CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2: Ecologische quickscan - Den Dubbelen 4

Raadsvergadering 2 maart 2023, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied, herziening Den Dubbelen 4 Eerde'10.771 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De kapschuur en schuilstal worden in de minst kwetsbare periode van de steenuil gesloopt. Als er ook rekening gehouden wordt met het broedseizoen van de holenduif in de kapschuur betekent dat de sloop vanaf november tot en met januari kan plaatsvinden. Om te borgen dat er in de juiste periode wordt gesloopt mag hier alleen mee worden aangevangen na schriftelijke toestemming van de uilenwerkgroep of Natuurlink. 3. De duur van de sloop wordt zo kort mogelijk gehouden om de duur van de verstoring zoveel mogelijk te beperken. Hierop wordt de inzet van mensen en materieel afgestemd. 4. De intensiteit van de sloop dient wat betreft geluid zoveel mogelijk beperkt te worden. Er wordt alleen materiaal ingezet waarbij pieken in geluidsintensiteit worden voorkomen. Er mogen bijvoorbeeld geen 34

boorhamers worden ingezet. Daarnaast moet een shovel bijvoorbeeld niet op volle toeren slopen maar moet er met beleid worden gesloopt. Dit geldt dan met name voor de sloop van de schuilstal. 5. De sloop van de loods vindt plaats op een ander moment dan de sloop van de kapschuur en de schuilstal. Dit om te voorkomen dat aan beide zijden van het perceel gelijktijdig (zelfde dag) verstoring plaatsvindt. 6. Er wordt een landschapsontwikkelingsplan opgesteld waarin specifieke maatregelen worden uitgewerkt om het leefgebied van de steenuil te verbeteren. Deze maatregelen zijn in dit rapport uitgewerkt. Als de hiervoor beschreven maatregelen worden uitgevoerd dan verwacht zowel de uilenwerkgroep als Natuurlink dat de tijdelijke verstoring niet zal leiden tot het verlaten van de nestlocaties. Er worden daarom geen negatieve effecten verwacht op steenuil. Door het verbeteren van het habitat wordt ook op lange termijn gegarandeerd dat de steenuil hier kan blijven broeden.

Als de sloop plaats vindt buiten de kwetsbare periode (september tot maart) dan worden negatieve effecten op marterachtigen uitgesloten. Aangezien de sloop tussen november en februari moet worden uitgevoerd voor de steenuil zal dit het geval zijn. Zorgplicht Voor soorten die zijn vrijgesteld, geldt wel de zorgplicht. Dit betekent dat er maatregelen moeten worden genomen om negatieve effecten zoveel mogelijk te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken. Let daarom continue op aanwezige individuen binnen het werkterrein (denk aan algemeen voorkomende amfibieën en zoogdieren) en verplaats deze naar een vergelijkbare, veilige plek buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden.

Gebiedsbescherming Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Er worden geen negatieve effecten verwacht op soorten die zijn beschermd onder het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn. Een overtreding van de verbodsbepalingen onder dit beschermingsregime is daarom niet aan de orde.

Beschermingsregime ‘andere soorten’ Er wordt een aantal soorten verwacht die beschermd zijn onder het beschermingsregime ‘andere soorten’. De meeste van de te verwachten soorten zijn echter vrijgesteld volgens de Verordening natuurbescherming Noord-Brabant. Een overtreding van de verbodsbepalingen onder dit beschermingsregime is daarom niet aan de orde.

Op basis van de gegevens uit de ‘Handreiking woningbouw en AERIUS’ en de afstand van het plangebied tot beschermde natura 2000-gebieden en de voorgenomen werkzaamheden kan met zekerheid worden gesteld dat er geen significant negatief effect is te verwachten op de instandhoudingsdoelstellingen van de natura 2000-gebieden. De ruimtelijke ontwikkeling vindt plaats in het deel niet binnen het NNN valt, waardoor het hiervoor genoemde toetsingskader niet van toepassing is. Op deel dat wel binnen de NNN vindt natuurontwikkeling plaats waardoor het NNN versterkt zal worden. De ingreep heeft ook geen invloed op belangrijke waterparels.

Vaste rust- en verblijfplaatsen van bunzing (Mustela putorius), wezel (Mustela nivalis) en steenmarter (Martes foina) kunnen wel in de gebouwen worden uitgesloten, maar niet in de groenstructuren op het terrein. Mochten hier verblijfplaatsen aanwezig zijn dan zullen deze niet fysiek worden vernietigd door de voorgenomen werkzaamheden. Er kan wel mogelijk sprake zijn van verstoring. 35

9

Gebruikte bronnen

BIJ12. (2017 versie 1.0). Kennisdocument Steenuil Athene Noctua. Opgehaald van Kennisdocumenten Soorten – Natuurbescherming: https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-019-Kennisdocument-Steenuil1.0.pdf BIJ12. (2017, versie 1.0). Kennisdocument Huismus passer domesticus. Opgehaald van Kennisdocumenten Soorten – Natuurbescherming. Bouwens, S. (2017). Handreiking kleine marterachtigen in relatie tot soortbescherming - Provincie Noord-Brabant. Zoogdiervereniging. Diepenbeek, A. (1999). Veldgids dierensporen (2007 ed.). Zeist: KNNV Uitgeverij. Henkens, R., Jochem, R., Jonkers, D., de Molenaar, J., Pouwels, R., Reijnen, M., . . . de Vries, S. (2003). Verkenning van het effect van recreatie op broedvogels - literatuurstudie en koppeling modellen FORVISITS en LARCH (Werkdocument / Planbureau-werk in uitvoering; No. 2003/29). Wageningen: Natuurplanbureau. Opgehaald van https://edepot.wur.nl/41665

Websites www.bij12.nl www.vleermuis.net www.waarneming.nl www.zoogdiervereniging.nl www.floron.nl www.sovon.nl www.ravon.nl www.vlinderstichting.nl www.eis-nederland.nl www.verspreidingsatlas.nl www.zoogdieratlas.nl www.nederlandsesoorten.nl www.wetten.overheid.nl www.ndff.nl/overdendff/validatie/protocollen www.atlasleefomgeving.nl https://calculator.aerius.nl https://cdr.eionet.europa.eu/nl/eu/art17 (nationale rapportage Habitatrichtlijn 2019) https://cdr.eionet.europa.eu/nl/eu/art12 (nationale rapportage Vogelrichtlijn 2019)

Kleijn, D. (2008). Effecten van geluid op wilde soorten - implicaties voor soorten betrokken bij de aanwijzing van natura 2000 gebieden. Wageningen: Alterra. Krijgsveld, K., Smits, R., & Winden, J. v. (2008). Verstoringsgevoeligheid van vogels - Update literatuurstudie naar de reacties van vogels. Vogelbescherming nederland. Lenne, V. d., & Hoofd, M. (2018, 06 26). Onderzoek soortbescherming en asbest dak vervanging. Goor: Eelerwoude. Nauta, R., & Pot, A. (2019). Het prentenboek. Uitgeverij EXTRA. Netwerk Groene Bureaus, werkgroep 'Standaarden en protocollen'. (Juli 2017). Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming. Opgehaald van www.netwerkgroenebureaus.nl Rijksoverheid. (2020). Handreiking woningbouw en AERIUS. Twisk, P., Van Diepenbeek, A., & Bekker, J. (2010). Veldgids Europese zoogdieren. KNNV Uitgeverij.

36

Bijlage 1 Verordening natuurbescherming Noord-Brabant (ruimtelijke ingrepen) In de tabel 9 zijn de soorten te vinden die in Noord-Brabant zijn vrijgesteld bij ruimtelijke ingrepen. Tabel 6. Bijlage 3 behorende bij de Verordening natuurbescherming Noord-Brabant. Soorten als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder a

Nederlandse naam Zoogdieren Aardmuis Bosmuis Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis Haas Huisspitsmuis Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Woelrat Amfibieën Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker Middelste groene kikker

Wetenschappelijke naam Microtus agrestis Apodemus sylvaticus Micromys minutus Sorex minutus Erinaceus europaeus Sorex araneus Lepus europeus Crocidura russula Oryctolagus cuniculus Pitymys subterraneus Capreolus capreolus Clethrionomys glareolus Sorex coronatus Microtus arvalis Vulpes vulpes Arvicola terrestris Rana temporaria Bufo bufo Triturus vulgaris Rana ridibunda Rana esculenta

37

Bijlage 2 Jaarrond beschermde nesten

Soort Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw Kerkuil Oehoe Ooievaar Raaf Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Torenvalk Wespendief Zeearend Zwarte specht Zwarte wouw Blauwe reiger Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Draaihals Gekraagde roodstaart

Categorie NL Limburg 3 2 4 3 3 2 4 4 2 2 3 2 4 3 2 2 2 2 3 1 3 1 3 2 4 3 4 3 2 1 3 2 4 4 1 1 4 3 4 3 4 3 4 4 3 5 4 5 5 5 5 4 5

Figuur 33. Overzicht categorieën jaarrond beschermde vogelnesten. Bij de groen gemarkeerde soorten is er jurisprudentie die aangeeft dat nesten in de praktijk niet jaarrond gebruikt worden.

Categorie Soort

NL

Glanskop Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Grutto IJsvogel Kleine bonte specht Kortsnavelboomkruiper Middelste bonte specht Oeverzwaluw Ringmus Spreeuw Tapuit Tureluur Veldleeuwerik Wulp Zomertortel Zwarte mees Zwarte roodstaart Rode wouw Bijeneter grauwe klauwier Kramsvogel Kwartelkoning Paapje Roerdomp Spotvogel Visdief

5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5

Limburg

Nesten die het hele jaar door zijn beschermd Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van art 3.1 Wnb het gehele seizoen:

4 4

Categorie 1: Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats.

4 4

Categorie 2: Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.

4 4

Categorie 3: Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.

1 1 1 1 2 2 2 2 2

Categorie 4: Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. In de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ worden de volgende soorten aangegeven als categorie 5. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5: Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over 38 voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.

Bijlage 3 Handreiking woningbouw en AERIUS

Figuur 34. Indicatieve depositie (mol/ha/jaar) als functie van de afstand tussen de woningen en het natuurgebied. Op basis van deze gegevens mag worden verwacht dat bij een afstand van 14,5 kilometer en sloop van enkele gebouwen de stikstofdepositie niet significant is. Op 15 oktober 2020 is Aerius geactualiseerd. Het betreft een jaarlijkse actualisatie van de rekenmethodiek. Het kan daardoor voorkomen dat de afstanden in de ‘Handreiking woningbouw en Aerius’, niet meer overeenkomen. Het ministerie van BZK bekijkt op dit moment of nader onderzoek noodzakelijk is. Bron: Handreiking woningbouw en AERIUS

39

Bijlage 4 Mogelijk te verwachten beschermde soorten Wnb Hieronder volgt een overzicht van waargenomen beschermde soorten binnen een straal van 10 km van het plangebied. Met de indicatie ‘mogelijk te verwachten’ wordt een beoordeeld of de soort een mogelijke vaste rust- en of verblijfplaats heeft binnen de invloedsfeer van de ingreep.

40

41

42

43

44

45

46

47

48

49

50

51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=38463427-0940-45d7-8c90-71700192a7ad