Bijlage 1d. Toelichting bijlage 4 Flora en fauna onderzoek
Tekst van het document
29
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Hoogstraat 64 te Sint-Oedenrode
broeden valt ook binnen deze beschermingscategorie een brede groep van voornamelijk roofvogels die voor hun nestgelegenheid van bomen afhankelijk zijn. Dit kunnen nesten in bomen zijn die zelf gemaakt zijn of nesten van andere grote vogels (zoals van de verschillende kraaiachtigen). Een soort als de ransuil maakt altijd gebruik van oude nesten van andere vogels. Andere soorten anders dan roofvogels uit deze beschermingscategorie zijn roek en ooievaar. De roek is een koloniebroeder en de ooievaar wijkt ook uit naar menselijke bouwwerken als hoogspanningsmasten en schoorstenen. Categorie 5 De strikte bescherming van nestelplekken van alle soorten uit de deze categorie geldt alleen als er zwaarwegende ecologische omstandigheden daartoe aanleiding geven. De jaarronde bescherming geldt alleen als de populatie sterk onder druk staat. Meeste van deze soorten staan ook vermeld op bijlage 2 van de Conventie van Bern waardoor Wnb §3.2 artikel 3.5 van toepassing is, wat in principe betekent dat de nestel- en verblijfplekken jaarrond strikt beschermd zijn en verstoring niet toegestaan is. Echter voor de Nederlands situatie is de wetgeving aangepast en is ook voor deze soorten alleen de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1) van toepassing zolang er geen aanleiding is om de strikte bescherming toe te passen.
In het algemeen geldt niet zozeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer die van het type nestgelegenheid. De bescherming houdt verband met de schaarste van het type nestgelegenheid. Veel van deze soorten zoeken nestgelegenheid op beschutte plekken in holten, holen en kieren. De nesten van zwarte kraai en ekster zijn beschermd omdat roofvogels uit de zwaardere beschermingscategorieën van deze nesten gebruik kunnen maken. Boerenzwaluw en huiszwaluw worden vaak als koloniebroeders aangetroffen op boerenerven en onderhouden vaste verblijfplekken waar ze jaarlijks weer naar terugkeren. De meeste soorten uit deze beschermingscategorie onderhouden in principe geen vaste nestelplekken, zoals een aantal algemene tuin en stadsvogels, maar keren wel vaak tot dezelfde plek of locatie terug. .
Overig soorten Voor de groep uit de laagste beschermingscategorie geldt de bescherming van de nesten en broedplekken in alle gevallen uitsluitend als daadwerkelijk sprake is van een broedgeval. Hiervoor is artikel Wnb artikel 3.1 lid 2 van toepassing. Verbod van opzettelijke verstoring (Wnb art.3.1 lid 4) is bij ingang Wnb niet (meer) van toepassing voor deze categorie.
Bronnenonderzoek en waarnemingen Bronnenonderzoek De NDFF-gegevens melden uit de strikte beschermingscategorie binnen de 1 km-straal gierzwaluw, huismus en de grote gele kwikstaart als soorten die veelal verblijf in bebouwing onderhouden of kunnen onderhouden. De kerkuil en steenuil worden pas voor de 1-5 km-straal vermeld. Als soorten uit de strikte beschermingscategorie die in bomen broeden worden binnen de 1 kmstraal rond het plangebied buizerd, boomvalk en sperwer vermeld. Waarnemingen Waarnemingen betroffen een aantal algemene tuin- en stadsvogels als koolmees, houtduif, merel, ekster en roodborst. Op het naburig erf werd vanuit een groep boomhoge wintergroene heesters een groepje kwetterende huismussen gehoord. Grotere groepen spreeuwen werden in de bomen rond naburige boerderijen waargenomen.
Effectenbeoordeling Jaarrond beschermde verblijfplekken in gebouwen (catg. 1,2,3 en 4) -Huismus Tijdens het veldbezoek werden geen huismussen binnen het plangebied waargenomen, maar wel op het naburig erf waar deze een “kwetterplek” (een sociale ontmoetings- en collectieve schuilplek)
30
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Hoogstraat 64 te Sint-Oedenrode
onderhouden. Echter op het erf werd geen enkele waarneming van huismussen gedaan en geen aanwijzingen van nestelplekken. De bebouwing is over het algemeen weinig geschikt op basis van constructie om broedplekken te verwachten. Op en rond plekken waar huismussen meest in kolonies nestelen, is in de tijd van het jaar waarin het veldbezoek plaats vond, al de eerste activiteit, zoals schermutselende mannetjes en verkennende vrouwtjes op dakranden, bij potentiële nestplaatsen. Een dergelijk activiteitenpatroon werd niet binnen het plangebied waargenomen ondanks zeer geschikte weersomstandigheden, wat al een betrouwbare indicatie is om geen broedplekken te verwachten. Er is ook gelet op aanwijzingen voor nestlocaties in of aan de te slopen bebouwing zoals uitstekende droge grassprietjes of veertjes en uitwerpselen tegen de muur nabij een nestplek. Een broedpopulatie van de huismus kan op basis van het veldbezoek binnen het plangebied geheel uitgesloten worden. Wel bevat het plangebied elementen, zoals een moestuin, wintergroene heesters en een open kippenren, die van betekenis zijn binnen het habitatgebied van huismussen. Opmerkelijk is dat er geen huismussen in de kippenren werden waargenomen, een plek waar voedsel wordt gemorst wat meestal onmiddellijk huismussen aantrekt.
Een nader omgevingsonderzoek wees al snel uit dat meer overvloedige voedselbronnen op de erven van de naburige melkveebedrijven te vinden zijn in de vorm van open veestallen en open voedselkuilen. Ook zijn er daken die goede nestgelegenheid bieden. In het algemeen zal de nieuwe inrichting van het plangebied een verbetering van het lokale leefgebied van de huismus betekenen Het voornemen is om de elementen, zoals moestuin, kippenren en groen, die van belang kunnen zijn binnen het leefgebied van huismussen, in de nieuwe groene inrichting te integreren. -Gierzwaluw, uilen en grote gele kwikstaart Gierzwaluwen vinden hun verblijfplekken in en meer verstedelijkte omgeving dan die van het plangebied. De bebouwing toont een algemene ongeschikt om verblijfplekken van gierzwaluwen te verwachten. Er ontbreekt een geschikte aanvliegbare dak- en gevelbekleding om onder of in te nestelen. Alle gebouwen zijn gecontroleerd en konden goed onderzocht worden op verblijfsporen van uilen. Deze werden nergens geconstateerd. Er werden geen aanwijzingen als ruiveren, uilenballen en mestsporen die erop wijzen dat uilen buiten de bebouwing op het erf foerageren of uitkijk- en rustplekken onderhouden. Het plangebied biedt momenteel voldoende elementen om deel uit te maken van het leefgebied van de steenuil en kerkuil.
Het voornemen is om die elementen (als bij huismussen) in de nieuwe groene inrichting te integreren. In het algemene zal deze inrichting ook een verbetering van het leefgebied van uilen betekenen. De grote gele kwikstaart nestelt in de nabijheid van stromende waters en is daardoor geheel niet relevant voor het plangebied. Jaarrond beschermde verblijfplekken in bomen (catg. 1,2,3 en 4) Met uitzondering van de sperwer vervult het plangebied een ondergeschikte betekenis voor roofvogels uit deze categorie die verwacht kunnen worden. De meeste roofvogels uit deze categorie kennen een breed landschapsgebruik waarvan het zwaartepunt in bossen, langs bosranden en boven het open veld ligt. De enige begroeiing die nestgelegenheid kan bieden is het groepje van wintergroene boomhoge heesters (o.a. coniferen) in de uiterste zuidwesthoek van het plangebied langs de Hoogstraat. De sperwer kan hier nestelen en de ransuil zoekt in dergelijke houtopstanden vaak winterverblijf. Voor andere uilen, steenuil en kerkuil, zijn dergelijk houtopstanden geschikte rust- en uitkijkplekken. Er werden geen aanwijzingen gevonden, als uilenballen en mestsporen, dat soorten uit onderhavige beschermingscategorie hier in enige vorm verblijf- of nestelplekken onderhouden.
Jaarronde bescherming van de verblijf optioneel catg.5 Uit deze categorie viel in het bijzonder op de groepen spreeuwen die rond de nabije boerderijen rondzwerven. Tijden het omgevingsonderzoek kan worden waargenomen dat deze met een grote groep een uitval deden naar de voederruif in een naburige veestal. De open stallen en voederkuilen
31
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Hoogstraat 64 te Sint-Oedenrode
verklaren de aanwezigheid van de grote aantallen spreeuwen rond het plangebied. Er werden geen aanwijzingen gevonden dat binnen het plangebied spreeuwen broeden. Voor deze soort en andere soorten uit deze categorie die verwacht kunnen worden geldt alsnog dat er geen ecologische omstandigheden zijn om nesten van deze soorten een jaarrond beschermde status te geven. Om een overtreding van artikel Wnb artikel 3.1 lid 2 te voorkomen dient wel het broedseizoen voor deze soorten in acht worden genomen bij het verwijderen van groen en slopen van bebouwing en is, evenals bij de volgende groep, het verbod tot opzettelijke verstoring (Wnb art.3.1 lid 4) niet van toepassing. Overige vogels Voor algemene tuinvogels is er beperkt nestgelegenheid aanwezig binnen wintergroene sierstruiken. Soorten als merel en zanglijster broeden ook vaak in stallen. De witte kwikstaart is en soort die veelvuldig in agrarische bedrijfsbebouwing nestelt. Om een overtreding van artikel Wnb artikel 3.1 lid 2 te voorkomen dient daarom het broedseizoen in acht worden genomen bij de sloop van de bebouwing en bij verwijdering van afval en groen. Conclusie Binnen de invloedsfeer het plangebied worden op basis van het veldbezoek geen nesten en verblijfplekken van vogels uit de strikte beschermingscategorie die in bomen en gebouwen nestelen vastgesteld en deze worden ook niet verwacht.
Voor algemene tuinvogels is nestgelegenheid aanwezig binnen het groen en in de te slopen bebouwing. Om een overtreding van artikel Wnb artikel 3.1 lid 2 te voorkomen dient daarom het broedseizoen in acht worden genomen bij de sloop van de bebouwing en bij verwijdering van groen.
4.3.5 Reptielen, amfibieën en vissen Bescherming en voorkomen Reptielen Onder de strikte bescherming van de Habitatrichtlijn (Wnb §3.2) vallen een beperkt aantal reptielsoorten waarvan binnen de provincie Noord-Brabant alleen de zeldzame gladde slang met een viertal kernpopulaties, binnen geheel natuurlijke populaties voorkomt. De bekende waarnemingslocaties liggen deels verspreid in het oosten en deels in het westen van de provincie De enige reptielen die in Brabant met een meer regelmatige frequentie voorkomen vallen onder het middelzware beschermingsregime van ‘andere soorten’ (Wnb §3.3) waarvoor de provincie NoordBrabant geen vrijstelling verleent. Dit betreffen de algemene levendbarende hagedis en in Brabant relatief zeldzame hazelworm. Beide soorten zijn tamelijk strikt gebonden aan bos, heide en heideachtig terrein. Amfibieën Voor de meeste middels de Habitatrichtlijn (Wnb §3.2) strikt beschermde amfibieën die binnen een zekere frequentie binnen een natuurlijk verspreidingspatroon in de provincie Noord-Brabant voorkomen, als heikikker, poelkikker en rugstreeppad en kamsalamander geldt dat dat deze een tamelijk strikte binding hebben met hoogwaardig natuurgebied van heide, heideachtig terrein, stuifzanden, natuurlijke graslanden en een kwalitatief hoogwaardig watermilieu. Theoretisch gezien geldt de binding aan natuurgebied minder voor de rugstreeppad.
De rugstreeppad is een meer mobiele soort van minder stabiele watermilieus die landelijk op veel plekken in agrarisch gebied en tot binnen stedelijk gebied voorkomt. Binnen Brabant is de soort betrekkelijk zeldzaam en wordt de buiten de optimale biotoop van heide en stuifzanden veel minder vaak aangetroffen dan elders in het land. De soort is in het algemeen een kolonisator op allerlei braakliggend terrein en plant zich daar veelal voort in ondiepe tijdelijke plassen.
32
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Hoogstraat 64 te Sint-Oedenrode
De enige nationaal (Wnb §3.3) beschermde amfibieën waarvoor geen vrijstelling geldt en die binnen de provincie Noord-Brabant vrij algemeen voorkomen, zijn de vinpootsalamander en alpenwatersalamander. De vinpootsalamander is te specifiek gebonden aan heidevennen om buiten natuurgebied te verwachten. De alpenwatersalamander is minder kieskeurig en is in de eerste instantie een soort van bosvijvers. Voor een vijftal middels Wnb §3.3 beschermde amfibiesoorten die landelijk algemeen voorkomen geldt een vrijstelling. Dit betreft de zeer algemeen voorkomende kikkers de bruine kikker, (groene)bastaardkikker, (groene) meerkikker en gewone pad en als enige salamandersoort de kleine watersalamander. Voor deze soorten geldt alleen de zorgplicht. Vissen Wnb §3.2 en §3.3 Onder de habitatrichtlijn vallen een aantal zoutwatervissen die vanzelfsprekend voor het plangebied uitgesloten kunnen worden. Onder de nationale bescherming (Wnb§3.3) vallen een aantal vissen die aan een hoogwaardig beekmilieu gebonden zijn als beekprik, elrits, gestippelde alver, kwabaal en beekdonderpad. De elrits en gestippelde alver zijn zeldzame vissoorten die alleen nog in enkele beken in Zuid-Limburg voorkomen. De grote modderkruiper is een soort van sloten en waters met een modderbodem en komt vooral voor binnen laagveengebieden en het rivierengebied voor.
De Brabantse verspreiding ligt vooral in de invloedsfeer van de grote rivieren. Bronnenonderzoek en waarneming Bronnenonderzoek De NDFF-gegeven vermelden binnen de 1 km-straal geen reptielen, amfibieën en vissen. Binnen de 1-5 km wordt de levendbarend hagedis als enig reptiel vermeld en meerdere amfibiesoorten, waaronder de strikt beschermde soorten kamsalamander, poelkikker, boomkikker rugstreeppad en heikikker. De waarnemingslocatie liggen vrijwel zeker buiten stedelijk en agrarisch gebied binnen de biotopen van bos, heide en stuifzanden. Binnen de 0-10 km straal worden geen vissoorten vermeldt. Waarnemingen Tijdens het bezoek werden geen waarneming uit deze soortgroepen gedaan. Effectenbeoordeling Landschappelijk gezien is het plangebied door het omringend agrarisch gebied te geïsoleerd gelegen van de nabije bekende habitatgebieden van alle reptielen en meeste amfibieën waarvoor geen vrijstelling geldt om deze met enige kans te verwachten. In meer directe zin is het plangebied door zijn inrichting en begroeiingstructuren geheel ongeschikt om deel uit te maken van het habitatgebied van reptielen en strikt beschermde amfibieën die op relatief korte afstand van het plangebied binnen natuurlijk gebied van heide en bos voorkomen.
Voor de groep van amfibieën, met name voor de alpenwatersalamander, ligt het plangebied te ver buiten het bereik van geschikte stabiele voortplantingswaters om deze redelijkerwijs te verwachten. Door afwezigheid van een geschikt watermilieu is het plangebied voor de groep van vissen geheel niet relevant. Op basis van zijn inrichting en begroeiingstructuren toont het plangebied alleen een landhabitat voor en aantal zeer algemene amfibiesoorten als bruine kikker en gewone pad waarvoor een vrijstelling geldt. Conclusie Aanwezigheid van reptielen, amfibieën en vissen waarvoor geen vrijstelling geldt en negatieve effecten op hun leefgebied als gevolg van de voorgenomen ingrepen kunnen op basis van ligging en inrichting van het plangebied geheel uitgesloten worden.
33
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Hoogstraat 64 te Sint-Oedenrode
4.3.6 Ongewervelden Bescherming en voorkomen Habitatrichtlijn §3.2 Onder de Europese bescherming van de habitatrichtlijn vallen 7 soorten dagvlinders, 1 soort nachtvlinder, 8 soorten libellen, 2 soorten weekdieren en 5 keversoorten. Genoemde soorten zijn allen zeldzaam en gebonden aan hoogwaardige milieus van heide, vennen, beken, moerassen en rivieren. Voor de provincie Noord-Brabant zijn de drie witsnuitlibellen, sierlijke, oostelijke en gevlekte witsnuitlibel, van bijzondere belang. Witsnuitlibellen zijn specifiek gebonden zijn aan het zwak gebufferd watermilieu van vennen en andere kleine waters. De enige beschermde nachtvlinder, de teunisbloempijlstaart, is een warmte minnende soort nachtvlinder die voor zijn voedsel en voortplanting in de Nederland een afhankelijkheid toont aan ruderaal- en pioniersvegetaties. Van de twee weekdieren is de Bataafse stroommossel vrijwel uitgestorven. De andere soort, het waterslakje de platte schijfhoorn, komt verspreid voor in de Utrechtse en Zuid-Hollandse laagveengebieden en in delen van Friesland. Binnen de zuidelijke provincie zijn de vindplaatsen uiterst schaars. Van de 5 keversoorten zijn twee soorten waterroofkevers; de andere 3 soorten betreffen keversoorten die specifiek gebonden zijn aan oude bossen of vrijstaande oude bomen met veel dood hout.
De binding met dood hout, dat in de Nederlandse intensief onderhouden bossen meestal snel geruimd wordt, maakt deze soorten kwetsbaar en is de reden van de zware bescherming. Nationale bescherming §3.1 Onder de nationale bescherming zonder vrijstelling vallen 20 soorten dagvlinders en 7 libelsoorten, één keversoort (het vliegend hert) en de enige inlandse rivierkreeft, de Europese rivierkreeft. De Europese rivierkreeft is landelijk vrijwel uitgestorven. Het vliegend hert is specifiek gebonden aan oude eikenbossen met dood hout in verschillende rottingsstadia. Bronnenonderzoek en waarnemingen Bronnenonderzoek Binnen de 0-1 km-straal vermelden de NDFF-gegevens geen soorten uit deze categorie. Binnen de 15 km-straal worden als dagvlinders grote vos, kleine ijsvogelvlinder en iepenpage en als enige nachtvlinder, de teunisbloempijlstaart vermeld. Uit de groep van libellen worden de sierlijke witsnuitlibel, gevlekte witsnuitlibel, bosbeekjuffer, speerjuffer en beekrombout binnen de 1-kmstraal vermeld. Als enige keversoort wordt de vermiljoenkever vermeld. Waarnemingen Tijdens het veldbezoek werden geen soorten uit deze beschermingscategorie waargenomen.
Effectenbeoordeling De meeste beschermde soorten uit deze categorie zijn dusdanig zeldzaam en/ of stellen een dusdanige specifieke biotoopeisen dat de verwachting kans om deze soorten anders dan incidenteel binnen verstedelijkt en agrarisch gebied aan te treffen bijzonder klein is. De verschillende soorten libellen die genoemd worden, zoals de verschillende witsnuitlibellen, zijn te specifiek gebonden aan zwak gebufferde waters of hoogwaardig beekmilieu om deze met enige kans te verwachten. De genoemde dagvlinders en de vermiljoenkever kunnen binnen de omgeving in vochtige beek begeleidende bossen van hoogwaardige kwaliteit verwacht worden. Een uitzondering geldt voor de nachtvlinder en Habitatrichtlijnsoort de teunisbloempijlstaart. Deze wordt ook aangetrokken door tamelijk triviale vegetatietypen en zelfs in tuinen waarbinnen zijn voedselplanten, die veelal soorten uit de teunisbloemfamilie betreffen, voorkomen. Vooral in het oosten van Brabant nemen de waarnemingen van deze voorheen zeer zeldzame soort sterk toe. Gelet op de zeldzaamheid van de soort, de algehele inrichting van het plangebied is het niet erg realistisch om het plangebied van enig bijzonder belang voor deze soort te beschouwen.
34
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Hoogstraat 64 te Sint-Oedenrode
Het plangebied dat grotendeels in beslag wordt genomen door bestrating en bebouwing bevat geen elementen dat van bijzonder belang kunnen zijn voor deze beschermingscategorie en ligt ver buiten het habitatgebied van de meeste soorten. Hooguit kunnen een aantal zeer algemene (onbeschermde) dagvlindersoorten die men veel in tuinen aantreft als de verschillende koolwitjes, boomblauwtje en bont zandoogje verwacht worden.
4.3.6 Bescherming houtopstanden Bescherming en regelgeving Het plangebied ligt buiten de bebouwde kom waardoor de Wnb-houtopstanden §4 art 4 geldt. De Groene kaart van de gemeente Meijerijstad geeft voor het plangebied geen bomen of houtopstanden aan waarvoor een kapvergunning vereist is. Effectenbeoordeling en conclusie Binnen het plangebied ontbreken houtopstanden die voldoen aan de criteria die Wet natuurbescherming stelt om als beschermde houtopstand aangemerkt te worden. Het plangebied bevat geen bomen de kapvergunningplichting zijn op basis van een vermelding op de Groene kaart van de gemeente Meijerijstad Gemeentebeleid is op dit punt nogal ondoorzichtig (er kunnen uitzonderingsregels zijn), daarom dient de aanbeveling om alvorens tot kap over te gaan eerst bij de gemeente een nacheck te doen of voor de te kappen boom of houtopstand een kapvergunning (omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand) nodig is.
35
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Hoogstraat 64 te Sint-Oedenrode
5 CONCLUSIE 5.1. Toetsing Wet natuurbescherming en provinciale regelgeving Gebiedsbescherming Natura 2000-gebied Wnb §2 EffectenNegatieve effecten op Natura 2000 gebied die tot kwaliteitsverlies en beoordeling overschrijding van de gestelde drempelwaarden betekenen worden op basis wat betreft omvang, aard, ligging en de door de Rijksoverheid gestelde normen wat betreft depositiewaarden van stikstofverbindingen niet verwacht. Een afname van de factor stikstofuitstoot ten opzichte van de voormalige bedrijfsvoering ligt eerder voor de hand. wetgeving
Wnb hoofdstuk 2 §2.1 t/m §2.5.
mogelijke overtredingen
Overtreding van de verbodsbepalingen van de Natura 2000 -wetgeving, zoals die vastgelegd zijn hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming, zijn niet aan de orde. Mogelijk eist het bevoegd gezag een Aeriusberekening om aan te tonen dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is.
Natuur Netwerk Nederland I.o.v. NB §3.2.3 EffectenHet plangebied ligt op afdoende afstand om effecten die de wezenlijke waarden beoordeling en kenmerken van NNB-gebied aantasten of van negatieve invloed op de waterhuishouding binnen NNB-gebied kunnen zijn, geheel uit te sluiten. Een toetsing aan het NNN/EHS-beleid wordt niet noodzakelijk geacht. wetgeving
Interim omgevingsverordening NB §3.2.3 artikel 3.15, 3.26 en 3.27
mogelijke overtredingen
Overtreding van de regelgeving ter bescherming van gebieden die onder het Natuur Netwerk Nederland (NNN) vallen, zoals vastgelegd in artikel 3.15 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, zijn niet aan de orde. Noch overschrijding van de regelgeving met betrekking tot de speciale zones ter bescherming de waterhuishouding binnen NNB-gebied (artikel 3.26 en 3.27).
Groenblauwe mantel Iov NB §3.2.4 EffectenDoor de ligging van het plangebied buiten de landschappelijke provinciale beoordeling beschermingszone van Groenblauwe mantel kunnen overtredingen van §3.2.4 art.3.3.2 van de Interim omgevingsverordening NB uitgesloten kunnen worden. wetgeving
Interim omgevingsverordening NB §3.2.4 artikel 3.32
mogelijke overtredingen
Overschrijding van de regelgeving met betrekking tot de Groenblauwe mantel (§3.2.4 art.3.32) zijn aan de orde.
Soortenbescherming Soortgroep van vaatplanten Wnb §3.2 en §3.3 EffectenHet plangebied toont een inrichting die geheel ongeschikt is om beschermde beoordeling plantensoorten te verwachten. Negatieve effecten op beschermde
36
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Hoogstraat 64 te Sint-Oedenrode
plantensoorten en groeiplekken ten gevolge van de voorgenomen ontwikkelingen kunnen geheel uitgesloten worden. wetgeving
Wnb §3.2 art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Wnb §3.3 art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
mogelijke overtredingen
Negatieve effecten op beschermde plantensoorten en groeiplekken ten gevolge van de voorgenomen ontwikkelingen kunnen uitgesloten worden.
Soortgroep van soorten die beschermd zijn middels de Vogelrichtlijn Wnb §3.1 (RVO-categorie 1,2,3,4 en (optioneel) 5; soorten met jaarrond beschermde verblijfplekken) effectenBinnen het plangebied en de invloedsfeer daarvan worden op basis van het beoordeling veldbezoek geen negatieve effecten verwacht op jaarrond beschermde nesten, verblijfplaatsen en leefgebied van vogels die wettelijk als strikt beschermd worden aangemerkt. wetgeving
Wnb §3.1 art 3.1 lid 2 en 4 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen (lid2). Het is verboden vogels opzettelijk te verstoren (lid4).
mogelijke overtredingen
Overtreding van Wnb art 3.1 lid 2 en lid 4 met betrekking tot de jaarrond beschermde nesten, verblijfplekken en het functioneel leefgebied van vogels uit de beschermingscategorieën 1t/m 4 worden niet verwacht.
Soortgroep van soorten die beschermd zijn middels de Vogelrichtlijn Wnb §3.1 (overige soorten; verblijfplekken niet jaarrond beschermd) effectenNegatieve effecten op broedvogels waarvan de nestelplekken niet jaarrond beoordeling beschermd zijn nooit geheel uit te sluiten. Indien onverwachts toch een broedgeval bij aanvang van de werkzaamheden of tijdens de uitvoering daarvan wordt vastgesteld, dient het broedseizoen in acht wordt genomen (zie hoofdstuk 6). wetgeving
Wnb §3.1 art 3.1 lid 2 en 5 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
mogelijke overtredingen
Als het broedseizoen voldoende in acht genomen wordt kan een overtreding van Wnb artikel 3.1 lid 2 uitgesloten worden.
Soortgroep van beschermde zoogdiersoorten(vleermuizen) Wnb §3.2 effectenVerblijfplekken van vleermuizen binnen het plangebied en invloedsfeer van de beoordeling voorgenomen ontwikkeling worden niet verwacht en daarmee geen negatieve effecten op jaarrond beschermde verblijfsplaatsen van vleermuizen. Op basis van inrichting wordt het plangebied momenteel van een gemiddelde betekenis geacht binnen het leefgebied van vleermuizen
37
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Hoogstraat 64 te Sint-Oedenrode
wetgeving
Wnb §3.2 art 3.5 lid 2 en 4 Het is verboden voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te verstoren, beschadigen of te vernielen. Het is verboden vleermuizen opzettelijk te verstoren (lid4).
mogelijke overtredingen
Er worden ten gevolge van de herontwikkeling geen overtreding verwacht van Wnb §3.2 art 3.5 lid 2 en 4 met betrekking tot vleermuizen.
Soortgroep van beschermde zoogdieren (grondgebonden) Wnb §3.2 effectenOp basis van inrichting en ligging ten opzichte van de bekende habitatgebieden beoordeling kunnen negatieve effecten die tot verstoring, beschadiging of vernietiging van verblijfplekken van strikt beschermde grondgebonden zoogdiersoorten tot gevolg hebben, uitgesloten worden; noch kan er sprake zijn van aantasting van beschermd functioneel leefgebied voor de instandhouding van verblijfplekken. wetgeving
Wnb §3.2 art 3.5 lid 2 en 4 Het is verboden voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te verstoren, beschadigen of te vernielen. Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren (lid4).
mogelijke overtredingen
Overtredingen van Wnb §3.2 art 3.5 lid 2 en 4 met betrekking verblijfplekken en leefgebied van strikt beschermde grondgebonden zoogdieren zijn niet aan de orde.
Soortgroep van beschermde grondgebonden zoogdiersoorten Wnb §3.3 effectenNegatieve effecten op verblijfplekken van grondgebonden zoogdiersoorten beoordeling waarvoor het middelzware beschermingsregiem (‘andere soorten’) zonder vrijstelling geldt worden binnen de invloedsfeer van de ingrepen niet verwacht. Om een overtreding te voorkomen dient bij het aantreffen van soorten waarvoor een vrijstelling geldt de zorgplicht in acht worden genomen (zie bijlage 5 en hoofdstuk 6). wetgeving
Wnb §3.3 art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Wnb § 1.3 art 1.11 Zorgplicht
mogelijke overtredingen
Op basis van het veldbezoek en inrichting van het plangebied kan een overtreding Wnb §3.3 art 3.10 lid 1b uitgesloten worden Indien de zorgplicht in acht wordt genomen voor soorten waarvoor een vrijstelling geldt, wordt geen overtreding verwacht van Wnb § 1.3 art 1.1.
Soortgroepen van reptielen, amfibieën en vissen Wnb §3.2 en §3.3 effectenHet plangebied toont een inrichting waardoor negatieve effecten op de beoordeling voortplantingsplekken en -biotoop van beschermde reptielen, amfibieën en vissen waarvoor geen vrijstelling geldt geheel uitgesloten kunnen worden. Wel dient bij het aantreffen van een aantal beschermde amfibieën waarvoor een vrijstelling geldt de zorgplicht in acht worden genomen indien deze aangetroffen worden.
38
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Hoogstraat 64 te Sint-Oedenrode
wetgeving
Wnb §3.2 art 3.5 lid 2 en 4 Het is verboden voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te verstoren, beschadigen of te vernielen. Wnb §3.3 art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Wnb § 1.3 art 1.11 Zorgplicht
mogelijke overtredingen
Om een overtreding van Wnb § 1.3 art 1.11 te voorkomen dient uitsluitend de zorgplicht in acht genomen te worden bij het aantreffen van algemene amfibiesoorten waarvoor een vrijstelling geldt.
Soortgroepen van ongewervelden (dagvlinders, libellen, kevers, slakken en kreeften) Wnb § §3.2 en §3.3 effectenHet plangebied vertoont een inrichting die geheel ongeschikt is om beschermde beoordeling soorten uit deze categorieën te verwachten. wetgeving
Wnb §3.2 art 3.5 lid 2 en 4 Het is verboden voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te verstoren, beschadigen of te vernielen. Wnb §3.3 art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
mogelijke overtredingen
Overtredingen met betrekking tot beschermde ongewervelde dier soorten kunnen geheel uitgesloten worden.
Bomenkap Wnb §4 effectenIn het kader van de ontwikkeling worden geen bomen of houtopstanden beoordeling geamoveerd die beschermd zijn middels Wnb §4 art 4. Het plangebied bevat geen bomen die als kapvergunningplichtig vermeld staan op de Groene kaart van de gemeente Meijerijstad. wet- en Wnb §4 art 4 regelgeving APV Bomenkap mogelijke overtredingen
Een overtreding van de regelgeving op dit punt is niet aan de orde.
5.3 Vervolgstappen en samenvatting Vervolgstappen Als de voorzorgsmaatregelen met betrekking van tot het broedseizoen en zorgplicht (zie hoofdstuk 6) in acht worden genomen is geen vervolgonderzoek nodig. Ontheffingsaanvraag Als de voorzorgsmaatregelen met betrekking tot het broedseizoen (zie hoofdstuk 6) in acht worden genomen is geen ontheffingsaanvraag nodig.
39
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Hoogstraat 64 te Sint-Oedenrode
Samenvatting -Als de voorzorgsmaatregelen die het volgende hoofdstuk (6) vermelden in acht worden genomen, wordt geen overtreding van de Wet natuurbescherming verwacht. -Overtredingen van de regelgeving van de Interim omgevingsverordening NB en Wet natuurbescherming met betrekking tot de gebiedsbescherming zijn niet aan de orde.
40
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Hoogstraat 64 te Sint-Oedenrode
6 VOORZORGSMAATREGELEN, MITIGATIE EN AANBEVELINGEN. 6.1 Algemene voorzorgsmaatregelen •
•
Bij uitvoering van ingrepen dient het broedseizoen in acht genomen te worden indien niet voldoende gegarandeerd kan worden dat nesten van broedende vogels niet beschadigd of vernietigd kunnen worden. Als aanbeveling geldt, om bij wijze van voorzorgsmaatregel elke schade aan broedgevallen uit te sluiten, ingrepen geheel buiten het broedseizoen plaats te laten vinden. Als broedseizoen wordt de periode half maart-half juli aangemerkt. Ook als na die periode nog broedende vogels of nestjongen worden waargenomen dan geldt dat het broedseizoen nog niet is afgelopen is. Als men binnen het broedseizoen wil werken geldt de aanbeveling om de locatie voorafgaande het broedseizoen ongeschikt te maken voor broedende vogels en vervolgens voorafgaande de werkzaamheden het plangebied te controleren op broedende vogels. Hierbij bestaat het risico dat de werkzaamheden uitgesteld dienen te worden als een broedgeval geconstateerd wordt. Voor aanwezigheid onbeschermde en vrijgestelde zoogdieren en amfibieën dient de zorgplicht in acht genomen te worden. D.w.z. dat men verstoring, verwonding en doden van deze diersoorten zoveel mogelijk tracht te voorkomen. De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, en ook voor hun directe leefomgeving.
Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd.
6.2 Bijzondere voorzorg- en mitigatiemaatregelen • •
Bij herinrichting dient de lichtbelasting zoveel mogelijk beperkt te worden met het oog op foeragerende vleermuizen. Zie hiervoor de aanbevelingen in het volgende hoofdstuk op het punt van lichthinder. Het realiseren van een nieuwe groene inrichting die aansluit op de landschappelijke en ecologische omgeving. Dit kan o.a. door te kiezen voor inlandse houtsoorten voor de aanleg van hagen en planten van bomen. De nieuwe inrichtingsplannen, zover bekend, voldoen aan deze voorwaarden.
6.3 Aanbeveling en advies • •
•
Als aanbeveling geldt het inbouwen van verblijfsmogelijkheden voor vleermuizen en huismussen in de nieuwbouw. Hiervoor zijn inbouwkasten in alle maten en van verschillend soorten materialen in de handel. Enkele veel gebruikte methoden om de effecten van lichthinder te beperken zijn: -niet uitstralende armaturen -lagere armaturen (dan zijn er wel meer nodig) -verlichting met een lagere lichtintensiteit -tijdelijke verlichting (slechts een deel van de nacht aan), en alleen op plekken waar het echt nodig is -Het gebruik van sensoren die in werking treden als verlichting nodig is -de verlichting afschermen met struiken zodat het licht niet verstrooid wordt naar plekken waar het niet nodig is. Natuurinclusief bouwen
41
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Hoogstraat 64 te Sint-Oedenrode
Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Denk bijvoorbeeld aan het plaatsen van neststenen of vogelvides voor huismussen en vleermuiskasten in de gevel van de nieuwe woning. Natuurinclusief bouwen bevorderd de biodiversiteit en ons leefklimaat! Voor meer informatie: www.bouwnatuurinclusief.nl
42
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Hoogstraat 64 te Sint-Oedenrode
7. BRONNEN Literatuur
• • • • • • • • • • • • • • •
De amfibieën en reptielen van Nederland. Creemers. R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (redactie) 2009 De Vegetatie van Nederland deel 1 t/m 5. Schaminée e.a. 1995 Nederlandse Ecologische Flora deel 1t/m5. Drs. E.J. Weeda, R. Westra, Ch. Westra, T. Westra 1985-1994 Veldgids Europese Zoogdieren. P. Twisk, A. van Diepenbeek, J.P. Bekker 2010. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Broekhuizen, S., K. Spoelstra. J.N.M.Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys 2016 Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortenbescherming. 11 oktober 2017. Zoogdiervereniging en provincie Noord- Brabant. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest Afrika. Dietz, C., O. von Helversen& D. Nill, 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest Afrika. Tirion Natuur. Veldgids Vleermuizen van Europa, Christian Dietz & Andreas Kiefer 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis. Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12 Kennisdocument Huismus. Passer domesticus. Versie 1.0 juli 2017. BIJ12 Wet natuurbescherming, 16 december 2015, gepubliceerd Staatscourant 19 januari 2016. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Handreiking woningbouw en AERIUS.
Uitgave Rijksoverheid Atmosferische stikstofdepositie en Natura 2000 instandhoudingsdoelstellingen in Vlaanderen; 2015 uitgave Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek Gedragscode soortbescherming gemeenten voor Ruimtelijke ontwikkeling of inrichting en Bestendig beheer of onderhoud 2020-2023. Uitgave BIJ1
Gegevensverstrekking NDFF - quickscanhulp.nl, d.d.28-2-2022 Internetsites -www. minlnv.nederlandsesoorten.nl/
-www.Verspreidingsatlas.nl -www.quickscanhulp.nl -www.ruimtelijkeplannen.nl -www.kaartbank.brabant.nl -www.meijerijstad.nl
43
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Hoogstraat 64 te Sint-Oedenrode
44
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Hoogstraat 64 te Sint-Oedenrode
BIJLAGE 1 - TOELICHTING SOORTENBESCHERMING De Conventie van Bern is een internationaal verdrag over het behoud van in het wild voorkomende dier- en plantensoorten en de daarbij behorende grensoverschrijdende natuurlijke leefmilieus in Europa. Bijzondere aandacht wordt besteed aan kwetsbare soorten en aan soorten die met uitsterven worden bedreigd. Het verdrag werd in 1979 ondertekend door de Europese Unie, Monaco, Burkina Faso, Marokko, Tunesië en Senegal en ligt aan de basis van de huidige Europese en nationale natuurwetgeving. De Conventie van Bonn is een internationaal verdrag met het doel migrerende diersoorten te beschermen. Het verdrag werd in 1979 in Bonn getekend onder auspiciën van de VN. De Habitatrichtlijn (HR) is in 1992 door de Europese Unie vastgesteld en gericht op het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door natuurlijke habitatten en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. De Vogelrichtlijn is in 1979 door de Europese Unie vastgesteld en gericht op de instandhouding van alle natuurlijk in Europa in het wild levende vogelsoorten.
Bijlage
Categorie
Habitatrichtlijn/ Vogelrichtlijn
Wnb
Bern1
Strikt beschermde plantensoorten
HR-bijlage 4
§ 3.2 art 3.5
Strikt beschermde plantensoorten
HR-bijlage 2
§ 3.2 art 3.5
Strikt beschermde diersoorten
HR-bijlage 4
§ 3.2 art 3.5
Strikt beschermde vogelsoorten
Vogelrichtlijn
§ 3.1 art 3.1
Beschermde diersoorten
HR-bijlage 2 en 5
§ 3.3 art 3.10
Beschermde vogelsoorten
Vogelrichtlijn
§ 3.1 art 3.1
Strikt beschermde (migrerende) diersoorten
HR-bijlage 4
§ 3.2 art 3.5
Strikt beschermde (migrerende) vogelsoorten
Vogelrichtlijn
§ 3.1 art 3.1
Beschermde (migrerende) diersoorten
HR-bijlage 4
§ 3.3 art 3.10
Beschermde (migrerende) vogelsoorten
Vogelrichtlijn
§ 3.1 art 3.1
Bern 2
Bern 3
Bonn 1
Bonn2
45
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Hoogstraat 64 te Sint-Oedenrode
TABEL 2 - SOORTEN VAN DE VOGELRICHTLIJN Algemeen Alle Europese inheemse vogels zijn beschermd met de Vogelrichtlijn, waarbij een onderscheidt gemaakt kan worden van soorten waarvoor een striktere bescherming geldt (vermeldt in bijlag 2 van de Conventie van Bern en bijlage 1 van het Verdrag van Bonn) en soorten waarvoor die bescherming minder strikt is (bijlage 3 Bern en bijlage 2 Bonn). Echter voor alle soorten is de bescherming van Wnb § 3.1 art 3.1 van toepassing. Van een aantal soorten zijn ook de verblijfplekken en nesten buiten het broedseizoen beschermd, de zgn. jaarrond beschermde verblijfplekken. Vogels met jaarrond vaste verblijfplekken Door de RVO is een lijst van vogelsoorten opgesteld waarbij een onderscheidt is gemaakt tussen de volgende categorieën van beschermde vaste verblijfplekken die deze soorten onderhouden 1 2 4 5
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
Verblijfplekken van soorten uit categorie 1,2,3 en 4 zijn in alle gevallen jaarrond beschermd en is ontheffing altijd noodzakelijk. Verblijfplekken van soorten uit categorie 5 zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of “als ecologische omstandigheden” dat rechtvaardigen. Voor deze soorten, die slechts deels vaste nestelplekken onderhouden geldt niet zozeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer die van het type nestgelegenheid. Lijst van vogels die vaste verblijfplekken onderhouden Soort
categorie
steenuil gierzwaluw huismus roek grote gele kwikstraat kerkuil oehoe ooievaar slechtvalk boomvalk buizerd havik ransuil sperwer wespendief zwarte wouw blauwe reiger boerenzwaluw Bonte vliegenvanger
1 2 2 2 3 3 3 3 3 4 4 4 4 4 4 4 5 5 5
soort
categorie
boomklever boomkruiper bosuil brilduiker draaihals groene specht ekster gekraagde roodstaart glanskop grauwe vliegenvanger grote bonte specht hop huiszwaluw ijsvogel kleine bonte specht kleine vliegenvanger koolmees kortsnavelboomkruiper oeverzwaluw
46
5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
soort
categorie
pimpelmees raaf ruigpootuil spreeuw tapuit torenvalk zeearend zwarte kraai zwarte mees zwarte roodstaart
5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Hoogstraat 64 te Sint-Oedenrode
BIJLAGE 3 - SOORTEN VAN DE HABITATRICHTLIJN
Bern I Bern I Bern I Bern I Bern I Bern I Bern I Bern I Bern I
Bern II
Bonn I
HR IV
categorie
soort
soort
Sporenplanten
Geel schorpioenmos
Hamatocaulis vernicosus
Sporenplanten
Tonghaarmuts
Orthotrichum rogeri
Sporenplanten
Kleine vlotvaren
Salvinia natans
Zaadplanten
Liggende raket
Sisymbrium supinum
Zaadplanten
Drijvende waterweegbree
Luronium natans
Zaadplanten
Groenknolorchis
Liparis loeselii
Zaadplanten
Kruipend moerasscherm
Apium repens
Zaadplanten
Zomerschroeforchis
Spiranthes aestivalis
Bern II Bern II Bern II
dagvlinders
Moerasparelmoervlinder
Euphydryas aurinia ssp. aurinia
Haften
Oeveraas
Palingenia longicauda
Libellen
Mercuurwaterjuffer
Bern II
Zeezoogdieren
Walrus
HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV
Reptielen
Dikkopschildpad
Coenagrion mercuriale ssp. mercuriale Odobenus rosmarus ssp. rosmarus Caretta caretta
Reptielen
Kemp’s zeeschildpad
Lepidochelys kempii
Reptielen
Lederschildpad
Dermochelys coriacea
Reptielen
Soepschildpad
Chelonia mydas
zeezoogdieren
Bultrug
Megaptera novaeangliae
Zeezoogdieren
gewone vinvis
Balaenoptera physalus
Zeezoogdieren
noordse vinvis
Balaenoptera borealis
Zeezoogdieren
Potvis
Physeter catodon
Amfibieën
Poelkikker
Pelophylax lessonae
Vissen
Houting
Coregonus oxyrinchus
Weekdieren
Bataafse stroommossel
Unio crassus
Weekdieren
platte schijfhoren
Anisus vorticulus
Zoogdieren
Bever
Castor fiber ssp. albicus
Zoogdieren
Hazelmuis
Muscardinus avellanarius
Zoogdieren
Lynx
Lynx ssp. lynx
Zoogdieren
Noordse woelmuis
HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV
Zoogdieren
Wilde kat
Microtus oeconomus ssp. arenicola Felis silvestris ssp. silvestris
Zoogdieren
Wolf
Canus lupus
Vleermuizen
Gewone dwergvleermuis
Pipistrellus
Zeezoogdieren
Butskop
Hyperoodon ampullatus
Zeezoogdieren
Dwergvinvis
Balaenoptera acutorostrata
Zeezoogdieren
Griend
Globicephala melas
Zeezoogdieren
Spitsdolfijn van gray
Mesoplodon grayi
Zeezoogdieren
Witte dolfijn
Delphinapterus leucas
Amfibieën
Boomkikker
Hyla arborea ssp. arborea
Amfibieën
Geelbuikvuurpad
Bombina variegata ssp. variegata
Amfibieën
Heikikker
Rana arvalis ssp. arvalis
Amfibieën
Kamsalamander
Triturus cristatus
HR IV HR IV HR IV HR IV
Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II
Bern II Bern II Bern II Bern II
Bonn I Bonn I Bonn I Bonn I Bonn I Bonn I Bonn I Bonn I
47
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Hoogstraat 64 te Sint-Oedenrode
Bern I
Bern II Bern II Bern II
Bonn I
HR categorie IV HR IV Amfibieën HR IV Amfibieën
soort
soort
Rugstreeppad
Bufo calamita
Vroedmeesterpad
Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II
HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV
Dagvlinders
Apollovlinder
Alytes obstetricans ssp. obstetricans Parnassius apollo
Dagvlinders
Boszandoog
Lopinga achine
Dagvlinders
Donker pimpernelblauwtje
Maculinea nausithous
Dagvlinders
Grote vuurvlinder
Lycaena dispar ssp. batava
Dagvlinders
Pimpernelblauwtje
Maculinea teleius
Dagvlinders
Tijmblauwtje
Maculinea arion
Dagvlinders
Zilverstreephooibeestje
Coenonympha hero
Kevers
Dytiscus latissimus
Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II
HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV
Kevers
Brede Geelrandwaterroofkever Gestreepte waterroofkever
Kevers
Juchtleerkever
Osmoderma eremita
Kevers
Vermiljoenkever
Cucujus cinnaberinus
Libellen
Bronslibel
Oxygastra curtisii
Libellen
Gaffellibel
Ophiogomphus cecilia
Libellen
Gevlekte witsnuitlibel
Leucorrhinia pectoralis
Libellen
Groene glazenmaker
Aeshna viridis
Libellen
Noordse winterjuffer
Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II
HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV
Libellen
Oostelijke witsnuitlibel
Sympecma annulata ssp. braueri Leucorrhinia albifrons
Libellen
Rivierrombout
Gomphus flavipes ssp. flavipes
Libellen
sierlijke witsnuitlibel
Leucorrhinia caudalis
Nachtvlinders
Teunisbloempijlstaart
Proserpinus proserpina
Reptielen
Gladde slang
Bern II
HR IV Reptielen
Muurhagedis
Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II
HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV
Reptielen
Zandhagedis
Coronella austriaca ssp. austriaca Podarcis muralis ssp. brongniardii Lacerta agilis ssp. agilis
Vissen
Steur
Acipenser sturio
Zoogdieren
Hamster
Cricetus cricetus ssp. canescens
Zoogdieren
Otter
Lutra lutra ssp. lutra
Vleermuizen
Baardvleermuis
Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II
HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV
Vleermuizen
Bechsteins vleermuis
Myotis mystacinus ssp. mystacinus Myotis bechsteini
Vleermuizen
Bosvleermuis
Nyctalus leisleri ssp. leisleri
Vleermuizen
Brandts vleermuis
Myotis brandti ssp. brandti
Vleermuizen
Franjestaart
Myotis nattereri
Vleermuizen
Gewone grootoorvleermuis
Plecotus auritus ssp. auritus
Vleermuizen
Grijze grootoorvleermuis
Bern II
HR IV Vleermuizen
Ingekorven vleermuis
Bern II Bern II
HR IV Vleermuizen HR IV Vleermuizen
Kleine dwergvleermuis
Plecotus austriacus ssp. austriacus Myotis emarginatus ssp. emarginatus Pipistrellus pygmaeus
Bern II
HR IV Vleermuizen
Laatvlieger
Bern II
HR IV Vleermuizen
Meervleermuis
Kleine hoefijzerneus
48
Graphoderus bilineatus
Rhinolophus hipposideros ssp. hipposideros Eptesicus serotinus ssp. serotinus Myotis dasycneme
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Hoogstraat 64 te Sint-Oedenrode
Bern I
Bern II Bern II
Bon I
HR IV
categorie
soort
HR IV
Vleermuizen
Kleine hoefijzerneus
Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II
HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV
Vleermuizen
Laatvlieger
Rhinolophus hipposideros ssp. hipposideros Eptesicus serotinus ssp. serotinus
Vleermuizen
Meervleermuis
Myotis dasycneme
Vleermuizen
Mopsvleermuis
Barbastella barbastellus
Vleermuizen
Noordse vleermuis
Eptesicus nilssoni ssp. nilssoni
Vleermuizen
Rosse vleermuis
Nyctalus noctula ssp. noctula
Vleermuizen
Ruige dwergvleermuis
Pipistrellus nathusii
Vleermuizen
Tweekleurige vleermuis
Vespertilio murinus ssp. murinus
Vleermuizen
Vale vleermuis
Myotis myotis ssp. myotis
Vleermuizen
Watervleermuis
Bern II
HR IV
Vleermuizen
Bruinvis
Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II
HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV
Vleermuizen
Dwergpotvis
Myotis daubentoni ssp. daubentoni Phocoena phocoena ssp. phocoena Kogia breviceps
Zeezoogdieren
Gestreepte dolfijn
Stenella coeruleoalba
Zeezoogdieren
Gewone dolfijn
Delphinus delphis
Zeezoogdieren
Gewone spitsdolfijn
Mesoplodon bidens
Zeezoogdieren
Grijze dolfijn
Grampus griseus
Zeezoogdieren
Kleine zwaardwalvis
Pseudorca crassidens
Zeezoogdieren
Narwal
Monodon monoceros
Zeezoogdieren
Orca
Orcinus orca
Zeezoogdieren
Tuimelaar
Tursiops truncatus ssp. truncatus
Zeezoogdieren
Witflankdolfijn
Lagenorhynchus acutus
Zeezoogdieren
Witsnuitdolfijn
Lagenorhynchus albirostris
49
soort
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Hoogstraat 64 te Sint-Oedenrode
BIJLAGE 4 - NATIONAAL BESCHERMDE SOORTEN (‘ANDERE SOORTEN’) Onder dit beschermingsregime vallen de nationaal beschermde soorten als bedoeld in bijlage A en B van Wnb artikel 3.10 (respectievelijk) lid 1a en 1c. Internationaal staan deze vermeldt in bijlage 3 van de Conventie van Bern en bijlage 2 en 5 van de Habitatrichtlijn. soortgroep
soort
soort
bescherming
Amfibieën Amfibieën Amfibieën Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Kevers Libellen Libellen Libellen Libellen Libellen Libellen Libellen Libellen Kreeftachtigen Reptielen Reptielen Reptielen Reptielen Vissen Vissen Vissen Vissen Vissen Vissen ZoogdierenZoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren
Alpenwatersalamander Vinpootsalamander Vuursalamander Aardbeivlinder Bosparelmoervlinder Bruin dikkopje Bruine eikenpage Duinparelmoervlinder Gentiaanblauwtje Grote parelmoervlinder Grote vos Grote weerschijnvlinder Iepenpage Kleine heivlinder Kleine ijsvogelvlinder Kommavlinder Sleedoornpage Spiegeldikkopje Veenbesblauwtje Veenbesparelmoervlinder Veenhooibeestje Veldparelmoervlinder Zilveren maan Vliegend hert Beekrombout Bosbeekjuffer Donkere waterjuffer Gevlekte glanslibel Gewone bronlibel Hoogveenglanslibel Kempense heidelibel speerwaterjuffer Europese rivierkreeft Adder Hazelworm Levendbarende hagedis Ringslang Beekdonderpad Beekprik Elrits Gestippelde alver Grote modderkruiper Kwabaal Boommarter Bunzing Damhert Das Edelhert Eekhoorn Eikelmuis Grote bosmuis
Mesotriton alpestris Lissotriton helveticus Salamandra Pyrgus malvae Melitaea athalia Erynnis tages Satyrium ilicis Argynnis niobe Maculinea alcon Argynnis aglaja Nymphalis polychloros Apatura iris) Satyrium w-album Hipparchia statilinus Limenitis camilla Hesperia comma Thecla betulae Heteropterus morpheus Plebejus optilete Boloria aquilonaris Coenonympha tullia Melitaea cinxia Boloria selene Lucanus cervus Gomphus vulgatissimus Calopteryx virgo Coenagrion armatum Somatochlora flavomaculata Cordulegaster boltonii Somatochlora arctica Sympetrum depressiusculum Coenagrion hastulatum Astacus astacus Vipera berus ssp. berus Anguis fragilis Zootoca vivipara Natrix Cottus rhenanus Lampetra planeri Phoxinus phoxinus Alburnoides bipunctatus Misgurnus fossilis Lota Martes martes Mustela putorius Dama dama Meles meles Cervus elaphus Sciurus vulgaris Eliomys quercinus Apodemus flavicollis
Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A)
50
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Hoogstraat 64 te Sint-Oedenrode
Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Sporenplanten Sporenplanten Sporenplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten
Hermelijn Molmuis Bunzing Damhert Das Edelhert Eekhoorn Eikelmuis Grote bosmuis Hermelijn Molmuis Steenmarter Veldspitsmuis Wezel Waterspitsmuis Gewone zeehond Grijze zeehond Blaasvaren Groensteel Schubvaren Akkerboterbloem Akkerdoornzaad Akkerogentroost Beklierde ogentroost Berggamander Bergnachtorchis Blauw guichelheil Bokkenorchis Bosboterbloem
Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten
Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten
Bosdravik Brave hendrik Brede wolfsmelk Breed wollegras Bruinrode wespenorchis Dennenorchis Dreps Echte gamander Franjegentiaan Geelgroene wespenorchis Geplooide vrouwenmantel Getande veldsla Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid Gladde zegge Groene nachtorchis Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw Honingorchis Kalkboterbloem
Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten
Kalketrip Karthuizeranjer Karwijselie Kleine ereprijs Kleine schorseneer Kleine wolfsmelk
Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten
Zaadplanten
Mustela erminea Arvicola scherman Mustela putorius Dama Meles Cervus elaphus Sciurus vulgaris Eliomys quercinus Apodemus flavicollis Mustela erminea Arvicola scherman Martes foina Crocidura leucodon Mustela nivalis Neomys fodiens Phoca vitulina Halichoerus grypus Cystopteris fragilis Asplenium viride Ceterach officinarum Ranunculus arvensis Torilis arvensis Odontites vernus subsp. vernus Euphrasia rostkoviana Teucrium montanum Platanthera montana Anagallis arvensis subsp. foemina Himantoglossum hircinum Ranunculus polyanthemos subsp. nemorosus Bromopsis ramosa subsp. benekenii Chenopodium bonus-henricus Euphorbia platyphyllos Eriophorum latifolium Epipactis atrorubens
Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B)
Goodyera repens Bromus secalinus Teucrium chamaedrys subsp. germanicum Gentianella ciliata Epipactis muelleri
Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B)
Alchemilla subcrenata
Andere soorten (bijlage B)
Valerianella dentata Tuberaria guttata Hypochaeris glabra Carex laevigata Coeloglossum viride Legousia speculum-veneris Fragaria moschata Aphanes arvensis Herminium monorchis Ranunculus polyanthemos subsp. polyanthemoides Centaurea calcitrapa Dianthus carthusianorum Selinum carvifolia Veronica verna Scorzonera humilis Euphorbia exigua
Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B)
51
Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B)
Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B)
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Hoogstraat 64 te Sint-Oedenrode
Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten
Kluwenklokje Knollathyrus Knolspirea Korensla Kranskarwij Kruiptijm Lange zonnedauw Liggende ereprijs Moerasgamander Muurbloem Naakte lathyrus Naaldenkervel Pijlscheefkelk Roggelelie Rood peperboompje Rozenkransje Ruw parelzaad Scherpkruid Schubzegge Smalle raai Spits havikskruid Steenbraam Stijve wolfsmelk Stofzaad Tengere distel Tengere veldmuur Trosgamander Veenbloembies Vliegenorchis Vroege ereprijs Wilde averuit Wilde ridderspoor Wilde weit Wolfskers Zandwolfsmelk Zinkviooltje
Campanula glomerata Lathyrus linifolius Filipendula vulgaris Arnoseris minima Carum verticillatum Thymus praecox Drosera longifolia Veronica prostrata Teucrium scordium Erysimum cheiri Lathyrus aphaca Scandix pecten-veneris Arabis hirsuta subsp. sagittata Lilium bulbiferum subsp. croceum Daphne mezereum Antennaria dioica Lithospermum arvense Asperugo procumbens Carex lepidocarpa Galeopsis angustifolia Hieracium lactucella Rubus saxatilis Euphorbia stricta Monotropa hypopitys Carduus tenuiflorus Minuartia hybrida Teucrium botrys Scheuchzeria palustris Ophrys insectifera Veronica praecox Artemisia campestris subsp. campestris Consolida regalis Melampyrum arvense Atropa bella-donna Euphorbia seguieriana Viola lutea subsp. calaminaria
52
Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B)
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Hoogstraat 64 te Sint-Oedenrode
BIJLAGE 5 - SOORTEN MET EEN VRIJSTELLING Uitgezonderd: Geen vrijstelling Vrijstelling voor ingrepen aan bebouwing en erven. Tijdelijke vrijstelling van juli t/m september Tijdelijke vrijstelling van 15 augustus tot 15 oktober Tijdelijke vrijstelling periode maart en april en periode juli t/m september
zoogdieren Aardmuis Bosmuis Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn
4
Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis
1
Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter
5
Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis
1
Vos Wezel Woelrat Amfibieën en reptielen Bruine kikker Gewone pad Hazelworm
2
Kleine watersalamander Levendbarende hagedis
3
Meerkikker Bastaardkikker
53
ANWvB RN art 3.31
Zuid-Holland
Zeeland
Utrecht
Overijssel
Noord-Holland
Noord- Brabant
Limburg
Groningen
Gelderland
Friesland
Flevoland
Tijdelijke vrijstelling van 15 augustus t/m februari
Drente
1 2 3 4 5
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Hoogstraat 64 te Sint-Oedenrode
54