CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1c P06456_Bijlagenboek_BP Korstenhof Zuid Boerdonk, Meierijstad_20240906

Raadsvergadering 7 november 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Korstenhof Zuid Boerdonk'21.680 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

-

Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring? De natuurlijke bodemopbouw in het plangebied is grotendeels verstoord. In het plangebied is een verstoord/opgebracht pakket aanwezig in de boringen 5 t/m 9. Het verstoorde pakket reikt tot maximaal 120 cm -mv (11,9 m +NAP). De verstoring reikt tot in het dekzand. In de overige boringen is een plaggendek aanwezig en is de top van het dekzand opgenomen in het plaggendek.

28

-

Zijn er archeologisch relevante geo(morfo)logische eenheden of lagen aanwezig in het plangebied? In de boringen 1,2 3, 4, 10 en 11 is een plaggendek aanwezig. Onder het plaggendek in de top van het dekzand kunnen nog archeologische resten aanwezig zijn, in de vorm van dieper gegraven sporen.

-

Zo ja, op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP? Op circa 55-105 cm- mv (12,8-12,2 m +NAP).

-

Alhoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische indicatoren aangetroffen? Nee, er zijn geen archeologische relevante indicatoren aangetroffen in het plangebied.

-

In hoeverre sluiten de resultaten van het huidige onderzoek aan op die van het onderzoek uit 2004? De resultaten van het huidige onderzoek sluiten aan op het onderzoek uit 2004. Het aangetroffen AC profiel en het verstoorde bodempakket, is ook waargenomen in het huidige verkennend booronderzoek. De aanwezigheid van laarpodzolen is niet vastgesteld in het huidige plangebied. Destijds is dit in één boring vastgesteld, het zal hier dus om een kleine zone gaan waar de bodemopbouw nog intact is (afb.15). Destijds is op basis van de aanwezigheid van een AC profiel het plangebied vrijgegeven. Maar archeologische onderzoeken die in de afgelopen jaren zijn uitgevoerd hebben aangetoond ,dat in een AC profiel nog wel degelijk archeologische resten aanwezig kunnen zijn. I

-

In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? De archeologische verwachting blijft gehandhaafd voor de zone waar een verstoorde bodemopbouw aanwezig is. Voor zones waar de boringen 1, 2, 3, 4, 10 en 11 zijn gezet, kan de archeologische verwachting worden bijgesteld naar middelhoog.

-

In hoeverre worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door toekomstige planontwikkeling? In de zones waar een AC profiel aanwezig is en een gedeeltelijk A-horizont kunnen archeologische resten worden bedreigd. In de zone waar sprake is van verstoorde bodemopbouw, worden geen archeologische resten bedreigd.

-

Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? Het plangebied is niet voldoende onderzocht. Er dient voor het bestemmingsplan een dubbelbestemming te worden opgenomen. Geadviseerd wordt om een proefsleuvenonderzoek uit te voeren voor enkele zones die met het huidige onderzoek zijn onderzocht(afb. 16)

29

Afb. 16. Advieskaart

30

4

Aanbeveling Het kan niet worden uitgesloten dat onder het plaggendek nog archeologische resten aanwezig zijn. ADC ArcheoProjecten adviseert daarom in de zones waar het plaggendek aanwezig is (afb. 16), een dubbelbestemming op te nemen en een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van het aanleggen van proefsleuven (IVO-P). Het doel van dit onderzoek is het onderzoeken van de gaafheid, omvang, datering en conservering van archeologische resten. De exacte invulling van de werkzaamheden dient voorafgaand aan het veldwerk te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). ADC ArcheoProjecten adviseert voor de zones waar een verstoord bodempakket is waargenomen het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan het licht komen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht deze zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. De melding dient behalve bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) tevens plaats te vinden bij de gemeente Meierijstad. Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt.

De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.

31

Literatuur Alterra, 2008: Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000; Landsdekkend digitaal bestand. Alterra, 2014: Bodemkaart van Nederland 1:50.000; Landsdekkend digitaal bestand. Bakker, H. de, J. Schelling, D.J. Brus & C. van Wallenburg, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland : de hogere niveaus. Wageningen. Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNO-rapport NITG 05-043-A). Buesink, A., 2014: Gemeente Veghel Actualisatie van de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart. Inclusief beleid. BAAC Rapport V-13.0274. 's-Hertogenbosch. Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik & A.H. Geurts, 2012: Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta. Utrecht. Cohen, K.M., E. Stouthamer, W.Z. Hoek, H.J.A. Berendsen & H.F.J. Kempen, 2009: Zand in Banen - Zanddieptekaarten van het Rivierengebied en het IJsseldal in de provincies Gelderland en Overijssel. Arnhem. Kadaster, 1832: Kadastrale kaart 1811-1832]: minuutplan Erp, Noord Brabant, sectie G, blad 03 (MIN10052G03). Krekelbergh, N., 2004: Veghel - Erp-Noord & Boerdonk. Karterend booronderzoek. BILAN rapport 2004/33. Tilburg. Normalisatie-Instituut, Nederlands, 1989: Geotechniek, classificatie van onverharde grondmonsters NEN 5104. Delft. SIKB, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Gouda.

TNO, 2013: Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe Ondergrond, versie 2013. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen & M. Verbruggen, 2012: Leidraad inventariserend veldonderzoek versie 2.0. Deel: karterend booronderzoek. SIKB uitgave geactualiseerde versie. Gouda.

32

Geraadpleegde websites https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/ https://maps.bodemdata.nl https://archis.cultureelerfgoed.nl/ https://bagviewer.kadaster.nl https://easy.dans.knaw.nl https://www.bodemloket.nl https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens https://www.kadaster.nl/ https://www.ruimtelijkeplannen.nl https://www.topotijdreis.nl https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/ http://www.ikme.nl

33

Lijst van afbeeldingen en tabellen Afb. 1. Afb. 2. Afb. 3. Afb. 4. Afb. 5. Afb. 6. Afb. 7. Afb. 8. Afb. 9. Afb. 10. Afb. 11. Afb. 12. Afb. 13. Afb. 14. Afb. 15. Afb. 16.

Locatie van het plangebied. Detailkaart van het plangebied. Beleidskaart (Buesink 2014) Toekomstige situatie De geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 (Alterra 2008) Het plangebied op de bodemkaart van Nederland (Alterra 2014) Het plangebied op de kaart van het actueel hoogtebestand Nederland (AHN4) Het plangebied op de AMK met onderzoeksmeldingen en vondstlocaties uit Archis3.1 (RCE 2023). Het plangebied op de Kadastrale minuut uit 1811 - 1832 (beeldbank.cultureelerfgoed.nl) Het plangebied op de Bonnekaart uit 1954 (Bureau militaire verkenningen) Het plangebied op de topografische kaart uit 1984 (topotijdreis.nl) Het plangebied op de topografische kaart uit 2008 (topotijdreis.nl) Plangebied met zones voor vervolgonderzoek Boorpuntenkaart Resultaten bodemopbouw Advieskaart

Tabel 1. Tabel 2. Tabel 3. Tabel 4. Tabel 5. Tabel 6. Tabel 7.

Overzicht van de verschillende perioden. Aardwetenschappelijke informatie in het plangebied Archeologische vondstlocaties in het onderzoeksgebied Archeologische onderzoeken uitgevoerd in het onderzoeksgebied Overzicht van de historische situatie Gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied Beschrijving van de onderzoeksmethode

34

Bijlagen

35

Korstenhof Zuid te Boerdonk

Boring: 000992_1 Kop algemeen: Projectcode: 000992, Boornummer: 1, Beschrijver(s): JQH, Datum: 25-09-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 120 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 171270.2, Y-coördinaat in meters: 396711.2, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 13.32, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Meierijstad, Opdrachtgever: De Roever Omgevingsadvies, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 13.32 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 35, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Plantenresten: wortels-spoor (<1%) Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: onderin zandbrokken 35 / 12.97 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 35, Ondergrens laag in cm: 85, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken,

Bodemkundige interpretatie: esdek Laag opmerking: Opmerking: enkele zeer kleine zandbrokjes 85 / 12.47 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 85, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken, Brokken en vlekken: humusvlekken 100 / 12.32 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 100, Ondergrens laag in cm: 120, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Einde boring 120 / 12.12

Boring: 000992_2 Kop algemeen: Projectcode: 000992, Boornummer: 2, Beschrijver(s): JQH, Datum: 25-09-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 120 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 171244.49, Y-coördinaat in meters: 396697.31, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 13.41, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Meierijstad, Opdrachtgever: De Roever Omgevingsadvies, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 13.41 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Plantenresten: resten (onbepaald)-weinig (1-10%) Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment 30 / 13.11 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Ondergrens laag in cm: 65, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en

vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten 65 / 12.76 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 65, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 90, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken, Brokken en vlekken: humusvlekken 90 / 12.51 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 90, Ondergrens laag in cm: 120, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Einde boring 120 / 12.21

1 bron: 000992 boerdonk.geojson - 27-09-2023 09:07:25

Korstenhof Zuid te Boerdonk

Boring: 000992_3 Kop algemeen: Projectcode: 000992, Boornummer: 3, Beschrijver(s): JQH, Datum: 25-09-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 120 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 171217.92, Y-coördinaat in meters: 396682.46, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 13.28, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Meierijstad, Opdrachtgever: De Roever Omgevingsadvies, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 13.28 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 40, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Plantenresten: wortels-spoor (<1%) Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment 40 / 12.88 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Ondergrens laag in cm: 80, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige

interpretatie: esdek Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: recentelijk omgewerkt door recent puin 80 / 12.48 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 80, Ondergrens laag in cm: 105, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: sterk humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Plantenresten: resten (onbepaald)spoor (<1%) Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: esdek 105 / 12.23 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 105, Ondergrens laag in cm: 120, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Einde boring 120 / 12.08

Boring: 000992_4 Kop algemeen: Projectcode: 000992, Boornummer: 4, Beschrijver(s): JQH, Datum: 25-09-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 120 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 171191.98, Y-coördinaat in meters: 396667.91, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 13.25, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Meierijstad, Opdrachtgever: De Roever Omgevingsadvies, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 13.25 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 50, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en vlekken: zand- en humusbrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten 50 / 12.75 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 50, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 80, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige

interpretatie: esdek Laag opmerking: Opmerking: enkele zeer kleine zandbrokjes 80 / 12.45 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 80, Ondergrens laag in cm: 95, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: sterk humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: esdek Laag opmerking: Opmerking: enkele zeer kleine zandbrokjes 95 / 12.30 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 95, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 105, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken, Brokken en vlekken: humusvlekken 105 / 12.20 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 105, Ondergrens laag in cm: 120, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Einde boring 120 / 12.05

2 bron: 000992 boerdonk.geojson - 27-09-2023 09:07:25

Korstenhof Zuid te Boerdonk

Boring: 000992_5 Kop algemeen: Projectcode: 000992, Boornummer: 5, Beschrijver(s): JQH, Datum: 25-09-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 150 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 171165.64, Y-coördinaat in meters: 396653.07, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 13.14, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Meierijstad, Opdrachtgever: De Roever Omgevingsadvies, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 13.14 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 50, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en vlekken: zand- en humusbrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten 50 / 12.64 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 50, Ondergrens laag in cm: 100, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten Laag opmerking: Opmerking: puinlaag

achtig 100 / 12.14 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 100, Ondergrens laag in cm: 120, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en vlekken: zand- en humusbrokken, Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: brokken esdek en c-horizont 120 / 11.94 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 120, Ondergrens laag in cm: 150, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: sterk siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Einde boring 150 / 11.64

3 bron: 000992 boerdonk.geojson - 27-09-2023 09:07:25

Korstenhof Zuid te Boerdonk

Boring: 000992_6 Kop algemeen: Projectcode: 000992, Boornummer: 6, Beschrijver(s): JQH, Datum: 25-09-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 150 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 171139.54, Y-coördinaat in meters: 396638.35, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 13.16, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Meierijstad, Opdrachtgever: De Roever Omgevingsadvies, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 13.16 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 45, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment 45 / 12.71 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 45, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 120, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken, Brokken en vlekken: humusvlekken, Bodemkundige

interpretatie: verstoord Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: humusbrokken 120 / 11.96 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 120, Ondergrens laag in cm: 150, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: afgerond, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Einde boring 150 / 11.66

4 bron: 000992 boerdonk.geojson - 27-09-2023 09:07:25

Korstenhof Zuid te Boerdonk

Boring: 000992_7 Kop algemeen: Projectcode: 000992, Boornummer: 7, Beschrijver(s): JQH, Datum: 25-09-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 120 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 171143.62, Y-coördinaat in meters: 396600.91, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 13.27, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Meierijstad, Opdrachtgever: De Roever Omgevingsadvies, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 13.27 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 80, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment 80 / 12.47 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 80, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 95, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken, Brokken en vlekken: humusvlekken, Bodemkundige interpretatie:

verstoord Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: humusbrokken 95 / 12.32 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 95, Ondergrens laag in cm: 120, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: afgerond, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Einde boring 120 / 12.07

Boring: 000992_8 Kop algemeen: Projectcode: 000992, Boornummer: 8, Beschrijver(s): JQH, Datum: 25-09-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 120 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 171169.66, Y-coördinaat in meters: 396615.61, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 13.33, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Meierijstad, Opdrachtgever: De Roever Omgevingsadvies, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 13.33 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 50, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Plantenresten: wortels-weinig (110%) Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment 50 / 12.83 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 50, Ondergrens laag in cm: 80, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en vlekken: zand- en humusbrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord

Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: zandbrokken bodemhorizonten en c horizont 80 / 12.53 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 80, Ondergrens laag in cm: 120, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: afgerond, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Einde boring 120 / 12.13

5 bron: 000992 boerdonk.geojson - 27-09-2023 09:07:25

Korstenhof Zuid te Boerdonk

Boring: 000992_9 Kop algemeen: Projectcode: 000992, Boornummer: 9, Beschrijver(s): JQH, Datum: 25-09-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 100 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 171196.01, Y-coördinaat in meters: 396630.32, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 13.34, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Meierijstad, Opdrachtgever: De Roever Omgevingsadvies, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 13.34 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Plantenresten: wortels-weinig (110%) Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment 30 / 13.04 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Ondergrens laag in cm: 75, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en vlekken: humusvlekken, Bodemkundige interpretatie: verstoord Archeologie: Puin

onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: zandbrokken bodemhorizonten 75 / 12.59 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 75, Ondergrens laag in cm: 100, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: afgerond, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Einde boring 100 / 12.34

Boring: 000992_10 Kop algemeen: Projectcode: 000992, Boornummer: 10, Beschrijver(s): JQH, Datum: 25-09-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 90 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 171340.03, Y-coördinaat in meters: 396592.59, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 13.21, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Meierijstad, Opdrachtgever: De Roever Omgevingsadvies, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 13.21 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 55, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Plantenresten: wortels-weinig (110%) Bodem: Brokken en vlekken: zand- en humusbrokken, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: bodemhorizonten brokken 55 / 12.66 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 55, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 90, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig

fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: afgerond, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Einde boring 90 / 12.31

6 bron: 000992 boerdonk.geojson - 27-09-2023 09:07:25

Korstenhof Zuid te Boerdonk

Boring: 000992_11 Kop algemeen: Projectcode: 000992, Boornummer: 11, Beschrijver(s): JQH, Datum: 25-09-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 110 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 171312.11, Y-coördinaat in meters: 396571.29, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 13.39, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Meierijstad, Opdrachtgever: De Roever Omgevingsadvies, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 13.39 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Plantenresten: wortels-spoor (<1%) Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment 30 / 13.09 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Ondergrens laag in cm: 65, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: esdek Laag

opmerking: Opmerking: enkele zeer kleine zandbrokjes 65 / 12.74 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 65, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 80, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 80 / 12.59 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 80, Ondergrens laag in cm: 110, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Einde boring 110 / 12.29

7 bron: 000992 boerdonk.geojson - 27-09-2023 09:07:25

Korstenhof Zuid te Boerdonk

Boring: 000992_12 Kop algemeen: Projectcode: 000992, Boornummer: 12, Beschrijver(s): JQH, Datum: 25-09-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 140 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 171218.09, Y-coördinaat in meters: 396454.82, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 13.83, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Meierijstad, Opdrachtgever: De Roever Omgevingsadvies, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 13.83 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 40, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Plantenresten: wortels-veel (>10%) Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment 40 / 13.43 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Ondergrens laag in cm: 110, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en vlekken: zand- en humusbrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord

Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment 110 / 12.73 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 110, Ondergrens laag in cm: 140, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: afgerond, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Einde boring 140 / 12.43

8 bron: 000992 boerdonk.geojson - 27-09-2023 09:07:25

Bijlage 4 Quickscan flora en fauna

NL.IMRO.1948.BOE0012023P-VG01

Pagina: 66 van 631

Datum:06-09-2024

Quickscan Flora en Fauna Korstenhof Boerdonk Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid Definitief

Quickscan Flora en Fauna Korstenhof Boerdonk

1

colofon

projectnaam Quickscan Flora en Fauna Korstenhof Boerdonk datum 31 juli 2023 projectnummer P06456 opdrachtgever gemeente Meierijstad BRO projectleider JRi opgesteld door RdM interne controle RBo bron kaft BRO

Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl

Quickscan Flora en Fauna Korstenhof Boerdonk

2

Inhoudsopgave 6.1

1

2

3

Inleiding

4

1.1

4

Werkwijze quickscan flora en fauna

Planbeschrijving

5

2.1 2.2

5 5

Huidige situatie Toekomstige situatie

Toetsing gebiedsbescherming

7

3.1 3.2

7 7

Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

4

Toetsing beschermde houtopstanden

5

Toetsing soortenbescherming

9

5.1

10

Vogels 5.1.1

5.2

5.2.1

5.3

5.6

6

Toetsing

Vaatplanten Toetsing

Invasieve exoten

Conclusie

14

8

Geraadpleegde bronnen

15

10 11

11 11

11 Toetsing

Ongewervelde diersoorten

5.8.1

5.9

Samenvatting

10

11

Vissen

7

10

5.5.1

Toetsing

13 13

AERIUS-berekening Soortgericht onderzoek

10

11

5.7.1

5.8

Toetsing

13

6.1.1 6.1.2

8

Amfibieën

5.6.1

5.7

Toetsing

Reptielen 5.4.1

5.5

Toetsing

Grondgebonden zoogdieren 5.3.1

5.4

Toetsing

Vleermuizen

Vervolgtraject en advies

11

11 11

11 11

11

13

Quickscan Flora en Fauna Korstenhof Boerdonk

3

1

Inleiding

Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van ontwikkeling van 86 woningen, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving.

1.1

Werkwijze quickscan flora en fauna

In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 24 juli 2023 tussen 16.30 – 17.30 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 18°C, zonnig, zonder neerslag, met een zuidwestenwind van 2

De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.

1

BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, laatst aangevuld 11 februari 2021). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.

Quickscan Flora en Fauna Korstenhof Boerdonk

4

2

Planbeschrijving

Het plangebied is gelegen ten westen van de kern van Boerdonk, ingesloten tussen de Geluckweg, de Veerstraat en de Pastoor van Schijndelstraat. In de nabije omgeving van het plangebied vind je vooral woningen, siertuinen en sportvelden. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven.

2.1

Huidige situatie

In het westen van het plangebied is een gedeelte van een sportveld aanwezig. Op de grens met omliggende percelen zijn enkele solitaire bomen aanwezig. Het oosten van get plangebied bestaat uit braakliggende percelen waar een kruidenlaag aanwezig is. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied,

Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)

Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving

middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.

2.2

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer is voornemens woningbouw mogelijk te maken binnen het plangebied. Binnen het plangebied is een combinatie van vrijstaande woningen, twee-onder-één-kappers, rug-aan-rugwoningen, geschakelde woningen en nieuwe woonvormen voorzien binnen een gedifferentieerde wijk, een totaal van 86 woningen. Ook is ruimte gereserveerd voor een CPO ontwikkeling. Daarnaast zullen er de benodigde infrastructuur worden aangelegd. De ontsluiting van de woningen is voorzien aan de Pastoor van Schijndelstraat. Figuur 3 geeft een beeld van het concept van de stedenbouwkundige verkaveling.

Figuur 3: Concept stedenbouwkundige verkaveling

Quickscan Flora en Fauna Korstenhof Boerdonk

5

Figuur 4: Sportveld in het westen van het plangebied

Figuur 5: Braakliggend perceel in het oosten van het plangebied

Figuur 6: Braakliggende perceel in het oosten van het plangebied

Figuur 7: Braakliggend perceel in het oosten van het plangebied

Figuur 8: Opgaand groen in het noorden van het plangebied

Figuur 9: Toegang tot het plangebied vanaf de Geluckweg

Quickscan Flora en Fauna Korstenhof Boerdonk

6

3

Toetsing gebiedsbescherming

voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend net-

3.1

Wettelijke gebiedsbescherming

begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het

werk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische

De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming,

traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Bin-

betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogel-

nen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit het Natuurnetwerk

richtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd

Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones (EVZ). Daarnaast wordt

als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van pro-

ook de groenblauwe mantel beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt

jecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optre-

gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische

den, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Pro-

verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met

jecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op

het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebie-

de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig.

den zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegenge-

Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat

gaan met mitigerende maatregelen.

aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Deurnsche Peel & Mariapeel”, bevindt zich op circa 17 kilo-

Het plangebied is niet gelegen binnen het NNB (zie figuur 10). Het dichtst-

meter afstand ten zuidwesten van het projectgebied (zie figuur 10). Indien

bijzijnde onderdeel van het NNB ligt ongeveer 700 meter ten Noordwesten

er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg

van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen

van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof.

de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke

Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg

kenmerken en waarden van het NNN niet worden aangetast. Vervolgon-

van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten.

derzoek in het kader van het NNN wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

Daar de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van 86 woningen betreft, is een toename aan stikstofuitstoot te verwachten. Een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied is niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek in de vorm van een AERIUS-berekening voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase dient uit te wijzen of er een toename van stikstofdepositie plaatsvindt.

3.2

Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN,

Quickscan Flora en Fauna Korstenhof Boerdonk

7

4

Toetsing beschermde houtopstanden

De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Aangezien het plangebied zich binnen de bebouwde kom bevindt en er geen (onderdelen van) houtopstanden aanwezig zijn is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde. Binnen het plangebied zijn tevens geen groeneenheden aanwezig die op de groene kaart van de Gemeente Meierijstad staan.

Figuur 10:

Ligging NNB (groen) en Natura 2000-gebieden (rood gearceerd) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)

Quickscan Flora en Fauna Korstenhof Boerdonk

8

5

Toetsing soortenbescherming

De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders,

Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil bin-

Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen

nen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met

bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt

een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegen-

de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht

stelling tot een aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel,

houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade

hermelijn en bunzing) binnen de provincie Noord-Brabant niet vrijgesteld.

aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de

enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie

Tabel 1: Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten

categorieën: Vogels (artikel 3.1 Wnb)

Europees beschermde soorten

Nationaal beschermde soorten

(artikel 3.5 Wnb)

(artikel 3.10 Wnb)

Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming)

Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb)

Art 3.1 lid 1

Art 3.5 lid 1

Art 3.10 lid 1a

Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Het is verboden in het wild levende vogels op-

Het is verboden soorten in hun natuurlijke ver-

Het is verboden soorten opzettelijk te doden of

zettelijk te doden of te vangen

spreidingsgebied opzettelijk te doden of te van-

te vangen

Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit

gen Art 3.1 lid 2

Art 3.5 lid 4

Art 3.10 lid 1b

Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of

Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen

en eieren van vogels te vernielen of te bescha-

rustplaatsen van dieren te beschadigen of te

of rustplaatsen van dieren opzettelijk te bescha-

digen, of nesten van vogels weg te nemen

vernielen

digen of te vernielen

lingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn let-

Art 3.1 lid 3

Art. 3.5 lid 3

-

terlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatricht-

Het is verboden eieren te rapen en deze onder

Het is verboden eieren van dieren in de natuur

lijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden

zich te hebben

opzettelijk te vernielen of te rapen

verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in

Art 3.1 lid 4 en lid 5

Art 3.5 lid 2

sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepa-

Het is verboden vogels opzettelijk te storen, ten-

Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

lingen per regime weergegeven.

zij de storing niet van wezenlijke invloed is op

Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepa-

-

de staat van instandhouding van de desbetrefDe Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en

fende vogelsoort

de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en

Quickscan Flora en Fauna Korstenhof Boerdonk

-

Art 3.5 lid 5

Art 3.10 lid 1c

Het is verboden plantensoorten in hun natuur-

Het is verboden plantensoorten in hun natuur-

lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken

lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken

en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen

en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen

of te vernielen

of te vernielen

9

kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de peri-

en ransuil. Wel kunnen hier mogelijk “algemene” soorten als merel, rood-

5.2

Vleermuizen

ode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor

borst, heggenmus, zwartkop, winterkoning, en houtduif tot broeden ko-

Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plange-

alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze

men. Binnen het plangebied zijn meerdere elementen, zoals overhoekjes

bied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoor-

beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend.

struwelen en ruigten, die dienst kunnen doen als leefgebied voor de steen-

ten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis,

uil. Daarnaast zijn er enkele paardenweiden direct ten zuiden van get

rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en watervleer-

Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor,

plangebied. De aanwezigheid van een territorium van steenuil binnen het

muis.

dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de

plangebied is op basis van deze quickscan niet uit te sluiten. Binnen het plangebied is geen bebouwing aanwezig. Hierdoor kan de aan-

beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te worden of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te

5.1.1

werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alterna-

Met het bouwrijp maken van het plangebied bestaat de kans dat er essen-

vleermuissoort op voorhand worden uitgesloten. De bomen binnen het

tieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvin-

tieel leefgebied verloren gaat van de steenuil. Door het verdwijnen van es-

plangebied bevatten geen holten, kieren of loshangende stukken schors,

den. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden

sentieel leefgebied kan een nestplaats mogelijk zijn functionaliteit verlie-

waardoor de aanwezigheid van een rust- of verblijfplaats van een boom-

op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van in-

zen. Nesten van de steenuil zijn jaarrond beschermd. Middels een ver-

bewonende vleermuissoort tevens kan worden uitgesloten. Er is geen

standhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De onthef-

volgonderzoek dient duidelijk te worden of het plangebied deel uit maakt

sprake van potentieel (essentieel) foerageergebied en/of vliegroutes, ge-

fing kan dan onder voorwaarden worden verleend.

van een territorium van steenuil. Op basis van het vervolgonderzoek wordt

zien het ontbreken van aspecten als grote hoeveelheden opgaand groen,

bepaald of er bij het bouwrijp maken van het plangebied sprake is van

oppervlaktewater en lijnvormige landschapselementen.

5.1

Vogels

Toetsing

wezigheid van de een rust- of verblijfplaats van een gebouwbewonende

overtreding, en of het treffen van maatregelen en een ontheffingsproce-

Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Minis-

dure aan de orde is alvorens er mag worden gewerkt.

terie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschil-

5.2.1

Toetsing

Het plangebied bevat geen potentiele rust- of verblijfplaatsen voor een

lende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nes-

Bij de werkzaamheden kunnen daarnaast nesten verloren gaan die niet

vleermuissoort. Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling zal er

ten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode

jaarrond zijn beschermd. Voor de betreffende vogelsoorten geldt dat, in-

geen sprake zijn van (potentiële) overtreding met betrekking tot vaste rust-

in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken.

dien het verwijderen van het opgaand groen buiten het broedseizoen

of verblijfplaatsen, vliegroutes of foerageergebied voor vleermuizen.

Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw

wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden

bewonende vogelsoorten (‘categorie 1-4 soorten’) zijn de nesten en de

met betrekking tot broedvogels. In de Wet natuurbescherming wordt geen

functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een cate-

vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het

gorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de

broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden.

plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over vol-

Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment

doende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan,

van ingrijpen. Bij twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of ver-

zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’).

laat broedgeval (bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname

Op het terrein is geen bebouwing aanwezig. Hierdoor kunnen broedloca-

van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op

ties van soorten als kerkuil, huismus en gierzwaluw worden uitgesloten. In

de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uit-

de opgaande beplanting binnen en rond het plangebied bevinden zich te-

gesloten.

vens geen jaarrond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer

Quickscan Flora en Fauna Korstenhof Boerdonk

5.3

Grondgebonden zoogdieren

Het plangebied vormt zeer geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Soorten als egel en huisspitsmuis kunnen in het plangebied worden waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om

10

het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid

voor deze soort. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is daarmee

5.7

krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien

dan ook uitgesloten.

In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van teunisbloempijlstaart. In het noordoosten zijn meerdere exemplaren van

noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten 5.4.1

het werkgebied. Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten wezel, bunzing, steenmarter, boommarter, eekhoorn, das en bever voor. Binnen het plangebied zijn meerdere elementen, zoals overhoekjes struwelen en ruigten, die dienst kunnen doen als leefgebied voor wezel, bunzing of steenmarter. De aanwezigheid van een verblijfplaatsen van wezel, bunzing of steenmarter is dan ook niet uit te sluiten. Gezien het ontbreken van een grote hoeveelheid opgaand groen binnen en rond het plangebied kan de aanwezigheid van boommarter redelijkerwijs worden uitgesloten. Er zijn geen holen of nesten in de grond of in de bomen aangetroffen die zouden kunnen dienen als schuil- of nestplaats voor deze soorten. Binnen het plangebied zijn tevens geen nesten of sporen van de eekhoorn aangetroffen dan wel burchten, loop- of eetsporen, latrines of wissels die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van het plangebied door de das. De aanwezigheid van andere strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten. 5.3.1

Toetsing

de teunisbloem aanwezig, de waardplant van de teunisbloempijlstaart.

Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op

Naar beide soorten dient onderzoek te worden uitgevoerd. Aanwezigheid

voorhand uitgesloten.

van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de versprei-

5.5

Amfibieën

ding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de

In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als

orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soor-

bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander.

ten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is

Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plange-

eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hier-

bied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde rugstreeppad, poelkikker,

voor geen geschikt habitat aanwezig.

heikikker, Alpenwatersalamander en kamsalamander bekend. Het plangebied bevat echter geen oppervlaktewater of schuilgelegenheid, waardoor

5.7.1

de aanwezigheid van de meeste van deze soorten binnen het plangebied

Vervolgonderzoek naar teunisbloempijlstaart dient uit te wijzen of de soor-

redelijkerwijs is uitgesloten. Met betrekking tot een incidenteel passerend

ten binnen het plangebied aanwezig zijn.

Toetsing

individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing.

5.8

Vaatplanten

In de directe omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van 5.5.1

Toetsing

de beschermde kruipend moerasscherm. Deze soort stelt echter zeer spe-

De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel ha-

cifieke eisen aan zijnstandplaats. Gezien het aanwezige biotoop en bin-

bitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat

nenstedelijke ligging van het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk

van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook

beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten.

uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzake-

Toetsing

Vervolgonderzoek dient uit te wijzen of wezel, bunzing of steenmarter binnen het plangebied aanwezig zijn. In het kader van de zorgplicht is het daarnaast noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen.

5.4

Ongewervelde diersoorten

Reptielen

Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van de levendbarende hagedis. De waarnemingen hebben betrekking op de natuurgebieden in de omgeving.

lijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen.

5.8.1

Toetsing

Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaat-

5.6

Vissen

planten zijn op voorhand uitgesloten.

Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten.

5.9

Invasieve exoten

Enkele soorten binnen Nederland mogen niet worden verhandeld of ver5.6.1

Toetsing

voerd, of moeten actief worden geweerd. Voor soorten op de zogenoemde

Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen

Unielijst (EU-exotenverordening) geldt een verbod op bezit, handel,

zijn op voorhand uitgesloten.

kweek, transport en import van een aantal schadelijke exotische planten

Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat

Quickscan Flora en Fauna Korstenhof Boerdonk

11

en dieren. Voor lidstaten geldt de plicht om in de natuur aanwezige populaties op te sporen en te verwijderen. Per soort zijn doelen en acties omschreven (Onderbouwing strategie Unielijstsoorten). Daarnaast geldt voor enkele soorten een nationaal handelsverbod, waaronder drie soorten Aziatische duizendknopen. Deze mogen niet worden verhandeld of vervoerd. Dit geldt ook voor grond waarin resten of zaden van duizendknoop in aanwezig zijn. Er geldt enkel een uitzondering ten behoeve van het uitroeien, bestrijden of beheersen van de duizendknopen. In de directe omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van de reuzenberenklauw, Japanse duizendknoop en de Grote Waternavel. Binnen het plangebied zijn echter geen waarnemingen van deze soorten gedaan tijdens het veldbezoek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=22a7074d-5176-44eb-9640-dc793bc53e72