Bijlage 2 - Natuurmonitoringsadvies Kragten
Tekst van het document
27
recreatie. Waterwegen zijn van cruciaal belang voor zowel het watersysteem als de natuur. Gemeente Meierijstad richt zich niet alleen op bekende waterwegen zoals de Dommel en de Aa, maar ook op andere zoals de Leijgraaf ten noordoosten van Erp, de Goorloop langs Boerdonk en Keldonk, de Beekgraaf ten noorden en noordwesten van Erp en de Molenheideloop ten noorden van Schijndel. Samen met partners in deze gebieden streeft gemeente Meierijstad naar het versterken of creëren van ecologische verbindingszones.
4.3.3
Groen in het buitengebied Bossen hebben een belangrijke rol in de lucht- en klimaatregulatie, biodiversiteit, recreatie en economische aspecten. Daarom zullen bestaande bossen behouden blijven en waar mogelijk uitgebreid worden door meer bomen te planten. Klimaatverandering en verdroging kunnen echter de samenstelling van bossen beïnvloeden. In het gebied Het Hurkske tussen Erp, Gemert en Boerdonk ziet Meierijstad kansen om het bestaande bos uit te breiden naar het westen en noorden , en ruimte te bieden voor natuurinclusieve landbouw. Dit zal het natuurgebied sterker maken. Bomen aanplanten voor nieuwe bosgebieden wordt aangemoedigd, zolang de landschaps- en natuurwaarden ter plaatse dit toelaten. Inheemse bomen die langdurig blijven staan, struikgewas en kruiden worden hierbij benadrukt . Niet alle gebieden, zoals beekdalen, oude coulisselandschappen of locaties van belang voor weidevogels , zijn geschikt voor bosontwikkeling. Gemeente Meierijstad benadrukt het behoud van natuurwaarden, zelfs als het bos gebruikt wordt voor houtproductie. Insecten spelen een cruciale rol in ons ecosysteem en verdienen onze aandacht. Naast het stoppen van het gebruik van insecticiden, streeft gemeente Meierijstad ernaar om insecten grotere leefruimtes en meer voedselbronnen te bieden .
Dit kan worden bereikt door inheemse struiken, kruiden en bloemen te bevorderen , wat bijdraagt aan een aantrekkelijk landschap en de bestuiving van gewassen ondersteunt. Het natuurbehoud en -ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door een samenwerking tussen de provincie, waterschappen, publieke en particuliere terrein beherende organisaties, boeren, tuinders en natuurliefhebbersverenigingen.
28
5
MONITORING
5.1
Het doel en nut van monitoren In de gemeente Meierijstad is veel natuur aanwezig. De gemeente beheert circa 800 hectare aan verschillende natuurtypes. Het behouden en versterken van de natuurwaarden die in deze types aanwezig zijn, is belangrijk om een gezonde en biodiverse leefomgeving te kunnen borgen voor nu en de toekomst. Naast het invullen van verschillende ambities vanuit diverse beleidsdocumenten is het belangrijk inzicht te krijgen op de invloed van het beheer van deze natuur op de kwaliteit van de aanwezige floristische waarden en fauna. Steeds vaker worden ontwikkelingen omringd door allerlei eisen en randvoorwaarden vanuit diverse klimaat- en milieuopgaven, maar ook vanuit wetgeving en vigerend beleid. Om hier op een juiste manier mee om te kunnen gaan is het voor de gemeente belangrijk om een actueel overzicht te hebben waar deze waardevolle natuur zich bevind en hoe deze zich verder ontwikkeld onder diverse beheersmaatregelen. Ook als deze niet direct beschermd worden door actuele wetgevingen. Hiervoor wordt een monitoringsmethodiek voor opgesteld. Het uiteindelijke doel van het monitoren is het inzichtelijk maken van de aanwezigheid, ontwikkelingsfasen en trends van het natuurareaal in de gemeente Meierijstad zodat goed overwogen keuzes gemaakt kunnen worden. Ook kunnen hierdoor bij ruimtelijke ontwikkelingen eventuele kansen t.b.v.
biodiversiteit vroeger herkend worden of obstakels vermeden worden doordat informatie over (beschermde) soorten op voorhand beschikbaar is binnen de gemeente. Deze informatie kan vervolgens gebruikt worden om invulling te geven aan het behouden en/of versterken van de biodiversiteit binnen gemeente Meierijstad.
5.2
Monitoringsmethodiek Omdat het om een grote gemeente gaat met veel verscheidenheid in natuur is het praktisch gezien niet haalbaar om alles in kaart te brengen en te monitoren. Daarom worden keuzes gemaakt op basis van waardevolle soorten en soortgroepen. Hierbij is het belangrijk dat de methodiek consequent kan worden toegepast en zo betrouwbaar en compleet mogelijk is. Om dit te bereiken wordt de gemeente opgedeeld in een aantal categorieën/landschapstypen. Deze landschapstypen hebben allemaal een eigen systeem met verschillende kenmerken en waarden, uniek voor dat landschapstype. We sluiten hiermee aan op de verschillende typen zoals deze ook in hoofdstuk 2 en in de natuur en landschapsvisie Meierijstad zijn beschreven namelijk: De oude en jonge ontginningen, de beekdalen, de verschillende bos- en natuurgebieden (leembossen en bossen op leemarme zandgrond) en het stedelijk groen. De contouren van deze landschapstypen zijn afgezet tegenover alle waarnemingen uit de NDFF. Hierdoor ontstaat een beeld van huidige waarden binnen specifieke gebieden. Aanvullend is het op deze wijze ook mogelijk om indicatorsoorten te aan te wijze voor het landschapstype. Deze indicatorsoorten zeggen iets over de potentie voor andere natuurwaarden. De resultaten van deze vergelijking tussen de NDFF gegevens en de contouren van de verschillende landschapstypen zijn te lezen in hoofdstuk 2.
Vervolgens is per landschapstype een apart monitoringsadvies opgesteld waarin rekening wordt gehouden met de daarin voorkomende belangrijke waarden, soorten en potenties. Dit kan dus betekenen dat er voor iedere gebiedsindeling een ander soort toe te passen methodiek wordt voorgesteld. Het gaat hier om structurele en cyclische monitoring binnen de gehele gemeente Meierijstad, geordend per gebiedsindeling. Project specifieke monitoring staat hier los van en is buiten beschouwing gelaten.
29
5.2.1
Te monitoren soorten Per landschapstypering is niet alleen gekeken naar de huidige aanwezige natuurwaarden en de potentie om deze waarden te vergroten. Het is het belangrijk om te monitoren op soorten die belangrijk zijn voor deze specifieke omgeving, maar minstens net zo belangrijk om actief te werken naar het ontwikkelen van de juiste omstandigheden voor soorten om zich te vestigen. De soorten die per landschapstypering als relevant worden aangemerkt zijn weergegeven in onderstaande tabel. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen gidssoorten en indicatorsoorten. Voor gidssoorten geldt, dat zij aansprekend en goed herkenbaar zijn en daarnaast symbool staan voor een breed scala aan andere soorten. Van maatregelen die ten goede komen aan gidssoorten wordt verondersteld dat deze ook positief doorwerken voor veel andere soorten. Indicatorsoorten daarentegen zijn veelal gevoelige of kritische soorten, waarvan de aanwezigheid of afwezigheid ons aanwijzingen geeft over de toestand van hun leefomgeving. Bij de selectie van onderstaande tabel met relevante soorten per landschapstype zijn de volgende criteria gehanteerd: Soorten moeten voorkomen binnen de grenzen van de gemeente Meierijstad of redelijkerwijs op korte termijn verwacht kunnen worden. Soorten moeten relevant zijn in het kader van ruimtelijke ontwikkeling of beheer en onderhoud.
Er is gekozen voor een compacte lijst van goed zichtbare en herkenbare soorten. Soorten met een grotendeels verborgen leefwijze, zoals vissen en kleine zoogdieren zijn daarom niet meegenomen in dit overzicht. Hetzelfde geldt voor diverse nacht-actieve soorten (nachtvlinders, vleermuizen etc.). Van soortgroepen waarvan veel verschillende soorten voorkomen (o.a. vogels, ongewervelden en vaatplanten) zijn slechts een beperkt aantal relevante soorten weergegeven. In een enkel geval is er gekozen om zeer zeldzame plaatsgebonden soorten in de lijst op te nemen (zoals bijv. het Oranje-blauw zwemmend geraamte, waarvoor de leembossen in de Geelders één van de belangrijkste vindplaatsen van Nederland vormen). Van deze soorten is het leefgebied binnen de gemeente Meierijstad van dermate belang dat inzicht in de populatieontwikkeling van deze soorten gewenst is. In enkele gevallen is ervoor gekozen om ook minder goed waarneembare soorten op te nemen in de lijst, aangezien deze wel zeer geschikte indicatorsoorten zijn (bijv. enkele paddenstoelensoorten i.r.t. de boskwaliteit). De in de tabel per soort aangekruiste landschapstypen tonen het belangrijkste landschapstype waar de soort gevonden wordt, deze zijn echter niet limitatief. In sommige gevallen wordt de soort in een veelvoud aan landschapstypen aangetroffen en zijn dus meerdere landschapstypen aangekruist.
30
Tabel 3. Gids- en indicatorsoorten o.b.v. NDFF en landschapstype Landschapstypen Gidssoort/indicatorsoort
Soortgroep
Nederlandse naam
Gidssoort Gidssoort Gidssoort Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort Gidssoort Gidssoort Indicatorsoort Gidssoort Gidssoort Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort Gidssoort Gidssoort Gidssoort Indicatorsoort Gidssoort Gidssoort Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort Gidssoort
Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen Zoogdieren, grondgebonden Zoogdieren, grondgebonden Zoogdieren, grondgebonden Zoogdieren, grondgebonden Zoogdieren, grondgebonden Zoogdieren, grondgebonden Zoogdieren, grondgebonden Zoogdieren, grondgebonden Zoogdieren, grondgebonden Zoogdieren, grondgebonden Zoogdieren, grondgebonden Reptielen Reptielen Amfibieën Amfibieën Amfibieën
Huismus Gierzwaluw Merel Steenuil Kerkuil Torenvlak Boomvalk Patrijs Geelgors Veldleeuwerik Kwartel Blauwborst Grote bonte specht Bosuil Waterral Wielewaal Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Watervleermuis Egel Eekhoorn Boommarter Bunzing Bever Steenmarter Vos Ree Das Konijn Haas Levendbarende hagedis Hazelworm Alpenwatersalamander Kamsalamander Kleine watersalamander
Stedelijke Beschermingscategorie omgeving Vogelrichtlijn x Vogelrichtlijn x Vogelrichtlijn x Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn Habitatrichtlijn x Habitatrichtlijn Habitatrichtlijn Overige soorten x Overige soorten x Overige soorten Overige soorten Habitatrichtlijn Overige soorten x Overige soorten Overige soorten Overige soorten Overige soorten Overige soorten Overige soorten Overige soorten Overige soorten Habitatrichtlijn Overige soorten x
Ontginningen
Beekdalen
Natuur- en bosgebieden
Opmerking Gebouwbewonend Gebouwbewonend
x x x x x x x x
x x
x x x x x x x x x x x
31
Gebouwbewonend x
x x x
x
x x x x
x x
x
x x
x x
x x
x x x x
Gebouwbewonend
x x x x x x x x x x
x x x x x x x x x
Landschapstypen Gidssoort/indicatorsoort
Soortgroep
Nederlandse naam
Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort Gidssoort Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort Gidssoort Indicatorsoort Gidssoort Gidssoort Gidssoort Gidssoort Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort Gidssoort Gidssoort Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort
Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Ongewervelden Ongewervelden Ongewervelden Ongewervelden Ongewervelden Ongewervelden Ongewervelden Ongewervelden Ongewervelden Ongewervelden Ongewervelden Ongewervelden Ongewervelden Ongewervelden Ongewervelden Ongewervelden Ongewervelden Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Paddenstoelen
Knoflookpad Poelkikker Heikikker Rugstreeppad Teunisbloempijlstaart Gevlekte witsnuitlibel Vermiljoenkever Sierlijke witsnuitlibel Kleine ijsvogelvlinder Speerwaterjuffer Iepenpage Grote vos Grote weerschijnvlinder Koninginnepage Beekrombout Kleine parelmoervlinder Oranje zandoogje Bruin blauwtje Moerassprinkhaan Gentiaanblauwtje Oranje-blauw zwemmend geraamte Kruipend moerasscherm Drijvende waterweegbree Teer guichelheil Blauwe knoop Stijf havikskruid Schermhavikskruid Kamgras Grote keverorchis Zwartblauwe rapunzel Eenbes Knikkend nagelkruid Gulden boterbloem Viltroos Fladderiep Hanenkam
Stedelijke Beschermingscategorie omgeving Habitatrichtlijn Habitatrichtlijn Habitatrichtlijn Habitatrichtlijn x Habitatrichtlijn x Habitatrichtlijn Habitatrichtlijn Habitatrichtlijn Overige soorten Overige soorten Overige soorten Overige soorten Overige soorten
Ontginningen
Beekdalen
x x x x x
x x x x x x
Natuur- en bosgebieden x x x x x
Opmerking
x x x x x x x
Overige soorten Overige soorten Overige soorten Overige soorten
x x x x
x x x x
Habitatrichtlijn Habitatrichtlijn
x x x
32
x x x x x x x x x x x
x x x x x x
x x x x x x x x x x x x x
Leembossen
Graslanden Leembossen Leembossen Leembossen Leembossen Leembossen Leembossen Leembossen
Landschapstypen Gidssoort/indicatorsoort
Soortgroep
Nederlandse naam
Indicatorsoort Indicatorsoort Indicatorsoort
Paddenstoelen Paddenstoelen Paddenstoelen
Zwavelmelkzwam Regenboogrussula Smakelijke russula
Stedelijke Beschermingscategorie omgeving
Ontginningen
Beekdalen
Om het totaal te monitoren soorten overzichtelijk en werkbaar te houden zijn per landschapstype 2 indicator/gidssoorten gekozen die iets zeggen over de ecologische kwaliteit of potentie van het landschapstype. Deze soorten hebben een zodanige positie in het ecologisch systeem dat zij representatief zijn voor een scala aan andere soorten die bij het landschapstype horen. Dit maakt het mogelijk om op relatief efficiënte wijze gebruik te maken van beschikbare middelen doordat er maar op een selecte groep soorten geconcentreerd hoeft te worden. De soorten die zijn uitgezocht zijn soorten waarvoor ook handelingsperspectief bestaat ter verbetering van de leefomgeving. Hierdoor kan op termijn daadwerkelijk richting gegeven worden aan doelen of ambities wanneer het monitoren informatie oplevert. De gekozen soorten per landschapstype zijn: Stedelijke omgeving: Huismus Egel Ontginningen: Patrijs Haas (of kruidensoort uit bermbeheerplan) Beekdalen: Kamsalamander Lange ereprijs Natuur- en bosgebieden – bossen op leemarme zandgrond: Kastanjeboleet Bosuil Natuur- en bosgebieden - Leembossen: Gulden boterbloem Eenbes De keuze voor deze soorten wordt nader toegelicht in hoofdstuk 6
33
Natuur- en bosgebieden x x x
Opmerking
6
SCENARIO’S
6.1
Prioritering en ambitieniveaus (scenario’s) Het is belangrijk helder te hebben wat de prioriteiten zijn per deelgebied om te bepalen welk scenario kan worden ingezet voor het optimaal haalbare resultaat op dat moment. Dit kan op verschillende manieren benaderd worden, maar de eerste en minimale prioriteit is het voldoen aan vigerende wetgeving met betrekking tot de natuurwaarden. Alle andere zaken zoals het beter in kaart brengen van bestaande waarden, invullen van hiaten in bekende data en toewerken naar bepaalde doelen zijn voor de gemeente zeer waardevol, maar niet wettelijk verplicht. Wanneer dit is bereikt kan worden gekeken naar extra aandacht voor de gebieden en het behalen van verdere ambities. De prioritering kan grofweg in drie scenario’s worden opgedeeld: 1. Het minimale scenario waarin alleen wordt gewerkt met regels vanuit de Wet natuurbescherming (omgevingswet), gericht op een beperkt aantal wettelijk beschermde soorten, die relevant zijn in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen en beheer binnen de gemeente Meierijstad. Samenwerking met externe partijen beperkt zich tot een minimum. Door deze soorten te monitoren kan aangetoond worden hoe de stand van beschermde soorten, en soorten die als belangrijk worden gezien, zich ontwikkeld en of verdere actie ondernomen dient te worden.
In scenario 1 wordt voornamelijk gebruik gemaakt van reeds beschikbare (NDFF) data en uit bestaande en al lopende inventarisaties. 2. Het minimale scenario met toevoeging van een extra slag op basis van, vanuit de gemeente, bestaande ambities die niet wettelijk verplicht zijn te behalen. Dit kan bijvoorbeeld gaan over kwalitatieve natuurverbetering in speciale aandachtsgebieden vanuit de gemeente. Wat deze extra inspanning is kan per landschapstype of doelsoort verschillen. Monitoring in het tweede scenario richt zich op wettelijk beschermde soorten aangevuld met enkele indicatorsoorten voor goede natuurontwikkeling. Ondersteuning van externe partijen is mogelijk tijdens het monitoren en kan, waar mogelijk, gebruikt worden om invulling te geven aan gaten in kennis van specifieke gebieden. 3. Maximale inzet van inspanning en investering. Dit omvat alle bovenstaande zaken en gaat meer over het behalen van lange termijn ambities met het actief volledig maken van de “witte vlekken qua natuurgegevens. Samenwerking met externe partijen focust zich tot die specifieke aandachtsgebieden van de gemeente waarvan aanvullende natuurgegevens gewenst zijn. Tevens wordt samenwerking met externe partijen voor het monitoren van natuurgegevens actief gestimuleerd en zoveel mogelijk ingezet om aanvullende gegevens te verzamelen voor de locaties waar geen of weinig gegevens bekend zijn.
Afhankelijk van de beschikbare middelen en ambities op dat moment kan per gebied overwogen worden welk scenario wordt ingezet. Er kan ook overwogen worden om gefaseerd te werken waar begonnen wordt met de minimale wettelijke inspanning om vervolgens periodiek te toetsen hoe de stand is en of het mogelijk is extra te investeren. Gezien het aantal variaties die mogelijk zijn zal dit een dynamisch proces zijn. Scenario 2 biedt netto de meeste winst ten opzichte van de vereiste inspanningen. Scenario 3 levert de meeste data op, maar kost ook aanzienlijk meer middelen en inzet (zie ook tabel x Multi-criteria analyse). In de volgende onderdelen wordt het scenario verder uitgewerkt.
34
6.2
Derde partijen In een grote gemeente waar meerdere partijen opereren in het natuurdomein kan het waardevol zijn om een beroep te doen op elkaars kennis en kunde. Deze partijen, vaak stichtingen of organisaties, hebben specifieke kennis in huis over het onderwerp waar zij interesse voor hebben. Het opzoeken van samenwerking tussen deze partijen en de gemeente kan nieuwe mogelijkheden bieden in de vorm van de acquisitie van plaatsgebonden data, maar ook in de vorm van participatie. Een voorbeeld kan bijvoorbeeld zijn dat de monitoring in een bepaald gebied wordt gedaan, of kan worden ondersteund door een natuurwerkgroep die de kennis over dit gebied en de doelsoorten al in huis heeft. Hierdoor kan efficiënt en binnen een vertrouwde omgeving gewerkt worden. Om hier goede overwegingen in te kunnen maken is het belangrijk om inzichtelijk te hebben welke verschillende partijen aanwezig zijn binnen de gemeente Meierijstad en zich met monitoring van natuurwaarden bezig houden. Hieronder is een overzicht opgesteld van aanwezige partijen met de bijbehorende kennis of specialisaties. Tabel 4. Organisaties actief binnen de gemeente Meierijstad die natuurinformatie verzamelen Organisatie Natuurwerkgroep Eerdse Bergen
Type organisatie Lokale natuurorganisatie
Opmerking Lid PNLM
ARK Natuurontwikkeling
Natuurorganisatie
IVN St Oedenrode IVN Veghel Brabants landschap Staatsbosbeheer
Lokale natuurorganisatie Lokale natuurorganisatie Terreinbeherende organisatie Terreinbeherende organisatie
In het Dommeldal, de Geelders en elders in het Groene Woud Lid PNLM Lid PNLM O.a Dommeldal O.a. Geelders, Wijboschbroek Vressels bos en Groene woud
Brabantse Milieufederatie Natuur en Milieucentrum Schijndel Vleermuiswerkgroep Noord-Brabant
Natuurorganisatie Lokale natuurorganisatie Natuurorganisatie
Waterschap de Dommel Waterschap Aa en Maas FLORON
Overheidsorgaan m.b.t. waterbeheer Overheidsorgaan m.b.t. waterbeheer Organisatie voor verspreidingsonderzoek wilde planten in Nederland Organisatie voor verspreidingsonderzoek reptielen, amfibieën en vissen in Nederland Organisatie voor verspreidingsonderzoek vogels Organisatie voor onderzoek naar zoogdieren in Nederland Organisatie voor verspreidingsonderzoek vlinders, nachtvlinders en libellen in Nederland Vereniging voor mossen- en korstmossenonderzoek in Nederland Lokale natuurorganisatie o.a. Sint Oedenrode, Boerdonk, Schijndel Bosgroep Zuid Nederland
RAVON
SOVON Zoogdiervereniging Vlinderstichting
BLWG Roois Landschap Weidevogelgroepen Broedvogelgroep
Incl. Uilenwerkgroep, lid PNLM Gemeente is lid van het netwerk vleermuis en steenmarter KRW-monitoring KRW-monitoring
o.a. project Knoflookpad
Lid PNLM Lid PNLM Broedvogelkartering in ‘t Hurske
35
Van een deel van bovenstaande partijen is bekend dat zij actief monitoring van soortgroepen verzorgen in verschillende meetprogramma’s of meetnetten. Deze zijn in onderstaande tabel opgenomen. Van elk meetnet is aangegeven wat de moeilijkheidsgraad van de monitoringsmethode is (is er veel of weinig voorkennis nodig). Voor alle deze monitoringsmethoden geldt dat ze slecht steeds een klein deel van de gemeente worden uitgevoerd. Tabel 5. Reeds bestaande monitoringsprogramma’s en meetnetten, toepasbaar binnen de gemeente Meierijstad zoals opgenomen in Netwerk Ecologische Monitoring (https://www.netwerkecologischemonitoring.nl/) Soortgroep Amfibieën
Bestaande meetnetten Meetprogramma amfibieën
Organisatie RAVON
Monitorin g door: Vrijwilligers
Moeilijkheidsgraa d (*, **, ***) **
Flora
Het Nieuwe Strepen
FLORON
Vrijwilligers
***
Flora
Witte gebieden
FLORON
Vrijwilligers
***
Flora
Nectarindex
FLORON
Vrijwilligers
**
Gebieden met weinig waarnemingen Bermen
Korstmossen
Meetnet Korstmossen
BLWG
Vrijwilligers
***
Stuifzandgebieden
Libellen
Landelijk Meetprogramma Libellen Meetnet bospaddenstoelen
Vlinderstichting
Vrijwilligers
**
NMV
Vrijwilligers
***
Bosgebieden: Hanenkam (Cantharellus cibarius), Zwavelmelkzwam (Lactarius chrysorrheus), Regenboogrussula (Russula cyanoxantha), Smakelijke russula (Russula vesca)
Reptielen
Meetprogramma reptielen
RAVON
Vrijwilligers
**
Momenteel niet actief binnen gemeente Meierijstad
Vlinders
Landelijk Meetprogramma Vlinders Meetprogramma Nachtvlinders Broedvogelmonitoringproject (BMP) Kolonievogels
Vlinderstichting
Vrijwilligers
**
Vlinderstichting
Vrijwilligers
**
SOVON
Vrijwilligers
***
SOVON
Vrijwilligers
*
Koloniebroeders: Aalscholver, Blauwe Reiger, Purperreiger, Grote en Kleine Zilverreiger, Lepelaar, Zwartkopmeeuw, Kokmeeuw, Stormmeeuw, Zilvermeeuw, Kleine Mantelmeeuw, Pontische Meeuw, Grote Stern, Visdief, Noordse Stern, Dwergstern, Zwarte Stern, Oeverzwaluw, Huiszwaluw en Roek
SOVON
Vrijwilligers
**
Broedvogels in agrarisch gebied
SOVON
Vrijwilligers
**
Broedvogels in stedelijk gebied
IVN
Vrijwilligers
**
Weidevogels en akkervogels in het buitengebied In het wild levende vogels en het behoud en beheer van natuur en landschap in Midden-Brabant Monitoring in ‘t Hurske
Paddenstoele n
Vlinders Vogels Vogels
Vogels Vogels Vogels
Meetnet Agrarische Soorten (MAS) Meetnet Urbane Soorten (MUS) Weidevogelwerkgroep
Opmerkingen
Vogels
Vogelwerkgroep MiddenBrabant
IVN
Vrijwilligers
***
Vogels
Broedvogelkartering
Vrijwilligers
**
Zoogdieren
Meetprogramma Zoldertellingen Vleermuizen Meetprogramma Vleermuis Transecttellingen Meetprogramma Dagactieve Zoogdieren
Bosgroep Zuid Nederland Zoogdierverenigin g Zoogdierverenigin g Zoogdierverenigin g
Vrijwilligers
*
Vrijwilligers
**
Kerken binnen de gemeente Meierijstad Zeer beperkt
Vrijwilligers
*
Gecombineerd met BMP (SOVON)
Zoogdieren Zoogdieren
36
6.3
Matrixtabel Om de verschillende scenario’s tegen elkaar af te kunnen wegen zijn een aantal criteria opgesteld waarop de scenario’s kunnen scoren. In deze criteria zijn zowel positieve gevolgen, als mogelijke negatieve gevolgen meegenomen. De criteria die hiervoor worden gebruikt zijn:
Algemene natuurinformatie verkrijgen; Invulling ‘’witte vlekken’’; Inzicht verkrijgen m.b.t. ruimtelijke ontwikkelingen en beheer; Invulling geven aan gemeentelijke ambities; Kosten van de monitoring; Benodigde inspanning van de gemeente voor samenwerking met derden; Bijkomende risico’s en onzekerheden
Hieronder wordt kort toegelicht wat bedoeld wordt met de criteria en op welke wijze er een bijdrage wordt geleverd op deze punten: Algemene natuurinformatie verkrijgen Door te monitoren wordt invulling gegeven aan het verzamelen van algemene natuurinformatie binnen de gemeente Meierijstad. Dit gaat over diverse zaken als het voorkomen van bepaalde soortgroepen in bepaalde gebieden, doelen indicatorsoorten, soortenstanden en bijbehorende trends. Deze data kan vervolgens gebruikt worden om te bepalen hoe het gesteld is met de natuur in de gemeente. Ook kunnen acties worden gekoppeld aan deze kennis om, waar nodig, bij te sturen. Invulling ‘’witte vlekken’’ Door actief te monitoren op locaties waar nog weinig waarnemingen bekend zijn kunnen de gaten in aanwezige data worden gevuld. Hierdoor krijgt de gemeente beter inzicht in de voorkomende soorten binnen specifieke locaties. Met name in de ontginningslandschappen die nu veelal in agrarisch gebruik zijn, is weinig bekend. Door deze vlekken in te vullen kan een gemeentebreed en minder gefragmenteerd beeld ontstaan van de natuurwaarden binnen gemeente Meierijstad. Inzicht verkrijgen m.b.t. ruimtelijke ontwikkelingen en beheer De data die door het monitoren verzameld wordt kan gebruikt worden om toekomstige ontwikkelingen en beheersmaatregelen beter af te stemmen.
Door de data te gebruiken die verkregen is door het monitoren kan als het ware een efficiëntieslag gemaakt worden op toekomstige werkzaamheden. Zo kun je bijvoorbeeld aan de voorzijde van een proces al een overweging maken welk gebied beter geschikt is voor een specifieke ontwikkeling als je weet welke soorten waar aanwezig zijn, zonder dat hier extra onderzoeken voor nodig zijn. Invulling geven aan gemeentelijke ambities Door te monitoren kan ondersteunende data worden verzameld. Deze data kan gebruikt worden om aan te tonen dat specifieke maatregelen en ontwikkelingen bijdragen aan de gemeentelijke ambities van gemeente Meierijstad. Met het aantonen dat gemeentelijke ambities gehaald worden kan draagvlak en mogelijk meer budget worden vrijgemaakt voor vergelijkbare projecten. Kosten van de monitoring Monitoren kost geld. Afhankelijk van de werkzaamheden en de intensiteit van de werkzaamheden kunnen verschillen ontstaan in het benodigde budget. Het beschikbare budget is veelal doorslaggevend voor beleidskeuzes omdat zonder budget geen werkzaamheden gestart kunnen worden.
Benodigde inspanning van gemeente voor samenwerking met derden Het samenwerken met derde partijen is een manier om werkzaamheden uit te besteden en kennis te verzamelen die mogelijk al bekend is bij organisaties en verenigingen binnen gemeente Meierijstad. Echter vergt samenwerking met
37
derde partijen ook input vanuit de gemeente. De mate waarin samengewerkt wordt en de hoeveelheid organisaties die betrokken zijn, hebben invloed op de inspanning die vanuit te gemeente wordt gevraagd. De intensiteit van samenwerking kan grofweg worden vertaald naar de drie scenario’s:
Bijkomende risico’s en onzekerheden De verschillende ambitieniveaus in de scenario’s brengen ook andere risico’s en onzekerheden met zich mee. Scenario 3 is bijvoorbeeld het scenario waarin het meest wordt bereikt, maar vraagt ook meer inspanning, samenwerking en investeringsbudget. Aan al deze processen hangen risico’s. Een samenwerking met een derde partij kan bijvoorbeeld moeizaam verlopen of zelfs stuklopen tijdens het proces, het politieke landschap kan veranderen waardoor de koers gewijzigd wordt en veel investeringen in zowel tijd, relaties en geld verloren gaan.
6.3.1
Multi-criteria analyse Alle criteria hebben vervolgens een weegfactor gekregen op basis van hoe belangrijk zij worden geacht (tabel 6). Zo heeft het criterium ‘’kosten’’ bijvoorbeeld weegfactor 2 gekregen. Zonder geld kan het proces immers niet worden uitgevoerd, al zijn de bedoelingen nog zo goed. Het doel van gemeente Meierijstad is uiteindelijk het verzamelen van data m.b.t. de natuurwaarden en inzichten krijgen in de waarden die nog niet bekend zijn. Daarom krijgen de criteria ‘’algemene natuurinformatie’’ en ‘’invulling witte vlekken’’ ook weegfactor 2. Extra inzichten die gebruikt kunnen worden voor ruimtelijke ontwikkeling en beheer zijn een mooie extra, maar niet het doel. Daarom is hier weegfactor 1 aan gegeven. Hetzelfde geldt voor “Inspanning samenwerking derden” en “Risico’s & onzekerheid”. Om de invloed per scenario op ieder criterium uit te drukken is gebruik gemaakt van een systeem met plussen en minnen. Hierdoor kan uitgedrukt worden of een scenario geen, een positieve, negatieve of een zeer positieve of negatieve invloed heeft zonder dat dit concreet in getallen uitgedrukt hoeft te worden. ++ + -/+ --
= zeer positieve invloed = positieve invloed = geen noemenswaardige invloed = negatieve invloed = zeer negatieve invloed
Tabel 6. Ranking scenario’s Multi-criteria analyse Criteria
Weegfactor Scenario 1
Scenario 2 Scenario 3
Algemene natuurinformatie
2
-/+
+
++
Invulling "witte vlekken"
2
-/+
+
++
Inzicht m.b.t. ruimtelijke ontwikkeling & beheer
1
-/+
+
++
Kosten monitoring
2
-/+
-/+
--
Inspanning gemeente bij samenwerking derden
1
-/+
-
--
Risico's & onzekerheid
1
-
-
--
3
1
2
Ranking
In onderstaande tabel is deze ranking vertaald naar een numerieke score en voorzien van een toelichting.
38
Tabel 7. Score scenario’s per criterium plus toelichting Criteria
Scenario 1
Scenario 2
Toelichting
Scenario 3
Algemene natuurinformatie
0
1
2
Invulling "witte vlekken"
0
1
2
Inzicht m.b.t. ruimtelijke ontwikkeling & beheer
0
1
2
Kosten monitoring
0
0
-2
Inspanning gemeente bij samenwerking derden
0
-1
-2
Risico's & onzekerheid
-1
-1
-2
Score
-1
1
0
Op te halen natuurinformatie t.b.v. biodiversiteit en trends van aandachtssoorten neemt toe bij verdergaande scenario’s. Bij verdergaande scenario’s kunnen meer “witte vlekken” qua natuurinformatie binnen de gemeente gevuld worden. Bij verdergaande scenario’s heeft de gemeente meer zicht op risico’s voor natuurwaarden bij ruimtelijke ontwikkeling en beheer. De kosten van de monitoring nemen sterk toe bij verdergaande scenario’s. Scenario 1 en 2 kunnen worden uitgevoerd binnen het budget dat de gemeente hiervoor beschikbaar heeft. In scenario 3 overstijgen de kosten voor de monitoring dit budget substantieel. In verdergaande scenario’s zijn er meer contactmomenten omdat met meer partijen samengewerkt wordt. De benodigde inspanning voor de gemeente neemt hiermee toe. Scenario 1 heeft risico’s t.a.v. de hoeveelheid natuurinformatie die wordt opgehaald, mogelijk is dit onvoldoende. Scenario 2 heeft risico’s t.a.v. omgang met derde partijen, kwaliteit van uitgevoerd onderzoek etc. In scenario 3 zijn de risico’s en onzekerheden als gevolg van de samenwerking met derden veruit het grootst.
Tabel 8. Multi-criteria analyse incl. weegfactor Criteria Algemene natuurinformatie
Weegfactor Scenario 1 2
0
Scenario 2 Scenario 3 2
4
Invulling "witte vlekken"
2
0
2
4
Inzicht m.b.t. ruimtelijke ontwikkeling & beheer
1
0
1
2
Kosten monitoring
2
0
0
-4
Inspanning gemeente bij samenwerking derden
1
0
-1
-2
Risico's & onzekerheid
1
-1
-1
-2
-1
3
2
Score
Door de scenario’s op deze manier een score toe te kennen wordt duidelijk dat scenario 2 het meeste oplevert, relatief aan de inspanning die geleverd moet worden om de resultaten te bereiken. Scenario 3 heeft duidelijke voordelen tegenover scenario 2, maar parallel aan de voordelen stijgen ook de kosten en bijbehorende risico’s. Scenario 1 heeft weliswaar lage kosten en minste inspanning t.a.v. samenwerking met derden en risico’s, maar geeft onvoldoende invulling aan de informatiebehoefte van de gemeente. Scenario 2 geniet in dit geval dan ook de voorkeur.
39
6.4
Gidssoorten per landschapstype in het voorkeursscenario Per landschapstypering worden twee indicator/gidssoorten aangewezen om gemonitord te worden. Deze soorten zeggen iets over de algemene (natuur)kwaliteit van de landschappen en kunnen na het analyseren van de gegevens inzichten bieden in het al dan niet voorkomen van andere soorten. Om de data op lange termijn zo valide mogelijk te houden kan worden gewerkt met enkele kilometerhokken of vaste transecten per landschapstype. Hierdoor is een duidelijke 0-meting aanwezig (start van monitoring of reeds beschikbare data op locatie). Door ieder jaar op dezelfde wijze en in hetzelfde kilometerhok te monitoren kunnen biodiversiteittrends per locatie inzichtelijk worden gemaakt. In totaal zijn 10 soorten aangewezen als geschikte soorten om te monitoren: Stedelijke omgeving: Voor de stedelijke omgeving zijn de soorten huismus en egel gekozen. Huismus De huismus is een broedvogel (rode lijst soort) met een voorkomen in zowel landelijke als de dorpse en stedelijke omgeving. De huismus geeft een voorkeur aan menselijke omgevingen vanwege de afwisselende schuilmogelijkheden zoals schuren, weilanden, bebouwing, struiken/tuinen en de afwezigheid van grote bomen of bosschages.
De aan- of afwezigheid van huismus zegt iets over de verblijfsmogelijkheden en voedselbeschikbaarheid voor meerdere soorten die van dezelfde leefomgeving gebruik maken. Zoals bebouwing met oude pannendaken, toegang tot nest- en verblijfslocaties bij woningrenovatie, huidig groenbeheer (meer of minder onkruid- en insectenrijke vegetaties door maaibeleid) en verstening van tuinen (minder groen om te schuilen). Egel De egel is een zoogdier dat in bijna alle landschappen voorkomt. Egels komen veel voor in dorpse en stedelijke omgevingen zolang er maar genoeg schuilplaatsen aanwezig zijn. Egels zijn nachtactief en slapen overdag in struiken, mos, bladeren of takkenhopen. Van grofweg november tot mei zijn egels in winterslaap en dus minder goed waarneembaar. De aan- of afwezigheid van egel zegt iets over de kwaliteit van de stedelijke omgeving. Zo duidt grote aanwezigheid van egel op voldoende voedselaanbod (insecten, slakken, eieren, bessen). Ook zegt dit iets over de hoeveelheid aanwezige schuilplekken in de vorm van groen (tuinen, bosranden, bermen, bos en struweel). De afname van egel kan duiden op slechte kwaliteit van bovengenoemde elementen. Ontginningen: Voor de ontginningen zijn de soorten patrijs en haas gekozen. Patrijs De patrijs is een broedvogel (rode lijst soort) met een voorkomen in een landelijke en veelal agrarische omgeving.
De patrijs geeft een voorkeur aan wisselend open-gesloten en kleinschalige landschappen (houtwallen, akkers, weiden, bloemrijke dijken, hagen en ruigteranden). De aan- of afwezigheid van patrijs zegt iets over de verblijfsmogelijkheden en voedselbeschikbaarheid voor meerdere soorten die gebruik maken van dezelfde leefomgeving. De aan- of afwezigheid van patrijs kan duiden op kwalitatieve kenmerken van de omgeving zoals insecten- en kruidenrijke gewasmengsels (ruige overhoekjes en maaibeheer van perceelsranden), die tevens in de winter blijven staan t.b.v. wintervoedselbeschikbaarheid, het gebruik van bestrijdingsmiddelen bij akkerbouw, en de kwaliteit van landschapselementen zoals houtwallen, hagen, bosschages en ruigtes. Haas De haas is een veelvoorkomend zoogdier binnen de groep haasachtigen. Hazen zijn overwegend nacht- en schemeractief in het landelijke gebied en zijn net als egels overdag minder goed waarneembaar. Hazen maken geen
40
gebruik van holen zoals konijnen dat wel doen, maar rusten in legers (kuilen) die zij zelf maken in ruigte, graslanden, onder hagen, in bosranden, in houtwallen en windkeringen. De aan- of afwezigheid van haas zegt iets over de kwaliteit van landelijke omgeving. Zo duidt grote aanwezigheid van haas op voldoende voedselaanbod. Hazen hebben een herbivoor dieet en eten een mix van grassen, kruiden en akkerbouwproducten zoals granen, klaver en aardappelen. Hazen leven het grootse deel van hun leven solitair en een hoge populatie hazen kan wijzen op een veelvoud aan schuil en rustmogelijkheden (kleine landschapselementen, ruigte en graslanden) die ook door andere soorten worden gebruikt. Beekdalen: Voor de beekdalen zijn de soorten kamsalamander en lange ereprijs gekozen. kamsalamander De kamsalamander is een watersalamander (rode lijst soort) met een voorkomen in een landelijke omgeving met voortplantingswater in directe nabijheid. De kamsalamander geeft een voorkeur aan wisselend open-gesloten en kleinschalige landschappen (houtwallen, akkers, weiden, bloemrijke dijken, hagen en ruigteranden) met voortplantingsplantingswater dichtbij. Voortplantingswateren bestaan uit stilstaand water met goed ontwikkelde onderwatervegetatie zoals voedselrijke poelen.
De landschappen waar de kamsalamander graag verblijft zijn voornamelijk te treffen langs grote rivieren, landgoederen en in beekdalen. Het is mogelijk om de soort, waar de bodem geschikte omstandigheden heeft, aan te treffen in kleiputten en kolken. De aan- of afwezigheid van kamsalamander zegt iets over de verblijfsmogelijkheden en voedselbeschikbaarheid voor meerdere soorten die gebruik maken van dezelfde voorzieningen. De aan- of afwezigheid van kamsalamander kan duiden op de (water)kwalitatieve staat van kenmerken in de omgeving zoals poelen, vijvers en mesotrofe leemputten of vennen. Daarnaast duidt de aanwezigheid op voldoende structuurvariatie in de directe omgeving van de voortplantingswateren dat tevens geschikt is als landhabitat. Van deze structuurvariatie profiteren ook veel andere soorten. Lange ereprijs Lange ereprijs is een plant van grofweg 60-120cm hoog met een blauwe aarvormige bloemen welke langs rivieren, greppels, beken, kanalen en sloten groeit. Wanneer vochtig genoeg, groeit de lange ereprijs ook in ruig grasland, bermen en langs spoorwegen. De plant is relatief zeldzaam, maar wel typerend voor het Dommeldal in gemeente Meierijstad. Het wel-of-niet voorkomen van lange ereprijs kan duiding geven over de bodemkwaliteit en eventuele verstoring van de groeiplaats.
Lange ereprijs houdt van een matig voedselrijke en neutrale tot zwak zure zandgrond zonder een overschot aan nutriënten. Wanneer de plant uit kan groeien en tot bloei komt betekent dit dat op de groeiplaats nog geen verruiging heeft plaatsgevonden. In deze successiefase van de begroeiing is een hogere biodiversiteit aanwezig. Natuur- en bosgebieden – bossen op leemarme zandgrond: Voor natuur- en bosgebieden zijn de soorten kastanjeboleet en bosuil gekozen om te monitoren. Bosuil De bosuil is een broedvogel met een voorkomen in bosrijke omgevingen. De bosuil geeft een voorkeur aan bosrijke omgevingen met gemengde loofbossen of productiebossen met voldoende structuurvariatie (dood hout, diversiteit in boomsoorten en open loofbos). De bosuil komt ook voor in woonwijken met een hoog aandeel groen en oude bomen en op boerenerven in het buitengebied. De aan- of afwezigheid van bosuil zegt iets over de verblijfsmogelijkheden en voedselmogelijkheden voor meerdere soorten die van dezelfde voorzieningen gebruik maken. Zoals een divers (loof)bos met voldoende structuurvariatie, rust en aanwezigheid van voldoende voedsel (kleine zoogdieren, amfibieën, kevers en regenwormen.
41
Kastanjeboleet De kastanjeboleet is een paddenstoel met een herkenbare warmbruine hoed die glad is van textuur. Bij vochtige omstandigheden of regen gaat deze duidelijk glanzen. De soort komt voor in diverse loof- en naaldbossen op zandgronden. De soort groeit als boombegeleider en stoort zich nauwelijks aan dikke strooisellagen op de bodem. Sinds de jaren 70 vertoont de soort een dalende trend in waarnemingen en is het herstel van deze soort nog niet waarneembaar. De kastanjeboleet is een soort die in symbiose leeft met de boom waar deze onder groeit. De ondergrondse schimmel en boomwortels leveren mineralen en suikers aan elkaar. Aanwezigheid van kastanjeboleet kan duiding geven over de mate waarin het bos en dan met name de bomen zijn ontwikkeld. Natuur- en bosgebieden - Leembossen: Gulden boterbloem De gulden boterbloem is een relatief zeldzaam voorkomende vaatplant die op vochtige en voedselrijke bodems voorkomt. Vaak groeit de plant in bossen en beekdalen, maar de gulden boterbloem komt ook voor op uiterwaarden, langs slootkanten, rabatten of langs dijken. Door bemesting en inspoeling van nutriënten gecombineerd met toegenomen beweidingsdruk is gulden boterbloem in Nederland achteruit gegaan. Aanwezigheid van de gulden boterbloem duidt op een functioneel leembos met een gezonde bodem en waterhuishouding waar meerdere soorten van meeprofiteren.
Eenbes Eenbes is een zeldzame inheemse plant welke in oude loofbossen met een vochtige bodem voorkomt. De plant wordt ongeveer 30cm hoog en het is een van de eerste soorten in het bos welke tot bloei komt. De bloem verspreid een sterke aasgeur en trekt dan vooral vliegen aan. In Noord-Brabant komt de plant met name nog sporadisch voor in loofbossen in de omgeving van de Dommel en ten zuiden van Breda. De aanwezigheid van eenbes is zeer typerend voor deze omgeving en daarmee van regionaal belang.
6.5
Budget Planmatig monitoren kost geld. Het budget dat gemeente Meierijstad beschikbaar heeft gesteld voor het monitoren is 50.000 euro per jaar van 2025 tot en met 2027. Vanwege nieuwe gemeenteraadsverkiezingen is het mogelijk dat hier na 2027 veranderingen in komen. Afhankelijk van de uitkomst hiervan is het mogelijk dat de politieke oriëntatie verandert. Hierdoor kan het budget, dat beschikbaar is, dan hoger of lager worden. Omdat het onmogelijk is om in de toekomst te kijken zijn de verschillende scenario’s ook bedacht met verschillen in inspanning en kosten. Bij een lager bedrag kan bijvoorbeeld gekeken worden om gebruik te maken van het minimale scenario, scenario 1. Bij een hoger bedrag kunnen meer ambities ingevuld worden zoals in scenario 3. Voor het voorkeurscenario, scenario 2, zijn de kosten van de verschillende te monitoren gids-/icoonsoorten in beeld gebracht. Hiervoor is hoofdzakelijk uitgegaan van de inzet van marktpartijen en bijbehorende marktconforme uurtarieven. Voor een aantal specifieke soorten is de inzet van vrijwilligersnetwerken voorzien. Dit overzicht is weergegeven in bijlage B3.
42
7
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
7.1
Conclusies -
-
-
-
-
-
-
-
-
Gemeente Meierijstad kent een duidelijke onderverdeling in verschillende landschappen met ieder een eigen karakter. Binnen de gemeente Meierijstad bestaan grote verschillen tussen de landschappen op het gebied van waargenomen soorten, waarbij in het ontginningslandschap de minste soorten zijn waargenomen terwijl dit qua oppervlakte het grootste landschapstype vormt. Elk landschapstype kent eigen gids- en indicatorsoorten en specifieke waarden. Door deze als onderlegger te gebruiken voor de monitoringsmethodiek kan afgebakend worden wat waar belangrijk is. Op deze manier kan gewerkt worden naar een gebiedspecifieke aanpak. Gemeente Meierijstad staat niet alleen voor de opgave om natuurwaarden in kaart te brengen en te monitoren. Er zijn diverse organisaties aanwezig binnen de gemeente die hier op eigen initiatief mee bezig zijn. Vaak gespecialiseerd in één soort of soortgroep. Samenwerking met deze partijen kan waardevol zijn. Wel dient opgemerkt te worden dat de diverse organisaties die zich inzetten voor natuur binnen de gemeente Meierijstad veelal gebruik maken van de inzet van vrijwilligers. De inzet van vrijwilligers kent van zichzelf een vrijblijvend karakter en gebruik van gestandaardiseerde methodieken zijn geen garantie. Gestandaardiseerde monitoringsmethodieken vragen een vooraf vastgesteld niveau van inspanning en kennis.
Het toepassen van gestandaardiseerde monitoringsmethodieken is hierdoor voor vrijwilligers en derde partijen vaak niet haalbaar. Dit betekent dat de gemeente een overweging moet maken in enerzijds een minder budget intensieve manier van monitoring, welke niet gestandaardiseerd en minder betrouwbaar is, of anderzijds een gestandaardiseerde monitoring met bijbehorende arbeidsintensiviteit en kosten. Ook geldt dat de diverse organisaties veelal op lokaal niveau actief zijn of zeer specifiek onderzoek doen naar 1 of enkele soortgroepen. Dit leidt ertoe dat met de informatie die mogelijk vanuit deze organisaties verkregen kan worden, geen gebiedsdekkend beeld ontstaat van de natuurwaarde in de gemeente Meierijstad. De beschikbare NDFF-data omvat zowel waarnemingen van individuele waarnemers als gegevens van monitoringsprogramma’s en meetnetten. Enkel de gegevens afkomstig uit deze monitoringsprogramma’s en meetnetten, waarbij gegevens volgens een vast protocol worden ingewonnen, zijn bruikbaar voor een eventuele trendanalyse over de tijd. Door het toenemend aantal waarnemers over de tijd, door ontwikkeling van o.a.
de smartphone, zorgt het gebruik van gegevens van individuele waarnemers voor een vertekend beeld van de werkelijkheid (meerdere waarnemers kunnen zelfde individu vastleggen waardoor het lijkt alsof er hogere aantallen aanwezig zijn dan in werkelijkheid het geval) ook een vergelijking met historische gegevens wordt bemoeilijkt doordat het aantal waarnemers over de afgelopen jaren sterk groeit. De resultaten van het monitoren kunnen implicaties hebben voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen of het beheer van gebieden. Door het monitoren van soorten kan vroegtijdig nieuwvestiging van soorten worden vastgesteld. Deze informatie is relevant voor ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Ook kan verzamelde data input zijn voor afwegingen m.b.t. toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen zodat aan de voorkant al rekening gehouden wordt met eventuele bijzondere soorten. Dit kan gezien worden als een vorm van risicoinschatting of beheersing. Het kostenoverzicht in bijlage 1 bevat de kolom ‘monitoring’, hierin staat per soort beknopt beschreven hoe de monitoring uitgevoerd dient te worden.
43
7.2
Aanbevelingen -
-
-
-
-
Tijdens het monitoren zullen zich situaties voordoen waar verschillende werkzaamheden plaatsvinden binnen hetzelfde gebied. Door deze slim te combineren kunnen ‘quick wins’ behaald worden. Zo kan tijdens structurele inspecties voor bomen tegelijkertijd gecontroleerd worden op holen zodat deze bekend zijn en in een database komen van de gemeente. Door dit in te bouwen in bestaande werkzaamheden binnen gemeente Meierijstad hoeft in specifieke gevallen geen gebruik te worden gemaakt van een afzonderlijke manier van monitoring. Gezien de bestaande ambities van gemeente Meierijstad, het beschikbare budget en aanwezige groenwaarden binnen de gemeente. Wordt aanbevolen om scenario 2 als voorkeurscenario te kiezen. Het budget van 50.000 euro per jaar is gelet op de informatievraag laag. Er wordt aanbevolen om nadrukkelijk de samenwerking aan te gaan met derde partijen om de informatie op gestructureerde wijze te verzamelen. Aanvullend wordt de gemeente aangeraden de samenwerking met derde partijen, zoals vrijwilligersorganisaties of private natuurbeheerders, vooral toe te spitsten om specifieke gebieden die voor de gemeente van bijzonder belang zijn. Hierbij valt te denken aan bos-en natuurgebieden en de stedelijke omgeving aangevuld met locaties waar de gemeente grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen verwacht.
Informatiedeling met deze partijen kan kennis vergroten over soorten binnen gebieden die van groot belang voor gemeente Meierijstad, maar niet in eigendom of beheer zijn van de gemeente zelf. Om kosten verder te drukken kan overwogen worden om het advies jaarlijks te monitoren bij te stellen naar 2 á 3-jaarlijks monitoren. Hierdoor wordt nog steeds data verzameld op de lange termijn, maar hoeft niet jaarlijks geïnvesteerd te worden in het monitoringsproces. Dit introduceert wel het risico dat jaar-op-jaar variatie in de data slechter te onderscheiden is. Het monitoringsproces is iets wat dynamisch is en ook bijgesteld kan worden wanneer zaken tegenvallen of meevallen. Als samenwerkingen moeizaam verlopen, het budget bijgesteld wordt naar beneden of de kosten veel hoger uitvallen dan eerder gedacht kan men van scenario 2 terugvallen naar scenario 1. Tegelijkertijd kan ook opgeschaald worden naar scenario 3 bij meevallers.
44
8
REFERENTIES www.netwerkecologischemonitoring.nl Kennisdocument Basiskwaliteit Natuur, 2024 www.vogelbescherming.nl www.ravon.nl www.vlinderstichting.nl www.zoogdiervereniging.nl Nationale Databank Flora en Fauna, Data export gedaan op: 18-07-2024
45
BIJLAGEN
B1-1
aa
al
to t
m Ko
n Ko
s te
n
Re
s te
is t i
ee n
jd
oc rl pe
l
ig
ie at
ed e n s te Ko
Aa
nt al
Pe
in
rio
ee nh
de
to ta a g
on de pe rr
sp a In
ni ng an
in sp
n ne Pe
rso
nn
en nd ro
on
rr
nt al Aa
pe
nh ei d Ee
tv o ui gd oo Be
de
e nd er e
r in on i to M
nd La
g
ap sc h
t or So
n
l
pa
rt i j
p. p.
B1 KOSTENOVERZICHT SCENARIO 2
Huismus
Stedelijke omgeving
Egel
Stedelijke omgeving
Patrijs
Ontginningen
Haas
Ontginningen
Kamsalamander
Beekdalen
Lange ereprijs
Beekdalen
Bosuil Kastanjeboleet
Bossen op leemarme zandgrond Bossen op leemarme zandgrond
Gulden boterbloem
Leembossen
Eenbes
Leembossen
Conform Meetnet Urbane Soorten (MUS): gebruik van punttellingen; telduur van vijf minuten per telpunt; per telgebied tussen 8 en 12 telpunten, drie keer per seizoen; Vrijwilligersnetwerk telperioden: 1-30 april, 15 mei-15 juni en 15 juni-15 juli; marktpartij tellingen uitvoeren tussen een half uur vóór zonsopkomst en twee uur daarna, inwoners dan wel tussen 19.00 u en zonsondergang; alle individuele vogels registreren. Burgerparticipatie via enquete, Citizen science. Inwoners Tuintelling.nl Jaarlijkse patrijzentelling uitvoeren in aangewezen gebied om lokale populatie te meten. Uitvoeren in de periode januari tm maart. Gebruik maken van lijntransectmethode waarbij langs vaste lijnen de roep Vrijwilligersnetwerk van een mannelijke patrijs afgespeeld wordt en de reacties waargenomen. 1 marktpartij teller per lijn. Minimaal drie avond- of ochtendtellingen per gebied. Tellingen kunnen 's ochtends van 1,5 uur voor zonsopgang of 's avonds 0,5 tot 1 uur na zonsondergang plaatsvinden. Jaarlijkse hazentelling uitvoeren na het jachtseizoen, maar voor het begin van vegetatiegroei op landbouwgrond. Meestal tussen januari en februari. Minimaal 2 tellingen uitvoeren. Tellingen moeten minstens 1,5u na zonsondergang beginnen, in de eerste helft van de nacht wanneer hazen het Vrijwilligersnetwerk meest actief zijn. Een telling mag niet langer dan 3 uur duren.
Gebruik marktpartij maken van lijntransectmethode. Iedere lijn heeft een lengte van 800-1500m . Lijnen moeten tenminste 400meter uit elkaar liggen. lijn afrijden met auto op lage snelheid. Een telteam bestaat uit minstens twee personen. Environmental-DNA (eDNA) onderzoek Vast volume bemonsteren op meerdere punten in de poel. Filter in het Vrijwilligersnetwerk laboratorium laten onderzoeken op aanwezigheid van kamsalamander. marktpartij Uitvoeren in meest actieve periode (februari-juni) Potentieel geschikte gebieden (langs rivieren, greppels, beken, kanalen en Vrijwilligersnetwerk sloten Uitvoeren in bloeiperiode (piek tussen juni en augustus). Telling van marktpartij kilometerhokken Jaarlijkse vogeltelling in de periode januari. Conform BMP methodiek. 2 Vrijwilligersnetwerk bezoeken. op gehoor en op zicht marktpartij Potentieel geschikte gebieden. Uitvoeren in periode juli - oktober. Telling van Vrijwilligersnetwerk kilometerhokken Potentieel geschikte gebieden (lLeembossen) Uitvoeren in bloeiperiode (piek Vrijwilligersnetwerk rond april/mei). Telling van kilometerhokken marktpartij Potentieel geschikte gebieden (lLeembossen) Uitvoeren in bloeiperiode (piek Vrijwilligersnetwerk rond april/mei). Telling van kilometerhokken marktpartij
Telgebied
3
1
1,5
4,5
April t/m juli
Eigen achteruin
1
1
1
1
September
Transect
3
1
1,5
4,5
Januari t/m maart
Transect
2
2
3
12
Voortplantin 1 gswater
1
3
km-hok
1
1
km-hok
2
€
495
€
330
€
-
€
8.250
€
-
€
-
€
5.000
€
5.000
5
€
495
€
330
€
-
€
4.125
Januari t/m februari
5
€
1.320
€
220
€
-
€
7.700
3
Maart t/m augustus
5
€
330
€
110
€
1.000
€
3.200
6
6
Juni t/m augustus
5
€
660
€
110
€
-
€
3.850
1
2
4
10
€
440
€
220
€
-
€
6.600
km-hok
1
1
6
6
5
€
-
€
-
€
2.000
€
2.000
km-hok
1
1
6
6
April - Mei
5
€
660
€
110
€
-
€
3.850
km-hok
1
1
6
6
April - Mei
5
€
660
€
110
€
-
€
3.850
€
48.425
Totaal
B1-1
Februari t/m juni Juli t/m oktober
10
B2 VERSPREIDINGSKAARTEN NATUURGEGEVENS
B2-1
Afbeelding 13. Natuurwaarnemingen zoogdieren in de gemeente Meierijstad over de periode 2018-2023 (bron: Nationale Database Flora en Fauna (NDFF))
B2-1
Afbeelding 14. Natuurwaarnemingen vogels in de gemeente Meierijstad over de periode 2018-2023 (bron: Nationale Database Flora en Fauna (NDFF))
B2-2
Afbeelding 15. Natuurwaarnemingen reptielen, amfibieën en vissen in de gemeente Meierijstad over de periode 2018-2023 (bron: Nationale Database Flora en Fauna (NDFF))
B2-3
Afbeelding 16. Natuurwaarnemingen ongewervelden in de gemeente Meierijstad over de periode 2018-2023 (bron: Nationale Database Flora en Fauna (NDFF))
B2-4
Afbeelding 17. Natuurwaarnemingen vaatplanten in de gemeente Meierijstad over de periode 2018-2023 (bron: Nationale Database Flora en Fauna (NDFF))
B2-5
Afbeelding 18. Natuurwaarnemingen mossen, korstmossen en paddenstoelen in de gemeente Meierijstad over de periode 2018-2023 (bron: Nationale Database Flora en Fauna (NDFF))
B2-6