Bijlage 2 OER Toekomstvisie Meierijstad incl bijlagen
Tekst van het document
13 maart 2025
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
46
Aandachtspunten Aandachtspunten zijn aspecten die in de huidige situatie beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘rood’ en autonoom verbeteren naar ‘oranje’ of in de huidige situatie beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘oranje’ en autonoom verslechteren binnen ‘oranje’. Bij de aandachtspunten bodem, grondwater, Natuurnetwerk Brabant, hittestress en fiets- en wandelnetwerk zijn enkel kansen op positieve effecten of overall meer kansen dan risico’s op negatieve effecten. Deze aandachtspunten worden naar verwachting geen knelpunten. Hiervoor zijn daarom geen mitigerende maatregelen benoemd. Beoordelingsaspect Werklocaties en bedrijventerreinen
Referentiesituatie
Toekomstvisie
↘
=
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Het is niet aannemelijk dat het aandachtspunt wordt verholpen door het voorkeursscenario, omdat er evenveel kansen op positieve effecten als risico’s op negatieve effecten zijn. Om het aandachtspunt voor werklocaties en bedrijventerreinen te verhelpen moet vraag en aanbod van omvang en type werklocaties aan elkaar voldoen. Vraag en aanbod kan beter aansluiten bij elkaar door dit te monitoren. Door het Omgevingsplan flexibel te maken, kan de gemeente sneller inspelen op veranderende behoeften van bedrijven en werknemers.
Er ontstaan mogelijk ook nieuwe aandachtspunten. Dit zijn aspecten die in de referentiesituatie het kwaliteitsniveau oranje hebben of kwalitatief omschreven zijn (zonder kwaliteitsniveau) en waar meer risico’s op negatieve effecten ontstaan door het voorkeursscenario. Beoordelingsaspect Geluidhinder
Referentiesituatie
Toekomstvisie
=
↘
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Stedelijke ontwikkeling zorgt voor extra verkeersbewegingen wat kan leiden tot meer geluidhinder. Bij woninginbreiding kunnen specifieke voorwaarden opgenomen worden in het Omgevingsplan over de afstanden tot geluidbronnen en het toegestane geluidniveau. Daar waar niet voldaan kan worden aan het toegestane geluidniveau, kunnen geluidluwe gevels geplaatst worden. Naast het instellen van snelheidsremmende maatregelen (maakt al onderdeel uit van de Toekomstvisie) kunnen snelheidsverlagingen en stiller asfalt toegepast worden of kunnen woningen met een hoge geluidbelasting geïsoleerd worden. Beoordelingsaspect Geurhinder
Referentiesituatie
Toekomstvisie
↗
↘
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Er zijn stedelijke ontwikkelingen voorzien in de buurt van geurintensieve bedrijvigheid (veehouderijen). Hierdoor neemt mogelijk het aantal geurgehinderden toe. Om het aantal geurgehinderden te verminderen (of in ieder geval niet te laten toenemen) kan (in een Programma Landelijk Gebied) ingezet worden op minder gebruik van mest of kan onderzoek gedaan worden naar het aankopen of het verplaatsen van geurintensieve bedrijven.
13 maart 2025
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
47
Beoordelingsaspect
Referentiesituatie
Toekomstvisie
Omgevingsveiligheid
↗
↘
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Er zijn mogelijk stedelijke ontwikkelingen voorzien bij aandachtsgebieden voor omgevingsveiligheid, zoals in Veghel en Sint-Oedenrode waar buisleidingen en transport van gevaarlijke stoffen aanwezig is. De aanbeveling is om (beperkt) kwetsbare gebouwen (woningen en voorzieningen) zo veel mogelijk buiten de aandachtsgebieden te houden en waar mogelijk andere functies aan de binnen aandachtsgebieden te plaatsen. Daarnaast kan in een latere (plan)fase randvoorwaarden opgesteld worden om omgevingsveiligheidsrisico’s te minimaliseren, zoals afstand tot risicobronnen of bouwtechnische maatregelen (brandwerende materialen, versterkte constructies). Thema Landschap en cultureel erfgoed
Referentiesituatie
Toekomstvisie
Kwalitatief
↘
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Er zijn stedelijke ontwikkelingen voorzien bij locaties met landschappelijke en culturele waarden: woningbouwuitbreidingen in het buitengebied en de aanleg van hotels bij de Noordkade. Om risico’s te mitigeren en aantasting van landschappelijke en cultuurhistorische waarden te voorkomen dienen deze waarden als randvoorwaarde opgenomen te worden in uitvoeringsprogramma’s. Thema Grondstoffen en circulariteit
Referentiesituatie
Toekomstvisie
Kwalitatief
↘
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Om stedelijke ontwikkeling mogelijk te maken, zijn grondstoffen nodig. De gemeente kan eisen stellen aan nieuwbouwprojecten door circulariteit als voorwaarde op te nemen in het Omgevingsplan. Bij het uitgeven van bouwopdrachten kan circulariteit als een (mede) bepalend criterium opgenomen worden in de aanbestedingsvoorwaarden (circulaire aanbesteding). Beoordelingsaspect Autobereikbaarheid en doorstroming
Referentiesituatie
Toekomstvisie
=
↘
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Stedelijke ontwikkeling zorgt voor extra verkeersbewegingen wat kan leiden tot verminderde doorstroming. Bij de uitwerking in programma’s en plannen kan de gemeente parkeernormen opnemen bij stedelijke inbreiding in combinatie met maatregelen voor deelmobiliteit en betere OV- en fiets-bereikbaarheid. In het voorkeursscenario zijn verkeersluwe zones opgenomen. Bij verkeersluwe zones bestaat het risico op waterbedeffecten. Nader onderzoek is nodig om te kijken hoe dit uitpakt en hoe eventuele risico’s geminimaliseerd kunnen worden.
13 maart 2025
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
48
12
Wat komt er na dit OER?
De nieuwe Omgevingswet stelt monitoring en evaluatie van het beleid verplicht om in beeld te krijgen of de uitwerking van het beleid daadwerkelijk bijdraagt aan het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving. Periodiek wordt er middels een terugkoppeling nieuwe input geleverd voor de beleidsontwikkeling wat kan leiden tot voortzetting of bijsturing van het beleid. Door monitoring en evaluatie ontstaat een gesloten beleidscyclus. Onderstaande figuur geeft de beleidscyclus weer. Deze beleidscyclus werkt als volgt. 1) In de beleidsontwikkeling wordt de Toekomstvisie opgesteld, deze stap wordt met vaststelling van de Toekomstvisie Meierijstad voltooid; 2) In de beleidsdoorwerking worden de uitspraken uit de Toekomstvisie verder geconcretiseerd in uitvoeringsprogramma's en andere instrumenten, zoals het Omgevingsplan; 3) Tijdens de uitvoering worden de concrete besluiten en/of regels en ander instrumentarium toegepast; 4) In de terugkoppeling wordt door monitoring en evaluatie gereflecteerd op behaalde resultaten waarna deze op basis van hun betekenis input vormen voor een nieuwe beleidscyclus.
Figuur 12.1: Beleidscyclus Toekomstvisie Meierijstad
Met de vertaling van de Toekomstvisie (Omgevingsvisie) naar een Omgevingsplan en eventuele omgevingsprogramma's start de beleidscyclus van de Omgevingswet. Deze beleidscyclus vormt een instrument om de uitvoering van de Omgevingsvisie volgens een logisch proces te structureren. Figuur 12.1 geeft de beleidscyclus weer. De strategische cyclus (“kleine beleidscyclus”) draait om de verbetering van de inhoud van het beleid, in dit geval de Toekomstvisie (Omgevingsvisie), terwijl de operationele beleidscyclus ingaat op de uitvoering van het beleid. De grote cyclus (met gekleurde pijlen aangeduid) eindigt met monitoring waarmee het resultaat van het beleid inzichtelijk gemaakt wordt.
13 maart 2025
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
49
Doorwerking in programma’s Naast de Toekomstvisie heeft de gemeente Meierijstad de mogelijkheid tot het opstellen van omgevingsprogramma’s. De gemeente Meierijstad kent geen verplichte programma’s onder de Omgevingswet. De doorwerking van de Toekomstvisie in programma’s werkt als volgt: 1) Omgevingsprogramma's opstellen: Op basis van de Toekomstvisie worden omgevingsprogramma's ontwikkeld. Deze programma's concretiseren de doelen en ambities uit de visie in specifieke acties, projecten en maatregelen. Omgevingsprogramma's zijn gericht op het realiseren van bepaalde maatschappelijke opgaven, zoals de energietransitie, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie, gebiedsontwikkeling, enzovoort. Onderdeel van een op te stellen programma is een monitoringstool waarmee beoordeeld kan worden in hoeverre het programma bijdraagt aan het behalen van de ambities die gerelateerd zijn aan dat programma. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van dezelfde beoordelingsmethodiek als bij het beoordelen van de Toekomstvisie en de daarin opgenomen ambities. Door dit op dezelfde wijze te beoordelen en met elkaar te vergelijken wordt inzicht verkregen in het effect van de programma’s. 2) Uitvoering en implementatie: Omgevingsprogramma's vormen de operationele uitvoeringsagenda van de Toekomstvisie. Ze bevatten concrete maatregelen en projecten die moeten worden uitgevoerd om de gestelde doelen te bereiken.
Het omgevingsprogramma dient als leidraad voor de betrokken actoren en partijen om gezamenlijk te werken aan de realisatie van de gewenste ontwikkelingen. De programma’s kunnen ook input leveren voor het Omgevingsplan en de daarin op te nemen planregels. De programma’s vormen op die manier een brug tussen de abstracte Toekomstvisie enerzijds en het concrete Omgevingsplan anderzijds. 3) Monitoring en evaluatie: Gedurende de uitvoering van de omgevingsprogramma’s wordt de voortgang gemonitord en geëvalueerd aan de hand van de monitoringstool zoals omschreven bij punt 1. Dit helpt bij het beoordelen of de gestelde doelen en ambities worden behaald en of er eventueel bijsturing nodig is. Op basis van deze evaluaties kunnen de omgevingsprogramma's worden bijgesteld en geoptimaliseerd. Na afronding van een programma wordt op dezelfde wijze een eindevaluatie uitgevoerd. Kortom, omgevingsprogramma's zijn concrete uitvoeringsplannen die voortvloeien uit de Toekomstvisie. Ze vertalen de doelen en ambities uit de visie naar specifieke acties en projecten die moeten worden uitgevoerd om de gewenste ontwikkelingen te realiseren en leveren input voor het Omgevingsplan. Doorwerking in Omgevingsplan Na het opstellen van de Toekomstvisie dient het Omgevingsplan opgesteld te worden.
De relatie tussen de Toekomstvisie en het Omgevingsplan en de stappen van een Omgevingsplan, na totstandkoming van de Toekomstvisie, zijn als volgt: 1) Omgevingsplan opstellen: Het Omgevingsplan wordt opgesteld op basis van de Toekomstvisie. Het Omgevingsplan bevat concrete regels en voorschriften voor het gebruik en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving binnen het betreffende gebied. Het plan omvat onder andere regels met betrekking tot bouwen, milieu, erfgoed, waterbeheer, enzovoort. 2) Vertaling van visie naar plan:
13 maart 2025
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
50
Bij het opstellen van het Omgevingsplan worden de beleidskeuzes en ambities uit de Toekomstvisie vertaald naar concrete voorschriften en regelingen. Het Omgevingsplan dient de doelen en uitgangspunten van de Toekomstvisie te weerspiegelen. 3) Coherentie en consistentie: Het Omgevingsplan moet in lijn zijn met de Toekomstvisie. Er dient samenhang en consistentie te zijn tussen beide documenten. Het Omgevingsplan mag geen regels bevatten die in strijd zijn met de visie en moet juist de beoogde ontwikkelingen en ambities ondersteunen. Kortom, de Toekomstvisie fungeert als een overkoepelend kader en richtinggevend document voor de ontwikkeling van een gebied, terwijl het Omgevingsplan de concrete regels en voorschriften bevat die gebaseerd zijn op de visie. Het Omgevingsplan implementeert als het ware de beleidskeuzes en ambities uit de Toekomstvisie in de juridische context van de fysieke leefomgeving. Monitoring van de beleidsambities uit de Toekomstvisie Monitoring en evaluatie is verplicht onder de Omgevingswet. De gemeente monitort of de ambities van de Toekomstvisie worden gehaald. Als dit niet het geval is kunnen maatregelen worden genomen, zoals het starten van een programma of het bijstellen/actualiseren van strategische doelen en ambities in de Toekomstvisie. Uitgegaan wordt van herziening van de Toekomstvisie (Omgevingsvisie) 4 jaar na vaststelling.
Of dit haalbaar is, is ook afhankelijk van de snelheid van de totstandkoming van programma’s en het Omgevingsplan, maar ook van de snelheid van ontwikkelingen of de bestuurlijke visie op trends en ontwikkelingen. Zo kunnen toekomstige ontwikkelingen of beleidsmatige wijzigingen op lokaal, provinciaal en nationaal niveau aanleiding zijn om de ambities van de Toekomstvisie bij te stellen. Om hier inzicht in te krijgen wil de gemeente een monitoringsprogramma opzetten, aansluitend op en overeenkomend met de beoordelingskaders zoals opgenomen in dit OER. De daarin opgenomen beoordelingsaspecten vormen samen met de ambities het vertrekpunt. Hiervoor wordt in elk geval gebruik gemaakt van dezelfde beoordelingsaspecten en bronnen zoals bijvoorbeeld CBS, RIVM, CROW, RVO, RDW, klimaatmonitor/klimaateffectatlas, Atlas van de leefomgeving, Alterra, PBL, VNG en GGD. De ontwikkelingen rondom dataverzameling gaan heel snel. De gemeente volgt deze ontwikkelingen en beoordeelt welke data kan helpen om de beoordelingsaspecten te monitoren. Naast kwantitatieve indicatoren zal, waar mogelijk, ook ingezet worden op kwalitatieve beoordelingsmethodieken waarbij tevens inwoners/stakeholders betrokken worden als dat van toegevoegde waarde wordt geacht. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van het “Monitoroverzicht Sociaal Domein en Gezondheid”.
Dit is een overzicht waarin alle relevante monitors en dashboards over thema’s in het sociaal domein en gezondheid op één centrale plek worden verzameld. Verder wordt gebruik gemaakt van bestaande informatie die we zelf hebben of door derden (bijv. de GGD) beschikbaar wordt gesteld. Indien de situatie er om vraagt vragen we aan een externe om hun monitoring (bijv. GGD monitoring) uit te breiden met gebiedsgebonden indicatoren die voor ons van belang zijn. In het op te stellen monitoringsprogramma wordt dit beschreven. Nieuwe ontwikkelingen worden gespiegeld met de beoordelingsaspecten uit het beoordelingskader en de ambities om in beeld te krijgen in hoeverre ambities gehaald worden, kansen op verbetering mogelijk zijn of dat er risico’s op verslechtering zijn. Geadviseerd wordt om de volgende stappen te doorlopen voor het monitoringsprogramma ten behoeve van de beleidsevaluatie: Stap 1: Welke ontwikkelingen hebben plaats gevonden sinds het vorige peil-/meetmoment? Dat kunnen vaststelling van programma’s zijn, autonome trends, wetenschappelijke inzichten en/of nieuwe wet- en regelgeving.
13 maart 2025
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
51
Stap 2: Vallen de gevolgen voor de leefomgeving van deze ontwikkelingen binnen de ambities van de Toekomstvisie en/of doen zich (nieuwe) knelpunten of problemen voor? Gemeente kijkt hierbij of de leefomgeving zich in ‘de goede richting’, of ‘niet de goede richting’ ontwikkeld. Stap 3: Zijn er aanvullende maatregelen of ingrepen nodig om de gevolgen van de leefomgeving acceptabel te houden of te krijgen? Stap 4: Zijn de ambities van de Toekomstvisie nog realistisch? Voldoen de gestelde kaders nog? Is er aanleiding voor bijstellen van de bestuurlijke aanpak? Stap 5: Geven programma’s of het omgevingsplan aanleiding om de Toekomstvisie bij te stellen?
13 maart 2025
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
52
Begrippenlijst Alternatieven/scenario’s
De mogelijke manieren waarop de doelen van de Toekomstvisie behaald kunnen worden.
Autonome ontwikkeling
Verwachte toekomstige situatie zonder de vast te stellen Toekomstvisie. Het bevat op zichzelf staande ontwikkelingen waar eerder al over besloten is.
Bevoegd gezag
Eén of meer overheidsinstanties die bevoegd zijn een besluit te nemen over een visiedocument met de status van een omgevingsvisie conform de Omgevingswet, en de mer-procedure organiseert.
Commissie voor de mer
Een bij wet ingestelde landelijke commissie van onafhankelijke milieudeskundigen. Zij adviseren het bevoegd gezag over de kwaliteit van de informatie in het milieueffectrapport en naar wens ook over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport.
Inspraak
Mogelijkheid om informatie te krijgen en op basis daarvan een mening, wensen of bezwaren kenbaar te maken, bijvoorbeeld voor een activiteit, plan of visie waarover door de overheid een besluit zal worden genomen.
Kennisgeving
Het openbaar maken van een voornemen om een mer-procedure te starten en/of een mer-plichtig programma vast te stellen.
NRD
Notitie Reikwijdte en Detailniveau: notitie die beschrijft waar de merprocedure wel en niet overgaat (‘reikwijdte’), welke aspecten in de mer onderzocht gaan worden en met welke diepgang (‘detailniveau’).
Mer
Mer staat voor ‘milieueffectrapportage’, de procedure waarbinnen een MER wordt opgesteld.
MER
Rapport dat de resultaten bevat van het doorlopen van de merprocedure.
Natura 2000
Europees netwerk van beschermde natuurgebieden waar bepaalde dieren, planten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd worden om de biodiversiteit te behouden.
OER
Rapport dat de resultaten bevat van het doorlopen van de merprocedure, maar dan met een reikwijdte waarbij breder dan alleen naar milieueffecten gekeken wordt.
Passende beoordeling
Beoordeling van de effecten van een activiteit op de natuurdoelstellingen van een Natura 2000-gebied.
Programma
Instrument dat de overheid in kan zetten voor uitwerking, doorwerking of uitvoering van beleid.
Ter inzage leggen
Gedurende een bepaalde tijd de gelegenheid geven om op een voornemen of ontwerp programma te reageren met een zienswijze.
Zienswijze
Reactie die een belanghebbende aan het bevoegd gezag kan sturen als reactie op een NRD of planMER/OER.
13 maart 2025
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
53
A1
13 maart 2025
Foto van de leefomgeving
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
54
RAPPORT Omgevingseffect Rapport (OER) bij Toekomstvisie Meierijstad 2040 Foto van de leefomgeving Klant:
Gemeente Meierijstad
Referentie: BJ9389-FvdL-RP-06 Status:
Definitief/04
Datum:
6 maart 2025
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Mobility & Infrastructure Trade register number: 56515154 Telefoon: +31 88 348 20 00 Fax: +31 33 463 36 52 Email: info@rhdhv.com Website: royalhaskoningdhv.com
Titel document: Omgevingseffect Rapport (OER) bij Toekomstvisie Meierijstad 2040 OndertitelReferentie: BJ9389-FvdL-RP-06 Status: 04/Definitief Datum: 6 maart 2025 Projectnaam: OER Meierijstad Projectnummer: BJ9389
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 6 maart 2025
BJ9389-FvdL-RP-06
1
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Introductie
4
1.1
Wat is een ‘foto van de leefomgeving’?
4
1.2
Wat wordt er gedaan met de informatie uit de ‘foto van de leefomgeving’?
4
2
Hoe is de ‘foto van de leefomgeving’ gemaakt?
6
2.1
Het beoordelingskader
6
2.2
Welke wetten, regels en beleid worden meegenomen in de ‘foto van de leefomgeving’? 10
2.3
Wat wordt er al ontwikkeld in de gemeente Meierijstad?
11
3
Wat blijkt er uit de Foto van de leefomgeving?
12
3.1
Kwaliteitsniveaus, knelpunten en aandachtspunten
13
3.2
Aandachtspunten voor verdere uitwerking van de Toekomstvisie
13
4
Omgeving
16
4.1
Geluidhinder
16
4.2
Luchtkwaliteit
24
4.3
Geurhinder
31
5
Veiligheid
34
5.1
Omgevingsveiligheid
34
5.2
Sociale veiligheid
38
5.3
Verkeersveiligheid
42
6
Welzijn
47
6.1
Beweegvriendelijke leefomgeving en leefstijl
47
6.2
Maatschappelijke basisvoorzieningen
52
6.3
Maatschappelijke deelname
57
7
Bodem en water
61
7.1
Bodem
61
7.2
Grondwater
68
7.3
Oppervlaktewater
76
8
Natuur
82
8.1
Natura 2000
82
8.2
Natuurnetwerk Brabant
87
8.3
Biodiversiteit
91
6 maart 2025
BJ9389-FvdL-RP-06
2
Projectgerelateerd
9
Landschap en cultureel erfgoed
95
9.1
Landschappelijke waarden
95
9.2
Archeologie en cultuurhistorische waarden
97
10
Klimaat
102
10.1
Broeikasgassen
102
10.2
Hittestress
106
10.3
Droogte
111
10.4
Hemelwateroverlast
117
11
Duurzaamheid
121
11.1
Grondstoffen en circulariteit
121
11.2
Duurzame energieopwekking en warmtebronnen
124
11.3
Energiebehoefte en besparing
127
11.4
Energiezuinige woningen
129
12
Wonen
132
12.1
Woningaanbod en -behoefte
132
13
Economie
138
13.1
Werkgelegenheid
138
13.2
Agrarische sector
141
13.3
Werklocaties en bedrijventerreinen
146
13.4
Onderwijs en innovatie
150
13.5
Vrijetijdseconomie
153
14
Mobiliteit
155
14.1
Autobereikbaarheid en doorstroming
155
14.2
Fiets- en wandelnetwerk
158
14.3
Openbaar vervoer
161
14.4
Duurzame mobiliteit
163
Referentielijst
6 maart 2025
166
BJ9389-FvdL-RP-06
3
Projectgerelateerd
1
Introductie
De gemeente Meierijstad werkt aan een integrale strategische visie voor de toekomst: de Toekomstvisie Meierijstad 2040. In de Toekomstvisie worden strategische uitspraken op zowel het sociaalmaatschappelijke, het economische, het ruimtelijke als het bestuurlijke domein. De Toekomstvisie wordt formeel ook als gemeentelijke Omgevingsvisie conform de Omgevingswet vastgesteld. In dat kader wordt ook een m.e.r.-procedure doorlopen, resulterend in de een Omgevingseffect Rapport (OER). In het OER wordt beschreven wat de huidige staat is van de leefomgeving van Meierijstad in brede zin, hoe die zich in de toekomst ontwikkelt met het huidige beleid, en hoe het nieuwe beleid in de Toekomstvisie dat beïnvloedt. Dat wordt gedaan op basis van beoordelingsaspecten zoals opgenomen in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Daarbij wordt de leefomgeving in brede zin opgevat, waarbij ook sociaal-economische en sociaal-maatschappelijke aspecten betrokken worden – voor zover die raakvlak hebben met de leefomgeving. De huidige staat van de leefomgeving en de toekomstige ontwikkeling met het huidige beleid worden beschreven in de voorliggende ‘Foto van de leefomgeving’.
1.1
Wat is een ‘foto van de leefomgeving’?
De ‘foto van de leefomgeving’ is de referentiesituatie die gebruikt wordt in het OER. Het beschrijft hoe de leefomgeving er nu voor staat, dit wordt de huidige situatie genoemd. Ook is in beeld gebracht hoe de leefomgeving naar verwachting ontwikkelt in de toekomst (2030-2040). Dit wordt de autonome ontwikkeling genoemd. De autonome ontwikkeling is de verwachte toekomstige situatie bij voortzetting van het huidige beleid, rekening houdend met autonome trends (bijvoorbeeld klimaatverandering) en al genomen besluiten over ingrepen in de leefomgeving. Per beoordelingsaspect wordt de huidige situatie en de autonome ontwikkeling beschreven. Op die manier brengt de ‘foto van de leefomgeving’ in beeld wat de kwaliteit is van de verschillende aspecten van de leefomgeving in Meierijstad. Ook laat de ‘foto van de leefomgeving’ zien bij welke leefomgevingsaspecten er, nu en in de toekomst, problemen en knelpunten optreden en welke autonome trends er daarin te verwachten zijn. Deze informatie vormt belangrijke input voor de Toekomstvisie. Door tijdig te weten waar knelpunten of problemen zich voordoen kan er in de Toekomstsvisie een keuze gemaakt worden voor nieuw strategisch beleid dat daar op gericht is.
1.2
Wat wordt er gedaan met de informatie uit de ‘foto van de leefomgeving’?
Zoals hierboven beschreven vormt de ‘foto van de leefomgeving’ de basis voor het OER bij de Toekomstvisie van de gemeente Meierijstad. In het OER wordt het nieuwe beleid uit de Toekomstvisie getoetst op effecten in termen van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten ten opzichte van de referentielijst. Het OER heeft een abstract karakter en de effecten worden daarom kwalitatief beoordeeld. Door het nieuwe beleid uit de Toekomstvisie te beoordelen in het OER ontstaat een beeld van de te verwachten impact van het nieuwe beleid, inclusief mate van invloed dat het nieuwe (strategische) beleid heeft op autonome trends en ontwikkelingen ten opzichte van het bestaande beleid. In het OER wordt een samenvatting opgenomen van de ‘foto van de leefomgeving’. Basis voor monitoring De horizon voor de Toekomstvisie is 2040 en het karakter is abstract. Dat maakt dat het nog onduidelijk is hoe het beleid uit de Toekomstvisie precies wordt uitgevoerd. Daarnaast is er onzekerheid over de 6 maart 2025
BJ9389-FvdL-RP-06
4
Projectgerelateerd
implicaties die het beleid op lange termijn heeft voor de fysieke leefomgeving. Daarom is het belangrijk dat er vroegtijdig wordt ingezet op monitoring van de kwaliteit van de leefomgeving. Gezien deze onzekerheden is het belangrijk om met monitoring de ‘vinger aan de pols te houden’. Dit wordt gedaan tijdens de periode dat het beleid uitgevoerd wordt. Op die manier kan er bij eventuele onvoorziene omstandigheden tijdig bijgestuurd worden. Ook voor deze monitoring is het belangrijk om een beeld te hebben van de uitgangssituatie waartegen autonome ontwikkelingen en het optreden van effecten, kansen en risico’s kunnen worden afgezet. Deze beschrijving van de ‘foto van de leefomgeving’ biedt daarom ook een basis voor toekomstige monitoring.
6 maart 2025
BJ9389-FvdL-RP-06
5
Projectgerelateerd
2
Hoe is de ‘foto van de leefomgeving’ gemaakt?
2.1
Het beoordelingskader
De kwaliteiten van de leefomgeving en de effecten van de Toekomstvisie worden in beeld gebracht aan de hand van het beoordelingskader (zie tabel 2.1). Het beoordelingskader volgt de brede en integrale benadering uit de Omgevingswet [Aan de slag met de Omgevingswet, 2019]. Dit betekent dat naast de thema’s binnen de fysieke leefomgeving het beoordelingskader ook sociale en economische thema’s bevat. Het beoordelingskader voor Meierijstad staat in onderstaande tabel. In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) is een eerste versie van het beoordelingskader gepubliceerd. Onderstaand beoordelingskader is ten opzichte van de NRD verder aangescherpt, waarbij sommige beoordelingsaspecten zijn opgesplitst, samengevoegd of toegevoegd. Tabel 2.1: Beoordelingskader zoals gehanteerd in deze ‘foto van de leefomgeving’
Thema
Beoordelingsaspect
Omgeving
Geluidhinder, luchtkwaliteit, geurhinder
Veiligheid
Omgevingsveiligheid, sociale veiligheid, verkeersveiligheid
Welzijn
Beweegvriendelijke leefomgeving, maatschappelijke basisvoorzieningen, maatschappelijke deelname
Bodem en water
Bodem, grondwater, oppervlaktewater
Natuur
Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Brabant, biodiversiteit
Landschap en cultureel erfgoed
Landschappelijke waarden, archeologie en cultuurhistorische waarden
Klimaat
Broeikasgassen, hittestress, droogte, hemelwateroverlast
Duurzaamheid
Grondstoffen en circulariteit, duurzame energieopwekking en warmtebronnen, energiebehoefte en besparing, energiezuinige woningen
Wonen
Woningaanbod en -behoefte
Economie
Werkgelegenheid, agrarische sector, werklocaties en bedrijventerreinen, onderwijs en innovatie, vrijetijdseconomie
Mobiliteit
Autobereikbaarheid en doorstroming, fiets- en wandelnetwerk, openbaar vervoer, duurzame mobiliteit
Definitie beoordelingsaspecten In het beoordelingskader zijn per thema en sub-thema beoordelingsaspecten opgenomen. Per beoordelingsaspect is een beoordelingscriterium gedefinieerd. Voor de invulling van het beoordelingscriterium kunnen meerdere indicatoren gebruikt zijn.
6 maart 2025
BJ9389-FvdL-RP-06
6
Projectgerelateerd
Voorbeeld beoordelingsaspect, -criterium en indicatoren Binnen het thema ‘welzijn’ is het beoordelingsaspect ‘beweegvriendelijke leefomgeving en leefstijl’. Het beoordelingscriterium daarbij is de mate van een de beweegvriendelijkheid van de leefomgeving. De gebruikte indicatoren bij het beoordelen van dit criterium is de mate van beweegvriendelijkheid van de leefomgeving op basis van de indicator van het RIVM. Deze indicator laat per gemeente zien hoe de publieke ruimte in de fysieke woonomgeving scoort op de mogelijkheid voor mensen om te bewegen en te sporten. De indicator wordt bepaald door vier deelindicatoren: sportaccommodaties, sport- en speelplekken, recreatief groen- en blauw, nabijheid van voorzieningen. Voor elk beoordelingsaspect wordt de huidige situatie en autonome ontwikkeling beschreven. Op basis daarvan wordt er een conclusie getrokken over hoe het gesteld is met de kwaliteit van de leefomgeving. Dit wordt het kwaliteitsniveau genoemd. Belangrijk daarbij is de waardering van de kwaliteit van de leefomgeving. Aan de hand van de beoordelingsaspecten zijn de leefomgevingskwaliteiten navolgbaar en reproduceerbaar. Resultaten van beoordeling: kwaliteitsniveaus De beoordeling van de aspecten resulteert per aspect in een kwaliteitsniveau: groen, oranje of rood. Per aspect is een schaallat gedefinieerd voor de toekenning van een kwaliteitsniveau.
In het algemeen geldt: bij kwaliteitsniveau groen is sprake van een overwegend goede kwaliteit, er is geen sprake van overschrijding van wettelijke of beleidsnormen, knelpunten of anderszins. Bij rood is sprake van overwegend slechte kwaliteit, dat wil zeggen: er is sprake van overschrijding van normen of knelpunten. Bij oranje is er in zijn algemeenheid sprake van risico op normoverschrijding of knelpunten, de kwaliteit zit dan tussen groen en rood in. Voor het zo objectief, navolgbaar en reproduceerbaar mogelijk toekennen van kwaliteitsniveaus zijn twee aspecten bepalend: a) Beschikbare informatie en de status daarvan; b) Beschikbare referentiewaarde voor het definiëren van kwaliteitsniveau groen, oranje, rood. Per beoordelingsaspect is een schaallat voor de kwaliteitsniveaus gedefinieerd op basis van bovenstaande twee aspecten. De schaallat is gebaseerd op indicatoren die het meest tot de kern van het beoordelingsaspect behoren en waar goede informatie beschikbaar voor is om er een kwaliteitsniveau aan toe te kennen. Het kan voorkomen dat er indicatoren zijn bij een beoordelingsaspect die wel in de beschrijving van de huidige situatie terugkomen, maar niet expliciet in de schaallat voor het kwaliteitsniveau.
In dat geval behoort de indicator niet tot de kern van het beoordelingsaspect en/of is de beschikbare informatie niet voldoende geschikt om het te vertalen naar een schaallat. In enkele gevallen is er te weinig informatie aanwezig om een goede schaallat te maken, in dat geval is het beoordelingsaspect kwalitatief ingevuld zonder dat er een score aan toegekend is. Beschikbare informatie en status daarvan Hierbij is onderscheid in: 1) Kwantitatieve informatie: dit betreft cijfermatige informatie, bijvoorbeeld data uit rekenmodellen of meetgegevens. 2) Kwalitatieve informatie: dit betreft niet-cijfermatige informatie, bijvoorbeeld kaartmateriaal met landschapstypen. 3) Expert-judgement: in dit geval is er geen kwantitatieve of kwalitatieve informatie beschikbaar en wordt teruggevallen op het oordeel van een specialist.
6 maart 2025
BJ9389-FvdL-RP-06
7
Projectgerelateerd
Over het algemeen geldt dat kwantitatieve informatie het meest objectief, navolgbaar en reproduceerbaar is, en expert-judgement het minst. Kwalitatieve informatie zit er tussenin. Er is daarom gestreefd om de beoordeling zoveel mogelijk op basis van kwantitatieve informatie te baseren. Bij aspecten waar dat niet beschikbaar is, is teruggevallen op kwalitatieve informatie. Daar waar ook geen kwalitatieve informatie beschikbaar is, is teruggevallen op expert-judgement.
Bronvermelding De leefomgevingskwaliteiten voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling zijn in beeld gebracht op basis van beschikbare (cijfermatige en kwalitatieve) informatie bij de gemeente Meierijstad, de provincie Noord-Brabant, de GGD Noord-Brabant, Waterschap Aa en Maas, Waterschap De Dommel en openbare bronnen. Per thema en beoordelingsaspect is in de navolgende hoofdstukken aangegeven welke bronnen specifiek zijn gebruikt. In de beschouwing van de autonome ontwikkeling zijn de gevolgen van verschillende trends en ontwikkelingen voor de verschillende beoordelingsaspecten meegewogen, zoals technologische ontwikkelingen (zoals in mobiliteit en digitalisering), maatschappelijke ontwikkelingen (zoals ontwikkeling van de economie en het aantal huishoudens) en andere autonome trends die de kwaliteit van de fysieke leefomgeving beïnvloeden (zoals klimaatverandering). Ook is meegewogen wat de verwachte invloed is als het bestaande beleid wordt voortgezet. Waar mogelijk worden belangrijke onzekerheden expliciet benoemd (denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van schone, emissieloze voertuigtechnologie).
Beschikbare referentiewaarde voor het definiëren van groen, oranje, rood Onder referentiewaarde wordt hier verstaan een waarde waaraan een kwaliteitsniveau wordt gerelateerd. Hierbij is onderscheid gemaakt in: 1) Wettelijke normen; 2) Vastgestelde beleidsnormen of -doelstellingen; 3) Advieswaarden van instituten (bijvoorbeeld GGD, RIVM, WHO); 4) Vraag versus aanbod (vanuit maatschappij, markt); 5) Benchmark ten opzichte van gemeentelijke doelstellingen/ambities; 6) Benchmark ten opzichte van landelijk gemiddelde, tijdreeksen (ontwikkelingen van de indicator over de afgelopen tijd) en geografische vergelijkingen (cijfers en trends van vergelijkbare gemeenten of de provincie Noord-Brabant); 7) Expert judgement. Bovenstaande opsomming moet als rangorde gezien worden in objectiviteit, navolgbaarheid en reproduceerbaarheid. Per beoordelingsaspect is deze rangorde afgelopen als een ladder, te beginnen bij 1 en eindigen bij 7. Als er wettelijke normen beschikbaar zijn, zijn die gehanteerd. Bij afwezigheid van wettelijke normen is teruggevallen op vastgestelde beleidsnormen en zo verder. Daar waar geen enkele andere referentie beschikbaar is om een kwaliteitsniveau aan te relateren, is teruggevallen op expertjudgement. In de hoofdstukken met de resultaten van de beoordeling zijn telkens aan het begin de gehanteerde informatie en referentiewaarde gedefinieerd.
6 maart 2025
BJ9389-FvdL-RP-06
8
Projectgerelateerd
Voorbeeld schaallat kwaliteitsniveau: luchtkwaliteit Binnen het thema ‘aangenaam leven’ en sub-thema ‘milieu’ is één van de beoordelingsaspecten ‘luchtkwaliteit’. Het beoordelingscriterium daarbij is de concentratie van en blootstelling aan fijnstof (PM 10, PM2,5) en stikstofdioxide (NO2). Beschikbare informatie: kwantitatief, concentratiekaarten op basis van modelberekeningen. Referentiewaarde: wettelijke normen (rijksomgevingswaarden Besluit kwaliteit leefomgeving) en gezondheidskundige advieswaarden (WHO). Hiermee is voor dit aspect kwantitatieve informatie beschikbaar en wettelijke normen en gezondheidskundige advieswaarden als referentiewaarden voor de definitie van kwaliteitsniveaus. Op basis hiervan is de onderstaande schaallat voor kwaliteitsniveaus toegekend. Kwaliteitsniveau Groen Oranje Rood
Luchtkwaliteit Wettelijke grenswaarden worden overal behaald en WHO-advieswaarden worden (zo goed als) overal behaald. Wettelijke grenswaarden worden overal of bijna overal behaald, WHO-advieswaarden worden niet gehaald Op meerdere locaties worden wettelijke grenswaarden overschreden.
Op basis van de beschikbare kwantitatieve informatie en de gedefinieerde schaallat is het kwaliteitsniveau toegekend voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling. Het toegekende kwaliteitsniveau is een gemeentebreed beeld, daar waar er specifieke relevante afwijkingen zijn van het gemeente brede beeld wordt dat in de onderbouwende beschrijving benoemd. De toegekende kwaliteitsniveaus zijn voor alle beoordelingsaspecten in het Rad van de leefomgeving toegekend, zoals onderstaand weergegeven. Figuur 2.1: Algemene schaallat van de indicatoren zoals visueel weergegeven in een uitsnede van het Rad van de leefomgeving.
Waardering autonome ontwikkeling Bij de beschouwing van indicatoren is een waardering gegeven aan de autonome ontwikkeling, op basis van een kwalitatieve inschatting van ontwikkelingen die optreden als gevolg van: • De mate waarin autonome trends en ontwikkelingen leiden tot een vooruitgang of achteruitgang van de huidige situatie, zoals demografische veranderingen, klimaatveranderingen en veranderingen in de woningmarkt. • De mate waarin voortzetting van bestaand (gemeentelijk) beleid leidt tot een vooruitgang of achteruitgang. 6 maart 2025
BJ9389-FvdL-RP-06
9
Projectgerelateerd
•
De mate waarin besluiten over plannen, programma’s en projecten die worden geïnitieerd door andere partijen zoals het Rijk, Rijkswaterstaat, waterschap en omliggende gemeenten leidt tot een vooruitgang of achteruitgang.
Toekomstjaar autonome ontwikkeling De Toekomstvisie Meierijstad is gericht op 2040. Omdat de meeste beschikbare informatie over autonome trends of prognoses voor leefomgevingsaspecten niet verder gaan dan 2030 of omdat de onzekerheidsmarge na 2030 groot wordt, is in het OER 2030 in beginsel als toekomstjaar gehanteerd. Aanvullend is een doorkijk gegeven richting 2040.
2.2
Welke wetten, regels en beleid worden meegenomen in de ‘foto van de leefomgeving’?
Bij het opstellen van de Toekomstvisie is rekening gehouden met regelgeving en beleid van andere overheden. Daarbij gaat het om beleid en besluiten die onderdeel zijn van de volgende plannen en programma’s: • Europese regelgeving: mer-richtlijn, Vogel- en Habitatrichtlijn, NEC-richtlijn, Kaderrichtlijn water, Richtlijn luchtkwaliteit, Europese Richtlijn Overstromingsrisico’s, Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB), Verdrag van Malta, Verdrag van Granada. • Nationale regelgeving en beleid: o Wetten: Omgevingswet (Ow), Klimaatwet, Erfgoedwet 2016, Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn); o Besluiten: Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); o Nota’s: Nationale Omgevingsvisie (NOVI), Nationaal waterplan 2022-2027, Structuurvisie buisleidingen (2012-2035), Waterbeleid 21e Eeuw, Klimaatakkoord, Water en Bodem Sturend, Energieakkoord, Schone Lucht Akkoord, GALA-akkoord, Programma Stikstofreductie en Natuurverbetering (PSN), Nationaal Isolatieprogramma (2022); • Regionaal: Actieplan Geluid 2024-2029, Routekaart Stalaanpassingen 2024, Beleidskader Wonen en Werken (2024), Natuurnetwerk Brabant Natuurbeheerplan, Maatregelenkaart Biodiversiteit, Beleidskader Landbouw en Voedsel 2030, Verkenning toeristisch-recreatieve samenwerking Noordoost-Brabant (2024), Beleidskader Milieu 2030, Integraal Veiligheidsplan 2023-3026 (gemeentes
Meierijstad, Heusden, Boxtel, Sint-Michielsgestel & Vught), Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) 2022 – 2027, Nota Bodembeheer (2019), Grondwaterconvenant en Droogteagenda (2021), Programma Schoon Water Waterschap de Dommel, Waterbeheerplan Waterschap Aa en Maas (2027), Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof (BOS), Energieagenda 2019 – 2030, Visie Klimaatadaptatie, Regionale Energiestrategie (RES), Beleidskader Landbouw en Voedsel 2030, Beleidskader Mobiliteit Koers 2030, Regionale Mobiliteitsprogramma’s; • Gemeentelijk: Verordening geurhinder en veehouderij Veghels Buiten (2023), Detailhandelvisie (2019), Biodiversiteitsbeleid 2022-2030, Woonzorgvisie (2024), Mobiliteitsvisie (2021), Nota Bodembeheer 2019-2024, Programma Water en Riolering (2022), Erfgoedverordening (2018), Erfgoedvisie 2020 – 2030, Beleidskader Duurzame Dnergie 2030, Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2023 – 2026, Actieplan Energiebesparing (2023).
6 maart 2025
BJ9389-FvdL-RP-06
10
Projectgerelateerd
2.3
Wat wordt er al ontwikkeld in de gemeente Meierijstad?
Op dit moment vinden er ook ruimtelijke ontwikkelingen plaats in de gemeente Meierijstad of zijn deze vastgesteld. Dit is relevant om mee te nemen omdat het onderdeel uitmaakt van de autonome ontwikkeling. Het gaat om de onderstaande fysiek ruimtelijke ingrepen. Veghels Buiten Veghels Buiten is een woonlandschap, waar wonen in een landelijke groene omgeving centraal staat. In totaal worden er circa 2.200 woningen gebouwd, verspreid over verschillende buurten die worden ingepast in het landschap. De eerste 1.000 woningen zijn inmiddels gebouwd, de voorbereiding voor de ontwikkeling van het laatste deelgebied (Veghels Buiten Noordoost, maximaal 1.250 woningen) is op dit moment gaande. Grote Braeck Grote Braeck is een nieuwe woningbouwlocatie aan de zuidzijde van Schijndel tussen Plein, Langstraat en Venushoek. Er zullen circa 240 woningen gerealiseerd worden in diverse prijsklassen en categorieën (tweekappers, rijwoningen, levensloopbestendige woningen (‘rug-aan-rug’), appartementen en zelfbouwkavels). Sint-Oedenrode woningbouwplannen De gemeenteraad heeft op 24 juni 2021 ingestemd met het Actieplan woningbouw “Bouwoffensief Meierijstad”. Het actieplan heeft de onder andere de ambitie om de realisatie van woningbouw in SintOedenrode te versnellen voor tenminste 550 extra woningen.
Uitgangspunt in het actieplan voor de versnelling: ‘woningen waar volgens de prognoses behoefte aan is in minder tijd te realiseren; niet uiterlijk 2040, maar minimaal vijf jaar eerder’. Foodpark Veghel Aan de zuidkant van Veghel, gelegen aan de A50, ontwikkelt de gemeente Meierijstad een nieuw, 70 hectare groot uitgeefbaar bedrijventerrein. De eerste drie fasen (met een totale oppervlakte aan uitgeefbaar bedrijventerrein van circa 51 ha) zijn inmiddels in ontwikkeling genomen en nagenoeg volledig verkocht. De vierde en laatste fase is momenteel in ontwikkeling.
6 maart 2025
BJ9389-FvdL-RP-06
11
Projectgerelateerd
3
Wat blijkt er uit de Foto van de leefomgeving?
De resultaten van de Foto van de leefomgeving zijn samengevat weergegeven in het Rad van de leefomgeving gemeente Meierijstad (zie onderstaand figuur). De witte lijn geeft de huidige situatie weer, de witte stippellijn de autonome ontwikkeling in 2030. Het verschil tussen de autonome ontwikkeling en de huidige situatie geeft weer in hoeverre er sprake is van een negatieve of positieve autonome trend voor de verschillende indicatoren. De positie van de lijnen in het Rad (de doorgetokken lijn en de stippellijn) is per indicator bepaald aan de hand van de definitie en de gehanteerde schaallat voor de waardering van de huidige en autonome situatie, zoals in de hoofdstukken per thema en beoordelingsaspect beschreven en verantwoord is. 1 0F
Figuur 3.1: Rad van de leefomgeving gemeente Meierijstad. 1
Voor een aantal aspecten is vanwege veelal onvoldoende passende informatie geen kwaliteitsniveau toegekend. Die aspecten worden in de Foto van de leefomgeving kwalitatief beschreven. Voor de zichtbaarheid en compleetheid zijn ze wel in het Rad van de leefomgeving opgenomen, maar dan als zwarte punten – die respresenteren geen kwaliteitsniveau. 6 maart 2025
BJ9389-FvdL-RP-06
12
Projectgerelateerd
Onderstaand worden voor de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen beknopte samenvattingen gegeven. De volgende hoofdstukken bevatten de volledige beschrijvingen voor alle beoordelingsaspecten.
3.1
Kwaliteitsniveaus, knelpunten en aandachtspunten
Huidige situatie: wisselend kwaliteitsbeeld De huidige staat van de fysieke leefomgeving in Meierijstad laat een wisselend beeld zien. Vooral voor de aspecten sociale veiligheid, maatschappelijke deelname, broeikasgassen, energiebesparing en -behoefte, energiezuinige woningen en werkgelegenheid staat de fysieke leefomgeving er op dit moment over het algemeen goed voor (‘groen’). Leefomgevingsaspecten met een laag kwaliteitsniveau (‘rood’) zijn verkeersveiligheid, oppervlaktewater, Natura 2000, Natuurnetwerk Brabant, hemelwateroverlast, duurzame energieopwekking en warmtebronnen, fiets- en wandelnetwerk, openbaar vervoer en deelmobiliteit en duurzame mobiliteit. Autonome ontwikkeling 2030: negatieve en positieve trends De autonome ontwikkeling in Meierijstad laat wisselende trends zien in de kwaliteit van de leefomgeving. Bij de meeste aspecten die in de huidige situatie ‘in het rood’ staan, wordt ook bij autonome ontwikkeling (2030) een laag kwaliteitsniveau verwacht. Daarbij wordt voor hemelwateroverlast een verslechterende trend verwacht (binnen kwaliteitsniveau ‘rood’). Ook voor droogte wordt een verslechterende trend verwacht, van ‘oranje’ naar ‘rood’. Voor verkeersveiligheid, oppervlaktewater, duurzame energieopwekking en duurzame mobiliteit wordt een gelijkblijvend kwaliteitsniveau verwacht, waarmee bij autonome ontwikkeling nog steeds sprake is van ‘rood’.
Voor Natura 2000 en openbaar vervoer en deelmobiliteit wordt een verbeterende autonome trend verwacht, maar niet voldoende om ‘uit het rood’ te komen. Vanuit het belang van de kwaliteit van de leefomgeving liggen bij alle bovengenoemde aspecten de belangrijkste opgaven voor de Toekomstvisie. De aspecten bodem, grondwater, hittestress en werklocaties en bedrijventerreinen zijn in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, en laten autonoom een verslechterende trend zien. Ook voor deze aspecten liggen belangrijke opgaven voor de Toekomstvisie. Daarentegen zijn de aspecten natuurnetwerk Brabant en fiets- en wandelnetwerk in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘rood’, maar is de verwachting dat deze autonoom verbeteren naar kwaliteitsniveau ‘oranje’. De aspecten geluidhinder, geurhinder, beweegvriendelijke leefomgeving en autobereikbaarheid en doorstroming zijn in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, en laten autonoom geen verandering zien. De aspecten luchtkwaliteit, omgevingsveiligheid, maatschappelijke basisvoorzieningen, biodiversiteit en woningaanbod en -behoefte zijn in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’ en laten autonoom een verbetering binnen ‘oranje’ zien.
De aspecten maatschappelijke deelname en werkgelegenheid laten een autonome verslechterende trend zien binnen kwaliteitsniveau ‘groen’. Sociale veiligheid, broeikasgassen, energiebehoefte en -besparing en energiezuinige woningen laten een gelijkblijvende autonome trend zien binnen kwaliteitsniveau ‘groen’.
3.2
Aandachtspunten voor verdere uitwerking van de Toekomstvisie
De beoordelingsaspecten die in de huidige situatie en autonome ontwikkeling beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘rood’ en ‘oranje met verslechterende trend’ zijn aangemerkt als knelpunt en aandachtspunt. Vanuit het belang van de kwaliteit van de leefomgeving liggen bij deze aspecten de
6 maart 2025
BJ9389-FvdL-RP-06
13
Projectgerelateerd
belangrijkste opgaven voor de Toekomstvisie. De aspecten waar het om gaat en specifieke aandachtspunten zijn hieronder omschreven. Knelpunten Knelpunten zijn de aspecten die in de huidige situatie beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘rood’ en autonoom ‘in het ‘rood’ blijven of van ‘oranje’ naar ‘rood’ verslechteren. Verkeersveiligheid Het aantal verkeersongevallen en verkeersdoden per 100.000 inwoners in Meierijstad is hoger dan andere weinig stedelijke gemeenten, de provincie Noord-Brabant en Nederland. Oppervlaktewater De meeste waterlichamen voldoen wat betreft chemische en ecologische toestand niet aan de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Natura 2000 In de Natura 2000-gebieden rondom Meierijstad worden de instandhoudingsdoelstellingen niet behaald. De stikstofdeposities in die gebieden liggen boven de kritische depositiewaarden. Droogte Bijna overal in de gemeente is sprake van zeer grote droogtegevoeligheid van de natuur, de gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) ligt overal of bijna overal in de gemeente te diep onder het maaiveld (meer dan 1,5 meter). Hemelwateroverlast Op veel plekken in de stedelijke gebieden is sprake van water op straat na een extreme bui (eens per 100 jaar) en het percentage verhard oppervlak in de bebouwde omgeving van de gemeente is overwegend groter dan 70%.
Duurzame energieopwekking en warmtebronnen Het aandeel duurzaam opgewekte energie voldoet niet aan de doelen uit het klimaatakkoord van Parijs zoals opgesteld door de Europese Unie. Openbaar vervoer De gemiddelde afstand tot een treinstation en een andere OV-halte is in Meierijstad groter dan het landelijk gemiddelde en de ontsluitingskwaliteit is slechter dan gemiddeld genomen over Nederland. Duurzame mobiliteit Alle indicatoren (energieverbruik, aantal deelauto’s per 100.000 inwoners, aantal elektrische auto’s per 1.000 inwoners, aantal (semi)publieke laadpalen en modal split fiets) liggen in Meierijstad lager dan het provinciale gemiddelde. Aandachtspunten Aandachtspunten zijn de aspecten die in de huidige situatie beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘rood’ en autonoom verbeteren naar ‘oranje’ of in de huidige situatie beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘oranje’ en autonoom verslechteren binnen ‘oranje’. Bodem De huidige situatie is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, omdat er meerdere verontreinigde locaties zijn (‘zinkassen’). In de toekomst is in Sint-Oedenrode sprake van risico op toename van bodemdaling.
6 maart 2025
BJ9389-FvdL-RP-06
14
Projectgerelateerd
Grondwater De kwaliteit van het grondwater is over het algemeen goed, maar de gemiddelde grondwaterstand is van dien aard dat sprake is van risico op verdroging. Onder invloed van klimaatverandering kan dat dat richting 2030 toenemen. Natuurnetwerk Brabant Het doel van de provincie Noord-Brabant is om uiterlijk in 2027 alle nieuwe natuur en ontbrekende schakels voltooid te hebben, het is onzeker of dat overal in Meierijstad gaat lukken Hittestress Het stedelijk hitte eiland effect is op enkele plekken binnen de bebouwde kom matig (tussen de 1°C en 2°C) en er sprake is van nachtelijke hittestress van maximaal een week. Er is risico dat bestaand beleid niet genoeg is om toename van hittestress vanwege klimaatverandering te verminderen. Werklocaties en bedrijventerreinen Het aanbod aan werklocaties en bedrijventerreinen kan niet volledig voorzien in de marktvraag, op korte termijn wordt een tekort verwacht. Met name voor doorgroei en uitbreiding van bestaande bedrijven is weinig plek. Het harde aanbod aan werklocaties en bedrijventerrein is bij autonome ontwikkeling in 2030 in het segment modern-gemengd niet in evenwicht met met de provinciale vraagraming.
Fiets- en wandelnetwerk De score van het fietsnetwerk van de Fietsersbond ligt in Meierijstad voor nagenoeg alle indicatoren (onder andere beleving, onderhoud, netwerk) onder het landelijke gemiddelde en er is in grotere mate sprake van ontbrekende schakels in het fiets- en wandelnetwerk. Bestaand gemeentelijk beleid voorziet in verbeteren van het fiets – en wandelnetwerk, maar zal vooral de subjectieve indicatoren (zoals beleving) van de fietsscore van de Fietsersbond positief beïnvloeden.
Naast bovenstaande aandachtspunten geldt dat de aspecten geluidhinder, geurhinder, beweegvriendelijke leefomgeving en autobereikbaarheid en doorstroming in de huidige situatie beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘oranje’ en autonoom geen verbetering of verslechtering laten zien. Ook hier liggen opgaven voor de Toekomstvisie.
6 maart 2025
BJ9389-FvdL-RP-06
15
Projectgerelateerd
4
Omgeving
In onderstaande tabel is een samenvatting van de beoordelingen van de huidige situatie en autonome ontwikkelingen van de aspecten binnen het thema ‘omgeving’. Kwaliteitsniveau Beoordelingsaspect Huidige situatie
Autonome ontwikkeling
Geluidhinder
=
Luchtkwaliteit
↗
Geurhinder
=
4.1
Geluidhinder
4.1.1
Indicatoren en kwaliteitsniveaus
Geluidhinder Status gebruikte informatie Beschikbare referentiewaarden
Kwantitatief • Geluidbelasting (wegverkeer, vliegverkeer en cumulatie) • Aantal geluidbelaste woningen langs provinciale wegen • Percentage volwassenen dat ernstige geluidhinder ondervindt Wettelijk toegestane waarden voor geluid bij woningen volgens de Omgevingswet en WHOadvieswaarden.
Schaallat kwaliteitsniveaus Groen Oranje Rood
4.1.2
In vrijwel alle woongebieden wordt voldaan aan de wettelijke standaardwaarde voor geluid bij woningen en aan de WHO-advieswaarden. De wettelijke grenswaarde wordt niet overschreden. In meerdere woongebieden is sprake van overschrijding van de wettelijke standaardwaarde en de WHO-advieswaarden. De wettelijke grenswaarde wordt niet of niet meer dan op enkele plekken overschreden. In meerdere woongebieden wordt niet voldaan aan de wettelijke grenswaarde voor geluid bij woningen.
Huidige situatie
Omgevingsgeluid kan een grote bijdrage leveren aan de beleving van de leefomgeving. Te veel geluid is vaak onwenselijk of zelfs schadelijk. Gezondheidseffecten als slaapverstoring, gehoorschade, risico op harten vaatziekten of verminderd prestatievermogen en leerproblemen bij kinderen willen we uiteraard zoveel mogelijk voorkomen. Een belangrijke basis voor de afweging in het kader van het aspect geluid is de Omgevingswet. Deze wet biedt geluidgevoelige functies (zoals wonen) bescherming tegen geluid van wegverkeer, spoorwegen en industrie door middel van zonering. De wettelijke standaard- en grenswaarden die doorgaans gelden op de gevels van woningen zijn in Tabel 4.1 weergegeven. In de wettelijke standaard- en grenswaarden wordt onderscheid gemaakt tussen Lden en Lnight. Lden is het geluid gedurende een geheel etmaal over een heel jaar gemiddeld. Bij het berekenen van de Lden-waarde geldt dat het geluid in de avond (19.00-23.00 uur) en de nacht (23.00-07.00 uur) extra zwaar telt. De Lnightwaarde is het gemiddelde geluid over een heel jaar, waarbij alleen het geluid in de nacht (23.00-07.00 uur) telt.
6 maart 2025
BJ9389-FvdL-RP-06
16
Projectgerelateerd
Tabel 4.1: Wettelijke grenswaarden geluid bij woningen volgens de Omgevingswet [Overheid.nl, 2024a] Bron Provinciale rijkswegen
wegen
en
Gemeentewegen Lokale spoorwegen hoofdspoorwegen Industrieterreinen
en
Standaardwaarde
Grenswaarde bestaande geluidgevoelige gebouwen
Grenswaarde nieuwe geluidgevoelige gebouwen
50 dB Lden
65 dB Lden
60 dB Lden
53 dB Lden
70 dB Lden
70 dB Lden
55 dB Lden
70 dB Lden
65 dB Lden
50 dB Lden 40 dB Lnight
60 dB Lden 50 dB Lnight
55 dB Lden 45 dB Lnight
Omdat geluidshinder invloed heeft op de gezondheid, heeft de Europese Unie besloten de richtlijn omgevingslawaai op te stellen. Deze richtlijn is verwerkt in de Omgevingswet. Op basis van de richtlijn omgevingslawaai maakt de provincie elke 5 jaar een geluidbelastingkaart en een Actieplan. Het ontwerp Actieplan Geluid 2024-2029 van de provincie Noord-Brabant is vastgesteld op 2 juli 2024 en is gebaseerd op de geluidbelastingkaart (peiljaar 2022). De provincie wil bij het aanleggen en onderhouden van provinciale wegen de geluidshinder voor bewoners in de directe omgeving beperken. De geluidsdrempel is daarbij vastgesteld op 60 dB. De provincie wil zo geluidsbelastingen hoger dan 60 dB voorkomen of verhelpen. 50 dB is de standaardwaarde voor provinciale wegen die wordt gehanteerd in de Omgevingswet. Bij deze waarde is het geluid volgens de Omgevingswet aanvaardbaar en is de kans op gezondheidsschade klein [Provincie Noord-Brabant, 2024a]. In 2018 heeft de WHO (World Health Organization) nieuwe gezondheidskundige richtlijnen voor geluid gepubliceerd: Environmental Noise Guidelines for the European Region (2018). De richtlijn geeft aanbevelingen voor weg-, rail-, vliegverkeer, windturbines en recreatiegeluid en is gebaseerd op de nieuwste wetenschappelijke inzichten (tot en met 2014). In Tabel 4.2 zijn de WHO-advieswaarden weergegeven ten aanzien van weg-, rail- en vliegverkeer.
De WHO-advieswaarden zijn zonder aftrek conform art. 110g Wet geluidhinder. Tabel 4.2: WHO-advieswaarden [2018] m.b.t. jaargemiddelde en nachtelijke blootstelling aan geluid door weg-, rail-, en vliegverkeer [RIVM, 2018a] Bron
Jaargemiddelde blootstelling
Onderbouwing
Nachtelijke blootstelling
Onderbouwing
Wegverkeer
53 dB Lden
10% ernstige hinder
45 dB Lnight
3% ernstige slaapverstoring
Railverkeer
54 dB Lden
10% ernstige hinder
44 dB Lnight
3% ernstige slaapverstoring
Vliegverkeer
45 dB Lden
10% ernstige hinder
40 dB Lnight
11% ernstige slaapverstoring
Wegverkeer De wettelijke grenswaarde voor wegverkeer is 70 dB op de gevel van een woning (voor gemeentewegen). De standaardwaarde is 53 dB (voor gemeentewegen). In Figuur 4.1 is het geluid door wegverkeer (Lden) in de gemeente Meierijstad weergegeven. Dit zijn zowel de rijkswegen, provinciale wegen als de gemeentewegen. In de figuur is te zien dat het meeste geluid wordt geproduceerd op de A50, de N279, de N617/Structuurweg, de N618, de N637 en de N622/Corridor/Udenseweg. Langs deze wegen is sprake van een overschrijding van de standaardwaarde (50 dB provinciale wegen en rijkswegen en 53 dB gemeentewegen) en de WHO-
6 maart 2025
BJ9389-FvdL-RP-06
17
Projectgerelateerd
advieswaarde (53 dB) op de gevels van woningen. De dorpen en woningen die dicht langs deze routes liggen zullen de meeste geluidhinder ervaren. Geluid door wegverkeer (Lden) 2021
Figuur 4.1: Geluid van wegverkeer (Lden) in de gemeente Meierijstad in 2021 [RIVM, 2021a]
In 2019 heeft de provincie Noord-Brabant met geluidmodellen het aantal geluidbelaste woningen door provinciale wegen berekend. In Tabel 4.3 is weergegeven hoeveel woningen in de gemeente Meierijstad blootgesteld worden aan geluidniveaus door verkeer op provinciale wegen. De wettelijke grenswaarde voor wegverkeer op provinciale wegen is 65 dB op de gevel van een bestaande woning. Uit onderstaande tabel blijkt dat langs de N279, de N617, de N622 en de N637 deze grenswaarden overschreden worden. Voor deze situaties is de provincie Noord-Brabant het bevoegd gezag. Wettelijk gezien is er geen noodzaak om een overschrijding van de grenswaarde bij bestaande woningen weg te nemen, tenzij sprake is van een saneringssituatie. In het Actieplan Geluid 2024-2029 van de provincie Noord-Brabant is te zien dat er langs deze wegen zogenaamde ‘saneringswoningen’ gelegen zijn, die wat betreft geluid nog niet gesaneerd zijn [Provincie Noord-Brabant, 2024a]. De betreffende woningen moeten wat betreft geluid uiterlijk in 2039 gesaneerd zijn.2 Tabel 4.3: Aantal geluidbelaste woningen Lden langs provinciale wegen in 2019 [Provincie Noord-Brabant, 2022a] Aantal geluidbelaste woningen Lden in dB Weg
55-60
60-65
65-70
70-75
>75
N279
124
63
15
9
1
N617
9
15
5
0
0
N618
39
8
0
0
0
N622
37
19
2
0
0
N637
6
15
9
0
0
2
Saneren wat betreft geluid wil zeggen dat er onderzocht moet worden of geluidbeperkende maatregelen mogelijk zijn waarmee bepaalde streefwaarden behaald kunnen worden. Als die gehaald kunnen worden, dan moeten de betreffende maatregelen getroffen worden. Bij provinciale wegen is de provincie daarvoor het bevoegde gezag, waarbij de rijksoverheid de maatregelen financiert. 6 maart 2025
BJ9389-FvdL-RP-06
18
Projectgerelateerd
Naast de jaargemiddelde blootstelling (Lden) wordt volgens de WHO-advieswaarden ook getoetst aan de nachtelijke blootstelling (Lnight). Voor wegverkeer is de advieswaarde 45 dB Lnight. Figuur 4.2 geeft de nachtelijke blootstelling door wegverkeergeluid in de gemeente Meierijstad weer. De WHO-advieswaarden worden overschreden op de gevels van woningen. Dit vindt plaats langs wegen die hierboven opgenoemd zijn. Geluid door wegverkeer (Lnight) 2021
Figuur 4.2 Geluid van wegverkeer (Lnight) in de gemeente Meierijstad in 2021 [RIVM, 2021b]
In Tabel 4.4 is weergegeven hoeveel woningen in de gemeente Meierijstad ’s nachts blootgesteld worden aan geluidniveaus door verkeer op provinciale wegen. De WHO-advieswaarden (45 dB Lnight) worden op alle provinciale wegen in de gemeente overschreden. Tabel 4.4: Aantal geluidbelaste woningen Lnight in Meierijstad langs provinciale wegen in 2019 [Provincie Noord-Brabant, 2022a] Aantal geluidbelaste woningen Lnight in dB Weg
55-60
60-65
65-70
70-75
>75
N279
83
44
13
5
0
N617
13
5
2
0
0
N618
18
0
0
0
0
N622
32
5
0
0
0
N637
14
12
1
0
0
Vliegverkeer Rondom de gemeente Meierijstad liggen twee luchthavens: Volkel en Eindhoven. Beide luchthavens dienen als militaire vliegbasis. Eindhoven is naast militaire vliegbasis ook in gebruik als civiel vliegveld. Het luchtvaartgeluid in Nederland moet binnen vastgelegde grenzen blijven. Deze grenzen zijn per luchthaven vastgesteld in een luchthavenbesluit in de vorm van geluidcontouren. De contouren van twee luchthavens vallen niet over het grondgebied van de gemeente Meierijstad heen [Overheid.nl, 2024b; Overheid.nl, 2024c]. Ondanks dat is er in de gemeente Meierijstad toch sprake van geluid(hinder) door vliegverkeer. Dit is te zien in Figuur 4.3. De vliegbasis Volkel veroorzaakt een jaargemiddelde geluidbelasting van 46-55 dB
6 maart 2025
BJ9389-FvdL-RP-06
19
Projectgerelateerd
Lden in oostelijke grondgebied van Meierijstad, boven Erp. De WHO-advieswaarde (45 dB Lden) wordt hiermee overschreden.
Vliegbasis Volkel
Geluid door vliegverkeer (Lden) 2020
Gemeente Meierijstad
Eindhoven Airport en vliegbasis Eindhoven Figuur 4.3: Geluid door vliegverkeer (Lden) in en rondom de gemeente Meierijstad [RIVM, 2020a]