CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1b -Buitengebied Erp, herziening Gerecht 2- 2a_Bijlagen bij toelichting

Raadsvergadering 26 september 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Erp, herziening Gerecht 2- 2a'24.472 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Beoogde situatie. Bron: Van Dun Advies

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

10

Ecologische quickscan Gerecht 2-2a Keldonk, BE-0617

4. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN

Een ecologische quickscan is de eerste stap van ecologisch onderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van een ruimtelijke ingreep. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora- en faunasoorten potentieel voorkomen in het plangebied. Naast het effect op beschermde soorten kan het nodig zijn om onderzoek te verrichten naar eventuele negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van beschermde gebieden in de omgeving. Bij een ecologische quickscan worden de ecologische waarden van een omgeving in kaart gebracht middels een bureaustudie en veldonderzoek. De ingreep wordt goed en duidelijk omschreven. Er worden eventueel mitigerende en compenserende maatregelen aanbevolen waarmee de overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen wordt. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten en dieren.

Door middel van een quickscan worden de volgende vragen beantwoord: o Welke beschermde soorten (flora en fauna) zijn in het plangebied aanwezig? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de Wet natuurbescherming overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? o Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen bij de provincie Noord-Brabant De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van het plangebied en de directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.

4.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen, zowel lokaal, provinciaal, als nationaal. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van de planlocatie gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database quickscanhulp.nl, zie bijlage 1, aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere RAVON, Sovon, FLORON en Waarneming.nl. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000 gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarvoor is o.a.

gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord-Brabant.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

11

Ecologische quickscan Gerecht 2-2a Keldonk, BE-0617

4.1.1 Waarnemingen flora en fauna Volgens waarneming.nl zijn er van 12 tot 22 mei 2023 201 waarnemingen van flora en fauna soorten in een straal van vijf kilometer rond het plangebied. Dit betreft voornamelijk algemene soorten, maar ook de zeldzame soorten venwitsnuitlibel en Europese meerval. Binnen een kilometer rond het plangebied zijn er 4 waarnemingen. Dit zijn waarnemingen van grasmuur, kuifeend, waterhoen en meerkoet.

Recente waarnemingen van flora en fauna soorten. Bron: waarneming.nl. d.d. 22-05-2023

4.2 Veldonderzoek Op donderdag 8 juni 2023 in de middag heeft ecoloog Frenk van de Wal in het kader van het natuurwaardenonderzoek het veldonderzoek uitgevoerd aan het plangebied en de directe omgeving. De weersomstandigheden waren onbewolkt met een noordoostenwind met windkracht 3 en droog. De gemiddelde temperatuur lag rond de 24 graden Celsius. Het onderzoek vond dus onder lenteachtige omstandigheden plaats, waarin veel natuurwaarden actief zijn. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van de locatie en de directe omgeving in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. Op de locatie werden alle aanwezige habitats opgenomen. De aanwezige habitats tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit de NDFF werden vergeleken met de habitatvereisten van beschermde planten- en diersoorten. Hierdoor werd ingeschat welke soorten potentieel voorkomen. Daarbij zijn de in het plangebied aanwezige ruimtelijke structuren en ecotopen geïnventariseerd. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken.

Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen. De bebouwing is zowel aan de binnenzijde als buitenzijde uitgebreid visueel onderzocht.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

12

Ecologische quickscan Gerecht 2-2a Keldonk, BE-0617

4.3 Beschrijving plangebied Geheel omgeven door agrarische gronden ligt het plangebied ten zuiden van Keldonk en de Zuid Willemsvaart. Het gehele perceel is ruim 3 hectare in oppervlakte waarvan ongeveer 3.500 m2 in gebruik is als bebouwing of tuin. Het grootste deel betreft een intensief bewerkt grasland met vooral Engels raaigras. De bebouwing bestaat uit twee wooneenheden en een voormalig in gebruik zijn de stal. Beide wooneenheden hebben een eigen inrit met parkeerruimte aan de zijkant en bij nummer 2 loopt deze door langs de te slopen stal. Naast deze inrit bevind zich een rij bomen welke behouden zullen worden. De woningen worden omgeven door een gecultiveerde tuin met veel gazon en normaal voorkomende tuinplanten waaronder veel haagbeuken. Ook deze vegetatie zal volledig behouden blijven tijdens uitvoering van de werkzaamheden. Het gehele perceel is aan de zuid- en westzijde voorzien van een rij bomen zoals er meerdere in de directe omgeving staan. De woningen, bestaande uit wit geschilderde bakstenen muren zonder open stootvoegen met een dak van dakplaten in pannenvorm met overstek en zijpanelen van zink, worden behouden zoals deze zijn en zijn daarom tijdens het veldbezoek niet intensief onderzocht.

De te slopen stal van ongeveer 600 vierkante meter is voormalig in gebruik geweest voor het intensief houden van varkens en was tijdens het veldbezoek in gebruik als kantine, werkplaats en stalling van goederen en machines. De muren van baksteen zijn aan de buitenzijde wit geschilderd, de binnenmuren zijn van gasbeton blokken. De voormalige luchtinlaten in de zijgevels zijn afgesloten met een plank en de mestputten zijn gedicht zodat de binnenruimte voorzien is van een egale betonvloer. Het dak is belegd met golfplaten en aan de onderzijde geïsoleerd met isolatieplaten. Aan de achterzijde van de stal is met damwand profielen van staal een kleine afhang gebouwd ook in gebruik voor stalling en opslag. De te slopen of niet te slopen bebouwing verkeerd in een goede en nette staat van onderhoud.

Overzicht woning

Overzicht te slopen stal

Overzicht achtertuin met links stal te slopen

Overzicht zuidelijke zijgevel stal

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

13

Ecologische quickscan Gerecht 2-2a Keldonk, BE-0617

Overzicht noordelijke zijgevel stal

Overzicht aanbouw aan westzijde

Binnenzijde te slopen stal

Binnenzijde te slopen stal

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

14

Ecologische quickscan Gerecht 2-2a Keldonk, BE-0617

5. BESCHERMDE NATUURWAARDEN

Het volledig overzicht van de output van beschermde soorten van tabel 2 en 3 en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten is door middel van quickscanhulp.nl opgenomen in bijlage 1. Bijlage 2 is een opsomming van beschermde soorten onder paragraaf 3.2 van de wet natuurbescherming. Bijlage 3 geeft een opsomming van de beschermde soorten onder paragraaf 3.3. Bij het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. Er is met name geïnspecteerd op potentiële groei-, rust-, nest-, en verblijfplaatsen voor beschermde soorten. Per soortgroep wordt in onderstaande beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.

5.1 Gebiedsbescherming 5.1.1 Natura 2000 Het plangebied ligt op minimaal 17,5 kilometer afstand van zuidelijk gelegen gronden behorend tot Natura 2000 gebied Strabrechtse Heide & Beuven. Op ongeveer 19,5 kilometer afstand naar het westen ligt Natura 2000 gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen en zuidoostelijk op 19,6 kilometer Natura 2000 gebied Deurnsche Peel & Mariapeel. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000 gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. Natura 2000 gebieden zijn in rood en blauw aangegeven.

Minimaal 17,5 kilometer tussen het plangebied en gronden behorend tot Natura 2000

Natura 2000 gebieden. De afstand tussen het plangebied en Natura 2000 is met een pijl aangegeven. Bron: Natura2000.eea.europa.eu.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

15

Ecologische quickscan Gerecht 2-2a Keldonk, BE-0617

Doordat het plangebied buiten het Natura 2000 gebied ligt kunnen alleen effecten optreden als gevolg van externe werking. Ten aanzien van Natura 2000 gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Gezien de aard en omvang van het voornemen, de locatie, de effectafstand tot Natura 2000 gebieden en het effectbereik, zijn externe effecten op voorhand uit te sluiten. Een Aerius berekening kan dit staven.

5.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op minimaal 40 meter afstand, aan de overkant van de weg, van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. De NNN-gebieden in diverse kleuren.

Minimaal 40 meter tussen het plangebied en gronden behorend tot Natuurnetwerk Nederland

Natuur Netwerk Nederland gebieden. De afstand tussen het plangebied en NNN is met een pijl aangegeven. Bron: Kaartbank Brabant

In of in de directe nabijheid van een NNN-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt aangrenzend aan NNN gebied. De werkzaamheden zijn echter van een zodanige aard en altijd op minimaal 40 meter afstand van het NNN gebied zodat er waarschijnlijk geen deel van het NNN gebied wordt aangetast. Met een compensatietoets kan bepaald worden of en welke aanvullende maatregelen getroffen moeten worden wegens de verstoring van het NNN gebied maar de significante aanpassing van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN zijn, gezien de omvang, de aard, het effectbereik en de locatie van het voornemen, op voorhand uit te sluiten.

5.1.3 Conclusie Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000 gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Het is niet aannemelijk dat de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op instandhoudingsdoelen van Natura 2000 gebied. Een toets met compensatieplicht is daarmee niet aan de orde.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

16

Ecologische quickscan Gerecht 2-2a Keldonk, BE-0617

5.2 Soortenbescherming Bijlage 1, project Gerecht met nummer BE-0617 d.d. 22 mei 2023 geeft een overzicht van de waargenomen plant- en diersoorten in en in de omgeving van het plangebied volgens de verspreidingsgegevens van de NDFF. De NDFF, Nationale Databank Flora en Fauna is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. De soorten worden per alinea beschreven.

5.2.1 Flora Volgens de NDFF is er de laatste vijf jaar 1 beschermde plantensoort waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Deze plant staat op de rode lijst en is sinds 1 januari 2017 wettelijk beschermd. Deze beschermde plantensoort is te vinden in de onderstaande tabel. Soort Ruw parelzaad

Afstand plangebied 0-2 km

Habitat Zonnige, open plaatsen (pioniervegetatie) op matig vochtige, matig voedselrijke, basische en kalkrijke grond (mergel, leem, zand en zavel)

Het plangebied bestaat naast de bebouwing, tuin en verharding uit een intensief bemest grasland en biedt vanwege de inrichting, het beheer en gebruik geen geschikt habitat voor beschermde plantensoorten. Conclusie Het volledige plangebied is bebouwd, bestraat of wordt gebruikt als tuin of paardenweide. Hierdoor ontbreekt het volledig aan geschikte plaatsen voor vegetatie en plekken waar beschermde planten kunnen groeien. De aanwezigheid van strikt beschermde vaatplanten wordt gezien de aanwezige biotopen uitgesloten. Er worden geen bomen gekapt of vegetatie verwijderd. Een nadere toetsing houtopstanden is niet nodig.

5.2.2 Zoogdieren Volgens de NDFF zijn er de laatste vijf jaar 4 zoogdiersoorten aangetroffen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Hiertoe behoren 1 vleermuissoort, 2 marterachtigen en 1 overige soort. Vleermuizen Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstelling of ontheffingsverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. De checklist vleermuisprotocol 2021 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtspunten: Zijn er potentieel aanwezige ruimtes voor winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen, zijn er sporen van aanwezigheid en is er sprake van een foerageergebied? De vleermuissoorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Vleermuis soort Gewone dwergvleermuis

Afstand plangebied 0-2 km

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Habitat en bescherming Vooral bebouwing, strikt beschermd

17

Ecologische quickscan Gerecht 2-2a Keldonk, BE-0617 Het plangebied is beoordeeld op de geschiktheid als vleermuishabitat. Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven. In het plangebied zijn geen bomen met geschikte stamdiameter, holtes, gaten of loshangende schors waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. De te slopen stal in het plangebied beschikt over een holle spouw, maar er zijn geen potentiële invliegopeningen, zoals stootvoegen, in de buitengevels van de woning waargenomen. Ook zijn de zinken overstekken strak tegen de buitengevels geplaatst, waardoor geen gaten en kieren ontstaan die vleermuizen de kans bieden de spouw te betreden. In de zijgevels bevinden zich stenen welke in het verleden gebruikt werden als luchtinlaat. Deze zijn aan de binnenzijde gesloten met een plank en aan de buitenzijde visueel geïnspecteerd waarbij geen verblijfplaatsen van vleermuizen zijn waargenomen. De ruimte is voor vleermuizen te groot.

Ook zijn er geen andere potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen, zoals een holle ruimte achter een vensterluik, dakpan, loodslab, windveer of boeiboord, in het plangebied waargenomen. Uitwerpselen, dode dieren of prooiresten die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van bewonende vleermuizen ontbreken.

Voormalige luchtinlaat

Afgesloten luchtinlaat binnenzijde stal

Afgesloten muren

Aansluitende dakoverstek stal

Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. Het plangebied vormt aan de randen foerageergebied van redelijke kwaliteit voor vleermuizen. Het is niet uitgesloten dat de bomenrij aan de zuidelijke en westelijke rand van het plangebied en ook de bomenrijen langs Gerecht en overige in de directe omgeving fungeert als vaste vlieg- en foerageerroute voor vleermuizen. Ook de Zuid Willemsvaart is geschikt als vliegroute voor vleermuizen.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

18

Ecologische quickscan Gerecht 2-2a Keldonk, BE-0617 Deze mogelijkheid is op afstand van de te slopen stal waardoor de voorgenomen werkzaamheden hierop geen effect zullen hebben. Al deze bomenrijen blijven behouden tijdens de voorgenomen werkzaamheden en worden nadien versterkt door de landschappelijke inpassing. De vliegroutes en foerageermogelijkheden voor vleermuizen zullen daarmee niet verslechteren. Alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken.

Bomenrijen in de directe omgeving

Bomenrij langs Gerecht

Marterachtigen Marterachtigen hebben voor hun overleving drie zaken nodig: dekking, verbinding en rustplaatsen. Deze dieren zijn vooral ’s nachts actief waardoor het fysiek aantreffen van individuen tijdens een veldbezoek zeer onwaarschijnlijk is. Bij onderzoek naar marters wordt daarom vooral gekeken naar sporen van de aanwezigheid van marters. De aanwezigheid van de marterachtigen verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. De marterachtigen die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Marter soort Bunzing Das

Afstand plangebied 0-2 km 0-2 km

Bescherming Beschermd Beschermd

Bunzing Doordat ze niet kieskeurig zijn wat betreft hun voedsel, komen bunzings voor in vele verschillende landschapstypen. Ze komen vooral voor in bebost laagland nabij water, waaronder rivieroevers en moerassen. In de winter worden bebouwde gebieden opgezocht en is de bunzing te vinden in de buurt van boerderijen. Deze zoogdieren verplaatsen zich vooral via lijnvormige landschapselementen zoals hagen die tot aan de grond komen (geen opgesnoeide hagen) of greppels, en vinden er hun voedsel. Landschapselementen in een geschikt habitat voor kleine marterachtigen zijn o.a. struwelen, hoge graslandvegetatie, houtstapels, holle bomen, houtwallen, takkenrillen of stapels stenen of puin. Voor de bunzing is water in de nabijheid van belang. Das De das leeft in allerlei soorten biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Maar ook open terreinen, zoals vochtige heiden en rivierdalen zijn geschikte leefgebieden. Het leefgebied van de das moet voldoen aan voldoende dekking, weinig verstoring, een groot voedselaanbod en een bodem waarin ze goed een burcht kunnen graven, met een grondwaterstand van tenminste 1,5 m onder het maaiveld. Dassen foerageren in kort gras, omdat hier het voedsel het gemakkelijkst te vinden is.

De ruigte langs de slootkant en ook de houtwallen in de omgeving zouden schuilplaatsen of foerageergelegenheden kunnen herbergen voor kleine marterachtigen zoals de bunzing of wezel.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

19

Ecologische quickscan Gerecht 2-2a Keldonk, BE-0617 Doordat de bestaande houtwallen en verdere vegetatie in en rond het plangebied behouden zullen worden, zullen er altijd rustige hoekjes met dekking aanwezig zijn waar de dieren heen kunnen vluchten. In de nieuwe situatie blijven deze schuilhoekjes en vegetatie bestaan en door de landschappelijke inpassing en zal het leefgebied van de kleine marterachtigen niet verslechteren.. Er zijn geen geschikte ingangen voor marterachtigen om de stallen te betreden, waardoor er geen schuilplaatsen voor marterachtigen aanwezig kunnen zijn in de stallen. Zodoende is het uitgesloten dat het plangebied een belangrijk onderdeel vormt van het leefgebied van marterachtigen. De aanwezigheid van marterachtigen verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. Tijdens het veldbezoek is gelet op sporen van aanwezigheid van voornoemde marterachtigen. Er zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op aanwezigheid van deze. Het plangebied is daarom geen essentieel onderdeel van de leefomgeving van marterachtigen en de werkzaamheden hebben geen negatief effect op aanwezige soorten. Overige beschermde soorten De overige beschermde soorten omvatten vooral knaagdieren en algemeen voorkomende soorten. Sommige van deze soorten zijn beschermd, maar een aantal van deze soorten vallen er in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten.

Voor soorten uit deze categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling er geen ontheffing hoeft te worden gevraagd en dat rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. In de onderstaande tabel zijn de overige beschermde zoogdiersoorten te vinden die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Overige soort Wolf

Afstand plangebied 0-2 km

Bescherming Beschermd

Na afwezigheid van circa 150 jaar is in het noorden van Nederland in maart 2015 de eerste zekere wolf waargenomen. Sinds 2017 bezoekt de ene na de andere rondzwervende jonge wolf Nederland op zoek naar een eigen leefgebied en partner. Het eerste wolventerritorium is waargenomen in 2018 op de Veluwe met pups in 2019 en 2020. Inmiddels zijn er naast dit wolvenpaar nog vier wolventerritoria met telkens een wolf. De verwachting is dat de komende jaren diverse wolven een territorium in Nederland zullen vestigen. Het plangebied is door de ligging en inrichting geen essentieel onderdeel van het leefgebied voor de wolf. Het is daardoor uit te sluiten dat het plangebied essentieel onderdeel is van de habitat van een wolf. Het is aannemelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort in de planlocatie kan worden aangetroffen, zoals egel, mol, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Conclusie Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord, verwond of gedood en wordt er geen rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Er is dus geen ontheffing nodig voor deze soortgroep. In de omgeving van het plangebied is en blijft voldoende geschikt foerageergebied aanwezig voor vleermuizen.

De werkzaamheden hebben geen significant negatief effecten op foerageergebieden van vleermuizen. In het plangebied komen geen marterachtigen voor. Het is mogelijke dat er een enkele individu van een vrijgestelde soort aanwezig is in het plangebied. De zorgplicht is altijd van kracht. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde zoogdieren waargenomen.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

20

Ecologische quickscan Gerecht 2-2a Keldonk, BE-0617

5.2.3 Vogels In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn waardoor alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van deze wet. De Wet natuurbescherming hanteert geen standaardperiode voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’. Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. De bescherming van vogels kan worden opgedeeld in 5 categorieën. Categorie 1-4 De eerste 4 categorieën betreffen vogels welke zeer honkvast broeden en (1-4) of welke zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een eigen nest te bouwen (4). De vogelsoorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel.

Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief

Afstand plangebied 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km

Bescherming categorie* en habitat 4, boom bewonend 4, boom bewonend 2, gebouw bewonend 3, boom of gebouw bewonend 4, boom bewonend 2, gebouw bewonend 3, gebouw bewonend 3, boom of gebouw bewonend 4, boom bewonend 2, boom bewonend 3, gebouw bewonend 4, boom bewonend 1, gebouw bewonend 4, boom bewonend

* Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming het gehele seizoen: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust - en verblijfplaats. 2.Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest t e bouwen.

Gierzwaluw De gierzwaluw is voor zijn voortplanting bijna uitsluitend gebonden aan menselijke bewoning en daarom komt hij in de zomer veelal in grotere dorpen en steden voor. Omdat ze moeilijk van de grond kunnen opstijgen hebben ze een sterke voorkeur voor hoge nestplaatsen met een ruime aan- en uitvliegroute, zo kunnen ze makkelijk in vlucht komen door zich eruit te laten vallen. Deze koloniebroeders gebruiken het liefst elk jaar hetzelfde nest. Op de onderzoek locatie zijn geen geschikte holtes aanwezig waar gierzwaluwen zich zouden kunnen nestelen. Daarnaast staat de te slopen stal in een gebied met een te lage bebouwingsconcentratie voor gierzwaluwen. Uilen Steenuil en kerkuil schuwen de menselijke omgeving niet en broeden ook onder daken en op zolders van

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

21

Ecologische quickscan Gerecht 2-2a Keldonk, BE-0617 huizen, loodsen en schuren, maar waarbij de aanwezigheid van geschikt foerageergebied in de directe omgeving noodzakelijk is. Nest- en rustplaatsen van steenuil en kerkuil zijn jaarrond beschermd. Binnen het plangebied ontbreekt het volledig aan geschikte ingangen voor uilen om nestplaatsen te vinden. Tijdens het veldbezoek is er uitgekeken naar sporen van aanwezigheid van kerkuil en steenuil zoals braakballen, krijtsporen tegen muren of rui veren. Er zijn geen sporen van aanwezigheid van uilen aangetroffen. Huismus Vanwege de beperkte actieradius (enkele honderden meters) van Huismus (Baijens et al. 2005) zijn drie essentiële onderdelen van het leefgebied van belang voor de Huismus: nestlocatie, habitat met voedselaanbod en beschutting. Alle voorzieningen dienen dichtbij elkaar te liggen. Gewoonlijk binnen een straal van enkele honderden meters van de nestlocatie. De te slopen stal is te gesloten met onder andere vogelschroot om geschikt te kunnen zijn voor nestelende huismussen. Ook bij de woningen zijn geen mogelijkheden waargenomen. Er zijn tijdens het veldbezoek geen huismussen gezien, terwijl het veldbezoek in een voor huismussen actieve periode is uitgevoerd. De foerageermogelijkheden en eventuele nestmogelijkheden ter plekke voor de huismus zullen naar verwachting niet afnemen met het slopen van de gebouwen.

De woonhuizen met tuin en hagen zullen immers geschikt blijven voor huismussen.

Afgesloten dakrand onder de goot van stal

Detail dakrand

Ooievaar, roek en grote gele kwikstaart Geen van de biotopen van genoemde vogelsoorten komt voor in het plangebied waardoor het voorkomen van deze drie uitgesloten kan worden. Roofvogels De habitat van roofvogels bestaat, afhankelijk van de soort, uit een bos of een grote (half)open vlakte waar de vogels kunnen jagen. Daarnaast hebben ze in hun leefgebied een geschikte boom nodig waarin een nest gebouwd kan worden. In het plangebied is geen bos of open vlakte aanwezig. Daarnaast zijn er geen nesten van roofvogelsoorten aangetroffen in de bomen. Het is dus uit te sluiten dat het plangebied onderdeel is van de habitat van een boom bewonende roofvogelsoort. De slechtvalk broedt bij voorkeur in hoge gebouwen (>4 verdiepingen). Er is voor de slechtvalk geen geschikte habitat aanwezig in het plangebied. Categorie 5 Categorie 5- soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In het algemeen geldt niet zozeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer de schaarste van dit type nestgelegenheid. Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen. (bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk).

Tijdens het veldbezoek zijn uit deze categorie geen bomen met nesten in het plangebied aangetroffen. Ook zijn geen bomen met geschikte holtes aanwezig.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

22

Ecologische quickscan Gerecht 2-2a Keldonk, BE-0617 Overige Vogelrichtlijnsoorten In het plangebied zijn mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. Er is in het plangebied veel geschikt opgaand groen aanwezig waarin algemene vogelrichtlijnsoorten broedgelegenheid vinden. Met de beoogde herontwikkeling en de bijbehorende robuuste landschappelijke inpassing met streekeigen groen zullen nest- en foerageergelegenheid voor overige tuin, - en struweelvogels niet afnemen. Conclusie Er zullen geen vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen, gierzwaluwen, uilen of roofvogels verloren gaan en er worden geen verbodsbepalingen uit de Wet Natuurbescherming overtreden. Een ontheffingsaanvraag is niet noodzakelijk. De aanwezigheid van algemene broedende vogelsoorten als duif en merel is bijna nooit uit te sluiten omdat deze soorten in struiken en onder kleine afdakjes als een uitstekende dakrand kunnen broeden. Een negatief effect op deze soorten is echter betrekkelijk eenvoudig te voorkomen door buiten het broedseizoen te werken. De planlocatie was visueel goed te onderzoeken.

5.2.4 Amfibieën, reptielen, vissen, vlinders en libellen Amfibieën, vissen en reptielen Amfibieën, reptielen en vissen zijn gedurende een groot deel van hun leven afhankelijk van waterstructuren. Vooral tijdens het voortplantingsseizoen is het erg belangrijk om waterstructuren in plangebieden te onderzoeken op de aanwezigheid reptielen en amfibieën die de waterstructuren als voortplantingslocatie gebruiken. Hierbij gaat het bij amfibieën en reptielen om een waterstructuur van maximaal 1,5 meter diep. De soorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort

Soortgroep en bescherming

Alpenwatersalamander

Afstand plangebied 0-2 km

Grote modderkruiper

0-2 km

Vissen, beschermd

Amfibieën, beschermd

De aanwezigheid van deze beschermde soorten is uit te sluiten. Beschermde amfibie- of vissoorten zullen geen gebruik maken van het plangebied als voortplantingsgebied, de ontwikkeling is land gebonden en er zullen geen waterstructuren worden aangetast Het is echter altijd noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient te worden gedaan om het doden van individuen te voorkomen. De ingreep leidt niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor deze soortengroepen. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Vlinders en libellen Volgens de NDFF zijn er de laatste vijf jaar geen waarnemingen van nachtvlindersoorten. Er is 1 libellensoort en 1 dagvlindersoort waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Deze soorten zijn te vinden in de onderstaande tabel. In het plangebied ontbreken specifieke biotopen en waardplanten voor beschermde libellen en dagvlinders.

Soort Beekrombout Grote vos

Afstand plangebied 0-2 km 0-2 km

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Soortgroep en habitat Libellen, beken Dagvlinder, vochtige open bossen, waardplant: Iep, kers en wilgen

23

Ecologische quickscan Gerecht 2-2a Keldonk, BE-0617 Overige soorten Er zijn de laatste vijf jaar in een straal van twee kilometer rond het plangebied geen waarnemingen van beschermde soorten. Overige beschermde soorten insecten zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving. Conclusie In het plangebied is geen geschikt leefgebied voor beschermde dagvlinders en libellen en deze zijn tijdens het veldbezoek ook niet waargenomen. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan uitgesloten worden. Ook voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken vormt het plangebied geen geschikt habitat. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden. Door het ontbreken aan oppervlaktewater in het plangebied is het voorkomen van beschermde vissoorten uit te sluiten.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

24

Ecologische quickscan Gerecht 2-2a Keldonk, BE-0617

6. RESULTATEN EN ADVIES Zoals beschreven betreft de onderhavige ecologische quickscan een momentopname van de actuele situatie.

6.1 Resultaten Op basis van de uitgevoerde quickscan wordt geconcludeerd dat er geen beschermde flora en fauna in het plangebied voorkomen. De te slopen stal biedt geen potentiële openingen waarin beschermde diersoorten verblijf- schuil- of nestplaatsen zouden kunnen vinden. Alle aanwezige vegetatie blijft behouden. Er zijn geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Wet natuurbescherming met de sloop van de stal. De ingreep zal naar verwachting leiden tot een zeer beperkt en tijdelijk verlies van leefgebied van enkele overige beschermde soorten. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat het erf geschikt blijft als leefgebied en het relatief algemene soorten betreft. Door de locatie na de bouw geheel landschappelijk in te passen en natuurinclusief te bouwen zal het leefgebied van genoemde soorten worden verbeterd.

6.2 Advies en aanbevelingen Nader onderzoek Op basis van het veldonderzoek en de analyse van de bestaande situatie kan het voorkomen van beschermde flora en fauna worden uitgesloten. Hierdoor wordt dan ook niet aanbevolen om een nadere inventarisatie door middel van extra veldonderzoek uit te voeren. Wet natuurbescherming o De ingreep zal naar verwachting niet leiden tot verlies van leefgebied van beschermde soorten. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding. Een ontheffing Wet natuurbescherming is daarom niet noodzakelijk. o Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten, vaste rust-of verblijfsplaatsen of eieren beschadigen of verstoren. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden (15 maart - 15 juli). Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met de werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. o In de nabije omgeving van het plangebied komen geen Natura 2000 gebieden voor. Het is met de voorgenomen werkzaamheden echter niet uit te sluiten dat deze leiden tot een verhoging van stikstofdepositie op een Natura 2.000 gebied.

Voor de ingreep dient daarom een Aerius berekening te worden uitgevoerd. o In het kader van de zorgplicht dient men tijdens de uitvoering van werkzaamheden alert te zijn op aanwezige fauna en daarbij, indien noodzakelijk, mitigerende maatregelen te treffen. o Bij onvoorziene omstandigheden dient er direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. Aanbevelingen Bij onvoorziene omstandigheden zoals bijvoorbeeld indien een soort die niet in de quickscan wordt genoemd in het terrein wordt geconstateerd bij aanvang van de werkzaamheden, dient hier passend op te worden gereageerd. Het is hierbij nodig om contact op te nemen met een ter zake kundige en een maatregel toe te passen, zodat de wet niet wordt overtreden.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

25

Ecologische quickscan Gerecht 2-2a Keldonk, BE-0617 Door de voorgenomen werkzaamheden bestaat de kans dat holen van algemene soorten als konijn, egel en diverse muizensoorten worden vergraven. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten: • Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor vogels en grondgebonden zoogdieren (zoals muizen en egels). • Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een open veld of ruigte. Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten. • Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk daarom niet tussen zonsondergang en zonsopkomst. • Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen, zoals bosschages en ruigtes (met name voor vleermuizen). Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan de werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle planten- en diersoorten. Natuurinclusief bouwen Diverse fauna soorten staan onder druk door steeds verder afnemende broed- en nestgelegenheid.

Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Natuurinclusief bouwen bevordert de biodiversiteit en ons leefklimaat. Vogelbescherming Nederland heeft een checklist ontwikkeld, waarmee iedere bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken. (www.checklistgroenbouwen.nl). Daarnaast zijn er op de website www.bouwnatuurinclusief.nl veel tips om natuurinclusief te bouwen. Voor de ontwikkeling van het plangebied Gerecht 2-2a raden wij de volgende natuur inclusieve maatregelen aan: o Bij de aanleg van groenstructuren in het plangebied worden bij voorkeur inheems (streekeigen) groen aangeplant. Groei en bloei van deze planten en de momenten waarop rupsen, bijen of vogels sterk van hun blad, nectar en stuifmeel afhankelijk zijn, zijn op elkaar afgestemd. Dit is een belangrijk verschil met uitheemse soorten, die vaak eerder en te vroeg uitlopen/bloeien. De voorkeur gaat uit naar en bes- en nootdragende struiken zoals sporkehout (vuilboom), Gelderse roos, wilde kardinaalsmuts, lijsterbes, hondsroos, sleedoorn of hazelaar. Deze zijn ten gunste van foerageerfuncties voor vogels, maar ook kleine knaagdieren, insecten en insecteneters zoals vleermuizen zullen hiervan profiteren.

Huismussen zullen schuilgelegenheid vinden in stekelige struiken zoals bijv. (groenblijvende) hulst of meidoorn. Lindebomen trekken tijdens hun relatief lange bloeitijd grote aantallen insecten aan, en dus ook eerdergenoemde insecteneters. o Op plaatsen waar wegen niet intensief gebruikt wordt, zoals parkeerplaatsen kan er halfbestrating worden gebruikt. De openingen tussen de stenen biedt ruimte aan planten die tolerant zijn voor betreding. De vegetatie ontwikkelt zich vanzelf, maar kan met inzaaien worden bevorderd. De planten zorgen voor zaden en insecten die weer dienen als voedsel voor vogels.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

26

Ecologische quickscan Gerecht 2-2a Keldonk, BE-0617

7. BRONNEN

Websites www.kaartbankbrabant.nl www.brabant.nl www.floron.nl www.ivn.nl www.natuurmonumenten.nl www.natura2000.eea.europa.eu www.NDFF.nl www.ravon.nl www.rijksoverheid.nl www.sovon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vivarapro.nl www.vogelbescherming.nl www.wetnatuurbescherming.nl www.wikipedia.nl

Andere bronnen Checklist vleermuisprotocol Limpens et al., 2014, 2017 Baijens et al., 2005 Netwerk groene bureaus

Bijlagen Bijlage 1: de verspreidingslijst van NDFF Bijlage 2: de beschermde soortenlijst par 3.2 Wet natuurbescherming Bijlage 3: de beschermde soortenlijst par 3.3 Wet natuurbescherming

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

27

bestemmingsplan Buitengebied Erp, herziening Gerecht 2- 2a

Bijlage 7 Bodemonderzoek Silt

62 echt 2- 2a" (ontwerp)

bestemmingsplan "Buitengebied Erp, herziening Ger

VERKENNEND BODEMONDERZOEK Gerecht 2-2A Rapport:

Erp

Opdrachtgever:

Van Dun & Van Gerwen B.V. Heijtmorgen 10 5375 AN Reek

Projectnummer:

2301498

Rapportdatum: Status:

28 juli 2023 Definitief

Auteur:

Laura Thiesen

Kwaliteitscontrole:

Walter van den Heuvel

Silt Milieu B.V. Putstraat 9a, 5091 TH Middelbeers Postbus 38, 5688 ZG Oirschot

Versie: 1

Tel. 013 - 5810717 Website: www.silt.nl E-mail: milieu@silt.nl

KvK. nr.: 17131641 IBAN: NL25 RABO 0370 7175 03 BTW: NL 8574.06.875.B.01

Verkennend bodemonderzoek, Gerecht 2-2A te Erp Rapport: 2301498 versie 1, 28 juli 2023

Inhoudsopgave 1

Inleiding ...........................................................................................................................................1 1.1 Opdrachtvorming ......................................................................................................................1 1.2 Aanleiding en doel ....................................................................................................................1 1.3 Opzet van het bodemonderzoek ..............................................................................................1 1.4 Gevolgde richtlijnen en opbouw rapportage .............................................................................1 2 Vooronderzoek ................................................................................................................................3 2.1 Inleiding en opzet vooronderzoek ............................................................................................3 2.2 Algemene gegevens en afbakening onderzoekslocatie ...........................................................4 2.3 Voormalige, huidige en toekomstige (bedrijfs)activiteiten ........................................................4 2.4 Boven- en ondergrondse tanks ................................................................................................5 2.5 Overzicht milieukundige bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart

..................................5 2.6 Bodemopbouw en geohydrologie .............................................................................................5 2.7 Terreinverkenning.....................................................................................................................5 2.8 Overig .......................................................................................................................................6 2.9 Resultaten vooronderzoek .......................................................................................................6 3 Hypothese en Onderzoeksstrategie ..............................................................................................7 3.1 Hypothese ................................................................................................................................7 3.2 Onderzoeksstrategie ................................................................................................................7 4 Veldwerkzaamheden .......................................................................................................................8 4.1 Grond ........................................................................................................................................8 4.2 Grondwater

...............................................................................................................................8 4.3 Afwijkingen BRL-SIKB 2000 protocollen 2001 en 2002 ...........................................................9 5 Analyses en resultaten laboratoriumonderzoek ....................................................................... 10 5.1 Samenstelling en analyseparameters ................................................................................... 10 5.2 Toetsingscriteria .................................................................................................................... 10 5.2.1 Generiek referentiekader Wet bodembescherming (Wbb)............................................ 10 5.2.2 Generiek referentiekader kader Besluit bodemkwaliteit (Bbk) ...................................... 11 5.3 Toetsingen ............................................................................................................................. 11 5.3.1 Grond ............................................................................................................................. 11 5.3.2 Grondwater ....................................................................................................................

11 6 Conclusie en aanbeveling ........................................................................................................... 13 6.1 Conclusie ............................................................................................................................... 13 6.2 Resumé en aanbeveling ........................................................................................................ 14

Bijlagen Bijlage 1: Regionale ligging locatie Bijlage 2: Situatietekening met boorlocaties Bijlage 3: Profielbeschrijvingen Bijlage 4: Analysecertificaten grond en grondwater Bijlage 5: Toetsingstabellen grond en grondwater Bijlage 6: Fotorapportage

Verkennend bodemonderzoek, Gerecht 2-2A te Erp Rapport: 2301498 versie 1, 28 juli 2023

1 Inleiding 1.1

Opdrachtvorming

In opdracht van Van Dun & Van Gerwen B.V. is door Silt Milieu B.V een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een perceel gelegen aan de Gerecht 2-2A te Erp, gemeente Meierijstad. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1. 1.2

Aanleiding en doel

Aanleiding voor de uitvoering van de onderzoeken vormt de voorgenomen wijziging van de bestemmig en de nieuwbouw van een loods ter plaatse van de locatie. Als gevolg hiervan dient de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd te worden. Daarnaast dient door middel van onderhavig onderzoek beoordeeld te worden of aanvullende procedures noodzakelijk zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb). Het doel van het onderzoek in deze situatie is aan te tonen, door middel van een steekproef, dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigde stoffen aanwezig zijn in de grond en het freatisch grondwater in gehalten boven respectievelijk de achtergrondwaarde of streefwaarde. Opgemerkt wordt dat bij een bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering die erop is gericht om te kunnen beoordelen of (mogelijke) bodemverontreinigingen aanwezig zijn, evenals het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Tevens wordt erop gewezen dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. 1.3

Opzet van het bodemonderzoek

Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse norm NEN5740/A1. Het veldwerk is onder certificaat uitgevoerd op grond van beoordelingsrichtlijn BRL-SIKB 2000. Het hierbij behorende procescertificaat (EC-SIK-02238, 22 maart 2023) en keurmerk van Silt Milieu B.V. is van toepassing op het gehele proces van het veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, vanaf acceptatie tot aan de overdracht van de veldgegevens en monsters. Zoals in de betreffende protocollen wordt vereist, is tussen Silt Milieu B.V. en haar opdrachtgever geen sprake van een relatie die de onafhankelijkheid en integriteit van Silt Milieu B.V. zou kunnen beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. Silt Milieu B.V. verklaart hierbij dan ook dat zij in geval van de geoffreerde werkzaamheden op geen enkele juridische, financiële, personele of andere wijze gelieerd is aan de opdrachtgever. In de BRL-SIKB 2000 wordt verwezen naar de Nederlandse normen voor bodemonderzoek die eveneens bepalend zijn voor de uitvoering van het bodemonderzoek. De belangrijkste en meest bepalende normeringen zijn de NEN5725:2017 “Bodem-landbodem-strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek” en de NEN5740/A1: 2016 “Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek”. Hierbij gelden de ten tijde van het uitvoeren van het veldwerk, vigerende versies van deze documenten. 1.4

Gevolgde richtlijnen en opbouw rapportage

Silt Milieu B.V. is een onafhankelijk bureau dat naast NEN-EN-ISO 9001, NEN-EN-ISO 14001, VCA**, CO2-prestatieladder (trede 5), is gecertificeerd conform BRL SIKB 1000 (protocol 1001, 1002 en 1003), BRL SIKB 2000 (protocol 2001, 2002, 2003 en 2018) en BRL SIKB 6000 (protocol 6001 en 6003).

1

Verkennend bodemonderzoek, Gerecht 2-2A te Erp Rapport: 2301498 versie 1, 28 juli 2023

De werkzaamheden zijn door Silt Milieu B.V. onder procescertificaat (EC-SIK-02238, 22 maart 2023) uitgevoerd, te weten conform BRL-SIKB 2000 en de daaraan gekoppelde protocollen:  2001 (versie 6.0): “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”;  2002 (versie 6.0): “Het nemen van grondwatermonsters”. Ondanks het zorgvuldig, conform de normen, uitgevoerde onderzoek kan de representativiteit niet worden gegarandeerd: er blijft altijd een kans aanwezig dat een op locatie aanwezige verontreiniging niet wordt gedetecteerd als gevolg van de aanwezige trefkans en de uitmiddeling bij het samenstellen van (meng)monsters. Lokale afwijkingen ten opzichte van de volgens de norm voorgeschreven steekmonsters kunnen nimmer worden uitgesloten. Voorliggend rapport presenteert de resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2), de onderzoekshypothese en –strategie (hoofdstuk 3) en de resultaten van het veldwerk (hoofdstuk 4) en analytisch onderzoek en de aan het onderzoek te verbinden interpretatie van de onderzoeksresultaten (hoofdstuk 5) en conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 6).

2

Verkennend bodemonderzoek, Gerecht 2-2A te Erp Rapport: 2301498 versie 1, 28 juli 2023

2 Vooronderzoek 2.1

Inleiding en opzet vooronderzoek

Het milieuhygiënisch vooronderzoek conform NEN 5725 is uitgevoerd voorafgaand aan het feitelijke onderzoek van de bodem (veld- en laboratoriumonderzoek). Het doel van het vooronderzoek is inzicht te krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie. De aanleiding voor het opstellen van onderhavig vooronderzoek sluit aan bij A ‘opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’. De resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij het vaststellen van de onderzoekshypothese en -strategie en kunnen worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Door Silt Milieu B.V. zijn in het kader van het vooronderzoek de volgende openbare bronnen geraadpleegd: tabel 2.1 Vooronderzoek, openbare bronnen Bron

Website

Geraadpleegd

Opmerking

Provincie

www.brabant.nl

14 juni 2023

Stortplaatsenkaart, grondwaterbeschermingsgebieden

Kadaster

www.kadaster.nl

14 juni 2023

Eigendomssituatie en topografie

Topografie

www.topotijdreis.nl

14 juni 2023

Topografische gegevens uit verleden en heden

Bodemloket

www.bodemloket.nl

14 juni 2023

Bekende bodeminformatie

Ikme.nl

14 juni 2023

NGE-gegevens

www.grondwatertools.nl

14 juni 2023

www.ruimtelijkeplannen.nl

14 juni 2023

www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen

14 juni 2023

Dino-loket

Geohydro-opbouw

Daarnaast zijn door Silt Milieu B.V. in het kader van dit vooronderzoek de volgende specifieke bronnen geraadpleegd: tabel 2.2 Vooronderzoek, specifieke bronnen Bron

Contactpersoon

Geraadpleegd

Gemeente Meierijstad

Simone van Baast

7 juli 2023

Opmerking

In navolgende paragrafen is de verkregen informatie uit het vooronderzoek nader toegelicht.

3

Verkennend bodemonderzoek, Gerecht 2-2A te Erp Rapport: 2301498 versie 1, 28 juli 2023

2.2

Algemene gegevens en afbakening onderzoekslocatie

Bebouwing Maaiveldtype Ligging Gebruik Omgeving

: : : : :

Kadastrale aanduiding

:

Oppervlakte kadastrale percelen : Oppervlakte onderzoekslocatie : Topografische veldcoördinaten :

Ja Erf en akkerland Zuidwestelijk van centrum Erp Woonbestemming en akkerland Noorden: geasfalteerde oprit Oosten: geasfalteerde weg ‘Gerecht’ Overige zijden: grasland Gemeente: Erp Sectie: N Nummers: 181, 334, 335 25.470 m2 Max. 5.000 m2 X 168.893 Y 398.069

De ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op de regionale overzichtskaart en de situatietekening, welke zijn opgenomen als respectievelijk bijlage 1 en bijlage 2. 2.3

Voormalige, huidige en toekomstige (bedrijfs)activiteiten

In onderstaande figuren is de onderzoekslocatie op topografische kaarten uit meerdere tijdsperioden weergegeven. Figuur 1: situatie omstreeks 1900

Figuur 2: situatie omstreeks 1942

Figuur 3: situatie omstreeks 1983

Figuur 4: situatie omstreeks 2022

Uit de verschillende topografische kaarten kan worden opgemaakt dat het perceel aan het Gerecht 2 2a in het verleden in gebruik is geweest als landbouwgrond. Op kaartmateriaal uit 1983 is voor het eerst bebouwing zichtbaar op de locatie.

4

Verkennend bodemonderzoek, Gerecht 2-2A te Erp Rapport: 2301498 versie 1, 28 juli 2023

In onderstaande tabel zijn de voormalige en huidige bedrijfsactiviteiten opgenomen. tabel 2.3 Voormalige en huidige (bedrijfs)activiteiten Adres

Bedrijfsactiviteiten

Bijzonderheden

Gerecht 2

Hinderwetvergunning (d.d. 8 mei 1987)

Inrichting voor houden van mestvarkens, waarbij mest- en meststoffen, huisbrandolie en propaangas ligt opgeslagen en waarbij elektromotoren worden gebezigd.

2.4

Boven- en ondergrondse tanks

Ter plaatse van de onderzoekslocatie en in de directe omgeving hiervan zijn voor zover bekend geen (ondergrondse) tanks aanwezig (geweest). tabel 2.4 Boven- en ondergrondse tanks Locatie

Soort tank

Bijzonderheden

Gerecht 2

Bovengrondse propaantank

1987 – onbekend

Ondergrondse huisbrandolietank

1987 – onbekend

2.5

Overzicht milieukundige bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart

Bij de gemeente Meierijstad en via de omgevingsrapportage zijn geen gegevens bekend van bodemonderzoeken ter plaatse van en/of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. Door de gemeente Meierijstad is een bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassekaart vastgesteld (Bodemkwaliteitskaart Regio Noordoost Brabant, Lievense Milieu B.V., documentcode 16M1041.RAP001, d.d. 28 februari 2019). De onderzoekslocatie is ingedeeld in de bodemfunctieklasse Overig (Landbouw/Natuur). Op basis van de bodemkwaliteitskaart kan de kwaliteit van de boven- en ondergrond worden vastgesteld op klasse Landbouw/Natuur. 2.6

Bodemopbouw en geohydrologie

De op basis van de geraadpleegde bronnen verwachte ondiepe geologie op de locatie is weergegeven in tabel 2.5. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het de geologische bodemopbouw betreft die door TNO is geïnterpoleerd op basis van onderzoek in de omgeving. De werkelijke laagopbouw en –samenstelling kunnen hiervan afwijken. tabel 2.5 Geohydrologische bodemopbouw*

*

Diepte [m-mv]

Formatienaam

Lithologie

0,00 – 19,25

Formatie van Boxtel

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind

19,25 – 40,00

Formatie van Beegden

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken

Bron: Landelijk DGM model V1.3 – 2009, NITG-TNO, de werkelijke diepte en formatienaam kan afwijken (met name nabij geologische breukzones)

Het grondwater in het ondiepe (freatische) grondwater stroomt regionaal gezien in overwegend noordwestelijke richting. De locatie ligt niet in het intrekgebied van een grondwaterwinning c.q. een grondwaterbeschermingsgebied. 2.7

Terreinverkenning

Voor aanvang van de veldwerkzaamheden is door Silt Milieu B.V. op 17 juni 2023 een terreinverkenning op de onderzoekslocatie uitgevoerd door de erkende veldwerker de heer D. Vervoort. De locatie is bebouwd met een woonhuis/boerderij en stal en deels verhard met asfalt en klinkers/tegels. Het overige deel was in gebruik als tuin en erf. Tevens werden er bouwmaterialen opgeslagen op de locatie. In het terrein zijn geen duidelijke terpen, kuilen of glooiingen waargenomen en op het perceel zijn geen watergangen of waterpartijen aanwezig.

5

Verkennend bodemonderzoek, Gerecht 2-2A te Erp Rapport: 2301498 versie 1, 28 juli 2023

Tijdens deze verkenning is de locatie in ogenschouw genomen. Foto’s van de locatie zijn in bijlage 6 toegevoegd. Er zijn geen bijzonderheden opgemerkt ten opzichte van hetgeen verwacht kan worden op basis van de gegevens van het vooronderzoek. De locatie is daadwerkelijk in gebruik zoals in voorgaande alinea omschreven. Er zijn tijdens de terreininspectie geen bijzonderheden (zoals verdachte plekken, artefacten of bodembeschermende voorzieningen, puin en/of asbest op het maaiveld, asbest beschoeiingen, verzakkingen, verhogingen, verkleuringen, brandplaatsen) geconstateerd, welke een aanwijzing zouden kunnen zijn voor een mogelijke bodemverontreiniging. 2.8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=51344073-5e16-4735-b805-1d376494a1ac