Bijlage 2: Bijlageboek bestemmingsplan Kom Schijndel 2013 herziening Schootsestraat 45
Tekst van het document
Bijlageboek Bestemmingsplan ‘Kom Schijndel 2013, herziening Schootsestraat 45’
Inhoudsopgave Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 5B Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14 Bijlage 15 Bijlage 16
Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Explosievenonderzoek Quickscan Flora en Fauna Stikstofdepositieonderzoek Aerius aanlegfase Aerius gebruiksfase QuickScan grondwater Aanmeldnotitie MER MER beoordelingsbesluit Verkennend bodem-, asbest-, en infiltratieonderzoek Beoordeling ODBN Memo beantwoording ODBN Geurhinder Overzicht dier vergunningen Gezondheidskundig advies GGD Berekening parkeerbehoefte Verslag Omgevingsdialoog
ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK EN VERKENNEND BOORONDERZOEK SCHOOTSESTRAAT 45 TE SCHIJNDEL GEMEENTE MEIERIJSTAD
archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Schootsestraat 45 te Schijndel Opdrachtgever
Bouwbedrijf Van Grunsven B.V. Postbus 36 5469 ZG Erp
Rapportnummer
18870.001
Versienummer1
1.1
Datum
10 mei 2022
Vestiging
Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 088 - 5001600 swalmen@econsultancy.nl
Opsteller
De heer drs. M. Stiekema
Paraaf
Kwaliteitscontrole
De heer drs. A.H. Schutte
Paraaf
© Econsultancy bv, Swalmen Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1
Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.
Econsultancy Archeologisch Rapport
Administratieve gegevens plangebied Projectcode
18870.001
Toponiem
Schootsestraat 45
Opdrachtgever
Bouwbedrijf Van Grunsven B.V.
Gemeente
Meierijstad
Plaats
Schijndel
Provincie
Noord-Brabant
Kadastrale gegevens
Gemeente Schijndel, Sectie C, Perceel 5152, 5217, 5219 (ged.) 5221 (ged.) 5222, 5468, 5469, 5472, 5481, 5482 (ged.), 5483 (ged.) en 5485 (ged.)
Omvang plangebied
circa 9.675 m2
Kaartblad
45 D
Coördinaten centrum plangebied
X: 158.000 Y: 402.750
Bevoegde overheid
Gemeente Meierijstad Postbus 10001 5460 DA Veghel
Contactpersoon: dhr. M. van den Broek T: 14 0413 E:mvandenbroek@meierijstad.nl
Deskundige namens de bevoegde overheid
Dhr. S. Molenaar Afdeling SO/Erfgoed v/d gemeente ’s-Hertogenbosch Postbus 12345 5200 GZ ‘s-Hertogenbosch
T: 06 – 46971394 E: s.molenaar@s-hertogenbosch.nl
ARCHIS3 Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.)
5243724100
Archeoregio NOaA
Brabants zandgebied
Beheer en plaats documentatie
Econsultancy, Swalmen/ Provinciaal Archeologisch Depot Noord-Brabant
Uitvoerder
Econsultancy, drs. M. Stiekema
Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
Econsultancy Archeologisch Rapport
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Bouwbedrijf Van Grunsven B.V. een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Schootsestraat 45 te Schijndel in de gemeente Meierijstad. De initiatiefnemer is voornemens 20 woningen en 43 parkeerplaatsen in het plangebied te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of er archeologische waarden aanwezig zijn binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Dit wordt uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden. Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen.
Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is. Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Het plangebied heeft op basis van het bureauonderzoek een middelhoge gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Paleolithicum tot en met Bronstijd en een hoge gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit de IJzertijd tot en met Nieuwe tijd. Resultaten inventariserend veldonderzoek Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat in het plangebied een grotendeels verstoord eerddek aanwezig is. De top van de dekzandafzettingen in het plangebied is hierbij ook verstoord. De bodemverstoringen lijken voornamelijk te zijn veroorzaakt door de 20e-eeuwse uitbreidingen van het agrarisch bedrijf Schootsestraat 45-47 binnen het plangebied en de aanleg van het populierenbos in het westen van het plangebied.
Er kan niet uitgesloten dat ten noorden en oosten van boring 1 nog resten van voormalige schuren aanwezig zijn in de bodem welke behoorden tot de lintbebouwing langs de Schootsestraat in de 18e eeuw en eerder. Door de aanwezigheid van kabels en leidingen en het niet vrijgeven van de directe omgeving voor Ontplofbare Oorlogsresten (OO), was het niet mogelijk hier boringen te plaatsen. Voor de rest van het plangebied worden op basis van de aangetroffen bodemverstoringen geen archeologische resten meer verwacht. Conclusie De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, is door het booronderzoek voor een groot deel van het plangebied bijgesteld naar laag voor alle perioden. Op basis van de waargenomen bodemverstoringen en de aanwezigheid van bebouwing op een deel van de nieuwbouwlocatie, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden hier niet meer in situ worden verwacht. In het oosten van het plangebied was het niet mogelijk om een boring te plaatsen door de daar aanwezige puinlagen. Op basis van het behoud van een hoge trefkans voor archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd voor dit deel van het plangebied blijft de kans reëel dat hier archeologische resten aanwezig zijn. Volgens de huidige nieuwbouwplannen zullen hier echter alleen een parkeerplaats, toegangsweg en groenstrook worden gerealiseerd.
Rapport 18870.001 versie 1.1
Advies Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om het westelijke en centrale deel van het plangebied vrij te geven. In het oostelijke deel van het plangebied (oppervlakte circa 700 m2), waar nog archeologische waarden worden verwacht, adviseert Econsultancy het behoud van een dubbelbestemming archeologie waarbij de mogelijke archeologische waarden in situ worden bewaard. Hiertoe dienen beschermende regels in het bestemmingsplan te worden opgenomen. Behoud van eventueel aanwezige archeologische waarden is mogelijk als er archeologievriendelijk gebouwd wordt en er niet dieper ontgraven wordt dan 40 cm onder het huidige maaiveld. Volgens de actuele plannen worden er in dit deel van het plangebied 8 parkeerplaatsen, een nieuwe straat met trottoir en een groenstrook aangelegd, waarvoor de verstoringsdiepte de 40 cm -mv niet zullen overschrijden. Er zullen wel kabels en leidingen worden aangelegd tot een diepte van circa 1,5 meter -mv, maar deze zullen vermoedelijk maar een beperkte verstoringsoppervlakte hebben. Als het bij toekomstige bouwwerkzaamheden in dit deel van het plangebied niet mogelijk is om archeologievriendelijk te bouwen is vervolgonderzoek noodzakelijk. Het vervolgonderzoek kan dan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek. Bovenstaand advies is van Econsultancy.
De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Meierijstad). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2).
2 Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456.
Rapport 18870.001 versie 1.1
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9
3
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK .............................................................................. 13 3.1 3.2 3.3 3.4
4
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 1 Methoden .......................................................................................................................... 1 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 3 Archeologische waarden .................................................................................................. 6 Beschrijving van het historische gebruik .......................................................................... 8 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 11 Conclusie bureauonderzoek ........................................................................................... 13
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................. 13 Methoden ........................................................................................................................ 14 Resultaten ....................................................................................................................... 14 Conclusie veldonderzoek ............................................................................................... 15
CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................... 15
LITERATUUR ...................................................................................................................................... 17 BRONNEN .......................................................................................................................................... 19
Rapport 18870.001 versie 1.1
LIJST VAN TABELLEN Tabel I. Tabel II. Tabel III. Tabel III.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Verleende bouwvergunningen Gespecificeerde archeologische verwachting
LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9. Figuur 10. Figuur 11. Figuur 12. Figuur 13. Figuur 14.
Het plangebied op de topografische kaart. Het plangebied op de kadastrale kaart. Het plangebied op een luchtfoto uit 2020. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart. Het plangebied op de geomorfologische kaart. Het plangebied op het actueel hoogtebestand (AHN3). Het plangebied op de bodemkaart. Archeologische waarden en onderzoeken in de omgeving van het plangebied. Situering van het plangebied op de historische Tiendkaart uit 1757 Situering van het plangebied binnen de Kadastrale Minuut uit 1811-1832 Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 1900 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1978 Boorpunten geprojecteerd op een luchtfoto uit 2020. Resultaten booronderzoek.
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken AMK-terreinen Onderzoeksmeldingen Vondstmeldingen Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Planontwerp Boorprofielen
Rapport 18870.001 versie 1.1
1
INLEIDING
Econsultancy heeft in opdracht van Bouwbedrijf Van Grunsven B.V. een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Schootsestraat 45 te Schijndel in de gemeente Meierijstad (zie figuur 1). De initiatiefnemer is voornemens 20 woningen en 43 parkeerplaatsen in het plangebied te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2) en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 3). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 4). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in april 2022 door drs. M. Stiekema (Senior KNA Prospector). Het rapport is gecontroleerd door drs. A.H. Schutte (Senior KNA Archeoloog).
2
BUREAUONDERZOEK
2.1
Doelstelling en onderzoeksvragen
Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Hiervoor wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand van deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2
Methoden
Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018, protocol 4002), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06. 3 Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht: 3
afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).
SIKB.
Rapport 18870.001 versie 1.1
Pagina 1 van 20
Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd: 2.3
het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Noord-Brabant; de archeologische verwachtingskaarten van de (voormalige) gemeente Schijndel; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging. Afbakening en huidige situatie van het plangebied
Afbakening Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 500 meter rondom het plangebied.4 Het plangebied (circa 9.675 m2) ligt aan de Schootsestraat 45, ongeveer 500 meter ten zuiden van de kern van Schijndel in de gemeente Meierijstad (zie figuur 1 en figuur 2). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 9 meter +NAP. Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens. Het plangebied is momenteel deels bebouwd met (kap)schuren, deels verhard met een parkeerplaats en erf en verder in gebruik als tuin en populierenbos (zie figuur 3). Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan.
In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan Kom Schijndel (2013). Volgens dit bestemmingsplan heeft de westelijke helft van het plangebied een dubbelbestemming Waarde – Archeologie 4 en de oostelijke helft een dubbelbestemming Waarde – Archeologie 3. Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek 4
Binnen deze straal wordt geacht dat er voldoende informatie beschikbaar is om een gefundeerde uitspraak te doen over de archeologische verwachting van het plangebied.
Rapport 18870.001 versie 1.1
Pagina 2 van 20
noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan respectievelijk 500 m2 en 250 m2 en dieper dan 30 cm beneden maaiveld (50 cm bij esdekken en agrarisch bestemde gronden).5 De dubbelbestemming is afgeleid van de archeologische verwachtingen- en waardenkaart van de voormalige gemeente Schijndel en de bijbehorende beleidsnota. Volgens de archeologische verwachtingen- en waardenkaart (zie Figuur 4) ligt de oostelijke helft van het plangebied binnen een historische kern en de westelijke helft van het plangebied in een zone met een hoge archeologische verwachting. 6 Bodemloket De overheid initieert middels het Bodemloket inzicht te geven in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit in Nederland in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). Ook laat het Bodemloket zien waar vroeger (bedrijfs-) activiteiten hebben plaatsgevonden die extra aandacht verdienen. Ook worden op het Bodemloket voormalige potentieel bodembedreigende bedrijfsactiviteiten weergegeven. Gegevens van het Bodemloket dienen als indicatief te worden beschouwd. Binnen het plangebied zijn voor zover bekend binnen zowel het nationale als het provinciale Bodemloket geen milieuhygiënische onderzoeken uitgevoerd.7 2.4
Toekomstige situatie
Het toekomstige gebruik/inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. In het plangebied is de bouw van 20 woningen, 7 parkeerplaatsen, een plantsoen met wadi en bijbehorende infrastructuur gepland. Verder zal het bestaande populierenbos in het westen van het plangebied deels worden gekapt en in noordelijke richting juist worden uitgebreid. Het oppervlak en de diepte van verstoring ten behoeve van de nieuwbouw zijn nog niet vastgesteld (zie bijlage 7). De geplande werkzaamheden kunnen tot gevolg hebben dat eventueel aanwezige archeologische waarden worden verstoord. 2.5
Aardwetenschappelijke gegevens
Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel I.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied
Type gegevens
Gegevensomschrijving
Geologie8
Formatie van Boxtel met een dek van het Laagpakket van Wierden; fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een zanddek (Bx6)
Geomorfologie9
Grotendeels Bebouwd gebied, oostelijke en zuidelijke rand Dekzandwelvingen (L51)
Bodemkunde10
Bebouwd gebied
Grondwatertrap
Onbekend (bebouwd gebied)
5
Portaal voor Ruimtelijke Plannen. Berkvens, 2013 7 Bodemloket; Provincie Noord-Brabant 8 De Mulder et al., 2003. 9 Wageningen Environmental Research, 2017. 10 Stichting voor Bodemkartering, 1969. 6
Rapport 18870.001 versie 1.1
Pagina 3 van 20
Landschappelijke ontwikkeling Gedurende de laatste ijstijd had de wind vrij spel in het verplaatsen van zand en silt. In deze periode werd over een groot deel van Nederland, waaronder ook de omgeving van het plangebied, een pakket dekzand afgezet. De dekzanden zijn onderverdeeld in het Oude en Jonge dekzand. Het Oude dekzand is tijdens het Pleniglaciaal afgezet in horizontaal gelaagde pakketten. Door verspoeling komen er vaak lemige of (zwak) grindige banden in het Oude dekzand voor. Het Jonge dekzand is tijdens het Laat Glaciaal afgezet in de vorm van dekzandruggen. Het Jonge dekzand is uitsluitend eolisch afgezet en bevat daardoor geen leem- en grindfractie. Het Jonge dekzand wordt ook wel het Laagpakket van Wierden genoemd, welke behoort tot de Formatie van Boxtel waaronder ook het Oude dekzand valt. Volgens de geologische kaart bevindt het plangebied zich in een uitgestrekt gebied met afzettingen van de Formatie van Boxtel met een dek van het Laagpakket van Wierden; fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een zanddek (Bx6).11 In het Holoceen (vanaf circa 10.000 jaar geleden) zijn door verwaaiing van de dekzanden lokaal stuifzandgebieden gevormd.
Bij het ontstaan hiervan speelde de mens een belangrijke rol, door beweiding, afbranden en het steken van plaggen op de heidevelden dat voornamelijk plaatsvond in de Nieuwe tijd.12 De stuifzanden worden gerekend tot het Laagpakket van Kootwijk, welke behoort tot de Formatie van Boxtel. Op drie kilometer ten oosten van het plangebied bevindt zich het dichtstbijzijnde stuifduinencomplex. Daarnaast zijn er in (lokale) beekdalen in de omgeving van Schijndel afzettingen gevormd bestaande uit leem, veen en zand. Deze afzettingen worden gerekend tot het Laagpakket van Singraven, welke tevens behoren tot de Formatie van Boxtel. Het dichtstbijzijnde beekdal, het dal van de Steegsche Loop, bevind zich op circa 1.300 meter ten noordoosten van het plangebied. DINO13 Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO.
In het Dinoloket is een boring bestudeerd die iets ten noorden van het plangebied is gezet.14 Hieruit blijkt dat de ondergrond bestaat uit een circa 1,5 meter dik pakket zand met daaronder leemafzettingen tot minimaal 3 meter -mv. Mogelijk betreffen de leemafzettingen Brabants Leem; lössafzettingen die gevormd zijn in het Midden Weichselien. Geomorfologie15 De geomorfologische kaart van Nederland (1:50.000) geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied grotendeels binnen een vanwege de ligging binnen de bebouwde kom van Schijndel niet gekarteerd gebied. De oostelijke en zuidelijke rand van het plangebied liggen binnen een gebied dat bestaat uit Dekzandwelvingen (L51) (zie figuur 5). Bij windafzettingen en in het bijzonder bij die met flauwe hellingen (dekzand) komt vaak een zwak golvend oppervlak voor, waarvan de terreinverheffingen niet afzonderlijk kunnen worden aangegeven (vormsubgroep L51); op de hogere delen ligt soms een oudbouwlanddek. Voorbeelden worden in de typische dekzandgebieden gevonden, vooral in NoordBrabant.
11
De Mulder et al. 2003, Berendsen, 2008. Berendsen, 2008 13 Dinoloket; De Mulder et al. 2003, Berendsen, 2008.. 14 DINO boornummers B45D0214 15 Wageningen Environmental Research, 2017. 12
Rapport 18870.001 versie 1.1
Pagina 4 van 20
Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)16 Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Uitgaande van het AHN ligt het plangebied op circa 9 meter +NAP. Het erf in het oosten van het plangebied ligt daarbij iets hoger en het populierenbos in het westen iets lager. De kleine hoogteverschillen binnen het plangebied hangen verder samen met de aanwezige bebouwing en infrastructuur (zie figuur 6). De omgeving van het plangebied kenmerkt zich verder als een zwak golvend (dekzand)gebied met in de kern van Schijndel op 500 meter ten noorden van het plangebied een hoger gelegen (dekzand)rug. Bodemkunde Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Schijndel bevindt, is de bodemopbouw niet gekarteerd (zie figuur 7). Uit extrapolatie van bodemgegevens buiten het plangebied is het aannemelijk dat het plangebied ligt binnen een gebied met hoge zwarte enkeerdgronden ligt. Enkeerdgronden zijn oude bouwlanden, die vanaf de Late Middeleeuwen op de Pleistocene zandgronden zijn ontstaan door het opbrengen van mest (uit potstallen) vermengd met plaggen, die gestoken werden op de woeste gronden (zoals heide, bossen en beekdalen).
Dergelijke gronden zijn eerst ontstaan op de hogere delen van het landschap en hebben zich later uitgebreid tot de lagere delen. Ze bestaan uit dikke lagen leemarme en humusrijke gronden. Het belang van een enkeerdgrond ligt in de beschermende kwaliteiten van het dek. Eventuele archeologische waarden worden in de regel door het dikke dek beschermd tegen verstoring door onder andere agrarische activiteiten. Sinds de jaren ‘80 van de 20e eeuw is er een grotere en meer systematische aandacht voor plaggenbodems in Nederland. In veel gevallen bleken de betreffende terreinen een hoge dichtheid aan verhoudingsgewijs goed geconserveerde archeologische overblijfselen te bevatten, soms zelfs complete archeologische landschappen. De vaak opmerkelijke resultaten vormen de belangrijkste bron voor de beschrijving van de bewoning en het landgebruik in de zandlandschappen voor de periode vanaf de Midden Bronstijd tot in de Nieuwe tijd. Veel hiervan representeert de vroegere geschiedenis van de dorpen die tussen de 9e en de 12e eeuw naast de essen kwamen te liggen.
De rijkdom aan archeologische resten heeft er toe geleid dat de hoger en droger gelegen plaggendekken of enkeerdgronden over het algemeen een hoge indicatieve archeologische waarde kregen.17 Boringen en/of sonderingen In het plangebied zijn in het kader van andere bodemonderzoeken (nog) geen boringen dan wel sonderingen gezet waarvan de resultaten gebruikt kunnen worden voor dit bureauonderzoek. Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. In stedelijk gebied zijn geen grondwatertrappen bepaald. Deze worden als ‘witte vlekken’ op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) weergegeven. Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Schijndel bevindt, is de grondwatertrap niet gekarteerd.
16 17
AHN. Doesburg et al., 2007.
Rapport 18870.001 versie 1.1
Pagina 5 van 20
2.6
Archeologische waarden
Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).18 In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 8. Hierop staan de in ARCHIS geregistreerde AMK-terreinen, waarnemingen, vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 500 meter weergegeven. Aangezien de gemeentelijke beleidskaart een hoger detailniveau heeft dan de landelijke IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarde) is de IKAW voor het onderzoek niet geraadpleegd. Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Noord-Brabant19 In de CHW-kaart van de provincie Noord-Brabant heeft de provincie het ‘provinciaal belang’ aangeduid. Dit belang bestaat uit 21 cultuurhistorische en 16 archeologische landschappen. In de 21 cultuurhistorische landschappen heeft de provincie verschillende cultuurhistorische vlakken gedefinieerd. Van al deze landschappen en vlakken zijn beknopte beschrijvingen gemaakt.
De 16 archeologische landschappen hebben tot doel om het bodemarchief in de bewuste gebieden duurzaam en in samenhang te behouden. Het plangebied ligt niet in een archeologisch landschap. Het plangebied ligt in het cultuurhistorisch landschap Groene Woud. Het Groene Woud is aangewezen als Nationaal Landschap. Kenmerkend is de opbouw van het gebied in beekdalen en dekzandplateaus en de inrichting die nauw gerelateerd is aan de terreingesteldheid. Kleinschalige middeleeuwse ontginningslandschappen worden afgewisseld met uitgestrekte bossen, heidevelden, zandverstuivingen en jonge ontginningen. Specifieke elementen zijn laanstructuren, kastelen en buitenplaatsen en watermolens. Het Groene Woud is een zwak golvend landschap waar dekzandruggen, lager gelegen beekdalen en broekgebieden elkaar afwisselen. In het Pleistoceen zijn door de wind zand- en leemlagen afgezet. In deze tijd ontstond ook de brede, west-oost lopende dekzandrug die wel bekend staat als de Midden-Brabantse rug. De rug vormde een belemmering voor de afwatering in noordelijke richting. Ten noorden van Son en Breugel stroomt de Dommel door deze rug. Na afloop van de laatste ijstijd, in het Holoceen, ontstond het bekenstelsel zoals we dat nu kennen. De beken traden veelvuldig buiten hun oevers en zetten in de dalen een laag sediment af. In het holoceen ontstonden ook hier en daar kleine veengebieden.
Op kleine schaal is veen gewonnen in de beekdalen en in dichtgegroeide vennen op de hogere gronden. In dit landschap is de mens al vanaf het Paleolithicum aanwezig. Opvallend is de hoeveelheid vindplaatsen uit de Romeinse tijd. Naast grafvelden en plaatsen waar bewoning uit deze periode aangetoond is, zijn er bijzondere vindplaatsen in de vorm van een pannenbakkerij en een pottenbakkerij. Bijzonder zijn ook de rijke graven uit Esch waar uit zeven graven meer als tweehonderd grafgiften werden geborgen. Naast glas, aardewerk en metalen voorwerpen werd een barnstenen beeldje van Bacchus gevonden. De bewoningsgeschiedenis en de inrichting van het gebied zijn in hoge mate geënt op de natuurlijke terreingesteldheid. Vanouds waren de randen van de beekdalen en de dekzandruggen de meest geschikte plek voor bewoning. De beekdalen zelf en de uitgestrekte broekgebieden waren te nat om te wonen of om akkerbouw te bedrijven. In deze terreinen lagen de beemden; kleine, vaak strookvormige percelen weide- of hooiland, omgeven door houtsingels. Op de natste plekken lagen broekbossen en werden rabatten aangelegd voor eikenhakhout en later voor populieren. De hogere delen van het dekzandlandschap werden extensief gebruikt om vee te weiden en strooisel te winnen. Geleidelijk 18 19
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort. Brabant.nl.
Rapport 18870.001 versie 1.1
Pagina 6 van 20
degradeerde het eiken-berkenbos dat daar van nature groeide en ontstonden uitgebreide heidevelden. Door de begrazing door schapen en door het steken van heideplaggen ontstonden hier en daar zandverstuivingen, die de akkers konden bedreigen, bijvoorbeeld de Kampina. Tal van dorpen en buurtschappen in Groene Woud waren al in de Vroege Middeleeuwen bewoond. Uitgestrekte nederzettingen waren er in die tijd nog niet. Vaak gaat het om zogeheten domeinen: een hoofdboerderij waar een lokale heer woonde met enkele hiertoe behorende hoeven. In een oude akte van omstreeks 700 staat dat er drie van deze domeinen worden geschonken aan Willibrord. Ze lagen op de plek waar nu Sint Michielsgestel en Gemonde liggen. Vanuit deze oude bewoningskernen zijn delen van de wildernis ontgonnen. In sommige gevallen betreft dit ontginningen die tot stand kwamen in de 9 e tot de 11e eeuw; ze worden wel oude domeingoederen genoemd. Vaak zijn deze grote landbouwbedrijven later gesplitst en vormden ze de kern van sommige huidige buurtschappen. Gaandeweg nam de bevolking toe en men ging ook meer marginale delen van het gebied ontginnen, vaak in georganiseerd verband. In het landschap zien we deze gebieden terug als complexen van lange strookvormige percelen. Deze ontginningen werden gestimuleerd door de hertogen van Brabant, die zich in de 12e en 13e eeuw tot machtige landheren hadden ontwikkeld.
Zij bevorderden groepen boeren om woeste gronden te ontginnen, zoals in de buurt van Gemonde en Schijndel. Ook verschillende kloosters waren actief met ontginningen. Behalve deze georganiseerde activiteiten gebeurde het echter ook regelmatig dat de boeren in de dorpen zelf stukken heide of broek omvormden om het als landbouwgrond te gebruiken. Soms werden er nieuwe boerderijen gebouwd, maar vaak werden de percelen vanuit de oude woonplaatsen benut als extensief hooiland of weiland. AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied20 De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Binnen het onderzoeksgebied ligt één AMK-terrein; een terrein op 230 meter ten noordoosten van het plangebied dat samenvalt met de historische kern van Schijndel (zie bijlage 2 en figuur 8).
In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied 21 Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal 14 archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij om bureauonderzoeken, booronderzoeken en proefsleuvenonderzoeken (zie bijlage 3 en figuur 8). De resultaten van de onderzoeken die rondom het plangebied zijn uitgevoerd laten zien dat een deel van de gebieden een sterke bodemverstoring kent, maar dat er ook gebieden zijn waar een (plaatselijk dik) eerddek op onverstoorde dekzandafzettingen is aangetroffen. Bij enkele van deze onderzoeken zijn zelfs vindplaatsen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd aangetroffen. 22 Archieven en provinciaal archeologisch depot In het kader van dit bureauonderzoek zijn geen archieven en depots geraadpleegd, aangezien verwacht werd dat dit voor dit plangebied geen meerwaarde zou hebben.
20
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort. Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort. 22 Tump, 2013 21
Rapport 18870.001 versie 1.1
Pagina 7 van 20
Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied23 In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het plangebied zijn geen vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied staan 14 vondstmeldingen geregistreerd (zie bijlage 4 en figuur 8). De vondsten die rondom het plangebied zijn gedaan laten zien dat er met name menselijke activiteiten hebben plaats gevonden in het onderzoeksgebied in de perioden IJzertijd - Nieuwe tijd. Plaatselijk zijn er echter ook vondsten gedaan uit het Mesolithicum, Neolithicum en de Bronstijd, zei het beduidend minder dan uit de latere perioden. 2.7
Beschrijving van het historische gebruik
In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegen- en kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20e eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Voor de historische ontwikkeling is naast het historisch kaartmateriaal ook relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd. Korte bewoningsgeschiedenis van Schijndel In deze paragraaf wordt een bespreking van de bewoningsgeschiedenis van de streek gegeven. Een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland wordt weergegeven in bijlage 5. In 1299 wordt Schijndel voor het eerst genoemd als Skinle, toen Hertog Jan II van Brabant toestemming gaf tot de bouw van de Koeveringse molen. Skinle is een samenstelling van skin, wat ‘schors’ betekent, en loo dat voor ‘bos’ staat. De betekenis van de naam Schijndel is dan ook waarschijnlijk schorsbos of eikenbos.
Het gebied ten westen en zuiden van Schijndel, behorende tot de Meierij van ’s-Hertogenbosch, was vóór het jaar 1000 niet voor permanente bewoning geschikt omdat vanwege de lemigheid van de ondergrond de omstandigheden te nat waren. Vanaf de 18 e eeuw heeft hier op grote schaal populierenteelt plaatsgevonden voor de productie van klompen. De leemhoudende en drassige bodem rond Schijndel was zeer geschikt voor de populierenteelt. 24 In de Tweede Wereldoorlog is er zwaar gevochten in en rond Schijndel, waarbij in het najaar van 1944 meer dan 300 woningen verwoest of zwaar beschadigd zijn. 25 Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Tabel II.
Geraadpleegd historisch kaartmateriaal
Bron
Periode
Kaartblad
Schaal
Omschrijving plangebied
Bijzonderheden/directe omgeving
Tiendkaart26
1757
-
1:11.520
Oostelijke rand erf, tuin en/of boomgaard met schuren, rest grasland
Huidige Schootsestraat al aanwezig
23
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort De Bont, 1993/www.bhic.nl 25 www.historisch-schijndel.nl 26 De Weijer, 1750 24
Rapport 18870.001 versie 1.1
Pagina 8 van 20
Kadastrale minuut27
1811-1832
Gemeente Schijndel, Sectie C, Blad 04
1:2.500
Oostelijke rand tuin en boomgaard, centrale deel bouwland, westelijke deel weiland
Agrarisch bedrijf direct ten zuidoosten van het plangebied.
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1868
608
1:50.000
Oostelijke rand tuin en/of boomgaard aan een erf, rest grasland
-
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1900
608
1:50.000
Akkerland en weiland
Schootsestraat verhard
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1910
608
1:50.000
Akkerland en weiland
-
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1919
608
1:50.000
Akkerland en weiland
-
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1928
608
1:25.000
Akkerland en weiland
-
Topografische kaart
1956
45D
1:25.000
Akkerland en weiland
-
Topografische kaart
1962
45D
1:25.000
Akkerland, boomgaard en in het oosten enkele schuren
-
Topografische kaart
1978
45D
1:25.000
Erf met grote schuur in het noorden en bos in het westen
-
Topografische kaart
1988
45D
1:25.000
Erf met grote schuur in het noorden en bos in het westen
-
Topografische kaart
2006
45D
1:25.000
Erf met grote schuur in het noorden en bos in het westen
-
Topografische kaart
2011
45D
1:25.000
Erf met twee kleine schuren en bos in het westen
Grote schuur in het noorden afgebroken.
Uit de historische kaarten vanaf midden 18e eeuw blijkt dat de omgeving van het plangebied zich kenmerkte door een kleinschalige, grotendeels regelmatige verkaveling. De historische kern van Schijndel lag iets ten noorden van het plangebied. Midden 18 e eeuw was het plangebied onderdeel van het een agrarisch gebied ten zuiden van de kern van Schijndel. De huidige Schootsestraat was in de 18e eeuw al aanwezig als de doorgaande weg van Schijndel naar Boxtel.28 Volgens de Tiendkaart uit 1757 was het oostelijke deel van het plangebied in de 18e eeuw onderdeel van een bebouwingslint van agrarische bedrijven langs de Schootsestraat en in gebruik als erf, tuin en/of boomgaard. Binnen het oosten van het plangebeid zouden zich destijds ook circa twee schuren hebben bevonden. De westelijke helft van het plangebied was onderdeel van een weidegebied. Uit de kadastrale minuut van begin 19e eeuw blijkt dat het plangebied destijds geheel onbebouwd was. Het oostelijke deel was in gebruik als tuin en boomgaard, behorende tot een agrarisch bedrijf dat direct ten zuidoosten van het plangebeid lag. Het centrale deel van het plangebied was in gebruik als bouwland en het westelijke deel als weiland. Begin 20e eeuw was het gehele plangebied in gebruik als akkerland en weiland. Tot eind jaren ’60 is dit beeld niet gewijzigd.
Vanaf de jaren ’60 is het agrarisch bedrijf ten zuidoosten van het plangebied uitgebreid binnen het plangebied. Sindsdien zijn in het oosten en noorden enkele schuren gerealiseerd en is het westen van het plangebied als bos in gebruik genomen. Het tussenliggende deel was waarschijnlijk in gebruik als erf. Opvallend is met name de grote schuur (circa 100 27 28
Beeldbank Cultureelerfgoed www.historisch-schijndel.nl
Rapport 18870.001 versie 1.1
Pagina 9 van 20
meter lang) die in de jaren ’70 langs de noordelijke rand van het plangebeid is gebouwd. Tussen 2006 en 2011 is deze schuur weer gesloopt (zie figuur 9-12). Rijks- en gemeentemonumenten binnen attentiegebied Een rijksmonument is in Nederland een zaak (een bouwwerk of object, of het restant daarvan) die van algemeen belang is wegens de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. Een gemeente kan besluiten een bijzonder pand op de gemeentelijke monumentenlijst te zetten. Dit gebeurt als een pand geen nationale betekenis heeft, maar wel van plaatselijk of regionaal belang is. Naast het gemeentelijk monument is er ook nog het Monumenten Inventarisatie Project (MIP). De MIP Gemeentebeschrijvingen vormen een verzameling beschrijvingen van de historischgeografisch, sociaaleconomische, architectuurhistorische, bouwhistorische en stedenbouwkundige ontwikkelingen van gemeenten in de periode 1850-1940. Het plangebied ligt niet binnen een 50 meter attentiezone van zowel rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten als MIP-monumenten. Bouwhistorische gegevens Bij het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) is bij het gemeentelijk archief een aanvraag gedaan tot inzage van bouwdossiers voor de bebouwing binnen het plangebied.
Er is alleen een bouwdossier bekend van een houten opslagloods in het oosten van het plangebied (tussen boring 1 en 2 op figuur 13). Van de rest van de bebouwing in het plangebied zijn geen bouwdossiers beschikbaar. Tabel III geeft de verleende bouwvergunningen voor het plangebied. Tabel III.
Verleende bouwvergunningen
Jaar
Omschrijving
Verstoringsdiepte
1972
Nieuwbouw (houten) opslagloods
Fundering op poeren tot 50 cm -mv. Vloer bestaat uit tegels.
Bij het raadplegen van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) van de bestaande bebouwing blijkt dat de loods in het oosten van het plangebied inderdaad in 1972 is gerealiseerd.29 Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd.30 Tijdens de oorlog hebben in Schijndel met name in september en oktober 1944 intensieve gevechtshandelingen plaatsgevonden rond operatie Market-Garden. Schijndel lag dicht aan de corridor van Eindhoven naar Nijmegen en is enkele malen ver- en heroverd. In enkele weken tijd zijn er hierbij tienduizenden granaten op Schijndel afgevuurd, waarbij circa 300 huizen verwoest zijn. Rondom het plangebied zijn verschillende ontplofbare oorlogsresten geruimd waaronder in de Schootsestraat direct ten oosten van het plangebied. Volgens de concept militaire relictenkaart van de gemeente Meierijstad ligt het plangebied binnen een slagveld (zone) uit de Tweede Wereldoorlog. Uit deze bronnen blijkt dat in het plangebied archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog te verwachten zijn. Ook ontplofbare oorlogsresten kunnen in het plangebied nog verwacht worden.
29
Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Amersfoort & Kamphuis, 1990/De Jong, 1969 – 1994/ikme.nl/VEO Bommenkaart/Ruimingskaart/Klep & Schoenmaker, 1995/Zwanenburg, 1990/www.heemkundekringschijndel.nl/mededeling dhr. Suijkerbuijk, gemeente Meierijstad 30
Rapport 18870.001 versie 1.1
Pagina 10 van 20
Aanvullende informatie Heemkunde Vereniging Voor aanvullende informatie is contact gezocht met de plaatselijke Heemkundekring Schijndel. De Heemkundekring gaf aan dat in het gebied ten oosten van het plangebied ooit een beek heeft gelopen die uit het zuiden vanaf de Vlagheide stroomde. Verder zijn er op de akkers fragmenten aardewerk uit de 16e en 17e eeuw aangetroffen.31 In het gebied ten noorden en oosten van Schijndel zijn tussen 1998 en 2015 meerdere vondsten gedaan uit het Midden Paleolithicum. Het betreffen verschillende vuurstenen werktuigen van Neanderthalers en botten van mammoeten, reuzenherten en wolharige neushoorns. De vondsten zijn onder andere gedaan op vijf locaties bij onder andere graafwerkzaamheden voor de verbreding van de Zuid-Willemsvaart en de aanleg van een fietstunnel en het industrieterrein Duin, waarschijnlijk op grote diepte. De vondsten binnen de voormalige gemeente Schijndel zijn ook in ARCHIS aangemeld.32 De vondstlocaties liggen in een zone die zich uitstrekt van 4 kilometer ten noorden van het plangebied tot 4 kilometer ten zuidoosten van het plangebied. De dichtstbijzijnde waarneming ligt op ruim een kilometer ten oosten van het plangebied.33 2.8
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel IV.
Gespecificeerde archeologische verwachting
Archeologische periode
Gespecificeerde verwachting/Complextype
Te verwachten resten en/of sporen
Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld
Laat Paleolithicum
Middelhoog
Vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top en onder de dekzandafzettingen
Mesolithicum
Middelhoog
Vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Neolithicum
Middelhoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, houtskool en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Bronstijd
Middelhoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
IJzertijd
Hoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Romeinse tijd
Hoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
31
Mededeling dhr. G. Kaathoven, maart 2022 ARCHIS-vondstnummers (van noord naar zuid): 4039343100, 4039287100 en 4039327100 33 www.heemkundeschijndel.nl; www.gerarddenbosch.nl 32
Rapport 18870.001 versie 1.1
Pagina 11 van 20
Vroege-Middeleeuwen
Hoog
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Late-Middeleeuwen
Hoog
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Nieuwe tijd
Hoog
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen
Onder maaiveld/in het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Uit de landschappelijke ligging in een gebied bestaande uit dekzandruggen, blijkt dat het plangebied vanaf het Paleolithicum bewoonbaar is geweest voor jagers en verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers. Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied blijkt dat er in de omgeving van het plangebied sporen van menselijke activiteit zijn waar genomen uit het Midden Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd, maar met name uit de IJzertijd tot Nieuwe tijd. Door archeologisch onderzoek is er een goed beeld van waar de jagers en verzamelaars hun tijdelijke kampementen vestigden. De jagers en verzamelaars waren afhankelijk van een aantal ecologische factoren, zoals het voedselaanbod en de aanwezigheid van grondstoffen in de omgeving van de locatie. Ze leefde van de jacht, visserij en het verzamelen van onder andere noten, vruchten en wortels. Dit soort voedsel was met name te vinden op het overgangsgebied van hoge en droge gronden naar lage en natte gronden, de gradiëntzone, en dichtbij water, zoals vennen en beken. Op dit soort locaties was ook drinkwater bereikbaar.34 De kans op het voorkomen van archeologische resten in het plangebied is, vanwege de ligging ver van een gradiëntzone naar een beekdal, landschappelijk gezien laag voor Paleolithicum en Mesolithicum.
Er zijn in de omgeving van Schijndel echter wel enkele vondsten gedaan van jagers en verzamelaars, waaronder opvallend genoeg zelfs vuurstenen werktuigen van Neanderthalers. Dit betroffen echter wel toevalsvondsten. Op basis van deze vondsten geldt er voor het plangebied een middelhoge gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Laat Paleolithicum en Mesolithicum. Voor de landbouwers zijn andere factoren van belang bij de locatiekeuze. Vanaf het Neolithicum ging men zich vestigen op één locatie. Om te kunnen blijven wonen op één plek werd het kunnen uitvoeren van landbouw een belangrijke factor. Voor akkerbouw is onder andere een vruchtbare bodem en een goede afwatering van belang.35 In de omgeving van Schijndel zijn met name vondsten vanaf de IJzertijd gedaan, en plaatselijk ook vondsten uit het Neolithicum of Bronstijd. Het plangebied heeft daarom een middelhoge gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Neolithicum en de Bronstijd en een hoge gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit de IJzertijd tot en met de Middeleeuwen. Vanaf de Middeleeuwen zijn schriftelijke bronnen bekend die de bekende locatiekeuzes en archeologische gegevens kunnen aanvullen.
Vanaf de 13e eeuw wordt de locatie langs kruisingen en splitsingen van doorgaande en lokale wegen ook van belang voor de locatiekeuze van een nederzetting. Deze nederzettingen kunnen zijn gegroeid tot de hedendaagse gehuchten en woonkernen. 36
34
Louwe Kooijmans et al., 2005. Louwe Kooijmans et al., 2005. 36 Renes, 1999. 35
Rapport 18870.001 versie 1.1
Pagina 12 van 20
Het plangebied ligt aan een doorgaande weg iets ten zuiden van de historische kern van Schijndel. Het plangebied lijkt gedurende in ieder geval de laatste 250 jaar deels onderdeel te hebben uitgemaakt van de lintbebouwing langs de Schootsestraat, al zijn er geen gegevens bekend dat er in die periode andere bebouwing dan schuren in het plangebied heeft gestaan in het uiterste oosten van het plangebied. De rest van het plangebied lijkt tot ver in de 20e eeuw direct achter een erf te hebben gelegen. Het plangebied heeft vanwege deze ligging een hoge gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd voor met name het meest oostelijke deel. De archeologische resten worden verwacht onder het eerddek en in de top van dekzandafzettingen. De vondstenlaag is opgenomen onder in het eerddek; hier wordt ook wel van ‘cultuurlaag’ gesproken: een doorwerkte oude bodem tussen het eerddek en de ongeroerde ondergrond met kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, vuursteen en houtskool. Archeologische sporen worden verwacht tot ongeveer 25 cm in de top van de C-horizont. Aan en direct onder het maaiveld worden archeologische resten verwacht uit de Nieuwe tijd. Organische resten en metaal zullen slecht zijn geconserveerd door de relatief droge en zure bodemomstandigheden boven het hoogste grondwaterpeil (1 meter -mv).
Andere type indicatoren (aardewerk) zijn waarschijnlijk matig goed geconserveerd. Het complextype en de omvang van eventuele archeologische resten kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens. Bodemverstoring Dat een gebied een middelhoge of hoge archeologische verwachting heeft, betekent niet dat eventuele aanwezige archeologische resten behoudenswaardig zijn. De waarde van archeologische vindplaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate waarin grondsporen dan wel vondsten in situ bewaard zijn gebleven. Het plangebied is in het verleden in gebruik geweest als bos, weiland, akkerland, tuin/erf/boomgaard en is de afgelopen 250 jaar (periodiek) deels bebouwd geweest met schuren. Door ploegen en bouwen graafactiviteiten kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden, die vanaf het maaiveld worden verwacht, mogelijk verloren zijn gegaan. 2.9
Conclusie bureauonderzoek
Gezien de in dit bureauonderzoek opgestelde middelhoge tot hoge archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Gezien de omvang van het plangebied en de aanwezigheid van een hoge zwarte enkeerdgrond is in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode een verkennend booronderzoek. Verspreid in het plangebied dienen boringen te worden gezet met als doel om inzicht te krijgen in de toestand van het bodemprofiel. Tevens dient gekeken te worden naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Door middel van het verkennend booronderzoek dient te worden vastgesteld of er binnen het plangebied archeologische resten in situ te verwachten zijn.
3
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK
3.1
Doelstelling en onderzoeksvragen
Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied. Tevens dient
Rapport 18870.001 versie 1.1
Pagina 13 van 20
te worden vastgesteld wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. 3.2
Methoden
Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een verkennend booronderzoek, onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018 protocol 4003), specificatie VS03. Voor het inventariserend veldonderzoek is op 28 april 2022 door drs. M. Stiekema (Senior KNA Prospector) een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld. Het veldwerk is uitgevoerd op 29 april 2022. Het gehele plangebied was vrij toegankelijk. Voor het plaatsen van de boringen is door BODAC bv een OO begeleiding uitgevoerd, vanwege de verwachting op resten uit de Tweede Wereldoorlog. Hierbij is van elke boorlocatie een detectie uitgevoerd om deze vrij te geven voor de aanwezigheid van explosieven. De boringen zijn verspreid binnen het plangebied gezet. Bij het zetten van de boringen is rekening gehouden met de aanwezige verhardingen, gebouwen en kabels en leidingen, alsmede de gegevens van de Deskundige Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten (OOO). In totaal zijn er met behulp van een edelmanboor (diameter 7 cm) vijf boringen tot maximaal 1,70 meter -mv gezet (Figuur 13). De boringen zijn lithologisch conform de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode beschreven. 37 De exacte locatie van de boringen (x-, y- en z-waarden) is vastgelegd met behulp van dGPS.
Van alle boringen is de maaiveldhoogte afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Aan de hand van het opgeboorde materiaal is beoordeeld of er wel, geen of slechts deels sprake is van een gaaf bodemprofiel. Tevens is gekeken naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Het opgeboorde materiaal is in het veld door middel van versnijden/verkruimelen geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren, zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrand leem en bot. 3.3
Resultaten
Geologie en bodem De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de vorm van boorprofielen en worden in bijlage 8 weergegeven. Op basis van deze boorprofielen kunnen de hoofdlijnen van de bodemopbouw als volgt worden weergegeven. Bij alle boringen zijn zwak siltige, matige fijne zandafzettingen en bij boring 5 ook sterk zandige leemafzettingen aangetroffen. Boringen 1 en 5 zijn op het erf en in de tuin van Schootsestraat 45-47 geplaatst. Bij boring 1 is een 40 cm dik zwak humeus sterk puinhoudend zandpakket aangetroffen, welke gestuit is in een puinlaag op 40 cm -mv. Deze boring kon niet verplaatst worden omdat de omliggende zones niet vrijgegeven zijn door de begeleidende Deskundige Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten (OOO). Bij boring 5 is aan het maaiveld een zwak humeus, zwak baksteen- en puinhoudend zanddek (Ap-horizont) van 100 cm dik aangetroffen. Hieronder is een 40 cm dikke verstoorde zandlaag aangetroffen met daarin resten van het bovenliggende eerddek en restanten van een voormalige podzol-BC-horizont. Onder deze gevlekte lagen is vanaf 140 cm -mv een 10 cm dikke onverstoorde Cg-horizont bestaande uit zwak gleyhoudende dekzand op een (minimaal) 20 cm dikke sterk zandige matig gleyhoudende leemlaag aangetroffen. Op basis van de diepteligging en waarnemingen uit de