Bijlage 2. concept beschikking
Tekst van het document
69
BIJLAGE 1: METINGEN
Wijze van meten en meetmethodiek: 1. Er wordt periodiek gemeten of aan de emissiegrenswaarden wordt voldaan. 2.
Op het verrichten van een periodieke meting of parallelmeting zijn de volgende normen van toepassing: a.
voor zuurstof: NEN-EN 14789;
b.
voor totaal stof: NEN-EN 13284-1;
c.
voor stikstofoxiden: NEN-EN 14792;
d.
voor zwaveldioxide: NEN-EN 14791; en
e.
voor onverbrande koolwaterstoffen: NEN-EN 12619.
3.
Op het verrichten van emissiemetingen van stoffen is NEN-EN 15259 van toepassing.
4.
Een meting bestaat uit drie deelmetingen van ten minste vijftien minuten en ten hoogste een half uur. Dit geldt niet als een langere bemonsteringstijd voortvloeit uit de meetmethode of de wijze van bemonsteren.
5.
Het resultaat van de meting zijn de gevalideerde meetresultaten. Dat zijn de meetresultaten van de deelmetingen, verminderd met de aangetoonde meetonzekerheid, die niet meer is dan het percentage van de emissiegrenswaarde, bedoeld in tabel 1.
Meetonzekerheid: 1.
Het bevoegd gezag bepaalt de meetonzekerheid op basis van de 95%betrouwbaarheidsinterval van individuele waarnemingen. Bij het bepalen van de meetonzekerheid wordt het gemiddelde van de deelmetingen gecorrigeerd voor het aantal deelmetingen. De meetonzekerheid wordt berekend als percentage van de grenswaarde.
2.
Voor de onderstaande elementen bedraagt de maximale meetonzekerheid als percentage van de emissiegrenswaarde niet meer dan de in tabel opgenomen percentages.
Tabel 3
Elementen
Meetonzekerheid (%)
SO2
20
NOx
20
Stof
30
totaal stof (stofklasse S)
30
Overige componenten
40
Debiet
20
70
BEGRIPPENLIJST Voor de begrippen die niet in deze lijst zijn opgenomen refereren wij naar de definities zoals die zijn opgenomen in de geldende wet- en regelgeving (zoals de Omgevingswet, het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Besluit bouwwerken leefomgeving, de Omgevingsregeling, de Wet veiligheidsregio’s, etc.)
Begrip
Definitie
Considerans BBT
Beste beschikbare technieken
BREF
BBT Referentie document. Een in Europees verband vastgesteld document waarin de BBT worden beschreven die specifiek zijn voor een bepaalde branche of activiteit
E-PRTR
European Pollutant Release and Transfer Register
ILT
Inspectie Leefomgeving en Transport
IPLO
Informatiepunt Leefomgeving
IPPC
Integrated Pollution Prevention and Control
ISO 14001
Milieumanagementsystemen - Eisen met richtlijnen voor gebruik, 2015
ISO 14051
Milieumanagementsystemen - Kostentoerekening van materiaalstromen - Algemeen raamwerk, 2011
MER
Milieueffectrapport
MJV
Milieujaarverslag
Onderneming
Een bedrijfseconomische definitie van een of meerdere vestigingen behorende tot een en dezelfde onderneming. Hoeft niet plaatsgebonden te zijn bij bijvoorbeeld een concern met een hoofdvestiging en een of meerdere nevenvestigingen
OP
Omgevingsplan
PRTR
Zie E-PRTR
REACH-verordening
REACH staat voor: Registratie, Evaluatie, Autorisatie en beperking van Chemische stoffen. REACH stelt beperkingen aan het gebruik van stoffen wanneer negatieve effecten ervan op mens en/of milieu bekend zijn, 18 december 2006.
RVO
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland is een uitvoerende dienst van het Nederlandse ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
Afvalwater en waterbesparing
71
Bedrijfsafvalwater
Afvalwater, niet zijnde huishoudelijk afvalwater, afstromend hemelwater of grondwater.
Bedrijfsriolering
Een stelsel van buizen, verbindingstukken en elementen zoals straat- en trottoirkolken, gootelementen, verzamelputten en installaties, zoals slibvangputten, olie-waterscheider en controleputten voor de opvang en afvoer van bedrijfsafvalwater.
Hemelwater
Alle neerslag, zoals regen, sneeuw of hagel.
Openbaar riool
Voorziening voor de inzameling en transport van afvalwater.
Riolering
Bedrijfsriolering of openbare riolering.
Bodem BB-CVM
Bodembescherming: combinaties van voorzieningen en maatregelen (informatiedocument BBT)
Bedrijfsriolering
Een stelsel van buizen, verbindingstukken en elementen zoals straat- en trottoirkolken, gootelementen, verzamelputten en installaties, zoals slibvangputten, olie-waterscheider en controleputten voor de opvang en afvoer van bedrijfsafvalwater.
BRL K903
Beoordelingsrichtlijn ‘Regeling Erkenning Installateurs Tankinstallaties’
Calamiteitenopvang
Voorzieningen die alleen worden gebruikt bij een calamiteit.
Functioneel
Milieubelastende activiteiten op dezelfde locatie, die
ondersteunende
de kernactiviteit functioneel ondersteunen.
activiteiten Monitoring
Gedurende langere tijd op systematische wijze verzamelen van gegevens over de fysieke leefomgeving of onderdelen daarvan door bestuursorganen.
NEN 5740
Onderzoekstrategie vaststelling nulsituatie bij een toekomstige bodembelasting.
NRB
Voormalige Nederlandse richtlijn bodembescherming
Nulsituatie
Onderzoek voordat een milieubelastende activiteit
bodemonderzoek
wordt gestart. Dit onderzoek wordt vergeleken met het eindonderzoek bodem om te kijken of er door de mba schadelijke stoffen in de bodem terecht zijn gekomen.
SIKB
Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer
72
Energie en vervoersmanagement EED
Europese Energie-Efficiency Richtlijn
Energie-audit
Een energieonderzoek als bedoeld in paragraaf
(bij EED)
5.4.1 van het Bal. Een systematische procedure met als doel toereikende informatie te verzamelen over het huidige energieverbruiksprofiel van een gebouw of groep gebouwen, van een industriële of commerciële activiteit of installatie of van private of publieke diensten, mogelijkheden voor kosteneffectieve energiebesparing te signaleren en kwantificeren en verslag uit te brengen van de resultaten.
Energiekosten
Alle kosten zoals vermeld op de eindafrekening van het energiebedrijf die samenhangen met het verkrijgen van aardgas, elektriciteit, warmte (uit een distributienet) en andere brandstoffen (stookolie, gasolie, diesel) voor de gebouwen, faciliteiten en processen in het bedrijf, maar exclusief de kosten gemaakt voor brandstoffen voor motorvoertuigen. Voor aardgas moeten met name worden meegenomen basisprijs, brandstofheffing, calorische toeslag, energieheffing (regulerende energiebelasting), vastrecht en btw. Voor elektriciteit moeten met name worden meegenomen de kosten voor normaaluren en laagtariefuren (is afhankelijk van kWh-verbruik), kW-tarief continu en piekuren (is afhankelijk van het opgestelde vermogen), brandstofkosten, transformatorverliezen, energieheffing, vastrecht en BTW.
Handreiking
Uitgave van Rijkswaterstaat WVL, versienummer 2
Vervoermanagement
november 2017
Rendabele maatregelen
Maatregelen die een terugverdientijd hebben van vijf jaar of minder.
Terugverdientijd
De verhouding tussen het investeringsbedrag voor de maatregel na aftrek van eventuele subsidies en de jaarlijkse opbrengsten van de maatregel ten gevolge van de met de maatregel samenhangende energiebesparing en andere kostenbesparingen. In geval van een investering in een installatie voorzien van afzonderlijke energiebesparende componenten moet in plaats van het totaalinvesteringsbedrag worden gerekend met de meer investering ten opzichte van een installatie zonder de energiebesparende componenten. Voor de berekening van de financiële opbrengsten vanwege
73
het nemen van de maatregel moet worden gerekend met de op het moment van het energiebesparingsonderzoek geldende kosten (tarieven) voor het betrokken bedrijf. Er wordt geen rekening gehouden met de eventuele kosten van het (vervroegd) uit bedrijf nemen van een installatie en niet met rentekosten. Stand der techniek
Het hoogste niveau van technische ontwikkeling dat op een bepaald tijdstip is bereikt binnen een branche.
Externe Veiligheid ADR
Accord européen relatif au transport international des marchandises Dangereuses par Route.
Bedrijfsbrandweer
Een bedrijfsbrandweer overeenkomstig de aanwijzingsbeschikking artikel 31 van de Wet veiligheidsregio's of een bedrijfsbrandweer die is vastgesteld op basis van een goedgekeurd bedrijfsbrandweerrapport met daarin de informatie zoals gesteld onder artikel 7.2, eerste lid van het Besluit veiligheidsregio's.
Brandbare (vloei)stof
Een vloeistof die zelf brandbaar is of waaruit onder voorzienbare bedrijfsomstandigheden een brandbaar gas, brandbare damp of brandbare nevel kan ontstaan (EN-IEC 60079-10). Een vaste stof vallend onder klasse 4.1.van het ADR. Een vloeistof die, in verpakte vorm, conform het ADR het etiket model nr. 3 draagt.
Brandbestrijdingssysteme
De repressieve middelen ter bestrijding van brand,
n
zoals brandkranen (blusbootaansluitingen), handblusmiddelen (haspels en poederblussers), sprinklers, deluge, blusgasinstallaties etc.
Brandbeveiligingssysteme
Alle brandveiligheidsvoorzieningen, zoals de
n
brandbestrijdingssystemen en de branddetectie en doormelding.
Brandgevaarlijke stof
Vaste, vloeibare of gasvormige stof die brandbaar of brandbevorderend is, of bij brand gevaar oplevert, in de zin van de ADR-klassen 2 t/m 5.
CBI
Conformiteitsbeoordelingsinstantie
CCV
Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid
CLP-verordening
De CLP-verordening is de Europese verordening over de indeling (Classification), etikettering (Labelling) en verpakking (Packaging) van chemische stoffen en mengsels (nr. 1272/2008).
74
CMR-verdrag
Convention relative au Contrat de Transport International de Marchandises par Route’ (Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg).
Drukhouder
Een drukhouder is een verzamelterm die flessen, grote cilinders, drukvaten, gesloten cryohouders en flessenbatterijen omvat.
EEMUA
Engineering Equipment and Materials Users Association
EEMUA 159
Users guide to the maintenance and inspection of above-ground vertical cylindrical steel storage tanks, versie 5 september 2017.
GAP-analyse
Het vergelijken van de bestaande situatie met de gewenste situatie.
Gas
Een stof die bij 50°C een dampdruk bezit hoger dan 300 kPa (3 bar) of bij 20°C en de standaarddruk van 101,3 kPa volledig gasvormig is.
Gasflessenbatterij
Een verzameling flessen die aan elkaar zijn
(cilinderpakket)
bevestigd en onderling door een verzamelleiding zijn verbonden en die als ondeelbare eenheid wordt vervoerd.
Giftige stoffen
Giftige stoffen geldt als bedoeld: voor het laden en lossen van tankwagens en ketelwagens het ADR; voor het laden en lossen alsmede de boord-boord verlading van schepen het ADN; voor opslagtanks en procesinstallaties het Bal.
GR
Groepsgebonden risico
Installaties
Onderdelen die als een zelfstandige eenheid kunnen worden beschouwd. Installaties kunnen met elkaar verbonden zijn, bijvoorbeeld via pijpleidingen.
ISO 17020
Conformiteitsbeoordeling - Algemene criteria voor het functioneren van verschillende soorten instellingen die keuringen uitvoeren, 2012.
Keuring voor
Een (eerste of hernieuwde) keuring voor
Ingebruikneming
ingebruikneming, uitgevoerd voorafgaand aan een
drukapparatuur
eerste ingebruikneming van nieuwe drukapparatuur en indien van toepassing voorafgaand aan een hernieuwde ingebruikneming van bestaande drukapparatuur. (Verplichting op grond van het Warenwetbesluit drukapparatuur).
KVI
Keuring Ingebruikneming drukapparatuur
LOD
Lines Of Defence -> maatregelen gericht op het voorkomen van “Loss Of Containment” (LOC) of het
75
beperken van de gevolgen ervan. Dit speelt vooral bij Seveso-inrichtingen. Maatgevend
Is het scenario dat in de aanwijsbeschikking
bedrijfsbrandweerscenario
bedrijfsbrandweer, ingevolge artikel 31 van de Wet veiligheidsregio’s, wordt omschreven.
MRA
Milieurisicoanalyse
MSDS
Material safety data sheet
NEN 3011
Veiligheidskleuren en -tekens in de werkomgeving en in de openbare ruimte
NEN 2535
Brandveiligheid van gebouwen Brandmeldinstallaties - Systeem- en kwaliteitseisen en projectierichtlijnen.
NEN-EN-ISO/IEC 17020
Conformiteitsbeoordeling - Eisen voor het functioneren van verschillende soorten instellingen die keuringen uitvoeren.
Overvulbeveiliging
Een systeem dat de toevoer automatisch doet stoppen zonder tussenkomst van een operator.
PBZO-document
Preventiebeleid zware ongevallen
PGS 6
Aanwijzingen voor het toepassen van de Sevesoparagraaf in het Bal, 2021 versie 0.1 (maart 2021)
PGS 14
Handboek brandbestrijdingssystemen (te hanteren naast PGS 15: Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen)
PGS 15
Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen, 2021 versie 1.0 (augustus 2021) – Interim PGS
PGS 31
Overige gevaarlijke vloeistoffen - Opslag in ondergrondse en bovengrondse tankinstallaties, 2021 versie 1.0 (augustus 2021) – Interim PGS
PR
Plaatsgebonden risico
Procesinstallaties
Installaties waarin processen en andere handelingen worden uitgevoerd, inbegrepen de direct hiertoe behorende installaties voor de terugwinning, zuivering en/of vernietiging van producten, afvalstoffen, afvalwater en afvalgassen en voor tussenopslag van deze stoffen of voor de beveiliging.
76
SIKB 7800-
Procescertificaat, in BRL SIKB 7800 zijn
installatiecertificaat
(proces)eisen opgenomen die tankinstallateurs van installaties moeten hanteren bij het opbouwen van een nieuwe tankinstallatie.
SVM
Schuimvormend middel
Toxisch
Toxische stoffen zijn in meer of mindere mate schadelijk voor organismen. Effecten kunnen optreden bij inademing, inslikken, contact met de huid, ogen of slijmvliezen. Een ander woord voor toxisch is giftig.
TVP
True Vapour Pressure
Uitgangspuntendocument
Een document waarin voor een specifiek bouwwerk
(met betrekking tot
beschreven is welk integrale bouwkundige,
brandrisico)
installatietechnische en organisatorische maatregelen genomen worden ter afdekking van de brandrisico's.
UPD
Uitgangspuntendocument. Het UPD is de grondslag voor ontwerp, uitvoering, beheer en inspectie van het Vastopgestelde Brandbeheersings- en Brandblussysteem (VBB-systeem) en omvat de uitgangspunten daarvoor.
VBB-systemen
Vastopgestelde Brandbeheersings- en Brandblussystemen.
VBS
Veiligheidsbeheerssysteem. In het VBS moet dat gedeelte van het algemene managementsysteem zijn opgenomen waartoe behoren de organisatorische structuur, de verantwoordelijkheden, de werkwijzen, de procedures, de processen en de hulpmiddelen welke het mogelijk maken het preventiebeleid voor (zware) ongevallen te bepalen en uit te voeren.
Veiligheidsstudie
Een systematische risicoanalyse om de relevante risico’s van ongewenste situaties te kunnen identificeren en te beheersen.
Verontreinigende stoffen
Stoffen die hinder of nadeel voor de gezondheid van de mens kunnen opleveren. Ook vallen hieronder stoffen die schade kunnen toebrengen aan dieren, planten of goederen. Dit kan gaan om op zichzelf staande stoffen, gezamenlijke stoffen of stoffen die in verbinding met elkaar staan.
77
Vlampunt
De laagste temperatuur waarbij de stof nog genoeg damp afgeeft om tot ontbranding te kunnen komen wanneer deze in contact komt met een ontstekingsbron
WBDBO
Weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment
Geluid Geluidgevoelige
Gebouwen of ruimten als bedoeld in artikel 3.21 en
gebouwen of ruimten
3.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Immissierelevante
Het geluidsvermogen niveau van een rondom
bronsterkte (LWR)
afstralende puntbron die op een plaats van de echte geluidsbron dan wel het broncentrum van een stelsel geluidsbron staat en op het immissiepunt hetzelfde geluidsniveau geeft als deze geluidsbron(nen).
Langtijdgemiddeld
Het A-gewogen gemiddelde van de afwisselende
beoordelingsniveau
niveaus van het ter plaatse, in de loop van een
(LAr,LT)
bepaalde periode optredende geluid en zo nodig gecorrigeerd voor de aanwezigheid van impulsachtig geluid, tonaal geluid of muziekgeluid, vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de 'Handleiding meten en rekenen industrielawaai', uitgave 1999.
Maximaal geluidsniveau
Het hoogste A-gewogen geluidsniveau, afgelezen in
(LAmax)
de meterstand 'fast', verminderd met de meteocorrectieterm Cm. De meterstand 'fast' komt overeen met een tijdconstante van 125 ms.
Referentieniveau
De hoogste waarde van de onder 1. en 2. genoemde niveaus, bepaald overeenkomstig het Besluit bepaling referentieniveau-periode (Stcrt. 1982, 162): het geluidsniveau, uitgedrukt in dB(A), dat gemeten over een bepaalde periode gedurende 95% van de tijd wordt overschreden, exclusief de bijdrage van de inrichting zelf; het optredende equivalente geluidsniveau (LAeq) veroorzaakt door wegverkeerbronnen minus 10 dB(A), met dien verstande dat voor de nachtperiode van 23.00 tot 07.00 uur alleen wegverkeerbronnen in rekening mogen worden gebracht met een intensiteit van meer dan 500 motorvoertuigen gedurende die periode.
Verkeersbeweging
Het aan- of afrijden met een persoon-, bestel- of vrachtwagen.
Geur
78
Aanvaardbaar
Uitkomst van het afwegingsproces van onder
hinderniveau
andere de volgende aspecten: -
toetsingskader;
-
geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige objecten;
-
aard en waardering van de geur (hedonische waarde);
-
klachtenpatroon; huidige en verwachte hinder;
-
technische en financiële consequenties van maatregelen en gevolgen daarvan voor andere emissies;
-
de mate waarin getroffen maatregelen ter beperking van luchtemissies overeenstemmen met BBT uit BREF’s en nationale BBT-documenten;
-
lokale situatie (onder meer planologische ruimte, sociaal-economische aspecten en andere lokale afwegingen);
-
historie van het bedrijf in zijn omgeving.
Lucht AKI
Aangewezen keuringsinstelling
BAT-AEL
Best available techniques – achievable emission level
ERP
Emissierelevante parameter: Meetbare of berekenbare grootheid die in directe of indirecte relatie staat met de te beoordelen emissies, onderverdeeld in de categorieën A en B, waarbij categorie A, zo nodig na kalibratie, een kwantitatief beeld geeft van de emissie en categorie B een kwalitatief beeld.
NIBM
Niet in betekenende mate
OGI
Optical Gas Imaging (optische gasdetectie)
Technisch dichte
Technisch dichte apparaten omvatten, maar zijn
apparatuur
niet beperkt tot: - balgventielen of dubbele pakkingafdichtingen of even doeltreffende uitrusting; - magnetisch aangedreven of ingekapselde pompen/compressoren/roerinrichtingen, of pompen/compressoren/roerinrichtingen met dubbele afdichtingen en een vloeistofbarrière;
79
- gecertificeerde hoogkwalitatieve pakkingen (bv. volgens EN 13555) die worden aangehaald volgens hiervoor geldende normen; - gesloten bemonsteringssystemen. Technisch dichte apparaten worden geselecteerd, geïnstalleerd en onderhouden overeenkomstig het procestype en de bedrijfsomstandigheden van het proces. VOS
Vluchtige organische stoffen: Organische verbinding, en ook de fractie creosoot, die bij 293,15 K een dampspanning van 0,01 kPa of meer heeft of onder specifieke gebruiksomstandigheden een vergelijkbare vluchtigheid heeft.
80