a onder 2 Wabo) niet in strijd mag zijn met een goede ruimtelijke or-

worden afgeweken. Dat kan middels een omgevingsvergunning.

dening. Hieraan moet men dus toetsen bij verlening van een dergelijke omgevingsvergunning. Hiervoor is vereist dat het project voldoet aan de

Initiatiefnemer Woonmeij is voornemens om in en rondom de Pastorietuin

Voor het realiseren van de woningen voor een termijn van maximaal 10

algemene beleidsregels van de gemeente en dat er sprake is van de moti-

in Boskant, gemeente Meierijstad verschillende woningen te realiseren.

jaar kan gebruik gemaakt worden van een omgevingsvergunning voor af-

vering van het besluit. Doorgaans gebeurt dit door te onderbouwen dat

Het totaalplan wordt in 3 fasen gerealiseerd en voorziet in 26 woningen:

wijken bij AMvB aangewezen gevallen, op grond van art. 2.12, lid 1 onder

sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

Fase 1: bouwen van 12 woningen in een nieuw te realiseren park (ge-

sub a, sub 2 Wabo in combinatie met artikel 4 van bijlage II bij het Besluit

plande oplevering 2024);

omgevingsrecht (Bor) (kruimellijst). Op grond van deze regels kan middels

Voorliggend document voorziet in de ruimtelijke onderbouwing van de ont-

Fase 2: Sloop huidige pastorie en nieuwbouw appartementencomplex

de reguliere procedure van het bestemmingsplan worden afgeweken voor

wikkeling. Hiermee wordt aangetoond dat het er sprake is van een goed

met 6 appartementen (geplande oplevering 2028);

zogenaamde kruimelgevallen. In dit geval betreft het een afwijking zoals

woon- en leefklimaat en dat voldaan wordt aan het vereiste van een goede

Fase 3: Sloop woningen Beukenstraat (1t/m11 oneven) en nieuwbouw

bedoeld in lid 11, artikel 4 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht

ruimtelijke ordening.

8 appartementen (geplande oplevering 2025-2030).

(Bor) ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onder-

 

Figuur 1 toont een inrichtingsschets van de totaalontwikkeling. Naast de

delen 1 tot en met 10, voor een termijn van ten hoogste tien jaar.

Planlocatie

De planlocatie is gelegen in een park aan de zuidelijke rand van de kern

woningbouw wordt ook de pastorietuin ingericht als openbaar en aantrekkelijk dorpspark.

1.2

In artikel 2.12, eerste lid, Wabo staat dat de toestemming tot afwijken be-

Boskant, gemeente Meierijstad. Het plangebied wordt omringd door wo-

stemmingsplan in per AMvB aangewezen gevallen (art 2.12, lid 1 onder-

ningen. Ten zuiden is de N619 gelegen welke omzoomd wordt door bos. De planlocatie betreft gedeeltelijk de percelen die kadastraal bekend staan

Om de woningbouw te versnellen is in overleg met de gemeente Meierij-

als gemeente Sint-Oedenrode, sectie H, perceelnummer 4526, 4433 en

stad besloten om de 12 woningen in het park (fase 1) in eerste instantie te

3096. De locatie bestaat nu uit groenvoorziening, betreffende een gras-

realiseren middels een tijdelijke omgevingsvergunning. Voorliggende ruim-

veld met diverse bomen. De ligging van het plangebied is indicatief weer-

telijke onderbouwing heeft betrekking op de eerste fase van het project en

gegeven in figuur 2 en 3.

het realiseren van 12 tijdelijke woningen in de pastorietuin. Het is vervolgens wel van belang dat de ontwikkeling ook na het verlopen van de tijdelijke omgevingsvergunning juridisch-planologisch mogelijk blijft. Parallel aan de doorlooptijd van de tijdelijke omgevingsvergunning wordt een ruimtelijke procedure doorlopen om het permanent behouden van de woningen juridisch-planologisch te borgen. Dit zal gebeuren middels een ruimtelijke procedure voor alle 3 de fasen gezamenlijk. Het voornemen is om over ca. 4 jaar te starten met de ruimtelijke procedure voor het gehele plan. Het vigerende bestemmingsplan op de planlocatie fase 1 is het bestemmingsplan “Boskant”, vastgesteld op 14 maart 2013, door de voormalige gemeente Sint-Oedenrode. Op basis van dit bestemmingsplan heeft de planlocatie de bestemming ‘Groen’. Hier zijn woningen niet toegestaan.

Figuur 1: Impressie inrichtingsschets

Ruimtelijke onderbouwing Tijdelijke woningen Dorpspark, Boskant

4

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Op 27 januari 2021 is het bestemmingsplan ‘Harmonisatie van diverse re-

Op dit moment is het bestemmingsplan ‘Boskant’ van de voormalige ge-

gelingen – laaghangend fruit’ vastgesteld door de gemeente Meierijstad.

meente Sint-Oedenrode het vigerende bestemmingsplan voor het onder-

Dit bestemmingsplan is een actualisatie en harmonisatie van bestaande

havige plangebied. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeen-

regels t.o.v. eerdere bestemmingsplannen. Ten slotte is ook het bestem-

teraad van de voormalige gemeente Sint-Oedenrode op 18 december

mingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’, zoals vastgesteld op 31

2008 en onherroepelijk geworden op 14 maart 2013.

januari 2019 door de gemeente Meierijstad vigerend.

Voorgenomen plangebied betreft de percelen nr. 4526, 4433 en 3096. Aan

Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet van het planologische regime

de hand van het vigerend bestemmingsplan beschikken de percelen 4526

worden afgeweken. Dat kan middels een omgevingsvergunning. Met de

en 4433 over de bestemming ‘Groen’ (zie figuur 4). Binnen deze bestem-

ruimtelijke onderbouwing wordt het gebruik van de gronden voor het reali-

ming zijn (tijdelijke) woningen niet toegestaan. Perceel 3096 beschikt bin-

seren en bewonen van 12 woningen tijdelijk toegestaan (maximaal 10

nen het vigerend bestemmingsplan al over de bestemming ‘Wonen’. Ech-

jaar).

ter beschikt het perceel niet over een bouwvlak en aanduidingen. Voor

Figuur 2: Ligging plangebied (bron: Google Maps)

bouwen op de gronden bouwvlak geldt dat enkel bijgebouwen of bouw-

1.4

Leeswijzer

werken, geen gebouwen zijnde zijn toegestaan. Hier zijn aan de hand van

Deze ruimtelijke onderbouwing beschrijft het plan en de motivatie van het

het bestemmingsplan tevens geen (tijdelijke) woningen toegestaan.

plan op verschillende aspecten. Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van het plan is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die deze omgevingsvergunning mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse omgevingsaspecten die van belang zijn voor het voorliggende plan. In het laatste hoofdstuk komt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.

Figuur 3: Ligging plangebied (bron: Google Maps)

Figuur 4: Uitsnede vigerend bestemmingsplan (ruimtelijkeplannen.nl)

Ruimtelijke onderbouwing Tijdelijke woningen Dorpspark, Boskant

5

2

Planbeschrijving

2.2

Toekomstige situatie

2.1

Huidige situatie

gen gerealiseerd voor een termijn van maximaal 10 jaar. Het is vervolgens

Met de voorgenomen ontwikkeling worden er in eerste instantie 12 wonin-

De planlocatie is gelegen in een park in Boskant, gemeente Meierijstad.

de bedoeling om deze woningen te legaliseren zodat deze permanent mo-

Het gebied is momenteel een grasveld met diverse bomen. Het grasveld

gen blijven bestaan. Hiervoor wordt t.z.t. een separate ruimtelijke proce-

wordt omringd door bomen. De bomen vormen een scheiding tussen het

dure doorlopen.

veld en de omliggende woningen. De woningen gelegen rondom het park zijn met hun tuin richting de planlocatie gesitueerd. Op het park is een

De woningen worden gerealiseerd in twee woonhofjes, zie figuur 6. Het

kleine volkstuin gesitueerd. Naast de aangrenzende woningen is in de na-

noordelijke woonhofje omvat 4 woningen en bestaat uit 3 gelijkvloerswo-

bijheid van het plangebied een kerk gelegen ‘Heilige Rita Kapel’.

ningen van circa 55 m2 en een compacte woning van 50 m2. Het zuidelijke woonhofje omvat 8 woningen en bestaat uit 5 gelijkvloerswoningen van 55 m2 en 3 compacte woningen van 50 m2. In totaal worden er 12 woningen gerealiseerd met een oppervlakte van ca. 50-55 m2. De 8 gelijkvloerswoningen bestaan uit 1 bouwlaag tot een hoogte van maximaal 3,5 meter. De 4 compacte woningen bestaan uit 2 bouwlagen met een bouwhoogte van maximaal 6,5 meter. Iedere woning wordt voorzien van een eigen privé buitenruimte. Ook wordt er voor iedere woning een berging gerealiseerd. In het ontwerp is rekening gehouden met verschillende bestaande bomen. Daarnaast worden er nieuwe bomen aangeplant. In paragraaf 4.10 wordt nader ingegaan op het behoud van diverse bomen. Ten behoeve van de woningen zullen er 15 bestaande parkeerplaatsen aan het Ritaplein en directe omgeving worden benut. Het planvoornemen realiseert geen nieuwe parkeerplaatsen. De toekomstige situatie is weergegeven op figuur 6 op de volgende pagina.

Figuur 5: Huidige situatie van de voorgenomen planlocatie (Bron: PDOK Viewer)

Ruimtelijke onderbouwing Tijdelijke woningen Dorpspark, Boskant

6

Figuur 6: Fase 1 – te realiseren; 12woningen

Ruimtelijke onderbouwing Tijdelijke woningen Dorpspark, Boskant

7

3

Beleid

In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het plan toegelicht en wordt het plan hieraan getoetst. Er is sprake van een doorwerking van beleid dat is vastgesteld op verschillende niveaus van bestuur.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

In de nationale omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie aan voor de toekomstige ontwikkelingen van de leefomgeving in Nederland. In Nederland staan we voor urgente maatschappelijke opgaven die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal gelden zoals klimaatverandering, de energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een perspectief om voort te bouwen op bestaande landschappen en historische steden. In de NOVI zijn vier prioriteiten opgesteld: 

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;

duurzaam economisch groeipotentieel;

sterke en gezonde steden en regio's;

toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Doorwerking plangebied In deze ruimtelijke motivering zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen. Bij de realisatie van het voorliggende initiatief is sprake van een dermate kleinschalige, tijdelijke en lokale ontwikkeling dat geen nationale belangen in het spel zijn. De beoogde ontwikkeling is dan ook niet in strijd met de nationale belangen zoals verwoord in de Novi. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is eind december 2011 in werking getreden. In het Barro zijn de nationale belangen, die juridische borging vereisen, opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke ruimtelijke plannen.

Doorwerking plangebied

Doorwerking plangebied

Het Barro heeft geen gevolgen voor dit plan, aangezien er geen nationale

Het voorgenomen plan voorziet in het realiseren van 12 woningen. Op ba-

belangen in het geding zijn en het initiatief zoals beschreven bijdraagt aan

sis van geldende jurisprudentie geldt dat in het geval van woningbouwlo-

een cruciale opgave vanuit het rijksbeleid.

caties sprake is van een stedelijke ontwikkeling vanaf 12 woningen. Gezien onderhavig planvoornemen bestaat uit de realisatie van 12 tijdelijke

3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

woningen, conform de kruimelprocedure, is de ladder voor duurzame ont-

Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, en is

wikkeling niet noodzakelijk. De ladder voor duurzame ontwikkeling vormt

de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ daaraan toegevoegd. De ladder

geen belemmering voor de voorgestane ontwikkeling.

ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van over programmering en de keu-

3.2

Provinciaal beleid

zes die daaruit volgen. De ladder voor duurzame verstedelijking is in de

3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd.

Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt de voorheen

Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke

geldende structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie

ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebie-

haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil

den. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte program-

zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast

mering bevorderen. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en trans-

hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wilt daarmee ruimte bieden

parante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.

voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verder uitwerking van de ambities nodig

Per 1 juli 2017 is een nieuwe versie van de ladder van kracht. De toelich-

in de vorm van programma’s.

ting bij een bestemmingsplan (of een ruimtelijke motivering) dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient volgens deze nieuwe

Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbete-

versie van de ladder een beschrijving te bevatten van de behoefte aan die

ring en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op

ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt

vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan

buiten het bestaand stedelijk gebied, dient een motivering te worden gege-

energietransitie, een klimaatproof Brabant, de slimme netwerkstad en een

ven waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan

concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgaven staan ten

worden voorzien.

dienste van de basisopgave: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.

De eerste vraag die moet worden beantwoord, is of de beschreven ontwikkeling een stedelijke ontwikkeling betreft. Dit begrip is gedefinieerd als:

Doorwerking plangebied

“De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein,

De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van 12 woningen binnen de

of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke

gemeente Meierijstad. De ontwikkeling heeft geen grote invloed op de vier

voorzieningen”. Daarna dient te worden bepaald in hoeverre sprake is van

gestelde ambities van de provincie Noord-Brabant. Wel moet de ontwikke-

een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Ruimtelijke onderbouwing Tijdelijke woningen Dorpspark, Boskant

8

ling in lijn zijn met de basisopgave waarin een veilige, gezonde leefomge-

die zijn opgenomen in paragraaf 3.1.2 van de Interim Omgevingsverorde-

3.3

Gemeentelijk beleid

ving en een goede omgevingskwaliteit centraal staan. In hoofdstuk 4 wordt

ning. Voor het overige dient getoetst te worden aan de regels die van toe-

3.3.1

Omgevingsvisie gemeente Meierijstad (voorontwerp)

onderbouwd waarom de beoogde ontwikkeling geen negatieve invloed

passing zijn op het werkingsgebied waar een plangebied in is gelegen.

De gemeente Meierijstad heeft een Voorontwerp Omgevingsvisie opgesteld met het oog op de Omgevingswet. Het omgevingsbeleid van de om-

heeft op deze aspecten en waarom de beoogde ontwikkeling anderzijds geen belemmeringen oplevert voor andere functies. Op basis hiervan kan

Doorwerking plangebied

gevingsvisie evolueert uit de structuurvisies van de oude gemeenten

geconcludeerd worden dat de omgevingsvisie geen belemmering vormt

Het plangebied is volgens bijbehorende kaart gelegen binnen ‘Stedelijk

Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel, en uit de toekomstvisie die zij op-

voor onderhavig planvoornemen. Nadere regels van de provincie Noord-

gebied – landelijke kern’. Binnen de kern zijn (duurzame) ontwikkelingen

stelden voor hun fusie. Daarbij wordt het omgevingsbeleid geïnspireerd

Brabant voor ruimtelijke projecten zijn opgenomen in de Interim Omge-

toegestaan. De woningen worden gerealiseerd binnen een bestaand park

door de regionale omgevingskoers van Noordoost-Brabant, de provinciale

vingsverordening Noord-Brabant. In de volgende paragraaf wordt nader

waarbij zoveel mogelijk bestaande bomen behouden worden.

omgevingsvisie en de nationale omgevingsvisie.

Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzienin-

De omgevingsvisie beschrijft hoe de gemeente wil dat Meierijstad er in

gen:

2030 uitziet en waar samen aan moet worden gewerkt om dat te bereiken.

a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde

De visie vormt de basis voor een samenhangende totaalaanpak die daar-

ingegaan op deze Omgevingsverordening. 3.2.2

Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening vastgesteld, deze is in april 2022 geactualiseerd en in augustus 2023 voor de laatste keer geconsolideerd. De Interim Omgevingsverordening vormt het toetsingska-

leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van

der voor nieuwe ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant. De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze van de Omgevingsvisie

c.

en de Omgevingswet. Daarom is er gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot een

Voormalige gemeente Sint-Oedenrode

geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en ge-

De gemeente Sint-Oedenrode beschikte sinds 2005 over een strategische

bruik van duurzame energie;

visie De Rooi(s)e draad en die visie werd in 2012 herijkt. De herijkte be-

hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water;

f.

leidsvisie had 2025-2030 als planhorizon. In de visie uit 2005 zijn kernkwaliteiten van de toenmalige gemeente benoemd: 

Welgelegen;

teit;

Karakteristiek; en

draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie.

aantrekkelijk.

e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobili-

vingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim Omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de

verouderde stedelijke gebieden;

d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van

interim Omgevingsverordening. Het is een ‘interim’ Omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omge-

voor nodig is.

Het groene karakter van Sint-Oedenrode, met een nauwe verweving van

wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omge-

Met voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat er

natuur, landschap en landbouw, werd opgevat als een contramal tussen

vingsverordening nog niet allemaal zijn verwerkt in de Interim Omgevings-

sprake is van een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde

stedelijke regio’s. Door de loop van tijd werden een aantal trends en ont-

verordening. De Interim Omgevingsverordening vervangt zes provinciale

leefomgeving. Met de ontwikkeling worden er woningen gerealiseerd op

wikkelingen gesignaleerd:

verordeningen, waaronder de Verordening Ruimte 2014. De verordening

het braakliggende binnenterrein van de pastorietuin. De woningen worden

digitaliseren en minder fysieke winkels;

bestaat uit kaartmateriaal en regels waarmee gemeenten rekening moeten

gepositioneerd binnen bestaand stedelijk gebied. Het terrein is momenteel

participatiesamenleving en decentralisatie;

houden bij het opstellen van ruimtelijke plannen.

groen en blijft dat ook en is openbaar toegankelijk. De nieuwe woningen

vergrijzing en uitzicht op krimp van de bevolkingsomvang;

worden gasloos gebouwd. Er wordt rekening gehouden met de waterber-

aandacht voor duurzaamheid.

Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gege-

ging, zie paragraaf 4.11. Het planvoornemen voldoet aan de regels van de

ven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies,

Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.

De herijking heeft ingespeeld op deze ontwikkelingen en resulteerde vervolgens in drie te onderscheiden thema’s:

Ruimtelijke onderbouwing Tijdelijke woningen Dorpspark, Boskant

9

woningbouw en leefbaarheid;

dorpse omgeving met families die daar al generaties wonen, vrijstaande

(zorg- en welzijns)instellingen en wooncorporaties is meegedacht. Het do-

vitaal platteland;

huizen, minder voorzieningen en meer rust.

cument vormt de leidraad voor het beleid rondom het aanbod van

economie en ruimtelijke ontwikkeling.

(nieuwe) woningen.

De thema’s werken samen om de gestelde ambitie om jongeren aan te

Voor de woningbouw houdt de gemeente vast aan het principe van inbrei-

trekken of vast te houden als inwoners te realiseren.

den vóór uitbreiden, zowel voor woningbouw als voor bedrijfshuisvesting.

De woningmarkt zit zelf vol met dynamiek en er zijn duidelijke veranderin-

De gemeente vindt het belangrijk om het woningbouwprogramma te con-

gen te zien in woonbehoeften, dit door demografische ontwikkelingen, ver-

centreren op binnenstedelijke herontwikkeling en transformatie.

duurzaming van de woningvoorraad, transformatie van leegstaand vast-

Boskant Boskant wordt binnen de omgevingsvisie gezien als verstedelijkt

goed, economische ontwikkelingen en veranderingen in het sociale do-

(woon)gebied en een gedeelte van Boskant wordt geclassificeerd als cen-

Doorwerking plangebied

trum dorps gebied.

Voorgenomen planlocatie is gelegen in de kern Boskant, onderdeel van de

mein.

voormalige gemeente Sint-Oedenrode, sinds de fusie behorend tot de ge-

De gemeente Meierijstad bestaat uit dertien kernen met elk een eigen ka-

Centrumdorpsgebied

meente Meierijstad. Boskant kan worden onderverdeeld in twee ge-

rakter, identiteit en dynamiek, dit maakt de gemeente uniek. Meierijstad

In de genoemde centra zien we bijvoorbeeld een supermarkt, restaurant

biedstypen; centrumdorpsgebied en verstedelijkt (woon)gebied. De voor-

probeert een divers woningaanbod te bieden waar huidige en toekomstige

en terras. Terwijl we in de dorpsharten een café zien en misschien een

genomen planlocatie is gedeeltelijk gelegen in het centrumdorpsgebied,

inwoners prettig, veilig en gezond kunnen wonen. Er wordt gestreefd naar

winkeltje. De centra kennen evenementen met bezoekers uit omliggende

maar voor het grootste gedeelte behorend tot het verstedelijkt (woon)ge-

vitale wijken en kernen, met een gevarieerd woningaanbod in aantrekke-

kernen. In de dorpsharten vinden evenementen plaats die lokale betekenis

bied. Voor het verstedelijkt (woon)gebied wil de gemeente voornamelijk in-

lijke, leefbare buurten om ruimte en kansen te bieden aan alle bevolkings-

hebben.

zetten op woningbouw voor huishoudens met een laag inkomen, jonge

groepen en leefstijlen.

starters en ouderen. Initiatiefnemer Woonmeij is een woningcorporatie en Verstedelijkt (woon)gebied

realiseert met het voorstaande planinitiatief sociale huurwoningen voor

In de gemeente Meierijstad zijn stad en buitengebied met elkaar verwe-

Het stedelijk gebied is de directe leefomgeving voor de meeste inwoners

huishoudens met een laag inkomen. Tevens worden de woningen gereali-

ven. Er is echter wel duidelijk onderscheid tussen de bebouwde en groene

van Meierijstad. De functies van wonen, nijverheid, handel, onderwijs en

seerd tussen bestaande bebouwing en voldoet hiermee aan het principe

omgeving. Duurzaam ruimte gebruik is het uitgangspunt. Om dit te be-

zorg situeren we bij uitstek in het stedelijk gebied. Op de markt voor

van inbreiding. Het planinitiatief sluit aan in de gestelde nieuwbouwplan-

nieuwbouwwoningen willen we de komende jaren vooral plaats voor huis-

nen en voornemens van de gemeente Meierijstad en is hiermee in lijn met

werkstellen richt de gemeente zich op vier thema’s:  de dynamiek van de woningmarkt: een continue afstemming van de

houdens met een laag inkomen, jonge starters en ouderen. Het overgrote

de Omgevingsvisie Meierijstad.

vraag naar passende woningen en het aanbod (bestaand en nieuw)

deel van de woningen waaraan behoefte is in Meierijstad, staat hier al. Dat zijn vaak ééngezinswoningen.

in relatie tot de behoefte op de langere termijn onder wisselende om3.3.2

Woonvisie Meierijstad

De gemeente Meierijstad heeft een Woonvisie opgesteld, deze is vastge-

standigheden; wonen, welzijn en zorg: de samenhang tussen demografische ontwik-

Wonen in Meierijstad

steld op 5 juli 2018. De gemeente Meierijstad wil een stad zijn met een

kelingen (de vergrijzing en toename van eenpersoonshuishoudens),

De centra en woonwijken van Schijndel, Sint-Oedenrode, Erp en Veghel,

aantrekkelijk woonklimaat en een woningaanbod voor iedereen. Daarom is

de transitie in het sociale domein gericht op een inclusieve samenle-

en de negen kerkdorpen bieden aantrekkelijke buurten om te wonen. De

in samenwerking met diverse partijen de Woonvisie Meierijstad opgesteld.

ving waar iedereen meedoet en de invloed daarvan op de leefomge-

woonbuurten of dorpen mogen elk hun eigen uitstraling of identiteit koes-

Deze Woonvisie is tot stand gekomen uit een dynamisch proces, waarin

teren. Dat leidt tot verschillende woonmilieus. Bijvoorbeeld een stedelijke

door vele burgers, raads- en commissieleden, makelaars, ontwikkelaars,

ving; duurzaamheid: aandacht voor de energetische uitdagingen en het zo

omgeving met een hoge bebouwingsdichtheid, veel verhuisbewegingen,

optimaal mogelijk gebruik maken van bestaande infrastructuur en

nabijheid van voorziening en aanwezigheid van omgevingsgeluid. Of een

vastgoed;

Ruimtelijke onderbouwing Tijdelijke woningen Dorpspark, Boskant

10

leefbaarheid: een juiste balans tussen enerzijds de specifieke woon-

de gewijzigde provinciale woningbouwprognoses, die aantonen dat de op-

kwaliteiten en anderzijds een divers woningaanbod wat de kracht en

gave die we hebben aanzienlijk is. Die opgave blijkt ook duidelijk uit de

eigenheid van wijken en kleine kernen recht doet.

huidige urgentie op de woningmarkt, die wordt veroorzaakt door almaar

Tabel 1: Verdeling woningbouwprogrammering Meierijstad totaal

stijgende prijzen en de krapte in het beschikbare woningaanbod. De geDe gemeente ziet in dat de visie pas waarde krijgt als deze ook concreet

meenteraad is unaniem in haar vraag naar oplossingen voor woningbouw

vervolg krijgt en tot uitvoering komt. De uitdaging ligt daarbij bij integraal

in onze gemeente. Voor veel woningzoekenden is het moeilijk om een ge-

werken waarbij de verbinding tussen het sociale en het ruimtelijke domein

schikte woning te vinden. Of het nu gaat om starters op de woningmarkt,

versterkt wordt.

om mensen die graag in aanmerking willen komen voor een sociale huurwoning, om burgers met een middeninkomen of om oudere inwoners die

Tekort aan woningen

een (zorg)geschikte woning zoeken; allemaal worden ze geconfronteerd

In het voormalige Sint-Oedenrode is een tekort geconstateerd aan eenge-

met dezelfde problemen. We zien overal lange wachtlijsten en we horen

zinshuurwoningen in het lagere sociale segment en grondgebonden senio-

over mensen die al jaren tevergeefs op zoek zijn naar een woning.

renwoningen, een beperkte vraag naar seniorenwoningen en alle prijsklassen en een mogelijk overschot aan dure koopwoningen.

bij de gemeente Sint-Oedenrode. In het voormalige Sint-Oedenrode is een tekort geconstateerd aan woningen in het lagere sociale segment. Dit heeft een behoefte gecreëerd aan woningen die snel beschikbaar en betaalbaar zijn. Planvoornemen voorziet in Fase 1 van een groter woningbouwplan binnen Boskant. De woningen worden gerealiseerd tussen al

Het actieplan woningbouw 2021 geeft aan hoe de gemeente om wil gaan met de hogere woningbouwprognoses die door de provincie zijn afgege-

Betaalbaarheid

ven voor de gemeente en hoe ze dit willen combineren met het versnellen

De betaalbaarheid van woningen is een thema dat om steeds meer aan-

van de woningbouwproductie.

dacht vraagt. Naast een algemeen te kort aan woningen is er ook een te-

bestaande woningbouw en wordt gerealiseerd voor het sociale huursegment. Om uitvoering te geven aan de uitgangspunten uit de Woonvisie heeft het college eerder besloten dat elk woningbouwplan (vanaf 4 woningen) mini-

kort aan betaalbare woningen. Dat geldt voor de doelgroep die vooral is

In het actieplan wordt het huidige beleid uit de woonvisie (2018) en het

aangewezen op een sociale huurwoningen, denk hierbij aan jongeren tot

Plan van Aanpak Woningbouwregie (2020) gecontinueerd, met betrekking

23 jaar en of starters. Tevens brengt de toename aan arbeidsmigranten

tot de woningbouwcategorieën. In de woonvisie wordt uitgegaan van een

een hogere druk op de onderkant van de woningmarkt met zich mee. Er is

verdeling in de woningbouwprogrammering voor Meierijstad in zijn totali-

behoefte aan flexibiliteit, het gaat dan vooral om woningen die snel be-

teit, zoals opgenomen in de onderstaande tabel. Dit is dus, met uitzonde-

schikbaar en betaalbaar zijn.

ring van de 25% sociale huur, geen eis per individueel bouwplan, maar

3.3.3

een verdeling voor Meierijstad in zijn totaliteit. In het Plan van Aanpak Wo-

De gemeente Meierijstad heeft een beleidsregel inzake de toepassing van

Realisatie van woningbouwplannen

ningbouwregie uit is bovendien al geregeld dat er flexibel met deze per-

de kruimelgevallenregeling op grond van artikel 2.12, lid 1 onder a, sub 2

Het bouwen van woningen is de afgelopen jaren achtergebleven bij de be-

centages wordt omgegaan. Ze dienen dus als richtlijn waarbij zoveel mo-

van de Wabo en de lijst van gevallen zoals opgenomen in artikel 4 en arti-

hoefte dat dit tot tekorten op de woningmarkt heeft geleid. De bestaande

gelijk naar de lokale behoefte wordt gekeken voor de specifieke invulling.

kel 5, eerste lid van Bijlage II van het Bor vastgesteld (in werking d.d. 8

woningbouwplannen sluiten nog onvoldoende aan op de huidige woonbehoeften.

maal voor 25% moet bestaan uit sociale huur. Alle 12 de woningen worden gerealiseerd voor het sociale huur segment. Hiermee wordt voldaan aan het sociale huur percentage. Het woningbouwprogramma is in lijn met de Woonvisie Meierijstad. Beleidsregel Kruimelgevallenregeling Gemeente Meierijstad

maart 2021). Doorwerking plangebied Met onderhavig ruimtelijk initiatief wordt ingezet op inbreiding in de be-

In dit beleid is aangegeven voor welke gevallen en onder welke voorwaar-

Actieplan woningbouw 2021

staande kern met aandacht voor kwaliteitsverbetering en zorgvuldig ruim-

den en condities de gemeente bereid is af te wijken van de regels voor

In 2021 is het actieplan woningbouw vastgesteld. Dit vormt een addendum

tegebruik en behoud van de kracht van de kern. Voorgenomen planinitia-

op de woonvisie 2018. De noodzaak voor de veranderingen vloeit voort uit

tief is gelegen in Boskant. Boskant behoorde vóór de fusie met Meierijstad

Ruimtelijke onderbouwing Tijdelijke woningen Dorpspark, Boskant

11

planologie zoals vastgelegd in het vigerende bestemmingsplan. Het krui-

den geschaad. Met voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt aange-

melgevallenbeleid geeft onder meer richtlijnen voor bijbehorende bouw-

toond dat omwonenden niet onevenredig in hun belangen worden ge-

werken binnen de bebouwde kom algemene regels voor woonbestemmin-

schaad.

gen, maatschappelijke voorzieningen, de kern van Sint-Oedenrode (gebiedsgericht) en bouwen in een groenstrook of reststrook nabij een woon-

Echter voorziet het plan in tijdelijke woningen met als uiteindelijk doel dat

bestemming en ander gebruik van gronden of bouwwerken voor een ter-

na het verlopen van de tijdelijke omgevingsvergunning de ontwikkeling ju-

mijn van ten hoogste 10 jaar.

ridisch-planologisch mogelijk blijft. Om dit te waarborgen worde parallel een ruimtelijke procedure doorlopen om de woningen permanent juridisch

In de voorliggende situatie gaat het om ander gebruik van gronden of bouwwerken voor een termijn van ten hoogste 10 jaar. Kop 12 ‘Ander ge-

planologisch te borgen. Hiermee voldoet het plan niet aan het gestelde onder C; ‘De aanvrager dient aan te tonen dat het aannemelijk is dat de acti-

bruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 t/m 10

viteit na de in de aanvraag omgevingsvergunning gestelde termijn daad-

voor een termijn van ten hoogste 10 jaar’. Lid C. overig tijdelijk gebruik is

werkelijk kan en zal worden beëindigd.’ In het geval van voorliggend initia-

van toepassing.

tief is gezien het grote tekort aan woningen een uitzondering gemaakt door de gemeente. Om de woningbouw van initiatiefnemer Woonmeij (wo-

C. Overig tijdelijk gebruik

ningbouwcorporatie) te versnellen is in samenspraak met de gemeente

Aan dit gebruik kan toepassing worden gegeven, mits omwonenden niet

besloten om de 12 woningen in eerste instantie te realiseren middels een

onevenredig in hun belangen worden geschaad. De aanvrager dient aan

tijdelijke omgevingsvergunning. Om deze manier kan er sneller gestart

te tonen dat het aannemelijk is dat de activiteit na de in de aanvraag om-

worden met de bouw van de woningen om in 2024, 12 woningen te kun-

gevingsvergunning gestelde termijn daadwerkelijk kan en zal worden be-

nen opleveren voor gebruik. Deze woningen zullen in een later stadium in

eindigd. Het moet ook feitelijk mogelijk zijn dat de activiteit zonder onom-

geheel met de andere fasen middels een ruimtelijke procedure worden ge-

keerbare gevolgen kan worden beëindigd.

borgd voor permanent gebruik.

Deze afwijkingsbevoegdheid wordt niet toegepast in die gevallen waarin

Tevens kan het plan niet volstaan onder het gestelde in C; ‘Het moet ook

sprake is van een bestaande illegale situatie, waarvoor een planologische

feitelijk mogelijk zijn dat de activiteit zonder onomkeerbare gevolgen kan

inpassing in een bestemmingsplan in strijd met de goede ruimtelijke orde-

worden beëindigd.’ Met voorgenomen planinitiatief worden woningen gere-

ning wordt geacht.

aliseerd die uiteindelijk middels een ruimtelijke procedure worden geborgd voor permanent gebruik. De woningen worden dan ook gebouwd met die

Doorwerking plangebied

insteek. De werkzaamheden die worden gedaan zullen niet onomkeerbaar

Voorgenomen plangebied voorziet in de realisatie van 12 woningen in de

zijn. Echter is in samenspraak met de gemeente gekozen om op deze

Pastorietuin te Boskant. Gezien de hoge woningnood is gekozen de 12

wijze de woningbouw te versnellen. De gemeente is daarmee op de

woningen te realiseren onder een kruimgelgevallen regeling voor een tij-

hoogte van de onomkeerbaarheid van dit initiatief.

delijk termijn van ten hoogste 10 jaar. Het kruimelgevallenbeleid van de gemeente stelt dat omwonenden niet onevenredig in hun belangen wor-

Ruimtelijke onderbouwing Tijdelijke woningen Dorpspark, Boskant

12

4

Omgevingsaspecten

In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald. Het plan wordt aan deze elementen getoetst. Een en ander dient ter onderbouwing waarom er sprake is van een goede ruimtelijke ordening bij de beoogde ontwikkeling.

4.1

Verkeer en parkeren

4.1.1

Toetsingskader

Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op de parkeervraag en het aantal verkeersbewegingen. Het is daarom van belang om te kijken welke veranderingen op treden en of dit een effect heeft op de parkeervraag en de verkeersgeneratie. 4.1.2

Onderzoek

Voor 12 woningen komt de gemiddelde verkeersgeneratie hiermee op af-

Parkeren opvangen door benutting bestaande parkeerruimte

gerond 50 (49,2) mvt/etmaal. De huidige verkeerssituatie biedt voldoende

Wanneer in de omgeving van een nieuwe ontwikkeling nog parkeergele-

mogelijkheden om deze beperkte verkeerstoename op te vangen. Het

genheid beschikbaar is, kan wellicht een deel van de parkeerdruk voor de

park is en blijft autovrij. Het parkeren van de auto’s geschiedt op openbaar

ontwikkeling op de omgeving worden afgewenteld. Om die mogelijkheid

terrein aan de oostzijde van het park. Zie ook onderstaande paragraaf

aan te tonen is een parkeeronderzoek nodig. De bezettingsgraad in de

over parkeren.

omgeving mag, inclusief de nieuwe ontwikkeling, niet hoger worden dan 85%.

Parkeren De gemeente Meierijstad heeft haar parkeerbeleid geregeld middels het

Aanleg parkeerplaatsen in de openbare ruimte

bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan parkeren’, vastgesteld op 31

Wanneer de mogelijkheid niet aanwezig is om de parkeerdruk op te van-

januari 2019. Het 'Paraplubestemmingsplan parkeren' heeft tot doelstelling

gen met de bestaande parkeerplaatsen, kan worden onderzocht of er mo-

om voor de bestemmingsplannen van de gemeente Meierijstad, de juridi-

gelijkheden zijn om parkeerplaatsen in de openbare ruimte aan te leggen.

sche link te leggen met “geldend parkeerbeleid” waar gemeentelijke par-

De gemeente dient de aanleg van parkeerplaatsen in de openbare ruimte

keernormen onderdeel vanuit maken. Er dient voldoende parkeergelegen-

goed te keuren. De kosten voor het realiseren van deze openbare par-

heid op eigen terrein of op openbaar gebied aanwezig te zijn of gereali-

keerplaatsen komen geheel ten laste van de initiatiefnemer.

seerd te worden, dan wel in stand te worden gehouden. Voor het realise-

Verkeer Om te bepalen wat de effecten van het plan op de verkeersaantrekkende werking van het plangebied zijn, kan gebruik worden gemaakt van de CROW-kengetallen (publicatie 381). Deze kengetallen geven een indicatie van de met het plan gepaard gaande extra verkeersgeneratie. Met het plan worden er 12 woningen gerealiseerd. De toevoeging van deze woningen zal zorgen voor een toename aan verkeersbewegingen. Op basis van de beleidsregel ‘Nota Parkeernormen Meierijstad 2018’ is Boskant aangewezen als niet stedelijk gebied. Voor de parkeernormen in de centra van de kernen van Meierijstad wordt uitgegaan van schil/overloopgebied centrum.

ren van voldoende parkeergelegenheid dienen de normen zoals bedoeld

Parkeerdrukmeting

in de beleidsregel 'Nota Parkeernormen Meierijstad 2018' als vastgesteld

In opdracht van Stichting Woonmeij heeft Goudappel een parkeerdrukme-

op 18 december 2018, te worden gevolgd.

ting uitgevoerd, onderzocht is in hoeverre er sprake is van onbenutte parkeerplaatsen die door de nieuwe bewoners en bezoekers van de wonin-

Met de ontwikkeling worden er 12 compacte woningen gerealiseerd tus-

gen gebruikt kunnen worden. De volledige rapportage is opgenomen in bij-

sen de 50-55 m2. In de Nota parkeernormen Meierijstad 2018, is voor dit

lage 1.

type woningen geen geschikte parkeernorm opgenomen. De woningen worden daarom geschaard onder koop/huur, tussen/hoek. Hiervoor geldt

In het onderzoeksgebied zijn in totaal 229 parkeerplaatsen gelegen. Uit

een parkeernorm van 2,2 per woningen met een bezoekersaandeel van

het onderzoek is gebleken dat op het drukte telmoment de zondagmiddag

0,3. Op basis van 12 woningen zijn zodoende conform gemeentelijk beleid

(15:00) er 94 auto’s stonden geparkeerd op parkeerplaatsen in de open-

in totaal (12 x 2,2 =) afgerond 26 parkeerplaatsen benodigd voor het plan.

bare ruimte. In onderstaande tabel is de toekomstige parkeerdruk weergegeven inclusief de toename van de parkeerbehoefte per moment van de

Het uitgang punt is dat de toename van de parkeervraag door nieuwe ont-

Op basis van de CROW-kengetallen (publicatie 381) geldt voor een huurappartement midden/goedkoop (inclusief sociale huur) in schil centrum in niet stedelijk gebied de gemiddelde verkeersgeneratie 4,1 mvt/etmaal.

week, op basis van de uitgevoerde parkeerdrukmeting.

wikkelingen op eigen terrein wordt opgelost. Als blijkt dat het aantal parkeerplaatsen niet op eigen terrein kan worden gerealiseerd, is het mogelijk hiervan op 2 manieren af te wijken: 1. parkeren opvangen door benutting bestaande parkeerruimte; 2. aanleg parkeerplaatsen in de openbare ruimte.

Ruimtelijke onderbouwing Tijdelijke woningen Dorpspark, Boskant

13

4.2

Geluid

Benodigde gevelwering (wegverkeerslawaai)

4.2.1

Toetsingskader

De geluidbelasting bedraagt op zijn hoogst 41 dB ter plaatse van het

In de Wet geluidhinder (Wgh) is vastgesteld dat, indien in het besluitge-

meest zuidwestelijke gebouw op de westelijke gevel. De vereiste karakte-

bied (nieuwe) geluidgevoelige functies (zoals woningen) zijn voorzien bin-

ristieke geluidwering Ga;k bedraagt dan ten hoogste 20 dB (standaardeis

nen de invloedssfeer van (weg)verkeerslawaai, akoestisch onderzoek uit-

uit het bouwbesluit). Een onderzoek naar de gevelwering is dan niet aan

gevoerd dient te worden. Dit geldt voor alle straten en wegen, met uitzon-

de orde.

dering van:

Uit de tabel blijkt dat de toekomstige parkeerdruk tijdens de meetmomenten na realisatie van het plan ruim onder de grenswaarde van 85% blijft. Daarmee is in de toekomst sprake van een acceptabele parkeerdruk in de omgeving. In de omgeving van het plangebied, zijn aan de oostzijde voldoende openbare parkeerplaatsen aanwezig welke kunnen worden gebruikt om de nieuwe parkeerbehoefte op te vangen van de 12 woningen die in het park worden gerealiseerd. Tevens zijn aan het Ritaplein gelegen nabij de planlocatie nog openbare parkeerplaatsen gelegen die bij kunnen dragen om de parkeerbehoefte op te vangen. 4.1.3 Conclusie Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect ‘verkeer’ geen belemmering vormt voor onderhavig planvoornemen. Tevens is uit het uitgevoerde parkeeronderzoek gebleken dat na de realisatie van de 12 woningen de parkeerdruk onder de 85% blijft. Er is dus sprake van een acceptabele parkeerdruk in de toekomstige situatie, waarbij de parkeerbehoefte van de woningen wordt opgelost in de openbare ruimte.

wegen die in een als ‘woonerf’ aangeduid gebied liggen;

Woon- en leefklimaat

wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt.

De milieukwaliteit wordt bij het gebouw wordt geclassificeerd als ‘Zeer Goed’. Het woon- en leefklimaat ter plaatse van het gebouw wordt als ac-

4.2.2

Onderzoek

ceptabel aangemerkt. Er kan worden gesteld dat de cumulatieve geluidbe-

Voor het tijdelijk afwijken voor een termijn van maximaal 10 jaar is de Wet

lasting (wegverkeer) een aanvaardbaar woon- en leefklimaat niet in de

geluidhinder niet van toepassing. De ontwikkeling omvat het realiseren

weg staat.

van woningen voor een termijn van maximaal 10 jaar in een park in Boskant. Echter is vanuit de omgevingsdienst aangegeven dat in het kader

4.2.3

Conclusie

van een goede ruimtelijke ordening wel een akoestische beoordeling dient

Vanuit het aspect geluid zijn geen belemmeringen voor de voorgestane

plaats te vinden. Dit gezien de nabijgelegen wegen met een relatief hoge

ontwikkeling.

verkeersintensiteit en rijsnelheid (60 km/uur).

4.3 Er is een akoestisch wegverkeerslawaai onderzoek uitgevoerd ten behoeve van de beoogde ontwikkeling. Het onderzoek is uitgevoerd door onderzoeksbureau De Roever, de volledige rapportage is opgenomen in bijlage 2. Hieronder zijn de belangrijkste waarnemingen opgenomen.

Luchtkwaliteit

4.3.1 Toetsingskader De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de be-

Beoogde ontwikkeling is gelegen in meerdere geluidzones van omlig-

langrijkste stoffen.

gende wegen. Dit betreft De Boskant, Bestseweg en een gedeelte van de Populierenlaan. Deze hebben een maximumsnelheid van 60 km/uur. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is onderzoek gedaan naar de cumulatieve geluidbelasting van deze wegen.

Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: 

Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde.

Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom. De hoogst toelaatbare geluidbelasting bedraagt dan 63 dB. Een hogere waarde is niet nodig omdat alle berekende geluidsniveaus komend van de gezoneerde wegen in de omgeving onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB liggen.

Ruimtelijke onderbouwing Tijdelijke woningen Dorpspark, Boskant

14

Het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwa-

Het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtver-

Richtafstanden

Tabel 2: Omliggende meetpunten CIMKL

liteit. Locatie

NO2 μg/m3

PM10 μg/m3

PM10 overschrijdingsdagen

PM2.5 μg/m3

Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging Jaar

milieuzonering’. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen.

ontreiniging. 

Het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen.

x: 157312 y: 395528 x: 157381

Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit: 

Het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM.

Het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2μg/m3).

4.3.2

van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en

Onderzoek

De beoogde ontwikkeling van 12 woningen valt onder de in de regeling NIBM opgenomen lijst met categorieën van gevallen (de realisatie tot 1.500 woningen). Daarom is in het kader van deze ruimtelijke onderbouwing geen luchtkwaliteitsonderzoek noodzakelijk.

y: 395542 x: 157395 y: 395583 Norm

12.37

16.11

6.02

9.19

2022

euaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een in12.26

16.09

6.02

9.19

2022

12.36

16.11

6.02

9.19

2022

40

40

35

25

-

dicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemoti-

Geconcludeerd wordt dat de achtergrondwaarden aan stikstof en fijnstof ruim onder de norm liggen. Er is dan ook sprake van een goed leef- en verblijfsklimaat in het kader van de luchtkwaliteit. 4.3.3

Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de mili-

Conclusie

veerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden). Omgevingstype De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van

De bijdrage van het extra verkeer ten gevolge van de beoogde ontwikke-

functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel

ling draagt niet in betekenende (NIBM) bij aan de luchtkwaliteit. Daarnaast

geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Binnen ge-

is onderzoek uitgevoerd met gebruikmaking van de Monitoringstool. Hier-

mengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieuge-

uit blijkt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor het

voelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct

planinitiatief.

naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen

4.4

Bedrijven en milieuzonering

behoren eveneens tot het omgevingstypen gemengd gebied. In de VNG-

Aanvaardbaar woon- en leefklimaat

4.4.1

Toetsingskader

brochure is vermeld dat de richtafstanden uit bijlage 1 met één afstands-

Om aan te tonen of sprake is van een goed woon- en leefklimaat is geke-

Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een vol-

ken naar de achtergrondwaarden ter plaatse van het projectgebied. Hier-

doende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieu-

over kunnen uitspraken worden gedaan aan de hand van achtergrond-

belastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals wonin-

4.4.2

waarden voor NO2, PM10 en PM2.5. Die konden tot voorkort worden be-

gen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met mili-

Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzien-

paald aan de hand van de NSL-monitoringstool. Vanaf 1 januari 2023 is

euzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en

bare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe

het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) echter het te

te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat

ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelas-

gebruiken instrument voor de monitoring van luchtkwaliteit. De achter-

zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen

tende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen)

grondwaarden voor NO2, PM10 en PM2.5 van de dichtstbijzijnde meet-

uitvoeren.

worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het anderzijds bedrijven

punten zijn in onderstaande tabel weergegeven.

Ruimtelijke onderbouwing Tijdelijke woningen Dorpspark, Boskant

stap kunnen worden verlaagd indien sprake is van een gemengd gebied. Onderzoek

mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen.

15

Er is een quickscan bedrijven en milieuzonering uitgevoerd. Onderzocht is

Detailhandel

sprake te zijn van een acceptabel woon- en leefklimaat. Gemeenten mo-

of er ter plaatse van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling een aanvaard-

Op circa 130 meter ten noordoosten van het plangebied is de winkel ‘Bos-

gen, binnen bepaalde bandbreedten, van deze wettelijke normen afwijken

baar woon- en leefklimaat gegarandeerd, en of omliggende bedrijven (on-

kantse Mert’ gelegen. Detailhandel wordt gecategoriseerd onder de milieu-

als er een gebiedsvisie is opgesteld en een geurverordening is vastge-

evenredig) in hun belangen worden geschaad.

categorie 1, hier geldt een richtafstand van 10 meter binnen een rustige

steld.

woonwijk. Hier wordt ruimschoots aan voldaan. 4.5.2

Het plangebied is gelegen binnen een woonwijk, het gebied kan worden

Onderzoek

beschouwd als een ‘rustig woongebied’ en zal aan de bijbehorende richt-

Ontwikkeling naar omgeving

Een geurgevoelig object is een gebouw bestemd voor en geschikt om te

afstanden worden getoetst. In de nabije omgeving is voornamelijk de func-

Er worden geen nieuwe belemmeringen gevormd en er kan uit worden ge-

worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf. Een woning is

tie ‘wonen’ aanwezig in combinatie met een aantal ‘maatschappelijke’

gaan van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Nadere beoordeling

te beschouwen als een geurgevoelig object. Onderzocht is of er redelijker-

functies en één perceel met de functie ‘horeca’ en één met de functie ‘de-

voor de bedrijven is niet aan de orde.

wijs sprake kan zijn van te ervaren geurhinder van een of meerdere vee-

tailhandel’. In de nabije omgeving zijn geen bedrijven gesitueerd.

houderijen op de voorgenomen planlocatie. Dat kan worden achterhaald 4.4.3

Conclusie

aan de hand van de kaart ‘Achtergrondbelasting geur’ van de Omgevings-

Maatschappelijke functies

Middels de uitgevoerde beoordeling is inzichtelijk gemaakt welke richtaf-

dienst ‘Zuidoost-Brabant’. Figuur 7 toont een uitsnede van de kaart

Op circa 30 meter ten oosten van de planlocatie is een perceel gelegen

standen bij de invulling van het plan rekening moet worden gehouden. De

‘Achtergrondbelasting geur maart 2022’. Ter plaatse van de nieuwe wonin-

met een Kerk, dit betreft de ‘Heilige Rita kapel’. Dit is te classificeren on-

omgeving van het plangebied is getypeerd als rustig woongebied. De aan-

gen geldt wordt de kwaliteit leefomgeving gekwalificeerd als ‘goed’ tot

der ‘kerkgebouwen e.d.’ in de VNG-richtafstanden lijst. Deze functie heeft

wezige functies vormen geen belemmering voor het planvoornemen, te-

‘zeer goed’. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het

een milieucategorisering van 2 met een richtafstand van 30 meter. Echter

vens belemmert het planinitiatief bestaande aanwezige functies niet in hun

aspect geurhinder vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

is de kerk sinds 2018 in gebruik ten behoeve van bewoning en vormt hier-

bedrijfsvoering.

mee geen belemmering voor het beoogde planvoornemen. Op circa 100 meter ten noordoosten van de planlocatie is de ‘Franciscusschool’ gelegen. Scholen worden gecategoriseerd onder de milieucategorie 2. Hier geldt een richtafstand van 30 meter, hier wordt ruimschoots aan voldaan.

4.5

Geur agrarisch

4.5.1

Toetsingskader

De Wet geurhinder en veehouderij (Wvg) vormt sinds 1 januari 2007 het toetsingskader voor de milieuvergunning, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv is bedoeld om mensen te beschermen tegen geuroverlast vanuit veehouderijbedrijven. In principe bepaalt de Wgv de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijbedrijven

Horeca Op circa 180 meter ten oosten van de planlocatie is een horecavoorziening gelegen. Dit betreft het restaurant ‘De vriendschap’. Op dit perceel zijn horecavoorzieningen toegestaan tot en met categorie 3. Aanwezige horeca betreft een restaurant, dit wordt gecategoriseerd onder de milieucategorie 1, hier geldt een richtafstand van 10 meter. Hier wordt ruimschoots aan voldaan.

op het gebied van geurbelasting. In de Wgv wordt alleen de ontwikkeling of belemmering van veehouderijbedrijven gereguleerd. De Wgv vormt daarmee het toetsingskader van de veehouderijbedrijven, de wet vormt geen toetsingskader van de toelaatbaarheid van andere functies. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening (Wro), is aangegeven dat sprake dient te zijn van een acceptabel woon- en leefklimaat. Het is daarom noodzakelijk om tweeledig naar dit aspect te kijken. Enerzijds mag de ontwikkeling niet leiden tot een belemmering van veehouderijbedrijven, en anderzijds dient

Ruimtelijke onderbouwing Tijdelijke woningen Dorpspark, Boskant

Figuur 7: Uitsnede kaart achtergrondbelasting geur (Bron: ODZOB)

16

4.5.3 Conclusie Het aspect geur agrarisch vormt geen belemmering voor de voorgestane

stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te

(Beperkt) kwetsbare objecten

weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

Er moet getoetst worden aan het Bevi en de richtlijnen voor vervoer ge-

ontwikkeling

4.6

vaarlijke stoffen wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objec-

Spuitzones

In de directe omgeving van het plangebied zijn geen percelen aanwezig met een spuitzone gewasbescherming. Hoewel in geen enkele wettelijke regeling in acht te nemen afstanden zijn opgenomen voor spuitzones tus-

Plaatsgebonden risico

ten worden toegestaan. (Beperkt) kwetsbare objecten zijn o.a. woningen,

Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbe-

scholen, ziekenhuizen, hotels, restaurants1.

schermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom

Risicovolle activiteiten

de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.).

In het kader van het plan moet bekeken worden of er in of in de nabijheid

sen gevoelige bestemmingen enerzijds en percelen met open teelt waarop

van het plan sprake is van risicovolle activiteiten (zoals Bevi-bedrijven,

gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt anderzijds, dient op basis

Groepsrisico

BRZO-bedrijven en transportroutes) of dat risicovolle activiteiten worden

van het criterium goede ruimtelijke ordening wel te worden beoordeeld of

Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer perso-

toegestaan.

het gebruik van die middelen onaanvaardbare gevolgen heeft voor het

nen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met ge-

woon- en leefklimaat. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrecht-

vaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappe-

Overige wet- en regelgeving

spraak van de Raad van State volgt als vuistregel dat een afstand van 50

lijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt

Tot slot moet in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1

meter tussen het perceel waarop de teelt plaatsvindt en te realiseren

in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bij-

Wro) ook getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstan-

nieuwe gevoelige functies zoals woningen kan worden gehanteerd. De af-

voorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop.

den uit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, effectafstanden uit de 'Circu-

stand tussen onderhavig plangebied en gronden waarop teelt kan plaats-

Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verant-

laire effectafstanden LPG-tankstations', etc.

vinden, bedraagt ruim 50 meter zodat redelijkerwijs kan worden gesteld

woording (géén norm).

dat er binnen het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is gewaarborgd. Spuitzones vormen geen belemmering voor het plan.

4.7

Externe veiligheid

4.7.1

Toetsingskader

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het

4.7.2

Onderzoek

Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het in-

Met behulp van de risicokaart is een inventarisatie gemaakt van risico-

vloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd, over de wijze

bronnen met gevaarlijke stoffen in de nabijheid van het plangebied. Figuur

waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is

8 toont een uitsnede van de risicokaart, met de planlocatie aangeduid met

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=c18e1af8-ddec-4f6b-a3ea-f436dfbc3d8d