Bijlage 1b -Buitengebied Erp, herziening Gerecht 2- 2a_Bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
Buitengebied Erp, herziening Gerecht 2- 2a
bestemmingsplan Buitengebied Erp, herziening Gerecht 2- 2a
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting
3
Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
4
Bijlage 2
Kwalieitsverbetering berekening
6
Bijlage 3
m.e.r.-aanmeldnotitie
8
Bijlage 4
AERIUS toelichting
12
Bijlage 5
AERIUS berekening
21
Bijlage 6
Quickscan flora & fauna
33
Bijlage 7
Bodemonderzoek Silt
62
Bijlage 8
Historische toets vrijstelling
118
2 echt 2- 2a" (ontwerp)
bestemmingsplan "Buitengebied Erp, herziening Ger
bestemmingsplan Buitengebied Erp, herziening Gerecht 2- 2a
Bijlagen bij toelichting
bestemmingsplan "Buitengebied Erp, herziening Gerecht 2- 2a" (ontwerp) 3
bestemmingsplan Buitengebied Erp, herziening Gerecht 2- 2a
Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan
4 echt 2- 2a" (ontwerp)
bestemmingsplan "Buitengebied Erp, herziening Ger
LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN locatie oude stal
De landschappelijke inpassing van het initiatief aan ‘Gerecht 2’ te Erp is afgestemd op de kwaliteiten en kenmerken van het ter plaatse aanwezige landschap.
hooiberg (8x8m) sainitaire voorziening opnemen in nieuwe loods
Huidige situatie De locatie is gelegen ter plaatse van het gebiedstype ‘Agrarisch kerngebied’. Landbouw en veeteelt zijn hier leidend. Kenmerkend voor het landschap zijn clusters (bedrijfs)bebouwing ten behoeve van agrarische activiteiten (deels) omzoomd met landschapselementen. Beoogde situatie Het perceel is deel omzoomd door aanwezige inheemse bomen en struweel die in te toekomst behouden blijven. Deze liggen immers niet direct op het perceel. Langs ‘Gerecht’ blijven de bestaande bomen gehandhaafd. Aan de achterzijde van het perceel blijven de bomen ook gehandhaafd. Nieuw aan te planten landschapselementen op het perceel zijn inheemse struweel-, haag- en boomvormers. Ter plaatse van de standplaatsen zal ter beschutting/scheiding een aaneengesloten landschapselement bestaan uit lage hagen met cluster van bomen en struweel. Achter op het perceel zullen clusters van bomen verwezenlijkt worden. Ter plaatsen van de dierenweide zullen clusters/solitaire bomen verwezenlijkt worden.
bestaande woning parkeren (totaal 25 st.)
speelvoorzieningen bloemenweide glamping, 7 staanplaatsen
campers, 5 staanplaatsen
dierenweide met vijver en cluster/solitaire bomen
clusters van bomen
voetbalveld nieuwe uitrit lip/haag caravans, 8 staanplaatsen
speelvoorzieningen bestaande uitrit vervallen
Opgesteld door: Datum: Schaal: Project:
M.v.B. 23-05-2023 1:1.000 (A3) 18112.200
INRICHTINGSSCHETS
caravans, 5 staanplaatsen
Deze tekening betreft een indicatieve weergave van de beoogde ontwikkeling als gevolg van de bijbehorende planologische procedure, Hieraan kunnen dan ook geen rechten worden ontleend.
|
GERECHT 2, KELDONK
bestemmingsplan Buitengebied Erp, herziening Gerecht 2- 2a
Bijlage 2 Kwalieitsverbetering berekening
6 echt 2- 2a" (ontwerp)
bestemmingsplan "Buitengebied Erp, herziening Ger
Waardevermeerdering gronden Huidige situatie bouwvlak agrarisch Totaal
opp. 4214
m²
Beoogde situatie Agrarisch verwant bedrijf/agrarisch technisch hulpbedrijf onbebouwd Agrarisch verwant bedrijf/agrarisch technisch hulpbedrijf bebouwd Totaal
3261 953 4214
m² m² m²
Waardestijging Bijdrage LIR
20%
Kwaliteitsverbetering landschap Aan te planten struweelsingel te beheren struweelsingel (cyclisch beheer 5-7 jaar) Aan te leggen kruiden- en faunarijk grasland Te beheren kruiden- en faunarijk grasland (6x in 6 jr., bouwland zand) Aan te planten solitaire bomen (deels geclusterd) Te beheren solitaire bomen (3x in 6 jr.) Aan te leggen poel te beheren poel (3x in 6 jr.) Totaal
opp. 2106 407 0,1311 0,1311
Totaal € 105.350,00 € 105.350,00
40,00 80,00
€ 130.440,00 € 76.240,00 € 206.680,00 € 101.330,00 € 20.266,00
m² m¹ ha ha
stuks 948
36 36 221
Waarde (€) 25,00
m³ 1
Waarde (€) 2,3 7,87 1533,07 15492,3 90,22 95,58 10,53 2194,89
€ 4.843,80 € 3.203,09 € 200,99 € 2.031,04 € 3.247,92 € 3.440,88 € 2.327,13 € 2.194,89 € 21.489,74
bestemmingsplan Buitengebied Erp, herziening Gerecht 2- 2a
Bijlage 3 m.e.r.-aanmeldnotitie
8 echt 2- 2a" (ontwerp)
bestemmingsplan "Buitengebied Erp, herziening Ger
Gemeente Meierijstad t.a.v. college burgemeester en wethouders Stadhuisplein 1, 5461 KN Verstuurd via e-mail: info@meierijstad.nl / wvanderwielen@meierijstad.nl Reek,
13-12-2023
Ons kenmerk: 921126.003 Betreft:
Verzoek nemen vormvrij MER-besluit in het kader van het bestemmingsplan Gerecht 2-2A Keldonk
Geachte college, Voor de locatie Gerecht 2-2A, 5469 KD te Keldonk is een verzoek ingediend voor een herziening van het aldaar geldende bestemmingsplan. Het voornemen is om de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ te wijziging naar ‘Bedrijf- Agrarisch verwant en technisch hulpbedrijf’ ter hoogte van het bouwvlak. Bij de beoogde ontwikkeling is er een camping gevestigd als nevenactiviteit. In het kader van deze ruimtelijke procedure verzoeken wij u om een besluit te nemen op een vormvrije MER-beoordeling ten behoeve van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan ‘Gerecht 2-2A Keldonk’. Dit besluit is nodig daar onder de grenzen uit de C- en D-lijst van het Besluit m.e.r. sinds 7 juli 2017 een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Dit houdt in dat er bekeken moet worden of er bij een initiatief sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden of milieueffecten dat er toch een MER moet worden opgesteld. Hierbij wordt gekeken naar de selectiecriteria uit bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn (2011/92/EU), deze betreffen: • Kenmerken van het plan; a. omvang van het plan; b. de cumulatie met andere plannen en/of projecten; c. gebruik van natuurlijke hulpbronnen; d. de productie van afvalstoffen; e. verontreiniging en hinder; f. het risico op zware ongevallen; g. risico’s voor de menselijke gezondheid; • Plaats van het plan: a. het bestaande grondgebruik; b.
de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; c. het opnamevermogen van het natuurlijke milieu; • Kenmerken van het potentiële effect: a. de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten; b. de aard van het effect; c. het grensoverschrijdend karakter van het effect; d. de intensiteit en de complexiteit van het effect; e. de waarschijnlijkheid van het effect; f. de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect;
1 van 3
g. de cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten en/of plannen; h. de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen. Hieronder wordt achtereenvolgens kort in gegaan op de milieueffecten van het initiatief aan de hand van de drie selectiecriteria. Kenmerken van het plan Het plan voorziet in de wijziging van de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ naar ‘Bedrijf- Agrarisch verwant en technisch hulpbedrijf’. Hierbij wordt de bestaande loods gesloopt en opnieuw herbouwd. Als nevenactiviteit bij het beoogde bedrijf wordt er een camping gerealiseerd achter het bedrijf. Een exacte beschrijving van het voorgenomen initiatief is terug te vinden in hoofdstuk 2 van de toelichting welke als bijlage bij dit verzoek is opgenomen. Ten behoeve van het initiatief worden geen natuurlijke hulpbronnen gebruikt. Het plan heeft naast afval van huishoudelijke aard, enkel afvalstoffen afkomstig van de camping tot gevolg. Dit zal bestaan uit huishoudelijk afval. Er zal met het plan geen verontreiniging en hinder optreden. Ook brengt het plan geen risico op zware ongevallen en risico’s voor de menselijke gezondheid met zich mee. In de beschrijving van de kenmerken van het potentiële effect hieronder wordt hier kort op in gegaan. Hieruit kan tevens worden geconcludeerd dat met het initiatief geen cumulatie met andere plannen optreedt.
Plaats van het plan Het plangebied beslaat het bestaande bouwvlak van het agrarisch bedrijf en de aangrenzende gronden, welke op dit moment nog zijn bestemd als agrarische gronden. De agrarische gronden zijn in de bestaande situatie in gebruik als grasland. Vanuit al dan niet aanwezige landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische en/of archeologische waarden binnen het plangebied zijn er geen belemmeringen voor het plan. In de beschrijving van de kenmerken van het potentiële effect hieronder wordt hier kort op in gegaan. Zoals reeds uiteen is gezet in de toetsing aan het eerste criterium inzake een mogelijke MER plicht in de toelichting van het bestemmingsplan is er ook geen sprake van een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Kenmerken van het potentiële effect Het plan zorgt niet voor nadelige milieueffecten binnen het plangebied zelf of de directe omgeving daarvan. Dit is in paragrafen 4.2 tot en met 4.14 van de toelichting nader uiteen gezet. Hieronder wordt dit kort per milieuaspect beschreven: • Water: Binnen het plangebied wordt voldoende ruimte gereserveerd voor waterberging ter compensatie van bestaande en beoogde verharde oppervlak, blijken ook paragraaf 4.2. • Natuur: Er zijn geen negatieve effecten op soorten en habitattypen in beschermde Natura 2000gebieden te verwachten.
Er is als gevolg van het initiatief geen sprake van een toename in stikstofdepositie. Er is geen ontheffing noodzakelijk in het kader van de Wet natuurbescherming. • Cultuurhistorie: Het plangebied is niet gelegen in cultuurhistorisch waardevol gebied. Er wordt met het initiatief derhalve geen afbreuk gedaan aan de cultuurhistorische waarden binnen het plangebied. • Archeologie: Er zijn met het initiatief geen bodemingrepen beneden funderingsdiepte voorzien. Er zijn derhalve geen negatieve effecten op archeologische waarden te verwachten. • Bodem: De bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied vormt geen onaanvaardbaar risico voor zowel de huidige als de toekomstige gebruikers van de bodem. Door verplichte voorzieningen wordt verontreiniging naar de bodem toe voorkomen. De bodem wordt verder niet aangetast in de samenstelling waardoor de huidige kwaliteit gewaarborgd blijft. • Bedrijven en milieuzonering: Het hoveniers- en loonbedrijf en de camping worden op gepaste afstand van gevoelige objecten in de omgeving uitgebreid. Omgekeerd zijn gevoelige functies binnen het plangebied op gepaste afstand van bedrijven in de omgeving gesitueerd. • Geluid: Met het plan worden geen nieuwe geluidsgevoelige objecten opgericht. Geluid belastende activiteiten binnen het plangebied zijn op gepaste afstand van gevoelige objecten in de omgeving gesitueerd.
Er zijn geen negatieve effecten te verwachten voor het aspect geluid.
2 van 3
• • •
Luchtkwaliteit: De beoogde ontwikkeling valt binnen de regeling NIBM. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten op de luchtkwaliteit. Ter plaatse van het plangebied is sprake van een aanvaardbaarheid ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit. Verkeer en parkeren: Er is in de omgeving van het plangebied voldoende capaciteit om een verkeersbewegingen van en naar het plangebied af te wikkelen. Binnen het plangebied is voldoende ruimte beschikbaar om te voorzien in het vereiste aantal parkeerplaatsen. Externe veiligheid: Ten aanzien van externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor het initiatief. De werkzaamheden omvatten niet het gebruik, opslag of vervoer van gevaarlijke stoffen.
• Conclusie Hiermee zijn alle milieuhygiënische en planologische aspecten getoetst. Er kan worden geconcludeerd dat er geen bijzondere omstandigheden of milieueffecten zijn waardoor sprake is van een verplichting tot het opstellen van een MER en het doorlopen van de bijbehorende procedure. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Van Dun & Van Gerwen BV
Stijn Loeffen
Bijgevoegd: • Toelichting bestemmingsplan ‘Gerecht 2-2A Keldonk’
3 van 3
bestemmingsplan Buitengebied Erp, herziening Gerecht 2- 2a
Bijlage 4 AERIUS toelichting
12 echt 2- 2a" (ontwerp)
bestemmingsplan "Buitengebied Erp, herziening Ger
Notitie:
Toelichting Aeriusberekening stikstofdepositie aanleg, bouw en gebruiksfase
Locatie:
Gerecht 2-2A
Kenmerk:
921126.003 / SL
Datum:
14-12-2023
In deze notitie wordt een toelichting gegeven op de gebruikte gegevens voor het berekenen van de stikstofdepositie met het rekenprogramma AERIUS Calculator 2022. Het is een nadere toelichting voor het bedrijf aan het Gerecht 2-2A te Keldonk. Deze notitie maakt onderdeel uit van de bestemmingsplanprocedure voor herbestemming van eerder genoemde locatie. Deze notitie bestaat uit de volgende onderdelen:
1. Invoergegevens stikstofberekening AERIUS ................................................... 2 1.1.
Gebouwinvloed ................................................................................................ 2
1.2.
Invoergegevens beoogde situatie: ..................................................................... 3
1.2.1. 1.2.2.
Toelichting sloop en bouwfase .................................................................... 3 Toelichting gebruiksfase............................................................................. 5
2. Conclusie .......................................................................................................... 7 3. Overzicht bijlagen ............................................................................................ 8
1 van 8
1. Invoergegevens stikstofberekening AERIUS Voor de berekening van de stikstofdepositie is gebruik gemaakt van het rekenprogramma AERIUS Calculator 2021. De wijze van invoer hiervoor is opgenomen in de instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2022. Met behulp van deze gegevens worden in deze paragraaf de invoergegevens nader toegelicht. De volgende situaties zijn berekend: ▪ Sloop en bouwfase ▪ Gebruiksfase 1.1. Gebouwinvloed In AERIUS calculator kan het effect van een gebouw op de depositie meegenomen worden. Wanneer een emissiebron op een gebouw staat, of dichtbij een gebouw ligt, kan dit gebouw de verspreiding van de emissies beïnvloeden. Er dient in concentratie- en depositieberekeningen rekening te worden gehouden met gebouwinvloed wanneer aan alle onderstaande vier criteria wordt voldaan: 1. De bron is een stationaire puntbron. Emissiepunten van stallen (stalemissies) en (industriële) schoorstenen voldoen aan dit criterium. Bij niet-stationaire bronnen zoals wegverkeer, railverkeer, scheepvaart en mobiele werktuigen wordt gebouwinvloed niet meegenomen. Ook bij oppervlaktebronnen (terreinen van waaruit diffuse emissies plaatsvinden, bijvoorbeeld bij bemesten en beweiden) wordt gebouwinvloed niet meegenomen in de berekeningen. 2. De puntbron staat op een dominant gebouw of dichtbij één of meerdere dominante gebouwen.
Een dominant gebouw is een gebouw dat een relatief groot obstakel vormt in zijn omgeving. Meer uitleg is te vinden in paragraaf 2.1. 3. De hoogte van het emissiepunt is minder dan 2,5 maal de hoogte van het gebouw. Meer uitleg is te vinden in paragraaf 2.2. 4. De afstand van de emissiebron tot de meest nabije stikstofgevoelige natuur is minder dan 3 kilometer. Het gaat hier dus om de afstand tussen de bron met gebouwinvloed en het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitat of leefgebied van soorten in Natura 2000-gebieden (dit zijn de locaties waarop AERIUS de bijdrage aan de stikstofdepositie berekent). Na 3 km kan worden verwacht dat er geen, of slechts zeer beperkt, sprake is van gebouweffecten. Na 3 km mag gebouwinvloed voor aanvragen worden verwaarloosd. Wordt aan al deze criteria voldaan, dan moet gebouwinvloed meegenomen worden in de berekening. Wordt aan een of meerdere criteria niet voldaan dan hoeft geen rekening te worden gehouden met gebouwinvloed. Voor deze situatie geldt dat de bronnen op een afstand van meer dan 3 kilometer van een stikstofgevoelige habitat of leefgebied van soorten in Natura 2000-gebieden liggen. Hierdoor is in deze berekening geen rekening gehouden met de gebouwinvloeden.
2 van 8
1.2. Invoergegevens beoogde situatie:
1.2.1. Toelichting sloop en bouwfase De sloop en bouw genereert een tijdelijke toename in verkeersbewegingen, onder andere door de aanvoer van werktuigen zoals de kraan en dergelijk en de aanvoer van bouwmaterialen en materieel. De totale emissie van de aanleg-/bouwfase is opgebouwd uit twee te onderscheiden onderdelen: 1. Verkeersbewegingen van al het personeel, materiaal en bouwbenodigdheden; 2. Inzet mobiele werktuigen/materieel voor de sloop en bouw met een relevante bijdrage; Bron 1: Emissiepunt: Materiaal:
Mobiele bronnen sloop Lichte en zware voertuigen
Bij de sloop van de bestaande loods is er sprake van het gebruik van mobiele werktuigen ter ondersteuning van de sloopwerkzaamheden. De mobiele werktuigen zijn ingevoerd als vlakbron op de sloopplaats van het projectgebied. Er is uitgegaan van mobiele werktuigen/ materieel met het bouwjaar vanaf 2014/01. In onderstaande tabel zijn de toegepaste werktuigen weergeven. Tabel 1: Materieel sloop
Werktuig
Vermogen
Wielgraafmachine
105 kW
Vrachtwagen > 30 ton
450 kW
Type werktuig Stage IV 75 – 560 KW bouwjaar 2014 -2018 Stage IV 75 – 560 KW bouwjaar 2014 -2018
Aantal uren gebruik 6 2
Brandstof verbruik* Diesel 10,52 liter per uur Diesel 43,29 liter per uur
Totaal brandstofverbruik 62 liter 86 liter
*Berekend volgens formule TNO-onderzoek TNO 2021R12305 AUB, liter/uur = 0,095 * Pmax [kW] + 0,54) Bron 2: Emissiepunt: Materiaal:
Mobiele bronnen aanleg en bouwfase Lichte en zware voertuigen
Bij de bouw van de nieuwe loods is sprake van het gebruik van mobiele werktuigen ter ondersteuning van de aanleg en bouwwerkzaamheden. De mobiele werktuigen zijn ingevoerd als vlakbron op de aanleg en bouwplaats van het projectgebied. Er is uitgegaan van mobiele werktuigen/materieel met het bouwjaar vanaf 2014/01. Tijdens werkzaamheden op het bouwterrein vinden de werkzaamheden voornamelijk plaats met elektrisch gereedschap. Te denken valt aan diverse handgereedschap en dergelijke. Tevens wordt er gebruik gemaakt van machines met een verbrandingsmotor, voorbeelden hiervan zijn loaders en graafmachines. In tabel 2 zijn de toegepaste werktuigen per werktuig weergegeven. Het brandstofverbruik is bij een gemiddelde belasting van 35 % (conform bijlage 1, rapport TNO-034-UT-2009-01782_RPT-ML). Hierbij kan het voorkomen dat er materiele worden ingezet welke een lagere emissie en daarmee dus ook een lagere emissie van stikstof omvatten. In deze zou er wellicht sprake kunnen zijn van een overschatting van de feitelijke emissie.
3 van 8
Tabel 1: Materieel aanleg en bouw
Werktuig
Vermogen
Wielgraafmachine
105 kW
Betonmixer
300 kW
Mobiele torenkraan 40 meter Rups telescoop hoogwerker Kooiaap / kraanvrachtwagen Vrachtwagen > 30 ton
205 KW 33 KW 50 KW 450 kW
Type werktuig Stage IV 75 – 560 KW bouwjaar 2014 -2018 Stage IV 75 – 560 KW bouwjaar 2014 -2018 Stage IV 75 – 560 KW bouwjaar 2014 -2018 Stage IV ≤ 56 KW bouwjaar 2014 -2018 Stage IV ≤ 56 KW bouwjaar 2014 -2018 Stage IV 75 – 560 KW bouwjaar 2014 -2018
Aantal uren gebruik 4 2 12 30 3 1
Brandstof verbruik*
Totaal brandstofverbruik
Diesel 10,52 liter per uur Diesel 29,04 liter per uur Diesel 20,02 liter per uur Diesel 3,68 liter per uur Diesel 5,29 liter per uur Diesel 43,29 liter per uur
42 liter 58 liter 240 liter 110 liter 16 liter 43 liter
*Berekend volgens formule TNO-onderzoek TNO 2021R12305 AUB, liter/uur = 0,095 * Pmax [kW] + 0,54) Bron 3: Emissiepunt: Materiaal: Aantal:
Lijnbron wegverkeer sloopfase noord Lichte en zware voertuigen 12 voertuigbewegingen per jaar
Alle vervoersbewegingen zijn ingevoerd tot het moment dat deze zijn opgenomen in het ‘heersende verkeersbeeld’. De rijrichting op de openbare weg zijn niet evenredig verdeeld. Al het verkeer zal via de noordelijke richting het erf verlaten, richting het Lijnt. Dit omdat het om een doodlopende straat betreft. In de afstand tot het Lijnt kan het verkeer afremmen of optrekken tot deze de normale snelheid heeft. Tabel 3: Verkeersbewegingen Soort verkeer Type vervoer
Licht verkeer Zwaar vrachtverkeer Bron 4: Emissiepunt: Materiaal: Aantal:
Personeel bouwwerkzaamheden Materiaal en materieel bouwwerkzaamheden
Aantal
Categorie verkeer
Soort bron
4
Licht verkeer
Lijnbron
8
Zwaar verkeer
Lijnbron
Lijnbron wegverkeer aanleg- en bouwfase noord Lichte en zware voertuigen 34 voertuigbewegingen per jaar
Alle vervoersbewegingen zijn ingevoerd tot het moment dat deze zijn opgenomen in het ‘heersende verkeersbeeld’. De rijrichting op de openbare weg zijn niet evenredig verdeeld. Al het verkeer zal via de noordelijke richting het erf verlaten, richting het Lijnt. Dit omdat het om een doodlopende straat betreft. In de afstand tot het Lijnt kan het verkeer afremmen of optrekken tot deze de normale snelheid heeft. Tabel 4: Verkeersbewegingen Soort verkeer Type vervoer
Licht verkeer
Personeel bouwwerkzaamheden
Aantal
Categorie verkeer
Soort bron
14
Licht verkeer
Lijnbron
4 van 8
middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer
Klein materiaal en personeel bouwwerkzaamheden Materiaal en materieel bouwwerkzaamheden
4
Middelzwaar verkeer
Lijnbron
16
Zwaar verkeer
Lijnbron
1.2.2. Toelichting gebruiksfase Bron 5: Emissiepunt: Aantal:
Mobiele bronnen binnen inrichting 1, zie toelichting
Op de locatie is een grasmaaier/ tractor aanwezig voor het onderhoud van het terrein. Hierbij is uitgegaan van een voertuig van minder dan 56 kW met bouwjaar vanaf 2019. Er is vanuit gegaan dat de grasmaaier/ tractor 4 draaiueren per week, 6 maanden per jaar actief is (afgerond, 100 uren per jaar in gebruik). De grasmaaier/ tractor is als vlakbron ter plaatse van de inrichting ingevoerd, omdat ze zich over het bedrijf zullen bewegen.
Afbeelding 1: invoergegevens grasmaaier Bron 6: Emissiepunt: Materiaal: Aantal:
Lijnbron wegverkeer noord Lichte en zware voertuigen 76 voertuigbewegingen per dag
Alle vervoersbewegingen zijn ingevoerd tot het moment dat deze zijn opgenomen in het ‘heersende verkeersbeeld’. De rijrichting op de openbare weg zijn niet evenredig verdeeld. Al het verkeer zal via de noordelijke richting het erf verlaten, richting het Lijnt. Dit omdat het om een doodlopende straat betreft. In de afstand tot het Lijnt kan het verkeer afremmen of optrekken tot deze de normale snelheid heeft. ▪ Verkeer ten behoeve van de beoogde bedrijfsopzet Conform de CROW-publicatie geldt voor een bedrijf in de categorie ‘bedrijf arbeidsintensief/ bezoekersextensief (industrie/laboratorium/werkplaats)’, dat er een verkeersgeneratie van worst-case 57 verkeersbeweging van en naar de richting zijn bij een weekdaggemiddelde. Hiervan zal 50% vrachtverkeer zijn. ▪ Bezoek bedrijfswoning Conform de CROW-publicatie toekomstbestendig parkeren is de verkeersgeneratie van een woning in het buitengebied 8,6 voertuigen per dag. Op het bedrijf is een woning aanwezig.
5 van 8
▪ Bezoekers camping Conform de CROW-publicatie toekomstbestendig parkeren is de verkeersgeneratie van een camping 0,4 per standplaats. Op de camping zullen er 25 standplaatsen aanwezig zijn dus de verkeersgeneratie zal 10 zijn. Hierbij zal 70% zwaar verkeer zijn. Tabel 1: Worstcase wegverkeer noordelijke richting Soort verkeer Aantal Eenheid verkeersbewegingen Licht verkeer 41 Etmaal Zwaar vrachtverkeer 35 Etmaal Bron 7: Emissiepunt: Stookinstallatie woning Emissie: Zie onderstaande toelichting
Categorie verkeer Licht verkeer Zwaar verkeer
Soort bron Lijnbron Lijnbron
Het gasverbruik van de bedrijfswoning is meegenomen in de AERIUS-berekening. Op grond van de emissiewaarden van AERIUS, d.d. 5 juli 2018, dient voor een oudere vrijstaande woning uit te worden gegaan van 3,59 NOx kg per jaar (https://www.aerius.nl/nl/factsheets/ruimtelijke-plannenemissiefactoren/05-07-2018). Bron 8: Emissiepunt: Emissie:
Sanitairgebouw Zie onderstaande toelichting
In de loods bevind zich 150 m2 sanitairgebouw ten behoeve van de camping. Dit dient verwarmt te worden. Voor het berekenen van het gasverbruik is gebruikgemaakt van het rapport StatLine – energiekengetallen utiliteitsbouw dienstensector; oppervlakte klasse. Het gasverbruik van het sanitair gebouw komt het meest overeen met het gasverbruik van ‘Horeca: hotels, motels’. Het totale oppervlakte dat verwarmd wordt is 150 m2. Voor een vloeroppervlakte van 0 tot 250 wordt een gemiddeld aardgasverbruik van 22,8 per m2 aangehouden. Zie navolgende afbeelding. Het aardgasverbruik van het sanitairgebouw is in totaal berekend op 3.420 m 3 per jaar.
Afbeelding 2: uitsnede rapport StatLine – energiekengetallen utiliteitsbouw dienstensector; oppervlakte klasse
In de navolgende tabel is met behulp van het aardgasverbruik de stikstofemissie berekend van het sanitairgebouw.
6 van 8
Tabel 2: berekening stookemissie sanitairgebouw
Bron 9 t/m bron 26: Emissiepunt: Emissie:
Caravan/ camper Zie onderstaande toelichting
Er zijn diverse recreatieve verblijffuncties aanwezig zoals caravans en campers. Het energieverbruik van een camper/ caravan is worst-case verglijkbaar met een nieuw appartement. Op grond van de emissiewaarden van AERIUS, d.d. 5 juli 2018, voor een (nieuwbouw) appartement dient uit te worden gegaan van 1,11 NOx kg per jaar (https://www.aerius.nl/nl/factsheets/ ruimtelijke-plannenemissiefactoren/05-07-2018). Op de locatie zijn 18 staanplaatsen aanwezig. Bron 27: Emissiepunt: Emissie:
Hobbymatig vee Zie onderstaande toelichting
Naast de beoogde bedrijfsbestemming wordt een dierenweide gerealiseerd ten behoeve van de camping. Op deze dierenweide zullen verschillende dieren rondlopen en in onderstaande tabel is indicatief weergegeven welke dieren er gehouden worden. Tabel 2: Diertabel beoogde dierenweide Ammoniak Dier categorie
Aantal dieren
RAV code
Huisvestings-systeem
Schapen
B1.100
alle huisvestingssystemen
5
0,7
3,5
Kippen
E1.100
alle huisvestingssystemen
10
0,17
1,7
Paarden
K3.100
alle huisvestingssystemen
3
3,1
9,3
Totaal
kg NH3 per dier
totaal kg NH3
14,5
2. Conclusie De bovenstaande invoergegevens betreffen een worst-case inschatten van de emissies die vrijkomen bij de sloop- en bouwfase, aanlegfase en gebruiksfase van zowel de loods als camping. Er is gekozen om alle gegevens in een berekening te vormen, om aan te tonen er met zekerheid geen impact is op Natura-2000 gebieden.
7 van 8
3. Overzicht bijlagen Separaat toegevoegd: - AERIUS-berekening beoogde situatie
8 van 8
bestemmingsplan Buitengebied Erp, herziening Gerecht 2- 2a
Bijlage 5 AERIUS berekening
bestemmingsplan "Buitengebied Erp, herziening Gerecht 2- 2a" (ontwerp) 21
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Van Dun & Van Gerwen Gerecht 2-2A, 5469 KD Keldonk 921126.003 Aerius berekening aanleg-, bouw- en gebruiksfase
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
S5jdkpDutxMc 13 december 2023, 13:20 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Aanleg-, bouw- en gebruikfase - Beoogd Aanleg-, bouw- en gebruikfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
S5jdkpDutxMc (13 december 2023)
2023 -
15,4 kg/j
66,5 kg/j
2/11
Projectberekening
Aanleg-, bouw- en gebruikfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele bronnen sloop 2 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele bronnen aanleg en bouwfase 5 Mobiele werktuigen | Landbouw | Mobiele bronnen binnen inrichting 7 Energie | Energie | Stookinstallatie woning 8 Energie | Energie | Sanitairgebouw 9 Energie | Energie | Camper 10 Energie | Energie | Camper 11 Energie | Energie | Camper 12 Energie | Energie | Camper 13 Energie | Energie | Camper 14 Energie | Energie | Caravan 15 Energie | Energie | Caravan 16 Energie | Energie | Caravan 17 Energie | Energie | Caravan 18 Energie | Energie | Caravan 19 Energie | Energie | Caravan 20 Energie | Energie | Caravan 21 Energie | Energie | Caravan 22 Energie | Energie | Caravan 23 Energie | Energie | Caravan 24 Energie | Energie | Caravan 25 Energie | Energie | Caravan 26 Energie | Energie | Caravan 27 Landbouw | Stalemissies | Hobbymatig vee Verkeersnetwerk S5jdkpDutxMc (13 december 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
35,5 g/j 92,9 g/j 1,8 g/j 14,5 kg/j 0,8 kg/j
4,9 kg/j 4,8 kg/j 5,3 kg/j 3,6 kg/j 1,6 kg/j 1,1 kg/j 1,1 kg/j 1,1 kg/j 1,1 kg/j 1,1 kg/j 1,1 kg/j 1,1 kg/j 1,1 kg/j 1,1 kg/j 1,1 kg/j 1,1 kg/j 1,1 kg/j 1,1 kg/j 1,1 kg/j 1,1 kg/j 1,1 kg/j 1,1 kg/j 1,1 kg/j 26,3 kg/j 3/11
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). S5jdkpDutxMc (13 december 2023)
4/11
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanleg-, bouwen gebruikfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
S5jdkpDutxMc (13 december 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
5/11
Projectberekening
Aanleg-, bouw- en gebruikfase, Rekenjaar 2023 1
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte Naam
Mobiele bronnen sloop X:168859,7 Y:398062,29 0,38 ha Stageklasse
Wielgraafmachine Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja Vrachtwagen
2
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
NOₓ NH₃
Brandstofverbruik
62 l/j
4,9 kg/j 35,5 g/j
Draaiuren AdBlue verbruik
6 u/j
0 l/j
Stof Emissie
NOₓ NH₃
86 l/j
2 u/j
0 l/j
NOₓ NH₃
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte Naam
Mobiele bronnen aanleg en bouwfase X:168859,7 Y:398062,29 0,38 ha
Wielgraafmachine Betonmixer truck
Stageklasse
NOₓ NH₃
Brandstofverbruik
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 42 l/j diesel, SCR: ja
2 l/j
Stof Emissie
NOₓ NH₃
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 58 l/j diesel, SCR: ja
2 u/j
Mobiele torenkraan 38 meter
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 240 l/j diesel, SCR: ja
12 u/j
Rups telescoop hoogwerker
Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, SCR: nee
110 l/j
30 u/j
Kooiaap / kraanvrachtwagen
Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, SCR: nee
16 l/j
Vrachtwagen > 30 ton
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 43 l/j diesel, SCR: ja
S5jdkpDutxMc (13 december 2023)
4,8 kg/j 92,9 g/j
Draaiuren AdBlue verbruik
4 u/j
4 l/j
NOₓ NH₃
16 l/j
NOₓ NH₃ NOₓ NH₃
3 u/j
NOₓ NH₃
1 u/j
2,1 kg/j 14,9 g/j 2,8 kg/j 20,6 g/j
1 l/j
NOₓ NH₃
0,5 kg/j 10,1 g/j 84,0 g/j 13,9 g/j 0,6 kg/j 57,6 g/j 2,4 kg/j 0,0 kg/j 0,3 kg/j 0,0 kg/j 1,0 kg/j 10,3 g/j
6/11
Projectberekening
3
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Wegverkeer sloopfase noord X:168774,64 Y:398345,13 571,95 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 4
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
wegverkeer aanleg en bouwfase noord X:168774,64 Y:398345,13 571,95 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 5
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Mobiele werktuigen | Landbouw
Naam Locatie Oppervlakte Naam
Mobiele bronnen binnen inrichting X:168879,4 Y:398024,3 0,76 ha
Stageklasse
Grasmaaier Stage-V, >= 2019 , <= 56 kW, diesel, SCR: nee
S5jdkpDutxMc (13 december 2023)
Brandstofverbruik
240 l/j
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigbewegingen
15,7 g/j 4,6 g/j 0,0 kg/j
In file
4,0 /jaar 0,0 /jaar 8,0 /jaar 0,0 /jaar
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 45,3 g/j Type scherm - - NO₂ 11,6 g/j Hoogte - - NH₃ 0,0 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
In file
14,0 /jaar 4,0 /jaar 16,0 /jaar 0,0 /jaar
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
NOₓ NH₃
5,3 kg/j 1,8 g/j
Draaiuren AdBlue verbruik
100 u/j
Stof Emissie
NOₓ
5,3 kg/j NH₃ 1,8 g/j
7/11
Projectberekening
6
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 7
Wegverkeer noord X:168776,16 Y:398345,58 575,03 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Energie | Energie
Naam Stookinstallatie Uittreedhoogte woning Warmteinhoud Locatie X:168915,57 Y:398079,1 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 8
Energie | Energie
Naam Sanitairgebouw Uittreedhoogte Locatie X:168855,79 Warmteinhoud Y:398052,2 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 9
Energie | Energie
Naam Camper Uittreedhoogte Locatie X:168781,16 Warmteinhoud Y:397988,2 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 10
Energie | Energie
Naam Camper Uittreedhoogte Locatie X:168779,09 Warmteinhoud Y:398000,03 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 11
Energie | Energie
Naam Camper Uittreedhoogte Locatie X:168785,18 Warmteinhoud Y:398009,48 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie S5jdkpDutxMc (13 december 2023)
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigbewegingen
26,2 kg/j 7,5 kg/j 0,8 kg/j
In file
41,0 /etmaal 0,0 /etmaal 35,0 /etmaal 0,0 /etmaal
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
40,0 m 0,220 MW
NOₓ
3,6 kg/j
40,0 m 0,220 MW
NOₓ
1,6 kg/j
40,0 m 0,220 MW
NOₓ
1,1 kg/j
40,0 m 0,220 MW
NOₓ
1,1 kg/j
40,0 m 0,220 MW
NOₓ
1,1 kg/j
8/11
Projectberekening
12
Energie | Energie
Naam Camper Uittreedhoogte Locatie X:168795,89 Warmteinhoud Y:398015,36 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 13
Energie | Energie
Naam Camper Uittreedhoogte Locatie X:168813,95 Warmteinhoud Y:398014,31 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 14
Energie | Energie
Naam Caravan Uittreedhoogte Locatie X:168794,37 Warmteinhoud Y:397971,46 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 15
Energie | Energie
Naam Caravan Uittreedhoogte Locatie X:168806,13 Warmteinhoud Y:397959,7 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 16
Energie | Energie
Naam Caravan Uittreedhoogte Locatie X:168822,3 Warmteinhoud Y:397957,39 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 17
Energie | Energie
Naam Caravan Uittreedhoogte Locatie X:168828,39 Warmteinhoud Y:397965,58 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 18
Energie | Energie
Naam Caravan Uittreedhoogte Locatie X:168827,83 Warmteinhoud Y:397979,3 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie S5jdkpDutxMc (13 december 2023)
40,0 m 0,220 MW
NOₓ
1,1 kg/j
40,0 m 0,220 MW
NOₓ
1,1 kg/j
40,0 m 0,220 MW
NOₓ
1,1 kg/j
40,0 m 0,220 MW
NOₓ
1,1 kg/j
40,0 m 0,220 MW
NOₓ
1,1 kg/j
40,0 m 0,220 MW
NOₓ
1,1 kg/j
40,0 m 0,220 MW
NOₓ
1,1 kg/j
9/11
Projectberekening
19
Energie | Energie
Naam Caravan Uittreedhoogte Locatie X:168863,53 Warmteinhoud Y:398009,12 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 20
Energie | Energie
Naam Caravan Uittreedhoogte Locatie X:168850,93 Warmteinhoud Y:398003,66 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 21
Energie | Energie
Naam Caravan Uittreedhoogte Locatie X:168840,85 Warmteinhoud Y:397993,79 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 22
Energie | Energie
Naam Caravan Uittreedhoogte Locatie X:168838,96 Warmteinhoud Y:397978,25 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 23
Energie | Energie
Naam Caravan Uittreedhoogte Locatie X:168853,66 Warmteinhoud Y:397975,94 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 24
Energie | Energie
Naam Caravan Uittreedhoogte Locatie X:168867,94 Warmteinhoud Y:397982,03 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 25
Energie | Energie
Naam Caravan Uittreedhoogte Locatie X:168877,18 Warmteinhoud Y:397988,54 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie S5jdkpDutxMc (13 december 2023)
40,0 m 0,220 MW
NOₓ
1,1 kg/j
40,0 m 0,220 MW
NOₓ
1,1 kg/j
40,0 m 0,220 MW
NOₓ
1,1 kg/j
40,0 m 0,220 MW
NOₓ
1,1 kg/j
40,0 m 0,220 MW
NOₓ
1,1 kg/j
40,0 m 0,220 MW
NOₓ
1,1 kg/j
40,0 m 0,220 MW
NOₓ
1,1 kg/j
10/11
Projectberekening
26
Energie | Energie
Naam Caravan Uittreedhoogte Locatie X:168881,17 Warmteinhoud Y:397998,62 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 27
Landbouw | Stalemissies
Naam Hobbymatig vee Uittreedhoogte Locatie X:168921,65 Warmteinhoud Y:398040,57 Spreiding Oppervlakte 0,30 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven Diersoort RAV-code - Omschrijving
B1.100 - overige huisvestingssystemen (Schapen; schapen ouder dan 1 jaar, inclusief lammeren tot 45 kg ) E1.100 - overige huisvestingssystemen niet-batterijhuisvesting (Kippen; opfokhennen en hanen van legrassen; jonger dan 18 weken) K3.100 - overige huisvestingssystemen (Paarden; volwassen pony's (3 jaar en ouder))
40,0 m 0,220 MW
NOₓ
1,1 kg/j
5,0 m 0,000 MW 3m
NH₃
14,5 kg/j
BWLcode
Aantal Stof Emissiefactor Reductie Emissie dieren (kg/dier/j)
Overig 5
NH₃ 0,7
-
3,5 kg/j
Overig 10
NH₃ 0,17
-
1,7 kg/j
Overig 3
NH₃ 3,1
-
9,3 kg/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
S5jdkpDutxMc (13 december 2023)
11/11
bestemmingsplan Buitengebied Erp, herziening Gerecht 2- 2a
Bijlage 6 Quickscan flora & fauna
bestemmingsplan "Buitengebied Erp, herziening Gerecht 2- 2a" (ontwerp) 33
ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling
Locatie: Gerecht 2-2a Keldonk Rapportnummer: 2023-BE-0617 In opdracht van: Van Dun Advies Raadhuisstraat 32 5126 CJ Gilze
Ecologische quickscan Gerecht 2-2a Keldonk, BE-0617
Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2023-BE-0617 Opdrachtgever Van Dun Advies
Contactpersoon De heer S. Loeffen
Locatie Gerecht 2-2a, Keldonk
Auteur Frenk van de Wal
Opleverdatum 13 juni 2023
De Lange Kant 27 5061 PX Oisterwijk 06-24218274 www.brabanteco.nl
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.
Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.
1
Ecologische quickscan Gerecht 2-2a Keldonk, BE-0617
Inhoudsopgave SAMENVATTING ................................................................................................................... 3 1.
INLEIDING EN ONDERZOEK ........................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................. 4 1.2 Doelstelling ........................................................................................................................... 4 1.3 Centrale vraagstelling .......................................................................................................... 4 1.4 Criteria................................................................................................................................... 4
2.
BELEIDSKADER .............................................................................................................. 5 2.1 Gebiedsbescherming ............................................................................................................ 5 2.2 Soortenbescherming ............................................................................................................ 5 2.3 Bescherming van houtopstanden ........................................................................................ 7 2.4 Zorgplicht .............................................................................................................................. 7
3.
PLANGEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................... 8 3.1 Huidige situatie ..................................................................................................................... 8 3.2 Voorgenomen ontwikkeling ................................................................................................. 9
4.
PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN .......................................................................... 11 4.1 Bureauonderzoek ............................................................................................................... 11 4.2 Veldonderzoek .................................................................................................................... 12 4.3 Beschrijving plangebied ..................................................................................................... 13
5.
BESCHERMDE NATUURWAARDEN .............................................................................. 15 5.1 Gebiedsbescherming .......................................................................................................... 15 5.2 Soortenbescherming .......................................................................................................... 17
6.
RESULTATEN EN ADVIES ............................................................................................. 25 6.1 Resultaten ........................................................................................................................... 25 6.2 Advies en aanbevelingen .................................................................................................... 25
7.
BRONNEN ................................................................................................................... 27
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
2
Ecologische quickscan Gerecht 2-2a Keldonk, BE-0617
SAMENVATTING
Initiatiefnemer is voornemens om de rundveestal op de planlocatie Gerecht 2-2a te Keldonk, gemeente Meierijstad te slopen. Daarna zal een nieuwe loods gerealiseerd worden. Tevens is de initiatiefnemer voornemens om nevenactiviteiten te exploiteren in de vorm van een camping met ongeveer 25 standplaatsen . Bij deze werkzaamheden is de opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. Omdat overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten kan worden is aan Brabant Eco de opdracht gegeven voor het uitvoeren van een ecologische quickscan op de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Dit voorliggend rapport geeft een beschrijving van het plangebied en het uitgevoerde onderzoek. Daarnaast geeft dit rapport inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek. Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van de waargenomen soorten of mogelijk aanwezige soorten en hun functioneel leefgebied.
De te slopen stal biedt geen potentiële openingen waarin beschermde diersoorten verblijf- schuil- of nestplaatsen zouden kunnen vinden. Alle aanwezige vegetatie blijft behouden. Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is dan ook niet nodig. De zorgplicht is altijd van toepassing. Natuurinclusief bouwen wordt aanbevolen. Frenk van de Wal Brabant Eco Juni 2023
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
3
Ecologische quickscan Gerecht 2-2a Keldonk, BE-0617
1. INLEIDING EN ONDERZOEK
1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever Van Dun Advies is het voornemen om op de planlocatie Gerecht 2-2a te Keldonk de bestaande rundveestal te slopen. De bestemming wordt gewijzigd van “Enkelbestemming: Agrarisch met waarden” naar de bestemming “Bedrijf – agrarisch verwanten technisch hulpbedrijf”. Bij deze wijziging wordt de huidige melkveerundstal gesloopt en een nieuwe loods gerealiseerd. Daarnaast is de initiatiefnemer voornemens om nevenactiviteiten te exploiteren in de vorm van een camping met ongeveer 25 standplaatsen. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.
1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of de geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op deze beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen of uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.
1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?
1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl). o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
4
Ecologische quickscan Gerecht 2-2a Keldonk, BE-0617
2. BELEIDSKADER
De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de vogel- en habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.
2.1 Gebiedsbescherming 2.1.1 Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland worden deze gebieden aangewezen binnen de EU-vogelrichtlijn en de EU-habitatrichtlijn. In Natura 2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In het opgestelde beheerplan wordt beschreven hoe de instandhoudingsdoelstellingen bereikt dienen te worden. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000 gebieden.
2.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het bestaat uit gebieden die samen een netwerk vormen door Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. In het NNN geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Naast ongeveer 20 Nationale parken, meren, rivieren en de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee vallen alle Natura 2000 gebieden onder het NNN. De landbouwgebieden worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer.
2.2 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.
2.2.1 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: o Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
5
Ecologische quickscan Gerecht 2-2a Keldonk, BE-0617
o
o
Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.
Als aan deze drie vereisten voldaan is kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn.
2.2.2 EU-Vogelrichtlijn Het doel van de Vogelrichtlijn is het in stand houden van alle natuurlijke, in Europa in het wild levende, vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen, dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'. De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. De EU-Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt: o Het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); o Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); o Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); o Het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); o Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).
Van de soorten die beschermd worden onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature voorkomen op het grondgebied van de Europese Unie. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten. Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing.
2.2.3 EU-Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De EUHabitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden.
2.2.4 Overig beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst (zie bijlage 3). De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die niet in de bijlagen van de Wet natuurbescherming worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
6
Ecologische quickscan Gerecht 2-2a Keldonk, BE-0617 beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.
Tabel: Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming
2.3 Bescherming van houtopstanden De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat, dan valt bos, mits het buiten de bebouwde kom ligt, onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet.
2.4 Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor het in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
7
Ecologische quickscan Gerecht 2-2a Keldonk, BE-0617
3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING
3.1 Huidige situatie De planlocatie is gelegen aan het Gerecht 2-2a, ten zuiden van de kern van Keldonk, in de gemeente Meierijstad. Meierijstad is een gemeente in de provincie Noord-Brabant en heeft een totale oppervlakte van 185,52 km2. De gemeente telt 83.706 inwoners (31 januari 2023) en bestaat uit de plaatsen Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel. Keldonk is een dorp, gelegen in het dal van de Aa, tussen Veghel en Beek en Donk. De planlocatie bevindt zich ten westen van de N279 en de daarnaast stromende Zuid-Willemsvaart. De directe omgeving van de planlocatie bestaat uit een gemengd agrarisch landschap met agrarische bedrijven, agrarisch gerelateerde bedrijven, bos-en tuinbouw en weilanden. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding.
Keldonk
Satellietfoto omgeving plangebied, planlocatie is rood omcirkeld. Bron: Google Earth.
Het plangebied bestaat uit bebouwing, tuin, verharding en grasveld. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied globaal aangegeven.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
8
Ecologische quickscan Gerecht 2-2a Keldonk, BE-0617
Globaal omlijnde planlocatie in blauw, te slopen rundveestal in rood omkaderd. Bron: Google Earth.
3.2 Voorgenomen ontwikkeling Het initiatief bestaat uit een bestemmingswijziging van de planlocatie aan het Gerecht 2-2a te Keldonk. De bestemming “Enkelbestemming: Agrarisch met waarden” wordt gewijzigd naar de bestemming “Bedrijf – agrarisch verwanten technisch hulpbedrijf”. De bestaande stal (600m2) wordt gesloopt. Daarna zal een nieuwe loods (600m2) worden gerealiseerd, voor het stallen van klein materieel. Daarnaast is de initiatiefnemer voornemens om nevenactiviteiten te exploiteren in de vorm van een camping met ongeveer 25 standplaatsen. Het kampeerterrein heeft een omvang van ongeveer 100 meter bij 80 meter. Ten behoeve van de beoogde bedrijfsactiviteiten wenst de wenst de initiatiefnemer de huidige dam, ten westen van het perceel, te verplaatsen. Hierdoor kan er een in- en uitrit gecreëerd worden ten behoeve van de camping en het bedrijfsgebouw. Het verkeer hoeft hierdoor niet direct naast de woning op te rijden. Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid is dit wenselijk. De initiatiefnemer heeft een jong gezin. Hierdoor zijn er regelmatig spelende kinderen op het erf, in de nabijheid van de woning te vinden.
Door het verplaatsen van de bestaande dam kan de bestaande in- en uitrit naast de bedrijfswoning voornamelijk voor privédoeleinden gebruikt worden Het geheel zal landschappelijk worden ingepast, door het realiseren van een dierenweide met een retentievijver enkele solitaire bomen, een schuilhut en een hooiberg van 25m2. Daarnaast wordt het kampeerterrein zo veel mogelijk landschappelijk ingepast met gebiedseigen bomen en planten.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
9
Ecologische quickscan Gerecht 2-2a Keldonk, BE-0617
Bestaande situatie. Bron: Van Dun Advies