CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 OER Toekomstvisie Meierijstad incl bijlagen

Raadsinformatiebrieven 31 december 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Ter inzage leggen ontwerp-toekomstvisie 2040, d.d. 11-03-202533.126 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Industrie Rondom veel industrieterreinen is een geluidzone opgenomen. Dit betekent dat de bedrijven op dat industrieterreinen samen een bepaalde hoeveelheid geluid produceren. Deze hoeveelheid geluid is hoger dan in een woonwijk. Voor industrieterreinen geldt een wettelijke grenswaarde van 60 dB L den en 50 dB Lnight op woningen. Cumulatie van geluid Het gecumuleerd geluid op de gevel is het geluid van verschillende geluidbronnen tezamen op de gevel van een woning. Het gaat hier om het gemiddelde geluidsniveau per jaar van wegverkeer, treinverkeer, vliegtuigen, industrie en windturbines. Treinverkeer en windturbines zijn er niet in de gemeente Meierijstad. De berekening van cumulatie van geluid houdt rekening met verschillen in hinderlijkheid van verschillende geluidbronnen. In Figuur 4.4 is de cumulatie van geluid (Lden) weergegeven in de gemeente Meierijstad. Zoals uit bovenstaande paragrafen al duidelijk is geworden is die het hoogst langs de hoofdwegen en vliegroute van vliegbasis Volkel. Daarnaast laat de kaart zien dat de geluidbelasting op industrieterreinen hoger is.

6 maart 2025

BJ9389-FvdL-RP-06

20

Projectgerelateerd

Geluid cumulatief (Lden) 2020

Figuur 4.4: Cumulatie van geluid (Lden) in de gemeente Meierijstad in 2020 [RIVM, 2020b]

Ervaring van geluidhinder In de Gezondheidsmonitor Volwassenen & Ouderen van de GGD is gevraagd naar de geluidhinder die werd ervaren in de gemeente Meierijstad in 2022. De resultaten hiervan zijn te zien in Tabel 4.5. Hieruit blijkt dat de grootste bron ernstige geluidhinder verkeer en bedrijven/industrie is. Hierna ervaren veel bewoners geluidhinder van vliegverkeer (12%). Opvallend is dat dit percentage veel hoger is dan het provinciale gemiddelde (4%). De ervaren geluidhinder is in Meierijstad sinds 2020 voor bijna alle bronnen toegenomen (zie rode pijlen in de tabel). Tabel 4.5: Percentage volwassenen dat in de afgelopen 12 maanden ernstige geluidhinder geeft ervaren (minimaal 8 op een schaal van 0-10) [GGD, 2022] Meierijstad 2020

Meierijstad 2022

Provincie NoordBrabant 2022

Matig stedelijke gemeenten 2022

Verkeer > 50 km/u

4

5↑

6

5

Verkeer max. 50 km/u

4

8↑

8

7

Vliegverkeer

11

12 ↑

4

6

Brommers/scooters

6

8↑

10

8

Buren

5

4↓

5

5

Bedrijven/industrie

1

2↑

1

1

17

20 ↑

19

17

Verkeer bedrijven/industrie

en

Conclusie De huidige situatie is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’. Op meerdere plekken is sprake van overschrijding van de wettelijke standaardwaarde en de WHO-advieswaarden. De wettelijke grenswaarde wordt op enkele plekken langs provinciale wegen overschreden, voornamelijk de N279.

6 maart 2025

BJ9389-FvdL-RP-06

21

Projectgerelateerd

4.1.3

Autonome ontwikkeling

Algemene trends Autonoom zijn er trends en ontwikkelingen die mogelijk zorgen voor meer geluidhinder: • Ontwikkeling van windmolens. • Toename airco’s. • Toename warmtepompen met buitenunits (ventilatoren). • Bevolkingsgroei waarvoor er meer verkeer bijkomt. Het groeiend aantal elektrische voertuigen kan juist voor een vermindering van geluidhinder zorgen. Aangezien bij hogere snelheid het bandengeluid bepalend is (bij personen- en bestelauto’s vanaf plm. 30 km/u, bij vrachtauto’s vanaf plm. 70 km/u), heeft het elektrisch rijden ter hoogte van rijkswegen en provinciale wegen naar verwachting geen effect op de mate van geluidoverlast. Provinciaal beleid Het Actieplan Geluid 2024-2029 van de provincie Noord-Brabant is vastgesteld op 2 juli 2024. Voor het actieplan heeft de provincie een plandrempel vastgesteld. Dat is de grens van de geluidbelasting op woningen waarvan de provincie vindt dat deze niet wenselijk is. Na afweging van belangen en op basis van gezondheid, haalbaarheid en betaalbaarheid hanteren de provincie als plandrempel een geluidbelasting van 60 dB. Uit de geluidbelastingkaart van de provincie blijkt dat bij een groot aantal woningen de geluidbelasting meer bedraagt dan deze drempelwaarde. In het Actieplan heeft de provincie maatregelen opgenomen. De belangrijkste zijn het toepassen van stil asfalt bij regulier groot onderhoud.

Met de MGR-methode (Milieugezondheidsrisico) wordt de milieugezondheid in beeld gebracht. De MGR geeft een gezondheidskundige beoordeling van de milieukwaliteit. Met dit instrument worden locaties geïdentificeerd waar (toekomstige) bewoners op basis van de gecumuleerde milieubelasting een hoog risico lopen op gezondheidseffecten. De provincie geeft aan zich te realiseren dat de geluidbelasting buiten niet altijd afdoende te reduceren is naar een situatie onder de plandrempel. Daarom wil de provincie de bewoners waar een geluidsaneringsproject speelt middels een subsidieregeling tegemoetkomen in de kosten om ten minste een goed binnenniveau te realiseren. De provincie verwacht dat na het treffen van de in de periode 2024-2029 voorgenomen maatregelen het aantal gehinderden met circa 2% en het aantal slaapgestoorden met 5% zal afnemen. Daarbij wordt opgemerkt dat met de voorgenomen maatregelen, de geluidbelasting bij 14% van de gehinderden in een lagere geluidklasse terecht zullen komen. Wanneer ook de bovenwettelijke gevelmaatregelen worden meegewogen zal het aantal gehinderden volgende de provincie verder afnemen. [Provincie Noord-Brabant, 2024a]. In de gemeente Meierijstad zullen er maatregelen genomen gaan worden bij twee provinciale wegen: N617 en N637. Bij beide wegen zal bij onderhoud geluidreducerend asfalt aangelegd worden.

Onderhoud aan de N637 zal in 2025 plaatsvinden en onderhoud aan de N617 zal voor 2027 plaatsvinden. Geluid vanwege provinciale wegen gaat vallen onder het regime van provinciale ‘geluidproductieplafonds’ (gpp) zoals opgenomen in de Omgevingswet. Een gpp geeft aan hoeveel geluid is toegestaan op ‘geluidreferentiepunten’3. Met een gpp bewaakt de provincie het geluid door provinciale wegen. Bij toelaten van een geluidgevoelig gebouw in het geluidaandachtsgebied is het geluid gelijk aan het geluid bij volledige benutting van het gpp. Hetzelfde geldt voor Rijkswegen, waarvoor de Rijksoverheid de gpp’s moet vaststellen en industrieterreinen, waarvoor gemeenten de gpp’s moeten vaststellen. Gemeentelijk beleid De gemeente Meierijstad heeft op dit moment geen vigerend geluidbeleid. 3

Virtuele punten aan weerszijden van alle provinciale wegen, iedere 100 meter.

6 maart 2025

BJ9389-FvdL-RP-06

22

Projectgerelateerd

Onder de Omgevingswet gaat de gemeente te maken krijgen met de zogenaamde ‘basisgeluidemissie’ (bge). Dat houdt in dat de gemeente van alle wegen in haar beheer met meer dan 2.500 motorvoertuigen per etmaal, vast moet leggen wat het bronvermogen van de betreffende wegen is (uitgedrukt in Lden). Na het vastleggen van deze bge in een geluidregister moet de gemeente de ontwikkeling van het geluid iedere 5 jaar monitoren. Als daarbij blijkt dat de geluidemissie op een weg met meer dan 1,5 dB is toegenomen, dan moet de gemeente verplicht maatregelen afwegen. Een gemeente mag zelf bepalen voor wel jaar zij de bge vastlegt, zolang het niet later is dan 2026. Op dit moment is niet bekend wanneer gemeenten hun bge vastgesteld moeten hebben. In het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn vereisten opgenomen over het betrekken van het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel en de aanvaarbaarheid van het gecumuleerde geluid op een geluidgevoelig object. Om te voorkomen dat deze afweging in elk individueel geval opnieuw gemaakt moet worden (bijvoorbeeld bij het realiseren van woningen), is het raadzaam om hier een generiek gemeentelijk afwegingskader voor op te stellen. Conclusie De autonome ontwikkeling is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, met een gelijkblijvende trend ten opzichte van de huidige situatie.

Enerzijds kan de mate van geluidhinder toenemen door ontwikkelingen rondom de energietransitie en autonome toename van verkeer. Anderzijds kan de mate van geluidhinder afnemen door de maatregelen aan provinciale wegen in het provinciale Actieplan Geluid en in bebouwde kommen met een lage rijsnelheid door het groeiend aantal elektrische voertuigen. Al met al is daarbij een gelijkblijvende trend te verwachten.

4.1.4

Doorkijk 2040

Bij een verwacht toenemend bevolkingsaantal na 2030 kan de potentiële groep ernstig gehinderden door geluid grote worden. Kwaliteitsniveau oranje lijkt hierdoor ook na 2030 aannemelijk. In hoeverre de trend wijzigt is afhankelijk van ontwikkelingen in geluidreducerende technieken bij bijvoorbeeld motorvoertuigen en van de mate waarin de gemeente Meierijstad na 2030 maatregelen treft om de geluiddeken te reduceren.

6 maart 2025

BJ9389-FvdL-RP-06

23

Projectgerelateerd

4.2

Luchtkwaliteit

4.2.1

Indicatoren en kwaliteitsniveaus

Luchtkwaliteit

Status gebruikte informatie Beschikbare referentiewaarden

Kwantitatief • Concentraties fijnstof (PM10 PM2.5) en stikstofdioxide (NO2) • Incidentie astma, hart- en vaatziekten, longkanker en vroegtijdige sterfte door luchtverontreiniging • Mate van bezorgdheid over de luchtkwaliteit Wettelijke grenswaarden (rijksomgevingswaarden) Besluit kwaliteit leefomgeving en WHOadvieswaarden (PM10, PM2.5 en NO2)

Schaallat kwaliteitsniveaus Groen Oranje Rood

4.2.2

De concentraties fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) zijn in de hele gemeente onder de wettelijke grenswaarden en WHO-advieswaarden De concentraties fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) zijn in de hele gemeente onder de wettelijke grenswaarden, maar boven de WHO-advieswaarden De concentraties fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) overschrijden de wettelijke grenswaarden

Huidige situatie

De afgelopen decennia is de lucht in Nederland een stuk schoner geworden en voldoet nu vrijwel overal aan de Europese normen. Het huidige beleid is gericht op het halen van wettelijke grenswaarden. Hoewel de luchtkwaliteit grotendeels aan de normen voldoet, veroorzaakt luchtverontreiniging nog steeds aanzienlijke gezondheidsschade. Fijnstof in de lucht leidt in Nederland tot een levensduurverkorting van naar schatting twaalf maanden. Volgens de Gezondheidsraad leiden concentraties fijnstof, stikstofdioxide en ozon in de lucht naar schatting tot 12.000 vroegtijdige sterfgevallen per jaar [Gezondheidsraad, 2018]. Naast wettelijke grenswaarden zijn er ook de WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit. Deze waarden liggen lager dan de wettelijke grenswaarden en zijn gericht op het creëren van een gezonde leefomgeving. Eind 2021 zijn de WHO-advieswaarden bijgesteld. De waarden zijn fors lager geworden ten opzichte van de advieswaarden uit 2005. In Tabel 4.6 zijn de wettelijke grenswaarden en de WHOadvieswaarden voor luchtkwaliteit weergegeven. Voorstel voor aanscherping van Europese grenswaarden De Europese Raad en het Europees Parlement hebben voorjaar 2024 ingestemd met een voorstel voor aanscherping van EU-luchtkwaliteitsnormen. Die zijn opgenomen in een nieuwe Europese richtlijn voor luchtkwaliteit die op 14 oktober 2024 formeel is aangenomen door de Europese Raad.

Dat betekent dat er vanaf 2030 strengere eisen gaan gelden voor fijn stof (PM 10, PM2,5) en stikstofdioxide (NO2). De nieuwe regels gelden voor alle lidstaten van de Europese Unie en vormen de basis voor bijvoorbeeld de grenswaarden in de nationale wetgeving. Eind 2026 moeten de lidstaten hun nationale regels in lijn gebracht hebben met de richtlijn [Informatiepunt Leefomgeving, 2024]. Tot die tijd gelden de huidige wettelijke grenswaarden zoals opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving. In deze Foto van leefomgeving is primair gekeken naar de actuele wettelijke grenswaarden, en is voor de autonome ontwikkeling aanvullend een doorkijk gemaakt naar de concentraties in Meierijstad in relatie tot de voorgestelde nieuwe grenswaarden.

6 maart 2025

BJ9389-FvdL-RP-06

24

Projectgerelateerd

Tabel 4.6: Grenswaarden en WHO-advieswaarden PM10, PM2,5, NO2. Stof

Toetsingsperiode

Actuele wettelijke grenswaarde

Voorgestelde nieuwe grenswaarde

WHO-advieswaarde

Fijnstof PM10

Jaargemiddeld

40 µg/m3

20 µg/m3

15 µg/m3

Etmaalgemiddeld

50 µg/m3, mag max. 35 keer per jaar overschreden worden

45 µg/m3, mag max. 18 keer per jaar overschreden worden

45 µg/m3

Fijnstof PM2,5

Jaargemiddeld

25 µg/m3

10 µg/m3

5 µg/m3

Stikstofdioxide NO2

Jaargemiddeld

40 µg/m3

20 µg/m3

10 µg/m3

Fijnstof (PM10 en PM2,5) Fijnstof is onderverdeeld in PM10 en PM2,5. De cijfers staan voor een verschil in de grootte van de stof. Hoe kleiner de diameter van het stof, hoe dieper dit het menselijk lichaam binnen kan dringen en schadelijk kan zijn voor de gezondheid. PM10 In Tabel 4.7 zijn de gemiddelde en maximale waarden voor PM10 in Meierijstad in 2022 weergegeven conform het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) van het RIVM [RIVM, 2024]. Uit de tabel volgt dat zowel de gemiddelde als de maximale waarden in Meierijstad onder de huidige wettelijke grenswaarden liggen (jaargemiddeld en etmaalgemiddeld). De hoogste maximale etmaalgemiddelde waarde is bij veehouderijen te zien. De gemiddelde en maximale waarden in Meierijstad liggen boven de WHO-advieswaarden. Tabel 4.7: PM10 in 2022 in Meierijstad (achtergrondconcentratie + lokale bronbijdrage, zonder zeezoutcorrectie) [RIVM, 2024]. Gemiddeld1F4

Stof

Maximaal2F5

Langs wegen

Bij veehouderijen

Langs wegen

Bij veehouderijen

PM10 jaargemiddeld

18 μg/m3

18 μg/m3

23 μg/m3

23 μg/m3

PM10 etmaalgemiddeld

7 overschrijdingen

7 overschrijdingen

11 overschrijdingen

32 overschrijdingen

In Figuur 4.5 zijn de jaargemiddelde concentraties PM10 in 2022 in een kaart weergegeven. De hoogste concentraties PM10 bevinden zich rond de N279 – industriegebied De Dubbelen en bij industriegebied Molenakker bij Erp. De concentraties zijn hoger in de kernen en langs de hoofdwegen ten opzichte van het buitengebied. PM2,5 In Tabel 4.8 zijn de gemiddelde en maximale waarden voor PM 2,5 in Meierijstad in 2022 weergegeven conform het CIMLK van het RIVM [RIVM, 2024]. Uit de tabel volgt dat de gemiddelde en maximale waarden in Meierijstad onder de huidige wettelijke grenswaarden liggen. De gemiddelde en maximale waarden in Meierijstad liggen boven de WHO-advieswaarden. Tabel 4.8: PM2,5 in 2022 in Meierijstad (achtergrondconcentratie + lokale bronbijdrage) [RIVM, 2024]. Stof

PM2,5 jaargemiddeld

4 5

Gemiddeld

Maximaal

Langs wegen

Langs wegen

10 μg/m3

14 μg/m3

Gemiddelde waarde van alle toetspunten in CIMLK binnen Meierijstad. Maximale waarde van alle toetspunten in CIMLK binnen Meierijstad.

6 maart 2025

BJ9389-FvdL-RP-06

25

Projectgerelateerd

In Figuur 4.6 zijn de concentraties PM2.5 in 2022 weergegeven. De hoogste concentraties bevinden zich rond de N279 – industriegebied De Dubbelen. De concentraties zijn hoger in de kernen en langs de hoofdwegen ten opzichte van het buitengebied. Fijnstof PM10 concentraties In µg/m3 – 2022, jaargemiddeld (zonder zeezoutcorrectie)

Figuur 4.5: Concentraties fijnstof (PM10) in de gemeente Meierijstad in 2022 [RIVM, 2022a]

Fijnstof PM2,5 concentraties In µg/m3 – 2022, jaargemiddeld

Figuur 4.6: Concentraties fijnstof (PM2,5) in de gemeente Meierijstad in 2022 [RIVM, 2022b]

Stikstofdioxide (NO2) Naast fijnstof is stikstofdioxide (NO2) van invloed op de volksgezondheid. In Tabel 4.9 zijn de gemiddelde en maximale waarden voor NO2 in Meierijstad in 2022 weergegeven conform het CIMLK van het RIVM

6 maart 2025

BJ9389-FvdL-RP-06

26

Projectgerelateerd

[RIVM, 2024]. Uit de tabel volgt dat de gemiddelde en maximale waarden in Meierijstad onder de huidige wettelijke grenswaarden liggen. De gemiddelde en maximale waarden in Meierijstad liggen boven de WHOadvieswaarden. Tabel 4.9: NO2 in 2022 in Meierijstad (achtergrondconcentratie + lokale bronbijdrage) [RIVM, 2024]. Stof

NO2 jaargemiddeld

Gemiddeld

Maximaal

Langs wegen

Langs wegen

17 μg/m3

29 μg/m3

In Figuur 4.7 zijn de NO2 concentraties weergeven. De hoogste concentraties zijn te zien langs de hoofdwegen. Stikstofdioxide NO2 concentraties In µg/m3 – 2022, jaargemiddeld

Figuur 4.7: Concentraties stikstofdioxide (NO2) in de gemeente Meierijstad in 2022 [RIVM, 2022c]

Gezondheid Zoals al eerder benoemd is de luchtverontreiniging gelinkt aan gezondheidsschade. In Tabel 4.10 is de incidentie van astma, hart- en vaatziekten, longkanker en vroegtijdige sterfte door luchtverontreiniging in 2019 weergegeven. Hieruit blijkt dat de luchtkwaliteit in de gemeente Meierijstad zeker een aandeel heeft in het voorkomen van deze aandoeningen, maar dat dit niet veel afwijkt van de mate waarin dit voorkomt in de provincie. Tabel 4.10: Incidentie astma, hart- en vaatziekten, longkanker en vroegtijdige sterfte door luchtverontreiniging in 2019 [GGD, 2019] Incidentie

Gemeente Meierijstad

Provincie Noord-Brabant

Kinderen (0-18 jaar) met astma veroorzaakt door luchtverontreiniging (NO2)

19%

20%

Patiënten met hart- en vaatziekten (40+ jaar) veroorzaakt door luchtverontreiniging (NO2)

22%

23%

Longkankerpatiënten (50+ jaar) veroorzaakt door luchtverontreiniging (PM10)

16%

15%

6 maart 2025

BJ9389-FvdL-RP-06

27

Projectgerelateerd

Incidentie Vroegtijdige sterfte veroorzaakt door luchtverontreiniging (PM10 en NO2)

Gemeente Meierijstad

Provincie Noord-Brabant

362 dagen

358 dagen

In Figuur 4.8 is weergegeven in welke mate volwassenen bezorgd zijn over de luchtkwaliteit in de gemeente Meierijstad. Uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen & Ouderen van de GGD blijkt dat het overgrote deel (70%) van de volwassenen in Meierijstad niet bezorgd is over de luchtkwaliteit. 30% is wel bezorgd en 3% is heel of extreem bezorgd over de luchtkwaliteit. Mate van bezorgdheid over de luchtkwaliteit in de Gemeente Meierijstad % volwassenen 3% Heel of extreem bezorgd over de luchtkwaliteit

27%

Bezorgd over de luchtkwaliteit Niet bezorgd over de luchtkwaliteit

70%

Figuur 4.8: Mate van bezorgdheid over de luchtkwaliteit in de Gemeente Meierijstad in percentage volwassenen [GGD, 2022]

Conclusie De huidige situatie is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, omdat de concentraties fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) in de hele gemeente onder de actuele wettelijke grenswaarden liggen, maar boven de WHO-advieswaarden uitkomen.

4.2.3

Autonome ontwikkeling

Algemene trends De kwaliteit van de lucht is grotendeels afhankelijk van landelijke en internationale ontwikkelingen op het gebied van wetgeving en technologische ontwikkelingen. Ontwikkelingen met betrekking tot een veranderd klimaat hebben invloed op de luchtkwaliteit. Extreme weeromstandigheden kunnen leiden tot pieken in de verslechtering van luchtkwaliteit. Klimaatmaatregelen kunnen daarentegen een positief effect hebben op de luchtkwaliteit, maar het is onzeker hoe groot die effecten zijn. Het gebruik van andere vormen van mobiliteit (bijvoorbeeld elektrisch vervoer) een positief effect hebben. Door onder andere de verwachte toenemende bevolkingsdichtheid, voortgaande verstedelijking en groei van het verkeer zullen naar verwachting meer mensen worden blootgesteld aan een relatief hogere concentratie van luchtverontreiniging [RIVM, 2023]. Provinciaal en gemeentelijk beleid De overheid heeft het Schone Lucht Akkoord (SLA) opgesteld met het doel de gezondheidsschade door luchtvervuiling in 2030 te beperken met minimaal 50% ten opzichte van 2016. Rijksoverheid [2020]. De gemeente Meierijstad heeft het SLA ondertekend, net als de provincie Noord-Brabant. De Provincie NoordBrabant ondersteund gemeenten bij het treffen van maatregelen [Provincie Noord-Brabant, 2023]. Gemeenten die meedoen aan het SLA zijn verplicht elk jaar bekend te maken welke vorderingen zij hebben gemaakt.

Binnen het SLA wil Meierijstad meedoen aan een pilot waarin wordt onderzocht wat erbij komt kijken om een wijk houtstookvrij of houtstookarm te maken; vooral gericht op particuliere haarden en kachels

6 maart 2025

BJ9389-FvdL-RP-06

28

Projectgerelateerd

binnenshuis. Daarnaast wil Meierijstad meedoen in een pilot waarbij het RIVM meetstations uit het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit beschikbaar stelt. Inwoners en bedrijven kunnen dan sensoren plaatsen om lokaal de luchtkwaliteit te meten en de gegevens uit te wisselen [Omroep Meierij, 2020]. Aanscherping van grenswaarden Zoals eerder aangegeven is er 14 oktober 2024 een nieuwe Europese richtlijn voor luchtkwaliteit aangenomen, met per 2030 strengere grenswaarden dan de huidige wettelijke normen. Eind 2026 moeten de lidstaten hun nationale regels in lijn gebracht hebben met de richtlijn. Als de nieuwe normen niet gehaald dreigen te worden, dan moet een lidstaat vóór 2030 een routekaart opstellen. Daarin moeten beleidslijnen en maatregelen staan om op tijd aan de grenswaarden te voldoen. Als er na 2030 toch nog overschrijdingen zijn, dan moeten binnen 2 jaar na constatering aanvullende maatregelen vastgelegd worden in een luchtkwaliteitsplan. De huidige Europese grenswaarden zijn in Nederland als rijksomgevingswaarden in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen. Deze moeten uiterlijk 2026 aangepast zijn naar de nieuwe Europese grenswaarden. Bij een (dreigende) overschrijding van een (rijks)omgevingswaarde schrijft de Omgevingswet 6 voor dat de overheid een programma met maatregelen op moet stellen, om te zorgen dat voldaan wordt aan de betreffende omgevingswaarde.

Als er na implementatie van de Europese grenswaarden in de Nederlandse wetgeving in Meierijstad sprake is van een (dreigende) overschrijding van een rijksomgevingswaarde, dan moet er rekening mee gehouden worden dat er een gemeentelijk programma opgesteld moet worden. Het traject van implementatie van de nieuwe grenswaarden in de Nederlandse wetgeving moet daar duidelijkheid over geven. Dat is aan de Rijksoverheid. 5F

Prognoses in CIMLK In het CIMLK zijn prognoses voor de concentraties PM 10, PM2,5 en NO2 opgenomen in 2030, op basis van het huidige vastgestelde beleid (Europees, nationaal, regionaal). PM10 In Tabel 4.11 zijn de prognoses voor gemiddelde en maximale waarden voor PM10 in Meierijstad in 2030 weergegeven conform het CIMLK van het RIVM [RIVM, 2024]. Uit de tabel volgt dat de prognoses voor zowel de gemiddelde als de maximale waarden in Meierijstad lager liggen dan in de huidige situatie, en daarmee nog steeds ook onder de actuele wettelijke grenswaarden. Als naar de voorgestelde nieuwe grenswaarden gekeken wordt, dan liggen de prognoses voor gemiddelde en maximale jaargemiddelde waarden daaronder. Gemiddeld genomen liggen de prognoses voor de jaargemiddelde waarden in 2030 op het niveau van de WHO-advieswaarde, de maximale waarden liggen daarboven. Het is onzeker of in 2040 overal in Meierijstad onder de WHO-advieswaarde gekomen wordt. Tabel 4.11: PM10 in 2030 in Meierijstad (achtergrondconcentratie + lokale bronbijdrage, zonder zeezoutcorrectie) [RIVM, 2024] Gemiddeld3F7

Stof

Maximaal4F8

Langs wegen

Bij veehouderijen

Langs wegen

Bij veehouderijen

PM10 jaargemiddeld

15 μg/m

15 μg/m

19 μg/m

19 μg/m3

PM10 etmaalgemiddeld

6 overschrijdingen

3

3

7 overschrijdingen

3

7 overschrijdingen

27 overschrijdingen

6

Art. 3.10 Omgevingswet. Gemiddelde waarde van alle toetspunten in CIMLK binnen Meierijstad. 8 Maximale waarde van alle toetspunten in CIMLK binnen Meierijstad. 7

6 maart 2025

BJ9389-FvdL-RP-06

29

Projectgerelateerd

PM2,5 In Tabel 4.12 zijn de prognoses voor de gemiddelde en maximale waarden voor PM 2,5 in Meierijstad in 2030 weergegeven conform het CIMLK van het RIVM [RIVM, 2024]. Uit de tabel volgt dat de prognoses voor zowel de gemiddelde als de maximale waarden in Meierijstad lager liggen dan in de huidige situatie, en daarmee nog steeds ook onder de actuele wettelijke grenswaarden. Als naar de voorgestelde nieuwe grenswaarden gekeken wordt, dan liggen de prognoses voor de maximale jaargemiddelde waarden daarboven. De geprosnoticeerde gemiddelde en maximale waarden in 2030 liggen boven het niveau van de WHOadvieswaarde. Aangezien de maximale waarde in 2040 meer dan gehalveerd moet zijn ten opzichte van 2030, is het op basis van de huidige inzichten niet aannemelijk dat in 2040 overal in Meierijstad onder de WHO-advieswaarde uitgekomen wordt. Tabel 4.12: PM2,5 in 2030 in Meierijstad (achtergrondconcentratie + lokale bronbijdrage) [RIVM, 2024] Stof

Gemiddeld

Maximaal

Langs wegen

Langs wegen

8 μg/m3

11 μg/m3

PM2,5 jaargemiddeld

NO2 In Tabel 4.13 zijn de prognoses voor de gemiddelde en maximale waarden voor NO 2 in Meierijstad in 2030 weergegeven conform het CIMLK van het RIVM [RIVM, 2024]. Uit de tabel volgt dat de prognoses voor zowel de gemiddelde als de maximale waarden in Meierijstad lager liggen dan in de huidige situatie, en daarmee nog steeds ook onder de actuele wettelijke grenswaarden. Als naar de voorgestelde nieuwe grenswaarden gekeken wordt, dan liggen de prognoses voor de maximale jaargemiddelde waarden daarboven. De geprosnoticeerde gemiddelde en maximale waarden in 2030 liggen boven het niveau van de WHOadvieswaarde. Aangezien de maximale waarde in 2040 meer dan gehalveerd moet zijn ten opzichte van 2030, is het op basis van de huidige inzichten niet aannemelijk dat in 2040 overal in Meierijstad onder de WHO-advieswaarde uitgekomen wordt. Tabel 4.13: NO2 in 2030 in Meierijstad (achtergrondconcentratie + lokale bronbijdrage) [RIVM, 2024] Stof

Gemiddeld

Maximaal

Langs wegen

Langs wegen

13 μg/m3

27 μg/m3

NO2 jaargemiddeld

Conclusie De autonome ontwikkeling is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, met een verbeterende trend: de concentraties nemen naar verwachting af, maar het is niet aannemelijk dat in Meierijstad in 2030 overal onder de WHO-advieswaarden gekomen wordt.

4.2.4

Doorkijk 2040

Het is aannemelijk dat technologische ontwikkelingen met betrekking tot onder andere schone mobiliteit ook na 2030 doorzetten. De verwachting is dat door aangescherpte grenswaarden, technologische ontwikkelingen en beleid op verschillende niveaus zal leiden tot een verdere verbetering van de luchtkwaliteit tot 2040.

6 maart 2025

BJ9389-FvdL-RP-06

30

Projectgerelateerd

4.3

Geurhinder

4.3.1

Indicatoren en kwaliteitsniveaus

Geurhinder Status gebruikte informatie

Kwantitatief • Achtergrondbelasting geur • Percentage geurgehinderden per bron

Beschikbare referentiewaarden

Geurhinderkaart veehouderijen getoetst aan de GGD-richtlijnen

Schaallat kwaliteitsniveaus Groen

De achtergrondbelasting bij woonfuncties en gemengde functies voldoet aan de GGD-normen De achtergrondbelasting bij woonfuncties en gemengde functies voldoet op een aantal locaties niet aan de GGD-normen De achtergrondbelasting bij woonfuncties en gemengde functies voldoet op veel locaties niet aan de GGD-normen

Oranje Rood

4.3.2

Huidige situatie

Geurhinder door veehouderijen Geurhinder kan optreden door langdurige blootstelling aan een geur of (kortdurende) blootstelling aan onaangename geuren. In de gemeente Meierijstad bevindt zich meerdere veehouderijen. Veehouderijen zijn mogelijke bronnen voor geurhinder en daarom gelden voor veehouderijen regels met betrekking tot aan te houden afstanden tot voor geurhinder gevoelige objecten zoals woningen. De GGD heeft voor geurhinder van veehouderijen advieswaarden opgesteld. Bij woonfuncties acht de GGD meer dan 12% geurhinder onacceptabel (dit komt overeen met maximaal 2 OU/m 3 in de woonkern). Bij gemengde functies (wonen en werken) zijn hogere geurhinderpercentages denkbaar. Hoger dan 20% geurhinder vindt de GGD onacceptabel (dit komt overeen met maximaal 10 OU/m 3 in het buitengebied). Tabel 4.14: GGD-beoordeling geurhinder van veehouderijen [RIVM, 2022e] Geurbelasting (OU/m3) Percentage geurgehinderden Voorgrond

Achtergrond

Woonfuncties (12%)

2

5

Gemengde functies (20%)

5

10

Een regel over geurbelasting door veehouderij op een geurgevoelig object in een gemeentelijke verordening is bij inwerkingtreding van de Omgevingswet onderdeel geworden van het tijdelijk omgevingsplan. De Verordening geurhinder en veehouderij Veghels Buiten staat een maximale waarde van 5 ouE/m3 toe voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object in het gebied ‘Veghels Buiten’. Dit sluit aan bij de adviezen van de GGD voor acceptabele geurnormen voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in gemengd gebied [Gemeente Meierijstad, 2023a]. In Figuur 4.9 is de geursituatie in Meierijstad weergegeven. In de kaart is de achtergrondbelasting door veehouderijen in OU/m3 weergegeven. Op een aantal locaties in het buitengebied de achtergrondbelasting hoog/(heel) slecht (>11 OU/m3). Op deze locaties is daarom sprake van een slechte geursituatie bij geurgevoelige objecten (gebouwen bestemd voor wonen of verblijf). De slechte geursituaties bevindt zich met name in de kern Nijnsel en (vanzelfsprekend) in het buitengebied (waar relatief weinig woningen zijn ten opzichte van de kernen).

6 maart 2025

BJ9389-FvdL-RP-06

31

Projectgerelateerd

Achtergrondbelasting geur en ernstige geurhinder door veehouderijen

Figuur 4.9: Achtergrondbelasting geur en ernstige geurhinder door veehouderijen [GGD, 2022 & ODZOB, 2023]

In onderstaande tabel is het percentage volwassenen (18+) weergegeven dat in 2022 ernstige geurhinder heeft ervaren. Uit deze tabel blijkt dat in Nijnsel, Boskant, Olland en Veghel-noord de meeste geurhinder wordt ervaren. Het percentage komt niet boven de 12% (GGD-richtlijn). Tabel 4.15: Percentage geurgehinderden door veehouderijen in verschillende wijken in Meierijstad (18+) [GGD, 2022] Percentage ernstig geurgehinderden (18+) Wijk Door veehouderijbedrijven

Door mest uitrijden

Door opslag/productie van veevoer

Veghel-midden

0

2

0

Veghel-noord

5

5

4

Veghel-oost

2

3

1

Veghel-west

1

3

2

Schijndel-centrum

2

1

1

Schijndel-west

4

2

2

Schijndel-oost, Wijbosch

3

6

2

Sint-Oedenrode

4

2

0

Nijnsel, Boskant, Olland

9

5

2

Gemeente Meierijstad

3

3

2

Geurhinder door overige bronnen Naast veehouderijen zijn er ook andere bronnen die geurhinder kunnen veroorzaken. In onderstaande tabel zijn deze andere bronnen weergegeven. In Meierijstad ervaart in 14% van de volwassenen (18+) ernstige geurhinder. Dit komt deels door veehouderijen, zoals hierboven al toegelicht. Maar ook vliegverkeer en open haard/allesbrand veroorzaken relatief veel geurhinder in Meierijstad. In 2022 zijn in Meierijstad 91 klachten van geuroverlast binnengekomen bij de Milieuklachtencentrale [Brabant in Zicht, 2022].

6 maart 2025

BJ9389-FvdL-RP-06

32

Projectgerelateerd

Tabel 4.16: Percentage geurgehinderden door overige bronnen in Meierijstad (18+) [GGD, 2022] Percentage ernstig geurgehinderden (18+)

Gemeente Meierijstad

Totaal

Door riolering/zuivering

Door bedrijven/industrie

Door vliegverkeer

Door open haard/allesbrand

14

1

2

5

4

Conclusie De huidige situatie is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, omdat de achtergrondbelasting voor geur op een aantal locaties met woonfuncties en gemengde functies niet voldoet aan de GGD-normen.

4.3.3

Autonome ontwikkeling

Het beëindigen van veehouderijen staat sinds het uitbreken van de ‘stikstofcrisis’ volop in de belangstelling. Het vorige kabinet reserveerde miljarden euro’s om veehouderijen te sluiten om zo de stikstof-, natuur-, klimaat- en wateropgaven in het landelijk gebied te realiseren [Planbureau voor de Leefomgeving, 2022]. Bij het sluiten van veehouderijen zal ook de geurhinder in de omgeving afnemen. Op dit moment is niet bekend in hoeverre er in Meierijstad veehouderijen tot uiteindelijke overeenstemming met het Rijk en de provincie komen voor bedrijfsbeëinding conform de huidige regelingen als Lbv en Lbv-plus. Met de routekaart stalaanpassingen 2024 wil de provincie Noord-Brabant veehouderijen sturen en helpen bij het verduurzamen van de stallen. Dit wil de provincie doen door het vergunningsverleningsproces te optimaliseren, te zorgen dat de financiële ondersteuning van het Rijk snel bij de veehouder terecht komt en door de veehouder goed te informeren. Onder de stalaanpassingen zijn technieken bekend die geurhinder kunnen verminderen [Provincie Noord-Brabant, 2022f]. Het huidige kabinet heeft aangegeven het door het vorige kabinet ingezette NPLG en daaronder vallende provinciale programma’s niet verder uit te werken. Er is nog geen nieuw beleid bekend gemaakt wat het NPLG moet gaan vervangen.

Het toekomstbeeld voor veehouderijen is hierdoor onzeker en daarmee is de ontwikkeling van geurhinder de komende jaren ook nog onzeker. In 2023 is de Verordening geurhinder en veehouderij Veghels Buiten vastgesteld. In verordening geldt voor Veghels Buiten een vaste afstand tot veehouderijen van 50 meter (ook bij veehouderij waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld) en een geurnorm van 5 OU/m3 aan voorgrondbelasting. Deze voorgrondbelasting is strenger dan die uit het voorgaande geurbeleid. Daar was de norm 8 OU/m3. Met de nieuwe norm wil de gemeente enerzijds recht doen aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en anderzijds aan het gemengde karakter van het gebied. Conclusie De autonome ontwikkeling is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, met een gelijkblijvende trend. Het is onduidelijk in hoeverre stalaanpassingen de komende jaren gaan zorgen voor een vermindering van geurhinder.

4.3.4

Doorkijk 2040

De ontwikkeling van geurhinder na 2040 is in grote mate afhankelijk van landelijk beleid op het gebied van landbouw en veehouderij onder invloed van opgaven voor klimaat, water en natuur. Op dit moment is niet bekend hoe dat beleid eruit gaat zien.

6 maart 2025

BJ9389-FvdL-RP-06

33

Projectgerelateerd

5

Veiligheid

In onderstaande tabel is een samenvatting van de beoordelingen van de huidige situatie en autonome ontwikkelingen van de aspecten binnen het thema ‘veiligheid’. Kwaliteitsniveau Beoordelingsaspect Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Omgevingsveiligheid

↗

Sociale veiligheid

=

Verkeersveiligheid

=

5.1

Omgevingsveiligheid

5.1.1

Indicatoren en kwaliteitsniveaus

Omgevingsveiligheid Status gebruikte informatie Beschikbare referentiewaarden

Kwantitatief • Aantal kwetsbare objecten binnen plaatsgebonden risicocontour • Hoeveelheid bebouwing binnen brand- en explosieaandachtsgebied Aanwezigheid van kwetsbare gebouwen binnen 10-6 per jaar PR-contour conform Bkl en aanwezigheid brand- en explosieaandachtsgebied conform Bkl

Schaallat kwaliteitsniveaus Groen Oranje Rood

Er zijn geen kwetsbare gebouwen aanwezig binnen een 10-6 per jaar PR-contour en er is sprake van een beperkt aandeel bebouwing binnen een brand- en explosieaandachtsgebied Er zijn één of meer kwetsbare gebouwen aanwezig binnen een 10-6 per jaar PR-contour of er is wel sprake van een redelijk aandeel bebouwing binnen brand- en explosieaandachtsgebied Er zijn één of meer kwetsbare gebouwen aanwezig binnen een 10-6 per jaar PR-contour en er is sprake van een redelijk aandeel bebouwing binnen brand- en explosieaandachtsgebied

Omgevingsveiligheid (beter bekend onder de naam externe veiligheid) betreft de beschouwing en afweging van de risico’s voor de leefomgeving ten gevolge van een ongeval bij de opslag, het transport en de productie van gevaarlijke stoffen waarbij dodelijke slachtoffers kunnen vallen. Risicobronnen in het kader van omgevingsveiligheid zijn onder andere autosnelwegen, spoorlijnen, vaarwegen en buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen. Ook bedrijven die grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen gebruiken/ produceren vallen onder omgevingsveiligheid. In het omgevingsveiligheidsbeleid staat de beperking van mogelijke effecten van gevaarlijke activiteiten voor de omgeving centraal. Beleidsverandering ten gevolge van de Omgevingswet Tot de komst van de Omgevingswet bestaat het wettelijk kader uit verschillende besluiten en regelingen. De belangrijkste zijn het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Daarnaast zijn er voor verschillende activiteiten veiligheidsafstanden vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Onder de Omgevingswet wordt het externe-veiligheidsbeleid gemoderniseerd en wordt gesproken van omgevingsveiligheidsbeleid.

Het omgevingsveiligheidsbeleid wordt verankerd in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De essentie van het beleid verandert: daar waar onder de vigerende wetgeving het groepsrisico en het plaatsgebonden risico centraal staan, wordt er onder de Omgevingswet uitgegaan van aandachtsgebieden en voorschriftengebieden, in plaats van het 6 maart 2025

BJ9389-FvdL-RP-06

34

Projectgerelateerd

groepsrisico. Hier zal later in het hoofdstuk verder op ingegaan worden. Een aantal termen gaat wijzigen en een deel van het beleid wordt anders ingericht. Dit laatste heeft gevolgen bij ruimtelijke planvorming zoals de invulling van de Toekomstvisie en het omgevingsplan. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het plaatsgebonden risico (PR) is het risico op een plaats nabij een transportroute, buisleiding of inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats verblijft, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval met de buisleiding, op de transportroute of binnen de inrichting, waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. De weergave van het PR is in de vorm van risicocontouren op een geografische ondergrond weer te geven. Onder de vigerende wetgeving is de 10-6 per jaar PR-contour de grenswaarde voor kwetsbare objecten en als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Onder de Omgevingswet geldt: de 10-6 per jaar PRcontour als grenswaarde voor (zeer) kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties en als standaardwaarde voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties. Het groepsrisico (GR) is de kans per jaar dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen.

Het groepsrisico wordt uitgedrukt met een oriëntatiewaarde welke wordt weergegeven in een zogenoemde fN-curve. Op basis van de hoogte van het groepsrisico ten opzichte van de oriëntatiewaarde en de procentuele stijging ten gevolge van een ruimtelijke ontwikkeling is de mate van verantwoording bepaald. De verantwoording groepsrisico is een afweging van bevoegd gezag, waarbij advies wordt ingewonnen bij de veiligheidsregio, hoe om te gaan met de gevaren en bijbehorende veiligheidsrisico’s. Aandachtsgebieden In plaats van het groepsrisico uit te drukken in een fN-curve, komen er aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn gebieden rond infrastructuur (met transport van gevaarlijke stoffen) of een activiteit (met gevaarlijke stoffen) waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevaren die in de omgeving kunnen optreden. Dat betekent dat zich, bij een ongeval, nog levensbedreigende gevolgen voor personen in gebouwen kunnen voordoen. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen drie soorten gevaren voor de omgeving: • • •

Warmtestraling (brand) Overdruk (explosie) Concentratie giftige stoffen in de lucht (gifwolk)

Het bepalen van een aandachtsgebied maakt direct zichtbaar welke gevaren in een gebied kunnen optreden. Hierdoor vormt het aandachtsgebied een instrument voor bedrijf, bestuurder en burger om het gesprek over veiligheid en bescherming te starten. De gemeente moet in het omgevingsplan binnen deze aandachtsgebieden rekening houden met het groepsrisico. Deze wordt getoetst aan hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Binnen een aandachtgebied zijn kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen toegestaan mits dit goed onderbouwd is (bijvoorbeeld omdat er effect- of kansreducerende maatregelen zijn getroffen). Voor maatregelen ten aanzien van de gevaren van brand en explosie kan de gemeente dat doen door voorschriftengebieden aan te wijzen. Voor nieuwe en bestaande zeer kwetsbare gebouwen is het aanwijzen van een

6 maart 2025

BJ9389-FvdL-RP-06

35

Projectgerelateerd

voorschriftengebied verplicht. Onder bestaande zeer kwetsbare gebouwen wordt ook verstaan wat al in het omgevingsplan mogelijk wordt gemaakt.

5.1.2

Huidige situatie

Figuur 5.1 geeft de milieubelastende activiteiten met een extern veiligheidsrisico binnen de gemeente Meierijstad weer. Uit dit figuur kan afgeleid worden dat er meerdere risicobronnen aanwezig zijn. Zo zijn er meerdere locaties waar een tank met brandstof of gas aanwezig is. Dit kan bijvoorbeeld te maken hebben met de aanwezigheid van een tankstation of een camping met een gastank. Activiteiten met gevaarlijke stoffen hebben een plaatsgebonden risico (PR). Dit is de kans per jaar dat een persoon, die altijd aanwezig is op die plaats, overlijdt door een ongeval met een gevaarlijke stof. De meeste milieubelastende activiteiten met een extern veiligheidsrisico hebben een PR van 10 -6 (één op de miljoen per jaar). Ook geldt voor de meeste milieubelastende activiteiten een aandachtsgebied voor explosie- en/of brandgevaar.

Figuur 5.1: Milieubelastende activiteiten [Atlas van de Leefomgeving, kaart opgesteld door Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2024a]

Aandachtsgebieden zijn gebieden waarbinnen mensen in gebouwen, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Denk bij gebouwen bijvoorbeeld aan woningen, winkels of scholen. Bij nieuwbouwplannen in aandachtsgebieden heeft de gemeente extra aandacht voor de veiligheid van personen. Het type aandachtsgebied maakt direct zichtbaar door welke gevaren (brand, explosie of gifwolk) de omgeving kan worden getroffen. Op Figuur 5.2 is te zien waar de aandachtsgebieden in de gemeente liggen. Door de gemeente lopen meerdere buisleidingen. Verschillende aardgasstations zijn hiermee verbonden. Voor de buisleidingen geldt een PR van 10-8 (één op de 100 miljoen per jaar) en een aandachtsgebied voor brandgevaar. Omdat de buisleidingen deels door de plaatsen lopen, zijn er woningen die binnen het aandachtsgebied voor brandgevaar vallen. Dit speelt met name bij Veghel, Sint-Oedenrode, Havelt en Eerde. Bij de aardgasstations in Eerde en Veghel geldt een PR van 10-6 en een aandachtsgebied voor brandgevaar. Er liggen geen woningen in deze zones.

6 maart 2025

BJ9389-FvdL-RP-06

36

Projectgerelateerd

Figuur 5.2: Aandachtsgebieden explosie of brandgevaar gemeente Meierijstad [Atlas van de Leefomgeving, kaart opgesteld door Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2024b]

Conclusie De huidige situatie is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, omdat er sprake is van een redelijk aandeel bebouwing binnen een brand- en explosieaandachtsgebied. Er zijn geen kwetsbare gebouwen aanwezig binnen een 10-6 per jaar PR-contour.

5.1.3

Autonome ontwikkeling

In het Beleidskader Milieu 2030 is te lezen welke ambities de provincie op het gebied van externe veiligheid heeft. De provincie wil ten minste voldoen aan de wettelijke normen voor externe veiligheid voor activiteiten die vallen onder provinciaal bevoegd gezag. Denk daarbij bijvoorbeeld aan taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving bij risicorelevante bedrijven en aan de ruimtelijke inpassing van risicorelevante activiteiten. Naast het uitvoeren van haar wettelijke taken investeert de provincie in ondersteunende taken. Denk aan kennis delen over, samenwerken bij en monitoring van de effecten op omgevingsveiligheid. Als hulpmiddel heeft de provincie een stappenplan ontwikkeld [Provincie NoordBrabant, 2024d]. Dit stappenplan helpt gemeenten om de juiste afweging te maken bij ontwikkelingen binnen aandachtsgebieden. Conclusie De autonome ontwikkeling is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, met een verbeterende trend. Dit omdat de provincie, veiligheidsregio’s, omgevingsdiensten en andere partners samenwerken om kansen en belemmeringen tijdig te signaleren.

5.1.4

Doorkijk 2040

Voor omgevingsveiligheid is het aannemelijk dat de geschetste trend in 2030 zich voortzet richting 2040. Of het kwaliteitsniveau nog verbetert van ‘oranje’ naar ‘groen’ is afhankelijk van ontwikkelingen in wet- en regelgeving en de exacte beleidsinvulling na 2030.

6 maart 2025

BJ9389-FvdL-RP-06

37

Projectgerelateerd

5.2

Sociale veiligheid

5.2.1

Indicatoren en kwaliteitsniveaus

Sociale veiligheid Status gebruikte informatie

Beschikbare referentiewaarden

Kwantitatief • Sociale veiligheidsindex: o Onveiligheidsgevoelens o Ervaren van overlast o Preventie Benchmarking sociale veiligheid (onveiligheidsgevoelens en ervaren van overlast) en beleving sociale onveiligheid ten opzichte van de provincie Noord-Brabant en geheel Nederland.

Schaallat kwaliteitsniveaus Groen

Oranje

Rood

5.2.2

De sociale veiligheidsindex ligt voor alle categorieën (onveiligheidsgevoelens, ervaren van overlast en preventie) en beleving sociale onveiligheid lager dan het landelijk gemiddelde en het gemiddelde van de provincie Noord-Brabant. De sociale veiligheidsindex ligt voor één of meerdere categorieën (onveiligheidsgevoelens, ervaren van overlast en preventie) en beleving sociale onveiligheid hoger dan of gelijk aan het landelijk gemiddelde en het gemiddelde van de provincie Noord-Brabant. De sociale veiligheidsindex ligt voor alle categorieën (onveiligheidsgevoelens, ervaren van overlast en preventie) en beleving sociale onveiligheid hoger dan of gelijk aan het landelijk gemiddelde en het gemiddelde van de provincie Noord-Brabant.

Huidige situatie

Om de sociale veiligheid te beoordelen, wordt gekeken naar de onveiligheidsgevoelens, het ervaren van overlast en preventie. Samen vormen deze indicatoren de veiligheidsbeleving. De waarde van de indicatoren is gebaseerd op stellingen uit de veiligheidsmonitor [CBS, 2023e]. De indicatoren zijn gepresenteerd als percentages. Onveiligheidsgevoel ‘Onveiligheidsgevoelens’ zijn een meting van hoe onveilig mensen zich voelen. Onveiligheidsgevoelens, zijn gebaseerd op een beoordeling van criminaliteit en veiligheid, inschatting van kans om slachtoffer te worden van criminaliteit, respectloos gedrag en discriminatie. In Figuur 5.3 zijn de onveiligheidsgevoelens van de gemeente Meijerijstad, de provincie Noord-Brabant en Nederland te zien. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen hoe veilig bewoners zich over het algemeen voelen en hoe veilig bewoners zich in buurten voelen. In de gemeente Meijerijstad geven minder bewoners aan zich onveilig te voelen dan in NoordBrabant en Nederland. Ten opzichte van het jaar 2021 zijn bewoners zich in de gemeente Meijerstad minder veilig gaan voelen in het jaar 2023. Datzelfde geldt voor Noord-Brabant en geheel Nederland. In 2021 gaf 28.7% van de bewoners in Meijerijstad aan zich weleens onveilig te voelen in het algemeen. In 2023 was dat 29,2%. In 2021 gaf 7,8% aan zich weleens onveilig te voelen in de buurt. In 2023 was dat 9,4%.

De gemeente Meierijstad houdt ook zelf een monitor over de gemeente bij. Zij geven als gemiddeld rapportcijfer voor veiligheid in de buurt een 7,9. Informatie per buurt is in de gemeentelijke leefbaarheidsmonitor [Gemeente Meierijstad, 2022a] te lezen. Ervaren van overlast Onder het ervaren van overlast valt fysieke verloedering, sociale overlast, verkeersoverlast en milieuoverlast. Fysieke verloedering heeft betrekking op meerdere onderwerpen, waaronder rommel op straat en bekladde muren. Sociale overlast heeft onder meer betrekking op overlast door dronken mensen op straat, drugshandel en lastiggevallen worden op straat. Verkeersoverlast heeft bijvoorbeeld betrekking op parkeerproblemen en te hard rijden. Milieuoverlast heeft bijvoorbeeld betrekking op geluidsoverlast en stankoverlast. In Figuur 5.4 is te zien dat bewoners in de gemeente Meijerijstad minder vaak aangeven 6 maart 2025

BJ9389-FvdL-RP-06

38

Projectgerelateerd

vormen van overlast ervaren dan in Noord-Brabant en in Nederland. Ten opzichte van 2021 ervoeren in 2023 minder bewoners overlast. In Meijerijstad gaf in 2021 37% van de bewoners aan weleens overlast te ervaren. In 2023 was dat 35,7%.

Onveiligheidsgevoel 40 35 30 25 20 15 10 5 0 Nederland

Nederland

Noord-Brabant (PV)

Noord-Brabant (PV)

2023

2021

2023

2021

Meierijstad (GM) Meierijstad (GM) 2023

2021

Veiligheidsbeleving|Onveiligheidsgevoel in het algemeen|Voelt zich weleens onveilig % Veiligheidsbeleving|Onveiligheidsgevoel in het algemeen|Voelt zich vaak onveilig % Veiligheidsbeleving|Onveiligheidsgevoel in de buurt|Voelt zich weleens onveilig in buurt % Veiligheidsbeleving|Onveiligheidsgevoel in de buurt|Voelt zich vaak onveilig in buurt % Figuur 5.3: Veiligheidsmonitor [CBS, 2023e]. Gevoel van onveiligheid over het algemeen en in buurten

Ervaren van overlast 50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0 Nederland

Nederland

Noord-Brabant (PV)

2023

2021

2023

Noord-Brabant Meierijstad (GM) Meierijstad (GM) (PV) 2021

2023

2021

Ervaart een of meer vormen van overlast % veel overlast Figuur 5.4: Veiligheidsmonitor [CBS, 2023e]. Ervaren van overlast in buurten

6 maart 2025

BJ9389-FvdL-RP-06

39

Projectgerelateerd

Preventief gedrag Preventie gaat over voorzorgsmaatregelen tegen criminaliteit. Het gaat om preventief gedrag, zoals lampen laten branden in woningen bij afwezigheid, preventievoorzieningen in/rond de woning, zoals waardevolle spullen meenemen bij afwezigheid, buurtpreventie en digitale gegevensbescherming. De somscore 'preventief gedrag' (0-4) is samengesteld op basis van de antwoorden van respondenten op de vraag of en hoe vaak ze preventieve maatregelen nemen, waarbij het getal 1 staat voor ‘altijd’ en het geval 5 voor ‘nooit’.

Preventief gedrag 2,45 2,4 2,35 2,3 2,25 2,2 2,15 2,1 2,05 2 1,95 Nederland

Nederland

Noord-Brabant (PV)

2023

2021

2023

Noord-Brabant Meierijstad (GM) Meierijstad (GM) (PV) 2021

2023

2021

Preventie|Preventief gedrag|Preventief gedrag - somscore somscore (0-4) Figuur 5.5: Veiligheidsmonitor [CBS, 2023e] Preventief gedrag

Conclusie De huidige situatie is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘groen’, omdat de gemeente Meijerijstad op alle indicatoren beter scoort dan Noord-Brabant en Nederland. Een aandachtspunt is dat het gevoel van onveiligheid in 2023 licht steeg ten opzichte van 2021.

5.2.3

Autonome ontwikkeling

De gemeente Meierijstad werkt samen aan de integrale veiligheid met de gemeentes Heusden, Boxtel, SintMichielsgestel en Vught. Hiervoor is een integraal veiligheidsplan 2023-3026 opgesteld. Hierin worden een aantal trends en ontwikkelingen gesignaleerd [Meierij, 2022]: • • • • • • • • • •

Een nagenoeg gelijkblijvend aantal misdrijven; Een toename van het aantal meldingen overlast jeugd, jongeren staan in de huidige maatschappij onder druk; Een enorme toename van incidenten met kwetsbare- en/of personen met onbegrepen gedrag; Een daling van het aantal woninginbraken en kans op slachtofferschap (traditionele criminaliteit); Het aantal misdrijven op het gebied van horizontale fraude/digitale oplichting stijgt; Een verharding van ondermijnende criminaliteit; Een toename van maatschappelijke en sociale onrust; Een dalend vertrouwen in de overheid; Meer maatschappelijke vraagstukken worden bij de gemeente neergelegd, veelal (deels) bij veiligheid; De huidige maatschappelijke ontwikkelingen (stijging energiekosten, inflatie) zorgen voor een toename van de druk op een grotere groep inwoners en creëren nieuwe risico’s voor veiligheidsproblematiek.

6 maart 2025

BJ9389-FvdL-RP-06

40

Projectgerelateerd

Op basis van deze trends en ontwikkelingen hebben de vijf gemeentes besloten extra aandacht te geven de komen vier jaar aan de volgende overkoepelende strategische thema’s [Meierij, 2022]: 1) Het verstevigen van zorg en veiligheid voor kwetsbare inwoners en huishoudens en jongeren, onder andere door: 

 

Kwetsbare inwoners en huishoudens - Verstevigen van de ketensamenwerking tussen het sociaal domein en veiligheidsinstanties, waarbij (eigen) verantwoordelijkheden, het benutten van mogelijkheden en integraliteit centraal staan. Kwetsbare inwoners en huishoudens - Maatschappelijke coalities verstevigen met bijvoorbeeld woningbouwcoöperaties, in het kader van (vroeg-) signalering en integraliteit. Jongeren - Intensiever samenwerken met ouders/opvoeders, wijk- en maatschappelijke partners (zoals het onderwijs of welzijnsinstanties) om jongeren op een positieve manier onderdeel te laten zijn en blijven van een vertrouwde, veilige buurt. Jongeren - Stevige regie op de ketensamenwerking vanuit de gemeente: (vroegtijdig) investeren in integrale groepsaanpak middels het 7-stappen model (methodiek) en een structurele overlegstructuur.

2) Het vergroten van de digitale veiligheid, onder andere door:   

Het eigen huis op orde brengen en houden op het gebied van informatiebeveiliging, zodat we aan het basisniveau voldoen. Investeren op bewustwording en deskundigheidsbevordering van de eigen gemeenten. Integrale voorbereiding op cyberincidenten- en crises bijvoorbeeld met ketenpartners (Veiligheidsregio BrabantNoord, politie en OM); hieronder valt ook de voorbereiding op online aangejaagde ordeverstoringen.

3) Het tegengaan van polarisatie en voorkomen maatschappelijke onrust, onder andere door:   

Investeren in sociale cohesie in onze wijken en dorpen, met name gericht op jeugdigen en kwetsbare(n). Investeren in stevige lokale netwerken en het aangaan van andere coalities. Het opzetten van een netwerk van sleutelfiguren om beter in contact te staan met de diverse gemeenschappen.

4) Het tegengaan van ondermijning/georganiseerde criminaliteit, onder andere door: 

 

We werken in de aanpak van ondermijning integraal samen met de partners binnen het basisteam Meierij. Alleen door samen op te trekken, is het mogelijk een vuist te maken tegen de georganiseerde criminaliteit en ondermijning. Een samenhangende aanpak van preventie, weerbaarheid en verstoring is nodig. Voorop staat het realiseren van impact. We werken aan het voorkomen van jonge aanwas en zetten in op het weerbaar maken van jeugdigen. Investeren op weerbare ondernemers en het bouwen van sterke coalities. Daarnaast gaan we werken aan barrières, om een eerlijk ondernemersklimaat te creëren.

Conclusie De autonome ontwikkeling is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘groen’, gelijk aan de huidige situatie. Dit omdat de gemeente inzet op het behouden van een veilige samenleving.

5.2.4

Doorkijk 2040

Als de gemeente Meierijstad het huidige beleid na 2030 voortzet en verder concretiseert is het aannemelijk dat de onveiligheidsbeleving ook na 2030, (positief) beïnvloed wordt. In hoeverre dit leidt tot een verandering in kwaliteitsniveau na 2030 is afhankelijk van het dan vigerende beleid.

6 maart 2025

BJ9389-FvdL-RP-06

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=442cbf64-d800-48ab-b992-9cfcaf25d464