Bijlage 2 Nota Parkeernormen Meierijstad 2025 concept voor zienswijzen
Tekst van het document
5.2.3 Parkeerplaatsen ten behoeve van deelmobiliteit in de openbare ruimte Het kan voorkomen dat parkeerplaatsen voor het stallen van deelauto’s (als onderdeel van de toegepaste parkeerreductie) niet op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd en er ook geen aanspraak gemaakt kan worden op het huren of kopen van bestaande particuliere parkeerplaatsen. Het is dan onder voorwaarden mogelijk om voor het parkeren van de deelauto’s gebruik te maken van parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Bij het plaatsen van deelauto’s in de openbare ruimte mag door een initiatiefnemer/eigenaar geschakeld worden met een aanbieder van deelmobiliteit naar keuze. Voorwaarde is wel dat de deelmobiliteit voor iedereen te gebruiken is: dus niet alleen door de gebruikers van de bouwontwikkeling. Wanneer de gemeente Meierijstad in de toekomst regels stelt aan de kwaliteit en het aantal aanbieders van deelauto’s in de openbare ruimte, dan moet daaraan worden voldaan door de initiatiefnemer/eigenaar. Daarbij wordt een overgangstermijn ingesteld voor aanbieders van deelauto’s die voor vaststelling van eventuele toekomstige regels over het aanbieden van deelmobiliteit in de openbare ruimte actief waren. Als een deelauto wordt geparkeerd op een openbare parkeerplaats binnen gereguleerd gebied, dan is daarvoor een parkeervergunning nodig.
Zoals dat ook geldt voor andere bedrijven/partijen die deelauto’s aanbieden in de openbare ruimte. Als laadpalen nodig zijn voor het stallen van elektrische deelauto’s in de openbare ruimte, dan worden deze geplaatst door de gemeente Meierijstad (zie paragraaf 7.2.2).
Resultaat stap 4: de reductie op de parkeervraag door het toepassen van mobiliteitscorrecties met betrekking tot nabijheid van een multimodale knoop of OV-knooppunt of het implementeren van deelmobiliteit.
20
6
Het invullen van de parkeervraag
Op basis van vorige hoofdstukken kan de parkeervraag van een bouwontwikkeling bepaald worden, waarbij de parkeervraag voor auto’s mogelijk is gereduceerd door het toepassen van en mobiliteitscorrectie. De parkeervraag vertalen we via een aantal stappen naar de parkeereis: het aantal auto- en fietsparkeerplaatsen dat fysiek beschikbaar moet zijn ten behoeve van een bouwontwikkeling. Daarbij is het uitgangspunt dat de parkeereis volledig op eigen terrein gerealiseerd wordt.
6.1
Randvoorwaarden voor het invullen van de parkeervraag Stap 5. Parkeren op eigen terrein als uitgangspunt
Stap 6. Benutten van particuliere parkeerplaatsen
Stap 7. Benutten van parkeerplaatsen in de openbare ruimte
Stap 8. Toepassen van maatwerk waar nodig
Bij het invullen van de parkeervraag ten behoeve van auto en fiets komen een aantal randvoorwaarden kijken. Onderstaand volgt toelichting op dergelijke randvoorwaarden.
6.1.1 Parkeerplaatsen binnen maximaal acceptabele loopafstanden Voorwaarde is dat de parkeerplaatsen, welke worden ingezet voor een bouwontwikkeling, op acceptabele loopafstand liggen. Hierbij gelden de maximale loopafstanden zoals opgenomen in bijlage 6.
6.1.2 Dubbelgebruik van parkeerplaatsen Het kan voorvallen dat binnen een bouwontwikkeling een verscheidenheid aan functies wordt gecombineerd. De verscheidenheid van deze functies is terug te zien in de bijpassende maximale parkeervraag op desbetreffende maatgevende momenten. In andere woorden, niet alle functies hebben op hetzelfde moment van de dag of week hun maximale parkeervraag. Mocht dit het geval zijn, dan zou het dubbelgebruik van parkeerplaatsen door verschillende gebruikersgroepen mogelijk zijn. Wanneer dubbelgebruik toepasbaar blijkt, kan de parkeereis vaak naar beneden worden bijgesteld. Om de mogelijkheden voor dubbelgebruik te bepalen worden de aanwezigheidspercentages gebruikt, zoals opgenomen in bijlage 7. Dubbelgebruik is zowel van toepassing op auto- als fietsparkeerplaatsen. Binnen een bouwontwikkeling zal in beeld gebracht moeten worden welke gebruikersgroepen op welke momenten gebruik zullen maken van de parkeeroplossingen en of daarmee dubbelgebruik mogelijk is. Dit betreft alle parkeerplaatsen welke onderdeel uitmaken van de parkeeroplossing. In de beoordeling van de optie tot dubbelgebruik wordt gekeken naar het maatgevend moment; het dagdeel waarop de parkeervraag van alle functies tezamen het hoogst bedraagt. Dubbelgebruik is alleen mogelijk als de parkeerplaatsen toegankelijk zijn voor alle (beoogde) gebruikersgroepen.
Parkeerplaatsen welke exclusief voor één gebruikersgroep zijn gereserveerd (zoals vaste parkeerplaatsen voor bewoners, gehandicaptenparkeerplaatsen, artsenparkeerplaatsen, etc.) zijn dus niet geschikt of inzetbaar voor dubbelgebruik.
6.1.3 Voldoen aan minimale kwaliteitseisen voor parkeerplaatsen Er zijn een aantal minimale kwaliteitseisen verbonden aan parkeerplaatsen welke deel uitmaken van de parkeeroplossing. Deze minimale kwaliteitseisen hebben onder andere te maken met de toegankelijkheid, beschikbaarheid en afmeting van de parkeerplaatsen. Verdere toelichting op de minimale kwaliteitseisen voor auto- en fietsparkeerplaatsen kan geraadpleegd worden in hoofdstuk 7.
6.2
Parkeren op eigen terrein als uitgangspunt
Deze Nota Parkeernormen stelt dat elke bouwontwikkeling in Meierijstad moet voorzien in voldoende auto- en fietsparkeerplaatsen. Het uitgangspunt is dat deze parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd worden, al dan niet inpandig. Dit geldt zowel voor de parkeerplaatsen ten behoeve van vaste gebruikers (bewoners, medewerkers, etc.) als voor bezoekers. Als er door de bouwontwikkeling voormalige parkeerplaatsen verdwijnen op eigen terrein, of in de openbare ruimte, dan moet het ‘verlies’ aan parkeerplaatsen worden gecompenseerd. Het aantal parkeerplaatsen dat verdwijnt door de bouwontwikkeling wordt aan de hoeveelheid parkeerplaatsen van de parkeereis toegevoegd.
21
Wat is parkeren op eigen terrein? Het parkeren moet worden opgelost op het terrein waarop de bouwontwikkeling wordt gerealiseerd, zijnde de bouwkavel. Parkeerplaatsen welke binnen acceptabele loopafstand (paragraaf 6.1.1) worden aangelegd, waarbij de kosten volledig worden gedekt door de initiatiefnemer, worden gelijkgesteld aan parkeerplaatsen op eigen terrein. Met name in gebiedsontwikkelingen worden vaak nieuwe auto- en fietsparkeerplaatsen gerealiseerd welke, na afronding van de gebiedsontwikkeling, tot de openbare parkeercapaciteit zullen behoren. Binnen dit stappenplan worden dergelijke parkeerplaatsen als parkeerplaatsen op eigen terrein beschouwd.
6.2.1 Correctiefactor gebruik autoparkeerplaatsen op eigen terrein (woonfunctie) In de praktijk blijkt dat een deel van de parkeerplaatsen op eigen terrein ten behoeve van bewoners niet naar behoren worden gebruikt. In dergelijke situaties parkeren bewoners hun auto veelal in de openbare ruimte en dus niet in de daarvoor gerealiseerde parkeerfaciliteiten op eigen terrein. Dit resulteert vervolgens in een onnodige verhoging van de parkeerdruk in de openbare ruimte. Om te anticiperen op dit effect op de parkeerdruk in de openbare ruimte wordt een correctiefactor gebruikt. Voor de bepaling van de mate waarin parkeren op eigen terrein meetelt op de parkeerbalans, wordt de tabel uit bijlage 8 gebruikt. Hierbij is de keuze gemaakt dat de breedte van de oprit leidend is ten opzichte van de diepte van de oprit, waarmee een enkele oprit dus wordt berekend als één parkeerplaats. De correctiefactor betreft het parkeeraanbod van de functie wonen. Resultaat stap 5: het aantal op eigen terrein te realiseren auto- en fietsparkeerplaatsen is voor de bouwontwikkeling bepaald.
6.3
Op andere wijze voorzien in parkeren
Soms is het bij een bouwontwikkeling onmogelijk om voldoende auto- en/of fietsparkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren dan wel beschikbaar te stellen. Er zijn dan verschillende opties om op een andere wijze te voorzien in parkeren. De afwijkingsmogelijkheden voor auto- en fietsparkeren zijn als volgt:
Afwijkingsmogelijkheden per modaliteit
Auto
Benutten van particuliere parkeerplaatsen
Fiets
x
Benutten van parkeerplaatsen in de openbare ruimte Het is ter beoordeling van de gemeente Meierijstad of de afwijking van de parkeereis voldoet. Mocht dat niet het geval zijn, dan moet de volledige parkeereis voor auto en fiets op eigen terrein worden gerealiseerd.
6.3.1 Benutten van particuliere parkeerplaatsen (optioneel) De eerste afwijkingsmogelijkheid voor het vinden van een andere wijze om te voorzien in parkeren is het huren of kopen van bestaande parkeerplaatsen op particulier terrein. Wanneer particuliere parkeerplaatsen worden benut, dan moet een koop- of huurcontract worden overlegd betreffende een periode van ten minste 10 jaar. Daarnaast moet de initiatiefnemer aantonen dat desbetreffende parkeerplaatsen ook daadwerkelijk ter beschikking zijn op maatgevende momenten, afhankelijk van de functie. Hiervoor dient een rapportage over de bezetting van de parkeervoorziening overlegd te worden t.b.v. de plantoetsing. Hierbij gelden de eisen zoals opgenomen in paragraaf 6.3.2 onder kop Parkeeronderzoek. Het uitgangspunt is dat de bezettingsgraad van de particuliere parkeerplaatsen, inclusief de extra begrote parkeervraag van de bouwontwikkeling, niet hoger mag zijn dan 95%. Resultaat stap 6: Het is middels rapportage inzichtelijk of een deel van de parkeereis kan worden opgelost door het benutten van bestaande parkeerplaatsen op particulier terrein.
6.3.2 Benutten van parkeerplaatsen in de openbare ruimte (optioneel) Het lukt niet altijd om de (volledige) parkeereis op te lossen op eigen terrein of door het benutten van bestaande parkeerplaatsen op particulier terrein. In sommige gevallen bestaat dan de afwijkmogelijkheid om auto- en/of fietsparkeereis (deels) in te vullen door bestaande parkeerplaatsen in de openbare ruimte te benutten. Daarbij is het uitgangspunt dat
22
bestaande parkeerplaatsen in de openbare ruimte primair bedoeld zijn voor bezoekers, en daarna voor vaste gebruikers, zoals bewoners of werknemers. Ook is de initiatiefnemer in dit geval plichtig een parkeeronderzoek uit te laten voeren. Voor het centrum- en schil/overloopgebied van Veghel is deze optie niet van toepassing. Door de bestaande druk op het parkeerareaal in dit gebied, in combinatie met de ontwikkelingen en ambities welke boven de markt hangen, behoort het benutten van parkeerplaatsen in de openbare ruimte niet tot de mogelijkheden. Dit geldt uitsluitend op het centrum- en schil/overloopgebied van Veghel. Parkeeronderzoek Wanneer aanspraak wordt gemaakt op bestaande parkeerplaatsen in de openbare ruimte, zal er voldaan moeten worden aan de rapportageplicht omtrent bezettingsgraad. De initiatiefnemer moet aantonen dat desbetreffende parkeerplaatsen ook daadwerkelijk ter beschikking zijn op maatgevende momenten. Hiervoor dient een rapportage over de bezetting van de parkeervoorziening (parkeeronderzoek) te worden overlegd. Het uitgangspunt is dat de bezettingsgraad van de openbare parkeerplaatsen, inclusief de extra begrote parkeervraag van de bouwontwikkeling, niet hoger mag zijn dan 90%.
Eisen aan een parkeeronderzoek Om inzicht te krijgen in de bezettingsgraad van bestaande parkeerplaatsen is een parkeeronderzoek nodig. De rapportageplicht en de bijpassende kosten van een parkeeronderzoek liggen bij de initiatiefnemer. De methodiek die in het parkeeronderzoek wordt toegepast (het meten van de parkeercapaciteit en de bezettingsgraad) moet bij de gemeente Meierijstad ter goedkeuring worden ingediend. Bij de goedkeuring worden de volgende (minimale) eisen gesteld: •
Een parkeeronderzoek wordt door een onafhankelijk bureau uitgevoerd;
•
Het parkeeronderzoek moet representatief zijn, waarbij rekening wordt gehouden met werkzaamheden, vakantieperiodes, etc.;
•
Het onderzoeksgebied wordt begrensd door de maximale acceptabele loopafstand welke voor desbetreffende functies binnen de bouwontwikkeling en het gebied van kracht zijn, zoals benoemd in paragraaf 6.1.1;
•
Er wordt in twee verschillende weken gemeten op alle momenten waarop er een tekort aan parkeerplaatsen op eigen terrein bestaat. Deze maatgevende momenten volgen uit de parkeerbalans en worden bepaald aan de hand van de aanwezigheidspercentages (bijlage 6).
Resultaat stap 7: Helder is of een deel van de parkeereis kan worden opgelost door het benutten van bestaande (of nieuw aan te leggen) parkeerplaatsen in de openbare ruimte.
6.4
Wat als parkeren niet kan worden opgelost?
Het sluitend maken van een parkeerbalans is soms complexer dan de theorie het laat blijken. Het kan voorkomen dat de parkeereis zowel niet op eigen terrein als middels andere wijzen om te voorzien in parkeren (volledig) kan worden ingevuld. Dit kan bijvoorbeeld komen door een gebrek aan fysieke ruimte op eigen terrein óf het ontbreken aan financiële middelen om fiets- en/of autoparkeerplaatsen in de openbare ruimte te benutten. In eerste instantie ligt de verantwoordelijkheid bij de initiatiefnemer om een oplossing aan te dragen. Bijvoorbeeld door het herzien van het bouwprogramma om aan een lagere parkeereis te moeten voldoen. Lukt het de initiatiefnemer niet om tot een oplossing te komen, dan is maatwerk mogelijk mits er een goede onderbouwing aan te pas komt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan woningbouw opgave, duurzame energie en/of waterhuishouding. Op basis van zo’n onderbouwing kan het college van Burgemeester en Wethouders van Meierijstad in zeer uitzonderlijke gevallen besluiten om (gedeeltelijke) afwijking van de parkeereis toe te staan. In dit geval wordt de hardheidsclausule toegepast. Wanneer de onderbouwing van maatwerk niet akkoord wordt bevonden, dan geldt het niet voldoen aan de parkeereis als weigeringsgrond voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning.
Er dient rekening te worden gehouden met de verscheidenheid aan ruimte claims welke allemaal gebruik wensen te maken van dezelfde schaarse openbare ruimte. Hierin moet parkeren in het kader van gemeentelijke ambities soms een meerdere erkennen in de andere ruimte claims.
23
Resultaat stap 8: College van B&W doet uitspraak of de onderbouwing van maatwerk voldoende is om af te wijken van de parkeereis. Zo niet, dan geldt dit als weigeringsgrond voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning.
7
Kwaliteit van de parkeeroplossing
Bij het raadplegen van parkeernormen wordt veelal gedacht en gesproken over kwantiteit: de aantallen benodigde parkeerplaatsen voor auto en fiets. Echter moet bij de realisatie van parkeerplaatsen ook voldaan worden aan een kwaliteitseis om de toegankelijkheid en bruikbaarheid van dergelijke auto- en fietsparkeerplaatsen te waarborgen. Daarom worden er eisen aan de kwaliteit van de parkeeroplossingen gesteld.
Kwaliteitseisen voor fietsparkeren
7.1
Het gebruik van fietsparkeerplaatsen hangt sterk af van de bijbehorende kwaliteit, de toegankelijkheid, de bruikbaarheid en het comfort ervan. Ook de routing, de sociale veiligheid en de maatvoering van de fietsparkeerplaatsen beïnvloeden het gebruik. Fietsparkeervoorzieningen worden over het algemeen minder of helemaal niet gebruikt wanneer de kwaliteit ondermaats is, met foutparkeren als resultaat. Om ondermaatse kwaliteit van fietsparkeervoorzieningen tegen te gaan, hanteert gemeente Meierijstad kwaliteitseisen betreffende fietsparkeerplaatsen ten behoeve van bouwontwikkelingen (zie bijlage 9). Omdat brom- en snorfietsen, bakfietsen en scootmobiels ook kwalitatief en kwantitatief volwaardige parkeervoorzieningen behoeven, is in dezelfde kwaliteitseisen voor fietsparkeren speciaal aandacht besteed aan twee- en driewielers met afwijkende maten.
7.1.1 Aanleg van laadinfrastructuur ten behoeve van elektrische tweewielers De afgelopen jaren heeft in sterke stijging plaatsgevonden in het bezit van de elektrische fiets. Het is om die reden dat fietsparkeervoorzieningen voortaan moeten voorzien in laadinfrastructuur op de elektrische fiets accu te voeden (tegen betaling naar gebruik).
Kwaliteitseisen voor autoparkeren
7.2
Om een autoparkeerplaats toegankelijk en bruikbaar te laten zijn zullen de afmetingen op orde moeten zijn. Daarom wordt de kwaliteit van autoparkeerplaatsen beoordeeld op basis van de volgende publicaties of uitgangspunten die in een mogelijke toekomstige LIOR van gemeente Meierijstad staan vernoemd: •
Voor parkeerplaatsen op parkeerterreinen en in parkeergarages: NEN 2443, Parkeren en stallen van personenauto's op terreinen en in parkeergarages of de opvolger daarvan.
•
Voor parkeerplaatsen in de openbare ruimte: NEN 2443, ASVV 2021, Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom of de opvolger daarvan.
7.2.1 Aanleg van algemene gehandicaptenparkeerplaatsen Het is belangrijk dat iedereen zo zelfstandig mogelijk kan meedoen in gemeente Meierijstad, en bewegingsvrijheid is daar onderdeel van. Om mindervaliden met een beperking in hun mobiliteitsbehoefte te ondersteunen, zullen er bij bouwontwikkelingen voldoende algemene gehandicaptenparkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden. Gemeente Meierijstad sluit hierbij aan op de landelijke richtlijnen betreffend het thema gehandicaptenparkeerplaatsen. Voor bouwontwikkelingen waarin publieke functies (waarbij de parkeervraag voor meer dan 50% ten behoeve van bezoekers is) worden gerealiseerd, moet minimaal 2% van de parkeerplaatsen worden gereserveerd als algemene gehandicaptenparkeerplaats. Daarbij is de realisatie van één algemene gehandicatenparkeerplaats het gestelde minimum. De algemene gehandicaptenparkeerplaatsen moeten zo dicht als mogelijk bij de ingang van desbetreffende functie aangelegd worden. Dit moet ten aller tijden binnen een maximale loopafstand van 100 meter zijn.
24
7.2.2 Aanleg van laadinfrastructuur ten behoeve van elektrische auto’s Vanwege de groei in het aantal elektrische en hybride auto’s is het belangrijk om de eisen van de parkeerfaciliteit in gemeente Meierijstad hierin mee te laten groeien. Om voldoende laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen beschikbaar te stellen, worden verschillende voorwaarden gekoppeld aan het realiseren van parkeerfaciliteiten op eigen terrein en in de openbare ruimte. Parkeerplaatsen welke bij bouwontwikkelingen op eigen terrein worden gerealiseerd, moeten volgens landelijke weten regelgeving (Bbl 2024) voorbereid zijn op de plaatsing en aansluiting van laadvoorzieningen voor elektrische voertuigen: • Bij een nieuw woongebouw dat binnen of buiten (op hetzelfde bouwwerkperceel) meer dan 10 parkeervakken heeft, moet ieder parkeervak een leidingdoorvoer voor oplaadpunten hebben (artikel 4.160b, lid 1 Bbl) •
Bij een nieuw utiliteitsgebouw dat binnen of buiten (op hetzelfde bouwwerkperceel) meer dan 10 parkeervakken heeft, moet er minimaal 1 oplaadpunt zijn. Ook moet minimaal één op de vijf parkeervakken een leidingdoorvoer voor oplaadpunten hebben (artikel 4.160b, lid 2 Bbl). o Stel dat er 15 parkeervakken zijn, dan moeten er dus 1 oplaadpunt en 3 leidingdoorvoeren voor oplaadpunten zijn (waarvan er al 1 bij dat oplaadpunt zit).
•
Laadpunten in de openbare ruimte zijn de verantwoordelijkheid van de gemeente Meierijstad.
•
Laadpunten in nieuwe parkeergarages moeten voldoen aan mode 3 of mode 4 van NEN 1010 (artikel 4.199, lid 2 Bbl).
•
Een parkeergarage moet een voorziening hebben die de oplaadpunten tegelijkertijd kan uitschakelen (artikel 4.230a, Bbl).
•
Alle laadpunten moeten voldoen aan de NEN 1010 standaard.
25
8
Laden en lossen
Naast het parkeren van auto’s en fietsen, moet er bij specifieke bouwontwikkelingen ook voldoende ruimte gerealiseerd wordt ten behoeve van laden en lossen van goederen. Het gaat hierbij om bedrijfsmatig laden en lossen, dus op frequente basis. Met name bij bouwontwikkelingen met beoogde functies als detailhandel, horeca of andere bedrijfsmatige functies is dit aan de orde. Voor incidentele laad- en losmomenten, zoals bijvoorbeeld verhuizingen of het laden en lossen van goederen bij een woning, zijn geen aparte voorzieningen nodig.
Laden en lossen op eigen terrein
8.1
Bij een bestemming en/of functie van een gebouw waar laden en lossen noodzakelijk is, moet een geschikte laad- en losvoorziening beschikbaar zijn. Laden en lossen vindt volledig op eigen terrein plaats, bij voorkeur inpandig. Ook het manoeuvreren van vrachtverkeer moet op eigen terrein gebeuren. De initiatiefnemer moet aannemelijk maken dat de aangewezen ruimte voldoet en op een veilige wijze voorziet in de logistieke aan- en afvoer van goederen.
Afwijken in bijzondere omstandigheden
8.2
Er kunnen binnen een bouwontwikkeling bijzondere omstandigheden zijn waardoor er geen mogelijkheid is voor een veilige laad- en losvoorziening op eigen terrein. In dat geval kan er worden afgeweken van de eis om (volledig) te voorzien in voldoende laden en lossen op eigen terrein. Onderstaand volgt toelichting op de afwijkingsmogelijkheden. Als er voor het laden en lossen op eigen terrein géén verkeersveilig- en maatschappelijk acceptabel alternatief wordt gevonden, dan geldt dat als weigeringsgrond voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning.
8.2.1 Afwijkingsmogelijkheid 1: Geen noodzaak voor apart laden en lossen Afwijken is mogelijk als aantoonbaar is dat voor de logistieke aan- en afvoer van goederen géén aparte laad- en losvoorziening noodzakelijk is. Bijvoorbeeld als laden en lossen gebeurt met kleine (vracht)voertuigen welke in een ‘normaal’ parkeervak (paragraaf 7.2) passen. Voor het laden en lossen kunnen dan reguliere (bezoekers)parkeerplaatsen worden gebruikt. Desbetreffende parkeerplaats wordt wel gereserveerd ten behoeve van laden en lossen en dient in de parkeerbalans als aparte post te worden meegenomen.
8.2.2 Afwijkingsmogelijkheid 2: Op andere wijze voorzien in laden en lossen Wanneer laden en lossen op eigen terrein aantoonbaar onmogelijk is, is afwijken mogelijk door aantoonbaar te maken dat op een andere manier kan worden voldaan aan de eis om voldoende laad- en losvoorzieningen beschikbaar te hebben. Het laden en lossen kan bijvoorbeeld in de openbare ruimte worden opgelost door gebruik te maken van een bestaand laad- en losvak of het realiseren van een nieuw laad- en losvak in de openbare ruimte. De aanlegkosten hiervoor zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Als er gebruik wordt gemaakt van een bestaand laad- en losvak, dienen de venstertijden van het laad- en losvak aan te sluiten bij de momenten van aan- en afvoer van goederen van de nieuwe functie. Ook moet er rekening worden gehouden met het aantal reguliere leveranciers en de duur van hun laad- en losmomenten om verstoringen in het gebruik van het laad- en losvak door reguliere leveranciers te voorkomen. Structureel laden en lossen op de rijbaan wordt niet als geldige andere manier van laden en lossen gezien. Onder structureel laden en lossen wordt verstaan minimaal 1 keer per dag laden en lossen waarbij de tijdsduur van het laden en lossen elke keer minimaal 5 minuten bedraagt.
Het op andere wijze voorzien in laden en lossen is alleen toegestaan als er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: • De openbare ruimte; •
De parkeersituatie;
•
De verkeersveiligheid;
•
De woon- en leefsituatie.
26
Functiewijziging van voormalig laad- en losvak behoevende functie Wanneer bij een functiewijziging het voormalige openbare laad- en losvak in de nieuwe situatie niet langer nodig blijkt te zijn, dan kan deze openbare laad- en losvoorziening een andere bestemming verkrijgen. Dit is alleen mogelijk wanneer desbetreffende openbare laad- en losvoorziening exclusief door de voormalige functie gebruikt werd. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als een winkelpand wordt getransformeerd naar woningen. Aangezien dit openbare ruimte betreft, is het aan de gemeente om te bepalen welke nieuwe bestemming wordt verkozen.
27
9
Borgen van de parkeeroplossing
Het is belangrijk dat alle afspraken die gemaakt worden tussen gemeente Meierijstad en initiatiefnemers over parkeren op de juiste manier worden geborgd. Zo kunnen initiatiefnemers en hun rechtsopvolger(s) aan de parkeeroplossing worden gehouden. Dit geeft de mogelijkheid om als gemeente altijd te kunnen controleren of de parkeeroplossing wordt gebruikt zoals is afgesproken.
Juridische borging: parkeren ook in de toekomst goed geregeld
9.1
Voor de juridische borging van de parkeeroplossing bij een bouwontwikkeling maakt gemeente Meierijstad gebruik van de omgevingsvergunning. In sommige gevallen komt er tevens een privaatrechtelijke overeenkomst aan te pas.
9.1.1 Vastlegging in de omgevingsvergunning In de omgevingsvergunning wordt zo concreet als mogelijk opgenomen (zowel kwantitatief als kwalitatief) welke parkeereis wordt opgelegd aan een bouwontwikkeling. De volgende onderdelen worden minimaal vastgelegd over het onderdeel parkeren: •
Het aantal te realiseren en in stand te houden auto- en fietsparkeerplaatsen;
•
De parkeerlocatie(s) waar de parkeerplaatsen beschikbaar worden gesteld;
•
Hoe de fysieke toegankelijkheid van parkeerplaatsen op eigen terrein door de verschillende gebruikersgroepen is geregeld;
•
Beperking voor uitgifte van parkeervergunningen, ontheffingen voor de blauwe zone en/of abonnementen;
•
Als er een mobiliteitscorrectie wordt toegepast als resultaat van deelmobiliteit implementatie: o De verplichting om het deelmobiliteitsconcept (zoals beschreven in het mobiliteitsplan) voor een periode van minimaal 10 jaar operationeel te houden en beschikbaar te stellen bij oplevering van de eerste woningen. o De verplichting om via kettingbeding in de huur- of koopovereenkomst aan te geven dat er bij de bouwontwikkeling een deelmobiliteitsconcept wordt toegepast en de parkeereis hierdoor naar beneden is bijgesteld.
9.1.2 Vastlegging van privaatrechtelijke overeenkomst Wanneer de parkeereis bij een bouwontwikkeling (deels) wordt opgelost door het huren of kopen van particuliere parkeerplaatsen, dan moet een overeenkomst worden gesloten tussen initiatiefnemer en de eigenaar van desbetreffende particuliere parkeerplaatsen. Het is van belang dat middels een kettingbeding de afspraken over het gebruik en onderhoud van de particuliere parkeerplaatsen goed worden doorgelegd, ongeacht de eigendomssituatie. Zo is de overeenkomst, welke door de initiatiefnemer en de voormalige eigenaar van de particuliere parkeerplaatsen is gesloten, ook bindend voor de volgende eigenaar. Wanneer de parkeervraag (gedeeltelijk) niet op eigen terrein kan worden gerealiseerd, en de parkeervraag wordt ingevuld middels bestaande particuliere parkeerplaatsen, dan moet vóór het verlenen van de omgevingsvergunning een koop- of huurcontract worden overlegd. In zo’n koop- of huurcontract moeten ten minste de volgende zaken zijn aangegeven: •
De locatie(s) van de parkeerplaatsen;
•
Het gebruik van het aantal parkeerplaatsen;
•
De daarbij horende gebruikerstijd;
•
De termijn (een periode van minimaal 10 jaar);
•
De mate van kettingbeding.
28
9.2
Beperkt recht op parkeervergunning helder vastgelegd
Het uitgangspunt is dat bouwontwikkelingen in gemeente Meierijstad de parkeervraag op eigen terrein faciliteren. Daarom worden er in principe géén parkeervergunningen verstrekt aan huurders, kopers of gebruikers van bouwontwikkelingen. Als de gehele autoparkeereis op eigen terrein is ingevuld, of op grond van een afwijkingsmogelijkheid een passende alternatieve parkeeroplossing is gevonden, komen gebruikers van een bouwontwikkeling in beginsel niet in aanmerking voor een parkeervergunning voor de openbare ruimte en een ontheffing voor de blauwe zone. Voor deze gebruikers geldt de BROPregeling (Beperkt Recht Op Parkeren). Op deze manier wordt het ruimtebeslag van parkeren op de openbare ruimte verminderd. De BROP-regeling geldt voor alle bouwontwikkelingen in gemeente Meierijstad, ongeacht of een ontwikkellocatie in gereguleerd gebied ligt of daarbuiten.
Uitzondering voor het verstrekken van autoparkeervergunningen Een uitzondering voor het toepassen van de BROP-regeling betreft situaties waarin het autoparkeren van bouwontwikkelingen (gedeeltelijk) in de openbare ruimte is opgelost. In dat geval kan een bouwontwikkeling wel recht hebben op een (beperkt) aantal parkeervergunningen. Voorbeelden zijn wanneer er in de voormalige situatie al in de openbare ruimte werd geparkeerd of als gemeente Meierijstad akkoord is gegaan met het benutten van openbare parkeerplaatsen omdat de restcapaciteit in de openbare ruimte toereikend was.
9.3
Communicatie naar de eindgebruiker
Het is belangrijk dat iedere koper of huurder als eindgebruiker op de hoogte is van de afspraken welke gemaakt zijn voor de bouwontwikkeling betreffende parkeren. De afspraken moeten daarom actief en transparant gecommuniceerd worden in koop- en huurcontracten, verkoopbrochures en andere te gebruiken communicatiekanalen. De initiatiefnemer is verplicht om toekomstige gebruikers, verhuurders en eventuele tussenpersonen (zoals makelaars) vooraf voldoende te informeren over de (on)mogelijkheden omtrent parkeren en parkeervergunningen. Hiervoor wordt een clausule opgenomen in de omgevingsvergunning en/of privaatrechtelijke overeenkomst.
29
10
Bijlagen
Bijlage 1 – Definities Begrip
Definitie
Aanwezigheids-percentage
De aanwezigheidspercentages, zoals opgenomen in bijlage 7, waarmee kan worden bepaald welk aandeel van de parkeerplaatsen op verschillende momenten door verschillende gebruikersgroepen kunnen worden gebruikt (dubbelgebruik van parkeerplaatsen).
Anterieure overeenkomst
Een privaatrechtelijke overeenkomst tussen initiatiefnemer en de gemeente die tot doel heeft om de afspraken met betrekking tot de gestelde parkeereis en de daaraan verbonden voorwaarden (beschikbaarheid e.d.) en eventuele kosten (die door de gemeente moeten worden gemaakt maar voor rekening van de initiatiefnemer komen) vast te leggen, voor zover deze afspraken niet binnen het publiekrechtelijk kader kunnen worden geborgd. Een ruimte die exclusief gebruikt wordt voor het parkeren van een (motor)voertuig die qua maatvoering voldoet aan de meest actuele versie van norm NEN2443: parkeren en stallen van personenauto’s op terreinen en in garages.
Autoparkeerplaats Bouwontwikkeling
Een bouwontwikkeling waarvoor een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend moet worden. Het kan gaan over het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een gebouw.
BROP-regeling
Afkorting voor ‘Beperkt Recht Op Parkeren’. Een door gemeente Meierijstad opgesteld en actueel gehouden overzicht met adressen waarvan de gebruikers en bezoekers (deels) zijn uitgesloten van het recht op een parkeervergunning.
BVO
Het Bruto Vloeroppervlak (BVO) wordt gemeten op basis van de NEN 2580, een Nederlandse norm voor de oppervlakte en inhoud van gebouwen. Het bruto vloeroppervlak is de som van de vloeroppervlakte van alle bouwlagen, gemeten langs de buitenomtrek. De oppervlaktes van gebouw gebonden buitenruimten zoals balkons, dakterrassen en galerijen worden niet tot BVO van een gebouw gerekend. Ook tellen niet-of moeilijk toegankelijke zolders en vloeroppervlakte met een hoogte lager dan 1,5 meter niet mee bij bepaling van het BVO. Een plan waarin is vastgelegd en toegelicht welk deelmobiliteitsconcept (kwaliteiten en kwantiteiten) ingezet wordt om in de (gedeeltelijke) mobiliteitsbehoefte van de (toekomstige) bewoners te voorzien. Het beoordelen of dezelfde parkeerplaats door meer dan één gebruikersgroep op verschillende momenten kan worden gebruikt. Terrein waarop de bouwontwikkeling wordt gerealiseerd, alsmede een aansluitend of ergens anders gelegen terrein waarover de initiatiefnemer privaatrechtelijke zeggenschappen heeft en waarbij wordt voldaan aan de maximaal acceptabele loopafstanden zoals beschreven in bijlage 6. De ruimte gereserveerd is voor het parkeren van een fiets met de volgende minimale afmetingen: 200 cm lang, 120 cm hoog & 65 cm breed. Er is sprake van een functiewijziging als een bestaand pand een andere functie krijgt, zoals de wijziging van detailhandel naar woning.
Benodigde inpandige verbouwingen aan een bestaand pand om de wijziging te realiseren, of het verhogen van een bestaand pand met één of meerdere verdiepingen, geldt niet als nieuwbouw. Het gebied waar conform de vigerende Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting en het vigerende Aanwijzingsbesluit betaald parkeren van de gemeente Meierijstad sprake is van betaald parkeren en/of belanghebbenden-parkeren.
Deelmobiliteitsplan Dubbelgebruik Eigen terrein Fietsparkeerplaats Functiewijziging
Gereguleerd gebied
30
Initiatiefnemer Koop- of huurovereenkomst Maatgevende parkeervraag Multimodale knoop
Nieuwbouw Normatieve parkeervraag
Parkeerdruk
Parkeereis Parkeernormen Restcapaciteit
Sloop/nieuwbouw Stedelijkheidsgraad
De ontwikkelaar en/of eigenaar van de grond of opstallen voor wie de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwontwikkeling is ingediend. Een overeenkomst tussen de aanvrager en een private partij of de gemeente, waarin beschreven is hoeveel parkeerplaatsen beschikbaar zijn en op welke voorwaarden (waaronder in ieder geval op welke momenten de parkeerplaatsen toegankelijk zijn, hoe de parkeerplaatsen beschikbaar blijven gedurende de aanwezigheid van functies en hoe de overeenkomst overgaat op een nieuwe huurder/eigenaar van het betreffende pand) Het moment in de tijd waarop de parkeervraag van de te realiseren functies samen maximaal is. De maatgevende parkeervraag per functie wordt berekend aan de hand van de aanwezigheidspercentages conform bijlage 7. Een multimodale knoop is een plaats waar voet, fiets en (meerdere soorten) openbaar vervoer samenkomen met een goede bereikbaarheid per auto. Busstation Veghel biedt als multimodale knoop de mogelijkheid als duurzaam alternatief op de auto. Door de nabijheid van openbaar vervoer hebben mensen gemiddeld genomen een ander mobiliteitspatroon en daarmee kan ook de vraag naar autoparkeerplaatsen aantoonbaar lager zijn. Dat effect is vooral merkbaar als de multimodale knoop op kortere loop- en fietsafstanden ligt van het woonadres.
Wanneer een pand wordt gebouwd op een perceel zonder bebouwing, een pand wordt gebouwd op een perceel naast bestaande bebouwing of wanneer een pand (gedeeltelijk) wordt gesloopt en op de beschikbaar gekomen grond een pand wordt gebouwd. Het aantal parkeerplaatsen dat bij een bouwontwikkeling nodig is om in de parkeervraag te kunnen voorzien. In de normatieve parkeervraag wordt onderscheid gemaakt tussen een gebruikersdeel en een bezoekersdeel. De normatieve parkeervraag wordt berekend op basis van de parkeernormen in bijlagen 4 en 5. De bezetting van parkeerplaatsen in verhouding tot de totaal beschikbare capaciteit aan parkeerplaatsen (kwantitatief). In de gemeente Meierijstad wordt gesproken over een hoge parkeerdruk in de openbare ruimte wanneer de bezetting op straat 85% of meer bedraagt. In openbare parkeergarages ligt deze grens op 95%. Op openbare parkeerterreinen met meer dan 50 parkeerplaatsen geldt een grens van 90%. Bij particuliere parkeerterreinen wordt de grens van 95% gehanteerd. Het aantal fysiek te realiseren of beschikbaar te stellen parkeerplaatsen voor auto en fiets. Normen voor het berekenen van de parkeervraag bij bouwontwikkelingen gerelateerd aan de gebruiksfunctie en de locatie van desbetreffende bouwontwikkelingen, zoals voor de auto opgenomen in bijlage 4 en voor de fiets in bijlage 5.
Het aantal parkeerplaatsen dat op het maatgevende moment niet bezet is (beschikbaar). Er is sprake van restcapaciteit als de parkeerdruk in de openbare ruimte voor straat parkeren onder de 85% ligt, voor openbaren parkeergarages onder de 95% ligt en voor openbare parkeerterreinen met meer dan 50 parkeerplaatsen onder de 90% ligt. Op particuliere terreinen moet de bezetting van parkeren onder de 95% blijven. Wanneer een pand wordt gesloopt en op dit perceel een nieuw pand wordt gebouwd. De stedelijkheidsgraad geeft een beeld van de mate van concentratie van menselijke activiteiten en is te reflecteren op het autobezit en -gebruik in een gemeente. De mate van stedelijkheid wordt uitgedrukt in het aantal adressen per vierkante kilometer.
31
Bijlage 2 – Stedelijkheidsgraad en autobezit per huishouden per kern KERN
STEDELIJKHEIDSGRAAD
OMGEVINGSADRESSENDICHTHEID (PER M²)10
AUTOBEZIT PER HUISHOUDEN
CROW AUTOBEZIT GEMIDDELDE
Veghel
Matig stedelijk
1.213
1,40
1,31
Schijndel
Matig stedelijk
1.143
1,40
1,31
Sint-Oedenrode
Weinig stedelijk
694
1,48
1,52
Erp
Niet stedelijk
351
1,64
1,61
Keldonk
Niet stedelijk
115
1,70
1,61
Boerdonk
Niet stedelijk
94
1,79
1,61
Wijbosch
Niet stedelijk
391
1,70
1,61
Olland
Niet stedelijk
98
1,87
1,61
Boskant
Niet stedelijk
162
1,54
1,61
Nijnsel
Niet stedelijk
258
1,63
1,61
Mariaheide
Niet stedelijk
261
1,60
1,61
Eerde
Niet stedelijk
190
1,57
1,61
Zijtaart
Niet stedelijk
151
1,57
1,61
11
10
AlleCijfers – Statistieken gemeente Meierijstad: https://allecijfers.nl/gemeente/meierijstad/
11
CROW-publicatie 744 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering’: https://www.crow.nl/publicaties/parkeerkencijfers-2024
33
Bijlage 3 – Gebiedsindeling Gebied
Omschrijving
A B C D E
Centrum kernen Veghel en Schijndel Schil-/overloopgebied kernen Veghel en Schijndel Rest bebouwde kom kernen Veghel en Schijndel Centrum kern Sint-Oedenrode Rest bebouwde kom kern Sint-Oedenrode & bebouwde kom kernen Erp, Keldonk, Boerdonk, Wijbosch, Olland, Boskant, Nijnsel, Mariaheide, Eerde & Zijtaart Buitengebied
F
34
Veghel
A B
35
Schijndel A B
36
Sint-Oedenrode D
37
Bijlage 4 – Autoparkeernormen Gebied
Omschrijving
A B C D E
Centrum kernen Veghel en Schijndel Schil-/overloopgebied kernen Veghel en Schijndel Rest bebouwde kom kernen Veghel en Schijndel Centrum kern Sint-Oedenrode Rest bebouwde kom kern Sint-Oedenrode & bebouwde kom kernen Erp, Keldonk, Boerdonk, Wijbosch, Olland, Boskant, Nijnsel, Mariaheide, Eerde & Zijtaart Buitengebied
F
KOOPWONINGEN Functie
Gebied A Gebied B Gebied C Gebied D Gebied E Bewoners Bezoekers Bewoners Bezoekers Bewoners Bezoekers Bewoners Bezoekers Bewoners Bezoekers
Gebied F Bewoners Bezoekers
KOOP, HUIS, VRIJSTAAND Woning
1,5
0,1
1,6
0,1
1,9
0,15
1,5
0,15
2,0
0,2
2,1
0,3
1,4
0,1
1,5
0,1
1,8
0,15
1,4
0,15
1,9
0,2
1,9
0,3
1,2
0,1
1,4
0,1
1,7
0,15
1,2
0,15
1,8
0,2
1,8
0,3
Woning kleiner dan 75 m² BVO
1,0
0,1
1,1
0,1
1,3
0,15
1,0
0,15
1,3
0,2
1,3
0,3
Woning van 75 tot 100 m² BVO
1,1
0,1
1,2
0,1
1,3
0,15
1,1
0,15
1,4
0,2
1,4
0,3
Woning van 100 en groter m² BVO
1,3
0,1
1,4
0,1
1,7
0,15
1,3
0,15
1,8
0,2
1,8
0,3
KOOP, HUIS, TWEE-ONDER-EEN-KAP Woning KOOP, HUIS, TUSSEN/HOEK Woning KOOP, APPARTEMENT
38
HUURWONINGEN Functie
Gebied A Gebied B Gebied C Gebied D Gebied E Bewoners Bezoekers Bewoners Bezoekers Bewoners Bezoekers Bewoners Bezoekers Bewoners Bezoekers
Gebied F Bewoners Bezoekers
HUUR, HUIS, VRIJE SECTOR Rijwoning
1,1
0,1
1,2
0,1
1,3
0,15
1,1
0,15
1,4
0,2
1,4
0,3
1,1
0,1
1,1
0,1
1,1
0,15
1,1
0,15
1,1
0,2
1,1
0,3
Woning kleiner dan 75 m² BVO
0,6
0,1
0,7
0,1
0,9
0,15
0,6
0,15
0,9
0,2
0,9
0,3
Woning van 75 tot 100 m² BVO
0,7
0,1
0,8
0,1
1,0
0,15
0,7
0,15
1,0
0,2
1,0
0,3
Woning van 100 en groter m² BVO
1,0
0,1
1,2
0,1
1,3
0,15
1,0
0,15
1,4
0,2
1,4
0,3
Woning kleiner dan 75 m² BVO
0,5
0,1
0,5
0,1
0,8
0,15
0,5
0,15
0,8
0,2
0,8
0,3
Woning van 75 tot 100 m² BVO
0,7
0,1
0,7
0,1
0,9
0,15
0,7
0,15
0,9
0,2
0,9
0,3
Woning van 100 en groter m² BVO
0,9
0,1
0,9
0,1
1,0
0,15
0,9
0,15
1,0
0,2
1,0
0,3
0,1
0,1
0,2
0,1
0,2
0,15
0,1
0,15
0,3
0,2
0,4
0,3
HUUR, HUIS, SOCIALE HUUR Rijwoning HUUR, APPARTEMENT, VRIJE SECTOR
HUUR, APPARTEMENT, SOCIALE HUUR
OVERIGE TYPE WONINGEN Kamerverhuur, niet-zelfstandig, studenten
39
HOOFDCATEGORIE WERKEN
Eenheid
Kantoor (zonder baliefunctie)
Gebied A
Gebied B
Gebied C
Gebied D
Gebied E
Gebied F
bezoekers
per 100 m2 BVO
1,5
2,0
2,1
1,9
2,6
2,6
aandeel 5%
Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefuncties)
per balie
2,1
2,4
2,9
2,5
3,6
3,6
20%
Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats)
per 100 m2 BVO
1,5
2,0
2,4
1,6
2,4
2,4
5%
Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)
per 100 m2 BVO
0,7
0,9
1,1
0,5
1,1
1,1
5%
Bedrijfsverzamelgebouw
per 100 m2 BVO
1,3
1,6
1,9
1,4
2,0
2,0
20%
Opslagruimte (particulier)
per vestiging
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
10,0
10,0
HOOFDCATEGORIE WINKELEN EN BOODSCHAPPEN
Eenheid
Gebied A
Gebied B
Gebied C
Gebied D
Gebied E
Gebied F
bezoekers
Buurtsupermarkt
per 100 m2 BVO
1,9
2,7
3,5
2,3
4,1
n.v.t.
aandeel 89%
Fullservice-supermarkt
per 100 m2 BVO
3,4
4,4
5,2
3,9
5,9
n.v.t.
93%
Grote supermarkt (XL)
per 100 m2 BVO
6,0
6,9
7,7
6,6
8,6
n.v.t.
84%
Groothandel specialist (zoals levensmiddelen, kantoorartikelen)
per 100 m2 BVO
n.v.t.
5,7
5,9
n.v.t.
6,8
n.v.t.
80%
Groothandel algemeen
per 100 m2 BVO
n.v.t.
6,4
6,4
n.v.t.
7,1
n.v.t.
80%
Buurtwinkelcentrum en dorps(winkel)centrum
per 100 m2 BVO
3,5
n.v.t.
n.v.t.
3,6
n.v.t.
n.v.t.
72%
Wijkwinkelcentrum (klein)
per 100 m2 BVO
3,5
n.v.t.
n.v.t.
3,7
n.v.t.
n.v.t.
76%
Wijkwinkelcentrum (gemiddeld)
per 100 m2 BVO
n.v.t.
3,1
3,7
n.v.t.
4,0
n.v.t.
79%
Wijkwinkelcentrum (groot)
per 100 m2 BVO
n.v.t.
3,7
4,5
n.v.t.
4,9
n.v.t.
81%
Kringloopwinkel
per 100 m2 BVO
n.v.t.
4,4
5,1
n.v.t.
5,5
n.v.t.
89%
Bruin- en witgoedzaken
per 100 m2 BVO
n.v.t.
4,8
5,7
n.v.t.
6,1
n.v.t.
92%
Woonwarenhuis/woonwinkel
per 100 m2 BVO
0,2
0,2
0,2
0,2
0,2
n.v.t.
91%
Woonwarenhuis (zeer groot - gebaseerd op vestiging van circa 25.000 m2 BVO)
per 100 m2 BVO
n.v.t.
1,3
1,9
n.v.t.
2,0
2,3
95%
Meubelboulevard/woonboulevard
per 100 m2 BVO
4,0
5,9
7,9
4,4
8,2
9,3
93%
Winkelboulevard
per 100 m2 BVO
1,3
1,7
1,9
1,3
2,0
2,0
94%
Outletcentrum
per 100 m2 BVO
n.v.t.
n.v.t.
5,1
n.v.t.
5,2
5,2
94%
Bouwmarkt
per 100 m2 BVO
n.v.t.
2,1
2,4
n.v.t.
2,6
n.v.t.
87%
Tuincentrum (inclusief buitenruimte)
per 100 m2 BVO
n.v.t.
3,8
4,2
n.v.t.
4,5
n.v.t.
89%
Groencentrum (inclusief buitenruimte)
per 100 m2 BVO
n.v.t.
9,2
10,1
n.v.t.
10,4
10,4
89%
-
40
HOOFDCATEGORIE SPORT, CULTUUR EN ONTSPANNING
Eenheid
Gebied A
Gebied B
Gebied C
Gebied D
Gebied E
Gebied F
Cultureel centrum/ buurthuis/ wijkgebouw
bezoekers
Per 100 m2 BVO
2,0
2,0
3,0
2,0
3,0
3,0
90%
Bibliotheek
per 100 m2 BVO
0,5
0,8
1,2
0,5
1,2
1,4
97%
Museum
per 100 m2 BVO
0,6
0,8
1,1
0,6
1,1
n.v.t.
95%
Bioscoop
per 100 m2 BVO
3,2
8,0
11,1
3,2
11,2
13,7
94%
Filmtheater/filmhuis
per 100 m2 BVO
2,6
5,3
7,9
2,6
7,9
9,9
97%
Theater/schouwburg (100 zitplaatsen is 300 m2 BVO)
per 100 m2 BVO
7,4
8,0
9,8
7,4
9,8
12,0
87%
Musicaltheater (100 zitplaatsen is 840 m2 BVO)
per 100 m2 BVO
2,9
3,4
4,0
2,9
4,0
5,1
86%
Casino
per 100 m2 BVO
5,7
6,1
6,5
5,7
6,5
8,0
86%
Bowlingcentrum
per bowlingbaan
1,6
2,3
2,8
1,6
2,8
2,8
89%
Biljart-/snookercentrum
per tafel
0,9
1,2
1,4
0,9
1,4
1,8
87%
Dansstudio
per 100 m2 BVO
1,6
3,9
5,5
1,6
5,5
7,4
93%
Fitnessstudio/sportschool
per 100 m2 BVO
1,4
3,4
4,8
1,4
4,8
6,5
87%
Fitnesscentrum
per 100 m2 BVO
1,7
4,5
6,3
1,7
6,3
7,4
90%
Wellnesscentrum (thermen, kuurcentrum, beautycentrum)
per 100 m2 bassin
n.v.t.
n.v.t.
9,3
n.v.t.
9,3
10,3
99%
Sauna, hammam
per 100 m2 bassin
2,5
4,6
6,7
2,5
6,7
7,3
99%
Sporthal*
per 100 m2 BVO
1,6
2,2
2,9
1,6
2,9
3,5
96%
Sportzaal*
per 100 m2 BVO
1,2
2,0
2,8
1,2
2,9
3,6
94%
Tennishal
per 100 m2 BVO
0,3
0,4
0,5
0,3
0,5
0,5
87%
Padelhal
per 100 m2 BVO
0,4
0,5
0,7
0,4
0,7
0,7
87%
Squashhal
per 100 m2 BVO
1,6
2,4
2,7
1,6
2,7
3,2
84%
Zwembad overdekt
per 100 m2 bassin
n.v.t.
10,7
11,5
n.v.t.
11,5
13,3
97%
Zwembad openlucht
per 100 m2 bassin
n.v.t.
10,1
12,9
n.v.t.
12,9
15,8
99%
Zwemparadijs
per 100 m2 bassin
n.v.t.
n.v.t.
4,0
n.v.t.
4,0
4,0
99%
Sportveld (exclusief kantine, kleedruimte, oefenveldje en toiletten)
per hectare netto terrein
20,0
20,0
20,0
20,0
20,0
20,0
95%
Stadion
per zitplaats
0,1
0,1
0,1
n.v.t.
0,1
n.v.t.
99%
Kunstijsbaan (kleiner dan 400 meter)
per 100 m2 BVO
1,3
1,6
1,9
1,3
1,9
2,1
98%
Kunstijsbaan (400 meter)
per 100 m2 BVO
n.v.t.
2,3
2,6
n.v.t.
2,6
2,8
98%
Ski- snowboardhal (exclusief oefenpistes)
per 100 m2 sneeuw
n.v.t.
n.v.t.
2,6
n.v.t.
2,6
n.v.t.
98%
aandeel
*een sporthal is een locatie waar toernooien en (opeenvolgende) wedstrijden plaatsvinden, bij een sportzaal is dat niet het geval en gaat het bijvoorbeeld om een gymzaal zonder tribunes.
41
HOOFDCATEGORIE SPORT, CULTUUR EN ONTSPANNING
Eenheid
Gebied A
Gebied B
Gebied C
Gebied D
Gebied E
Gebied F
bezoekers
Jachthaven
per ligplaats
0,6
0,6
0,6
0,6
0,6
0,6
-
Golfoefencentrum (pitch en putt - uitgaande van circa 6 hectare)
per centrum
n.v.t.
n.v.t.
51,1
n.v.t.
51,1
56,2
93%
Golfbaan (18 holes)
per 18 holes, 60 hectare
n.v.t.
n.v.t.
96,0
n.v.t.
96,0
118,3
98%
Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), gemiddeld en kleiner
per 100 m2 BVO
3,1
3,9
4,7
3,1
4,7
5,1
97%
Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), groot
per 100 m2 BVO
3,7
4,6
5,6
3,7
5,6
6,1
98%
Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), zeer groot
per 100 m2 BVO
3,9
4,9
5,8
4,0
5,9
6,4
98%
Kinderboerderij (stadsboerderij)
per gemiddelde boerderij
3,1
3,9
4,7
3,1
4,7
5,1
97%
Manege (paardenhouderij)
per box
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,4
90%
Dierenpark
per hectare netto terrein
8,0
8,0
8,0
8,0
8,0
8,0
99%
Attractie- en pretpark
per hectare netto terrein
n.v.t.
n.v.t.
8,0
n.v.t.
8,0
8,0
99%
Volkstuin
per 10 tuinen
n.v.t.
1,3
1,4
n.v.t.
1,4
1,5
100%
Plantentuin (botanische tuin)
per gemiddelde tuin
n.v.t.
7,5
10,5
n.v.t.
10,5
13,5
99%
HOOFDCATEGORIE HORECA EN (VERBLIJFS) RECREATIE
Eenheid
Gebied A
Gebied B
Gebied C
Gebied D
Gebied E
Gebied F
bezoekers
Camping (kampeerterrein) - exclusief 10% voor gasten en bezoekers
per standplaats
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
1,2
aandeel 90%
Bungalowpark (huisjescomplex)
per bungalow
n.v.t.
n.v.t.
1,7
n.v.t.
n.v.t.
2,1
91%
1* hotel
per 10 kamers
0,4
0,8
2,4
0,4
2,5
4,5
77%
2* hotel
per 10 kamers
1,4
2,3
4,1
1,5
4,3
6,3
80%
3* hotel
per 10 kamers
2,2
3,3
5,0
2,2
5,2
6,8
77%
4* hotel
per 10 kamers
3,4
5,1
7,2
3,5
7,5
9,0
73%
5* hotel
per 10 kamers
5,3
7,9
10,6
5,5
11,0
12,6
65%
Bed & Breakfast
per kamer
1,0
1,0
1,0
1,0
1,0
1,0
100%
Cafe/bar/cafetaria
per 100 m2 BVO
5,0
5,0
6,0
6,0
7,0
n.v.t.
90%
Restaurant
per 100 m2 BVO
5,0
5,0
6,0
7,0
7,0
9,0
80%
Discotheek
per 100 m2 BVO
6,9
13,9
20,8
7,0
20,9
20,8
99%
Evenementenhal/beursgebouw/congresgebouw
per 100 m2 BVO
5,5
6,5
8,5
5,5
8,5
n.v.t.
99%
Gebied A
Gebied B
Gebied C
Gebied D
Gebied E
Gebied F
aandeel
Eenheid
bezoekers
42
HOOFDCATEGORIE GEZONDHEIDSZORG EN (SOCIALE)VOORZIENINGEN Huisartsenpraktijk(-centrum)
per behandelkamer
2,1
2,5
3,0
2,3
3,3
3,3
aandeel 57%
Apotheek
per apotheek
2,3
2,8
3,2
2,4
3,4
n.v.t.
45%
Fysiotherapiepraktijk (-centrum)
per behandelkamer
1,3
1,5
1,8
1,4
2,0
2,0
57%
Consultatiebureau
per behandelkamer
1,4
1,6
1,9
1,5
2,1
2,2
50%
Consultatiebureau voor ouderen
per behandelkamer
1,3
1,6
1,9
1,3
2,0
2,2
38%
Tandartsenpraktijk (-centrum)
per behandelkamer
1,6
2,0
2,4
1,7
2,6
2,7
47%
Gezondheidscentrum - exclusief parkeren i.r.t. apotheek indien aanwezig
per behandelkamer
1,6
1,9
2,2
1,7
2,5
2,5
55%
Ziekenhuis - exclusief bezoekers en medewerkers
per 100 m2 BVO
1,4
1,6
1,7
1,5
1,9
2,0
29%
Crematorium
n.v.t.
n.v.t.
30,1
n.v.t.
30,1
30,1
99%
n.v.t.
n.v.t.
31,6
n.v.t.
31,6
31,6
97%
Penitentiaire inrichting
per (deels) gelijktijdige plechtigheid per (deels) gelijktijdige plechtigheid per 10 cellen
1,7
2,2
3,3
1,7
3,3
3,7
37%
Religiegebouw
per zitplaats
0,2
0,2
0,2
0,2
0,2
n.v.t.
Verpleeg- en verzorgingstehuis
per wooneenheid
0,6
0,6
0,6
0,6
0,6
n.v.t.
HOOFDCATEGORIE ONDERWIJS
Eenheid
Gebied A
Gebied B
Gebied C
Gebied D
Gebied E
Gebied F
bezoekers
Kinderdagverblijf (crèche) - exclusief kiss&ride
per 100 m2 BVO
1,0
1,2
1,4
1,0
1,4
1,5
aandeel 0%
Basisonderwijs - exclusief kiss&ride
per leslokaal
0,8
0,8
0,8
0,8
0,8
0,8
48%
Middelbare school (bezoekers zijn leerlingen)
per 100 leerlingen
3,7
4,5
4,9
3,7
4,9
4,9
11%
ROC (bezoekers zijn leerlingen)
per 100 leerlingen
4,7
5,4
5,8
4,8
5,9
5,9
7%
Hogeschool (bezoekers zijn studenten)
per 100 studenten
9,3
10,0
10,7
9,4
10,9
10,9
72%
Universiteit (bezoekers zijn studenten)
per 100 studenten
13,2
15,2
16,5
13,4
16,7
16,8
68%
Avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs (bezoekers zijn studenten)
per 10 studenten
4,5
5,6
6,8
4,6
6,8
10,5
48%
Begraafplaats
60%
43
Bijlage 5 – Fietsparkeernormen In het Bouwbesluit staan de minimale eisen waaraan voldaan moet worden bij nieuwbouw of verbouwingen. Wanneer voor een gelijkwaardig (collectief) alternatief wordt gekozen, wordt het aantal aan te leggen fietsparkeerplaatsen op eigen terrein vastgesteld aan de hand van onderstaande tabellen. Deze parkeernormen zijn gebaseerd op de landelijke CROW-parkeerkencijfers bandbreedte voor de fiets, variërend tussen laag, gemiddeld en hoog. Meierijstad kiest ervoor om aan de bovenkant van de landelijke CROW-fietsparkeerkencijfers te verkiezen. Met deze fietsparkeernormen wordt het benodigde aantal fietsparkeerplaatsen bepaald waar bouwontwikkelingen in Meierijstad in moeten voorzien. Een aantal functies zijn hierop een uitzondering, waarvoor is gekozen het gemiddelde van de bandbreedte toe te passen. Dit geldt voor de functies (musical)theater/schouwburg, kantoor met/zonder baliefunctie, sportveld en basisschool (personeel).
Gebied
Omschrijving
A B C D E
Centrum kernen Veghel en Schijndel Schil-/overloopgebied kernen Veghel en Schijndel Rest bebouwde kom kernen Veghel en Schijndel Centrum kern Sint-Oedenrode Rest bebouwde kom kern Sint-Oedenrode & bebouwde kom kernen Erp, Keldonk, Boerdonk, Wijbosch, Olland, Boskant, Nijnsel, Mariaheide, Eerde & Zijtaart Buitengebied
F
HOOFDCATEGORIE WONEN
Eenheid
Aantal fietsparkeerplaatsen
Woning kleiner dan 75 m² BVO Woning van 75 tot 100 m² BVO Woning van 100 en groter m² BVO Kamerverhuur
per woning per woning per woning per kamer
Bewoners 2,0 3,0 4,0 1,0
Bezoekers 0,5 0,5 0,5 0,5
44
HOOFDCATEGORIE WERKEN
Eenheid
Kantoor (zonder baliefunctie)
per 100 m2 BVO
2,0
Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefuncties)
per balie
6,0
HOOFDCATEGORIE WINKELEN EN BOODSCHAPPEN
Eenheid
Winkel
per 100 m2 BVO
Supermarkt
per 100 m2 BVO
4,3
Bouwmarkt
per 100 m2 BVO
0,4
Tuincentrum
per 100 m2 BVO
0,4
Bibliotheek
per 100 m2 BVO
5,0
Museum
per 100 m2 BVO
1,4
Bioscoop
per 100 m2 BVO
12,0
Filmtheater/filmhuis
per 100 m2 BVO
24,0
Theater/schouwburg (100 zitplaatsen is 300 m2 BVO)
per 100 m2 BVO
24,0
Musicaltheater (100 zitplaatsen is 840 m2 BVO)
per 100 m2 BVO
24,0
Casino
per 100 m2 BVO
1,4
Bowlingcentrum
per bowlingbaan
3,9
Biljart-/snookercentrum
per tafel
3,9
Dansstudio
per 100 m2 BVO
8,5
Fitnesscentrum
per 100 m2 BVO
8,5
Sauna, hammam
per 100 m2 bassin
3,9
Sporthal*
per 100 m2 BVO
3,9
Sportzaal*
per 100 m2 BVO
6,2
Zwembad overdekt
per 100 m2 bassin
20,0
Zwembad openlucht
per 100 m2 bassin
28,0
Sportveld (exclusief kantine, kleedruimte, oefenveldje en toiletten)
per hectare netto terrein
50,0
Stadion
per 100 zitplaatsen
14,0
Aantal fietsparkeerplaatsen
Aantal fietsparkeerplaatsen (inclusief bezoekers) 4,0
*een sporthal is een locatie waar toernooien en (opeenvolgende) wedstrijden plaatsvinden, bij een sportzaal is dat niet het geval en gaat het bijvoorbeeld om een gymzaal zonder tribunes.
45
HOOFDCATEGORIE SPORT, CULTUUR EN ONTSPANNING
Eenheid
Cultureel centrum/ buurthuis/ wijkgebouw
Per 100 m2 BVO
Aantal fietsparkeerplaatsen (inclusief bezoekers) 5,0
Bibliotheek
per 100 m2 BVO
5,0
Museum
per 100 m2 BVO
1,4
Bioscoop
per 100 m2 BVO
12,0
Filmtheater/filmhuis
per 100 m2 BVO
24,0
Theater/schouwburg (100 zitplaatsen is 300 m2 BVO)
per 100 m2 BVO
24,0
Musicaltheater (100 zitplaatsen is 840 m2 BVO)
per 100 m2 BVO
24,0
Casino
per 100 m2 BVO
1,4
Bowlingcentrum
per bowlingbaan
3,9
Biljart-/snookercentrum
per tafel
3,9
Dansstudio
per 100 m2 BVO
8,5
Fitnesscentrum
per 100 m2 BVO
8,5
Sauna, hammam
per 100 m2 bassin
3,9
Sporthal
per 100 m2 BVO
3,9
Sportzaal
per 100 m2 BVO
6,2
Zwembad overdekt
per 100 m2 bassin
20,0
Zwembad openlucht
per 100 m2 bassin
28,0
Sportveld (exclusief kantine, kleedruimte, oefenveldje en toiletten)
per hectare netto terrein
50,0
Stadion
per 100 zitplaatsen
14,0
HOOFDCATEGORIE HORECA EN (VERBLIJFS) RECREATIE
Eenheid
1* hotel
per 10 kamers
(inclusief bezoekers) Maatwerk
2* hotel
per 10 kamers
Maatwerk
3* hotel
per 10 kamers
Maatwerk
4* hotel
per 10 kamers
Maatwerk
5* hotel
per 10 kamers
Maatwerk
Cafe/bar/cafetaria
per 100 m2 BVO
10,0
Restaurant (afhankelijk van type restaurant, van eenvoudig tot luxe)
per 100 m2 BVO
4,0 tot 20,0
Aantal fietsparkeerplaatsen
46
HOOFDCATEGORIE GEZONDHEIDSZORG EN (SOCIALE) VOORZIENINGEN
Eenheid
Huisartsenpraktijk(-centrum)
per behandelkamer
Apotheek
per apotheek
17,0
Fysiotherapiepraktijk (-centrum)
per behandelkamer
3,7
Tandartsenpraktijk (-centrum)
per behandelkamer
3,7
Gezondheidscentrum - exclusief parkeren i.r.t. apotheek indien aanwezig
per behandelkamer
3,7
Ziekenhuis - exclusief bezoekers en medewerkers
per 100 m2 BVO
1,4
Crematorium
8,0
Penitentiaire inrichting
per (deels) gelijktijdige plechtigheid per (deels) gelijktijdige plechtigheid per 10 cellen
Religiegebouw
per zitplaats
62,0
HOOFDCATEGORIE ONDERWIJS
Eenheid
Aantal fietsparkeerplaatsen
Basisonderwijs <250 leerlingen
per 10 leerlingen
Personeel 0,4
Leerlingen 5,0
Basisonderwijs 250-500 leerlingen
per 10 leerlingen
0,4
5,8
Basisonderwijs >500 leerlingen
per 10 leerlingen
0,4
7,2
Middelbare school (bezoekers zijn leerlingen)
per 100 leerlingen
1,1
16,0
ROC (bezoekers zijn leerlingen)
per 100 leerlingen
1,0
14,0
Hogeschool (bezoekers zijn studenten)
per 100 studenten
Maatwerk
Maatwerk
Universiteit (bezoekers zijn studenten)
per 100 studenten
Maatwerk
Maatwerk
Avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs (bezoekers zijn studenten)
per 10 studenten
Maatwerk
Maatwerk
Begraafplaats
Aantal fietsparkeerplaatsen (inclusief bezoekers) 3,7
8,0 1,4
47
Bijlage 6 – Maximaal acceptabele loopafstanden De auto- en fietsparkeerplaatsen die worden ingezet voor een bouwontwikkeling moeten op een acceptabele loopafstand liggen. Voor fietsparkeerplaatsen gelden voor héél Meierijstad dezelfde maximale loopafstanden. In gemeente Meierijstad gelden de maximale loopafstanden zoals opgenomen in onderstaande tabel: Gebied/type parkeerder
Wonen
Werken
Overige functies
Auto A
Centrum Veghel
300 meter
600 meter
300 meter
A
Centrum Schijndel
200 meter
600 meter
200 meter
B
Schil-/overloopgebied kernen Veghel en Schijndel
200 meter
300 meter
200 meter
C
Rest bebouwde kom kernen Veghel en Schijndel
150 meter
250 meter
200 meter
D
Centrum kern Sint-Oedenrode
200 meter
600 meter
200 meter
E
Rest bebouwde kom kern Sint-Oedenrode & bebouwde kom kernen Erp, Keldonk, Boerdonk, Wijbosch, Olland, Boskant, Nijnsel, Mariaheide, Eerde & Zijtaart Buitengebied
150 meter
250 meter
200 meter
100 meter
200 meter
100 meter
Vaste gebruikers
0 meter
0 meter
0 meter
Bezoekers
50 meter
50 meter
50 meter
F Fiets
De loopafstanden zijn afgeleid uit de landelijke kencijfers van het CROW. Deze maximale loopafstanden worden gemeten voor de kortste looproute over de openbare weg, dus niet hemelsbreed. Dit betreft de afstand vanaf de dichtstbijzijnde toegang van het gebouw tot aan desbetreffende parkeerplaats, parkeergarage of parkeerterrein.
48
Bijlage 7 – Aanwezigheidspercentages voor auto en fiets Met onderstaande aanwezigheidspercentages kan worden bepaald welk aandeel van de auto- en fietsparkeerplaatsen op verschillende momenten door verschillende gebruikersgroepen kunnen worden (dubbel) gebruikt. Deze aanwezigheidspercentages zijn afgeleid uit landelijke kencijfers van het CROW (publicatie 741). Functie
Werkdag
Koop-
Vrijdag
Zaterdag
Zondag
Ochtend
Middag
Avond
Nacht
Avond 1
Middag
Avond
Middag
Avond
Middag
woningen bewoners
60%
60%
90%
100%
80%
70%
70%
75%
80%
75%
woningen bezoekers
40%
50%
75%
0%
70%
60%
100%
100%
100%
90%
kantoor/bedrijven
100%
100%
5%
0%
5%
60%
60%
0%
0%
0%
commerciële dienstverlening
100%
100%
5%
0%
75%
100%
5%
0% 2
0%
0%
detailhandel
30%
60%
10%
0%
75%
60%
60%
100%
0% 3
60%
grootschalige detailhandel
30%
60%
70%
0%
80%
60%
70%
100%
0% 3
0% 4
supermarkt
50%
60%
40%
0%
80%
80%
80%
100%
40%
60%
sportfuncties binnen
50%
50%
100%
0%
100%
50%
100%
100%
100%
75%
sportfuncties buiten
25%
25%
50%
0%
50%
25%
50%
100%
25%
100%
bioscoop/theater/podium/etc.
5%
40%
50%
0%
50%
40%
100%
40%
100%
40%
sociaal medisch: arts/therapeut/consultatiebureau verpleeghuis/verzorgingstehuis
100%
100%
10%
0%
10%
75%
0%
0%
0%
0%
100%
100%
50%
25%
50%
100%
50%
100%
100%
100%
ziekenhuis: patiënten inclusief bezoekers ziekenhuismedewerkers
100%
100%
40%
5%
40%
100%
40%
40%
40%
40%
100%
100%
40%
10%
40%
100%
40%
20%
20%
20%
restaurant/café/bar/cafetaria 5
30%
40%
80%
0%
80%
60%
90%
70%
100%
40%
3 Indien ’s avonds open: 70%
dagonderwijs
100%
100%
0%
0%
0%
100%
0%
0%
0%
0%
5 Hier is sprake van richtgetallen. Maatwerk is bij
avondonderwijs
0%
0%
100%
0%
100%
0%
100%
0%
0%
0%
de verschillende typen restaurants/cafés/bars/cafetaria noodzakelijk.
1 Indien sprake van een traditionele koopavond 2 Indien op zaterdag open: 100% 4 Indien koopzondag: 100%
49
Bijlage 8 – Correctiefactor parkeerplaatsen op eigen terrein Theoretisch aantal pp
Berekening aantal pp
Enkele oprit zonder garage of carport
1
1,0
Lange oprit zonder garage of carport
2
2,0
Diepte oprit ≥ 11 meter Breedte oprit ≥ 3 meter Inrit ≤ 3,5 meter
Dubbele (brede) oprit zonder garage
2
2,0
Diepte oprit ≥ 5,5 meter Breedte oprit ≥ 5,5 meter Inrit ≤ 3,5 meter
Garage zonder oprit (bij woning)
1
0,4
1
0,5
/
Garage met enkele oprit
2
1,0
Diepte oprit ≥ 5,0 meter Breedte oprit ≥ 3 meter Inrit ≤ 3,5 meter
Garage met lange oprit
3
2,0
Diepte oprit ≥ 11 meter Breedte oprit ≥ 3 meter Inrit ≤ 3,5 meter
Garage met dubbele (brede) oprit
3
2,0
Diepte oprit ≥ 5,0 meter Breedte oprit ≥ 5,5 meter Inrit ≤ 3,5 meter
Parkeerplaatsen die deel uitmaken van een gebouwde parkeervoorziening of parkeerterrein
1
1,0
/
Type parkeervoorziening
Garage (niet bij woning)
Toelichting (maatvoering) Diepte oprit ≥ 5,5 meter Breedte oprit ≥ 3 meter Inrit ≤ 3,5 meter
/
•
Voor parkeerplaatsen op een enkele of dubbele oprit worden de ‘NEN 2443, Parkeren en stallen van personenauto's op terreinen en in parkeergarages’ & ‘ASVV 2021, Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom’ gehanteerd, afgetopt met 0,5 meter aan ‘beweegruimte’ rondom de parkeervakken (voor zaken zoals doorgang naar de voordeur of doorgang naar de garage).
•
Enkele oprit: 2,5 meter breedte parkeervak, 0,5 meter breedte ‘beweegruimte’ = totaal 3,0 meter.
•
Dubbele oprit: 2 maal 2,5 meter breedte parkeervak, 0,5 meter breedte ‘beweegruimte’ = totaal 5,5 meter.
•
Dus, per oprit wordt 1 maal de ‘beweegruimte’ ingetekend.
50
Bijlage 9 – Kwaliteitseisen fietsparkeren Het gebruik van een fietsparkeervoorziening hangt sterk af van de kwaliteit, de bruikbaarheid en het comfort van die voorziening. Ook de routing binnen de voorziening, de sociale veiligheid en de afmeting van de fietsparkeerplaatsen beïnvloeden het gebruik. De Leidraad Fietsparkeren (CROW-publicatie 741), het Besluit bouwwerken leefomgeving 2024 (artikel 4.171) en FietsParKeur gaan in op kwaliteitsrichtlijnen voor fietsenstallingen. Hierna zijn de belangrijkste kwaliteitseisen opgenomen die leidend zijn voor het ontwerp en de inrichting van fietsparkeervoorzieningen bij bouwontwikkelingen in Meierijstad: Positionering Om gebruik van de fiets te stimuleren is de fiets, ten opzichte van andere vervoersmiddelen, bij voorkeur de eerste vervoerskeuze die gebruikers tegenkomen bij vertrek en kan de fiets op de beste plek staan bij aankomst. Om fietsgebruik te stimuleren, wordt bij voorkeur de fietsparkeervoorziening dichter bij de entree geplaatst dan de parkeerplaatsen voor auto’s. Dit om het gebruik van de fiets makkelijker te maken dan het gebruik van de auto. Als dat niet mogelijk is, dan moet de fietsparkeervoorziening eenvoudig vindbaar en bereikbaar zijn voor alle gebruikers. Toegankelijkheid De belangrijkste kwaliteitseisen voor een toegankelijke fietsparkeervoorziening zijn: • • • • • • •
Vanuit de openbare ruimte is de toegang van de fietsparkeervoorziening duidelijk zichtbaar en herkenbaar. De fietsparkeervoorziening heeft bij voorkeur een voetgangersuitgang in de richting van de eindbestemming. De afstand mag maximaal circa 50 meter zijn van de fietsparkeervoorziening tot de hoofd-/ neven- /personeelsingang van de bestemmingen en/of functies waarvoor de fietsparkeervoorziening is bestemd. De toegang vanaf de weg naar een fietsparkeervoorziening op lager of hoger niveau is goed en comfortabel te gebruiken voor alle fietsen en scooters; dus ook voor zware fietsen, elektrische fietsen, scootmobielen en fietsen met afwijkende maten (kratten, brede sturen, brede banden, lange fietsen, etc.). Het hellingspercentage van een hellingbaan is maximaal 22%; een trap heeft ideaal een hellingspercentage van maximaal 18%, met een aantrede van 50 cm en een optrede van 9 cm of met een aantrede van 60 cm en een optrede van 10 cm. Naast een trap horen fietsgoten, bij voorkeur aan beide zijden. Voor een fietsparkeervoorziening waar ook scooters, bakfietsen, scootmobielen en andere zware fietsen in gestald worden kan geen trap worden toegepast. Het hellingpercentage moet zodanig zijn dat het hoogteverschil door bakfietsen, elektrische fietsen, scootmobielen en scooters zonder ondersteuning overbrugd kan worden.
Een gebruiker moet de toegang van een fietsparkeervoorziening gemakkelijk kunnen openen: automatisch, met een eenvoudig te bedienen drukknop of kaartlezer.
Inrichting en bruikbaarheid De belangrijkste kwaliteitseisen voor een goede inrichting en goed bruikbare fietsparkeervoorziening zijn: • • • •
De fietsparkeervoorziening moet logisch en overzichtelijk zijn ingedeeld. Binnen en vanuit de fietsparkeervoorziening naar de bijbehorende bestemming is een logische, snelle en eenvoudige routing. Bij voorkeur kunnen gebruikers vanuit de fietsparkeervoorziening rechtstreeks (liefst binnendoor) doorlopen naar de bestemming, zonder terug te hoeven lopen door de fietsparkeervoorziening. De sociale veiligheid wordt gewaarborgd door een overzichtelijke inrichting, goede verlichting en bij voorkeur daglichttoetreding. Als een fietsparkeervoorziening openbaar toegankelijk is kan (camera)toezicht of bewaking overwogen worden. Gebruikers moeten elkaar in de verkeersruimtes van de fietsparkeervoorziening kunnen passeren.
51
• • • • •
Stallingssystemen voor fietsen moeten voldoen aan de eisen van FietsParkeur of zijn gelijkwaardig daaraan, met een hart op hart afstand van minimaal 40 cm. De minimale vrije hoogte in een gebouwde fietsparkeervoorziening is 290 cm om dubbellaags rekken te kunnen plaatsen. Bij gebouwen voor kinderen kan dit 230 cm zijn, omdat dubbellaags rekken ongeschikt zijn voor kinderen. De hart op hart-afstand tussen twee fietsparkeerplaatsen bij een stallingssysteem op gelijk niveau is minimaal 800 mm breed. De hart op hart-afstand tussen twee fietsparkeerplaatsen bij een hoog/laag fietsparkeersysteem is minimaal 40 cm breed voor zowel onder- als bovenlaag; De gangpaden in de fietsparkeervoorziening zijn minimaal 210 cm breed en een hoofdgang is minimaal 300 cm breed, zowel voor fiets als scooter. Een parkeersysteem waarin naast standaard fietsen ook fietsen passen met veel voorkomende afwijkende maten, heeft de voorkeur. Dan passen nagenoeg alle fietsen probleemloos op elke stallingsplek, ook die met een krat, bagagedrager vóór, breed stuur, brede banden, etc. Een andere mogelijkheid is een apart parkeervak, waarin afwijkende maten fietsen op hun standaard of scootmobielen kunnen worden gestald.