Bijlage 1c P06456_Bijlagenboek_BP Korstenhof Zuid Boerdonk, Meierijstad_20240906
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Korstenhof Zuid Boerdonk Bijlagenboek
Bezoekadres Stadhuisplein 1 5461 KN Veghel Postadres Postbus 10.001 5460 DA Veghel T: 14 0413 E: info@meierijstad.nl W: www.meierijstad.nl IBANnr: NL31 RABO 0171 5811 48
Betreffende
Korstenhof Zuid Boerdonk
Planstatus
vaststelling
Projectnummer
NL.IMRO.1948.BOE0012023P-VG01
Datum
6 september 2024
Inhoudsopgave Bijlagen bij toelichting
5
Bijlage 1
Regiekaart
6
Bijlage 2
Aanmeldnotitie en vormvrije m.e.r.
8
Bijlage 3
Archeologisch onderzoek
20
Bijlage 4
Quickscan flora en fauna
66
Bijlage 5
Stikstofdepositie berekening
83
Bijlage 6
Watertoets
103
Bijlage 7
Bodemonderzoeken
139
Bijlage 8
Quickscan Bedrijven en milieuzonering
309
Bijlage 9
Akoestisch onderzoek industrielawaai
319
Bijlage 10
Lichthinderonderzoek
418
Bijlage 11
Geuronderzoek
450
Bijlage 12
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
484
Bijlage 13
Quickscan externe veiligheid
545
Bijlage 14
Beeldkwaliteitsplan
552
Bijlage 15
M.e.r.-beoordelingsbesluit
569
Bijlage 16
PvE Archeologie
573
Bijlage 17
Omgevingsdialoog
610
Bijlage 18
Afweging oplossingsrichting hwa-structuur
617
Bijlage 19
Beantwoording zienswijzen
623
NL.IMRO.1948.BOE0012023P-VG01
Pagina: 3 van 631
Datum:06-09-2024
Bijlagen bij toelichting
NL.IMRO.1948.BOE0012023P-VG01
Pagina: 5 van 631
Datum:06-09-2024
Bijlage 1 Regiekaart
NL.IMRO.1948.BOE0012023P-VG01
Pagina: 6 van 631
Datum:06-09-2024
a
or v
to Pas
G V
ijn
ch nS
aat
str del
G
G
8m
(lv)
8m
WG 6m
-2
a sb
TAE
Voldoende ruimte voor groen & waterberging
VRIJ
RAR
AEG
(p)
sba-1 TAE
VRIJ
AEG
3.5 11
afwijking mogelijk naar 6.5/11
G (p)
erin elw Gev dB >25
g erin elw Gev dB 5 =2
8m
Legenda
g
Woongebied Sba - 1: alleen vrijstaand, aaneengebouwd en tweekappers
(p)
Sba - 2: afstand tot achterste perceelsgrens min. 6 meter Groen
G
Verkeer WR Archeologie
(lv)
Aandachtsgebieden geluid met gevelweringseisen Steegje tbv langzaamverkeer + evt. calamiteitenroute
3.5 11
Goot- en bouwhoogte Verstedelijking afweegbaar
aat
str
r Vee
(lv)
Parkeren in het groen (p) Symbolen Vrijstaand
VRIJ
Twee aaneengesloten
TAE
Aaneengesloten
AEG RAR
Regiekaart
Korstenhof Zuid, Veerstraat Gemeente Meierijstad
Rug- aan- Rug
datum
getekend
projectnr.
pagina
formaat
schaal
22-08-2024
IB
P06456
1/1
A3
1:1000
Bijlage 2 Aanmeldnotitie en vormvrije m.e.r.
NL.IMRO.1948.BOE0012023P-VG01
Pagina: 8 van 631
Datum:06-09-2024
Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling, Korstenhof Zuid, Boerdonk Definitief
Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling, Korstenhof Zuid, Boerdonk
1
colofon
projectnaam Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling, Korstenhof Zuid, Boerdonk datum 5 december 2023 projectnummer P06456 opdrachtgever Gemeente Meierijstad BRO projectleider JRi projectteam MvDn bron kaft BRO
Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99 info@bro.nl www.bro.nl
Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling, Korstenhof Zuid, Boerdonk
2
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
1.1 1.2
Inleiding Toetsing besluit m.e.r.
4 4
1.2.1 1.2.2
4 4
1.3
Vormvrije m.e.r. beoordeling 1.3.1
1.4
2
3
Toetsingskader Beoordeling noodzakelijkheid m.e.r.-beoordeling Procedure
Leeswijzer
4 4
4
Effecten op het milieu
5
2.1 2.2 2.3 2.4
5 6 7 9
Inleiding Kenmerken van het project Plaats van het project Kenmerken van het potentiele effect
Vormvrije M.E.R.- Beoordeling
10
Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling, Korstenhof Zuid, Boerdonk
3
1
Inleiding
1.2
Toetsing besluit m.e.r.
1.3
Vormvrije m.e.r. beoordeling
1.1
Inleiding
1.2.1
Toetsingskader
In een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet de gemeente beoordelen of een
Gemeenten en provincies moeten ook bij kleine bouwprojecten beoorde-
milieueffectrapport moet worden opgesteld. Achterliggende gedachte hier-
De gemeente Meierijstad is voornemens om de kern Boerdonk uit te brei-
len of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is
bij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en
den in westelijke richting met de woonwijk Korstenhof Zuid. Boerdonk is
dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook
ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of
een kern gelegen in het zuidoosten van de gemeente Meierijstad. Het
bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een
een m.e.r.-procedure nodig is. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot
dorp heeft circa 800 inwoners. De uitbreiding vindt plaats in de buurt van
m.e.r.-procedure nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het be-
twee conclusies leiden:
de Pastoor van Schijndelstraat, Geluckweg en Veerstraat. Beoogd wordt
voegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige mili-
om in twee fasen maximaal 80 woningen te realiseren, die met zorg wor-
eugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke
den ingepast in de omgeving.
nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure
effectrapportage noodzakelijk.
worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een MER In totaal omvat het richtprogramma en stedenbouwkundig plan 80 nieuwe woningen en is er ruimte voor autoparkeerplaatsen o.a. in parkeerkoffers in het openbare gebied en op eigen terrein. Het indicatieve richtprogramma met 80 woningen ziet er als volgt uit:
24 sociale huurwoningen
8 midden huur woningen;
12 goedkope koop woningen;
16 middel dure koopwoningen;
20 dure koop / vrije sector woningen
Het projectgebied kent op basis van de vigerende bestemmingsplannen verschillende bestemmingen. Een woningbouwontwikkeling is op basis van deze bestemmingsplannen niet mogelijk. Om de ontwikkelingen mogelijk te maken dient het bestemmingsplan te worden herzien. Er dient een bestemmingsplan in procedure gebracht te worden, waarin aangetoond wordt dat het initiatief op de verschillende relevante onderdelen haalbaar is en dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen milieuBelangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een milieueffectrapportage worden opgesteld.
nodig. 1.3.1 1.2.2
Procedure
Beoordeling noodzakelijkheid m.e.r.-beoordeling
De gemeente (het bevoegd gezag) neemt binnen 6 weken na ontvangst
Om te bepalen of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is dient bepaald te
van de aanmeldingsnotitie (mededeling) een beslissing of een MER ge-
worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst D van het Besluit
maakt moet worden.
m.e.r. overschrijdt, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn. De ontwikkeling van de beoogde wonin-
1.4
Leeswijzer
gen is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling zoals opgenomen in het Besluit m.e.r.. Met betrekking tot de ontwikkeling is in onderdeel
Hoofdstuk 2 vormt de aanmeldingsnotitie, hoofdstuk 3 vormt de vormvrije
D 11.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r. het volgende opgenomen:
m.e.r.-beoordeling.
“De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijke ontwikkeling (met inbegrip van de bouw van een winkelcentra of parkeerterreinen).” De voor-
De beoordeling of het noodzakelijk is een milieueffectrapport op te stellen
genomen ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarde die is opgenomen
is geheel afhankelijk van het feit of er sprake is van ‘bijzondere omstandig-
in kolom 2. Er is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht.
heden’. De bijzondere omstandigheden kunnen betrekking hebben op:
Dit betekent dat voordat het ontwerpbestemmingsplan in procedure gaat,
a. de plaats waar de activiteit plaatsvindt, o.a. in relatie tot gevoelige gebieden;
het college van burgemeester en wethouders aan de hand van een aanmeldings-notitie moet beoordelen en besluiten of een milieueffectrapport
b. de kenmerken van de activiteit;
moet worden opgesteld e.e.a. conform paragraaf 7.6 Wet milieubeheer.
c.
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het nieuw juridisch-planologisch kader voor het plangebied.
Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling, Korstenhof Zuid, Boerdonk
de kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen;
d. voor het milieu die de activiteit kan hebben; e. de samenhang met andere activiteiten ter plaatse (cumulatie).
4
2
Effecten op het milieu
De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgesteld op basis van de onderzoeken
2.1
Inleiding
staande tabellen vindt de beoordeling/toets plaats aan de criteria die zijn
die zijn uitgevoerd in het kader van het ruimtelijke plan. In de ondergenoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.
In deze paragraaf wordt getoetst of op basis van de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. Het gaat hierbij om de volgende criteria (zie ook Tabel 1): 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van het potentiële effect.
Tabel 1: Overzichtstabel
Kenmerken van het project
Omvang van het project Cumulatie met andere projecten Gebruik van natuurlijke grondstoffen Productie van afvalstoffen Verontreiniging en hinder Risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën
Plaats van het project
Bestaand grondgebruik Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang.
Kenmerken van het potentiële project
Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking) Grensoverschrijdende karakter van het effect Waarschijnlijkheid van het effect Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect
Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling, Korstenhof Zuid, Boerdonk
5
2.2
Kenmerken van het project
Tabel 2: Kenmerken van het project
Criteria
Toets
Omvang van het project
Voorgenomen planinitiatief betreft de uitbreiding van de kern Boerdonk met maximaal 80 woningen, genaamd Korstenhof. Beoogd wordt om in twee fasen 80 woningen te realiseren die met zorg worden ingepast in de omgeving. Tevens zullen er parkeerplaatsen worden gerealiseerd ten behoeve van de woningen. En komen er verkeer en verblijf-, water- en groenvoorzieningen in het plangebied.
Cumulatie met andere projecten
Momenteel is er geen sprake van onevenredige cumulatie met andere ontwikkelingen in de nabijheid van het plangebied.
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen
Bij de ontwikkeling van de woningen wordt geen gebruik gemaakt van bijzondere en/of schaarse hulpstoffen.
Productie van afvalstoffen
Naast het reguliere afval van de toekomstige bebouwing en functies zal geen sprake zijn van de productie van andere afvalstoffen.
Verontreiniging en hinder
Tijdens de aanlegfase is er mogelijk sprake van tijdelijke hinder als gevolg van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden. Gelet op de omgang van het project, alsmede op de locatie beschikbare ruimte, is onevenredige en langdurige hinder ten gevolge van deze werkzaamheden niet aan de orde. Akoestisch wegverkeer: Met onderhavige ontwikkeling worden er nieuwe woningen gerealiseerd. Woningen zijn in de Wgh opgenomen als geluidsgevoelige objecten. Uit het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai blijkt dat de geluidbelasting ter plaatse van de toekomstige woningen aan de voorkeurgrenswaarde (48 dB) uit de Wet geluidhinder voldoet. Het aspect akoestiek wegverkeerslawaai vormt geen belemmering. Luchtkwaliteit: Onderzoek is uitgevoerd naar de luchtkwaliteitseffecten ten gevolge van de verkeersgeneratie van de beoogde woningen. De bijdrage van extra verkeer is niet-in-betekendemate. Tevens is gekeken naar de achtergrondwaarden ter plaatse van het projectgebied voor de stoffen NO2, PM10 en PM2.5. Geconcludeerd kan worden dat de achtergrondwaarden aan fijnstof en stikstof ruim onder de norm liggen. Er is dan ook sprake van een goed leef- en verblijfsklimaat in het kader van luchtkwaliteit. Bedrijven en milieuzonering: De huisvesting (wonen) vormt geen milieubelastende functie. Ten aanzien van de huisvesting is geen beoordeling van uitwaartse zonering noodzakelijk.
In dit geval is er dus geen sprake van uitwaartse milieuzonering. De beoogde huisvesting is een milieugevoelige functie voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. Volgens het vigerende bestemmingsplan Buitengebied zijn de verschillende milieubelastende functies in de omgeving bepaald. Hieruit blijkt dat het sportpark (Veerstraat 7) en een agrarisch bedrijf aan de Veerstraat 4 mogelijk een belemmering vormen. De richtafstand van het agrarisch bedrijf aan de Veerstraat 4 overlapt voor een klein gedeelte een zuidelijk gedeelte van het plangebied. Hier worden geen woningen mogelijk gemaakt maar een groenvoorziening met wandel/fietspad. Het agrarisch bedrijf vormt daarmee geen belemmering. Voor het sportpark is een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidsbelastingen op de buitengevel van de beoogde woningen wordt er niet bij iedere woning aan voldaan. Echter zijn volgens het onderzoek genoeg maatregelen die genomen kunnen worden om het geluid te reduceren op de woningen. Ter borging is een zone opgenomen op de verbeelding van het bestemmingsplan met hieraan een voorwaardelijke verplichting gekoppeld. Geur: Het aspect geur van veehouderijen is onderzocht. De belangen van omliggende veehouderijen worden niet geschaad.
Het bevoegd gezag kan overwegen het ‘redelijk goed’ woon- en leefklimaat aanvaardbaar te achten op basis van de opsomming zoals opgenomen in het onderzoek geur. Externe veiligheid: Er zijn geen buisleidingen en inrichtingen in de nabijheid van het plangebied gelegen die mogelijk een knelpunt door activiteiten met gevaarlijke stoffen. Op ca. 125 meter van het plangebied ligt een tankstation. Voorheen betrof dit een LPG-tankstation. De gemeente heeft op 24 januari 2023 de omgevingsvergunning milieu (gedeeltelijk) ingetrokken. De intrekking heeft betrekking op de opslag van LPG en het afleveren van LPG aan motorvoertuigen voor het wegverkeer. Het invloedsgebied en de effectafstand van LPG zijn daardoor komen te vervallen. Deze inrichting en diens bevoorradingsroute kan verder buiten beschouwing gelaten worden in het kader van externe veiligheid. Ecologie: Het plangebied is niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland of binnen een Natura 2000 gebied. Het plangebied beidt potentieel leefgebied voor steenuil. Vervolgonderzoek gedurende het juiste seizoen dient uitsluitsel te geven of het plangebied tot het territorium van een steenuil behoort. Te verwijderen groenstructuren binnen het plangebied kunnen verblijfplaatsen en essentieel leefgebied bieden aan wezel, bunzing en steenmarter.
Uit vervolgonderzoek moet blijken of de soorten binnen het plangebied aanwezig zijn, en of voor de werkzaamheden een ontheffing noodzakelijk is. Het plangebied biedt leefgebied voor de teunisbloempijlstaart. Vervolgonderzoek gedurende het juiste seizoen dient uitsluitsel te geven of deze soort binnen het plangebied aanwezig is. Indien nodig wordt hiervoor een ontheffing aangevraagd en worden mitigerende maatregelen getroffen. Omdat deze vervolgonderzoeken naar verwachting niet voor vaststelling van het bestemmingsplan afgerond zijn, is er ter borging een voorwaardelijke verplichting ecologie opgenomen in de regels van het bestemmingsplan.
Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling, Korstenhof Zuid, Boerdonk
6
Verontreiniging en hinder (vervolg)
Stikstof: Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. De meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden zijn “Kampina & Oisterwijkse Vennen”, ‘’Strabrechtse Heide & Beuven’’ en ‘’Deurnsche Peel & Mariapeel’’ op respectievelijk circa 22 km, 15,1 km en 16,2 km afstand. Uit de uitgevoerde stikstofdepositie berekening blijkt dat er bij zowel de bouwfase als de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. Omdat significant negatieve gevolgen zijn uitgesloten, hoeft voor de ontwikkeling geen passende beoordeling opgesteld te worden. Omdat er van het project geen significant negatieve gevolgen te verwachten zijn, geldt ook geen vergunningplicht van de Wet natuurbescherming. Water: Er is een watertoets uitgevoerd om water als ordenend principe een rol te laten spelen bij ruimtelijke plannen en besluiten, door alle relevante waterhuishoudkundige aspecten vroegtijdig te betrekken bij de planvorming. Planvoornemen zorgt voor oppervlakte verharding, ten aanzien van de ontwikkeling en het toekomstig verhard oppervlak in de openbare ruimte is een watercompensatie benodigd van ca. 787 m3. Deze waterberging wordt aangelegd in de vorm van wadi’s.
Ter borging is in de regels een voorwaardelijke verplichting waterberging opgenomen. Bodem: In verband met de voorgenomen woningbouwontwikkeling is er een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Ter plaatse zijn in de grond geen verhoogde gehalten en in het grondwater ten hoogste licht verhoogde concentraties aangetoond. Vervolgonderzoek wordt niet zinvol geacht. Op basis van de vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit wordt geacht dat geen belemmeringen aanwezig zijn voor het huidige en toekomstige gebruik van de locatie ten behoeve van wonen.
Risico van ongevallen
2.3
Er is geen sprake van een nieuwe risicobron en externe veiligheid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied zoals hiervoor reeds is geconcludeerd.
Plaats van het project
In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden.
Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling, Korstenhof Zuid, Boerdonk
7
Tabel 3: Plaats van het project
Criteria
Toets
Bestaand grondgebruik
De locatie van de gewenste ontwikkeling betreft in de huidige situatie agrarisch grondgebied en sportvelden in de kern en tegen de kern. De grond is gedeeltelijk in gebruik als voetbalveld en verder hoofdzakelijk braakliggend en/of in gebruik als grasland.
Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied
N.v.t.
Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in bijzonder aandacht voor: Gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden) Gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden Gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid Landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang
Het plangebied heeft geen negatieve invloed op gevoelige natuur- of watergebieden. Natura 2000-gebieden: zie onder ‘verontreiniging en hinder’. Het plangebied ligt niet in de omgeving van gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen rees worden overschreden. Het plangebied ligt ten westen van de kern Boerdonk, dit is geen gebied met een hoge bevolkingsdichtheid. Archeologie: Uit het uitgevoerde archeologisch bureau en inventariserend veldonderzoek blijkt dat voor een gedeelte van het plangebied vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven nodig is. Ter bescherming van de eventuele archeologische waarden is voor een deel van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ opgenomen. Hiermee zijn de archeologische waarden voldoende beschermd. Cultuurhistorie: Het plangebied is niet van historisch of cultureel belang. De beoogde ontwikkeling doet geen afbreuk aan omliggende cultuurhistorische waarden/panden.
Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling, Korstenhof Zuid, Boerdonk
8
Tabel 4: Gevoelig gebied
Gevoelig gebied
Toets
Beschermd natuurmonument
Er is geen sprake van een beschermd natuurmonument
Habitat en vogelrichtlijngebieden
Het plangebied ligt niet binnen een Habitat of vogelrichtlijngebied
Watergebied van internationale betekenis
Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een watergebied van internationale betekenis
Natuurnetwerk Nederland
Het plangebied ligt niet in het Natuurnetwerk Nederland
Landschappelijk waardevol gebied
Er is geen sprake van een landschappelijk waardevol gebied
Waterwinlocaties, waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden
Er is geen sprake van een waterwinlocatie, waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied
Beschermd monument
Binnen het plangebied zijn geen beschermde monumenten aanwezig
Belvedère-gebied
Het plangebied ligt niet binnen een belvedère-gebied.
2.4
Kenmerken van het potentiele effect
Tabel 5: Kenmerken van het potentiele effect
Gevoelig gebied
Toets
Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking)
Op de locatie worden nieuwe woningen gerealiseerd, de effecten van de aanleg zijn hoofdzakelijk beperkt tot de locatie zelf. De effecten zijn hierdoor zeer beperkt.
Grensoverschrijdend karakter van het effect
Er is geen sprake van een grensoverschrijdend effect.
Waarschijnlijkheid van het effect
Van onevenredige effecten voor de omgeving is geen sprake. Er zijn geen nadelige effecten op flora en fauna, cultuurhistorie, archeologie, externe veiligheid, geluid, bodem, lucht en water te verwachten. Waarschijnlijkheid van enig effect is daarom niet aan de orde.
Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect
Er is sprake van nieuw te realiseren woningen, de effecten daarvan zijn blijvend. Zoals echter al verwoordt in het voorgaande zijn deze effecten niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting.
Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling, Korstenhof Zuid, Boerdonk
9
3
Vormvrije M.E.R.- Beoordeling
Gezien het vorenstaande en indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r. kan worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de kenmerken van het potentiële effect; er sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.procedure noodzakelijk maken. Wij bevelen u aan - na nadere kennisname van deze beoordeling - een gemeentelijk besluit voor te bereiden waarin wordt aangegeven dat voor de verdere planvorming van het bestemmingsplan ‘Korstenhof Zuid, Boerdonk’ geen milieueffectrapportage wordt vereist.
Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling, Korstenhof Zuid, Boerdonk
10
Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400
Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling, Korstenhof Zuid, Boerdonk
11
Bijlage 3 Archeologisch onderzoek
NL.IMRO.1948.BOE0012023P-VG01
Pagina: 20 van 631
Datum:06-09-2024
Rapport 6224
KORSTENHOF ZUID TE BOERDONK
J.Q. Hessing
Korstenhof Zuid te Boerdonk, gemeente Meierijstad Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek
J.Q. Hessing
Colofon ADC Rapport 6224 Korstenhof Zuid te Boerdonk, gemeente Meierijstad Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek Auteur: J.Q. Hessing In opdracht van: De Roever Omgevingsadvies © ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, 6 oktober 2023 Foto’s en tekeningen: ADC ArcheoProjecten, tenzij anders vermeld Status rapportage: versie 1.0 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. ADC ArcheoProjecten aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
Autorisatie: E. van der Laan
ISSN 1875-1067
ADC ArcheoProjecten Nijverheidsweg-Noord 114 3812 PN Amersfoort Tel. 033-299 81 81 E-mail info@archeologie.nl
Inhoudsopgave Samenvatting 1 Inleiding en administratieve gegevens 2 Bureauonderzoek 2.1 Doelstelling en vraagstelling 2.2 Methode 2.3 Resultaten 2.4 Gespecificeerde verwachting en conclusie 3 Inventariserend Veldonderzoek 3.1 Verkennend booronderzoek: doel- en vraagstelling 3.2 Methode 3.3 Resultaten Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) 3.4 Conclusies 4 Aanbeveling Literatuur Geraadpleegde websites Lijst van afbeeldingen en tabellen Bijlagen
5 8 11 11 11 11 22 25 25 25 26 28 31 32 33 34 35
Tabel 1. Overzicht van de verschillende perioden.
Samenvatting In opdracht van De Roever Omgevingsadvies heeft ADC ArcheoProjecten in september 2023 een bureauonderzoek uitgevoerd naar de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden op de locatie Korstenhof Zuid te Boerdonk. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen woningbouw in het plangebied. Hiervoor wordt een nieuw bestemmingsplan (Korstenhof) opgesteld Op basis van het bureauonderzoek is voor de zone die nog niet is onderzocht door middel van een booronderzoek (ca.10260 m²) de volgende gespecificeerde verwachting opgesteld: Het plangebied is gelegen op een dekzandrug. De hoger gelegen dekzandrug heeft een aantrekkelijke bewoningslocatie gevormd waardoor rekening moet worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische resten vanaf het Laat Paleolithicum. Een vindplaats vanaf het Laat Paleolithicum – Mesolithicum zal bestaan uit tijdelijke kleine jachtkampen/kampementen. Resten uit deze periode kunnen bestaan uit een spreiding van vuursteen, natuursteen en houtskool en grondsporen in de vorm van haardkuilen. Met de introductie van de landbouw (vanaf het Neolithicum) werd de mate waarin gronden geschikt waren om te beakkeren een steeds belangrijkere factor. Nederzettingen werden gesticht en men was meer verbonden aan een vaste locatie.
Vanaf het Neolithicum kunnen resten van nederzettingen aanwezig zijn die zich kenmerken door een spreiding van aardewerkfragmenten, natuursteen, bouwmaterialen en glas en grondsporen zoals paalgaten, waterputten en afvalkuilen. Daarnaast kunnen ook resten van begravingen zoals kringgreppels en, grafkuilen aanwezig zijn. Indien aanwezig zullen resten uit de IJzertijd, Romeinse tijd en Vroege Middeleeuwen zich vermoedelijk manifesteren als een cultuurlaag, dat wil zeggen een ‘vuile’ laag onder een (restant van een) plaggendek met daarin aardewerkscherven en houtskool. . Op basis van een eerder uitgevoerd booronderzoek in het plangebied wordt een plaggendek verwacht, losse vondsten kunnen reeds in het plaggendek voorkomen. Vondsten die in situ zijn bewaard worden vanaf 30-100 cm -mv verwacht. Dit geldt eveneens ook voor grondsporen. Tijdens het booronderzoek is gebleken dat de bodem in bepaalde zones is verstoord en afgetopt. Dit kan mogelijk ook het geval zijn in het plangebied. Indien Inderdaad sprake is van verstoringen en aftopping zullen de archeologische resten slecht bewaard zijn gebleven. Indien het plaggendek intact is, zullen de archeologische resten goed bewaard zijn gebleven. Dit geldt niet voor organische resten, omdat deze over het algemeen, door de relatief droge en zure bodemomstandigheden, niet goed geconserveerd blijven in zandgronden.
Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Op basis van deze resultaten blijkt dat in het westelijk deel van het plangebied de top van het dekzand niet meer intact en is de bodem verstoord tot in de C-horizont. In deze zone worden geen archeologische waarden meer verwacht. In het overige deel van het plangebied is een plaggendek aanwezig bovenop het dekzand (AC profiel). In een enkele zones is de top van het dekzand opgenomen in het plaggendek. De archeologische verwachting voor de perioden Laat-Paleolithicum – Mesolithicum kan worden bijgesteld naar laag. Vindplaatsen uit deze periode bestaan vondstverspreidingen en niet diep ingegraven sporen. Vanwege de aanwezige verstoring zullen mogelijke archeologische resten niet meer in situ bewaard zijn. Voor de perioden Neolithicum – Nieuwe tijd geldt een middelhoge verwachting. Het kan niet worden uitgesloten dat er nog dieper ingegraven sporen aanwezig zijn in het plangebied. De resultaten van het huidige onderzoek sluiten aan op het onderzoek uit 2004. Het aangetroffen AC profiel en het verstoorde bodempakket, is ook waargenomen in het huidige verkennend booronderzoek. De aanwezigheid van laarpodzolen is niet vastgesteld in het huidige plangebied. Destijds is op basis van de aanwezigheid van een AC profiel het plangebied vrijgegeven.
Maar archeologische onderzoeken die in de afgelopen jaren zijn uitgevoerd hebben aangetoond ,dat in een AC profiel nog wel degelijk archeologische resten aanwezig kunnen zijn. I
5
Het kan niet worden uitgesloten dat onder het plaggendek nog archeologische resten aanwezig zijn. ADC ArcheoProjecten adviseert daarom in de zones waar het plaggendek aanwezig is (afb. 16), een dubbelbestemming op te nemen en een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van het aanleggen van proefsleuven (IVO-P). Het doel van dit onderzoek is het onderzoeken van de gaafheid, omvang, datering en conservering van archeologische resten. De exacte invulling van de werkzaamheden dient voorafgaand aan het veldwerk te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). ADC ArcheoProjecten adviseert voor de zones waar een verstoord bodempakket is waargenomen het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan het licht komen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht deze zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. De melding dient behalve bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) tevens plaats te vinden bij de gemeente Meierijstad. Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt.
De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.
6
Afb. 1.
Locatie van het plangebied.
7
1
Inleiding en administratieve gegevens In opdracht van De Roever Omgevingsadvies heeft ADC ArcheoProjecten in september 2023 een bureauonderzoek uitgevoerd naar de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden op de locatie Korstenhof Zuid te Boerdonk (afb. 1 en afb. 2). De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen woningbouw in het plangebied. Hiervoor wordt een nieuw bestemmingsplan (Korstenhof) opgesteld.
Afb. 2.
Detailkaart van het plangebied.
De aanleiding voor het onderzoek is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan. Gemeenten dienen bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening te houden met de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden. Hieronder vallen zowel reeds bekende archeologisch waardevolle gebieden als gebieden waarvoor een (verhoogde) archeologische verwachting geldt. Deze waarden krijgen een archeologische (mede)bestemming, die wordt vermeld in de toelichting van een bestemmingsplan, wordt begrensd in de verbeelding (plankaart) en wordt voorzien van regels die zijn gekoppeld aan een vergunningenstelsel. Het plangebied ligt in een gebied waar een gemeentelijk archeologisch beleid is vastgesteld. Op grond van dit beleid valt het plangebied in een zone waar geen archeologisch onderzoek noodzakelijk is.1 Dit is gebaseerd op de resultaten van een eerder uitgevoerd bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. (afb. 3. ).2 Bij het verkennend booronderzoek zijn echter vanwege het ontbreken van betredingstoestemming niet alle 1 Buesink 2014. 2 Krekelbergh 2004
8
terreindelen onderzocht. Dit is niet meegenomen op de beleidskaart waardoor de zone waar geen onderzoek noodzakelijk is te ruim is weergegeven.
Afb. 3.
Beleidskaart (Buesink 2014)
In Nederland dient het vaststellen van de archeologische waarde van een plangebied te gebeuren conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Gemeenten kunnen hierop aanvullende uitvoeringskaders vaststellen. Voor de gemeente Meierijstad zijn de aanvullende richtlijnen van de Afdeling Erfgoed ’s-Hertogenbosch gevolgd. Van te voren is het PvA voorgelegd aan de Afdeling Erfgoed ’s-Hertogenbosch en goedgekeurd.3
3 Berkvens 2012.
9
De volgende administratieve gegevens zijn van toepassing: opdrachtgever:
Fase(n) AMZ-cyclus:
aanleiding: locatie: plaats: gemeente: provincie: kadastrale gegevens: kaartblad: oppervlakte plangebied: coördinaten:
bevoegde overheid met contactgegevens:
deskundige namens de bevoegde overheid met contactgegevens:
goedkeuring rapport door bevoegde overheid: Archis-zaaknummer: ADC-projectcode: auteur: Projectmedewerkers: autorisatie: periode van uitvoering: beheer en plaats documentatie:
De Roever Omgevingsadvies R. Keetels Rembrandlaan 4 5462 CH Veghel Tel: 06-53140532 E-mail: r.keetels@deroever.nl Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek woningbouw Korstenhof Zuid Boerdonk Meierijstad Noord Brabant Gemeente Erp sectie S Nummers 823, 827 1434, 1466, 1524, 1750, 1767, 1780 en 1781 51F 3,34 ha 171135 / 396644 (NW) 171273 / 396733 (NO) 171216 / 396447 (ZW) 171362 / 396580 (ZO) Gemeente Meierijstad Stadhuisplein 1 5461 KN Veghel Tel: 140413 E-mail: info@meierijstad.nl Dhr. S. Molenaar Afdeling Erfgoed 's-Hertogenbosch Postbus 12345 5200 GZ 's-Hertogenbosch Tel: 073-6155517 E-mail: s.molenaar@s-hertogenbosch.nl nog niet bekend 5462602100 000992 J.Q. HessingJ.Q. Hessing J.Q. Hessing E. van der Laan
september 2023 ADC ArcheoProjecten bv, Amersfoort
10
2
Bureauonderzoek 2.1
Doelstelling en vraagstelling
Het bureauonderzoek vormt de eerste stap in het vaststellen van de archeologische waarde van het gebied. Het doel van bureauonderzoek is het aan de hand van bestaande bronnen verwerven van informatie over bekende en/of verwachte archeologische waarden in het plangebied, om daarmee te komen tot een gespecificeerde, archeologische verwachting. Voor het bureauonderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: - Zijn mogelijk archeologische waarden in het plangebied aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting? - Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?
2.2
Methode
Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 Landbodems, protocol 4002 Bureauonderzoek. Tijdens het bureauonderzoek worden diverse bronnen geraadpleegd, wat leidt tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. De gespecificeerde verwachting kan worden beschouwd als de conclusie van het bureauonderzoek, omdat hierin wordt aangegeven of archeologische waarden in het plangebied worden verwacht. Als dit het geval is, zal zo mogelijk de aard, de omvang, de diepteligging en de datering van deze waarden worden beschreven. Indien relevant zal de omvang worden weergegeven op een kaart.
2.3
Resultaten
2.3.1 Afbakening plan- en onderzoeksgebied, beschrijving huidig gebruik en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik Het plangebied is gelegen aan de westzijde van het dorp Boerdonk. Het plangebied wordt aan de noord-, oost-, en zuidkant begrenst door woonerven. Aan de westkant grenst het plangebied aan een sportveld en een grasland. Het plangebied is momenteel in gebruik als grasland. De milieuhygiënische situatie in het plangebied is niet bekend. Van het plangebied zelf zijn onvoldoende archeologische en aardkundige gegevens beschikbaar om een uitspraak te kunnen doen over de archeologische verwachting. Daarom zijn tevens gegevens betrokken uit de directe omgeving, waarmee het onderzoeksgebied kan worden gedefinieerd als het gebied binnen een straal van circa 250 m rondom het plangebied. De begrenzing van deze zone is gebaseerd op het gegeven dat hierbinnen sprake is van voldoende informatie om een uitspraak te doen over de archeologische verwachting die representatief is voor het plangebied. De nieuwe bestemming voor het plangebied zal wonen zijn. Naar verwachting zullen er in het plangebied 86 woningen worden gerealiseerd (afb. 4) De consequentie van de voorgenomen ontwikkeling kan zijn dat eventuele aanwezige waardevolle archeologische resten in de ondergrond worden aangetast.
11
Afb. 4.
Toekomstige situatie
2.3.2 Beschrijving van de aardwetenschappelijke waarden De volgende aardwetenschappelijke informatie is bekend van het plangebied: Tabel 2. Aardwetenschappelijke informatie in het plangebied Bron
Informatie
Geologische kaart 2021 4
Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000
Dekzandrug (kaartcode: 5B53) en dekzandvlakte
(landsdekkende, digitale versie) 5
(kaartcode: 5M51)
Bodemkaart van Nederland 1:50.000
Hoge zwarte enkeerdgronden; leemarm en zwak lemig
(landsdekkende, digitale versie) 6
fijn zand (kaartcode: zEZ21) en Laarpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand (kaartcode cHn21)
Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4) 7
13,0 – 13,5 m +NAP
Geologie en geomorfologie Het plangebied is gelegen op een dekzandrug in het beekdal van de Aa. In de ondergrond worden dekzandafzettingen verwacht. Het dekzand is voornamelijk afgezet gedurende de laatste ijstijd, het Weichselien (115.000 – 11.700 jaar geleden). Gedurende het Weichselien bereikte het landijs Nederland niet en was sprake van een zeer koud en door klimaat. Gedurende de koudste perioden in het Weichselien was een groot gedeelte van Nederland nagenoeg onbegroeid, er was sprake van een poolwoestijn. In dit landschap kon het losse materiaal makkelijk door de wind worden verplaatst. Eerst was de verstuiving lokaal, maar gedurende het Midden-Weichselien (73.000 – 13.000 jaar geleden) werden grote hoeveelheden zand verplaatst. Dit zand word dekzand genoemd, omdat het zand vrijwel overal de oudere afzettingen afdekt. Gedurende het Laat-Weichselien werd nog steeds dekzand afgezet, maar 4 DINOloket.nl/ondergrondmodellen. 5 Alterra 2008. 6 Alterra 2014. 7 ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer.
12
gebeurde dit voornamelijk nog lokaal.8 De dekzanden vormden een glooiend landschap, met lange dekzandruggen, dekzandkoppen en laagten. Het plangebied is op de geomorfologische kaart (afb.5) deels op een dekzandrug gelegen en strekt zich uit tot in de aangrenzende dekzandvlakte. De dekzandafzettingen worden gerekend tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden.
Afb. 5.
De geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 (Alterra 2008)
8 Idem.
13
Bodemkunde Volgens de Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (landsdekkende, digitale versie) zijn in het plangebied de volgende bodemsoorten aanwezig (afb. 6) Hoge zwarte enkeerdgronden Het plangebied valt in een zone met hoge zwarte enkeerdgronden (bodemcode zEZ21). Deze gronden worden gekenmerkt door een humushoudende bovengrond van tenminste 50 cm 9,die is ontstaan door intensieve plaggenbemesting. Om de arme zandgronden vruchtbaarder te maken ten behoeve van landbouw werd stalmest gemengd met strooisel en zand op het oorspronkelijke maaiveld opgebracht. Door het opbrengen van de grond werd het land geleidelijk opgehoogd. Dit systeem werd rond 1500 op grote schaal toegepast. Vanwege de beschermende werking van het plaggendek kunnen archeologische resten van voor de Late Middeleeuwen goed geconserveerd zijn.10 Laarpodzolgronden Het noordwestelijk deel van het plangebied valt in een zone waar laarpodzolgronden zijn ontwikkeld in leemarm en zwak lemig fijn zand (bodemcode cHn21). Laarpodzolgronden komen veelal voor op hoger gelegen heide-ontginningen en delen van oude landbouwcomplexen. In tegenstelling tot enkeerdgronden hebben laarpodzolgronden een dun plaggendek van 30-50 cm dik.11
9 De Bakker 1966. 10 Idem. 11 Idem..
14
Afb. 6.
Het plangebied op de bodemkaart van Nederland (Alterra 2014)
Actueel Hoogtebestand Nederland Volgens de gegevens van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4) varieert de maaiveldhoogte in het plangebied tussen de 13,0-13,5 m +NAP (afb.7). Op de AHN komt naar voren dat het plangebied op een overganszone is gelegen van een dekzandrug naar een dekzandvlakte. De min of meer oost-west georiënteerde dekzandrug (vergelijk afb. 5) is met name ten zuidwesten van het plangebied duidelijk te onderscheiden. De maaiveldhoogte bedraagt daar 14,0 m +NAP. Uit het AHN beeld komt naar voren dat het plangebied wel iets hoger gelegen is dan de dekzandvlakte die op 12,9 M +NAP.
Afb. 7.
Het plangebied op de kaart van het actueel hoogtebestand Nederland (AHN4)
2.3.3 Beschrijving van bekende archeologische waarden Op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) staan in het onderzoeksgebied geen terreinen geregistreerd van zeer hoge archeologische waarde (afb. 8. ).
15
Afb. 8.
Het plangebied op de AMK met onderzoeksmeldingen en vondstlocaties uit Archis3.1 (RCE 2023).
In het Archeologisch Informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Archis3.1, staan binnen het onderzoeksgebied enkele vondstlocaties en archeologische onderzoeken geregistreerd (tabel 3 en tabel 4). Tabel 3. Archeologische vondstlocaties in het onderzoeksgebied Archis 3.1
Archis3.1
Omschrijving
Datering 12
zaakidentificatie vondstlocatie 2140281100
325410
Bolpot, karolingisch
VME
2199072100
1086872
Houtskool en dierlijk bot
PALEOL-
4551141100
1140794
ontginningssporen
NT
4736827100
1261401
Aardewerk
NT
NT
Tabel 4. Archeologische onderzoeken uitgevoerd in het onderzoeksgebied
12 Voor een verklaring van de afkortingen, zie tabel 1.
16
Archis 3
Soort onderzoek
Resultaat
Advies
Verkennend
Gedurende het onderzoek is een A/C profiel het plangebied is
booronderzoek
aangetroffen. De C-horizont bestaat uit
zaakidentificatie 2275155100
vrijgegeven
dekzand en is aanwezig op 45-60 cm -mv. Hierboven op is de A-horizont aanwezig. De A-horizont bevat enkele puinresten en is gevlekt. In twee boringen is een podzolprofiel aangetroffen. 2333523100
Verkennend
Voorafgaand het booronderzoek werden
booronderzoek
laarpodzolgronden verwacht. Op basis van vrijgegeven.
Het plangebied is
de resultaten van het booronderzoek blijk dat de bodemopbouw tot een grote diepte is verstoord (45 cm -170 cm -mv). 2231058100
Karterend
De C-horizont is tijdens het onderzoek
Het plangebied is
booronderzoek
aangetroffen op 50-80 cm -mv. De C-
vrijgegeven.
horizont bestaat uit fluvioperiglaciaal zand. Bovenop de C-horizont is een esdek aanwezig. in de bodemlagen zijn geen archeologische resten aangetroffen. 5295735100
Verkennend
Voorafgaand het booronderzoek werden
booronderzoek
hoge zwarte enkeerdgronden verwacht. Op vrijgegeven.
Het plangebied is
basis van de boringen blijkt dat de oorspronkelijke bodem in het plangebied zwaar is verstoord. De C-horizont is aangetroffen op 45-70 cm-mv. 4551141100
Proefsleuvenonderzoek In het gebied was oorspronkelijk een intact podzolprofiel aanwezig. echter door de
Het plangebied is vrijgegeven
ontginningen is deze tot zeker 20 cm aangetast tot in de C-horizont. de Chorizont bestaat uit dekzand . 2199072100
Karterend
Het gaat om verschillende deelgebieden
Locatie 1 en 3
booronderzoek
bestaande uit vier locaties.
vrijgegeven. locatie 2
Locatie 1: Geluckweg 1 hier is de
en 4
bodemopbouw tot in de C-horizont
proefsleuvenonderzoek
verstoord. Als gevolg van het rooien van hen boomgaard. Locatie 2: Veerstraat 19 op deze locatie is de bodem intact. In en op het dekzand kunnen archeologische resten verwacht worden daterend uit het Laat-PaleolithicumMesolithicum. Gezien de waarnemingen in de omgeving bestaat er keen kans op het aantreffen van een nederzetting of grafveld uit de Bronstijd. Omdat de historische kern van Broerdonk meer ten oosten ligt, lijkt de kans op resten uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd klein. Locatie 3: Veerstraat 29 vanwege de grote verstoring in de bodemopbouw worden hier geen archeologische resten verwacht. Locatie 4: Lekerweg 4 in het oostelijk deel van deze locatie worden geen archeologische resten verwacht vanwege de aanwezige verstoring. Het westelijk deel behoudt zijn middelhoge verwachting. Hier
17
Archis 3
Soort onderzoek
Resultaat
Advies
zaakidentificatie is nog een gedeeltelijk intact esdek aanwezig en houtspikkels aanwezig in de top van het dekzand. Op basis van een waarneming uit de directe omgeving ( een Geröllkeule uit het Mesolithicum of Neolithicum) worden op de locatie voornamelijk resten uit het Mesolithicum of Neolithicum verwacht.
Eerder uitgevoerd onderzoek in plangebied Zaakid. 2140281100 In 2004 is het huidige plangebied al onderzocht door middel van een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend en karterend booronderzoek. De resultaten en het daarbij behorende advies is overgenomen uit het rapport.13 Interpretatie boringen In het gehele plangebied was een humushoudende bovengrond, het esdek, aanwezig. Deze bestond uit matig fijn donkergrijs tot donkergrijsbruin zwak tot matig humeus zwak siltig zand (Zs1). Deze laag bevatte als bijmengingen baksteen, houtskool en in een enkele boring ook plastic, steenkool en puin. De dikte van het esdek varieerde van 30 tot 100 cm. In boring 13 waren verploegde resten van een loodzandlaag (E- horizont) en in de boringen 11 en 15 van een podzol (B-horizont) in het esdek aanwezig. Het moedermateriaal, het dekzand, bestond uit zwak lemig matig tot zeer fijn zand, was matig tot matig-goed gesorteerd en in het hele plangebied kalkarm. In 12 van de 19 de boringen (1, 2, 3, 4, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 17, 19) was de bodem afgetopt en ging het esdek direct over in het geelwitte dekzand (C-horizont). De overgang was soms scherp, maar dikwijls verploegd met resten van andere bodemhorizonten. In het westen van het plangebied was een aantal boringen tot op aanzienlijke diepte verstoord (boringen 6, 7, 8, 9).
Ook boorpunt 16, in het noordoosten van het plangebied, was sterk verstoord tot op 120 cm -mv. Alleen in boring 18 werd het onverstoorde profiel van een laarpodzol aangetroffen. Op een diepte van 40 tot 60 cm – mv was een roodbruine inspoelingslaag (B2-horizont) aanwezig bovenop een lichtbruine B/Chorizont tussen 60 en 70 cm –mv. Archeologie In het esdek zijn vijf roodbakkende scherven aangetroffen. In boring 6 één scherf en in boring 10 vijf scherven. In boring 12 is mogelijk een wandfragment van een Karolingische bolpot aangetroffen. De vondsten bevonden zich in het esdek op circa 30 cm -mv. in het plangebied zijn geen archeologische sporen, vondsten of vindplaatsen in situ aangetroffen. Aanbeveling Voor het plangebied in Boerdonk wordt geen waarderend booronderzoek of ander vervolgonderzoek aanbevolen. Dit geldt echter niet voor het deel waar geen booronderzoek is uitgevoerd, vanwege het ontbreken van betredingstoestemming. 2.3.4 Beschrijving van de historische situatie, mogelijke verstoringen en bouwhistorische waarden Historische situatie Op de kadastrale minuutplan (afb. 9) maakt het plangebied deel uit van onbebouwde percelen. In de directe omgeving van het plangebied, voornamelijk ten noorden en oosten, is bebouwing aanwezig. Op de bonnekaart uit 1899 en de topografische kaart uit 1954 (afb. 10) is de situatie ongewijzigd. Op de topografische kaart uit 1984 (afb.
11) is de percelering gewijzigd. In het noorden van het plangebied is bebouwing aanwezig. De situatie in 2008 is nagenoeg ongewijzigd (afb. 12) in het noordoosten is een boomgaard aanwezig. 13 Krekelbergh 2004.
18
Tabel 5. Overzicht van de historische situatie Bron
Jaartal
Historische situatie
Kadastrale minuut 14
1811-1832
Plangebied is gelegen op onbebouwde
Bonnekaart 15
1899
Idem
Topografische kaart 16
1954
Het plangebied maakt onderdeel uit van
Topografische kaart
1984
percelen
meerdere onbebouwde percelen. De percelering in het plangebied is verandert. In het noorden is bebouwing aanwezig. Topografische kaart
2008
De situatie in het plangebied is nagenoeg ongewijzigd. In het noordoosten van het plangebied is een boomgaard aanwezig.
Afb. 9.
Het plangebied op de Kadastrale minuut uit 1811 - 1832 (beeldbank.cultureelerfgoed.nl)
14 Beeldbank.cultureelerfgoed.nl 15 Topotijdreis.nl 16 Idem.
19
Afb. 10. Het plangebied op de Bonnekaart uit 1954 (Bureau militaire verkenningen)
20
Afb. 11. Het plangebied op de topografische kaart uit 1984 (topotijdreis.nl)
21
Afb. 12. Het plangebied op de topografische kaart uit 2008 (topotijdreis.nl)
2.4
Gespecificeerde verwachting en conclusie
De eerste, voor het bureauonderzoek opgestelde onderzoeksvraag “Zijn in het plangebied archeologische waarden aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting?” kan als volgt worden beantwoord: Voor de zone die nog niet is onderzocht door een booronderzoek (afb. 13; ca.10260 m²) geldt de volgende gespecificeerde verwachting: Het plangebied is gelegen op een dekzandrug. De hoger gelegen dekzandrug heeft een aantrekkelijke bewoningslocatie gevormd waardoor rekening moet worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische resten vanaf het Laat Paleolithicum. Een vindplaats vanaf het Laat Paleolithicum – Mesolithicum zal bestaan uit tijdelijke kleine jachtkampen/kampementen. Resten uit deze periode kunnen bestaan uit een spreiding van vuursteen, natuursteen en houtskool en grondsporen in de vorm van haardkuilen. Met de introductie van de landbouw (vanaf het Neolithicum) werd de mate waarin gronden geschikt waren om te beakkeren een steeds belangrijkere factor. Nederzettingen werden gesticht en men was meer verbonden aan een vaste locatie. Vanaf het Neolithicum kunnen resten van nederzettingen aanwezig zijn die zich kenmerken door een spreiding van aardewerkfragmenten, natuursteen, bouwmaterialen en glas en grondsporen zoals paalgaten, waterputten en afvalkuilen.
Daarnaast kunnen ook resten van begravingen zoals kringgreppels en, grafkuilen aanwezig zijn.
22
Indien aanwezig zullen resten uit de IJzertijd, Romeinse tijd en Vroege Middeleeuwen zich vermoedelijk manifesteren als een cultuurlaag, dat wil zeggen een ‘vuile’ laag onder een (restant van een) plaggendek met daarin aardewerkscherven en houtskool. . Op basis van een eerder uitgevoerd booronderzoek in het plangebied wordt een plaggendek verwacht, losse vondsten kunnen reeds in het plaggendek voorkomen. Vondsten die in situ zijn bewaard worden vanaf 30-100 cm -mv verwacht. Dit geldt eveneens ook voor grondsporen. Tijdens het booronderzoek is gebleken dat de bodem in bepaalde zones is verstoord en afgetopt. Dit kan mogelijk ook het geval zijn in het plangebied. Indien Inderdaad sprake is van verstoringen en aftopping zullen de archeologische resten slecht bewaard zijn gebleven. Indien het plaggendek intact is, zullen de archeologische resten goed bewaard zijn gebleven. Dit geldt niet voor organische resten, omdat deze over het algemeen, door de relatief droge en zure bodemomstandigheden, niet goed geconserveerd blijven in zandgronden. Tabel 6. Gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied Karakteristiek
Omschrijving
datering:
Paleolithicum - Mesolithicum
complextype(n):
Jachtkamp
omvang:
Enkele tientallen tot honderden m2
landschappelijke en/of geologische context:
dekzandrug
diepteligging:
onder plaggendek (circa 30-100 cm -mv)
locatie:
10260 m2 (het nog niet onderzochte deel)
soort vindplaats:
Vindplaats met zowel grondsporen als een vondststrooiing
uiterlijke kenmerken:
oude bodem onder het plaggendek al dan niet met archeologische indicatoren
conservering:
Indien het plaggendek intact is, kunnen de archeologische resten goed bewaard zijn gebleven. Organische resten zullen over het algemeen niet goed geconserveerd zijn in zandgrond.
wordt het archeologisch relevante niveau
Ja
bedreigd door de voorgenomen werkzaamheden: Karakteristiek
Omschrijving
datering:
Neolithicum-Nieuwe tijd
complextype(n):
Nederzetting, akkercomplex
omvang:
onbekend
landschappelijke en/of geologische context:
dekzandrug
diepteligging:
Direct onder het maaiveld of 30-50 cm -mv
locatie:
10260 m2 (het nog niet onderzochte deel)
soort vindplaats:
Vindplaats met zowel grondsporen als een vondststrooiing
uiterlijke kenmerken:
Een vindplaats zal gekenmerkt worden door, vuursteen, natuursteen, aardewerkfragmenten, begravingsresten, baksteen, funderingsresten en houtskool
conservering:
Indien het plaggendek intact is, kunnen de archeologische resten goed bewaard zijn gebleven. Organische resten zullen over het algemeen niet goed geconserveerd zijn in zandgrond.
wordt het archeologisch relevante niveau
Ja
bedreigd door de voorgenomen werkzaamheden:
23
De beantwoording van de tweede onderzoeksvraag “Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?” is als volgt: Om de kans op de aanwezigheid van archeologische resten te bepalen in de zone die nog niet is onderzocht door middel van een booronderzoek is vooral het verwerven van inzicht in de bodemopbouw en de mate van intactheid daarvan van belang. Geadviseerd wordt daarom een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uit te voeren in de nog niet onderzochte zone (afb. 13; zie hoofdstuk 3).
Afb. 13. Plangebied met zones voor vervolgonderzoek
24
3
Inventariserend Veldonderzoek 3.1
Verkennend booronderzoek: doel- en vraagstelling
Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar nodig aanvullen van de op basis van het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde verwachting (zie § 2.4). Het verkennend booronderzoek leidt tot beantwoording van de volgende onderzoeksvragen: Wat is de geomorfologische situatie en de geologische en bodemkundige opbouw van het plangebied? Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring? Zijn er archeologisch relevante geo(morfo)logische eenheden of lagen aanwezig in het plangebied? Zo ja, op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP? Alhoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische indicatoren aangetroffen? Zo ja: - Op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP zijn deze archeologische indicatoren aangetroffen? - Wat is de horizontaal ruimtelijke spreiding van deze archeologische indicatoren? - Wat is de aard en ouderdom van deze indicatoren? In hoeverre sluiten de resultaten van het huidige onderzoek aan op die van het onderzoek uit 2004? In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? In hoeverre worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door toekomstige planontwikkeling? Is het plangebied voldoende onderzocht en zo
nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?
3.2
Methode
Het inventariserend veldonderzoek bestaat uit een verkennend booronderzoek. De werkwijze is gericht op het in kaart brengen van de bodemopbouw en het vaststellen van (grootschalige) verstoringen, waarbij tevens rekening is gehouden met de aard en de diepte van de geplande ingrepen. Op 14 september 2023 is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld, waarin de werkwijze van het onderzoek is vastgelegd. Het PvA is ter beoordeling voorgelegd aan de adviseur van de gemeente Meierijstad en op 15 september 2023 goedgekeurd. Voor het beantwoorden van de genoemde onderzoeksvragen is de volgende onderzoeksmethode toegepast: Tabel 7. Beschrijving van de onderzoeksmethode aantal boringen:
12
boorgrid:
in raaien met onderlinge boorafstand van 30m, afstand tussen de raaien is 35m
diepte boringen:
Tot minimaal 25 cm in de C-horizont
boormethode:
Edelmanboor met diameter 7 cm
waarnemingstechniek: versnijden en verbrokkelen
De lithologische en bodemkundige kenmerken van de boringen zijn beschreven conform respectievelijk NEN 510417 en het Systeem voor de bodemclassificatie voor Nederland, de hogere
17 Bosch 2005; Nederlands Normalisatie-Instituut 1989.
25
niveaus18 en vastgelegd middels het invoerprogramma Deborah. De X- en Y-coördinaten en maaiveldhoogtes zijn ingemeten met een RTK-DGPS met een nauwkeurigheid van 1 cm. Hoewel een verkennend booronderzoek niet als primair doel het opsporen van archeologische vindplaatsen en indicatoren heeft, is het opgeboorde sediment wel gecontroleerd op het voorkomen van archeologische vondsten en indicatoren zoals houtskool, verbrande leem en fosfaat. Deze zijn opgenomen in de boorbeschrijvingen. Tijdens het veldonderzoek zijn geen monsters genomen.
3.3
Resultaten Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O)
3.3.1 Lithologische en bodemkundige beschrijving De locatie van de boringen is weergeven in afb. 14. De boorgegevens worden gepresenteerd in bijlage 1. In de ondergrond is een licht(geel)grijs zandpakket aanwezig. Het zandpakket is over het algemeen zwak siltig en valt binnen de mediaanklasse zeer fijn tot matig fijn. Dit zandpakket is geïnterpreteerd als het pleistocene dekzand. Het dekzand wordt gerekend tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. De top van het dekzand is aanwezig op 55-120 cm -mv (12,711,9 m +NAP). De top van het dekzand is in de boringen 1, 2, 3, 4, 9 10 en 11, opgenomen in het bovenliggende (donker)grijsbruine zandpakket, of de overgang vindt plaats via een scherpe grens. Dit bovenliggende pakket bestaat uit matig siltig, matig fijn zand. Het pakket is over het algemeen zwak tot matig humeus en is geïnterpreteerd als een plaggendek. Het plaggendek bevat enkele (recente) puinfragmenten. De top van het plaggendek is aanwezig op 0-50 cm -mv (13,2-13,0 m +NAP). In de boringen 3 en 4 is het plaggendek niet in zijn geheel omgewerkt en is de onderste laag nog intact. De top van het intacte plaggendek is aanwezig op 80 cm -mv (12,5 m +NAP). Over het algemeen wordt het plaggendek afgedekt door de recente bouwvoor. De bouwvoor bevat puinfragmenten en zandbrokken.
In de boring 5, 6, 7, 8, 9 en 12 is sprake van een verstoord, (licht)grijs en grijsbruin zandpakket dat boven op het dekzand ligt. In het verstoorde zandpakket bevinden zich zandbrokken afkomstig van het dekzand. Het verstoorde bestaat uit een zwak siltig en matig fijn zand. Het opgebrachte zandpakket bevat puinfragmenten. De top van het verstoorde zandpakket is aanwezig op 50 cm-mv en reikt tot 120 cm -mv. (11,9 m +NAP). Het zandpakket wordt afgedekt door een grijsbruin verstoord zandpakket, dat tot het maaiveld reikt.
18 De Bakker et al. 1989.
26
Afb. 14. Boorpuntenkaart 3.3.2 Interpretatie In het westelijk deel van het plangebied is de top van het dekzand niet meer intact en is de bodem verstoord tot in de C-horizont. In deze zone worden geen archeologische waarden meer verwacht. In het overige deel van het plangebied is een plaggendek aanwezig, bovenop het dekzand (AC profiel; afb. 15). In een enkele zones is de top van het dekzand opgenomen in het plaggendek. De archeologische verwachting voor de perioden Laat-Paleolithicum – Mesolithicum kan worden bijgesteld naar laag. Vindplaatsen uit deze periode bestaan vondstverspreidingen en niet diep ingegraven sporen. Vanwege de aanwezige verstoring zullen mogelijke archeologische resten niet meer in situ bewaard zijn. Voor de perioden Neolithicum – Nieuwe tijd geldt een middelhoge verwachting. Het kan niet worden uitgesloten dat er nog dieper ingegraven sporen aanwezig zijn in het plangebied.
27
Afb. 15. Resultaten bodemopbouw
3.4
Conclusies
De in paragraaf 3.1 gestelde onderzoeksvragen kunnen op basis van de bereikte resultaten als volgt worden beantwoord: -
Wat is de geomorfologische situatie en de geologische en bodemkundige opbouw van het plangebied? In de ondergrond van het plangebied bevindt zich dekzand, dat gerekend wordt tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. Het dekzand wordt in zones afgedekt door een plaggendek en een verstoord zandpakket. Door de lithologische kenmerken van het plaggendek, kan de ondergrond bodemkundig gezien, gerekend worden tot hoge zwarte enkeerdgronden.