CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1a P06456_BP Korstenhof Zuid Boerdonk, Meierijstad_20240906

Raadsvergadering 7 november 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Korstenhof Zuid Boerdonk'32.156 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan

Korstenhof Zuid Boerdonk

Bezoekadres Stadhuisplein 1 5461 KN Veghel Postadres Postbus 10.001 5460 DA Veghel T: 14 0413 E: info@meierijstad.nl W: www.meierijstad.nl IBANnr: NL31 RABO 0171 5811 48

Betreffende

Korstenhof Zuid Boerdonk

Planstatus

vaststelling

Projectnummer

NL.IMRO.1948.BOE0012023P-VG01

Datum

6 september 2024

colofon

projectnaam Bestemmingsplan Korstenhof Zuid, Boerdonk datum 6 september 2024 projectnummer P06456 IMRO-identificatienummer NL.IMRO.1948.BOE0012023P-VG01 opdrachtgever Gemeente Meierijstad Concept 1 november 2023 Ontwerp 12 december 2023 Vaststelling 31 oktober 2024 BRO projectleider JRi projectteam MvDn, MOo, TAu bron kaft BRO R Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl

Toelichting

Bestemmingsplan Korstenhof Zuid, Boerdonk

81

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

5 5 7 9 9

Planbeschrijving

10

2.1 2.2

10 10

Huidige situatie Toekomstige situatie

Beleidskader

16

3.1

Rijksbeleid

16

3.1.1 3.1.2 3.1.3

16 17 17

3.2 3.3

4

Aanleiding Plangebied Vigerend bestemmingsplan Beeldkwaliteitsplan Leeswijzer

Nationale Omgevingsvisie Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ladder voor duurzame verstedelijking

Provinciaal beleid

23

3.2.1 3.2.2

23 24

Omgevingsvisie Noord-Brabant Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

Gemeentelijk beleid

34

3.3.1 3.3.2 3.3.3

34 35 38

Structuurvisie Veghel 2030 Woonvisie Meierijstad Verordening doelgroepen woningbouw Meierijstad

Milieuaspecten

40

4.1

M.e.r.-beoordeling

40

4.1.1 4.1.2

40 40

4.2

4.3

4.4

4.5

4.6

4.7

Toetsingskader Conclusie

Archeologie en cultuurhistorie

40

4.2.1 4.2.2 4.2.3

40 41 44

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Flora en fauna

45

4.3.1 4.3.2 4.3.3

45 45 48

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Waterparagraaf

48

4.4.1 4.4.2 4.4.3

48 51 54

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Bodem

54

4.5.1 4.5.2 4.5.3

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

54 54 56

Bedrijven en milieuzonering

56

4.6.1 4.6.2 4.6.3

56 57 61

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Geur agrarisch

61

4.7.1 4.7.2 4.7.3

61 61 64

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Bestemmingsplan Korstenhof Zuid, Boerdonk

3

4.8

4.9

Akoestiek wegverkeerslawaai

64

4.8.1 4.8.2 4.8.3

64 64 65

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Luchtkwaliteit

65

4.9.1 4.9.2 4.9.3

65 65 66

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

4.10 Externe veiligheid 4.10.1 4.10.2 4.10.3

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

4.11 (Ondergrondse) infrastructuur 4.12 Gezondheid 4.12.1 4.12.2 4.12.3

Volksgezondheid i.r.t. veehouderijen Hoogspanningslijnen Spuitzones

4.13 Verkeer en parkeren 4.13.1 4.13.2 4.13.3

5

6

66 66 68 68

69 70 70 70 70

71

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

71 71 73

Juridische planopzet

74

5.1 5.2 5.3

74 74 76

Inleiding Plansystematiek Bestemmingen

Uitvoerbaarheid

78

6.1 6.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

78 78

6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4

78 78 79 79

Vooroverleg Omgevingsdialoog Inspraak Vaststellingsprocedure

Separate bijlagen Bijlage 1: Regiekaart Bijlage 2: Aanmeldnotitie en vormvrije m.e.r. Bijlage 3: Archeologisch onderzoek Bijlage 4: Quickscan flora & fauna Bijlage 5: Stikstofdepositie berekening Bijlage 6: Watertoets Bijlage 7: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 8: Quickscan Bedrijven en milieuzonering Bijlage 9: Akoestisch onderzoek industrielawaai (sportpark) Bijlage 10: Lichthinderonderzoek Bijlage 11: Geur onderzoek Bijlage 12: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 13: Quickscan externe veiligheid Bijlage 14: Beeldkwaliteitsplan Bijlage 15: M.e.r.-beoordelingsbesluit Bijlage 16: PvE Archeologie Bijlage 17: Omgevingsdialoog Bijlage 18: Afweging oplossingsrichting hwa-structuur Bijlage 19: Beantwoording zienswijzen

Bestemmingsplan Korstenhof Zuid, Boerdonk

4

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

De gemeente Meierijstad is voornemens om de kern Boerdonk uit te breiden in westelijke richting met de woonwijk Korstenhof Zuid. Boerdonk is een kern gelegen in het zuidoosten van de gemeente Meierijstad. Het dorp heeft circa 800 inwoners. De uitbreiding vindt plaats in de buurt van de Pastoor van Schijndelstraat, Geluckweg en Veerstraat. Beoogd wordt om in twee fases maximaal 80 woningen planologisch mogelijk te maken, die met zorg worden ingepast in de omgeving. De gemeente Meierijstad is voornemens om ten westen van Boerdonk gronden, in eigendom van de gemeente, te ontwikkelen tot woningbouwlocatie Korstenhof Zuid. In 2022 heeft de gemeente Meierijstad dit project aangewezen als onderdeel van de versnellingsopgave voor woningbouw. Korstenhof Zuid zal gefaseerd ontwikkeld worden. Voor het projectgebied gelden verschillende bestemmingsplannen: 

Kom Boerdonk, 1974;

Landelijk Gebied, 2002;

Paraplubestemmingsplan Parkeren, 31 januari 2019;

Harmonisatie van diverse regelingen - laaghangend fruit, 27 januari 2021.

Het projectgebied kent op basis van de vigerende bestemmingsplannen verschillende bestemmingen. Een woningbouwontwikkeling is op basis van deze bestemmingsplannen niet mogelijk. Om de ontwikkelingen mogelijk te maken dient het bestemmingsplan te worden herzien. Er dient een bestemmingsplan in procedure gebracht te worden, waarin aangetoond wordt dat het initiatief op de verschillende relevante onderdelen haalbaar is en dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het nieuw juridisch-planologisch kader voor het plangebied.

1.2

Plangebied

Het plangebied omvat gronden gelegen in het westen van de kern Boerdonk, gemeente Meierijstad. Nabij het plangebied zijn sportvelden gelegen. Het plangebied omvat verschillende percelen die kadastraal bekend staan als kadastrale gemeente Erp, sectie S, nummers 1750, 1466, 823, 1780, 1767, 1524, 1434, (ged.) 827, (ged.) 1373. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 33.000 m2. De ligging en begrenzing van het plangebied is indicatief weergegeven in figuur 1.1. De exacte begrenzing volgt uit de verbeelding.

Bestemmingsplan Korstenhof Zuid, Boerdonk

5

Figuur 1.1:

Ligging en begrenzing plangebied Rood omlijnd (bron: Google Maps)

Bestemmingsplan Korstenhof Zuid, Boerdonk

6

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied vormen verschillende bestemmingsplannen het geldende planologisch-juridisch kader, te weten de bestemmingsplannen: 

Kom Boerdonk, 1974;

Buitengebied, 2015;

Paraplubestemmingsplan Parkeren, 31 januari 2019;

Harmonisatie van diverse regelingen - laaghangend fruit, 27 januari 2021.

De gronden gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Kom Boerdonk’ (1974) hebben hoofdzakelijk de bestemming ‘Agrarische doeleinden’ (zie figuur 1.2).

Figuur 1.2 Uitsnede bestemmingsplan ‘’Kom Boerdonk’ (1974)

Bestemmingsplan Korstenhof Zuid, Boerdonk

7

Een gedeelte van het plangebied is gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied’, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Veghel op 22 oktober 2015. Dit gedeelte heeft de bestemming ‘Sport’ met een functieaanduiding en maatvoering. Tevens geldt de dubbelbestemming ‘WaardeArcheologie 2’ en gelden verschillende gebiedsaanduidingen (zie figuur 1.3).

Figuur 1.3 Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied, 2015’ (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Op 27 januari 2021 is het bestemmingsplan ‘Harmonisatie van diverse regelingen – laaghangend fruit’ vastgesteld door de gemeente Meierijstad. Dit bestemmingsplan is een actualisatie en harmonisatie van bestaande regels t.o.v. eerdere bestemmingsplannen. Ten slotte is ook het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’, zoals vastgesteld op 31 januari 2019 door de gemeente Meierijstad vigerend. Het projectgebied kent op basis van de vigerende bestemmingsplannen verschillende bestemmingen. Een woningbouwontwikkeling is op basis van deze bestemmingsplannen niet mogelijk. Om de ontwikkelingen mogelijk te maken dient het bestemmingsplan te worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan stelt de nieuwe planologisch-juridische kaders voor het plangebied en vormt de partiële herziening van het vigerende bestemmingsplan.

Bestemmingsplan Korstenhof Zuid, Boerdonk

8

1.4

Beeldkwaliteitsplan

Naast het bestemmingsplan geldt voor het plangebied een gebiedsgericht beeldkwaliteitsplan. Dit beeldkwaliteitsplan vormt het toetsingskader voor het onderdeel welstand en beeldkwaliteit. Daar waar in het bestemmingsplan ruimtelijk relevante zaken zijn geregeld, zoals het gebruik van gronden, maximale goot- en bouwhoogte en situering van bebouwing, zijn in het beeldkwaliteitsplan kaders gesteld voor het gewenste kwalitatieve beeld. Het gaat hierbij om kaders en randvoorwaarden op het gebied van: 

vormgeving, gevelindeling en architectuur;

materialisering en detaillering;

inrichting van de openbare ruimte.

Het volledige beeldkwaliteitsplan is als bijlage 14 bij deze plantoelichting opgenomen en zal als onderdeel van de gemeentelijke welstandsnota worden vastgesteld.

1.5

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van het plan is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die van belang zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting op de planopzet gegeven. In het laatste hoofdstuk komt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.

Bestemmingsplan Korstenhof Zuid, Boerdonk

9

2

Planbeschrijving

2.1

Huidige situatie

Boerdonk is een van de kerkdorpen in de gemeente Meierijstad en kenmerkt zich door haar decentrale ligging aan de rand van de gemeente. Ruimtelijk wordt het gebied rond Boerdonk begrensd door de Aa en de Boerdonkse Aa in het zuidoosten, de Zuid-Willemsvaart in het zuidwesten en de bossen van ‘t Hurkske in het noordoosten. Boerdonk is een oude nederzetting, die de afgelopen eeuwen in vergelijking met andere dorpen in de voormalige gemeente Veghel weinig gegroeid is. Oorspronkelijk was Boerdonk een gehucht met hoofdzakelijk boerderijen, dat in een paar eeuwen is uitgegroeid tot het huidige dorp. In Boerdonk is de afgelopen jaren weinig gebouwd. Het aantal inwoners in Boerdonk is toegenomen van 775 in 2015 tot 806 in 2023. Vanuit de inwoners van de kern is er duidelijk behoefte om in het eigen dorp te kunnen blijven wonen. Voor het dorp is van belang dat jongeren en starters hun plek kunnen vinden en dat er voldoende mogelijkheden zijn voor senioren om hun eigen sociale omgeving te kunnen blijven wonen. Daarnaast is het voor de leefbaarheid in Boerdonk goed om ook gezinnen aan het dorp te kunnen binden. Er is geen ruimte om de behoefte aan woningen geheel in Boerdonk op te lossen met inbreiding en transformatie. Locaties binnen het bestaand stedelijk gebied van Boerdonk zijn hiervoor vrijwel niet voorhanden.

Dit komt mede door de vrij strakke begrenzing van bestaand stedelijk gebied die voor Boerdonk is opgenomen. Het plangebied is gelegen in de kern Boerdonk en betreft momenteel voornamelijk braakliggend grasland. Aan de westzijde grenst het plangebied aan de sportvelden van Boerdonk en aan de noord-, oost- en zuidzijde aan tuinen van bestaande woningen.

2.2

Toekomstige situatie

Het voornemen is om een gemengd woningbouwprogramma te realiseren dat aansluit bij de Woonvisie Meierijstad en de behoefte in Boerdonk. Met de invulling van het plan met een combinatie van vrijstaande woningen, twee-onder-één-kapwoningen, rug-aan-rugwoningen, geschakelde woningen en nieuwe woonvormen ontstaat een gedifferentieerde wijk in prijscategorieën en in woningtypen. Daarnaast is ook ruimte gereserveerd voor een CPO (collectief particulier opdrachtgeverschap) ontwikkeling. De behoefte hiernaar zal worden gepeild onder inwoners van Boerdonk. Mocht die behoefte er niet zijn, dan kunnen in deze zone vrije kavels worden uitgegeven. De onderhavige ontwikkeling zal gefaseerd plaatsvinden. De locatie Korstenhof Zuid is de uitbreidingslocatie voor tenminste de komende 10 jaar. Stedenbouwkundige opzet Er is een concept stedenbouwkundig plan (zie figuur 2.1) opgesteld en er is een beeldkwaliteitsplan opgesteld (zie bijlage 14). Het stedenbouwkundige plan vormt een eerste concept en ligt nog niet vast. Ook wijzigingen in woningtypologie en woningaantallen zijn in beperkte mate mogelijk indien de marktwerking of woningbouwprogramma daarom vraagt. Voor de opzet van het stedenbouwkundig plan is aansluiting gezocht bij de ruimtelijke karakteristieken in de omgeving.

Zo wordt er gewerkt met straatjes en steegjes, kennen de bouwmassa’s een dorpse maat en schaal en is er sprake van veel ruimte voor groen en water. Zie ook de lagenbenadering in paragraaf 3.2.2.

Bestemmingsplan Korstenhof Zuid, Boerdonk

10

Figuur 2.1 Concept stedenbouwkundig plan, verkaveling indicatief (bron: gemeente Meierijstad)

In totaal omvat het richtprogramma gezamenlijk 74 woningen. In het bestemmingsplan zijn maximaal 80 woningen mogelijk gemaakt zodat er nog enige ruimte is om in te spelen op wijzigingen in de woningbehoefte en te kunnen optimaliseren, mocht daar behoefte aan bestaan. Het plangebied wordt voor gemotoriseerd verkeer ontsloten vanaf de Pastoor van Schijndelstraat aan de noordzijde van het plangebied. Hier wordt een nieuwe entree gemaakt. Voor langzaamverkeer zijn er, naast de entree vanuit de Pastoor van Schijndelstraat verbindingen met de Veerstraat en de Geluckweg voorzien. De inbreiding van Boerdonk heeft voor een orthogonaal stratenpatroon gezorgd. De verbinding tussen deze lijnen wordt verbeterd door het toevoegen van deze steegjes. Deze verbindingen zorgen voor attractieve ‘ommetjes’ voor bewoners van de nieuwe

Bestemmingsplan Korstenhof Zuid, Boerdonk

11

buurt en bewoners van Boerdonk. De steegjes zijn voornamelijk bedoeld voor voetgangers en voor hulpdiensten. Het stedenbouwkundig plan is ruim opgezet met veel groene, openbare ruimte. De structuur van Boerdonk is duidelijk. Er zijn twee linten die aan de rand van het dorp samenkomen. Deze linten worden orthogonaal met elkaar verbonden. De orthogonale, licht gebogen en gedraaide wegenstructuur wordt voorgezet en er worden ‘straatjes’ gemaakt. Aan deze straatjes komen verschillende type woningen te staan. De bebouwing is over het algemeen één laag met kap. Rijwoningen en twee onder een kap woningen komen in het huidige Boerdonk slechts incidenteel voor. Gelet op de kwalitatieve en kwantitatieve woningbouwopgave zal een substantieel deel van de nieuwe bebouwing uit rijwoningen en – wanneer twee rijen achter elkaar worden geplaatst – in rug-aan-rugwoningen bestaan. Door de rijen niet te lang te maken (maximaal 7 – en bij rugaan-rug maximaal 6 woningen) en de goothoogte laag te houden, ontstaat een typologie die qua hoofdvorm een afgeleide van een langgevelboerderij is. Dit type komt in Boerdonk veelvuldig voor en wordt ook binnen het plangebied geïntroduceerd. De typologieën zijn als volgt over het gehele plangebied verdeeld: 

Vrijstaande woningen, twee-onder-één-kapwoningen, geschakelde woningen en rijenwoningen zijn in het gehele plangebied toegestaan;

Rug-aan-rug woningen zijn overal toegestaan met uitzondering van de oostrand langs de Geluckweg.

De bebouwing aan zijde van de Pastoor van Schijndelstraat is divers van vorm, maar niet van functie. Oude boerderijen zijn hier verbouwd tot eengezinswoningen. Hierop wordt aangesloten door langgeveltypologieën te introduceren. Richtprogramma woningbouw Het indicatieve richtprogramma met 74 woningen is als volgt onderverdeeld:

Figuur 2.2: Richtprogramma en tabel grondgebruik (Bron: gemeente Meierijstad)

Hierbij wordt opgemerkt dat het plan enige flexibiliteit toestaat in de woningtypologie en aantallen. Het bestemmingsplan geeft de mogelijkheid om maximaal 80 woningen te bouwen. Hiervoor genoemde aantallen woningen per soort zijn derhalve indicatief. Wel wordt vastgehouden aan de volgende percentages voor de woningtypologie. Deze verdeling volgt uit de Woonvisie Meierijstad 2018 en de actualisatie daarvan: 

Sociale huur: minimaal 30%;

Bestemmingsplan Korstenhof Zuid, Boerdonk

12

Middeldure huur: minimaal 10%;

Goedkope koop: minimaal 15%;

Middeldure koop: minimaal 20%.

Om de hoofduitgangspunten op gebied van stedenbouw en planologie te kunnen duiden is een regiekaart opgesteld, deze is te zien in figuur 2.3. De regiekaart geeft aan wat de ruimtelijke kaders zijn voor de ontwikkeling van het plangebied. In de regiekaart zijn de volgende uitgangspunten opgenomen: 

een zone waarin rug-aan-rug woningen zijn uitgesloten aan de zijde van de Geluckweg;

een groenzone met enkele parkeerkoffers aan de zijde van de sportvelden;

een entree voor gemotoriseerd verkeer aan de zijde van de Pastoor van Schijndelstraat;

afstanden van standaard 8 meter tot de achterste perceelgrenzen en bij uitzondering 6 meter;

een bouwhoogte van maximaal 1 bouwlaag met schuine kap en incidenteel 1,5 tot 2 bouwlagen met schuine kap;

langzaam verkeerverbindingen aan de zuid- en oostzijde van het plan;

een indicatieve geluidcontour ten behoeve van gevelmaatregelen voor naar de sportvelden gekeerde gevels van woningen.

De regiekaart is hieronder opgenomen en tevens als bijlage 1 bij deze plantoelichting gevoegd.

Figuur 2.3: Regiekaart

Bestemmingsplan Korstenhof Zuid, Boerdonk

13

Openbare ruimte en groen In het plan is ruimte voor autoparkeerplaatsen o.a. in parkeerkoffers in het openbare gebied en de overige parkeerbehoefte wordt op eigen terrein opgevangen. De parkeerbehoefte wordt hiermee binnen het plangebied opgevangen. In paragraaf 4.13 wordt verder ingegaan op het aspect parkeren. De structuur van de directe omgeving van het plangebied wordt in sterke mate bepaald door groene elementen. Belangrijk is de laanbeplanting langs de omringende wegen. Dit zijn overwegend zomereiken (Veerstraat en Boerdonksedijk), met daarnaast beuk op de Pastoor van Schijndelstraat en els en linde op de Geluckweg. Deze laanbeplantingen zijn ook op de gemeentelijke Groene Kaart (zie figuur 2.4) als ‘waardevol’ aangemerkt. Ze maken onderdeel uit van het historisch dorpspatroon en zijn als zodanig onderdeel van de hoofdgroenstructuur. Ook is er een ecologische waarde aan toe te kennen. Voor het kappen, aantasten of rooien van bomen die in het structuurvlak staan en die bovendien voldoen aan de criteria in de Bomenverordening van Meierijstad is een omgevingsvergunning nodig. Een vergunning zal nodig zijn voor de aanleg van de entree aan de Pastoor van Schijndelstraat en deze zal ten tijde van het bouw- en woonrijp maken aangevraagd worden. Door langs de nieuwe ontsluitingsweg brede bermen aan te leggen, ontstaat ruimte voor de aanplant van straatbegeleidende bomen.

Ter plaatse van het beoogde steegje naar de Geluckweg staan geen bomen. Hier is al ruimte gereserveerd voor een toekomstige verbinding vanuit de Geluckweg naar het nieuwe woongebied. Ter plaatse van het beoogde steegje naar de Veerstraat staan enkele bomen, maar deze staan vrij ver uit elkaar, waardoor het waarschijnlijk mogelijk is zonder het kappen van een boom hier de langzaam verkeersverbinding te realiseren.

Figuur 2.4 Uitsnede Groene kaart (bron: gemeente Meierijstad)

Bestemmingsplan Korstenhof Zuid, Boerdonk

14

Binnen het plangebied zelf zijn ook enkele bomen aanwezig, maar deze kennen geen bijzondere status of waarde zoals volgt uit de Groene Kaart. Wel zal worden bekeken in hoeverre bestaande bomen in te passen zijn in de verkaveling. Concreet valt daarbij de denken aan een gedeelte van het eikenbosje aan de noordwestzijde van het plangebied. Het aangrenzende sportterrein is afgeschermd met groene elementen. Enkele van deze begrenzingen bevatten opvallende solitairen, overwegend eiken met een doorsnede van circa 40 cm, met in het hart van de sportvelden een heestermengsel met lindes in de boomlaag. Ook bij het clubhuis staat een linde van deze omvang. Tussen de sportvelden en het woongebied komt een robuuste groenstrook met een dichte bomenrij. De sportvelden worden zo door groen omzoomd. Er is tussen deze groenzone en het voetbalveld een zone voor publiek en beheer voorzien. De huidige groenstructuur binnen in het plangebied zelf biedt te weinig aanleiding om hier op aan te sluiten met het verkavelingsplan. De groene zones die in het hart van het plangebied komen en de randen (met name aan de zuidoost- en oostkant) hebben een structurerende rol en een waterbergende functie. Tevens spelen ze een rol voor recreatie. Verschillende functies binnen de groenzones moeten dan ook op een efficiente wijze worden gecombineerd. Er moet ruimte zijn voor een wadi’s en speelvoorzieningen.

De groenzones worden vooral ingericht met gras en solitaire bomen.

Bestemmingsplan Korstenhof Zuid, Boerdonk

15

3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

In het kader van de invoering en inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Welke per 11 september 2020 in werking is getreden. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. In het kader van de nahangprocedure kunnen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) nog opmerkingen en wensen van de Tweede Kamer worden verwerkt. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet (staat nu gepland voor 1 januari 2024) komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met ambities. Ook worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving.

Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen.

Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig; 2. Kenmerken & identiteit; 3. Afwentelen voorkomen.

Bestemmingsplan Korstenhof Zuid, Boerdonk

16

Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht, welke ‘nationale belangen’ genoemd worden. De NOVI richt zich op 21 nationale belangen. Deze worden geografisch weergegeven via de Nationale hoofdstructuur. De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen. Hierdoor kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Doorwerking plangebied De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen. Hierdoor kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Het onderhavige plan omvat geen ontwikkelingen die in strijd zijn met de nationale belangen en waar de NOVI op van invloed is. Bovendien is er sprake van een toename aan woningen, inclusief sociale woningen daarmee sluit de ontwikkeling op het streven van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening om 900.000 woningen te bouwen tot en met 2030, waarvan er 600.000 woningen betaalbaar moeten zijn. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Omgevingsvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de NOVI die juridische borging vragen, zijn geborgd in het Barro. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. In de NOVI wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Doorwerking plangebied Zoals al in voorgaande paragraaf bij de NOVI is aangegeven, is er geen sprake van nationale belangen in het plangebied en voor de voorgestane ontwikkelingen. Het Barro bevat daarom ook geen kaderstellende uitspraken voor het plangebied.

3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn. 1

1

O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).

Bestemmingsplan Korstenhof Zuid, Boerdonk

17

Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking plangebied Uit jurisprudentie blijkt dat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling wanneer een plan voorziet in meer dan 11 woningen. Onderhavig plan voorziet in de realisatie van maximaal 80 woningen in Boerdonk. De ontwikkeling is tevens aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling, aangezien ten opzichte van het huidige planologische regime wordt voorzien in zowel een functiewijziging als in nieuw planologisch ruimtebeslag2. Gelet op hetgeen is verwoord in de voorgaande alinea is het noodzakelijk om de Ladder voor duurzame verstedelijking te doorlopen.

Hiertoe is een behoefteonderbouwing opgenomen in onderstaande alinea’s. Passend binnen beleidskaders Het initiatief past binnen de gestelde beleidskaders en draagt bij aan de beleidsdoelstellingen van Rijk, provincie, regio en gemeente: 

De provincie Noord-Brabant streeft naar duurzame verstedelijking en ziet nieuwe woonontwikkelingen bij voorkeur landen binnen bestaand stedelijk gebied. De beoogde locatie van het initiatief ligt gedeeltelijk binnen en gedeeltelijk buiten bestaand stedelijk gebied. Verderop in deze paragraaf wordt de ligging van de ontwikkeling nader toegelicht, conform de uitgangspunten van de ladder.

Op regionaal niveau is extra aandacht voor het ontwikkelen van voldoende sociale huurwoningen en middeldure huurwoningen. Het initiatief sluit aan op deze kaders door beide type woningen te realiseren. Grote(re) uitbreidingslocaties dienen (in de ontwerpfase) regionaal, zowel kwantitatief als kwalitatief, afgestemd te worden. Het plan voor is regionaal besproken en akkoord bevonden.

De ontwikkeling sluit aan bij de gemeentelijke woonvisie en de speerpunten voor woningbouw in Meierijstad. Het betreft namelijk een ontwikkeling die goed aansluit bij het gewenste woningbouwprogramma van de gemeente. De diversiteit van het woningbouwprogramma speelt bovendien in op specifieke woonbehoeften en draagt bij aan een diverse bevolkingssamenstelling.

Met het initiatief wordt een impuls gegeven aan de woningvoorraad in de gemeente. Deze impuls sluit aan op de gestelde ambitie van de gemeente voor het realiseren van 400 woningen per jaar, en op uitbreidingslocaties nog eens 200 tot 300 woningen extra per jaar.

De ontwikkeling Korstenhof in Boerdonk maakt onderdeel uit van de plannen die zijn meegenomen in de Regionale Woondeal. Inmiddels is het woningaantal binnen het plan wel wat hoger dan in de woondeal is opgenomen. Het plan voldoet aan tweederde betaalbaar. De Woonvisie Meierijstad is leidend, waarmee ook de tweederde betaalbaar is geborgd. Aanvullend is onderzocht of er in plaats van 25% ook 30% sociale huur kan worden gerealiseerd en dit laatste percentage is ook opgenomen als randvoorwaarde.

2

Zie o.a. ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724.

Bestemmingsplan Korstenhof Zuid, Boerdonk

18

Kwantitatieve behoefte De gemeenteraad van de gemeente Meierijstad heeft op 5 juli 2018 de ‘Woonvisie Meierijstad 2018’ vastgesteld. In 2021 is het Actieplan woningbouw vastgesteld. Dit vormt een addendum op de Woonvisie 2018. Het Actieplan woningbouw 2021 geeft aan hoe de gemeente om wil gaan met de hogere woningbouwprognoses die door de provincie zijn afgegeven voor de gemeente en hoe de gemeente dit wil combineren met het versnellen van de woningbouwproductie. De ontwikkelstrategie per kern was een bijlage van hoofdstuk 1.3 Woningbouwplannen in de kernen van het actieplan wonen 2021. In dit hoofdstuk staat het onderstaande. In de ‘Woonvisie Meierijstad 2018’ is ervoor gekozen om de verstedelijkingsopgave aan de kern Veghel toe te kennen en om de behoefte voor eigen bevolkingsontwikkeling in kwantitatief opzicht evenredig toe te kennen aan de 13 kernen. In de basis blijft de gemeente deze principes volgen, maar de programmering wordt meer lucht gegeven door flexibeler te zijn en meer in te spelen op kansen en mogelijkheden. Dit gebeurt als volgt: 1. De gemeente handhaaft het uitgangspunt dat in alle kernen gebouwd kan worden. 2. Het aantal te bouwen woningen in iedere kern is minimaal het aantal woningen dat genoemd is in de woonvisie 2018.

Boven deze aantallen wordt flexibeler omgegaan met de evenredige verdeling van woningen over de kernen en wordt meer op gemeentelijk niveau gestuurd. Daarbij wordt gelet op lokale mogelijkheden en kansen. In feite formaliseert de gemeente daarmee het uitgangspunt uit de woonvisie, dat er een verevening tussen kernen kan plaatsvinden als blijkt dat er extra bouwmogelijkheden in een kern zijn. Zo wordt een remmende werking voorkomen doordat in een bepaalde kern het aantal bouwplannen achterblijft op het evenredige gemiddelde. 3. Continueren van de huidige werkwijze van flexibeler werken en hanteren van bandbreedtes in woningbouwprogrammeringen. In veel kernen leidde dit namelijk tot het haalbaar maken van gebiedsontwikkelingen. Er wordt dus niet gestuurd op een absoluut woningbouwaantal, maar er wordt gelet op lokale mogelijkheden en kansen. De woningbouwprogrammering per kern wordt regelmatig geüpdatet. In juni 2022 is een actualisatie ontwikkelstrategie per kern opgesteld. Voor Boerdonk is Korstenhof aangewezen als een woningbouwlocatie (zie figuur 3.1). In het Actieplan is ingezet op een toevoeging van circa 67 woningen in de kern Boerdonk in de komende 15 jaar. Er zijn inmiddels 17 woningen gerealiseerd. Daarnaast is reeds een harde plancapaciteit van 4 woningen en is er één plan in voorbereiding van 19 woningen (Pastoor van Schijndelstraat).

Daarmee blijft er voor de kern Boerdonk een plancapaciteit van circa 27 woningen over. Korstenhof fase 1 kent circa 43 woningen. En kan daarmee goed voorzien in de vastgestelde behoefte. De 2 e fase van Korstenhof kent nogmaals circa 30 woningen en is er op gericht om ook op langere termijn in de behoefte te kunnen voorzien. Naar gelang de behoefte van het dorp zich ontwikkelt, kan worden besloten fase 2 op te starten. In het bestemmingsplan is een maximaal aantal van 80 woningen opgenomen om zo flexibel en adequaat te kunnen inspelen op veranderingen in de markt. In het Actieplan Woningbouw is afgesproken om daar waar zich kansen voordoen om de woningbouw te versnellen, deze te grijpen. Voor Boerdonk is Korstenhof aangeduid als versnellingslocatie omdat dit een eigen grondpositie betreft en daarnaast ook ruimtelijk gezien de juiste kansen biedt. Met dit plan wordt de kern op een kwalitatieve wijze ‘afgerond’, met een hoogwaardig stedenbouwkundig milieu. Dat verklaart mede waarom een geringe overschrijding van 16 woningen met de behoefte voor het dorp acceptabel wordt geacht. Dit zal naar verwachting een aantrekkende werking op het dorp hebben, maar dat is mede nodig omdat in andere kernen minder versneld kan worden.

Bestemmingsplan Korstenhof Zuid, Boerdonk

19

In de totale programmering (Meierijstad breed) is nog voldoende ruimte en is de opgave om zachte plannen zo spoedig mogelijk naar hard te brengen en gereed te maken. Wanneer fase twee ook gereed wordt gemaakt (op termijn en gefaseerd over een termijn van circa 10 jaar) kan Korstenhof voor de lange termijn voorzien in de behoefte voor Boerdonk. Omdat de locatie in eigendom van de gemeente is kan er optimaal gestuurd worden op fasering en kunnen de marktontwikkelingen worden gevolgd.

Figuur 3.1 Woningbouwlocaties Boerdonk (bron: Actualisatie ontwikkelstrategie per kern, juni 2022, gemeente Meierijstad)

In de gemeente Meierijstad én in het secundaire verzorgingsgebied is er behoefte aan uitbreiding van de woningvoorraad. Uit de bevolkings- en woningprognose van de provincie Noord-Brabant blijkt er een woningbehoefte te zijn van 5.750 woningen tot 2040. Prognoses gaan er daarnaast vanuit dat er na 2040 nog meer woningen in gemeente Meierijstad nodig zijn. De provinciale woningbouwprognoses tonen dus aan dat er een aanzienlijke woningbouwopgave ligt. Die opgave blijkt ook duidelijk uit de huidige urgentie op de woningmarkt. In de periode tot 2030 neemt de bevolking en het aantal huishoudens in de gemeente Meierijstad en de regio toe. Deze stijging vraagt om een groei van de woningvoorraad. Zoals hierboven aangegeven is als afgeleide van de bevolkings- en huishoudensontwikkeling een raming gemaakt van de kwantitatieve woningbehoefte in de gemeente Meierijstad van circa 5.750 woningen in de periode 2020-2030. De kwantitatieve behoefte aan woningen kan tevens in beeld worden gebracht aan de hand van de cijfers uit de ‘De bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant: Actualisering 2020’ van de provincie NoordBrabant. In navolgende tabellen zijn beide prognoses weergegeven. De verwachte toename in bevolkingsaantal en woningbehoefte is vervolgens in procenten berekend aan de hand van deze cijfers. Op basis van

Bestemmingsplan Korstenhof Zuid, Boerdonk

20

de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose van de provincie Noord-Brabant kan worden geconcludeerd dat aannemelijk is dat binnen de gemeente Meierijstad plaats is voor de toevoeging van nieuwe woningen. Per 1 april 2023 heeft gemeente Meierijstad een harde plancapaciteit van 1.469 woningen en nog een resterende behoefte van 4.195 (op basis van de provinciale behoefte). De woningbouwontwikkeling Korstenhof in Boerdonk past hier dus nog ruimschoots binnen. Middels de realisatie van circa 74 (maximaal 80) woningen wordt een bijdrage geleverd aan de woningbouwopgave voor de gemeente Meierijstad en de kern Boerdonk in het bijzonder. Er wordt voorzien in zowel een kwantitatieve als een kwalitatieve behoefte. Tabel 3.1: Woningbehoefte gemeente Meierijstad en subregio ’s-Hertogenbosch tot 2030 Jaar

2020

2025

2030

Toename 2020-2030

Woningbehoefte Meierijstad

34.545

34.465

38.170

10,49%

Woningbehoefte subregio ‘s-Hertogenbosch

188.285

198.725

208.625

10,80%

Tabel 3.2: Bevolkingsaantallen gemeente Meierijstad en subregio ‘s-Hertogenbosch tot 2030 Jaar

2020

2025

2030

Toename 2020-2030

Bevolkingsaantal Meierijstad

81.195

83.475

85.740

5,60%

Bevolkingsaantal subregio ‘s-Hertogenbosch

423.920

426.200

448.455

5,79%

Kwalitatieve behoefte In de gemeentelijke woonvisie is tevens de kwalitatieve woningbehoefte verwoord. De gemeente geeft hierin aan dat op korte termijn behoefte is aan allerlei typen woningen uit verschillende prijsklassen. In het samenwerkingsverband met regio Noordoost Brabant is in 2019 een woonwensenonderzoek uitgevoerd. In maart 2020 is hiervan de definitieve rapportage gepubliceerd.  Inwoners van Meierijstad willen veelal in Meierijstad blijven wonen. 86% van de zelfstandig wonende huishoudens is (zeer) tevreden over hun woning en woonomgeving. 67 % van de verhuis-geneigde starters en 81% van de verhuis-geneigde doorstromers. Met name in of nabij het centrum wonen is gewenst.  74% van der 65-plussers wil zo lang mogelijk in de eigen woning blijven wonen en slechts 5% van hen verwacht te moeten verhuizen als de gezondheid achteruit gaat. 26% van de 65-plussers wil verhuizen naar een woning met zorgfaciliteiten.  Het aantal spoedzoekers (mensen die dringend op zoek zijn naar een andere woning) blijkt onder doorstromers (zeer) beperkt. Het aantal spoedzoekers dat een tijdelijke woning zou accepteren ligt rond de 280.  23% van de eigenaar-bewoners denkt de komende 2 jaar energiebesparende maatregelen te nemen.

Bestemmingsplan Korstenhof Zuid, Boerdonk

21

Er is een grote interesse in bijzondere woonvormen onder mensen met een verhuiswens. Starters en doorstromers noemen met name zelfbouw op een eigen kavel, zelfbouw in een project (CPO) en transformeren van vastgoed als gewenste woonvormen. Doorstromers vanaf 65 jaar hebben met name interesse voor kleinschalige woonzorgprojecten, wonen met gelijkgestemden of wonen met gemeenschappelijke voorzieningen.

Wanneer de vraag uit het onderzoek over het huidige aanbod van Meierijstad wordt gelegd, wordt duidelijk waar de komende jaren de aandacht naar uit zou moeten gaan. Op hoofdlijnen sluit dit beeld aan bij de huidige woonvisie en de doorvertaling daarvan in onder meer de woningbouwprogrammering en het plan van aanpak om de woningbouw te versnellen. Zo is er behoefte aan o.a.:  huurappartementen, zowel voor starters als voor doorstromers;  betaalbare huurwoningen, zowel voor starters als voor doorstromers;  betaalbare koopwoningen, met name voor starters;  middeldure huurwoningen;  kleinere woningen, zowel in koop- als huursector, appartementen en grondgebonden. Met de ontwikkeling wordt ingespeeld op de kwalitatieve behoefte. Met de beoogde ontwikkeling wordt een divers woongebied gerealiseerd, zo worden er ten minste 30% sociale huurwoningen gerealiseerd. Daarnaast worden er middeldure huurwoningen, goedkope, middeldure en dure koopwoningen gerealiseerd, waarbij de volgende verdeling in de planregels is vastgelegd: 

Sociale huur: minimaal 30%;

Middeldure huur: minimaal 10%;

Goedkope koop: minimaal 15%;

Middeldure koop: minimaal 20%.

Er worden woningen gebouwd in verschillende prijsklassen voor verschillende doelgroepen. Het initiatief om in twee fasen netto circa 74 (maximaal 80) woningen toe te voegen ten opzichte van het huidige bestemmingsplan voorziet in een kwalitatieve behoefte. Bestaand stedelijk gebied en buiten bestaand stedelijk gebied Voor de onderbouwing via de Ladder is relevant of de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt binnen of buiten het bestaand stedelijk gebied. Het plangebied maakt onderdeel uit van zowel stedelijk gebied als niet-stedelijk gebied. Het initiatief geldt gedeeltelijk als een nieuwe stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied. Hieronder zal worden toegelicht waarom er niet in stedelijk gebied van Boerdonk in deze behoefte kan worden voorzien: 

Een deel van het plangebied heeft in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (vastgesteld op 22 oktober 2015) de bestemming ‘Sport’. Dit kan gezien worden als een stedelijke functie.

Het plangebied ligt tegen het bestaand stedelijk gebied aan, namelijk aan een woongebied. Hierdoor is geen sprake van een ‘solitaire’ ontwikkeling. Met de toevoeging van woningbouw op dit kavel wordt het stedelijk gebied van de kern Boerdonk iets uitgebreid.

Binnen het bestaand stedelijk gebied van de kern Boerdonk zijn geen andere locaties in het stedelijk gebied beschikbaar waar ruimte is voor de ca. 74 (maximaal 80) nieuwe woningen. Het plangebied biedt de meest geschikte mogelijkheid om te voldoen aan de woningbehoefte in Boerdonk, omdat er fysiek ruimte is en deze locatie tegen het bestaand stedelijk gebied aan ligt. Andere locaties waar woningbouw fysiek mogelijk zou zijn, bevinden zich ook buiten het bestaand stedelijk gebied.

Bestemmingsplan Korstenhof Zuid, Boerdonk

22

De beoogde locatie sluit aan bij het beleid van de gemeente Meierijstad. De gemeente zet in op het realiseren van woningbouw, zoveel mogelijk aansluitend aan bestaande woongebieden in de dorpen.

Daarnaast valt het plangebied (gedeeltelijk) binnen de door de provincie afgebakende gebiedsaanduiding ‘verstedelijk afweegbaar’. Dit betekent dat in dit gebied een ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen kan worden gerealiseerd mits het bestemmingsplan het toestaat en er geen andere beschikbare en geschikte ruimte is.

Geen onaanvaardbare leegstandseffecten Het is niet de verwachting dat er als gevolg van het realiseren van de woningbouw onaanvaardbare leegstandseffecten zullen optreden. De woningbehoefte is immers dusdanig groot dat ook na het realiseren van het planinitiatief behoefte blijft bestaan voor het realiseren van nieuwe woningen. Gelet op hetgeen beschreven is in de voorgaande alinea’s is de behoefte in voldoende mate aangetoond en is de Ladder voor duurzame verstedelijking succesvol doorlopen.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant

Provinciale Staten hebben op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? De provincie wil het gesprek over stedelijke ontwikkeling dat in de afgelopen decennia werd gedomineerd door de vraag: ‘wat moeten we nog toevoegen’, ombuigen naar het gesprek over: ‘welke opgave en kansen liggen er in het bestaand stedelijk gebied en de bestaande gebouwenvoorraad?’ Duurzame verstedelijking De toenemende verschillen binnen Brabant maken het des te belangrijker om op het niveau van het daily urban system goed samen te werken en keuzes te maken. Het daily urban system is het gebied waarin een inwoner zich dagelijks verplaatst vanwege werk, voorzieningen en sociale contacten. Uitbreiding van het bestaande stedelijk gebied in steden en dorpen is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag.

Herbestemmen is het nieuwe bouwen: Als gevolg van economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen staan de steden en dorpen van Brabant steeds vaker voor (omvangrijke) herbestemmings- en transformatieopgaven in hun bebouwde gebied. Hier liggen interessante kansen voor het toekomstbestendig maken van het stedelijk gebied en ook voor het creëren van ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen en voor woningbouw! De komende 10 jaar ligt er een forse woningbouwopgave (ca 120.000 woningen), daarna loopt de woningbouwopgave in omvang terug. Dat betekent dat we komende 10 jaar dé kans hebben om de kwaliteit van het stedelijk gebied op orde te brengen en de leegstand aan te pakken. De provincie brengt met haar partners de transformatiepotenties in beeld en onderzoeken gezamenlijk hoe deze opgaven kunnen worden aangepakt. Er wordt bijgedragen aan de realisering van grote, complexe transformatieopgaven.

Bestemmingsplan Korstenhof Zuid, Boerdonk

23

Doorwerking plangebied De beoogde woningbouw heeft geen invloed op de vier opgestelde ambities. Wel moet deze ontwikkeling in lijn zijn met de basisopgave waarin een veilige, gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit centraal staan. In hoofdstuk 4 wordt onderbouwd waarom de beoogde ontwikkeling geen negatieve invloed heeft op deze drie aspecten en waarom deze aspecten anderzijds geen belemmering vormen voor de ontwikkeling zelf. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat deze omgevingsvisie geen belemmering vormt voor onderhavig plan. Nadere regels van de provincie Noord-Brabant voor ruimtelijke projecten zijn opgenomen in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op deze Omgevingsverordening. 3.2.2

Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening vastgesteld, deze is in april 2022 geactualiseerd en in augustus 2023 voor de laatste keer geconsolideerd. De Interim Omgevingsverordening vormt het toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant. De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. Daarom is er gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot een interim Omgevingsverordening. Het is een ‘interim’ Omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim Omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening nog niet allemaal zijn verwerkt in de Interim Omgevingsverordening. De Interim Omgevingsverordening vervangt zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening Ruimte 2014. De verordening bestaat uit kaartmateriaal en regels waarmee gemeenten rekening moeten houden bij het opstellen van ruimtelijke plannen.

Doorwerking plangebied Het plangebied is volgens de bijbehorende kaart gedeeltelijk gelegen binnen ‘stedelijk gebied – landelijke kern’ en gedeeltelijk binnen ‘verstedelijking afweegbaar’, zie figuur 3.2. Daarnaast geldt voor het plangebied de aanduiding ‘Stalderingsgebied’. Met onderhavige ontwikkeling is er geen sprake van de bouw van een dierenverblijf voor hokdieren, derhalve heeft de aanduiding ‘Stalderingsgebied’ geen gevolgen.

Bestemmingsplan Korstenhof Zuid, Boerdonk

24

Figuur 3.2 Uitsnede Interim Omgevingsverordening (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Fase 1: deel plangebied gelegen in Stedelijk gebied Stedelijk gebied – landelijke kern Het plangebied is gedeeltelijk gelegen in het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied – landelijke kern’, zie figuur 3.2. Onderstaand artikel is van toepassing. Artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c.

geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie;

d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f.

draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie.

Bestemmingsplan Korstenhof Zuid, Boerdonk

25

Een gedeelte van het plangebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied, waar stedelijke ontwikkelingen zijn toegestaan. De voorgenomen ontwikkeling is regionaal afgestemd. De Provincie en de regio zijn akkoord met de ontwikkeling van Korstenhof in Boerdonk. Uit de uitgevoerde toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking blijkt dat er in kwantitatieve en kwalitatieve zin een behoefte is aan de woningen (zie paragraaf 3.1.3). Onderhavig planvoornemen kan gezien worden als stedelijke ontwikkeling want het betreft een projectmatige uitbreiding van de kern Boerdonk. Het is een uitbreiding tussen de bestaande kern en het bestaande sportveld wat ook een stedelijke functie is. Dit plan is in lijn met de wenselijke uitbreidingsvisie van Boerdonk welke in de structuurvisie ‘Veghel 2030’ is beschreven. Korstenhof is in het gemeentelijk beleid aangeduid als versnellingslocatie omdat naast dat het een eigen grondpositie betreft, ook ruimtelijk gezien de juiste kansen biedt. Met dit plan wordt de kern op een kwalitatieve wijze ‘afgerond’, met een hoogwaardig stedenbouwkundig milieu. Ruimtelijke ontwikkelingen in Boerdonk moeten bijdragen aan het versterken van de hoofdstructuur en de dorpse sfeer van de kern. Beperkte inbreiding langs de beide historische bebouwingslinten heeft daarbij prioriteit.

Dorpsuitleg zal voort moeten spelen op het ingezette stramien van de dwarswegen tussen de historische bebouwingslinten. In eerste instantie door aan te breiden aan de Geluckweg en zo nodig langs op de langere termijn door een nieuwe dwarsweg aan te leggen. Voor de dorpse sfeer van Boerdonk is het erg belangrijk dat tussen de woningen voldoende ruimte behouden blijft, om zich te houden op het omringde landschap. Door het aanbrengen van een robuuste groenstructuur tussen de laatste woning van de Veerstraat (noordzijde), is er sprake van een duidelijke afronding van de kern Boerdonk (zie landschappelijke inpassing in figuur 3.4). Het plan betreft gedeeltelijk een inbreidingsplan. In de planuitwerking zal rekening worden gehouden met duurzaamheid en de energietransitie. De bouwplannen zullen voldoen aan de wettelijke eisen op gebied van duurzaam. De woningen worden BENG gebouwd. Daarnaast moet de ontwikkeling voorzien in een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving, deze onderwerpen worden behandeld in hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten. Het plan wordt landschappelijk ingepast, voor een andere uitwerking wordt verwezen naar hoofdstuk 2. De voorgestane ontwikkeling is in overeenstemming met de regels uit de Interim Omgevingsverordening.

Fase 2: deel plangebied gelegen in Verstedelijking afweegbaar Verstedelijking afweegbaar Het gedeelte van het plangebied is in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant aangeduid als ‘Verstedelijking afweegbaar’ (zie figuur 3.1). Een onderbouwing lagenbenadering en afstemming met de provincie is daarom nodig. Tevens is het van belang dat de woningbouwlocatie regionaal is afgestemd. Artikel 3.43 Afwijkende regels Verstedelijking afweegbaar. In afwijking van Artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling, eerste lid, kan een bestemmingsplan, ter plaatse van Verstedelijking afweegbaar voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling als: a. binnen Stedelijk Gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; b. transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; c.

de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken;

d. de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied.

Bestemmingsplan Korstenhof Zuid, Boerdonk

26

In de onderbouwing aan de hand van de ladder voor duurzame verstedelijking (zie hiervoor paragraaf 3.1.3) komt de toetsing aan deze voorwaarden van artikel 3.43 IOV aan bod. De kwantitatieve woonbehoefte in de regio is aangetoond in de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Het plangebied ligt niet geheel binnen bestaand stedelijk gebied. In de ‘structuurvisie Veghel 2030’ (vastgesteld d.d.19 december 2013) is het gebied aangeduid als ‘Woningbouwlocaties kerkdorpen (voldoende speelruimte tot 2030)’ en ‘Reservelocaties kerkdorpen (eventueel aanvullend tot 2030)’. Binnen het bestaand stedelijk gebied van kern Boerdonk zijn geen andere locaties beschikbaar. In het Actieplan woningbouw (2021) geeft de gemeente aan dat zij verwachten dat de kleinere, reguliere plannen in eenzelfde bouwtempo als nu zullen worden voortgezet. Daarmee moet de gemeente het huidige gemiddelde van zo’n 400 nieuwe woningen per jaar kunnen blijven realiseren. Om echter de ambitie van 600 woningen per jaar te kunnen waarmaken, zet de gemeente actief in op bestaande uitbreidingsplannen en plannen in de versnellingsacties. Daarmee gaat de gemeente de wachtlijsten korter maken, de grote druk op de midden-huurwoningen en de koopmarkt verminderen en bouwen voor doelgroepen die nu weinig mogelijkheden hebben.

In het Actieplan Woningbouw is afgesproken om daar waar zich kansen voordoen om de woningbouw te versnellen, deze te grijpen. Voor Boerdonk is Korstenhof aangeduid als versnellingslocatie omdat dit een eigen grondpositie betreft en daarnaast ook ruimtelijk gezien de juiste kansen biedt. Met dit plan wordt de kern op een kwalitatieve wijze ‘afgerond’, met een hoogwaardig stedenbouwkundig milieu. In de totale programmering (Meierijstad breed) is nog voldoende ruimte en is de opgave om zachte plannen zo spoedig mogelijk naar hard te brengen en gereed te maken. Wanneer fase twee (gelegen in Verstedelijking afweegbaar) ook gereed wordt gemaakt (op termijn en gefaseerd over een termijn van circa 10 jaar) kan Korstenhof voor de lange termijn voorzien in de behoefte voor Boerdonk. In hoofdstuk 2 (planbeschrijving) wordt onderbouwd hoe de ontwikkeling invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit (artikel 3.5 IOV) en hoe de stedenbouwkundige en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het stedelijk gebied (artikel 3.43, sub d IOV).

Er wordt een onderbouwing gegeven van de stedenbouwkundige opzet, hoe dit plangebied aansluit op het bestaand stedelijk gebied van Boerdonk en hoe de gemeente aankijkt tegen het zoekgebied, hoe deze ontwikkeling daarin past en hoe de ontwikkeling voorziet in de afronding van het stedelijk gebied. Door het aanbrengen van een robuuste groenstructuur tussen de laatste woning van het dorp aan de Veerstraat wordt een duidelijke afronding van de kern Boerdonk gerealiseerd. Overige artikelen Voor een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling binnen Landelijk Gebied mogelijk maakt, geldt ook artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap uit de Interim Omgevingsverordening en artikel 3.8 Meerwaardecreatie. Tevens dient sprake te zijn van zorgvuldig ruimtegebruik. Ook dient toepassing te worden gegeven aan de lagenbenadering (3.7 Toepassing lagenbenadering). Artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1 Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a) de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing,behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan;

Bestemmingsplan Korstenhof Zuid, Boerdonk

27

b) bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c) gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Lid 2 Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel. Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik is al geruime tijd in het provinciaal beleid verankerd en omvat diverse aspecten. Doel is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag in het landelijk gebied door nieuwvestiging is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Dat betekent dat een stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen in beginsel plaatsvindt binnen Stedelijk gebied en dat de ruimte binnen Stedelijk gebied zo goed als mogelijk wordt benut. Hierbij past ook dat er wordt gekeken naar eventuele hergebruiksmogelijkheden van leegstaand of leegkomend erfgoed, zoals industriële complexen, kloosters, verzorgingshuizen et cetera.

Ingeval van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). In paragraaf 3.1.3 is het plan getoetst aan de ladder van duurzame verstedelijking. Bij de onderhavige planontwikkeling aan de rand van Boerdonk heeft een afweging plaatsgevonden naar behoefte, locatie in relatie met de omgeving. De locatie is in het beleid van de gemeente Meierijstad aangemerkt als ontwikkellocatie. Het plan draagt bij aan een duurzame afronding van het stedelijk gebied. Het provinciale als gemeentelijke beleid is gericht op het behouden van de leefbaarheid in kleine kernen. Dat is ook waar dit plan voor Boerdonk aan bijdraagt. Door te zorgen voor nieuwe woningen wordt het mogelijk gemaakt om te blijven wonen in de eigen kern. Daarnaast wordt een woonmilieu gerealiseerd dat door prijszetting, landelijk dorps en groen karakter ook een aantrekkelijke optie kan zijn voor woningzoekenden binnen het stedelijk gebied. Het aanbod is afgestemd op de vraag die er is vanuit de lokale en regionale bevolking. De ontwikkeling past qua schaal, omvang en functie binnen het plangebied. De planmatige aanpak zorgt voor een concentratie van verstedelijking, zorgvuldig ruimtegebruik en aandacht voor ruimtelijke kwaliteit plaatsvindt.

Dit heeft geen nadelige gevolgen voor de ambities die de provincie nastreeft. Artikel 3.7 Toepassing van de lagenbenadering Lid 1 De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. Lid 2 De lagenbenadering omvat de effecten op: a) de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b) de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; c) de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=30562ca7-588c-4ce9-8ea6-53850f5c22e8