Bijlage 2: Bijlageboek bestemmingsplan Kom Schijndel 2013 herziening Schootsestraat 45
Tekst van het document
37
Bosch, 2005.
Rapport 18870.001 versie 1.1
Pagina 14 van 20
omgeving van het plangebied betreffen de leemafzettingen waarschijnlijk Brabants Leem (lössafzettingen die gevormd zijn in het Midden Weichselien). Boring 2, 3 en 4 zijn geplaatst op een klein weiland langs de parkeerplaats in het noorden van het plangebied (boring 2 en 3) en in het populierenbos in het westen van het plangebied (boring 4). Bij alle drie de boringen bestaat de bovengrond uit een restant van een eerddek en een gevlekte laag tot een diepte van 75-100 cm -mv. Bij boring 3 is de bovenlaag bovendien matig tot sterk baksteenhoudend, waarschijnlijk vanwege de inmiddels gesloopte grote schuur die in het noorden van het plangebied heeft gestaan. Vanaf 75 cm -mv bij boring 3 en 4 en 100 cm -mv bij boring 5 is een onverstoord dekzandpakket aangetroffen. Het dekzand is bij boring 2 en 3 zwak gleyhoudend en bij boring 4 zelfs sterk gleyhoudend in de top. Bij geen van deze drie boringen zijn resten van een (voormalig) podzolprofiel waargenomen. Archeologische indicatoren In geen van de boringen zijn archeologische indicatoren waargenomen. Het gaat hier echter om een verkennend bodemonderzoek, dat zich richt op de bodemopbouw en mogelijke bodemverstoringen die de archeologische trefkans kunnen beïnvloeden en niet zo zeer op het onderzoeken op de aanwezigheid van archeologische vondsten en/of sporen. 3.4
Conclusie veldonderzoek
Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat in het plangebied een grotendeels verstoord eerddek aanwezig is. De top van de dekzandafzettingen in het plangebied is hierbij ook verstoord. De bodemverstoringen lijken voornamelijk te zijn veroorzaakt door de 20e-eeuwse uitbreidingen van het agrarisch bedrijf Schootsestraat 45-47 binnen het plangebied en de aanleg van het populierenbos in het westen van het plangebied. Er kan niet uitgesloten dat ten noorden en oosten van boring 1 nog resten van voormalige schuren aanwezig zijn in de bodem welke behoorden tot de lintbebouwing langs de Schootsestraat in de 18e eeuw en eerder. Door de aanwezigheid van kabels en leidingen en het niet vrijgeven van de directe omgeving voor Ontplofbare Oorlogsresten (OO), was het niet mogelijk hier boringen te plaatsen. Voor de rest van het plangebied worden op basis van de aangetroffen bodemverstoringen geen archeologische resten meer verwacht.
4
CONCLUSIE EN ADVIES
Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. Daarom is er aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, is door het booronderzoek voor een groot deel van het plangebied bijgesteld naar laag voor alle perioden. Op basis van de waargenomen bodemverstoringen en de aanwezigheid van bebouwing op een deel van de nieuwbouwlocatie, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden hier niet meer in situ worden verwacht.
Rapport 18870.001 versie 1.1
Pagina 15 van 20
In het oosten van het plangebied was het niet mogelijk om een boring te plaatsen door de daar aanwezige puinlagen. Op basis van het behoud van een hoge trefkans voor archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd voor dit deel van het plangebied blijft de kans reëel dat hier archeologische resten aanwezig zijn. Volgens de huidige nieuwbouwplannen zullen hier echter alleen een parkeerplaats, toegangsweg en groenstrook worden gerealiseerd (zie Bijlage 7). Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om het westelijke en centrale deel van het plangebied vrij te geven (zie figuur 14). In het oostelijke deel van het plangebied (oppervlakte circa 700 m2), waar nog archeologische waarden worden verwacht, adviseert Econsultancy het behoud van een dubbelbestemming archeologie waarbij de mogelijke archeologische waarden in situ worden bewaard. Hiertoe dienen beschermende regels in het bestemmingsplan te worden opgenomen. Behoud van eventueel aanwezige archeologische waarden is mogelijk als er archeologievriendelijk gebouwd wordt en er niet dieper ontgraven wordt dan 40 cm onder het huidige maaiveld. Volgens de actuele plannen worden er in dit deel van het plangebied 8 parkeerplaatsen, een nieuwe straat met trottoir en een groenstrook aangelegd, waarvoor de verstoringsdiepte de 40 cm -mv niet zullen overschrijden.
Er zullen wel kabels en leidingen worden aangelegd tot een diepte van circa 1,5 meter -mv, maar deze zullen vermoedelijk maar een beperkte verstoringsoppervlakte hebben. Als het bij toekomstige bouwwerkzaamheden in dit deel van het plangebied niet mogelijk is om archeologievriendelijk te bouwen is vervolgonderzoek noodzakelijk. Het vervolgonderzoek kan dan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek. Bovenstaand advies is van Econsultancy. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Meierijstad). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 38).
38 Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456.
Rapport 18870.001 versie 1.1
Pagina 16 van 20
LITERATUUR Amersfoort, H. & P.H. Kamphuis, 1990: Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied. ‘s- Gravenhage. Berendsen, H.J.A. 2008: Fysische Geografie van Nederland, deel 1: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Berkvens, R. 2013. Schijndels erfgoed 2013 Toelichting op de erfgoedkaart van de gemeente Schijndel. Gemeente Schijndel. Bont, Chr. De, 1993: ‘…Al het merkwaardige in bonte afwisseling…’, een historische geografie van Midden- en Oost-Brabant, Waalre Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNOrapport, NITG 05-043-A). Doesburg, J. van, e.a. red., 2007: Essen in zicht. Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid. Amersfoort 2007. Jong, L. de, 1969-1994: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. ‘s- Gravenhage. Kars, H. & Smit, A. (red.) 2003: Handleiding Fysiek Behoud Archeologisch Erfgoed. Degradatiemechanismen in sporen en materialen. Monitoring van de conditie van het bodemarchief. Amsterdam (Geoarchaeological and Bioarchaeological Studies, 1). Klep C. & B. Schoenmaker, 1995: De Bevrijding Van Nederland 1944-1945 - Oorlog op de flank. Den Haag. Locher, W.P. & H. de Bakker, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 1: Algemene bodemkunde. Malmberg, Den Bosch. Louwe Kooijmans,. L.P., P.W. van den Broeke, H. Fokkens, A.
van Gijn (red.), 2005: Nederland in de prehistorie. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam. Mulder, E.F.J. de, Geluk, M.C., Ritsema, I.L., Westerhoff, W.E., Wong, T.E. 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen. Renes, J., 1999: Landschappen van Maas en Peel. Een toegepast historisch-geografisch onderzoek in het streekplangebied Noord- en Midden-Limburg. Eisma, Leeuwarden. Stichting voor Bodemkartering, 1969: Bodemkaart van Nederland, 1:50.000, blad 45 West. Tump, M., 2013: Schijndel - Mieke de Brefstraat. Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven en Archeologische Begeleiding. BAAC rapport A-13.0082. ‘s-Hertogenbosch Wageningen Environmental Research, 2017: Geomorfologische Kaart van Nederland (2017), schaal 1:50.000. Weijer, J. Fr. De, 1750: Kaarten figuratief van landmeter Jan Fr de Weijer in opdracht van dorpsbestuurders, copieën. http://www.archieven.nl/
Rapport 18870.001 versie 1.1
Pagina 17 van 20
Zwanenburg G.J., 1990: En nooit was het stil - Kroniek van een luchtoorlog. Emmen.
Rapport 18870.001 versie 1.1
Pagina 18 van 20
BRONNEN Aalst, J.W. van (2021) ‘OpenTopo.nl’; internetsite, februari 2022. https://www.imergis.nl/asp/opentopo400.htm AHN; internetsite, april 2022. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, april 2022. https://archis.cultureelerfgoed.nl Archieven; internetsite, april 2022. https://www.archieven.nl/nl/ Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), internetsite, april 2022. http://bagviewer.kadaster.nl Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; internetsite, april 2022 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Beeldbank Vrije Universiteit; internetsite, april 2022. http://imagebase.ubvu.vu.nl/cdm/compoundobject/collection/krt/id/5629/rec/1 Bodemkundig Informatie Systeem (BIS) Nederland, internetsite, april 2022. http://maps.bodemdata.nl/ Bodemloket, internetsite, april 2022. http://www.bodemloket.nl Brabant.nl; internetsite, april 2022. https://noord-brabant.maps.arcgis.com Brabants Historisch Informatiecentrum; internetsite, april 2022. http://www.bhic.nl Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Noord-Brabant; internetsite, april 2022. http://www.brabant.nl/kaarten.aspx Data Archiving and Networked Services DANS-Easy; internetsite, april 2022. https://easy.dans.knaw.nl/ui/home Dinoloket; internetsite, april 2022. http://www.dinoloket.nl/ Gerard Monté; internetsite, april 2022.
www.gerarddenbosch.nl Heemkunde Schijndel; internetsite, april 2022. www.heemkundeschijndel.nl;
Rapport 18870.001 versie 1.1
Pagina 19 van 20
Historisch Schijndel; internetsite, april 2022. www.historisch-schijndel.nl Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, april 2022. http://www.ikme.nl/ Kadaster Topotijdreis; internetsite, april 2022. http://www.topotijdreis.nl/ Portaal voor ruimtelijke plannen; internetsite, april 2022. http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/ Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK); internetsite, april 2022. https://pdokviewer.pdok.nl Ruimingskaart; internetsite, april 2022. http://www.beobom.nl/ruimingskaart/ SIKB; internetsite, april 2022. https://www.sikb.nl Topotijdreis: 200 jaar topografische kaarten; internetsite, april 2022. https://www.topotijdreis.nl VEO Bommenkaart; internetsite, april 2022. http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/
Rapport 18870.001 versie 1.1
Pagina 20 van 20
Figuur 1. Het plangebied op de topografische kaart.
Rapport 18870.001 versie 1.1
Figuur 2. Het plangebied op de kadastrale kaart.
Rapport 18870.001 versie 1.1
Figuur 3. Het plangebied op een luchtfoto uit 2020.
Rapport 18870.001 versie 1.1
Figuur 4. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart.
Rapport 18870.001 versie 1.1
Rapport 18870.001 versie 1.1
Figuur 5. Het plangebied op de geomorfologische kaart.
Rapport 18870.001 versie 1.1
Figuur 6. Het plangebied op het actueel hoogtebestand (AHN3).
Rapport 18870.001 versie 1.1
Figuur 7. Het plangebied op de bodemkaart.
Rapport 18870.001 versie 1.1
Figuur 8. Archeologische waarden en onderzoeken in de omgeving van het plangebied.
Rapport 18870.001 versie 1.1
Rapport 18870.001 versie 1.1
Figuur 9. Situering van het plangebied op de historische Tiendkaart uit 175739
Schootsestraat 45 te Schijndel. Situering van het plangebied op de historische Tiendkaart uit 1757 (geprojecteerd op de moderne topografische kaart) Legenda Plangebied
39
De Weijer, 1750
Rapport 18870.001 versie 1.1
Figuur 10. Situering van het plangebied binnen de Kadastrale Minuut uit 1811-183240
Schootsestraat 45 te Schijndel. Situering van het plangebied binnen de kadastrale minuut uit 1811-1832 Legenda Plangebied
40 RCE Beeldbank
Rapport 18870.001 versie 1.1
Figuur 11. Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 190041
Schootsestraat 45 te Schijndel. Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart (veldminuut) uit 1900 Legenda Plangebied
41 Kadaster Topotijdreis
Rapport 18870.001 versie 1.1
Figuur 12. Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 197842
Schootsestraat 45 te Schijndel. Situering van het plangebied binnen de topografische kaart uit 1978 Legenda Plangebied
42 Kadaster Topotijdreis
Rapport 18870.001 versie 1.1
Figuur 13. Boorpunten geprojecteerd op een luchtfoto uit 2020.
Rapport 18870.001 versie 1.1
Figuur 14. Resultaten booronderzoek.
Rapport 18870.001 versie 1.1
Bijlage 1
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Ouderdom in jaren
Chronostratigrafie
MIS
Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
15.700
1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)
Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
2
LaatPleniglaciaal 29.000
50.000
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal
3
Formatie van Kreftenheye
Formatie van Boxtel
4
75.000
VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000
370.000 410.000
5a 5c 5d
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6
Holsteinien (warme periode)
Formatie van Beegden
5b
Eem Formatie Formatie van Drente
Formatie van Urk
Elsterien (ijstijd) 475.000
Cromerien (warme periode) 850.000
Pre-Cromerien 2.600.000
Rapport 18870.001 versie 1.1
Formatie van Sterksel
Formatie van Peelo
Cal. jaren v/n Chr.
14
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
0
1950
Vb2
1500
Subatlanticum koeler vochtiger
450 0 12
Vb1 Va
Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem
Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd
800 815
2650
IVb Subboreaal koeler droger
2000
3755
IVa
5000
4900
5300
7020
8240
Atlanticum warm vochtig
III
Boreaal warmer
II
Preboreaal warmer
I
8000
9000
8800 11.755
10.150
12.745
10.800
13.675
11.800
14.025
12.000
15.700
13.000
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
Late Dryas
LW III
Allerød
LW II
Vroege Dryas LW I Bølling
35.000
Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)
Bronstijd
Neolithicum
Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend
Mesolithicum
parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (VroegGlaciaal)
perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Laat-Paleolithicum
75.000
115.000 130.000
Eemien (warme periode)
Midden-Paleolithicum loofbos
Saalien (ijstijd) 300.000
Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).
Rapport 18870.001 versie 1.1
Bijlage 2 AMK nr. 16858
AMK-terreinen
Locatie
Datering
Waarde en omschrijving
230 meter ten noordoosten van het plangebied Schijndel te Schijndel Gemeente Schijndel Coördinaat: 158259/403318
Late Middeleeuwen Nieuwe tijd
Complex: Nederzetting Waarde: Terrein van hoge archeologische waarde Terrein met de oude dorpskern van Schijndel. Middeleeuwse bewoning voor 1250. Op de AMK-Noord Brabant zijn historische stads- en dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waar de wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De selectie en begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 16e-eeuwse (Van Deventer) en vroeg 20e-eeuwse kaarten (Bonnebladen). Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Bedacht dient echter te worden dat de bewoning in de Vroege en Volle Middeleeuwen (tot circa 1300 AD) een meer dynamisch karakter gehad kan hebben en dat de plaats en grens ervan niet per se hoeft samen te vallen met die van de latere bewoning.
Rapport 18870.001 versie 1.1
Bijlage 3 Zaaknummer (OMnummer) 4586297100
2339364100 (49217)
2274572100 (39289)
4579769100
Onderzoeksmeldingen
Locatie
Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek
Twee deellocaties, 20 meter ten zuiden en 65 meter ten zuidoosten van het plangebied te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 157955/402663
Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 11-1-2018 Resultaat: Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Hieruit volgt dat het plangebied is gelegen op een dekzandrug met daarop een plaggendek. Op grond van deze ligging moet in de top van het dekzand rekening worden gehouden met archeologische resten vanaf het Laat Paleolithicum. Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Dit wijst uit dat de natuurlijke ondergrond uit matig siltig, zeer fijn dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden) en zwak tot sterk zandige leem (Formatie van Boxtel ongedifferentieerd) bestaat. De bovengrond wordt gevormd door een tot 200 cm dik plaggendek. De aanzienlijke dikte van dek wijst in de richting van een relatief laag gelegen gebied (dekzandvlakte), dat ten behoeve van de landbouw is opgehoogd. Bodemkundig gezien is er sprake van hoge zwarte enkeerdgronden. Hoewel onderin het plaggendek brokjes licht gekleurd zand zijn waargenomen, lijkt het dekzandoppervlak, dat wordt beschouwd als een potentieel archeologisch niveau, redelijk intact te zijn. In het oostelijk deel van deellocatie ‘Schootsestraat 40’ (boring 6) is gestuit op een sterk baksteenhoudende laag. Dit betreft mogelijk sloopresten van de in het verleden aanwezige bebouwing.
Indien in het oostelijk deel van deellocatie ‘Schootsestraat 40’ geen grondwerkzaamheden plaatsvinden én elders in het plangebied niet dieper dan 100 cm –mv (gebaseerd op de gemiddelde diepteligging ten opzicht van maaiveld van het archeologische interessante niveau en een bufferzone van 20 cm) adviseert ADC ArcheoProjecten om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: SOB Research Datum: 3-11-2011 Resultaat: Bodem is sterk verstoord. Er is daarom geen verder onderzoek noodzakelijk.
130 meter ten noordwesten van het plangebied Elde College te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 157802/402846 180 meter ten noordwesten van het plangebied Elde College te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 157788/402888 250 meter ten noordoosten van het plangebied te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158176/403004
2296815100 (42361)
300 meter ten zuiden van het plangebied Venushoek te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158126/402410
2350477100 (49577)
300 meter ten zuiden van het plangebied te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158125/402410
Rapport 18870.001 versie 1.1
Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: SOB Research Datum: 5-2-2010 Resultaat: Bodem is sterk verstoord. Er is daarom geen verder onderzoek noodzakelijk. Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Antea Group Archeologie Datum: 14-12-2017 Resultaat: Tijdens het veldwerk is gebleken dat de bodem tot tenminste 1,30 meter –mv en op tenminste twee plaatsen dieper geroerd is. De kans op het aantreffen van intacte archeologische vindplaatsen wordt dan ook zeer gering geacht. De aanbeveling luidt dan ook om de ontwikkeling in het plangebied mogelijk te maken zonder archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Er is geen noodzaak tot vervolgonderzoek of het behouden van de Waarde Archeologie op het plangebied in het bestemmingsplan. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 11-8-2010 Resultaat: Op basis van het bureauonderzoek gold een hoge verwachting om archeologische waarden uit de perioden Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd aan te treffen binnen het plangebied Venushoek 2D. Tijdens het veldonderzoek is een (deel van een) plaggendek aangetroffen met in enkele boringen daaronder nog een BC-horizont. Dit betekend dat het archeologische niveau dat tot in de C-horizont kan reiken mogelijk nog intact is en dus ook eventuele archeologische resten.
Op grond van de resultaten van het onderzoek en de richtlijnen van de provincie Noord-Brabant voor enkeerdgronden, wordt voor het plangebied Venushoek 2D vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 28-11-2011 Resultaat: Op de locatie zijn geen nederzettingsresten gevonden. Ook zijn er geen archeologische indicatoren gevonden die wijzen op bewoning in of in de directe omgeving van het plangebied. Op een deel van de locatie zijn intacte bodemprofielen aangetroffen, die bestaan uit een relatief jong plaggendek uit de Nieuwe tijd met daaronder plaatselijk restanten van de oorspronkelijke podzolgrond. In de late 20 e-21e eeuw hebben in het plangebied recente bodemverstoringen plaatsgevonden, waardoor de bodem plaatselijk is verstoord tot in de C-horizont. Een aantal verstoringen vormen samen restanten van een greppel die zuidwest-noordoost georiënteerd is. Deze greppel is vermoedelijk langs een kuilvoeropslagplaats gegraven, die vroeger in het plangebied heeft gelegen. Om die reden
4586880100 en 4586889100
300 meter ten zuidwesten van het plangebied te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 157838/402474
2363729100 (51289)
400 meter ten noordoosten van het plangebied Mieke De Brefstraat te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158263/403145
2408092100 (57072)
400 meter ten noordoosten van het plangebied Schijndel, Mieke De Brefstraat te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158254/403145
2184598100 (26669)
450 meter ten noordoosten van het plangebied Mieke De Brefstraat te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158220/403217
2296823100 (42362)
450 meter ten zuidoosten van het plangebied Venushoek te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158192/402282
2382950100 (53787)
450 meter ten noordoosten van het plangebied Kloosterstraat te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158322/403164
2329036100
500 meter ten noordoosten van
Rapport 18870.001 versie 1.1
wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen bij bodemverstorende activiteiten. Type onderzoek: bureauonderzoek en booronderzoek Uitvoerder: Bureau voor Archeologie Datum: 6-2-2018 Resultaat: In het plangebied zijn vijf boringen gezet tot maximaal 200 cm -mv. Hieruit blijkt dat de ondergrond voornamelijk bestaat uit dekzand. In één boorprofiel is in de top van het dekzand een B-horizont aanwezig. Op het dekzand ligt een antropogeen dek. In drie boorprofielen is de bovenste 30 tot 60 cm recentelijk omgewerkt. De bijmenging met veelal hardgebakken baksteenfragmenten wijzen erop dat het antropogeen pakket in de Nieuwe tijd is omgewerkt. Omdat bij het booronderzoek een antropogeen dek is aangetroffen kan niet worden uitgesloten dat in het plangebied intact grondsporen aanwezig zijn. Indien de verstoring dieper gaat dan 80 cm -mv (onderkant antropogeen dek) dient aanvullend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Dit kan in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 3-4-2012 Resultaat: BAAC bv adviseert op basis van de resultaten van dit onderzoek (hoge specifieke verwachting, grotendeels intacte begraven bodem, plaggendek, archeologische indicatoren en omgevingsvondsten) voor het intacte deel van het plangebied (0,51 ha) een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek.
Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 10-6-2013 Resultaat: Behoud in situ van de 2 vindplaatsen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd op het westelijke deel van het terrein. Indien dat niet mogelijk is, dienen deze te worden opgegraven. Diepte van het archeologisch niveau ligt ter hoogte van de vindplaatsen tussen de 8,10 en 8,60 m + NAP. Bij een veiligheidsmarge van 25 cm betekent dit dat bij verstoringen dieper dan 8,35 a 8,85 m + NAP een opgraving dient plaats te vinden. De verstoringen reiken tot 8,80 m + NAP. Er wordt dus net tot in de veiligheidsmarge verstoord. De bevoegde overheid heeft daarom besloten, dat de graafwerkzaamheden begeleid moesten worden door de Heemkunde kring Schijndel. Hierbij zijn geen vondsten of sporen gevonden. Het archeologisch niveau is dus daadwerkelijk niet bereikt. De vindplaats is dus nog in situ aanwezig onder de nieuwe bebouwing. Hiermee dient rekening gehouden te worden bij toekomstige ontwikkelingen van het terrein (bijvoorbeeld bij de sloop van het nu gebouwde pand). De bouwput is tot 8,80 meter + NAP ontgraven, hieronder bevinden zich nog de archeologische vindplaatsen.
Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 31-1-2008 Resultaat: BAAC bv heeft in januari en februari 2008 een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) uitgevoerd in het plangebied aan de Mieke de Brefstraat te Schijndel. Op basis van de geologische opbouw en de waarnemingen in de omgeving van het plangebied bestaat een hoge kans op het aantreffen van vondsten en/of sporen, met name van tijdelijke kampementen van jagers/verzamelaars uit de Steentijd en huis- of boerderijplaatsen uit de periode na de Steentijd tot in de Middeleeuwen. Langs de Hoofdweg en Pompstraat bestaat een hoge kans op het aantreffen van vondsten en/of sporen uit de Late Middeleeuwen tot in de Nieuwe tijd. Op basis van het veldonderzoek wordt een proefsleuvenonderzoek geadviseerd. Het gaat om de delen die gewaardeerd zijn met een middelhoge en hoge verwachting. De hoge archeologische verwachting is gebaseerd op de waarschijnlijke in-situ ligging van sporen van een akker/tuin, de periferie van een nederzetting en/of een kerkhof. De middelhoge verwachting is gebaseerd op de mogelijke in-situ ligging van sporen onder het plaggendek van een nederzettingsterrein of boerderij in combinatie met akker of tuin.
Proefsleuven op een deel van het terrein Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 11-8-2010 Resultaat: Op grond van de resultaten van het onderzoek en de richtlijnen van de provincie Noord-Brabant voor enkeerdgronden zou ook voor het plangebied Venushoek 4 een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek noodzakelijk zijn. Echter gezien de verstoring in drie van de vijf boringen is het oppervlak van het plangebied waarbinnen archeologische resten verwacht worden beperkt en zullen slechts losse sporen aangetroffen worden. Derhalve wordt voor het plangebied Venushoek 4 geen vervolgonderzoek geadviseerd. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: BILAN Datum: 1-6-1996 Resultaat: Onderzoek uit 1996 door ITHO (latere Bilan). Was nog niet eerder in ARCHIS aangemeld. - Booronderzoek n.a.v. de aanleg van de Mieke de Brefstraat door de voormalige kloostertuin. Type onderzoek: booronderzoek
(46676)
het plangebied Kloosterstraat te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158383/403121
Rapport 18870.001 versie 1.1
Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 23-5-2011 Resultaat: In verband met de bouw van een appartementencomplex op deze locatie is een bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. In geen van de boringen is onder het plaggendek en/of de begraven ploeghorizont een restant van een podzolbodem aangetroffen. Deze is waarschijnlijk door verploeging opgenomen in het plaggendek dan wel de begraven ploeghorizont. Er is wel een stukje aardewerk uit de 14e/15e eeuw gevonden, maar dat wordt als mestaardewerk beschouwd en duidt niet op de aanwezigheid van een nederzetting/huisplaats ter plekke. Ook vanwege het feit dat op de historische kaarten vanaf het midden van de 18e eeuw geen bebouwing binnen het plangebied is aangegeven en het feit dat de echte historische kern wat meer ten noordwesten van het plangebied lag, wordt de kans klein geacht dat binnen het plangebied een archeologische vindplaats aanwezig is. Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor het plangebied geen vervolgonderzoek geadviseerd.
Bijlage 4
Vondstmeldingen
Zaaknummer (Waarnemingsnr.) 3034319100 (401261)
Locatie
Omschrijving
170 meter ten zuiden van het plangebied Schootsestraat; Venushoek te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158021/402539
3255352100 (421361)
170 meter ten zuiden van het plangebied Venushoek / Schootsestraat te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158020/402540
2924638100 (39273)
190 meter ten noorden van het plangebied Kloosterpark te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158000/403000 250 meter ten westen van het plangebied Putsteeg te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 157711/402742
Type onderzoek: graafwerkzaamheden Uitvoerder: particulier Nieuwe tijd : - fragmenten van steengoed - kuil, - fragmenten van roodbakkend geglazuurd aardewerk - bakstenen - slijpstenen - fragmenten van spinsteentjes Type onderzoek: graafwerkzaamheden Uitvoerder: particulier Bronstijd - Nieuwe tijd : - 3 fragmenten van ijzeren objecten, Late Middeleeuwen : - 7 fragmenten van grijsbakkend gedraaid aardewerk Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - 87 fragmenten van roodbakkend geglazuurd aardewerk - 4 fragmenten van steengoed geglazuurd - afval - 2 fragmenten van roodbakkend geglazuurde borden/schotels - 2 fragmenten van roodbakkend geglazuurde grapen - fragment van een roodbakkend geglazuurde kom/(voetschaal) - fragment van een roodbakkend geglazuurde steelpan - 3 fragmenten van roodbakkend geglazuurde teilen - fragment van een roodbakkend geglazuurde zalfpot - fragment van een spinsteentje - 6 fragmenten van geglazuurde steengoed kannen Type onderzoek: onbekend Uitvoerder: particulier Romeinse tijd : - fragment van een bronzen kan Type onderzoek: veldkartering Uitvoerder: AWN - Vereniging van Vrijwilligers in de Archeologie Late Middeleeuwen : - proto-steengoed
3157472100 (401734)
Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - 3 fragmenten van steengoed - 31 fragmenten van roodbakkend geglazuurd aardewerk - fragment van een ijzeren slak - fragmenten van tegels - fragment van leisteen dakbedekking - fragmenten van dakpannen - 3 bakstenen
3230922100 (410904)
250 meter ten oosten van het plangebied 'T Hof (Schootsestraat/Bartokstraat) te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158310/402801
3161084100 (401508)
300 meter ten zuidoosten van het plangebied Venushoeve te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158272/402560
Nieuwe tijd : - 3 fragmenten van keramische kleipijpen Type onderzoek: graafwerkzaamheden Uitvoerder: particulier Late Middeleeuwen : - fragment van Elmpter aardewerk - 9 fragmenten van steengoed kannen - fragment van een Elmpter kom/schaal - fragment van een grijsbakkend gedraaide grape Type onderzoek: veldkartering Uitvoerder: AWN - Vereniging van Vrijwilligers in de Archeologie Late Middeleeuwen : - 26 fragmenten van grijsbakkend gedraaid aardewerk Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - 22 fragmenten van steengoed - fragment van een metalen gesp - 32 fragmenten van roodbakkend geglazuurd aardewerk - fragmenten van dakpannen - fragment van een loden lakenlood/lakenzegel - loden onderdeel van een vuurwapen
3161846100
3162023100
Rapport 18870.001 versie 1.1
300 meter ten zuiden van het plangebied Hoeve Aan De Venushoek te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 157908/402436 300 meter ten westen van het plangebied Putsteeg te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 157643/402661
Nieuwe tijd : - fragment van een keramische kleipijp Type onderzoek: indirect: archief Uitvoerder: particulier Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - grondspoor Type onderzoek: indirect: archief Uitvoerder: particulier Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - grondspoor
2408092100 (437799)
400 meter ten noordoosten van het plangebied Mieke De Brefstraat, Kloostertuin te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158229/403140
Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: BAAC BV Late Middeleeuwen : - fragmenten van gedraaid aardewerk - kuil, - paalgat - fragment van een plattegrond Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - greppels/sloten
3161862100 (401482)
2910754100 (37000)
2954187100 (44167)
450 meter ten noorden van het plangebied te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158190/403220 500 meter ten oosten van het plangebied Plein 9; Spoorpad 2 te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158550/402800 500 meter ten noordoosten van het plangebied Kloosterstraat te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158300/403200
Nieuwe tijd : - muurrestanten - gracht - fragment van een messing hanger - grondsporen, Type onderzoek: veldkartering Uitvoerder: particulier Neolithicum : - fragment van een vuursteen kling Type onderzoek: onbekend Uitvoerder: particulier Romeinse tijd : - fragment van een grafsteen/grafpijler Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Instituut voor Toegepast Historisch Onderzoek Mesolithicum : - vuursteen afval - fragment van een vuursteen spits IJzertijd - Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk Middeleeuwen : - handgevormd aardewerk Late Middeleeuwen : - fragmenten van grijsbakkend gedraaid aardewerk Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - fragmenten van steengoed - fragmenten van roodbakkend geglazuurd aardewerk
3148846100 (44166)
500 meter ten noordoosten van het plangebied Kloosterstraat te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158300/403200
Nieuwe tijd : - fragmenten van faience aardewerk - fragmenten van majolica lood- en tingeglazuurd aardewerk Type onderzoek: graafwerkzaamheden Uitvoerder: particulier IJzertijd - Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk IJzertijd - Nieuwe tijd : - greppel/sloot - 10 grondsporen, - paalgat
3173915100 (401493)
500 meter ten westen van het plangebied Putsteeg te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 157470/402969
Middeleeuwen : - fragmenten van keramische vaatwerk Type onderzoek: veldkartering Uitvoerder: AWN - Vereniging van Vrijwilligers in de Archeologie IJzertijd - Nieuwe tijd : - 10 fragmenten van ijzeren slakken Romeinse tijd - Nieuwe tijd : - fragmenten van glazen objecten, - fragment van een keramisch speelgoed Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - fragment van een leisteen object, Late Middeleeuwen : - 2 fragmenten van grijsbakkend gedraaid aardewerk Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - 35 fragmenten van steengoed - 130 fragmenten van roodbakkend geglazuurd aardewerk - fragmenten van keramische bouwmateriaal Nieuwe tijd : - fragment van een keramische kleipijp
Rapport 18870.001 versie 1.1
Bijlage 5
Bewoningsgeschiedenis van Nederland
Als aanvullende informatie wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland weergegeven. Paleolithicum (tot circa 8800 v. Chr.) De vroegste bewoningssporen in Nederland uit deze periode dateren uit de voorlaatste ijstijd, circa 300.000-130.000 jaar geleden. Waarschijnlijk hebben in de koudste fasen van de ijstijden in Nederland geen mensen geleefd. Daarentegen was bewoning in de warmere perioden wel mogelijk. De mensen die hier toen leefden trokken als jagers/vissers/verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. Veranderingen in het klimaat zorgden voor een veranderende flora en fauna. Tijdens de koude perioden bestond het groot wild onder meer uit rendieren, mammoeten, paarden en steppewisenten. Vooral op paarden en rendieren werd in het LaatPaleolithicum intensief jacht gemaakt. Tijdens de warmere perioden werd er onder andere op herten, wilde zwijnen en oerossen gejaagd. Mesolithicum (circa 8800-4900 v. Chr.) Rond de overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen (circa 9000 v. Chr.) verbeterde het klimaat voor een langdurige periode. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor de variatie in flora en fauna (o.a. bosontwikkeling) toenam. De mens kreeg nu de mogelijkheid om meer gevarieerd te eten: vruchten en andere eetbare gewassen stonden nu vaker op het menu.
Doordat de temperatuur steeg, trok het groot wild (met name rendieren) naar het noorden, en maakte plaats voor meer territoriumgebonden klein wild, vogels en vissen. Door deze veranderende leefomstandigheden werd de jachttechniek aangepast. De vuursteen bewerkingstechniek hield met deze ontwikkeling gelijke tred. Er werden kleine vuursteenspitsen vervaardigd die als pijl- en harpoenpunt werden gebruikt. Met de stijging van de temperatuur begon het landijs te smelten en de zeespiegel te stijgen. Het tot dan toe droge Noordzee-Bekken kwam onder water te staan. De groepen jagers/vissers/verzamelaars wisselden nog wel van locatie maar exploiteerden kleinere gebieden. In het voorjaar viste men in de rivieren, tijdens de zomer leefde men voornamelijk langs de kust, waar naast vis en schaaldieren ook zeehonden als voedselbron dienden. In de herfst verzamelde men noten en vruchten, terwijl in de winter op onder meer pelsdieren werd gejaagd. Neolithicum (circa 5300-2000 v. Chr.) Aan het begin van deze periode gingen het jagen, vissen en verzamelen een steeds minder belangrijke rol spelen. Men ging nu zelf cultuurgewassen telen en dieren houden bij het kamp.
Uit vondsten valt af te leiden dat het om twee groepen mensen gaat, enerzijds kolonisten met een vrijwel agrarische levenswijze, anderzijds om de autochtone mesolitische bevolking die een half agrarische levensstijl erop na gaat houden. Deze verandering ging gepaard met enkele technologische en sociale vernieuwingen zoals: het wonen op een vaste plek in een huis, het gebruik van vaatwerk van (gebakken) klei en de introductie van geslepen stenen dissels en bijlen. De bevolking groeide nu gestaag, mede door de productie van overschotten. Uit het Neolithicum zijn verschillende nu nog zichtbare grafmonumenten bekend, te weten grafkelders, hunebedden en grafheuvels. Bronstijd (circa 2000-800 v. Chr.) Het begin van dit tijdvak valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen zoals bijlen. Vuurstenen werktuigen bleven, zij het minder, in gebruik. Het aardewerk uit deze periode is over het algemeen tamelijk zeldzaam. Vuursteenmateriaal uit de Bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Lange tijd bleven bronzen voorwerpen zeer schaars binnen Nederlands grondgebied. Door het van nature ontbreken van de benodigde grondstoffen moest het brons worden geïmporteerd en ontstonden er handelscontacten over langere afstanden. Eén en ander had
Rapport 18870.001 versie 1.1
wel tot gevolg dat er binnen de bevolking grotere verschillen ontstonden door verschillen op basis van bezit. De grafheuveltraditie, die tijdens het Neolithicum haar intrede deed, werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 v. Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, omgeven door een greppel. Een Kopertijd voorafgaand aan de Bronstijd wordt in Noordwest-Europa niet onderscheiden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Middellandse Zeegebied. Wel zijn uit het LaatNeolithicum koperen voorwerpen bekend. IJzertijd (circa 800-12 v. Chr.) In deze periode werden voor het eerst ijzeren voorwerpen vervaardigd. Voor de productie van werktuigen en wapens werd brons vervangen door ijzer. Er ontstond een inheemse ijzerproductie. Het gebruik van vuursteen voor het vervaardigen van werktuigen duurde nog in beperkte mate voort. Ten opzichte van de Bronstijd traden er in de aardewerktraditie geen radicale veranderingen op. Evenals in het Neolithicum en de Bronstijd woonden de mensen in verspreid liggende hoeven ('Einzelhöfe') of in nederzettingen bestaande uit maar enkele huizen; deze werden in een beperkt gebied nogal eens verplaatst. Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen ('Celtic fields').
Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand (bezit van metalen voorwerpen), die mogelijk op sociale ongelijkheid duiden. In de zogenaamde vorstengraven uit Zuid Nederland, met daarin luxe, geïmporteerde bijgaven, zijn vermoedelijk lokale of regionale autoriteiten begraven. De meeste begravingen vonden nog immer plaats in urnenvelden. Tijdens de IJzertijd werd het Friese kustgebied gekoloniseerd en ontstonden de eerste terpen. Romeinse tijd (circa 12 v. Chr. - 450 n. Chr.) Met de komst van de Romeinen eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. Aangezien de schriftelijke bronnen slechts een zeer fragmentarisch beeld schetsen, is men toch nog in belangrijke mate aangewezen op de archeologie als informatiebron. Een tijd lang diende het Nederlandse rivierengebied als uitvalsbasis voor veldtochten in het noorden van Germanië. In 47 n. Chr. werd de Rijn definitief als Romeinse rijksgrens ingesteld. Ter controle en verdediging van deze zogenaamde 'limes' werden langs de Rijn, tot diep in Duitsland, 'castella' (militaire forten) gebouwd. De inheemse manier van leven handhaafde zich nog lange tijd. Wel werd, vooral na de opstand van de Bataven tegen de Romeinse overheersers in 69-70 n. Chr., de Romeinse invloed steeds duidelijker.
In veel inheems-Romeinse nederzettingen was bijvoorbeeld, naast het eigen handgevormde aardewerk, Romeins importaardewerk in gebruik, dat op de draaischijf was vervaardigd. Er werden, vooral in Limburg, grootse villa's (Romeinse herenboerderijen) gebouwd, hetzij nieuw gesticht, hetzij ontwikkeld vanuit een bestaande inheemse nederzetting. De Romeinen legden een voor die tijd al uitgebreide infrastructuur aan, waardoor het gebied steeds beter werd ontsloten. Op verschillende plaatsen ontstonden aanzienlijke nederzettingen, waarvan er enkele met een stedelijk karakter (zoals Nijmegen). De inheemse bevolking, ten noorden van de Limes, werd niet zo sterk beïnvloed door de Romeinse aanwezigheid. Er was wel sprake van handelscontacten en het uitwisselen van geschenken. In de tweede helft van de derde eeuw ontstond, onder meer door invallen van Germaanse stammen, een instabiele situatie die met korte onderbrekingen voortduurde tot in de vijfde eeuw. Uiteindelijk leidde dit in het jaar 406 tot de definitieve ineenstorting van de grensverdediging langs de Rijn. Middeleeuwen (circa 450-1500 n. Chr.) Over de Vroege-Middeleeuwen, vooral over het tijdvak 450-600 n. Chr., is relatief weinig bekend. Zowel historische bronnen als archeologische overblijfselen zijn schaars. De bevolkingsomvang was ten opzichte van de voorafgaande periode sterk afgenomen.
De marktgerichte economie verdween en de mensen vielen terug op zelfvoorziening. De politieke macht was na het wegvallen van de Ro-
Rapport 18870.001 versie 1.1
meinse staatsorganisatie in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Een gezaghebbende status was nu vooral gebaseerd op militair succes en materiële welstand. Deze instabiele periode wordt ook wel aangeduid als de 'tijd van de volksverhuizingen'. Vanaf de 10e – 11e eeuw wordt een overheersende positie van de al dan niet adellijke grootgrondbezitters waargenomen. Dit vertaalt zich in nieuwe nederzettingsvormen als mottes, kastelen en versterkte hoeven. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei, en mede dankzij gunstige klimatologische omstandigheden, werd een begin gemaakt met het ontginnen van woeste gronden als bos, heide en veen. Veel van de huidige dorpen en steden dateren uit deze periode. Door de aanleg van dijken en kaden werden laaggelegen gebieden beschermd tegen wateroverlast. De heersende rivaliteit tussen de vorsten leidde, in combinatie met een zwak centraal gezag, veelvuldig tot lokaal geweld, waarvan de bevolking vaak het slachtoffer werd. Door het aanleggen van burgen, schansen, landweren en wallen trachtte men zich te beveiligen. Nieuwe tijd (1500-heden) De Nieuwe tijd kenmerkt zich door een groot aantal veranderingen vooral op het gebied van mens- en wereldbeeld. Er is sprake van een Europese overzeese expansie wat leidt tot handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.
Er ontstaat een nieuwe wetenschappelijke belangstelling die resulteert in vele uitvindingen. Deze uitvindingen vormen de motor van de industriele revolutie. Er ontstaat een nationale staat die centraal bestuurd wordt. Als gevolg van deze ontwikkelingen neemt het belang en de omvang van steden toe en neemt de macht van adel af. Het grootste deel van de bevolking is niet meer werkzaam en woonachtig op het platteland maar in de steden. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei worden aan het eind van de 19e tot het begin van de 20e eeuw op grote schaal woeste gronden gecultiveerd. Door de industriële revolutie komen steeds meer producten beschikbaar voor steeds meer mensen waardoor de welvaart stijgt. In de Nieuwe tijd vindt er eveneens een hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid plaats, wat zich tot in het begin van de 20e eeuw uit in de kunsten.
Rapport 18870.001 versie 1.1
Bijlage 6
AMZ-cyclus
Het AMZ-proces Archeologisch onderzoek in Nederland wordt in het algemeen uitgevoerd binnen het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het gehele traject van de AMZ omvat een aantal stappen die elkaar kunnen opvolgen, afhankelijk van het resultaat van de voorgaande stappen. Om inhoudelijke, prijs- en planningstechnische redenen kan er soms voor gekozen worden om bepaalde stappen gelijktijdig uit te voeren. Bovendien kan, indien reeds voldoende gegevens bekend zijn, een stap worden overgeslagen. Elke stap eindigt met een rapport met daarin een advies voor de vervolgstappen. Na elke stap wordt er een besluit genomen door de bevoegde overheid, gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek. Indien na een bepaalde stap blijkt dat geen nader vervolgonderzoek nodig is, wordt het archeologisch onderzoek afgesloten. Ook kan de bevoegde overheid besluiten dat een vindplaats van zo groot belang is, dat deze in situ behouden moet worden. Dan dienen de archeologische resten in de grond beschermd te worden door planaanpassing of planinpassing. Het begint met het bepalen van de onderzoeksplicht. Gemeentelijke, provinciale en landelijke archeologische waardenkaarten geven aan of het plangebied in een gebied ligt met een archeologische verwachting.
Indien dit het geval is, dan zal er in het kader van de planprocedure onderzoek verricht moeten worden om te bepalen of er archeologische waarden binnen het plangebied aanwezig zijn. Hiermee start de zogenaamde AMZ-cyclus (zie schema). De eerste fase: Bureauonderzoek Elk archeologisch onderzoek begint met een bureauonderzoek. Dit heeft tot doel het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende of verwachte archeologische waarden, binnen het plangebied om tot een gespecificeerd verwachtingsmodel te komen, op basis waarvan een beslissing genomen kan worden ten aanzien van een eventuele vervolgstap. De tweede fase: Inventariserend VeldOnderzoek (IVO) Het doel van een IVO is het aanvullen en toetsen van het gespecificeerde verwachtingsmodel. Het IVO moet informatie geven over de aan- of afwezigheid, de aard, het karakter, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. Inventariserend Veldonderzoek; Booronderzoek en Veldkartering Door een booronderzoek kan er een goede inschatting gemaakt worden van de kans op archeologische waarden (grondsporen en daarmee samenhangende voorwerpen). Bij het booronderzoek is een onderscheid aangebracht in een verkennende, karterende en waarderende fase.
De verkennende fase heeft tot doel inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze. Op deze manier worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd voor de volgende fasen. Tijdens de karterende fase wordt het onderzoeksgebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische vondsten of sporen. De waarderende fase sluit aan op de karterende fase. Het waarnemingsnet kan verdicht worden om de horizontale begrenzing, ligging en omvang van archeologische vindplaatsen vast te stellen. Een veldkartering wordt uitgevoerd wanneer vondsten of sporen aan de oppervlakte worden verwacht en zichtbaar zijn op het moment dat het onderzoek uitgevoerd wordt. Dit type onderzoek bestaat uit het systematisch belopen van het maaiveld van het plangebied.
Rapport 18870.001 versie 1.1
Inventariserend Veldonderzoek; Proefsleuven Als uit vooronderzoek blijkt dat binnen het plangebied archeologische resten aangetroffen kunnen worden kan de bevoegde overheid beslissen tot een proefsleuvenonderzoek. Proefsleuven zijn lange sleuven van minimaal twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar in de voorgaande onderzoeksfase aanwijzingen voor vindplaatsen zijn aangetroffen. De KNA schrijft voor dat bij een dergelijk onderzoek minimaal 5% van het te verstoren gebied onderzocht dient te worden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen en indien proefsleuvenonderzoek door praktische redenen niet uitvoerbaar is, kan besloten worden tot proefsleuven variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.
De derde fase: Opgraven Indien de archeologische resten niet in situ bewaard kunnen blijven, maar wel van belang zijn voor de wetenschap, kan de bevoegde overheid besluiten over te gaan tot een opgraving. Het doel hiervan is volgens de KNA het documenteren van gegevens en het veiligstellen van materiaal van vindplaatsen om daarmee informatie te behouden, die van belang is voor kennisvorming over het verleden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen, kan besloten worden tot een opgraving variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.
Rapport 18870.001 versie 1.1
Schema van de Archeologische Monumenten Zorg Vergunningaanvraag/ruimtelijke ontwikkeling ▼ Toetsing aan archeologisch beleid (Gemeente, Provincie, Rijk) ▼ Bureauonderzoek* (verzamelen gegevens en opstellen verwachtingsmodel) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ Inventariserend veldonderzoek*
▼ Verkennend veldonderzoek Door middel van: terreininspectie - booronderzoek** ▼
▼ ►**** Karterend veldonderzoek Door middel van: - oppervlaktekartering - booronderzoek** - proefsleuven*** ▼*****
Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ Bewezen of hoge kans op de aanwezigheid van archeologie ▼****** Waarderend veldonderzoek door middel van proefsleuven*** (variant begeleiding) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten)
▼ Opgraven*** Verwijderen van de archeologische resten door archeologen (variant begeleiding)
► Vergunningverlening indien geen onderzoek noodzakelijk wordt geacht.
► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten worden over te gaan op het begeleiden van de graafwerkzaamheden door archeologen.***
► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten worden over te gaan op het begeleiden van de graafwerkzaamheden door archeologen.*** ► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie, wel archeologische waarden aanwezig maar geen vervolgonderzoek noodzakelijk op grond van waardering. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden).
▼ Beschermen Bescherming van de archeologie door planaanpassing
* Combinatie bureauonderzoek en IVO verkennende of karterende fase mogelijk, indien een PvA aanwezig is. ** Voorafgaand aan het booronderzoek dient een PvA worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. *** Voorafgaand aan het onderzoek dient een PvE en PvA te worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. **** Na een verkennend booronderzoek kan de bevoegde overheid besluiten dat een aanvullend karterend bureauonderzoek moet worden uitgevoerd. ***** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid. ****** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven of een IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid.
Rapport 18870.001 versie 1.1
Bijlage 7
Planontwerp
Rapport 18870.001 versie 1.1
Bijlage 8
Boorprofielen
Rapport 18870.001 versie 1.1
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
Rapport 18870.001 versie 1.1
Your safety is our concern
Projectplan begeleiden onderzoekwerkzaamheden OOO Schijndel Schootsestraat 45 Kennis- en adviescentrum
Detectie
Vliegtuigberging
Historisch vooronderzoek
Benaderen en veiligstellen
Archeologie
Risicoanalyse
Offshore
Sanering
Pagina 2 van 42
Voorwoord Achtergebleven ontplofbare oorlogsresten (OO) op uw projectlocatie, wat zijn de risico’s, waar liggen de verantwoordelijkheden? In de bodem waarop wij werken, wonen en recreëren is nog een aanzienlijke hoeveelheid ontplofbare oorlogsresten uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog aanwezig. De aanwezigheid van deze oorlogsresten kan gevaar opleveren voor mens, dier en omgeving bij de ontwikkeling van infrastructurele werken, bouwprojecten en andere grondroerende werkzaamheden. Ons team van gepassioneerde medewerkers kan voor u bepalen of een plangebied verdacht is op de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten en zo ja, welke soorten ontplofbare oorlogsresten er nog in de bodem aanwezig kunnen zijn. Om het uiteindelijke onderzoeksgebied te definiëren bepalen wij zorgvuldig zowel de horizontale als de verticale afbakening van het verdachte gebied. Indien er gedegen redenen zijn om aan te nemen dat er nog ontplofbare oorlogsresten aanwezig kunnen zijn op uw projectlocatie dan kunnen wij doormiddel van ons brede scala aan detectie en opsporingsmethoden altijd een praktische oplossing voor u realiseren. Doormiddel van maatwerk sporen wij de eventueel aanwezige ontplofbare oorlogsresten op uw projectlocatie op zodat uw voorgenomen werkzaamheden veilig en verantwoord kunnen worden uitgevoerd.
Onze toegevoegde waarde dient maar één doel: het beheersbaar maken van de risico’s die optreden, mocht een ontplofbaar oorlogsrest alsnog tot uitwerking komen. Wij nemen adequate maatregelen om deze risico’s aanvaardbaar te maken, zodat het restrisico zo laag is als redelijkerwijs mogelijk. Redelijkerwijs impliceert dat, dat het al dan niet nemen van de mogelijke beheersmaatregelen wordt bepaald door kosten van de maatregelen tegenover de voordelen van de te behalen risicovermindering. Het vermogen te innoveren, technieken en equipment te ontwikkelen brengt ons dagelijks op een hoger niveau, waardoor u als klant verzekerd bent van de economisch meest voordelige uitvoeringswijze. Onze aanpak is succesvol gebleken, we passen deze dagelijks toe met een team van ruim 50 specialisten die zowel de land- als de waterbodem onderzoeken. Ons werkgebied is voornamelijk Nederland, België, Duitsland, de Noord- en de Oostzee. Met de nieuwste en meest geavanceerde technologieën en veel kennis van geofysica onderzoeken we nauwkeurig en doelmatig uw plangebied om uiteindelijk een certificaat af te geven zodat u veilig de geplande werkzaamheden kunt uitvoeren. Uw veiligheid is onze zorg, natuurlijk… Bodac B.V. Your safety is our concern
www.bodac.nl Projectplan begeleiden onderzoekwerkzaamheden - OOO Schijndel Schootsestraat 45
Pagina 3 van 42
Projectinformatie Datum:
20-04-2022
Versie:
1
Documentnummer:
220420_220044_PPBOW_01
Opdrachtgever:
Econsultancy B.V.
Goedgekeurd door
Naam
Functie
Datum
Bodac B.V.
Dhr. M. (Marc) van Oers
Operationeelmanager
20-04-2022
Dhr. G. (Gerhard) Asveld
Senior Deskundige OOO
20-04-2022
Bodac B.V.
Handtekening
Distributielijst Bodac B.V. Econsultancy B.V. Gemeente Meierijstad
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze rapportage mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaand schriftelijke toestemming van de auteur. (Artikel 16 Auteurswet 1912). Het is de opdrachtgever toegestaan voor intern gebruik kopieën te maken zonder voorafgaande toestemming van de auteur.
www.bodac.nl Projectplan begeleiden onderzoekwerkzaamheden - OOO Schijndel Schootsestraat 45
Pagina 4 van 42
Inhoudsopgave 1
Omschrijving en doelstelling van de opdracht 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
2
Werk- en projectlocatie 2.1
3
Situering projectlocatie
Vooronderzoek 3.1
4
Aanleiding Doelstelling van de opdracht Plan van aanpak Betrokken gemeenten Planning en uitvoeringsgegevens
Uitgevoerde vooronderzoeken
Projectmanagement 4.1 Algemeen 4.2 Projectorganisatie 4.2.1 Gegevens betrokken partijen 4.3 Taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden betrokken partijen
5
Communicatie 5.1 Externe communicatie 5.1.1 Opdrachtgever 5.1.2 Bevoegd gezag 5.1.3 Ingehuurde bedrijven 5.2 Interne communicatie 5.2.1 Startwerkoverleg 5.2.2 Werkoverleg 5.2.3 Toolbox 5.3 Overlegmomenten tijdens voorbereiding en uitvoering
6
De opsporing 6.1 Algemeen 6.2 Voorbereiding 6.2.1 KLIC-melding 6.2.2 Benodigde vergunningen 6.2.3 Inrichten opsporingsgebied 6.3 Detectiemethoden 6.4 Passieve realtime oppervlaktedetectie 6.4.1 Apparatuur t.b.v. passieve realtime oppervlaktedetectie 6.5 Veldwerkregistratie
7
Veiligheid, gezondheid en milieu 7.1 Projectgebonden risico-evaluatie 7.1.1 Inventarisatie risico’s per projectfase 7.1.2 Beheersmaatregelen van de risico’s per projectfase 7.2 Toegangsregeling projectlocatie
8
Personeel en materieel 8.1 8.2 8.3 8.4
9
Personeel Detectieapparatuur Relevante instellingen detectieapparatuur Validatie detectieapparatuur
Aansprakelijkheden en verzekering 9.1
Klachten en tekortkomingen
www.bodac.nl Projectplan begeleiden onderzoekwerkzaamheden - OOO Schijndel Schootsestraat 45
6 6 6 6 6 6
7 7
8 8
9 9 9 9 10
11 11 11 11 11 11 11 11 11 12
13 13 13 13 13 13 13 13 14 14
15 15 15 15 15
16 16 16 16 16
17 17
Pagina 5 van 42 9.2 9.3
Aansprakelijkheden Verzekeringen
10 Projectcontroles 10.1 Uit te voeren controles 10.2 Technische uitvoering 10.3 Registratie 10.4 Gebruikte apparatuur tijdens de opsporing 10.5 Meetpunten tijdens de opsporing 10.6 Oplevering project