Bijlage 2: Ontwerpbestemmmingsplan Pater Vervoortstaat ong.
Tekst van het document
Datum:03-02-2020
Artikel 7 7.1
Algemene bouwregels
Ondergronds bouwen
7.1.1 Algemeen Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 7.1.2 Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. de ondergrondse bouwdiepte bedraagt niet meer dan 4 meter onder peil. 7.1.3 Afwijken Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.1.2 sub a voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 meter onder peil onder de voorwaarden dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden. 7.2 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel-, goot- en kroonlijsten, luifels, erkers, entrees, stoeptreden, dorpels, dakkapellen, balkons en overstekende daken en soortgelijke bouwdelen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwhoogten, bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 2 meter bedraagt.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072019P-ON01
Pagina: 21 van 28
Datum:03-02-2020
Artikel 8
Algemene gebruiksregels
8.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als opslagplaats voor vaten, kisten, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe bouwmaterialen, afval, puin, grind en brandstoffen, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; b. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als uitstallings- of opslagplaats van al dan niet voor gebruik geschikte voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; c. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als uitstallings- of opslagplaats, dan wel staan- of ligplaats voor onderkomens; d. het gebruiken of laten gebruiken van woningen voor enige vorm van detailhandel en/of horeca, anders dan bepaald is in hoofdstuk 2; e. het gebruiken of laten gebruiken van bouwwerken ten behoeve van een bedrijf aan huis; f. het gebruiken of laten gebruiken van een gedeelte van een bedrijfsgebouw of bijbehorend bouwwerk bij een (bedrijfs)woning als afhankelijke woonruimte (inwoning); g. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting en/of prostitutie. 8.2 Beroep aan huis Binnen de bestemmingen is een beroep aan huis toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a.
het beroep aan huis vindt plaats in de (bedrijfs)woning inclusief bijbehorende bouwwerken; b. het beroep aan huis ondersteunt de woonfunctie, dat wil zeggen dat degene die het beroep aan huis in de (bedrijfs)woning inclusief bijbehorende bouwwerken uitoefent, tevens de hoofdbewoner van de bedrijfswoning is; c. maximaal 40% van het brutovloeroppervlak van de (bedrijfs)woning inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken is in gebruik ten behoeve van het beroep aan huis, met een absoluut maximum van 100 m²; d. de belangen van derden (omwonenden) worden niet geschaad; e. het parkeren ten behoeve van het beroep aan huis vindt plaats binnen het bestemmingsvlak of (indien voorkomend) het bouwvlak.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072019P-ON01
Pagina: 22 van 28
Datum:03-02-2020
Artikel 9
Algemene aanduidingsregels
9.1 Vrijwaringszone - radar De maximale hoogte van bouwwerken in een radarverstoringsgebied wordt bepaald door elke denkbeeldige rechte lijn die wordt getrokken vanaf een punt op de top van de radarantenne, waarvan de hoogteligging ten opzichte van NAP is opgenomen in bijlage 8 van de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (voor Volkel 49 meter ten opzichte van N.A.P.), oplopend met 0,25 graden tot een punt gelegen 15 kilometer vanaf voornoemde radarantenne.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072019P-ON01
Pagina: 23 van 28
Datum:03-02-2020
Artikel 10
Algemene afwijkingsregels
10.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het volgende: a. de bestemmingsbepalingen, niet zijnde de bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of intensiteit daartoe aanleiding geven; b. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; c. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 5 meter; d. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken en zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 meter; e.
de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)hoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen wordt vergroot, mits: 1. de oppervlakte van de verhoging niet meer dan 10 m² bedraagt; 2. de hoogte niet meer dan 1,25 maal de maximale (bouw)hoogte van het betreffende gebouw bedraagt. 3. de bouw van niet voor bewoning bestemde bouwwerken voor voorzieningen van algemeen nut, zoals telefooncellen, transformatorhuisjes, onderhoudsgebouwtjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwwerken, voor zover deze bouwwerken geen grotere oppervlakte hebben dan 20 m² en geen grotere hoogte hebben dan 3 meter. 10.2 Bed & Breakfast Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8.1 sub d voor het toestaan van bed & breakfast, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de bed & breakfast vindt plaats in de (bedrijfs)woning inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken b. de bed & breakfast ondersteunt de woonfunctie, dat wil zeggen dat degene die de bed & breakfast in de (bedrijfs)woning inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken uitoefent, tevens de hoofdbewoner van de (bedrijfs)woning is; c.
maximaal 40% van het brutovloeroppervlak van de (bedrijfs)woning inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken is in gebruik ten behoeve van de bed & breakfast, met een absoluut maximum van 50 m²; d. de bed & breakfast leidt niet tot een onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in relatie tot de functie en aard van de omliggende weg(en); e. de belangen van derden (omwonenden) worden niet geschaad; f. het parkeren ten behoeve van de bed & breakfast vindt plaats binnen het bestemmingsvlak of (waar voorkomend) het bouwvlak.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072019P-ON01
Pagina: 24 van 28
Datum:03-02-2020
10.3 Bedrijf aan huis Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8.1 sub e voor het toestaan van een bedrijf aan huis, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het bedrijf aan huis vindt plaats in de (bedrijfs)woning en/of bijbehorende bouwwerken; b. het bedrijf aan huis ondersteunt de woonfunctie, dat wil zeggen dat degene die het bedrijf aan huis in de (bedrijfs)woning en/of bijbehorende bouwwerken uitoefent, tevens de hoofdbewoner van de (bedrijfs)woning is; c. maximaal 40% van het brutovloeroppervlak van de (bedrijfs)woning en/of bijbehorende bouwwerken is in gebruik ten behoeve van het bedrijf aan huis, met een absoluut maximum van 100 m²; d. het bedrijf aan huis leidt niet tot een onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in relatie tot de functie en aard van de omliggende weg(en); e. de belangen van derden (omwonenden) worden niet geschaad; f. het bedrijf aan huis is niet milieuvergunningsplichtig; g. er vindt geen buitenopslag plaats ten behoeve van het bedrijf aan huis; h. het parkeren ten behoeve van het bedrijf aan huis vindt plaats binnen het bestemmingsvlak of (waar voorkomend) het bouwvlak.
10.4 Mantelzorg Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8.1sub f voor het gebruik van een gedeelte van een bedrijfsgebouw of bijbehorende bouwwerken bij een (bedrijfs)woning als afhankelijke woonruimte (inwoning), met dien verstande, dat: a. een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit het oogpunt van mantelzorg, hetgeen aangetoond dient te worden door een verklaring van een onafhankelijke ter zake deskundige commissie/instantie; b. op het perceel een (bedrijfs)woning aanwezig dient te zijn; c. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en nabijgelegen bedrijven; d. per woning maximaal één omgevingsvergunning ten behoeve van inwoning voor mantelzorg mag worden verleend; e. alle ruimten dienen te voldoen aan de geldende eisen van het bouwbesluit en bouwverordening; f. inwoning in beginsel dient plaats te vinden bij, in of direct aansluitend aan de woning, waarbij de afhankelijke woonruimte een onderlinge verbinding met de woning dient te hebben; g. het gebruik van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk als afhankelijke woonruimte is uitsluitend toegestaan indien realisering van de inwoning in of aan het hoofdgebouw voor de inwoner of andere bewoner(s) aantoonbaar onredelijk bezwarend is; h.
ten behoeve van de inwoning geen aparte aansluiting op de nutsvoorzieningen mag worden aangelegd. Er dient gebruik gemaakt te worden van de bestaande aansluiting; i. maximaal 80 m² van hoofdgebouw en/of bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van de inwoning; j. geen eigen in-/uitrit mag worden aangelegd voor de afhankelijke woonruimte; k. een vrijstaand bijbehorend bouwwerk dat gebruikt wordt voor inwoning op niet meer dan 50 meter van de (bedrijfs)woning is gelegen; l. er op basis van een akoestisch onderzoek wordt aangetoond dat wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarden zoals vastgelegd in de Wet geluidhinder;
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072019P-ON01
Pagina: 25 van 28
Datum:03-02-2020
m. er geen milieuhygiënische belemmeringen zijn; n. indien de bij het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande noodzaak vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is, de houder van de omgevingsvergunning Burgemeester en Wethouders daarvan binnen drie maanden schriftelijk in kennis stelt. Burgemeester en wethouders trekken de omgevingsvergunning in indien vorenbedoelde noodzaak niet meer bestaat. 10.5 Afwegingskader De in dit artikel 10 bedoelde omgevingsvergunningen worden slechts verleend, onder de voorwaarden dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de woonsituatie; c. de milieuhygienische uitvoerbaarheid, waaronder begrepen leidingbelangen; d. de verkeersveiligheid; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; f. de landschappelijke en natuurwaarden, archeologische, cultuurhistorische of aardkundige waarden.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072019P-ON01
Pagina: 26 van 28
Datum:03-02-2020
Hoofdstuk 4 Artikel 11
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
11.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%. c. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sub a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072019P-ON01
Pagina: 27 van 28
Datum:03-02-2020
Artikel 12 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied Veghel, herziening Pater Vervoortstraat ong.'.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072019P-ON01
Pagina: 28 van 28
Datum:03-02-2020
Inhoudsopgave Bijlagen bij regels
5
Bijlage 1
6
Landschappelijk inpassingsplan
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072019P-ON01
Pagina: 3 van 7
Datum:03-02-2020
Bijlagen bij regels
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072019P-ON01
Pagina: 5 van 7
Datum:03-02-2020
Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072019P-ON01
Pagina: 6 van 7
Datum:03-02-2020
Incidenteel verspreide bomenrij langs kavelgrens (minimale maat 2e grootte)
Bestaande groenstructuur
Achtergrens erf vormt overgang naar een meer landschappelijk ingericht achterperceel met bloemen kruidenrijk grasland
8m brede zone vrijhouden zodat doorzicht naar achterliggend landschap mogelijk blijft
Infiltratie greppel langs voorerf ca. 1.5 x 58m
bijgebouw (indicatief ) afstand tot perceelsgrens 3m
hoge scheerhaag langs kavelgrens (beukenhaag)
Pater V brede lage scheerhaag ervo ortststraatzijde langs raat (beukenhaag)
REFERENTIES ARCHITECTUUR
inrit (indicatief )
Pate r Ve rvo
orts eventueel aanplant leibomen (4 stuks) traa t combineren met lage haag op 0,5m uit perceelgrens
RECHTER-ZIJGEVEL WOONHUIS
VOORGEVEL WOONHUIS
t raa
n r va e t es
de
st Ven
VOORGEVEL BIJGEBOUW
RECHTER-ZIJGEVEL BIJGEBOUW
ACHTERGEVEL
Me
Landschappelijke inpassing Pater Vervoortstraat Gemeente Meierijstad
Boxtel
Datum:
Schaal:
Bosscheweg 107
oktober 2019
1 : 500
Getekend:
Formaat:
SvdS
A3
Tekeningnr.:
Projectnr.:
--/----
P01909
5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 www.bro.nl info@bro.nl
N
BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Tegelen www.bro.nl